Concept Notulen Raadsvergadering 23 april 2026
Tekst van het document
(Concept) Notulen raadsvergadering
NOTULEN van de vergadering van de raad van de gemeente Voorschoten, gehouden op 23 april 2026 vanaf 20.00 uur. Voorzitter: mevrouw N. Stemerdink, burgemeester. Griffier: de heer E. Krijgsman. Aanwezige leden: de heren A.S. Cetin, A. Deuzeman, W.J. van Duivendijk en J.D.A. Haubrich, mevrouw R.E. van Hellemondt, mevrouw E.R.M. Hendriksen, de heer B.C.A. van Horck, mevrouw P.T.M. Kortekaas-Warmerdam, mevrouw J.G. van der Krogt, de heren P. 't Lam, B. Lavrijsen en E.M.L.H. Maassen, mevrouw E. Mieremet, de heer P.M. Moorrees, mevrouw O.D.M. PaauweInsinger, mevrouw M.H.R. Persoon, de heren A.L.R. Posthuma en P.H. Reidsma, mevrouw J.C. Schroot en mevrouw M.J.T. Zoun. Aanwezige wethouders: de heer C.J. van der Elst, de heer H.G. Schokker en de heer P. Varekamp.
1.
Opening, mededelingen en vaststelling agenda
De voorzitter: Ik open de raadsvergadering van 23 april 2026. Er is een afmelding ontvangen van mevrouw Wijnen van D66. Voor het overige zijn wij compleet. Dat betekent dat er vanavond twintig raadsleden aanwezig zijn. Ik heb drie mededelingen. Vanaf vandaag gaat de fractie van GroenLinks-PvdA verder onder de naam PRO. Het presidium heeft hier op 2 april jongstleden mee ingestemd. Tevens hebben wij gisteren in het presidium op mijn verzoek gesproken over het filmen tijdens raads- en commissievergaderingen. Ik heb geconstateerd dat daar de laatste tijd wat meer vraag naar is, maar er was ook de vraag of dat wenselijk is en of straks niet 21 raadsleden aan het filmen zijn tijdens de raadsvergadering. We hebben gisteren afgesproken dat we dat als onwenselijk beschouwen. Daarmee is de lijn nu dus helder: er mag door raadsleden, wethouders en het publiek niet worden gefilmd in de raadzaal. Er mogen uiteraard wel foto's worden gemaakt. Een uitzondering op het filmen geldt uiteraard als mensen afscheid nemen of bij benoemingen en ook als er een verzoek voor is van de pers, maar dat verzoek moet dan vooraf aan mij worden voorgelegd. Deze lijn geldt dus vanaf heden voor alle raads-en commissievergaderingen. We gaan voor de vergadering van vanavond uit van een spreektijd van 1,5 uur. De fracties hebben elk negen minuten spreektijd en het college heeft zestien minuten spreektijd.
Ik verzoek u allen om zich te houden aan de spreektijd; kort en bondig is praktisch. Ik kom bij de vaststelling van de agenda. Ik heb begrepen dat er drie moties vreemd aan de orde van de dag worden ingediend. Mevrouw Hendriksen van Forum voor Democratie, wilt u kort aangeven welke twee moties uw fracties voornemens is in te gaan dienen? Mevrouw Hendriksen (Forum voor Democratie): Ja, het betreft motie 386 over de gemeenschappelijke regelingen en motie 387 over de huisvestingssituatie in Vlietwijk. De voorzitter: Ik stel de raad voor om de motie over gemeenschappelijke regelingen aan de agenda toe te voegen als agendapunt 12a en de motie over Vlietwijk als agendapunt 12b. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Dat is dus bij dezen besloten. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Ik zou graag motie 388 over het jongerenfeest willen indienen, met dien verstande dat we nog even zoeken naar de juiste versie voor iBabs.
Raadsvergadering 23 april 2026
1
De voorzitter: Als we straks bij het debat en de stemming maar weten over welke versie we stemmen. Ik stel voor dat we de motie over het jongerenfeest toevoegen aan de agenda als agendapunt 12c. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Dat is dus bij dezen besloten. Er zijn ook twee aanmeldingen voor het vragenuur, namelijk van de heer Maassen van de SP en de heer Haubrich van de VVD. Beiden hebben vragen over de bouwweg Starrenburg III, elk met een andere insteek. We hebben afgesproken dat eerst alle vragen worden gesteld en dat de wethouder daar dan antwoord op geeft. Daar kom ik straks nog op terug. Bent u akkoord met de toevoeging van het vragenuur? Dat is het geval. Dan is aldus besloten. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld. 2.
Vaststellen raadsnotulen van 31 maart, 1 april, 2 april en 13 april 2026
De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. 3.1. 3.2. 3.3.
Lijst van ingekomen stukken voor de gemeenteraad Brieven van instellingen of burgers; Informatiebrieven van het college van B en W Schriftelijke beantwoording van vragen uit de raad
Mevrouw Hendriksen (Forum voor Democratie): Voorzitter. Wij zouden graag over de volgende stukken een verzoek doen. Met betrekking tot de nummers 3015, 3040a, 3040b en 3069 - dat zijn allemaal brieven van de Werkgroep Adegeest - willen we graag een schriftelijke reactie van het college waarin de geadresseerde problemen en vragen voorzien worden van een concrete reactie en waar nodig ook actie. Ook op stuk 3035, de petitie Verkeersveiligheid Veurseweg, willen we graag een schriftelijke reactie van het college. Wat infobrief 28 over de conceptverordening jeugdhulp Voorschoten 2026 betreft: onze fractie heeft gezien dat dit concept voor de verkiezingen is vastgesteld. Wij zouden graag enige toelichting krijgen over het vervolg van dit proces: is er nog een inhoudelijke toetsing, komt er nog een debat, wanneer is het moment van vaststelling enzovoort? Met betrekking tot infobrief 32, de positionpaper nieuwkomers, zouden we willen verzoeken om die te agenderen voor een inhoudelijke behandeling in de commissie Burger en Bestuur. Tot slot infobrief 34 over de Kruispuntkerk. We zagen dat het college de aanbevelingen 1a en 1b niet overneemt. De gemeente richt een stichting op, maar legt dit vooraf niet voor aan de raad voor wensen en bedenkingen.
We vragen ons af waarom we juist die stappen overslaan, terwijl dit juist bedoeld is om de democratische controle op de statuten en de governance te waarborgen. Is het college bereid om de statuten, zodra die er zijn, alsnog aan de raad voor te leggen voor wensen en bedenkingen? De voorzitter: Dat zijn een hele hoop verzoeken. Ik ga proberen om ze samen te vatten. Volgens mij zijn de genoemde brieven met een stuknummer boven 3000 allemaal brieven van inwoners en verzoekt u om de raad een afschrift te sturen van de reactie van het college daarop. Ik zie dat dat klopt. Die vraag zal worden doorgeleid naar het college. Uw agenderingsverzoek voor de commissie Burger en Bestuur met betrekking tot raadsbrief 32 wordt doorgeleid naar het presidium. Dan kunt u dat verzoek ook onderbouwen. Daar wordt de agenda uiteindelijk vastgesteld. Uw vraag over het voorleggen van de stukken ten aanzien van de Kruispuntkerk en de governance daarop beschouw ik als een technische vraag. Ik weet niet of dat kan. Ik kijk even naar de wethouder: kan daar nu antwoord op worden gegeven? Misschien kan de wethouder er heel kort technisch op reageren of dit überhaupt een bevoegdheid is van de raad. Wethouder Schokker: Nee, voorzitter, dit is geen bevoegdheid van de raad. Er wordt aan een aantal mensen gevraagd om een stichting op te richten.
Het is geen stichting vanuit het college; het is daarmee dus ook geen stichting. Dat is dus anders dan bij de aanbeveling van de corporate governance code. Ik ben natuurlijk altijd graag bereid om die nader toe te lichten.
