Informatiebrief 59 Programmaplan Maatschappelijke Zorg Leidse Regio (incl. bijlage)
Tekst van het document
22
Momenteel is er ook in de Leidse regio geen volledig beeld van deze brede groep dak- en thuisloze inwoners die niet in de maatschappelijke opvang verblijft. In 2024 wordt een zogenaamde ETHOS-telling5 uitgevoerd om hier meer inzicht in te krijgen. ETHOS staat voor European Typology of Homeless and Housing Exclusion. Op basis van de resultaten van de ETHOS-telling ontwikkelen we interventies om de bredere groep dak- en thuisloze inwoners te voorzien van de nodige ondersteuning. Door deze inwoners tijdig de juiste ondersteuning te bieden, willen we voorkomen dat in een later stadium zwaardere, duurdere en/of langdurige zorg en ondersteuning nodig is. Er zijn al enkele initiatieven in de Leidse regio voor de bredere doelgroep dak- en thuisloze inwoners. Zo heeft de gemeente Leiderdorp voor enkele (dreigend) dak- en thuisloze inwoners die als zelfredzaam worden beschouwd tijdelijke woonplekken gerealiseerd, waar zij kunnen werken aan hun herstel. Andere gemeenten in Nederland hebben passantenhotels of andere tijdelijke woonvoorzieningen getroffen voor deze inwoners. Deze tijdelijke woonplekken ter voorkoming van dak- en thuisloosheid zijn succesvol. Niet alle dak- en thuisloze inwoners binnen de verbrede groep dak- en thuisloze inwoners hebben een ondersteuningsvraag. Een groot deel van deze inwoners kan, zodra zij onderdak hebben, zelfstandig werken aan herstel.
Met het programma Maatschappelijke zorg zetten we ons in om draagvlak te creëren en aan aanpak te formuleren voor het verbreden van de doelgroep dak- en thuisloze inwoners en het ontwikkelen van passende voorzieningen. We gaan de acties samen met de betrokken partners ontwikkelen en realiseren. Het effect wordt gemonitord.
4.3.2. Subdoel 2 Voorkomen dak- en thuisloosheid bij jongeren Uit de resultaten van de eerdere ETHOS-tellingen in België en andere delen van Nederland blijkt dat dak- en thuisloosheid onder jongeren een aanzienlijk en vaak niet goed zichtbaar probleem is. Daarom zetten we in op een integrale aanpak voor dak- en thuisloze jongeren binnen de Leidse regio. Jongeren bewegen zich in andere sociale kringen dan volwassenen, zoeken niet snel hulp bij instanties, kunnen ‘zorgmoe’ zijn en hebben vaak weinig vertrouwen in hulpverlening. Ze lopen vast in de bureaucratie en hebben vaak geen stabiele basis op het gebied van bestaanszekerheid, waardoor ze bijvoorbeeld schulden opbouwen.6 Dak- en thuisloze jongeren hebben vooral behoefte aan passende en betaalbare huisvesting. Een stabiele woonomgeving is een belangrijke voorwaarde om te kunnen werken aan herstel. We werken samen met ervaringsdeskundigen, jongeren, partners en gemeenten om een integrale aanpak voor dak- en thuisloze jongeren te ontwikkelen. Deze integrale aanpak van dak- en thuisloze jongeren vereist een benadering die zich verplaatst in de leefwereld van jongeren, evenals ondersteuning die aansluit bij hun behoeften, zoals de inzet van ervaringsdeskundigen (peer support) en bevordering van financiële zelfstandigheid.
We ontwikkelen de versterking van de bestaanszekerheid voor jongeren op basis van de Big 5.7 Deze zijn support, wonen, school en werk, inkomen en welzijn. De aanpak sluit aan bij bestaande maatregelen voor jongeren van 18 jaar en ouder die al zijn genomen in verschillende gemeenten.
6
5
E THOS telling Holland Rijnland: https://hollandrijnland.nl/maatschappij/ dak-en-thuisloosheid/
Programmaplan Mz Leidse regio
https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2020-03/Feiten-cijfers-dak-thuislozejongeren-Nederland.pdf
7 Big 5: De Big 5 refereert in deze context naar 5 leefdomeinen. Deze zijn support, wonen, school en werk, inkomen en welzijn. https://www.nji.nl/van-jeugd-naar- volwassenheid/jongeren-ondersteunen-bij-hun-Big-5
23
Een belangrijk onderdeel van de integrale aanpak van dak- en thuisloosheid onder jongeren is het voorkomen van dak- en thuisloosheid na verblijf in een zorginstelling of pleegzorg. Deze overgang verloopt voor jongeren vaak nog moeizaam, omdat bijvoorbeeld na verblijf in een zorginstelling of pleegzorg de stap naar zelfstandig wonen te groot is. Bestaande initiatieven zoals Next Chapter, Kamers Met Aandacht spelen hier al op in. We gaan in gesprek met de maatschappelijke partners en ervaringsdeskundigen om te onder zoeken welke aanvullende maatregelen genomen moeten worden om daken thuisloosheid onder jongeren terug te dringen.
4.3.3. Subdoel 3 Verbeteren dienstverlening aan dak- en thuisloze inwoners De kwaliteit van de dienstverlening aan dak- en thuisloze inwoners kan op verschillende terreinen worden vergroot. In eerste instantie door toeganke lijke informatie beschikbaar te stellen voor inwoners die dreigen dak- of thuisloos te worden of dak- en thuisloos zijn. Samen met de medewerkers van de toegang stellen we een handboek maatschappelijke opvang op. Daarin wordt alle benodigde informatie verwerkt. Ook onderzoeken we of de begeleiding bij het verkrijgen van een briefadres en de wijze waarop de crisisopvang is georganiseerd verbeterd kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het verminderen van verhuisbewegingen voor dak- en thuisloze gezinnen. Door regelmatig ervaringsverhalen op te halen kan onderzocht worden op welke andere vlakken de dienstverlening verbetering nodig heeft. Daarnaast heeft het initiatief ‘Onder de Pannen’ onze interesse. ‘Onder de Pannen’ biedt de mogelijkheid een kamer te verhuren middels hospita verhuur, aan inwoners die door omstandigheden hun woning verliezen. We onderzoeken of dit ook toepasbaar is in de Leidse regio.
Programmaplan Mz Leidse regio
24
4.3.4. Acties bij doel 3 Doorontwikkelen maatschappelijke opvang
4.3.1
4.3.2
4.3.3
Subdoel
Actie
Planning
Verbreden doelgroep dak- en thuisloze inwoners
We brengen de brede groep dak- en thuisloze inwoners in kaart middels ETHOS-telling. Vervolgens brengen we de woonvraag in kaart.
2025
We onderzoeken de verplichtingen en mogelijkheden voor tijdelijke opvang van dak- en thuisloze inwoners en EU-arbeidsmigranten.
2024 - 2025
Voorkomen en aanpakken dak- en thuisloosheid onder jongeren.
We analyseren de behoeften en knelpunten van jongeren op het gebied van voorkomen dak- en thuisloosheid.
2024 - 2026
We ontwikkelen een integrale aanpak dak- en thuisloze jongeren op basis van de Big 5.
