CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 014 Resultaten haalbaarheidsonderzoek zonnevelden (incl. bijlagen).pdf

Gemeenteraad Voorschoten 17 februari 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W15.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Informatiebrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Portefeuillehouder: Bijlage(n):

Z/21/056602 287054 di 18 januari 2022 verzonden: di 1 februari 2022 Resultaten haalbaarheidsonderzoek zonnevelden Wethouder Spil 1. Haalbaarheidsonderzoek zonnevelden 2. Beleidsanalyse zonnevelden 3. Amendement 123 VVD CDA VLS ONS GL D66 over Regionale Energie Strategie (RES) 1.0.

Geachte raad, Met deze informatiebrief informeert het college u over de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek voor ‘zon op veld’ en de vervolgstappen die hierbij komen kijken. De brief heeft de volgende opzet: eerst wordt de relatie van dit haalbaarheidsonderzoek met de RES 1.0 uitgelegd. Daarna leest u over de aanleiding, de opzet en de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek. Ten slotte gaan we in op de vervolgstappen. De regionale energiestrategie (RES) De Rijksoverheid heeft zich gecommitteerd aan de klimaatdoelstellingen van Parijs om in 2050 de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius. Nederland heeft deze doelstellingen vertaald in het Klimaatakkoord met als tussendoelstelling een CO 2-reductie van 49% in 2030 en 95% in 2050 vergeleken met de uitstoot van 1990. De Regionale Energie Strategie laat zien hoe we de energiedoelen gaan invullen en gaan halen. De RES 1.0 van de regio Holland Rijnland, waar Voorschoten bij hoort, levert een bijdrage aan het naleven en halen van de (inter)nationale afspraken voor de CO2- en energiedoelstellingen voor 2050.

Daarbij is de RES een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid regionale keuzes te maken over: – de opwekking van duurzame elektriciteit – de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en – de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur Het plan geeft aan dat de regio 1,1 TWh van alle energie duurzaam wil opwekken met zon op daken, zonnevelden en windmolens. Aanleiding voor het haalbaarheidsonderzoek Rondom Voorschoten zijn door de RES-regio Holland Rijnland twee zoekgebieden voor zonnevelden aangewezen in het buitengebied. Deze globale zoekgebieden zijn ingetekend in de Papenwegsepolder aan de N448 en de Duivenvoordecorridor aan de N447. Deze zoekgebieden zijn behandeld in de raad op 10 juli 2021. Op basis van de aandachtspunten heeft de raad met amendement 123 aangegeven dat het ontwikkelen van zonnevelden in de Duivenvoordecorridor en de Papenwegsepolder geen optie is. De raad heeft het college verzocht om de haalbaarheid van zonnevelden op andere plekken in de gemeente te onderzoeken. Dit vormt de aanleiding voor het haalbaarheidsonderzoek dat in opdracht van de gemeente is uitgevoerd door Kuiper Compagnons (zie bijlage 1 voor het hele rapport), waarvan we de resultaten met u delen. Resultaten Het doel van het haalbaarheidsonderzoek was om mogelijkheden voor kansrijke zonneveldzoekgebieden binnen de gemeente Voorschoten te definiëren.

Het onderzoek heeft zich voornamelijk gericht op de ‘randen’ van de beschermde gebieden. Gelet op het amendement van de gemeenteraad is de rest van het beschermde buitengebied buiten

Pagina 1 van 3

beschouwing gelaten. Eerst heeft Kuiper Compagnons een analyse gemaakt van het relevante nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid (zie bijlage 2). Op basis daarvan is een aantal potentiële zoekgebieden voor ‘zon op veld’ in beeld gebracht (zie figuur 1). Deze resultaten zijn besproken met de provincie en de relevante beleidsadviseurs van de gemeente Voorschoten. Deze gebieden zijn verder onderzocht. Hieruit blijkt dat er alleen voor zoekgebieden 3 en 4 beperkte mogelijkheden zijn voor het ontwikkelen van een zonneveld. In deze brief lichten we deze twee geschikte gebieden toe. Voor de andere zoekgebieden die niet geschikt bleken te zijn, verwijzen we u naar het haalbaarheidsonderzoek zonnevelden in bijlage 1. Zoekgebied 3 Het derde zoekgebied ligt zich ten westen van de wijk Adegeest, aan de oostkant van de spoorlijn en binnen de stads- en dorpsrand. Het gebied bestaat uit verschillende percelen, die (deels) van elkaar worden gescheiden door watergangen. Rekening houdend met de watergangen (plus onderhoudsstrook) en beschermingszones voor een waterkering, hoogspanningsmasten, gasleiding en waterleiding blijft er binnen het zoekgebied ongeveer 2 hectare over om mogelijk zonnevelden te kunnen realiseren.

Figuur 1. Overzichtskaart met alle potentiële zoekgebieden + luchtfoto's van de meest geschikte zoekgebieden 3 (boven) en 4 (onder). Zie bijlage 1 voor grotere versies van deze afbeeldingen

Zoekgebied 3 boven; zoekgebied 4 onder.

Pagina 2 van 3

Zoekgebied 4 Het vierde zoekgebied grenst aan de dorpszijde van de spoorlijn. Het gebied bestaat uit een sportveld van The British School en een weiland. Vanwege de eigendomssituatie, afstand tot omliggende functies zoals woningen en behoud van openheid, wordt een strook van ongeveer 50 meter grenzend aan de spoorlijn als mogelijkheid gezien. Dit komt neer op ongeveer 1 hectare. Voor beide gebieden gelden echter beperkingen. Beide zoekgebieden zijn relatief klein en hebben een suboptimale verkavelingsrichting. Dit maakt de locaties minder aantrekkelijk voor grootschalige initiatieven. Er bestaan beperkte kansen voor particuliere en/of lokale initiatieven. Daarvoor is meer onderzoek nodig. Vervolgstappen Naast het informeren van u, de raad, over de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek zal het college ook de RES autoriteit regio Holland Rijnland informeren over de bevindingen, zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij de uitwerking van de RES 1.0 naar RES 2.0. De oorspronkelijke ongeschikte zoekgebieden in het buitengebied zijn namelijk vanuit dit verband aangewezen. In regionaal verband ligt nu het initiatief en wordt de komende tijd gekeken hoe we procesmatig van zoekgebieden naar kansrijke locaties kunnen gaan. In de RES 2.0 zal duidelijk worden hoe de regio komt tot samenhangende plannen voor de energietransitie.

Daarbij wordt rekening gehouden met een aantrekkelijke leefomgeving. Plannen die zowel individueel als in de ruimtelijke opgave meerwaarde opleveren op de lange termijn. Daarnaast laat het delen van de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek zien dat de gemeente Voorschoten haar taak binnen het RES-verband serieus neemt. Dit sluit ook aan bij de doelen ten aanzien van de opwekking van elektriciteit, zoals geformuleerd in de Visie Energie en Klimaat. We hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Het volledige haalbaarheidsonderzoek en de bijbehorende beleidsanalyse zijn te lezen in bijlagen 1 en 2.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A.R. de Graaf, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 3 van 3

Haalbaarheidsonderzoek zonnevelden November 2021

Inhoud 1.

