Informatiebrief 069 Lokale en (boven)regionale ontwikkelingen jeugdhulp en jeugdzorg (incl. bijl.).pdf
Tekst van het document
Informatiebrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Portefeuillehouder: Bijlage(n):
Z – 22/070365 321174 dinsdag 18 oktober 2022 / verzonden: 18 oktober 2022 Lokale en (boven)regionale ontwikkelingen jeugdhulp en jeugdzorg Wethouder Zoetemelk 1. Actuele situatie jeugdbescherming oktober 2022 2. Eindrapport evaluatie Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden
Geachte Raad, Met deze informeren wij u kort over het nieuwe jeugdteam bij Voorschoten voor Elkaar, over de actuele situatie in de jeugdbescherming en over de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. 1. Jeugdteam Voorschoten voor Elkaar Per 1 juni is het lokale jeugdteam binnen Voorschoten voor Elkaar (VvE) actief. Naar aanleiding van het raadsbesluit kostenombuigingen jeugd d.d. 7 oktober 2021 (Z/21/054244) hebben de gemeente en VvE samen, met behulp van een externe projectleider, gewerkt aan de totstandkoming van dit team. Met de inzet van het jeugdteam willen we tijdig de passende hulp dichtbij huis organiseren. Hiermee beogen we tegelijk een vermindering van het aantal en de duur van verwijzingen naar specialistische jeugdhulp1. Wegens de penibele situatie op de arbeidsmarkt, zijn de jeugd- en gezinsprofessionals, die (intensieve) ambulante gezinsbegeleiding bieden, nog niet in dienst van VvE. Momenteel wordt deze taak vervuld door externe krachten. De praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsen (voor heen de OJG vanuit Rivierduinen), zijn gestart per 1 juli 2022. De huisartsen zijn zeer te spreken over de praktijkondersteuners jeugd van VvE, die deel uitmaken van het jeugdteam.
Zie ook het document ‘Stand van zaken lokale toegang jeugd Voorschoten’, wat is opgenomen als bijlage bij de raadsinformatiebrief van 31 mei 2022 (Z/21/065659) 1
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
Momenteel wordt er nog hard gewerkt aan de verdere ontwikkeling van het jeugdteam. Zo worden de werkafspraken met de jeugdconsulenten verder opgesteld en wordt de plek en structuur in de veiligheidsketen verder uitgewerkt en geoptimaliseerd. Dit gebeurt in samenwerking met gemeenten en ketenpartners zoals Veilig Thuis. 2. Dashboard jeugd Het dashboard jeugd verzonden we tot op heden tweemaal per jaar, ter ondersteuning van de P&C cyclus. De dashboards met cijfers over gebruik van het regionale jeugdhulpaanbod worden gegenereerd met het datamanagementsysteem dat door de jeugdhulpregio Haaglanden wordt gebruikt. Deze cijfers zijn gebaseerd op declaraties van aanbieders. Gezien aanbieders zes maanden de tijd hebben om declaraties in te dienen, zijn de huidige cijfers over 2022 nog niet beschikbaar. Hierom presenteren we bij de najaarsnota 2022 en begroting 2023 geen dashboard jeugd, gezien deze data uit 2021 zou bevatten. Dit werkt verwarrend, daarbij zou het dashboard nu vrijwel gelijk zijn aan het dashboard jeugd van mei jongstleden. Hierom zullen we het dashboard met data omtrent het regionaal gecontracteerde jeugdhulpgebruik in Voorschoten eenmaal per jaar versturen ter ondersteuning van de jaarrekening en de voorjaarsnota. Tussentijds blijven wij u informeren over de lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen in de jeugdhulp. 3.
Actuele situatie jeugdbescherming De jeugdbescherming verkeert in zwaar weer, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Tweede Kamer en ook de partijen werkzaam in de jeugdbeschermingsketen spreken van een crisissituatie. De gemeenten binnen de bovenregionale jeugdbeschermingsregio Zuid West, waar jeugdhulpregio Haaglanden deel van uitmaakt, delen deze zorgen. Omdat het hier gaat om de veiligheid en ontwikkeling van de meest kwetsbare kinderen, is het zeer urgent dat deze crisis daadkrachtig wordt bestreden. Indien er sprake is van een onveilige ontwikkeling van het kind, bijvoorbeeld door onveiligheid binnen het gezin, dan kan de kinderrechter een jeugdbeschermingsmaatregel opleggen. Bij delinquent gedrag van jeugdigen kan vanuit het Strafrecht een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd worden. De jeugdbescherming en jeugdreclassering worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen, te weten JB West, de William Schrikker Stichting en het Leger des Heils. De jeugdbeschermers voeren regie op de gezinnen met een maatregel en zij indiceren passende hulp voor jeugdigen en hun ouders. Deze hulp moeten ouders en jeugdigen aangaan (gedwongen kader), vanwege de jeugdbeschermingsmaatregel.
Pagina 2 van 5
Op 15 september jongst leden heeft het Kabinet toegezegd de komende vier jaar in totaal 40 miljoen euro extra uit te trekken voor de gecertificeerde instellingen die jeugdbescherming en jeugdreclassering bieden. Gemeenten moeten in deze periode eenzelfde bedrag vrijmaken voor deze instellingen. De opdracht aan de jeugdbeschermingsregio’s is om met deze middelen het jeugdbeschermingsstelsel dusdanig te repareren, dat de jeugdigen en gezinnen met een maatregel tijdig passende hulp ontvangen. Samen met de 52 gemeenten uit jeugdbeschermingsregio Zuid West hebben we sinds het verscherpt en interbestuurlijk toezicht dat van kracht was in de periode juli 2021 t/m februari 2022 (zie ook eerdere raadsinformatiebrieven d.d. 22 februari 2022 en 6 juli 2021) hard gewerkt aan het versterken van de jeugdbeschermingsketen. We hebben geïnvesteerd in Verbeterplannen, waarmee de caseload van jeugdbeschermers omlaag is gegaan en we hebben een doorbraakaanpak ontwikkeld, waarmee het aantal jeugdigen dat langdurig wacht op passende hulp omlaag is gebracht. Door deze investeringen hebben wij als jeugdhulpregio Haaglanden de situatie inmiddels sterk verbeterd, vooral in vergelijking met andere regio’s komen we goed uit de test, ondanks de negatieve berichtgeving en het feit dat er nog veel te verbeteren valt.
De komende periode zullen wij met de jeugdbeschermingsregio, gecertificeerde instellingen en het Rijk werken aan het verder verbeteren van de situatie in de jeugdbescherming. De speerpunten zijn het verder omlaag brengen van de caseload van de jeugdbeschermers, het verder verlagen van het aantal langdurig wachtenden en het versneld toewerken naar het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. Meer over deze ontwikkelingen is te lezen in de bijlage. In Voorschoten werken gemeente en gecertificeerde instellingen nauw met elkaar samen in casuïstiek waarin (on)veiligheid speelt. Jeugdconsulenten en jeugdbeschermers trekken in een vroeg stadium met elkaar op om een jeugdbeschermingsmaatregel te voorkomen en om de nodige hulp en regie te behouden bij het afsluiten van een maatregel. Hierdoor wordt eerder passende hulp geboden in het preventief justitieel kader. Beoogd bijeffect is dat het aantal maatrelen in aantal en duur wordt beperkt.