2024 - 2026
Verbeteren dienstverlening aan dak- en thuisloze inwoners
Realiseren van een handboek maatschappelijke opvang voor de medewerkers van de sociaal wijkteams.
2024
We onderzoeken of het initiatief onder de pannen toepasbaar is in de Leidse regio. En stimuleren zo mogelijk de ontwikkeling ervan.
2025
We doen onderzoek naar verbeteren van de begeleiding bij briefadres en voeren verbeteringen door.
2024
We doen onderzoek naar verbeteren van de crisisopvang en voeren verbeteringen door.
2025 - 2026
Programmaplan Mz Leidse regio
25
Ali (58 jaar), over herstel en een eigen woonplek “Na twee jaar in beschermd wonen te hebben gezeten, wilde ik weer zelfstandig wonen. Ik had de mening van de psychiater gevraagd. Hij raadde het mij af maar hij hield mij niet tegen om zelfstandig te wonen. Ik had zelf geregeld dat ik weer een zelfstandige woning kon krijgen in 2020. Ik kreeg een flat. Ik woon nu op mezelf in een andere seniorenflat en financieel is alles op orde, ik werk af en toe freelance en voel me gelukkig in het leven.”
Programmaplan Mz Leidse regio
26
5. Actielijn 2 Wonen is de basis In dit hoofdstuk bespreken we Actielijn 2 Wonen is de basis en de bijbehorende doelen. Iedere inwoner heeft het recht op een thuis! Voor inwoners in een kwetsbare situatie is een thuis niet vanzelfsprekend. De Actielijn Wonen is de basis sluit aan bij het landelijk beleid, waarin gemeenten de opdracht krijgen om te zorgen voor voldoende passende en betaalbare huisvesting voor inwoners in een kwetsbare situatie. Dit moet evenwichtig verdeeld worden over gemeenten en worden gecombineerd met de juiste zorg en onder steuning. Om tijdig te kunnen inspelen op de woonbehoeften brengen we regelmatig de woonvraag en het woonaanbod in kaart. Bij het analyseren van vraag en aanbod maken we onderscheid tussen woonzorgvoorzieningen (wonen met ondersteuning), opvanglocaties (maatschappelijke opvang) en contingentplekken (uitstroomwoningen). Voor Actielijn 2 Wonen is de basis zijn drie doelen met daaronder subdoelen geformuleerd: a. Doel 1: Een evenwichtig woonaanbod b. Doel 2: Scheiden wonen en zorg c. Doel 3: Versterken inclusieve buurt
5.1. Doel 1 Een evenwichtig woonaanbod 5.1.1. Subdoel 1 Wonen met ondersteuning Woonzorgvoorzieningen zijn woonplekken met de benodigde zorg en ondersteuning. In deze voorzieningen verblijven inwoners die nog niet helemaal zelfstandig kunnen wonen. In 2022 heeft onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) vanwege de doordecentralisatie onderzoek gedaan naar de woonvraag en het woonaanbod voor inwoners in een kwetsbare situatie. Het totaal aantal benodigde woonzorgvoorzieningen is in de Leidse regio aanwezig, maar voor inwoners met verschillende problematiek niet helemaal in evenwicht. De Leidse regio staat voor de opdracht om één of enkele locaties om te vormen of te herhuisvesten, om voor alle inwoners die gebruik moeten maken van wonen met ondersteuning een passend aanbod te hebben. Een voorbeeld hiervan is het herhuisvesten van een tiental inwoners met een licht verstandelijke beperking. De locatie kan niet worden aangehouden in verband met te hoge huurkosten en zeer slechte isolatie. Herhuisvesten is in dit geval de beste oplossing. Zoals de herhuisvesting van een aantal inwoners met een licht verstandelijke beperking in een woonzorgvoorziening naar een meer duurzame en daarmee rendabele locatie in de gemeente Leiden.
Programmaplan Mz Leidse regio
27
Naast deze ombouwopgave heeft de Leidse regio ook een heropbouwopgave vanwege een aanbieder die in de Leidse regio stopt met wonen met ondersteuning. Hiervoor wordt gewerkt aan de realisatie van een woonzorgvoor ziening voor inwoners met GGZ-problematiek in de gemeente Voorschoten. We willen kwalitatief goede ondersteuning organiseren: integraal, dichtbij en op maat. De Leidse regio streeft bij het realiseren van deze opgaven voor wonen met ondersteuning naar een evenredige verdeling van woonvoorzieningen over de Leidse regiogemeenten en wijken. Met onze maatschappelijke partners en collega’s van de afdelingen Wonen, werken we gezamenlijk aan deze opgave.
stagnatie in de uitstroom vanwege de krapte op de woningmarkt en inwoners die tijdelijk nog wat extra begeleiding nodig hebben voordat de stap naar een zelfstandige woning wordt gezet. Veel tussenvoorzieningen zijn tijdelijke locaties, zoals bijvoorbeeld ‘sloopwoningen’. Dit betekent dat het bieden van voldoende opvangmogelijkheden in tussenvoorzieningen blijvend aandacht vraagt. Bijvoorbeeld de opvanglocatie voor dak- en thuisloze gezinnen in Voorschoten waarvan we weten dat deze eind 2025 sluit. Samen met onze partners organiseren we nieuwe opvanglocaties om het aanbod op peil te houden.
5.1.3. Subdoel 3 Scheve huisjes 5.1.2. Subdoel 2 Maatschappelijke opvang Opvanglocaties zijn plekken waar inwoners tijdelijk kunnen verblijven. Zij kunnen daar met ondersteuning werken aan herstel en toewerken naar uitstroom naar een passende woning. De Leidse regio heeft voldoende crisisopvangplekken voor inwoners die naast een woonvraag ook onder steuning nodig hebben op meerdere leefgebieden. Er zijn niet voldoende passende woningen en opvanglocaties voor dak- en thuisloze inwoners die alleen een woonvraag hebben. Deze inwoners hebben soms een kleine ondersteuningsvraag, maar kunnen meestal zelf werken aan hun herstel. De huidige opvangplekken omvatten zowel de crisisplekken (verblijfsduur maximaal drie maanden) als de zogenaamde tussenvoorzieningen. Het verschil met een crisisplek is dat de inwoner in een tussenvoorziening al grotendeels is gestabiliseerd, een inkomen heeft en doorgaans zelf de huur betaalt. Een voorbeeld van een tussenvoorziening is de Friendswoning, waar drie á vier dak- en thuisloze jongeren gezamenlijk verblijven en toewerken naar uitstromen naar een passende woning. De Leidse regio bouwt enkele plekken voor crisisopvang af omdat daar minder behoefte aan is. Daartegenover staat dat er tussenvoorzieningen bijkomen. Er is een toenemende behoefte aan tussenvoorzieningen vanwege
Programmaplan Mz Leidse regio
Een bijzondere vorm van opvanglocaties zijn de scheve huisjes. Dit is een vorm van wonen voor inwoners die een prikkelarme woonomgeving nodig hebben en daardoor niet kunnen wonen in een woonwijk. We werken aan het uitbreiden van drie naar tien scheve huisjes en realiseren deze verspreid over de Leidse regiogemeenten.
