bijlage 3 omklappen sociaal domein analyse onderdeel jeugd
Tekst van het document
18
Dienstverlening/bedrijfsvoering Bij een overstap naar de samenwerking voor de inkoop jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering naar Holland Rijnland/Leidse regio, is de impact op de dienstverlening/bedrijfsvoering gemiddeld. Voor wat betreft het financiële kader, moet, zowel aan een vergelijking van kosten van ondersteuning, kosten gerelateerde functies, kosten van samenwerking van gemeenten, frictiekosten en structureel hogere lasten aandacht worden besteed. Vergelijking kosten ondersteuning De kosten van de ondersteuning jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn nauwelijks te vergelijken. De gemeenten in de regio Haaglanden werken met een inspanningsgerichte bekostiging ofwel prijs x hoeveelheid (pxq). De hoeveelheid kan verschillen in bijvoorbeeld uren, dagdelen, etmaal en stuks en komen maar bij een beperkt aantal producten overeen. Bij sommige vormen van jeugdhulp, zoals bijvoorbeeld jeugd en opvoedhulp, zijn er verschillende producten, waarin juist een opleidingsniveau wel een rol speelt. Tussen de producten in Haaglanden is daarin meer differentiatie dan bij Holland Rijnland. De gemeenten in de regio Holland Rijnland/Leidse regio werken ook met een inspanningsgerichte bekostiging ofwel prijs x hoeveelheid (pxq), maar maken daarbij per product een onderscheid in opleidingsniveau. Dit is dus meer gedifferentieerd per product, dan tussen de producten.
Daarnaast worden er verschillende productcodes gebruikt bij de productcategorieën, ofwel de productcodes komen niet overeen. Verder maakt de regio Haaglanden zoals aangegeven gebruik van meerdere zorgvormen op het gebied van bijvoorbeeld ambulante jeugdhulp, terwijl de regio Holland Rijnland (tot 2020 gezien toevoeging van het product geïntegreerde jeugd ggz in Haaglanden) weer meer zorgvormen gebruikt op het gebied van jeugd ggz. Er zijn bijvoorbeeld ook verschillende afspraken waarop een tarief is gebaseerd. Een voorbeeld is bijvoorbeeld hoe wordt omgegaan met no show of de declaratie van afwezigheidsdagen bij verblijf. Dit alles maakt dat een vergelijking complex is, niet volledig is te maken en niet meer is dan een globale indruk. Een vergelijking van de tarieven van producten uit Haaglanden en Holland Rijnland kan op basis van een gemiddeld tarief per productcategorie, of een gemiddeld betaald tarief per productcategorie, of met een vergelijking van het tarief van de productcodes waarop het meest is gedeclareerd. Nogmaals, het geeft niet meer dan een indruk.
Uit een vergelijking op basis van het gemiddelde betaalde tarief voor een beperkt aantal productcodes die overeenkomen (25% van het totaal zorgrealisatie), met peildatum zorgrealisatie kalenderjaar 2019, is gebleken dat voor dit beperkte deel van het totaal, de verwachte realisatie 2019 via Holland Rijnland iets lager (grofweg 10%) zou zijn geweest (met alle mitsen en maren). Tabel steekproef vergelijking tarieven Holland Rijnland en Haaglanden realisatie 2019 Product
Gemiddeld tarief 2020 Holland Rijnland (instellingen)
Tarief Haaglanden (instellingen) 2020
121
Tarief Holland Rijnland 2020 van productcode waar op het meest is gedeclareerd in 2019 109
Basis jeugd ggz Specialistische jeugd ggz Hoog specialistische jeugd ggz Geïntegreerde jeugd ggz
121
109
106
109
95
117
121
109
113 (2020)
101
19
Eed diagnostiek
89
92 en 108
91
Eed behandeling
89
108
89
Kortom, op basis van een steekproef van een zeer beperkt aantal producten jeugd ggz (zonder verblijfsvormen) blijkt dat de tarieven nauwelijks uiteenlopen. Beide regio’s hebben de tarieven de afgelopen periode geïndexeerd op basis van de landelijk vastgestelde OVA (Overheidsbijdrage in Arbeidskostenontwikkeling) indexatie. Daarnaast zijn in beide regio’s zijn een aantal (verblijfs)tarieven opgehoogd, dit mede in het kader van het streven van het Rijk naar reële en kostendekkende tarieven om juridische geschillen op te lossen of juist te voorkomen. Daarnaast verschilt het gebruik van zorgvormen per jaar en zijn fluctuaties mogelijk. Voor een relatief kleine gemeente als Voorschoten, heeft het impact als er in enig jaar door een beperkt aantal jeugdigen gebruik wordt gemaakt van verblijfszorgvormen, omdat de kosten relatief hoog zijn. Dit maakt een vergelijking lastig. Samenvattend wordt gesteld dat het niet de verwachting is dat de zorgkosten veel veranderen bij een overstap. Dit omdat er geen grote verschillen zijn te constateren in de wijze van inkoop en het gevoerde beleid. Uit een kleine steekproef blijkt bij een vergelijking daarnaast dat de tarieven niet veel uiteenlopen. Er zijn ook geen signalen vanuit de praktijk van jeugdhulpaanbieders waarin grote verschillen in tarieven tussen de regio’s worden aangegeven.
Vergelijking kosten gerelateerde functies Jeugdbeschermingstafel De gemeente Voorschoten werkt voor de werkwijze Jeugdbeschermingstafel H5 samen met de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar en Zoetermeer. De voorzitter en de secretaris van de Jeugdbeschermingstafel H5 zijn in dienst van de gemeente Zoetermeer. De salariskosten worden, naar rato op basis van het aantal casussen van het voorgaande kalenderjaar, verdeeld over de betrokken gemeenten. De kosten kunnen daarom jaarlijks beperkt variëren. De kosten voor Voorschoten voor 2019 waren € 8.000, Daarnaast maakt de gemeente Voorschoten voor bijeenkomsten van de Jeugdbeschermingstafel H5 om-niet gebruik van het (gezien de veiligheidsvereisten geschikte) gemeentekantoor Leidschendam-Voorburg. De gemeenten van Holland Rijnland/Leidse regio organiseren via de werkwijze Jeugdbeschermingstafel Holland Rijnland. De voorzitter en de secretaris van de Jeugdbeschermingstafel Holland Rijnland zijn in dienst van Holland Rijnland. De salariskosten worden, naar rato op basis van het aantal casussen van het voorgaande kalenderjaar verdeeld. Daarnaast maken de gemeenten voor bijeenkomsten van de Jeugdbeschermingstafel om-niet gebruik van het (gezien de veiligheidsvereisten geschikte) stadskantoor Leiden (Veiligheidshuis, Stationsplein 107).
