Conversietabel Reglement van Orde gemeenteraad 2024
Tekst van het document
Artikel 27. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de
Artikel 24. Beslissing door het lot 1. Wanneer ingevolge artikel 31 lid 3 van de wet het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de griffier op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. De griffier vouwt deze briefjes, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze, deponeert ze in een stembokaal en schudt ze om. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Het model of de wet regelen niets over de wijze waarop het lot beslist. Daarom is dit artikel uit het huidige RvO overgenomen met de aanvulling van de verwijzing naar de wet.
Artikel 33. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen schriftelijk in bij de voorzitter, voorafgaand aan het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze
Het model is grotendeels overgenomen. Lid 2 is aangevuld met de bepaling uit het huidige RvO dat de indieners van een amendement aanwezig moeten zijn.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
2.
3.
4.
onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
Model RvO VNG
2.
3.
voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. [Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.] Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Voorstel nieuw RvO
2.
3.
Opmerkingen/toelichting
betrekking hebben, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. De raad kan alleen beraadslagen over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en aanwezig zijn in de raadsvergadering. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 34. Moties 1. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 5. De raad kan besluiten met instemming van de indiener(s) dat de behandeling van een motie kan plaatsvinden door de vakcommissies en/of dat een motie voorzien wordt van advies van het college, alvorens besluitvorming in de raadsvergadering kan plaatsvinden. 6. Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
Artikel 28. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 34. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De raad kan alleen beraadslagen over moties die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en aanwezig zijn in de raadsvergadering. 3. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 5. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Het model is zoveel mogelijk gevolgd. Lid 2 is toegevoegd omdat een dergelijke tekst ook bij de amendementen (art. 33) staat. Lid 5 van de huidige RvO is niet overgenomen. Dit is een ordevoorstel waarover altijd besloten kan worden.
Artikel 35. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.
Artikel 14. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
Artikel 17. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
Model overgenomen.
Artikel 36. Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 2. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de
Artikel 29. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
Artikel 35. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
Het model is zoveel mogelijk gevolgd. Gekozen is om in lid 3 behandeling eerst in de commissievergadering te laten plaatsvinden. Dat is ook de werkwijze met raadsvoorstellen en daarom niet onlogisch.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
3.
4.
schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat: a. het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie; c. het voorstel voor advies naar het college dient te worden gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.
Model RvO VNG 2.
3.
Het college kan binnen [termijn] nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
Voorstel nieuw RvO 2.
3.
Opmerkingen/toelichting
Het college kan binnen drie weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende nog te verzenden commissievergadering geplaatst.
Artikel 37. Collegevoorstel Het college kan gemotiveerd een voorstel intrekken.
Artikel 30. Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 18. Collegevoorstel 1. Het college kan een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de (voorlopige) agenda van de raadsvergadering, niet intrekken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies of nadere inlichtingen terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 3. Als de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie.
Model zoveel mogelijk overgenomen. Lid 3 is toegevoegd uit artikel 12 lid 3 van het huidige RvO
Artikel 38. Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
Artikel 31. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 36. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, stemt de raad tijdens de eerstvolgende raadsvergadering. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden voeren niet vaker dan één keer het woord in de tweede termijn. De burgemeester en de wethouders voeren niet vaker dan tweemaal het woord, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Het model is grotendeels overgenomen. Lid 4 is aangepast aan de huidige werkwijze.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
Opmerkingen/toelichting
Artikel 39. Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden. 5.
De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende commissieof raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde commissie- of raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad of commissie anders beslist.
