Informatiebrief 011 Erfgoed agenda 2022-2026 (incl. bijlagen).pdf
Tekst van het document
Informatiebrief Zaaknummer:
Z/21/055486
Documentnummer:
270109
Datum:
Dinsdag 25 januari 2022/verzonden 26 januari 2022
Onderwerp:
Erfgoed agenda 2022-2026
Portefeuillehouder:
Wethouder Cramwinckel
Bijlage(n):
1. Evaluatie 2021: De kracht van erfgoed; 2. Erfgoedagenda 2022-2026: Erfgoed loont, leeft, inspireert en verbindt; 3. Bijlagen De kracht van erfgoed
Geachte Raad, Het college heeft op 25 januari 2022 de Evaluatie 2021: De Kracht van Erfgoed en de Erfgoedagenda 2022-2026: Erfgoed loont, leeft, inspireert en verbindt vastgesteld. De basis van het beleid , zoals opgenomen in de Kadernota Erfgoed 2013-2017: Erfgoed loont, leeft en inspireert, de Structuurvisie Cultuurhistorie (2013-2028) en de Archeologienota herijking 2013 voldoet, zo blijkt uit de evaluatie. Tegelijkertijd is het wenselijk meer aansluiting te vinden bij actuele trends en ontwikkelingen zoals de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Daarvoor doen we in de erfgoedagenda 20222026 voorstellen. Bij het opstellen van de Erfgoedagenda 2022-2026 stonden de volgende uitgangspunten centraal: • • • •
Continuïteit: Zet de ingezette lijn voort en behoud het goede. Erfgoed is het terrein dat bij uitstek gebaat is bij continuïteit; Selectiviteit: kom met praktische, oplossingsgerichte verbeterpunten bijvoorbeeld mbt verduurzaming. Actualiteit: bereid voor op de nieuwe Omgevingswet, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en andere actuele zaken zoals digitalisering van informatie. Samenhang: Benut en ontwikkel de samenhang met andere beleidsvelden en ambities (verduurzaming, de maatschappelijke agenda, vrijwilligerswerk, onderwijs en educatie, toerisme en marketing)
Wat gaan we doen ? We continueren de huidige werkwijze en de uitvoering van de wettelijke taken zoals het enthousiasmeren en stimuleren van eigenaren en anderen om het erfgoed in stand te houden, te verduurzamen en her te bestemmen waar dat aan de orde is; De basis op orde in het kader van de omgevingswet: Het afronden van aanwijzingsprocedures, het actualiseren van redengevende omschrijvingen, het inventariseren van het post 45- post 65 tijdperk en dit te verankeren in een
Pagina 1 van 2
-
-
Cultuurhistorische waardekaart en dit te implementeren in het omgevingsplan; We anticiperen op nieuwe kaders die de omgevingswet stelt , het borgen van erfgoed, niet als incident, maar integraal gerelateerd aan de omgeving en andere beleidsvelden. Daarbij is belangrijk verbindingen te leggen tussen de zorgplicht voor het erfgoed enerzijds en anderzijds met de regionale en sociaal- maatschappelijke opgaven, de energietransitie, de economische agenda, verduurzaming, recreatie en toerisme. Verder zijn bij het opstellen van de Erfgoedagenda de beginselen van de Verdragen van Faro en Granada geïmplementeerd; de kracht en expertise van onze vrijwilligers benutten als het gaat om Kennis delen met de Canon van Voorschoten (www.canonvoorschoten.nl) in het onderwijs, voor een breder publiek, en ook de vrijwilligers inzetten bij de exploitatie en het beheer van erfgoed.
Om de Erfgoedagenda 2022-2026 en de aan de wet en verdragen gekoppelde taken te kunnen blijven uitvoeren is een budget vereist. In 2022 zal een voorstel aan de raad worden voorgelegd hoe invulling te geven aan de bestemmingsreserve monumenten (€290.020). Er zal onderzocht worden op basis van welke voorwaarden dit budget kan worden ingezet. De evaluatie en de daaruit opgestelde agenda is tot stand gekomen in samenwerking met het Lokaal Erfgoedplatform (LEP), de commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed en grote monumenteigenaren (Berbice, Duivenvoorde, Bijdorp). Tevens zijn het economisch platform, de adviesraad sociaal domein en de cultuurfabriek gevraagd om een reactie. Wij hopen en verwachten met deze agenda een eigentijdse invulling te kunnen geven aan het wat ons betreft nog steeds actuele adagium: behoud door ontwikkeling.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
A. R. de Graaf,
drs. N. Stemerdink,
gemeentesecretaris
burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 2 van 2
Evaluatie 2021: De kracht van Erfgoed Erfgoedagenda 2022-2026: Erfgoed loont, leeft, inspireert en verbindt
Samenstelling en tekst: Erik Mattie (bureau M&M), Carla Scheffer, Kirsten van der Kant Gemeente Voorschoten Afbeeldingen zijn, tenzij anders vermeld van de Gemeente Voorschoten Versie september 2021 Voorblad Logo’s van het Project Prins Frederiks Parkenroute, Neder-Germaanse Limes, Paardenmarkt in Voorschoten en de Voorstraat, een van de beschermde dorpsgezichten, die Voorschoten rijk ism die de verbindende kracht van erfgoed laat zien. Binnenblad pag. 3: Boven de schouw in het Bajuwhuis prijkt sinds 2019 weer het schilderij ‘De verzoening van Jacob en Esau’ met bijbehorende lijst, dankzij een schenking van de familie Van Gruneken. Toen de Dordste schilder Dirk Kuipers rond 1765 enkele jaren in ons dorp woonde kreeg hij van de toenmalige eigenaar, de baljuw Boers, de opdracht voor het maken van dit schouwstuk. Het interieur maakt ook deel uit van het Rijksmonument. Met de terugplaatsing en het herstel van de schilderijlijst in Lodewijk XIV-stijl heeft de kamer weer meer van zijn allure teruggekregen. Met dank aan alle betrokkenen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van deze evaluatie, waaronder de leden van het Lokaal Erfgoedplatform, de Commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed en monumenteneigenaren.
1
Evaluatie 2021: De kracht van Erfgoed Inhoudsopgave Samenvatting........................................................................................................................................... 4 Voorwoord .............................................................................................................................................. 6 Inleiding ................................................................................................................................................... 8 1.
Het beleid ...................................................................................................................................... 12 1.1 De kaders ..................................................................................................................................... 12 1.2 Voorschoten: visie en doel .......................................................................................................... 14 1.2.1. Kadernota Erfgoed............................................................................................................... 14 1.2.2. Nota Archeologie herijking 2013 ......................................................................................... 17 1.2.3. De instrumenten.................................................................................................................. 17 1.2.4. Het programma ................................................................................................................... 17 1.3 Actiepunten Kadernota ............................................................................................................... 18 1.4 Actualiteiten en ontwikkelingen ................................................................................................. 18
2.
Evaluatie en enquête..................................................................................................................... 36 2.1 inleiding ....................................................................................................................................... 36 2.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................... 36 2.3 Actiepunten Kadernota ............................................................................................................... 36 2.4 Uitwerking actiepunten Kadernota ............................................................................................. 37
3.