Omdat de bekostigingssystematiek hetzelfde is, bestaat de indruk dat de kosten bij een overstap niet veel verschillen en beperkt zijn. Dit wordt nog verder uitgezocht. Integrale Vroeghulp Het multidisciplinaire team Integrale Vroeghulp wordt bovenregionaal ingekocht. De gemeente Voorschoten nu samen met de regio Delft en Zoetermeer. Dat zijn de gemeenten: Delft, Pijnacker-Nootdorp, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden
20
Delfland, Rijswijk, Vlaardingen, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. De kosten worden onderling tussen de verschillende gemeenten verrekend. De kosten 2019 waren voor Voorschoten € 2.200. Het werkgebied Integrale vroeghulp Holland Rijnland is de gemeente Hillegom, gemeente Katwijk, gemeente Leiden, gemeente Leiderdorp, gemeente Lisse, gemeente Nieuwkoop, gemeente Noordwijk, gemeente Noordwijkerhout, gemeente Oegstgeest, gemeente Teylingen en gemeente Zoeterwoude. Het multidisciplinaire team wordt gezamenlijk ingekocht. Omdat de werkwijze overeenkomt, bestaat de indruk dat de kosten bij een overstap niet veel verschillen en beperkt zijn. Dit wordt nog uitgezocht. De kosten voor de coördinatie, het casemanagement en het ontwikkelingsonderzoek worden met de afzonderlijke gemeenten lokaal afgesproken en is door de gemeenten bij MEE Zuid-Holland Noord belegd. Nu de functies en de middelen van MEE naar Voorschoten Voor Elkaar zijn gegaan, moet Voorschoten Voor Elkaar dit organiseren. De kosten wijzigen daarmee niet. Vergelijking kosten samenwerking gemeenten De kosten zijn te verdelen in kosten van de samenwerking tussen gemeenten en die van de inkooporganisaties.
De gemeenten van de jeugdhulpregio Haaglanden werken in afstemming samen aan verschillende regionale programma’s, bijvoorbeeld voor de inkoop, transformatie en stroomlijning van de kostenontwikkeling en daarnaast ook aan afstemming in bedrijfsvoering en informatievoorziening. Er is sprake van een overgangsperiode hierin naar aanleiding van evaluatie van de GR-samenwerking in 2019. De trekkers van de programma’s worden gezamenlijk bekostigd, op basis van verdeling naar aanleiding van het inwoneraantal. Verder wordt er capaciteit ingezet van gemeenten. Omdat er nu nog sprake is van een overgangssituatie, is deze lastig in te schatten, minimaal 0,4 fte lijkt reëel voor Voorschoten. Als deze capaciteit niet voorhanden is en/of specifieke expertise nodig is voor activiteiten, wordt er ingehuurd. Dat is bijvoorbeeld gebeurd voor de verwerving jeugdbescherming en jeugdreclassering 2020 en de inkoop specialistische jeugdhulp 2021. De totale capaciteitsinzet en de kosten zijn variabel en daarom niet precies inzichtelijk te maken. Een indicatie van de kosten is ongeveer € 52.000 op jaarbasis, naast de inzet van ambtelijke capaciteit 0,4 fte.
De gemeenten van de jeugdhulpregio Holland Rijnland werken ook in afstemming samen aan verschillende regionale programma’s, aan onderwerpen als de inkoop, transformatie en stroomlijning van de kostenontwikkeling en daarnaast ook aan afstemming in bedrijfsvoering en informatievoorziening. Er zijn voor realisatie van de werkagenda jeugd een beperkt aantal strategisch adviseurs in dienst van Holland Rijnland die op verschillende onderdelen trekkers zijn van regionale beleidsontwikkeling. De kosten hiervan worden via de begroting van de TWO gedekt, op basis van verdeling naar rato van de realisatie jeugdhulp van de betrokken gemeenten. Gezien de ontwikkeling van regionaal naar sub regionaal, wordt er sinds enige tijd gewerkt met sub regionale programmateams voor de inkoop. De programmamanager Leidse regio en projectondersteuner worden bekostigd door de vier gemeenten (op basis van verdeling naar rato realisatie jeugdhulp). Daarnaast wordt ambtelijke capaciteit ingezet van de vier betrokken gemeenten; de afspraak is dat iedere gemeente 0,8 fte toegang en 0,4 fte regionale capaciteit levert, in totaal 1,2 fte. Op dit moment is als indicatie van de kosten voor Voorschoten aan te geven € 50.000 op jaarbasis, naast inzet van ambtelijke capaciteit, lijkt reëel.
21
De kosten van de Gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden zijn voor Voorschoten in 2021 ca € 71.000 van de € 3.091.150 totale jaarkosten van dit Servicebureau. De kosten worden verdeeld naar rato, op basis van het aantal inwoners van een gemeente van het vorige kalenderjaar. Dit leidt er toe dat voor 2021 2,24% van de kosten voor de gemeente Voorschoten zijn. De totale jaarkosten van de TWO voor 2021 zijn € 2.319.148 (dus voor inzet capaciteit beleid, inkoop en administratie). De kosten worden met ingang van 2021 verdeeld op basis van de realisatie zorg in natura van het voorgaande kalenderjaar (volgens vereveningsafspraak pieken en dalen in uitgaven opvangen). Een indicatie voor een bijdrage voor Voorschoten zou 5 à 6% van de totale kosten zijn, ofwel ongeveer € 130.000 op jaarbasis. In deze bijdrage zit een deel administratie dat wordt uitgevoerd door Servicepunt 71. Kortom, de kosten van de regionale samenwerkingen jeugdhulp voor wat betreft afstemming beleid en inkoop lijken in de Holland Rijnland/Leidse regio structureel iets hoger te liggen, ongeveer € 60.000 op jaarbasis lijkt reëel. In beide regionale samenwerkingen is inzet van ambtelijke capaciteit nodig. Een indicatie is 1 fte op jaarbasis. Er is in ieder geval efficiency verlies ten opzichte van de huidige situatie van in één regio participeren.
Er wordt voorlopig 1fte ofwel € 90.000 als benodigde capaciteit opgenomen. Frictiekosten Aan uittreding uit de GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden zijn mogelijk kosten verbonden. Als basis voor deze kosten wordt uitgegaan van ongeveer drie keer de jaarbijdrage, ofwel ongeveer € 213.000. De omvang van de kosten wordt uiteindelijk bepaald door welke optie wordt gekozen. De opties variëren, afhankelijk van of wel of geen personeel wordt overgenomen en/of er nog wel of geen diensten worden afgenomen. Gezien het feit dat er op dit moment sprake is van meerdere contracten met verschillende looptijden en dat declaraties wettelijk gezien 5 jaar na dato kunnen worden ingeleverd, is de verwachting dat er tijdelijk kosten zijn voor dienstverlening door beide inkooporganisaties en mogelijk door Voorschoten zelf tijdelijk extra werkzaamheden nodig zijn. Hierover vindt nog overleg en afstemming met beide inkooporganisaties plaats. Op dit moment is daarom nog geen nauwkeuriger indicatie van eventuele kosten te geven. Gezien de beoogde overstap, is tijdelijk beperkt extra ambtelijke capaciteit voor het tegelijkertijd participeren in de huidige regio en voorbereiding participeren toekomstige regio nodig. Dit is nog niet precies in te schatten en daarom wordt een pm post opgenomen.
