CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Globaal ontwerp regionaal publiek integraal warmtebedrijf warmte Leidse Regio

Gemeenteraad Voorschoten 11 december 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Wensen- en bedenkingenprocedure voorgenomen oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (RPIW WLR)24.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio Globaal ontwerp

0 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Documentinformatie Titel:

Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Versie:

1.0 Definitief

Datum:

8 september 2025

Classificatie:

Goedgekeurd stuurgroep - openbaar

Auteurs:

Hans van Egmond, René Jansen, Karolina Pill, Paul de Rooij

Opdrachtgevers: Stuurgroep RPIW WLR met vertegenwoordigers van Alliander, Energie Beheer Nederland en de gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude. Toelichting:

Na de Inleiding beschrijft hoofdstuk 2 de missie en visie van het RPIW WLR. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten, die gehanteerd zijn bij het opstellen van dit globaal ontwerp. Hoofdstuk 4 beschrijft de doelstelling en de opgave van het RPIW WLR, uitgewerkt in een portfolio met de (beoogde) warmteprojecten tot en met 2035. In hoofdstuk 5 wordt het businessmodel beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de opzet en fasering van warmteprojecten en de samenwerking die daarvoor nodig is tussen de gemeenten en het RPIW WLR. Hoofdstuk 7 gaat in op de (juridische) structuur en de besturing van het RPIW WLR, waarna in hoofdstuk 8 de globale businesscase is opgenomen. In hoofdstuk 9 zijn de resultaten van de risicoanalyse opgenomen. Ten slotte beschrijft hoofdstuk 10 de beoogde vervolgstappen.

Dit document bevat het globaal ontwerp van het RPIW WLR, als resultaat van de Voorbereidingsfase richting de oprichting van een regionaal publiek warmtebedrijf in de Leidse regio.

Leeswijzer De gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude werken binnen het programma Warmte Leidse Regio (WLR) samen aan de warmtetransitie. Tezamen met Alliander en Energie Beheer Nederland (EBN) werken de zes gemeenten aan de voorbereidingen voor de oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf (RPIW WLR), dat de ontwikkeling en de exploitatie van een regionale collectieve warmtevoorziening in de Leidse regio op zich moet nemen. Dit document geeft inzicht in de (beoogde) opzet en besturing van het op te richten warmtebedrijf.

Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Inhoud Managementsamenvatting................................................................ 1

5.5. Kernactiviteiten ....................................................................... 19 5.6. Kernmiddelen ......................................................................... 20 5.7. Kernpartners ........................................................................... 21

1. Inleiding ..................................................................................... 4

5.8. Inkomstenstromen .................................................................. 22

1.1. Wetsvoorstel Wet collectie warmte ............................................ 4

5.9. Kostenstructuur ...................................................................... 22

1.2. Rol bij collectieve warmteoplossingen........................................ 4 1.3. Samenwerking Leidse regio........................................................ 5 1.4. Opdracht programma Warmte Leidse Regio................................ 5 1.5. Verkenning regionaal warmtebedrijf ........................................... 6 1.6. Voorbereidingsfase: uitwerking globaal ontwerp RPIW WLR ........ 6

6. Warmteprojecten in de Leidse regio ............................................ 24 6.1. Samenwerking tussen gemeenten en RPIW WLR ...................... 24 6.2. Fasering .................................................................................. 24 6.3. Belangrijkste taken en producten per fase ................................ 25 6.4. Aanwijzen warmtebedrijf ......................................................... 26

2. Missie en visie ............................................................................. 8

6.5. Randvoorwaarden ................................................................... 26

2.1. Missie en visie ........................................................................... 8

6.6. Kleinschalige projecten ........................................................... 27

2.2. Taak .......................................................................................... 8 2.3. Kernwaarden ............................................................................. 8

6.7. Samenwerking met warmtegemeenschappen en lokale initiatieven .............................................................................. 27

2.4. Bedrijfscultuur .......................................................................... 9

7. Juridische structuur & governance.............................................. 29

2.5. Visie op het creëren van draagvlak in de Leidse regio................. 10 3. Uitgangspunten ......................................................................... 11 4. Doelstellingen en projectenportfolio........................................... 14 4.1. Totale opgave Leidse regio ....................................................... 14 4.2. Omvang projectenportfolio t/m 2035 ........................................ 14 4.3. Omvang warmtelevering .......................................................... 15 4.4. Regionale warmte-hoofdinfrastructuur ..................................... 16 5. Businessmodel ......................................................................... 17 5.1. Doelgroepen en klantsegmenten.............................................. 17 5.2. Waardepropositie .................................................................... 18 5.3. Klantrelaties ............................................................................ 18 5.4. Klantkanalen ........................................................................... 19

7.1. Rechtsvorm............................................................................. 29 7.2. Besluitvormende organen ........................................................ 29 7.3. Zeggenschap aandeelhouders ................................................. 29 7.4. Kapitaal en aandelenverhouding .............................................. 30 7.5. Toe- en uittreding..................................................................... 30 7.6. Warmtegemeenschappen ....................................................... 31 8. Globale businesscase ............................................................... 32 8.1. Opzet globale businesscase .................................................... 32 8.2. Gehanteerde uitganspunten globale businesscase ................... 32 8.3. Investeringen (1) ...................................................................... 33 8.4. Operationele kosten (2) ........................................................... 33 8.5. Eigen Vermogen (3) .................................................................. 34 8.6. Vreemd Vermogen (4) .............................................................. 34

Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

8.7. Subsidies (5) ........................................................................... 35 8.8. Inkomsten vanuit klanten (6+7) ................................................ 35 8.9. Geen sluitende businesscase, aanvullende subsidie nodig ....... 36 9. Risicoanalyse ............................................................................ 37 9.1. Risicomanagementproces ....................................................... 37 9.2. Scope en uitgangspunten en status risicoanalyse ..................... 37 9.3. Geprioriteerde risico’s ............................................................. 37 10. Vervolgstappen ......................................................................... 40 10.1. Optimaliseren projectenportfolio ............................................. 40 10.2. Onderzoek regionale en lokale warmtebronnen ........................ 40 10.3. Uitwerken samenwerking warmteservicebedrijf ........................ 40 10.4. Uitwerken kavelstrategie door gemeenten ................................ 41 10.5. Verkennen samenwerking met lokale initiatieven ...................... 41 10.6. Aanscherpen globale businesscase ......................................... 41 10.7. Vervolgstappen risicomanagement .......................................... 42 10.8. Opstellen businessplan ...........................................................

42 Bijlagen ......................................................................................... 43 Bijlage 1. Roadmap programma Warmte Leidse Regio ....................... 44 Bijlage 2. Businessmodel van het RPIW WLR ..................................... 45 Bijlage 3. Value Proposition Canvas .................................................. 46 Bijlage 4. Toelichting goedkeuring bestuursbesluiten ......................... 47 Bijlage 5. Risico dossier (workshop 24 april 2025) .............................. 51 Bijlage 6. Referenties ....................................................................... 62

Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Begrippenlijst ACM

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt toezicht op de warmtemarkt en stelt maximale warmtetarieven vast voor warmteleveranciers.

BAK

De Bijdrage Aansluit Kosten (BAK) zijn de eenmalige kosten die de eigenaar van een woning of gebouw betaalt om aangesloten te worden op een warmtenet.

Bgiw

Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is een nadere uitwerking van de Wgiw.

EBN

Energie Beheer Nederland. EBN is een zelfstandige onderneming met de Nederlandse Staat als enige aandeelhouder.

Kostprijs+

Tariefsystematiek, waarbij de tarieven die consumenten betalen voor hun warmte gebaseerd zijn op de werkelijke kosten en een gereguleerde winstmarge.

