Informatiebrief 065 Bijlage 2. Routekaart WLR.pdf
Tekst van het document
ADVIES – Voer een objectieve afweging zin en onzin van een bovengemeentelijke ORES voor de regio middels een technisch-economische verdiepende analyse op basis van robuust energie model en in samenwerking met betrokken stakeholders. • Bepaal mogelijke omvang marktfalen en noodzakelijke bijdrage van oplossing met laagste maatschappelijke kosten. • Bepaal noodzakelijke bijdrage gemeente om warmtetransitie te laten slagen. – Voorzie raden en colleges van informatie en betrek ze in de besluitvorming als het gaat om: • De oplossingsmogelijkheden en keuzes voor aardgasvrije oplossingen. Noodzakelijk voor inhoudelijk gesprek en tijdige besluitvorming. • Bereid de geesten voor op mogelijke rollen en meest geschikte rol voor leveren van een bijdrage. • Herijk politieke voorkeur rolneming gemeenten na vorming nieuwe colleges. – Stel een afwegingskader op voor rolneming en bijdrage gemeenten. Kies op basis van een afweging met te nemen verantwoordelijkheden en gevraagde financiële bijdrage die te verwachten is op basis van de oplossing met laagste maatschappelijke kosten • Concretisering van de in de samenwerkingsovereenkomst vastgestelde publieke waarden als afwegingskader voor te maken keuzes in warmteoplossingen
16
5. DE WEG DIE VOOR ONS LIGT
Technisch-economische verdieping van een ORES noodzakelijk Om een goed besluit te kunnen nemen over de verdere realisatie van een ORES, in welke vorm dan ook, is het belangrijk om helder te maken wat een ORES is, en wat niet. En wat daar dan feitelijk de merites van zijn in termen van publieke waarden. Dat proces is in gang gezet door de aanbesteding van een technisch-economische ontwerpstudie. Wij vinden dat een belangrijke stap vooruit.
In dit hoofdstuk staan we stil bij de acties die op korte termijn, tot het eind van dit jaar, genomen dienen te worden of al op de planning staan. Daarnaast maken we een doorkijk naar de langere termijn. In de periode tussen september 2021 tot en met mei 2022 heeft Over Morgen het programma Warmte Leidse Regio ondersteund. In die periode van intensieve samenwerking zijn acties uitgezet en inzichten vergaard die een bijdrage en versnelling van de warmtetransitie in de Leidse Regio kunnen leveren en hebben we geadviseerd. Deze adviezen kennen afhankelijkheden, onderlinge versterking en zijn gefaseerd in de tijd. In dit document zijn deze adviezen weergegeven in een routekaart voor de warmtetransitie in de Leidse Regio die ertoe moeten leiden dat de versnelling die een regionale oplossing kan bieden, ook wordt gerealiseerd.
In de externe ontwerp opdracht (Regionale Integratie) worden verschillende varianten van een ORES ontworpen, afhankelijk van scenario’s van omvang en ontwikkelsnelheid van vraag- en aanbod van warmte. Die varianten zullen worden geëvalueerd op hun match met de publieke waarden zodat een afweging kan worden gemaakt. Voor de begeleiding van deze studie is een klankbordgroep ingericht (Partnerstrategie) waarmee wordt toegewerkt naar een gezamenlijk gedragen uitkomst.
5.1 Te nemen stappen in 2022
Het is belangrijk voor de besluitvorming eind 2022 over de voortzetting van de samenwerking dat de resultaten van deze studie dan bekend zijn. Het zal een complexe analyse zijn, dat blijkt ook wel uit deze routekaart. Het zal dus tijd, aandacht en energie vergen van alle betrokkenen om hier een helder en eensluidend resultaat uit te krijgen.
Versnelling aanpak warmtevraagontwikkeling cruciaal Om het doel om in 2050 aardgasvrij te zijn te halen, moeten we tijdig starten. De basis voor ieder warmtesysteem is de warmtevraag bij te verwachten afnemers. In de Transitievisies Warmte zijn per gemeente wijken aangewezen waar de maatschappelijke kosten het laagst zijn indien er voor een collectieve warmteoplossing gekozen wordt.
Laat helder zijn, dat resultaat zal op reis naar een ORES eerder een tussen- dan een eindstation zijn. Nieuwe vragen zullen opkomen, en nieuwe, onvoorziene ontwikkelingen zullen zich voordoen. Daarom is het belangrijk dat niet alleen de uitkomsten van deze studie, maar ook de onderliggende data, algoritmen en modellen beschikbaar blijven voor verdere analyse. Daarin is in de opzet van de studie voorzien.