Raadsvergadering 23 april 2026
2
De voorzitter: Dat is helder: het wordt niet voorgelegd aan de raad en als u een technische toelichting wil, kunt u daar uiteraard een verzoek voor indienen. Mevrouw Hendriksen (Forum voor Democratie): En dan tot slot het verzoek over de petitie Verkeersveiligheid Veurseweg. De voorzitter: Ja, daar wilt u een schriftelijke reactie op. Als er een schriftelijke reactie komt, komt een afschrift daarvan via het college ook naar de raad toe. Heb ik dat juist, wethouder? Wethouder Schokker: Ja, voorzitter. Maar er is nog een punt: er werd ook gevraagd naar de conceptverordening Jeugd. Daar wil ik nog even procedureel op reageren. Het college komt met een raadsvoorstel voor de verordening. Dat komt dus ook nog bij uw raad. De voorzitter: Daarmee is die vraag voor nu toch ook afgehandeld? Ja, dat is het geval. De heer Posthuma (PRO): Voorzitter. Ik zag dat het college al zou gaan antwoorden over de werkzaamheden in Adegeest. Ik vind de vraag van Forum wat dat betreft dus wat overbodig, maar mijn vraag gaat over brief 3028, afschrift brief aan het college over de nieuwbouw Fortgensschool. Er staat nu "voor kennisgeving aannemen". Wij hebben het college in de vorige vergadering gevraagd of er een afschrift zou komen. Het verzoek is dus om dit in de stukken aan te passen. De voorzitter: Het verzoek is om met betrekking tot brief 3028 een afschrift van de reactie te sturen naar de raad.
De heer Posthuma (PRO): Ja, ook in combinatie met informatiebrief 3059 over de nieuwe locatie van de Fortgensschool. Daar staan in de informatiebrief wel dingen over. Het verzoek is of die twee dingen in samenhang kunnen worden bezien. De voorzitter: De specifieke vraag is om een afschrift van de reactie op brief 3028 naar de raad te sturen. Helder; dat wordt aangepast. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Mijn fractie wil graag brief 3068 van het MDL Fonds geagendeerd zien. De voorzitter: Ook dit verzoek wordt doorgeleid naar het presidium, waar wordt besloten over toevoeging aan de agenda. De voorstellen tot afdoening worden aldus gewijzigd vastgesteld. 4.
Vragenuurtje en actuele bestuurlijke aangelegenheden
De voorzitter: Zoals aangegeven willen de heer Maassen van de SP en de heer Haubrich van de VVD vragen stellen. De heer Maassen wil vragen stellen over het gebruik van staalslakken bij de bouwweg voor Starrenburg III en de heer Haubrich wil vragen stellen over de realisatie van diezelfde bouwweg en de communicatie naar omwonenden toe. De vragenstellers hebben aangegeven dat zij het prima vinden om eerst de vragen te stellen, waarna de wethouder de vragen in één keer beantwoordt. De orde bij het vragenuur is als volgt: vraag-antwoord-vraagantwoord. Dus geen betogen; die ga ik afkappen. De vragen worden gesteld, waarna de wethouder antwoordt. Dan geef ik de heer Maassen en de heer Haubrich de mogelijkheid om een of meerdere vervolgvragen te stellen. Dan kijk ik of andere fracties ook nog vervolgvragen willen stellen. Dan antwoordt de wethouder opnieuw en dan is het vragenuur afgelopen. Er is dus geen derde ronde. - Bouwweg van Starrenburg III De heer Maassen (SP): Voorzitter. Er is al enige tijd onrust in het land over het gebruik van staalslakken bij de aanleg van wegen. Er lijken gezondheidsrisico's te zijn en het is niet altijd duidelijk waar die staalslakken worden aangebracht. Je kan het wel meten, want staal in de weg is magnetisch.
Dat is wat er is gebeurd: buurtbewoners hebben bij de bouwweg die wordt aangelegd voor het bouwen van Starrenburg III met een magneet gemeten of de weg magnetisch was. Het antwoord daarop was positief. Inmiddels hebben gemeenten het Rijk aangegeven dat zij graag
Raadsvergadering 23 april 2026
3
willen verbieden dat staalslakken gebruikt worden. Het Rijk heeft daar in eerste instantie negatief op gereageerd, maar in tweede instantie wat minder negatief: gemeenten mogen wel degelijk zo'n verbod uitvaardigen. In reactie op de recente schriftelijke vragen 445 van GroenLinks - toen nog GroenLinks - heeft het college toegezegd voorstander van zo'n verbod in Voorschoten te zijn. Vandaar de volgende vragen. Ten eerste: is de gemeente erover geïnformeerd of staalslakken worden gebruikt in de bouwweg voor Starrenburg III? Zo niet, is de gemeente dan bereid om te onderzoeken of dit het geval is? Vraag 2: is de gemeente bereid om de aanleg van de bouwweg stil te leggen indien er een redelijk vermoeden is van het gebruik van staalslakken, in lijn met de beantwoording van de schriftelijke vragen 445 van GroenLinks? Tot slot: hoe gaat de gemeente de omwonenden informeren over eventuele veiligheidsrisico's en de aanpak daarvan? De heer Haubrich (VVD): Voorzitter. Gisteravond hebben de heer Maassen en ik hier al even contact over gehad, want wij bleken wat dit punt betreft op hetzelfde aangeslagen te zijn. Ik neem het woord "staalslakken" even niet in de mond; ik hou het bij opheldering over de gebruikte materialen voor de fundering van de bouwweg. Ik begreep dat er al onderzoek gedaan wordt door de Omgevingsdienst.
Mocht er sprake zijn van het gebruik van niet toegestane materialen, wat zijn dan de consequenties daarvan? Als er sprake is van een grijs gebied van bepaalde materialen, hoe gaan we dan over vijf jaar, wanneer die bouwweg weer ontmanteld wordt, eventueel om met verontreiniging van de ondergrond en wie draait dan op voor de kosten? Aanvullend heb ik van de omwonenden begrepen dat aan hen nulmetingen aan hun woningen zijn toegezegd om eventuele schade en verzakkingen door trillingen van de werkzaamheden goed in kaart te kunnen brengen. Het lijkt mij goed om dit objectief vast te stellen. Ons bereikte het bericht dat tot op heden die nulmeting niet heeft plaatsgevonden. Desondanks is in de afgelopen periode wel degelijk sprake geweest van werkzaamheden waarbij, naar ik heb begrepen, het servies in de kast stond te trillen. Kan de wethouder in dat kader aangeven of er mogelijk werkzaamheden in gang gezet zijn waarmee eigenlijk pas na uitvoering van een dergelijke nulmeting aangevangen had mogen worden? Goede communicatie met de omwonenden lijkt een terugkerend thema te worden. Op de website van de gemeente staat dat de uitvoerder, dus de firma De Raad, verantwoordelijk is voor een goede en gedegen communicatie. Daarop valt tot nu toe wel wat af te dingen.
Een treurig voorbeeld is dat op Goede Vrijdag aan he einde van de middag een brief bij de omwonenden in de brievenbus wordt gestopt met de aankondiging dat na het lange paasweekend dinsdag om 07.00 uur 's morgens aangevangen zou worden, met vermelding van een 071-nummer voor "als u zorgen heeft", dat vervolgens dat hele paasweekend onbereikbaar is. Dat is natuurlijk onbegrijpelijk, zeker in de wetenschap dat deze omwonenden al eerder hun zorgen hebben geuit. In dat kader zou ik graag van de wethouder willen weten of het niet verstandig is om de regie te pakken op de communicatie richting de omwonenden om verdere ongewenste situaties en onrust te voorkomen. Wethouder Schokker: Voorzitter. Dank voor deze vragen. Dit is natuurlijk een belangrijk en heel relevant onderwerp. Ik beantwoord de vragen gewoon één voor één en ik begin met de vragen van de SP. In hoeverre is de gemeente erover geïnformeerd of er staalslakken worden gebruikt in de bouwweg voor Starrenburg? De gemeente is niet rechtstreeks geïnformeerd door de ontwikkelaar, maar door een omwonende. Naar aanleiding van die melding van de omwonende heeft de gemeente direct contact opgenomen met de ontwikkelaar. De ontwikkelaar heeft aangegeven geen staalslakken te hebben toegepast, maar de gemeente heeft natuurlijk ook direct een melding gedaan bij de Omgevingsdienst West-Holland.