Samenvatting en aanbevelingen .................................................................................................. 57 3.1 Wat ging er goed ......................................................................................................................... 57 3.2 Wat kan er beter?........................................................................................................................ 58 3.3 Puntsgewijs per actiepunt: .......................................................................................................... 58
4. De Erfgoedagenda 2021-2025: ‘Erfgoed loont, leeft, inspireert en verbindt’ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.1 Doel en ambitie: De kracht van erfgoed ..................................................................................... 64 4.2 Totstandkoming........................................................................................................................... 65 4.3 De Erfgoedagenda 2021-2025: ‘Erfgoed loont, leeft, inspireert en verbindt’ ............................ 65
2
3
Samenvatting Onder het motto ‘wat ging er goed en wat kan er beter’ is het erfgoedbeleid van de gemeente Voorschoten geëvalueerd. Niet alleen omdat de beleidscycli van de Kadernota Erfgoed 2013-2017 (2013) en de Archeologienota herijking 2013 (vastgesteld in 2014), niet eerder zijn geëvalueerd, maar met vooral ook omdat met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet in 2022 een aantal minimale acties is vereist. Zo dient in de toekomst - meer dan nu - rekening gehouden te worden met de omgeving van beschermde monumenten en moet toezicht en handhaving op de Omgevingswet worden aangepast. Verder dient de digitale informatievoorziening op orde te zijn en is in de wet een verplichting opgenomen een gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit te installeren. Daarnaast zijn diverse maatschappelijke en andere ontwikkelingen gaande die hun neerslag hebben op het erfgoedbeleid. Nederland koerst af op de invoering van het Europese verdrag van Faro, dat uitdraagt dat erfgoed van en voor iedereen is, dat erfgoed inclusief is en bijdraagt aan actief burgerschap; en ook dat erfgoed een meerwaarde heeft voor andere sectoren in de maatschappij. Erfgoed loont, werkt en inspireert niet alleen, maar verbindt ook, alle inwoners van de gemeente; die uit het verleden en die in de toekomst.
Groot nieuws in 2021 was de plaatsing van het Romeinse kanaal van Corbulo op de werelderfgoedlijst van Unesco, nadat eerder in 2019 de Voorschotense paardendagen waren toegevoegd aan de lijst van het Representatieve immateriële erfgoed. Om de bestaande en nieuwe wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren is aan de evaluatie een erfgoedagenda (2022-2026) met bijbehorend budget gekoppeld. Het huidige budget is niet toereikend om in de toekomst alle (nieuwe wettelijke) taken te kunnen blijven uitvoeren. Hierom worden verbindingen gezocht met de implementatie van de Omgevingswet. Nieuw beleid wordt niet vastgesteld, maar de focus wordt verbreed, meer integraal. De gemeente stelt zich minder regelgevend en regisserend op, meer coöperatief, faciliterend en stimulerend. Daarbij gaat het niet alleen om de klassieke taken van de monumentenzorg, waaronder behoud van en investeren in boven- en ondergronds erfgoed en groen, maar ook moet gedacht worden aan de relatie met het sociaal domein, het versterken van de leefkwaliteit en de jeugd als toekomstige beschermer van het erfgoed. Meer dan voorheen wordt de focus gelegd op het leveren van een bijdrage aan de actuele opgaven op het gebied van energietransitie en duurzaamheid. En niet in het minst wordt ingezet op de kansen die de toeristische en economische sector biedt, cultuur en natuur, landgoederen, weilanden en de kuststrook.
Dit is een wederkerige relatie. De evaluatie biedt inzicht in het vigerend beleid, Rijks-, provinciaal en gemeentelijk (hoofdstuk 1) en geeft weer wat van het huidige uitvoeringsprogramma is gerealiseerd (hoofdstuk 2 en 3). Op basis daarvan wordt bezien in hoeverre de bestaande beleidskaders voldoende aansluiten bij de huidige en de te verwachten situatie voor de komende vier jaar. Het beoogd resultaat is de vaststelling door het college van de Evaluatie en de Erfgoedagenda, met daarin de ambities voor de komende vier jaar (2022-2026) (hoofdstuk 4). Het mag daarbij duidelijk zijn dat de 4
Erfgoedagenda nauw aansluit op de Structuurvisie Cultuurhistorie 2013-2028, het afwegingskader voor beleid en ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening van cultuurhistorie. De evaluatie met de agenda wordt ter informatie aan de raad gestuurd. Financiële onderbouwing De Erdgoedagenda speelt in speelt in op de nieuwe kaders die de Omgevingswet stelt om het erfgoed te behouden, maar ook op de Verdragen van Faro en Granada. Daarom zijn er verbindingen gelegd met de zorgplicht voor het erfgoed enerzijds en anderzijds met de regionale en sociaal- maatschappelijke opgaven, de energietransitie, de circulaire economie, recreatie en toerisme. Om het leggen van verbinden een betere plek te geven binnen het erfgoedbeleid zal in het eerste kwartaal van 2022 een subsidievoorstel aan de raad worden voorgelegd met dekking uit de reserve monumenten (€ 290.000). Daarbij wordt zowel een relatie gelegd met het beleidskader voor het subsidiebudget voor instandhouding monumenten (€13.712), als met de activiteitensubsidie voor erfgoed (€10.154) uit het Subsidieplan Kunst en Cultuur. Uit de evaluatie is gebleken dat in de achterliggende periode niet alle ambities voor het uitvoeren van het beleid konden worden waargemaakt vanwege de beschikbare capaciteit en middelen.
Het gaat voor het uitvoeren van de wettelijke taken en het beleid bij archeologie om een budget van €18.171 en voor monument om € 423, die nu meer integraal en in samenhang met elkaar bezien gaan worden. Mede op basis van de resultaten van de enquête zijn in de nieuwe Erfgoedagenda prioriteiten gesteld. Het gaat daarbij in ieder geval om het samenstellen van een publicatie over de Canon, het creëren van betrokkenheid bij en aandacht voor het Kanaal van Corbulo, het digitaal beschikbaar hebben van (ruimtelijke) relevante informatie, het adequaat beschermen van de omgeving van monument, de inventarisatie en bescherming van de Wederopbouw en Post-65 periode, het investeren in kennis en competenties voor de uitvoering van de wettelijke taken (in het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving). Wanneer blijkt bij de uitwerking van de agenda dat activiteiten niet of slechts ten dele kunnen worden gerealiseerd, dan zal na een heroverweging van de prioriteiten zo nodig separaat via de reguliere P&C-cyclus incidenteel budget worden gevraagd. Relevant daarbij is dat actief doorgegaan gaat worden (financieel) aansluiting te zoeken bij de Provinciale Erfgoedtafels (Trekvaart, Limes, Landgoederen) en de Landschapstafels (Leidse Ommelanden, Duin, Horst en Weide).
Zo wordt het mogelijk via het benutten van meekoppelkansen, cofinanciering te vinden voor projecten die tegelijkertijd een bijdrage leveren aan de ambities van de Gemeentelijk Structuurvisie, het Nationaal Park Hollandse Duinen en de RES (hefboomeffect).
5
Voorwoord Het DNA van Voorschoten is opgebouwd uit de overblijfselen en de verhalen uit het verleden. De historische gelaagdheid draagt in hoge mate bij aan het unieke karakter van een bijzonder dorp. Het Voorschotense erfgoed is alom aanwezig met parels in de kroon als woonhuizen, boerderijen en kerken. Maar de collectie is veelomvattender: de dorpskern en de lommerrijke parken en buitenplaatsen zijn in samenhang met het agrarisch landschap en de wederopbouwwijken sterk bepalend voor het karakter van Voorschoten. Maar liefst twee beschermde dorpsgezichten bevinden zicht binnen de gemeentegrenzen, het oude centrum en een deel van de landgoederenzone. En last but not least zijn er de immateriële waardevolle tradities en het indrukwekkende ondergrondse erfgoed. Zeer actueel is het Romeinse Kanaal van Corbulo, onderdeel van een veel groter, internationaal betekenisvol verhaal. Nauwe samenwerking tussen vele partijen heeft ertoe geleid dat het Kanaal sinds juli 2021 als onderdeel van de Romeinse Limes op de UNESCO werelderfgoedlijst prijkt. Er is meer bereikt in de afgelopen periode. Het aantal gemeentelijke monumenten nam tussen 2013 en 2021 toe van 58 naar 99. De website van de Canon van Voorschoten is in 2018 gelanceerd.