LT-net

Een Lage Temperatuur (LT) warmtenet levert warmte met een temperatuur tussen 30 en 55 graden Celsius.

MT-net

Een Midden Temperatuur (MT) warmtenet levert warmte met een temperatuur tussen 55 en 75 graden Celsius.

NMDA

Niet Meer Dan Anders; een principe dat momenteel wordt gebruikt bij de tariefstelling voor stadsverwarming en andere warmte- of koudevoorzieningen.

NPLW

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie, die gemeenten ondersteunt in de warmtetransitie.

ORES

Het Open Regionaal Energie Systeem (ORES) is een systeemstudie, die in 2023 is uitgevoerd.

RPIW WLR

Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio.

SDE++

De Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) is een subsidie aan bedrijven en non-profitorganisaties die grootschalig hernieuwbare energie opwekken of de CO2-uitstoot verminderen.

TTF-gasprijs De TTF (Title Transfer Facility) is de belangrijkste benchmark voor Europese gasprijzen, bepaald op een virtuele handelsplaats in Nederland. Wcw

Het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw), zoals aangenomen door de Tweede Kamer (d.d. 3-7-2025).

WEQ

Woningequivalent (WEQ) is een eenheid van warmtevraag die wordt gebruikt bij het ontwerpen van warmtenetten. Een WEQ is gelijkgesteld aan 130 m2 bruto vloeroppervlak (utiliteitsbouw) of een warmtevraag van 27 GJ (gigajoule) per jaar.

WIS

De Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) is een Nederlandse subsidieregeling voor de aanleg van nieuwe efficiënte warmtenetten (energie-efficiënte stadsverwarming en -koeling). De subsidie is alleen bestemd voor warmtenetten die bestaande woningen aardgasvrij maken.

Wgiw

Met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) hebben gemeenten de bevoegdheid om wijken aan te wijzen die van het aardgas overstappen op een duurzaam (collectief) alternatief.

WLR

Met het programma Warmte Leidse Regio (WLR) werken de gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude samen aan de warmtetransitie.

ZLT-net

Een Zeer Lage Temperatuur (ZLT) warmtenet levert warmte met een temperatuur tussen 10 en 30 graden Celsius.

Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Managementsamenvatting Landelijke inzet op warmte Nederland werkt aan een aardgasvrije toekomst, waarbij alle woningen en gebouwen in 2050 duurzaam verwarmd moeten worden. De overheid zet hierbij in op publieke sturing via de regierol van de gemeenten. Het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) legt de basis voor deze aanpak met een nieuwe marktordening. De Wcw schrijft voor dat gemeenten warmtebedrijven aanwijzen voor de realisatie en exploitatie van collectieve warmteoplossingen met een publiek meerderheidsaandeel. Regionale samenwerking Warmte Leidse Regio Gemeenten in de Leidse regio werken in het programma Warmte Leidse Regio (WLR) samen aan de warmtetransitie. De ambitie daarbij is om in onderlinge afstemming en solidariteit, én vanuit een gezamenlijk belang, een publieke regionale warmtevoorziening te ontwikkelen. De WLRgemeenten hebben in 2024 een verkenning uitgevoerd naar de oprichting van een regionaal warmtebedrijf in de Leidse regio. Op basis van de uitkomsten van de verkenningsfase hebben de zes WLR-gemeenten de intentie uitgesproken om, samen met de beoogde publieke partners Alliander en EBN, de voorbereiding te starten voor de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. Dit globaal ontwerp schetst een beeld van het beoogde Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (RPIW WLR).

Daarbij is ook een eerste globale businesscase opgesteld, waarin de beoogde investeringen, kosten en opbrengsten in beeld zijn gebracht. Missie en kernwaarden RPIW WLR Het RPIW WLR heeft als missie om de overgang naar een duurzame collectieve warmtevoorziening mogelijk te maken in de Leidse regio, door collectieve warmteoplossingen en de warmtelevering aan bewoners en bedrijven te realiseren. Het RPIW WLR werkt vanuit de overtuiging dat een duurzame collectieve warmtevoorziening een publieke taak is. In samenwerking met gemeenten en andere partners zet het RPIW WLR zich

daarvoor in. De kernwaarden transparant, betaalbaar, duurzaam, ontzorgen en klantgericht vormen daarbij de basis van de bedrijfsvoering. Eén van de belangrijkste uitgangspunten voor het opzetten van een publiek warmtebedrijf en het aanleggen van een collectieve warmtevoorziening is het borgen van de betaalbaarheid voor (eind)gebruikers. Vanaf de start van de samenwerking van WLR is het uitgangspunt geweest dat de Rijksoverheid de randvoorwaarden hiervoor moet creëren, zodat gemeenten daarbinnen kunnen werken aan een betaalbare warmtetransitie. Regionale opgave warmtevoorziening Uit de transitievisies warmte van de WLR-gemeenten blijkt dat een collectieve warmteoplossing tot 2050 in de Leidse regio voor ongeveer 100.000 woningen het beste alternatief is voor aardgas. Om een beeld te krijgen van de omvang van het werkpakket dat het RPIW WLR dient te realiseren, is een (eerste) projectenportfolio opgesteld voor de periode t/m 2035. Hierbij is uitgegaan van een (veelal indicatieve) planning van de (beoogde) warmteprojecten, die nodig zijn om collectieve warmtoplossingen in de buurten en wijken van de WLR-gemeenten te realiseren. Deze portfolio is bedoeld om daarmee de contouren van het RPIW WLR te kunnen vaststellen en de globale businesscase te kunnen opstellen.

Het is belangrijk om op te merken dat het RPIW WLR pas overgaat tot het realiseren van de collectieve warmteprojecten, als er sprake is van een sluitende (project) businesscase. De verwachting op dit moment is dat de (indicatieve) planning, opgenomen in dit globaal ontwerp, alleen gerealiseerd kan worden als er (extra) subsidie en/of aanvullende financiële instrumenten beschikbaar komen. Wel is het raadzaam en nodig om nu de voorbereidingen te treffen voor de oprichting van het RPIW WLR om vertraging in de realisatie te voorkomen. Samenwerking tussen gemeenten en RPIW WLR De gemeenten initiëren vanuit hun regierol de warmteprojecten, die uitgevoerd worden om de regionale warmtevoorziening te realiseren. Zij hebben de regie in het vaststellen van de buurten en wijken waarvoor een

1 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

collectieve warmteoplossing de gewenste oplossing is én de beoogde planning waarmee de warmteprojecten gerealiseerd moeten worden. Door hun regierol in de warmtetransitie en de betrokkenheid bij de inwoners, vervullen de gemeenten een sleutelrol in de uitvoering van warmteprojecten en het creëren van draagvlak onder bewoners en bedrijven. Het RPIW WLR neemt een complementaire rol op zich en heeft onder andere de verantwoordelijkheid voor het opstellen van de businesscase, het maken van de het ontwerp, het verkrijgen van de financiering, het aanvragen van de benodigde (omgevings)vergunningen, de realisatie van de warmtevoorziening en de levering van warmte. Juridische structuur en governance RPIW WLR Als onderdeel van het globaal ontwerp is een voorstel uitgewerkt van de juridische structuur en governance van het RPIW WLR. Ten aanzien van de rechtsvorm wordt uitgegaan van een besloten vennootschap, vanwege de wettelijke eisen in de Wcw en de flexibiliteit van deze rechtsvorm. Alliander, EBN en de gemeenten zijn als beoogde aandeelhouders (indirect) publieke rechtspersonen, waarmee wordt voldaan aan de eis dat meer dan de helft van de aandelen van het RPIW WLR in publieke handen moet zijn. Aandeelhouders hebben op hoofdlijnen invloed op de strategie en het beleid van het RPIW WLR.