Is de gemeente bereid om te onderzoeken of dit het geval is? We hebben dus aan de ODWH gevraagd om dit te onderzoeken. De ODWH is dezelfde dag ter plekke geweest en heeft dit dus met prioriteit opgepakt. Is de gemeente bereid om de aanleg van de bouwweg stil te leggen indien er een redelijk vermoeden van het gebruik van staalslakken bestaat? De Omgevingsdienst heeft naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport opgesteld. We hebben vandaag een voorlopige versie van dat rapport ontvangen. Uit het rapport blijkt dat het toegepaste materiaal is geclassificeerd als een zogenaamde niet-vormgegeven bouwstof, namelijk ontijzerd industrieel puin; ik word soms een beetje technisch, maar dat vereist dit onderwerp ook. Daarmee is aangetoond dat de partij voldoet aan de kwaliteitseisen voor een niet-vormgegeven bouwstof. Er wordt dus voldaan aan de eisen. Dat neemt niet weg dat de Omgevingsdienst dit heel serieus neemt en nog een aantal aanvullende
Raadsvergadering 23 april 2026
4
documenten zal opvragen om dit verder te verifiëren. Er is door toezichthouders ook geadviseerd om de laagdikte van dat ontijzerd industrieel puin te beperken tot maximaal 50 centimeter en om het materiaal daadwerkelijk af te dekken om zo veel mogelijk directe contactmogelijkheden uit te sluiten. Er is op dit moment dus geen aanleiding om de aanleg van de bouwweg stil te leggen of iets dergelijks. Daar is dus geen aanleiding voor, maar er wordt heel nauwkeurig gemonitord. Er zijn eerder vragen gesteld door PRO; dat waren de vragen 445. Een dergelijk verbod hebben we op dit moment nog niet, maar dat zou mogelijk in de toekomst kunnen. Vraag 3: hoe gaat de gemeente de omwonenden informeren over de veiligheidsrisico's en de aanpak daarvan? We hebben met diverse bewoners direct contact. Zodra het rapport gereed is - ik verwacht dat dat uiterlijk begin volgende week is - zullen we dit op de website van Starrenburg plaatsen, zodat het voor iedereen beschikbaar is. Dan kom ik bij de vragen van de heer Haubrich. Hij had heel lange vragen. Ik ga ze dus niet helemaal voorlezen, maar wat zijn de consequenties als uit het lopend onderzoek van de Omgevingsdienst blijkt dat er niet-toegestane materialen zijn gebruikt? Ik heb al gezegd dat het onderzoek van de ODWH aangeeft dat er wordt voldaan aan de wettelijke norm. Daarmee is die vraag eigenlijk beantwoord.
De heer Haubrich stelde ook vragen over de nulmeting. Als een nulmeting ontbreekt, is dat voor rekening en risico van de ontwikkelaar. Dan loopt de ontwikkelaar dus het risico dat hij de schade zal moeten vergoeden. Dat risico is nadrukkelijk niet voor de gemeente. De heer Haubrich vroeg ook hoe de communicatie met omwonenden de afgelopen tijd is gelopen. Het college is het volledig met de heer Haubrich eens dat de communicatie van de ontwikkelaar nadrukkelijk te wensen overlaat. Er is door de projectleider ook echt nadrukkelijk contact gezocht en ze zijn erop aangesproken: dit moet beter. Er is ook afgesproken dat de ontwikkelaar een communicatieplan opstelt en de buurt proactief gaat informeren. De gemeente zelf plaatst op de website ook voortdurend updates zodra er meer informatie bekend is. Dat blijven we de komende tijd doen. Ook het rapport zetten we dus op onze website. Het is alleen wel zo dat de ontwikkelaar echt verantwoordelijk moet zijn voor zijn eigen communicatie; dat kan de gemeente gewoon niet overnemen. Dat is dus echt voor de ontwikkelaar, maar wij zullen, waar we dat kunnen, natuurlijk ook zo goed mogelijk communiceren. De voorzitter: Hebben de vragenstellers nog aanvullende vragen? De heer Maassen (SP): Ja, voorzitter, die heb ik zeker. Ten eerste natuurlijk dank voor de beantwoording. Het lijkt erop dat het veilig is.
Tegelijkertijd hoor ik de wethouder zeggen dat het voor de zekerheid wordt ingepakt. Dat doe je niet als het veilig is. Daar heb ik dus persoonlijk mijn twijfels over, maar ik zeg direct dat ik geen specialist ben. De mensen bij het ODWH zijn wel specialisten. Ik zou de wethouder dus willen vragen om het resultaat van het onderzoek van de ODWH naar de raad te sturen en eventueel ook proactief richting de pers te communiceren, zodat de inwoners daar ook kennis van kunnen nemen. De heer Haubrich (VVD): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording, ook over de communicatie. Het feit dat het ontijzerd industrieel puin, een term die nieuw voor mij is, ingepakt wordt om directe contactmogelijkheden uit te sluiten, doet bij mij, zij het als niet-deskundige, net als bij de heer Maassen het vermoeden rijzen dat dat een niet zo fraai goedje is. Dan blijft mijn vraag wat dat doet met de ondergrond. Als het daar vijf jaar ligt en daarna wordt weggehaald, wat is er dan aan de hand met de ondergrond, het grondwater et cetera? De wethouder geeft aan dat de nulmeting een verantwoordelijkheid is van de aannemer, van de ontwikkelaar, en dat die verantwoordelijk is als de nulmeting niet gedaan is. Maar de betreffende mensen zitten dan wel met een ingewikkelde bewijslast als er iets aan de hand zou zijn.
Ik zou dus toch van de wethouder willen horen of er niet op aangedrongen moet worden dat die nulmeting gewoon plaats moet vinden. Het is immers toegezegd; dat staat op de website van de gemeente. De heer 't Lam (PRO): Voorzitter. Ik heb een aanvullende vraag over de materialen die daar gebruikt zijn. De wethouder geeft aan dat het legale materialen zijn. Ik zou graag de zekerheid willen hebben dat dit betekent dat het geen staalslakken zijn. Kan de wethouder dat aangeven?
Raadsvergadering 23 april 2026
5
Wethouder Schokker: Voorzitter. We zullen de raad het rapport doen toekomen en we zullen het op de website plaatsen zodra het definitief beschikbaar is. Wat de nulmeting betreft ligt het risico echt bij de ontwikkelaar. De desbetreffende partij hoeft het dus niet aan te tonen. De ontwikkelaar loopt dus een risico als er iets gebeurt. Dan zal dat ook moeten worden vergoed door de ontwikkelaar. Dat is ook echt een kwestie tussen de ontwikkelaar en die partij. Wij kunnen de ontwikkelaar daarop aanspreken; dat hebben we ook gedaan. Dat zal ik de projectleider dus nadrukkelijk vragen, maar dit is echt een kwestie tussen de projectontwikkelaar en de omwonenden. De heer 't Lam vroeg of er veiligheidsrisico's zijn en of er sprake is van staalslakken. Zoals ik zojuist heb aangegeven, is aangetoond dat de partij voldoet aan de kwaliteitseisen voor een niet-vormgegeven bouwstof. Dat heb ik aangegeven. Ik denk ook dat we echt voorzichtig moeten zijn met de terminologie die we hier gebruiken, want dit luistert heel nauw, maar de ODWH geeft dus aan dat dit geen risico vormt. De voorzitter: Daarmee sluit ik het vragenuur af. 5. 5.1.
Hamerstukken Opheffen geheimhouding (raadsregistratienummer Z/26/110485/487449)
De voorzitter: De gemeenteraad wordt voorgesteld om per 24 april 2026 vanaf 14.00 uur de geheimhouding op te heffen van de beraadslagingen in de besloten delen van de raadsvergaderingen van 12 februari en 2 april jongstleden en van de besloten gecombineerde commissievergadering van 9 maart jongstleden, inclusief de vastgestelde verslagen en besluitenlijst. Het voorstel wordt zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen. 5.2. Verlenging ontheffing woonplaatsvereiste wethouder H.G. Schokker 2026 (raadsregistratienummer Z/24/084568/487097); De voorzitter: De verlenging van de ontheffing van het woonplaatsvereiste van wethouder Schokker wordt met het raadsvoorstel voor de duur van maximaal een jaar verlengd. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw Hendriksen (Forum voor Democratie): Voorzitter. Een ontheffing is bedoeld als tijdelijke uitzondering en niet als structurele oplossing. Als iemand na drie jaar nog steeds niet bereid is om zich hier te vestigen, moeten we de conclusie trekken dat de binding met onze gemeente kennelijk niet zo sterk is. Wat ons betreft hoort een wethouder midden in de gemeenschap te staan waar hij beleid voor maakt, niet op afstand. Hij moet hier ook aangesproken kunnen worden door de inwoners. Hij zal ook het directe contact met de inwoners missen als hij hier niet woont. Voor ons is dit dus principieel onwenselijk.