Pagina 3 van 5
In Voorschoten is het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in het eerste half jaar (jan t/m juni) van 2022 afgenomen van 33 naar 26. Het aantal jeugdigen met een jeugdreclasseringsmaatregel (strafrecht), is in deze periode toegenomen van 3 naar 7. In het schema hieronder wordt het zorglandschap weergegeven. Het jeugdteam van Voorschoten voor Elkaar valt onder het blauwe gebied, de jeugdbescherming en jeugdreclassering in het paarse gebied. Figuur 1: Zorglandschap Jeugdzorg Haaglanden
Pagina 4 van 5
4. Eindrapport evaluatie Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden In het eerste kwartaal van 2022 heeft de evaluatie van het organisatie- en samenwerkingsvermogen van de gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (SbjH) plaatsgevonden. Het onderzoeksbureau Partners en Pröpper heeft in het tweede kwartaal het bijgevoegde eindrapport aangeleverd. Gelet op de complexiteit van de regionale samenwerking en daarbij de vorming van de nieuwe colleges en gemeenteraden die vlak voor de zomer nog niet in heel de regio was afgerond, hebben we met de wethouders uit de jeugdhulpregio besloten de bespreking van het eindrapport in het Bestuurlijk Overleg Jeugd (BOJ) en het bestuur van de GR SbjH uit te stellen tot na de zomer. Het BOJ en het GR bestuur hebben we immers pas eind september jongst leden kunnen benoemen. Met deze brief doen wij u vast het eindrapport toekomen, een ambtelijke reactie op het rapport is nog in voorbereiding. Deze verwachten wij u eind van het jaar te kunnen aanbieden. Wij kunnen de reactie op het rapport dan toespitsten op de ontwikkelingen rondom de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd, die volgens planning in november vastgesteld zal worden. Met het verzenden van het eindrapport doen wij onze toezegging nummer 256 af.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
A. R. de Graaf, gemeentesecretaris
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 5 van 5
Actuele situatie jeugdbescherming Bijlage bij raadsinformatiebrief d.d. 25 oktober 2022 Z/22/ Inleiding De jeugdbescherming verkeert in zwaar weer, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Tweede Kamer en ook de partijen werkzaam in de jeugdbeschermingsketen spreken van een crisissituatie. De gemeenten binnen jeugdbeschermingsregio Zuid West, waar jeugdhulpregio Haaglanden deel van uitmaakt, delen deze zorgen. Omdat het hier gaat om de veiligheid en ontwikkeling van de meest kwetsbare kinderen, is het zeer urgent dat deze crisis daadkrachtig wordt bestreden. De situatie in de jeugdbeschermingsregio Zuid West was vorig jaar aanleiding voor de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Inspectie Jeugd en Veiligheid (hierna de inspecties) en het Rijk om verscherpt toezicht respectievelijk Interbestuurlijk Toezicht (IBT) in te stellen. We hebben u periodiek over de voortgang geïnformeerd, zie onder meer de raadsinformatiebrief d.d. 22 februari 2022, zaaknummer z/22/63232. Na afronding van het formele toezicht in februari jongstleden is de maandelijkse monitoring op ambtelijk niveau geheel beëindigd sinds eind augustus. Dit document gaat eerst in op het verscherpt interbestuurlijke toezicht, de acties die zijn ingezet vanuit de regio en de resultaten die dit heeft opgeleverd.
Meer context over de governance van de jeugdbescherming en de ontwikkelingen in de afgelopen jaren is te lezen in bijlage 1. Op bladzijde 3 gaat het document in op de landelijke ontwikkelingen van het laatste jaar die hebben geleid tot een breed besef dat de jeugdbescherming in een crisissituatie is beland. Dit vormde de aanleiding voor de kamerbrief van 14 september jongstleden, die de bewindslieden van JenV en VWS naar de Kamer hebben gestuurd over de verbetering van de jeugdbeschermingsketen. Samen met de VNG maken de gemeenten zich hard voor de lobby richting het Rijk om deze crisis daadkrachtig aan te pakken. De huidige situatie in de regio na het verscherpt en interbestuurlijke toezicht Op 5 juli 2021 is er voor de regio Zuid West verscherpt en interbestuurlijk toezicht ingesteld. Aanleiding hiervoor was dat er teveel kinderen te lang op passende hulp moesten wachten. Om deze tekortkomingen aan te pakken heeft de regio Zuid West een plan gemaakt en in uitvoering genomen. Dit plan bestaat uit een aantal elementen. Twee belangrijke elementen: - De doorbraakaanpak, waarmee we focussen op de inzet van tijdige passende vervolghulp aan jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel; - De verbeterplannen, waarmee we investeren in onze gecertificeerde instellingen (de jeugdbeschermingsorganisaties).
Verbeterplannen organisatie gecertificeerde instellingen (GI’s) Vergeleken met de landelijke situatie staan de GI’s in de regio Zuid West er inmiddels redelijk goed voor. Zo ligt de uitstroom van personeel duidelijk beneden het landelijk gemiddelde. Belangrijk onderdeel van het plan van de regio Zuid West is de continuering van de verbeterplannen, waarmee extra is geïnvesteerd in de jeugdbeschermingsorganisaties. In 2020 is regio Zuid West gestart met een verbeterplan voor JB west, naderhand is daar ook een verbeterplan voor de William Schrikker Stichting en het Leger des Heils bijgekomen. Die verbeterplannen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het functioneren van de GI’s in onze regio en daarmee aan het beëindigen van het verscherpt en interbestuurlijk toezicht. Een paar sprekende voorbeelden van de effecten van de verbeterplannen: • Bij één van de GI’s hadden begin dit jaar 130 jeugdigen geen vaste jeugdbeschermer, maar waren de jeugdigen ondergebracht in een zogenaamde in- en doorstroomdienst, nu zijn er nog 15 jeugdigen zonder vaste jeugdbeschermer.
•
Eén van de GI’s was gestopt met het inzetten van personeel bij preventieve jeugdbescherming. Vanaf begin juli 2022 is deze stop opgeheven.; Extra ondersteuning is gerealiseerd door het aanstellen van zorgcoördinatoren en junior jeugdbeschermers. Van deze laatste groep zijn er inmiddels minstens zeventien doorgestroomd naar de functie van jeugdbeschermer. Het ziekteverzuimpercentage bij de GI’s is stevig gedaald en ligt rond de 4,3%. Landelijk is dat 7,1%. Het werkplezier is bij de GI JB West gestegen van 7,0 naar 7,2 in een tijd dat de jeugdbescherming publicitair onder vuur ligt.
•
• •
De regio Haaglanden heeft stevig geïnvesteerd in de verbeterplannen van de GI’s. Jeugdhulpregio Haaglanden heeft de afgelopen jaren ruim €3,1 miljoen extra beschikbaar gesteld aan de GI’s, voor de gehele regio Zuid West was de totale bijdrage ruim €6 miljoen. Tabel: Investeringen in GI’s jeugdhulpregio Haaglanden JB west William Schrikker Groep 2020 571 2021 1143 2022 9711 409 Totaal 2685 409
Leger des Heils
11 33 44
Doorbraakaanpak: passende vervolghulp Naast de verbeterplannen is de afgelopen periode veel werk gemaakt van de uitvoering van de doorbraakaanpak. Hiermee is het aantal jeugdigen dat langer dan drie maanden wacht op passende vervolghulp gedaald. Tabel: Aantal jeugdigen dat langer dan drie maanden wacht op passende vervolghulp
Nov 20
Jan 21
Jun 21
Sep 21
Nov 21
Jan 22
Mrt 22
Jul 22
H-10
134
83
17
15
47
35
44
38
ZHZ
96
96
20
32
26
19
30
18
HR
79
72
20
26
22
14
8
14
MH
20
10
4
3
12
8
14
20
Totaal
329
261
61
76
107
76
96
90
Aan het verloop van de cijfers is te zien dat het is gelukt om het grote aantal langdurig wachtenden van eind 2020 structureel naar beneden te brengen. We vinden het huidige niveau nog steeds te hoog. Via het aanscherpen van de doorbraakaanpak, de aanpak van de wachttijden en het aanvullen van ontbrekend aanbod worden deze aantallen verder omlaag gebracht. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het Rijk hebben eind augustus jl. naar aanleiding van de ontwikkelingen in de regio Zuid West besloten om de maandelijkse monitoring van het aantal wachtende kinderen te beëindigen. In februari jl. had men al het formele verscherpt en interbestuurlijk toezicht vanwege het vertrouwen van de Inspectie en het Rijk in het plan van aanpak van de regio.
