bijlage 3 omklappen sociaal domein analyse onderdeel jeugd
Tekst van het document
Opgave omklappen sociaal domein Leidse regio Analyse onderdeel jeugdhulp November ‘20 Z/20/048022/212889
1
Inleiding In mei 2020 is de startnotitie omklappen sociaal domein naar de Leidse regio door de raad Voorschoten vastgesteld. Met dit besluit is ook vastgesteld dat het scenario gedifferentieerd samenwerken, van het rapport onderzoek verlegging koers sociaal domein naar de Leidse regio van Radar uit 2019, op dit moment het meest haalbaar is. Dit scenario wordt daarom verder uitgewerkt. In dit stuk is een eerste analyse gemaakt van een overgang van de gemeente Voorschoten op het onderdeel jeugdhulp van de huidige samenwerkingsconstructie voor wat betreft de inkoop met de gemeenten van het jeugdhulpregio Haaglanden naar die met de gemeenten van de jeugdhulpregio Holland Rijnland/beoogde Leidse regio. Zoals aangegeven, gebeurt dit volgens het scenario gedifferentieerd samenwerken. Dit houdt in dat, op basis van een weging van kwaliteit en kosten, keuzes voor samenwerking worden gemaakt. Hierbij is er van uitgegaan dat taken worden overgebracht mits, ofwel, dat kwaliteit minimaal vergelijkbaar wordt gerealiseerd en tegen acceptabele kosten. In dit rapport wordt, op basis van een inventarisatie op drie onderdelen beleid(sregie) en governance, kwaliteit en dienstverlening/bedrijfsvoering, en weging van criteria van het college die ook in het rapport Radar zijn vastgelegd, een analyse weergegeven. De inhoud van deze analyse is als volgt: 1. Scan samenwerkingsverbanden jeugdhulp 2.
Inventarisatie onderdelen en weging criteria voor het onderdeel jeugdhulp 3. Voorlopig financieel overzicht analyse overstap onderdeel jeugdhulp 4. Weging onderdelen beleid jeugdhulp.
2
1. Scan samenwerkingsverbanden jeugdhulp In de jeugdhulpregio Haaglanden worden specialistische jeugdhulp, jeugdhulpplus, jeugdbescherming en jeugdreclassering gezamenlijk ingekocht door alle gemeenten. Iedere gemeente in deze regio, ook de gemeente Voorschoten, bepaalt zelf het dienstverleningsmodel, ofwel de inrichting van de lokale gemeentelijke toegang en welke voorzieningen jeugdhulp lokaal beschikbaar worden gesteld en doet de inkoop daarvan individueel. In de regio Holland Rijnland/Leidse regio worden specialistische jeugdhulp (behalve dan voor Alphen aan den Rijn en Kaag en Braasem), jeugdhulpplus, jeugdbescherming en jeugdreclassering gezamenlijk ingekocht. Er was sprake van een regionaal dienstverleningsmodel, een regionale inrichting van de lokale gemeentelijke toegang en lokaal beschikbare voorzieningen jeugdhulp, dat gezamenlijk werd ingekocht, maar dat gaat per medio 2021 sub regionaal. De gemeenten van de Leidse regio kopen dan de toegang jeugd en lokale ambulante jeugdhulp sub regionaal in. In bijlage 1 een overzicht gegeven van het zorglandschap jeugdhulp. In bijlage 2 worden weergaves gegeven van de situatie jeugdhulpregio Haaglanden/Voorschoten en de situatie jeugdhulpregio Holland Rijnland/Leidse regio, inclusief de verschillende inrichting van de toegang.
Scan huidige situatie Voorschoten jeugdhulp regio Haaglanden: De huidige situatie in de samenwerking met de jeugdhulpregio Haaglanden is dat het jeugdhulp beleid en de middelen bij de gemeente Voorschoten zijn gebleven. Het college en/of de raad Voorschoten stellen beleid jeugdhulp vast. De gemeente Voorschoten betaalt regionaal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en Gecertificeerde Instellingen direct uit voor de gerealiseerde specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming en jeugdreclassering aan jeugdigen uit Voorschoten, op basis van gegevens die zij van Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden krijgt aangeleverd. In de jeugdhulpregio Haaglanden is afgesproken dat de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering gezamenlijk worden ingekocht en dat beleid wordt afgestemd. Daarnaast is afgesproken dat iedere gemeente zelf haar dienstverleningsmodel bepaalt, ofwel zelf haar lokale gemeentelijke toegang inricht en daarnaast zelf bepaalt welke voorzieningen lokaal worden ingekocht en aangeboden. Een lokale gemeentelijke toegang jeugdhulp bevat: een deskundige toeleiding naar; advisering over; eventueel bepaling van, en het inzetten van een aangewezen voorziening.
Belangrijk is vooral het onderscheid tussen algemene/vrij toegankelijke voorzieningen (lokaal ingekochte jeugdhulp) en individuele/niet-vrij toegankelijke voorzieningen (regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering). Lokaal dienstverleningsmodel (inrichting gemeentelijke toegang en lokaal zorgaanbod) De gemeente Voorschoten heeft er voor gekozen om de toegang jeugdhulp en Wmo (dus 0-100) per 1 januari 2020 te beleggen via de brede welzijnsorganisatie Voorschoten Voor Elkaar. Er wordt voor jeugd daarbij samengewerkt met de jeugdconsulenten, die vooralsnog in dienst zijn van de Werkorganisatie Duivenvoorde, die zijn gemandateerd om verwijzingen naar de individuele/niet-vrij toegankelijke jeugdhulp af te geven1 (zij indiceren, maar verlenen zelf geen hulp). Er zijn meerdere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp; naast jeugdconsulenten kunnen ook huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten en Gecertificeerde Instellingen (artikel 2.6 lid 1 sub g Jeugdwet) rechtstreeks verwijzen naar specialistische jeugdhulp die een gemeente heeft ingekocht. 1
3
Regievoering ligt in principe bij het gezin zelf, alleen in noodzakelijke gevallen wordt in overleg bepaald welke professional de regievoering doet. Procesregievoering bij gezinnen met complexe problematiek, ofwel op meerdere onderdelen sociaal domein, is belegd bij het ACT team. Dat wordt door Voorschoten ingekocht bij jeugdhulpaanbieder Jeugdformaat. Daarnaast koopt de gemeente Voorschoten lokaal, via jeugdhulpaanbieder Cardea, intensieve ambulante gezinsbegeleiding (jeugd en opvoedhulp) in2. Deze jeugdhulp is lokaal semi-vrij toegankelijk; in overleg tussen medewerkers van Voorschoten Voor Elkaar, Cardea, de jeugdconsulenten en een gedragswetenschapper, wordt de zorgbehoefte bepaald en besloten welke jeugdigen/gezinnen voor deze jeugdhulp in aanmerking komen. Er loopt gedurende de periode 2019-2020 een pilot met Voorschoten Voor Elkaar om jeugd ggz expertise in te zetten bij de toegang en de zorgbehoeftebepaling hiermee (verder) te optimaliseren. Over een structurele inbedding moet nog besluitvorming plaatsvinden. Op dit moment wordt ook een pilot Ondersteuner Jeugd en Gezin Voorschoten uitgevoerd, in samenwerking met jeugd-ggz aanbieder GGZ Rivierduinen en de Voorschotense huisartsen. Dit wordt door Voorschoten ingekocht bij GGZ Rivierduinen. Over een structurele inbedding moet nog besluitvorming plaatsvinden.
