Conversietabel Reglement van Orde gemeenteraad 2024
Tekst van het document
Conversietabel Reglement van Orde gemeenteraad
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
Opmerkingen/toelichting
Wettelijke grondslag: gelet op artikel 16 van de Gemeentewet
Wettelijke grondslag: gelet op artikel 16 van de Gemeentewet
Wettelijke grondslag: gelet op artikelen 16, 82, 83 en 84 van de Gemeentewet
Door artikelen 82 t/m 84 als grondslag toe te voegen hebben ‘commissies’ zoals het presidium en fractievoorzittersoverleg een wettelijke basis. Dat betekent dat de bepalingen over het vergaderen in beslotenheid en het opleggen van geheimhouding als bedoeld in artikelen 88 en 89 Gemeentewet (Gemwet) voor en door de betreffende ’commissie’ kunnen worden toegepast.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van één of meer gemeenteraadsleden. g. reglement: het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Voorschoten 2012.
Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet.
Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel van één of meer raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; burgercommissielid: commissielid niet zijnde een raadslid; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; initiatiefvoorstel: voorstel van één of meer raadsleden voor een verordening of ander voorstel; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; subamendement: voorstel van één of meer raadsleden tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet.
Begripsbepaling ‘voorzitter’ is tevens geregeld in Gemwet artikel 9. Begripsbepaling ‘reglement’ is overbodig. Bij amendement, initiatiefvoorstel en subamendement aangevuld dat deze door één ‘of meer’ raadsleden kunnen worden ingediend.
-
In het model komt dit artikel niet voor. De artikelen 9 en 26 in de Gemeentewet geven invulling voor wat betreft het leiden en de orde.
Artikel 2. De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel 3. De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. 3. De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Artikel 4. De gemeentesecretaris
Artikel 4. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium[ en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad]. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 5. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium en het fractievoorzittersoverleg. 2. Bij verhindering of afwezigheid vindt vervanging van de griffier plaats door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Dit artikel komt niet voor in het model. Artikel 13 van het model maakt mogelijk dat de raad anderen uitnodigt om deel te nemen aan de beraadslaging. Dat
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. Artikel 5. Het presidium 1. De raad heeft een presidium. 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 3. De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen voor het presidium. 4. Bij verhindering kan een fractievoorzitter een raadslid of, als hiervoor geen raadslid beschikbaar is, een burgercommissielid uit de eigen fractie aanwijzen die hem in het presidium vervangt. 5. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. 6. Het presidium heeft als taak aanbevelingen te doen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en van zijn commissies, en inzake de agenda van de raad voor de langeretermijn. 7. De agenda, de vergaderingen en de besluitenlijst van het presidium zijn openbaar.
Opmerkingen/toelichting dekt voldoende de lading. Daarom komt dit artikel niet terug in het nieuwe RvO.
Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad [en de raadscommissies] voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen Variant 1 (raad werkt met raadscommissies) 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies[, de voorzitter] en één raadslid per fractie die anders niet vertegenwoordigd is. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, en in het derde lid. 3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.
Artikel 2. Presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de fractievoorzitters. De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. 2. Bij verhindering kan een fractievoorzitter een raadslid of, als hiervoor geen raadslid beschikbaar is, een burgercommissielid uit de eigen fractie aanwijzen die hem in het presidium vervangt. 3. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. 4. Het presidium kan anderen, waaronder de gemeentesecretaris, uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 5. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. 6. Het presidium stelt de voorlopige agenda’s vast voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen en stelt de lange-termijnagenda vast als basis voor agendaplanning en voorkantsturing. 7. Het presidium stelt de vergadercyclus en het vergaderschema van de raad en van de raadscommissies vast. 8. Het presidium stelt datum, tijd en plaats vast voor vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet. 9. Het presidium vergadert zonder publiek. Andere raads- en burgercommissieleden kunnen als toehoorder aanwezig zijn. 10. De besluitenlijst van het presidium is openbaar.