Artikel 32. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen [… (bijvoorbeeld tien)] dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Vragen die ten minste [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 37. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier en geven daarbij aan of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester zendt de griffier aan de raadsleden toe. 5. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende commissieof raadsvergadering waarvoor de oproep nog niet is verstuurd en bij mondelinge beantwoording in dezelfde commissie- of raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Hier is gekozen voor het model aangevuld met enkele bepalingen uit het huidige RvO. Daarnaast is het lid uit het model weggelaten dat mogelijk maakt dat vragen die 48 uur voor de raadsvergadering zijn gesteld, in die vergadering mondeling worden beantwoord. Dat is geen werkwijze die we nu hanteren. Voor urgente politieke vragen hebben we het vragenuur in de raad. Toegevoegd in lid 3 is de termijn voor mondelinge beantwoording. Dit staat helemaal niet in het model. Het komt ook zeer weinig voor. Toegevoegd in lid 5 is de huidige werkwijze dat nadere inlichtingen gevraagd kunnen worden in de eerstvolgende vergadering waarvoor de agenda nog verstuurd moet worden.
Artikel 40. Vragenuur 1. Tijdens elke raadsvergadering is er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het seniorenconvent bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. Het vragenuur is bedoeld voor vragen over actuele onderwerpen, die niet op de wijze als in artikel 39 kunnen worden gesteld, omdat de actualiteit dit vergt. Louter technische of informatieve vragen worden op een andere wijze gesteld. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen
[Artikel 34. Vragenuur 1. Op [… (bijvoorbeeld iedere eerste donderdag van de maand)] om […] uur is er een vragenuur, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester.
Artikel 38. Vragenuur 1. In iedere raadsvergadering is er een vragenuur. 2. Het vragenuur is bedoeld voor vragen over politiek actuele onderwerpen, vragen die niet gesteld kunnen worden als schriftelijke vragen (artikel 37 Reglement van orde) of als technische of informatieve vragen op grond van de ambtelijke bijstand. 3. Raadsleden melden hun vragen voor het vragenuur ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur aan bij de voorzitter. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 5. De voorzitter verleent per onderwerp aan de vragensteller het woord om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de
Het model is gevolgd met enige aanpassingen vanuit het huidige RvO en de huidige werkwijze. Het model gaat ervan uit dat het vragenuur los staat van de raadsvergadering. Dat is bij ons niet zo. Daarom is lid 1 vereenvoudigd naar de huidige werkwijze.
eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
3. 4.
5.
6.
7.
indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om een korte vraag aan het college of de burgemeester te stellen en een korte toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om een korte aanvullende vraag te stellen. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen discussies en interrupties toegelaten.
Artikel 41. Inlichtingen 1. Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van de griffier schriftelijk, volgens een door de griffie aangeleverd formulier, ingediend bij het college of de burgemeester. 2. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.
Model RvO VNG 4.
5.
6.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.]
Artikel 33. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen [… (bijvoorbeeld tien)] dagen nadat het verzoek is ingediend.
Voorstel nieuw RvO
6.
7.
Opmerkingen/toelichting
vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. De voorzitter verleent in de tweede termijn aan andere raadsleden het woord om aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenuur is het indienen van moties, het voeren van discussies en interrumperen niet toegelaten.
Artikel 39. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Indien het college de verlangde inlichtingen mondeling verstrekt, gebeurt dat in de eerstvolgende raads- of commissievergadering waarvoor de oproep nog niet is verzonden, mits er tenminste vijftien dagen zitten tussen het verzoek en de betreffende vergadering. 4. Indien het college de verlangde inlichtingen schriftelijk verstrekt gebeurt dat binnen vijftien dagen nadat het verzoek is ingediend.
Het model is als basis gebruikt. Lid 3 is opgesplitst in twee leden voor mondelinge en schriftelijke verstrekking van de inlichtingen. De termijn is op 15 dagen gesteld.
Artikel 42. Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt.
Dit artikel komt in het model niet voor. Dit valt onder de taken van het presidium en behoeft geen apart artikel.
Artikel 43. Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt.
Dit artikel komt in het model niet voor. Dit valt onder de taken van het presidium en behoeft geen apart artikel.
