CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept notulen Gemeenteraad 29 januari 2026

Gemeenteraad Voorschoten 12 februari 2026, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen raadsnotulen33.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Raadsvergadering 29 januari 2026

14

De heer Maassen (SP): Ik heb net zo min contact met hen gezocht als zij contact met mij hebben gezocht. Als een belangenvereniging tijdens een commissievergadering een inspraakreactie geeft, ga ik ervan uit dat ze een uur later niet van mening is veranderd. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Met veel interesse heb ik het debat en de inbreng van de diverse collega's tot nu toe gevolgd. Zoals ik al in de commissie zei: onze fractie wil graag een Treubplein dat net zo'n succes wordt als het Deltaplein. Gezien de verschillende opvattingen - in de commissie had ik een debatje met mevrouw Kortekaas over het parkeren - en omdat ik zocht naar onderbouwing van waarom we dit allemaal eigenlijk op deze manier doen, ben ik terug gaan kijken in de tijd: welk proces hebben we nou doorlopen? Dat bracht mij helderheid. We hebben in juli 2023 de Ontwikkelvisie Centrum vastgesteld en in mei 2024 de Nota Parkeerbeleid, exclusief het centrum; u weet dat waarschijnlijk nog wel. Er zou meer informatie over het centrum komen in het uitvoeringsprogramma van de Ontwikkelvisie Centrum. Die heb ik er dus bij gepakt. Daarin staat in juli 2024: er moet een besluit worden genomen over het parkeren in het centrum. Daar zit het pijnpunt, want dat besluit hebben we nooit genomen. Ik vond ook informatiebrief 21 van april 2025, die letterlijk tien parkeerplaatsen op het Treubplein belooft.

Er staat ook nog: "Het parkeeronderzoek door SPARK geeft nog geen antwoord op te nemen maatregelen. Het is aan de raad om oplossingsrichtingen te bepalen en keuzes te maken. Dit kan ertoe leiden dat voor het centrum een aangepast parkeerbeleid nodig is. Deze studie vraagt dan ook om een vervolg." Ik had beloofd het niet meer van papier te doen, maar als ik citeer, moet dat toch even; het spijt me. Het punt is natuurlijk dat er nooit een vervolg op is gekomen. Daardoor is er nu zo'n debat aan het ontstaan, omdat we eigenlijk nooit hebben bepaald waar we wel willen parkeren in het centrum en waar niet. We zouden willen voorstellen en aan het college willen vragen om eerst dat parkeerbeleid vast te stellen, waardoor we de discussie over het Treubplein op een heel andere manier kunnen voeren. Ik weet niet of dat op korte termijn mogelijk is, maar het zou ons allemaal helpen, want nu houden we elkaar vast in "voor de ondernemers" en "voor het groen". Met deze feiten, die ik nu boven water heb getild, trekken we volgens mij, als er een procedure komt bij de Raad van State, altijd aan het kortste eind. Laten we dus vooral de onderbouwing heel goed doen. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Een overlegtraject dat ingezet werd naar aanleiding van ingediende zienswijzen en de nota van beantwoording heeft geleid tot scenario 2.

Waarderende woorden voor scenario 2 zijn in de commissievergadering van 15 januari namens onze centrumondernemers uitgesproken bij monde van de voorzitter, mevrouw Daniëlle Gerrits. Wij zijn als fractie blij dat er consensus is. Een kwaliteitsimpuls voor ons centrum en een gezond aantal parkeerplaatsen zijn van belang voor zowel ondernemers als bezoekers. Een voorlopig ontwerp is een volgende stap in het proces naar een vernieuwd Treubplein. Wij vragen daarbij aandacht van het college voor twee punten. Ten eerste de zoeklocatie voor ondergrondse containers. In de commissievergadering menen wij gehoord te hebben dat het college hiervoor een locatie zal bepalen in overleg met belanghebbende ondernemers. Kan het college dit bevestigen en ook toezeggen? Ten tweede de toegankelijkheid van ons centrum, met name voor mensen die minder mobiel zijn. Uit de antwoorden op technische vragen blijkt dat in ontwerp 2 twee invalideparkeerplaatsen zijn ingetekend naast de tuinmuur van de pastorie en dat die locatie goed bereikbaar is met de auto. Wij hebben onze zorg uitgesproken over de afstand tot de winkels, die groter is dan noodzakelijk en wenselijk. We hebben het college gevraagd om hier een oplossing voor te vinden.

Kan de wethouder toezeggen dat hier een oplossing voor komt? Wat het CDA betreft is werk met werk leidend bij de realisatie van een nieuw rioolstelsel én herinrichting van het Treubplein. We vragen het college om er daarbij voor te zorgen dat omwille van de bereikbaarheid werk aan de Treubstraat niet tegelijkertijd plaatsvindt met de werkzaamheden op het Treubplein. Het CDA ziet graag dat het college een voorlopig ontwerp in wijsheid en in gezamenlijke consensus opstelt met onder anderen de ondernemers vanuit de door vele ondernemers aangegeven wens om een kwaliteitsimpuls te geven aan ons centrum. Daarmee kunnen wij instemmen met het beschikbaar stellen van het krediet. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. In de commissievergadering hebben wij een aantal kritische punten ingebracht over de wijze waarop dit nieuwe plan, plan 2, is ontstaan. Ik wil even herhalen wat we in de commissievergadering hebben verteld. Het idee om van dit gedeelte van het centrum een autoluwe groene verblijfsplaats te maken bestond al in de visie van 2023 en werd ook heel duidelijk vermeld in het uitwerkingskader van 2024, anderhalf jaar geleden. Er moest een

Raadsvergadering 29 januari 2026

15

centrale ontmoetingsplek gecreëerd worden, er moest een verbinding komen tussen de Schoolstraat, de Voorstraat en het Churchillplein, de openbare ruimte moest heringericht worden met meer groen en verblijfskwaliteit, er moest worden ingezet op multifunctionaliteit en er moest ruimte zijn voor spelen, ontmoeten, activiteiten en evenementen. De nadruk lag daarbij op kort parkeren, ruimte voor daghoreca, wonen en terras. Belangrijker nog: het idee van de hele Centrumvisie was de herontwikkeling van het Treubplein als een soort vliegwiel. Als je de Centrumvisie goed wilde realiseren, zou het Treubplein een van de drie vliegwielen zijn waarmee dat gerealiseerd kon worden. Dit plan voor het centrum zou een impuls moeten zijn voor ondernemers, voor toekomstige ondernemers en voor bewoners. Ik heb alle bezwaren van de ondernemers gelezen. Ik heb ook de reactie van het college gezien. Ik moet het college echt complimenteren voor de wijze waarop daar op een goede inhoudelijke manier op gereageerd is. Ik moet voor mijn werk vaak in Utrecht zijn. Ik heb gezien hoe die stad in de afgelopen jaren, sinds de jaren zeventig, echt een enorme transformatie heeft doorgemaakt doordat die autoluw en groener is gemaakt. Dat geldt voor meer grote steden in Nederland en trouwens ook in Europa, zoals u ziet als u weleens op vakantie gaat.

Ook in kleinere gemeenten, zoals Zutphen of Doesburg in het oosten van het land, hebben autoluwe centra ervoor gezorgd dat de verblijfskwaliteit echt enorm is toegenomen en dat de economische ontwikkeling daar heel positief is geweest. De koudwatervrees waar ik hier en daar af en toe over lees, deel ik dus niet. Het parkeren is een belangrijk onderwerp in het geheel, maar uit het parkeerbeleid en het parkeeronderzoek blijkt juist dat er voldoende parkeergelegenheid is. De wethouder maakte een aantal goede opmerkingen tijdens de commissievergadering. Het klopt dat voor een aantal huidige functies en bedrijven aan het Treubplein geldt dat mensen daar snel naar binnen moeten gaan om een specifieke boodschap te doen. Dat snappen wij, maar daar heeft de wethouder in het oorspronkelijke plan, in plan 1, eigenlijk al heel duidelijk rekening mee gehouden. Als je een verblijfsplein wil organiseren en realiseren, rijmen spelende kinderen een beetje slecht met auto's die voorbij komen razen of met een fietspad dat er dwars doorheen gaat. Op dat moment kan het dus niet meer zo grijs zijn en moet je eigenlijk hom of kuit kiezen.