5.1.4. Subdoel 4 Woonvraag verbrede doelgroep dak- en thuisloze inwoners Zoals al eerder aangegeven is er een toenemende groep dak- en thuisloze inwoners met een acute woonvraag. Dit betreft inwoners met doorgaans enkel een woonvraag en geen of in veel mindere mate een zorg- of onder steuningsvraag. We gaan meer tijdelijke woonplekken organiseren voor deze inwoners zodat zij de rust en ruimte krijgen om hun leven zelf weer op de rit te krijgen. Het voorkomt daarmee tevens dat de woonvraag op termijn ook een zorg- of ondersteuningsvraag wordt. Door de ETHOS-telling krijgen we in 2024 een beter beeld van deze groep dak- en thuisloze inwoners en wordt aansluitend de woonvraag van deze groep inzichtelijk gemaakt. We gaan onderzoeken hoe we in deze woonvraag kunnen voorzien. Landelijk zijn hier al mooie voorbeelden van zoals het Passantenhotel, hospitaverhuur en Housing First specifiek voor jongeren.
28
5.1.5. Subdoel 5 Voldoende contingentplekken Contingentplekken zijn sociale huurwoningen die binnen Holland Rijnland door woningbouwcorporaties beschikbaar worden gesteld voor uitstroom van inwoners uit de woonzorgvoorzieningen en opvanglocaties. Inwoners die zelfstandig kunnen gaan wonen krijgen met voorrang een sociale huurwoning onder voorwaarde van minimaal twee jaar begeleiding door een zorgaanbieder. Na twee jaar kan de begeleiding worden beëindigd als de inwoner geen ondersteuningsvraag meer heeft. De inwoner kan dan in de woning blijven wonen. Om het herstelproces voor inwoners die ondersteuning nodig hebben te bevorderen is het van belang dat de uitstroom uit woonzorgvoorzieningen en opvanglocaties vlot verloopt. Daarnaast zorgt een optimale uitstroom ervoor dat er voldoende nieuwe plekken in woonzorgvoorzieningen en opvang locaties vrijkomen voor andere inwoners die deze nodig hebben. Het beschikbaar houden van voldoende contingentplekken is noodzakelijk om inwoners die uitstromen uit de opvang of wonen met ondersteuning de kans te bieden weer zelfstandig te gaan wonen. Doordat inwoners in woonzorgvoorzieningen en opvanglocaties meestal een te korte inschrijfduur hebben voor een sociale huurwoning, lukt het vaak niet om via de reguliere route aan een woning te komen, waardoor de uitstroom naar een zelfstandige woning stagneert.
Momenteel wordt het aantal beschikbare contingentplekken jaarlijks verder uitgebreid, zodat er in 2026 in Holland Rijnland 300 contingentplekken beschikbaar zijn. In 2024 worden er binnen Holland Rijnland 250 contingentplekken beschikbaar gesteld waarvan 93 voor de Leidse regio. De contingentregeling kan vanaf 2024 ook worden ingezet om instroom in een woonzorgvoorziening of opvanglocatie te voorkomen. Er zijn 17 contingentplekken voor de Leidse regio beschikbaar gesteld aan zorgaanbieders met als doel het voorkomen van instroom in een woonzorgvoorziening of opvanglocatie.
Programmaplan Mz Leidse regio
29
Samen met Holland Rijnland zetten we ons in om de contingentregeling beschikbaar te blijven houden voor inwoners in een kwetsbare situatie. Daarnaast monitoren we het aantal aanvragen en sturen we bij waar nodig.
5.1.6. Subdoel 6 Huisvesting aandachtsgroepen Landelijk is aan gemeenten gevraagd om voor 2025 de huisvesting van aandachtgroepen, waaronder de doelgroep van de Maatschappelijke zorg, vast te leggen in een lokale woonzorgvisie. In de Leidse regio stellen we voor deze en andere aandachtsgroepen een gezamenlijke woonzorgcomponent op. In de woonzorgcomponent zullen we omschrijven wat de prioritering is in de verdeling van huisvesting tussen de aandachtgroepen De woonzorg component vormt voor elke gemeentelijke woonzorgvisie van de Leidse regio een belangrijke bouwsteen. Het programmateam werkt mee aan het tot stand komen van de woonzorgcomponent om de belangen van de doelgroep Maatschappelijke zorg hierin te waarborgen.
5.3. Doel 3 Versterken inclusieve buurt Veel woonzorgvoorzieningen en opvanglocaties bevinden zich van oudsher in de voormalige centrumgemeente Leiden. De andere omliggende Leidse regiogemeenten hebben in aanloop naar de doordecentralisatie van de Maatschappelijke zorg met elkaar gewerkt aan meer spreiding van deze voorzieningen over de gehele Leidse regio. Deze herverdelingsopgave loopt de komende jaren nog door. Daarbij wordt ook gekeken naar de spreiding van de voorzieningen over buurten en wijken. Deze herverdeling binnen de gemeenten van de Leidse regio vraagt om draagvlak onder de inwoners van wijken waar nieuwe woonzorgvoorzieningen of opvanglocaties worden gerealiseerd. We gaan ons samen met de partners voor de Maatschappelijke zorg en de woningcorporaties inzetten om het draagvlak te vergroten, zodat inwoners in een kwetsbare situatie in de eigen wijk kunnen wonen en leven, en op normale wijze kunnen deelnemen aan de samenleving.
5.2. Doel 2 Scheiden wonen-zorg Voor iedere inwoner is het wenselijk om zo zelfstandig mogelijk te kunnen wonen. Met scheiden wonen-zorg bedoelen we dat de inwoner die wonen met ondersteuning nodig heeft, zelf huurder is van de woonruimte. De ondersteuning wordt geleverd door de zorgaanbieder. Met scheiden wonen-zorg bereiken we momenteel dat inwoners die deze ondersteuning nodig hebben zo normaal mogelijk én zo zelfstandig mogelijk wonen in de wijk. We willen dit vaker toepassen. De Leidse regio heeft de afgelopen jaren samen met zorgaanbieders en woningcorporaties gewerkt aan scheiden wonen-zorg. Een groot deel van de woonzorgvoorzieningen is inmiddels omgevormd van intramuraal naar scheiding tussen wonen en zorg. De woonzorgvoorzieningen waar de scheiding tussen wonen en zorg nog niet is gerealiseerd gaan we de komende jaren omvormen. Bij de ontwikkeling van nieuwe woonzorgvoorzieningen gaan we altijd uit van scheiden wonen-zorg.
Programmaplan Mz Leidse regio
30
5.3.1. Acties bij doel 1, 2 en 3 Een passende plek om te wonen voor inwoners in een kwetsbare situatie
5.1.1
5.1.2
(Sub)Doelen
Acties
Planning
Overstijgend
We maken de actuele woonvraag inzichtelijk binnen de Leidse regio onderverdeeld naar: 1 Woonzorgvoorzieningen 2 Opvanglocaties 3 Contingentplekken Aan de hand van de resultaten sturen op om, af-, of opbouwen.