Inleiding ............................................................................................... 2 1.1

Aanleiding .................................................................................... 2

1.2

Doel ............................................................................................. 2

1.3

Leeswijzer .................................................................................... 3

2.

Methodiek en proces .......................................................................... 4

3.

Beleidsmatige verkenning ................................................................... 5

4.

5.

3.1

Beleidsanalyse ............................................................................. 5

3.2

Potentiële zoekgebieden ............................................................. 7

Ruimtelijke verkenning ........................................................................ 8 4.1

Zoekgebied 1 ............................................................................... 8

4.2

Zoekgebied 2 ............................................................................. 11

4.3

Zoekgebied 3 ............................................................................. 14

4.4

Zoekgebied 4 ............................................................................. 17

4.5

Zoekgebied 5 ............................................................................. 20

Conclusie en advies ........................................................................... 23

Bijlagen: Bijlage 1 - Beleidsanalyse

1

In de plankaart behorende bij de RES 1.0 zijn deze globale zoekgebieden ingetekend in de Papewegsepolder aan de N448 en de Duivenvoordecorridor aan de N447. Deze gebieden liggen onder andere binnen het rijksbeschermde dorpsgezicht ‘Landgoederenzone Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar’ en het Provinciaal Kroonjuweel landgoederenzone. Daarnaast ligt een deel van de voorgestelde locaties op Landgoed Duivenvoorde. Voor de Duivenvoordecorridor geldt bovendien dat de provincie Zuid-Holland sinds 2008 met de gemeenten Voorschoten en Leidschendam-Voorburg werkt aan het saneren van de kassen in het gebied en om het daarna groen in te richten met beperkte woningbouw. Daarnaast heeft de Papenwegsepolder een karakteristieke openheid en is het een belangrijk weidevogelgebied.

1. Inleiding 1.1

Aanleiding In regionaal verband is de gemeente Voorschoten betrokken bij de Regionale Energie Strategie Holland Rijnland. Deze RES 1.0 is door dertien gemeenten vastgesteld. In dat proces zijn kansrijke zoekgebieden voor zonneenergie en windturbines geidentificeerd. In de gemeente Voorschoten zijn twee zoekgebieden voor ‘zon op veld’ in het buitengebied aangewezen. Deze zoekgebieden zijn behandeld in de gemeenteraad van Voorschoten op 10 juli 2021.

Op basis van deze aandachtspunten heeft de gemeenteraad van Voorschoten via een amendement aangegeven dat het ontwikkelen van zonnevelden in de Duivenvoordecorridor en de Papenwegsepolder geen optie is. De gemeenteraad heeft verzocht om de haalbaarheid van zonnevelden op andere plekken in de gemeente te onderzoeken. Het voorliggende rapport is het resultaat van dat onderzoek.

1.2

Doel

Het doel van het onderzoek was het inzichtelijk maken van de mogelijkheden voor kansrijke zonneveldzoekgebieden in de gemeente Voorschoten. Daarbij is onderzocht welke beleidsmatige en ruimtelijke kansen en beperkingen er zijn. Er worden geen uitspraken gedaan over de daadwerkelijke wenselijkheid van de ontwikkelingen en concrete technische beperkingen zoals de nabijheid van aansluitpunten op het net en beschikbare netcapaciteit. De resultaten vormen de basis voor concreet beleid over zonnevelden en de communicatie richting de RES-regio en de provincie Zuid-Holland over de huidige zoekgebieden. Plankaart RES Holland-Rijnland

2

1.3

Leeswijzer

Voorliggend document bestaat uit een aantal onderdelen. In dit eerste hoofdstuk is stilgestaan bij de aanleiding en het doel van het onderzoek. Hoofdstuk 2 beschrijft de methodiek en het doorlopen proces. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste conclusies uit de beleidsinventarisatie beschreven en worden de hieruit gefilterde potentiële zoekgebieden toegelicht. Deze potentiële zoekgebieden zijn vervolgens verder uitgewerkt in hoofdstuk 4. Per zoekgebied is een ruimtelijke verkenning uitgevoerd en is de kansrijkheid van het zoekgebied bepaald. Hoofdstuk vat de belangrijkste conclusies samen.

3

2. Methodiek en proces In de beleidsanalyse is het relevante nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid geanalyseerd. De complete beleidsinventarisatie is opgenomen als bijlage 1. Op basis van de beleidsanalyse zijn potentiële zoekgebieden in beeld gebracht, inclusief een overzicht van de beleidsmatige kansen en beperkingen per gebied. Samen met gemeentelijke en provinciale beleidsadviseurs is een eerste inschatting gemaakt of de gebieden daadwerkelijk kansrijk zijn en of het de moeite waard is om ze verder te verkennen. Hierbij zijn enkele zoekgebieden afgevallen. De potentiële zoekgebieden zijn nader onderzocht in een ruimtelijke verkenning waarbij de landschappelijke kenmerken in beeld zijn gebracht. Daarbij is gekeken naar het type landschap, groenstructuren, natuurwaarden, monumenten, recreatieve netwerken en locaties, belangrijke zichtlijnen en de nabijheid van woningen en infrastructuur. Per potentieel zoekgebied is aangegeven of er onder bepaalde voorwaarden ruimte is voor een zonneveld. Daarbij is er ook gekeken naar verschillende opstellingen en koppelkansen met andere ontwikkelingen en opgaven. In het uiteindelijke advies is aangegeven of er gebieden zijn die zowel beleidstechnisch als ruimtelijk voldoende kansen bieden voor een kwalitatief hoogwaardig zonneveld, passend bij de lokale kwaliteiten. Procesweergave

4

3. Beleidsmatige verkenning 3.1

De Beschermde Gebieden worden onderscheiden in twee beschermingscategorieën: - Beschermingscategorie 1: gebieden met topkwaliteit - In Voorschoten zijn dit de Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN) en het Cultuurhistorische Kroonjuweel. - Beschermingscategorie 2: gebieden met bijzondere kwaliteit - In Voorschoten zijn dit de weidevogelgebieden en de groene buffer.

Inleiding In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste conclusies uit de beleidsanalyse beschreven en is toegelicht hoe de potentiële zoekgebieden bepaald zijn. De volledige analyse is opgenomen als bijlage 1 bij dit rapport.

3.2

Beleidsanalyse Ruimtelijke kwaliteit Het provinciaal beleid is een belangrijke factor bij het bepalen of zonnevelden wel of niet mogelijk zijn. Nagenoeg het volledige buitengebied van de gemeente Voorschoten is op verschillende manieren beschermd in het provinciale Omgevingsbeleid. In het provinciale Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het provinciale beleid doet geen directe uitspraken over het verbieden of toelaten van zonnevelden op specifieke locaties. Het bevat wel duidelijke kaders voor thema’s als het behouden van openheid en het beschermen van diverse erfgoed- en natuurwaarden. De regels uit de Omgevingsverordening werken direct door op het gemeentelijk beleid en zijn dan ook opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen.

