CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 59 Programmaplan Maatschappelijke Zorg Leidse Regio (incl. bijlage)

Gemeenteraad Voorschoten 26 september 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W15.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

059 Informatiebrief Zaaknummer:

Z/24/85455

Documentnummer:

407418

Datum:

dinsdag 20 augustus 2024 Verzonden donderdag 12 september 2024

Onderwerp:

Programmaplan Maatschappelijke zorg Leidse regio

Bijlage(n):

1. Programmaplan Maatschappelijke zorg Leidse regio 2023-2029

Geachte Raad, In deze brief informeren wij u over het Programmaplan Maatschappelijke zorg Leidse regio 2023 – 2029, ‘Alle inwoners horen erbij! Samen bouwen aan de maatschappelijke zorg Leidse regio’ (hierna programmaplan MZ LR) dat wij als college hebben vastgesteld. Het programmaplan is toegevoegd als bijlage en dient als uitvoeringsdocument van de ambities die de Leidse regio heeft voor de transformatieopgaven in de maatschappelijke zorg als onderdeel van de Wmo. Inleiding Sinds 1 januari 2023 is maatschappelijke zorg de verantwoordelijkheid van de dertien individuele gemeenten van Holland Rijnland. Holland Rijnland loopt hierin vooruit op andere regio’s in het land die deze taken nog via een centrumgemeente regelen. De maatschappelijke zorg bestaat uit maatschappelijke opvang, beschermd wonen (wonen met ondersteuning), verslavingszorg en bemoeizorg. De gemeenten van de Leidse regio (Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude) hebben de decentralisatie van maatschappelijke zorg gezamenlijk opgepakt (één regio, één opgave, één plan, één budget). Het voorliggende programmaplan MZ LR is een uitwerking van de samenwerkingsovereenkomst, zoals door u is vastgesteld op 7 december 2023 (Z/23/080494/369919): “Herziene samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke Zorg 2023 Leidse regio).

Programmaplan Maatschappelijke zorg Leidse regio 2023 – 2029, ‘Alle inwoners horen erbij! Samen bouwen aan de maatschappelijke zorg Leidse regio’. In het programmaplan MZ LR staat beschreven hoe de Leidse regiogemeenten de transformatieopgaven op het gebied van maatschappelijke zorg gaan realiseren. De ambities zijn als volgt: alle inwoners horen erbij, met in dit programmaplan bijzondere aandacht voor inwoners die zich in een kwetsbare situatie bevinden en/of het risico lopen hierin terecht te komen. Het doel is om zoveel mogelijk uitsluiting van deelname aan de samenleving en kwetsbare situaties voor inwoners te voorkomen door middel van preventie. De focus ligt op Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

het vergroten van bestaanszekerheid, het versterken van de keten van bemoeizorg en het doorontwikkelen van de huidige Maatschappelijke Opvang. Daarnaast wordt dak- en thuisloosheid benaderd als een woonprobleem en niet als een zorgprobleem, omdat iedere inwoner recht heeft op een thuis. Ten slotte moet de inwoner kunnen rekenen op passende ondersteuning die integraal, dichtbij en op maat geboden wordt op de verschillende levensgebieden: wonen, gezondheid, werk en/of school, en inkomen, zodat zij zo zelfstandig en normaal mogelijk kunnen deelnemen aan de samenleving. In het programmaplan zijn deze ambities uitgewerkt in drie actielijnen die in relatie tot elkaar staan. Het gaat om de volgende drie actielijnen die zijn uitgewerkt in de volgende doelen en subdoelen. 1. Preventie a.

Vergroten bestaanszekerheid

b. Versterken assertieve zorgketen c.

Doorontwikkelen maatschappelijke opvang

2. Wonen is de basis a.

Een evenwichtig woonaanbod

b. Scheiden wonen en zorg c.

Versterken inclusieve buurt

3. Passende ondersteuning. a.

Doorontwikkelen van passende ondersteuning

b. Versterken van de doorlopende lijn in de ondersteuning Het programmaplan behelst niet alleen een visie en ambitie, er worden ook concrete actiepunten geformuleerd. De acties hebben een langere doorlooptijd dan één jaar en worden integraal door de verschillende actielijnen opgepakt. Een aantal voorbeelden: er wordt actief gezocht naar mogelijkheden voor de brede doelgroep daklozen. Op dit moment worden alleen inwoners opgevangen die niet zelfredzaam zijn (psychische problematiek/verslaving, geen/onvoldoende netwerk en onvoldoende inkomen). In lijn met het Nationaal Actieplan Dakloosheid wordt onderzocht wat de Leidse regio kan doen om de bredere doelgroep (inwoners die buiten de huidige criteria vallen) beter te kunnen ondersteunen. Daarnaast wordt er gewerkt aan domein overstijgende procesregie. Een inwoner in een kwetsbare situatie heeft vaak te maken met verschillende instanties binnen en buiten de gemeente. Het doel is om een doorlopende lijn te creëren zodat er geen gaten Pagina 2 van 4

ontstaan in de ondersteuning voor de inwoner. Daarbij hebben we ook aandacht voor inwoners die uitstromen uit een intramurale setting (kliniek of detentie) met als doel het voorkomen van terugval of dakloosheid. Met de doorlopende lijn wordt ook bedoeld een aansluitend netwerk van professionals en voorzieningen van vroegsignalering tot bemoeizorg (assertieve zorgketen). Samen met HECHT worden de behoeften en knelpunten bij de Leidse regiogemeenten en de zorgpartijen geanalyseerd. Zo nodig wordt hier een verbetertraject op gestart. Het programmaplan is tot stand gekomen in samenwerking met verschillende gemeentelijke afdelingen en partners in de Leidse regio. De adviesraden Sociaal Domein van de individuele gemeenten hebben ook hun advies uitgebracht. De Adviesraad Sociaal Domein van Voorschoten is positief over de ambitieuze doelstelling van en de acties in het plan. Daarnaast zijn ervaringsdeskundigen op verschillende momenten geraadpleegd. Landelijke ontwikkelingen die impact hebben op deze transformatieopgaven zijn onder andere: de wooncrisis, krappe arbeidsmarkt, personeelstekorten in de zorg en de bezuinigingen op het gemeentefonds. Financiering van het programma In Holland Rijnland wordt vanuit de rijksmiddelen voor beschermd wonen (wonen met ondersteuning) en maatschappelijke opvang eerst de gespecialiseerde Maatschappelijke zorg Holland Rijnland gefinancierd.

Hierbij gaat het om inwoners die 24/7 toezicht en begeleiding nodig hebben. De overige middelen worden beschikbaar gesteld aan de gemeenten. De gemeenten in de Leidse regio hebben besloten om tot 2029 alle gemeentelijke middelen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang in één budget samen te voegen. De gemeente Leiden is hierbij aangewezen als budgethouder. De uitgaven worden vanuit het programma Maatschappelijke zorg Leidse regio gedaan. Jaarlijks komt er 14 tot 15 miljoen beschikbaar afhankelijk van de landelijke uitkering en de uitgaven op de specialistische zorg. De begroting wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuursoverleg Sociaal Domein Leidse regio. Deze afspraken zijn vastgelegd in de “Herziene samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke Zorg Leidse regio” (RV 23.0096) die door uw raad is vastgesteld op 7 december 2023. Informeren gemeenteraad over voortgang programma U ontvangt tijdens de looptijd van het programma jaarlijks een brief waarin staat wat de stand van zaken is rondom de uitvoering en voortgang van het programmaplan MZ LR. Wanneer er zich nieuwe ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op de gemeente en dringend aandacht nodig hebben informeren wij u tussentijds.