1
Dit is een bedrag voor 10 maanden vanwege doorschuiven van een overschot vanuit 2021
De regio wil zicht houden op het vraagstuk of er tijdig passende hulp beschikbaar is. Daarom blijven wij per kwartaal de aantallen en de inhoud van de casussen van de doorbraakaanpak monitoren. De analyse van de uitkomsten van de monitoring bespreken we met de GI’s. Te zien is dat de inspanningen door de gemeenten uit de regio Zuid West samen met de GI’s effect hebben gehad, wel is er nog veel te doen. De situatie blijft fragiel, vooral door de steeds krappere arbeidsmarkt en het afbrokkelende imago van het vak jeugdbeschermer. De GI’s hebben perspectief nodig om de zorg voor de meest kwetsbare kinderen ook op korte termijn voldoende in te blijven vullen. In dat licht bezien is een gezamenlijke aanpak van de crisis door Rijk en VNG essentieel om dat perspectief te kunnen bieden. De landelijke ontwikkelingen vanaf december 2021 Vanaf eind vorig jaar volgen de ontwikkelingen elkaar in rap tempo op. Hieronder kort overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen: • December 2021: de GI’s sturen een brandbrief naar de minister van JenV. Naar aanleiding hiervan wordt breed overleg ingesteld met Rijk, VNG, GI’s, IGJ en Jeugdautoriteit om plannen te ontwikkelen voor de jeugdbescherming. • Maart 2022: Onderzoeksbureau Significant brengt rapport uit waarin via een kwalitatieve benadering een caseload van circa 1:9 gezinnen wordt aanbevolen. Opdrachtgevers zijn de GI’s.
• April 2022: Significant krijgt opdracht van JenV om een norm voor caseload te ontwikkelen langs de weg van een kwaliteitskader en prestatiebeschrijvingen. • Mei 2022: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) brengt rapport uit en constateert dat de jeugdbeschermingsketen bezwijkt. • Juni 2022: JenV houdt gesprekken in de twaalf jeugdbeschermingsregio’s en stelt vast dat in alle regio’s grote problemen spelen. • Juli 2022: de FNV stuurt een brief aan JenV met een ultimatum om voor eind augustus reactie te geven op een aantal eisen, waaronder een caseload van maximaal 1:8 gezinnen, anders kunnen er acties volgen. • September 2022: JenV biedt de evaluatie van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen aan de Tweede Kamer aan, die hierop een spoeddebat aanvraagt vanwege de zeer kritische evaluatie. Naast enige verbeterpunten in de Wet gaat het met name om de gebrekkige uitvoering ervan, die voornamelijk oorzakelijk lijkt aan een te hoge caseload van de jeugdbeschermers. In bijlage 2 is een zeer beknopte samenvatting van het rapport opgenomen. • September 2022: De IGJ geeft aan niet meer te handhaven op de normen die gelden voor de GI’s, zolang duidelijk is dat GI’s door externe omstandigheden niet aan de normen kunnen voldoen; • 14 september 2022: JenV en VWS publiceren in een brief aan de Tweede Kamer de aanpak voor verbetering van de jeugdbescherming.
De brief van JenV en VWS beschrijft een maatregelenpakket dat uit 3 onderdelen bestaat: 1. maatregelen op korte termijn 2. versnelling toekomstscenario kind- en gezinsbescherming 3. overige maatregelen op langere termijn Korte termijn De belangrijkste maatregel op korte termijn bestaat uit de verlaging van de caseload en die achten wij inderdaad noodzakelijk om de jeugdbescherming snel lucht en perspectief te verschaffen. De brief van het Rijk geeft aan dat men hiervoor 2022 t/m 2025 4 keer €10 miljoen ter beschikking stelt en gaat er vanuit dat de gemeenten een zelfde bedrag zullen verstrekken. Aangezien de regio ZW als één van de 12 jeugdbeschermingsregio’s al een bedrag van jaarlijks ruim €3 miljoen uit eigen middelen heeft geïnvesteerd, gaan we ervan uit er over het hele land vanuit gemeenten nu reeds een veelvoud van de €10 miljoen beschikbaar is gesteld. We hebben de overtuiging dat er
voor een geloofwaardige aanpak van de problemen van de jeugdbescherming er beduidend meer nodig is dan de €20 miljoen waar het Rijk van uitgaat. Versnelling toekomstscenario Eerder hebben we u geïnformeerd over het landelijke toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (RIS309365). In de recente Kamerbrief wordt aangekondigd dat de invoering van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt versneld. De brief geeft aan dat eind 2024 het wetsvoorstel naar de Kamer zal worden gestuurd. Door de taken van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de GI’s anders te organiseren en met regionale veiligheidsteams te werken, moeten jeugdigen en hun ouders beter en sneller worden geholpen. De noodzaak van een hervorming van de beschermingsketen onderschrijven wij zeer. Het huidige stelsel van jeugdbescherming, met onder meer veel dubbelingen in en een lange looptijd van in het (onderzoeks)proces van de verschillende ketenpartners, is immers onvoldoende effectief gebleken, zo laten ook de vele rapporten van de afgelopen jaren zien.. Het toekomstscenario wordt momenteel in de praktijk beproefd in 10 landelijke proeftuinen, om ervaring op te doen met een nieuwe manier van werken voordat deze wordt vastgelegd in de wet.
Inmiddels is een stuurgroep gevormd door bestuurders/directeuren van de belangrijkste partners in de veiligheidsketen: Veilig Thuis Haaglanden, JB-west en William Schrikker Groep (namens de GI’s), Perspektief (vrouwenopvang), Raad voor de Kinderbescherming en de (centrum)gemeenten Delft en Den Haag. Met deze stuurgroep volgen we de landelijke ontwikkelingen op de voet en kijken we hoe we hierop kunnen inspelen over de grenzen van ieders eigen organisaties heen. Andere lange termijnoplossingen De brief noemt nog een aantal lange termijnoplossingen die bijdragen aan een verlichting van de problematiek van de jeugdbescherming, zoals het beperken van de reikwijdte van de Jeugdwet en het versterken van de lokale teams. En verder Aan het begin van dit document hebben we aangegeven dat we het urgent vinden dat de crisis in de jeugdbeschermingsketen daadkrachtig wordt bestreden. Het Rijk is nu bezig met een aanpak uit te werken en te presenteren aan de Kamer in november. In dat kader loopt momenteel het gesprek over de financiering hiervan tussen VNG en Rijk. Op dit moment zijn er onvoldoende financiën om een passende werkdruk voor de jeugdbescherming te realiseren. Dat is juist het kernpunt van de aanpak van deze crisis.
Hoewel het een eerste verantwoordelijkheid van het Rijk is, denken en werken we vanuit de regio actief mee aan een oplossing, omdat het om de zorg voor de meest kwetsbare kinderen gaat. Die opstelling vanuit de regio is ook duidelijk zichtbaar in de investeringen die de afgelopen jaren uit eigen middelen zijn gedaan, ondanks de grote tekorten bij jeugdhulp. Onze grote dank gaat uit naar de werkers in de jeugdbeschermingsketen, die ondanks de soms moeilijke omstandigheden zich met grote betrokkenheid blijven inzetten om jeugdigen in onveilige situaties te ondersteunen en weer perspectief te geven.
Bijlage 1 Verantwoordelijkheidsverdeling en ontwikkelingen 2019 t/m 2021 De verantwoordelijkheidsverdeling van de jeugdbescherming Bij de jeugdbescherming is het Rijk stelselverantwoordelijk en zijn de gemeentes opdrachtgever van de Gecertificeerde Instellingen (GI’s), de organisaties die de jeugdbescherming uitvoeren. Bij de decentralisatie in 2015 van de jeugdhulp zijn de middelen voor de financiering van de GI’s naar de gemeenten overgeheveld. Krachtens de gemeentewet dienen de gemeenten voor deze taak passende financiering te krijgen van het Rijk. Vanwege het gespecialiseerde werk en vanwege het belang van robuuste GI’s, hecht het Rijk aan een stevige schaalgrootte. Daarom wordt er door de gemeenten bij de jeugdbescherming samengewerkt in twaalf regio’s. Deze worden als bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt gebruikt door VNG, Rijk en Inspectie. Aangezien Nederland 42 jeugdhulpregio’s kent, bestaat een jeugdbeschermingsregio uit meerdere jeugdhulpregio’s. De regio Haaglanden vormt samen met de jeugdhulpregio’s Zuid-Holland Zuid, Midden Holland en Holland Rijnland de jeugdbeschermingsregio Zuid West. De wethouder van Den Haag is daarbij q.q. de accounthoudende wethouder en ook ambtelijk is het accounthouderschap belegd bij Den Haag.