Zoals te zien in de overzichtskaart op pagina 6 valt (het buitengebied van) Voorschoten bijna volledig binnen verschillende (provinciale) beschermingscategorieën. Gebieden in beschermingscategorie 1 zijn zo bijzonder dat het beschermen van de kwaliteit voorrang heeft boven alle andere ontwikkelingen. Dit betekent in dat het ontwikkelen van zonnevelden in principe niet mogelijk is. In beschermingscategorie 2 gebieden zijn zonnevelden alleen mogelijk indien het een aanpassing betreft en het aansluit op de te beschermen waarden. Duivenvoordecorridor De Duivenvoordecorridor is een bijzonder gebied in de gemeente. De Duivenvoordecorridor is tot stand gekomen op basis van een convenant, tussen het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Voorschoten en de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het is in 2008 als Rijksbufferzone aangewezen. De gemeente werkt samen met partners hard aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De afgelopen jaren is er ingezet op het omvormen van verouderde glasopstanden. Bijna alle kassen zijn opgekocht en gesloopt. Hiermee is het landelijke karakter van het gebied al voor een groot deel verbeterd. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat de lat hoog ligt. Iedere ontwikkeling binnen dit gebied moet kwaliteit uitstralen.

Het kwaliteitsbeleid van de provincie gaat uit van ‘ja, mits’ en maakt daarbij onderscheid tussen drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen: inpassing, aanpassing en transformatie. Bij inpassing sluit de ontwikkeling sterk aan bij de bestaande gebiedsidentiteit, terwijl aanpassing en transformatie de gebiedsidentiteit (deels) veranderen. Bij de ontwikkeling van zonnevelden is nagenoeg altijd sprake van ‘aanpassing’ of ‘transformatie’. De provincie borgt het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in de Omgevingsverordening. Binnen het kwaliteitsbeleid zijn Beschermde Gebieden aangewezen. In deze gebieden heeft de instandhouding van de waarden die de gebieden kenmerken, voorrang boven alle andere ruimtelijke ontwikkelingen.

Erfgoed en archeologie Het cultureel erfgoed beleid vanuit de provincie is in Voorschoten terug te vinden in de aanwijzing als landgoedbiotoop en molenbiotoop. Ontwikkeling 5

van duurzame energie binnen of nabij landgoed- en molenbiotopen is niet haalbaar als de waarden of het zicht op deze waarden worden verstoord. In het geval van een molenbiotoop mag de windvang en de zichtbeleving niet in het geding komen. Wat betreft het archeologiebeleid is de archeologische verwachtingswaarde vanuit Rijks- en provinciaal beleid vertaald in dubbelbestemmingen binnen de vigerende bestemmingsplannen. Voor grondroerende werkzaamheden zijn criteria opgenomen wanneer een archeologisch onderzoek vereist is. De plaatsing van zonnepanelen overschrijdt deze criteria waarschijnlijk niet. Kansen voor zonne-energie De provincie wil het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Voorop staat de voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik, zoals het benutten van daken en overige geschikte functies. De volgende uitgangspunten zijn in het provinciaal beleid leidend: 1. Multifunctioneel ruimtegebruik 2. Vrijwaren schaarse open ruimte 3. Koppeling aan andere ruimtelijke opgaven 4. Afstemmen energievraag- en aanbod 5. Een goed landschapsontwerp 6.

Verankering in de samenleving In beperkte mate en onder voorwaarden worden mogelijkheden voor zonnevelden geboden op de volgende locaties: • Het agrarisch bouwblok • Infrastructuur • Voormalige stortplaatsen, slibdepots en spaarbekkens • Stads- en dorpsranden • Glastuinbouwgebied • Knikpuntgebieden • Combinatie met windpark

Afbeelding 1. Overzichtskaart beleid (Bronnen: Provinciale Omgevingsverordening, provinciale kwaliteitskaart, vigerende bestemmingsplannen en convenant Duivenvoordecorridor)

6

3.3

Potentiële zoekgebieden Door de grote landschappelijke waarde van het buitengebied is er nagenoeg geen (beleidsmatige) ruimte voor zonnevelden in het buitengebied. Vanwege de gemeentelijke ambitie om bij te dragen aan de energietransitie zijn de andere mogelijkheden bekeken. Op basis van de oproep van de gemeenteraad heeft het onderzoek zich voornamelijk gericht op de ‘randen’ van de beschermde gebieden. Gelet op het amendement van de gemeenteraad is de rest van het beschermde buitengebied buiten beschouwing gelaten. Op basis van de verkenning zijn er drie soorten zoekgebieden te onderscheiden: 1. De rand van de beschermingscategorieën, parallel aan de spoorlijn (locaties 1 en 2). Deze locaties vallen vanuit de omliggende woningen en wegen niet of nauwelijks opvallen. 2. Open gebieden in bestaand stedelijk gebied en dorpsraden (locaties 3, 4, 6 en 7) 3. In de beschermde gebieden (locatie 5). Deze locatie is aangedragen door stichting Duivenvoorde. Landgoedeigenaren zijn in toenemende mate op zoek zijn naar nieuwe verdienmodellen om de landgoederen te beheren. Om deze reden is de locatie meegenomen in dit onderzoek. Het is echter een privaat initiatief. De woningbouwlocatie (locatie 6) en de gebieden die beschermd worden door servituten van de buitenplaats ‘Berbice’ (locatie 7) zijn al snel afgevallen. Dit wordt in de bijlage toegelicht.

Op basis van provinciaal beleid en gesprekken met gemeentelijke en provinciale beleidsadviseurs blijkt dat locatie 1 ,2 en 5 op korte termijn onrealistisch zijn en ook op de langere termijn worden er nagenoeg geen kansen gezien. Gebied 3 en 4 hebben de minste directe beleidsmatige beperkingen, Bovendien liggen ze in stads- en dorpsrand waar de ontwikkeling van een zonneveld meer voor de hand ligt dan in het open buitengebied. In hoofdstuk 4 zijn deze gebieden verder ruimtelijk uiteengezet, waarbij per gebied is aangegeven of er mogelijkheden zijn om op deze locaties zonnevelden te realiseren.

Afbeelding 2: Overzichtskaart beleid met potentiële zoekgebieden

7

4. Ruimtelijke verkenning 4.1

Zoekgebied 1 Het eerste zoekgebied is een open weidegebied aan de rand van de Papenwegse Polder, grenzend aan de spoorlijn. Het gebied bestaat uit verschillende percelen, die (gedeeltelijk) van elkaar worden gescheiden door watergangen. Rekening houdend met de watergangen (plus de benodigde onderhoudsstrook) en beschermingszones ten behoeve van de waterkering, gasleiding en waterleiding blijft er binnen het zoekgebied circa 10 hectare over om zonnevelden te kunnen realiseren. Vigerend beleid Het zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Weidevogelgebied’ en ‘Water’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming en een dubbelbestemming ‘Beschermd stads- en dorpsgezicht’. Er loopt een waterkering, gasleiding en waterleiding door het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan beschermingszones zijn opgenomen.