Wij zullen dan ook tegenstemmen. De heer Maassen (SP): Voorzitter. De SP is van mening dat een wethouder in principe woonachtig dient te zijn in de gemeente waar hij wethouder is. Wij willen daar wel pragmatisch mee omgaan, zoals we hebben gedaan bij de benoeming van de heer Varekamp drie maanden voor de verkiezingen, maar in dit geval is inderdaad sprake van een structurele situatie. De SP-fractie wenst dan ook geacht te worden tegen dit voorstel te hebben gestemd. Het voorstel wordt met 17 tegen 3 stemmen aangenomen. 6.
BESPREEKPUNTEN
7. Zienswijze conceptregiovisie specialistische jeugdhulp Holland Rijnland "Samen rondom de jeugd" (Z/25/107778/484624) De voorzitter: De regiovisie Samen voor de jeugd, die in december 2021 in de jeugdhulpregio Holland Rijnland is opgesteld, vraagt om een herijking. De regiovisie wordt herijkt om de route ernaartoe te verduidelijken en te verbinden met landelijke kaders en de taskforceaanbevelingen. De raad is bevoegd om de regiovisie vast te stellen. De herijkte regiovisie wordt in twee fases aan alle raden in de jeugdhulpregio Holland Rijnland voorgelegd, de eerste keer via het voorliggend voorstel voor het indienen van een zienswijze. Hierna wordt de visie mogelijk aangepast en
Raadsvergadering 23 april 2026
6
vervolgens ter vaststelling aan uw raad voorgelegd in juli 2026. De raad wordt dus gevraagd om de zienswijze vast te stellen of te wijzigen. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. In afwezigheid van mijn fractiegenoot Patty mag ik het woord voeren. Ik zal haar woorden vanuit de commissie niet herhalen. Ze deed onder andere een oproep tot partijen om haar op te zoeken om een amendement te maken. Dank aan eenieder die daarvan gebruik heeft gemaakt en dank aan het CDA voor het pushen daarvan. Daarom wordt in het amendement heel veel geconstateerd en overwogen, want we willen eigenlijk verschillende punten meegeven in één amendement. Dat maakt het overzichtelijk en tegelijkertijd chaotisch. Dus gefeliciteerd, wethouder! De conceptregiovisie zet in op het versterken van de sociale basis en op minder gebruik van specialistische jeugdhulp door eerder en dichtbij te ondersteunen en doelmatiger te organiseren. In de visie staat op pagina 6 iets over uithuisplaatsing, namelijk dat die geen optie is. In de visie staat ook dat er voor collectieve oplossingen gekozen wordt en dat alleen voor individuele trajecten wordt gekozen als het niet anders kan. Er staat onder andere ook dat het aantal jongeren die jeugdhulp ontvangen, teruggebracht wordt van 1 op 6 naar 1 op 12. Wij ondersteunen de regiovisie op hoofdlijnen: versterken van preventie, samenwerken en een passende inzet van hulp.
Maar op grond van de Jeugdwet moet passende en noodzakelijke zorg altijd leidend zijn, zonder dat kwantitatieve of financiële doelen primair sturend zijn. Uithuisplaatsing is soms echt noodzakelijk en onvermijdelijk. Het realiseren van een kwantitatieve doelstelling moet niet leiden tot onderbehandeling of uitstel van noodzakelijke individuele ondersteuning. Daarom stellen we voor om de tekst in de zienswijze te wijzigen en dien ik namens heel veel partijen amendement 386 in. Ik zal niet op alle punten uitvoerig ingaan. Ik denk dat de partijen dat heel graag zelf willen doen. Ik noem een aantal punten. Individuele jeugdhulp versus collectieve: soms is individuele jeugdhulp echt nodig. Een evenredige balans tussen kwaliteit en kosten: het gaat erom dat de kosten van behandeling in relatie moeten staan tot de kwaliteit die geleverd wordt. Dit betekent trouwens ook dat je daar inzicht in moet hebben om te kunnen bepalen of die kwaliteit geleverd wordt; dat is nog iets anders. Ik denk dat het CDA straks zal ingaan op de aandacht voor administratieve lasten. Ik noem ook duidelijkheid over welke taken regionaal en welke taken lokaal zijn. Het amendement, dat mede wordt ingediend door PRO, de VVD, de SP, het CDA en Voorschoten Lokaal, luidt: "Amendement 386. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d.
23 april 2026, gezien het raadsvoorstel Zienswijze conceptregiovisie specialistische jeugdhulp Holland Rijnland 'Samen rondom de jeugd', constaterende dat: -
-
de conceptregiovisie inzet op het versterken van de sociale basis, op minder gebruik van de specialistische jeugdhulp door eerder en dichterbij te ondersteunen en het doelmatiger organiseren van de jeugdhulp; in de conceptregiovisie op pagina 6 de volgende zinnen zijn opgenomen: o 'Overplaatsingen zijn voor ons geen optie en wij doen geen uithuisplaatsingen.' o 'We kiezen voor collectieve oplossingen. Individuele trajecten zetten we alleen in waar dat niet anders kan. Hierdoor kunnen wachtlijsten verminderen en kosten verlagen.'; de visie daarnaast als ambitie stelt dat in 2030 het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt, wordt teruggebracht van 1 op 6 naar 1 op 12; in de visie het beperken van administratieve lasten niet als doelstelling of uitgangspunt wordt genoemd; gemeenten binnen de regio elk op eigen wijze de gemeentelijke jeugdhulptaken inrichten die daardoor divers aansluiten op het aanbod van de regionale specialistische jeugdhulp Holland Rijnland;
overwegende dat: -
de gemeenteraad de gedachte en de richting van de regiovisie op hoofdlijnen ondersteunt, waaronder het versterken van preventie, samenwerking en passende inzet van hulp;
Raadsvergadering 23 april 2026
7
-
-
op grond van de Jeugdwet passende en noodzakelijke zorg voor de jeugdige altijd leidend dient te zijn, zonder dat financiële of kwantitatieve doelstellingen hierin primair sturend zijn; collectieve ondersteuning een waardevol instrument kan zijn binnen het jeugdhulpstelsel; in situaties waarin sprake is van ernstige onveiligheid, mishandeling of andere zwaarwegende omstandigheden, een uithuisplaatsing echter noodzakelijk en onvermijdelijk kan zijn; het realiseren van een kwantitatieve doelstelling (1 op 12) niet mag leiden tot onderbehandeling of uitstel van noodzakelijke individuele ondersteuning; hoewel budgettaire randvoorwaarden een deelaspect van het beleid zijn, financiële en kwantitatieve doelstellingen primair niet sturend dienen te zijn, maar kwalitatieve hoogstaande jeugdzorg in onze regio die voldoet aan de vraag; de administratieve lasten in de jeugdzorgsector met 38% hoog zijn en er hierdoor slechts 19 uur per week overblijft aan effectieve zorgtaken; de administratieve lasten de afgelopen vijf jaar niet zijn gedaald; de administratieve lasten in de jeugdzorg het hoogst zijn van alle zorgberoepen en dit vooral voortkomt uit verslaglegging t.b.v.