Bij een overstap moet aandacht worden besteed aan externe communicatie richting betrokken gemeenten, inkooporganisaties, jeugdhulpaanbieders, lokale partners en cliënten. Hiervoor wordt een pm post opgenomen. Gevolgen ICT Voorschoten maakt, via de Werkorganisatie Duivenvoorde, gebruik van het systeem van de gemeente Leidschendam-Voorburg van Centric, Suite4werk en inkomen en ook gebruik van Key2Wmo en Key2Jeugd. Voorschoten neemt de hosting en ondersteuningskosten door Leidschendam-Voorburg voor de onderdelen voor Wmo en Jeugd (nog) gratis af. Leidschendam-Voorburg overweegt voor deze onderdelen Wmo en jeugd op termijn kosten voor in rekening te brengen. Er worden wel licentiekosten rechtstreeks aan Centric betaald voor de onderdelen Wmo en jeugd via de WODV. Het 22
technisch beheer en hosting van de applicatie is voor de betrokken gemeenten overigens ondergebracht bij de gemeente Westland. Het functioneel beheer wordt uitge-voerd door Leidschendam-Voorburg. LV voert het functioneel beheer uit voor de eigen WMO en Jeugd taken en voor de W&I taken van de 3 gemeenten. Het functioneel beheer voor de WMO en jeugd taken van Voorschoten en Wassenaar wordt door de WODV, afdeling MO uitgevoerd. Zoals in de analyse voor omklappen Werk en Inkomen aangegeven, wordt onderzoek gedaan naar wat de inrichtingskeuzes ICT zijn (bij WODV of elders onderbrengen), onderzoek naar wat daarvoor nodig is, en wat dat aan inzet vraagt nadat het ingericht is. Natuurlijk wordt ook aandacht besteed aan een overgangstraject. Het justitiële berichtenverkeer via CORV moet worden mee gemigreerd met /naar het informatiesysteem dat uiteindelijk gaat worden gebruikt voor de jeugdtaken van Voorschoten. Omdat de frictiekosten en eventueel hogere kosten ICT nog niet duidelijk zijn, worden pm posten opgenomen. In de uitvraag voor de onderzoeksopdracht worden de ICT kosten voor jeugd en Wmo ook meegenomen. Weging criteria dienstverlening en bedrijfsvoering: Kosten efficiënt: Meer integraal werken en bundelen van taken kan leiden tot synergie en meer kosten efficiëntie.
Met het huidige voorkeursscenario wordt bij een overgang naar de constructie met Holland Rijnland/Leidse regio in principe niet meer kosten efficiënt gewerkt dan voorheen. Personele gevolgen: De personele gevolgen zijn naar verwachting beperkt. De personele gevolgen richten zich met name op benodigde incidentele en structurele capaciteit voor de regionale inkoopsamenwerking voor wat betreft beleid, administratie en beheer en ICT. Er is in ieder geval efficiencyverlies ten opzichte van de huidige situatie dat in één regio wordt geparticipeerd. Voor wat betreft de uitvoering zijn er geen wijzigingen. Juridische gevolgen: Een overstap voor wat betreft de inkoopconstructie, betekent uittreding uit de huidige bedrijfsvoering regeling, per 1 januari van een kalenderjaar en met een formele opzegtermijn van 1 jaar. Deze periode van 1 jaar is minimaal. Een zorgvuldige termijn heeft de voorkeur. Geadviseerd wordt om een overstap per 1 januari 2023 voor te bereiden. Dit geeft rust en ruimte om voor alle betrokken partijen om een overstap adequaat en zorgvuldig te regelen en heeft als overwegingen: Voor het opzeggen van een GR regeling is instemming van de raad nodig. De raad wil een integrale financiële afweging maken van de overstappen en besluitvorming hierover vindt niet eerder plaats dan medio 2021.
Het college besluit tot uittreding, na verkregen toestemming van de raad (artikel 1, lid 2 en 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Concreet betekent dit dat het bestuur van de GR voor 1 januari 2022 (uiterlijk 31 december 2021) van het besluit van het college tot uittreding in kennis moet worden gesteld. Dit leidt tot ongeveer 2 jaar tijd te hebben voor verdere uitwerking en voorbereiding Uittreding uit de betrokken GR vraagt werk en er moet rekening worden gehouden met het overzetten van de administratie. Er is sprake van drie soorten contracten met verschillende looptijden: De contracttermijn van de specialistische jeugdhulp gaat in per 1 januari 2021 en heeft een eerste termijn van twee jaar tot en met 31 januari 2022 en kan vier keer één jaar worden verlengd.
23
De raamovereenkomst voor jeugdbescherming en jeugdreclassering is ingegaan per 1 januari 2020 en heeft een eerste contracttermijn van vier jaar (tot en met 31 december 2023). De Raamovereenkomst wordt stilzwijgend tweemaal met twee jaar verlengd. De Raamovereenkomst eindigt in dat geval van rechtswege op 31 december 2027. Crisisinterventieteam: twee jaar tot en met 31 december 2021 en wordt stilzwijgend tweemaal met één jaar verlengd. Expertiseteam Complexe Zorg: twee jaar tot en met december 2021 en wordt stilzwijgend tweemaal met één jaar verlengd. De contracttermijn voor jeugdhulpplus (met Rotterdam Rijnmond) loopt tot en met 31 december 2021 en kan nog één jaar worden verlengd tot en met 31 december 2022. Een beoogde overstap per 1 januari 2023 sluit aan bij de afloop van de eerste termijn van de contracten voor specialistische jeugdhulp en de laatste termijn van jeugdhulplus, maar niet bij die voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Dat betreft de meest kwetsbare kinderen en daarom wordt er zorgvuldig mee omgegaan. Er wordt geïnventariseerd of sprake kan zijn van ‘plug out, plug in’ van contracten of dat tijdelijk contractmanagement door een van de inkooporganisaties kan worden gevoerd. Declaraties kunnen wettelijk gezien 5 jaar na dato worden ingediend. Over afhandeling hiervan moeten afspraken worden gemaakt.
In principe is het een bestuurlijke wens om zo veel mogelijk in één regio te organiseren. Het is niet zo dat de huidige kwaliteit van de dienstverlening van de Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en de samenwerking met de gemeenten niet voldoet. Organisatorische gevolgen: Bij een overstap voor de inkoop zijn deze te overzien. Er is sprake van incidentele en structurele gevolgen voor capaciteit voor beleid, administratie, beheer, ICT en informatiestromen gezien de overstap en tijdelijk in twee regio’s participeren. Opgedane ervaring leert dat het bij overstappen, het tijd en energie vraagt van alle betrokkenen om te wennen. Daarnaast vallen voorbereidingen samen met reorganisatie en ontvlechting van de Werkorganisatie Duivenvoorde en oprichting eigen organisaties van de gemeente Voorschoten en Wassenaar. Transitie-effect: Bij een overstap alleen voor wat betreft de inkoop is dit gematigd. Er komt vooral administratief en beheersmatig werk aan in de overgang van de ene naar de andere inkooporganisatie. Vanuit de WODV/gemeente Voorschoten moeten naast administratieve en beheersmatige werkzaamheden ook beleidsmatige werkzaamheden plaatsvinden; via het aanhaken bij beleid, verordening jeugd en beleidsregels jeugd en het participeren in de regionale samenwerking.