Jaarlijks
Wonen met ondersteuning
Het realiseren van een nieuwe woonzorgvoorziening voor inwoners met GGZ-problematiek.
2024 – 2026
Herhuisvesting van 10 inwoners LVB in een woonzorgvoorziening.
2024 - 2025
Maatschappe lijke opvang
Afbouwen enkele plekken crisisopvang. Uitbreiden tussenvoorzieningen en aanbod op peil houden.
2024 Doorlopend
Herhuisvesten opvanglocatie voor gezinnen
2025 - 2026
5.1.3
Scheve huisjes
Uitbreiden aantal scheve huisjes
2024 -2026
5.1.4
Woonvraag brede doelgroep dak- en thuisloze inwoners)
Inzichtelijk maken met ETHOS-telling. Vervolgens interventies ontwikkelen.
2024 - 2029
5.1.5
Voldoende contingent plekken
Komende jaren uitbreiden. Blijvend monitoren en bijsturen.
Continu
5.1.6
Huisvesting aandachtsgroepen
Ontwikkelen woonzorgvisie en hier uitvoering aan geven
2024 - 2029
5.2
Scheiden wonen - zorg
Samen met zorgaanbieders en woningbouwcorporaties vergroten van het aantal plekken scheiden wonen- zorg.
Doorlopend
5.3
Versterken inclusieve buurt
We monitoren de afspraken en vervolgens werken we toe naar een evenredige verdeling van woonplekken voor inwoners in een kwetsbare situatie.
Doorlopend
Programmaplan Mz Leidse regio
31
6. Actielijn 3 Passende ondersteuning In dit hoofdstuk bespreken we Actielijn 3 Passende ondersteuning en de bijbehorende doelen. Met Actielijn 3 Passende ondersteuning richten we ons op ondersteuning die we in de directe woonomgeving van de inwoner organiseren. Daarnaast organiseren we de toegang tot ondersteuning zodanig dat deze makkelijk vindbaar en toegankelijk is. De inwoner moet kunnen rekenen op passende ondersteuning die integraal geboden wordt op de verschillende levensgebieden: wonen, gezondheid, werk en/of school, en inkomen. Zo dragen we bij aan het zo zelfstandig mogelijk wonen en leven en aan volwaardige deelname aan de samenleving. Om dit te realiseren werken we in nauw partnerschap samen met zorgaanbieders en maatschappelijke partners die hier een bijdrage aan kunnen leveren. Bij de voorbereiding van de doordecentralisatie van beschermd wonen (in de Leidse regio heet dit nu wonen met ondersteuning) en de maatschappelijke opvang zijn een aantal veranderingen doorgevoerd die ervoor zorgen dat de ondersteuning dicht bij de betreffende inwoners georganiseerd wordt. Zo wordt de toegang voor wonen met ondersteuning georganiseerd door de sociaal wijkteams van de verschillende Leidse regiogemeenten of door een welzijnsorganisatie zoals bijvoorbeeld Incluzio. Hierdoor kunnen inwoners die ondersteuning nodig hebben bij het wonen, in hun eigen gemeente geholpen worden.
Bij het bepalen van de mate van ondersteuning wordt gebruik gemaakt van het arrangementenmodel. Dit is een bouwstenenmodel. Het arrange mentenmodel gaat uit van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner op één of meerdere leefgebieden. De toegangsmedewerker van het sociaal wijkteam organiseert aan de hand van het arrangementenmodel passende ondersteuning rondom wonen met ondersteuning en daarnaast ook ambulante begeleiding en daginvulling. Het arrangementenmodel biedt de mogelijkheid om al naar gelang de behoefte van de inwoner, de ondersteuning eenvoudig op of af te schalen. Hiermee zijn al grote stappen richting passende ondersteuning gezet. In de praktijk lopen inwoners er regelmatig tegenaan dat onze systeemwereld niet altijd aansluit op hun leefwereld. Op dit gebied kunnen we samen nog veel verbeteren. Voor een betere aansluiting zijn aanpassingen binnen de systeemwereld nodig, maar vooral ook een cultuuromslag, waarbij meer gewerkt gaat worden vanuit de achterliggende intentie. Oftewel, hoe helpen we iemand echt verder? De Actielijn passende ondersteuning heeft twee doelen: 1. Doorontwikkelen van passende ondersteuning 2. Versterken van de doorlopende lijn in de ondersteuning
Naast beschermd wonen heeft de Leidse regio nieuwe, lichtere vormen van wonen met ondersteuning gerealiseerd, zoals beschut en begeleid wonen, waarbij naar behoefte van de inwoner ondersteuning geboden wordt. Daarnaast is ‘ambulant plus’ een nieuwe ondersteuningsvoorziening. De inwoner woont zelfstandig en krijgt 24/7 oproepbare ondersteuning aangeboden.
Programmaplan Mz Leidse regio
32
Ron (40 jaar), over passende ondersteuning “Ik heb geluk gehad dat ik een heel goede toezichthouder had gekregen vanuit reclassering. Ze vroeg mij de verlossende vraag. Wat wil jij? En hoe kunnen we jou helpen? Ik dacht even dat ik droomde maar het was dus echt. Eindelijk iemand die niet invult voor mij wat het beste werkt voor mij. Iemand is oprecht met mij en wil graag weten hoe ik daar tegenaan kijk. Ik leg mijn visie op tafel over hoe ik de beste hulp voor me zie en dat wordt serieus opgepakt. Ik word sinds lange tijd eindelijk een keer gehoord, vertrouwd en serieus genomen door iemand.”
Programmaplan Mz Leidse regio
33
6.1. Doel 1 Doorontwikkelen van passende ondersteuning De ambitie van Actielijn 3, Passende ondersteuning is om de ondersteuning voor inwoners die in een kwetsbare situatie verkeren of daar risico op lopen, passender te maken. Dat betekent onder andere dat we de ondersteuning zo dicht mogelijk bij de inwoner organiseren. Het te behalen resultaat is dat er zware ondersteuning wordt geboden waar dat moet, en lichte ondersteuning waar dat kan. Daarnaast is het belangrijk dat verschillende vormen van ondersteuning altijd op elkaar zijn afgestemd.
6.1.1. Subdoel 1 Het doorontwikkelen van het arrangementenmodel en de toegang tot wonen met ondersteuning In gesprekken met maatschappelijke partners, medewerkers van de sociaal wijkteams en ervaringsdeskundigen gaan we ophalen hoe men de toegang en het arrangementenmodel in de praktijk ervaart. We onderzoeken daarbij hoe het arrangementenmodel en de toegang bijdragen aan de doelstellingen van Actielijn 3. Op basis van de uitkomsten gaan we samen met zorgaanbieders en collega’s aanpassingen en/of verbeteringen in gang zetten.