verantwoording voor leden van de jeugdzorgregio, verantwoording van gemeenten onderling en het verschil in administratieve processen; bij elk nieuw beleid en elke maatregel binnen de jeugdhulp overwogen moet worden hoe en op welke wijze de administratieve lasten kunnen worden verkleind, zodat er meer ruimte kan worden gegeven aan zorgverleners en jeugdhulpverleners voor cliëntencontact;
Besluit: De zienswijze op de conceptregiovisie specialistische jeugdhulp Holland Rijnland 'Samen rondom de jeugd' vast te stellen met de volgende wijziging: De volgende zin in de zienswijze: 'De gemeenteraad van Voorschoten ziet geen belemmeringen ten aanzien van het vaststellen van de conceptregiovisie gespecialiseerde jeugdhulp 'Samen rondom de jeugd'.' te vervangen door: 'De volgende bedenking te uiten ten aanzien van de conceptregiovisie gespecialiseerde jeugdhulp 'Samen rondom de jeugd': De gemeenteraad van Voorschoten spreekt uit dat de inzet van collectieve oplossingen wenselijk kan zijn wanneer deze inhoudelijk passend zijn voor het kind en het gezin, maar dat deze afweging niet primair vanuit kostenoverwegingen gemaakt mag worden. Individuele ondersteuning moet beschikbaar blijven wanneer dit nodig is om passende inhoudelijke hulp te bieden. Het behalen van de kwantitatieve doelstelling (1 op 12) mag niet leidend zijn boven de kwaliteit en noodzakelijkheid van zorg. Om die reden zou de gemeenteraad van Voorschoten graag zien dat het uitgangspunt: 'we kiezen voor collectieve oplossingen. Individuele trajecten zetten we alleen in waar dat niet anders kan' uit de regiovisie wordt gehaald met betrekking tot specialistische jeugdhulp en/of alleen van toepassing wordt verklaard op niet-specialistische jeugdhulp.
De gemeenteraad onderschrijft de gedachte en de richting van de regiovisie en ziet deze bedenking als een nadere borging van kwaliteit en zorgvuldigheid binnen de gekozen koers. De kwaliteit van de jeugdzorg dient evenwel in een evenwichtige verhouding te staan tot de daarmee gepaard gaande kosten, teneinde de beoogde beheersing van en de grip op kosten te realiseren. Financiële sturing is geen doel op zich maar slechts een deelvoorwaarde voor stabiel beleid en kan in die zin geen afbreuk doen aan ((grond)wettelijke) zorgplicht die gemeenten hebben met betrekking tot (de toegang tot) jeugdhulp. De gemeenteraad in Voorschoten wil graag de hoogte van administratieve lasten in de jeugdhulp verkleinen. Zij zijn namelijk al vijf jaar de hoogste van de zorgsector. Door administratieve processen bij gemeenten meer hetzelfde te maken, kunnen de lasten worden verlaagd. Daarom stelt de gemeenteraad van Voorschoten voor om in de visie het verlagen van de administratieve lasten als doelstelling en/of uitgangspunt op te nemen, en dat bij de uitwerking van de visie en bij het maken van beleid(svoorstellen) hierop gestuurd wordt. Dit geeft zorgprofessionals meer ruimte voor het werk dat ze willen doen: het verlenen van jeugdhulp.
Raadsvergadering 23 april 2026
8
Door een heldere taakverdeling kan de SOZ zorgen voor een duidelijke instroom van zorgvragen, wat de kwaliteit ten goede komt. Wij roepen de SOZ op om met de 13 gemeenten afspraken te maken over welke jeugdhulp regionaal en welke gemeentelijk wordt geleverd en om beleidsstukken hierover zo veel mogelijk gezamenlijk te laten behandelen en te bespreken. Daarnaast onderschrijft de gemeenteraad van Voorschoten het uitgangspunt om uithuisplaatsingen zo veel mogelijk te voorkomen. Tegelijkertijd merkt de gemeenteraad op dat dit streven in de praktijk niet in alle gevallen realiseerbaar of wenselijk is. In situaties waarin sprake is van ernstige onveiligheid, mishandeling of andere zwaarwegende omstandigheden, kan een uithuisplaatsing noodzakelijk en onvermijdelijk zijn. Het is van belang dat de regiovisie hier ruimte voor blijft bieden.'" De voorzitter: We gaan luisteren naar de maidenspeech van mevrouw Paauwe. Dat betekent: niet interrumperen, vriendelijk lachen en aan het eind applaudisseren. Dat deel ik gewoon mee, want dan weet iedereen de strekking. Mevrouw Paauwe (VVD): Voorzitter. Wij hebben kennisgenomen van de herijking. Complimenten voor het opstellen van het stuk. We hebben er met elkaar veel over gediscussieerd en gesproken. Het gaat om samenwerking in een complex dossier, die wel kansen geeft op betere zorg en betere kostenbeheersing, maar die ook ingewikkeld is.
Met name het risico op een diffuse regionale organisatie is niet zo fijn. Het meest schrijnende voorbeeld daarvan is het meisje van Vlaardingen, dat overal tussen viel. Dat moeten we dus te allen tijde voorkomen. Ik ben erg voor de kwaliteit van de zorg, maar ook erg voor inperking van de kosten. Ook in het stuk staat dat we grip op de kosten moeten krijgen. Ik hoop dat dat lukt. De ingeslagen weg met de overheidsdoelstelling om de administratieve regels in de zorg te beknotten en daarmee de overhead te verlagen, zal een goede stap in de goede richting zijn. Met andere woorden: de kwaliteit van de jeugdzorg dient evenwichtig en in verhouding met de daarmee gepaard gaande kosten te zijn. Ik heb de wethouder gevraagd of hij ons de kwaliteitsdoeleinden wil toesturen, zodat we met elkaar kunnen beoordelen of de kosten in lijn liggen met de zorg. (Applaus) De voorzitter: De kop voor de komende vier jaar is er voor u af! De heer Maassen (SP): Voorzitter. Preventie is heel belangrijk in de zorg en zeker in de jeugdzorg. Elke ingreep die je kan voorkomen door ondersteuning te bieden op het moment dat het probleem nog klein is, is een goede zaak voor de betrokken jongere, de betrokken familie en ook wel voor de financiën, maar wat de SP betreft wel in die volgorde.
Wij steunen dus van harte het idee dat er door meer preventie minder specialistische jeugdzorg nodig is, maar we komen wel bij een uitvoeringsprobleem, want de specialistische jeugdzorg wordt in de regio geregeld en betaald, terwijl de preventie is geregeld in de gemeenten zelf. Als in de regio wordt gezegd dat men minder gaat uitgeven aan opnames van jongeren omdat er meer aan preventie gedaan gaat worden, is het natuurlijk niet de bedoeling dat die preventie achterblijft. Je kan pas minder gaan doen in de specialistische zorg als je de preventie op orde hebt, en niet andersom. Daar maken wij ons zorgen over. Die zorgen hebben we geuit in de commissievergadering. De wethouder heeft toen aangegeven dat er al een in de begroting goedgekeurd programma loopt waarmee er meer wordt uitgegeven aan preventie, maar dat levert natuurlijk niet van de ene op de andere dag resultaat op. Wij benadrukken dus dat wij graag zien dat de verandering van de specialistische jeugdzorg in samenhang wordt behandeld met de verandering in de lokale jeugdzorg, zodat we die preventie in samenhang met minder specialistische zorg kunnen behandelen. De heer 't Lam (PRO): Voorzitter. We hebben het hier uiteraard over de specialistische jeugdhulp in de regio, niet direct in Voorschoten. Voorschoten maakt onderdeel van die regio uit; we zijn tussentijds ingestapt.