Daarnaast is via de samenwerking tussen Voorschoten Elkaar en de Jeugdgezondheidszorg (georganiseerd via de GGD Hollands Midden) lokaal een breed scala aan algemene/vrij toegankelijke voorzieningen beschikbaar. Regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering Alle individuele/niet-vrij toegankelijke specialistische jeugdhulp, jeugdhulpplus, jeugdbescherming, jeugdreclassering (inclusief crisisinterventieteam jeugd), worden met de gemeenten van jeugdhulpregio Haaglanden gezamenlijk ingekocht. De jeugdhulpregio Haaglanden bestaat uit de tien gemeenten; Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Voor wat betreft deze inkoop en afstemming van het beleid jeugdhulp wordt samengewerkt via een netwerkorganisatie met de betrokken gemeenten. Deze samenwerking wordt bestuurlijk aangestuurd door het bestuurlijk overleg jeugd Haaglanden en ambtelijk aangestuurd door het directeuren overleg jeugdhulp Haaglanden. Er zijn meerdere regionale programma’s, waarin gezamenlijk wordt gewerkt aan inkoop, transformatie en kostenbeheersing.
Alleen de (technische) inkoop (contracteren en contractmanagement), administratie (declaratie en facturatie), informatievoorziening en controle en verantwoording van de regionaal ingekochte jeugdhulp hebben deze gemeenten ondergebracht in een bedrijfsvoering organisatie, de Gemeenschappelijke regeling Serviceorganisatie Jeugdhulp Haaglanden3. Per 1 januari 2020 is deze regeling voor onbepaalde tijd aangegaan door de betrokken gemeenten.
Tot en met het eerste kwartaal 2019 kocht de gemeente Voorschoten lokaal via Curium ook nog jeugd ggz in, die ook semi-vrij toegankelijk was. In onderling overleg, heeft Curium zich teruggetrokken, omdat de personele bezetting te kwetsbaar was. In aanloop naar de start van Voorschoten Voor Elkaar is besloten hier een alternatief voor te realiseren. Er loopt gedurende de periode 2019-2020 een pilot met Voorschoten Voor Elkaar om jeugd ggz expertise in te zetten bij de toegang en de zorgbehoeftebepaling hiermee (verder) te versterken. 3 Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden handelt ook de administratie en informatievoorziening af van de (hoog) specialistische jeugdhulp die door de Vereniging Nederlandse Gemeenten landelijk wordt ingekocht (ook wel LTA). 2
4
Het vervoer jeugdhulp voormalig AWBZ zorg is in het kader van zorg continuïteit voor 2020 nog regionaal gecontracteerd. Per 2021 moet dit lokaal worden ingekocht. Het overig vervoer jeugdhulp (zittend ziekenvervoer jeugd-ggz en vervoer onderwijszorgcombinatie) wordt al lokaal ingekocht. De gemeente Voorschoten laat dit nu nog doen door de Werkorganisatie Duivenvoorde en heeft daarvoor een lokaal contract met een vervoersaanbieder tot medio 2021. Gerelateerde functies De toeleiding naar jeugdbeschermingsmaatregelen organiseert de gemeente Voorschoten via de werkwijze Jeugdbeschermingstafel H5. De gemeente Voorschoten werkt hierbij samen met de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar en Zoetermeer. Het Advies en Meldpunt Huiselijke Geweld en Kindermishandeling organiseert de gemeente Voorschoten via Veilig Thuis Hollands Midden, samen met de andere gemeenten van Holland Rijnland en bekostigt dit samen. Hierin zijn geen wijzigingen gewenst. Integrale Vroeghulp is bedoeld voor kinderen van 0 tot 7 jaar en hun ouders/verzorgers en gericht op het (vroeg)tijdig onderkennen van ontwikkelingsproblemen en -stoornissen. Het multidisciplinaire team wordt bovenregionaal ingekocht. De gemeente Voorschoten nu samen met de regio Delft en Zoetermeer.
Dat zijn de gemeenten: Delft, PijnackerNootdorp, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden Delfland, Rijswijk, Vlaardingen, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. De samenwerkingspartners zijn Mee Zuid Holland Noord, GGZ Delfland, Basalt, Kentalis, Delft Support, Lange Land, Ispe de Bruggen en de Jeugdgezondheidszorg Zuid Holland West. De kosten voor de coördinatie, het casemanagement en het ontwikkelingsonderzoek worden met de afzonderlijke gemeenten lokaal afgesproken en is door de gemeenten bij MEE Zuid-Holland Noord belegd. Nu de functies en de middelen van MEE naar Voorschoten Voor Elkaar zijn gegaan, moet Voorschoten Voor Elkaar dit organiseren. Organisatorisch: Gemeenschappelijke Regeling Werkorganisatie Duivenvoorde: Uitvoering PIOFAH taken (betaald door Voorschoten en Wassenaar) Scan situatie Holland Rijnland/beoogde Leidse regio jeugdhulp: De huidige situatie in de jeugdhulpregio Holland Rijnland is dat het jeugdhulp beleid bij de gemeenten is gebleven. De betrokken colleges en raden stellen beleid jeugdhulp vast. De middelen voor jeugdhulp worden door de betrokken gemeenten in tranches uitbetaald aan het regionale samenwerkingsorgaan de Tijdelijke Werkorganisatie Opdrachtgeverschap (TWO), onderdeel van het samenwerkingsverband GR Holland Rijnland, dat de jeugdhulpaanbieders direct betaalt voor de gerealiseerde jeugdhulp aan jeugdigen uit de regio4.
De jeugdhulpregio Holland Rijnland bestaat uit de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braasem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Teylingen, Oegstgeest en Zoeterwoude. In de jeugdhulpregio Holland Rijnland is afgesproken dat jeugdhulp (behalve voor Alphen aan den Rijn en Kaag en Braasem), jeugdhulpplus, jeugdbescherming en jeugdreclassering gezamenlijk worden ingekocht en dat beleid hiervan wordt afgestemd. Daarnaast wordt per 2021 door de gemeenten zelf besloten hoe het 4 Dit vanwege de vereveningsafspraken om pieken en dalen in uitgaven van het jeugdhulpbudget
op te vangen per 2021 over een éénjaarsperiode (was tot en met 2020 nog een driejaarsperiode).
5
dienstverleningsmodel wordt ingericht, ofwel hoe de lokale gemeentelijke toegang en lokale jeugdhulpvoorzieningen worden georganiseerd. Sub regionaal dienstverleningsmodel Leidse regio (inrichting gemeentelijke toegang jeugd en lokaal zorgaanbod) De gemeenten van de Leidse regio (i.c. Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude) hebben besloten de gemeentelijke toegang jeugd en lokaal beschikbare ambulante jeugdhulp per medio 2021 sub regionaal in te gaan kopen. De constructie heet Jeugd en Gezinsteams, waarin verschillende jeugdhulpaanbieders (nu nog Cardea, Curium, GGZ Rivierduinen, Kwadraad en Ipse de Bruggen) worden ingezet via de constructie van een coöperatie (per medio 2021 moet de constructie nog duidelijk worden naar aanleiding van de uitkomst van de aanbesteding). Deze Jeugd en Gezinsteams geven consultatie en advies over benodigde jeugdhulp, kunnen zelf ambulante jeugdhulp geven en voeren de regie. Waar gewenst wordt specialistische jeugdhulp ingezet, want de teamleden zijn bevoegd om te indiceren (geen scheiding tussen zorg en indiceren) en waar nodig via een persoonsgebonden budget. Per medio 2021 wordt de gemeentelijke toegang jeugd Leidse regio (Jeugd en Gezinsteam Leidse regio) langs de drie rode draden ‘kind en gezin centraal’, ‘normaliseren’ en ‘hulp dichtbij, vroegsignalering en preventie’ georganiseerd.