Afbeelding 3: Zoekgebied 1

Een aantal van deze aanwijzingen komen voort uit het provinciaal beleid, waaronder het beschermd dorpsgezicht. Binnen het provinciaal beleid valt het plangebied namelijk binnen de beschermingscategorie 1 ‘Kroonjuweel’ en beschermingscategorie 2 ‘Groene buffer’. Dit betekent dat er eisen worden gesteld met betrekking tot verkaveling, behoud van openheid, landschapselementen en belevingswaarde van het landschap. Ten behoeve van de groene buffer en het weidevogelgebied gelden eisen voor instandhouding en compensatie. In principe zijn zonnevelden niet mogelijk in beschermingscategorie 1 gebieden. Op dit moment bestaat er binnen het vigerende beleid dus geen mogelijkheid om hier zonnevelden te realiseren.

Afbeelding 4: Bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’ zoekgebied 1

8

Landschappelijke karakteristiek Dit (noordelijke) deel van de Papenwegse Polder heeft een hoge landschappelijke waarde, met grootschalige openheid, en wordt begrensd door: • • • •

spoorlijn/dorpsrand Voorschoten; dorpsrand Leiden; beplanting A44 en (landgoed)bosjes Zuydwyk en Santhorst; beplanting N448 / Industrieterrein Dobbeweg.

Het gebied bestaat uit karakteristieke veenontginningen met regelmatige strokenverkaveling (noordwest-zuidoost of zuidwest-noordoost). Het grasland wordt doorsneden door een dicht slotenpatroon met hoge waterstanden. Langs de Nieuwe Weg liggen een paar (grote) erven met hogere beplanting. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden in het open veenweidegebied zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland en kruiden- en faunarijk grasland. Karakteristieke soorten Het gebied heeft een hoge ecologische waarde en wordt onder meer gebruikt door broedende weidevogels en overwinterende zwanen, ganzen en eenden.

Afbeelding 5: Zoekgebied 1 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten

9

Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning

Meekoppelkansen

•

Bij het ontwikkelen van zonnevelden binnen dit gebied bestaan er kansen voor het ontwikkelen van rietmoeras en kruiden- en faunarijk grasland. Ook is recreatief medegebruik mogelijk door de toevoeging van een wandel-of fietsroute zolang dit weidevogels niet verstoord. Ook kleinschalige productie van biomassa van (riet)gewassen behoort wellicht tot de mogelijkheden.

• •

•

•

Vooral voor weidevogels is dit een waardevol gebied en ook voor overwinterende zwanen, ganzen en eenden. Het gaat slecht met de weidevogels in Nederland, dus het beschermen van waardevolle weidevogelgebieden is belangrijk. Kwantitatieve compensatie van weidevogelgebieden is heel lastig. Kwalitatieve compensatie in naastgelegen gebieden is misschien mogelijk maar ook dan wordt het oppervlak aan weidevogelgebied kleiner. Belemmering van het uitzicht vanuit de trein (beleving openheid). Suboptimale verkavelingsrichting en relatief vlakke/lage opstellingen maakt een business case lastig(er), waardoor (ook) het realiseren van koppelkansen en compensatie van het weidevogelgebied moeilijk kan zijn. Dit moet nader onderzocht worden met een business case. Inpassing van de elementen van een zonneveld, o.a. transformatorhuisje en kabels is lastig in dit open gebied met veel watergangen. Aandacht voor de bereikbaarheid tijdens aanleg en onderhoud.

Landschappelijke inpassing Het gebied ligt aan de spoordijk en is alleen direct zichtbaar vanuit de trein. Bij de realisatie van eventuele zonnevelden dient de verkavelingsstructuur met de (brede) watergangen in stand te worden gehouden. Eventuele zonnevelden dienen ingepast te worden met (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties langs alle watergangen. De opstellingen dienen de verkavelingsstructuur te volgen, parallel aan het spoor (zuidwestnoordoost). De hellingshoek van de panelen (en daarmee de hoogte) is maximaal 10 graden om de openheid niet te veel aan te tasten. Hekwerken zijn niet gewenst vanwege de openheid. Ze kunnen eventueel verlaagd in het midden van de watergangen, maar liever niet. Dit moet bovendien afgestemd worden met de waterbeheerder omdat de watergangen bereikbaar moeten blijven voor onderhoud.

Afbeelding 6: Zoekgebied 1 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden

10

4.2

Zoekgebied 2 Het tweede zoekgebied ligt aan de rand van de Papenwegse Polder aan de spoorlijn, maar ligt zuidelijker dan het eerste zoekgebied. Het gebied bestaat uit verschillende percelen, die van elkaar worden gescheiden door watergangen. Rekening houdend met deze watergangen (plus onderhoudsstrook) en de beschermingszone van de waterkering blijft er binnen het zoekgebied circa 2,5 hectare over om zonnevelden te kunnen realiseren. Vigerend beleid Ook dit zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Weidevogelgebied’ en ‘Water’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming en een dubbelbestemming ‘Beschermd stads- en dorpsgezicht’. Er ligt een waterkering aan de rand van het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan een beschermingszone is opgenomen. Vrijwel het gehele gebied heeft een vrijwaringszone ten behoeve van de landgoedbiotoop behorende bij Landgoed de Horsten.

Afbeelding 7: Zoekgebied 2

Een aantal van deze aanwijzingen komt voort uit het provinciaal beleid, waaronder het beschermd dorpsgezicht en de landgoedbiotoop. Binnen het provinciaal beleid valt het plangebied binnen de beschermingscategorie 1 ‘Kroonjuweel’ en beschermingscategorie 2 ‘Groene buffer’. Dit betekent dat er eisen worden gesteld met betrekking tot verkaveling, behoud van openheid, landschapselementen en belevingswaarde van het landschap, maar ook de beleving en herkenbaarheid van het landgoed met bijbehorende zichtlijnen. Ten behoeve van de groene buffer en het weidevogelgebied gelden eisen voor instandhouding en compensatie. Overigens is dit deel van de Papenwegse Polder geen onderdeel van het provinciale weidevogelgebied maar wel gemeentelijk als weidevogelgebied aangemerkt.

Afbeelding 8: Bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’ zoekgebied 2

11

In principe zijn zonnevelden niet mogelijk in beschermingscategorie 1 gebieden. De eventuele aanwezigheid van weidevogels zorgt tevens voor mogelijke belemmeringen. Landschappelijke karakteristiek Dit (zuidelijke) deel van de Papenwegse Polder heeft een hoge landschappelijke waarde, met grootschalige openheid en wordt begrensd door: • • •

spoorlijn/dorpsrand Voorschoten; beplanting N448 / Industrieterrein Dobbeweg; (landgoed)bossen van Ter Horst en Raaphorst.

Het gebied bestaat uit karakteristieke veenontginningen met regelmatige strokenverkaveling (zuidwest-noordoost). Het grasland wordt doorsneden door een dicht slotenpatroon met hoge waterstanden. Aan de N448 liggen een paar (grote) erven met hogere beplanting. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden in het open veenweidegebied zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, kruiden- en faunarijke grasland, afgewisseld met meer opgaand wilgenstruweel, elzenbroekbos en (op de landgoederen) park-stinzenbos.

Afbeelding 9: Zoekgebied 2 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten

Karakteristieke soorten Het gebied wordt mogelijk gebruikt door broedende weidevogels en overwinterende zwanen, ganzen en eenden.