Eventueel moeten in het kader van zorg continuïteit voor jeugdigen eventueel tijdelijk lokaal contracten worden afgesloten en beheerd. Voor professionals van aanpalende domeinen, als bijvoorbeeld onderwijs en Veilig Thuis Hollands Midden, is het vanwege hun gerichtheid op de Leidse regio, de afgelopen jaren lastig geweest voor wat betreft doorverwijzing, kennis en afstemming dat de gemeente Voorschoten heeft gewerkt met een eigen dienstverleningsmodel en via Haaglanden specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering heeft ingekocht. Overstap naar de Holland Rijnland/Leidse regio inkoopsamenwerking kan leiden tot meer duidelijkheid en een overzichtelijker uitgangspositie in hun werk. Praktische haalbaarheid:
-
-
-
24
Ja, maar vraagt wel transitiemanagement en dat pleit voor tijd (uitgangspunt zo goed mogelijk, in plaats van zo snel mogelijk). Participatie beoogde overstap sociaal domein Leidse regio: Radar heeft participatie uitgevoerd met de Adviesraad Sociaal Domein Voorschoten en met een aantal aanbieders sociaal domein. Het rapport Radar geeft over het standpunt van de Adviesraad Sociaal Domein Voorschoten ten opzichte van een overstap van Voorschoten op het sociaal domein naar de Leidse regio samenvattend weer; Er is geen ontevredenheid over de huidige situatie dienstverlening, vanuit dit oogpunt is er geen urgentie om koers te verleggen; Koersverlegging biedt wel kans om e.e.a. soepeler en meer integraal te organiseren; Voorschoten heeft partner(s) nodig om alle taken goed te kunnen uitvoeren; Oriëntatie op Leidse regio is logischer en acceptabeler dan oriëntatie op Haagse regio en Naast kwaliteit, ook bereikbaarheid en toegankelijkheid waarborgen bij koersverlegging naar Leidse regio. Deze inbreng is gewaarborgd in deze analyse; de kwaliteit van ondersteuning kan op een vergelijkbaar niveau worden gerealiseerd bij een overstap voor wat betreft de inkoopsamenwerking naar de Holland Rijnland/Leidse regio; er is immers sprake van grotendeels dezelfde aanbieders.
De bereikbaarheid en toegankelijkheid veranderen in principe niet; de toegang jeugd en Wmo (0-100) blijft lokaal belegd via Voorschoten Voor Elkaar. Het rapport Radar geeft over het standpunt van geconsulteerde aanbieders (variërend van thuiszorg en verpleeghuiszorg, tot ambulante begeleiding Wmo en begeleid wonen) samenvattend weer: De zorgpunten van aanbieders zijn niet gekoppeld aan een mogelijke overgang naar de Leidse regio. De belangrijkste zorgen zijn de eisen en beperkingen vanuit de aanbestedingen, in beide regio’s, waardoor er naar de mening van aanbieders niet voldoende kan worden geleverd. Aanbieders voelen zich niet voldoende gehoord. Deze inbreng wordt door de gemeente Voorschoten niet herkend voor jeugdhulpaanbieders in deze analyse. Zoals eerder aangegeven, is er sprake van grotendeels dezelfde jeugdhulpaanbieders in de jeugdhulpregio Holland Rijnland/Leidse regio en Haaglanden. Het is een feit dat jeugdhulpaanbieders aarzelingen hebben bij aanbestedingen. Alle gemeenten hebben de plicht zich aan de beginselen van het aanbestedingsrecht (de Aanbestedingswet) en beginselen van behoorlijk bestuur te houden en volgen ontwikkelingen op het gebied van inkoop op het sociaal domein nauwlettend, ook omdat op rijksniveau dit onderwerp wordt besproken.
Alle betrokken gemeenten houden daarnaast bij de wijze(n) waarop zij inkopen, zo veel als mogelijk is gezien wetgeving, rekening met de reikwijdtes van het zorglandschap jeugdhulp, de wens tot keuzevrijheid van cliënten en zakelijk partnerschap met jeugdhulpinstellingen. Betrokken gemeenten stellen bij de inkoop wel minimale eisen en voorwaarden op, waaraan moet worden voldaan, om een minimaal kwaliteitsniveau te realiseren. Bij inkooptrajecten worden marktconsultaties gehouden. Via contractmanagement vinden regulier gesprekken plaats. Kortom, op deze punten zijn de beide regio’s vergelijkbaar. De gemeenten in de jeugdhulpregio Haaglanden/Voorschoten en hanteren tot en met 2020 geen maximale bestedingsruimte per aanbieder (maar voeren dit per 2021 in).
25
Dit, in combinatie met de huidige situatie van ruim 175 gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in de regio Haaglanden/Voorschoten en de jaarlijkse kostenstijgingen, leidt er toe dat door de gemeente Voorschoten niet wordt herkend dat er door eisen en beperkingen vanuit aanbestedingen onvoldoende kan worden geleverd.
26
3. Voorlopig totaal financieel overzicht Verwachte frictiekosten: Kosten ICT Kosten uittreding GR Serviceorganisatie Extra capaciteit overstap Aanpassing externe communicatie
pm € 213.000 pm pm
Verwachte hogere structurele kosten: Hogere kosten regionale samenwerking Hogere kosten structurele capaciteit Eventueel hogere kosten ICT
€ 60.000 € 90.000 pm
27
4. Weging onderdelen beleid Op basis van de Jeugdwet hebben gemeenten een zorgplicht op het gebied van jeugdhulp en leveringsplicht op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daarnaast is er sprake van meerdere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp. Naast jeugdconsulenten kunnen ook huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en Gecertificeerde Instellingen (artikel 2.6 lid 1 sub g Jeugdwet) rechtstreeks verwijzen naar specialistische jeugdhulp die een gemeente heeft ingekocht. Het sturen op en realiseren van effectieve en efficiënte jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering is daarom complex en hierbij wordt zowel lokaal, als regionaal, geacteerd. Het streven is om met de beschikbare middelen zo veel mogelijk jeugdigen te helpen. Stroomlijnen van de kostenontwikkeling jeugdhulp is van urgent en noodzakelijk belang voor Voorschoten, zeker gezien de kostenontwikkelingen jeugdhulp van de afgelopen jaren. Samenvattend beoogt beleid jeugdhulp in hoofdlijnen drie bewegingen. Dit zijn: versterken van de basisvoorzieningen; meer preventie, eerder signaleren; verbeteren van een adequate zorgbehoeftebepaling: sneller de juiste zorg op maat leveren en stimuleren van de ontwikkeling van (semi-)residentiele zorg naar (intensieve) ambulante zorg, waaronder ook vernieuwingen in ‘dwang’: passende zorg bieden, zo licht als kan, zo zwaar als nodig is.