Een eeuwenoude door Voorschotenaren gedragen traditie, de Paardendagen, werd op 28 juli 2019 bijgeschreven in het register van het Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland van UNESCO. Topmonumenten als Berbice, het park van Ter Wadding en Voorstraat 39 kregen weer glans door succesvolle restauraties. Door deelname aan de Provinciale Erfgoedtafels zijn de benodigde gelden gegenereerd en projecten gerealiseerd, zoals Frederiks Parkenroute en het Landgoedwandelen. Voorschoten is letterlijk als Zilverrijk op de kaart gezet met nieuwe fietsroutes. Nu - met de Omgevingswet in zicht - de omgeving van het erfgoed meer en meer integraal bij het beleid wordt betrokken, is het momentum deze positieve lijn door te zetten. De huidige Erfgoedvisie voldoet nog steeds, maar wordt bijgestuurd, dan wel de focus verbreed, al naar gelang nieuwe trends en ontwikkelingen dit van ons vragen. Het is de uitdaging ook in de komende periode het erfgoed op zorgvuldige wijze door te geven aan volgende generaties, aan alle inwoners, als inspiratiebron en katalysator voor ontwikkelingen. Erfgoed werkt en inspireert, draagt bij aan een aantrekkelijk leefklimaat en loont, ruimtelijk, maar ook op sociaal-maatschappelijk, toeristisch en economisch vlak. En erfgoed verbindt: door een gemeenschappelijk verleden ontstaat een gedeelde toekomst. Nieuwe inwoners zullen aan die toekomst samenwerken.
Nieuw erfgoed zal ontstaan. Wij blijven inzetten op het vergroten van draagvlak en betrekken van de inwoners bij de zorg voor het erfgoed als factor van betekenis voor een gezonde, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving. De basis is de Erfgoedvisie en de Erfgoedagenda 20222026: ‘Erfgoed loont, leeft, inspireert en verbindt’. Alleen vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid kunnen we kansen benutten om erfgoed een betekenisvolle toekomst te geven. Marcel Cramwinckel, wethouder cultureel erfgoed Figuur 1 (volgende pagina) De Unesco-vlag wappert sinds augustus 2021 bij het gemeentehuis van Voorschoten.
6
PM Afbeelding 7
Inleiding De zorgplicht en daarmee de zorgvuldige omgang met het boven- en ondergrondse cultureel erfgoed is als verplicht thema opgenomen in de Omgevingswet. Om het belang van erfgoed integraal en in samenhang met de andere relevante beleidsthema's, zoals milieu, verkeer, natuur en landschap in relatie tot de Omgevingswet te kunnen benoemen, is het noodzakelijk het beleid te evalueren. Naar aanleiding van deze evaluatie kan het beleid op onderdelen worden bijgesteld. Een evaluatie is opportuun, omdat de beleidscycli van de Kadernota Erfgoed 20132017 (2013) en de Archeologienota herijking 2013 (vastgesteld in 2014), in afwachting van de Omgevingswet, niet eerder zijn geëvalueerd en de termijn van beide nota’s is verlopen. Voor een actualisatie is gekozen, omdat in de uitwerking van het coalitieakkoord in 2020 de wens is uitgesproken geen nieuw beleid te formuleren en het bestaande beleid - ook dat voor erfgoed- en archeologie - voort te zetten. Op grond van de in- en externe evaluatie is bovendien geconcludeerd dat een grote koerswijziging niet nodig is. De erfgoedvisie heeft aan kracht niets ingeboet. Wel is gebleken dat op sommige punten bijstelling nodig is, dan wel de focus verlegd moet worden. Deze nuanceringen van het huidige beleid zijn verwerkt in de nieuwe Erfgoedagenda voor de periode 2021-2025, ‘Erfgoed loont, leeft, inspireert en verbindt’.
De bestuurlijke wens van de coalitie om het bestaand beleid te actualiseren hangt nauw samen met een bredere, meer integrale benadering van erfgoed in de toekomst, waarbij de rol van de gemeente verschuift van regelgevend en regisserend naar coöperatief, faciliterend en stimulerend. Deze reeds in gang gezette ontwikkeling krijgt extra nadruk in de nieuwe agenda. Daarbij moet vooral gedacht worden aan de relatie met het sociaal domein, het versterken van de leefkwaliteit, het borgen van de kwaliteit van restauraties en het toezicht daarop. En ook aan de kansen die erfgoed biedt aan de toeristische en economische sector. En tenslotte aan de jeugd als toekomstige beschermer van het erfgoed. Probleemstelling De vraag is: In welke vorm kan het erfgoed- en archeologiebeleid het beste integraal voorbereid worden en worden opgenomen in een uitvoerbare erfgoedagenda, rekening houdend met de actuele wet- en regelgeving en in het bijzonder de opgave die er ligt in verband met de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet?
Het uitvoeren van de evaluatie van de erfgoed- en archeologienota’s is actueel gelet op de op handen zijnde inwerkingtreding van de Omgevingswet en daaraan gekoppeld de Wet kwaliteitsborging. Er wordt al volop mee geëxperimenteerd en steeds vaker wordt gehandeld ‘in de geest van’. Dit is mede een reden om de basisinformatie en het beleid zoveel mogelijk op orde te hebben. De hoogste prioriteit gaat uit naar het kunnen blijven uitvoeren van de wettelijke taken binnen de gestelde termijnen en volgens de bestaande kwaliteitsnormen. Het gaat daarbij in ieder geval om het drieluik van vergunningverlening, toezicht en 8
handhaving. Ook moet voldaan worden aan andere wettelijke verplichtingen, zoals de tijdige instelling van een geïntegreerde Commissie voor cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit (bijvoorbeeld Commissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit en Cultureel Erfgoed). Doel van de evaluatie De evaluatie moet inzicht geven in wat van het huidige uitvoeringsprogramma is gerealiseerd: wat ging goed en wat kan beter. De evaluatie is net als de uitgezette enquête een hulpmiddel om te zien in hoeverre de bestaande beleidskaders voldoende aansluiten bij de huidige en de te verwachten situatie voor de komende vier jaar. Beoogd resultaat Aan de hand van de resultaten van de evaluatie is de Erfgoedagenda 2021-2025 opgesteld. De belangrijke trends en ontwikkelingen en nieuwe instrumenten als de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan zijn daarbij richtinggevend geweest. Leidend voor de te bepalen ambities zijn de beschikbare capaciteit en middelen. Het beoogd resultaat van de evaluatie is de vaststelling door het college van de Evaluatie en de Erfgoedagenda, waarin de ambities voor de komende vier jaar (2021-2025) zijn opgenomen. De evaluatie met de agenda wordt ter informatie aan de raad gestuurd.
Figuur 2 In het gemeentearchief is een schat aan informatie te vinden, die geraadpleegd kan worden om meer te weten te komen over de geschiedenis van Voorschoten. De beeldbank bevat duizende afbeeldingen, waaronder deze oude ansicht van rond 1900. Hierop is de nog bestaande kas van Bijdorp afgebeeld met de brug waar elk jaar nog steeds de blauwe regen bloeit.
9
Plan van aanpak De wettelijke taken en de lopende zaken vormen het raamwerk voor de Erfgoedagenda. Nuances en bijstellingen op grond van maatschappelijke ontwikkelingen zijn in de Erfgoedagenda verwerkt. Aan de hand van een enquête is in samenwerking het Lokaal Erfgoed Platform (LEP), de Commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed (WCE), enkele monumenteneigenaren en ambtelijke ondersteuning een enquête uitgevoerd. De resultaten, aangevuld met cijfermatige gegevens en de gesprekken die met verschillende betrokkenen zijn gevoerd, leverden input voor de in te zetten koers voor het erfgoedbeleid in de komende jaren.