Door toevoeging van de wettelijke grondslag (zoals hierboven toegelicht) is het presidium een artikel 84 commissie. Dat betekent dat burgemeester/voorzitter daar geen lid van mag zijn (art 84 lid 2). Vandaar dat is gekozen voor een andere formulering van lid 1. In Voorschoten is geen agendacommissie. De taken die een agendacommissie uitvoert, voert het presidium uit. Gekozen is dus om artikelen 2 en 3 uit het model samen te voegen. Daarnaast is de recente afspraak verwerkt dat het presidium zonder publiek vergadert, maar dat de besluitenlijst openbaar is. Hierbij is toegevoegd dat andere raads- en commissieleden als toehoorder aanwezig kunnen zijn. Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen.
Artikel 3. Fractievoorzittersoverleg 1. Er is een fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit de fractievoorzitters. De voorzitter van de raad is voorzitter van het fractievoorzittersoverleg.
Het model reglement kent geen fractievoorzittersoverleg. Daarom is dit artikel uit het huidige RvO overgenomen en geactualiseerd. Zie de toelichting bij Presidium over de voorzitter.
Variant 2 (raad werkt niet met raadscommissies) 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit [de voorzitter en] één raadslid per fractie. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen, en b. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet. Artikel 5a Fractievoorzittersoverleg 1. De voorzitter van de raad en de fractievoorzitters treden in overleg met elkaar. De voorzitter van de raad treedt op als voorzitter van het overleg.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012 2. 3.
4.
5.
Model RvO VNG
De griffier is in elk overleg van voorzitter en fractievoorzitters aanwezig. Dit overleg komt bij elkaar indien hiertoe aanleiding bestaat, maar in elk geval bij uitwisseling van persoonsvertrouwelijke aangelegenheden en politiek bestuurlijke kwesties. Het overleg komt bijeen zo vaak als de voorzitter van de raad dit noodzakelijk acht. Iedere fractievoorzitter kan bij de voorzitter van de raad gemotiveerd verzoeken om een vergadering van het overleg. Dit overleg wordt aangeduid als fractievoorzittersoverleg. In het overleg worden afspraken gemaakt over geheimhouding.
Voorstel nieuw RvO 2.
3.
4. 5.
Opmerkingen/toelichting
Het fractievoorzittersoverleg komt bijeen voor uitwisseling van vertrouwelijke persoonlijke aangelegenheden of vertrouwelijke politiekbestuurlijke kwesties. Het fractievoorzittersoverleg komt bijeen zo vaak als de voorzitter van de raad dit noodzakelijk acht. Iedere fractievoorzitter kan bij de voorzitter van de raad gemotiveerd verzoeken om een vergadering van het fractievoorzittersoverleg. Het fractievoorzittersoverleg vindt besloten plaats. Leden van het fractievoorzittersoverleg kunnen zich niet laten vervangen.
Artikel 6. Werkgroepen 1. Het presidium kan werkgroepen instellen en opheffen. 2. Het presidium regelt de taak, de bevoegdheid, de werkwijze en de samenstelling van een werkgroep.
Artikel 4. Werkgroepen 1. Het presidium kan werkgroepen instellen en opheffen. 2. Het presidium regelt de taak, de bevoegdheid, de werkwijze en de samenstelling van een werkgroep.
Het model reglement bevat geen artikel over werkgroepen. Overgenomen uit huidige RvO.
Artikel 7. Petitie aanbieding Een ieder heeft de mogelijkheid om een petitie aan te bieden aan de raad. Degene die gebruik wil maken van deze petitiemogelijkheid, meldt dit aan de griffier. De voorzitter van de raad bepaalt op welk tijdstip de petitie-aanbieding kan plaatsvinden.
Artikel 31. Petitie aanbieding Een ieder heeft de mogelijkheid om een petitie aan te bieden aan de raad. Degene die gebruik wil maken van deze petitiemogelijkheid, meldt dit aan de griffier. De voorzitter van de raad bepaalt op welk tijdstip de petitie-aanbieding kan plaatsvinden.
Het model reglement bevat geen artikel over petities. Overgenomen uit huidige RvO.
Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, staat een minderheidsstandpunt vermeld in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin de raad over diens toelating beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Wat in het huidige RvO in één artikel is geschreven is in het model in twee artikelen geschreven. Het model is gevolgd omdat het logischer is om aparte artikelen te hebben voor de geloofsbrieven van raadsleden en wethouders. Bij het artikel over de wethouders is ook (optioneel model) lid 4 toegevoegd omdat we sinds 2022 werken met een procedure risico analyse integriteit kandidaat wethouders. Verder geen inhoudelijke wijzigingen.
Artikel 8. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders 1. De raad stelt een commissie in bestaande uit drie leden van de raad, die de geloofsbrieven onderzoekt en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 7. Benoeming wethouders Artikel 6. Benoeming wethouders
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012 voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Model RvO VNG 1. 2.
3. 4.
Artikel 9. Fractie 1. De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. De fractienaam voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Een fractienaam geldt voor de gehele zittingsperiode. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Indien: één of meer leden van één of meer fracties als nieuwe fractie gaan optreden of: twee of meer fracties als nieuwe fractie gaan optreden; doet de nieuwe fractie hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de voorzitter, met opgave van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. 5.
Indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 6. De naam van een nieuwe fractie als bedoeld in lid 4 is de naam van de fractievoorzitter van deze fractie. De fractienaam wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad.
Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet . De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. [De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.]
Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Voorstel nieuw RvO Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt, voorafgaand aan het besluit over benoeming, over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel 8. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. De fractienaam voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Deze naam geldt voor de gehele zittingsperiode. 3. De fractie geeft de naam van de fractievoorzitter zo spoedig mogelijk door aan de voorzitter. 4.
Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. De naam van een nieuwe fractie als bedoeld in lid 4 is de naam van de fractievoorzitter van deze fractie. De fractienaam wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad.
Opmerkingen/toelichting
1.
Als basis is het model gevolgd. Er zijn in het verleden afspraken gemaakt over afsplitsing en de naam van een nieuwe fractie. Die zijn toegevoegd.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
Artikel 10. Tijd en plaats van vergaderen 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op donderdag, vangen aan om 20.00 uur en eindigen uiterlijk om 23.00 uur. De vergaderingen worden gehouden in het gemeentehuis, Leidseweg 25 te Voorschoten. 2. De raad kan besluiten dat een vergadering na 23.00 uur wordt voortgezet. Indien een vergadering niet na 23.00 uur wordt voortgezet, bepaalt de voorzitter tijdstip en plaats waarop de vergadering wordt voortgezet. 3. Jaarlijks stelt het presidium in het derde kwartaal voor het komende kalenderjaar een vergaderschema vast, waarin alle vergaderdata van de raad en de commissies worden opgenomen. 4. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. Artikel 11. Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 6 dagen voor een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden met de schriftelijke oproep of eerder aan de leden van de raad verzonden.
Artikel 12. Agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en openbaar gemaakt. 2. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.
Opmerkingen/toelichting Hierover heeft het model geen artikel. Artikel 19 Gemwet geeft voldoende invulling.
Artikel 8. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste [… (bijvoorbeeld zeven)] dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 9. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zes dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 10, derde lid, van toepassing. 4. De raad stelt de agenda bij aanvang van een raadsvergadering vast.
Dit artikel is een samenvoeging van de artikelen 11 en 12 uit het huidige RvO.
Zie artikel Oproep en agenda (9) hierboven. Lid 3 komt terug in artikel 18 nieuw RvO. Leden 2 en 4 vallen onder artikel 9 lid 4 nieuwe RvO. Komt ook terug in de toelichting op het nieuwe RvO.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012 4.
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
Opmerkingen/toelichting
Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 13. De wethouder De wethouders worden geacht te zijn uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.
In het model staat niets over de aanwezigheid van wethouders bij de raadsvergadering. Artikel 21 van de Gemwet geeft voldoende grond voor de aanwezigheid van en deelname aan beraadslaging door wethouders.
Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd of op elektronische wijze ter beschikking gesteld. Hiervan wordt mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden gesteld. 3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.
Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier .
Artikel 10. Publiceren van stukken 1. De agenda met bijlagen wordt gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep gepubliceerd op de website van de gemeente. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken gepubliceerd worden, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad. 2. Op verzoek kan de griffie voor belangstellenden raadstukken op papier beschikbaar stellen. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Ter inzage leggen van stukken is ouderwets en doen we al jaren niet meer. Daarom is het artikel aangepast naar de huidige digitale werkwijze.
Artikel 15. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging in het gemeentelijk informatieblad of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien. 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien elektronisch beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 10. Openbare kennisgeving [1.] Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in […]. [2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.]
Artikel 11. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente.
Aangepast naar huidige digitale werkwijze.
Artikel 16. Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 11. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 12. Presentielijst 1. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder raadslid de presentielijst. 2. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen en bewaart deze na afloop.
Aangepast naar huidige werkwijze.
Artikel 13. Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.
Hiervoor heeft het model geen artikel. Vanwege de gebruikelijke werkwijze is het artikel uit het huidige RvO overgenomen met uitzondering van lid 3. Dit doen we in de praktijk niet.
Artikel 17. Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012 2. 3.
Model RvO VNG
Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
Voorstel nieuw RvO 2.
Opmerkingen/toelichting
Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.
Artikel 18. Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Dit staat niet in het model, omdat dit in artikel 20 Gemwet is geregeld. Daarom hoeft het hier niet geregeld te worden.
Artikel 19. Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.
Dit is geregeld in artikel 17 van het model. Kan hier dus vervallen.
Artikel 20. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst, een verslag en de besluitenlijst van de vergadering. 2. Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 3. De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de griffier te worden ingediend. 4. Het verslag bevat tenminste: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen
Artikel 20. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Uit een verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
Artikel 25. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Uit een verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de raadsleden en de wethouders, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. welke raadsleden afwezig waren; c. de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 16 door de raad is toegestaan
Er is weinig gewijzigd in dit artikel. Aangepast aan de huidige digitale werkwijze. De raad stelt alleen verslagen en geen besluitenlijsten vast.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
5. 6.
van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend. Aan de hand van het verslag wordt een besluitenlijst opgesteld. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.
Model RvO VNG
3.
4. 5.
6.
artikel 13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.
Voorstel nieuw RvO
3. 4. 5. 6.
Opmerkingen/toelichting
deel te nemen aan de beraadslagingen. Een conceptverslag wordt op de website van de gemeente gepubliceerd bij de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering. De raad stelt het verslag in de eerstvolgende raadsvergadering vast. De voorzitter en de griffier ondertekenen het vastgestelde verslag. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de website van de gemeente.
Artikel 21. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd. Artikel 14 van dit reglement is van overeenkomstige toepassing. 2. De raad stelt, op voorstel van de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
Artikel 21. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
Artikel 26. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en gepubliceerd op de website van de gemeente. 2. De raad stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
Artikel aangepast aan de huidige (digitale) werkwijze. Tevens is het de griffier die de afdoeningsvoorstellen doet. Verwijzing naar artikel 14/10 overbodig.
Artikel 22. Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. De voorzitter kan hieraan een maximale spreektijd verbinden. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de leden van hun termijn gebruik kunnen maken. 5. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 6. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord
Artikel 12. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 15. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. De voorzitter sluit de spreektermijnen af. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Per agendapunt voert één raadslid per fractie het woord. 5. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 6. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 7. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij een lid hem interrumpeert. De
Hier het model gevolgd. Lid 4 uit het huidige RvO over het bepalen van de volgorde door de voorzitter weggelaten. Dit ook gezien de recente discussie hierover. Lid 4 toegevoegd om expliciet te maken dat per agendapunt slechts één persoon per fractie het woord kan voeren. Lid 7 is toegevoegd vanuit de huidige artikel 23 lid 1b om interrupties mogelijk te maken.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Voorstel nieuw RvO
Opmerkingen/toelichting
voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
Artikel 23. Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de behandeling van het betreffende agendapunt en zo nodig voor de gehele vergadering waarin zulks plaats heeft het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
In het model komt dit artikel niet voor. Lid 1b is wel overgenomen in artikel 15 van het nieuwe RvO. Hiermee is geregeld dat interrupties mogelijk zijn en dat de voorzitter daar grenzen aan kan stellen, zoals ook de huidige praktijk is. De overige leden zijn voldoende geregeld in artikel 26 lid 3 Gemwet.