12

Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning • • •

•

•

Mogelijk is dit voor weidevogels en overwinterende zwanen, ganzen en eenden een waardevol gebied. Nader ecologisch onderzoek is vereist. Belemmering van het uitzicht vanuit de trein (beleving openheid). De kleine netto oppervlakte, de suboptimale verkavelingsrichting en de relatief vlakke/lage opstellingen maken een business case lastig(er), waardoor (ook) het realiseren van meekoppelkansen moeilijk kan zijn. Dit zal nader onderzocht moeten worden met een business case. De inpassing van de overige elementen van het zonneveld is lastig in dit open gebied met veel watergangen. De benodigde gebouwtjes kunnen worden ingepast met wilgenstruweel of elzenbroekbos. Aandacht voor de bereikbaarheid tijdens aanleg en onderhoud.

Landschappelijke inpassing Het gebied ligt aan de spoordijk en is vooral van dichtbij zichtbaar vanuit de trein. Bij de realisatie van een zonneveld dient rekening te worden gehouden met de (brede) watergangen, met daarnaast de (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties. Bij de realisatie van zonnevelden dient de verkavelingsstructuur met de (brede) watergangen in stand te worden gehouden. De zonnevelden dienen te worden ingepast met (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties langs alle watergangen. Opstellingen dienen de verkavelingsstructuur te volgen, parallel aan het spoor (zuidwestnoordoost). De hellingshoek van de panelen (en daarmee de hoogte) is maximaal 10 graden om de openheid niet te veel aan te tasten. Hekwerken zijn niet gewenst vanwege de openheid. Ze kunnen eventueel verlaagd in het midden van de watergangen, maar liever niet. Dit moet bovendien afgestemd worden met de waterbeheerder omdat de watergangen bereikbaar moeten blijven voor onderhoud.

Afbeelding 10: Zoekgebied 2 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden

Meekoppelkansen Bij het ontwikkelen van zonnevelden binnen dit gebied bestaan er kansen voor het ontwikkelen van rietmoeras en kruiden- en faunarijk grasland. Ook is recreatief medegebruik wellicht mogelijk door de toevoeging van een wandel-/fietsroute. Ook kleinschalige productie van biomassa van (riet)gewassen behoort wellicht tot de mogelijkheden.

13

4.3

Zoekgebied 3 Het derde zoekgebied bevindt zich binnen de stads- en dorpsrand aan de oostkant van de spoorlijn. Het gebied bestaat uit verschillende percelen, die (deels) van elkaar worden gescheiden door watergangen. Rekening houdend met de watergangen (plus onderhoudsstrook) en beschermingszones ten behoeve van een waterkering, hoogspanningsmasten, gasleiding en waterleiding blijft er binnen het zoekgebied circa 2 hectare over om zonnevelden te kunnen realiseren. Vigerend beleid Ook dit zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Open gebied’ en ‘Water’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming en een hoogspanningsverbinding. Onder een hoogspanningsverbinding zijn onder voorwaarden zonnevelden mogelijk. Onder andere de toegankelijkheid moet afgestemd worden met de netbeheerder, TenneT. Daarnaast lopen er een waterkering, gasleiding en waterleiding door het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan beschermingszones zijn opgenomen.

Afbeelding 11: Zoekgebied 3

Provinciaal beleid stelt in dit gebied minder voorwaarden omdat het buiten de beschermingscategorieën valt. In het vigerende bestemmingsplan is echter wel de openheid van het landschap als kenmerkende waarde geborgd. Het gebied valt binnen de aanduiding stads- en dorpsranden, waarin in beperkte mate en onder voorwaarden mogelijkheden zijn voor zonnevelden. Vanuit beleidstechnisch oogpunt biedt dit zoekgebied mogelijkheden voor verdere verkenning.

Afbeelding 12: Bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’ zoekgebied 3

14

Landschappelijke karakteristiek Het gebied bestaat uit een smalle strook van open veenweide tussen de spoordijk en de beplanting langs het fietspad (Gershwinpad), tussen de volkstuinen en de tennisbanen. Het gebied bestaat uit karakteristieke veenontginningen met regelmatige strokenverkaveling (noordwestzuidoost). Het grasland wordt doorsneden door een dicht slotenpatroon met hoge waterstanden. Door het gebied loopt een hoogspanningsverbinding, waarvan één mast midden in het gebied staat. Aan de andere kant van het fietspad ligt een woonwijk, deels achter opgaande beplanting, maar deels ook met zicht op de locatie. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden in het veenweidegebied zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, kruiden- en faunarijke grasland, wilgenstruweel en elzenbroekbos. Karakteristieke soorten Het gebied wordt waarschijnlijk gebruikt door amfibieën, kleine zoogdieren en mogelijk enkele weidevogels. Afbeelding 13: Zoekgebied 3 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten

15

Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning • • •

panelen). Ook kleinschalige productie van biomassa van (riet)gewassen behoort wellicht tot de mogelijkheden.

Nader ecologisch onderzoek is vereist. Belemmering van het uitzicht vanuit de trein, vanaf het fietspad en vanuit sommige plekken uit de wijk (beleving openheid). De kleine netto oppervlakte, de suboptimale verkavelingsrichting en de relatief vlakke/lage opstellingen maken een business case lastig(er), waardoor (ook) het realiseren van meekoppelkansen moeilijk kan zijn. Dit zal nader onderzocht moeten worden met een business case.

Landschappelijke inpassing De verkavelingsstructuur met de (brede) watergangen moet in stand worden gehouden. Een zonneveld moet ingepast worden met (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties langs alle watergangen. Eventueel is omzoming met wilgenstruweel en/of elzenbroekbos mogelijk. Het is belangrijk om de doorzichten vanaf het fietspad te behouden over (brede) sloten tussen de kavels, richting de spoorlijn. De sloten kunnen verbreed worden en eventueel doorgetrokken richting het fietspad. Opstellingen dienen de verkavelingsstructuur te volgen. De hellingshoek van panelen kan maximaal 10 graden zijn. Overige elementen van het zonneveld kunnen worden ingepast met beplanting aan de zijde van de volkstuinen (wilgenstruweel, elzenbroekbos). De omgeving van de hoogspanningsmast dient vrij te blijven voor onderhoud. Brede sloten vormen de afscherming van het zonneveld. Eventueel kan een nieuwe sloot evenwijdig aan het fietspad worden aangelegd als afscherming van het veld. Hekwerken zijn niet gewenst vanwege de openheid. Ze kunnen eventueel verlaagd in het midden van de watergangen, maar liever niet. Dit moet bovendien afgestemd worden met de waterbeheerder omdat de watergangen bereikbaar moeten blijven voor onderhoud.