10
Figuur 3 De dorpskerk vormt in samenhang met de begraafplaats en zijn monumentale bomen, de kerkehuisjes en het muurwerk een belangrijke beeldbepalende ensemble. In Omgevingswet is een zorgplicht opgenomen waarin niet alleen het monument, maar ook zijn omgeving moet worden beschermd (foto boven 2018; onder:2021)
11
1. Het beleid 1.1 De kaders De algemene beleidskaders van het erfgoedbeleid zijn vastgelegd in de Structuurvisie Voorschoten 2025 Groen, veilig en betrokken (2017) en nader uitgewerkt in de Kadernota Erfgoed 2013-2017 Cultureel Erfgoed loont, leeft en inspireert (2013), de Archeologienota herijking 2013 (2014) en de Structuurvisie Cultuurhistorie (2013-2028). De Kadernota en de Archeologienota bevatten ieder een uitvoeringsagenda met actiepunten voor de periode 2013-2017. Passend binnen de ambities van de in 2017 vastgestelde Structuurvisie, blijft de visie van de Kadernota onverkort van kracht. Nut en noodzaak van het erfgoedbeleid zijn onbetwist. Dat blijkt ook uit het Coalitieakkoord 2018-2022, waarin een en ander met betrekking tot het erfgoed bekrachtigd is. Voor deze evaluatie is verder het bestaande financiële kader als uitgangspunt gehanteerd.
Figuur 4 Overzicht van erfgoed-gerelateerde beleidsstukken uit Voorschoten.
In de kadernota wordt reeds de brede definitie van cultureel erfgoed gehanteerd, zoals die ook terugkomt in de Erfgoedwet. Aandacht is er voor het door mensenhanden gebouwde, materiele erfgoed, zoals huizen of gedenkmonumenten.
12
Maar ook het cultuurlandschap, waaronder de aangelegde parken en het immateriële erfgoed, zoals gewoontes en tradities vallen onder de definitie. Sinds 2016 is dit in de Erfgoedwet als volgt geformuleerd (art. 1.1): ‘uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zicht voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden.’
Figuur 5 Luchtfoto van het landschapspark van Kasteel Duivenvoorde, gezien richting het oosten. Met financiële steun van verschillende fondsen heeft het landschap tussen 2011 en 2015 een ingrijpende transformatie doorgemaakt naar ontwerp van de landschapsarchitect Michael van Gessel. Het vernieuwde landschapspark beschikt over een nieuwe bosvijver en tal van nieuwe wandelpaden. Hoogtepunt is het nieuwe bezoekerspaviljoen waar ook de museumwinkel en horeca is ondergebracht (foto 2018)
Toekomstig kader Steeds zal moeten worden ingespeeld, dan wel geanticipeerd op trends en ontwikkelingen, zoals recent zijn verwoord in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), het klimaatakkoord en de Energiestrategie (RES). Ook het toenemend (hoogwaardig) cultuurtoerisme en het streven naar een gezonde en veilige leefomgeving, waarbij vooral gedacht moet worden aan de laatste turbulente ontwikkelingen rond de pandemie en inclusiviteit zijn trends. Het streven naar het in stand houden van een veilige en goede kwaliteit van de leefomgeving sluit aan op de uitgangspunten van de Omgevingswet. De nieuwe wetgeving is erop gericht dat niet langer sectoraal naar beleidsvelden gekeken wordt, 13
maar integraal en in onderlinge samenhang. Erfgoed is daarbij een belangrijke verbindende factor. Gelet op bovenstaande definitie is dat aanleiding om het beleidsmatige onderscheid tussen archeologie en erfgoed te laten vervallen. Een ander belangrijk thema dat nadrukkelijk is verankerd in de Omgevingswet is de aandacht voor participatie. Daarmee ligt het voor de hand om de bestaande samenwerking met het Lokaal Erfgoed Platform (LEP) voort te zetten, de rol van de Commissie voor Welstand en Cultureel Erfgoed verder uit te werken, nadere samenwerking te zoeken met partners uit andere beleidsvelden en dit breder vanuit de regio te bezien. Er wordt nadrukkelijk toegewerkt naar samenhang met de andere in de Omgevingswet genoemde verplichte beleidsvelden, zodat in een zo vroeg mogelijk stadium gezocht kan worden naar oplossingen voor ogenschijnlijke tegenstrijdigheden. Belangrijke koppelkansen zijn er op het gebied van waterberging, hittestress, toerisme, woningbouw, recreatie, circulaire economie, duurzaamheid en energietransitie. 1.2 Voorschoten: visie en doel Inleiding Het erfgoedbeleid van Voorschoten is vastgelegd in vier beleidsstukken - en in zekere zin ook in het Reglement van Orde van de Commissie WCE en de Erfgoedverordening als resultaat van de uitvoering van het beleid: 1 2 3 4 5 6
Structuurvisie 2025 Kadernota 2013-2017 Structuurvisie Cultuurhistorie 2013-2028 Archeologienota herijking 2013 Erfgoedverordening Voorschoten 2016 Reglement van Orde 2015
Waar de Structuurvisie (1) de grote lijnen van de ruimtelijke ordening als geheel schetst is de Kadernota (2) het meest concrete beleidsinstrument voor het Erfgoedbeleid. Het afwegingskader voor beleid en ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke ordening en cultuurhistorie is te vinden in de Structuurvisie Cultuurhistorie (3). In de Erfgoedverordening (5) worden de procedures met betrekking tot het erfgoed geregeld, waaronder de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. Ook de adviserende rol van de commissie WCE is vastgelegd in de Erfgoedverordening. Het functioneren van deze commissie is weer verder uitgewerkt in een Reglement van Orde (6). In de archeologienota tenslotte worden de uitgangspunten voor het ondergronds erfgoed, opgraven of in situ bewaren geregeld (4). 1.2.1. Kadernota Erfgoed De Kadernota bevat de gemeentelijke visie op het erfgoedbeleid met daarbij een Erfgoedagenda die aangeeft hoe die visie van de gemeente – onverminderd actueel - bereikt kan worden.
14
Figuur 6 Burgemeester Berkhoutpark, een rijksmonument, is als werkverschaffingsproject vanaf 1936 in landschapsstijl tot stand gekomen. Het heeft bijzondere botanische waarde vanwege zijn grote soortenrijkdom. Door de afronding van een herstelplan in 2015 is park het weer een aantrekkelijk park geworden voor zowel jong als oud (foto 2016).
Visie: ‘De cultuurhistorische kwaliteiten van de gemeente Voorschoten zijn van wezenlijk belang voor de ruimtelijke en sociale identiteit en de herkenbaarheid. In het verleden wordt de basis gelegd voor de toekomst. Het doel van het erfgoedbeleid is om op een zorgvuldige en afgewogen wijze het cultuurhistorisch erfgoed in goede staat door te geven aan volgende generaties, zodat ook zij daar voor hun toekomst op kunnen voortbouwen en het kunnen blijven zien, beleven en ervaren.’ Het motto daarbij is: Erfgoed loont Erfgoed leeft Erfgoed inspireert
15
Figuur 7 Eeuwenlang werd in of nabij de kerk begraven. Onderdeel van de begraafplaats was een baarhuisje waar de doden werden opgebaard. Dit baarhuisje kwam tegelijkertijd met de bouw van de nieuwe kerk in 1868 naar ontwerp van Adolphus Druiding (1838-1900) tot stand. Alhoewel inmiddels buiten gebruik heeft het gebouwtje door zijn architectuur en ligging een onlosmakelijk relatie met de geschiedenis van de kerk.