Dit betekent dat Den Haag zorg draagt voor organisatie, afstemming en coördinatie van de acties van de regio ZW, in eerste instantie alleen voor JB west maar vanaf 2020 ook voor de William Schrikker Groep en het Leger des Heils. De afgelopen jaren is er met succes geïnvesteerd in een vruchtbare en effectieve samenwerking, overigens zonder dat aan de accounthoudende regio daarvoor formele bevoegdheden zijn verstrekt. De ontwikkelingen van 2019 tot en met 2021 In november 2019 brengen de IGJ en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJV) een landelijk rapport uit over de stand van zaken van de jeugdbescherming met als titel: Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd . De kern van dit rapport is dat de jeugdbescherming onvoldoende middelen heeft om het werk goed te doen waardoor een aantal normen niet worden gehaald. Deze normen houden in dat binnen 5 werkdagen een jeugdige met een kinderbeschermingsmaatregel een vaste jeugdbeschermer dient te hebben die contact heeft gelegd met het gezin. Daarnaast moet er binnen 6 weken een gedragen koers zijn voor de aanpak van de problematiek van de jeugdige en gezin. Een derde norm is dat jeugdigen met een maatregel binnen drie maanden passende hulp dienen te ontvangen, bij deze norm heeft de gemeente/jeugdhulpregio een belangrijke rol.
Dit rapport was aanleiding om in de regio ZW vanaf 2020 afspraken te maken over het financieren van een verbeterplan voor de GI’s . In oktober 2020 constateren de inspecties dat er onvoldoende voortgang werd geboekt en wordt er gestart met een doorbraakaanpak om voor jeugdigen met een maatregel eerder passende hulp te realiseren . In juli 2021 constateren de inspecties onvoldoende voortgang op het punt van tijdig passende hulp voor jeugdigen met een maatregel. Er wordt bij vier jeugdbeschermingsregio’s verscherpt toezicht ingesteld door de inspecties en Interbestuurlijk Toezicht door het Rijk. Ook bij de regio ZW .
Bijlage 2 Eindevaluatie Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen (WODC, Bruning et al. 2022) In het onderzoeksrapport wordt verslag gedaan van de eindevaluatie van de Wet Herziening Kinderbeschermingsmaatregelen die op 1 januari 2015 in werking is getreden. Hoofddoel van de wet: Komen tot effectievere en efficiëntere jeugdbescherming. Concreet: Dat tijdig de juiste kinderbeschermingsmaatregel wordt getroffen en dat daarbij het belang van het kind voorop staat. Om dat te bereiken is in de Wet het volgende gedaan: De ondertoezichtstelling (OTS) is op belangrijke punten aangepast; • De maatregelen van ontheffing van/ontzetting uit het gezag zijn samengevoegd tot één nieuwe maatregel: de gezagsbeëindiging; • De rechtsgronden voor de OTS en van gezagsbeëindiging zijn aangepast tot een kindgerichte formulering. Hierdoor is het eenvoudiger kiezen voor de maatregel die het meest aansluit bij de omstandigheden waarin het kind zich bevindt. In deze eindevaluatie staan drie vragen centraal: 1. Zijn de doelstellingen van de wet behaald? 2. Hoe verloopt de uitvoering van deze wet: zijn er nog knel- of aandachtspunten? 3. Sluit deze wet aan bij de Jeugdwet en ontwikkelingen ten aanzien van de toepassing daarvan? Conclusies van de onderzoekers 1.
Belangrijkste wetswijziging (de aanvaardbare termijn) is moeilijk uitvoerbaar • In de praktijk zijn er onduidelijkheden over de nieuwe rechtsgronden voor de maatregel van OTS en gezagsbeëindiging. Belangrijkste wijziging was de invoering van de aanvaardbare termijn die de grens tussen een OTS (gezagsbeperking) en een gezagsbeëindiging bepaalt. Als de ouders binnen een voor het kind aanvaardbare termijn de verzorging weer op zich nemen, dan is een OTS de juiste maatregel. Is deze verwachting er niet, dan moet overgegaan worden naar gezagsbeëindiging. Het invullen van de aanvaardbare termijn blijkt echter niet makkelijk, ook zijn er veel onduidelijkheden hierover in de praktijk. • Rechters gaan ook steeds terughoudender om met gezagsbeëindiging. Zij passen de rechtsgrond anders toe dan was bedoeld. • In veel situaties waarin kinderen al jaren niet meer thuis wonen, wordt er juridisch gezien aan de rechtsgrond voor gezagsbeëindiging voldaan, maar vinden rechters deze maatregel te ingrijpend. • Dat heeft te maken met de grote problemen binnen het jeugdbeschermingsstelsel: ouders en jongeren ontvangen regelmatig geen adequate hulp, of er is onvoldoende geprobeerd een kind weer thuis te plaatsen.
• Het gebrek aan stabiele opvoedplekken (pleeggezinnen) leidt tot dilemma’s bij beslissingen over gezagsbeëindiging: is het wenselijk het gezag van ouders te beëindigen als het kind geen duurzame, gezinsvervangende opvoedplek heeft? 2. Rechtsbescherming van ouders schiet te kort • De rechtsbescherming van ouders en kinderen schiet op verschillende onderdelen tekort. • Bijvoorbeeld: De uitvoering van een voogdijmaatregel na gezagsbeëindiging. Ouders en jeugdigen kunnen niet bij de rechter terecht als zij het niet eens zijn met de uitvoering van een voogdijmaatregel door een gecertificeerde instelling. 3. Regeling OTS is ingewikkeld en niet transparant • De regeling van de OTS is ingewikkeld voor alle betrokkenen en niet alle juridische mogelijkheden worden in de praktijk voldoende gebruikt. Jeugdbeschermers weten niet altijd precies welke bevoegdheden ze hebben en wanneer ze aan de kinderrechter toestemming moeten vragen. • Er wordt nauwelijks een familiegroepsplan ingezet bij de start van een OTS. • De geschillenregeling wordt maar weinig gebruikt.
• Het doel om de OTS transparanter te maken, is niet bereikt. 4. Ingewikkelder stelsel • De wet heeft tot een ingewikkelder jeugdbeschermingsstelsel geleid. Dit zorgt voor trage procedures. • De Raad voor de Kinderbescherming heeft op verschillende momenten de taak om beslissingen van de gecertificeerde instelling te toetsen, terwijl voor andere beslissingen de kinderrechter beslissingen van de gecertificeerde instelling toetst. • Het is door wachtlijsten en tekorten in de (uitvoering van) de hulpverlening en te weinig jeugdbeschermers vaak niet haalbaar om binnen de voor het kind aanvaardbare termijn met voldoende hulp te starten. • Daarnaast kan het ook lang duren, voordat een kinderbeschermingsmaatregel door de rechter wordt uitgesproken. • Conclusie: De wet kan, volgens de onderzoekers, pas uitgevoerd worden zoals bedoeld, als de problemen in de uitvoering worden opgelost. Aanbevelingen van de onderzoekers • Op het niveau van de uitvoering: Is zo snel mogelijk actie gewenst om de wachtlijsten en tekorten aan jeugdhulp op te lossen. Dient er voor voldoende jeugdbeschermers gezorgd te worden, die de maatregelen kunnen uitvoeren. • Daarnaast zijn wettelijke aanpassingen nodig: Ter verbetering van rechtsbescherming dient toetsing van de uitvoering van een voogdij-maatregel mogelijk gemaakt te worden.
Bij uithuisplaatsing zouden ouders en kinderen standaard een advocaat moeten krijgen. Het perspectiefbesluit moet standaard door de rechter worden getoetst, in plaats van achteraf als het besluit al door de GI genomen is. De rechtsgrond voor uithuisplaatsing moet worden aangescherpt. Na een uithuisplaatsing zou een omgangsplan moeten worden opgesteld.