Wij als Partij van de Arbeid hebben er samen met GroenLinks voor gekozen om het Treubplein te vergroenen en te verduurzamen, omdat wij denken dat we daarmee de goede investeringen in het centrum kunnen doen en dat de leegstand daarmee daadwerkelijk aangepakt kan worden. Een laatste opmerking over de participatie. Participatie is heel goed luisteren; participatie is niet precies doen wat de ander zegt. Wij als Partij van de Arbeid hebben een verkiezingsprogramma gemaakt. Daar hebben 900 bewoners van Voorschoten mee ingestemd en daarin stond heel duidelijk dat wij gingen voor minder parkeerplaatsen en voor vergroening van het Treubplein. Dat zijn ook stemmen; dat zijn 900 inwoners die daar een heel duidelijke keuze voor hebben gemaakt. Ik sta voor die stemmen. Ik sta voor die mensen die willen dat dat plein vergroend wordt en dat mensen daar beter kunnen verblijven. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de wethouder en hoe hij terugkijkt op het hele proces. Mevrouw Persoon merkte op dat de participatie met belanghebbenden misschien niet zo goed is gegaan. Ik wil de wethouder expliciet vragen om daarop te reflecteren en hoe de participatie volgens hem is gegaan. Mijn tweede vraag aan de wethouder is of het volgens hem nog mogelijk is om terug te gaan naar plan 1. Wethouder De Bruijn: Voorzitter.

Ik denk dat we al een heel goede discussie hebben gehad in de commissievergadering. Ik hoorde heel veel standpunten terugkomen die destijds ook gewisseld zijn. Ik denk dat het goed is om nog een klein stukje daarvan te herhalen. Daarna zal ik ingaan op een paar vragen - er zijn niet veel vragen gesteld - en op een paar opmerkingen. Ik heb de vorige keer ook meegegeven dat het voorliggende scenario inderdaad minder groen en minder biodivers is en misschien minder ruimte geeft dan wat we initieel met elkaar hadden bedacht. Het is echter wel een plan dat nog steeds meer groen, biodiversiteit en ruimte toevoegt in vergelijking met wat het nu is. Het is ook nog steeds een plan dat past binnen de kaders van de Ontwikkelvisie Centrum. Ik heb in de commissie aangegeven dat dit ook de grens is. Dat betekent dat het geen optie is om nog meer te vragen en nog meer te eisen; we komen straks op de participatie. Dit is wel wat het is. We kiezen heel bewust voor deze middenweg. We kiezen ervoor om in ieder geval zeker een stukje mee te gaan in deze 109 zienswijzen. Ik heb ook aangegeven dat we daar volgens mij ruimhartig mee zijn omgegaan, maar volgens mij is het belangrijk dat we met een gedragen plan naar voren komen, waarbij we ook zorgen dat we - ik zeg het toch - zo snel mogelijk samen met elkaar tot een goede oplossing komen.

Het is inderdaad goed om nog te melden - het kwam zojuist ook voorbij in de raad - dat de ondernemers inmiddels hebben

Raadsvergadering 29 januari 2026

16

aangegeven dat ze met z'n allen achter plan 2 staan. Ik kan me helemaal voorstellen dat een paar acties van de ondernemers in de commissievergadering verwarrend waren. Achteraf hebben ze daar ook zelf discussie over gehad, maar dit is momenteel wel de stand van zaken. De heer Posthuma (PvdA): Twee weken geleden kwam ik aanrennen vanaf mijn werk en toen zag ik op mijn desk een formulier, plan 3 van de ondernemers. Kunt u erop reflecteren wat u daarvan vond als wethouder die hier plan 2 stond te verdedigen? Wethouder De Bruijn: Ik kan daar heel eerlijk en open over zijn. Ik kom straks nog terug op de participatie, maar we waren natuurlijk al een tijdje met de winkeliers bezig over dit plan, scenario 2. Eigenlijk kwamen we al voor de commissievergadering met elkaar tot de conclusie: dit wordt het en dit wordt ook gesteund door de winkeliers. Toen er op een gegeven moment weer een nieuw plan lag, was ik uiteraard not amused. Het was ook een redelijke verrassing. Achteraf bleek dit ook voor de mensen van de centrumondernemersvereniging zo te zijn en bleek het een redelijke eenmansactie te zijn. Maar goed, dat is niet iets wat wij op dat moment wisten. Ik denk dat dat een heel eerlijk en helder antwoord is: I was not amused.

De heer Maassen (SP): Kan de wethouder aangeven op welke manier hij in het voortraject tot het maken van scenario 1 overleg heeft gehad met de vereniging voor centrumondernemers en of zij zijn plannen voor versie 1 steunden voordat die ter inzage werden gelegd in de inspraak- en participatierondes? Wethouder De Bruijn: Misschien moet ik meteen ingaan op de participatie, want dan pak ik dit direct mee. Er is inderdaad een vraag gesteld over participatie. Ik durf er echt mijn handen voor in het vuur te steken dat wij de participatie ontzettend serieus hebben genomen en dat wij echt het uiterste hebben gedaan om dit zo goed mogelijk uit te voeren. Ik kan onze ambtenaren daar ook dikke complimenten voor geven. We hebben echt alles in het werk gesteld om het debat of de discussie met onze ondernemers zo goed mogelijk te voeren. Wat de vraag van de heer Maassen betreft: zoals u weet, hebben we ook richting scenario 1 met elkaar al een werkgroep gehad, bestaande uit winkeliers rondom het plein, maar ook uit omwonenden. Zoals u heeft kunnen lezen in de stukken, was er in eerste instantie een positieve grondhouding van deze werkgroep. Dat is op een gegeven moment echter omgedraaid. Zo is het gegaan. Dat was uiteraard ook een vervelende verrassing, want dat heeft op dat moment ook tot vertraging geleid, maar dit is wel iets waar we op een gegeven moment mee te dealen hadden.

Ik denk dat dat het antwoord op uw vraag is. De heer Maassen (SP): Samengevat: de ondernemersvereniging was eerst voorstander van plan 1, toen tegenstander van plan 1, toen voorstander van plan 3 en nu voorstander van plan 2. Hoe kunnen we er nou op vertrouwen dat deze vereniging volgende week niet wéér een andere mening heeft en alsnog de hele route tot de Raad van State gaat lopen bij een voorstel van de gemeente? Wethouder De Bruijn: De werkgroep was niet een-op-een de centrumondernemersvereniging. Dat waren een aantal losstaande winkeliers. De centrumondernemersvereniging was ook aangeschoven. Maar ik kan me het gevoel van de heer Maassen uiteraard wel voorstellen. Ik heb nu in ieder geval heel duidelijk te horen gekregen: we staan als centrumondernemersvereniging achter dit plan. Dan verwacht ik ook voor de toekomst dat ze dat blijven doen. Ik hoop ook dat deze vereniging in de toekomst in die zin wat beter georganiseerd is en dat we ook wat betere en snellere afspraken met elkaar kunnen maken. Ik ben al ingegaan op een stukje participatie. Ik moet zeggen dat ik me helemaal kan vinden in de stelling van de Partij van de Arbeid op dat punt. Participatie is belangrijk en gesprekken zijn belangrijk. Dan heb ik het ook over het vervolg, dus de losse eindjes die er nog zijn, bijvoorbeeld de vuilnisbakken die onder de grond geplaatst moeten worden.