Om dit te waarborgen, worden strategisch belangrijke besluiten ter goedkeuring voorgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Besluiten over tarieven vallen buiten de zeggenschap van aandeelhouders. Volgens het wetsvoorstel Wcw stelt het bestuur van het RPIW WLR zelfstandig de tarieven vast, om een gezonde bedrijfsvoering te garanderen. Daarbij is het bestuur gebonden aan het stelsel van tariefregulering en het toezicht daarop door de ACM. Globale businesscase

investeringsbeslissingen te nemen op basis van deze globale businesscase. Uit de globale businesscase komt nu het volgende: • • •

de totale investering tot 2050 bedraagt € 1.976 miljoen. de totale inbreng van aandeelhouders (eigen vermogen) is € 326 miljoen. er is een additionele subsidie nodig van € 458 miljoen.

De totale investering die benodigd is om de regionale warmtevoorziening te realiseren, bedraagt naar schatting € 1.976 miljoen. Dit betreft de voorbereiding en de realisatie. Met die investering is voorzien om de (regionale of lokale) warmtebronnen te ontsluiten, de warmtehoofdinfrastructuur te realiseren, de warmtedistributienetten in de buurten en wijken aan te leggen en de aansluitingen tot en met de afleverset in de woningen en gebouwen te realiseren. De aandeelhouders dienen kapitaalstortingen te doen om het RPIW WLR van voldoende financiële middelen te voorzien. Dit betreft inbreng van eigen vermogen, met name in de periode t/m 2050, waarbinnen de warmtevoorziening in de regio wordt gerealiseerd. De totale benodigde financiële inbreng vanuit de aandeelhouders wordt (op dit moment) ingeschat op € 326 miljoen. Het grootste deel van de investering wordt gedekt met vreemd vermogen en subsidies. Deze eerste globale uitwerking laat zien dat er nog geen sluitende businesscase is voor het RPIW WLR. Er is een additionele subsidie nodig, van naar schatting € 458 miljoen, om de uitgaven en inkomsten van het RPIW WLR in balans te brengen. Dit sluit aan bij de bredere constatering dat collectieve warmteoplossingen mogelijk de laagste nationale of maatschappelijke kosten met zich meebrengen, maar dat warmtebedrijven er niet in slagen om tot een sluitende businesscase te komen.

Als onderdeel van het globaal ontwerp is een uitwerking gemaakt van de globale businesscase van het RPIW WLR. Deze geeft, op basis van huidige informatie, inzicht in de investering die nodig is voor de realisatie van de regionale warmtevoorziening. Het is niet de bedoeling om nu

2 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Risicoanalyse Bij de oprichting van het RPIW WLR en het realiseren van de regionale warmtevoorziening is het essentieel om mogelijke risico’s vroegtijdig te identificeren en beheersen. Uit de risicoanalyse wordt duidelijk dat er veel risico’s en mogelijke obstakels zijn om de beoogde warmtevoorziening in de Leidse regio te realiseren. Als belangrijkste komen naar voren de risico’s op hogere kosten, vertraging in de aanleg, onvoldoende ruimte in de onder- en bovengrond, goedkopere fossiele alternatieven en de beschikbaarheid van warmte uit regionale bronnen. In de opzet van het RPIW WLR krijgt (strategisch) risicomanagement een prominente rol in de organisatie door middel van het (vanaf het begin) aanstellen van een Risk Management Officer en het incorporeren van risicomanagement in de bedrijfsprocessen. Vervolgstappen in de Kwartiermakersfase Na het vaststellen van het commitment om het RPIW WLR op te richten, start de Kwartiermakersfase. In deze fase is voorzien om, mede op basis van de warmteprogramma’s die gemeenten in 2026 vaststellen, de projectenportfolio te optimaliseren. Dit is tevens belangrijke input voor het aanscherpen van de globale businesscase en het businessplan. De verwachting is dat in deze fase de eerste investeringsbeslissing (tranche 1) wordt genomen door de beoogde aandeelhouders. De Kwartiermakersfase wordt afgesloten met de oprichting van het RPIW WLR.

In de roadmap is voorzien om dat punt in 2027 te bereiken. Dit is onder de aanname dat de randvoorwaarden in voldoende mate zijn ingevuld.

3 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

1. Inleiding Als samenleving staan we voor de uitdaging om de afhankelijkheid van aardgas te verminderen en over te stappen op duurzame alternatieven. De meeste huizen en gebouwen in Nederland gebruiken nu nog aardgas voor verwarming, warm water en om te koken, zo ook in de Leidse regio. In 20501 moeten alle woningen en gebouwen op een duurzame manier verwarmd worden, dus zonder gebruik te maken van aardgas. De warmtetransitie vraagt om een duidelijke koers met eenduidige informatie, ondersteuning en samenwerking tussen overheden, bedrijven en bewoners. Om de overgang naar een duurzame en aardgasvrije manier van het verwarmen van woningen en gebouwen mogelijk te maken, zet de Rijksoverheid in op een sterke publieke sturing. 1.1. Wetsvoorstel Wet collectie warmte Het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw)2 bepaalt de richting die de overheid heeft ingezet voor de warmtetransitie. Gemeenten hebben de regierol in de warmtetransitie. Van hen wordt gevraagd om de route uit te stippelen. Als eerste stap naar aardgasvrij hebben gemeenten een transitievisie warmte opgesteld. Daarin staat de strategie van de gemeente voor de overgang naar duurzame warmte. Het (op te stellen) warmteprogramma3 gaat een stap verder. Het warmteprogramma beschrijft de gemeentelijke aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.

Hierin staat welke wijken, buurten en dorpskernen in de komende 10 jaar van het aardgas gaan en hoe dat gebeurt. Het wetsvoorstel Wcw legt belangrijke kaders en/of beperkingen op aan publieke warmtebedrijven om de warmtetransitie effectief en eerlijk te 1

De afspraak in het Klimaatakkoord (2019) is dat in 2050 7 miljoen woningen en in 2030 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. 2 Ministerie van Klimaat en Groene Groei, wetsvoorstel Wet collectieve warmte https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?cfg=wetsvoorsteldetail s&qry=wetsvoorstel:36576 3 Gemeenten hebben de verplichting om uiterlijk op 31 december 2026 een warmteprogramma gereed te hebben. Die verplichting is vastgelegd in de Wet gemeentelijke

laten verlopen. Deze hebben invloed op (de uitwerking van) het businessmodel van het RPIW WLR. Belangrijke kaders en beperkingen zijn: •

Publiek zeggenschap: Om aangewezen te worden voor de aanleg en exploitatie van een warmtevoorziening moeten warmtebedrijven voor meer dan 50% in handen zijn van publieke partijen. Dit waarborgt publieke controle.

•

Warmtekavels: Gemeenten wijzen warmtekavels aan, waarbinnen warmtebedrijven als exclusief verantwoordelijke worden aangewezen voor de aanleg en exploitatie van collectieve warmte.

•

Tariefregulering: Warmtebedrijven moeten transparant zijn over de opbouw van tarieven, die gebaseerd moeten zijn op werkelijke kosten4 en niet gekoppeld aan aardgasprijzen.

•

Duurzaamheidseisen: Warmtebedrijven zijn verplicht om duurzame warmtebronnen te gebruiken5.

•

Aansluiting: Publieke warmtebedrijven mogen in principe geen werkzaamheden verrichten ‘achter de aansluiting’. Alles wat zich achter deze aansluiting bevindt, zoals binneninstallaties in gebouwen, valt onder de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar.