Om deze visie te concretiseren zijn kaders benoemd, die richtinggevend zijn bij de omgang met het erfgoed: - Het beschermen, in stand houden en ontwikkelen; - Het nemen van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid; - Het delen van kennis en kunde als basis voor ontwikkeling en instandhouding; - Het praktisch en doelgericht benaderen van monumenten en erfgoedwaarden. De kernkwaliteiten zijn de algemene kenmerken, die specifiek het karakter van Voorschoten bepalen. Daarbij gaat het om (p. 18): -
Historische structuur van noord-zuid lopende landwegen en een enkele oostwest verbinding, gecombineerd met een fijnmazig stelsel aan waterwegen tussen de Vliet en de weteringen in het westen van de gemeente; Karakteristiek geometrisch ingericht polderlandschap met sloten, weteringen en agrarische kleine elementen als bruggen, hekken en schuurtjes; Karakteristieke boerderij-enclaves zowel binnen als buiten het historisch centrum met hun kenmerkende erfinrichting en erfbeplanting; Een lommerrijk buitenplaatsenlandschap: Binnen de bebouwde kom: lommerrijke, parkachtige groengebieden met landhuizen in verbijzonderde architectuur en bijgebouwen die ondersteunend aan het ensemble zijn; Buiten de bebouwde kom: afwisseling van weilanden en groene bosjes, solitair geplaatste bomen en hakhoutbossen rondom een lommerrijk,
16
-
parkachtig groengebied met een architectonisch verbijzonderd landhuis met bijgebouwen. Groene buffers in de vorm van weilanden, parken en plantsoenen; Rijke, eigentijdse architectuur langs de historische hoofdwegen; Kleinschalige bebouwing van maximaal twee lagen (met een kap) langs de historische hoofdwegen en in het historisch centrum; Uitbreidingswijken met een eigen herkenbare karakteristiek en tijdsbeeld buiten het historisch centrum.
1.2.2. Nota Archeologie herijking 2013 De archeologienota is het resultaat van een evaluatie van het eerder vastgestelde eerste archeologiebeleid Het bodemarchief ontrafeld (2009). In huidige nota is ingezet op ruimere vrijstellingsgrenzen, minder onderzoekregimes en een vereenvoudigde beleidskaart. De gedachte is dat met dezelfde inspanning meer wordt bereikt als we ons richten op archeologisch-kansrijke situaties en daar als bevoegd gezag een effectieve regie op voeren. Archeologische waarden worden waar nodig beschermd met oog voor andere maatschappelijke opgaven. 1.2.3. De instrumenten Het erfgoedbeleid berust deels op wettelijke verplichtingen, zoals die zijn vastgelegd in de Monumentenwet 1988/Erfgoedwet, Wet Figuur 8 Romeinse kan, gevonden bij algemene bepalingen omgevingsrecht, het archeologisch onderzoek naar het Kanaal van Corbulo aan het Frans Halsplantsoen in 2019 Besluit omgevingsrecht en de Wet op de (Foto Vestigia, 2019) archeologische monumentenzorg (Wamz). Daarnaast is er vrije, door de gemeente in te vullen beleidsruimte. Deze is uitgewerkt in de, deels ook weer wettelijke, beleidsinstrumenten als de Erfgoedverordening Voorschoten 2016, de Structuurvisie Cultuurhistorie en de in de Archeologienota opgenomen beleidskaart. 1.2.4.
Het programma De belangrijkste (programmatische) doelen in de kadernota Erfgoed, opgesteld vanuit de urgentie van toen, zijn samengevat: •
• •
Uitvoering geven aan borging van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening door het opstellen van: o Structuurvisie Cultuurhistorie en vervolgens een o Paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie) Uitvoering geven aan Erfgoedverordening Uitvoering geven aan Archeologienota en opstellen van beleidskaart
17
1.3 Actiepunten Kadernota In de Kadernota Cultuurhistorie zijn de actiepunten nader uitgewerkt in een uitvoeringsagenda.1 Deze actiepunten sluiten aan op de thema’s uit de Kadernota, namelijk: - Behouden, versterken, ontwikkelen en benutten van cultureel erfgoed; - Kennis ontwikkelen, vergroten en delen, en draagvlak behouden en vergroten; bewustwording; - Stimuleren van samenwerken en vrijwilligerswerk; het benutten van kennis en kunde van burgers en andere partners.
Figuur 9 Erfgoed als sociaal maatschappelijke factor zorgt voor binding en sociale cohesie. Vrijwilligers dragen bij aan de instandhouding van de rozentuin, waardoor de geschiedenis van de buitenplaats Berbice zichtbaar en beleefbaar blijft (foto M. Kooper, 2018).
1.4 Actualiteiten en ontwikkelingen Sinds 2013 hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan, die hieronder worden geschetst op zowel internationaal, nationaal, regionaal als lokaal niveau. Deze ontwikkelingen zijn van invloed op het bijstellen van de Erfgoedagenda. Internationaal 1. UNESCO UNESCO is de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. In 1972 is het Werelderfgoedverdrag opgesteld, dat Nederland in 1992 is ondertekend. Naast cultuurmonumenten en natuurmonumenten, kunnen sinds 2003 ook niet-tastbare gebruiken worden opgenomen als immaterieel erfgoed.
1 NB: de Kadernota bestrijkt de periode 2013-2017, de evaluatie van de actiepunten loopt door tot in 2021.
18
2. Verdrag van Faro
Figuur 10 Infographic met uitleg over het verdrag van Faro en particpatie (www.cultureelerfgoed.nl)
Het Europese Verdrag van Faro (2005) stelt erfgoedparticipatie centraal. Het benadrukt de maatschappelijke en verbindende waarde van erfgoed en stuurt aan op een actieve deelname van erfgoedgemeenschappen in het erfgoedveld. Uitgangspunten van het door Nederland geratificeerde Verdrag, dat onderdeel is van de kamerbrief ‘Erfgoed telt’ (2018), zijn: • Iedereen moet toegang hebben tot erfgoed en heeft het recht (een eigen) betekenis te geven aan erfgoed • cultureel erfgoed is een belangrijke bron voor het individu, voor de relaties tussen individuen, voor een hogere kwaliteit van leven, voor inclusiviteit en actief burgerschap. • cultureel erfgoed draagt bij aan sociaal duurzame ontwikkeling en levert meerwaarde aan andere beleidsdomeinen (crosssectoraal). • cultureel erfgoed draagt bij aan vrede en democratie in Europa en bevordert de interculturele dialoog. Steeds meer wordt onderkend dat cultureel erfgoed een middel (hulpbron) is om maatschappelijke doelen te verwezenlijken en zo bij te dragen aan een sociaal duurzame ontwikkeling van de samenleving. Denk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die samen werken
Figuur 11 Fonds voor cultuurparticipatie heeft sinds 2020 een subsidieregelen voor erfgoedparticipatie volgens het Verdrag van Faro.
19
aan het onderhoud van een historisch park. Of bijvoorbeeld de Sint Maartensviering in Utrecht die zorgt voor sociale cohesie omdat verschillende groepen met elkaar in contact komen.2 Voor de vele erfgoedinstellingen waar de mens al centraal staat, is het Verdrag van Faro een stimulans om verder te gaan op de ingeslagen weg. Voor overheden en erfgoedinstellingen, die nog weinig ervaring hebben opgedaan met participatieprojecten, betekent dit verdrag een nieuwe manier van werken. Met een subsidieregeling van het Rijk wordt erfgoedparticipatie gestimuleerd. 3. Verdrag van Granada Het Europese Verdrag van Granada uit 1985, is in1993 door Nederland geratificeerd en op 1 juni 1994 in werking getreden. Hierin is opgenomen dat de bescherming van architectonisch erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening; zowel planologisch, als bij het vormgeven van ontwikkelingen. Het verdrag bevat daarbij bepalingen betreffende inventarisatie, documentatie, bescherming en restauratie van erfgoed. Ook wordt ingegaan op de brede definitie van erfgoed waar toe ook industrieel erfgoed, cultuurlandschappen, ensembles en roerend erfgoed behoren.