Participatie is inderdaad niet: hé, wij willen dit en je moet dat ook 100% doen. Wij als college maar ook u als raad hebben altijd te maken met meerdere belangen. Wij doen niet aan cliëntelisme. Wij proberen daar een zo goed mogelijke afweging in te maken. Ik ga terug naar de opmerkingen van Voorschoten Lokaal, dat aandacht vroeg voor het parkeren van omwonenden en voor de handhaving. Ik heb hier in de commissie natuurlijk al op gereageerd: we houden daar echt rekening mee. In ieder geval op het Churchillplein en natuurlijk na winkeltijden op het Treubplein kunnen ze gewoon wel parkeren. U had het ook terecht over de handhaving. Ik voeg daaraan toe: ja, het is handhaving, maar ook een stukje verantwoordelijkheid

Raadsvergadering 29 januari 2026

17

en opvoeding van die ondernemers zelf, want zij staan zelf ook overdag iedere keer op die plekken. Als jij wil dat daar ruimte is voor jouw gasten, zul je daar ook een gedragsverandering moeten laten zien. Maar qua handhaving kan ik vertellen dat de BOA's zich inmiddels al blauw schrijven. Natuurlijk kunnen ze er niet 24/7 zijn, maar we pakken dit wel aan. Ik ga naar de vragen van het CDA. Ja, mevrouw Kortekaas, ik heb inderdaad al aangegeven dat we zeker nog over de losse eindjes met de ondernemers in gesprek gaan, zoals die ondergrondse containers. We hebben het in de commissie inderdaad ook gehad over de parkeerplaatsen voor invaliden of mensen die slecht ter been zijn. Wel wil ik nog toevoegen - dat staat ook in het rapport - dat we echt onderzoek hebben gedaan. Wat we nu hebben opgetekend, dus de schets, voldoet aan de eisen in het kader van toegankelijkheid, maar ik heb ook gezegd dat wij ervoor openstaan om daar met elkaar naar te kijken. Het gaat uiteindelijk om het totaalaantal, maar we kunnen het er met elkaar over hebben of een invalidenparkeerplek nou hier of daar komt. Dan de vraag van D66. We hebben wel een duidelijke parkeerstudie gehad, een duidelijk parkeeronderzoek.

De conclusie daarvan, ook kijkend naar de Ontwikkelvisie Centrum, was dat er op dit moment genoeg parkeercapaciteit is, maar we komen in problemen als wij alle plannen van de Ontwikkelvisie Centrum zouden uitvoeren. Misschien zegt u terecht dat we iets hadden moeten doen met het uitschrijven van een parkeerbeleid, maar het is een feit dat dat er nu niet is en dat we ervoor hebben gekozen om dit per deelproject met elkaar uit te zoeken en af te stemmen. Mevrouw Schroot (D66): Maar het college heeft zonder onderbouwing beloofd dat er op het Treubplein tien parkeerplekken komen. Nu stelt het college in het nieuwe voorstel, in variant 2, volgens mij 22 parkeerplekken voor. Dat is eigenlijk ook niet onderbouwd. Het verschil moet volgens mij ergens anders worden opgelost, want je wil zo weinig mogelijk leegstaande parkeerplekken hebben. In de slag om de ruimte moeten we onze openbare ruimte natuurlijk zo goed mogelijk invullen. Daar hoor ik helemaal niks over. Er is echt sec naar het Treubplein gekeken en niet naar de grotere context van het aantal parkeervakken. We zitten nu dus een beetje ins Blaue hinein onze onderbuik te volgen op basis van wat we zo geweldig vinden: we willen meer bomen of we willen dat er meer ondernemers zijn. De onderbouwing ontbreekt.

Hoe gaat het college er nou voor zorgen dat er een goede onderbouwing is, zodat we, mocht er een proces bij de Raad van State komen, met de realisatie niet nog verder achterop raken in de tijd? Wethouder De Bruijn: Ik denk dat we ook naar dit voorstel hebben gekeken met de nog komende volgende stappen in ons achterhoofd. We hebben natuurlijk ook met elkaar gesproken over de Voorstraat, waar echt ook nog een debatje over gevoerd moet worden, wetende hoe gevoelig parkeerplaatsen liggen. Ik denk dus dat we het ook in een breder plaatje hebben bekeken. Als we het echt over de Raad van State hebben, denk ik dat we, kijkend naar het proces dat we hebben gevoerd en naar wat in de nota van beantwoording staat, een heel goede onderbouwing hebben van het proces dat we hebben gevoerd en waar we uiteindelijk op zijn uitgekomen. De voorzitter: Mevrouw Kortekaas heeft een interruptie op mevrouw Schroot. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik zou mevrouw Schroot graag willen vragen of zij zich ervan bewust is dat wij met elkaar ook een Omgevingsvisie hebben vastgesteld. In die Omgevingsvisie en ook in de Centrumvisie hebben we allerlei wensen uitgesproken over het bebouwen van plekken, zoals het Burgemeester Van der Haarplein en het MOC-terrein. Dat zijn allemaal parkeerplaatsen die vervolgens geen vervangende mogelijkheden hebben.

U heeft het over het terugbrengen van het aantal parkeerplaatsen, maar u noemt niet de plekken die weggaan. De wethouder noemt ook terecht de Voorstraat. Deelt u mijn mening dat dit ook een punt van aandacht is dat we best mee mogen nemen bij de overweging die we hebben gemaakt? Mevrouw Schroot (D66): Dank u wel, mevrouw Kortekaas. Ik ben eigenlijk heel blij met uw bijval voor het vaststellen van parkeerbeleid voor het centrum, want ik hoor u precies hetzelfde zeggen over de worsteling met "waar gaan we nou precies wél parkeren doen en waar niet?" Als we dat zo gesegmenteerd aanpakken, wordt het elke keer een drama, omdat er nu eenmaal altijd discussie is over wel of niet parkeren. Dat is onvermijdelijk. Dat willen wij juist voorkomen en daarom willen we zo graag die tussenstap voor dat parkeerbeleid. De voorzitter: Is dit debatje klaar voor nu? Ja, dat is het geval. Ik verzoek wethouder De Bruijn om tot afronding van zijn beantwoording te komen.

Raadsvergadering 29 januari 2026

18

Wethouder De Bruijn: Volgens mij ben ik ook bij het einde. Ik kijk even naar de PvdA om te zien of ik voldoende ben ingegaan op het proces. Dat is zo. Dan kan ik volgens mij afsluiten. De voorzitter: Ik kijk rond. Zijn alle vragen beantwoord? Volgens mij wel. Nee, de heer Posthuma heeft nog een vraag. De heer Posthuma (PvdA): De vraag wat volgens de wethouder nog mogelijk is met plan 1 staat nog open. Wethouder De Bruijn: Ik dacht al dat ik iets was vergeten bij de PvdA, maar we komen er samen wel uit. Ja, theoretisch is het mogelijk om terug te gaan naar plan 1. Ik heb in de commissie ook verteld dat we plan 1 destijds niet voor niets hebben ingediend. Dat betekent dat het voor het college ook voldoet aan de randvoorwaarden van de Ontwikkelvisie Centrum. Wij zijn echter van mening dat we met scenario 2 op meer draagvlak kunnen rekenen, vooral nu ook de ondernemers hebben gezegd dat ze daar gewoon achter gaan staan. Ook in het kader van de Raad van State en dergelijke denken wij dus toch dat dit het snelste proces is met het meeste draagvlak, maar het antwoord op uw vraag is dus dat dat theoretisch kan. De heer Posthuma (PvdA): Een hypothetische vraag: als we een amendement zouden indienen, wat zou dan uw appreciatie zijn als wethouder? Wethouder De Bruijn: Oordeel raad, met dien verstande dat wij een voorkeur uitspreken voor scenario 2.

De voorzitter: Daarmee is de eerste termijn afgesloten. Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb met enigszins stijgende verbazing zitten luisteren naar het debat, want ik kom er nu achter dat een aantal partijen in het hele proces over de Centrumvisie kennelijk nooit stil hebben gestaan bij de parkeerplaatsen die daar gelden en nu tot het inzicht gekomen zijn dat ze spijt hebben van die unaniem vastgestelde visie, die dit college zelf voorgelegd heeft. Wij hadden daar wél over nagedacht. Zoals gezegd: daar kun je keuzes in maken en wij staan achter die keuze. Wij zijn dus niet van mening veranderd en zullen tegen dit voorstel stemmen. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de woorden van de heer Deuzeman. Ik denk dat we ons dorp geen plezier doen, omdat eigenlijk onduidelijk wordt wat we nu precies aan gaan leggen, want is het nou een verblijfsplein of een parkeerterrein? Dat is echt onduidelijk. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Ik heb van de wethouder gehoord dat de parkeerplaatsen voor de mensen met een beperking voldoen. Voldoen is prima, maar als het beter kan, heb ik graag dat een betere optie wordt gerealiseerd. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. We kiezen nu een beetje voor vlees noch vis. € 680.000 voor vlees noch vis vind ik geen goede keuze. Mijn fractie zal tegen dit voorstel stemmen.