Pagina 3 van 4

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 4 van 4

Programma Maatschappelijke Zorg

Alle inwoners horen erbij! Samen bouwen aan Maatschappelijke zorg in de Leidse regio Programmaplan 2023-2029

Maart 2024 Conceptversie 9.1

Programmaplan Mz Leidse regio

1

Inhoudsopgave Voorwoord........................................................................................ 3 Inleiding programmaplan Maatschappelijke zorg....................... 4 1. Onze ambitie. ............................................................................. 7 1.1. Ambitie.................................................................................... 7 1.2. Missie....................................................................................... 7 1.3. Drie Actielijnen.......................................................................8 2. Krachtenveld rondom het programma................................... 9 2.1. Samenwerking Leidse regiogemeenten. ............................9 2.2. Samenwerking Holland Rijnland, De Leidse regio, Duin- & Bollenstreek en De Rijnstreek ...............................9 2.3. Veranderende wet- en regelgeving...................................... 10 2.4. Maatschappelijke ontwikkelingen. ...................................... 10

4. Actielijn 1 Preventie................................................................... 13 4.1. Doel 1 Vergroten bestaanszekerheid .................................13 4.2. Doel 2 Versterken van de assertieve zorgketen. ...............18 4.3. Doel 3 Doorontwikkelen maatschappelijke opvang..........22 5. Actielijn 2 Wonen is de basis.................................................... 27 5.1. Doel 1 Een evenwichtig woonaanbod.................................27 5.2. Doel 2 Scheiden wonen-zorg................................................ 30 5.3. Doel 3 Versterken inclusieve buurt. .................................... 30 6. Actielijn 3 Passende ondersteuning........................................ 32 6.1. Doel 1 Doorontwikkelen van passende ondersteuning. ..34 6.2. Doel 2 Versterken doorlopende lijn van ondersteuning...37 7 Financiën. ...................................................................................... 40

3. Aanpak van het programma. ................................................... 11 3.1. Leidende principes ................................................................ 11 3.2. Gezamenlijk ontwikkelproces ............................................. 12 3.3. Monitoring. ............................................................................. 12 3.4. Rol en inrichting programmateam. ..................................... 12 3.5. Anders denken, anders doen............................................... 12

Programmaplan Mz Leidse regio

Bijlagen. ............................................................................................ 42  isicofactoren en beschermende factoren Bijlage 2 R dak- en thuisloosheid...................................................... 43 Bijlage 3 P  rogrammateam Maatschappelijke zorg Leidse regio....................................................................... 45

2

Voorwoord Allereerst dank aan de maatschappelijke partners en onze collega’s die hebben bijgedragen aan dit programmaplan. In het bijzonder ook dank aan de ervaringsdeskundigen die hun persoonlijke verhalen met ons hebben willen delen. Als één van de voorlopers in Nederland heeft de regio Holland Rijnland de Maatschappelijke zorg, waaronder beschermd wonen en de maatschappelijke opvang, volledig doorgedecentraliseerd. Per 1 januari 2023 zijn de gemeenten in Holland Rijnland zelf verantwoordelijk voor de Maatschappelijke zorg. Het doel is de ondersteuning zo dicht mogelijk in de eigen leefomgeving van onze kwetsbare inwoners te organiseren, een breder palet aan woonvormen te creëren en deelname van inwoners aan de samenleving zo gewoon mogelijk te laten zijn. Want alle inwoners horen erbij! De Leidse regio gaat nog een stapje verder. De verdere verandering van de Maatschappelijke zorg wordt als één opgave, één plan, één regio en met één budget opgepakt. Er wordt een periode van zes jaar (2023-2029) genomen om samen met partners acties op te pakken die voor onze inwoners het verschil maken. In dit programmaplan Maatschappelijke zorg Leidse regio 2023-2029 staan daarvoor de ambities beschreven, uitgewerkt in een drietal Actielijnen. We bouwen voort op wat al is bereikt.

De afgelopen jaren zijn er al mooie acties ondernomen zoals het realiseren van een respijthuis voor inwoners met psychische problemen, zorgen dat inwoners met passende ondersteuning thuis kunnen blijven wonen en de gezamenlijke inkoop voor wonen met ondersteuning en begeleiding. We hebben de manier van werken zoals we die kenden, met de doordecentralisatie kritisch bekeken en vergaand aangepast. Dat betekent dat we de komende tijd nog tegen zaken aanlopen die opnieuw

Programmaplan Mz Leidse regio

moeten worden afgesproken of uitgewerkt. Dat is normaal bij zo’n grote verandering. Daarnaast zijn er nieuwe vraagstukken die onze aandacht vragen. Denk daarbij aan dak- en thuisloze inwoners die bijvoorbeeld ergens op een bank slapen of in caravans wonen. Zij komen niet altijd in aanmerking voor opvang. Ook lukt het voor sommige inwoners niet om vanuit een opvanglocatie of woonzorgvoorziening door te stromen naar een passende woonplek omdat die niet beschikbaar is. Andere inwoners lopen vast bij hun herstel omdat onze systeemwereld niet altijd aansluit bij wat zij nodig hebben. Dit zijn enkele vraagstukken waar we ons met dit programma op richten. We kunnen de ambities in de Leidse regio alleen samen waarmaken. We zijn daarvoor afhankelijk van onze partners zoals woningcorporaties, welzijnsorganisaties, zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen én onze collega’s van de Leidse regiogemeenten. Het programma raakt het werk van velen van ons. Al jullie kennis, ervaring, energie en ideeën zijn nodig om het verschil te maken. We nodigen daarom iedereen van harte uit om mee te denken en vooral ook om mee te doen! Namens de bestuurders uit de Leidse regio, Julius Terpstra Wethouder Wonen, Bouwen en Welzijn gemeente Leiden Leiden, april 2024 Voor vragen, suggesties en ideeën zijn wij bereikbaar via het gezamenlijk e-mailadres programmateammzlr@leidse-regio.nl

3

Inleiding programmaplan Maatschappelijke zorg Het programmaplan sluit aan op de landelijke adviezen en ambities die zijn gegeven op het terrein van de Maatschappelijke zorg1. Het gaat hier om de aanpak van dak- en thuisloosheid en de transformatie beschermd wonen. Met name op het terugdringen van dakloosheid wordt stevig ingezet. Om context te bieden aan het programmaplan schetsen wij hier kort de landelijke adviezen en ambities.

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving geeft in haar advies ‘Herstel begint met een Thuis’ (2020) aan dat een structureel andere aanpak van dak- en thuisloosheid nodig is. Niet de maatschappelijke opvang, maar een plek om te wonen staat centraal. In 2021 spraken de EU-lidstaten in de Verklaring van Lissabon af dat vanaf 2030 niemand onvrijwillig op straat mag slapen. Daarnaast moet het verblijf in opvanglocaties zo kort mogelijk duren. Thuisloze mensen die een zorginstelling, penitentiaire instelling of ziekenhuis verlaten, moeten een aanbod van passende huisvesting krijgen. Ook moeten huisuitzettingen te allen tijde voorkomen worden en niemand mag uit huis gezet worden zonder dat er een alternatief onderdak wordt geboden.

fors en structureel terug te dringen. In het actieplan wordt een stabiele thuisbasis als uitgangspunt genomen om problemen duurzaam op te lossen. Een eigen woning is een cruciaal startpunt voor herstel, of het nu gaat om het aanpakken van een verslaving, het vinden van werk of het oplossen van psychische problematiek. Het slagen hiervan is niet alleen in het belang van het individu, maar ook van de maatschappij als geheel. Zodat mensen zo snel mogelijk weer mee kunnen doen aan de maatschappij, naar eigen wensen en vermogen. Bij het vinden van de oplossingen moeten de eigen regie, stem en verantwoordelijkheid van inwoners centraal staan. Acties van gemeenten moeten gericht zijn op bestaanszekerheid, preventie, het versterken van de uitvoeringspraktijk en dienstverlening aan inwoners, én huisvesting als startpunt in beleid en uitvoering. In het Actieplan wordt gesproken van een systeemverandering die niet alleen iets vraagt van gemeenten maar ook van alle partners. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid gaat over alle mensen die rechtmatig in Nederland verblijven, te maken hebben met sociale problematiek en een urgente woonvraag hebben. Het plan gaat niet over mensen zonder verblijfsvergunning, daarop is het vreemdelingenbeleid van toepassing.