1.2. Rol bij collectieve warmteoplossingen In een warmteprogramma wordt onderscheid gemaakt tussen individuele en collectieve warmteoplossingen, afhankelijk van de behoeften en mogelijkheden van een gebied:

instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De wet voegt instrumenten toe aan bestaande wetten, om gemeenten te ondersteunen bij het plannen en uitvoeren van de warmtetransitie. 4 Dit invoering daarvan wordt geeffectueerd wanneer dit ook leidt tot betaalbare tarieven. 5 Zie brief Ontwikkelperspectief Duurzame Warmtebronnen, https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024D49610&did= 2024D49610

4 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

•

Individuele warmteoplossingen: Dit zijn oplossingen per woning of gebouw, zoals warmtepompen of groen gas6. Deze zijn vaak geschikt voor minder dichtbebouwde gebieden of woningen met een lagere warmtevraag.

•

Collectieve warmteoplossingen: Bij een collectieve oplossing worden meerdere woningen of gebouwen aangesloten op een centrale warmtebron, zoals geothermie, restwarmte of aquathermie. Deze aanpak is vooral geschikt voor dichtbebouwde gebieden met een hoge warmtevraag.

Een warmtebedrijf speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen en beheren van collectieve warmteoplossingen. Het zorgt voor de aanleg van de warmte-infrastructuur, het contracteren of ontwikkelen van duurzame warmtebronnen en de levering van warmte. 1.3. Samenwerking Leidse regio Gemeenten in de Leidse regio werken in het programma Warmte Leidse Regio (WLR) samen aan de warmtetransitie. Dit is om efficiënter en effectiever in te kunnen spelen op de uitdagingen die deze overgang met zich meebrengt. De samenwerking in de Leidse regio is formeel gestart in 2021 en in eerste instantie aangegaan voor de periode tot eind 2023. Met instemming van de gemeenteraden is de regionale samenwerking WLR voortgezet voor de periode 2024 t/m 2027. De samenwerking is erop gericht om de warmtetransitie in de Leidse regio te versnellen. De inzet van (grote) regionale bronnen, zoals restwarmte en geothermie zijn voor de Leidse regio belangrijk om te kunnen voorzien in de benodigde warmte. Dat vraagt om het gecoördineerd bundelen van voldoende warmtevraag. Ook geeft het (schaal)voordelen om de uitrol van Groen gas wordt als oplossing gezien voor bijvoorbeeld oude binnensteden, die moeilijk te isoleren zijn. 7 Greenvis, Fakton Energy (maart 2023), Open Regionaal Energiesysteem ORES.

Het ORES is een systeemstudie, waarin is vastgesteld dat een Open Regionaal Energie Systeem aansluit bij de publieke waarden. De conclusie is dat “de uitgewerkte ORES-scenario’s significant gunstiger zijn, kijkend naar de cumulatieve kosten over 30 jaar. Dit ten opzichte van het 6

warmte-infrastructuur gezamenlijk op te pakken, in plaats van afzonderlijk per gemeente. Een regionaal warmtebedrijf is het beoogde middel om deze doelen te bereiken. De ambitie daarbij is om in onderlinge afstemming en solidariteit én vanuit een gezamenlijk regionaal belang een Open Regionaal Energie Systeem (ORES)7 te ontwikkelen, waarin de publieke waarden zijn geborgd. In de ORES-studie is de opgave voor de gehele Leidse regio tot aan 2050 geanalyseerd. Daarbij zijn de transitievisies warmte en aanvullende gemeentelijke beleidsstukken als uitgangspunt genomen. 1.4. Opdracht programma Warmte Leidse Regio De warmtetransitie is een complexe opgave die een lange doorlooptijd vraagt. Daarom is in de opdrachtformulering het lange termijn doel van de WLR-gemeenten centraal gesteld: In 2050 is de Leidse regio aardgasvrij, de gebouwvoorraad is goed geïsoleerd én wordt met duurzame warmte verwarmd. De vastgestelde hoofdopgave8 daarbij voor het programma WLR: 1. Het verkennen en voorbereiden van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf (RPIW WLR) in de Leidse regio, als uitvoeringsorgaan voor de realisatie en exploitatie van het ORES. 2. De voorbereiding op de realisatie van een ORES waarin, met borging van publieke waarden, bronnen (aanbod) en afname (vraag) van warmte met elkaar verbonden zijn. Voor de uitvoering van deze opgave is een roadmap9 opgesteld.

referentiescenario dat uitgaat van lokale collectieve warmtesystemen met buurtwarmtepompen als bron”. 8 Opdracht van het programma Warmte Leidse Regio, vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg WLR in maart 2024. 9 Zie bijlage 1, Globale roadmap programma Warmte Leidse Regio.

5 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

voordelen voor de publieke warmtebedrijven op het gebied van financiering, planning, ontwikkeling en inkoop. Dit moet zich vertalen in lagere kosten. Alliander heeft daarbij als publieke netbeheerder veel ervaring met het ontwerpen en aanleggen van energie-infrastructuur, die waardevol kan zijn voor de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. Op basis van de uitkomsten van de verkenningsfase hebben de zes WLRgemeenten de intentie uitgesproken13 om samen met de beoogde publieke partners vervolgstappen te nemen richting de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. 1.6. Voorbereidingsfase: uitwerking globaal ontwerp RPIW WLR Roadmap programma Warmte Leidse Regio

1.5. Verkenning regionaal warmtebedrijf De WLR-gemeenten hebben in 2024 een verkenning10 uitgevoerd naar de oprichting van een regionaal warmtebedrijf in de Leidse regio. Dit in voorbereiding op de implementatie van het wetsvoorstel Wcw, die uitgaat van publieke warmtebedrijven voor de ontwikkeling en exploitatie van een duurzame warmtevoorziening in Nederland. Op basis van deze verkenning hebben de colleges van de zes gemeenten in de Leidse regio uitgesproken open te staan voor verdieping van de samenwerking in de vorm van (de oprichting van) een regionaal warmtebedrijf. Uit de verkenning komt ook naar voren dat de Rijksoverheid, via EBN11, én het netwerkbedrijf Alliander12 bereid zijn om verder in gesprek te gaan over deelname aan een regionaal warmtebedrijf in de Leidse regio. Met de deelname van EBN, via de Nationale Deelneming Warmte, ontstaan allerlei Programma Warmte Leidse Regio (Oktober 2024), Verkenning regionaal Warmtebedrijf, https://warmteleidseregio.nl/blog/al-gedaan/verkenningsfse 11 EBN speelt als beleidsdeelneming al meer dan 50 jaar een belangrijke rol in de energievoorziening van en voor Nederland. De aandelen van het bedrijf zijn voor 100% in handen van de Nederlandse Staat. EBN is door het ministerie van Klimaat en Groene Groei gevraagd te verkennen wat nodig is om de publieke rol van Nationale Deelneming Warmte in 10

In de voorbereidingsfase werken de acht partijen samen aan de uitwerking van een globaal ontwerp van het RPIW WLR (deze rapportage), inclusief een globale businesscase, én daarnaast een samenwerkingsovereenkomst, statuten en aandeelhoudersovereenkomst. Deze overeenkomsten bevatten belangrijke en, voor zover mogelijk voor deze fase, bindende afspraken over de benodigde vervolgstappen in de Kwartiermakersfase en de oprichting van het RPIW WLR. Het globaal ontwerp schetst een beeld van het beoogde publieke warmtebedrijf in de Leidse regio en beschrijft op hoofdlijnen met welke doelstelling het RPIW WLR wordt opgericht, hoe het RPIW WLR eruit komt te zien, welke taken zij gaat uitvoeren en hoe deze worden ingevuld. Daarbij is ook een eerste globale (portfolio) businesscase opgesteld, waarin de beoogde investeringen, kosten en opbrengsten in beeld zijn gebracht.

te vullen, met het oog op een mogelijke aanwijzing na inwerkingtreding van het wetvoorstel Wcw. Het doel is om de publieke realisatiekracht te vergroten. 12 Waarschijnlijk via Firan, een dochteronderneming van Alliander. 13 Programma Warmte Leidse Regio (Mei 2025), Intentieovereenkomst Ontwikkeling Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio tussen Gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude, Firan B.V. en De Staat der Nederlanden.