De inrichting van de specialistische jeugdhulp in Holland Rijnland heeft uiteraard impact op de jeugdhulp in Voorschoten en is daarom ook voor ons als gemeente van belang. Over de visie heeft PRO enige zorgen, gelet op het in de visie aanwezige wensdenken en de maakbaarheid van de jeugdhulp. Dat leidt ertoe dat wij vinden dat enige nuancering van de regiovisie noodzakelijk is. Het is goed om te constateren dat veel fracties in deze raad op dezelfde lijn zitten. Het was fijn om die samenwerking te zoeken en uiteindelijk op het laatste moment ook te vinden. Ik denk dat we een mooi amendement hebben liggen, dat mevrouw Mieremet heeft ingediend. Middels dat amendement worden onze bedenkingen en suggesties meegenomen in de zienswijze. Hopelijk komen die ook in de definitieve regiovisie terecht. We stellen de regio hiermee
Raadsvergadering 23 april 2026
9
voor om te zorgen dat de verwachting ten aanzien van de hoeveelheid verleende jeugdhulp wordt bijgesteld, dat er een reëler beeld komt van de omgang met uithuisplaatsingen en dat de beoordeling van de zorg bij de professional blijft liggen. Ten slotte hopen we hiermee ook de administratieve lasten terug te brengen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Dit is toch wel een spannende avond, want dit is de eerste inhoudelijke raadsvergadering van de nieuwe raad. Het was dus even zoeken met elkaar. Er is een nieuwe indeling, ook in de voorafgaande commissievergadering, met nieuwe mensen en nieuwe posities. Dat was ook te merken bij het vormen van het amendement. Soms gaat dat van een leien dakje; nu ging dat met wat strubbelingen, maar ik ben blij dat we met het grootste deel van de partijen tot een overeenkomst hebben kunnen komen over een amendement. Dank daarvoor; dank aan iedereen voor de inspanning. Ik denk dat we nog nooit zo lang met elkaar hebben gediscussieerd over een zienswijze over de jeugdhulp. Dat is eigenlijk alleen maar hartstikke goed. Ik zou niet zeggen: dit gaan we vasthouden. Misschien kan het de volgende keer wel ietsje sneller; dat zou leuk zijn. Dan inhoudelijk. Vandaag praten we over de plannen en over de cijfers in de regio, maar voor Voorschoten Lokaal gaat het vanavond maar over één ding, het kind in ons dorp dat hulp nodig heeft.
In dit plan staat het woord "normaliseren" centraal. In de commissie hebben we het daar al even over gehad. Het klinkt prachtig, maar het is ook een beetje spannend, want wie bepaalt wat "normaal" is? "Normaliseren" mag nooit een ander woord zijn voor "zoek het zelf maar uit". Wij vinden het heel belangrijk dat het geld vooral naar de zorg gaat en niet naar de administratie. De bureaucratie moet omlaag, zodat de zorgverlener weer tijd heeft voor het kind. We vinden het natuurlijk ook heel belangrijk dat als hogere zorg nodig is en als die wat duurder is, die zorg te allen tijde beschikbaar blijft. Wij hebben het amendement dus graag mede ingediend. Nogmaals dank voor de prettige samenwerking. De heer Van Horck (CDA): Voorzitter. Voor mij is dit de eerste keer dat ik over de jeugdzorg spreek. Het is een prachtig onderwerp, maar voor mij ook een leerzaam onderwerp. Ik wil allereerst alle collega's bedanken voor de nuttige tips die ik heb ontvangen bij het schrijven van het amendement, want dat was voor mij buitengewoon leerzaam. Ook dank aan D66 voor het coördineren van het amendement, want dat ging gewoon hartstikke goed. Dit is een prachtig onderwerp en ik wil jullie meenemen naar de taak van de staat bij dit onderwerp. Daarvoor wil ik even stilstaan bij Rerum Novarum, een prachtige encycliek van onze paus, het gronddocument van de sociale leer.
Die zegt: "Mocht het algemeen belang zo ernstig worden bedreigd, ook in het gezin, dan moet het staatsgezag ingrijpen". "Moet"; daar heeft de encycliek het over. Er is dus een plicht voor het algemeen belang, ook in het gezin. Onze grondwet, oorspronkelijk van Thorbecke, kent sinds 1983 ook een aantal sociale grondrechten. Ook voor het CDA leven we dus niet alleen in een rechtsstaat, maar in een sociale rechtsstaat. Dat betekent dat de overheid een inspanningsverplichting heeft voor goede zorg. Dat is niet onbelangrijk; dat is een grondwettelijke inspanningsverplichting. Dat betekent dat geld nooit vooraan kan staan. Het gaat om een grondwettelijke taak: dat stond en staat voor het CDA ook voor de jeugdzorg voorop. De jeugdzorg is iets wat juist de kwetsbare gezinnen raakt. Het CDA vindt dat de overheid ook en altijd het schild voor de zwakken moet zijn. Juist voor wie hulp nodig heeft, moet er hulp zijn. Daarom hebben wij meegeschreven aan het amendement om aandacht te vragen voor twee dingen. Eén: in de zorgsector, juist in de jeugdzorg, zijn de administratieve lasten het hoogst van allemaal. Bijna 1 op de 3 uur gaat op aan administratie, verantwoording en papierwerk. Die tijd kan dus niet gespendeerd worden aan zorg. Dat moet omlaag. We hebben daarom gevraagd om dit in de visie op te nemen.
We vinden het goed dat dit wordt opgenomen in de zienswijze, zodat we daar aandacht voor kunnen vragen. Dan blijft er meer tijd over voor de zorg, voor de gezinnen en voor de kinderen. Die hebben dat nodig. Het tweede punt is dat elke gemeente nu eigen afspraken maakt over wat wel en wat niet onder de gemeentelijke taken of onder de regionale taken valt. Dat leidt tot diversiteit aan regels en afspraken. Voorschoten doet iets als gemeentelijke taak en Oegstgeest doet weer iets anders als gemeentelijke taak. Lokale autonomie is enerzijds terecht, maar aan de andere kant is samenwerken zo wel moeilijk en is het ook moeilijk om een verantwoordingsstructuur op te bouwen. Subsidiariteit, een mooi christendemocratisch begrip, wordt daarbij als uitgangspunt
Raadsvergadering 23 april 2026
10
genomen, maar moet geen excuus zijn om alles maar op eigen houtje te doen. Als we in de regio betere en meer afspraken willen maken, kunnen we daar ook winst pakken. Dan wordt duidelijk wat we regionaal doen en wat lokaal kan. Op dat moment kan de regio betere en slimmere zorg inkopen. Dan krijgen we ook meer zorg voor dat gezamenlijke geld. Het is niet zo dat het CDA pleit voor het opheffen van de gemeentelijke autonomie. Nee, maar het CDA pleit wel voor meer samenwerking en meer uniformering met de zachte hand. In die zin ondersteunen we wat de wethouder daarover in de commissievergadering heeft gezegd: het overkoepelende doel van de visie is dat we in de regio meer op dezelfde manier te werk te gaan, met de zachte hand en met respect voor lokale autonomie, maar wel om ervoor te zorgen dat we regionaal meer en betere zorg kunnen krijgen. Steun aan het amendement en de visie. Verder hebben wij geen vragen aan de wethouder. De voorzitter: Ik kijk naar de fractie van Forum voor Democratie: wenst u hierover het woord te voeren, of niet? Het hoeft niet. Dat is prima. Dan is het woord aan wethouder Schokker. Ik heb volgens mij geen echte vragen gehoord, maar er is wel een amendement. Wethouder Schokker: Voorzitter. Ik heb alleen van mevrouw Paauwe gehoord dat ze iets toegestuurd wil krijgen. Ik kom daar nog even bij haar op terug en dan sturen we dat mevrouw Paauwe toe.
Dan het amendement. We kunnen dat aan het oordeel van de raad laten. Bij zienswijzen is het ook aan de raad om met een zienswijze te komen. Ik denk dat het heel mooi is dat er zo'n gedegen en uitgebreide zienswijze ligt. Over de uithuisplaatsingen wordt volgens mij ook breder binnen de regio genuanceerder gedacht. Ik verwacht dus dat dat deel in ieder geval steun zal krijgen. Ook het punt van de administratieve lasten is volgens mij een mooie aanvulling, want dat staat op dit moment nog niet zo nadrukkelijk op de agenda. Ik denk dus dat de regio blij mag zijn met een dergelijke constructieve zienswijze. De voorzitter: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Dank voor de reactie. Ik vind het ook fijn dat de wethouder aangeeft dat hij blij is met de manier waarop we geprobeerd hebben zo goed mogelijk onze mening door te geven. Dus dank. De voorzitter: Er is verder geen behoefte aan een tweede termijn. Ik sluit dus de beraadslaging en we gaan over tot de stemming. In stemming komt amendement 386 van D66, PRO, de VVD, de SP, het CDA en Voorschoten Lokaal. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 18 tegen 2 stemmen, waarbij de fractie van Forum voor Democratie ertegen heeft gestemd. 8.