De heer Maassen (SP): Als vegetariër moet ik hier toch iets van zeggen. Al 30 jaar eet ik vlees noch vis. Daar heb ik nooit € 680.000 mee verdiend. Ik vind dit voorstel niet vegetarisch. Ik ga er dus ook niet voor stemmen. De voorzitter: Ik constateer dat er geen vragen meer zijn gesteld. Daarom is er geen tweede termijn van het college nodig. Dank u wel, wethouder De Bruijn. Dit was volgens mij uw laatste optreden voor vanavond. Wethouder De Bruijn: Ik mag straks nog mijn afscheidsspeech doen, zonder spreektijd. De voorzitter: Ja, dat is waar. Wij gaan straks aan de borrel. Dan kan wethouder De Bruijn hier zijn speech houden. Nee hoor, grapje. Dat willen we allemaal meemaken. Ik sluit de beraadslaging en we gaan over tot de stemming. In stemming komt het voorstel.

Raadsvergadering 29 januari 2026

19

De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. We hadden heel graag voor willen stemmen om echt het vliegwiel weer voor elkaar te krijgen voor het dorp, maar we hebben er te weinig vertrouwen in dat er een plein uit komt waar het hele dorp blij mee is. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 11 tegen 8 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ertegen hebben gestemd en de fracties van het CDA, Voorschoten Lokaal en de VVD ervoor hebben gestemd. De voorzitter: Ik wil het college attenderen op de nogal beperkte resterende spreektijd voor de komende onderwerpen. Ik wil het college dus verzoeken om zeer kort en bondig te zijn en ik vraag de raad om terughoudend te zijn met interrupties, want hoe meer interrupties, hoe meer spreektijd. Dat is hoe het werkt. Ik zeg het maar eventjes. 11.

Actualiseren grondbeleid (raadsregistratienummer Z/25/102360/463578)

De voorzitter: De Nota Grondbeleid bevat de kaders voor de manier waarop de gemeente omgaat met haar grondposities. Het gaat daarbij om keuzes zoals actief of faciliterend grondbeleid, uitgangspunten voor gronduitgifte en -verwerving et cetera. De commissie heeft op 9 oktober vorig jaar het voorstel besproken. De geactualiseerde Nota Grondbeleid ligt, na eerder te zijn doorgeschoven, nu aan de raad voor ter besluitvorming. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Als Partij van de Arbeid maken we ons al jaren sterk voor betaalbare woningen en voor meer regie van de gemeente op woningbouw, want zonder sturing en zonder duidelijke keuzes blijft Voorschoten in hoge mate afhankelijk van marktpartijen. Dat zien we terug in de resultaten van de afgelopen jaren: weinig betaalbare woningen - zeg maar gerust nul - en ook trage voortgang en ontzettend veel vrijblijvendheid. Juist daarom is deze Nota Grondbeleid ongelofelijk belangrijk. Grondbeleid is geen technische exercitie. Het is een van de krachtigste instrumenten die een gemeente heeft om publieke doelen te realiseren. Het gaat over zeggenschap, over richting geven aan de ontwikkeling van onze wijken. Maar het voorliggende stuk leest niet als een koersdocument. Begrijp me goed: het is uitgebreid en zorgvuldig opgesteld, maar het is vooral beschrijvend van aard.

Het laat zien wat er kan, welke instrumenten bestaan en welke procedures gevolgd kunnen worden. Wat het nauwelijks doet, is aangeven wat Voorschoten nu echt wil. In de samenvatting van de zogenaamde beleidskeuzes zien we eigenlijk maar één echte richting: faciliterend waar het kan en actief waar nodig. Dit is primair ingegeven door beperking van financiële risico's. Verder wordt vrijwel alles per ontwikkeling opnieuw afgewogen. Het is geen duidelijke koers, maar vooral voorzichtigheid wat de klok slaat. Ook op cruciale punten zoals grondprijzen en grondexploitaties kiest de gemeente expliciet voor marktconforme prijzen en minimaal sluitende projecten. Dat zijn financiële uitgangspunten, geen maatschappelijke keuzes over betaalbaarheid en publieke voorzieningen, laat staan leefbaarheid. Juist in deze woningmarkt hebben we behoefte aan een gemeente die richting geeft en aan duidelijkheid over vragen zoals: wanneer kiest Voorschoten bewust voor actief grondbeleid om betaalbare woningen mogelijk te maken, wanneer weegt maatschappelijke waarde zwaarder dan financieel risico, hoe gebruiken we onze grondpositie om echt te sturen op leefbaarheid en duurzaamheid en hoe gebruiken we onze corporaties, waar we veel meer sturing en richting aan moeten geven? Het aardige is dat andere gemeenten in Nederland laten zien dat het wél kan.

Dat zijn niet alleen grote gemeenten zoals Amsterdam of Den Haag. Zo formuleren gemeenten zoals Oegstgeest, Heiloo, Purmerend en Renkum in hun Nota Grondbeleid expliciet dat zij actief grondbeleid inzetten voor betaalbare woningbouw en dat zij bereid zijn financieel risico te nemen voor die maatschappelijke doelen. Bij ons gaat dat om al die jongeren en starters die in Voorschoten niet aan een woning kunnen komen. Meneer Maassen heeft er al regelmatig aan gerefereerd: er staan er meer dan 900 te wachten. Dat grondbeleid is dus een sturingsinstrument en geen neutrale toolbox, zoals in dit stuk wordt omschreven. Zoals ik al zei: in Voorschoten ontbreekt richting. Het is armoede troef. Dat verwijt ik dit college en deze wethouder in grote mate. Wij hebben als partij geen behoefte aan nog een technische beschrijving van processen en instrumenten. We hebben geen behoefte aan een scriptie. We hebben behoefte aan regie, aan duidelijke keuzes en aan lef om grondbeleid in te zetten voor de

Raadsvergadering 29 januari 2026

20

maatschappelijke opgaven waarmee onze inwoners dagelijks te maken hebben. Daarom vraagt motie 367 om een herziene Nota Grondbeleid, een nota die niet alleen uitlegt hoe het kan maar die helder maakt waarvoor we het doen, een nota die richting geeft in plaats van achteraf afvinkt. De motie, die mede wordt ingediend door GroenLinks, luidt: "Motie 367. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, gezien het raadsvoorstel Z/25/102360/463578, constaterende dat: a. b. c.

het voorliggende document Nota Grondbeleid 2026–2029 vooral een beschrijvende en technische uiteenzetting is van bestaande instrumenten, wetten en procedures; de nota nauwelijks expliciete keuzes maakt over de gewenste rol van de gemeente in de woningbouwopgave, de inzet van grondbeleid of de mate van publieke regie; het document daardoor meer de vorm en inhoud heeft van een beleidsanalyse of scriptie dan van een richtinggevend beleidskader voor het gemeentebestuur;

overwegende dat: d. e. f. g.

de huidige woningmarkt vraagt om actief en richtinggevend gemeentelijk grondbeleid, gericht op betaalbaarheid en publieke waarde; in andere gemeenten - ook zonder grote grondposities - in hun nota's Grondbeleid wel duidelijke richtinggevende keuzes worden gemaakt; grondbeleid niet slechts een financieel of juridisch instrument is, maar een van de krachtigste middelen om maatschappelijke doelen te realiseren; de gemeenteraad behoefte heeft aan een nota die duidelijke keuzes maakt over de verhouding tussen faciliterend en actief grondbeleid, en over de rol van de gemeente Voorschoten bij betaalbare woningbouw en herontwikkeling;

spreekt uit: 1. 2.

dat de voorliggende Nota Grondbeleid 2026–2029 onvoldoende richtinggevend is en onvoldoende invulling geeft aan de maatschappelijke opgaven waarvoor Voorschoten staat; dat de raad het document daarom niet ziet als beleidskader, maar als een technisch achtergrondstuk beschouwt;

verzoekt het college: 3.