6 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Het globaal ontwerp RPIW WLR is tot stand gekomen op basis van de resultaten vanuit workshops14 met de acht de partijen en met de inzet van externe expertise15. Het globaal ontwerp RPIW WLR wordt in de Kwartiermakersfase verder uitgewerkt tot het definitieve businessplan van het RPIW WLR. Het businessplan beschrijft onder andere de opzet van het RPIW WLR, de strategische richting en de wijze waarop de doelstellingen worden gerealiseerd. Daarnaast bevat het businessplan de begroting, met daarbij een inschatting van de inkomsten en de benodigde financiële middelen. De stuurgroep dient het definitieve businessplan goed te keuren, waarna het RPIW WLR wordt opgericht.

Zie deelnemers workshops op laatste pagina. Juridisch adviesbureau AKD heeft de uitwerking van de juridische structuur en de governance van het RPIW WLR voor haar rekening genomen. Adviesbureau Rebel heeft de globale businesscase uitgewerkt. Adviesbureau Fakton heeft een analyse uitgevoerd ten 14 15

aanzien van de financiering van het RPIW WLR. Studenten van de Erasmus universiteit hebben in samenwerking met adviesbureau _NCOD, middels het honours programma, een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke samenwerking met energiecoöperaties in de Leidse regio.

7 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Het RPIW WLR maakt de overgang naar een duurzame, collectieve warmtevoorziening mogelijk in de Leidse regio. Het RPIW WLR realiseert en exploiteert collectieve warmteoplossingen voor woningen en gebouwen (waar mogelijk gecombineerd met koude), én ondersteunt bewoners en bedrijven bij deze overstap.

aardgas is. Gemeenten doorlopen op basis van hun uitgangspunten voor collectieve warmte het proces om over te gaan tot vaststelling en aanwijzing van warmtekavels. Hierbij wordt onder andere geïnventariseerd of naast het RPIW WLR ook een warmtegemeenschap een rol kan spelen voor een bepaald kavel (zelfstandig of in samenwerking met het RPIW WLR). Als een warmtekavel is vastgesteld en het RPIW WLR daadwerkelijk is aangewezen als publiek warmtebedrijf, dan neemt het RPIW WLR de taak op zich om de collectieve warmteoplossingen te realiseren en ervoor te zorgen dat de warmtelevering aan bewoners en bedrijven gerealiseerd wordt.

Visie

2.3. Kernwaarden

In alles wat RPIW WLR doet, staat het maatschappelijk belang centraal. Het RPIW WLR handelt vanuit de overtuiging dat het leveren van duurzame collectieve warmte een publieke taak is. In samenwerking met gemeenten, die bepalen waar collectieve warmteoplossingen de voorkeur hebben, neemt zij de verantwoordelijkheid op zich om deze oplossingen te realiseren en een betrouwbare warmtelevering te garanderen.

Het RPIW WLR wordt opgericht vanuit de overtuiging dat een duurzame collectieve warmtevoorziening een publieke taak is. In samenwerking met gemeenten en andere partners zet het RPIW WLR zich daarvoor in. De kernwaarden transparant, betaalbaar, duurzaam, ontzorgen en klantgericht vormen de basis van de bedrijfsvoering.

2.2. Taak

Het RPIW WLR communiceert helder over keuzes, kosten en processen én werkt er actief aan mee om informatie over het bedrijf en de beoogde warmtevoorziening beschikbaar te maken. Waar gewenst door de gemeenten betrekt het RPIW WLR bewoners en bedrijven bij de besluitvorming, zodat zij weten wat hen te wachten staat en hun keuzes rondom de warmtevoorziening goed geïnformeerd kunnen maken.

2. Missie en visie 2.1. Missie en visie Missie

Het RPIW WLR heeft als taak om de overgang naar een duurzame collectieve warmtevoorziening mogelijk te maken in de Leidse regio. Dit doel bereikt RPIW WLR door: • • • • •

Het contracteren en ontsluiten van warmtebronnen. Het realiseren van een warmte-hoofdinfrastructuur. Het realiseren van warmte– en waar mogelijk ook koudedistributienetten in de buurten en wijken. Woningen en gebouwen aansluiten op collectieve warmte- en waar mogelijk ook koude-oplossingen. Warmtelevering aan bewoners en bedrijven op basis van een collectieve warmteoplossing, waar mogelijk gecombineerd met koude.

Gemeenten stellen in het warmteprogramma vast voor welke buurten en wijken een collectieve warmteoplossing het gewenste alternatief voor

Transparant

Betaalbaar Door gebruik te maken van lokale en regionale duurzame warmtebronnen, streeft het RPIW WLR naar een betaalbare warmtevoorziening voor iedereen. Het doel is om warmte toegankelijk te maken, ongeacht inkomen of woonsituatie. Duurzaam Het RPIW WLR draagt bij aan de klimaatdoelen door aardgas te vervangen met duurzame alternatieven. Daarmee wordt niet alleen de CO₂-uitstoot

8 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

verminderd, maar ook de afhankelijkheid van geopolitiek kwetsbare energiebronnen verkleind.

•

Warmte-infrastructuur: Zoveel mogelijk beperken van warmteverlies door goed geïsoleerde leidingen en slimme (warmte)opslag.

Ontzorgen

•

Ontwerp en realisatie: Ontwikkelen van een regionale warmtevoorziening met materialen die zoveel mogelijk hergebruikt of recyclebaar zijn en een lange levensduur hebben. Daarbij worden afspraken met aannemers en installateurs gemaakt over duurzame aanlegtechnieken. Voor bovengrondse infrastructuur wordt beoogd om biodiversiteit in de ontwerpprincipes mee te nemen.

•

Monitoring: Meten en rapporteren van de CO2-uitstoot om inzicht te geven in de milieu-impact van de warmtelevering.

De overstap naar een collectieve warmteoplossing is complex. Het RPIW WLR ondersteunt bewoners en bedrijven in elke stap van het proces, van aansluiting tot service tijdens de exploitatie. Overlast wordt zoveel mogelijk beperkt en werkzaamheden worden zorgvuldig uitgevoerd. Klantgericht Afnemers kunnen rekenen op een nette aansluiting, duidelijke communicatie en betrouwbare service. Ook in de exploitatiefase blijft het RPIW WLR aanspreekbaar en betrokken bij de wensen en behoeften van haar klanten. 2.4. Bedrijfscultuur De bedrijfscultuur binnen het RPIW WLR wordt opgezet volgens de ESGprincipes16. Dit omvat het streven naar een evenwicht tussen financieeleconomische resultaten, transparantie, sociale belangen en milieuoverwegingen, met behoud van de balans tussen deze elementen. Specifiek voor het RPIW WLR zijn deze duurzaamheid, maatschappelijke betrokkenheid en goed bestuur: Duurzaamheid Het duurzaamheidsperspectief richt zich op de milieu-impact van de bedrijfsvoering en de dienstverlening van het RPIW WLR, waaronder: •

Bronnenmix: : Gebruik een multi-bronnenstrategie met bijvoorbeeld restwarmte, geothermie, warmte-koudeopslag (WKO) en/of aquathermie.

•

Bedrijfsvoering: Streven naar CO2-neutrale bedrijfsvoering.