Om aan de slag te kunnen met een regionale warmtevoorziening, moet de vraag ontwikkeld zijn. De investeringen in de warmtebronnen en -transport moeten zo (grotendeels) gedekt worden door zekerheden van afname. Dat is een intensief proces wat tijd en zorgvuldigheid vraagt. Om die reden is het belangrijk om in de gemeenten nog concreter dan vandaag aan de slag te gaan met de warmtevraag. Idealiter zijn de eerste clusters in 2023, en niet later dan 2024 ‘contractgereed’. Daarvoor is nodig: ‣ In gesprek met bewoners en eigenaren, gevolgd door intensief participatieproces ‣ C oncretiseren contacten met woningcorporaties en energiecollectieven, omdat zij een belangrijke rol spelen als afnemers voor een collectieve warmteoplossing. Op weg naar afspraken over eisen en voorwaarden aan een collectieve warmtevoorziening, met een overgangs-/aansluitmoment wat past bij de ambities aangaande ‘tijdigheid’ van de Leidse Regio en de snelheid van de bronontwikkeling ‣ A anwijzen warmtekavels en warmteleverancier ‣ C ommercieel aanbod warmte levering aan eigenaren i.s.m. warmteleverancier ‣ R uimtelijke inpassing en financiering organiseren
Stel de regionale bronnen zeker voor levering aan de regio Op dit moment zijn in de Leidse Regio twee soorten regionale bronnen in beeld die worden geleid door private of publieke partijen buiten de Leidse Regio. Het is dus belangrijk dat deze partijen het belang inzien van de Leidse regio als afnemer van hun warmte, nu of in de nabije toekomst. Dat is niet vanzelfsprekend. Voor het geothermie cluster bestaat het risico dat ze niet ontwikkeld worden door gebrek aan zekerheid van afname of grondposities aangenomen dat voor elke operator een positief resultaat volgt op zowel geologisch potentieel als verkrijgen van SDE++ subsidie uit de huidige exploratiefase. De geothermie operators zijn ondernemers die elk op zoek zullen gaan naar hun eigen locaties en afnemers. Die route past slecht of helemaal niet in een regionale gedachte om bronnen te verbinden. Het is daarom belangrijk dat de betrokken gemeenten zich actief inzetten om geothermie ruimtelijk mogelijk te maken, en daarbij sturing te geven om dit ten goede te laten komen aan de regio. Dat laatste kan door tijdig
Hier ligt een taak als verbinder en aanjager voor het Warmteprogramma Leidse Regio, maar de geadviseerde concrete invulling moet gedaan worden door gemeenten en vastgoedeigenaren.
17
een regionale infrastructuur te (laten) realiseren waarop zij hun warmte kunnen afzetten en waarover transportovereenkomsten kunnen worden afgesloten met leveranciers aan wijken en kavels die daar behoefte aan hebben.
Daaronder vallen in 2022 al: ‣ ‘Spijtvrije’ keuzes in 2022, zoals isolatieprogramma’s en het intensiveren van de ontwikke ling van een collectieve warmtevraag. Dat laatste is van belang voor de ontwikkeling van een collectief warmtenet; of dat nu lokaal is of bovengemeentelijk – het is altijd nodig. ‣H et stellen van kaders en uitgangspunten voor grotere systeemkeuzes. Denk daarbij aan; • Meer informatie vergaren middels technisch-economische verdieping van de waarde van een bovengemeentelijk ORES voor de regio • Lange termijn perspectief beschrijven als ‘stip aan de horizon’
Voor de restwarmte uit Rotterdam via WarmtelinQ+ is de Leidse Regio afhankelijk van besluitvorming door de betrokken partijen EZK, Provincie, GasUnie, Vattenfall en WBR. De Leidse Regio heeft de positie ingenomen om geen afname zekerheid te bieden aan WLQ+, en is daarmee geen directe partij om de haalbaarheid van realisatie van WLQ+ te beïnvloeden. Met de op 18 mei 2022 aangekondigde overname van WBR door Vattenfall is de kans op realisatie van WLQ+ wel fors groter geworden.
Betrek en informeer de raden en colleges intensief Veel keuzes en besluiten waar de regio voor staat vragen besluitvorming van colleges en raden van de gemeenten in de Leidse Regio. De materie is complex en kent vele afhankelijk heden. Het vraagt dan ook een ingewikkeld politiek besluit op basis van een complexe afweging. Om zo’n besluit te kunnen nemen, moet de materie voldoende bekend zijn bij politici. Om die reden adviseren wij om colleges en raden intensief te betrekken in de verschillende oplossingsmogelijkheden voor aardgasvrije wijken. Alleen door iedereen op hetzelfde informatieniveau te brengen is er een goed en zo objectief mogelijk keuze en besluitvormingsproces mogelijk over welke oplossing ‘het beste is’. De beoordeling van ‘het beste’ is vast te stellen door middel van criteria waarin de publieke waarden een belangrijke rol spelen. Op basis daarvan kan het College en kunnen de raadsleden een eigen keus maken op basis van hun perspectief en politieke overtuiging.