6.1.2. Subdoel 2 Het verbeteren van de vindbaarheid en effectiviteit van toegang tot ondersteuning Inwoners in een kwetsbare situatie vinden nog niet altijd de weg naar hulp en ondersteuning. Dit geldt ook voor hun netwerk en onze partners binnen de Maatschappelijke zorg, zoals huisartsen en de GGZ. Juist met de partners is het belangrijk om afspraken te maken over het signaleren en toeleiden naar zorg en ondersteuning. Hier is een samenloop met het doel ‘versterken van de assertieve zorgketen’ van Actielijn 1, Preventie. Er is dus een verbetering nodig in de vindbaarheid van de ondersteuningsmogelijkheden in de gemeenten van de Leidse regio. Daarvoor kijken we naar gemeentelijke websites, en ontwikkelen we zo nodig voorlichtingsmateriaal. Ook organiseren we bijeenkomsten. Voorbeelden daarvan zijn de periodieke GGZ-bijeenkomsten in Voorschoten en de zorgnetwerkoverleggen in Oegstgeest en Leiderdorp, waaraan verschillende maatschappelijke partners deelnemen die te maken hebben met inwoners in een kwetsbare situatie. Programmaplan Mz Leidse regio
Bij dreigende dak- en thuisloosheid is het noodzaak om snel ondersteuning te bieden op een goed bereikbare plek. Als een inwoner toch dak- en thuisloos is geworden is er direct behoefte aan verschillende voorzieningen en dienstverlening. Dit draagt bij aan een zo spoedig mogelijk herstel. We werken aan gerichte dienstverlening waar dak- en thuisloze inwoners gemakkelijk gebruik van kunnen maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het direct krijgen van een briefadres, zo nodig spoedig een uitkering voor levensonderhoud en/of bijzondere bijstand, hulp bij schulden en gezond heidzorg. We onderzoeken daarvoor ook uitvoeringspraktijken binnen de gemeenten die hun werkwijze al hebben aangepast aan de doelgroep Maatschappelijke zorg. Het is belangrijk dat de informatie hierover op meerdere plekken beschikbaar is. Bijvoorbeeld bij buurthuizen, sociaal wijkteams, huisartsen en websites van gemeenten. We gaan die informatie inventariseren en waar nodig aanvullen of verbeteren. Om te voorkomen dat inwoners van het ene naar het andere loket worden gestuurd is het nodig om blijvend te investeren in de kennis van de mede werkers van de sociaal wijkteams. Het gaat hierbij om kennis over de mogelijkheden van ondersteuning, het aanbod van andere partners binnen de Maatschappelijke zorg en de sociale kaart.
6.1.3. Subdoel 3 Diversiteit in ondersteuning We monitoren de behoefte aan wonen met ondersteuning en werken aan de op-, af- en ombouw om het aanbod in de Leidse regio in evenwicht te brengen en te houden. Daarnaast bieden we ambulante begeleiding voor inwoners die zelfstandig wonen. Voor deze vormen van ondersteuning is een indicatie nodig. Maar daarnaast kan óók ondersteuning door een ervaringsdeskundige vanuit het eigen netwerk, en door vrijwilligers en lotgenoten helpend zijn. Deze ondersteuning kan voor, tijdens, en na afloop van de geïndiceerde ondersteuning bijdragen aan het zelfstandig wonen, leven en deelnemen aan de samenleving van inwoners. Met de maatschappelijke partners, zorgaanbieders en ervaringsdeskundigen gaan we onderzoeken op welke wijze deze vormen van ondersteuning effectiever kunnen worden ingezet.
34
Daarvoor gaan we onder andere in gesprek met onze welzijnsorganisaties zoals Incluzio en Voorschoten Voor Elkaar, maar ook Lumen en de verschillende organisaties die maatjes koppelen aan mensen met GGZ-problematiek. We zullen de medewerkers van de sociaal wijkteams stimuleren om deze vormen van ondersteuning in te zetten.
6.1.4. Subdoel 4 Procesregie Om inwoners in een kwetsbare situatie de juiste ondersteuning te bieden zijn vaste professionals nodig die nauw met elkaar samenwerken en integraal kijken naar de ondersteuning op de verschillende leefgebieden. Bij complexe, meervoudige problematiek op verschillende leefgebieden bestaat het risico dat de zorg en ondersteuning niet goed op elkaar worden afgestemd. Inwoners in een kwetsbare situatie hebben vaak zorg en ondersteuning nodig vanuit verschillende regelingen zoals de Wmo, de Participatiewet, schuldhulphulpverlening en de Zorgverzekeringswet. Om dit goed op elkaar af te stemmen is domein-overstijgende procesregie nodig. Een proces regisseur is verantwoordelijk voor het samenbrengen van partijen en geeft sturing aan de besluiten die genomen moeten worden. De gemeenten van de Leidse regio geven op dit moment elk op eigen wijze uitvoering aan procesregie. We gaan in gesprek met de verschillende procesregisseurs om van elkaar te leren en kijken landelijk naar de best practices. Ook bekijken we interessante voorbeelden, zoals de Doorbraak methode waar Leiden al mee experimenteert. Deze methode biedt hulp verleners instrumenten om van gebaande paden af te wijken en in multiprobleemsituaties met een maatwerkoplossing te komen. In de gemeenten die procesregie verder gaan ontwikkelen gaan we deze methode implementeren.
Programmaplan Mz Leidse regio
6.1.5. Subdoel 5 Samenwerking in de uitvoering Zoals bij de ambities van dit programma al werd benoemd, nemen we de situatie van de inwoner als uitgangspunt in plaats van de regels en systemen. Voor inwoners in een kwetsbare situatie moeten we, om erger te voorkomen, werken vanuit datgene wat de inwoner nodig heeft om zijn of haar situatie te verbeteren. In gesprek met de verschillende gemeentelijke uitvoeringsteams onderzoeken we welke uitvoeringspraktijken daarbij nog in de weg staan. We richten ons allereerst op het wegnemen van de belemmeringen die ertoe leiden dat inwoners in hun bestaanszekerheid worden getroffen. Dit betekent onder andere dat gemeentelijke uitvoeringsteams nauwer met elkaar moeten gaan samenwerken in het belang van de inwoner. Een voorbeeld hiervan is het verstrekken van een (gratis) ID-kaart aan inwoners die hier geen geld voor hebben, zodat vervolgens een briefadres voor hen kan worden gerealiseerd. De eerdergenoemde Doorbraakmethode maakt het aanbieden van maat werkoplossingen voor de inwoner makkelijker. Door deze methode kunnen uitvoeringsteams eenvoudiger een gratis ID-kaart verstrekken of bepaalde regels van de Participatiewet niet toepassen. Bijvoorbeeld het niet toepassen van de kostendelersnorm. Bij de kostendelersnorm wordt een bijstands uitkering verlaagd als meer volwassenen in één huis wonen.
Maar ook zonder deze methode is het nodig dat uitvoerders in gevallen waarin dat nodig is mogen afwijken van de regels. Dit vraagt binnen de vijf gemeenten van de Leidse regio om afstemming en overeenstemming.
35
6.1.6. Acties bij doel 1 Doorontwikkelen passende ondersteuning Subdoel
Actie
Planning
6.1.1
Doorontwikkelen arrangementenmodel en toegang
We analyseren de werking van het arrangementenmodel en de doordecentralisatie van de toegang. Zo nodig brengen we verbeteringen aan.
2024
6.1.2
Vindbaarheid en effectiviteit toegang.