16

Maatschappelijke betrokkenheid Het perspectief van maatschappelijke betrokkenheid richt zich onder andere op de publieke functie voor de Leidse regio en een regionale verbondenheid. •

Bewonersparticipatie: Het RPIW WLR communiceert helder over keuzes, kosten en processen. De gemeenten nemen het voortouw bij het inrichten van de bewonersparticipatie. Het RPIW WLR werkt er actief aan mee om de benodigde informatie snel en op een adequate manier beschikbaar te maken. Zie hiervoor ook paragraaf 2.5.

•

Regionale samenwerking en werkgelegenheid: Stimuleren van samenwerking met lokale aannemers en installateurs.

•

Veilige en eerlijke arbeidsomstandigheden: Toezicht houden op de keten, zodat werknemers van aannemers en installateurs onder goede arbeidsomstandigheden werken. Als werknemer bij het warmtebedrijf werk je onder veilige en eerlijke arbeidsomstandigheden, met aandacht voor gezondheid, ontwikkeling en gelijke kansen. Via social return on investment (SRoI) creëren we extra werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

ESG is een afkorting van de Engelse woorden Environmental, Social and Governance.

9 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Goed bestuur Goed bestuur draait om transparantie, ethisch beleid, duidelijke verantwoording en verantwoord leiderschap. •

Publiek eigendom en transparantie: Een publiek warmtebedrijf met een duidelijke governance structuur en effectieve samenwerking met de aandeelhouders.

•

Verantwoording: Een tijdige, complete en duidelijke verantwoording van bedrijfsresultaten richting aandeelhouders en afnemers. Hieronder valt ook het rapporteren over duurzaamheid en sociale impact.

•

Wet- en regelgeving: Waarborgen dat voldaan wordt aan wet- en regelgeving, waaronder ook de regelgeving van de ACM.

Gemeenten en het RPIW WLR spelen hierin een cruciale rol door bewoners te helpen bij deze overstap. Een goed gecoördineerde samenwerking biedt niet alleen praktische ondersteuning, maar versterkt ook het vertrouwen en de betrokkenheid van bedrijven en bewoners.

2.5. Visie op het creëren van draagvlak in de Leidse regio Het draagvlak voor de ontwikkeling van een (regionale) collectieve warmtevoorzienig dient vergroot te worden. Bewoners en bedrijven zijn soms sceptisch, mede door de vele warmteprojecten die in de afgelopen periode zijn stilgelegd en de nieuwsberichten over hoge kosten. Toch blijkt uit onderzoeken dat de inzet van collectieve warmteoplossingen voor veel buurten en wijken het alternatief is met de laagste maatschappelijke kosten. Dat vraagt extra inspanningen om het draagvlak te vergroten en om transparantie en helderheid over de mogelijkheden, beperkingen en (te verwachte) kosten. Door bewoners actief te betrekken, te ontzorgen en te ondersteunen met heldere informatie, technische expertise en betaalbare oplossingen, kunnen gemeenten en warmtebedrijven een belangrijke stap zetten in de warmtetransitie. Samen bouwen aan een toekomst waarin duurzaamheid centraal staat, zonder dat comfort of betaalbaarheid in het gedrang komen. Het afscheid nemen van de vertrouwde cv-ketel en gasfornuis is een belangrijke stap richting een duurzamere toekomst. Toch zal het niet voor iedereen eenvoudig zijn om deze stap te maken. De transitie naar een aardgasloze samenleving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

10 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

3. Uitgangspunten Gedurende de Voorbereidingsfase zijn door de WLR-gemeenten, Alliander en EBN de belangrijkste uitgangspunten geformuleerd die ten grondslag liggen aan de oprichting van het RPIW WLR. Iedere gemeente heeft in samenwerking met de gemeenteraden hun eigen uitgangspuntenkader opgesteld, onder andere voor deelname aan het RPIW WLR. Het globaal ontwerp van het RPIW WLR wordt door de individuele gemeente getoetst aan dit kader. Bij de uitwerking van dit globaal ontwerp zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1.

Randvoorwaarden voor betaalbaarheid moeten op orde zijn

Eén van de uitgangspunten voor het opzetten van een publiek warmtebedrijf en het aanleggen van een collectieve warmtevoorziening is het borgen van de betaalbaarheid voor (eind)gebruikers. Er zijn veel factoren die de betaalbaarheid beïnvloeden, zoals de kosten voor de inkoop van warmte, de investeringen voor de aanleg van de warmtehoofdinfrastructuur en de warmtedistributienetten in de buurten en wijken én de kosten voor de aansluiting van woningen en gebouwen. In hoofdstuk 8 is de globale businesscase beschreven, gebaseerd op de huidige opgave van de gemeenten. Hieruit blijkt dat een sluitende businesscase voor het RPIW WLR en de warmteprojecten in de Leidse regio (nog) geen vanzelfsprekendheid is. Terwijl uit onderzoeken blijkt dat de inzet van collectieve warmteoplossingen voor veel buurten en wijken het alternatief is met de laagste maatschappelijke kosten17. Vanaf de start van de samenwerking van WLR is het uitgangspunt gehanteerd dat de Rijksoverheid de randvoorwaardenop orde moet brengen om gemeenten in staat te stellen aan een betaalbare warmtetransitie te werken. Uit de huidige businesscase blijkt dat deze nog niet sluitend is voor

de Leidse regio en dat deze randvoorwaarden nu nog niet op orde zijn. Om hier aandacht voor te vragen heeft het programma WLR (net als individuele gemeenten. Aardwarmte Rijnland en de RES-regio Holland Rijnland) via diverse kanalen bij de Rijksoverheid aangedrongen op het verbeteren van de randvoorwaarden, waarbij de drie belangrijkste aandachtspunten zijn: • •

•

Extra (subsidie)middelen ter beschikking stellen om de haalbaarheid van collectieve warmteoplossingen te vergroten. Investeringskapitaal (in de vorm van subsidies of lening met gunstige condities) ter beschikking stellen, waarmee het mogelijk wordt om voorinvesteringen te doen in de benodigde warmte-hoofdinfrastructuur. Garantstelling voor de contractering van de benodigde warmtebronnen, bijvoorbeeld WarmtelinQ en Aardwarmte Rijnland.

De verwachting is dat een betaalbare warmtetransitie realiseerbaar is als deze randvoorwaarden op orde komen. Er wordt door de Rijksoverheid gewerkt aan deze randvoorwaarden. Er is echter (nog) geen zekerheid of én wanneer dit gerealiseerd is. Daarom monitoren de beoogde aandeelhouders en het programma WLR de voortgang hiervan. De toetsing van de randvoorwaarden maakt daarom integraal onderdeel uit van het risicomanagementproces (zie hoofdstuk 9). 2. Warmteprogramma’s als ijkpunt Uit de transitievisies warmte van de WLR-gemeenten komt het beeld naar voren dat tot 2050 voor zo’n 100.000 woningen met een aardgas aansluiting in de Leidse regio een collectieve warmteoplossing het beste alternatief is. Gemeenten moeten uiterlijk in 2026 een warmteprogramma opstellen. Na de vaststelling van de gemeentelijke warmteprogramma’s wordt de opgave herijkt.