De Leidse regio kiest ervoor om, bovenop de huidige financiële kaders, voor de Jeugd en Gezinsteam Leidse regio te investeren op de thema’s regie, triage en de praktijkondersteuner jeugd. Met de investering op deze drie thema’s maakt de Leidse regio de beweging naar voren en probeert daarmee sneller passende hulp te bieden en de steeds stijgende vraag naar jeugdhulp op te vangen. In de Jeugd en Gezinsteams Leidse regio worden verschillende functies gecombineerd; zij geven consultatie en advies, kunnen zelf jeugdhulp geven, voeren de regie en kunnen verwijzen naar specialistische jeugdhulp (via Zorg in Natura of een persoonsgebonden budget). De keuzes in de toegang Jeugd en Gezinsteams Leidse regio hebben invloed op de inrichting van de jeugdhulp en andersom. Vanaf 1 januari 2021 voert een professional van het Jeugd en Gezinsteam Leidse regio bij complexe of meervoudige problematiek de regie in een gezin, ongeacht wie heeft verwezen naar jeugdhulp. Door te investeren op de triage realiseren zij in steeds meer gevallen first time right. De juiste expertise en brede blik op verschillende terreinen in de gemeentelijke toegang zorgt voor een goede inschatting welke vervolgstappen het meest passend zijn. Jeugdigen en gezinnen komen hierdoor sneller op de juiste plek terecht. De praktijkondersteuner jeugd versterkt de samenwerking met de huisarts.
Zij realiseren hiermee minder verwijzingen naar de jeugdhulp vanuit de huisarts en bieden laagdrempelige alternatieven dichtbij de huisarts, de jeugdige en het gezin. Via een aanbesteding wordt bepaald welke partij(en) dit gaat(n) uitvoeren en in welke eenduidige constructie en juridische vorm. De gemeenten gaan uit van sub regionaal strategisch partnerschap met aandacht voor gezamenlijke sturing op de te behalen maatschappelijke resultaten. De overige gemeenten in Holland Rijnland maken eigen/andere keuzes voor wat betreft de inrichting van de toegang jeugd en eventuele inzet van lokaal beschikbare ambulante jeugdhulp. De gemeenten van de Bollenstreek gaan bijvoorbeeld per 2021 werken met een integrale toegang 0-100 en de gemeente Katwijk gaat werken met een integraal wijkteam 0-100. Regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering De gemeenten Hillegom, Teylingen, Lisse, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, en Zoeterwoude werken nog wel samen voor de overige 6
specialistische jeugdhulp (overige ambulante jeugdhulp, behandeling met verblijf, wonen, dagbesteding en dagbehandeling) jeugdbescherming, jeugdreclassering en crisis. Voor wat betreft de inkoop en afstemming van het regionale beleid jeugdhulp wordt samengewerkt via een netwerkorganisatie van de betrokken gemeenten. Er zijn verschillende onderwerpen als inkoop, transformatie en kostenbeheersing waaraan gezamenlijk wordt gewerkt. Per sub regio, ook die van de Leidse regio, wordt sinds enige tijd gewerkt met een programmateam inkoop. Hierin wordt het beleid van de gezamenlijke ingekochte jeugdhulp afgestemd. De samenwerking wordt bestuurlijk aangestuurd door het PHO jeugd en maatschappij van Holland Rijnland en voor de Leidse regio ambtelijk aangestuurd door het regionaal managers overleg sociaal domein Leidse regio. Er is een Tijdelijke Werkorganisatie Opdrachtgeverschap (TWO) 5opgericht die de inkoop, administratie, betalingen en informatievoorziening uitvoert voor de gezamenlijk ingekochte specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming en jeugdreclassering voor de betrokken gemeenten. Besloten is deze TWO in ieder geval tot en met 2025 in stand te houden. Deze is juridisch aan de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland bevestigd, maar is geen overgedragen taak.
De colleges hebben de portefeuillehouders jeugd gemandateerd om het DB Holland Rijnland bindend advies te geven over de betreffende onderwerpen. Deze samenwerkingsconstructie wordt nog overwogen de komende periode, gezien de wens van de betrokken gemeenten tot meer sub regionale afstemming van beleid. Het vervoer jeugdhulp onderdeel voormalig AWBZ zorg is regionaal gecontracteerd in de regio Holland Rijnland voor de gemeenten van de Duin en Bollenstreek en de gemeenten van de Leidse regio. Deze gemeenten hebben sub regionaal leerlingenvervoer aanbesteed, waarbij ruimte is gemaakt voor vervoer jeugdhulp onderdelen zittend ziekenvervoer jeugd-ggz en onderwijs-zorgarrangementen. Gerelateerde functies De toeleiding naar jeugdbeschermingsmaatregelen organiseren de gemeenten van Holland Rijnland/Leidse regio via de werkwijze Jeugdbeschermingstafel Holland Rijnland. Het werkgebied Integrale vroeghulp Holland Rijnland is de gemeente Hillegom, gemeente Katwijk, gemeente Leiden, gemeente Leiderdorp, gemeente Lisse, gemeente Nieuwkoop, gemeente Noordwijk, gemeente Noordwijkerhout, gemeente Oegstgeest, gemeente Teylingen en gemeente Zoeterwoude. Het multidisciplinaire team wordt gezamenlijk ingekocht. Voor wat betreft dit multidisciplinaire team zijn de samenwerkingspartners zijn MEE ZHN, de JGZ Hollands Midden, Gemiva SVG Groep, s’ Heeren Loo, Ipse de Bruggen en Basalt.
De kosten voor de coördinatie, het casemanagement en het ontwikkelingsonderzoek worden met de afzonderlijke gemeenten lokaal afgesproken en is door de gemeenten bij MEE Zuid-Holland Noord belegd. Vergelijking scan samenwerkingsverbanden Kort samengevat, wordt geconcludeerd dat alle taken die in de huidige constructie zijn ondergebracht via de jeugdhulpregio Haaglanden, ook via de constructie Holland Rijnland/Leidse regio kunnen worden ondergebracht. Advies en aandachtspunten zijn wel dat bij een verdere uitwerking van een overstap voor wat betreft de inkoop: 5 De TWO handelt ook de administratie en informatievoorziening af van de (hoog) specialistische
jeugdhulp die door de VNG landelijk wordt ingekocht (ook wel LTA).
7
-
-
-
een integrale overstap voor alle drie soorten contracten: specialistische jeugdhulp, jeugdhulp Plus en jeugdbescherming, jeugdreclassering (inclusief crisisdienst) naar de jeugdhulpregio Holland Rijnland voor de inkoop en afstemming beleid jeugdbescherming en jeugdreclassering en naar de Leidse regio voor het beleid specialistische jeugdhulp te maken, gezien de voorgenomen wettelijke verplichting tot regionale samenwerking jeugdhulp6 en een noodzakelijke afgestemde samenwerking met jeugdhulpaanbieders; Een aansluiting bij het model toegang jeugd Leidse regio is (nu nog) niet mogelijk: o Aansluiting bij het model toegang jeugd/ambulante jeugdhulp Leidse regio is nu nog niet mogelijk. Omdat sprake is van een overheidsopdracht en Voorschoten niet is genoemd, kan er niet worden aangehaakt. Er wordt een contract voor vijf jaar afgesloten, met de mogelijkheid om twee keer twee jaar te verlengen. De termijn voor aanhaking op dit onderdeel is daarom 2026 op zijn vroegst en uiterlijk 2030. o Het model lokale toegang jeugd/ambulante jeugdhulp Leidse regio is exclusief gericht op jeugd (toegang 18+ wordt per gemeente georganiseerd) en sluit niet aan bij het huidige model toegang jeugd en Wmo (0-100) van de gemeente Voorschoten (nu belegd via de samenwerking met Voorschoten Voor Elkaar). Eventuele aansluiting is organisatorisch ingrijpend, ook omdat functies (o.a.