We brengen de informatievoorziening op orde en bevorderen de deskundigheid van medewerkers van sociaal wijkteams.
Doorlopend
6.1.3
Diversiteit in ondersteuning
We verbeteren de samenwerking tussen welzijns- en vrijwilligersorganisaties, toegang en geïndiceerde ondersteuning. Ook verbeteren we de inzet van informele ondersteuning.
Doorlopend
6.1.4
Procesregie
We onderzoeken welke stappen nodig zijn om domeinoverstijgende procesregie te ontwikkelen en te implementeren.
2025 - 2027
6.1.5
Samenwerking in de uitvoering
We verbeteren de werkwijze van verschillende afdelingen en teams rondom één inwoner.
2025 - 2026
Programmaplan Mz Leidse regio
36
6.2. Doel 2 Versterken doorlopende lijn van ondersteuning
6.2.2. Subdoel 2 Versterken en behouden daginvulling
De doorlopende lijn houdt in dat de inwoner continuïteit in zorg en ondersteuning ontvangt, ongeacht welke ondersteuning de inwoner op enig moment nodig heeft tijdens het toewerken naar zelfstandig wonen, leven en deelnemen aan de samenleving. Een belangrijke stap is daarin al gezet bij de inkoop van wonen met ondersteuning. Zorgaanbieders van wonen met ondersteuning moeten ook ondersteuning bieden aan inwoners die zelfstandig wonen. Dit betekent dat de inwoner die uitstroomt uit een woonvoorziening en zelfstandig gaat wonen dezelfde zorgaanbieder houdt. Met het programma Maatschappelijke zorg werken we de komende jaren op verschillende onderdelen aan de verdere ontwikkeling van de doorlopende lijn van ondersteuning.
Door deel te nemen aan activiteiten, scholing en/of (vrijwilligers)werk maak je actief deel uit van de samenleving. We onderzoeken bij inwoners in een kwetsbare situatie wat zij passend vinden en wat er nodig is om dat te realiseren. Het betrekken van nieuwe partners zoals maatschappelijk ondernemers of bewonersinitiatieven biedt mogelijkheden die we gaan benutten.
6.2.1. Subdoel 1 Versterken vrij toegankelijke ondersteuning en daginvulling Ervaringsdeskundigen geven aan dat vrij toegankelijke ondersteuning en het kunnen ontmoeten van medemensen belangrijk is om actief onderdeel te zijn van de maatschappij. De aanvraag van een indicatie voor bijvoorbeeld daginvulling of begeleiding wordt door inwoners vaak als een drempel ervaren. Liever maken zij in een kwetsbare situatie gebruik van vrij toegan kelijke voorzieningen in de wijk zoals buurthuizen, verenigingen, lotgenotengroepen en vrijwilligerswerk. We bevorderen dat deze vormen van daginvulling en ondersteuning voor iedereen toegankelijk zijn. Daarbij is het uitgangspunt dat gekeken wordt naar wat mensen in beweging brengt en hoe ze daarin ondersteund kunnen worden. Bijvoorbeeld bij het opzetten van een lotgenotengroep of bij het doen van vrijwilligerswerk. De welzijnsorganisaties en sociaal wijkteams zijn onze belangrijkste partners om de vrij toegankelijke ondersteuning te versterken.
Voor inwoners die gebruik maken van arbeidsmatige dagbesteding8 moet het mogelijk zijn om geleidelijk of deels de stap te zetten naar beschut werk. Dat wordt geboden door De Zijl Bedrijven (DZB). Andersom moet het voor inwoners die vastlopen in een beschutte werkomgeving mogelijk zijn om eenvoudig geheel of deels over te stappen naar een arbeidsmatige dag besteding met een (gedeeltelijke) uitkering voor levensonderhoud. Belangrijk daarbij is dat als betaald werk niet lukt, de uitkering direct weer doorloopt door bijvoorbeeld invoering van de eerdergenoemde 1 euro uitkering.
6.2.3. Subdoel 3 Doorlopende lijn met zorgverzekeringswet, detentie en Wlz De overgang van behandeling (Zorgverzekeringswet) naar ondersteuning (Wmo) kent niet altijd een goede aansluiting. Dit wordt soms veroorzaakt door een gebrek aan samenwerking. Daarnaast vormt de overgang vanuit verblijf in een zorginstelling (Wlz) of detentie naar wonen in de wijk een risico op terugval als de aansluiting naar ondersteuning (Wmo) niet goed geregeld is. In het ergste geval wordt de inwoner dan dak- en thuisloos. Door goede werkafspraken tussen de verschillende maatschappelijke partners en instanties te maken, voorkomen we dat deze inwoners tussen wal en schip belanden. Dit realiseren we samen met de betreffende partners.
8
Programmaplan Mz Leidse regio
Arbeidsmatige dagbesteding is een vorm van daginvulling. De activiteiten zijn deels overeenkomstig aan activiteiten die men verricht bij betaalde arbeid. 37
6.2.4. Subdoel 4 Wachttijden overbruggen Wachttijden vormen een risico voor de doorlopende lijn in ondersteuning. De wachttijd voor plaatsing in een locatie voor wonen met ondersteuning (Wmo) of plaatsing in een GGZ-locatie voor behandelingen met verblijf kan oplopen tot een jaar. Wachttijden vormen een risico op verergering van de problematiek. Tijdens de wachtperiode ontvangt de inwoner zo nodig passende ondersteuning in de vorm van overbruggingszorg. Een deel van deze groep inwoners heeft ook GGZ-behandeling nodig. De wachttijden voor ambulante ondersteuning en/of behandeling door de GGZ dragen ook bij aan het risico op toename van de problematiek. Sociaal wijkteams vangen dit momenteel zo goed als mogelijk op, maar hebben onvoldoende alternatieve mogelijkheden. We gaan onderzoeken wat de alternatieven zijn om tijdens de wachttijd passende ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld door een extra wijk-GGZ’er in te zetten of de inzet van een project zoals de wachtverzachter 9. De wachtverzachter zorgt ervoor dat er tijdens het wachten al gewerkt kan worden aan het herstel met behulp van ondersteuning door ervarings deskundigen, groepsgesprekken met lotgenoten of bewegingsactiviteiten.
Hiermee bevorderen we duurzame uitstroom. We maken gebruik van methodieken die in andere gemeenten al worden toegepast en succesvol zijn. We brengen deze methodieken in kaart en onderzoeken met de aanbieders welke methodiek in de gegeven situatie het best toepasbaar is en implementeren deze.
6.2.6. Subdoel 6 Innovatie van wonen met ondersteuning Een verhuizing is voor mensen in een kwetsbare situatie een ingrijpende gebeurtenis met het risico op terugval. Op dit moment moeten inwoners die in een woonzorgvoorziening verblijven verhuizen zodra ze eraan toe zijn om zelfstandig te gaan wonen. Er zijn al voorbeelden van wonen met ondersteuning waarbij de inwoner niet hoeft te verhuizen en de onder steuning ambulant wordt voortgezet. We noemen dit een omklapvoorziening. Voor situaties waarin dit mogelijk is, ontwikkelen we samen met zorgaanbieders voor wonen met ondersteuning en de woningcorporaties deze omklapvoorzieningen.