Afbeelding 14: Zoekgebied 3 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden

Meekoppelkansen Er zijn kansen om rietmoeras en kruiden- en faunarijk grasland te ontwikkelen. Lokaal draagvlak kan vergroot worden als de zonnepanelen direct stroom leveren aan de wijk. Ook is recreatief medegebruik mogelijk door de toevoeging van een informele wandelroute en een natuurlijke speelweide (die wel voldoende afgeschermd moeten worden van de

16

4.4

Zoekgebied 4 Het vierde zoekgebied grenst aan de dorpszijde van de spoorlijn. Het gebied bestaat uit een sportveld van de The British School en een weiland. Vanwege de eigendomssituatie, afstand tot omliggende functies zoals woningen en behoud van openheid, wordt een strook van circa 50 meter grenzend aan de spoorlijn als potentieel kansrijk gezien. Dit komt neer op circa 1 hectare. Vigerend beleid Dit zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan West’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Water’, ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming en een hoogspanningsverbinding. Onder een hoogspanningsverbinding zijn onder voorwaarden zonnevelden mogelijk. Onder andere de toegankelijkheid moet afgestemd worden met de netbeheerder, TenneT. Daarnaast loopt er een waterkering door het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan een beschermingszone is opgenomen.

Afbeelding 15: Zoekgebied 4

Provinciaal beleid stelt in dit gebied minder voorwaarden omdat het buiten de beschermingscategorieën valt. In het vigerende bestemmingsplan is binnen de agrarische bestemming wel de openheid van het landschap als kenmerkende waarde geborgd. Daarnaast is de boerderij aan de Generaal Spoorlijn 24 een rijksmonument. Het gebied valt binnen de aanduiding stads- en dorpsranden, waarin in beperkte mate en onder voorwaarden mogelijkheden zijn voor zonnevelden. Vanuit beleidstechnisch oogpunt biedt dit zoekgebied mogelijkheden voor verdere verkenning. Afbeelding 16: Bestemmingsplan ‘West’ zoekgebied 4

17

Landschappelijke karakteristiek Het gebied bestaat uit een zeer smalle strook langs het fietspad (Geestwoningpad) dat parallel loopt aan de spoorlijn. Het is deels sportveld en deels open weiland, nabij een woonwijk. Het gebied wordt omgeven door sloten. Er is vrij zicht op de locatie vanuit de school, de monumentale boerderij en de naastgelegen woonwijk. Door het gebied loopt een hoogspanningsverbinding, waarvan één mast in het gebied staat. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden voor dit type gebied zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, kruiden- en faunarijke grasland, wilgenstruweel, elzenbroekbos. Karakteristieke soorten Het gebied wordt mogelijk gebruikt door amfibieën en kleine zoogdieren.

Afbeelding 17: Zoekgebied 4 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten

18

Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning • • • •

Nader ecologisch onderzoek is vereist. Een deel van de locatie bestaat uit een sportveld van de British School. Belemmering van het uitzicht vanuit de trein, vanaf het fietspad, vanuit de school en vanuit de wijk. Het zeer kleine netto oppervlakte en de suboptimale verkavelingsrichting maken een business case lastig, waardoor (ook) het realiseren van meekoppelkansen moeilijk kan zijn. Dit zal nader onderzocht moeten worden met een business case.

Landschappelijke inpassing Bij de realisatie van een zonneveld dienen deze te worden ingepast met (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties langs alle watergangen. Hekwerken zijn ongewenst. Eventueel is omzoming met wilgenstruweel en/of elzenbroekbos mogelijk. Belangrijk is om doorzichten te behouden over de sloten. Opstellingen dienen de verkavelingsstructuur te volgen (parallel aan of haaks op het fietspad). Overige elementen van het zonneveld kunnen worden ingepast met opgaande beplanting (wilgenstruweel, elzenbroekbos). De omgeving van de hoogspanningsmast dient vrij te worden gehouden voor onderhoud. Meekoppelkansen

Afbeelding 18: Zoekgebied 4 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden

Bij een ontwikkeling zijn er kansen voor het ontwikkelen van rietmoeras, kruiden- en faunarijk grasland, wilgenstruweel en elzenbroekbos. Ook is recreatief medegebruik mogelijk door de toevoeging van een informele wandelroute en eventueel een natuurlijke speelweide. Ook productie van biomassa van (riet)gewassen behoort tot de mogelijkheden. Er is echter weinig ruimte in de smalle strook. Een mogelijkheid kan ook zijn (een groter deel van) de kavel bij de boerderij te benutten in combinatie met bijvoorbeeld een educatieve en speelfunctie.

19

4.5

Zoekgebied 5 Het laatste zoekgebied ligt binnen Landgoed Duivenvoorde. Stichting Duivenvoorde heeft het idee aangedragen om binnen het landgoed, grenzend aan het spoor, zonnevelden te realiseren. Dit is primair een initiatief van de stichting. Na ambtelijke afstemming is dit zoekgebied beperkt tot een lege ‘kamer’ binnen de bestaande opgaande beplanting achter het kasteel om de openheid van het weidelandschap niet aan te tasten. Hier bevindt zich circa 1 hectare grasland. De parkeerplaats bij de hoofdingang is een kansrijke locatie voor zon op een overkapping. Dit wordt in een ander traject uitgewerkt (het project ‘Zon op parkeerplaatsen Voorschoten’). Vigerend beleid Dit zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitenplaats Duivenvoorde’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Open gebied’ en ‘Water’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming, een dubbelbestemming ‘Beschermd stads- en dorpsgezicht’ en een hoogspanningsverbinding. Onder een hoogspanningsverbinding zijn onder voorwaarden zonnevelden mogelijk. Onder andere de toegankelijkheid moet afgestemd worden met de netbeheerder, TenneT. Er ligt een waterkering aan de rand van het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan een beschermingszone is opgenomen.

Vrijwel het gehele gebied kent een vrijwaringszone ten behoeve van de landgoedbiotoop. Het kasteel op het landgoed is aangewezen als Rijksmonument.

Afbeelding 19: Zoekgebied 5

Een aantal van deze aanwijzingen komt voort uit het provinciaal beleid, waaronder het beschermd dorpsgezicht en de landgoedbiotoop. Binnen het provinciaal beleid valt het plangebied namelijk binnen de beschermingscategorie 1 ‘Kroonjuweel’, de beschermingscategorie 2 ‘Groene buffer’ en het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur). Afbeelding 20: Bestemmingsplan ‘Buitenplaats Duivenvoorde’ zoekgebied 5

20

Dit betekent dat er eisen worden gesteld met betrekking tot verkaveling, behoud van openheid, landschapselementen en belevingswaarde van het landschap, maar ook de beleving en herkenbaarheid van het landgoed met bijbehorende zichtlijnen. Instandhouding of compensatie van natuurwaarden is vereist. In principe zijn zonnevelden niet mogelijk in beschermingscategorie 1 gebieden. Op dit moment bestaat er binnen het vigerende beleid dus geen mogelijkheid om zonnevelden te realiseren binnen zoekgebied 1. Met name de aanduiding als Kroonjuweel en NNN-gebied zorgt ervoor het gebied geen realistisch zoekgebied is. Landschappelijke karakteristiek Het gebied bestaat uit een smalle strook veenweide, bijna geheel omgeven door opgaande beplanting langs de spoordijk en het landgoedbos van Kasteel Duivenvoorde. De strook wordt begrensd door sloten met hoge waterstanden. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden in het veenweidegebied en de aanwezige landgoederen zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, kruidenen faunarijke grasland, wilgenstruweel, elzenbroekbos en park-stinzenbos (landgoedbos).