triage, zorg verlenen, regie voeren en indiceren (nu exclusief belegd bij jeugdconsulenten in dienst van de Werkorganisatie straks gemeente Voorschoten) nu nog anders zijn ingericht en georganiseerd. Gezien de reorganisatie en de opheffing van de Werkorganisatie Duivenvoorde moet Voorschoten heroverwegen of de toegang wordt gehouden zoals nu, of deze anders wordt ingericht samen met Voorschoten Voor Elkaar of op termijn wordt overgegaan naar het model toegang jeugd Leidse regio/Jeugd en Gezinsteams; o Op de drie inhoudelijke ontwikkelingen gemeentelijke toegang/ lokale ambulante jeugdhulp (verbetering triage, regie en inzet praktijkondersteuner) zet de gemeente Voorschoten ook in, ofwel de lokale sturingsmaatregelen jeugd en lokale maatregelen gericht op stroomlijning van de kostenontwikkeling jeugd, zijn vrijwel hetzelfde. De gemeente Voorschoten zet sterk in op de lokale aanpak van kostenontwikkeling jeugd via uitvoering van de maatregelen van het lokaal actieplan jeugd 20192021. De maatregelen zetten in op stimuleren van de thema’s: preventie (o.a. invoering Voorschoten Voor Elkaar en het daar beleggen van de toegang), kwalitatieve en kostenbewuste toegang (o.a. investeren in jeugdconsulenten en pilot Ondersteuner Jeugd en Gezin samen met de huisartsen uit Voorschoten), integrale zorg en ondersteuning (o.a.
versterken expertise veiligheid in lokale team en samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen) en begrenzing van jeugdhulp. Een adequate borging van gerelateerde functies jeugdhulp als de organisatie (nog) via samenwerking met Haaglandse gemeenten is geregeld, als bijvoorbeeld: o De werkwijze Jeugdbeschermingstafel H5 (overgaan naar de Jeugdbeschermingstafel Holland Rijnland regio); o Integrale Vroeghulp werkgebied Zoetermeer en Delft (overgaan naar Integrale Vroeghulp via werkgebied Holland Rijnland regio) en o Jeugdhulpvervoer (aansluiten bij regionale inkoop Holland Rijnland voor de betreffende onderdelen, overige onderdelen lokaal blijven inkopen, in afwachting van een nieuwe aanbesteding leerlingen- en jeugdhulpvervoer door de gemeente Voorschoten).
Dit via de beoogde wijziging van de Jeugdwet via het wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen. 6
8
2. Inventarisatie onderdelen en weging criteria voor het onderdeel jeugdhulp De raad heeft in mei 2020 de startnotitie omklappen sociaal domein naar de Leidse regio vastgesteld. Met dit besluit heeft de raad ook vastgesteld dat het scenario gedifferentieerd samenwerken van het Radar-rapport onderzoek verlegging koers sociaal domein naar de Leidse regio, op dit moment het meest haalbaar is en daarom wordt uitgewerkt. In dit scenario worden per beleidsonderdeel van het sociaal domein op basis van een weging van kwaliteit en prijs keuzes voor samenwerking gemaakt. Dit gebeurt op de onderdelen: - Beleidsregie en governance - Kwaliteit toegang, ondersteuning en toegankelijkheid en - Dienstverlening en bedrijfsvoering. Per onderdeel worden voor weging door het college vastgestelde criteria gebruikt. Tot slot wordt ingegaan om het onderdeel participatie volgens het Radar rapport. Dit rapport gaat in op het onderdeel jeugdhulp. Beleid(sregie) en governance Beleid(sregie) De samenwerking tussen de gemeenten van de jeugdhulpregio Holland Rijnland wordt de laatste periode gekenmerkt door een ontwikkeling in de verhouding regionaal en sub regionaal. Bij de voorbereiding van de decentralisatie jeugdhulp in 2015 is een gezamenlijk regionaal beleidsplan ‘Hart voor jeugd’ ontwikkeld en vastgesteld door alle betrokken gemeenten (colleges en raden).
Op hoofdlijnen hebben de gemeenten gekozen voor een gezamenlijke inkoop van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en afstemming van beleid en ook een gezamenlijke inrichting van de gemeentelijke toegang jeugd en het lokaal beschikbaar stellen van ambulante jeugdhulp, via inrichting van de Jeugd en Gezinsteams via de juridische constructie van een coöperatie (behalve dan de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braasem). Na verloop van tijd is bij verschillende gemeenten uit deze regio, ook bij de gemeenten van de Leidse regio, de behoefte ontstaan om meer sub regionaal te gaan sturen en beleid meer sub regionaal te ontwikkelen en af te stemmen. De vaststelling van beleid gebeurt (nog steeds) door de individuele colleges en de raden van de Leidse regio en richt zich, naast de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering ook op de toegang jeugd en de lokale inzet van ambulante jeugdhulpverlening en verbindingen met lokale partners als onderwijs en huisartsen. De afgelopen tijd zijn daarom de notities ‘koersdocument doorontwikkeling jeugdhulp Leidse regio’ (2018), de visie ‘samen sterk voor de toekomst van de jeugdhulp’ (2019), de opdracht aan de gemeentelijke toegang van 2021 (2019) en het programmaplan zorgaanbod jeugdhulp Leidse regio vanaf 2021 (2020) vastgesteld.
De toegang jeugd en de lokale inzet van ambulante jeugdhulp worden met ingang van medio 2021 sub regionaal aanbesteed in de Leidse regio. De overige vormen van jeugdhulp worden nog regionaal ingekocht samen met de gemeenten van de Duin en Bollenstreek, jeugdbescherming en jeugdreclassering worden regionaal ingekocht met de gemeenten van de Duin en Bollenstreek en Rijnstreekgemeenten. Dit is vastgelegd in het regionaal inkoopplan jeugdhulp van de Duin en Bollenstreekgemeenten, Leidse regio gemeenten en (op onderdelen) Rijnstreekgemeenten (2020). Er speelt nog een discussie om eventueel op termijn meer vormen van jeugdhulp sub regionaal te gaan inkopen, naast het beleid af te stemmen. Maar voorlopig worden per 2022 voor alle vormen van jeugdhulp en jeugdbescherming en jeugdreclassering gezamenlijk ingekocht en meerjarig contracten aangegaan. Dit wel in afwachting van de ontwikkelingen rondom het wettelijk verplicht worden van regionale inkoop van 9
(bepaalde vormen van) jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering volgens de beoogde wijziging van de Jeugdwet, via het wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen, om een dekkend zorglandschap te realiseren en opdrachtgeverschap van gemeenten richting jeugdhulpaanbieders te versterken. De discussie om sommige vormen van jeugdhulp sub regionaal te gaan inkopen, speelt overigens ook in de jeugdhulpregio Haaglanden. Daar is voorlopig gekozen om alle vormen van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering gezamenlijk in te kopen en meerjarig contracten aan te gaan. In het kader van de beoogde wetswijziging werken gemeenten aan uitwerking van de verplichte norm tot opdrachtgeverschap van de Vereniging Nederlandse Gemeenten waarin staat hoe ze regionaal en bovenregionaal willen samenwerken bij de inkoop van jeugdhulp (en ook beschermd wonen en maatschappelijke opvang). Hiermee erkennen gemeenten dat voor sommige vormen van zorg regionale - en bovenregionale samenwerking vereist is. De norm schetst hoe ze dat willen regelen. Het gaat daarbij vooral om de beschikbaarheid van weinig voorkomende en specialistische vormen van hulp. In de norm staat dat gemeenten in regionaal verband een regiovisie opstellen, in overleg met onder meer jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, jongeren en ouders.