De gemeente Voorschoten zet sterk in op de lokale aanpak van sturing en stroomlijnen kostenontwikkeling jeugdhulp via uitvoering van de maatregelen van het lokaal actieplan jeugd 2019-2021. De maatregelen zetten in op de onderdelen waar de gemeente lokaal direct invloed op kan uitoefenen, in nauwe samenwerking met de lokale partners via de thema’s: preventie (o.a. invoering brede welzijnsorganisatie Voorschoten Voor Elkaar en beleggen van de toegang 0-100 bij Voorschoten Voor Elkaar), kwalitatieve en kostenbewuste toegang (investeren in jeugdconsulenten en pilot Ondersteuner Jeugd en Gezin in samenwerking met de Voorschotense huisartsen), integrale zorg en ondersteuning (o.a. versterken van de expertise veiligheid in het lokale team en verbeteren van de ketensamenwerking met onder andere de Gecertificeerde Instellingen) en - begrenzing van jeugdhulp. Daarnaast zet de gemeente Voorschoten via de huidige samenwerking met de jeugdhulpregio Haaglanden in op een regionale aanpak van sturing en stroomlijnen kostenontwikkeling jeugdhulp. De maatregelen zetten in op de onderdelen waarbij gezamenlijk kan en/of moet worden opgetrokken: het regisseren van regionale maatregelen: o gezamenlijke lobby richting partijen als het Rijk (o.a.
gericht op een reële uitkering uit gemeentefonds) en bijvoorbeeld overleg met partijen als het zorgkantoor CZ, CIZ en aanbieders (over de pakket maatregelen Wet langdurige zorg/Zorgverzekeringswet om cliënten uit de juiste wet te bekostigen); o inkoop: doorontwikkeling van de tarieven, invoering van de Q-analyse, ontwikkeling van een daarmee samenhangend richtinggevend normenkader en invoering van maximale bestedingsruimte per aanbieder; o verbeteren rechtmatigheid contractering: aanschaf van een module Graydon door de Serviceorganisatie om beter inzicht te krijgen in structuren, financiële posities en risico’s van contractpartijen waardoor uitsluitingscriteria voor (potentiele) contractpartijen en contractvoorwaarden voor inkoop kunnen worden verbeterd, activiteiten 28
-
-
gericht op data-integriteit om opvallende afwijkingen in patronen, dubbelingen en doorlooptijden van inzet van producten inzichtelijk te maken en intensivering van het strategisch contractmanagement door de Serviceorganisatie in samenwerking met gemeenten gericht op verbetering van de ketensamenwerking; het houden van ontwikkeltafels met jeugdhulpaanbieders om ideeën op te halen, samen te ontwikkelen en implementatie voor te bereiden en het uitwisselen van ervaringen met lokale maatregelen gericht op sturen via preventie, de gemeentelijke toegang, doorstroom en begrenzing.
Bij onderdeel 2 van dit rapport is vastgesteld bij de vergelijking van de samenwerkingsvormen dat op gebied van beleid(sregie) en samenwerkingsafspraken voldoende beleidsregie kan worden uitgeoefend en sprake is van een vergelijkbare en voldoende ruimte voor lokale beleidsdifferentie. Er is bij beide samenwerkingen sprake van een beweging naar beleidssynchroniteit bij het beleid van de inkoop en daarmee bijvoorbeeld de sturingsmogelijkheden in de relatie tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders te optimaliseren en de administratieve lasten voor de jeugdhulpaanbieders te stroomlijnen en, zo veel als mogelijk is, beperkt te houden. Als bij een eventuele overstap rekening wordt gehouden met streven naar beleidssynchroniteit met regionaal inkoop beleid Holland Rijnland en sub regionaal inkoopbeleid Leidse regio, is een inhoudelijke vergelijking van de onderdelen van dit beleid gewenst. Bij het omklappen jeugdhulp gaat het grofweg om de volgende onderdelen weging beleid. Beleid inkoop specialistische jeugdhulp Haaglanden/Voorschoten versus Holland Rijnland/Leidse regio De gemeente Voorschoten heeft in 2018 de regionale inkoopstrategie jeugdhulp Haaglanden 20202024 vastgesteld, waarin de uitgangspunten voor de inkoop van specialistische jeugdhulp in een resultaatgericht jeugdhulpstelsel 2020-2024 zijn vastgelegd.
De geformuleerde kaders van de inkoopstrategie zijn grofweg samengevat: Jeugdhulp wordt zo dicht mogelijk bij de leefwereld van het kind/gezin geboden; Jeugdhulp is in individuele situaties gericht op realisering van de kinderrechten zoals opgenomen in het Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind en verankerd in de Jeugdwet (bijvoorbeeld participatie, school, veilig opgroeien in een gezin) als maatschappelijk resultaat; Het jeugdhulpstelsel is resultaatgericht ingericht en kent een bijbehorende resultaatbekostiging; Het jeugdhulpstelsel is een lerend systeem waarin sprake is van een doorlopend proces van ophalen van ervaringen van gebruikers en deze gebruiken als input voor verbeteringen; De jeugdhulpaanbieder heeft de plicht om maatwerk boven standaardaanbod te leveren en is verantwoordelijk voor het behalen van duurzame resultaten; Eenduidige processen op regioniveau bij hulpvraagverduidelijking, verwijzingssystematiek en het meten van resultaten. Op basis van dit inkoopkader zijn de inkoopdocumenten uitgewerkt. De gemeenten hebben de rechtszaak, die was gericht tegen de tarieven, die een aantal jeugdhulpaanbieders tegen de inkoop 2020-2024 hadden aangespannen, verloren. Voor 2020 zijn overgangscontracten afgesloten, waarmee zorg continuïteit is gerealiseerd.
Daarnaast is een traject in overleg met jeugdhulpaanbieders over de tarieven gevolgd dat heeft geleid tot aanpassing van een beperkt aantal tarieven. Per januari 2021 worden resultaat- (met een looptijd van 2 jaar) en ontwikkelovereenkomsten (met een looptijd van 1 jaar) afgesloten, die beiden kunnen worden verlengd. In de ontwikkelovereenkomsten kunnen aanvullend eisen worden 29
opgenomen, bijvoorbeeld afspraken over werkprocessen met het lokale jeugdteam. Er is sprake van een inspanningsgerichte bekostiging (ook wel pxq) (en nog niet op basis van een budgetplafond per client). De komende periode wordt, op basis van thema’s, in overleg met jeugdhulpaanbieders verder gebouwd aan de doorontwikkeling van een resultaatgericht jeugdhulpstelsel. Ook wordt in samenwerking met jeugdhulpaanbieders gewerkt aan een aanpak van wachttijden via een pilot. Voor wat betreft de inkoop wordt met ingang van 2021 gewerkt met een maximale bestedingsruimte per aanbieder. Daarnaast wordt steviger gestuurd op efficiënte trajecten via invoering van de zogenaamde q-analyse op basis van een richtinggevend normenkader (dat is een analyse of de tijdsduur/intensiteit van trajecten binnen gestelde normen vallen). Via intensivering van contractmanagement en toepassing van het principe ‘licht toe en leg uit’, moet dit er toe leiden dat jeugdhulptrajecten, zo veel als mogelijk is, binnen reguliere normen vallen (en daarmee bijvoorbeeld excessief lange trajecten worden tegengegaan). Er wordt niet gewerkt met budgetplafonds per aanbieder of clientstops. Voor de periode 2021 en verder gebruikt de regio de ‘Open House’ methode van inkopen voor de inkoop van specialistische jeugdhulp, dat een meer flexibel contractmodel is dan de tot nu toe gehanteerde methode Zeeuws model.