17

Zie bijvoorbeeld rapport Achtergrond meta-analyse maatschappelijke meerwaarde warmtenetten opgesteld door Ecorys in opdracht van Netbeheer Nederland, https://www.netbeheernederland.nl/publicatie/achtergrond-meta-analysemaatschappelijke-meerwaarde-warmtenetten

11 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

3. Borging van publieke waarden Het RPIW WLR dient invulling te geven aan de publieke waarden die door de betrokken partners in hun uitgangspuntenkaders zijn geformuleerd, waaronder in ieder geval: a) betaalbaarheid, b) haalbaarheid, c) duurzaamheid, d) tijdigheid (van CO2-reductie) en e) betrouwbaarheid. 4. Toekomstbeeld als strategische richting In de ORES-studie18 is geconcludeerd dat de uitgewerkte ORES-scenario’s gunstiger zijn dan het referentiescenario, kijkend naar de cumulatieve kosten en CO2-uitstoot over 30 jaar. In het referentiescenario werd uitgegaan van lokale collectieve warmtesystemen met buurtwarmtepompen en lokale warmtebronnen. In regionaal verband is voortbouwend op de ORES-studie een uitgebreider ontwerp gemaakt, vastgelegd in het Toekomstbeeld regionaal warmtesysteem Holland Rijnland19. Het collectief warmtesysteem in de Leidse regio wordt door het RPIW WLR ontwikkeld volgens de principes in de ORES-studie en het Toekomstbeeld. 5. Multi-bronnenstrategie In lijn met de ORES-studie wordt voor de Leidse regio ingezet op een multibronnenstrategie. Dit houdt in dat er voor de regionale warmtevoorziening wordt ingezet op een combinatie van lokale en regionale warmtebronnen. Dit is om te kunnen voldoen aan de totale warmtevraag, de leveringszekerheid te garanderen, de risico’s te spreiden en flexibiliteit te behouden.

Voor de regionale warmtebronnen is het vizier gericht op restwarmte via WarmtelinQ20 (vanaf 2027) en aardwarmte, onder andere uit de Greenvis, Fakton Energy (maart 2023), Open Regionaal Energiesysteem ORES. Greenvis (april 2025), Toekomstbeeld regionaal warmtesysteem Holland Rijnland. 20 WarmtelinQ is een ondergrondse leiding waarmee warmte uit de Rotterdamse haven kan worden gebruikt om huizen en bedrijven in Zuid-Holland duurzaam te verwarmen. Zie https://www.warmtelinq.nl 21 Het project Aardwarmte Rijnland heeft als doel om aardwarmte beschikbaar te maken, ook voor de Leidse regio. Zie https://aardwarmterijnland.nl 18 19

geothermiebronnen die Aardwarmte Rijnland21 ontwikkelt. Ook in LeidenWest en Voorschoten zijn er in potentie mogelijkheden om aardwarmtebronnen te ontwikkelen. De verwachting is dat deze bronnen niet op korte termijn worden ontwikkeld22. Voor collectieve warmteoplossingen op basis van (zeer) lagetemperatuur liggen er kansen voor het gebruik van lokale aquathermiebronnen. Daarnaast is er mogelijk een (aangepaste) rol weggelegd voor de inzet van de Uniper-centrale in Leiden. Uniper onderzoekt de mogelijkheden om de stadscentrale open te houden en te verduurzamen, om daarmee te blijven bijdragen aan de elektriciteit- en warmtevoorziening in de Leidse regio. 6. Uitbreiding bestaand warmtenet In delen van Leiden, Oegstgeest en Leiderdorp ligt een bestaand warmtenet, dat eigendom is van het warmtebedrijf Vattenfall Warmte. In 2024 heeft Vattenfall het besluit genomen23 om te stoppen met het aanleggen van nieuwe, grootschalige warmtenetten voor bestaande bouw. Om de aanleg van warmtenetten in de wijken, die logischerwijze gekoppeld worden aan het bestaande warmtenet, mogelijk te maken voor andere partijen dan Vattenfall dienen er afspraken gemaakt te worden met Vattenfall. Het uitgangspunt op basis van de nieuwe Warmtewet, is dat (door)levering van warmte mogelijk wordt door toegang te krijgen tot de warmtevoorziening van Vattenfall24 tegen redelijke voorwaarden en tarieven.

Beschikbaarheid van bronnen en transportcapaciteit is hierin een belangrijke randvoorwaarden. 7. Wettelijk kader van het RPIW WLR Het RPIW WLR wordt een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsaandeel, dat opereert binnen de kaders van het wetsvoorstel 22

Zie publicatie Dunea over vonnis rechtbank, https://www.dunea.nl/algemeen/nieuws/2024/ministerie-moet-drinkwaterbelang-erkennen 23 https://group.vattenfall.com/nl/newsroom/achtergrondartikel/2024/vattenfallgrootschalige-warmteprojecten-in-bestaande-bouw-niet-meer-opgestart 24 In de Warmtewet is dit gedefinieerd als derdentoegang.

12 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Wcw en in staat is om: a) warmtebronnen te contracteren en/of te ontwikkelen, b) warmte-hoofdinfrastructuur en collectieve warmteoplossingen van verschillende temperaturen te realiseren en te beheren én c) de levering van warmte te organiseren. 8. Basis leggen voor de gehele collectieve warmtetransitie De opzet van het RPIW WLR is erop gericht om de basis te leggen voor de realisatie en operatie van een duurzame collectieve warmtevoorziening in de Leidse regio, waar mogelijk gecombineerd met koude. 9. Opgericht in 2027 & overbruggingsconstructies tot 2027 In de roadmap is voorzien dat het RPIW WLR in 2027 opgericht is. Daarbij worden mogelijkheden verkend om overbruggingsconstructies te hanteren (tot 2027) voor bijvoorbeeld de contractering van (warmte)bronnen, de contractering van transportcapaciteit en het ontwerpen en realiseren van collectieve warmteoplossingen voor de lopende warmteprojecten. Dit is om ervoor te zorgen dat het RPIW WLR de verantwoordelijkheid daarvoor kan overnemen, zodra het opgericht is.

13 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

4. Doelstellingen en projectenportfolio 4.1. Totale opgave Leidse regio De totale opgave voor het RPIW in de Leidse regio is door de WLRgemeenten ingeschat op het realiseren van aansluitingen op warmtenetten voor 100.000 woningen. De transitievisies warmte van de WLR-gemeenten vormen de basis voor deze inschatting, welke zijn aangevuld met actuele inzichten. Ongeveer de helft van deze opgave ligt in de gemeente Leiden, 15% in de gemeente Katwijk, 10% (ieder) in de gemeenten Leiderdorp, Oegstgeest en Voorschoten en minder dan 5% in de gemeente Zoeterwoude. Op basis van de transitievisies warmte wordt de totale warmtevraag ingeschat op 135.206 WEQ25. Daarin is de warmtevraag van het bestaande warmtenet in Leiden, Oegstgeest en Leiderdorp ingeschat op 26.323 WEQ. De totale warmtevraag voor nieuwe aansluitingen komt (uitgaande van 100% aansluiting) daarmee uit op maximaal 108.883 WEQ. In deze opgave is de (eventuele) extra opgave vanuit (grote) nieuwbouwprojecten (nog) niet meegenomen. 4.2. Omvang projectenportfolio t/m 2035 Om een beeld te kunnen vormen van de mogelijke omvang van het werkpakket voor het RPIW WLR is een (eerste) projectenportfolio opgesteld voor de periode t/m 203526. Hierbij is uitgegaan van een (veelal) indicatieve planning van de warmteprojecten27, die nodig zijn om collectieve warmtoplossingen in de buurten en wijken van de WLR-gemeenten te realiseren.