Figuur 12 In 2019 bracht de Raad voor Cultuur advies uit om erfgoed meer in te zetten vanuit de verbindende rol die zij kan spelen bij het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, het verbreden van het draagvlak en verbeteren van de kennisinfrastructuur. Participatie en draagvlak zijn daarbij sleutelwoorden.
gezichten) de effectiviteit van de inzet van het welstandsbeleid als ‘bescherming’ van de omgeving van monumenten aan kracht ingeboet. Reden om in de Omgevingswet en de bijbehorende AMvB’s3 specifieke instructieregels op te nemen om vorm en
Aanvankelijk gaf Nederland een beperkte uitleg aan het artikel dat handelt over het voorkomen van de aantasting van de omgeving van het monument. Eén van de redenen voor deze beperkte uitleg is de overtuiging dat het op dat moment het vigerend welstandsbeleid voldoende handvatten bood. Echter sinds de ratificering heeft de drang naar vermindering van regeldruk, de bredere introductie van vergunningvrije activiteiten (ook in beschermde
Figuur 13 Creatief zoeken naar meekoppelkansen bij grote maatschappelijke opgaven (www.brabant.nl)
2 Zie https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/erfgoedparticipatie-faro/verdrag-van-faro
3 Algemene Maatregel van Bestuur waarin de regels van de wet verder zijn uitgewerkt.
20
inhoud te geven aan de doelstellingen van het Verdrag van Granada.4 Concreet leidt dat ertoe dat in het Omgevingsplan de omgeving van het monument expliciet beschermd moet gaan worden. Landelijk 1. Momo (2012) De beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009 heeft gezorgd voor aanpassingen van de Monumentenwet (2012) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Naast de aandacht voor het object wordt het belang van de omgeving van het monument steeds meer onderkend. Het beschermen van de cultuurhistorische waarden heeft in de ruimtelijke plannen (o.a bestemmingsplannen) een wettelijke verankering gekregen. Net als eerder de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) regelde dat bij ontwikkelingen met ondergronds erfgoed rekening gehouden diende te worden, is dat nu ook voor het bovengronds erfgoed het geval. Deze wettelijke kaders komen ook terug in de Omgevingswet, waarin de zorgplicht voor erfgoed een volwaardig onderdeel is van de integrale visie op de leefomgeving. 2. Erfgoedwet (2016) Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is sinds 2016 de nieuwe Erfgoedwet van kracht. In deze wet zijn verschillende wetten bij elkaar gebracht, die gaan over het archief, archeologie, het gebouwde erfgoed en de waardevolle cultuurgoederen. De Erfgoedwet regelt de aanwijzing van rijksmonumenten,
Figuur 14 Infographic overgang van Monumentenwet 1988 naar Erfgoedwet en Omgevingswet. Beeld: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
4 Er is in de Bkl een instructieregel opgenomen, die gemeenten verplicht om aantasting van de omgeving van
(voorbeschermde) rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, te voorkomen, als die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd.
21
rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten en de bescherming ervan. Dat gebeurt onder meer via de vergunningplicht bij de wijziging van rijksmonumenten. De specifieke aandacht voor de instandhoudingsplicht voor monumenten is met deze wet een actueel thema geworden, net zoals er meer aandacht voor het belang en de betekenis van het interieur is gekomen. Voor het vergunningentraject is sinds 2010 de Wabo van kracht, de wet die een groot aantal vergunningen, ontheffingen meldingen heeft gebundeld in een enkele vergunning. 3. Erfgoed telt – De betekenis van erfgoed voor de samenleving (2018) In de kabinetsbrief Erfgoed telt schets het kabinet de visie op de betekenis van erfgoed voor de samenleving.5 Financiële middelen (€ 325 miljoen) worden ingezet op: • Het behoud van erfgoed voor de huidige en toekomstige generaties; • Het beter positioneren van erfgoed in de leefomgeving; • Het beter onder de aandacht brengen van de verbindende kracht van erfgoed. 4. Kerkenvisie
Figuur 15 Kabinetsbrief Erfgoed telt beschrijft de nationale visie op de betekenis van erfgoed voor iedereen.
Een van de uitwerkingen van Erfgoed Telt is de decentralisatie uitkering, die in 2019 in het leven is geroepen voor gemeenten die een zogenoemde Kerkenvisie willen opstellen. Een Kerkenvisie is gericht op de toekomst van alle kerkgebouwen in de
Figuur 16 Deze afbeelding toont dat er veel redenen zijn om met alle betrokkenen een visie te ontwikkelen op de omgang met het religeus erfgoed.
gemeente, monumenten en niet-monumenten. Kerken nemen een bijzondere positie binnen de geschiedenis van haar inwoners en zijn vaak een ankerpunt in de wijk. 5 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2018/06/22/erfgoed-telt-de-betekenis-van-erfgoed-voor-
de-samenleving
22
Feit is dat het kerkbezoek minder wordt en kerkgebouwen steeds minder gebruikt worden voor het doel waarvoor ze gebouwd zijn. De visie wordt door de gemeente opgesteld in samenspraak met de eigenaren en gebruikers van de gebouwen, de erfgoedorganisaties en de inwoners van de gemeente. De visie kan worden benut als bouwsteen voor de Omgevingsvisie en het zorgvuldig en integraal afwegen hoe om te gaan met het religieus erfgoed. 5. Erfgoed Deal (2019) De Erfgoed Deal is een samenwerkingsverband tussen de rijksoverheid, gemeenten, provincies en maatschappelijke organisaties, actief in de ruimtelijke ordening en erfgoedzorg. Het programmabureau zoekt aansprekende voorbeelden van plekken die gaan veranderen en waar erfgoed een rol van betekenis kan spelen. Zoals bij de versterking Figuur 17 Erfgoed Deal: samenwerken aan een van eeuwenoude rivierdijken of het waardevolle leefomgeving tegengaan van verdroging van het cultuurlandschap. Denk ook aan de transformatie van oude industriële gebieden naar nieuwe woonwijken. Of dat eeuwenoude waterpartijen op landgoederen kunnen helpen om overtollig water op te slaan. 6. Financiële ondersteuning Het Rijk stimuleert met haar subsidieregeling eigenaren van rijksmonumenten regelmatig onderhoud te plegen. Dit gebeurt onder het motto dat sober en doelmatig onderhoud dure restauraties kan voorkomen.