Aansluitend zet het Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een Thuis’ (2021) in op een verschuiving in denken en doen. Een verschuiving in de manier waarop we kijken naar dak en thuisloosheid en in hoe we er mee omgaan. Het plan komt voort uit de ambitie om dak- en thuisloosheid in Nederland

Voortbouwend op het Nationaal Actieplan Dakloosheid is het programma ‘Een thuis voor iedereen’ opgesteld. Dit programma is onderdeel van de nationale woon- en bouwagenda en heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen2 met een evenredige

1

2

Aanpak dak- en thuisloosheid

Maatschappelijke zorg: verzamelterm voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Programmaplan Mz Leidse regio

Aandachtsgroepen: dak- en thuislozen, beschermd wonen, statushouders, studenten, ouderen etc. 4

verdeling over gemeenten én met de juiste zorg en ondersteuning. Gemeenten krijgen de opdracht om (prestatie) afspraken te maken die er tot en met 2030 toe leiden dat er 900.000 woningen in Nederland worden gebouwd waarvan 250.000 sociale huurwoningen. Dit laatste met het oog op betaalbare woningen voor aandachtsgroepen, waaronder dak- en thuislozen. Verder worden gemeenten gevraagd zorg te dragen voor meer balans in de woningvoorraad met het streven van 30% sociale huur. Voor huisvesting aandachtsgroepen moeten alle gemeenten een woonzorgvisie opstellen en een verordening waarmee zij met voorrang woningen toewijzen aan aandachtsgroepen zoals dak- en thuisloze inwoners.

Transformatie beschermd wonen Bovenstaande ontwikkeling sluit inhoudelijk ook aan bij het advies van de commissie Dannenberg (2016). In het advies staat dat deelname aan de samenleving door inwoners in een kwetsbare situatie centraal staat. Ook wordt er gesproken van een transformatie van beschermd wonen in zorginstellingen naar beschermde woonplekken in de wijk, zodat inwoners in een kwetsbare situatie in hun eigen leefomgeving mee kunnen doen aan de samenleving. De Rijksoverheid wil dat de verantwoordelijkheid voor beschermd wonen niet langer bij één centrumgemeente ligt, maar dat elke gemeente zelf verantwoordelijk wordt voor beschermd wonen. Met deze wetswijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verwacht de rijksoverheid dat gemeenten zelf de regie gaan nemen en passende kleinschalige woonzorgvoorzieningen voor hun inwoners gaan ontwikkelen. Het formele rijksbesluit is nog niet genomen. Op het moment dat het programmaplan is geschreven is de vorming van een nieuw kabinet, na de verkiezingen, nog in volle gang. De wetswijziging van de doordecentralisatie Beschermd wonen en het daarmee samenhangende woonplaatsbeginsel is op de lijst met controversieel verklaarde onderwerpen komen te staan en zal pas na vorming van nieuw kabinet (mogelijk) opnieuw op de agenda worden gezet.

Medio 2024 zal duidelijker worden wanneer besluitvorming op Rijks­ niveau formeel zal gaan plaatsvinden.

Programmaplan Mz Leidse regio

5

Doordecentralisatie Maatschappelijke zorg Holland Rijnland en Leidse regio Alhoewel het Rijk het besluit over de wetswijziging formeel dus nog niet heeft genomen, hebben de gemeenten van de regio Holland Rijnland per 1 januari 2023 de Maatschappelijke zorg al gedecentraliseerd. Vanaf deze datum is de verantwoordelijkheid voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang, grotendeels bij de individuele gemeenten van de regio Holland Rijnland komen te liggen. Enkele heel specialistische voorzieningen binnen de Maatschappelijke zorg blijven de gemeenten van Holland Rijnland gezamenlijk organiseren. Door het programma maatschappelijke zorg Leidse regio wordt nauw samengewerkt met de andere subregio’s en de specialistische maatschappelijke zorg op Holland Rijnland. Realisatie van de adviezen en ambities over de aanpak dak- en thuisloosheid en beschermd wonen, waarbij elke gemeente in de Leidse regio verantwoordelijk is voor de eigen Maatschappelijke zorg is een ambitie van formaat. De opgave is complex en vraagt om een samenhangende aanpak waarbij veel inzet, kennis en ervaring vanuit verschillende organisaties en disciplines nodig is. Daarnaast moet worden samengewerkt op verschillende niveaus, op verschillende gebieden en met verschillende partners om duurzame resultaten te behalen. De Leidse regiogemeenten hebben daarom gekozen voor een programmatische aanpak.

Deze kenmerkt zich door een veelheid aan samenhangende inspanningen waarbij de opgaven en de meningen, belangen en posities van strategische partners vooraf nog niet helemaal duidelijk zijn. Bij de inspanningen gaat het om een verscheidenheid aan activiteiten zoals het verbeteren van processen en werkwijzen, projecten en pilots rondom innovaties. Het geheel aan inspanningen is bepalend voor het behalen van de gewenste resultaten. Dit programma start met de procesaanpak om samen met strategische partners de opgaven concreter te maken.

Programmaplan Mz Leidse regio

Leeswijzer Het programmaplan is geschreven voor alle partners, zoals medewerkers van gemeenten, zorgaanbieders, corporaties, vrijwilligers- en welzijnsorganisaties en ervaringsdeskundigen. Waar vakjargon niet vermeden kan worden, wordt in de tekst verhelderende uitleg gegeven of met een voetnoot gewerkt. Bijvoorbeeld het gebruik op landelijk niveau van de overkoepelende term ‘beschermd wonen’, voor alle varianten van woonzorgvoorzieningen voor inwoners die nog niet helemaal zelfstandig kunnen wonen. In de Leidse regio geven we de voorkeur aan de verzamelterm ‘wonen met ondersteuning’. De doelgroep van de Maatschappelijke zorg gaat over inwoners in een kwetsbare situatie. Voor de leesbaarheid spreken we over inwoner of inwoners. Om concrete voorbeelden te geven van de impact van maatschappelijke zorg hebben we ervaringsdeskundigen gevraagd om hun ervaringen en inzichten te delen. Deze zijn te vinden in deze gekleurde tekstvakken en zijn random opgenomen in het programmaplan. In hoofdstuk 1, getiteld ‘onze ambitie’, beschrijven wij wat we met het programma Maatschappelijke zorg willen bereiken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op het krachtenveld rondom het programma Maatschappelijke zorg. In hoofdstuk 3 gaan we in op de aanpak en leidende principes van het programma.

De inspanningen voor de komende periode zijn verder uitgewerkt in drie hoofdstukken met specifieke Actielijnen: 3 ‘Preventie’, 4 ‘Wonen is de basis’ en 5 ‘Passende ondersteuning’. Voor elke Actielijn worden de recente ontwikkelingen beschreven, gevolgd door een overzicht van de te ondernemen acties. Het laatste hoofdstuk is hoofdstuk 7 en gaat over de financiën.

6

1. Onze ambitie 1.1. Ambitie Alle inwoners horen erbij, met bijzondere aandacht voor inwoners die zich in een kwetsbare situatie bevinden of het risico lopen hierin terecht te komen. Voor deze inwoners organiseren we passende ondersteuning om zo zelfstandig en normaal mogelijk te kunnen wonen, leven en deelnemen aan de samenleving. Zo nodig wordt opvang geboden als een inwoner dak- of thuisloos is. We zetten hierbij in op een zo spoedig mogelijk herstel en uitstroom naar een passende woning voor inwoners. De Leidse regio heeft bij de voorbereiding op de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg al stappen gezet, de ambitie is om de verdere ontwikkelingen rondom de doordecentralisatie voort te zetten vanuit het programma Maatschappelijke zorg Leidse regio.