Eindrapport
Evaluatie Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden
Aan
Leden van de begeleidingsgroep Noordwijk, 30 mei 2022
Van
Ing. Peter Struik MBA Hilda Sietsema
www.partnersenpropper.nl www.opgavengestuurdwerken.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding...................................................................................................3
2
Aanpak van de evaluatie ......................................................................... 4
3
Conclusies............................................................................................... 6
4
Aanbevelingen ........................................................................................ 9
5
Kernbevindingen ................................................................................... 11
5.1 5.2
Wat is tot op heden bereikt, welke voorwaarden zijn hiervoor ingevuld? ................ 12 Wat is er nog te bereiken en wat is daarvoor nog nodig? ......................................... 13
Bijlage 1
Verslag bijdragen van deelnemers ............................................. 15
Deel A: Verslag Bouwplaats Gemeenten en het Servicebureau ........................................16 Deel B: Verslag Bouwplaats Servicebureau en aanbieders van jeugdhulp .........................25
Bijlage 2
Deelnemers aan de evaluatie .................................................... 28
Pagina 3
1
Inleiding Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (voorheen H10 inkoopbureau) is opgericht voor de inkoop en het contracteren van jeugdhulp voor de gemeentes Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden heeft een tussentijdse evaluatie uitgevoerd naar het organisatie- en samenwerkingsvermogen van de gemeenschappelijke regeling. Deze evaluatie is namelijk voorzien in de 4e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling. De colleges van de deelnemende gemeenten hebben dit in het Bestuurlijk Overleg Jeugd afgestemd en aan de raden toegezegd dat een evaluatie zal plaatsvinden voor de lokale verkiezingen van 2022. Voor de centrale vraagstelling van de evaluatie zie het onderstaande kader. Centrale vraagstelling Wat is het organisatie- en samenwerkingsvermogen van de Gemeenschappelijke Regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden? Organisatie- en samenwerkingsvermogen valt af te meten aan: 1 De resultaten die het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden realiseert in termen van maatschappelijke effecten en uitvoeringsprestaties. 2 De voorwaarden die zijn ingevuld, als middel om deze resultaten te bereiken.
Voor de evaluatie kijken we specifiek naar: > Het samenspel tussen de gemeenten en het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en het samenspel tussen het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en jeugdhulpaanbieders. > De organisatie en werkwijze van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, in het bijzonder met betrekking tot het lerend vermogen (bijsturen en aanpassen waar nodig en inspelend op veranderende omstandigheden). Leeswijzer ‘Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden’ korten we in de volgende hoofdstukken gemakshalve af als ‘Servicebureau’. Het voorliggende rapport biedt al aan het begin, in hoofdstuk 2 en 3, de conclusies en aanbevelingen. Dit is bedoeld voor de lezer die snel de kern van de evaluatie tot zich wil nemen. De lezer die onderliggende bevindingen wil bestuderen kan hoofdstuk 5 raadplegen ‘Kernbevindingen’ of bijlage 1 voor verdere details waarin bijdragen van deelnemers aan de evaluatie worden gepresenteerd.
Pagina 4
2
Aanpak van de evaluatie EEN INTERACTIEVE EVALUATIE De evaluatie van het Servicebureau is op te vatten als een ‘begeleide zelfevaluatie met hulp van reflectie door anderen’. Er is namelijk gekozen voor een interactieve wijze van evalueren. Het Servicebureau heeft gezamenlijk met gemeenten en aanbieders van jeugdhulp de evaluatie uitgevoerd. Dat doet recht aan het gegeven dat het Servicebureau een samenwerkingsverband is tussen gemeenten waarbij samenwerking met en tussen aanbieders van jeugdhulp wordt gestimuleerd. Dat betekent ook dat de evaluatie zich niet strikt beperkt tot de organisatiegrenzen van het Servicebureau. Het Servicebureau is voor het realiseren van haar uitvoeringsdoelen immers mede afhankelijk van anderen. Het samenspel tussen gemeenten, en met de aanbieders van jeugdhulp, is van invloed op de prestaties van het Servicebureau.
Na een oriënterende fase is in interactieve werksessies door een gestructureerd dialoog met gemeenten en aanbieders van jeugdhulp teruggekeken maar vooral ook vooruit gekeken. Hiervoor is het onderstaande evaluatiemodel gebruikt. Voor de evaluatie zijn als eerste stap oriënterende gesprekken gevoerd met het management en medewerkers van het Servicebureau en met gemeenten en aanbieders van jeugdhulp. Daarna zijn twee interactieve werkateliers georganiseerd, ook wel ‘Bouwplaatsen’ genoemd. Zie verder bijlage 2 voor de deelnemers aan de oriënterende gesprekken en de ‘Bouwplaatsen’. De twee georganiseerde ‘Bouwplaatsen’ zijn: 1 Een met deelnemers van de gemeenten en deelnemers van het Servicebureau; 2 Een met deelnemers van het Servicebureau en deelnemers van aanbieders van jeugdhulp.
KORTE TOELICHTING OP DE WERKVORM
De oriënterende groepsgesprekken hadden een informele en beeldvormende insteek: een vrije gedachtenwisseling waarbij iedere deelnemer zijn/haar beeld van de situatie van het Servicebureau kon inbrengen, zonder daarover een discussie te voeren en een oordeel te vormen. De onderzoeker en andere deelnemers konden eventueel vragen ter verduidelijking stellen. Er is daarmee een
Pagina 5
groslijst van eerste beelden opgehaald over de sturing op het Servicebureau, het samenspel met en tussen gemeenten, het samenspel met aanbieders van jeugdhulp en de prestaties, de organisatie en werkwijze van het Servicebureau. Deze groslijst diende als input voor de twee georganiseerde Bouwplaatsen. De ‘Bouwplaats’ als werkvorm is ontleend aan de door ons bureau ontwikkelde werkwijze van ‘Opgaven Gestuurd Werken’. Daarbij worden bouwplaatsen als werkvorm ingezet om via effectief samenspel snel te komen tot een scherp beeld van een opgave. Onder een opgave verstaan we: het verschil tussen een huidige en gewenste situatie en dat wat nodig is om het verschil te overbruggen. Het samenspel tijdens een Bouwplaats is er niet op gericht om met elkaar te discussiëren (wat vaak leidt tot eindeloos ingraven in details of standpunten en daarmee weinig productie), maar op elkaar voort te bouwen waarbij het principe wordt gehanteerd dat iedere bijdrage waardevol is. Beelden over een situatie hoeven dan ook niet perse overeen te komen. Ook dat kan een uitkomst zijn van een evaluatie. Het is de kunst om welk beeld dan ook om te zetten naar zinvolle bouwstenen. De Bouwplaatsen, alsmede de oriënterende gesprekken ter voorbereiding, hebben online plaatsgevonden. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van een online whiteboard.
Dat whiteboard is toegankelijk via MS-Teams: ‘Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden – evaluatie’. FASERING EN AANSLUITING VAN DE TWEE BOUWPLAATSEN Als eerste is een Bouwplaats georganiseerd met als deelnemers de gemeenten en het Servicebureau. In deze Bouwplaats is voortgebouwd op bevindingen uit de oriënterende gesprekken en zijn vervolgens twee centrale thema’s gedestilleerd, namelijk:
1 De positie, rol en handelingsruimte van het Servicebureau; 2 De gewenste doorontwikkeling van het Servicebureau. In de Bouwplaats met het Servicebureau en aanbieders van jeugdhulp is op deze twee thema’s verder voortgebouwd, dit om een herhaling van zetten te voorkomen. De verslagen van de twee Bouwplaatsen worden verder weergegeven in bijlage 1.
Pagina 6
3
Conclusies In dit hoofdstuk beantwoorden we de centrale vraag van de evaluatie. Wat is het organisatie- en samenwerkingsvermogen van de Gemeenschappelijke Regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden?
Kernconclusie Na de decentralisatie van de jeugdzorg hebben gemeenten, met de inrichting van de lokale toegang tot voorzieningen en het inkopen van jeugdhulp, zich in eerste instantie gericht op de continuïteit van jeugdhulp. Het organisatie- en samenwerkingsvermogen van het Servicebureau is hiertoe toereikend gebleken. Daar is een gedeeld beeld over bij de deelnemers van deze evaluatie (gemeenten, Servicebureau en aanbieders van jeugdhulp). Zij zien namelijk het volgende: 1 Alle jeugdhulp is op een doeltreffende en rechtmatige wijze gecontracteerd; 2 Productomschrijvingen en tarieven zijn beschreven en vastgelegd; 3 Relatie-, contract- en kwaliteitsbeheer zijn adequaat ingericht. Daarnaast geven zij aan dat er tevens stabiliteit en rust in de relatie met aanbieders van jeugdhulp is gecreëerd. Als laatste heeft het Servicebureau zich de afgelopen jaren ontwikkeld van een inkooporganisatie naar een serviceorganisatie, die meerwaarde biedt ten opzicht van het enkel inkopen van jeugdhulp. Deze meerwaarde wordt ook gezien door de gemeenten en aanbieders van jeugdhulp maar kan tegelijkertijd nog beter worden benut. Dat is ook nodig om de complexe transformatiedoelen van de gemeenten op het terrein van jeugdhulp te kunnen realiseren.