De regiovisie moet helderheid bieden over hoe gemeenten in regioverband zorgdragen voor de beschikbaarheid en continuïteit van specialistische jeugdhulp. Ook staat in de regiovisie hoe de toegang tot de gecontracteerde hulp is geregeld. Verder beschrijft de regiovisie hoe en voor welke functies gemeenten bovenregionaal samenwerken, bijvoorbeeld bij de realisatie van bovenregionale expertisecentra. De norm verplicht gemeenten om binnen hun regio dezelfde contractvoorwaarden te hanteren en zich te houden aan dezelfde zorgvuldigheidseisen bij de inkoop. Ook willen de gemeenten, net als het Rijk dat wenst, reële tarieven hanteren. Met deze Norm voor Opdrachtgeverschap hopen de gemeenten te voorkomen dat wettelijk wordt vastgelegd op welke manier gemeenten regionaal en bovenregionaal moeten samenwerken bij de inkoop van jeugdhulp. Over hoe dit zich verder ontwikkelt, ontstaat pas later in 2021 duidelijkheid. In beide regio’s vindt hierover verder beraadslaging plaats en worden regionale visies uitgewerkt. Beleidsregie wordt bij een eventuele overstap voor de inkoopsamenwerking niet beperkt, want college en raad blijven beleid vaststellen. Ook in de huidige situatie wordt met meerdere gemeenten samengewerkt en beleid, ook zo veel als nodig is, op elkaar afgestemd.
Er is bij beide samenwerkingen sprake van een beweging naar beleidssynchroniteit om samen op te trekken, efficiency in de uitvoering te optimaliseren, opdrachtgeverschap richting jeugdhulpaanbieders te versterken via zakelijke partnerschap en de administratieve lasten voor de jeugdhulpaanbieders af te stemmen en zo beperkt mogelijk te houden. In beide vormen van samenwerking kan voldoende beleidsregie worden uitgeoefend. Ook lokaal maatwerk wordt bij een eventuele overstap niet beperkt. Er blijft bij een overstap voldoende ruimte over om de inrichting van de toegang jeugd en Wmo (0100), de lokale inzet van ambulante jeugdhulp en de inzet van algemene/vrij toegankelijke voorzieningen zelf te bepalen. Zoals eerder aangegeven bij onderdeel 1 samenwerkingsconstructies, organiseert de gemeente Voorschoten de gemeentelijke toegang anders dan het model toegang jeugd Leidse regio. Gezien de reorganisatie en opheffing van de Werkorganisatie Duivenvoorde moet de gemeente Voorschoten heroverwegen of de toegang jeugd en Wmo (0-100) wordt gehouden zoals nu, of deze anders wordt ingericht samen met Voorschoten Voor Elkaar of wordt overgegaan naar het model toegang jeugd Leidse regio/Jeugd en Gezinsteams. Voor en nadelen moeten verder in kaart worden gebracht.
Een voordeel van aansluiting op termijn zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden tot samen optrekken en versterken van (meer) mogelijkheden tot sub regionaal sturen van jeugdhulpaanbieders en lokale partners. Een nadeel van aansluiting op termijn is bijvoorbeeld dat er fundamenteel andere 10
keuzes moeten worden gemaakt door Voorschoten voor wat betreft de toegang 0-100 inrichten, het beleggen van de gemeentelijke toegang 0-100 via Voorschoten Voor Elkaar en de scheiding in functies (bijvoorbeeld indiceren en zorg verlenen) (raakt m.n. de positie van de jeugdconsulenten, nu nog in dienst van de Werkorganisatie Duivenvoorde). Als bij een eventuele overstap voor wat betreft de inkoop grotendeels wordt aangesloten bij beleid van de Holland Rijnland/Leidse regio, is een inhoudelijke vergelijking van beleid gewenst. Bij onderdeel 4 wordt dieper op een weging van de onderdelen beleid ingegaan. Uit deze vergelijking blijkt grofweg samengevat dat gewenste inhoudelijke ontwikkelingen op hoofdlijnen overeenkomen, alleen de processen lopen niet synchroon. Er zijn geen belemmeringen.
Voordelen van een eventuele overstap op het gebied van de inkoopsamenwerking en afstemming van beleid zijn juist: Meer potentie voor sub regionaal sturingskracht en stroomlijning van de kostenontwikkeling jeugdhulp richting verwijzers, jeugdhulpaanbieders en lokale partners; Eenvoudiger verbindingen te leggen tussen aansluiting jeugdhulp en onderwijs door de gezamenlijke inkoop van het segment onderwijs en gezamenlijk optrekken met het onderwijs en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs; De mogelijkheid aan te sluiten bij het realiseren van een eenduidige regionale crisisinfrastructuur en op termijn een integrale crisisdienst voor volwassenen en jeugdigen georganiseerd op het niveau van Hollands Midden en eenduidigheid te bieden voor cliënten, verwijzers en aanbieders; De mogelijkheid tot financieel strenger sturen door, naast het gebruik van budgetplafonds per aanbieder, ook clientstops toe te passen. Door toepassing van een ‘nee tenzij’ regeling voor acute zorgvraag van jeugdigen, kan met akkoord van de betreffende gemeente (via de jeugdconsulenten) zorg worden ingezet en bekostigd boven de maximale bestedingsruimte van een aanbieder. Hierbij zijn de regionale vereveningsafspraken waarschijnlijk nog van toepassing (voor 2021 profijtbeginsel met een budgetzekerheid gedurende het jaar (kalenderjaar min 1)).
Dit vraagt wel inzet van de jeugdconsulenten omdat zij de beoordeling van deze casuïstiek moeten doen; Op het gebied van transformatie en stroomlijnen van de kostenontwikkeling de mogelijkheid om bij projecten gericht op een betere verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs met andere gemeenten op te trekken. Voorschoten is zelfstandig een pilot Ondersteuner Jeugd en Gezin gestart medio 2019 en heeft ervaringen gedeeld met andere gemeenten en blijft hiertoe natuurlijk bereid; Voor wat betreft het versterken van veiligheid binnen het lokale team en verbeteren van de ketensamenwerking en stroomlijnen van de kostenontwikkeling is Voorschoten natuurlijk bereid de opgedane ervaringen te delen met andere gemeenten; Door bundeling in één regio van zowel inkoop jeugdhulp als inkoop Wmo meer sturingskracht en mogelijkheden voor een complementair aanbod, geharmoniseerde tarieven en een soepelere overgang 16-27 jaar en Door bundeling van samenwerking in één regio op het gebied van samenwerking sociaal domein ontstaan er meer mogelijkheden tot sturing binnen en tussen de kolommen sociaal domein, eventueel ontstaan ook meer mogelijkheden om in het kader van sociaal en fysiek domein samenkracht te realiseren en als een geheel richting andere bestuurslagen op te trekken.
Samenwerkingsconstructie Jeugdhulpregio Haaglanden De jeugdhulpregio Haaglanden heeft een Gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden opgericht, die de inkoop, administratie, informatievoorziening
11
uitvoert voor de gezamenlijk ingekochte specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming en jeugdreclassering voor de betrokken gemeenten. Er is sprake van een bedrijfsvoering organisatie, deze is per definitie beleidsarm. In 2019 hebben de gemeenten de samenwerking en de governancestructuur geëvalueerd, op basis van de intentie om de samenwerking voort te zetten en de belegde uitvoerende taken van de inkoop gezamenlijk te blijven organiseren. Aanleiding van het onderzoek was de bestuurlijke behoefte om de belangrijkste aansturings- en verantwoordingslijnen in de (contractuele) opdrachtgever(gemeenten)-opdrachtnemer (Serviceorganisatie) relatie effectiever te krijgen, en ook het zeker stellen dat de huidige governance van de Serviceorganisatie voldoende is toegerust is om haar regionale inkoop- en servicefunctie op professionele wijze uit te voeren. Vastgesteld is dat de regionale samenwerking voldoende functioneert, zeker gezien de complexiteit van het onderwerp, bijzonder veerkrachtig is en, voor zover is te overzien, de afgelopen jaren in gezamenlijkheid heeft bijgedragen aan het realiseren van kwalitatief goede jeugdhulp in de regio.
