Bijlage 4a Toelichting BP Korte Vliet-Leidseweg Noord deel Noord
Tekst van het document
Eventuele ophoging van de locatie kan wateroverlast in de omgeving veroorzaken of verergeren. Mogelijke oplossingen zijn het gebied ten zuiden van de Trompweg gelijktijdig op te hogen en in het peilgebied extra oppervlaktewater te graven. Structin heeft aangegeven dat het project moet worden aangemeld omdat vanwege de beoogde woningen nieuwe leidingen, vebindingen, zullen moeten worden aangelegd om het plangebied te voorzien van bijvoorbeeld elektriciteit, water, kabel-TV en telecom. De omgevingsdienst beoordeeld de in het kader van het bestemmingsplan verrichte onderzoeken. Zij hebben aandacht gevraagd voor de onderwerpen bodem, geluid, luchtkwaliteit en ecologie. De reacties hebben afgezien van enkele tekstuele wijzigingen - en het vervangen van volledig uitgevoerde bodemonderzoek en het vervangen van het bestemmingsplan - niet geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Zienswijzen op ontwerp bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 5 november t/m woensdag 16 december 2020 voor een ieder ter visie gelegen. In totaal zijn negen zienswijzen ingediend waarvan er acht ontvankelijk zijn. In de Nota beantwoording zienswijzen (zie bijlage 9) zijn de zienswijzen van een reactie voorzien.
Het bestemmingsplan is naar aanleiding hiervan alleen aangepast voor zover het betreft het opnemen van een aanduiding 'specifieke vorm van groen - parkeren' en een aanduiding 'specifieke vorm van groen - in-/uitrit' binnen de bestemming 'Groen' .
Mees Ruimte & Milieu | Korte Vliet-Leidseweg Noord deel Noord
Pagina | 71
7.3
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen en voor de overheid zelf. Het afdwingen van het naleven van het bestemmingsplan is, met behoud van ieders eigen verantwoordelijkheid, in eerste instantie een taak van de gemeentelijke overheid. Voor een goed handhavingsbeleid zijn vier factoren van belang: 1. Voldoende bekendheid met het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de bekendheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. Naast de in de wet vastgelegde waarborgen in de procedure voor inspraak- en rechtsbescherming-momenten is er aandacht besteed aan voorlichting. Zo is huis aan huis bekendgemaakt dat het bestemmingsplan in procedure is gebracht. Alle belanghebbenden binnen het plangebied hebben kunnen reageren op de inhoud van het bestemmingsplan nog voordat het als ontwerp ter visie is gelegd. Verder heeft de initiatiefnemer een eigen verantwoordelijkheid of zijn/haar wensen ook echt binnen de regels van vergunningvrij bouwen passen. 2. Draagvlak voor het beleid en de regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden als het beleid en de regeling in grote kring ondersteund wordt door de gebruikers binnen het plangebied. Daarbij is het normaal dat niet iedereen zich kan vinden in ieder onderdeel van het plan.
Een algemeen positieve benadering komt de handhaafbaarheid echter wel ten goede. 3. Een realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling moet realistisch en inzichtelijk zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Daarnaast en bovenal moeten de bestemmingsplanbepalingen controleerbaar zijn. De regels moeten om die reden niet meer bepalen dan strikt noodzakelijk is. 4. Een actief gemeentelijk handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie binnen het plangebied. In het verlengde daarvan moeten geschikte maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten ontstaat rechtsonzekerheid. Voor de controle en handhaving van het bestemmingsplan is samenwerking in brede zin noodzakelijk. In het plangebied is een scala aan regelgeving van toepassing, zoals de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet milieubeheer en andere milieuwetten, de Provinciale Milieuverordening, de Algemene Plaatselijke Verordening, die samenwerking binnen de gemeente noodzakelijk maakt. Alleen op die manier kan behoud van de bestaande kwaliteiten in het plangebied worden gewaarborgd. Daarom is van belang hier vast te leggen dat tegen illegale situaties zal worden opgetreden.
Handhaving van het bestemmingsplan gebeurt bij de beoordelingen van omgevingsvergunningaanvragen, verzoeken om ontheffing van het bestemmingsplan en aanvragen om aanlegvergunning (vooraf). Al deze vergunning zijn sinds oktober 2010 ondergebracht in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en heten nu aanvragen om een omgevingsvergunning. Handhaving vindt vervolgens plaats bij de controle van verleende omgevingsvergunningen, maar ook aan de hand van geconstateerde illegale situaties, klachten e.d. (achteraf). Een overtreder riskeert: dat publiekrechtelijke sancties plaatsvinden (dwangsom of bestuursdwang). Een last onder dwangsom is een veel toegepast middel om te zorgen dat de overtreder door middel van het verbeuren van een bepaald bedrag ertoe moet weerhouden de overtreding voort te zetten. Mocht een dwangsom niet het gewenste effect hebben dan kan de gemeente bestuursdwang toepassen hetgeen er op neer komt dat de gemeente datgene doet wat de eigenaar behoort te doen of verhindert dat hij/zij doet wat niet mag. Een en ander op kosten van de overtreder. dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Overtreding van bepaalde bestemmingsplanregels is een strafbaar feit. De bevoegdheid tot het instellen van Mees Ruimte & Milieu | Korte Vliet-Leidseweg Noord deel Noord
Pagina | 72
vervolging op grond van het strafrecht berust bij het Openbaar Ministerie. Daartoe wordt een proces-verbaal tegen de overtreder opgemaakt en vindt vervolgens strafrechtelijke vervolging plaats. Strafrechtelijke vervolging kan plaatshebben in combinatie met de onder de eerste aandachtspunt genoemde bestuursrechtelijke dwangmiddelen. Bijzonderheid hierbij is dat de Wet Economische Delicten op overtredingen van het bestemmingsplan van toepassing is, wat inhoudt dat de strafmaat aanzienlijk is verzwaard. Aan de hand van recente luchtfoto's kan achterhaald worden wat er aan bebouwing aanwezig is op alle percelen in het plangebied. Eventuele bebouwing die illegaal (zonder vergunning) gebouwd is, en waartegen wordt, of alsnog kan worden opgetreden, wordt niet automatisch gelegaliseerd met het nieuwe bestemmingsplan. Dit geldt ook voor een eventueel gewijzigd gebruik van opstallen waarvoor geen toestemming is gevraagd of verleend. Van geval tot geval zal bezien moeten worden of sprake is van een situatie die alsnog voor legalisatie in aanmerking komt of niet. Voorkomen is beter dan genezen. Eerder in deze paragraaf is al aangegeven dat bekendheid met het plan belangrijk is voor de handhaving. Ook is vastgesteld dat de totstandkoming van een bestemmingsplan met veel publiciteit is omgeven.
Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar het is goed vast te stellen dat burgers, bedrijven en instellingen een eigen verantwoordelijkheid hebben. Het bestemmingsplan is altijd in te zien. Daarnaast zijn er folders over de bouwregelgeving verkrijgbaar. De gemeentelijke organisatie is er tot slot op ingesteld nadere uitleg te geven. Niemand hoeft dus het risico te lopen om als gevolg van een gebrek aan kennis en informatie verkeerde beslissingen te nemen.
Mees Ruimte & Milieu | Korte Vliet-Leidseweg Noord deel Noord
Pagina | 73