Er is namelijk een nieuwe fase aangetreden, waarbij de gemeenten werken aan het realiseren van transformatiedoelen en de kosten van jeugdhulp proberen te beteugelen. Om dit te realiseren wordt er meer verwacht van het Servicebureau en het samenspel met gemeenten en aanbieders van jeugdhulp, zie de onderstaande deelconclusies.
Deelconclusie 1: Structurele reflectie op de doeltreffendheid van beleid en uitvoering ontbreekt. Een structurele reflectie op de doeltreffendheid van beleid én de uitvoering wordt gemist. Met andere woorden: er is geen sprake van een navolgbare beleidscyclus. Verkenningen en analyses leiden wel tot beleidsinstrumenten, deze worden vertaald naar de uitvoering maar de uiteindelijke effecten worden vervolgens niet meer gespiegeld met de oorspronkelijke bedoeling: hebben we het vraagstuk waarvoor het was bedoeld opgelost of zijn we elkaar onderweg door allerlei weerbarstige uitvoeringskwesties en details kwijtgeraakt?
Deelconclusie 2: De positie, rol en handelingsruimte van het Servicebureau is niet helder Deelnemers aan de evaluatie merken op dat het goed is dat het Servicebureau in staat is om een vraagstuk te benaderen vanuit verschillende perspectieven, namelijk vanuit het perspectief van de gemeenten en die van aanbieders van jeugdhulp. Daarmee heeft het Servicebureau ook toegevoegde waarde. Een Servicebureau dat enkel als doorgeefluik van gemeenten naar aanbieders (of vice versa) zou fungeren heeft in hun ogen geen meerwaarde. Via de Ontwikkeltafels komt de meerwaarde van het Servicebureau goed tot zijn recht. Daar benadert het Servicebureau vraagstukken vanuit verschillende perspectieven, afhankelijk van het vraagstuk dat voorligt. De transformatiedoelen zijn namelijk complex en vragen om een ontwikkelinspanning van gemeenten, het Servicebureau en de aanbieders van jeugdhulp. Het
Pagina 7
Servicebureau geeft hier vorm aan via zogenaamde ‘Ontwikkeltafels’. Dat wordt gewaardeerd door de gemeenten en door aanbieders van jeugdhulp. Er is echter nog onvoldoende een gedeeld beeld over de positie, rol en de handelingsruimte van het Servicebureau. Daardoor is het niet altijd helder vanuit welk perspectief het Servicebureau een bepaalde beweging inzet (die van de gemeenten of die van de aanbieders) en met welke handelingsruimte het Servicebureau dit kan doen.
Deelconclusie 3: Er is bij de gemeente ontevredenheid over prognoses De gemeenten, maar ook aanbieders van jeugdhulp, hebben behoefte aan informatie met een blik op de toekomst. Dit met oog op het sturen vooraf, in plaats van achteraf op basis van verantwoordingsinformatie. Gemeenten staan daarbij voor de uitdaging om de kosten van jeugdzorg te beheersen. Betrouwbare financiële prognoses kunnen daarbij helpen om tijdig in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. De gemeenten zijn echter ontevreden over de financiële prognoses. Deze zijn tot op heden nog gebaseerd op de begrotingen en productiecijfers van aanbieders van jeugdhulp. Deze cijfers worden vertaald naar financiële prognoses, maar die vertonen door de tijd heen nog grote variaties. Er zijn daardoor bedenkingen bij de betrouwbaarheid, actualiteit en bruikbaarheid van de prognoses. Deelnemers aan de evaluatie geven daarbij aan dat de prognoses vooral financieel van aard zijn en dat de begrotingen van aanbieders van jeugdhulp, en hun daaruit voortvloeiende geplande productiecapaciteit, in grote mate worden bepaald door de bestedingsruimte van gemeenten. Wij merken daarbij op dat hiermee de beschikbare middelen van de gemeenten bepalend zijn voor de omvang van de productiecapaciteit van aanbieders van jeugdhulp. Dit wordt ook wel een ‘inputgestuurde begroting’ genoemd.
De prognoses zijn daarmee niet gestoeld op de verwachte maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid (outcomegestuurd) en de ontwikkeling van vraag en aanbod van jeugdhulp (outputgestuurd).
Deelconclusie 4: Er is nog meer inspanning nodig voor het ontwikkelen en onderhouden van duurzame samenwerking en een integrale aanpak, met oog op het realiseren van de transformatiedoelen De aanbieders van jeugdhulp vormen een diverse groep, waarbij allerlei individuele aanbieders zich richten op een specifiek deel van de benodigde voorzieningen voor jeugdhulp. Zij werken mede via Ontwikkeltafels ook samen om oplossingen te bedenken voor vraagstukken en dilemma’s die zich voordoen. Het Servicebureau organiseert de Ontwikkeltafels en onderhoudt hiervoor duurzame relaties met de aanbieders van jeugdhulp. Om de transformatiedoelen te realiseren is echter meer nodig. Er is een langdurige intensivering van samenwerking nodig tussen: • verschillende aanbieders van jeugdhulp; • tussen verschillende actoren die zich richten op verschillende beleidsterreinen van de gemeente, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en werk & inkomen; • actoren die het perspectief van cliënten voor het voetlicht brengen. De benodigde samenwerking moet een duurzaam karakter hebben waarbij actoren, over verschillende beleidsterreinen heen, voldoende organisatie- en samenwerkingskracht hebben en houden om dit voor een langere periode en met voldoende kwaliteit te kunnen doen.
Er is daarbij behoefte aan een makelaar die de juiste verbindingen kan leggen, een vorm van marktmeesterschap om de benodigde kwaliteit van aanbieders van jeugdhulp te toetsen met oog op vitale samenwerkingsverbanden, en een katalysator die daar waar nodig voor versnelling kan zorgen.
Pagina 8
Het realiseren van de transformatiedoelen vraagt immers nog veel ontwikkeling en zal nog een lange periode om inspanningen en investeringen vragen. Daarbij is het nodig om het perspectief van cliënten van jeugdhulp nadrukkelijker dan nu een plek te geven in de samenwerking, denk aan een plek aan de Ontwikkeltafels.
Pagina 9
4
Aanbevelingen Gelet op de voorgaande deelconclusies bevelen wij het volgende aan.
Aanbeveling 1: Benut de opgebouwde meerwaarde van het Servicebureau Zoals aangegeven in de kernconclusie heeft het Servicebureau zich de afgelopen jaren ontwikkeld van een inkooporganisatie naar een serviceorganisatie die meerwaarde biedt ten opzicht van het enkel inkopen van jeugdhulp. Deze meerwaarde wordt ook gezien door de gemeenten en aanbieders van jeugdhulp, maar kan tegelijkertijd nog beter worden benut. Dat is nodig om de complexe transformatiedoelen van de gemeenten op het terrein van jeugdhulp te kunnen realiseren. Er zijn tijdens deze evaluatie al enkele beelden gevormd over wat die meerwaarde zou kunnen zijn. Deze beelden bieden aangrijpingspunten voor de verdere doorontwikkeling van het Servicebureau. Wij destilleren uit die beelden het onderstaande, aansluitend op de deelconclusies uit het voorgaande hoofdstuk: 1 Het Servicebureau als punt van permanente reflectie en katalysator voor versnelling Een scherpere aansluiting van de maatschappelijke opgaven van de gemeenten op de uitvoeringsdoelen van het Servicebureau en opdrachten aan de aanbieders van jeugdhulp.