uiterlijk bij de programmabegroting 2027 een herziene Nota Grondbeleid voor te leggen die: o concreet richting geeft aan de gewenste rol van de gemeente in grondbeleid (faciliterend, actief of gemengd); o helder maakt hoe grondbeleid wordt ingezet om betaalbare woningen, maatschappelijke voorzieningen en duurzaamheid te realiseren; o inzicht biedt in de maatschappelijke effecten van grondbeleid, niet alleen in de financiële risico's en de raad actief te betrekken bij het formuleren van deze beleidskeuzes,

en gaat over tot de orde van dag." De heer Maassen (SP): Voorzitter. Inhoudelijk kan ik me volledig aansluiten bij het verhaal van de heer Posthuma. Als gemeente moet je nadenken over wat voor soort grondbeleid je wil hebben. Een Nota Grondbeleid is bedoeld om daarin een heldere keuze te maken. Die keuze ontbreekt in de voorliggende nota. We moeten nadenken over de vraag wat we met onze grond doen. Inmiddels ben ik drie periodes raadslid in deze gemeente. In de eerste van die drie periodes hadden wij drie stukken gemeentelijke grond die zonder na te denken gewoon op de markt zijn gegooid. Ze zijn alle drie gekocht door onze lokale projectontwikkelaar en de woningen worden nu voor veel te veel geld aangeboden. Ik heb het over de Vlietschool en Goederaad, dat nog moet beginnen; de derde ontglipt me even, maar er waren toen drie projecten. Als we toen actief grondbeleid toegepast

Raadsvergadering 29 januari 2026

21

hadden, hadden we daar kunnen sturen op wat er zou worden gebouwd. Daarom willen wij graag dat wij dat nu wél in de nota vastleggen. Ik ben het met de heer Posthuma eens dat we liever een andere nota hadden gezien. Dan kan je in een motie vragen om een andere nota, maar ik heb voor een andere route gekozen. Ik dien bij dezen mede namens de fracties van GroenLinks, de PvdA, D66 en het CDA amendement 376 in. In dat amendement spreken wij expliciet uit dat Voorschoten gaat werken met actief grondbeleid. Het amendement luidt: "Amendement 376. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 29 januari 2026, gezien het raadsvoorstel nr. Z/25/102360/463578, constaterende dat: a. b. c.

de huidige Nota Grondbeleid nog te veel de keuze laat tussen een actieve en faciliterende rol van de gemeente; de maatschappelijke opgaven op het gebied van woningbouw, duurzaamheid, klimaatadaptatie en leefbaarheid vragen om meer regie van de gemeente; een actief grondbeleid de gemeente in staat stelt om publieke doelen beter te realiseren, zoals betaalbare woningbouw, duurzame gebiedsontwikkeling en het behoud van publieke voorzieningen;

overwegende dat: d. e.

de gemeente met een actievere grondpolitiek beter kan sturen op de ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke meerwaarde van ontwikkelingen; het wenselijk is dat de gemeente proactief kansen benut voor strategische grondaankopen en gebiedsontwikkeling in plaats van uitsluitend reactief te handelen;

Besluit: Het beslispunt te wijzigen in: De Nota Grondbeleid Gemeente Voorschoten 2026-2029 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Nota grondbeleid Gemeente Voorschoten 2017-2020, met de volgende wijziging: In paragraaf 6 onder punt 2 op blz. 35 de passage: 'De gemeente Voorschoten zal per ontwikkeling bepalen in welke mate zij de regie in handen wil hebben. Gewenste initiatieven vanuit de markt worden gestimuleerd. Wanneer de markt geen initiatieven ontplooit om te komen tot een door de gemeente gewenste ontwikkeling dan zal de gemeente deze taak op zich nemen.' te wijzigen in: 'De gemeente Voorschoten voert binnen de huidige budgettaire kaders een actief grondbeleid, waarbij zij proactief kansen benut om gronden te verwerven ten behoeve van het realiseren van publieke doelen zoals betaalbare woningbouw, duurzaamheid en leefbaarheid. Waar mogelijk werkt de gemeente samen met marktpartijen, maar behoudt zij nadrukkelijk de regie over de ruimtelijke ontwikkeling.', en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Voorzitter. De vorige sprekers hebben het al aangegeven: ik heb het grondbeleid toen en nu weer gelezen als een soort handleiding, niet echt als een beleid. Maar Voorschoten heeft een actiever grondbeleid nodig: meer regie voor woningbouw, duurzaamheid, openbare voorzieningen.

Dat is allemaal al aangegeven door meneer Posthuma en meneer Maassen. Daarom ga ik niet meer in op dat stukje, afgezien van de vermelding dat wij het amendement en de motie absoluut met veel plezier mede hebben ingediend, maar ik wil wel aandacht vragen voor de jaarlijkse actualisatie van de grondprijsbrief, zoals vermeld staat op pagina 30 van de nota en op de website van de gemeente Voorschoten. Daar staat dat jaarlijks een actualisatie moet plaatsvinden, maar ik vind die nergens terug. De laatste is uit 2020. Toch kan ik

Raadsvergadering 29 januari 2026

22

me, denkend aan alle indexeringen, voorstellen dat een aanpassing van die prijzen nodig is. Als ik bedenk wat ik in 2020 moest betalen voor brood en wat ik daar nu voor moet betalen, kan ik me voorstellen dat er een aanpassing moet komen. In de grondprijsbrief lees ik een minimumbedrag. Ja, dat zou ik wel willen als ik projectontwikkelaar was; ik zou dan wel willen weten dat ik een minimumbedrag heb. Hoe gaat dat? Daarom wil ik de wethouder vragen of hij hier een toezegging over kan doen zodat dit geactualiseerd wordt of om een aanpassing op de website aan te brengen. Ik vind het namelijk echt heel vreemd dat op de website van de gemeente Voorschoten al sinds oktober, na natuurlijk de link naar de grondprijsbrief 2020, staat: "Is deze nog steeds van kracht". Het vraagteken ontbreekt, maar het lijkt dus of iemand anders zich dit ook al heeft afgevraagd. Ik ben heel benieuwd of dit klopt en of hier dan zo snel mogelijk iets aan gedaan kan worden. De motie van de PvdA hebben wij natuurlijk medeondertekend. Wij gaan niet mee met het amendement van Voorschoten Lokaal en het CDA, dat wij vanmiddag ontvingen. Tot zover. De voorzitter: Ik mis amendement 375 in uw verhaal. Of gaat een andere fractie dat indienen? Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Nee, dat moet ik doen. De voorzitter: Oké. Dat is misschien handig.

Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Dat kwam door mijn snelheid; ik wilde mijn spreektijd bewaren. Naast de actualisatie, de amendement en de motie en de inbreng van meneer Posthuma en meneer Maassen wil ik amendement 375 indienen. Daarin vragen we om actief aandacht en oog te houden voor het snippergroen om versnippering tegen te gaan, maar ook om het behoud van openbaar groen en biodiversiteit te waarborgen en waar mogelijk verstening tegen te gaan. Om die reden dienen we het amendement in, waarin we vragen om twee beslispunten toe te voegen aan de criteria. Het amendement, dat mede wordt ingediend door de PvdA en het CDA, luidt: "Amendement 375. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 29 januari 2026, gezien het raadsvoorstel nr. Z/25/102360/463578 Actualiseren grondbeleid, d.d. 29 januari 2026, constaterende dat: a. b. c. d.

verkoop van snippergroen betekent dat de groene functie van het betreffende stukje grond niet meer gewaarborgd is; snippergroen van belang is voor de lokale ecologie; denk aan het bieden van habitat voor flora en fauna, het voorkomen van wateroverlast en het verbeteren van de luchtkwaliteit; snippergroen inwoners meer ruimte biedt voor recreatie en ontspanning, wat de leefbaarheid van de wijk verhoogt; verkochte stukken snippergroen niet leiden tot compensatie van groen elders in de wijk;

overwegende dat: e. f.

groene ruimtes de uitstraling van de omgeving verbeteren, wat de aantrekkingskracht en de sociale cohesie van de wijk vergroot, zowel voor huidige als toekomstige bewoners; verkoop van snippergroen tot minder groen in de wijk leidt en tot verdere verstening van de wijk kan leiden;

Besluit: Het beslispunt te wijzigen in: De Nota Grondbeleid Gemeente Voorschoten 2026-2029 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Nota grondbeleid Gemeente Voorschoten 2017-2020, met de volgende wijziging: op pagina 29 twee bullets toe te voegen aan de 7 opgesomde belangrijke punten: 8. Klimaatadaptatie en ecologie - Er wordt gekeken of het gebied geen van belang zijnde rol speelt bij de klimaatadaptieve opvangcapaciteit en de ecologie van de wijk.