1.2. Missie De missie van het programma Maatschappelijke zorg is het zoveel mogelijk voorkomen van kwetsbare situaties voor inwoners en het bieden van passende ondersteuning als een inwoner toch in een kwetsbare situatie terecht komt. We hebben de opdracht om kwalitatief goede ondersteuning voor inwoners in een kwetsbare situatie te organiseren: integraal, dichtbij en op maat. We gaan inwoners waar mogelijk in hun eigen woonomgeving de benodigde ondersteuning bieden, in plaats van inwoners in een woonzorgvoorziening of maatschappelijke opvang te plaatsen. Als opvang toch nodig is, dan duurt deze zo kort mogelijk en is deze zoveel mogelijk nabij de eigen woonomgeving. We gaan de focus verschuiven van reactieve ondersteuning achteraf naar preventie vooraf. Dak- en thuisloosheid benaderen we als een woonprobleem en niet als een zorgprobleem. Daarbij gaan we de situatie van

Programmaplan Mz Leidse regio

de inwoner als uitgangspunt nemen en niet de systeemwereld waarin zorg en ondersteuning via allerlei wetten, regels, procedures en afspraken worden georganiseerd. Als onderdeel van onze aanpak gaan we, daar waar deze nog niet voldoende aanwezig zijn, netwerken en wijken verstevigen en ontwikkelen die deelname aan de samenleving ondersteunen voor elke inwoner. We zullen werken aan de verschuiving van de focus op zorg naar het faciliteren van optimale ondersteuningsmogelijkheden voor onze inwoners. Door deze benadering zorgen we ervoor dat inwoners in een kwetsbare situatie grip houden op hun leven. Ook willen we met deze aanpak ervoor zorgen dat verblijf in een opvanglocatie of een woonzorgvoorziening wordt voorkomen of zo kort mogelijk duurt. De roep om preventie klinkt steeds duidelijker. Hiertoe moeten de onder­ liggende oorzaken van het ontstaan van kwetsbare situaties zorgvuldig in kaart worden gebracht om ze structureel aan te kunnen pakken. Voor de Maatschappelijke zorg in de Leidse regio betekent dit naast de verschuiving naar preventie, dat er ook voldoende beschikbare woningen en toegankelijke ondersteuning in de nabije leefomgeving van de inwoner moeten worden georganiseerd.

7

1.3. Drie Actielijnen De missie is uitgewerkt in drie samenhangende Actielijnen: 1. Preventie 2. Wonen is de basis 3. Passende ondersteuning De Actielijnen zijn uitgewerkt in doelen, subdoelen en acties. De uitwerking in drie Actielijnen betreft een schematische uitwerking van de missie. Zij staan in de praktijk niet los van elkaar. De verschillende inspanningen binnen de Actielijnen raken elkaar en worden dan ook gezamenlijk opgepakt. We leggen het accent binnen het programma Maatschappelijke zorg op het verder brengen van de al behaalde resultaten bij de doordecentralisatie van de Maatschappelijke zorg. Ook ontwikkelen we nieuwe uitvoeringspraktijken. Dit doen we samen met onze maatschappelijke partners, inwoners en onze collega’s binnen de afzonderlijke gemeenten. Met het programmateam hebben we de opdracht om dat transformatieproces aan te jagen, te agenderen, te ontwikkelen en te realiseren.

Programmaplan Mz Leidse regio

8 Foto: Eveline van Egdom

2. Krachtenveld rondom het programma In dit hoofdstuk beschrijven we kort het krachtenveld rondom het programma Maatschappelijke zorg Leidse Regio. Het programma Maatschappelijke zorg Leidse regio heeft te maken met verschillende samenwerking niveaus en wordt beïnvloed door veranderende wet- en regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen.

2.1. Samenwerking Leidse regiogemeenten Nu alle gemeenten in de Leidse regio zelf verantwoordelijk zijn voor de Maatschappelijke zorg betekent dit dat veranderingen in de Maatschappelijke zorg in alle vijf gemeenten van de Leidse regio geïmplementeerd moeten worden, waarbij rekening moet worden gehouden met de onderlinge verschillen van de Leidse regiogemeenten. Gemeenten hebben hierbij vanwege onderlinge verschillen niet altijd hetzelfde vertrekpunt. Het welzijnswerk is bijvoorbeeld in elke gemeente anders georganiseerd. Op bepaalde vraagstukken zal de gemeente Leiden, vanuit haar voormalige rol als centrumgemeente, een voorsprong hebben op de andere Leidse regiogemeenten. Daarom kijken we bij dergelijke vraagstukken naar de aanpak in Leiden, om te zien of deze kan worden uitgebreid naar de andere Leidse regiogemeenten. Omgekeerd is dit soms ook het geval. In Leidse regiogemeenten floreren kleinschalige initiatieven waar we van kunnen leren en welke we in de Leidse regio kunnen doorontwikkelen. Door samenwerking kunnen we leren van de verschillen tussen gemeenten. De acties uit het programmaplan raken ook de reguliere beleids- en uitvoeringswerkzaam­ heden binnen de Leidse regiogemeenten. Voor medewerkers binnen de reguliere beleids- en uitvoeringswerkzaamheden in de Leidse regiogemeenten ligt de opdracht om mede invulling te geven aan de transformatie.

Vanuit het programma werken we daar nauw mee samen.

Programmaplan Mz Leidse regio

In het programmateam zijn van alle vijf Leidse regiogemeenten beleidsmedewerkers werkzaam. De beleidsmedewerkers team fungeren als de verbinder tussen de eigen gemeente en het programma Maatschappelijke zorg. We houden ons, samen met onze lokale collega’s bezig met de verander­ opgaven en de implementatie hiervan in de lokale gemeenten. Ook bereiden we de lokale besluitvormingsprocessen voor en adviseren we de colleges van burgemeester en wethouders over de Maatschappelijke zorg.

2.2. Samenwerking Holland Rijnland, De Leidse regio, Duin- & Bollenstreek en De Rijnstreek De aanpak van de lokale Maatschappelijke zorg wordt in de drie subregio’s van Holland Rijnland verschillend georganiseerd. 3 De Leidse regio heeft hierbij voor een programmatische aanpak gekozen. Op Holland Rijnland niveau is ook een programmateam actief dat stuurt op de voortgang van de transformatie. De drie subregio’s en regio Holland Rijnland vormen gezamenlijk het regionale programmateam Holland Rijnland’. Naast het ‘regionaal programmateam’ hebben de beleidsmedewerkers van de drie subregio’s zich georganiseerd in het ‘regionaal werkoverleg Maatschappelijke zorg’. De werkgroep draagt zorg voor de samenwerking tussen regionaal én de drie subregio’s waar we knelpunten bespreken die aanleiding zijn om beleid rondom de Maatschappelijke zorg aan te passen en op elkaar af te stemmen.

3

Holland Rijnland: bestaat uit 13 gemeenten verdeeld over drie subregio’s: Leidse regio, Rijnstreek en de Duin- en Bollenstreek 9

2.3. Veranderende wet- en regelgeving Ook veranderende wet- en regelgeving is van invloed op het programma Maatschappelijke zorg Leidse regio. Er is een aantal wetsvoorstellen in voorbereiding. Zo komen er aanpassingen in de Woonwet met gevolgen voor huisvesting en huurbepaling. Dit heeft ook gevolgen voor de huisvesting van aandachtsgroepen. In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Die heeft gevolgen voor hoe gemeenten de participatie van hun inwoners kunnen vormgeven. Het wetsvoorstel over de doordecentralisatie van beschermd wonen dat door het Rijk is aangekondigd zal op zijn vroegst in 2025 ingaan. Ook op het terrein van de Wet langdurige zorg (Wlz) staan wetswijzigingen op stapel. Het programmateam Maatschappelijke zorg zal samen met de collega’s binnen de gemeenten én de maatschappelijke partners anticiperen op de komende wijzigingen in wet- en regelgeving. Voor een deel van deze vraagstukken zijn andere afdelingen en programma’s actief binnen de gemeenten in de Leidse Regio. Het programmateam Maatschappelijke zorg werkt nauw samen met de andere programma’s en afdelingen om af te stemmen en aansluiting te zoeken. Bijvoorbeeld met afdelingen wonen of rondom de IZA en GALA.

2.4. Maatschappelijke ontwikkelingen Het krachtenveld van het programma wordt mede bepaald door de landelijke uitdagingen. Bijvoorbeeld het tekort aan woningen, krapte op de arbeidsmarkt en toenemende financiële lasten hebben invloed op het de doelen in het programma. Het gebrek aan betaalbare woningen en de stijgende lasten leiden ertoe dat meer inwoners in een kwetsbare situatie belanden. Het vereist van ons en onze samenwerkingspartners dat we samen op zoek gaan naar creatieve oplossingen!