Niet enkel door een doorvertaling van beleid naar uitvoering maar juist door permanente reflectie: is hetgeen wat we doen nog in overeenstemming met de bedoeling, of raken we elkaar kwijt in weerbarstige uitvoeringskwesties, details en goedbedoelde complexe overlegstructuren? Het Servicebureau kan hier meerwaarde bieden doordat zij vanuit verschillende perspectieven deze permanente reflectie kan verzorgen en als katalysator kan optreden in het geval zaken vastlopen en weer vlot moeten worden getrokken. 2 Het Servicebureau als smeder van vitale integrale samenwerkingsverbanden Een verschuiving van een relatie van opdrachtgever-opdrachtnemer (inkooprelatie) tussen gemeenten en aanbieders van jeugdhulp, naar die van coproducent over verschillende beleidsterreinen heen. Dit vraagt om naast het inkopen van jeugdhulp ook om het smeden van vitale samenwerkingsarrangementen met een langdurig karakter, met partners met voldoende organisatie- en samenwerkingskracht binnen de jeugdhulp maar vooral ook tussen partners die werkzaam zijn in verschillende beleidsterreinen. Hierbij is het belangrijk ook actoren te betrekken die nadrukkelijk het perspectief van cliënten inbrengen, denk aan cliënten zelf of adviesorganen die belangen van cliënten inbrengen.
3 Het Servicebureau als makelaar en markmeester voor het leggen van de juiste en kwalitatief goed verbindingen In het verlengde van punt 2 is er behoefte aan een makelaar die de juiste verbindingen kan leggen en een vorm van marktmeesterschap uitvoert, om de benodigde kwaliteit van aanbieders van jeugdhulp te toetsen met oog op de vitaliteit van samenwerkingsverbanden. 4 Het Servicebureau als kennis- en datacentrum: datagestuurd werken De ontwikkeling van een kennis- en datacentrum dat dienstbaar is aan de ontwikkeling van het netwerk als geheel, alsmede de bijdragen van individuele partners aan het geheel. Het concept van datagestuurd werken past hierin. Een van de eerste taken om op te pakken is de productie van prognoses die in de ogen van gemeenten voldoende betrouwbaar zijn om op te kunnen sturen en naast het financieel perspectief ook zicht bieden op maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid.
Pagina 10
Aanbeveling 2: Richt het vervolgproces op het ontwikkelen van een gedeeld beeld over de volgende ontwikkelstap van het Servicebureau In de voorgaande aanbeveling zijn eerste beelden grof en op hoofdlijnen weergegeven, zonder nog een oordeel te vormen over deze beelden en/of keuzes te maken. Wij bevelen aan om als eerste stap een gezamenlijke dialoog te organiseren tussen de gemeenten, het Servicebureau en aanbieders van jeugdhulp om hierop voort te bouwen, met als kernvragen: 1 Herkennen we de opgebouwde meerwaarde van het Servicebureau aan de hand van de voornoemde punten uit aanbeveling 1? 2 Wat is het gedeelde beeld van de volgende ontwikkelstap van het Servicebureau? 3 Is dat beeld scherp genoeg om de volgende stap te kunnen maken? 4 Wat betekent dit voor de gemeenten, dragende spelers in het veld van aanbieders van jeugdhulp en actoren in andere beleidsterreinen? Wat is nodig en wie levert welke bijdrage?
Pagina 11
5
Kernbevindingen In dit hoofdstuk vatten we de belangrijkste bevindingen uit de oriënterende gesprekken en de twee georganiseerd Bouwplaatsen samen. Deze vormen het fundament voor de conclusies zoals gepresenteerd in hoofdstuk 2. Voor een verdere verdieping op de bevindingen verwijzen wij naar bijlage 1. In deze bijlage wordt verslag gedaan van alle bijdragen van deelnemers aan de oriënterende gesprekken en de Bouwplaatsen. De belangrijkste bevindingen worden in de onderstaande tabellen weergegeven. Daarbij zijn de beelden van deelnemers aan de Bouwplaatsen verkaveld naar de desbetreffende actoren waarop deze beelden betrekking op hebben. Bijvoorbeeld: > Er is door gemeenten en door aanbieders van jeugdhulp aangegeven dat het Servicebureau voor rust en stabiliteit heeft gezorgd. Dit zien we in de onderstaande tabellen dan ook terug onder de kolom ‘Servicebureau’; > Er is door gemeenten en het Servicebureau aangegeven dat de gemeenten een regionale visie op Jeugdhulp hebben ontwikkeld. Dit zien we in de tabellen dan ook terug onder de kolom ‘Gemeenten’. Noot: De evaluatie richt zich op het organisatie- en samenwerkingsvermogen van het Servicebureau en het samenspel met de gemeenten. De evaluatie richt zich niet op het organisatie- en samenwerkingsvermogen van aanbieders van jeugdhulp. Vandaar dat in de onderstaande tabellen de actor ‘aanbieders van jeugdhulp’ ontbreekt.
Pagina 12
5.1
Wat is tot op heden bereikt, welke voorwaarden zijn hiervoor ingevuld?
Gerealiseerde uitvoeringsdoelen Gemeenten De gemeenten hebben een fundament gelegd op lokaal niveau:
Servicebureau Om dit fundament te leggen heeft het Servicebureau:
1
1
2 3
Jeugdigen kunnen gebruik maken van basisvoorzieningen, en zij maken daar ook gebruik van. Er is een breed palet aan preventieve voorzieningen en (vroeg)signalering. Er is een lokale infrastructuur voor toegang tot voorzieningen via lokale teams.
2 3
Alle jeugdhulp op een doeltreffende en rechtmatige wijze gecontracteerd; Productomschrijvingen en tarieven zijn beschreven en vastgelegd; Contract- en kwaliteitsbeheer ingericht.
Er is tevens stabiliteit en rust gecreëerd in de relatie met aanbieders van jeugdhulp.
Ingevulde voorwaarden Gemeenten
Servicebureau
Regie en sturing •
•
De gemeenten hebben een regionale visie op de Jeugdhulp ontwikkeld en vastgesteld. De gemeenten hebben een dienstverleningsovereenkomst vastgesteld waarin doelen en afspraken met het Servicebureau zijn vastgelegd.
• • •
Het Servicebureau is in staat om in een complex speelveld en vanuit verschillende perspectieven te werken. Het Servicebureau biedt daarbij de nodige continuïteit en stabiliteit. Productomschrijvingen en tarieven zijn beschreven en vastgelegd en vormen de basis voor afspraken met en contractering van aanbieders.
Samenwerking In de eerste jaren na de decentralisatie, de fase van transitie, was er een nauwe afstemming tussen de gemeenten en het Servicebureau en traden de gemeenten op als gezamenlijk opdrachtgever.
• •
• •
•
Er is rust en stabiliteit ontstaan in de relatie met aanbieders van jeugdhulp. Het Servicebureau heeft zich ontwikkeld van een inkoop- naar een serviceorganisatie. De bereidheid van het Servicebureau om te helpen is groot en de toegankelijkheid van het Servicebureau is uitstekend, zowel voor de gemeenten als aanbieders van jeugdhulp. De communicatie van het Servicebureau is goed. Er wordt veel geïnvesteerd in de informatievoorziening naar stakeholders. Het Servicebureau zet in op gezamenlijk ‘leren en ontwikkelen’, de inrichting van de Ontwikkeltafels speelt daarbij een belangrijke rol. Het Servicebureau is proactief in het doorontwikkelen en oplossen van knelpunten en doet daartoe voorstellen naar de gemeenten. Het samenspel tussen het Servicebureau en aanbieders van Jeugdhulp is goed. Het Servicebureau is in staat het ‘open dialoog’ te voeren.
Organisatie en werkwijze Gemeenten hebben een structuur ingericht langs de lijnen van beleidsinhoud en bedrijfsvoering.
•
•
•
Het Servicebureau is in staat een groot aantal aanbieders te contracteren en de relatie daarmee te onderhouden. Hiertoe is contract- en accountmanagement ingericht. Er is binnen het Servicebureau veel kennis opgebouwd over het complexe veld van vraag en aanbod van jeugdhulp. De samenwerking tussen teams en medewerkers binnen het Servicebureau is goed. De werksfeer is uitstekend, er is sprake van een open en transparante houding naar elkaar toe.