Het betekent dat iedere aanbieder die aan de gestelde voorwaarden voldoet, kan toetreden en ook dat er tussentijds de mogelijkheid is tot toetreden van nieuwe aanbieders. Daarnaast is, in onderling overleg, tussentijds aanpassing van de inhoud van contracten mogelijk. In het kader van contractmanagement worden er periodiek contractmanagement gesprekken gevoerd door de inkooporganisatie in samenwerking met de betrokken gemeenten. Er zijn geen financiële vereveningsafspraken. De afgelopen periode hebben de gemeenten van de Leidse regio de notities ‘visie samen sterk voor de toekomst van de jeugdhulp’ (2019) (bijlage 2), de opdracht aan de gemeentelijke toegang van 2021 (2019) (bijlage 3) en het programmaplan zorgaanbod jeugdhulp Leidse regio vanaf 2021 (2020) (bijlage 4) vastgesteld. Daarnaast is een regionaal inkoopplan jeugdhulp Duin&Bollenstreek gemeenten, Leidse regio gemeenten en (op onderdelen) Rijnstreek gemeenten vastgesteld (2020) in samenwerking met de TWO (bijlage 5). De opvolger van het regionale beleidsplan ‘Hart voor Jeugd’ is de sub regionale visie op jeugdhulp van de Leidse regio uit 2019 ‘ visie samen sterk voor de toekomst van jeugdhulp’. Hierin hebben de gemeenten van de Leidse regio hun visie op de doorontwikkeling van jeugdhulp vastgelegd, na consultatie van jeugdhulpaanbieders en de adviesraden sociaal domein.
Samenvattend zijn de die belangrijke pijlers van deze visie: kind en gezin centraal normaliseren - hulp dichtbij, vroeg signalering en preventie. Het college van Voorschoten heeft in oktober 2019 al vastgesteld deze visie te onderschrijven en de raad hierover geïnformeerd met informatiebrief nr. 64 over de visie jeugdhulp Leidse regio van 22 oktober 2019. Het document opdracht aan de gemeentelijke toegang van 2021 van de Leidse regio is op hoofdlijnen vergelijkbaar met het lokaal actieplan jeugd 2019-2021 Voorschoten in die zin dat wordt aangegeven hoe de gemeenten van de Leidse regio sub regionaal willen sturen op jeugdhulp via de inrichting van de gemeentelijke toegang en in samenwerking met lokale partners. Eerder in deze analyse is vastgesteld dat de inhoud van de sturingsmaatregelen vrijwel overeenkomen maar dat het anders wordt georganiseerd.
30
Op basis van de visie is ook het document ‘samen sterk voor de toekomst van jeugd(hulp)’ ofwel het programmaplan zorgaanbod Leidse regio vanaf 2021 vastgesteld in 2020, waarin de kaders voor de inkoop zijn vastgesteld: Aansluiten bij rode draden van de visie op jeugdhulp o Kind en gezin centraal o Normaliseren o Hulp dichtbij, vroeg signalering en preventie Zo integraal mogelijk Meer grip vanuit de gemeentelijke toegang Gedifferentieerde inkoop (segmenten) Inkoop is een meerjarig ontwikkeltraject Sub regionaal waar dat kan, regionaal waar dat moet Keuzevrijheid voor kind en gezin met aandacht voor een overzichtelijk zorglandschap Zakelijke partnerschap met jeugdhulpinstellingen met eigen rollen en verantwoordelijkheden Richtlijnen ontwikkelen voor passende jeugdhulp naar aanleiding van kamerbrief ‘naar een betere organisatie van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering’ (november 2019) en het wetsvoorstel tot aanpassing van de Jeugdwet het wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen (medio 2020) Administratieve lasten voor jeugdhulpaanbieders, zo veel als mogelijk is, beperken Transformatie faciliteren Clientparticipatie versterken Continuïteit van zorg borgen Sturen op maatschappelijke resultaten In het regionaal inkoopplan zijn deze kaders vervolgens verder uitgewerkt.
In dit plan wordt vastgesteld dat wordt gestreefd naar meerjarige contracten, aansluiting bij landelijke ontwikkelingen, gezamenlijke aanpak van wachttijden in overleg met jeugdhulpaanbieders, doorontwikkeling in overleg met cliënten, jeugdhulpaanbieders, verwijzers, gecertificeerde instellingen en onderwijs. Er wordt ingekocht in segmenten, die vergelijkbaar zijn met de inkoop in percelen die in de regio Haaglanden worden gebruikt. De segmenten zijn: behandeling met verblijf, wonen, dagbehandeling en dagbesteding, ambulante hulp, onderwijs, crisis en veiligheid. Een perceel onderwijs kent de jeugdhulpregio Haaglanden/Voorschoten niet. Er zijn verschillende samenwerkingsverbanden passend onderwijs in deze regio en de gemeenten moeten zelf en/of sub regionaal met onderwijs en samenwerkingsverbanden passend onderwijs afspraken maken over de inzet van jeugdhulp bij het onderwijs. (Dit richt zich op de doelgroep 4-18-jarigen op het speciaal onderwijs, regulier onderwijs en MBO die behoefte hebben aan ondersteuning vanuit de Jeugdwet (zoals genoemd in artikel 2.1.)) Het is voor Voorschoten bij een overstap door een gezamenlijke inkoop van het segment onderwijs eenvoudiger verbindingen te leggen tussen aansluiting jeugdhulp en onderwijs. Dit omdat Voorschoten in hetzelfde samenwerkingsverband passend onderwijs participeert als de gemeenten van de Leidse regio.
Dit is een van de actiepunten uit het lokaal actieplan jeugd Voorschoten 2019-2021. Via het perceel crisis wordt een crisisdienst en crisiszorg jeugd ingekocht. De crisisdienst is georganiseerd op niveau Hollands Midden (Holland Rijnland en Midden Holland). Met de inwerkingtreding van de Wet verplichte ggz en de Wet zorg en dwang per 1 januari 2020 is het zorglandschap veranderd. Er ligt een voorstel voor doorontwikkeling van het zorg en veiligheidshuis binnen de RDOG HM. Onderdeel hiervan is het oprichten van een integrale 24 uurs bereikbare crisisinterventiedienst. Het is voor Voorschoten raadzaam aan te sluiten bij het realiseren van een eenduidige 31
regionale crisisinfrastructuur voor volwassenen en jeugdigen en eenduidigheid te bieden voor cliënten, verwijzers en aanbieders. De gemeenten van de jeugdhulpregio Holland Rijnland/Leidse regio werken voor wat betreft de manier van inkopen van specialistische jeugdhulp volgens de Open House methode en bestuurlijk aanbesteden. Deze methode wordt ook gekenmerkt als een flexibel contractmodel. Dit betekent dat iedere aanbieder die aan de gestelde voorwaarden voldoet, kan toetreden, er tussentijds (1x per half jaar) de mogelijkheid is tot toetreden van nieuwe aanbieders is. Daarnaast is, in onderling overleg, tussentijds aanpassing van de inhoud van contracten mogelijk. Er wordt gewerkt met resultaat- en ontwikkelovereenkomsten. Binnen inkooptrajecten worden gebruikelijke marktconsultaties gehouden. Er wordt in het kader van contractmanagement door de inkooporganisatie en gemeenten ook periodiek overlegd met jeugdhulpaanbieders. De bekostigingsmethodiek is inspanningsgericht (prijs x hoeveelheid), waarbij een onderscheid tussen opleidingsniveaus wordt gemaakt. Gezien de fase van het inkoopproces per 2022 worden de bekostigingsmethodiek per segment nog overwogen. Dat gebeurt in een nog op te stellen inkoopstrategie. De jeugdhulpregio Holland Rijnland werkt al enige tijd met budgetplafonds per aanbieders.