Mocht WLQ+ er komen dankzij de vandaag betrokken partijen zijn er twee aspecten om rekening mee te houden:
‣ V attenfall heeft met de aangekondigde overname van WBR meer grip op de inkoop van
restwarmte en daarmee de levering van warmte over het WLQ+ net. Daarnaast kan Vattenfall een positie bij WLQ+ vragen voor extra vermogen, bijvoorbeeld voor uitbreiding van hun bestaande net. Daarmee is Vattenfall een nog belangrijkere speler geworden in de inzet van restwarmte via WLQ+ in de regio ‣ A ndere partijen en gemeenten langs het tracé praten ook over afname. Indien die besluiten tot contractering voordat de Leidse Regio dat kan doen, moet GasUnie als operator zich houden aan de Nederlandse regels voor netbeheer ‘first come, first serve”. Dat betekent dat er dan minder warmte vermogen beschikbaar is voor de gemeenten in de Leidse Regio
Daarnaast is het van belang dat er niet alleen aandacht is voor politieke steun op gemeente lijk niveau, maar dat hier ook blijvend aandacht voor op regionaal niveau. Uiteindelijk is het wenselijk toe te groeien naar meer gezamenlijke besluitvorming waarin het programmateam de regie heeft.
De ontwikkeling van de warmtevraag en technisch-economische analyse van het ORES zullen meer duidelijkheid en urgentie geven aan dit vraagstuk. Het is niet onwaarschijnlijk dat tijdens de verdieping in de ORES studie, er een investeringsbesluit valt over WLQ+. Daarmee wordt de beschikbaarheid van een regionale bron een feit.
De samenwerking kent momenteel een regionaal bestuurlijk overleg waarin bestuurders samenkomen. Het is voor de gezamenlijke besluitvorming van belang hier blijvend op in te zetten. In die gezamenlijkheid kan tijdig het gesprek plaatsvinden tussen bestuurders op regionaal niveau en kan politieke draagvlak worden gecreëerd voor beslissingen die vervolgens kunnen landen in de gemeentelijke besluitvorming. Het gaat om onderwerpen als: ‣ Concretisering publieke waarden als criteria voor te maken keuzes in warmte oplossingen ‣ Een mogelijke rolneming, en mogelijke bijdrage die te verwachten is op basis van de oplossing met laagste maatschappelijke kosten ‣ Het bieden van oplossingen voor ruimtelijke inpassing binnen de gemeenten en daaraan gerelateerde milieu en vergunningseisen. ‣ Ontwikkelen van een bredere samenwerkingscoalitie in de regio; ‣ Inzicht verschaffen aan gemeenten in financieringsmogelijkheden en acties uitzetten voor gezamenlijke lobby naar Rijk en andere partijen
We begrijpen de positie van de Leidse Regio om nu niet met afnamegaranties of een andere bijdrage risicodragend te participeren in de bron ontwikkeling of -verdeling. Het is echter ook zo dat andere gemeenten, zoals Den Haag Ypenburg, ook interesse tonen wat een risico geeft op de beschikbaarheid van het te verwachten vermogen in de regio. Daarom adviseren we om hier niet te afwachtend in te blijven.
Onderscheid korte termijn en lange termijn perspectief en keuzes De routekaart wijst naar een eindbestemming om voor 2050 aardgasvrij te zijn. Dat vraagt een visie op de lange termijn, maar ook keuzes op de korte termijn. We vinden het van belang te starten met wat nu al mogelijk is, onder voorwaarde dat het past in verschillende ontwikkelscenario’s.
18
5.2 Schematische weergave routekaart
Technisch economische analyse ORES Regionale Energie Strategie Holland Rijnland
Samenwerking Warmte Leidse Regio
Aanbod warmte regionaal Zeker stellen bronnen
Leidse Regio aardgasvrij
Aanbod warmte lokaal
Transitie Visie Warmte
Eerste wijken aardgasvrij
Vraag warmte lokaal
Ontwikkelen vraag
2021
2022 Q2 2022 Routekaart in beeld
2023
2028 Q2 2023 Besluit ORES vervolg Partnerselectie Randvoorwaarden en financiering
Q4 2022 Afwegingskader Evaluatie WLR
19
2050
BIJLAGE Woningcorporaties Een groot bezit van woningcorporaties in een warmtecluster is een belangrijke factor om een cluster eventueel vroeg in de tijd te zetten in de routekaart. Wanneer er veel bezit is van een woningcorporatie in een bepaalde buurt en de corporatie een grote vervangingsopgave heeft, kan dit versnellend en kostenverlagend werken voor de aanleg van een warmtenet. Het corporatiebezit in de Leidse regio is weergegeven in Figuur 5.