Schriftelijke stemming - Benoeming commissievoorzitters en plaatsvervangers (raadsregistratienummer Z/26/110484/487444) De voorzitter: We krijgen nu vier opeenvolgende stemmingen. De gemeenteraad benoemt uit uw midden de vaste commissievoorzitters en de plaatsvervangend commissievoorzitters. U heeft daarvoor een voorstel voor u liggen met daarin de namen. Zijn daar technische vragen over? Ik denk het niet; het spreekt allemaal redelijk voor zich. U moet stemmen zonder overleg; er mag geen overleg plaatsvinden met de tribune over de stemming. Mevrouw Hendriksen, u mag niet overleggen met de tribune over de stemming; we stemmen zonder last of ruggenspraak. Met uw instemming zijn de griffier en ondergetekende het stembureau. Ik verzoek u allen om op uw plek te blijven zitten als wij aan het tellen zijn. De uitslag wordt uiteraard direct meegedeeld. (De stembriefjes worden rondgedeeld en opgehaald en de stemmen worden geteld.)
Raadsvergadering 23 april 2026
11
De voorzitter: Er zijn in totaal 20 stemmen uitgebracht. Eén stembriefje is ongeldig. Er zijn dus 19 geldige stemmen uitgebracht. De uitslag is per persoon als volgt. De heer Posthuma: 18 stemmen voor en 1 stem tegen. Mevrouw Zoun: 19 stemmen voor. Mevrouw Schroot: 18 stemmen voor en 1 stem tegen. Mevrouw Kortekaas: 19 stemmen voor. Mevrouw Van der Krogt: 19 stemmen voor. De heer Haubrich: 19 stemmen voor. Daarmee kan ik alle voorgedragen commissievoorzitters en plaatsvervangende commissievoorzitters feliciteren met hun benoeming en ik wens hun uiteraard veel plezier en succes. (Applaus) 9. Schriftelijke stemming - Benoeming leden commissie geloofsbrieven raadsperiode 2026-2030 (raadsregistratienummer Z/26/110480/487445) De voorzitter: De gemeenteraad benoemt de leden van de vaste commissie Geloofsbrieven vanuit de gemeenteraad. Omdat dit personen betreft, gaan we wederom schriftelijk stemmen. De griffier en ondergetekende zijn weer het telbureau. (De stembriefjes worden rondgedeeld en opgehaald en de stemmen worden geteld.) De voorzitter: Er zijn in totaal 20 stemmen uitgebracht, waarvan 1 stem ongeldig is. Er zijn dus 19 geldige stemmen uitgebracht. De uitslag is als volgt. De heer Lavrijsen: 19 stemmen voor. De heer 't Lam: 18 stemmen voor en 1 stem tegen. Mevrouw Persoon: 19 stemmen voor.
Daarmee feliciteer ik het gezelschap met hun benoeming als leden van de commissie Geloofsbrieven. De heer Cees Bremmer moet natuurlijk wel goed worden opgevolgd. Ik wens u veel sterkte met het vullen van zulke grote schoenen. (Applaus) 10. Schriftelijke stemming - Benoeming leden vertrouwenscommissie 2026-2030 (raadsregistratienummer Z/26/110482/487447) De voorzitter: De gemeenteraad benoemt de leden van de vertrouwenscommissie. Ook dit betreft personen en dus weer een schriftelijke stemming. Nogmaals de huisregels: ik verzoek u allen om te blijven zitten op uw plek. Elk raadslid moet zelf het briefje in het doosje doen; dat moet u dus niet door een collega laten doen. (De stembriefjes worden rondgedeeld en opgehaald en de stemmen worden geteld.) De voorzitter: Er zijn in totaal 20 stemmen uitgebracht. Hoera, alle stemmen zijn geldig; het is u gelukt. Er is dus sprake van een lerend vermogen en een stijgende curve. De uitslag is per persoon als volgt. De heer Deuzeman: 20 stemmen voor. De heer Reidsma: 20 stemmen voor. Mevrouw Persoon: 20 stemmen voor. Mevrouw Mieremet: 20 stemmen voor. De heer Van Horck: 19 stemmen voor en 1 stem tegen. Mevrouw Hendriksen: 17 stemmen voor en 3 stemmen tegen. De heer Maassen: 20 stemmen voor. Daarmee feliciteer ik alle fractievoorzitters met hun benoeming als lid van de vertrouwenscommissie. (Applaus) 11.
Schriftelijke stemming - Benoeming leden werkgeverscommissie (raadsregistratienummer Z/26/110481/487446) De voorzitter: Dit is de laatste schriftelijke stemming. Hou die stijgende leercurve vast! De gemeenteraad benoemt ook de leden van de werkgeverscommissie. Dezelfde regels als bij de voorgaande drie stemmingen zijn van toepassing. (De stembriefjes worden rondgedeeld en opgehaald en de stemmen worden geteld.) De voorzitter: De leercurve heeft standgehouden. Er zijn 20 stemmen uitgebracht en die zijn allemaal geldig. Dat doet mij deugd. De uitslag is als volgt. De heer Deuzeman: 20 stemmen voor. De heer Reidsma: 20 stemmen voor. Mevrouw Mieremet: 20 stemmen voor. De heer Van Horck:
Raadsvergadering 23 april 2026
12
19 stemmen voor en 1 stem tegen. Daarmee feliciteer ik ook de leden van de werkgeverscommissie met hun benoeming door de raad. (Applaus) De voorzitter: Dat was de vierjaarlijkse verzameling van heel veel schriftelijke stemmingen in één vergadering. 12.
Overig
De voorzitter: We gaan naar de drie moties vreemd aan de orde van de dag. Ik geef bij ieder onderwerp de eerste indiener uiteraard als eerste het woord om de motie toe te lichten en in te dienen. Daarna kijk ik of er vragen of opmerkingen zijn vanuit de raad. Dan is het woord aan de wethouder en dan is er uiteraard gelegenheid voor een tweede termijn, als daar behoefte aan is. 12a.
Motie 386 van Forum voor Democratie over de gemeenschappelijke regelingen
Mevrouw Hendriksen (Forum voor Democratie): Voorzitter. De conceptregiovisie Samen rondom de jeugd, die vandaag voorlag, is illustratief voor het probleem dat mijn fractie wil aankaarten. Wij tekenen vandaag voor een koers waarvan wij de financiële, professionele en democratische consequenties onvoldoende kunnen overzien. Bij elke gemeenschappelijke regeling waaraan onze gemeente deelneemt, geldt hetzelfde patroon: het beleid wordt elders gemaakt; onze gemeente draagt fors bij, maar onze invloed beperkt zich hooguit tot bijsturen in de marge. Onze fractie wil een moment van bezinning afdwingen door eerst per regeling het inhoudelijke debat te voeren. We dienen daarom motie 386 in, die het college verzoekt de benoemingen voor gemeenschappelijke regelingen op te schorten en die daarnaast de raad verzoekt om elk onderdeel van het register te agenderen voor een inhoudelijk debat over voortzetting van deelname. Het vanavond ingediende amendement onderschrijft in feite deze behoefte aan een debat alvorens in te stemmen met beleid dat buiten de raad tot stand is gekomen. Dat amendement kon dus op onze steun rekenen. De motie luidt: "Motie 386. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 23 april 2026, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: a. b. c. d.
e.
bij aanvang van een nieuwe raadsperiode diverse leden van de raad en/of het college dienen te worden benoemd als vertegenwoordiger bij diverse gemeenschappelijke regelingen; de gemeenschappelijke regelingen geen onderdeel zijn van ons kiesstelsel en het daarmee geen directe volksvertegenwoordiging betreft; de relevante benoemingen de inspraak en het stemrecht van de verkozen raadsleden doen verwateren; de voorliggende conceptregiovisie specialistische jeugdhulp Holland Rijnland - een product van de gemeenschappelijke regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland waarover de raad heden slechts een zienswijze kan geven - de beperkte zeggenschap van onze gemeenteraad bij gemeenschappelijke regelingen illustreert; de gemeente Voorschoten deelneemt aan meerdere gemeenschappelijke regelingen, waaronder de gemeenschappelijke regeling Regio Holland Rijnland en de gemeenschappelijke regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland, naast andere regelingen op het gebied van onder meer veiligheid, gezondheid, omgeving en belastingheffing;
overwegende dat: f.
een zorgvuldig en transparant proces van heroverweging van de deelname aan gemeenschappelijke regelingen in het belang is van de burgers van onze gemeente;
Raadsvergadering 23 april 2026
13
g.
voor een inhoudelijk debat over voortzetting van deelname per gemeenschappelijke regeling een actueel en onderbouwd beeld nodig is van nut, noodzaak, zeggenschap, financiële consequenties en inhoudelijke resultaten;
van oordeel dat: h. i.
de impact van de deelname aan gemeenschappelijke regelingen onvoldoende is vastgesteld; deelname aan gemeenschappelijke regelingen een ongewenst verlies van zeggenschap van de gemeente tot gevolg heeft;
verzoekt de gemeenteraad: 1. 2.
elk onderdeel van het register van gemeenschappelijke regelingen te agenderen voor een inhoudelijk debat over voortzetting van deelname; de gemeenschappelijke regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland als eerste te agenderen voor een dergelijk inhoudelijk debat;
verzoekt het college: 3.