Programmaplan Mz Leidse regio

10

3. Aanpak van het programma In dit hoofdstuk beschrijven we onze aanpak. Het programma Maatschappelijke zorg steunt op een uitgebreid netwerk van diverse partners, waaronder gemeenten, collega’s, zorgaanbieders, inwoners, woningcorporaties, ervaringsdeskundigen, vrijwilligers en welzijnsorganisaties. Dit gevarieerde samenwerkingsverband is essentieel om de beoogde transformatie te realiseren. We hanteren een communicatieprincipe dat is gericht op dialoog. Binnen het programma vormt de gezamenlijke zoektocht, gebaseerd op gedeelde visies en ambities, het fundament.

1. De inwoner doet mee De inwoners en hun mogelijkheden staan centraal bij alles wat we doen.

2. Doen wat nodig is We zetten in op het ontwikkelen van eigen kracht, eigen netwerk en samenredzaamheid.

3. Aanwezig We zijn nieuwsgierig en aanwezig met een luisterend oor.

Deze werkwijze vraagt om een hoog niveau van betrokkenheid en geïnformeerdheid van alle betrokken partijen, aangezien de toekomst onzeker is en de kracht ligt in gezamenlijkheid. Om gedurende het programma alle partners op de hoogte te houden, stellen we een communicatieplan op. Dit plan draagt eraan bij dat alle betrokkenen continu geïnformeerd blijven en actief deel­ nemen aan de gezamenlijke inspanningen.

3.1. Leidende principes Het werken vanuit dialoog vraagt om een set van leidende principes die hierbij ondersteuning biedt. De leidende principes zijn mede opgesteld met het cliëntervaringspanel. De principes zijn in beweging en kunnen gedurende het programma nader worden aangescherpt, om tot een algemeen aanvaarde set van principes te komen.

Programmaplan Mz Leidse regio

4. Flexibel We sturen door te leren en verbeteren.

5. Respect We zijn betrouwbaar, denken en handelen inclusief en werken in partnerschap.

6. Eenvoud We werken aan een overzichtelijk en minder versnipperd zorglandschap. We werken toe naar minder bureaucratie.

11

3.2.

Gezamenlijk ontwikkelproces

3.4. Rol en inrichting programmateam

Het gezamenlijk streven naar de gewenste veranderingen binnen de Maatschappelijke zorg vereist collectief leren en ontwikkelen. Om dit te bewerkstelligen worden diverse methoden en instrumenten toegepast, waaronder ontwikkeltafels, klankbordgroepen, casuïstiekbesprekingen, brainstormsessies, werkbezoeken, pilots en meer. Een wezenlijke rol in dit leer- en ontwikkelproces is weggelegd voor inwoners, ervaringsdeskundigen en cliëntenpanels. Vanuit hun persoonlijke ervaring kunnen zij aangeven waar de uitdagingen van de transformatie liggen. Daarvoor zullen instrumenten zoals storytelling, panelbijeenkomsten, cliëntervaringsonderzoeken en interviews worden ingezet.

De rol van het programmateam is om te verbinden, aan te jagen en te zoeken naar nieuwe oplossingen en concepten die ervoor zorgen dat inwoners niet in een kwetsbare situatie terecht komen, ofwel een thuis hebben en kunnen rekenen op passende ondersteuning. Elke gemeente in de Leidse regio is vertegenwoordigd in het programmateam. Daarnaast is er in het programmateam een senior projectmedewerker, beleidsondersteuner/management­ assistent, senior contractmanager en projectmanager huisvesting werkzaam. Het programmateam wordt aangestuurd door een programmamanager. In bijlage 3 is een overzicht van de leden van het programmateam opgenomen.

3.3. Monitoring

Om de transformatie te realiseren, zullen we anders moeten gaan denken en doen. We moeten belemmerende overtuigingen loslaten en openstaan voor nieuwe invalshoeken. Het is hierbij essentieel dat we buiten onze kaders durven te stappen en in gezamenlijkheid met de partners gaan experimen­ teren met nieuwe oplossingen.

Om inzicht in de voortgang te hebben, monitoren we de acties die in dit plan zijn opgenomen vanaf 2024. We houden bij wat de ontwikkelingen zijn, of de ingezette acties tot de gewenste resultaten leiden en sturen bij waar nodig. Dit doen we samen met de partners waarbij we ons baseren op de kwantitatieve en de kwalitatieve informatie die we met elkaar verzamelen.

Programmaplan Mz Leidse regio

3.5. Anders denken, anders doen

12

4. Actielijn 1 Preventie In dit hoofdstuk bespreken we Actielijn 1 Preventie en de bijbehorende doelen. Deze is opgesteld aan de hand van het landelijk preventiebeleid dakloosheid, zoals vastgesteld door Impuls Onderzoekscentrum. Met deze Actielijn richten we ons vooral op inwoners die dreigen dak- en thuisloos te worden, dak- en thuisloos zijn en in de maatschappelijke opvang verblijven én inwoners die gaan uitstromen naar zelfstandig wonen. De kern van deze Actielijn is het aanpakken van de oorzaken van uitsluiting van deelname aan de samenleving onder deze inwoners, zoals het stigma dat op dak- en thuis­ loze inwoners ligt. Door middel van preventie voorkomen we uitsluiting van deelname aan de samenleving. Preventie is enerzijds het versterken van factoren die dak- en thuisloosheid voorkomen, dit noemen we beschermende factoren. Preventie is anderzijds het verminderen van factoren die tot dak- en thuisloosheid kunnen leiden, die we risicofactoren noemen. Een overzicht van beschermende en risicofactoren is opgenomen in bijlage 2. In de Leidse regio is de afgelopen jaren veel gedaan aan preventie. Om een duidelijk beeld te krijgen van wat er al is bereikt en wat er nog moet gebeuren, zal in 2024 de Preventiescanner Dakloosheid van Impuls Onderzoekscentrum worden uitgevoerd.

De Preventiescanner Dakloosheid geeft gemeenten van de Leidse regio een beeld van de huidige preventieve aanpak van dak- en thuisloosheid. Wat is de effectiviteit ervan, wat willen we behouden en wat zijn kansen voor versterking? De preventiescanner herhalen we over enkele jaren om te zien of de aanpak verbeterd is.

Programmaplan Mz Leidse regio

Voor Actielijn 1 Preventie zijn drie doelen met daaronder subdoelen geformuleerd: a. Doel 1: Vergroten bestaanszekerheid b. Doel 2: Versterken assertieve zorgketen c. Doel 3: Doorontwikkelen maatschappelijke opvang

4.1. Doel 1 Vergroten bestaanszekerheid Moos (40 jaar), over de gevolgen van financiële problemen “Toen ik psychoses kreeg, ging ik niet goed met mijn geld om. Ik had mijn financiën niet op orde. Ik had op een gegeven moment mijn huur niet betaald en werd uit de flat gezet in 2017. Ik had daarbij geen hulp gezocht. Waar ik tegenaan ben gelopen is dat zonder mijn medeweten dingen werden geregeld en gedaan zoals uit het huis gezet worden, schuldhulpverlening en onder bewindvoering.”

In ons programma omvat bestaanszekerheid een stabiel thuis, een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, voldoende gezondheid en zelfregie en betekenisvolle relaties. Bestaanszekerheid is de basis om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Met de uitkomsten van de Preventiescanner Dakloosheid, gaan we werken aan het versterken van bestaanszekerheid voor alle inwoners.

13

Shirley (35 jaar), over stigmatisering “Op het moment doe ik een opleiding tot ervaringsdeskundige. Ik heb een leuke vriendin, een huis en een inkomen. Ik heb weer zin in het leven en heb dan ook zingeving kunnen vinden in het werk dat ik wil gaan doen. Advies: probeer door een diagnose heen te kijken. Richt je niet op stigma. We zijn allemaal neurodivers. Probeer goed te luisteren naar de anderen dus niet zelf invullen, ga zonder te vooroordeel het gesprek in. Een diagnose is niet te genezen want het is geen ziekte, het is namelijk een gevolg van…. Probeer buiten de boekjes te denken wanneer het niet binnen de boekjes lukt, probeer op langere termijn te investeren in ervaringsdeskundigheid, en tot slot blijf zo menselijk mogelijk!”