Afbeelding 21: Zoekgebied 5 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten

Karakteristieke soorten Het gebied wordt waarschijnlijk gebruikt door onder andere amfibieën en kleine zoogdieren (zoals vleermuizen).

21

Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning •

•

De locatie is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, waardoor compensatie voor natuurwaarden noodzakelijk is. Nader ecologisch onderzoek is vereist. Het zeer kleine netto oppervlakte met de opgaande beplanting er omheen (wat zorgt voor schaduw) en de suboptimale verkavelingsrichting en de compensatievereisten maken een business case lastig, waardoor (ook) het realiseren van meekoppelkansen moeilijk kan zijn. Dit zal nader onderzocht moeten worden met een business case.

Landschappelijke inpassing Door de bosrand van het landgoedbos door te trekken wordt de open weide ruimtelijk ‘afgesloten’ en wordt het zicht weggenomen vanaf de Noortheylaan. Recreatieve paden op het landgoed bieden ook geen direct zicht op het gebied. De locatie is in dat geval niet of nauwelijks zichtbaar. Meekoppelkansen Bij het ontwikkelen van een eventueel zonneveld binnen dit gebied bestaan er kansen voor het ontwikkelen van elzenbroekbos, park-stinzenbos en kruiden- en faunarijke grasland. Daarnaast draagt het initiatief bij aan de instandhouding van het landgoed. Het landgoed kan met de realisatie mogelijkerwijs (gedeeltelijk) voorzien in eigen stroomgebruik. Bij eventuele realisatie van zonnepanelen boven de parkeerplaats van het landgoed kan de netwerkaansluiting hieraan gekoppeld worden.

Afbeelding 22: Zoekgebied 5 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden

22

5. Conclusie en advies Uit het onderzoek blijkt dat het buitengebied van Voorschoten binnen verschillende belangrijke provinciale gebieden valt, die ook gemeentelijk in de bestemmingsplannen zijn geborgd. De provincie geeft in de ‘Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie’ de voorkeur aan dubbel ruimtegebruik en de realisatie van zonnevelden op infrastructuur, locaties in glastuinbouwgebied, knikpuntgebieden of in combinatie met windmolens. Binnen de gemeente zijn deze gebieden (nagenoeg) niet aanwezig. Daarnaast valt vrijwel het gehele buitengebied van de gemeente binnen provinciale beschermingsgebieden. In principe zijn zonnevelden nagenoeg onmogelijk in beschermingscategorie 1 gebieden, door de in deze gebieden gestelde voorwaarden. Afhankelijk van de omvang zijn zonnevelden te beschouwen als een vorm van aanpassing dan wel transformatie van het landschap. In beschermingscategorie 2 gebieden zijn zonnevelden alleen mogelijk indien het een aanpassing betreft en het zich verenigt met de te beschermen waarden. Op dit moment bestaat er binnen het vigerende beleid dus geen directe mogelijkheid om zonnevelden te realiseren binnen de locaties 1, 2 en 5. Met name de aanduiding als Kroonjuweel, NNN-gebied en de aanwezigheid van weidevogels zorgt ervoor dat ontwikkelingen binnen deze gebieden onrealistisch zijn.

Op de grenzen van stads/dorpsgebieden worden onder strikte voorwaarden soms mogelijkheden geboden voor de ontwikkeling van een zonneveld. Zoekgebieden 3 en 4 bieden in principe mogelijkheden maar hebben een klein netto oppervlakte en een suboptimale verkavelingsrichting. Dit maakt de locaties minder aantrekkelijk voor initiatiefnemers om een zonneveld te realiseren. Er bestaan wellicht wel kansen voor particuliere en/of lokale initiatieven. Dit kan samen met lokale partijen nader worden verkend.

23

e-mail: kuiper@kuiper.nl www.kuiper.nl Van Nelle Ontwerpfabriek Gebouw Thee 0 Van Nelleweg 3042 3044 BC Rotterdam T 010 433 00 99 F 010 404 56 69

Haalbaarheidsonderzoek zonnevelden Bijlage 1: Beleidsanalyse November 2021

landschap worden ingepast en eventueel economische dragers worden voor het landelijk gebied.

Bijlage 1: Beleidsinventarisatie

Richtingen die vanuit de NOVI meegegeven worden aan de RES zijn: 1. Voorkeur voor grootschalige clustering Grootschalige clustering van de productie van duurzame energie vermindert de ruimtelijke afwenteling en draagt bij aan kostenreductie. Waar mogelijk heeft dit de voorkeur. Hier ligt echter wel een expliciete afweging tegenover andere waarden, zoals landschappelijke kenmerken, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Voorwaarde is dat bewoners echt goed betrokken zijn, invloed hebben op het gebruik en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. Het is van belang aandacht te besteden aan natuurinclusief ontwerp en beheer bij duurzame energieprojecten om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden natuur te versterken, door bijvoorbeeld onderwaternatuur te realiseren bij windprojecten op water. 2. Voorkeursvolgorde voor zon-PV Op dit moment worden in toenemende mate zonneparken in veldopstelling ontwikkeld, soms ten koste van de kwaliteit van het landelijk gebied. Om te stimuleren dat locaties zorgvuldig worden uitgekozen, heeft het Rijk in samenwerking met medeoverheden en andere belanghebbenden een voorkeursvolgorde uitgewerkt.

De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties. Hoewel natuur- en landbouwgebieden daarbij niet volledig worden uitgesloten, ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of areaal in beheer van het Rijk (zoals Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer), waaronder waar mogelijk bermen van spoor- en autowegen.

Deze bijlage is de beleidsanalyse horende bij de haalbaarheidsverkenning voor zonnevelden in de gemeente Voorschoten. De relevante stukken op landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn bekeken. Per stuk is de ‘toon’ samengevat en worden de kaders besproken.

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In aanloop naar de inwerkingtreding van Omgevingswet is er één Rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Toetsing De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Een van de opgaven, als geformuleerd in het NOVI, is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, behouden, versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Verder wordt bepaald dat de energietransitie natuur- en landschapsinclusief wordt vormgegeven. Daarbij is het van belang dat bij het plaatsen van duurzame energie op land deze aansluit bij de kenmerken van het gebied.

Windturbines en zonnevelden moeten zorgvuldig in het

1

3. Energiebesparing, warmtenetten en ander gebruik van bestaande gasleidingen De warmtetransitie in de gebouwde omgeving vraagt om een strategie op regionale en lokale schaal. In deze strategie is energiebesparing een belangrijke eerste stap (ook omdat dat de ingreep in de omgeving beperkt is).

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Het Bkl wordt uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Toetsing Het Barro doet geen specifieke uitspraken over het opwekken van duurzame energie door middel van zonnevelden. Het Barro verschaft ook wettelijke bescherming aan erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. Hieronder valt de Romeinse Limes, welke gedeeltelijk binnen het plangebied valt. Het besluit wijst op het in stand houden en versterken van de kernkwaliteiten van het genoemde erfgoed door middel van de provinciale verordening. In dit gebied mogen volgens het Barro geen activiteiten plaatsvinden die de kernkwaliteiten van het erfgoed aantasten.

