Concept Notulen raadsvergadering 13 november 2025
Tekst van het document
Raadsvergadering 13 november 2025
14
Wethouder Van der Elst: De heer Van Horck: die twee brieven die los van elkaar gekomen zijn, hadden we liever gekoppeld en eerder verstuurd. Dat stelt u dus terecht. In het memo dat ik heb ingebracht, spreek ik over betaalbaarheid en niet over de huurprijs. Over betaalbaarheid kun je weinig zeggen, want die is natuurlijk relatief. Je hebt een inkomen, dan een besteedbaar inkomen en vervolgens is er een systeem van huurtoeslagen. Dat is afhankelijk van je leeftijd en je gezinssamenstelling. Daarom heb ik gezegd dat je dat niet eenduidig kunt aangeven. Dan moet je echt gaan kijken wie er zou gaan wonen en welke huurprijs er dan is. Daar kan ik verder dus niet concreter in zijn. Mevrouw Schroot, D66: in de startnotitie stond inderdaad geen aantal, zoals we hebben gememoreerd. Hoe goed ging de participatie? Dat vind ik moeilijk. Hoe meet je zoiets? Dat je niet iedereen tevreden kan houden als je een bouwproject gaat beginnen bij mensen recht voor de deur, zit er wel een beetje in. In dit geval is in de commissie ingesproken en er waren in ieder geval een heleboel mensen die wél tevreden zijn. Een enkeling heeft een brief geschreven en was niet tevreden. Dat is per saldo wat we weten. Terecht noemde u de verhuisketen die je in gang zet als je voor reguliere woningzoekenden zoekt. De heer Posthuma, PvdA. Er zijn dingen die beter kunnen. Ik ben daarop ingegaan en ik erken dat.
Dat het allemaal lastig is en dat we ons best doen, maakt verder niet uit. We moeten proberen het beter te doen; dat is waar het om gaat. Tijdig en vollediger: in ieder geval krijgt u een halfjaarlijks projectenoverzicht met daarin een rapportage, zodat u transparant ziet wat we voornemens zijn, maar dat is een rapportage; dus achteraf. Ik realiseer me dat we dit, waar we dat kunnen, meer proactief bij uw raad moeten laten belanden voordat besluiten, al dan niet half, genomen worden. Ik denk niet dat ik eruit ga komen - dat is ook een vraag van de heer Posthuma - wanneer ik precies wist dat 22 een zeker of indicatief aantal of wat voor aantal dan ook was. Ik weet ook niet wat dit verder uitmaakt, want er ligt nu een voorstel. Dat is nu wat feitelijk ter besluitvorming voorligt. U noemde vervolgens een reeks projecten: de Jan Evertsenlaan, het woonwagendossier, Starrenburg III en volgens mij nog een paar andere. Ik stel voor dat we op een andere manier bedenken hoe we daarmee om moeten gaan. Ik ga graag op alle vragen en bedenkingen in en ik wil graag in overleg over hoe we het samen beter kunnen doen, maar qua tijd kom ik daar nu niet aan toe. De heer Posthuma (PvdA): We hebben vanavond zeeën van tijd. U kunt dus een heel epistel houden over de zaken die daarin hebben gespeeld.
Ik ben wel benieuwd - dat geldt volgens mij voor meer raadsleden - naar uw reflectie op het patroon dat ik, mijn partij, denkt te zien in al deze zaken en waar de Jan Wagtendonkstraat wat mij betreft een voorbeeld van is. Ik hoor dus graag uw reflectie daarop. De voorzitter: Even voor de scherpte, ook in de beantwoording: geen inhoudelijke bespreking van de diverse dossiers die zijn genoemd. U vraagt een overallreflectie. Wethouder Van der Elst: Hard je best doen is niet genoeg. De output moet ook beter. Er is een relatie tussen input en output in elk proces en elk project. We moeten daarin een efficiencyslag maken. Dat betekent dat je met dezelfde input een hogere output realiseert. Dat betekent dat dingen sneller, transparanter, vollediger, kwalitatief hoogwaardiger enzovoort behandeld worden en ook terechtkomen bij de raad. Daar is het nodige in te halen. In die context - ik weet niet of we zeeën van tijd hebben; die vraag leg ik natuurlijk ook bij u, voorzitter - wil ik graag nog een opmerking maken die ik nog niet gemaakt heb. De ambtelijke organisatie - ik ga daar niet over, maar ik wil er toch iets over vertellen - is al een tijdje bezig met toewerken naar een structuur waarin projecten door een meer eenduidig projectmanagement en vanuit een projectbureau worden aangestuurd. Dat is nog niet zo ver en dat heeft heel wat consequenties voor hoe dingen gaan.
Als dat is ingericht, waar ik echt ook naar uitkijk, samen met iedereen in de ambtelijke organisatie, verwachten we een verbetering van de realisatiekracht van onder andere woningbouwprojecten. Dat raakt integraal de vraag die de heer Posthuma stelt. Ik hoop dat ik daarmee in ieder geval een duidelijk antwoord gegeven heb.
Raadsvergadering 13 november 2025
15
De heer Posthuma (PvdA): Mijn voorganger Ad de Graaf heeft langer voor zoiets gepleit. Ik snap dus de beweegredenen, maar ik merk toch een beetje dat het eigenlijk gaat over wat de ambtenaren hier niet zo goed hebben gedaan. Dat steekt mij toch een beetje. In het door mij genoemde rijtje voorbeelden zijn politieke keuzes of afwegingen gemaakt waarin u andere keuzes had kunnen maken en eerder naar de raad terug had kunnen komen. Dat heeft helemaal niks te maken met hoe het ambtelijk georganiseerd is; dat heeft alles te maken met hoe ú het gedaan heeft. Daar wil ik graag een duidelijke reflectie op krijgen, zodat wij ook kunnen zien dat u daarvan wil leren en dat daar ook ontwikkelingen in zijn. Wat ik nu in het verhaal hoor, is vooral een vingerwijzing, allesbehalve naar uzelf. Wethouder Van der Elst: Ik vind het jammer dat het kennelijk niet landt waar het moet landen, want ik heb vanavond toch een aantal keren gezegd dat ik in de spiegel kijk en daar lering uit trek. In die zin reflecteer ik het dus op mezelf. Ik heb gezegd dat ik zelf vind dat ik dingen beter kan doen. Ik heb gezegd dat ik zelf vind dat alleen je uiterste best doen niet genoeg is. Het moet ook aankomen en het moet geleverd worden. Dat heb ik ook gezegd. De voorzitter: De laatste vervolginterruptie op dit punt, want dan is het wel genoeg geweest.
De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter, dat is een terechte opmerking. Het punt is dat u zegt dat u aan het reflecteren bent, maar ik hoor de reflecties niet. Daar ben ik naar op zoek; ik denk dat met mij ook veel anderen daarnaar op zoek zijn. Wethouder Van der Elst: Het gaat wel tijd kosten, maar dan ga ik ze nog een keer noemen; ik weet niet of dat wijs is. Ik heb gezegd dat we op basis van de kennis van nu, op basis van voortschrijdend inzicht, beter een aantal hadden kunnen opnemen in de startnotitie. Dat trek ik me aan; dat heb ik u gezegd. Dat hebben we niet gedaan en daar was ik debet aan. Dat is dus een reflectie. Ik heb gesproken over het feit dat we tijd kwijtraken. Dat komt doordat er een wisseling is geweest van ontwikkelaar. Ik heb erover gesproken dat ik meegegaan ben in het feit dat we in de commissievergadering afgedwaald zijn en samen eigenlijk op de stoel van de ontwikkelaar zijn gaan zitten. Dat is ook reflectie; daar was ik ook debet aan. Ik denk dus dat er op tal van punten gereflecteerd is; dat doe ik nu dus twee keer. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Ik wil even tegen meneer Posthuma zeggen dat ik helemaal niet heb gehoord dat meneer Van der Elst zegt dat het aan de ambtenaren ligt. Ik heb hem wel horen zeggen dat er een verandermanagement aankwam bij de ambtenaren.