Programmaplan Mz Leidse regio

14

4.1.1. Subdoel 1 Een stabiel thuis Een stabiel thuis betekent wonen zonder de dreiging dak- en thuisloos te worden. Acties die bijdragen aan een stabiel thuis zijn: het tijdig betalen van de vaste woonlasten, het oplossen van betalingsachterstanden zoals huurschulden, het vroegtijdig signaleren en aanpakken van overlast en onveilige situaties, de mogelijkheid van een huurcontract met verplichte ondersteuning, en het hanteren van een tweede kans-beleid bij woningbouwcorporaties. Met woningbouwcorporaties onderzoeken we de mogelijkheden om het ‘tweede kans’ beleid breder toe te passen. We bedoelen hiermee afspraken met de inwoner rondom ondersteuning om een huisuitzetting te voorkomen. Bijvoorbeeld een huurcontract waarin is opgenomen dat begeleiding verplicht is. Ook het inzetten van mediation en buurtbemiddeling zijn voorbeelden van een ‘tweede kans’ beleid. De instrumenten worden geëvalueerd en zo nodig verbeterd. Aanvullend hierop onderzoeken we of we met particuliere verhuurders dezelfde afspraken kunnen maken. We onderzoeken bijvoorbeeld een mogelijkheid om het Convenant ter voorkoming van uithuiszettingen uit te breiden naar particuliere verhuurders.

4.1.2. Subdoel 2 Voldoende en voorspelbaar inkomen Een voldoende en voorspelbaar inkomen is een cruciale voorwaarde voor een stabiel thuis. De afdelingen Werk en Inkomen, die de Participatiewet uitvoeren,4 hebben interventies ontwikkeld om het inkomen van inwoners in een kwetsbare situatie snel op orde te krijgen. We gaan onderzoeken of deze interventies kwetsbare inwoners helpen en of we deze interventies vaker kunnen inzetten. We zetten daarbij de belangen van de doelgroep op de eerste plaats. Ook als dit incidenteel betekent dat om het doel te bereiken er een uitzondering op wet- en regelgeving gemaakt moet worden. Daarna volgt het beheren van dit inkomen door het voeren van een goede thuisadmini­ stratie. Inwoners die moeite hebben met beheer en behoud van hun inkomen moeten hierbij passende ondersteuning krijgen die toegankelijk is. Een initiatief dat bijdraagt aan een voldoende en voorspelbaar inkomen voor 4

inwoners is de pilot Basisinkomen voor Jongeren. Deze wordt in 2024 door de gemeente Leiden gestart. Als de pilot succesvol is, kan die mogelijk ook geïmplementeerd worden bij de andere Leidse regiogemeenten. Een voorbeeld van een initiatief dat bijdraagt aan beheer en behoud van inkomen is de aanpak waarbij een uitkering op 1 eurocent blijft staan wanneer een inwoner werk heeft gevonden. Bij eventueel verlies van werk kan de uitkering daardoor direct worden hervat omdat een aanvraag en onderzoek dan niet nodig is. Schulden, zoals huurachterstanden kunnen hiermee worden voorkomen.

4.1.3. Subdoel 3 Voldoende gezondheid en zelfregie Inwoners die gezond zijn en zelf hun keuzes kunnen maken, kunnen persoonlijke doelen nastreven die van belang zijn voor het eigen welbevinden en dat van hun naasten. Voor inwoners in een kwetsbare situatie is het essentieel dat zij eenvoudig toegang hebben tot zorgvoorzieningen, zoals geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en verslavingszorg. Deze zorg draagt bij aan welbevinden in de breedste zin van het woord. Samen met ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners, gaan we onderzoeken welke gezondheidsvoor­ zieningen nodig zijn, hoe toegankelijk deze zijn en waar de kansen liggen voor versterking. Hierbij trekken we gezamenlijk op met de programma’s Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA). Vraagstukken die niet worden meegenomen in het programma GALA en IZA, zullen wij zelf oppakken. Bij zelfregie gaat het erom dat inwoners zelf de regie kunnen voeren over hun leven. Verschillende vormen van zelfhulp en lotgenotencontacten zijn beschikbaar om zelfregie te versterken. In samenwerking met de maatschappelijke partners en ervaringsdeskundigen gaan we onderzoeken of bestaande initiatieven aanvullingen nodig hebben. Ook kijken we of er nieuwe initiatieven nodig zijn.

D  e Participatiewet gaat onder andere over financiële bijstand voor levensonderhoud.

Programmaplan Mz Leidse regio

15

4.1.4. Subdoel 4 Betekenisvolle relaties Betekenisvolle relaties verminderen eenzaamheid en dragen bij aan het welbevinden van inwoners. Deelname aan de samenleving draagt bij aan het voorkomen van dak- en thuisloosheid. Als programmateam Maatschappelijke zorg Leidse regio gaan we, samen met de maatschappelijke partners, voorzieningen ontwikkelen die bijdragen aan het verkrijgen en behouden van betekenisvolle relaties voor inwoners in een kwetsbare situatie. Een voorbeeld daarvan is een inloopcentrum voor (voormalig) dak- en thuis­ loze inwoners. Verschillende maatschappelijke partners nemen al initiatieven om eenzaamheid te voorkomen. Samen met deze partners, betrokken inwoners en ervaringsdeskundigen onderzoeken we of de huidige initiatieven aansluiten bij de behoeften van de doelgroep Maatschappelijke zorg. Hiaten en tekorten worden met de maatschappelijke partners opgepakt en uitgewerkt in nieuwe initiatieven.

Programmaplan Mz Leidse regio

16

4.1.5. Acties bij doel 1 Vergroten bestaanszekerheid

4.1.1

4.1.2

4.1.3

4.1.4

Subdoelen

Acties

Planning

Overstijgend

We voeren de Preventiescanner Dakloosheid uit en naar aanleiding daarvan verbeteren we de preventie van dak- en thuisloosheid.

2024/ tweede meting 2028

We gaan de stigmatisering van inwoners in een kwetsbare situatie tegen.

Doorlopend

We onderzoeken of het mogelijk is om vaste lasten (huur, nutsvoorzieningen en zorgverzekering) in te houden op een bijstandsuitkering voor inwoners die dreigen hun huis te verliezen. Zo mogelijk implementeren we dit.

2024

We onderzoeken of mediation en buurtbemiddeling tijdig en voldoende wordt ingezet ter voorkoming van uithuiszetting bij overlast. Zo nodig verbeteren we dit.

2026

We stimuleren woningbouwcorporaties om meer gebruik te maken van huur­contracten met een driepartijen overeenkomst met verplichte ambulante begeleiding ter voorkoming van huisuitzetting.

Doorlopend

We verbreden het Convenant ‘Voorkomen huisuitzetting’ naar de particuliere verhuurders.

2027

We onderzoeken of het Handelingskader ‘Voorkomen uithuiszettingen door huurachterstand en woonoverlast’ van gemeente Leiden, Leidse regiobreed toepasbaar is en invoeren.

2025 - 2026

Voldoende en voorspelbaar inkomen

We screenen aan de hand van de preventiescan de huidige inkomensvoorzieningen met de afdelingen werk en inkomen en schuldhulpverlening van de gemeenten. Waar nodig organiseren we met de betrokken afdelingen de nodige aanpassingen.

2024

Gezamenlijk met beleidsmedewerkers W&I van de Leidse regio brengen we in kaart welke voorzieningen er al zijn voor inwoners in een kwetsbare situatie. Op basis hiervan maken we met elkaar een plan van aanpak om te kijken hoe we de inkomensvoorzieningen voor deze groep inwoners kunnen verbeteren.

2024 - 2026

Voldoende gezondheid en zelfregie

We laten binnen gezondheidsprogramma’s GALA en IZA voorzieningen opnemen die bijdragen aan een betere gezondheid van inwoners in een kwetsbare situatie.