Hiervoor is in 2006 het BRIM (Besluit Rijkssubsidiering instandhouding monumenten) in het leven geroepen. De inmiddels aangepaste subsidieregeling is sinds 2016 onderdeel van de Erfgoedwet en heet tegenwoordig SIM (Subsidieregeling instandhouding monumenten). Belangrijke aanpassing is dat naast het gebouwde erfgoed ook het groene erfgoed op basis van een zesjarig beheerplan een beroep kan doen op deze regeling. Een andere financiële regeling is de herbestemmingssubsidie, waar voor waardevol erfgoed, als dan niet door een belanghebbende, subsidie kan aanvragen voor herbestemming- of haalbaarheidsonderzoek en in aanvulling hierop voor verduurzamingsonderzoek.6
6 https://wetten.overheid.nl/BWBR0030544/2020-07-16
23
Figuur 18 Het rijksmonument Voorstraat 39 bevat veel oorspronkelijke details. Door gebruik te maken van de financieringsmogelijkheden van het NRF heeft de eigenaar met veel zorg de restauratie van dit beeldbepalende pand kunnen realiseren. Situatie voor de restauratie in 2014. (beeldbank Rijksdienst voor het Cutlureel Erfgoed, Amersfoort, nr. 12231-36923)
Een belangrijke wijziging voor eigenaren van woonhuismonumenten is dat in het onderhoud sinds 1 januari 2020 niet meer fiscaal aftrekbaar is. In plaats daarvan kunnen woonhuiseigenaren van rijksmonumenten een subsidie aanvragen op onderhoud (Regeling Instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten). Het Nationaal Restauratiefonds is nog steeds het loket waar eigenaren van Rijksmonumenten terecht kunnen met verzoek om hulp en advies over de aanpak van de financiering. Inspelend op de ontwikkelingen binnen de erfgoedzorg zijn specifieke producten ontwikkeld voor herbestemming en verduurzaming. Ook ontwikkelde het NRF-tools als de 'restauratiewijzer’ en is vrij recent een ‘monumentencommunity’ opgezet, waar monumenteneigenaren kennis en ervaringen met elkaar kunnen delen. Als het gaat om kennisdeling speelt het NRF ook een rol bij organisatie van de website monumenten.nl. Figuur 19 Monumenten.nl is een informatieve website die veel praktische tips bevat over monumenten, zoals kopen, onderhoud of verduurzaming. Figuur 20 Bij het Nationaal Restauratiefonds worden eigenaren van rijksmonumenten geholpen aan advies over financiering van restauraties
24
Figuur 21 Deze factsheet legt het nieuwe subsidiesysteem voor als rijksmonument beschermde woonhuizen.
7. Omgevingswet (OW) Veel van de bovengenoemde ontwikkelingen hebben een plek gekregen in het nieuwe stelsel van de Omgevingswet (OW). Alle regelgeving uit het fysieke domein is gebundeld in een samenhangend stelsel om zo een antwoord te kunnen geven op complexe vraagstukken waar de samenleving voor staat. Minder en tegelijkertijd, meer eenvoudige regelgeving. De noodzaak wordt daarbij onderkend dat alleen duurzame ontwikkelingen de bewoonbaarheid en leefbaarheid van ons land ten goede komen. De centrale gedachte achter de wet is dat sprake is van een zorgplicht, waarbij iedere burger zijn steentje bijdraagt aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De nieuwe datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 juli 2022. In de nieuwe wet is het erfgoed een van de structurele, verplichte, onderdelen van de ruimtelijke ordening. Het begrip ‘omgeving van het monument’ wordt opgevat en in lijn gebracht met het Verdrag van Granada (zie hierboven). De Omgevingswet en de uitvoeringsregels, - Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) en de Omgevingsregeling - zijn landelijk van toepassing, terwijl de toepassing en uitvoering veelal decentraal geregeld worden (Omgevingsplan). Het Omgevingsplan is het instrument om uitvoering te gaan geven aan zowel het boven- als ondergrondse erfgoedbeleid.
Het bevoegd gezag blijft bij gemeenten als het gaat om vergunningverlening voor gebouwde rijksmonumenten. Voor archeologische rijksmonumenten geldt dat bij enkelvoudige vergunningen de rijksoverheid bevoegd gezag is, maar bij meervoudige vergunningen de gemeente bevoegd gezag wordt. Daarnaast regelt het Omgevingsplan de aanwijzing en bescherming van 25
gemeentelijke en provinciale monumenten, evenals de bescherming van de omgeving van monumenten. Archeologie gaat in de Omgevingswet zowel om de bekende archeologische monumenten, als om de aantoonbaar te verwachten vindplaatsen. Aantoonbaar betekent dat de verwachting gebaseerd is op relevante bodemkundige, archeologische of historische informatie.7 De beleidsvrijheid van gemeentes wordt ingekaderd door de Omgevingswet en de AMvB’s, provinciale instructieregels en instructiebesluiten van het Rijk of de provincie.8 Het vraagt concreet om een andere manier van werken, waarbij ook de Wet Kwaliteitsborging nadrukkelijk een rol speelt. Voor monumenten blijft de monumententoets bestaan en de rol van het vooroverleg wordt nog belangrijker dan voorheen. Bovendien moeten gemeenten zorgen dat de juiste informatie beschikbaar is. Door activiteiten aan het begin van het vergunningtraject te organiseren, waaronder de participatie, is het idee dat meer zaken vergunningsvrij zullen zijn en dat minder vergunningen verleend hoeven te worden. Dat betekent wel dat aan het eind van het traject toezicht en handhaving worden verzwaard. Dit houdt ook verband met de zorgplicht voor het erfgoed die geldt in de Omgevingswet; een en ander in aanvulling op de reeds bestaande bepaling dat in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de onder- en bovengrondse cultuurhistorische waarden.
Nieuw is dat de bescherming van gemeentelijke monumenten straks via het omgevingsplan geregeld is; bovendien moeten regels worden opgenomen die deomgeving van het monument beschermt. Daarvoor is het wel nodig dat de informatie gekoppeld wordt aan het digitale stelsel, zoals de Omgevingswet voorschrijft. Dit gegeven alleen al is een reden prioriteit te geven aan de bouwsteen: de basis op orde.9
Figuur 22 Deze circulaire opbouw volgt een reguliere beleidscyclus, die structuur biedt om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen (www.aandeslagmetomgevingswet.nl)
7 https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/thema/erfgoed/erfgoed-omgevingsplan/rekening-houden-cultureel-
erfgoed-omgevingsplan/ 8https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/omgevingswet/documenten/publicaties/2020/01/01/handreikingbegrippenkader-cultureel-erfgoed-onder-de-omgevingswet
26
8. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de OW is september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Het verwoordt de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomst en ontwikkeling leefomgeving (in brede zin). In de NOVI worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de ruimtelijke inrichting van ons land. Erfgoed speelt een wezenlijk rol als het bijvoorbeeld gaat om: • Het benutten van duurzaam economisch groeipotentieel; • Het ruimte bieden voor de klimaatverandering en energietransitie; • De ontwikkeling van sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen; • De toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het zoeken naar koppelkansen en benutten van erfgoed als katalysator en drager van ontwikkelingen komt naar voren in de inrichtingsprincipes die in de NOVI worden gehanteerd: • Combineren boven enkelvoudig; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; • Afwentelen voorkomen. 9. Federatie Grote Monumentengemeenten (FGM) en Bestuurlijk Platform Erfgoedgemeenten (BPE) De FGM is sinds 2002 een netwerkorganisatie voor gemeenten die werken aan een professionele en eigentijdse wijze van het instand houden van het erfgoed. Kennisen ervaringen delen zijn hierbij essentieel.
Daar is in 2016 het Bestuurlijk Platform Erfgoedgemeenten bijgekomen. In dit platform staat naast het delen van kennis en ervaringen, het lobbywerk centraal. Doel is dat gemeentebestuurders die erfgoed in hun portefeuille hebben in gezamenlijkheid actuele onderwerpen richting het Rijk op de agenda kunnen zetten. Dit is onder meer gebeurd met de Omgevingswet en daarmee samenhangend de Wet Kwaltiteitsborging. Beide onderwerpen hebben in de achterliggende periode regelmatig op de agenda gestaan. Actueel is het thema van de architectuur en stedenbouw uit de periode 1965-1990, die kenmerkend is voor een groot deel van Voorschoten. Dit wordt de Post-65 periode genoemd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft inmiddels verschillende verkenningen uitgevoerd naar deze periode waar de waardering langzaam voor aan het groeien is. De periode is ruim genomen, want 1970 is inmiddels alweer 50 jaar geleden; de oude norm voor bescherming van monumenten. Onderwerpen die bij voortduring aandacht vragen, hebben betrekking op het groene erfgoed en het cultuurlandschap. Voor de verduurzaming van karakteristieke panden zijn richtlijnen aangeboden, evenals een gereedschapskist met instrumenten voor verduurzaming van monumenten.