De voorzitter: Ik stel voor dat we hier vanavond geen discussie gaan voeren over de inrichting van de ambtelijke organisatie en het functioneren ervan. Een korte reactie, mits die niet over de ambtelijke organisatie gaat. De heer Posthuma (PvdA): Nee, ik zal daarvan wegblijven. De voorzitter: Zowel raadsleden als wethouder blijven daarvan weg. Wij staan ervoor. Ambtenaren kunnen zich hier niet verdedigen. Dat betekent dat de wethouders, burgemeester en raadsleden daarvoor moeten staan. Meneer Posthuma, een korte reactie. De heer Posthuma (PvdA): Ik bracht het onderwerp niet zelf op; ik reageerde daarop. Een korte reactie op mevrouw Persoon: ik denk dat de wethouder niet helemaal begrijpt dat hij ons als raad meer moet meenemen. Wij zijn geen medewerkers waar bepaalde mededelingen aan worden gedaan. Wij zijn het hoogste orgaan. Ik denk dat het vooral met dat aspect een aantal keren mis is gegaan in de raad. Dat is de reden waarom ik de wethouder daarop aanspreek, omdat ik denk dat wij onze rol dan beter kunnen gaan vervullen. Ik wacht gewoon op die reflectie van de wethouder. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Ik heb dat nooit kunnen merken. De voorzitter: Het is goed dat dat gewoon helder wordt. De heer Posthuma (PvdA): We leven in een wereld waarin verschillende opvattingen, observaties en meningen leven.
U mag die hebben en ik probeer mijn observaties en oordelen met deze raad te delen en te kijken of daar een meerderheid voor gevonden kan worden. Zo werkt democratie en ik hoor straks graag de uitkomst.
Raadsvergadering 13 november 2025
16
Wethouder Van der Elst: De laatste opmerking: ik heb het niet expliciet gezegd, maar amendement 380 van de SP willen we ontraden. De voorzitter: Zijn alle vragen beantwoord of zijn er op basis van de beantwoording aanvullende vragen aan de wethouder? De heer Posthuma (PvdA): Ik heb een aanvullende vraag, ook naar aanleiding van de technische vraag die de heer Maassen stelde over het aantal woningen. Zou de wethouder nog even kunnen kijken hoeveel woningen er stonden in de intentieovereenkomst die volgens mij in 2022 gesloten is met De Sleutels? De voorzitter: Het aantal woningen in de intentieovereenkomst van 2022. Dat neemt de wethouder mee. Mevrouw Ilić (GroenLinks): Mijn vraag was niet of het aantal woningen in 2023 in de uitgangspunten of in het kader had moeten staan, maar of de wethouder erover zou kunnen filosoferen of het voorstel van vandaag er anders uit had gezien als wij als raad er eerder in waren meegenomen dat het toch 22 woningen zouden worden. De voorzitter: Wethouder Van der Elst, kunt u op deze vraag een filosofie geven? Wethouder Van der Elst: Dat kan ik niet, want dat is een hypothetische vraag. Dat zou echt de ontwikkelaar moeten zeggen. Ik ben de ontwikkelaar niet. Ik stuur geen architect aan en ik maak geen schets. Dit is hypothetisch; ik weet dit niet. De voorzitter: Alle vragen zijn beantwoord. Er zijn nog enkele technische vragen over.
Met uw goedvinden stel ik voor dat we nu even schorsen. Dan kan de wethouder bekijken in welke mate hij de zeer technische en gedetailleerde vragen kan beantwoorden. Voordat de tweede termijn van de raad zal beginnen, zullen we de wethouder vragen om de antwoorden op de technische vragen die beantwoord kunnen worden, alvast aan u mee te geven, zodat u die beantwoording kan meenemen in de tweede termijn. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Ik schors de vergadering voor vijftien minuten, want ik kan me voorstellen dat dit even uitzoekwerk vereist. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Een kleine huishoudelijke mededeling: de schorsing gaat langer duren. Ik schors de vergadering tot 21.55 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Een kleine huishoudelijke update: de schorsing gaat langer duren. Ik schors de vergadering tot 22.25 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Een kleine huishoudelijke update: de schorsing gaat langer duren, heb ik begrepen. Ik schors de vergadering tot 22.45 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Een kleine huishoudelijke mededeling: de schorsing gaat ietsje langer duren. Ik schors de vergadering tot 23.00 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Een huishoudelijke mededeling: het eind lijkt in zicht.
Nog één keertje verlengen; ik hoop dat we de vergadering rond 23.50 uur à 23.55 uur kunnen vervolgen. De vergadering wordt enige tijd geschorst.
Raadsvergadering 13 november 2025
17
De voorzitter: Een kleine huishoudelijke mededeling: u heeft een e-mail ontvangen. Wellicht kunt u alvast kennisnemen van de inhoud daarvan. Over enkele minuten wordt de raadsvergadering vervolgd, maar het is goed als u alvast kennisneemt van de inhoud van de e-mail. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Alvorens we verdergaan met het inhoudelijke punt heb ik een aantal praktische agendatechnische mededelingen. Zoals u allen heeft gemerkt, heeft de schorsing iets langer geduurd, hetgeen betekent dat de agendapunten over het Warmtebedrijf, het grondbeleid en ook de motie vreemd aan de orde van de dag over de BOPA worden doorgeschoven naar de volgende raadsvergadering op 11 december. Bent u daarmee akkoord? Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Dat houdt dus in dat agendapunt 7 over de Jan Wagtendonkstraat het enige agendapunt is dat hedenavond nog op de raadsagenda staat. Alvorens ik de wethouder het woord geef: als het goed is, heeft u één stuk in handen gekregen. Dat betreft de anterieure overeenkomst met Rijnhart Wonen, met uitzondering van artikel 6, waar geheimhouding op rust. Dat artikel is zwart gemaakt. Die overeenkomst heeft u uitgereikt gekregen. U heeft zojuist ook een e-mail ontvangen met een memo, waarin de tijdlijn is aangegeven. Heeft iedereen die twee documenten tot zich kunnen nemen? Dat is het geval.
De reden voor de schorsing was dat nog een aantal vragen openstonden. Het woord is aan wethouder Hans van der Elst, die zal ingaan op de stukken die u zijn toegezonden en die ook antwoord zal geven op de nog openliggende vragen. Ik stel voor dat de wethouder eerst even zijn verhaal mag doen. Daarna is er uiteraard ruimte voor het stellen van vragen. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. De avond loopt anders dan we allemaal hadden verwacht. Excuses daarvoor aan de mensen op de tribune, de raadsleden en alle anderen hier, ook de collegeleden; de planning is nu anders. Graag wil ik een aantal stukken aan u voorlezen die zojuist naar u toegestuurd zijn. Dat gaat feitelijk over de tijdslijn, stapsgewijs: wat is er gebeurd en gecommuniceerd rond het woningbouwproject Jan Wagtendonkstraat, wat is daarover met de raad gecommuniceerd en wat is - daar wil ik mee beginnen - mijn reflectie daarop? "Ik informeer u hierbij over de tijdlijn van de besluitvorming en de informatievoorziening aangaande het project Jan Wagtendonkstraat.
Ik eindig dit memo met een reflectie op de ontijdige en onvolledige informatievoorziening aan de raad." Ik sla een stuk over in het memo dat u zojuist is toegestuurd en ik vervolg mijn mondelinge inbreng met de paar laatste alinea's over reflectie op de informatievoorziening: "Naar aanleiding van deze tijdlijn realiseer ik mij dat het indicatieve aantal van 46 woningen voor de Jan Wagtendonkstraat in 2021 door het college gecommuniceerd is met de gemeenteraad en sindsdien door het college niet herroepen of bijgesteld is. Ik begrijp dat de raad daar terecht de verwachting aan heeft mogen ontlenen dat er op deze locatie een bouwplan van om en nabij 46 woningen ontworpen zou worden. In de startnotitie uit 2023 is weliswaar opgenomen dat het participatieproces herstart zou worden en met een schone lei opnieuw zou beginnen. Dat deze herstart ook inhield dat het aantal woningen opnieuw besproken en ingetekend zou worden, had ik moeten expliciteren en ik heb dat helaas nagelaten. In mijn herinnering" - tussen 2021 en twee uur geleden - "heb ik, met de kennis van achteraf, te veel waarde toegekend aan het voorbehoud dat de planlijst uit 2021 nog slechts indicatief was." Want in die planlijst van 2021 staat een voorbehoud over het aantal van 46.
"Ik begrijp dan ook de verwarring en verontwaardiging vanuit uw raad dat ik met het onderhavige raadsvoorstel en uitwerkingskader", zoals dat vandaag op de agenda staat, "niet aan uw verwachting heb voldaan. Ik betreur de onvolledige en ontijdige informatie aan de raad", want daar is wel sprake van, "en bied u daarvoor mijn oprechte verontschuldiging aan." Tot zover het stuk dat ik graag aan u wilde voordragen, met een extra bevestiging van hetgeen u al in de tekst ontvangen heeft. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat we verdergaan met de tweede termijn van de raad. Indien een extra ronde nodig is, gaan we dat uiteraard doen, maar ik zie de hand van de heer Posthuma. Ik neem aan dat u een ordevoorstel heeft. De heer Posthuma (PvdA): Ja, voorzitter. Excuses aan de bewoners op de publieke tribune, want we zijn nu met een onderwerp bezig dat eigenlijk niet meer over de bewoners zelf gaat, maar over het politieke feit dat nu gecreëerd is. Het ordevoorstel is dat we even willen schorsen, omdat wij nu nieuwe informatie hebben gehoord. We willen daar ons standpunt over bepalen.
Raadsvergadering 13 november 2025
18
De voorzitter: Hoelang heeft u schorsing nodig? De heer Posthuma (PvdA): Dat vind ik lastig, want de coalitiepartijen hebben de afgelopen tweeënhalf uur à drie uur de tijd gehad om al die informatie tot zich te nemen. Wij hebben deze informatie de afgelopen tien minuten gekregen. Ik vind dus dat wij ook even de tijd moeten nemen om hier zorgvuldig en goed naar te kijken. De voorzitter: Ik heb voorgesteld om te schorsen, zodat de wethouder de technische vragen die waren gesteld en waarop op dat moment geen antwoord kon worden gegeven, kon beantwoorden. Wat tijdens de schorsing al dan niet heeft plaatsgevonden, is onderwerp van het politieke debat dat hier moet gaan plaatsvinden. Maar ik begrijp dat er behoefte is aan een schorsing op basis van de nieuwe informatie; dat is waar het nu over gaat. We gaan geen waardeoordelen geven over de lengte van de schorsingen, want dat is nu eenmaal zoals dat loopt. Meneer Posthuma, zal ik, met uw goedvinden, schorsen tot 0.30 uur? Een kwartier, tot 0.20 uur? Er is een ordevoorstel om te schorsen. Als er verzocht wordt om een schorsing, kennen we die altijd toe. Dat doen we altijd, dus ook vanavond. We hebben nu nog geen enkel inhoudelijk punt gewisseld. Ik heb iets aangegeven over wat de heer Posthuma memoreerde over de schorsingen. Er is behoefte aan een schorsing. Die ga ik nu als voorzitter toekennen. Zo werkt het.
Ik schors de vergadering hierbij tot 0.20 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Een kleine huishoudelijke mededeling: de schorsing duurt wat langer, heb ik begrepen. Ik denk dat we rond 0.30 uur, mijn eerdere voorstel, de vergadering wellicht zullen vervolgen. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Posthuma, die had verzocht om een schorsing. U wilt iets vooraf zeggen, voordat u ingaat op de inhoud. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik sloot net af met woorden die een interpretatie van mij waren en geen duidelijke observatie. Ik wil de coalitiepartijen meegeven dat ik die door mij uitgesproken woorden terugneem. Het was niet de bedoeling om dat op die manier te zeggen. Vandaar akte daarvan. De voorzitter: We gaan nu beginnen met de tweede termijn van de raad. De heer Maassen (SP): Het is gebruikelijk dat degene die de schorsing heeft aangevraagd, even een korte terugkoppeling geeft voordat de termijn begint. De voorzitter: Zeker, maar we beginnen nu dus met de terugkoppeling en de tweede termijn van de raad. Het komt goed. Meneer Posthuma, het woord is aan u, omdat u had gevraagd om de schorsing en om de terugkoppeling daarvan te geven. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Wij hebben er met de oppositiepartijen over gesproken.
Het lijkt ons nu verstandig om het debat te vervolgen en met de verschillende partijen de weging te maken van wat we zojuist als nieuwe feiten gehoord hebben van de wethouder, ook vanuit zijn standpunt, en dat we eventueel vragen aan de wethouder kunnen stellen naar aanleiding van wat er nu gebeurd is. We zouden nu dus eigenlijk gewoon het rondje willen maken dat u in de eerste termijn ook gemaakt heeft. De voorzitter: Prima, dat zie ik als een ordevoorstel. Is de raad er akkoord mee dat ik de ronde ga maken zoals we die in de eerste termijn maakten, waarbij vragen aan de wethouder kunnen worden gesteld over de nieuwe informatie die de raad heeft ontvangen? Daar waar u appreciaties heeft, kunt u die uiteraard ook nog meegeven. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. De heer Lavrijsen (VVD): Voorzitter. Ik denk dat wij hier aankijken tegen de gevolgen van een ongelofelijk langdurig traject. Het is al eerder gezegd: dit traject loopt eigenlijk al bijna veertien jaar. Tijdens dat traject zijn de spelers op dat speelveld ondertussen verwisseld en veranderd. Ik denk dat we daar vanavond de gevolgen van hebben gezien in die zin dat informatie blijkbaar niet
Raadsvergadering 13 november 2025
19
altijd duidelijk is en dat onduidelijk is op welke momenten welke informatie is gewisseld. En ik denk dat we hebben gezien dat dit voor heel veel onduidelijkheid en inderdaad voor irritatie heeft gezorgd. Wat ik ook heb gezien, is een wethouder die diep door het stof is gegaan, een wethouder die niet alleen heeft gereflecteerd en in de spiegel heeft gekeken, maar die ook in alle openheid een heel groot mea culpa heeft gemaakt en heeft geprobeerd om alle feiten opnieuw op een rijtje te zetten. Nee, dat heeft hij niet geprobeerd; hij heeft dat daadwerkelijk gedaan. Ik kan daar alleen maar mijn waardering voor uitspreken, want je stelt je nogal kwetsbaar op door hier in de openbaarheid van deze vergadering zo diep door het stof te gaan, wetende wat de politieke implicaties daarvan zouden kunnen zijn. Ik heb daar bewondering voor. Ik heb de stukken bekeken, die wij inderdaad niet eerder hebben gekregen dan de oppositie. Het gaat natuurlijk over dat aantal van 46 woningen of over dat het geen 46 woningen waren. Ik moet constateren dat dat aantal in het verleden, in 2021, inderdaad in een informatiebrief is benoemd. Ik denk of ik weet dat vanuit dat punt dat getal altijd is blijven hangen, maar er staat inderdaad ook bij dat dat een indicatief aantal is. In de stukken, in de anterieure overeenkomsten, wordt dat niet expliciet benoemd. Dat is verwarrend, maar het is niet onjuist.
Het raadsvoorstel zoals dat nu voor ons ligt, klopt inhoudelijk wel. Over de informatieverstrekking en over hoe de procedure is gegaan, is inderdaad veel te zeggen. Ook de VVD baalt van hoe dat is gegaan; laat dat duidelijk zijn. Maar de VVD wil instemmen met dit voorstel, omdat het inhoudelijk klopt, omdat elk alternatief om het traject opnieuw te beginnen, om wijzigingen door te voeren of hoe dan ook, voor een gigantische vertraging gaat zorgen - er is dan een grote kans dat de initiatiefnemer Rijnhart Wonen zich terugtrekt - en niet in de laatste plaats omdat zowel de raad als de omwonenden dan niet meer weten waar zij aan toe zijn. Het alternatief is altijd slechter dan wat er nu ligt. Het is geen slecht plan. Het is misschien niet wat we hadden verwacht, maar het is geen slecht plan. Ik steun het college en de wethouder ook vanwege de houding die ik vandaag heb gezien. Achter de schermen is snoeihard gewerkt. Het resultaat daarvan is dat er nu duidelijkheid is gekomen. Ja, dat hadden we liever eerder willen zien en ja, dat hadden we eerder moeten zien. Daar wil ik ook in meegaan, maar bij de VVD is er voldoende wethouder in de wethouder. Er is vertrouwen in dit voorstel en er is vertrouwen in dit plan. Ik heb er ook vertrouwen in dat het uiteindelijk heel mooi uitgewerkt gaat worden. Daar wil ik het even bij laten. De heer Maassen (SP): Voorzitter.
Er zijn heel veel verschillende aspecten in dit verhaal. Laat ik beginnen bij waar het eigenlijk over zou moeten gaan, de inhoud. Toen het raadsvoorstel werd gepubliceerd en ik voor het eerst las dat het om 22 woningen zou gaan, was ik echt behoorlijk verrast en vroeg ik me af of ik ergens gemist dat het aantal woningen was afgeschaald van 46 naar 22. Zoiets kan je missen, ergens in de tussenliggende vierenhalf jaar. Maar uiteindelijk blijkt vanavond dat ik het helemaal niet gemist heb, maar dat het niet meegedeeld is. Het is door het college niet gecommuniceerd aan de raad. Dat neem ik de wethouder heel erg kwalijk, want dat is niet hoe je als bestuur moet omgaan met het hoogste orgaan in je gemeente in een dossier dat zo belangrijk wordt gevonden door iedereen. Daarom is het amendement dat ik heb ingediend, eigenlijk nog erg mild, want ik vraag niet eens om 46 woningen. Nee, de SP vraagt om in ieder geval 30 woningen, wat ook al een flinke hap minder is dan het aantal woningen waarvan wij tot voor kort dachten dat dat hier gebouwd zou worden. Het amendement wordt dan ook zeker nog in stemming gebracht, maar er is ook iets anders aan de hand.
Niet alleen is de informatievoorziening over het aantal woningen de afgelopen vierenhalf jaar erg gebrekkig geweest; vanavond nog heeft de wethouder in zijn eerste termijn een aantal keren - ik zou bijna willen zeggen: met de hand op het hart - betoogd dat wat hij zei, toch echt klopte om vervolgens, na een schorsing van meer dan tweeënhalf uur, met een tekst te komen waarin hij zegt dat dat toch niet zo is en dat hij zijn excuses daarvoor aanbiedt. Om te beginnen wil ik de wethouder complimenteren voor de manier waarop hij hier zijn excuses heeft aangeboden, maar ik vraag de wethouder ook of dat alles is. Ik vraag aan de wethouder of hij denkt dat hij politiek nog door kan gaan nadat hij op één avond van het ene op het andere uur ineens aangeeft dat het toch heel anders zit. Ik vraag de wethouder daarop te reflecteren en of hij hier al dan niet consequenties aan verbindt. Ik weet dat dat een hele zware opmerking is en het doet me echt pijn om dit te moeten zeggen, maar het kan eigenlijk niet zo zijn dat je zo diep door het stof moet gaan om aan te geven dat eigenlijk je hele informatievoorziening onjuist, onvolledig en ontijdig is geweest en dat je dan gewoon blijft zitten. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Ik ben het totaal niet met de vorige spreker eens. Ik heb heel veel respect voor meneer Van der Elst.
We zien ook dat in een stuk uit 2021 één keer die 46 wordt genoemd, maar daarbij staat gelijk dat zowel de aantallen als de tijdplanning indicatief zijn en afhankelijk zijn van het verloop van het ontwikkelproces en van de participatie.
Raadsvergadering 13 november 2025
20
Daarmee wordt ook schoongesproken dat het niet over die 46 gaat, want het kon nog alle kanten op. De Sleutels zijn er mee gestopt en Rijnhart heeft het overgenomen. Ik denk dat Rijnhart heel goed heeft overlegd met de inwoners. Ik ben er trots op dat ze samen tot consensus zijn gekomen. Voor de rest wil ik echt mededelen dat we als raadslid nooit tussen Rijnhart en de omwonenden moeten gaan staan. Rijnhart was de initiatiefnemer en heeft gewoon gezien: 22 woningen kunnen en daarmee uit. Zij nemen zelf het risico dat dit kan. Wie zijn wij als raadslid om hiertussen te gaan staan? De heer Maassen (SP): Ik hoor mevrouw Persoon zeggen: wij zijn meegenomen. Nou, u misschien wel, maar wij in ieder geval niet. Dat is het eerste punt. Ten tweede: "wie zijn wij om ertussen te gaan staan?" Wij zijn de gemeenteraad van Voorschoten. Wij zijn het hoogste politieke orgaan en wij horen hierover geïnformeerd te worden door het college. Dat is veel te laat gebeurd. Daar heeft de wethouder zijn excuses voor aangeboden; misschien heeft hij er bij u in de fractie wel meer over verteld, maar ik wist er niet van totdat dit raadsvoorstel gepubliceerd werd. De voorzitter: En uw vraag is? Want een interruptie is een vraag.
De heer Maassen (SP): Mijn vraag is: bent u het niet met mij eens dat u misschien een beetje erg positief bent ten opzichte van de wethouder? Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Dat ben ik niet met u eens. Wij zijn niet eerder meegenomen. Wij hebben dit allemaal net zo snel gekregen als jullie. Dus bij dezen. Ik vind Hans van der Elst een geweldige wethouder en daarmee uit. De voorzitter: Er is nog een interruptie. Kort en bondig, geen uiteenzettingen. De heer Posthuma (PvdA): Ik deel met mevrouw Persoon dat meneer Van der Elst een goed persoon is, maar daar gaat het even niet om. In artikel 15 van de intentieovereenkomst die in juni 2024 gesloten is met Rijnhart, wordt heel nadrukkelijk verwezen naar informatiebrief 015, waar die 46 woningen gewoon in staan. Dat betekent dat op het moment dat die intentieovereenkomst getekend werd, die 46 woningen eigenlijk het richtgetal was. De wethouder heeft de afgelopen periode gezegd dat dat niet het geval is geweest. Volgens mij heeft hij daarmee … De voorzitter: Wat is uw vraag? Dit is namelijk een interruptie. De heer Posthuma (PvdA): Als u deze feiten zo ziet, mevrouw Persoon, hoe kunt u dan zeggen dat de wethouder het daarmee goed gedaan heeft of dat dat conform de waarheid is geweest? Dat is namelijk niet het geval; dat blijkt namelijk letterlijk uit de papieren die hier liggen.
Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Ik heb het net al voorgelezen: er staat een disclaimer in aan de voorkant, die zegt dat de hoeveelheid openstond. Die disclaimer kan je zelf ook lezen. De voorzitter: Ik constateer dat u het hier niet over eens gaat worden. Ik wil geen inhoudelijke beschouwingen meer hebben. Ik wil één vraag horen, een korte vraag, de laatste op dit punt. De heer Posthuma (PvdA): Ik ben het met u eens dat het een indicatie is, maar als het van 46 naar 22 gaat, een vermindering met meer dan de helft, vindt u dan dat deze wethouder daarmee niet in een vroeg stadium naar de raad moest komen, zeker in juni 2024? Bent u dat met mij eens, mevrouw Persoon? De voorzitter: Dit alles via de voorzitter. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Ik ben het er niet mee eens, want dit is gewoon hoe het gelopen is met de onderhandelingen met Rijnhart. Mevrouw Ilić (GroenLinks): Voorzitter. Het is heel spijtig, heel teleurstellend, frustrerend en eigenlijk ook wel schokkend wat er nu gebeurt. Ik sloot nog hoopvol af met mijn vraag aan de wethouder of hij wilde filosoferen over wat er vanavond had kunnen gebeuren als de raad eerder was meegenomen. Ik hoor namelijk een rode lijn: eigenlijk vinden we allemaal dat er een beetje weinig woningen komen, minder dan we hadden verwacht. We horen van de wethouder dat dat
Raadsvergadering 13 november 2025
21
niet uit de lucht gegrepen was en geen pijltje op de muur was, maar dat onze verwachting wel op iets gefundeerd was. Ook heeft deze raad, ook de oppositie, zich meermaals constructief opgesteld. We hebben meegedacht over verschillende plannen. Die zijn aangepast en we hebben ermee ingestemd, zoals over de woonwagens. Ik durf wel te filosoferen dat dit plan er anders uit had gezien als deze raad eerder meegenomen was. Ik snap dat de bewoners dan misschien denken: o help, hadden we dan flats van vijftien hoog gehad? Nee, zeker niet, maar de parkeernorm is voor GroenLinks bijvoorbeeld best wel bespreekbaar. Je hoeft niet zoveel auto's en dan zou je echt wat ruimte erbij hebben voor meer woningen. Zo zijn er verschillende oplossingen te verzinnen. Misschien zijn er subsidies beschikbaar en waren we op tijd geweest. Kortom: dit is gemeentegrond die maar één keer op deze manier bebouwd kan worden. De hele avond is er het gevoel "dit of niet", maar door ons zo laat mee te nemen, is het slikken of stikken en krijgen we voor ons gevoel helemaal niet het optimale plan. Dat is heel teleurstellend. Daarnaast is het na twee uur schorsen ook echt wel schokkend … Wij zijn ook gewoon een beetje boos, nu de wethouder toegeeft dat hij heeft zitten jokken. Ik heb gevraagd wanneer de wethouder persoonlijk op de hoogte was.
De heer Lavrijsen (VVD): Jokken doe je doelbewust; dan ben je bewust mensen om de tuin aan het leiden en aan het liegebeesten. Is mevrouw Ilić het met mij eens dat het een samenloop van totale onhandigheid is? Dat woord wil ik wel gebruiken. Het is onwetendheid of wat dan ook, maar er is echt geen sprake van doelbewust de raad om de tuin leiden en jokken. Mevrouw Ilić (GroenLinks): "Ik begrijp dat de raad daar terecht de verwachting aan heeft mogen ontlenen dat op deze locatie een bouwplan van om en nabij 46 woningen ontworpen zou worden. Ik had beter moeten expliciteren en heb dat helaas nagelaten." Dat heeft betrekking op mei 2023; dat was het moment waarop aan partijen een soort carte blanche werd gegeven - lees "schone lei"; volgens mij is dat hetzelfde - om met andere getallen te komen. Nadat ik vroeg "wanneer was u zich er persoonlijk van bewust dat er andere getallen zouden gaan circuleren dan 46?", hoorde ik "mei 2025". Er zit bijzonder veel licht tussen mei 2023 en mei 2025. Ik hoor de wethouder daar excuses voor maken. Ik kan dus niet anders concluderen dan dat hij dat ook vindt.
De heer Lavrijsen (VVD): Ik denk dat we het erover eens zijn dat die tijdlijn van de informatieverstrekking inderdaad niet goed is geweest en dat daar zojuist uitleg over is gekomen, maar mijn vraag was: heeft de wethouder hier doelbewust de raad om de tuin geprobeerd te leiden en heeft hij doelbewust zitten jokken - dat woord gebruikt u - of heeft hij een fout gemaakt? Mevrouw Ilić (GroenLinks): Ik kan wel filosoferen maar niet in het hoofd van de wethouder kijken. Dat hoor ik dus graag van de wethouder. De voorzitter: Dan ligt die vraag bij de wethouder. Ook mevrouw Persoon wilde reageren. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Bart Lavrijsen was mij voor; ik had dezelfde vraag. De heer Van Horck (CDA): Voorzitter. Misschien weten sommigen het niet, maar ik heb een verleden als docent in het onderwijs. Een van de colleges die ik heb gegeven, ging over morele problemen en het "problem of the many hands": in een grote bureaucratie gebeurt veel; wie is uiteindelijk politiek verantwoordelijk? Dat is uiteindelijk de politiek gekozen bestuurder, de wethouder, maar tegelijkertijd is de vraag ook of je hem of haar overal voor verantwoordelijk kan houden. Dat is een politiek dilemma. Dat is volgens mij de kernvraag die hier nu voorligt. In die zin sluit ik mij zeer aan bij wat collega Lavrijsen net zei over de term "jokken".
Ik heb niet de indruk dat er hier nou sprake van is dat de wethouder doelbewust informatie heeft achtergehouden. Dat er een fout gemaakt is, staat vast. Dat is ook door het feitenrelaas zo gecommuniceerd. Verdient het de schoonheidsprijs? Nee, absoluut niet. Had de informatievoorziening beter op orde moeten zijn? Ja. Volgens mij is iedereen het daarover eens. Kijkend naar de inhoudelijke punten zie ik dat in fase 1, waarin De Sleutels het project in handen hebben, 46 woningen worden genoemd als indicatie. Dan komt het college al snel tot de conclusie dat 46 niet kan rekenen op draagvlak. Het proces gaat dus ook van de rails. Uiteindelijk krijgt Rijnhart de kans om het proces vlot te trekken. Dat doen ze ook, maar de uitkomst is dat het aantal lager is. Ik vind hierbij twee vragen belangrijk. De eerste vraag is de vraag over het aantal. Rijnhart geeft in zijn brief van 7 november heel duidelijk aan dat dit voor Rijnhart het hoogst haalbare is. Wat mij betreft geeft Rijnhart daar een waterdichte onderbouwing voor. Had ik die brief eerder willen hebben? Ja. Heb ik hem eerder gekregen? Nee. Reken ik dat de wethouder aan?
Raadsvergadering 13 november 2025
22
Dat is een politieke weging. De vraag is nu of wij als raad een andere uitkomst hadden gehad als we gestuurd hadden op een hoger aantal. De vraag is alleen of de positie die je als raad nu als kaderstellend moet gaan innemen, is dat je in dit gevoelige participatietraject op aantallen moet gaan sturen. Heel eerlijk gezegd ben ik daar terughoudend in. Had het gemeld moeten worden door de wethouder? Het antwoord is ja. Ik heb gezien dat de wethouder hier duidelijk, onder stoom en kokend water, een feitenrelaas aan de raad heeft gepresenteerd dat sluitend is maar ook stuitend, dat hij daar reflectie op heeft getoond en daar verantwoordelijkheid voor neemt. Ik wil er heel duidelijk over zijn dat ik daar heel veel respect en ook waardering voor heb. Dat laat onverkort dat ik ook van mening ben dat deze informatie eerder in de raad had moeten liggen. Dan hadden we een andere weging kunnen maken. Volgens mij is iedereen het daarover eens. De voorzitter: Ik zag al vijf keer een vinger. Meneer Maassen, ik stel voor dat we meneer Van Horck even zijn verhaal laten afmaken en dat u de vraag aan het eind kan stellen, als u die dan nog heeft. De heer Van Horck (CDA): In dat tweede participatietraject is nergens gebleken dat die 46 woningen echt doorgezet konden worden, want er was in het eerste traject geen draagvlak voor 46 woningen. Het stond dus vast dat er een lager aantal zou komen.
Had dat eerder gemeld moeten worden aan de raad? Ja. Maar nogmaals: ik bekijk dit probleem ook als zijnde een probleem van vele handen. Is er nou sprake van dat de wethouder doelbewust informatie heeft achtergehouden? Alles afwegende kan ik niet tot een andere conclusie komen dan dat dat niet het geval is. Verdient het de schoonheidsprijs? Nee. Hoe ik dit politiek moet wegen? Ik zou zeggen: ik kijk naar een wethouder die heel diep door het stof is gegaan, die zijn excuses heeft gemaakt, die onder stoom en kokend water openheid van zaken heeft gegeven. Vind ik dat het de schoonheidsprijs verdient? Nee, maar hij heeft wel openheid van zaken gegeven. Vind ik het hem aan te rekenen dat die informatie eerder naar de raad had moeten komen? Heel eerlijk: persoonlijk vind ik van niet. Hier is een probleem van vele handen, waarbij fouten zijn gemaakt die je politiek zo kunt wegen dat je die de wethouder aan kunt rekenen, maar als ik zie hoe hij zijn best heeft gedaan in de commissievergadering en nu ook in de raad om openheid te geven, dan kan ik niet tot een andere conclusie komen dan dat hij zijn best heeft gedaan om die openheid te geven, maar dat dit in eerste instantie niet is gelukt, dat hij daar in eerste instantie niet in is geslaagd. Kan ik hem dat aanrekenen? Eerlijk gezegd vind ik: onvoldoende.
Ik denk dat dit een leertraject is waaruit blijkt dat de informatievoorziening over dit soort projecten veel beter moet en dat de wethouder daarin beterschap zal moeten tonen, maar wat mij betreft heeft de wethouder vanuit mijn fractie de volle steun om zijn werk te continueren en zie ik de openheid die nu, weliswaar onder stoom en kokend water, is getoond, wel als een eerste stap in de juiste richting, zoals het ook hoort. Tot slot kijk ik even naar de bewoners. Ik vind het buitengewoon vervelend dat u hier zo lang moet zitten voor een informatievoorzieningsprobleem, terwijl er volgens mij juist draagvlak is voor het project. Dat spijt mij, maar ik hoop dat we vandaag wel een besluit kunnen nemen. De voorzitter: Meneer Maassen, een korte vraag. De heer Maassen (SP): Ik hoor een heel mooi betoog met politieke theorie en ik hoor de heer Van Horck een keer of vier zeggen: "Had dat eerder gemoeten? Ja, die informatievoorziening had eerder gemoeten." Mijn vraag aan de heer Van Horck, die zoveel van politieke theorie en filosofie weet, is dan ook: wie draagt volgens u dan de politieke verantwoordelijkheid voor die beperkte informatievoorziening? De heer Van Horck (CDA): Dat is en blijft een politieke weging; het is en blijft een politieke weging. Ik weeg het zo: ik zie dat deze wethouder zijn stinkende best heeft gedaan om die openheid te geven.
Dan is het een politieke weging of ik dat genoeg acht. Ik acht dit genoeg. Ik ben ook van mening - dat heb ik hier vanavond ook meermaals gezegd, ook achter de schermen dat wij bestuurders soms een meetlat opleggen die onhaalbaar is en dat er ook ruimte moet zijn om fouten te maken. De heer Maassen (SP): Ik hoorde de heer Van Horck net zeggen dat hij les heeft gegeven. Dat heb ik ook gedaan, onder andere in maatschappijleer. Daar leerde ik mijn leerlingen altijd dat de politieke verantwoordelijkheid altijd bij de bestuurder ligt, in dit geval bij de wethouder. De heer
Raadsvergadering 13 november 2025
23
Van Horck houdt een heel mooi verhaal over politieke weging, maar het antwoord op mijn eerste vraag is toch gewoon dat de wethouder politiek verantwoordelijk is? Dat bent u toch met mij eens? De heer Van Horck (CDA): Dat is naar reflectie van de raad. Je kunt een wethouder niet moreel verantwoordelijk houden voor elk wissewasje dat er gebeurt in een ambtelijke organisatie. Excuus, ik wil daarmee niet zeggen dat hier sprake is van "een wissewasje", maar ik wil wel aangeven dat er ruimte zit in tot hoeverre je de bestuurder de politieke verantwoordelijkheid kunt aanrekenen. Ik maak daar een andere weging in. De voorzitter: Ik constateer dat ieder daar zijn eigen weging in maakt. Mevrouw Ilić (GroenLinks): U vraagt zich een paar keer af of u dit de wethouder politiek kan aanrekenen. Jazeker, zou ik zeggen. Het valt mij op dat u steeds herhaalt dat de wethouder openheid geeft, maar bent u het met mij eens dat deze openheid pas kwam nadat toch echt een wissewasje van twee uur en graafwerk van de raadsleden nodig waren? Bent u het met mij eens dat het woord "openheid" dan niet zo gepast is en dat die meetlat voor politici vanavond daadwerkelijk echt neergelegd mag worden? De heer Van Horck (CDA): Ik heb meermaals gezegd dat dit niet de schoonheidsprijs verdient en dat ik het graag anders had gezien. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter.
Ik herinner iedereen aan de woorden over de Jan Wagtendonkstraat waarmee de heer Posthuma vanavond zijn betoog begon, namelijk "pijn in je buik". Ik voel pijn in mijn buik; ik denk dat dat voor heel veel mensen hier geldt, want het is gewoon helemaal niet leuk waar we nu in beland zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat dit niet expres is gebeurd, maar het is niet voor de eerste keer dat we als raad niet tijdig, niet correct en niet juist in positie zijn gebracht. Dat geeft een rotgevoel. Dat kan ik niet meer; dat geldt ook voor mijn fractiegenoten. Daar wil ik het voor nu bij laten. De voorzitter: Tot slot de heer Posthuma; houd ook uw bijdrage kort en bondig. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik weet niet of ik het helemaal kort en bondig kan houden, maar ik ga mijn best doen. De voorzitter: Daar ga ik voor zorgen. De heer Posthuma (PvdA): Graag. Toen ik naar deze raadsvergadering ging, had ik de buikpijn die mevrouw Schroot ook beschreef. Naar goed gebruik heb ik van tevoren met alle fractievoorzitters getelefoneerd. Ik heb van tevoren ook nog met de wethouder gesproken. Ik heb ook aangegeven met welke intenties ik in deze raadsvergadering zou zitten en waarom ik het belangrijk vind om hier het punt te maken dat we hier in deze raad het algemeen belang goed moeten kunnen wegen.
Doordat informatie hier niet op tijd naartoe gaat of onvolledig is, kunnen wij die goede politieke afweging niet maken. Dat is de reden waarom ik vond dat daar iets over gezegd moest worden. In de afgelopen commissievergadering maar ook in onze schriftelijke en mondelinge vragen bekroop ons iedere keer het gevoel dat bepaalde dingen gewoon niet klopten in deze hele zaak. Er zijn door mij maar ook door collega's in deze raad heel veel vragen gesteld. Die vragen worden ontweken, niet beantwoord of vergeten. In eerste instantie denk je: ik zal het zelf wel mis hebben. Maar naarmate de tijd vordert en je meer vragen stelt, denk je: wat hier gebeurt, klopt niet helemaal. We zijn nu hier. De wethouder heeft ruiterlijk zijn excuses aangeboden, maar dat is gebeurd nadat dat herhaaldelijk gevraagd is en nadat ook op feiten is gewezen, zodat hij eigenlijk niks anders meer kon doen dan zijn excuses aanbieden. Dat is niet uit vrije wil gebeurd. Als hij deze excuses aan het begin van de vergadering had aangeboden, hadden wij hier een heel andere discussie gevoerd. We hebben eerst een commissievergadering gehad waarin hier heel veel op doorgezaagd is. We hebben schriftelijke vragen gesteld, waar ook geen antwoord op kwam. We zijn vervolgens in deze raadsvergadering een hele termijn heel lang bezig geweest om door te vragen, maar er kwamen ook geen antwoorden.
Pas na tweeënhalf uur zijn de juiste antwoorden gekomen. Dat is niet een spontane manier van excuses aanbieden. Als ik dat bij mij thuis doe, worden er misschien vraagtekens gezet bij de oprechtheid daarvan. Daarmee doe ik niks af aan wie de heer Van der Elst is. Het gaat mij om een beoordeling van zijn politiek handelen hierin. Ik vind het politiek handelen dat we hier nu gezien hebben onvoldoende. De excuses zijn alleen gekomen doordat wij hier als raad hem kritisch beoordeeld hebben; dat is onze taak. Dan moet je
Raadsvergadering 13 november 2025
24
tot de conclusie komen dat die excuses gekomen zijn onder druk en niet op basis van vrijwilligheid. Het gaat voor ons allemaal, of je nou oppositie of coalitie bent, exact om die weging. Het gaat dus niet om de vraag of het misschien anders had gekund of dat het een beetje in het midden blijft. Het gaat erom of deze excuses vrijwillig zijn gegeven. Het antwoord van onze fractie is dat de excuses niet op vrijwillige basis, maar onder druk zijn gekomen. De voorzitter: Dit was de tweede termijn van de raad. Er is een enkele vraag gesteld en er is gevraagd om een appreciatie van de wethouder. Wethouder Van der Elst: Dit is een heel bijzondere avond. Ik loop toch even de respectievelijke inbrengen af. Aan de fractie van de VVD, de heer Lavrijsen: dank voor uw inbreng en uw steun. De fractie van de SP, de heer Maassen, vroeg of ik politiek door denk te kunnen gaan. Dat is volledig aan de gemeenteraad. Ik heb daar zelf niets, maar dan ook niets over te vinden en over te zeggen. Dat is mijn antwoord daarop. Ik denk dat het niet goed is om daar nog veel aan toe te voegen. Het is aan u. Mevrouw Ilić, heb ik goed begrepen dat u feitelijk vraagt of ik bewust heb zitten jokken? Was dat feitelijk de vraag? Dan is het antwoord nee.
Wist ik maar rond 21.00 uur hoezeer dat cijfer van 46 nog is doorgezet, weliswaar hangend aan een ontkrachtende tekst uit 2021, die ik al die tijd in mijn hoofd heb meegenomen in de zin van: er is niks definitiefs aan; op basis van voortschrijdend inzicht kan het nog anders worden. U ziet zelf de tekst staan van 5 maart 2021, in dat stuk. Daar heb ik te veel aan vastgehouden. Ik heb dus niet gejokt. Tot mijn stomme verbazing blijkt het anders te zijn dan ik meende. Dat is aan de ene kant een teleurstellende ervaring, maar het is een fact of live, een feit waarmee je hebt te handelen. Het CDA, de heer Van Horck: ja, die brief had ik ook graag veel eerder willen hebben, net zoals ik alle informatie eerder had willen hebben. Daar voeg ik aan dat ik al voordat ik wist dat het cijfer 46 kennelijk een ander leven heeft geleid dan ik me heb gerealiseerd, met u heb gedeeld dat we, terugkijkend, in 2023 met elkaar beter een cijfer in die startnotitie hadden kunnen opnemen, maar dat dat er niet in stond. Dat verklaart ook dat ik er gewoon overheen gekeken heb dat er toen kennelijk al, met een disclaimer, een cijfer was. Mevrouw Schroot, ook dank voor uw inbreng, maar ik heb er geen vraag in herkend. Meneer Posthuma, die excuses zijn óók gekomen omdat ik het zeer betreur dat ik me niet bewust was van informatie die er wel blijkt te zijn.
De voorzitter: Zijn de punten die u heeft aangestipt, door de wethouder voldoende beantwoord, besproken of aangegeven? Ik zie dat er een ordevoorstel is, een zakelijk ordevoorstel. De heer Posthuma (PvdA): Wij zouden graag vijf minuten willen schorsen. De voorzitter: Ik schors de vergadering tot 1.12 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: De schorsing was kort; we lopen tijd in. Meneer Posthuma, u vroeg de schorsing aan. Kunt u kort aangeven wat de uitkomsten van de schorsing zijn? De heer Posthuma (PvdA): Ja, voorzitter, met zwaar gemoed, waar we het al eerder over hebben gehad. We hebben gezien dat de wethouder de overeenkomst in juni 2024 ook ondertekend heeft. We moeten ervan uitgaan dat hij ook weet wat hij heeft afgesproken. De vraag is dan of hij het niet heeft geweten of dat hij heeft gejokt. We kunnen daar verder geen punt van brouwen. Het is wat er is gebeurd. Hij heeft wel de politieke verantwoordelijkheid. Alles bij elkaar, een optelsom van allerlei dingen, kunnen wij niet anders doen dan een motie van wantrouwen indienen. Die dienen we bij dezen in bij de griffie en we laten die delen met de rest van de raad. De motie luidt: "Motie 370. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 13 november 2025, gehoord de beraadslaging,
Raadsvergadering 13 november 2025
25
constaterende dat de wethouder in zijn eerste termijn de raad onvolledig, ontijdig en onjuist heeft geïnformeerd; spreekt uit niet langer vertrouwen te hebben in het handelen van de wethouder, en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: De motie is net binnen. Zij wordt doorgezonden. Ik neem aan dat er aan de zijde van de raad wellicht behoefte is om daarop te reageren; althans, ik wil u daartoe in de gelegenheid stellen. Als u geen behoefte heeft om te reageren, kunt u dat ook aangeven, maar met uw goedvinden ga ik het lijstje nog één keer af, alleen om sec te reageren op de zojuist ingediende motie. Heeft u nog een toevoeging, meneer Posthuma? De heer Posthuma (PvdA): Ik heb de motie ingediend namens de PvdA, de SP, GroenLinks en D66. De voorzitter: Dank. Ik ga hetzelfde rijtje langs als in de eerste en tweede termijn. Als u geen behoefte heeft om te reageren, hoeft dat uiteraard niet. Na de derde termijn van de raad gaan we over tot de stemmingen, waarbij we beginnen met de motie van wantrouwen. Daarna wordt de rest van het inhoudelijke voorstel in stemming gebracht. We wachten nog even totdat iedereen de motie tot zich heeft kunnen nemen. U heeft intussen de mail ontvangen. Over twee à drie minuten gaan we verder. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Heeft iedereen de motie kunnen lezen? Dat is het geval.
Dan gaan we nu de ronde maken voor de derde termijn. De heer Lavrijsen (VVD): Voorzitter. Ik heb heel veel grieven en zorgen gehoord. Ik zei al eerder dat ik een deel van die zorgen begrijp. Ook de VVD is in het verleden heel kritisch geweest op heel veel dossiers. Ik vind ook dat je dat als partij, ook als coalitiepartij, gewoon moet kunnen doen en ook moet doen. Dat is altijd onze inborst geweest; wij zijn inhoudsgedreven. Maar deze motie gaan wij niet steunen, omdat ik ook zie wat er wél goed gaat, omdat ik ook zie waar de oorzaken van problemen waarmee wij geconfronteerd worden vandaan komen en omdat ik ook de goede intenties van wethouder Van der Elst en het hele college zie. Het is overigens niet de eerste keer dat ik een motie van wantrouwen voorgeschoteld krijg. In de vorige raadsperiode was er ook één, ook met de naam van de Partij van de Arbeid eronder, toen in de richting van GroenLinkswethouder Erika Spil. Ook toen zijn we voor het college gaan staan. Ook vandaag staat de VVD voor dit college en voor deze coalitie. Wij steunen deze motie absoluut niet. Ik ben erg teleurgesteld over een aantal namen die ondanks de geschiedenis, de recente geschiedenis, hier toch onder staan. Blijkbaar is er toch sprake van een soort selectieve verontwaardiging. De voorzitter: De heer Maassen, een korte bijdrage van uw zijde. De heer Maassen (SP): Voorzitter.
Toen ik vanavond onderweg was naar de gemeenteraad voor deze vergadering, zag ik niet aankomen dat ik vanavond een motie van wantrouwen mede zou moeten indienen. Dat is niet van tevoren het plan geweest; wij discussiëren graag op de inhoud, maar dan moet je wel de inhoud hebben. We hebben moeten constateren dat vanavond een aantal keren, ook onder het motto van goede informatievoorziening, geen goede informatie is verstrekt. Zonder goede informatie kan een raad niet functioneren. Er is maar één persoon verantwoordelijk, politiek verantwoordelijk, voor dat proces en voor die informatieverstrekking. Dat is de wethouder die zijn naam uiteindelijk onder het raadsvoorstel zet. Daarom moeten we de wethouder, hoe zwaar het ook is, aanspreken op zijn verantwoordelijkheid. Dat doen we middels deze motie. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Het zal niet raar zijn: wij gaan dit natuurlijk helemaal niet steunen. Hans van der Elst ken ik al heel lang. Eigenlijk vind ik het een goudeerlijke vent. Daar wil ik het gewoon bij houden. Hij is goudeerlijk; hij heeft dit echt nooit geweten. De voorzitter: Mevrouw Ilić, GroenLinks.
Raadsvergadering 13 november 2025
26
De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter, bij een motie van wantrouwen is het de gewoonte dat de fractievoorzitter het overneemt. De voorzitter: Zeker, maar dat is aan elke partij zelf om te bepalen. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ja, maar in dit geval doen wij dat. De voorzitter: Helder. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Ik ben in het uiteindelijk heel lange debat over één onderwerp grotendeels toehoorder geweest. Ik heb dit ongeluk dus eigenlijk zien gebeuren. We hoorden net de vraag stellen of de wethouder dit bewust heeft gedaan. Dat is natuurlijk een persoonlijke vraag, maar ik durf eigenlijk wel te zeggen: nee, dat geloof ik ook niet. Daarin wil ik hem absoluut het voordeel van de twijfel geven. Het probleem is dat er een punt komt waarop die vraag eigenlijk niet meer zo heel relevant is. De wethouder heeft in de eerste termijn op directe kritische vragen, die niet compleet onvoorzien waren - het was duidelijk dat hier vragen over zouden komen - dingen gezegd die achteraf niet bleken te kloppen. Dat ging niet over iets irrelevants, maar over de kern van het betoog. Vervolgens werd hij geconfronteerd met graafwerk van raadsleden, die zeiden dat dit niet klopte. Toen kwam er achteraf, op dezelfde avond, een verhaal dat het inderdaad niet blijkt te kloppen: "Wat ik gezegd heb, is fout en dat zal anders moeten." Er kwamen excuses.
Dat waardeer ik; ik waardeer ook de kwetsbaarheid die de wethouder daarin toont, maar dat maakt het nou precies ook zo vervelend. We hebben zojuist bij elkaar gezeten en we hebben gezegd: wat moet je hier nou mee? Wat moet je nou doen in zo'n situatie? Het is een politieke doodzonde, zoals dat heet. Dit is zó overduidelijk en het staat op papier. We hebben het er niet over of het gebeurd is of niet; dat heeft de wethouder ons schriftelijk meegedeeld. Ik heb precies hetzelfde punt als de heer Maassen: daarvoor zijn we hier helemaal niet naartoe gekomen. Dit was helemaal niet de bedoeling. Ja, we wilden een stevige discussie over de inhoud en over het feit dat we te laat meegenomen worden bij een aantal projecten. Vervolgens zitten we hier en hebben we eigenlijk het gevoel dat we onder deze omstandigheden weinig anders kunnen dan een motie van wantrouwen indienen. Dat hebben we dus met een zwaar gemoed gedaan. Het speet de heer Lavrijsen dat hij enkele handtekeningen onder de motie zag staan. Ik vermoed dat dat ook over de mijne gaat. Het spijt mij ook dat deze handtekening hieronder staat. Ik heb alleen niet het gevoel dat wij als fractie iets anders konden dan deze motie op dit moment indienen. Het gaat er namelijk om dat we onszelf als raad serieus nemen.
We kunnen een hele goede persoonlijke verhouding hebben en ik kan persoonlijk bewondering hebben voor de ethos van de wethouder, maar we zijn ook raadslid en daarin moeten we ook onze verantwoordelijkheid nemen. De heer Van Horck (CDA): Voorzitter. Een motie van wantrouwen is het zwaarste middel dat een raad heeft tegen een bestuurder. Wij gaan de motie niet steunen. Wij staan voor ons college. We hebben ook gezegd waar onze zorgen liggen en dat het echt beter moet. We hebben een wethouder gezien die duidelijk uitgesproken heeft dat te doen en die ook diep door het stof is gegaan, maar de feiten zijn nu wel op tafel komen te liggen. Wij zullen deze motie niet steunen. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Aan goede intenties twijfelen wij geen enkel moment, maar de onhandigheid en de stapeling van onhandigheid … Als een stapel van onhandigheid gaat wiebelen, gaat het net zo wiebelen als mijn stem nu bijna doet. Dan valt het om en dan kan het niet meer. Dat is wat er met ons vertrouwen is gebeurd. De mens Van der Elst waarderen we zeer; daar gaat het echt niet om. Maar als wethouder … Het gaat niet meer. De voorzitter: Tot slot de heer Posthuma. Ik verzoek u om uw bijdrage kort te houden. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter.
Ik begon mijn betoog deze avond met het toejuichen van de werkinzet en de arbeidsethos van deze wethouder, die zich vastbijt, tempo maakt en waarschijnlijk een van de mensen binnen het gemeentehuis is die het hardst werken. Dat heb ik ook gezien en dat waardeer ik heel erg. Er is alleen een verschil tussen goede intenties en de consequenties die uit dat handelen voortkomen. Volgens mij moeten we daar als raad met z'n allen naar kijken. Meerdere collega's in de raad hebben het al gezegd: toen ik vanmiddag in de trein mijn bijdrage aan het schrijven was, zat er geen motie van wantrouwen in mijn hoofd. Ik heb alle mensen hier natuurlijk van tevoren gesproken en ik heb aangegeven dat ik vond dat er een stevig politiek signaal moest worden afgegeven, maar dat was geen motie van wantrouwen. Het zou een
Raadsvergadering 13 november 2025
27
motie van afkeuring geweest zijn. Ik heb alle fractievoorzitters die hier in de raadzaal zitten van tevoren geïnformeerd en ik heb dit met hen besproken. Mijn intentie vanuit de PvdA was dus glashelder: wij wilden hier echt geen politiek spelletje in spelen. Door de manier van bevragen van de wethouder door verschillende raadsleden is hij in het nauw gekomen en heeft hij zichzelf tegengesproken. Dat is de reden waarom we nu tot dit punt zijn gekomen. Eigenlijk zouden de coalitiepartijen dit net zo vervelend moeten vinden als de oppositiepartijen; dat zou hen sieren. Ik merk dat die rijen helaas gesloten blijven en dat er geen andere reactie komt dan het probleem kleiner maken en verdoezelen. De voorzitter: Wilt u afronden? De heer Posthuma (PvdA): Ik vind dat te weinig. Dat vind ik jammer, want ik ken de Voorschotense raad als een raad die van de inhoud is. Ik merk nu dat daar een kleine zijstap in wordt gemaakt. De voorzitter: Ik neem aan dat vanuit de fracties alles is gezegd wat gezegd moest worden. Dat is het geval. Dan sluit ik de beraadslaging en gaan we over tot de stemmingen. Zoals gezegd komt eerst de motie van wantrouwen in stemming. Nee, de stemming over een motie van wantrouwen gebeurt zeker niet schriftelijk. Dat gebeurt nooit. Een motie van wantrouwen is gewoon een motie zoals die ook wordt ingediend over het snippergroen of een lantaarnpaal.
Dat weet ik zeker; dat kan ik u uit eigen ervaring melden. In stemming komt motie 370 van de PvdA, de SP, GroenLinks en D66. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. De wethouder heeft gereflecteerd en is door het stof gegaan. We hebben ook als raad een verantwoordelijkheid. Een wethouder is ook een mens. Welk mens wil dit ambt nog als er zo met elkaar wordt omgegaan? Ik zal deze motie daarom niet steunen. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 12 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd en de fracties van het CDA, Voorschoten Lokaal en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt amendement 380 van de SP. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 12 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd en de fracties van het CDA, Voorschoten Lokaal en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van korte stemverklaringen, geen beraadslaging. De heer Maassen (SP): Voorzitter. We hebben ontzettend veel kritiek op het raadsvoorstel, maar als het gaat om het vestigen van sociale huurwoningen is één ding slechter dan een slecht voorstel en dat is geen voorstel.
Daarom zullen wij ondanks alle bezwaren die wij hebben, voor dit voorstel stemmen, want 22 nieuwe sociale huurwoningen is beter dan geen nieuwe sociale huurwoningen. Mevrouw Ilić (GroenLinks): Voorzitter. Ik kan het niet mooier verwoorden. We zeiden het al: het is dit of niks; stikken of slikken. Dan 22 woningen op gemeentegrond; dan stemmen we voor. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Bij de Jan Evertsenlaan, het woonwagendossier en wederom bij de Jan Wagtendonkstraat worden we met een voldongen feit geconfronteerd. We kunnen dan niks anders dan voor die sociale huurwoningen stemmen. Wij zullen dus akkoord gaan met dit raadsvoorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen.
Raadsvergadering 13 november 2025