4.
ten behoeve van de onder 1 bedoelde debatten per gemeenschappelijke regeling waaraan de gemeente Voorschoten deelneemt een inhoudelijke notitie aan de raad voor te leggen over nut en noodzaak, de wijze waarop de zeggenschap van de raad is geborgd, de financiële consequenties en de inhoudelijke resultaten, op basis waarvan de raad een heroverweging kan maken; het proces van benoemingen van leden door het college voor die gemeenschappelijke regelingen waarvan benoeming bij het college berust, tot nader order uit te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Mevrouw Hendriksen heeft zojuist motie 386 ingediend; daar waren we gebleven. We zijn nu bij de eerste termijn van de raad om te reageren op de ingediende motie. De heer Maassen (SP): Voorzitter. De SP is al jaren criticaster van de grote hoeveelheid gemeenschappelijke regelingen die in Voorschoten aan de orde zijn. Veel van die gemeenschappelijke regelingen zijn gebrekkig qua democratische controle, met name Holland Rijnland. Het is onduidelijk hoeveel invloed je als gemeenteraad precies hebt. Dat is de reden waarom de fractie van de SP tegen deze motie gaat stemmen, want deze motie zorgt ervoor dat we nog minder invloed hebben dan we nu al hebben. De motie pleit er namelijk niet voor dat we stoppen met deelname aan gemeenschappelijke regelingen en ook niet dat we stoppen met betalen aan gemeenschappelijke regelingen, maar de motie pleit er wel voor dat we stoppen met het afvaardigen van mensen naar gemeenschappelijke regelingen. Dat betekent dat er over ons met ons geld, maar zonder ons zal worden besloten. Dat is een achteruitgang ten opzichte van de huidige situatie. Daarom zal de SP tegen deze motie stemmen. De heer Deuzeman (PRO): Voorzitter.
Het is niet voor het eerst dat we het in deze raad hebben over het ingewikkelde democratische toezicht op de gemeenschappelijke regelingen, maar het is een feit dat er nou eenmaal heel veel taken bij de gemeente liggen die eigenlijk niet passen bij de schaal van de gemeente. Ze zijn te kostbaar om op een kleine schaal te doen of ze zijn een te grote belasting voor onze organisatie. Ze zijn ook vaak naar de gemeenten toe geschoven, ook vanuit het Rijk, soms met een flinke bezuiniging erbovenop. Daarvoor hebben we als gemeenten dus gemeenschappelijke organisaties opgericht. Dat is een beetje ingewikkeld, want je bent met heel veel gemeenten verantwoordelijk voor het toezicht op een organisatie. Als iedereen een klein beetje verantwoordelijk is, is uiteindelijk niemand verantwoordelijk. Dat is ongelukkig, maar de samenwerking zelf is dat niet. Daar zijn wel oplossingen voor te bedenken. De vraag is alleen of de indieners van deze motie daar heel erg gelukkig van zouden worden. Je kunt natuurlijk zeggen: als de schaal van de gemeente te klein is, moet je het omhoog tillen; dan moet je het naar de
Raadsvergadering 23 april 2026
14
provincie of terug naar het Rijk trekken. Maar daarvan hoorden we in een eerder debat juist dat alles zo veel mogelijk naar de gemeente zou moeten en dat we alles zelf zouden moeten bepalen. Wat ons betreft is het in ieder geval geen oplossing om ons dan maar terug te trekken, want onze inwoners hebben natuurlijk wel degelijk recht op en behoefte aan de hulp en de zorg die zij moeten krijgen en de dienstverlening die er moet zijn. Het is niet alleen veel te kostbaar om dat als gemeente te doen; we krijgen dat ook gewoon niet voor elkaar. Als we toch op deze manier deze problemen moeten aanpakken, helpt het ook niet om dan maar alle sturing op te geven en te zeggen: we vinden het niet democratisch genoeg en daarom trekken we ons helemaal terug. Met alle respect, dat is het soort oplossing die ik van mokkende leerlingen in de klas hoor die boos zijn en die dan zeggen: dan doe ik helemaal niets meer. Dat voelt eventjes goed, maar je lost niks op. Er werd gesuggereerd dat we moeten kijken naar de Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland. We hebben er de vorige periode als raad expliciet voor gekozen om ons daarbij aan te sluiten. Dat besluit is gewoon genomen in een democratisch proces. Daarop gaan we nu niet weer terugkomen. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. De gemeenschappelijke regelingen zijn er voor het uitvoeren van een aantal belangrijke taken voor Voorschoten.
Wij zijn van mening dat het efficiënter is om die taken gezamenlijk op te pakken in een gemeenschappelijke regeling. We denken zelfs dat we heel veel werk zelf niet kunnen qua capaciteit, kennis en kunde. We discussiëren graag over hoe we de gemeenschappelijke regelingen beter kunnen benutten, maar samenwerking is van groot belang. We steunen deze motie dus niet. Het stoppen van afvaardigen is voor ons geen optie, want dan staan we 3-0 achter. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Wij kunnen als klein dorp niet alles alleen, puur omdat wij niet alle expertise hier binnen kunnen halen. Dat is veel te duur en is onuitvoerbaar. Wij kunnen dus niet zonder gemeenschappelijke regelingen. Tevens zijn sommige deelnames wettelijk verplicht. Als je deelneemt en dus ook betaalt, kan je maar beter vertegenwoordigd zijn. Wij als Voorschoten Lokaal willen wel kritisch blijven en niet meedoen met alle projecten, maar dat is gewoon heel persoonlijk voor elke fractie. Wij zullen dus tegen deze motie stemmen. De heer Haubrich (VVD): Voorzitter. Ik sluit me bij een aantal vorige sprekers aan. Voorschoten is geen grote gemeente en heeft dan ook juist bij uitstek veel baat bij het oppakken van een aantal specialistische taken door gemeenschappelijke regelingen. Wij zijn ook gekozen om vier jaar lang de belangen van de Voorschotense bevolking zo goed mogelijk te behartigen.
Dat doen we in deze raadzaal, maar dat doen we dus ook in gemeenschappelijke regelingen waar we op dit moment nu eenmaal in participeren. Als je niemand afvaardigt in die gemeenschappelijke regelingen, ben je in het kader van invloed kunnen uitoefenen dus verder van huis dan nu. Derhalve geen steun van onze fractie voor deze motie. De heer Van Horck (CDA): Voorzitter. Ook wij zullen de motie niet steunen. Specifiek willen wij de fractie van Forum voor Democratie, de indiener, vragen om te reflecteren op artikel 22 van de gemeenschappelijke regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland voor de gevolgen van het stopzetten. De voorzitter: Het woord is aan wethouder Varekamp voor een reactie op de motie. Dan kom ik terug bij de indiener. Wethouder Varekamp: Voorzitter. Heel kort. Het college ontraadt de motie om de volgende redenen. Bij punt 3 van de motie wordt gevraagd om informatie. Via de website is een dashboard beschikbaar waar heel duidelijk aangegeven wordt aan welke regelingen we deelnemen, wat zij kosten en wat onze inbreng daarin is. De raad heeft een motie aangenomen om de Nota Samenwerken uit 2025 aan te houden totdat de resultaten van het Rekenkameronderzoek bekend zijn. Dat voorziet dus in de eerste twee vragen in de motie. Wat de laatste vraag betreft: het uitstellen van benoemingen in gemeenschappelijke regelingen is bestuurlijk en juridisch onwenselijk.