Hierbij moet worden opgemerkt dat een deel van het portfolio ook door, of in samenwerking met, warmtegemeenschappen kan worden uitgevoerd. Met nadruk wordt daarbij opgemerkt dat deze portfolio alleen bedoeld is om de contouren van het RPIW WLR vast te stellen en de globale businesscase op te stellen. Het uitgangspunt is dat in 2026, op basis van de Woningequivalent (WEQ) is een eenheid van warmtevraag gebruikt in het ontwerpen van warmtenetten. Een woningequivalent is gelijkgesteld aan 130 m2 bruto vloeroppervlak voor utiliteitsbouw of 27 GJ ) warmtevraag per jaar voor woningen. Dit is een inschatting van de hoeveelheid warmte die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien.. 25

Buurten en wijken in de Leidse regio met voorkeur voor collectieve warmteoplossing

warmteprogramma’s, een bijgestelde projectenportfolio vastgesteld wordt met een grotere mate van zekerheid qua omvang en planning. Het is ook belangrijk om op te merken dat het RPIW WLR pas dán overgaat tot het realiseren van de collectieve warmteprojecten als er sprake is van een sluitende (project)businesscase (zie ook verderop in dit rapport). De verwachting op dit moment is dat de planning alleen gerealiseerd kan worden als er (extra) subsidie en/of aanvullende financiële instrumenten beschikbaar komen vanuit de Rijksoverheid.

Daarbij dient opgemerkt te worden dat na 2030 de onzekerheid toeneemt met betrekking tot de opgave en de planning. 27 De planning is gebaseerd op inzichten van de deelnemende gemeenten uit de Transitievisies warmte. 26

14 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

Warmtevraag Levering via (WEQ)​ Vattenfall-net

# Gemeente​

Buurt​

1 Katwijk 2 Katwijk 3 Katwijk 4 Katwijk 5 Leiden 6 Leiden 7 Leiden 8 Leiden 9 Leiden 10 Leiden 11 Leiden 12 Leiden 13 Leiden 14 Leiden 15 Leiden 16 Leiden 17 Leiden 18 Leiden 19 Leiden 20 Leiderdorp 21 Leiderdorp 22 Leiderdorp 23 Leiderdorp 24 Leiderdorp 25 Leiderdorp 26 Leiderdorp 27 Leiderdorp 28 Oegstgeest 29 Oegstgeest 30 Voorschoten 31 Voorschoten 32 Zoeterwoude 33 Zoeterwoude 34 Zoeterwoude 35 Zoeterwoude 36 Zoeterwoude 37 Zoeterwoude 38 Zoeterwoude

Hoornes Oost, -West Molenwijk 't Heen, Rijnsburg-Noord, Kamphuizerpolder Rijnsoever-Oost, -Midden, -West Waardeiland​ Fortuinwijk-Noord​ Fortuinwijk-Zuid​ Merenwijk-Centrum Boshuizen Slaaghwijk Merenwijk (div. buurten) Lage Mors Noorderkwartier De kooi Meerburg Hoge Mors Haagweg-Noord​ Gasthuiswijk​ Haagweg-Zuid Schansen en Dreven ​ ogelwijk V Ouderzorg Zijlkwartier Binnenhof Winkelhof Buitenhof Oost-Zuid Buitenhof Midden-West Bloemenbuurt​ Haaswijk-Oost en - West Noord-Hofland Boschgeest en Bloemenwijk Hoge Rijndijk Oost Meerburg De Goede Herder Rijnegom Vogelweide Westwoud Dorp Totale warmtevraag:

2.656 1.072 2.620 2.667 464 2.035 1.220 783 1.744 1.778 2.000 2.387 2.781 3.278 1.198 2.624 993 1.397 1.883 801 1.131 1.753 424 650 701 1.115 1.368 1.620 2.145 2.691 1.607 273 294 320 325 272 548 669

Voor de periode na 2035 is het door de grote onzekerheid niet mogelijk om een inschatting te maken van de tijdsplanning van de benodigde warmteprojecten. 4.3. Omvang warmtelevering Op basis van de portfolio van warmteprojecten t/m 2035, is een inschatting gemaakt van de warmtelevering door het RPIW WLR. Aannames daarbij:

Mogelijk

•

Mogelijk Mogelijk Mogelijk Mogelijk Mogelijk Mogelijk

•

•

Het duurt vanaf de start van een warmteproject gemiddeld vier jaar28 totdat de (eerste) warmtelevering plaatsvindt. Niet iedereen zal een aansluiting op een collectieve warmteoplossing willen nemen. Gerekend is met een participatiegraad van 80% voor woonwijken en 50% voor bedrijventerreinen. Per buurt worden maximaal 700 aansluitingen per jaar29 in productie genomen. Een groter aantal levert een te grote overlast op voor de omgeving.

Mogelijk Mogelijk Mogelijk

Prognose omvang warmtelevering Leidse regio

54.287

Portfolio van warmteprojecten t/m 2035 28

Zie ook hoofdstuk 6, Warmteprojecten in de Leidse regio.

29

Streefwaarde die Firan hanteert.

15 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

De grafiek is gebaseerd op de portfolio van warmteprojecten t/m 2035 (blauwe lijn), die (lineair) geëxtrapoleerd is (gele stippellijn) naar de totale warmtevraag op basis van de totale opgave in de Leidse regio. De warmtelevering voor de projectenportfolio t/m 2035 komt uit op 43.075 WEQ (eindpunt blauwe lijn). Deze loopt op tot ongeveer 87.000 WEQ (eindpunt gele stippellijn, uitgaande van een participatiegraad van 80% als inschatting voor de totale warmtelevering in de Leidse regio.

Er is nog onvoldoende onderzoek gedaan naar de (mogelijke) inzet van lokale warmtebronnen en de bijdrage die deze bronnen kunnen leveren in de regionale warmtevoorziening. Het is noodzakelijk dat de gemeenten en het RPIW WLR zicht hebben of krijgen op de (mogelijke) warmtebronnen in de Leidse regio én onder welke voorwaarden en condities die ontwikkeld kunnen worden. Dit dient in een vervolgfase uitgewerkt te worden.

4.4. Regionale warmte-hoofdinfrastructuur Naast de implementatie van de collectieve warmteoplossingen, in de vorm van warmtedistributienetten in de buurten en wijken, dient er ook een regionale warmte-hoofdinfrastructuur ontwikkeld te worden. Ook daarvoor worden projecten uitgevoerd. Dit betreft onder andere de ontsluiting van regionale en lokale warmtebronnen, de bouw van warmteoverdrachtstations, de aanleg van hoofddistributieleidingen en de bouw van piek en backup voorzieningen. Deze warmte-hoofdinfrastructuur heeft een regionale functie en fungeert als de ruggengraat van de warmtevoorziening in de Leidse regio. De realisatie van deze regionale warmte-hoofdinfrastructuur dient (voor een deel) plaats te vinden, voorafgaand aan de realisatie van de warmteprojecten in de buurten en wijken. Het is voorzien dat de implementatie van deze warmte-hoofdinfrastructuur in de periode 20272042 plaatsvindt. In het Toekomstbeeld regionaal warmtesysteem Holland Rijnland is een eerste beeld opgenomen van de mogelijke warmte-hoofdinfrastructuur die nodig is voor Holland Rijnland, inclusief de Leidse regio. Door de gemeente Leiden is een vervolgstudie30 uitgevoerd naar de benodigde warmtehoofdinfrastructuur binnen de gemeentegrenzen. Voor de overige WLRgemeenten moet deze (verdere) detaillering nog plaats vinden.

30

Greenvis (2025), Warmtenet hoofdinfrastructuur Leiden.

16 | Programma Warmte Leidse Regio | Globaal ontwerp Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio

5. Businessmodel

Belangrijkste doelgroepen (80%)

Het businessmodel beschrijft hoe het RPIW WLR waarde creëert, levert en behoudt. Het laat zien op welke manier het RPIW WLR haar dienstverlening ontwikkelt en aanbiedt, hoe de relaties met klanten eruit zien, hoe het haar inkomsten genereert en kosten beheerst. Het businessmodel van het RPIW WLR is opgesteld met behulp van het Business Model Canvas31 tijdens een van de workshops met de samenwerkende partijen, zie bijlage 2 en 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=4d026e97-9d50-4e58-837a-e9c777547b18