Raadsvergadering 29 januari 2026

23

9. Leefbaarheid in de wijk - Heeft het verlies van het openbaar groen geen negatieve invloed op de leefbaarheid in de wijk?" De heer Reinke (VVD): Voorzitter. De PvdA geeft in haar motie aan dat de voorliggende Nota Grondbeleid onvoldoende richtinggevend is en onvoldoende invulling geeft aan maatschappelijke opgaven. Dat kunnen we wel een beetje volgen, maar we zien het vooral als een gereedschapskist, waarmee je ad hoc besluiten kan nemen. Uit een gereedschapskist haal je soms een hamer en soms een sikkel. Nee, dat is flauw. Omwille van de tijd ga ik alleen in op amendement 376. Als enige liberale partij sta je soms een beetje alleen, maar we vragen ons af of de financiële impact van dit besluit echt doorzien wordt. In de overwegingen wordt gesteld dat het wenselijk is dat de gemeente proactief kansen benut voor strategische grondaankopen en gebiedsontwikkeling in plaats van uitsluitend reactief te handelen. We kunnen dat volgen op een ad-hocbasis. Kijk bijvoorbeeld naar het dossier-Kruispuntkerk. Als de markt faalt, mag er best gekeken worden naar andere oplossingen.

Ik haal het even aan: "De gemeente Voorschoten voert binnen de huidige budgettaire kaders een actief grondbeleid, waarbij zij proactief kansen benut om gronden te verwerven ten behoeve van het realiseren van publieke doelen, zoals betaalbare woningbouw, duurzaamheid en leefbaarheid." Daar wordt gezegd: de gemeente voert de regie en dan pas wordt er naar de markt gekeken. Dit betekent natuurlijk wel dat de gemeente, dus de inwoners van Voorschoten nu de financiële risico's dragen voor het bouwrijp maken van gronden, zoals we bij de woonwagens hebben gezien. Dat betekent ook dat de gemeente het risico van waardevermindering loopt. We kunnen het ons niet meer voorstellen, maar rond de kredietcrisis is dat toch echt gebeurd, met hoog inkopen op de markt. Andersom kan natuurlijk ook; u gaf een goed voorbeeld. Het is dus niet heilig, maar het kan wel. Dat zijn risico's die nu genomen worden. Vooral als er gewerkt wordt met vreemd vermogen, kan hier een flinke hefboom bij komen. We vragen ons ook af waar het college de nodige middelen en niet in de laatste plaats de ambtelijke capaciteit vandaan wenst te halen voor het voeren van een actief grondbeleid.

Waar is deze grond ook? Hoe ziet het college dat? Of is dit gewoon een wassen neus? En betekent dit verder dat de kredietruimte nu al is vastgesteld en dat het college op basis van dit voorstel dus al gronden kan verwerven zonder instemming van de raad? Of moest de raad steeds weer om krediet gevraagd worden, zoals oorspronkelijk in de nota wordt gesteld? In dat laatste geval lijkt dit amendement immers nogal overbodig. Graag krijgen we hier de input van het college op. De heer Maassen (SP): Ik kan een goede, wat meer historische blik op een voorstel altijd waarderen, dus ook die van de heer Reinke. Hij heeft er absoluut gelijk in dat in de kredietcrisis gemeenten hier nat op zijn gegaan. Helaas zijn de gemeenten daarna doorgeslagen in het niet meer toepassen van actief grondbeleid. Daarmee hebben ze ook de goede kanten daarvan overboord gezet. Die willen we juist weer toegankelijk maken. Ik wil de heer Reinke erop wijzen dat deze gemeente, zoals elke gemeente, een afdeling Grondzaken heeft en dat het amendement erop gericht is om die afdeling Grondzaken wat actiever aan de slag te zetten met het verwerven van grond indien dat goed is voor de gemeente. De voorzitter: Heeft u ook een vraag? De heer Maassen (SP): Wat vindt u daarvan? De heer Reinke (VVD): Ik kan deze nuance heel erg waarderen. Wat u zegt, is heel belangrijk.

Er kan de hele tijd gekeken worden naar alleen maar actief grondbeleid in de zin dat we alleen maar gaan kopen, kopen, kopen en in de fout gaan. Je kan andersom ook niet alles zomaar afstoten. Dat is inderdaad de nuance die we hier proberen te brengen. Dus dank u wel daarvoor. De voorzitter: Ik wil in de tussentijd een aantal fracties attenderen op hun zeer beperkte spreektijd in relatie tot de rest van de agenda. Dat zeg ik maar eventjes. De heer Van den Ende (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Wij vinden dit een duidelijke en overzichtelijke nota, maar ik heb het laatste kwartier veel geleerd, zeker van de heer Posthuma; dat wil ik gezegd hebben. Waarom is er een einddatum geschreven in het raadsvoorstel? Waarom laten we de einddatum niet gewoon weg, zodat we die voor onbepaalde tijd laten openstaan? Dat scheelt tijd en de medewerker kan zich met andere projecten bezighouden in plaats van een nieuwe nota te schrijven voor wederom drie of vier jaar, waar veel tijd in gaat zitten. Dit zou niet het eerste raadsvoorstel zijn waarin de einddatum is weggelaten. Die is ook weggelaten bij het dynamisch minimabeleid. Wij dienen samen met het CDA amendement 385 in. De overige partijen

Raadsvergadering 29 januari 2026

24

zijn natuurlijk van harte uitgenodigd om voor dit amendement te stemmen om de einddatum weg te laten. Het amendement luidt: "Amendement 385. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 29 januari 2026, gezien het raadsvoorstel nummer Z/25/103378/460818. De Nota Grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel om de doelstellingen van de gemeente, zoals bijvoorbeeld in de Omgevingsvisie of het coalitieprogramma, te realiseren. Dat kan gaan om onder andere woningbouw, bedrijventerreinen, maar ook om infrastructurele of groene opgaven. overwegende dat: a.

in de commissievergadering van 8 oktober 2025 het college heeft aangegeven dat wanneer nodig of (wettelijk) van toepassing het tussentijds aanpassen van grondbeleid altijd mogelijk is;

constaterende dat: b.

deze nota wordt vastgesteld voor een periode van drie jaar. Na deze drie jaar moet deze nota wederom ingediend en/of aangepast worden. Wij stellen voor om de einddatum te schrappen en deze nota langere tijd te laten doorlopen zonder einddatum.

Besluit beslispunt 1 als volgt te wijzigen: 1.

De Nota Grondbeleid Gemeente Voorschoten 2026 e.v. zonder einddatum vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Nota grondbeleid Gemeente Voorschoten 2017-2020,

en gaat over tot de orde van de dag." Er zijn twee amendementen ingediend. Amendement 375, ingediend door GroenLinks en de PvdA, wordt ondersteund door Voorschoten Lokaal. Amendement 376, ingediend door de SP, GroenLinks, de PvdA en D66, wordt door Voorschoten Lokaal gesteund, want ook wij willen betaalbare woningbouw, duurzaamheid en leefbaarheid binnen de gemeente Voorschoten. Deze amendementen komen ten goede aan de inwoners van Voorschoten. Motie 367 van de PvdA en Voorschoten Lokaal is aan het oordeel van het college. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Onze vorige beleidsnota - ik haak aan op de tekst van de heer Van den Ende - liep tot 2020 en wordt nu, ruim vijf jaar later, vervangen door een nieuwe beleidsnota. Daarmee rijst de vraag of de einddatum überhaupt relevant is. Het college gaf in de commissievergadering van 8 oktober jongstleden namelijk aan dat een tussentijdse aanpassing van de nota altijd mogelijk is. Daarmee vervalt de noodzaak om een eindtermijn aan het document te stellen. Meneer Van den Ende heeft een aantal stukken genoemd. Naast het dynamisch minimabeleid heeft ook de nota inzake de Wet Bibob maar één datum, namelijk 2024. De houdbaarheid duurt dus tot aan de noodzaak van vervanging. Die noodzaak zal zichzelf aandienen en dan gaan we vanzelf aan de slag. Ik wil het college bedanken voor de beantwoording van onze vragen.