Het onderzoek richt zich mede hierom in beginsel op het ophalen van gesignaleerde verbeterpunten (een minder vrijblijvende structuur voor beleidsbepaling en opdrachtgeverschap en kwetsbaarheden werkgeverschap Serviceorganisatie) en de afweging of andere governance mogelijkheden een (beter) alternatief bieden. Bestuurlijke zeggenschap en politieke legitimiteit vanuit raadsperspectief, waren daarin de belangrijkste elementen. De conclusie van het onderzoek was dat er geen ‘one size fits all’ oplossing is voor de geconstateerde verbeterpunten. Dit op basis van afweging van uitgewerkte scenario’s ten opzichte van de huidige structuur. Vanuit zowel bestuurlijk, als ambtelijk perspectief, wegen de voordelen niet op tegen de nadelen, bij de keuze voor een andere structuur voor de gezamenlijke uitvoeringstaken van de inkoop van jeugdhulp en het centraal inrichten van de administratieve taken als verantwoording. Politieke legitimiteit en zeggenschap zijn via de bestuurlijke lijn voldoende ingeregeld voor de uitvoeringstaken. Sturing en zeggenschap zijn eenduidig en eventueel specifieker in te regelen via de dienstverleningsovereenkomst (tussen de gemeenten en de Serviceorganisatie waarin de taken worden vastgelegd) en een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma.
De huidige structuur van een GR bedrijfsvoering organisatie biedt daarnaast voldoende ruimte om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen, kan slagvaardig taken ter hand nemen en wordt niet gehinderd door een gelaagd bestuur, wat de aansturing eenvoudig maakt. Er is sprake van een enkelvoudig bestuur (DB is AB), waarin de gemeenten in drie clusters (H1, H4 en H5) een bestuurslid leveren. Dit heeft geleid tot een vastgestelde koers van handhaven van een GR (Wet Gemeenschappelijke Regelingen) bedrijfsvoering organisatie, met een aantal aanvullende maatregelen. Op basis hiervan is deze GR regeling per 1 januari 2020 voor onbepaalde tijd aangegaan door de betrokken gemeenten. Volgens deze regeling kan een deelnemende gemeente kan zelfstandig besluiten tot uittreding uit deze GR, dat kan per 31 december van een bepaald kalenderjaar en met een opzegtermijn van één kalenderjaar. In overleg tussen de Serviceorganisatie en de gemeenten wordt daarnaast de onderlinge dienstverleningsovereenkomst geactualiseerd en verder aangepast. Deze moet worden vastgesteld door de colleges. Daarnaast hebben de gemeenten de regionale programmastructuur herijkt. Er wordt gewerkt met programma’s voor bijvoorbeeld inkoop en transformatie. De programmamanagers zijn in dienst van één van de gemeenten (en/of worden 12
ingehuurd) en worden bekostigd door alle betrokken gemeenten. De gemeenten leveren capaciteit voor deelname aan de programma’s en inzet voor activiteiten en projecten daarbinnen. Via het directeurenoverleg sociaal domein wordt dit ambtelijk aangestuurd en wordt op bedrijfsvoering niveau afgestemd. Het bestuurlijk overleg jeugd Haaglanden stuurt dit bestuurlijk aan en stemt het beleid af, voordat het wordt voorgelegd aan de betrokken colleges en/of raden. Jeugdhulpregio Holland Rijnland/Leidse regio De jeugdhulpregio Holland Rijnland heeft een Tijdelijke Werkorganisatie Opdrachtgeverschap (TWO) opgericht die de inkoop, administratie, betalingen en informatievoorziening uitvoert voor de gezamenlijk ingekochte jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering voor de betrokken gemeenten. Deze is juridisch aan de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland bevestigd, maar is geen overgedragen taak (gemeenten blijven als opdrachtgever financieel verantwoordelijk (voor overschrijdingen) en juridisch aansprakelijk). De colleges hebben de portefeuillehouders jeugd gemandateerd om het DB Holland Rijnland bindend advies te geven over de betreffende onderwerpen. De opdrachtgever van de TWO is het PHO Jeugd (en het ambtelijk overleg in het verlengde hiervan).
Er wordt een dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen gemeenten (opdrachtgever) en Holland Rijnland (opdrachtnemer) afgesloten, die colleges moeten vaststellen, net als het aan deze DVO verbonden besluit mandaat, volmacht en machtiging Holland Rijnland. Het DB HR stemt ook in met de DVO en aanvaard het besluit mandaat volmacht en machtiging GR HR. De gemeenten hebben in 2019 geëvalueerd en vastgesteld dat de constructie TWO in principe voldoende functioneert en passend is, maar dat de ontwikkelingen rondom eventuele verplichte regionale samenwerking worden gevolgd. De constructie wordt in ieder geval vijf jaar tot 2025 gecontinueerd en er moeten nadere afspraken over een passende governance worden gemaakt gezien de sub regionale inrichting. Vastgestelde inhoudelijke verbeterpunten zijn meer accounthouderschap, meer en strakkere sturing op jeugdhulpaanbieders en contracten, meer aandacht voor en duidelijkere rolverdeling tussen TWO en gemeenten en snelle en adequate managementinformatie. Kortom, het beleid moet meer van de TWO naar de gemeenten worden teruggebracht en wordt meer sub regionaal georganiseerd. Hier wordt gezamenlijk door TWO en betrokken gemeenten verder aan gewerkt. Dit is, zo veel als mogelijk is, formeel vastgelegd in een geactualiseerde Dienstverleningsovereenkomst Jeugdhulp tussen de gemeenten en Holland Rijnland die per 2021 ingaat en voor 1 jaar geldt.
Per 2022 moet de samenwerkingsstructuur en positionering en het takenpakket van de TWO zijn geactualiseerd, rekening houdend met de gewenste ontwikkelingen door het Rijk over regionale samenwerking jeugdhulp. De scenario’s zijn daarbij: Continueren samenwerking Opzetten centrumgemeenten Opzetten uitvoeringsorganisatie (publiekrechtelijk) Opzetten uitvoeringsorganisatie (privaatrechtelijk). Kortom, de gemeenten van de Leidse regio en Duin en Bollenstreek willen blijven samenwerken, maar het hoe staat nog open. De mogelijkheden zijn afstemming, een netwerkorganisatie of een zelfstandige organisatie. De governance is nu ingeregeld met een ambtelijke (1 manager) en een bestuurlijk opdrachtgever (1 wethouder). Als gevolg van het werken met een regionaal inkoopplan en een sub regionaal programmaplan, heeft een herijking plaatsgevonden. Er wordt met sub regionale programma’s gewerkt, in plaats van een projectstructuur, zodat er meer verbindingen kunnen worden gelegd en overzicht wordt gerealiseerd. In de Leidse regio zijn een programmamanager en een projectondersteuner actief. De 13
programmamanager verzorgt alle afstemming, ook met managers en bestuurders. De vier gemeenten leveren capaciteit aan het programma om te participeren en een bijdrage te leveren aan de projecten (onder andere inkoop, aanbesteding toegang jeugd Leidse regio, implementatie, aandachtspunten JGT’s etc.). Bestuurders en managers vanuit de regio blijven elkaar op regelmatige basis ontmoeten, maar minder frequent dan voorheen. Naast de uitvoering van het regionaal inkoopplan werkt het Regionaal Beleidsteam (RBT), met als trekkers strategisch adviseurs in dienst van Holland Rijnland, aan de hand van een werkagenda aan allerlei thema’s binnen jeugdhulp (bijvoorbeeld het transformatieplan Holland Rijnland 2019-2021, aanpak wachttijden). Er is periodiek regionaal ambtelijk beleidsoverleg, zodat alle gemeenten betrokken zijn. Tussen de programmamanagers van de sub regio’s en RBT Holland Rijnland vindt afstemming plaats, zodat tegenstrijdigheden en/of dubbel werk worden voorkomen. Conclusies Bestuurlijke drukte wordt bij een overstap voor wat betreft de inkoop van specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering overzichtelijker. Het verschil in governance hangt hier mee samen. Bij de GR Servicebureau neemt het bestuur formeel de besluiten en wordt Voorschoten door collegelid van een andere gemeente (H5) vertegenwoordigd.