Hierdoor is het soms aan de orde dat, tegen het einde van het kalenderjaar, organisaties tijdelijk geen cliënten meer in behandeling kunnen nemen en moeten verwijzen naar andere jeugdhulpaanbieders, die hun budgetplafond nog niet hebben bereikt. Gezien de kostenstijgingen van de afgelopen periode en prognoses werken de betrokken gemeenten sinds medio 2020 ook met clientstops en een zogenaamde ‘nee, tenzij regeling’, die door de lokale jeugd en gezinsteams wordt uitgevoerd. Hiermee kan voor acute gevallen (ernstige veiligheidsissues, dreigende uithuisplaatsing of dreigende crisis), na akkoord van de gemeente, zorg worden ingezet en bekostigd boven de maximale bestedingsruimte van een aanbieder. Hierbij zijn de regionale vereveningsafspraken ook van toepassing; voor 2021 profijtbeginsel met een budgetzekerheid gedurende het jaar (kalenderjaar min 1). Naast samenwerking op de inkoop werkt de regio Holland Rijnland/Leidse regio ook (sub) regionaal samen voor wat betreft het regisseren van (sub)regionale maatregelen (als bijvoorbeeld gezamenlijke lobby richting Rijk en andere partijen en verbeteren van rechtmatigheid van contractering), overleg met jeugdhulpaanbieders via ontwikkeltafels om ideeën op te halen, samen uit te werken en te implementeren en het uitwisselen van lokale ervaringen met preventie, doorstroming en begrenzing.
De aanpak is vergelijkbaar en vormt geen belemmering bij een overstap. In beide jeugdhulpregio’s en bij alle betrokken gemeenten bestaat een groot urgentiebesef en noodzaak tot het realiseren van een toekomstbestendig en betaalbaar jeugdhulpstelsel. Conclusie Bij de vastgestelde kaders van de inkoop uit het programmaplan zorgaanbod jeugdhulp Leidse regio kan Voorschoten aansluiten, omdat ze overeenkomen met de huidige situatie. Het is voor Voorschoten bij een overstap door een gezamenlijke inkoop van het segment onderwijs eenvoudiger verbindingen te leggen tussen aansluiting jeugdhulp en onderwijs. Het is voor Voorschoten bij een overstap mogelijk aan te sluiten bij het op termijn realiseren van een eenduidige regionale crisisinfrastructuur voor volwassenen en jeugdigen en daarmee ook eenduidigheid te bieden voor cliënten, verwijzers en aanbieders. Beide regio’s hanteren flexibele contracteermethoden, voeren vergelijkbaar contractmanagement en gebruiken van een maximale bestedingsruimte of een 32
budgetplafonds per aanbieder en een inspanningsgerichte bekostigingsmethodiek (pxq). Een maximale bestedingsruimte (Haaglanden) is niet hetzelfde als een budgetplafond (Holland Rijnland); bij een budgetplafond wordt een overschrijding van het budget niet vergoed, bij een maximale bestedingsruimte is overschrijding het moment om dit te bespreken en verder afspraken te maken. Bij de gebruikte bekostigingsmethodiek door de regio Holland Rijnland/Leidse regio (pxq) wordt per product aanvullend een onderscheid tussen opleidingsniveaus wordt gemaakt. Gezien de fase van het inkoopproces per 2022 voor de Holland Rijnland/Leidse regio worden de bekostigingsmethodieken per segment nog overwogen, alternatieven zijn bijvoorbeeld een populatiegerichte bekostiging. Differentiatie in bekostigingsmethodieken, hoeft geen belemmering te zijn voor een overstap. Beide regio’s (gaan) gebruiken een maximale bestedingsruimte per aanbieder of een budgetplafond per aanbieder om financieel sturing te geven. Verschillen in financiële sturing zijn dat de regio Haaglanden via invoering van een Q analyse meer gaat sturen of trajecten binnen richtinggevend gestelde normen vallen. Via contractmanagement wordt het principe ‘pas toe of leg uit’ toegepast en kan via een escalatiemodel, in het uiterste geval, een contract worden ontbonden.
De regio Holland Rijnland/Leidse regio gebruikt budgetplafonds waarin zorg geleverd boven het budget niet wordt vergoed en gebruikt clientstops. Door toepassing van een ‘nee tenzij’ regeling voor een acute zorgvraag van jeugdigen kan, met akkoord van de betreffende gemeente (via het lokale Jeugd en Gezinsteam), zorg wordt ingezet en bekostigd boven het budgetplafond van een aanbieder. Hierbij zijn de regionale vereveningsafspraken van toepassing; voor 2021 profijtbeginsel met een budgetzekerheid gedurende het jaar (kalenderjaar min 1). Dit betekent dat de regio Holland Rijnland/Leidse regio financieel strenger stuurt en dat is op zich een kans voor Voorschoten gezien de kostenontwikkelingen, maar het vraagt wel (extra) inzet van de jeugdconsulenten omdat zij deze casuïstiek moeten beoordelen. Beleid transformatie jeugdhulp Haaglanden/Voorschoten versus Holland Rijnland/Leidse regio Vanuit het Rijk zijn voor de periode 2019-2021 op regionaal niveau middelen beschikbaar gesteld om transformatie van jeugdhulp verder vorm te geven en effectieve en efficiënte zorg te realiseren. De inhoud van de regionale transformatieplannen moet minimaal op één van de zes landelijke actielijnen zijn gericht: 1. Beter toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen 2. Meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien 3. Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen 4.
Kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden 5. Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt 6. Investeren in vakmanschap. De jeugdhulpregio Haaglanden heeft er voor gekozen met het Transformatieplan Jeugdhulp Haaglanden 2019-2021 regionaal extra te investeren op de actielijnen 2 meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien, actielijn 5. Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt en 6. Investeren in vakmanschap. Dit omdat deze actielijnen aansluiten bij gewenst en/of ingezet (regionaal) beleid: Via het versterkt inzetten op het project ‘jeugdhulp in gezinsvormen’ wordt er naar gestreefd om jeugdigen, zoveel als mogelijk is, in een thuissituatie op te kunnen laten groeien. Dit sluit aan bij actielijn 2. Via investeren in uitrol van het regionaal programma beter samenspel lokaal, wordt er naar gestreefd regievoering van het lokale (jeugd) team te versterken bij jeugdbeschermingsmaatregelen en daarnaast veiligheidsexpertise lokaal beschikbaar te stellen via de lokale (jeugd)teams om op- en afschalen te verbeteren. Dit sluit aan bij actielijn 5. 33
-
Via investeren in vakmanschap van professionals via trainingen en deskundigheidsbevordering wordt naar verdere verbetering van een adequate zorgbehoeftebepaling gestreefd, zodat jeugdigen direct de zorg ontvangen die zij nodig hebben. Dit sluit aan bij actielijn 6.