6.2.7. Subdoel 7 Bevorderen doorstroom en uitstroom 6.2.5. Subdoel 5 Versterken informeel netwerk In de huidige situatie is ondersteuning van inwoners in een kwetsbare situatie waar mogelijk tijdelijk van aard en gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid van de inwoner. We houden vast aan dit principe en blijven ons hiervoor inzetten. Sociale steun, iemand die naast je staat, waar je op terug kan vallen als het even niet lukt is voor alle inwoners belangrijk. Maar sociale steun is voor de inwoners in een kwetsbare situatie vaak niet vanzelfsprekend. Zij hebben dikwijls te maken met stigmatisering en verlies van hun sociale netwerk. Het versterken van het sociaal netwerk moet een essentieel onderdeel zijn van passende ondersteuning, waarbij het sociaal netwerk zo nodig wordt vergroot én betrokken bij de ondersteuning van de inwoner. Samen met maatschappelijke partners zetten we hierop in en vergroten we de zelfredzaamheid van de inwoner in een kwetsbare situatie. 9
Om ervoor te zorgen dat de inwoner op het juiste moment de juiste ondersteuning krijgt is passende doorstroom en uitstroom belangrijk. De ondersteuning moet passen bij de situatie waarin de inwoner zich bevindt. Hiermee wordt zo zelfstandig mogelijk wonen, leven en deelnemen aan de samenleving in de eigen woonomgeving bevorderd. Soms kunnen slimme technologieën behulpzaam zijn bij het zetten van stappen naar meer zelfstandigheid. Zo is de inzet van de Tinybot (ondersteuningsrobot) tijdens de pilot van een beschermd thuis succesvol geweest. Samen met zorgaan bieders voor wonen met ondersteuning gaan we onderzoeken hoe slimme technologieën kunnen worden toegepast.
https://wachtverzachter.nu/
Programmaplan Mz Leidse regio
38
6.2.8. Acties bij doel 2 Versterken van de doorlopen de lijn van ondersteuning Subdoel
Actie
Planning
6.2.1
Versterken vrij toegankelijke ondersteuning en daginvulling
We werken aan verbetering en behoud van het aanbod
Doorlopend
6.2.2
Versterken en behouden van daginvulling
We ontwikkelen nieuwe vormen van daginvulling en verbeteren de aansluiting van arbeidsmatige dagbesteding op beschut werk.
Doorlopend
6.2.3
Doorlopende lijn met zorgverzekeringswet en detentie
We inventariseren knelpunten bij de overgang vanuit zorginstellingen of detentie. We brengen verbeteringen aan door samenwerkingsafspraken te maken.
2024 -2025
6.2.4
Wachttijden overbruggen
We onderzoeken hoe tijdens de wachtperiode passende ondersteuning geboden kan worden en implementeren deze.
2024 -2025
6.2.5
Versterken informeel netwerk
We stellen methodieken beschikbaar die bijdragen aan het versterken van het sociaal netwerk van inwoners in een kwetsbare situatie.
2025 -2026
6.2.6
Innovatie wonen met ondersteuning
We onderzoeken wat de mogelijkheden zijn en realiseren nieuwe concepten voor wonen met ondersteuning die een verhuizing van de inwoner voorkomen.
2024 - 2029
6.2.7
Bevorderen doorstroom en uitstroom
We stimuleren nieuwe technologieën die helpend zijn om een zelfstandig leven op te bouwen.
Doorlopend
Programmaplan Mz Leidse regio
39
7 Financiën Dit hoofdstuk geeft inzicht in de beschikbare middelen voor de Maatschappelijke zorg Leidse regio. In Holland Rijnland wordt vanuit de rijksmiddelen voor beschermd wonen (wonen met ondersteuning) en maatschappelijke opvang eerst de gespecialiseerde Maatschappelijke zorg Holland Rijnland gefinancierd. Hierbij gaat het om inwoners die 24/7 toezicht en begeleiding nodig hebben. De overige middelen worden beschikbaar gesteld aan de gemeenten. De gemeenten in de Leidse regio hebben besloten om tot 2029 alle gemeentelijke middelen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang in één budget samen te voegen. De gemeente Leiden is hierbij aangewezen als budgethouder. De uitgaven geschieden vanuit het programma Maatschappelijke zorg Leidse regio. Tabel 1 Meerjarig programmabudget Totaalbudget
2023
2024
2025
2026
15.000.000
15.000.000
14.500.000
14.000.000
Pm
Pm
Pm
Structureel Rijksbijdrage beschermd wonen en maatschappelijke opvang Incidenteel Egalisatiereserve Maatschappelijke zorg
700.000
Restant Investeringsfonds Leidse regio
860.000
Programmaplan Mz Leidse regio
40
De egalisatiereserve Maatschappelijk zorg Leidse regio heeft een beginsaldo in 2023 van € 700.000, - en is bestemd voor het opvangen van fluctuaties in de uitgaven van wonen met ondersteuning. De reserve is in 2023 aan de rijksbijdrage onttrokken. In aanloop naar het programma Maatschappelijke zorg had de Leidse regio een Investeringsfonds (IFLR) om vooruitlopend op de door decentralisatie innovatie te bevorderen. Het investeringsfonds is in 2023 beëindigd. Het restant, betreft incidentele middelen en wordt meegenomen in de begroting voor incidentele uitgaven. Tabel 2 Meerjarige begroting Begroting
2023
2024
2025
2026
Beschermd wonen
9.000.000
8.500.000
8.500.000
8.000.000
Bestaande gesubsidieerde initiatieven
3.500.000
3.500.000
3.500.000
3.500.000
Lokale toegangen
350.000
380.000
380.000
380.000
Programma organisatie
1.300.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
Verwachte ontwikkeluitgaven
850.000
1.120.000
220.000
220.000
400.000
400.000
Structureel
Subsidie nieuwe initiatieven Egalisatiereserve Maatschappelijke zorg Leidse regio
700.000
0
0
0
Totaal
15.000.000
15.000.000
14.500.000
14.000.000
Programmaplan Mz Leidse regio
Het merendeel van het budget wordt besteed aan inwoners die in de Leidse regio gebruik maken van wonen met ondersteuning. Het programma financiert ook de lokale toegangen bij de gemeenten in de Leidse regio voor de afhandeling van aanvragen voor wonen met ondersteuning. Het budget voor de programmaorganisatie omvat personeelskosten, waaronder de beleidsinzet vanuit de lokale gemeenten in de Leidse regio. Het resterende deel wordt ingezet voor de ontwikkelopgaven. Binnen het ontwikkelbudget van 2024 wordt een groot deel van de nog lopende huis vestingsprojecten gefinancierd, die zijn gestart tijdens de pilotfase voorafgaand aan de doordecentralisatie. De Leidse regio heeft een subsidieregeling ‘Maatschappelijke zorg Leidse regio’ voor de periode 2025 -2029. De subsidieregeling is onderverdeeld in subsidies voor bestaande initiatieven en nieuwe initiatieven. Onder bestaande initiatieven vallen activiteiten die in 2024 reeds door maatschappelijke organisaties in de Leidse regio worden gefinancierd en uitgevoerd in samenwerking met verschillende partners. Bijvoorbeeld de maatschappelijke opvang. Het beschikbare budget voor nieuwe initiatieven is bedoeld voor innovaties die bijdragen aan de transformatieopgaven van de Maatschappelijke zorg in de Leidse regio.