Die beantwoording leert ons dat de fasering van het Programma Kostenverhaal buiten de scope van deze Nota Grondbeleid valt. Als CDA zijn wij net als de SP voorstander van een actief grondbeleid - daarom staan wij op het amendement van de SP - inclusief toepassing van de Wet voorkeursrecht gemeente bij onbebouwd gebied of herontwikkeling van een gebied, want daar kun je het ook toepassen. Dat wil ik er ook bij benoemd hebben. Kan de wethouder aangeven of actieve werving van grond aanleiding kan zijn om een Programma Kostenverhaal op te stellen? Dat is mijn vraag aan de wethouder. Verder wil ik aangeven dat wij mede-indiener zijn van amendement 375; dat zullen wij dus ook steunen. Wij wachten het advies van het college over motie 367 van de PvdA af. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Ik heb een spiekbrief mee voor alle nummers, want ze lijken allemaal op elkaar; iedereen worstelt daarmee. Ik kan het niet beter zeggen dan de eerste twee

Raadsvergadering 29 januari 2026

25

sprekers over het grondbeleid. Daar staan we helemaal achter: we moeten een sturingsinstrument hebben. Motie 367 van de PvdA zullen wij steunen, want daarmee ga je ook beter sturen. Daarom zijn we ook mede-indiener van amendement 376. Amendement 375 vinden we wel sympathiek, maar we vragen ons af of dat uitvoerbaar is, want er moet ook iemand op gaan toezien. Daar hebben we nog wel vraagtekens bij. We horen ondanks de beperkte spreektijd van het college dus toch graag een ja of nee. Wat amendement 385 betreft: aan de ene kant begrijpen we de wens om niet steeds alles te herzien en om dat alleen te doen als het echt nodig is, maar dit is in tegenspraak met motie 367, die wij belangrijker vinden, want die geeft aan dat het beter moet en dat het aangescherpt moet worden. De voorzitter: Ik verzoek wethouder Van der Elst om in te gaan op de vragen, de amendementen en de motie. Graag kort en bondig, gezien de spreektijd. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Meneer Posthuma, we moeten keuzes maken en daar pragmatisch in zijn. Dat is een leidraad in alles wat we doen. In reactie op uw motie 367: met alle respect, het college ziet de aanleiding voor een echt radicale wending niet of onvoldoende. Bovendien zou dat een zeer forse, majeure ambtelijke capaciteit kosten, waar helemaal geen dekking voor is.

Er wordt overigens gevraagd om dit op te nemen in de Programmabegroting 2027, waarmee je echt praat over de langetermijnagenda van de volgende raad. Het lijkt ons ook niet zo'n goed idee om daar nu al heel veel over te besluiten. De heer Posthuma (PvdA): Ik hoorde de wethouder zeggen dat er een capaciteitsissue is als we dit zouden willen gaan doen. Ik ben blij dat de wethouder dat voor de eerste keer heel duidelijk zegt: we willen wel betaalbare woningen realiseren met een actief grondbeleid, maar we kunnen dat helaas niet, omdat we daar de ambtelijke capaciteit niet voor hebben. U kunt het ook omdraaien en zeggen: ik wil graag die betaalbare woningen realiseren; ik heb ambtelijke capaciteit nodig om dat goed uit te kunnen voeren en daarom stel ik dit en dit voor en ik wil graag meer budget van de raad hebben. Maar dat hoor ik u helemaal niet zeggen. U laat uzelf leiden door de markt of door de vraag of het regent of droog is en u hoopt maar dat het vanzelf goed gaat komen, maar het komt niet vanzelf goed. Ik begrijp gewoon niet dat u de afgelopen vier jaar niet in staat bent geweest om dit naar de raad toe te brengen en die betaalbare woningen te realiseren. Dus graag een reactie van de wethouder: hoe denkt hij die betaalbare woningen in Voorschoten dan wél te gaan realiseren? Wethouder Van der Elst: Het antwoord op die vraag is: hard doorgaan met waar we nu mee bezig zijn.

We denken dat daarmee een forse toegevoegde hoeveelheid betaalbare woningen eraan komt. U bent in de halfjaarlijkse projectoverzichten overigens geïnformeerd over wat we daar doen. Ik ga naar de reactie op de inbreng van de heer Maassen van de SP. Over het dictum van het amendement van de SP hebben we het ten tijde van de commissievergadering onderling gehad. Daarin staat: "De gemeente Voorschoten voert binnen de huidige budgettaire kaders een actief grondbeleid." Dat kunnen we wel omarmen, omdat we natuurlijk wel wat doen, maar we richten niet een compleet nieuw grondbedrijf op. Dat wordt echt een paar stappen te groot. Dit amendement omarmen wij dus wel. GroenLinks: grondprijzen zijn over het algemeen een sluitpost in een project. Dat is dus maatwerk. Indien ergens op een site staat "Is deze nog steeds van kracht?", denk ik niet dat dat er helemaal goed staat. Dan moeten we daar dus naar kijken. Dat is bij dezen een toezegging. De VVD brengt een gereedschapskist in. Dat is het feitelijk. Die kan je zo uitgebreid maken als je wil. Wij denken dat wat we nu in die gereedschapskist hebben, volstaat voor wat we willen. Dat is wat dat betreft het pragmatisme. U stelde de zeer terechte vraag waar we de capaciteit qua personeel en qua financiën dan vandaan halen. Nou, niet. Dat is niet gebudgetteerd. Als we dat zouden doen, gaat dat echt ten koste van andere zaken.

Dat moet de raad dan besluiten. Dat is aan u, maar dat is niet ons voornemen. De heer Posthuma (PvdA): Kunt u mij één zin aangeven in deze tekst waarin echt staat wat u als college wilt? Wethouder Van der Elst: Wat wij willen, is zo hard mogelijk vooruit, zo veel mogelijk besluiten nemen en zo veel mogelijk realiseren. Is dat een antwoord op uw vraag?

Raadsvergadering 29 januari 2026

26

De heer Posthuma (PvdA): Het is een beetje alsof u hoopt dat u heel rijk wordt en een staatslot koopt. De kans dat u getroffen wordt door de bliksem is vele malen groter dan de kans dat u de hoofdprijs wint. Zo komt het over. Wethouder Van der Elst: Dat is een stelling, maar ik herken daar geen vraagteken in. De voorzitter: Dat is juist. De derde en laatste interruptie van de heer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): Wat gaat u nu met deze Nota Grondbeleid anders doen dan wat u de afgelopen jaren heeft gedaan? Kunt u mij één ding aanwijzen in deze nota waarvan u zegt: dit is de stempel van wethouder Van der Elst; hiermee gaat de grote transformatie plaatsvinden, de revolutie wordt hier in Voorschoten uitgeroepen en we gaan die betaalbare woningen realiseren? Waar staat dat? Noem mij alstublieft het paginanummer, de alinea en zelfs de zin. De voorzitter: We gaan geen revoluties uitroepen. Dat vind ik een beetje gek. Wethouder Van der Elst: Dank u wel, voorzitter. Het college spreekt met één mond. We gaan inderdaad geen revoluties uitroepen. We staan met onze benen op de grond. Er zijn geen revoluties nodig om te realiseren wat we voornemens zijn. Dat is al een enorme uitdaging, waar we geen grondbeleid voor nodig hebben. Als dat zo is, is dat op basis van pragmatisme, waardoor dit zich wel een keer voordoet.