Figuur 23 Logo Federatie Grote Monumentengemeenten
27
Figuur 24 De boerenbedrijven zijn de dragers van het cultuurlandschap (foto 2018)
10. Groene menukaart De Groene Menukaart is een platform voor het verduurzamen van monumenten, waar gemeenten zich bij kunnen aansluiten. Er is een website waarop aan de hand van verschillende thema's te zien is welke opties, tips en trucs er zijn voor verduurzaming van historische panden.
Figuur 25 Groene Menukaart als platform voor het verduurzamen van monumenten.(
28
11. Open Monumentendag De Stichting Landelijke Open Monumentendag is in 1986 opgericht als onderdeel van het decentraliseren van taken naar gemeenten. Door monumenten eenmaal per jaar gratis voor het publiek open te stellen worden de belangstelling voor monumenten en het draagvlak voor de instandhouding van erfgoed vergroot. Een landelijk bureau ondersteunt daarbij de vele vrijwilligers, die zich lokaal hebben georganiseerd. Dit bureau biedt jaarlijks materiaal en informatie aan, rondom een thema, waarop aangesloten kan worden. Er heeft daarbij een verbreding aan activiteiten plaatsgevonden, waarbij naast de openstelling ook steeds meer aandacht is voor educatie, activiteiten voor jongeren, het organiseren van wandel- en fietsroutes en het houden van rondleidingen. Voor 2021 was het thema inclusiviteit met als slogan ‘Mijn monument is jouw monument". Daarbij staat gastvrijheid en openheid Figuur 26 Tijdens Open Monumentendag hangen de vlaggen bij centraal. de te bezoeken gebouwen. Provincie 1. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Vanaf april 2019 is de Provinciale Visie Ruimte en de Verordening ruimte vervangen door één Omgevingsvisie en één Omgevingsverordening. Door het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid, sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Omgevingsverordening biedt heel concreet bescherming aan het cultureel erfgoed in artikel 6.2.8, met aparte leden voor de biotopen voor molens, landgoederen en kastelen. Ook het archeologisch erfgoed is van provinciaal belang met daarbij als apart thema de Romeinse Limes, waaronder binnen Voorschoten de zone rondom het Kanaal van Corbulo valt. 2. Erfgoedlijnen en Beleidsvisie Cultureel Erfgoed In 2013 stelde de provincie haar eerste visie op de Erfgoedlijnen vast.10 Hierop volgde in 2016 de Beleidsvisie Cultureel Erfgoed 2017-2020. In de cultuurhistorische kaart van 2017 is al het provinciaal erfgoed in beeld gebracht. De kaart – ook wel Cultuurhistorische Hoofdstructuur genaamd – geeft in thema’s en gebieden weer wat van provinciaal belang is. De gebieden zijn de genoemde Kroonjuwelen en het 10 https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/landschap/erfgoed-cultuur/erfgoedlijnen/
https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/landschap/erfgoed-cultuur/cultuurhistorische/ https://www.zuid-holland.nl/actueel/omgevingsbeleid/
29
werelderfgoed. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de kroonjuwelen gaat het cultuurhistorisch belang voor alle andere belangen. Tot de kroonjuwelen behoort de landgoederenzone van Voorschoten-Wassenaar-Leidschendam-Voorburg. Daarnaast zijn de bestaande thema’s als archeologie, molen- en landgoedbiotopen, kasteelterreinen, aangevuld met nieuwe thema’s. Dit zijn de zeven zogenoemde Erfgoedlijnen, waarvan er drie over het gebied van Voorschoten lopen: de Romeinse Limes (Werelderfgoed), de Landgoederenzone en de Trekvaart.11 In 2016 werd op initiatief van de erfgoedlijn Landgoederenzone Zuid-Holland de Visie Hollands Buiten opgesteld. Hierin wordt het ruimtelijk beeld van de landgoederenzone geschetst met daarbij opgenomen de uitdagingen, de kwaliteiten en de kansen. De visie is tweeledig, het zoeken naar synergie tussen erfgoedbehoud en het vergroten van betekenis en ten tweede, het uitbouwen van de identiteit van een gebied. 3. Erfgoedlijnen
Figuur 27 Leidseweg 279, De boerderij van de familie Warmerdam vanuit het zuidoosten als beeldbepalend onderdeel van het ensemble rond de R.K. Laurentiuskerk omstreeks 1825 (GAV VS09509/VS01598).
Via de zogenoemde Erfgoedtafels is het mogelijk projecten (mede) gefinancierd te krijgen, die aansluiten bij de provinciale beleidsdoelstellingen, zoals omschreven in genoemde Provinciale Erfgoedvisie. Centraal staat het behoud, het beter beleefbaar maken en benutten van het erfgoed. De voor Voorschoten van toepassing zijnde erfgoedlijnen Limes, Trekvaart en Landgoederen kennen elke een eigen ambitie. Voor van de landgoederen is deze verwoord in de Visie Hollandse Buiten. Actueel is het zoeken naar verbindende rol die erfgoed speelt, evenals het bevorderen van inclusiviteit. In 2021 is in dit kader een pilot gestart rondom het thema van de moestuin op de buitenplaats. 11 24 september 2021 is de verbrede erfgoedlijn Historisch Haringvliet toegevoegd
30
In 2020 heeft de Provincie laten onderzoeken of de Erfgoedlijnen voldoende inclusief zijn. De vraag die daarbij is gesteld, is of de diverse verhalen wel vanuit alle invalshoeken even goed belicht worden: het belang van meervoudige perspectieven. Resultaat is dat projecten die een bijdragen leveren aan het bevorderen van inclusiviteit sinds 2021 een subsidieaanvraag doen binnen de erfgoedtafels.
4. Landschapstafels Voor Voorschoten zijn de landschapstafels Leidse Ommelanden (regiegroep Holland Rijnland) en Duin, Horst en Weide (regiegroep Metropolitaan) van belang. In de Landschapstafel Duin, Horst en Weide werkt de gemeente Voorschoten samen met diverse partijen en gemeentes om de beleving, vitaliteit en authenticiteit van het landelijk gebied van Duin Horst & Weide te versterken. Dit gebied strekt zich uit over het grondgebied van Voorschoten, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg. De samenwerkingsovereenkomst die Voorschoten met de regiogemeenten rondom Leiden en de agrarische natuurvereniging De Groene Klaver is aangegaan, is najaar 2021 verlengd. Daarin is afgesproken om tijd, geld, en inzet van mensen vrij te maken om een duurzaam 'stad-land’ systeem te realiseren waar natuur en cultuurhistorie de dragers van zijn. Het nieuw opgestelde Uitvoeringsprogramma Leidse Ommelanden 2021-2025 ‘Positioneren, realiseren en organiseren van een
Figuur 28 De erfgoedlijnen met de nieuwe structuur sinds 2021.
31
duurzaam stad – land systeem’. De beide Landschaptafels worden het gremium om de ambities van het Nationaal Park Hollandse Duinen te realiseren. Regio 1. Nationaal Park Hollandse Duinen Het Nationaal Park Hollandse Duinen in oprichting is een samenwerkingsverband van Dunea, Staasbosbeheer, de Provincie, de gemeente Den Haag en de Hoogheemraadschappen Delfland en Rijnland. Voorschoten is een van de 50 partners die in 2020 de aanvraag hebben gesteund om de officiële status van nationaal park te verkrijgen. De hierboven genoemde Landschaptafels zijn het gremium om de ambities van het Nationaal Park Hollandse Duinen te realiseren. In het nationaal park staan de bescherming en versterking van de natuur en het (cultuur)landschap op de eerste plaats. De samenwerking biedt daarnaast kansen voor educatie, recreatie en toerisme. 2. Regionale Energie Strategie (RES)