Artikel 24. Beraadslaging 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
In het model komt dit artikel niet voor. Dit zijn ordevoorstellen, waarover de raad altijd beslist en die bij ons overigens vrijwel altijd in goede harmonie tot stand komen.
Artikel 25. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
Artikel 13. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Model overgenomen.
Artikel 26. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren.
Artikel 15. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.
Artikel 19. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.
Model overgenomen.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
Opmerkingen/toelichting
Artikel 27. Beslissing 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. 4. Stemming over de volgorde van (sub)amendementen en moties wordt geregeld in artikel 29.
Artikel 16. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Artikel 20. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Model overgenomen. Lid 2 van het huidige RvO is in het nieuwe RvO geregeld in artikel 33 over amendementen.
Artikel 28. Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. De voorzitter verzoekt de leden van de raad met handopsteken te stemmen, tenzij 1 of meer raadsleden verzoeken om hoofdelijke stemming. 5. Indien verzocht is om hoofdelijke stemming, roept de voorzitter of de griffier de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 6. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 7. De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 9. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het
Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder [… (beschrijving volgordeverloop, bijvoorbeeld op alfabetische volgorde)]. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd.
Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel 21. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. De voorzitter verzoekt de leden van de raad elektronisch of met handopsteken te stemmen, tenzij één of meer raadsleden verzoeken om hoofdelijke stemming. 5. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op volgorde van de presentielijst. 6. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd.
Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Het model is overgenomen en bij lid 4 is de huidige (elektronische) werkwijze ingevoegd. Lid 4 uit het huidige RvO komt niet terug in het model. Dit is wel een logische stap in de bepaling van de wijze van stemmen. Daarom is deze toegevoegd.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
Opmerkingen/toelichting
Artikel 29. Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.
Artikel 18. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Model overgenomen met kleine toevoeging aan lid 3: de voorzitter doet aan de raad een voorstel over de volgorde van verstrekkendheid, zodat er ruimte voor de raad is om een andere keuze te maken.
Artikel 30. Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van benoemingen, een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau, tenzij de raad hiervan wil afzien. In dat geval functioneren de voorzitter en de griffier als stembureau. 2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt in ieder geval verstaan:
Artikel 19. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Artikel 22. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, stemt de raad eerst over die amendementen en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, stemt de raad eerst over het subamendement en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, stemt de raad, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement. De voorzitter doet aan de raad een voorstel over de volgorde van verstrekkendheid. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, stemt de raad eerst over het voorstel en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 23 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter twee raadsleden tot stembureau. In plaats hiervan kunnen de voorzitter en griffier met instemming van de raad het stembureau vormen. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Het model is zoveel mogelijk overgenomen. De bestaande praktijk van twee leden in het stembureau, vaak de voorzitter en de griffier, is overgenomen. Lid 5 van het huidige RvO omschrijft uitvoerig (maar niet altijd begrijpelijk) wat wordt verstaan onder een onbehoorlijk stembriefje. Dit lid is jaren geleden ingevoegd toen er in de raad eea speelde rond stemmingen. Dat is nu niet meer zo. Omdat de opsomming mogelijk incompleet dan wel onhelder is, is voorgesteld dit lid niet weer op te nemen, maar in geval van twijfel de raad te laten beslissen als het stembureau twijfelt.
Huidige Reglement van Orde (RvO) 2012
Model RvO VNG
Voorstel nieuw RvO
Opmerkingen/toelichting
a. b. c.
6. 7.
een blanco ingevuld stembriefje een ondertekend stembriefje een stembriefje waarop meer namen staan vermeld dan het aantal vacatures waarop de stemming betrekking heeft d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming of voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt f. een stembriefje waarop iets anders staat dan wat wordt geacht vermeld te worden. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 31. Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Hierover staat niets in het model. Artikel 31 Gemwet (voordracht) en artikel 32 (vrije stemming) regelen herstemming over personen.
Artikel 32. Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Artikel 33. Amendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer