Concept Notulen raadsvergadering 13 november 2025
Tekst van het document
(Concept) Notulen raadsvergadering
NOTULEN van de vergadering van de raad van de gemeente Voorschoten, gehouden op 13 november 2025 vanaf 20.00 uur. Voorzitter: mevrouw N. Stemerdink, burgemeester. Griffier: de heer E. Krijgsman. Aanwezige leden: de heer mr. drs. C. Bremmer, mevrouw R.E. de Bruin-Van Alphen, de heren A. Deuzeman, W.J. van Duivendijk, G. van den Ende, J.D.A. Haubrich en B. van Horck, mevrouw C.L. Ilić, mevrouw P.T.M. Kortekaas-Warmerdam, mevrouw J.G. van der Krogt, de heren P. 't Lam, B. Lavrijsen en E.M.L.H. Maassen, mevrouw E. Mieremet, de heer M.P.A. van Oostrum, mevrouw M.H.R. Persoon, de heren A.L.R. Posthuma en B.W. Reinke, mevrouw J.C. Schroot, mevrouw P. Wijnen en mevrouw M.J.T. Zoun. Aanwezige wethouders: de heer P. de Bruijn, de heer C.J. van der Elst en de heer H.G. Schokker.
1.
Opening, mededelingen en vaststelling agenda
De voorzitter: Goedenavond. Ik open de vergadering van de gemeenteraad van donderdag 13 november 2025. Er zijn geen berichten van verhindering ontvangen. Voor de spreektijden houden we de volle drie uur vergadertijd aan. Dat betekent 18 minuten per fractie en 34 minuten voor het college. Dan de vaststelling van de agenda. Ik meld technisch dat bij agendapunt 9 een gecorrigeerde versie van de Nota Grondbeleid is toegevoegd. Dit betreft een technische correctie van nummering. Zijn er punten bij de vaststelling van de agenda om agendapunten toe te voegen of weg te halen? Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Wij willen een motie vreemd aan de orde van de dag aankondigen over de BOPA. Die hebben we op tijd ingediend. De voorzitter: U vraagt of die kan worden toegevoegd aan de agenda. Ik stel de raad voor om de motie BOPA toe te voegen als agendapunt 11. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Dat agendapunt is bij dezen toegevoegd. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Ik zou willen vragen of het mogelijk is om agendapunt 10 als hamerstuk te behandelen. De voorzitter: Agendapunt 10 betreft het Rekenkameronderzoek gemeentelijke rollen en taken voor statushouders en gezinsmigranten. Het ordevoorstel is om dat naar de hamerstukkenlijst over te hevelen. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Dat punt is bij dezen toegevoegd aan de hamerstukkenlijst.
Ik stel voor dat dat agendapunt 5.6 wordt van de hamerstukkenlijst. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld. 2.
Vaststellen raadsnotulen van 1 oktober 2025
De voorzitter: Er is één voorstel tot wijziging ontvangen. Ik stel voor de gecorrigeerde notulen hierbij vast te stellen. De gecorrigeerde notulen worden aldus gewijzigd vastgesteld. 3. 3.1.
Lijst van ingekomen stukken voor de gemeenteraad Brieven van instellingen of burgers;
Raadsvergadering 13 november 2025
1
3.2. 3.3.
Informatiebrieven van het college van B en W Schriftelijke beantwoording van vragen uit de raad
Er wordt besloten overeenkomstig de voorstellen tot afdoening. 4.
Vragenuurtje en actuele bestuurlijke aangelegenheden
De voorzitter: Er zijn geen aanmeldingen. 5. Hamerstukken 5.1. Opheffen geheimhouding raadsinformatiebrief 73 Stand van zaken woonwagenlocatie in relatie tot Segaar-Arsenaal; 5.2. Verlengen bestaande contract met de huidige accountant voor de verslagjaren 2026 en 2027 (raadsregistratienummer Z/25/106106/471607); 5.3. Zienswijze 2e begrotingswijziging VRHM 2025 (raadsregistratienummer Z/25/103983/464932); 5.4. Zienswijze begrotingswijziging Hecht 2025 (raadsregistratienummer Z/25/103923/464733); 5.5. Marktvisie 2025-2030 (raadsregistratienummer Z/25/104135/465661); Deze voorstellen worden zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen. 5.6. Rekenkameronderzoek gemeentelijke rollen en taken voor statushouders en gezinsmigranten (raadsregistratienummer Z/25/100692/469710) De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Wij zijn natuurlijk voor dit voorstel. We willen alleen opmerken dat, zoals in de commissie M&S besloten, aanbeveling 3 ondersteunend is aan het huidige beleid. Het bevorderen van regionale afstemming en de realisatie van meer huisvestingsmogelijkheden zijn geen nieuwe vraagstukken, maar zijn ondersteunend aan het beleid. De voorzitter: Dit is geen stemverklaring, maar een inhoudelijk punt. Maar ik begrijp dat uw fractie voor het voorstel is. Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen. 6.
BESPREEKPUNTEN
7. Uitwerkingskader Jan Wagtendonkstraat (raadsregistratienummer Z/25/104110/465235) De voorzitter: Woningcorporatie Rijnhart Wonen heeft het plan om op het huidige trapveldje aan de Jan Wagtendonkstraat een nieuw woongebouw te realiseren met 22 sociale huurwoningen. Met het uitwerkingskader stelt de gemeenteraad de uitgangspunten voor deze ontwikkeling vast. De heer Lavrijsen (VVD): Voorzitter. In de basis heeft de VVD een positieve grondhouding ten aanzien van dit plan. Al ruim dertien jaar wordt gesproken over woningbouw op deze locatie. Wij zijn dan ook blij dat we dit nu echt gaan realiseren. De woningen zijn hard nodig, maar er zijn wel een aantal punten waar we iets over willen zeggen. Allereerst beseffen we dat het bouwen van nieuwe woningen in een bestaande wijk grote impact heeft op die wijk en op de bewoners. Ik snap dat daar zorgen over zijn. In dit soort gevallen is het de kunst om te zoeken naar een goede balans tussen de belangen van de leefbaarheid in de wijk en anderzijds de belangen van woningbouw, het grote maatschappelijke belang. Vanuit dat oogpunt bezien is de VVD wel tevreden met het voorliggende plan. Ik denk dat dit ontwerp voldoende past in het huidige karakter van de wijk. Kleine aanpassingen zullen wellicht onontkoombaar zijn.
Dat hoort ook bij de ontwikkeling en dat is misschien onvermijdelijk, maar we zijn dus geen voorstander meer van radicale veranderingen van het ontwerp of van de inrichting van de openbare ruimte. In de commissievergadering gaf de wethouder aan dat hij het negatieve advies van de commissie Omgevingskwaliteit naast zich neer
Raadsvergadering 13 november 2025
2
zou leggen om zo veel mogelijk recht te doen aan de uitkomsten van het participatietraject. Ik hoor graag of dit nog steeds het standpunt van het college is. Er is veel discussie geweest over de grootte van de woningen en het aantal woningen. Het vloeroppervlak van de woningen wordt in de stukken gesteld op 75 tot 100 vierkante meter. Dat is voor sociale huurwoningen fors, bijzonder groot. Ik moet zeggen dat de nota van afgelopen vrijdag van de wethouder daar verhelderend over is: er wordt gesproken over brutomaten; de nettomaten zouden zomaar 10% à 15% minder kunnen zijn. Dat is een belangrijke nuance, maar ook met die nettomaten is nog steeds sprake van woningen van 85 tot 90 vierkante meter. Ik gun iedereen een grote woning; laat daar geen onduidelijkheid over bestaan, maar ik heb zelf ook in een flat gewoond. Dat was weliswaar geen sociale huur, maar ik woonde daar op minder dan 80 vierkante meter, met mijn gezin. Dat ging prima. Ik hoor dus toch graag van het college hoe ook die nettomaten zich verhouden tot de doelgroep waarvoor wij nu zeggen te willen bouwen. Ook over het aantal woningen is natuurlijk discussie geweest. Net als andere fracties was de VVDfractie in de veronderstelling dat er eigenlijk meer woningen gepland waren dan het aantal dat nu in het voorstel staat. Ik heb daarnaar gezocht. Het is inderdaad geen harde norm geweest, zoals het college nu ook stelt.
Het college heeft daar net als Rijnhart Wonen een afweging in gemaakt. Eigenlijk kan ik die afwegingen best wel volgen. Ik had het alleen wel prettig gevonden als we die informatie bijvoorbeeld voor de commissievergadering hadden gehad. Ik denk dat de discussie dan anders was verlopen en dat er wellicht minder onrust was geweest. Ik denk dat we hier dan op een andere manier mee om hadden kunnen gaan. Ik vraag het college dus om nog eens te reflecteren op de manier waarop de informatie uiteindelijk verkregen is en waarop wij als raad hierin zijn meegenomen. Wellicht kan daarin een soort volgordelijkheid worden aangegeven. Ten slotte dien ik motie 368 in, die het college oproept om zich actief in te zetten om het Politiekeurmerk Veilig Wonen vanaf de ontwerpfase mee te nemen in de ontwikkeling van het plangebied. De gedachte daarachter is dat met dit politiekeurmerk de veiligheid en de leefbaarheid van de wijk worden bevorderd. Ik hoop op veel steun. De motie, die mede wordt ingediend door het CDA en Voorschoten Lokaal, luidt: "Motie 368. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d.13 november 2025, constaterende dat: • •
het plangebied Jan Wagtendonkstraat ontwikkeld gaat worden ten behoeve van woningbouw; in het afwegingskader noch in de startnotitie van de Jan Wagtendonkstraat de toepassing van het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) is opgenomen;
overwegende dat: • • • •
een veilige en leefbare wijk een voorwaarde is voor een goed leefklimaat en het welzijnsniveau van haar bewoners stimuleert; in een veilige en leefbare wijk zowel de individuele als de maatschappelijke gevolgen van criminaliteit en overlast sterk afnemen; het PKVW een landelijk erkend instrument is waarmee de fysieke én sociale veiligheid alsmede de leefbaarheid van wijken aantoonbaar wordt bevorderd; eventuele meerkosten voor het PKVW voor nieuwbouw zeer gering zijn als deze al in de ontwerpfase worden meegenomen;
verzoekt het college zich actief in te zetten om het PKVW vanaf de ontwerpfase mee te nemen in de ontwikkeling van het plangebied Jan Wagtendonkstraat en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag." De heer Maassen (SP): Voorzitter. De eerste keer dat deze gemeenteraad het plan voor woningen op de Jan Wagtendonkstraat te zien of te horen kreeg, was in 2021. Toen werd een lijstje gedeeld waarop deze locatie werd opgevoerd met 46 kleine sociale huurwoningen voor jongeren. Het was
Raadsvergadering 13 november 2025
3
op dat moment een plan waarvan men dacht dat er geen bestemmingsplanwijziging voor hoefde te worden uitgevoerd en dat er dus tempo kon worden gemaakt. Vijf jaar later hebben we het er nog steeds over; dat is dus in ieder geval niet gelukt. We hebben het ook niet over 46 maar over 22 sociale huurwoningen, waarvan er ook nog maar 10 voor jongeren worden gelabeld. Dat is mijn fractie een beetje in het verkeerde keelgat geschoten. Wij snappen best dat er in de loop van het proces gesproken is met de buurt, dat er vanuit de buurt problemen waren en dat men graag had gezien dat het veldje groen was gebleven, maar bij de bestemmingsplanwijziging in 2012 was helaas al besloten dat daar woningen zouden worden gebouwd. Dat was dus een gepasseerd station. Ik begrijp best dat de omwonenden in de inspraak het een en ander hebben gezegd over hoe ze het voor hen zo prettig mogelijk ingericht willen hebben. Dat zou ik ook gedaan hebben, maar tegelijkertijd hebben we ook te maken met een groep mensen die hier een heel groot belang bij hebben maar die niet in de inspraak vertegenwoordigd waren, namelijk de toekomstige bewoners van de Jan Wagtendonkstraat, de jongeren die in Voorschoten wonen en die geen betaalbare woning kunnen vinden. Dat belang vindt de SP zwaarder.
Ik heb het in de commissievergadering al gezegd: er zijn 900 mensen actief op zoek naar een woning in Voorschoten en er zijn er vorig jaar 145 toegewezen. Dat is scheef. Er is woningnood en die moet worden opgelost. Het grootste deel van die woningnood zit bij jongeren die op zoek zijn naar goedkope, kleine woningen. Juist die jongeren trekken nu aan het kortste eind, want van de 46 geplande of eerder voor hen bedachte woningen blijven er nu maar 10 over. Bij een eerder woningbouwplan, de Jan Evertsenlaan, heeft mijn fractie niet voor het voorstel gestemd om daar jongerenwoningen van te maken, met in gedachte dat er een ander plan snel in de raad zou komen, namelijk de Jan Wagtendonkstraat, waarin veel sociale huurwoningen voor jongeren opgenomen zouden worden. Het is dan ook een bittere pil om te slikken dat dat niet het geval is. Het zijn niet alleen minder woningen en er zijn niet alleen slechts tien woningen gelabeld voor jongeren; ze zijn ook heel erg groot. De heer Lavrijsen van de VVD zei daar al iets over. Ook de fractie van de SP gunt iedereen een mooie, grote woning. Wij hebben ook de nota van het college gelezen. Daarin hebben we inderdaad gelezen dat die 75 tot 100 vierkante meter het bruto vloeroppervlak was en dat daar zomaar 10% tot 15% vanaf zou kunnen gaan. De heer Lavrijsen vatte dat zojuist samen als 80 tot 90 vierkante meter vloeroppervlak.
Bij sociale huurwoningen is het belangrijk om te weten dat de prijs wordt bepaald met een puntenstelsel, dat lang niet alleen maar wel voor een belangrijk deel afhankelijk is van het aantal vierkante meters woonoppervlak. Ik heb de informatie die we van het college hebben gekregen, ingevoerd in de huurprijscheck van de Huurcommissie. Daarbij ben ik zelfs niet van die 80 vierkante meter van de heer Lavrijsen uitgegaan, maar slechts van 60 vierkante meter. Ik heb ook alle toeters en bellen die je kan bedenken en die je kan invoeren in dat woonsysteem, als te luxe niet ingevoerd. Ik heb dus alleen de simpelste versie gekozen, maar het zijn wel woningen in Voorschoten, dus met een hoge WOZwaarde, en het zijn nieuwbouwwoningen, dus met een hoog energielabel. Dat levert in combinatie met het vloeroppervlak zoveel punten op dat deze woningen een puntenaantal kregen van 155. Ter vergelijking: de grens voor sociale huur is 143. Dit zijn vanwege deze grootte dus niet eens meer sociale huurwoningen. Natuurlijk zegt de corporatie Rijnhart Wonen: ja, maar we gaan ze wel verhuren voor een sociale huurprijs.
Dat geloof ik ook van de corporatie, maar als je de woning eenmaal hebt verhuurd, mag de huur van die woning gewoon doorstijgen met de jaarlijkse huurverhogingen tot de maximaal toegestane huur, die bij deze fictieve woningen ver boven de liberalisatiegrens ligt; dat zeg ik er voor de duidelijkheid bij. Met andere woorden: dit gedachteexperiment geeft aan dat deze woningen wel héél veel vierkante meters hebben voor wat we ervoor wilden, namelijk betaalbare sociale huurwoningen voor jongeren. Daarom kiest de SP ervoor om toch met een paar stapjes terug te gaan richting de eerdere voornemens: meer en kleinere woningen, die bedoeld zijn voor jongeren. Wij dienen daarom amendement 380 in. Daarin vragen wij om in het uitwerkingskader opnieuw te onderzoeken of er een mogelijkheid is voor meer dan 30 sociale huurwoningen, die allemaal worden geoormerkt voor starters tot 35 jaar. Dat moet natuurlijk wel binnen de kaders die de raad eerder heeft gesteld. Daardoor leiden meer woningen op hetzelfde oppervlak tot kleinere woningen. Wat ons betreft kunnen wij die keuze verdedigen, hoewel we iedereen een mooie, grote woning gunnen. Het amendement luidt: "Amendement 380. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 13 november 2025, gezien het raadsvoorstel nr.7 d.d. 13 november 2025, constaterende dat:
Raadsvergadering 13 november 2025
4
a. b. c. d.
in 2021 door de gemeente is gecommuniceerd dat er op de locatie Jan Wagtendonkstraat 46 sociale huurwoningen, met name bedoeld voor jongeren, zouden kunnen worden gebouwd; in het voorliggende uitwerkingskader slechts sprake is van 22 sociale huurwoningen, waarvan 10 gelabeld voor starters tot 35 jaar; het uitwerkingskader spreekt van woningen met een bruto vloeroppervlak van 75-100 m2, een oppervlakte waarbinnen 2 jongerenwoningen kunnen worden gerealiseerd; de woningnood in Voorschoten met name onder jongeren nijpend is;
van mening dat: e. f. g.
Voorschoten behoefte heeft aan meer sociale huurwoningen, met name voor startende jongeren; het signaal verkeerd is om op gemeentegrond met de bestemming wonen af te schalen van 46 sociale huurwoningen voor jongeren naar 22 sociale huurwoningen waarvan 10 voor jongeren; een variant van 36 sociale huurwoningen ook met Rijnhart Wonen is besproken;
Besluit: Beslispunt 2 toe te voegen: Aan het college de opdracht te geven om in overleg met Rijnhart Wonen binnen de vastgestelde kaders en het uitwerkingskader een variant te ontwikkelen met meer dan 30 sociale huurwoningen, die allemaal geoormerkt worden voor starters tot 35 jaar, waarbij de vloeroppervlakte per woning lager mag zijn om binnen de vastgestelde omvang te blijven." Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Vanaf 2012 heeft dit stukje gemeentegrond de bestemming Wonen. Dat was bekend bij de toenmalige bewoners en de mensen die na 2012 daar zijn komen te wonen. Na jaren getreuzel, slordige procedures, haastig broddelwerk en meer ellende ligt er nu eindelijk een mooi plan dat voldoende gedragen wordt door bijna alle betrokken omwonenden. De participatie is in het verleden niet altijd goed verlopen, maar op dit moment lijken de meeste omwonenden tevreden; niet iedereen, maar dat houd je altijd. Ik vind het heel mooi dat de buurt de sociale woningbouw omarmd heeft. Ze zijn over alle ellende die hiervoor aanwezig was, heen gestapt en zijn met elkaar in overleg gegaan. De omwonenden in de tegenover gelegen huizenrij hebben samen consensus gevonden en hebben één voorkeur aangegeven: links de parkeervakken, een appartementencomplex met galerij, groen tussen de appartementen en hun huizen en een teruggebracht volume.
Dit heeft geleid tot een integraal plan dat recht doet aan de belangen van de verschillende betrokkenen. De woningcorporatie Rijnhart heeft echt geluisterd en heeft een mooi plan gemaakt. Uit de brief die Rijnhart aan alle raadsleden stuurde, wil ik het volgende citeren: "Toen wij, Rijnhart, in 2024 dit project overnamen, troffen wij een situatie aan waarin de participatie volledig was vastgelopen en er begrijpelijk wantrouwen bestond bij omwonenden. Voor ons was het herstel van het vertrouwen geen bijzaak, maar de voorwaarde om überhaupt tot een goed plan te komen. De afweging die wij hebben gemaakt tussen woningaantal, woningtype en financiële haalbaarheid is daarom onlosmakelijk verbonden met wat omwonenden ons hebben meegegeven over leefbaarheid en groen." Voor Voorschoten Lokaal is dit genoeg om dit uitwerkingskader aan te nemen. Mevrouw Ilić (GroenLinks): Voorzitter. We kennen allemaal wel iemand die hard op zoek is naar een woning in Voorschoten. Heel veel schrijnende voorbeelden vinden we onder de starters. Ze wonen in een studentenkamertje, willen terug naar Voorschoten of zitten nog bij hun ouders. Het lijkt mij fantastisch als mijn kinderen lang bij me blijven wonen, maar ik kan me ook voorstellen dat ze op een gegeven moment echt weg willen. Hun volwassen leven staat in de koelkast tot ze een eigen plek bemachtigen.
Maar die starter alléén komt de woningmarkt niet op, tenzij je een van de zes gelukkigen bent die nu 3 ton kan neerleggen vlak bij mijn huis in de Vlietwijk en daar nu een recent gerenoveerde studio kan bemachtigen. Dit bewijst hoe broodnodig die betaalbare huurwoningen zijn voor starters. Maar gelukkig, tot 2030 komen er in Voorschoten 1.000 woningen bij; toch? De gemeente bepaalt natuurlijk niet helemaal zelf welke soort woningen er komen, maar vanaf zes woningen moet er ten minste één betaalbaar zijn. Dat is allemaal goed nieuws en in de Omgevingsvisie lezen we alleen maar positieve getallen. Dan komt het moment waarop de
Raadsvergadering 13 november 2025
5
gemeente zelf grond inbrengt. Dan kan je doorpakken. Dan verwachten bewoners en wij als raad natuurlijk dat de gemeente echt flink inzet op een flink aantal betaalbare woningen, waaronder ook voor starters. Dat kunnen we ook lezen in de Omgevingsvisie: we richten ons in Voorschoten straks op levensloopbestendige woningen, woningen die geschikt zijn voor de groeiende groep eenpersoonshuishoudens en diverse soorten woningen. Maar anderzijds staat er heel duidelijk dat het belangrijk is om voldoende betaalbare woningen te bouwen voor jongeren, starters en jonge gezinnen. Als deze groep kleiner wordt, komen onze voorzieningen, zoals scholen en sportclubs, onder druk te staan. Dus wat een teleurstelling! Waar en wanneer moeten die woningen dan komen na het lezen van de Omgevingsvisie? Waar blijven ze dan? 45% van 22 woningen is maar 10 woningen. Meer woningen op één plek betekenen vanzelfsprekend ook meer woningen voor die jongeren en die starters.
Nu we een brief hebben gekregen van de woningcorporatie en in de recente memo uitleg hebben gekregen van de wethouder begrijpen we wel dat een soort combinatie van bestemmingsplan, uitgangspunten, belangrijke aandachtspunten, de ervaring en het inzicht van de corporatie zelf en niet te vergeten de verwachtingen en de gesprekken met de bewoners tot een mix hebben geleid waardoor er nu eigenlijk een voldongen feit is: het zijn 22 woningen; anders gaat misschien de stekker eruit. Dat maakt het natuurlijk heel erg complex om het nu nog te hebben over: was dit eigenlijk wat we wilden? Voorgaande sprekers zeiden het al: we waren eigenlijk in de veronderstelling dat het een ander aantal zou zijn. Als we feitelijk terugkijken, kunnen we dat eigenlijk nergens echt vinden. We hebben wel wat nieuwsbrieven gehad, maar na de startnotitie van 2023 is het voor de raad een beetje stil geweest. De vraag is dan toch een beetje waar een wethouder dan eigenlijk goed aan doet. Tussen die verwachting van 46 die leefde tot de werkelijkheid, bijna werkelijkheid, nu van 22 zitten allemaal begrijpelijke stappen, maar is dat dan ook hoe het had moeten gaan? Afsluitend heb ik twee vragen voor de wethouder.
Wanneer was de wethouder zelf op de hoogte van het feit dat niet 46 woningen maar om alle voorgenoemde redenen 22 woningen een betere inschatting zou zijn? Wanneer was hij daarvan op de hoogte? Dan is een kwartaal of een maand natuurlijk voldoende; het hoeft niet tot op de dag. Vraag 2: denkt de wethouder dat het er anders uitgezien zou hebben als deze raad en de inwoners van Voorschoten eerder waren meegenomen in het andere aantal woningen, dus niet 46 maar 22, en als wij eerder hadden beseft dat alles wat wij meegegeven hebben vanuit het college, vanuit de raad of vanuit het bestemmingsplan, hiertoe zou leiden? Denkt de wethouder dat wij in de raad daar dan misschien nog een discussie over gehad zouden hebben en dat er dan vandaag een ander voorstel zou hebben gelegen? De heer Van Horck (CDA): Voorzitter. Voordat ik begin met het agendapunt een kleine huishoudelijke mededeling. Als CDA hebben we wat cadeautjes meegenomen. We kregen een oproep: "Sinterklaas bestaat; dáár zit ze". Collega Esther Mieremet van D66 appte ons namelijk met de vraag of wij cadeautjes mee wilden nemen. Die hebben we; we gaan ze straks inleveren voor een hartstikke goed doel. Dan over het agendapunt. Voor het CDA is wonen een belangrijke prioriteit. Het CDA wil bouwen voor Voorschoten.
Ik hoop dat wij vanavond erop uitkomen dat we 22 nieuwe woningen toevoegen in Voorschoten voor 22 gezinnen, ouderen, jongeren of anderen, zodat we die blij kunnen maken met een betaalbare woning. Ik ben het ermee eens dat het er eigenlijk te weinig zijn. Liever hadden we er meer gehad, maar tegelijkertijd ben ik blij dat die 22 er wel komen. Je ziet maar weer dat we als coalitie redelijk goed op één lijn liggen, want ik had exact de passage in de brief van Rijnhart gemarkeerd die mevrouw Persoon zojuist heeft voorgelezen. Het participatietraject was pijnlijk. Een nieuwe corporatie deed haar intrede en er ligt nu een plan. Het CDA steunt dat plan volmondig. Er zijn hier insprekers geweest bij de commissievergadering met complimenten voor dat participatietraject. Dat is goed en dat verdient een compliment aan de wethouder en ook aan de corporatie. De corporatie is bij ons langs geweest en ik ben zelf ook bij de participatieavond geweest. Ik heb met de bewoners gesproken en ik vond en vind dat Rijnhart dat goed heeft gedaan. Na een lang traject is er een uitkomst. Hoewel niet iedereen tevreden is - dat snap ik ook - is er een uitkomst, na een lang traject. Dat vind ik goed. Ik vind het dan ook lastig om nu te zeggen dat we toch die aantallen woningen moeten verhogen. Ik ben daar terughoudend in. Rijnhart zegt dat dit voor Rijnhart het maximaal haalbare is.
Dat zijn ook mensen die het liefst meer woningen hadden gebouwd, maar zij hebben het participatietraject gezien en dit is voor hen het maximaal haalbare. Wij vinden dit een belangrijk punt om mee te nemen. Ik heb wel een punt van aandacht, want er is iets bijzonders aan hand op het punt van de papierhandel. We hebben in korte tijd twee brieven gekregen. Er was veel onduidelijkheid over de
Raadsvergadering 13 november 2025
6
oppervlakte en over het moment waarop gekozen is voor minder woningen. Naar aanleiding van de commissievergadering zou er een extra brief komen. Op 7 november kwam die brief naar de raad. Tegelijkertijd, op dezelfde dag, kwam er een brief van de woningcorporatie, van Rijnhart. In die twee brieven staan aanvullende zaken. Zo staat in de brief van de wethouder over de huurprijzen dat "er geen eenduidig antwoord op te geven is hoe hoog ze zijn". Maar in de brief van Rijnhart van dezelfde datum staat dat de huurprijzen vallen onder de eerste of tweede aftoppingsgrens van € 682,96 voor een tweepersoonshuishouden of € 731,93 voor een meerpersoonshuishouden. De heer Maassen (SP): Ik krijg de brief niet gauw in mijn mailbox omhoog getoverd, maar daarin stond volgens mij dat een deel van de woningen onder de eerste of tweede aftoppingsgrens zou worden aangeboden, dus niet allemaal. Uit mijn hoofd zeg ik dat er "30% van de woningen" stond. De heer Van Horck (CDA): Dat klopt en "de overige woningen vallen onder de grens voor een dienst van algemeen economisch belang van € 900,07." Dat klopt helemaal.
De heer Maassen (SP): Ik weet niet hoeveel ervaring de heer Van Horck heeft met hoe huurprijzen precies werken, maar wat vond u van het betoog dat ik daar zojuist over heb gehouden, namelijk dat die woningen misschien wel een starthuur van die prijzen kunnen hebben, maar dat de huur vervolgens door kan stijgen tot een maximale huur die in overeenstemming is met het puntenaantal en die veel hoger kan uitvallen? De heer Van Horck (CDA): Dat vind ik een interessante vraag. Het punt is alleen dat het mij daar even niet om gaat bij het punt dat ik nu wil maken. Het gaat mij erom dat er twee verschillende punten stonden. In de brief van de wethouder stond: we kunnen niks zeggen over de huurprijzen. Aan de andere kant zie ik heel veel details in de brief van Rijnhart Wonen. Ik ben het met u eens: ik heb het liefst dat die huurprijzen zo laag mogelijk en zo betaalbaar mogelijk blijven. In de brief van de wethouder staan een aantal algemene zaken over de doelgroepen. In de brief van Rijnhart staat iets meer gedetailleerde informatie over de doelgroepen. Er staat ook dat er, waar mogelijk, bij tien woningen voorrang is voor jongeren met een lokale binding. In de brief van Rijnhart lees ik meer en gedetailleerdere informatie dan in de brief van de wethouder.
Mijn vraag daarover is: waarom is er gekozen voor twee aparte brieven en waarom kon dit niet op één moment naar de raad gestuurd worden? Dit was immers belangrijke informatie die we graag zo snel mogelijk hadden willen hebben, want ik denk dat heel veel discussie die in de commissievergadering is geweest, met deze brief voorkomen had kunnen worden. Ik ben blij dat er gebouwd gaat worden. Ik deel de nasmaak, want liever hadden we er meer gehad, maar tegelijkertijd ben ik blij dat we nu een besluit hebben genomen met draagvlak. Zoals collega Persoon al zei, voelen ook de bewoners zich hier comfortabel bij. We hebben nu ook een eerste project, waarvan Rijnhart zegt: dit is wat wij maximaal haalbaar vinden. Er komen straks 22 nieuwe woningen en we kunnen straks 22 nieuwe gezinnen, jongeren en ook starters een nieuw thuis geven in Voorschoten. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Vanavond heeft u de primeur: ik ga niet meer met een laptop voor mijn neus spreken, want ik heb mij voorgenomen - want het is vandaag 13 november - om dat vanaf nu zonder papier te doen. Mocht het misgaan, niet lachen! We hebben al heel veel woorden gehoord. Eigenlijk heb ik niks gehoord waar ik het niet mee eens ben. Ik wil dat dus niet allemaal herhalen. Het is belangrijk om aan de slag te gaan. Eigenlijk vind ik dit ook een moment om naar onszelf te kijken.
We hebben eerder gehoord over 46 woningen en het zijn er 22 geworden. Dat is hartstikke jammer, maar we hebben dat zelf eigenlijk ook niet zo heel goed gedaan, want we hadden natuurlijk in de startnotitie moeten opnemen dat we 46 woningen wilden bouwen. Wat ik nu ook heb geleerd - ik draai al wat langer mee, maar je leert steeds weer meer - is dat wij als raad ook beter moeten nadenken over oppervlaktes: wat is een minimale oppervlakte per woning en wat is een maximale oppervlakte per woning? Nu hebben we het college vrij spel gegeven en we hebben de corporatie vrij spel gegeven. En dan gaan we mopperen dat het eigenlijk toch niet helemaal is wat wij willen. Dat is natuurlijk niet helemaal fair. Dan over participatie. Het is natuurlijk een gedoe geweest. Dat zien we vaker terug in Voorschoten. Ik noem de knippen en ik noem Adegeest, waar het niet helemaal lekker ging. Bij de Jan Evertsenlaan ging het niet helemaal lekker. Er was er nog eentje waar het niet helemaal lekker
Raadsvergadering 13 november 2025
7
ging, maar daar kan ik nu even niet opkomen. In de vorige periode hadden wij ook allerlei projecten waarin het niet lekker ging met de participatie. Daar viel de oppositie heel vaak de coalitie over aan. Dat ben ik niet van plan, maar ik vind wel dat dit voor ons een les moet zijn om eens na te denken over waar het nog beter kan met de participatie, want het rammelt elke keer weer. Volgens mij zijn er nog wat slagen te maken. Ik hoop van de wethouder te horen wanneer en waar er voor jongeren gebouwd gaat worden, want we vinden allemaal dat het heel hard nodig is dat voor hen gebouwd gaat worden. Tot slot wil ik meegeven dat de verhuisketen in werking wordt gezet. We bouwen niet specifiek voor jongeren, maar er wordt wel een keten in werking gezet, waardoor er uiteindelijk toch wel weer plekken voor jongeren komen. Misschien is het dus helemaal niet zo héél slecht als wij nu laten voorkomen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik moet eerlijk zeggen dat ik bij dit dossier een knoop in mijn buik heb. Aan de ene kant zie ik een wethouder die met volle inzet werkt aan de woningbouwopgave hier in Voorschoten, die zich vastbijt, die tempo wil maken en die daar het beste mee voor heeft. Maar ik zie ook dat in al die Sturm und Drang om door te pakken, de raad soms een beetje wordt vergeten, ook in dit dossier. Dat doet iets met mij.
De heer Lavrijsen en de heer Van Horck refereerden daar in hun bijdragen al aan. Wij willen niets liever dan meewerken aan oplossingen. We snakken als PvdA-fractie naar voortgang, naar betaalbare woningen voor jongeren, starters en mensen die op dit moment geen kant op kunnen. Maar we kunnen die rol alleen goed vervullen als we tijdig en volledig worden geïnformeerd. Dat gebeurt simpelweg te vaak niet, ook in dit dossier. Bij de Jan Wagtendonkstraat hoorden we pas in een vrij laat stadium dat het aantal woningen van 46 naar 22 was teruggebracht. Dat is niet alleen teleurstellend; het roept ook vragen op. Waarom wist de raad dit niet eerder? Betaalbare woningen zijn hét thema van de afgelopen jaren geweest, raadsbreed. We hebben over dit dossier tal van vragen gesteld, mondeling en schriftelijk. Op het laatste moment hebben we een memo gekregen van de wethouder, een adhesiebetuiging van de woningcorporatie Rijnhart voor de plannen. Die had ik, met alle uitleg, ook veel eerder willen hebben, want ik vind die uitleg van Rijnhart helder en tot op zekere hoogte echt begrijpelijk, maar waarom zijn in het begin niet meer woningenopties uitgewerkt? Ik snap dat niet; wie heeft die keuze gemaakt? En hoe zorgen we ervoor dat dit in de toekomst anders gaat? Ik hoor daar echt graag een reactie op van de wethouder. Het blijft niet bij één dossier hier in Voorschoten.
We zien dit terug bij het project van de Jan Evertsenlaan, bij de woonwagens, bij de flexwoningen en bij de anterieure overeenkomst van Starrenburg III. Steeds hebben we weer het gevoel dat besluiten al zijn genomen voordat de raad hierover kan meepraten. Ik begin met de Jan Evertsenlaan. De raad heeft in mei 2023 een amendement aangenomen. In september van datzelfde jaar bleek dat dat amendement niet uitvoerbaar was, maar de raad hoorde dit pas veel later, pas bij de behandeling van de nieuwe plannen in 2025; dat is twee jaar later. Dat roept de vraag op waarom zo'n belangrijk gegeven, de onuitvoerbaarheid van een aangenomen raadsbesluit, niet meteen met de raad is gedeeld. Als we dat eerder hadden geweten, hadden we samen kunnen kijken naar alternatieven. Nu kregen we het pas te horen toen de schade al was aangericht en we mochten tekenen bij het kruisje. Dan het woonwagendossier, even ter herinnering voor onze raad. De wethouder heeft in maart 2024 een anterieure overeenkomst gesloten. De afspraak was toen dat de woonwagens per 1 januari weg zouden zijn. De projectontwikkelaar heeft toen slim onderhandeld en heeft de zaak voor slechts € 100.000 afgekocht. Dat was wat ons betreft een dramatisch dieptepunt. Doordat de gemeente haar belangen toen niet goed heeft verdedigd, discussieerden we toen in de raad over de ruggen van onze woonwagenbewoners.
Wat nog zorgwekkender was in dit dossier, was dat het college niet precies wist wanneer deze overeenkomst voor het eerst ambtelijk al was gesloten met de projectontwikkelaar. Dit lijkt toen zonder enige afstemming met het college te zijn gebeurd. Dat was dus niet alleen niet aan het stuur zitten, maar niet eens weten waar het stuur zit. Het college is toen voor voldongen feiten geplaatst en, erger nog, wij als raad dus ook. Dat is wat mij betreft echt onacceptabel. Dan de flexwoningen, het vierde voorbeeld. Maanden en maanden is daaraan gewerkt, met heel veel ambtelijke capaciteit, participatie, communicatie. Inwoners zijn betrokken en heel veel verwachtingen zijn gewekt. En dan horen we pas tijdens de raadsbehandeling dat de wethouder
Raadsvergadering 13 november 2025
8
het hele project stop heeft gezet, in de eerste plaats omdat het financieel eigenlijk niet uitkomt. Dat is natuurlijk zonde van alle tijd en energie geweest. Die hadden we aan iets anders kunnen besteden, aan die betaalbare woningen. En dan Starrenburg III. In december 2024 is een anterieure overeenkomst getekend vlak voordat de nieuwe, hogere percentages betaalbare woningen per 1 januari 2025 van kracht werden in de nieuwe Woonvisie. Dat was dus een cruciaal moment. De raad hoorde dit pas achteraf. Ook hier weer geen overleg, geen voorafgaande politieke afweging, maar een voldongen feit waarmee we geconfronteerd werden. Ik vond de opmerking van mevrouw Schroot dat wij altijd ook naar onszelf moeten kijken terecht, maar de voorbeelden die ik hier aanhaal, hebben niks te maken met de vraag of de raad hierin tekort is geschoten, maar hebben alles te maken met de actieve informatieplicht die volgens mij in alle vijf die zaken echt geschonden is. We zien een patroon van te laat informeren, onvolledig informeren of besluiten nemen zonder voorafgaande politieke afweging. Dat raakt wat mij betreft de kern van goed bestuur, want zonder tijdige informatie kan de raad zijn rol gewoon niet goed uitoefenen. Als dat keer op keer gebeurt, brokkelt het vertrouwen af, niet alleen tussen de raad en het college, maar ook tussen gemeente en inwoners.
Dat is dus waar de knoop in mijn buik vandaan komt. Nogmaals, ik zie de inzet en het harde werken van deze wethouder en ik zie ook dat woningbouwprojecten soms complex van aard zijn en dat je niet alles onder controle kan krijgen, maar ik zie ook de schade en de frustratie die ontstaan als een raad niet tijdig wordt meegenomen. Eerlijk gezegd worstel ik met wat ik daarmee moet. Ik wil niet tegenover de wethouder staan, maar naast hem staan en samen aan meer betaalbare woningen werken. Dát is het doel, maar daarvoor is wel nodig dat we als raad grip krijgen, dat we kunnen vertrouwen op tijdige en volledige informatievoorziening. Daarom wil ik naast mijn eerste vraag in de inleiding de volgende drie vragen aan de wethouder stellen. Ziet de wethouder zelf ook dat er een patroon zit in de manier waarop de raad bij woningbouwdossiers te laat wordt meegenomen, specifiek in het geval van de Jan Wagtendonkstraat? Wat gaat hij concreet doen om dit structureel te verbeteren, niet alleen in de communicatie maar ook in de besluitvorming zelf? En hoe zorgt hij ervoor dat de raad voortaan op tijd wordt betrokken bij wijzigingen in woningbouwprogramma's, zodat we niet meer voor voldongen feiten komen te staan? De voorzitter: Het woord is aan wethouder Van der Elst voor het beantwoorden van de vragen en voor de reactie op het amendement en de motie. Wethouder Van der Elst: Voorzitter.
Ik heb me voorgenomen om toch te beginnen met een iets breder antwoord. Als u vraagt of hier een wethouder staat die van mening is dat alles spic en span, supersnel en probleemloos verloopt in de woningbouw, is het antwoord een volmondig nee. Ik kan iedereen die dat ook vindt, wat dat betreft dus een hand geven. Dat is ondanks - dat wil ik met nadruk stellen - de dagelijkse maximale inzet van de fantastische ambtenaren die we hebben en die zich elke dag weer opnieuw inzetten voor de dossiers en de projecten. Ik zal er ook niet naar verwijzen dat ook elders in Nederland woningbouwprojecten niet snel vlot getrokken worden. Ik kijk liever zelf in de spiegel. In dat verband heb ik een paar opmerkingen. Wat de Jan Wagtendonkstraat betreft denk ik dat we op basis van voortschrijdend inzicht samen kunnen stellen dat we achteraf bekeken in mei 2023 in de startnotitie een aantal woningen hadden kunnen opnemen. Daarin staat een lange reeks uitgangspunten en criteria, maar niet het aantal woningen. Dat kader is vervolgens meegegeven, eerst aan De Sleutels en daarna aan Rijnhart. Binnen dat kader is er nu een voorstel teruggekomen.
Ik trek het me persoonlijk zeer aan dat we toen samen niet gekomen zijn tot het punt van: moet er niet een aantal woningen in? Als dat hoog was geweest, had het maar zo kunnen zijn dat er nu niet een ruimtelijk kader had voorgelegen, maar we hebben dat verzuimd. Daarmee haak ik meteen in op een paar vragen en ook op de oproep van de heer Posthuma: wat ga je nu beter doen? We zouden dit dus met elkaar moeten voorkomen en ik zal daartoe mijn uiterste best doen. Ten tweede de rol- en taakverdeling. Terugkijkend naar de vergadering van de commissie WRG op 9 oktober - ik heb het op de band zelfs een paar keer teruggekeken - stel ik iets vast waarvan ik hoop dat ik dat met u mag delen, zodat we daar samen hetzelfde over denken. Een behoorlijk deel van dat debat ging over de combinatie van het aantal woningen, de oppervlakte en de parkeerruimte. Daarmee zijn wij, inclusief mijzelf, samen afgedwaald. We zijn eigenlijk op de stoel
Raadsvergadering 13 november 2025
9
van de projectontwikkelaar terechtgekomen, maar dat zijn we helemaal niet. We hebben kaders meegegeven en binnen die kaders is er een voorstel gekomen. Als we het bij nader inzien niet eens zijn met die kaders, is dat een heel andere discussie; die hadden we in 2023 moeten voeren. Ik ben er dus mede debet aan. Ik ben meegegaan in uw gedachte: hoe past het precies, hoe verhoudt het zich tot de parkeerplekken enzovoort? Maar dat is echt aan degene die een uitwerkingskader moet opstellen en met een programma moet komen. De heer Maassen (SP): Is de wethouder met mij van mening dat het invullen van de kaders op verschillende manieren kan en dat juist die invulling tot die discussie heeft geleid? Wethouder Van der Elst: Tot op zekere hoogte, maar er is natuurlijk een voorstel gekomen, een nieuw ruimtelijk kader dat past binnen de kaders. Als er toen in de startnotitie iets gezegd was over aantallen woningen, had het binnen dat kader moeten passen. Dat was dan richtinggevend geweest. Die richting is niet meegegeven. De heer Maassen (SP): Dat ben ik dan weer met de wethouder eens: dat was inderdaad beter geweest. Maar dat neemt nog steeds niet weg dat je erover van mening kan verschillen of de invulling van het kader de meest optimale is en dat je daar uiteindelijk als gemeente over gaat. Wethouder Van der Elst: Dat ben ik dan weer met de heer Maassen eens; dat klopt.
En we willen natuurlijk ook meer woningen, maar niet alléén meer woningen, want zij moeten ook aan criteria voldoen, passend en toekomstbestendig zijn enzovoort. In antwoord op de vragen van de heer Lavrijsen van de VVD: ja, we leggen het advies van de commissie Omgevingskwaliteit nog steeds naast ons neer. Daar verandert niks aan. We vinden dat wel vervelend, maar we hebben eigenlijk weinig keus, want we vinden in dit verband het belang van het participatieproces en datgene wat we nu samen met omwonenden als voorstel aan u voorleggen toch prevaleren. Die 65 vierkante meter is netto gebruikt oppervlak. Dat kunt u terugvinden in de brief van Rijnhart Wonen, van de heer Mommers. Met de doelgroepen zoals besproken zie ik geen strijdigheid tussen de brief van Rijnhart Wonen, het memo dat we zelf hebben opgesteld en wat eerder is vastgesteld. Het is een uitwerking. De heer Lavrijsen (VVD): Ik heb niet gezegd dat de brieven strijdig zijn met elkaar of met datgene wat in het raadsvoorstel staat. Het gaat mij erom dat mij opvalt dat ook het netto vloeroppervlak behoorlijk fors is voor de doelgroepen waarvoor gebouwd gaat worden. Dat heeft dus niet zoveel met tegenstrijdigheid te maken. Kunt u daar een reactie op geven? Wethouder Van der Elst: Graag.
Ik verwijs daarin naar de brief van Rijnhart, waarin zij aangeven waarom zij tot dit oppervlakte en dit type woningen komen, inclusief wat daar verder aan hangt qua DAEB en huurprijzen. Ik kom daar straks op terug. Ik denk dus dat in de brief van Rijnhart de motivatie te vinden is van deze woningen, deze maat en dus ook dit aantal. Meerdere fracties gaven aan dat het beter en overzichtelijker was geweest als het memo dat u door het college is toegezegd en toegestuurd - dat is donderdag of vrijdag bij u geland - en de brief van Rijnhart Wonen tegelijkertijd waren geweest. Daar was ook op aangestuurd, maar dat is om praktische redenen niet gelukt. Er was ergens nog een training en iemand was afwezig. Zo is het gekomen. Gelukkig heeft u ze wel gekregen. Ze staan los van elkaar. Het moge duidelijk zijn dat de brief van Rijnhart ook echt van Rijnhart is en niet van ons. We hebben er wel over gesproken dat we behoefte hebben aan nadere uitleg en nadere duiding. Dat hadden we beter voor en tijdens de commissievergadering kunnen doen. Dat is met terugwerkende kracht een feit dat ik tot mij neem. Mocht er ooit onduidelijkheid zijn, dan moeten we dus van tevoren proberen te achterhalen waar de kritieke punten bij de raad liggen.
We waren ervan uitgegaan dat we, gegeven de lange periode waarin we zeker ook met de omwonenden aan de slag gegaan zijn, heel blij zijn dat er nu eindelijk een werkbaar voorstel is, maar het bleek dat we toch nadrukkelijker moesten ingaan op woningmaat en aantallen woningen. Dat heeft bij andere woningbouwprojecten een ondergeschikte rol gespeeld, want toen ging het veel meer over volume, groenbeheer enzovoort. Dat hadden we dus anders kunnen doen; dat geef ik toe.
Raadsvergadering 13 november 2025
10
De heer Posthuma (PvdA): Ik wil bij de wethouder checken wanneer het is opgestuurd en wanneer hij het eigenlijk had willen opsturen. Hoeveel dagen zitten daartussen? Wethouder Van der Elst: De vraag is gesteld de dag na de commissievergadering van 9 oktober. Daar is de oorzaak. Ze zijn ergens in de tweede helft van vorige week samengekomen. Ik weet niet precies hoe laat het een en ander bij de griffie aangekomen is en vervolgens bij u geland is, want ik zie die post niet allemaal. Het had tegelijkertijd moeten zijn, maar de feiten checkend, betekent dit dat ik 'm niet eerder heb zien langskomen dan in de tweede helft van vorige week, terwijl de aanleiding natuurlijk ligt op 9 oktober. De heer Posthuma (PvdA): De wethouder houdt een heel betoog over iets wat volgens mij een paar dagen extra vertraging heeft opgeleverd, maar volgens mij wordt het punt gemaakt dat die stukken eigenlijk in een veel eerder stadium bij de raad hadden moeten liggen en dat de paar dagen waarvoor de wethouder nu met excuses komt, helemaal niet ter zake doen. Wethouder Van der Elst: Nou, "excuses" … Ik geef aan dat ik het liever voor de commissievergadering had gehad. Met terugwerkende kracht denk ik dat dat relevant was geweest. Dan hadden we in de commissie een heel andere discussie met elkaar gehad. Dat is een mea culpa: we hadden dat beter kunnen doen.
De heer Posthuma (PvdA): Volgens mij bent u op dit moment de raad verkeerd aan het informeren, ook al gaat het maar om een heel klein ding. We hebben namelijk pas in de commissievergadering om die informatie gevraagd. U doet nu voorkomen alsof u die informatie eerder had kunnen aanleveren, maar dat was helemaal niet het geval. Ik snap dus niet zo goed wat u nu aan het doen bent. Wethouder Van der Elst: Dan zal ik nadere duiding geven aan wat ik aan het doen ben. Op basis van voortschrijdend inzicht terugkijkend kom ik tot de conclusie dat we achteraf bekeken die aanvullende informatie beter vóór de commissievergadering bij u beschikbaar hadden kunnen stellen, maar dat inzicht had ik nog niet op de dag van de commissievergadering. Daar komt het dus vandaan. De heer Posthuma (PvdA): Ik stel vast dat het betoog van de wethouder op dit kleine vlak, dat volgens mij eigenlijk niet zoveel om het lijf heeft, volgens mij feitelijk niet klopt. Wethouder Van der Elst: Ik herken dat niet, maar ik ga toch maar even door. Ik geloof dat het feitelijk wel is wat het is. Wat we op basis van voortschrijdend inzicht ook hadden kunnen doen, is de heer Mommers van Rijnhart Wonen uitnodigen om in te spreken tijdens de commissievergadering of we hadden anderszins een technische sessie kunnen geven. Er zitten dus wel degelijk elementen van voortschrijdend inzicht in.
Ik kijk echt in die spiegel en ik geloof niet dat ik het allemaal helemaal goed gedaan heb, maar we zijn nu waar we zijn. De VVD: motie 368 lijkt ons een prima plan. In de woonbesluiten staat al iets over veiligheid, maar dat gaat niet zover als dit. De motie is dus geenszins overbodig; zij voegt iets toe. Wij gaan graag ons best doen om de motie te integreren in het plan. We adviseren dus om de motie aan te nemen. Dan de inbreng van de heer Maassen van de SP. Die 46 woningen waar ooit over gesproken is, zijn in de krant beland en er is zelfs een lijstje geweest met planning of zo. Daar is nooit enige onderbouwing onder geweest. Dat is een pijltje dat ooit gegooid is. Meer dan dat is het niet. De heer Maassen (SP): Kan de wethouder dan aangeven over welk aantal in eerste instantie in 2021 de inspraak met de omwonenden is gegaan? Wethouder Van der Elst: Nee, dat weet ik niet uit mijn hoofd, maar als dat 46 geweest is … Dat vermoed ik, want dat heeft in de krant gestaan en er is toen veel emotie ontstaan. Dat is ook begrijpelijk, want die participatie is toen, voor zover zij er überhaupt was, niet best verlopen en omwonenden hebben dingen uit de krant moeten vernemen. Ik neem aan dat er toen naar aanleiding van dat krantenartikel over 46 gesproken is.
Raadsvergadering 13 november 2025
11
10 woningen voor jongeren. Terecht heeft mevrouw Schroot van D66 opgemerkt dat je met die reguliere doelgroep natuurlijk wel een verhuisketen in gang zet. Wellicht is professor Boelhouwer u bekend; die verschijnt bijna om de dag op televisie over woningbouw. Hij zegt vaak: trek de woningbouw nu los in Nederland door juist voor ouderen te bouwen, want je trekt dan drie verhuizingen achter je aan. Uiteindelijk bereik je dan ook jongeren en starters. Ik heb gisteren een gesprek gehad met de heer Mommers van Rijnhart naar aanleiding van een opmerking die ik al eerder begrepen had van de heer Maassen. Deze woningen hebben 65 meter gebruiksoppervlak; dat worden ze, niet groter en niet kleiner. Het blijven DAEB-woningen en ze blijven verhuurd worden onder de liberalisatiegrens. Daar komt bij dat de huurprijswetgeving, die weleens een keer zou kunnen veranderen, niet iets is waarmee we in de gemeenteraad van Voorschoten veel kunnen doen, want die komt van boven op ons af. En we praten over woningen die je 60 jaar wil gaan verhuren. Wat er in die hele verre toekomst gebeurt, gaat mij op dit moment boven de pet, maar DAEB wordt het en die 143 punten betekent niet dat we op een middenhuurprijs gaan verhuren, ook niet na een verhuizing. Dat is mij verzekerd. De heer Maassen (SP): Daar kan de wethouder anterieur het een en ander over vastleggen met de zogenaamde instandhoudingstermijn.
Ik dring er bij hem op aan om dat te doen, maar er is nog een ander probleem. Ik besef dat het een heel ingewikkeld, technisch huurprijswetgevingsdingetje is, maar als je een contract sluit voor een sociale huurwoning en als de aanvangshuur onder de liberalisatiegrens is, dan heb je gedurende je hele contract een sociale huurwoning, met alle rechten en plichten die daarbij horen. Maar als het puntenaantal van die woning hoger is dan de liberalisatiegrens, kan de huur die jij moet betalen door de jaarlijkse huurverhoging wel degelijk hoger uitpakken dan ongeveer € 900, wat nu de liberalisatiegrens is. Ik maak me er zorgen over dat deze woningen straks in naam sociale huurwoningen zijn maar in betaalde huur niet en dat zij juist voor die doelgroep, die zo hard die woningen nodig heeft, niet betaalbaar is. Wethouder Van der Elst: De systematiek is mij bekend, evenals de grens van 143 punten, maar mij is verzekerd dat we onder de liberalisatiegrens blijven. Als u dat comfort geeft, wil ik toezeggen om mijn uiterste best te doen om dat, voor zover dat nog niet duidelijk genoeg is, in de anterieure overeenkomst vast te leggen. Dat is dus een concrete toezegging: ik ga mijn best daarvoor doen. De voorzitter: Prima, dat schrijf ik op.
De heer Posthuma (PvdA): De wethouder refereerde er zojuist aan dat de 46 woningen in de media bestaan en impliceerde daarmee dat de media daar wellicht de schuld van hebben. Het is de eigen woordvoerder van de gemeente geweest die gewezen heeft op de Woo-verzoeken die zijn gedaan. Daaruit is informatie naar voren gekomen. De woordvoerder heeft toen zelf de media laten weten dat het om 46 woningen gaat. Het lijkt me dus niet zo gek dat wij dachten dat het om 46 woningen ging. Graag een reflectie daarop van de wethouder. Wethouder Van der Elst: Prima. Er is zelfs in … Wat zal het geweest zijn? Ergens in 2021 of 2022 is er zelfs een geheim memo geweest. Dat zat achter een slotje. Toen ging dat nog zo; dit college doet dat trouwens anders: we laten u gewoon in een Excel zien wat de programmering is. Die kan iedereen zien; dat heeft dit college nieuw ingezet. Daarin stond inderdaad 46. Maar nogmaals, de onderbouwing was er niet. Via de krant hebben de omwonenden dat toen kunnen vernemen, want dat was hun vanuit de gemeente niet medegedeeld. De voorzitter: Een punt van orde: ik weet niet over welke memo u het heeft, of het slotje er nog wel of niet op zit en of dat dus in openbaarheid hier mag worden gedeeld. Het is voor mij als voorzitter dus een beetje ingewikkeld om daar nu iets van te vinden. Ik vind dit nu dus heel lastig.
Als zaken geheim aan de raad zijn medegedeeld en als de geheimhouding er niet af is gehaald, mogen er geen mededelingen over worden gedaan in de openbaarheid. Ik weet dat dus niet zeker, maar u gaf dat zo expliciet aan. Dit wilde ik procedureel even opmerken. Ik heb daar geen antwoord op. Ik zie vingers. Gaat het over dit procedurepunt of over de inhoud? Over de inhoud. De heer Posthuma (PvdA): De wethouder heeft de raad net verteld dat hij niet wist wat het was en nu hoor ik eigenlijk dat … Ik heb geen idee over die geheime memo, maar hij heeft kennelijk dus wel kennis gehad van het feit dat het in 2022 over 46 woningen ging, terwijl hij nog geen twee minuten geleden zei dat hij die kennis niet had. Kunt u mij even uitleggen waarom u twee keer in deze nog korte raadsvergadering - eerst over een klein dingetje met het versturen van een
Raadsvergadering 13 november 2025
12
document en nu weer - de raad eigenlijk weer onvolledig aan het informeren bent? Daar ging mijn hele betoog de afgelopen keer over. Ik begrijp dus helemaal niet wat u nu aan het doen bent. De voorzitter: En dit alles via de voorzitter, meneer Posthuma. Wethouder Van der Elst: Voorzitter, ik ga via u proberen dit probleem op te lossen, met name dat laatste punt. Dat aantal van 46 woningen is pontificaal in de krant neergezet. Op dat krantenbericht van toen is er een reactie geweest. Omwonenden dachten toen: wat is dat met die 46? Dat is waar het vandaan gekomen moet zijn. Zoals ik gezegd heb, is er geen onderbouwing, geen berekening, geen rondrekening, geen plan geweest. Het is niet ingetekend. Het is een pijltje dat gegooid is en daar stond 46 op. Meer dan dat heb ik niet kunnen achterhalen. Ik snap dus niet wat de onduidelijkheid is. De heer Posthuma (PvdA): Wanneer heeft u voor de eerste keer, in uw functie als wethouder, gehoord van dat aantal van 46? Wethouder Van der Elst: Ik vermoed - maar dat is een vermoeden - ongeveer ten tijde van dat krantenartikel; dat zal het haast geweest moeten zijn. Ik heb het niet onthouden. Ergens aan het eind van de rit, in augustus, september dit jaar, is het ergens langsgekomen; zoiets. Het heeft verder geen rol gespeeld in de overwegingen, want het heeft nooit een reëel plan gehad.
De heer Lavrijsen (VVD): Ik wil de wethouder wel even helpen. Hij had het over een geheime nota achter een slotje. Ik heb het even opgesnord; ik heb een beetje hulp gekregen. In een krantenartikel in een van de lokale kranten werd in het voorjaar van 2021 melding gemaakt van een voornemen voor een onderzoeksfase van 46 woningen. Dat is dus inderdaad nooit een harde norm geweest. Het is ook niet een geheime nota geweest. Dit stond in een brief die destijds naar bewoners is gestuurd. Ik denk dus dat we de discussie over "geheimen achtergehouden", "niet goed geciteerde nota's" en "achter een slotje" achter ons kunnen laten. Ik kan me nu als raadslid ook herinneren dat in die periode dat onderwerp en die getallen voorbij zijn gekomen. Dat was inderdaad in de vorige raadsperiode en het was gewoon afkomstig uit een open brief aan bewoners. Volgens mij is het dus niet zo heel spannend als wij het hier misschien willen maken of eigenlijk niet willen maken. Wethouder Van der Elst: Die brief naar aanleiding van dat krantenartikel kan ik wel plaatsen, ja. Mevrouw Ilić (GroenLinks): We hebben informatiebrief 33 gehad over lopende projecten. Daarin wordt een optelsom gemaakt van een aantal woningbouwprojecten. Door het getal zelf, 142, vermoed ik toch dat het meer is dan "een pijltje gooien".
Kunt u iets meer vertellen over hoe u op 142 woningen kwam in informatiebrief 33? Dat geldt ook voor de omgevingsvisie: daarin worden aantallen genoemd. Niet bij dit project, maar we hebben wel vaak de indruk gekregen dat er uitgangsgetallen zijn geweest die hoger waren dan 22. De voorzitter: Welke informatiebrief is dat? De wethouder stuurt immers vele informatiebrieven. Mevrouw Ilić (GroenLinks): Informatiebrief 33. De voorzitter: Ja, maar nummers … De datum en wanneer die naar de raad is gestuurd. Dan kan de wethouder het misschien iets meer duiden of anders eventueel opzoeken en daar in de tweede termijn op terugkomen. Heeft u een datum of zoiets? Ik begrijp dat u daar later op terugkomt. Hou 'm vast; als u dat weet, horen we dat graag. Meneer Maassen, had u ook een interruptie? De heer Maassen (SP): Ik wilde naar de datum van die brief vragen, want die lijkt mij van essentieel belang. De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Ilić de datum heeft gevonden. Mevrouw Ilić (GroenLinks): 29 april van dit jaar. Die informatiebrief is geagendeerd door D66. De voorzitter: Ik stel voor dat de wethouder dit punt in een schorsing bekijkt - want wellicht moeten we schorsen - en in de tweede termijn met een reactie hierop komt. Ik kan me immers voorstellen dat niet alle brieven hier liggen. Wethouder Van der Elst, vindt u dat een goed voorstel?
Raadsvergadering 13 november 2025
13
Wethouder Van der Elst: Ja, dat zal ik doen, voorzitter. Ik weet ook al waar het over gaat en wat het is. Dat waren een aantal projecten waarbij nog een participatie gaande was. Het was dus een indicatief aantal, maar ik zal het straks preciseren. Voor de reactie op het amendement van de SP om terug te gaan naar de tekentafel en naar de ontwikkelaar en om toch naar 30 sociale huurwoningen te gaan wil ik graag verwijzen naar pagina 3 van de brief van Rijnhart en vervolgens naar de motivatie op pagina 2 waarom ze dat niet willen, niet kunnen en niet gaan doen. Dat is feitelijk wat er staat. Ze gaan daar expliciet in op het aantal van 30 woningen. De fractie van Voorschoten Lokaal, mevrouw Persoon: dank voor uw positieve woorden en uw waardering voor het gelopen participatieproces. GroenLinks, mevrouw Ilić, over die aantallen: wanneer van 46 naar 22? Wat mij betreft vrij recent. Heel concreet: wanneer heb ik dat gezien en gehoord? Het concrete voorstel is op die participatieavond op 8 september op het bord geweest. Mevrouw Ilić (GroenLinks): Begrijp ik het goed dat de wethouder persoonlijk pas op de hoogte was tijdens de informatieavond, dus tegelijkertijd met de bewoners? Wethouder Van der Elst: Er is een verschil tussen waar je binnen bandbreedtes aan denkt en wat je op het bord ziet.
Dat is iets anders, maar ik was in april of mei niet in de veronderstelling dat het om 36, 48 of zo zou gaan. Nee, dat kan ik me niet herinneren. Het is een beetje ingewikkeld als je terugkijkt in je geheugen: welk cijfer had je in welke maand precies in je geheugen? Als dat schuift, is dat lastig terug te halen. Voorzitter, met uw welnemen wil ik toch door, want ik loop anders echt uit de tijd. De voorzitter: Ja, dat begrijp ik, maar er zijn vragen en ik wil ook ruimte geven voor interrupties. We maken deze interruptieronde af en dan gaat de wethouder verder met zijn beantwoording. De heer Maassen (SP): Ik heb even teruggekeken in de openbare stukken van de regio Holland Rijnland, die allerlei zaken inventariseert over hoe de gemeenten bezig zijn met hun woningbouwplannen. Daar is een inventarisatie uit oktober 2024, dus van meer dan een jaar geleden. Daarin komt Voorschoten naar voren als de gemeente die ontzettend veel sociale huurwoningen in haar woningbouwplannen heeft. Welk aantal dat op de Jan Wagtendonkstraat gebouwd zou gaan worden, heeft Voorschoten toen doorgegeven aan Holland Rijnland? De voorzitter: Ik vind dit ook een behoorlijk technische vraag. De heer Maassen (SP): De vraag mag van mij technisch beantwoord worden, maar is essentieel voor de vraag wanneer de wethouder wist dat hier maar twintig woningen zouden komen.
De voorzitter: Ik heb geen kwalificatie van de inhoud, maar ik constateer dat dit een technische vraag is waarvan ik me kan voorstellen dat de wethouder die op dit moment niet kan beantwoorden omdat hij dit niet weet. Ik stel dus voor om ook die vraag uit te zoeken en daar mogelijk in de tweede termijn op terug te komen indien dit kan worden uitgezocht. Ik stel voor dat de wethouder nu zijn beantwoording even vervolgt. Wethouder Van der Elst: Wat dat laatste betreft: ik betwijfel op voorhand of me dat gaat lukken, die 22. Ik accordeer die planlijsten niet. Dat is ambtelijk; ik ga daar niet over. Mevrouw Ilić vroeg, als ik het goed heb begrepen: had het er anders uitgezien als we een aantal in de startnotitie hadden opgenomen? Ik ben bang van niet, want ik begrijp van Rijnhart dat het dit is of niet. Meer woningen zien ze immers niet gebeuren. Dat staat ook in die brief. Ik hoop dat dat een duidelijk antwoord is op uw vraag. De voorzitter: De wethouder mag de beantwoording even afronden. Hou de vragen even vast. Dan kan de wethouder zijn beantwoording een aantal zinnen vervolgen. Dan kijk ik aan het eind rond of er nog toegevoegde vragen zijn of dat er vragen niet zijn beantwoord.