2024

Met gemeenten, zorgaanbieders en cliënten afspraken maken over de nog niet beschikbare, maar wel noodzakelijke zorgvoorzieningen.

2026 - 2027

We inventariseren de toegankelijkheid van bestaande gezondheidsvoorzieningen en verbeteren die waar nodig.

2026 - 2027

We onderzoeken of er voldoende zelfhulp- en lotgenotencontacten zijn voor inwoners in verschillende kwetsbare situaties. Waar nodig stimuleren we nieuwe initiatieven.

2025 - 2026

We inventariseren de huidige initiatieven die gericht zijn op contacten tussen en met inwoners. We onderzoeken of deze ook geschikt zijn voor inwoners in een kwetsbare situatie en of uitbreiding van de initiatieven nodig en mogelijk is.

2025 - 2026

Een stabiel thuis

Inwoners hebben betekenisvolle relaties

Programmaplan Mz Leidse regio

17

4.2. Doel 2 Versterken van de assertieve zorgketen

4.2.2. Subdoel 2 Vroeginterventie

De assertieve zorgketen is het geheel van activiteiten die ertoe leiden dat zorgmijdende inwoners de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Niet alle inwoners herkennen of erkennen hun eigen zorg- of ondersteuningsbehoeften. Het gaat hier meestal om inwoners die op verschillende levensgebieden ernstige problemen ervaren maar zelf geen hulp zoeken. Om verdere achteruitgang of terugval na herstel te voorkomen hebben deze mensen echter wel zorg of ondersteuning nodig. Assertieve zorg wordt gekenmerkt door vroegtijdig signaleren, actief contact leggen, motiveren, onderhandelen, en enige druk uitoefenen op de zorgmijdende inwoner. Assertieve zorg is geen verplichte zorg, de inwoners behouden hun zelfregie. De acties bij het verstreken van de assertieve zorgketen sluiten aan bij het door de Leidse regio opgestelde Subregionaal kader GGZ (2021).

Een inwoner in een kwetsbare situatie blijft vaak te lang buiten beeld wegens zorgmijdend gedrag. Oorzaken hiervan zijn meestal schaamte over de eigen situatie, het zelf niet herkennen van de hulpvraag, of simpelweg onwetendheid omtrent de instanties waar de hulpvraag gesteld kan worden. Hierdoor kunnen problemen tot een zeer zorgelijk niveau toenemen. Vroeginterventie staat voor een deskundige beoordeling van risico- en stressfactoren in de leefomgeving van deze inwoners, met als doel om zo vroeg mogelijk de hulp te bieden die nodig is om zeer zorgelijke situaties te voorkomen en uitzicht te bieden op een structurele oplossing.

4.2.1. Subdoel 1 Vroegsignalering Het vroegtijdig signaleren van problemen, zoals oplopende schulden of verontrustend gedrag, draagt bij aan het voorkomen van dak- en thuisloosheid en het voorkomen van niet meer kunnen deelnemen aan de samen­ leving. Hiervoor zijn de ‘ogen en oren’ van verschillende partijen van groot belang. Bijvoorbeeld de mensen die individueel nauw betrokken zijn bij inwoners in een kwetsbare situatie. Maar zeker ook organisaties in de buurt van deze inwoners zoals woningcorporaties, politie, huisartsen en sociaal wijkteams. Het moet duidelijk zijn waar inwoners en professionals terecht kan met signalen en dat deze signalen serieus worden opgepakt.

We richten ons op het aanmoedigen en faciliteren van meer mogelijkheden voor vroeginterventie, in samenwerking met gemeenten. Een voorbeeld hiervan is ‘Eerste hulp bij schulden’, waarbij er proactief hulp wordt geboden aan inwoners met schulden. Een andere mogelijkheid die we willen onder­ zoeken is het vergroten van het outreachend werk, waarbij actief op inwoners wordt afgestapt om ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld door de sociaal wijkteams en jeugdteams hierin een rol te geven. Zij kunnen inwoners hierdoor eerder bereiken en de juiste ondersteuning bieden. Bij inwoners met zorgmijdend gedrag is nauwe samenwerking tussen de betrokken maatschappelijke partners noodzakelijk om de juiste ondersteuning voor deze inwoners te kunnen organiseren. Voor dak- en thuisloze inwoners die op straat leven verrichten onze maatschappelijke partners outreachend werk. De groep dak- en thuisloze inwoners wordt groter en begeeft zich vaak rondom het stationsgebied in Leiden, maar ook op andere plekken in de Leidse regio.

Met het programma stimuleren en faciliteren we, in samenwerking met gemeenten en partners, de ontwikkeling en implementatie van voldoende mogelijkheden voor vroegsignalering en melding van signalen bij betrokken organisaties. Bijvoorbeeld bij het Zorg- en Veiligheidshuis, Meldpunt Zorg en Overlast, Crisisinterventieteam gezinnen en zorgnetwerken. We stimuleren het signaleringsoverleg tussen organisaties in de wijken van de verschillende gemeenten in de Leidse regio.

Programmaplan Mz Leidse regio

18

Karin (38 jaar), over samenwerking in de hulpverlening “Ik werd vroegtijdig schoolverlater en heb geen diploma’s maar ben al jong fulltime gaan werken. Tot ik door een burn-out rond mijn 25e werd gedwongen goed naar mijn leven en mijzelf te kijken. Terwijl ik mooie stappen zette om aan mijn toekomst te werken kwam er op mijn 30ste vroegkinderlijk trauma omhoog. Binnen 1,5 jaar raakte ik bijna alles kwijt als gevolg van herbelevingen van incest omdat de hulpverlening niet op gang kwam. Ik raakte mijn baan kwijt omdat ik niet meer goed functioneerde en heb vervolgens een tijd een uitkering gehad maar die raakte ik ook kwijt. Ik verloor mijn vrijwilligerswerk en mijn sociale netwerk. Doordat het onderwerp waar ik mee worstelde zo beladen is konden anderen me moeilijk bijstaan en lukte het niet meer om met zulke intense emoties in sociale situaties te zijn. Ik raakte geïsoleerd en bouwde huurachterstanden op tot ik uiteindelijk mijn kamer kwijtraakte. Na een paar maanden op straat kwam ik in een existentiële crisis terecht. Wat dus begon als 1 trauma probleem eindigde in dakloosheid en psychose, het verlies van mijn eigen identiteit en meer. Ik werd niet serieus genomen in de periode dat nog veel voorkomen had kunnen worden. De twee grote problemen waar ik mee worstelde, incest en dreigende dakloosheid, werden niet gezien en niet erkend.

Ze wisten zich waarschijnlijk ook gewoon geen raad ermee maar hielden me zo onbedoeld wel aan het lijntje. Voor zover mij bekend hebben ze ook nooit onderling contact met elkaar opgenomen, waar ze mijn toestemming zeker voor zouden hebben gekregen, om af te stemmen wat mijn situatie was en of ze samen konden optrekken in mijn ondersteuning.”

Programmaplan Mz Leidse regio

19

4.2.3. Subdoel 3 Gespecialiseerde consultatie Partners in de eerstelijnszorg, sociaal wijkteams, maatschappelijke partners en woningbouwcorporaties, beschikken niet altijd over de specialistische kennis en vaardigheden die nodig zijn om de problemen van inwoners in een specifieke kwetsbare situatie passende ondersteuning te bieden. In de Leidse regio is daarom het initiatief GGZ in de wijk opgezet, waardoor professionals toegang hebben tot expertise op het gebied van geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast biedt zorgaanbieder Brijder consultatie op het gebied van verslavingszorg. We monitoren de effectiviteit van deze voorziening en onderzoeken of er behoefte is aan meer of andere kennis, bijvoorbeeld over licht verstandelijke beperking of forensische zorg onder eerstelijns professionals. Vanaf 2024 financiert de Rijksoverheid via de zorgverzekeraars een deel van de GGZ-consultatie binnen het sociaal domein. We volgen deze ontwikkelingen en anticiperen hierop gezamenlijk met de betrokken partijen.