Pagina 13
5.2
Wat is er nog te bereiken en wat is daarvoor nog nodig?
Wat willen de gemeenten nog bereiken? Na de fase van transitie, waar de continuïteit van en toegang tot jeugdhulp na de decentralisatie centraal stond, werken de gemeenten aan de oorspronkelijke doelen van de decentralisatie van de jeugdzorg. Deze doelen worden ook wel de transformatiedoelen genoemd. De transformatiedoelen moeten tevens bijdragen aan het doel om de kosten rondom jeugdhulp te beheersen. Hiertoe richten de gemeenten zich op: 1 Het versterken gewone opvoeden en opgroeien: normaliseren en benutten van eigen kracht. Dit door grenzen te verkennen bij andere domeinen en die benutten. Tevens de breedte verkennen van de plicht om jeugdhulp te verlenen. 2 Tijdig inzetten van passende hulp: werken met richtinggevend kader en ontwikkelen handelingskader voor extra aandacht voor kinderen en jongeren in kwetsbare omstandigheden. Integraal maatwerk voor jeugdigen en gezinnen met complexe problemen en voorkomen dat kinderen op verkeerde plek zitten. Er is reeds een daling te zien in de residentiële jeugdhulp en een toename van het aantal jeugdigen met een vorm van ambulante hulp. Als dat laatste eraan bijdraagt dat kinderen thuis kunnen blijven is dat een gewenste beweging. hierover bestaan nog twijfels, want er is tegelijkertijd een toenemende behoefte te zien aan gezinshuizen en pleeggezinnen.
3 Kinderen/jongeren groeien zo thuis als mogelijk op: opbouwen en ontwikkelen van kleinschalige woonvoorzieningen 4 Duurzaam veilig opgroeien: gesprekken voeren met maatschappelijke partners over veiligheid als basis en invulling geven aan het landelijk toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en acties inzetten naar aanleiding van het rapport “Onvoldoende Beschermd”. 5 Jeugdhulp en onderwijs werken effectief samen: Het PO en VO ontwikkelen samen met de H10 gemeenten een actieprogramma. Met het MBO inzetten op inclusiever onderwijs, dekkend onderwijsaanbod, samenwerking en preventie.
Wat is dan nog nodig? Deelnemers aan de Bouwplaatsen benoemen de onderstaande onderwerpen waar het Servicebureau, samen met de gemeenten en aanbieders van jeugdhulp, aan moeten werken.
Realiseren en leren vanuit de bedoeling Gemeenten stellen het beleid en beschikbare financiële middelen op het terrein van jeugdhulp vast en richten de lokale toegang in. Het Servicebureau koopt aansluitend hierop een deel van de jeugdhulp voor de gemeenten in (gemeenten doen ook lokaal inkopen), waarna aanbieders van jeugdhulp de uitvoering ter hand nemen. Een structurele reflectie op de doeltreffendheid van verkenning, beleid én de uitvoering wordt daarbij gemist. Er is met andere woorden geen sprake van een navolgbare beleidscyclus. Verkenningen en analyses leiden wel tot beleidsinstrumenten (zoals het richtinggevend kader). Deze worden vertaald naar de uitvoering, maar effecten worden vervolgens niet meer gespiegeld met de oorspronkelijke bedoeling: hebben we het vraagstuk waarvoor het was bedoeld opgelost of zijn we elkaar onderweg door allerlei weerbarstige uitvoeringskwesties en details kwijtgeraakt?
Verhelderen van de positie, rol en handelingsruimte van het Servicebureau De doelen van de gemeenten, zoals hierboven genoemd, zijn in complexiteit toegenomen. Om deze te realiseren is meer nodig dan enkel het inkopen van jeugdhulp conform vastomlijnde productbeschrijvingen en -tarieven. Het vraagt om langdurige ontwikkeling op tal van onderwerpen, in samenspel met gemeenten en aanbieders van jeugdhulp. Het Servicebureau geeft hier vorm aan via zogenaamde ‘Ontwikkeltafels’. Dat wordt gewaardeerd door de gemeenten en door aanbieders van jeugdhulp. Er is echter een nog onvoldoende gedeeld beeld over de positie, de rol en het mandaat (handelingsruimte) van het Servicebureau. Daardoor is het niet altijd helder vanuit welk perspectief het Servicebureau een bepaalde beweging inzet (die van de gemeenten of die van de aanbieders) en met welke handelingsruimte het Servicebureau dit kan doen. Tegelijkertijd is er het besef dat de positie, rol en handelingsruimte van het Servicebureau niet kan worden gezien als een statisch gegeven; het is sterk afhankelijk van de situatie en het vraagstuk dat voorligt.
Pagina 14
Wat is dan nog nodig? Deelnemers aan de Bouwplaatsen benoemen de onderstaande onderwerpen waar het Servicebureau samen met de gemeenten en aanbieders van jeugdhulp aan moet werken.
Datagestuurd werken De gemeenten, maar ook aanbieders van jeugdhulp, hebben behoefte aan informatie met een blik op de toekomst. Er spelen vragen zoals: > Wat zijn de prognoses in het kader van de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp? > Hoe ontwikkelt vraag en aanbod zich van jeugdhulp in kwantitatieve en kwalitatieve zin? > Welke trends en ontwikkelingen zijn er waarop ingespeeld moet worden? De gemeenten zijn nog ontevreden over de financiële prognoses. Deze zijn tot op heden nog gebaseerd op de productiecijfers van aanbieders van jeugdhulp. Deze cijfers worden vertaald naar financiële prognoses maar die vertonen door de tijd heen nog grote variaties. Er zijn daardoor bedenkingen bij de betrouwbaarheid, actualiteit en bruikbaarheid van data.
Leggen van duurzame en integrale verbindingen met oog op de realisatie van transformatiedoelen De aanbieders vormen een zeer diverse groep waarbij allerlei individuele aanbieders zich richten op een specifiek deel van de benodigde voorzieningen voor jeugdhulp. Om de transformatiedoelen te realiseren is verder intensivering van samenwerking nodig tussen: • de verschillende aanbieders van jeugdhulp; • de verschillende actoren die zich richten op verschillende beleidsterreinen van de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan het onderwijsveld. De benodigde samenwerking moet een duurzaam karakter hebben waarbij actoren voldoende organisatie- en samenwerkingskracht hebben om dit voor een langere periode en met voldoende kwaliteit te kunnen doen. Het realiseren van de transformatiedoelen vraagt immers nog veel ontwikkeling en zal nog een lange periode om inspanningen en investeringen vragen. Daarbij is het nodig om het perspectief van cliënten van jeugdhulp een plek te geven in de samenwerking; denk aan een plek aan de Ontwikkeltafels. Het Servicebureau kan hierbij verschillende rollen spelen: die van makelaar voor het leggen van verbindingen, die van marktmeester voor toetsing van kwaliteit van samenwerkingsspelers en die van katalysator door daar waar nodig het versnellen van processen.
Pagina 15
Bijlage 1 Verslag bijdragen van deelnemers Interactieve werkateliers Voor de evaluatie zijn oriënterende gesprekken gevoerd alsmede twee interactieve werkateliers gehouden, ook wel ‘Bouwplaatsen’ genoemd: 1 Een met deelnemers van de gemeenten en deelnemers van het Servicebureau. 2 Een met deelnemers van het Servicebureau en deelnemers van aanbieders van jeugdhulp. De Bouwplaatsen, alsmede de oriënterende gesprekken ter voorbereiding, hebben online plaatsgevonden. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van een online whiteboard. Dat whiteboard is ook na de evaluatie toegankelijk via MS-Teams: ‘Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden – evaluatie’. Fasering en aansluiting van de twee bouwplaatsen Als eerste is een Bouwplaats georganiseerd met als deelnemers de gemeenten en het Servicebureau. In deze Bouwplaats is voortgebouwd op bevindingen uit de oriënterende gesprekken. Uit deze bouwplaats zijn vervolgens twee centrale thema’s gedestilleerd, namelijk: 1 De positie, de rol en de handelingsruimte van het Servicebureau; 2 De gewenste doorontwikkeling van het Servicebureau. Op deze twee thema’s is verder voortgebouwd in de Bouwplaats voor het Servicebureau en aanbieders van jeugdhulp.