41
Bijlagen Bijlage 1 Aantallen Maatschappelijke zorg Leidse regio
Tabel 2 Overzicht meldingen en opgevangen inwoners in de maatschappelijk opvang (MO)
Tabel 1 Overzicht wonen met ondersteuning Leidse regio De cijfers van 2022 betreffen regionale cijfers van Holland Rijnland. Vanaf 2023 worden de cijfers voor de Leidse regio weergegeven. De jaarverantwoording en jaarcijfers worden per 1 mei door aanbieders kenbaar gemaakt en zijn in onderstaande tabellen nog niet verwerkt. Wonen met ondersteuning
Aantallen 2022
Aantallen 1 aug 2023
Toelichting
Aantal inwoners in een woonzorg-voorziening
187
131
De afname wordt veroorzaakt omdat tussen 2021 en 2023 inwoners met langdurige psychiatrische problematiek over zijn gegaan naar de Wet langdurige zorg.
Aantal wachtlijst
54
50
De wachtlijst is nagenoeg stabiel en de wachttijd is gemiddeld 1 jaar.
Ombouwopgave
11
11
De Leidse regio heeft een ombouwopgave van 11 plekken jongvolwassenen naar uitstroomplekken uit de langdurige psychiatrie.
Heropbouw opgave
25
25
De Leidse regio heeft een heropbouwopgave vanwege een aanbieder die stopt. Aanbieder continueert de ondersteuning tot de heropbouwopgave is gerealiseerd.
Programmaplan Mz Leidse regio
Maatschappelijke opvang
2022
2023 1 augustus
Toelichting
Aantal meldingen bij de toegang MO
1338
168*
Aantal opgevangen inwoners (crisisopvang)
436
22
Vanwege de doordecentra lisatie betreffen de cijfers in 2022 nog de regionale cijfers. Vanaf 2023 worden de cijfers van de Leidse regio weer gegeven.
Afbouwopgave crisisopvang
20
Afbouw naar 20 plekken 3 maanden crisisopvang. Oftewel max 80 inwoners op jaarbasis.
101 volwassenen, 29 jongeren en 33 gezinnen, 5 onbekend.
42
Bijlage 2 Risicofactoren en beschermende factoren dak- en thuisloosheid Gezondheid
Wonen
Inkomen
Activiteiten
Relaties
Beschermende factoren
- Toegang tot bestaans condities - Ondersteuning in de leefwereld - Een gezonde leefomgeving - Gezonde leefstijl en gezondheidsvaardigheden - Toegang tot zorg
- Betaalbare huisvesting - Betaling woonlasten - Gezonde en veilige woonen leefomgeving (geen overlast o.a)
- Voldoende en voorspelbaar inkomen - Huishoudadministratie op orde - Adequaat inkomens beheer - Vroeg aanpak betalingsachterstanden en schulden
- Zingevende activiteiten - Scholing - (Vrijwilligerswerk)
- Positieve opvoeding - Veiligheid en respect in relaties en gezinnen - Steunend sociaal netwerk - Steunende gemeenschap
Risicofactoren: Macro (samenleving)
- Ongezonde, onveilige leefomstandigheden - Moeizame toegang tot zorg - Verlies van menselijke maat in contact met overheidsinstanties en zorgpartners
- Tekort aan (betaalbare) huisvesting - Tijdelijke huurcontracten - Te krappe of slecht onderhouden huisvesting
- Ontoereikend bestaansminimum - Armoede - Complexe regelgeving en toeslagenstelsel
- Flexibilisering van de arbeidsmarkt
- Individualisering - Veranderende samen levingsvormen - Afnemende sociale cohesie, verharding - Stigmatisering en discriminatie
Meso (relaties)
- Lichamelijke en/of psychische problemen van ouder(s) - Verslaving van ouder(s)
- Ouder of ander gezinslid in detentie
- Laag opleidingsniveau ouders - (Eerder) contact met politie, justitie in verband met een misdrijf
- Conflicten of breuken in relaties - Geweld in afhankelijkheidsrelaties - Sociaal isolement
Programmaplan Mz Leidse regio
43
Gezondheid
Wonen
Inkomen
Activiteiten
Relaties
Micro (individu)
- Lichamelijke problemen, ziekte - Psychische problemen - Verslaving (alcohol, drugs, gokken) - Cognitieve beperkingen - Ineffectieve coping
- Achterstanden huur of hypotheek - Verblijf in instelling (detentie, opvang, GGZ, jeugdzorg etc.) - Detentieverleden, recente arrestatie
- Laag inkomen - Langdurig niet kunnen rondkomen - Problematische schulden
- Laag opleidingsniveau - Schooluitval - Arbeidsongeschiktheid
- Nare jeugdervaringen (mishandeling, verwaar lozing, opgroeien in dysfunctionele huis houdens) - Contact met Jeugdzorg in jeugd/jeugdbeschermings-maatregel
Triggers van dakloosheid
- Verergering ziekte en/of verslaving - Onvoldoende of niet passende hulp - Gebrek zorgcontinuïteit
- Huisuitzetting - Ontslag uit instelling zonder onderdak - Remigratie
- Plotselinge inkomensval (door baanverlies, hoge inflatie en energieprijzen etc.)
- Verlies van baan
- Echtscheiding - Relatiebreuk - Huiselijk geweld
Programmaplan Mz Leidse regio
44
Bijlage 3 Programmateam Maatschappelijke zorg Leidse regio
Marja van Bruggen Programmamanager m.van.bruggen@leiden.nl 06 41 04 12 56
Saskia Lekkerkerker Beleidsmedewerker Leiden s.lekkerkerker@leiden.nl 06 40 08 76 30
Aron Akkerman Beleidsmedewerker Oegstgeest akkerman@oegstgeest.nl 06 42 13 03 29
Naomi Shvarts Beleidsmedewerker Leiden n.shvarts@leiden.nl 06 41 04 15 40
Inge van der Heiden Beleidsmedewerker Voorschoten Ivdheiden@voorschoten.nl 06 11 02 21 65
Nicole Lammers Beleidsondersteuner n.lammers@leiden.nl 06 43 48 66 97
Paul Herijgers Projectmedewerker p.herijgers@leiden.nl 06 81 92 07 39
Tonny van Uden Senior account manager t.van.ulden@leiden.nl 06 28 51 53 87
Maarten Langezaal Projectmanager Huisvesting MZ Leiden m.langezaal@leiden.nl 06 41 04 15 44
Patricia Tevreden Beleidsmedewerker Leiderdorp
Programmaplan Mz Leidse regio
p.tevreden@leiderdorp.nl 06 46 93 03 91
Remco Peijs Beleidsmedewerker Leiden r.peijs@leiden.nl 06 40 18 63 27 45