Figuur 5
Uit Figuur 5 blijkt dat met name in en rondom Leiden het corporatiebezit groot is. Daarnaast zijn er plukken met veel corporatiebezit in en rondom Katwijk en in het noorden van Oegstgeest.
20
Lokale initiatieven Een lokaal initiatief in een buurt helpt om het draagvlak te vergroten. Om die reden is de aanwezigheid van een of meer lokale initiateven en de voorkeur van dit initiatief een belangrijke overweging om een warmtecluster in de tijd te zetten. Een overzicht van lokale initiatieven, die een warmtenet willen in hun buurt, zijn te vinden in Tabel 11
GEMEENTE
NAAM PROJECT
KORTE BESCHRIJVING
Meerburg
Sloop/nieuwbouw van 1000 corporatiewoningen. Willen worden aangesloten op uitbreiding huidig warmtenet. Ligt als omgekeerde C-ring om de wijk Meerburg heen, dus project is kansrijk. Geld voor infrastructuur zou zeer welkom zijn
Merenwijk
Initiatief heeft studie laten doen naar aansluiting van 500 woningen op RWZI. Deze zit nu in BuCa fase. Er is wel concurrentie op de bron met project Poelgeest maar de potentie voor beide projecten lijkt voldoende
Leiden Zuid-West (deel)
Zuid-West is een belangrijke wijk voor afname WLQ+. Kunnen m.b.v. systeem van Firan kralen gaan creëren om later snel op WLQ+ aan te sluiten. Potentie voor 2 of 3 kralen van 500 woningen. Corporaties zijn enthousiast, dus afname ligt er. Kansrijk project als er meerdere kralen kunnen worden opgebouwd.
Waardeiland Vogelwijk en Houtkwartier
Enthousiaste bewonersinitiatieven die met lokale bronnen (aquathermie) een wijk van elk ongeveer 500 woningen willen verwarmen. Veelal particulier eigendom. Hebben al aanvraag gedaan bij Provincie Zuid-Holland om een studie de BuCa door te laten rekenen.
Zoeterwoude
Rijndijk Van Gas Los
Fakton heeft ondersteund bij de aanvraag PAW. De aanvraag is inmiddels succesvol ingediend. Fakton gaat de komende periode ondersteunen door een PvA op te stellenen en een stakeholderanalyse te doen voor het project.
Katwijk
Aquathermie project Valkenhorst
Ontwikkeling van een LT-warmtenet op basis van aquathermie in de nieuw aan te leggen wijk Valkenhorst.
Uitbreiden aquathermie project Hoornes
Project Hoornes Aardgasvrij: een door de rijksoverheid gesubsidieerd project om 500 woningen in de buurt Kalkoven van het aardgas los te koppelen. De bron is aquathermie
Oegstgeest
Energiek Poelgeest
Dit initiatief kijkt met name naar aquathermie. IF en Greenvis hebben een bronstudie gedaan naar oppervlakte water en RWZI. Het initiatief zelf vindt oppervlaktewater het meest kansrijk maar Vattenfall vindt de RWZI haalbaarder omdat oppervlakte water te ver weg is.
Leiderdorp
Werkgroep oranjewijk
Een initiatief actief omdat de riolering op zeer korte termijn moet worden vervangen. Het is de vraag of een warmtenet op tijd komt
Baanderij
Grootschalig sloop nieuwbouw in de Baanderij
Leiden
Tabel 11
Riolerings- en vervangingsopgaven Ten slotte zijn er in de TVWs riolerings- en vervangingsopgaven geïdentificeerd. Rioleringsopgaven zijn nuttig om in kaart te brengen omdat de vervanging van riolering kan worden gekoppeld aan het aanleggen van een warmtenet. Dat bespaart kosten en zorgt voor minder overlast voor de omgeving. Grootschalige vervangingsopgaven zorgen ervoor dat veel oude woningen die niet geschikt zijn, worden vervangen door woningen die mogelijk geschikt zijn en kunnen worden opgeleverd met een aansluiting. Beide kunnen dus voor kansen zorgen.
21