In juli 2021 heeft het Werelderfgoedcomité van Unesco de Neder-Germaanse Limes op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Dit brengt de verplichting met zich mee om het erfgoed in goede staat te houden.

Afbeelding 1: Duurzame energie binnen cultuurhistorisch waardevol landschap (Bron: NOVI 2020)

2

Overzichtskaart 1: Stedelijke occupatie Overzichtskaart 2: Cultuurhistorische hoofdstructuur

3

Ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Zonnevelden zijn volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling in de zin van de zogenaamde ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. In een uitspraak van 23 januari 2019 oordeelt de Afdeling dat zonnevelden zich bij uitstek niet goed lenen om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd.

4

Beschermd dorpsgezicht / landgoedzone Eén van de meest invloedrijke rijksoverheidsbesluiten voor het behouden van de lokale ruimtelijke en architectonische kwaliteit en bescherming van het culturele erfgoed is het beschermen van gebieden, de zogenaamde stads- en dorpsgezichten. De bescherming door het Rijk verplicht de gemeente een bestemmingsplan op te stellen waarin de culturele erfgoedwaarden gewaarborgd worden. In de gemeente Voorschoten maakt een aanzienlijk deel van de gemeente deel uit van de 'landgoederenzone Wassenaar, Voorschoten en Leidschendam-Voorburg' (sinds 2007). Voor dit gebied staat de cultuurhistorische verantwoording van ingrepen in de bebouwing en openbare ruimte voorop. Het te beschermen dorpsgezicht landgoederenzone WassenaarVoorschoten-Leidschendam-Voorburg bestaat uit een aaneengesloten reeks landgoederen en buitenplaatsen met landerijen, alsmede een aantal villaparken, villawijken en hogere middenstandswijken. Het te beschermen gebied beslaat een groot deel van de gemeente Wassenaar aan weerszijden van de Rijksstraatweg, waarbij het buitenplaatsengebied zich uitstrekt tot in Voorschoten, alsmede een strook weilanden op het grondgebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Afbeelding 3 Beschermd dorpsgezicht binnen de landgoederenzone Wassenaar – Voorschoten - Leidschendam

Afbeelding 4 Beschermd dorpsgezicht (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl – Bestemmingsplan Buitengebied)

5

Voorwaarden Met betrekking tot de als beschermd dorpsgezicht aangewezen gronden, gelden in het vigerend bestemmingsplan de volgende bepalingen: • het realiseren van de krachtens dit plan op de gronden in het plangebied gelegde bestemmingen mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waardevolle landschaps- en bebouwingsstructuren en landschapselementen; • het realiseren van de krachtens dit plan op de gronden in het plangebied gelegde bestemmingen mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waardevolle verkavelings- en waterstructuur zoals beschreven in de Toetsingskaart verkavelings- en waterstructuur; • het realiseren van de krachtens dit plan op de gronden in het plangebied gelegde bestemmingen mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waardevolle landschapselementen zoals beschreven in de Toetsingskaart waardevolle landschapselementen. Ook in toekomstige bestemmingsplannen moet dit beschermingsregime worden overgenomen. Dit volgt uit de provinciale verordening, waar dit gebied is aangewezen als landgoedbiotoop.

6

-

Provinciaal beleid Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland

De provincie wil het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Voorop staat de voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik, zoals het benutten van daken en overige geschikte functies. De volgende uitgangspunten zijn in het provinciaal beleid leidend: 1. Multifunctioneel ruimtegebruik 2. Vrijwaren schaarse open ruimte 3. Koppeling aan andere ruimtelijke opgaven 4. Afstemmen energievraag- en aanbod 5. Een goed landschapsontwerp 6. Verankering in de samenleving Op basis van de principes zijn zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied in beginsel toegestaan op een aantal type locaties: - Agrarische bouwblokken; - Locaties die vallen onder de bestemming infrastructuur; - Voormalige stortplaatsen, slibdepots en spaarbekkens.

-

In een provincie waarin onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed is, is een terughoudende benadering van zonnevelden in die open ruimte op zijn plaats. Zonnevelden zijn veelal een vorm van enkelvoudig ruimtegebruik. Ze sluiten andere functies op dezelfde plaats nagenoeg uit. Ze hebben in beginsel een duidelijke invloed op de kwaliteit van het landschap en beperken de ruimte voor voedselproductie. Afhankelijk van de omvang zijn zonnevelden te beschouwen als een vorm van aanpassing dan wel transformatie van het landschap. In beperkte mate en onder voorwaarden worden mogelijkheden voor zonnevelden geboden op de volgende locaties:

Locaties in glastuinbouwgebied: Realisering van een zonneveld is mogelijk, mits dit geen verdringend effect heeft op de functie glastuinbouw. Locaties in stads- en dorpsranden*: In stads- en dorpsranden liggen kansen voor zonnevelden nabij het energienetwerk. Dit geldt ook voor het benutten van locaties waar een stedelijke functie is bestemd, maar waar die bestemming om diverse redenen vooralsnog niet wordt gerealiseerd. De typologie van de stads- en dorpsrand is leidend (front, contact of overlap). Voor zonnevelden geldt dat zij uitsluitend worden geplaatst in de stads-en dorpsranden die zich kenmerken als contactof overlapgebied. Afhankelijk van de identiteit en structuur van het landschap en de locatiekeuze, omvang en landschappelijke inpassing van het zonneveld ziet de provincie dit als een vorm van aanpassing dan wel transformatie van het landschap. Hiermee zijn zonnevelden ook in stads- en dorpsranden in principe uitgesloten van beschermingscategorie 1 gebieden. In beschermingscategorie 2 gebieden zijn zonnevelden alleen mogelijk indien het een aanpassing betreft en het zich verenigt met de te beschermen waarden.

(zie kaart 14 Omgevingsverordening) Locaties in combinatie met een windturbinepark Locaties in knikpuntgebieden: Waar het huidige grondgebruik financieel niet langer houdbaar is vanwege de waterhuishouding en waarbij in een integrale gebiedsvisie wordt gezocht naar nieuwe economische dragers en waar energieopwekking onderdeel is van deze integrale afweging, kunnen zonnevelden een optie zijn.

* Op de grenzen van stads/dorpsgebieden worden mogelijkheden geboden voor de ontwikkeling van een zonneveld. Deze zone heeft geen vaste breedte maar zal per locatie worden afgewogen. Energievraag en aanbod worden aan elkaar gekoppeld door het opwekken van zonne-energie dicht bij de gebruikers te plaatsen. Door clustering van stedelijke functies wordt de schaarse open ruimte in de provincie beschermd.

7

Niet elke stads- of dorpsrand is geschikt voor een zonneveld. Er is altijd sprake van maatwerk met aandacht voor de kwaliteit van de omgeving. De typologie van de stads/dorpsrand is daarbij leidend: front, contact, overlap. • Front: identiteit van de stads/dorpsrand wordt gekenmerkt door heldere landschappelijke grenzen die zorgen voor een scherp contrast tussen bebouwing en landschap. Een zonneveld is hier niet gewenst. • Contact/overlap: Hier is sprake van vervlechting van stedelijke functies en landschap en kan mogelijk een zonneveld worden ingepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=78842e56-00a7-43a4-bf71-141241b96585