Het standpunt van het college hoeft niet per definitie te worden overgenomen. Als er geen overeenstemming wordt bereikt, vindt besluitvorming plaats op basis van stemverhouding naar aanleiding van inwoneraantal. De relatie met TWO is rechtstreeks (want geen overgedragen taak) en er worden dwingende adviezen/opdrachten door de portefeuillehouder verstrekt en daarmee lijkt de invloed van de bestuurder en het college groter (in theorie, want in de praktijk kan niet alles van één gemeente worden doorgevoerd). De ontwikkelingen binnen deze constructie is, zoals eerder aangegeven, verder afhankelijk van de beoogde wijzigingen van de Jeugdwet voor wat betreft het verplichten van regionale samenwerking op het gebied van inkoop van (onderdelen) van jeugdhulp de komende periode. Voordeel is dat jeugdhulp brede sturing wordt bevorderd doordat voor jeugdhulp in een regio wordt geparticipeerd en meer sub regionaal wordt opgetrokken. Er ontstaat pas echt minder bestuurlijke drukte op het sociaal domein als ook de overstappen op de onderdelen Werk en Inkomen en Wmo op termijn zijn gerealiseerd, omdat pas dan met minder partijen afstemming nodig is op het gebied van het sociaal domein. en er met de samenwerkende partijen in het kader van sociaal en fysiek domein als een geheel kan worden opgetrokken richting andere bestuurslagen en samenkracht kan worden gerealiseerd.
Voor wat betreft Werk en Inkomen wordt door de raad Voorschoten in november 2020 besloten dat er verder onderzoek wordt gedaan om dit per 1 januari 2023 te gaan organiseren met Leiden en Leiderdorp (in plaats van Leidschendam-Voorburg en Wassenaar). Het omklappen voor het onderdeel Werk en Inkomen houdt concreet in dat de gemeente Leiden de uitvoering Werk en Inkomen gaat doen voor Voorschoten, dat de toegang Werk en Inkomen voor inwoners Voorschoten in Leiden is, dat Werk en Inkomen-consulenten die cliënten uit Voorschoten helpen in dienst zijn van Leiden en dat beleid door de raad Voorschoten wordt vastgesteld. Vastgesteld is dat er kwalitatief geen belemmeringen zijn voor een overstap, maar een finale financiële weging nog niet is te maken. Hierover staat in het tweede kwartaal 2021 verdere besluitvorming gepland. Voor wat betreft de inkoop van Wmo ondersteuning (begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en huishoudelijke ondersteuning) is in delen 2019 en 2020 door het 14
college Voorschoten besloten dit per 2022 met de gemeenten van de Leidse regio te gaan organiseren. Dit gebeurt via het project Heroriëntatie Wmo Leidse regio. Dit betekent dat Wmo ondersteuning breed per 2022 wordt ingekocht met de Leidse regio. Het omklappen van het sociaal domein voor het onderdeel Wmo naar de Leidse regio, wordt daarmee, voor zo ver nu mogelijk is, gerealiseerd. Voor het onderdeel Wmo betekent omklappen naar de Leidse regio concreet dat beleid en uitvoering bij Voorschoten blijven en dat alleen voor wat betreft de inkoop wordt samengewerkt en beleid wordt afgestemd met gemeenten van de Leidse regio. De raad Voorschoten stelt beleid vast en de uitvoering Wmo blijft lokaal belegd. De toegang (jeugd en) Wmo (0-100) is belegd via Voorschoten Voor Elkaar en de Wmo consulenten zijn in dienst van de Werkorganisatie Duivenvoorde (in afwachting van de reorganisatie en ontvlechting). Weging criteria beleidsregie en governance: Beleidsregie en grip: Rekening moet worden gehouden met een regionale wens tot beleidssynchronisatie, in welke regio dan ook. In beide constructies bepaalt de gemeenteraad de beleids- en financiële kaders. Er blijft bij een overstap minimaal vergelijkbaar beleidsregie en grip bestaan. Lokaal maatwerk: Lokaal maatwerk kan in beide constructies voldoende.
Er is ruim voldoende ruimte om de algemene/vrij-toegankelijke voorzieningen en preventie lokaal in te vullen. Binnen de regio Holland Rijnland maken de gemeenten nu eigen keuzes voor de inrichting van de toegang en de lokaal beschikbare ambulante jeugdhulp. De samenwerking in de Leidse regio op het gebied van jeugdhulp richt zich op jeugdhulp breed en ook het model gemeentelijke toegang jeugd en lokale ambulante jeugdhulp Leidse regio is voor alle vier de gemeenten gelijk en wordt sub regionaal als Leidse regio ingekocht. Als de wens bestaat om de samenwerking op het gebied van specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering met Holland Rijnland/Leidse regio aan te gaan, kan er op termijn ook een keuze worden gemaakt om aan te sluiten bij dit toegangsmodel jeugd Leidse regio. Gezien de reorganisatie en opheffing van de WODV moet Voorschoten de komende periode heroverwegen of de toegang jeugd en Wmo (0100) wordt gehouden zoals nu, of deze anders wordt ingericht samen met Voorschoten Voor Elkaar of wordt overgegaan naar het model toegang jeugd Leidse regio/Jeugd en Gezinsteams. Samenvattend blijft er bij een overstap minimaal vergelijkbaar mogelijkheid tot lokaal maatwerk bestaan. Integrale sturing: Sturing jeugdhulp breed wordt versterkt bij een overstap voor de inkoop jeugdhulp.
Omdat voorlopig nog sprake is van meerdere partijen en samenwerkingsverbanden op het gebied van het sociaal domein is een effectieve, integrale sturing, vanwege deze differentiatie en daarmee gepaard gaande bestuurlijke drukte, bij een overstap op dit moment nog vergelijkbaar complex. Er worden de komende periode wel stappen gezet; er vindt verder onderzoek plaats om Werk en Inkomen per 1 januari 2023 met Leiden en Leiderdorp te gaan organiseren en er is besloten Wmo ondersteuning breed in te gaan kopen met de vier gemeenten van de Leidse regio per 2022. Democratische legitimiteit: De gemeenteraad geeft in beide constructies de kaders van beleid en financiën aan. Er zijn afspraken over de uitvoering van de taken inkoop, administratie en informatievoorziening vastgelegd in (dienstverlenings)overeenkomsten, maar er is geen overdracht van bevoegdheden. De democratische legitimiteit blijft bij een overstap minimaal vergelijkbaar gewaarborgd. 15
Kwaliteit toegang, ondersteuning en toegankelijkheid Een overstap naar de samenwerking met Holland Rijnland/Leidse regio lijkt positieve consequenties te kunnen hebben voor inwoners. Er kan een breed en vergelijkbaar scala aan jeugdhulpvoorzieningen en jeugdbescherming en jeugdreclassering worden aangeboden bij grotendeels dezelfde jeugdhulpaanbieders en dezelfde Gecertificeerde Instellingen. Zoals aangegeven, kan er meer sub regionaal worden opgetrokken richting jeugdhulpaanbieders en lokale partners als bijvoorbeeld onderwijs en samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Ook ontstaat de mogelijkheid aan te sluiten bij het realiseren van een eenduidige regionale crisisinfrastructuur en op termijn een integrale crisisdienst voor volwassenen en jeugdigen, georganiseerd op het niveau van Hollands Midden die eenduidigheid kan bieden voor cliënten (en verwijzers). Als op termijn ook wordt aangesloten bij het model van de Leidse regio voor wat betreft de werkwijze rondom de lokale gemeentelijke toegang jeugd en/of het beschikbaar stellen van (meer) ambulante hulp lokaal via de opvolger van de constructie Jeugd en Gezinsteams, kan de beschikbaarheid lokaal van ondersteuning verder worden verbeterd en kan meer gezamenlijk (sub regionaal) worden gestuurd maar is dit organisatorisch ingrijpend.