Artikel 44. Verslag en verantwoording 1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
Het model heeft hiervoor geen bepaling. Het zou alleen gaan om het AB lid van Holland Rijnland. We hebben in iedere commissie het agendapunt Terugkoppeling gemeenschappelijke regelingen waar ieder AB lid of
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
2.
3.
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 39 is van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 41 is van overeenkomstige toepassing.
Opmerkingen/toelichting elke raadsrapporteur gelegenheid heeft voor terugkoppeling. Hiermee is opname in het RvO overbodig.
Artikel 45. Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 22. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 27. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Model overgenomen.
Artikel 46. Verslag 1. De besluitenlijst, dan wel het verslag van een besloten vergadering wordt niet verspreid, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage. Artikel 14 van dit reglement is van overeenkomstige toepassing. 2. De besluitenlijst, dan wel het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. De vastgestelde besluitenlijst, dan wel het verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 23. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 28. Verslag en besluitenlijst besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raads- en commissieleden ter inzage gelegd bij de griffie. 2. De verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De voorzitter en de griffier ondertekenen de vastgestelde verslagen.
Model zoveel mogelijk overgenomen. De raad stelt alleen verslagen en geen besluitenlijsten vast.
Artikel 47. Geheimhouding 1. Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. 2. De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere wijze kennis heeft van de stukken. 3. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 48. Opheffing geheimhouding
Het model heeft hier geen artikel over. Geheimhouding is in hoofdstuk Va: artikelen 87 t/ 89 van de Gemwet geregeld.
Artikel 24. Opheffing geheimhouding
Artikel 29. Opheffing geheimhouding
Model overgenomen.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
Opmerkingen/toelichting
Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Artikel 49. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 25. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
Artikel 30. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
Model overgenomen.
Artikel 50. Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.
Artikel 26. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Artikel 32. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Model overgenomen.
Artikel 52. Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement of bij afwijking van het reglement, beslist de raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Hieronder wordt verstaan driekwart van het aantal uitgebrachte stemmen.
Artikel 35. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 41. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Model overgenomen.
Artikel 53. Inwerkingtreding 1. Het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 maart 2002 en zoals nadien gewijzigd, wordt ingetrokken. 2. Dit reglement treedt in werking op de dag nadat het is bekendgemaakt.
Artikel 36. Intrekking oude reglement Het [citeertitel oude reglement] wordt ingetrokken.
Artikel 42. Intrekking oude reglement Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Voorschoten 2012 wordt ingetrokken.
Artikel 51. [Vervallen.]
Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op [datum]. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad [naam gemeente en eventueel jaartal].
Artikel 43. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Voorschoten 2025. Artikel 40. Raadpleegbijeenkomst 1. De raad kan een raadpleegbijeenkomst houden. Een raadpleegbijeenkomst is een bijeenkomst waarin een raadscommissie voorafgaand aan besluitvorming door de raad zonder tussenkomst van het college met een aantal relevante maatschappelijke partijen in gesprek gaat. Doel is om de eigenstandige oordeelsvorming van commissie en raad te versterken.
Dit is gebaseerd op de door het presidium in september 2022 vastgestelde notitie en wat er in de Handreiking voor raads- en commissieleden 2022 staat.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO 2. 3.
Opmerkingen/toelichting
Raadsleden kunnen een voorstel voor een raadpleegbijeenkomst indienen bij het presidium, dat hierover beslist. Een raadpleegbijeenkomst is openbaar en vindt onder voorzitterschap van de commissievoorzitter plaats.
Artikel 14. Spreektijden 1. In de raadsvergadering gelden spreektijden voor de fracties en het college. 2. Het presidium stelt de spreektijdenregeling vast. 3. De voorzitter stelt de raad bij aanvang van de vergadering een vergaderduur voor en verdeelt de spreektijd conform de spreektijdenregeling.
Hierover is niets geregeld in het model. Omdat het staande werkwijze is, is dit toegevoegd in het nieuwe reglement.