De jeugdhulpregio Holland Rijnland heeft er voor gekozen met het Transformatieplan Jeugdhulp Holland Rijnland 2018-2020 regionaal extra te investeren op alle actielijnen. Dit ook omdat deze actielijnen aansluiten bij gewenst en/of ingezet (regionaal) beleid: Positieve toekomst door passend onderwijs en jeugdhulp: projecten waarin samenwerking tussen organisaties er voor zorgen dat kinderen die door omstandigheden geen onderwijs konden volgen, nu toch onderwijs krijgen en zich zoveel mogelijk kunnen ontwikkelen. Daarnaast vroeg signalering in het basisonderwijs en individueel maatwerk. Dit sluit aan bij actielijnen 1,3,4 en 5. Expertise veiligheid binnen lokale teams: pilots waarin kennis en expertise van veiligheidspartners eerder verbonden worden aan lokale teams, waardoor onveilige situaties worden voorkomen of eerder en effectiever aangepakt. Dit sluit aan bij actielijn 5. Versterken van de toegang jeugdhulp vanuit huisartsen: voorstel om pilots op te starten met een praktijkondersteuner huisarts jeugd om te zorgen dat jeugdigen met psychosociale klachten minder snel doorverwezen worden naar specialistische jeugdhulp en sneller geholpen worden. Dit sluit aan bij actielijn 1,4 en 5.
Transformatie verblijfszorg: om de in- door- en uitstroom van 24-uurszorg te optimaliseren moet er een grotere verscheidenheid komen aan woonvoorzieningen voor jeugdigen voor tijdens en na een specialistische/klinische 24uursbehandelsetting. Dit sluit aan bij actielijn 2. Aansluiten op de digitale wereld: intentie om EHealth toepassingen te ontwikkelen om zelfstandigheid, gezondheid en jeugdhulp te ondersteunen of verbeteren. Dit sluit aan bij actielijn 1,2, 3 en 6. Conclusie Samenvattend wordt geconcludeerd dat de insteek van verder richting geven aan transformatie op hoofdlijnen vergelijkbaar is; investeren in verbetering expertise veiligheid binnen de lokale teams, transformatie van vormen verblijfszorg en investeren in vakmanschap pakken beide regio’s op. Voorschoten is zelfstandig een pilot Ondersteuner Jeugd en Gezin gestart medio 2019 en heeft ervaringen gedeeld met andere gemeenten en blijft hier natuurlijk toe bereid. Bij projecten gericht op een betere verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs is het een kans voor Voorschoten om samen met andere gemeenten op te trekken.
Beleid inkoop Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Haaglanden/Voorschoten versus Holland Rijnland/Leidse regio Voor wat betreft de transformatie van de jeugdbescherming en jeugdreclassering hebben de gemeente van de jeugdhulpregio Haaglanden in 2017 een regionale visie ‘beter samenspel voor veilig opgroeien’ ontwikkeld die door alle colleges, ook het college Voorschoten is vastgesteld. In deze visie is uiteengezet hoe de gemeenten de ketensamenwerking op het gebied van veiligheid voor jeugdigen tussen de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) en de lokale jeugdteams verder willen verbeteren. Daarmee wordt de (jeugd)hulp aan ouders en kinderen verbeterd: passende, samenhangende en continuïteit van hulp aan ouders, kinderen en gezinnen. Ook het transformatiedoel ‘werken volgens 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’ wordt hiermee verder in praktijk gebracht. De twee belangrijkste veranderingen zijn: de actieve rol in de regie voor de lokale (jeugd) teams ook als de jeugdige een maatregel heeft (gericht op versterken ketensamenwerking) en de inzet van expertise van GI’s in de lokale teams (via detachering) voordat een jeugdige een maatregel heeft (gericht op voorkomen). Ter uitwerking is dit onder andere verwerkt in de verwervingsprocedure die heeft geleid 34
tot nieuwe contracten met de GI’s per 1 januari 2020. Via het regionaal programma beter samenspel wordt de werkwijze verder lokaal uitgerold vanaf 2020. Dit gebeurt ook voor Voorschoten. De gemeenten in de jeugdhulpregio Holland Rijnland hebben in 2020 een soortgelijk traject opgestart voor het verder versterken van veiligheid binnen de lokale jeugdteams en het verbeteren van de ketensamenwerking. Inhoudelijk is dit ook opgenomen in het regionaal inkoopplan jeugdhulp. Kortom, zij sluiten inhoudelijk gezien bij de ontwikkeling aan die al in de jeugdhulpregio Haaglanden is ingezet en wordt uitgerold, maar zijn alleen in het proces nog minder ver. Er wordt naar gestreefd dit in de contracten per 2022 vast te leggen. Dit betekent dat een soortgelijke werkwijze dan ook lokaal kan worden geïmplementeerd. Conclusie Voor wat betreft het versterken van veiligheid binnen het lokale team en verbeteren van de ketensamenwerking is inhoudelijk overeenstemming tussen de regio’s maar is het proces minder ver in de Holland Rijnland/Leidse regio. Dit hoeft geen belemmering te zijn bij een overstap. Voorschoten is juist bereid opgedane ervaringen te delen met andere gemeenten.
Daarnaast moet naar aanleiding van de kamerbrief ‘naar een andere organisatie van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering’, de beoogde wijziging van de Jeugdwet en het vervolgtraject over de (boven regionale) verbeterplannen Gecertificeerde Instellingen rekening worden gehouden met de door het Rijk gewenste vermindering van de caseload en de beoogde ontwikkeling van reële en ook (boven regionaal) afgestemde tarieven. Samenvattende conclusie Samenvattend wordt op basis van deze vergelijking van de inkoop specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en transformatiedoelen, geconcludeerd dat de inhoud aansluit bij het huidige beleid van de inkoop en transformatie doelen van de gemeente Voorschoten en er daarom geen belemmeringen zijn voor een overstap.
Pluspunten bij een overstap voor de inkoop en afstemming van beleid zijn juist; Meer potentie voor sub regionaal sturingskracht en stroomlijnen van de kostenontwikkeling jeugdhulp richting jeugdhulpaanbieders, verwijzers en lokale partners; Eenvoudiger verbindingen te leggen tussen aansluiting jeugdhulp en onderwijs door de gezamenlijke inkoop van het segment onderwijs en gezamenlijk optrekken met het onderwijs en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs; Mogelijkheid om op termijn aan te sluiten bij het realiseren van een eenduidige regionale crisisinfrastructuur en een integrale crisisdienst voor volwassenen en jeugdigen georganiseerd op het niveau van Hollands Midden en eenduidigheid te bieden voor cliënten en aanbieders; Mogelijkheid tot financieel strenger sturen door, naast het gebruik van budgetplafonds, ook clientstops toe te passen. Door toepassing van een ‘nee tenzij’ regeling voor acute zorgvraag van jeugdigen, kan, met akkoord van de betreffende gemeente (via de jeugdconsulenten), zorg worden ingezet en bekostigd boven de maximale bestedingsruimte van een aanbieder. Hierbij zijn de regionale vereveningsafspraken mogelijk nog van toepassing (voor 2021 profijtbeginsel met een budgetzekerheid gedurende het jaar (kalenderjaar min 1)).
Het vraagt wel inzet van de jeugdconsulenten omdat zij de casuïstiek moeten beoordelen; Op het gebied van transformatie en stroomlijnen van de kostenontwikkeling de mogelijkheid om ook bij projecten gericht op een betere verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs met andere gemeenten op te trekken. Voorschoten is 35
-
zelfstandig een pilot Ondersteuner Jeugd en Gezin gestart medio 2019 en heeft ervaringen gedeeld en blijft hiertoe natuurlijk bereid. Voor wat betreft het versterken van veiligheid binnen het lokale team en verbeteren van de ketensamenwerking en stroomlijnen van de kostenontwikkeling is en blijft Voorschoten ook bereid de ervaringen met andere gemeenten te delen.
36