Een collega-wethouder zal u op korte termijn gaan informeren over de plannen rond de Kruispuntkerk, want die zijn hier een voorbeeld van. De heer Reinke (VVD): Ik kom even terug op mijn vraag over het beschikbaar stellen van krediet. U had het daarover, maar wordt de raad nog steeds op ad-hocbasis gevraagd om krediet vast te stellen als er actief grondbeleid gevoerd gaat worden? Of gebeurt dat eenmalig en worden op basis daarvan aankopen gedaan? Wethouder Van der Elst: Case by case, zodat u exact weet waar het over gaat. Ik was beland bij Voorschoten Lokaal, dat voorstelt om de eindtermijn van dit stuk eruit te halen. U zou dat kunnen doen. Oordeel raad. U kunt het ook aan het presidium overlaten. Het presidium kan altijd besluiten om een herijking uit te stellen of juist te vervroegen. Dus oordeel raad. Ik moet mevrouw Kortekaas van het CDA helaas vragen om de vraag te herhalen, want mijn gedachten waren even ergens anders dan bij uw inbreng; neemt u mij niet kwalijk. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik zal de vraag herhalen. Kan de wethouder aangeven of actieve werving van grond aanleiding kan zijn om een Programma Kostenverhaal op te stellen? In de beantwoording heeft u aangegeven dat dat buiten de scope van deze Nota Grondbeleid valt. Wethouder Van der Elst: Als ik het mij goed herinner, ging die vraag breder dan alleen de scope van dit onderwerp. Dat is waar.

Vandaar dat we, als we daarop willen terugkomen - dat willen we daar echt veel meer tijd voor nodig hebben. Als ik het me goed herinner, is dat het antwoord dat we toen hebben gegeven. Dat gaat echt over een multidisciplinair onderwerp. Mevrouw Kortekaas (CDA): De vraag is of actief grondbeleid daar invloed op heeft: is het wel of niet noodzakelijk om het met elkaar daarna vast te stellen? Wethouder Van der Elst: Ik moet u zeggen dat ik de vraag niet scherp genoeg begrijp om daar een expliciet antwoord op te geven. Kunt u misschien expliciteren wat u bedoelt? Mevrouw Kortekaas (CDA): Is een Programma Kostenverhaal noodzakelijk als je actief grondbeleid uitvoert? Wethouder Van der Elst: Een actief kostenverhaal doe je bij alles wat je ruimtelijk onderneemt. Dan ga je dat in een anterieure overeenkomst verhalen bij de ontwikkelaar. Daar heb je op zich geen actief grondbeleid voor nodig. Als je het omdraait, dus als je met actief grondbeleid aan de slag gaat, is de kans groot dat het om transities en transacties gaat, dus om afspraken met

Raadsvergadering 29 januari 2026

27

ontwikkelaars, wat we zelf niet gaan doen. Ook dan zal je dus het kostenverhaal op tafel hebben, maar het kan met en zonder. Het staat er in die zin los van. Ik geloof dat ik de vragen beantwoord heb, want ik begreep van mevrouw Schroot dat zij geen vraag aan mij gesteld heeft. De voorzitter: Ik kijk rond. Zijn alle vragen in de eerste termijn beantwoord en is er ingegaan op alle amendementen en op de motie? Mevrouw Schroot heeft nog een aanvulling. Mevrouw Schroot (D66): Sorry voor de herinnering eraan, maar ik had wel een vraag gesteld. We horen graag van het college of amendement 375 uitvoerbaar is. Dat heb ik nog niet gehoord. Wethouder Van der Elst: Ja, dat is uitvoerbaar. Dat amendement omarmen we dus. We denken dat dat een goede aanvulling is. Dus we omarmen dat voorstel. De voorzitter: Daarmee sluit ik de eerste termijn af. Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik hou het heel kort. Ik wil de wethouder bedanken voor de door hem gegeven informatie. Het is duidelijk dat wij een verschil van inzicht hebben over hoe actief je dingen moet doen. Ik denk dat er meer mogelijkheden zijn en dat het naast een actief grondbeleid ook mogelijk is om de corporaties veel meer in stelling te brengen. Wat mij betreft is het de afgelopen jaren veel te veel aan de markt en de projectontwikkelaars overgelaten.

Daarin maken wij als Partij van de Arbeid met meerdere partijen in deze raad een fundamenteel andere keuze. Ik moet constateren dat Voorschoten Lokaal kiest voor de markt en niet voor de mensen. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de positieve reactie op het amendement dat ik heb ingediend. Ik denk dat het de ambtelijke organisatie beter in staat stelt om actief te reageren als zich een mogelijkheid voordoet om grond te verwerven. Ik heb een paar voorbeelden gegeven van bouwprojecten uit het verleden waarbij dat achteraf helemaal niet zo slecht was geweest. Dat is eigenlijk de bedoeling van het amendement. Ik denk dat ik daarmee ook iets verder ben ingegaan op het interruptiedebatje met de heer Reinke en meer duidelijkheid heb gegeven over de visie achter het amendement. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil heel even terugkomen op de grondprijsbrief, want we hebben het nu heel erg over het grondbeleid. Ik ga ervan uit dat we straks met onze amendementen een heel goed beleid gaan neerzetten. Dat hoop ik. Misschien wordt het nóg beter als ook de motie wordt aangenomen, maar ik blijf met die grondprijsbrief in mijn hoofd zitten. De wethouder zegt dat het maatwerk is, maar dan moeten er geen prijzen genoemd worden. In de grondprijsbrief van 2020 worden echt vaste bedragen genoemd voor wat je per vierkante meter of per kavel moet betalen.

Als iets maatwerk is, moet daar geen prijs bij staan. Daar maak ik me nog steeds zorgen om. Er staat: "Uitgangspunt bij het bepalen van de uitgifteprijzen voor gronden in Voorschoten is in principe een marktconforme en transparante benadering waarbij er geen subsidiëring van bepaalde functies plaatsvindt." Dat staat in 2.2, op bladzijde 5. Maar direct daaronder staat een heel grote tabel met allemaal bedragen die een vaste grondprijs zijn of een minimale grondprijs per vierkante meter of per kavel. Dat klopt in mijn ogen niet met het maatwerk. Maar misschien kunt u mij ervan overtuigen dat dat wel zo is. Of ik kan u ervan overtuigen dat dat niet zo is. De voorzitter: Wethouder, volgens mij is er nog één vraag van mevrouw Van der Krogt. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Ik leg een kort moment mijn oor te luisteren bij mijn achterban, als u dat toestaat. De voorzitter: Ik schors de vergadering kort voor het antwoord op deze technische vraag. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: We gaan na dit agendapunt even schorsen om de handen te wassen et cetera. Mijn yoghurt staat beneden en ik heb honger. Maar we ronden eerst dit agendapunt af. Er stond nog een vraag open van mevrouw Van der Krogt van GroenLinks. Wethouder, verlos ons.

Raadsvergadering 29 januari 2026

28

Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Ik ga een poging doen; garantie is tot aan de deur. Hoe zit het nou met het maatwerk? De vrije sector is maatwerk. Dan is dat toch een sluitpost. Dat dat lang niet geïndexeerd is, komt doordat zowel de baten als de lasten omhooggegaan zijn. Het is dus bepaald niet gezegd dat in een tijd met veel inflatie daarmee ook de grondprijs omhooggaat. Dat kan, maar dat hoeft niet. Wat sociale huur betreft neigt het eerder naar vaste prijzen te gaan, maar we hebben in Voorschoten aardig wat projecten waar ook een gezondheidscentrum in zit. Dan ligt het toch weer anders. Dan kan er weer van afgeweken worden. Als dit grondbeleid wordt aangenomen zoals het nu voorligt, zeg ik bij dezen toe dat er een herijking komt. Dat heeft ook te maken met categorieën van de grondprijsbrief. Dat gaat nog wel even duren. Ik kan mijzelf dus niet vastpinnen op wanneer die herijking komt, maar zij komt wel een keer. De voorzitter: Mevrouw Van der Krogt, is dat antwoord voldoende? Dat is het geval. Het was een goede toezegging. Die wordt ook genoteerd. Daarmee komt een einde aan de tweede termijn. We gaan over naar de besluitvorming, naar de stemmingen. In stemming komt amendement 375 van GroenLinks, de PvdA en het CDA.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=d0b4b48a-f59d-45e4-aa70-20138e41ed1f