4.2.4. Subdoel 4 Bemoeizorg Voor zorgmijdende inwoners waarbij lichtere interventies niet tot de gewenste resultaten leiden, wordt bemoeizorg ingezet. Bemoeizorg is een intensieve vorm van outreachende zorg, die wordt toegepast wanneer er signalen zijn over een inwoner in een uitzonderlijk kwetsbare situatie die moeilijk benaderbaar is. Het gaat hierbij om inwoners die geen zorg of ondersteuning ontvangen, dit ook niet willen en vaak in moeilijke of verwaarloosde omstandigheden leven.

Programmaplan Mz Leidse regio

In de gemeenten van de Leidse regio wordt momenteel op verschillende manieren gewerkt aan de toeleiding naar bemoeizorg. Samen met (zorg) partners onderzoeken we welke aanpak het meest geschikt is, als aanvulling op het Subregionaal kader GGZ. Het Meldpunt Zorg- en Overlast van Hecht (GGD) speelt een belangrijke rol als procesregisseur in de assertieve zorgketen en wordt nauw betrokken bij dit proces.

4.2.5. Subdoel 5 Terugvalpreventie De ervaring leert dat een aantal van de inwoners die zich eerder in een kwetsbare situatie bevonden na een periode van herstel weer terugvallen. Deze terugval brengt het risico met zich mee dat de problematiek verergert. Het is daarom noodzakelijk om specifieke interventies in te zetten om terugval te voorkomen. In de Leidse regio zijn er al mogelijkheden voor terugvalpreventie, bijvoorbeeld in de vorm van het Respijthuis van Lumen. Het Respijthuis biedt zelfstandig wonende inwoners in een kwetsbare situatie een adempauze. Dit voorkomt verergering van de problematiek en helpt hen om weer grip te krijgen op herstel. In overleg met ervaringsdeskundigen gaan we onderzoeken hoe we de terugvalpreventie verder kunnen ontwikkelen, uitbreiden en versterken.

20

4.2.6. Acties bij doel 2 Versterken assertieve zorgketen Subdoelen

Acties

Planning

4.2.1

Versterken vroegsignalering

Stimuleren en versterken vroegsignalering onder andere door te kijken naar ‘best practices’ elders in het land.

2027

4.2.2

Uitbreiden vroeginterventie

We onderzoeken welke vroeginterventies ingezet c.q. ontwikkeld moeten worden.

2027

In samenwerking met schuldhulpverlening de werkwijze ‘Eerste hulp bij schulden’ verbreden naar alle gemeenten in de Leidse regio.

2025

Stimuleren en/of het vergroten van de outreachende zorg door sociaal wijkteams, jeugdteams en bemoeizorgpartners.

2027

4.2.3

Vergroten gebruik consultatie specialisten

Evalueren of het aanbod GGZ in de wijk aansluit op de behoeften van professionals. Deze zo nodig verbeteren en/of uitbreiden.

2026

4.2.4

Herinrichten bemoeizorg

Analyseren wat de behoeften en knelpunten zijn bij de Leidse regiogemeenten en zorgpartijen op het gebied van bemoeizorg en opstellen verbeterplan.

2024 - 2025

In samenwerking met Hecht procesregierol van Meldpunt Zorg en Overlast scherper formuleren en borgen.

2024 - 2025

Verkennen onder welke randvoorwaarden eventueel ontbrekende specialismen ingezet kunnen worden ten behoeve van bemoeizorg.

2026

Met ervaringsdeskundigen onderzoeken wat bijdraagt aan het voorkomen van een terugval. Op basis van deze ervaringsverhalen met betrokken partners formuleren, ontwikkelen en realiseren wat er aanvullend nodig is.

2025 - 2027

4.2.5

Terugvalpreventie

Programmaplan Mz Leidse regio

21

4.3. Doel 3 Doorontwikkelen maatschappelijke opvang Jos (21 jaar), over dakloosheid en verslaving bij jongeren “17 jaar en op straat. De perfecte start voor een uitzichtloze toekomst. Ik begon me toen heel eenzaam te voelen en begon ook op andere manieren aan mijn geld te komen zodat ik mijn verslaving kon onderhouden. Na een flinke tijd begon ik te beseffen dat ik niet verder wilde leven op deze manier. Ik heb mezelf laten opnemen. Ik heb hier veel geleerd maar één belangrijk ding kon ik nog niet beseffen. Ik kan niet gecontroleerd gebruiken, daar ben ik heel snel achter gekomen nadat ik ontslagen was uit de kliniek. Dit is jarenlang zo doorgegaan. Kliniek in kliniek uit. Dan weer maatschappelijke opvang en dan weer een terugval wat weer leidde tot een opname. Teleurstelling na teleur­stelling. Ik begon steeds meer te gebruiken en begon ook steeds meer te geloven dat een ander leven niet voor mij was weggelegd.”

te zijn om zelf tot een oplossing te komen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid stelt dat alle dakloze inwoners per definitie niet zelfredzaam zijn. We nemen dit over en stellen dat er dus ook naar een aanpak voor deze bredere groep dak- en thuisloze inwoners gekeken moet worden. De Leidse regio biedt voor de ‘niet zelfredzame’ inwoners ‘crisisopvang’. Dit houdt in dat zij worden opgevangen op een crisisplek waar zij drie maanden met begeleiding werken aan hun herstel. In de praktijk verblijven deze inwoners meestal langer dan drie maanden in de opvanglocatie omdat er onvoldoende passende woningen beschikbaar zijn om naar uit te stromen. Na drie maanden crisisopvang gaat de inwoner zelf de huur betalen en wordt de begeleiding voortgezet. Deze richt zich op uitstroom uit de opvanglocatie naar een passende woning. Dakloze inwoners die 24/7 toezicht en begeleiding nodig hebben worden niet in de crisisopvang van de Leidse regio opgevangen, maar in een regionale opvangvoorziening die we samen met de andere subregio’s organiseren.

4.3.1. Subdoel 1 Verbreden doelgroep dak- en thuisloze inwoners Ondanks preventie en assertieve zorg komt het toch voor dat inwoners in een kwetsbare situatie dak- en thuisloos worden. Het is dan prioriteit om opvang te bieden zodat zij niet op straat hoeven te slapen. We streven ernaar deze opvang zo kort mogelijk te laten duren en bij voorkeur nabij de eigen leef­ omgeving van de inwoner te organiseren. Op dit moment biedt de Leidse regio alleen opvang aan zogenaamde ‘niet zelfredzame’ dak- en thuisloze inwoners. Alleen aan inwoners die dak- of thuisloos zijn, de Nederlandse nationaliteit hebben, met meervoudige problematiek kampen, geen of onvoldoende inkomen hebben en geen sociaal netwerk hebben wordt opvang geboden. We onderscheiden hierbij drie groepen: jongeren, alleenstaanden en gezinnen. Dak- en thuisloze inwoners die niet aan de toegangscriteria voldoen worden geacht zelfredzaam genoeg Programmaplan Mz Leidse regio

Er is een groep dak- en thuisloze inwoners die niet voldoet aan de criteria voor toegang of nog niet in beeld is bij de maatschappelijke opvang. De omvang van deze groep is nog niet precies bekend. Landelijk worden alleen dak- en thuisloze inwoners geregistreerd die zich melden bij één van de toegangen tot de maatschappelijke opvang. Op basis van het aantal inwoners die zich melden bij de maatschappelijke opvang en geen toegang krijgen, weten we dat het aantal toeneemt. Binnen deze brede groep dak- en thuisloze inwoners bevinden zich bijvoorbeeld inwoners die wel inkomen hebben maar geen betaalbare en passende woning kunnen vinden, zoals dak- en thuisloze EU-arbeidsmigranten en inwoners die door een life event zoals bijvoorbeeld een scheiding dak- of thuisloos worden. Ook remigranten die naar Nederland terugkeren zonder inkomen en verblijfplaats en statushouders die na gezinshereniging door hun partner op straat zijn gezet vallen binnen deze groep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=833b3b70-0335-46af-bac2-0605a3ba948c