Zoals meerdere keren aangegeven, moet Voorschoten gezien de reorganisatie en opheffing van de WODV heroverwegen of de toegang jeugd en Wmo (0-100) wordt gehouden zoals nu, of deze anders wordt ingericht samen met Voorschoten Voor Elkaar of wordt overgegaan naar het model toegang jeugd Leidse regio/Jeugd en Gezinsteams. Deze opties moeten, inclusief vooren nadelen, worden uitgewerkt. Samenvattend verandert de kwaliteit op het gebied van toegang en toegankelijkheid nu niet en de kwaliteit van de ondersteuning kan bij een overstap van de inkoopsamenwerking op een vergelijkbaar niveau worden gerealiseerd. Via intensivering van de samenwerking met de regio Holland Rijnland/Leidse regio, ontstaat meer congruentie is samenwerkingsverbanden en zijn uiteindelijk meer mogelijkheden tot integraal werken op het gebied van het sociaal domein en samen op te trekken richting andere bestuurslagen, mits op termijn ook Werk en Inkomen en Wmo taken zijn overgeheveld. Er worden de komende periode hier toe stappen gezet; er vindt verder onderzoek plaats om Werk en Inkomen per 1 januari 2023 met Leiden en Leiderdorp te gaan organiseren en er is besloten Wmo ondersteuning breed in te gaan kopen met de vier gemeenten van de Leidse regio per 2022.
Weging criteria kwaliteit: Kwaliteit en toegang: De toegang jeugd en Wmo (0-100) blijft lokaal belegd, via de brede welzijnsorganisatie Voorschoten Voor Elkaar. Voor de Participatiewet wordt nu samengewerkt met Leidschendam-Voorburg (en UWV loket Zoetermeer) en bij een overstap met Leiden (en UWV loket Leiden). De kwaliteit van de dienstverlening en toegang tot dienstverlening hangen met name af van de professionaliteit van de toegangsmedewerkers en de afstemming op lokaal vlak. Zolang de toegang jeugd en Wmo (0-100) via Voorschoten Voor Elkaar blijft verlopen, merken de inwoners niet veel van een intensievere samenwerking met de Holland Rijnland/Leidse regio. De toegang jeugd en Wmo (0-100) via Voorschoten Voor Elkaar is recent en vraagt nog doorontwikkeling. Een gedifferentieerde uitvoering sociaal domein betekent niet dat dienstverlening niet kwalitatief hoogwaardig is. Deze is bij een overstap voor wat betreft de inkoopsamenwerking jeugdhulp minimaal vergelijkbaar en geeft meer potentie voor de toekomst. -
Kwaliteit ondersteuning:
16
De toegang jeugd en Wmo (0-100) blijft lokaal belegd via Voorschoten Voor Elkaar, voor de Participatiewet verschuift de ondersteuning bij een eventuele overstap van Leidschendam-Voorburg naar Leiden. De algemene/vrij-toegankelijke voorzieningen jeugd veranderen niet. Bij een wijziging van de inkoopsamenwerking wordt er van uitgegaan dat de kwaliteit van de individuele/niet- vrij toegankelijke ondersteuning jeugdhulp op vergelijkbaar niveau wordt geleverd. Ondersteuning kan verder verbeteren doordat er meer kan worden opgetrokken richting jeugdhulpaanbieders en lokale partners als bijvoorbeeld onderwijs en samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Ondersteuning kan ook verder verbeteren als een eenduidige regionale crisisinfrastructuur en op termijn een integrale crisisdienst voor volwassenen en jeugdigen wordt georganiseerd op het niveau van Hollands Midden die eenduidigheid kan bieden voor cliënten (en verwijzers). Gecontracteerde jeugdhulpaanbieders De gecontracteerde jeugdhulpaanbieders zijn in beide jeugdhulpregio’s zijn grotendeels dezelfde. Grote jeugdhulpaanbieders, die zowel ambulante als verblijfszorg aanbieden, zijn in beide regio’s gecontracteerd. De landelijk gecontracteerde aanbieders door de VNG zijn vanzelfsprekend dezelfde.
Er is sprake van bijna dezelfde gecontracteerde aanbieders jeugdbescherming en jeugdreclassering: de Gecertificeerde Instellingen Jeugdbescherming West, de William Schrikker Groep en het Leger des Heils zijn gecontracteerd door de regio Holland Rijnland, alleen Briedis niet. Natuurlijk variëren de jeugdhulpaanbieders die zijn gecontracteerd en declareren, afhankelijk van de vraag/behoefte van jeugdigen uit Voorschoten. Uit analyse is bijvoorbeeld gebleken dat er in 2019 99 jeugdhulpaanbieders jeugdhulp hebben gedeclareerd voor jeugdigen uit Voorschoten van de bijna 200 gecontracteerde jeugdhulpaanbieders (regionaal en landelijk gecontracteerd via de VNG). Van deze 99 aanbieders hebben er 49 geen contract via de jeugdhulpregio Holland Rijnland. Hiervan is het grootste deel vrijgevestigde jeugdhulpaanbieders jeugd-ggz, zijn er twee aanbieders die jeugdhulp aan (licht) verstandelijk beperkten leveren (Middin en Lievegoed), twee aanbieders die begeleiding leveren (Stichting Happy Kids Care en Flowin) en één aanbieder die ernstige enkelvoudige dyslexie (eed) (Haags Centrum Onderwijsbegeleiding) levert. Bij een overgangsperiode kunnen als uiterste optie tijdelijk lokaal contracten worden afgesloten om zorg continuïteit te bieden.
Dit als de betrokken inkooporganisaties hierover onderling geen afspraken kunnen maken en/of er te veel belemmeringen zijn om tijdelijk contractmanagement door een partij uit te voeren. Aanbieders kunnen ook worden benaderd om (tijdelijk) tot contracteren via Holland Rijnland over te gaan. Gezien het grote aantal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en de breedte van het palet van vormen van jeugdhulp zijn via de jeugdhulpregio Holland Rijnland voldoende alternatieven voorhanden. In beide regio’s is de kans aanwezig dat specifieke aanbieders verdwijnen (bijvoorbeeld door natuurlijk verloop of andere redenen) of nieuwe aanbieders toetreden. Door de wijze van contracteren in beide regio’s is het tussentijds toetreden van aanbieders (die aan de voorwaarden voldoen) mogelijk. Overigens wordt in beide regio’s van gedachten gewisseld over beperking van het aantal te contracteren aanbieders, om meer sturing te kunnen geven aan jeugdhulp. Dit niet lopende de huidige contracteringstermijnen en ook nog in afwachting van de aanpassing van de Jeugdwet (het wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen). Cliëntervaringsonderzoek
17
Er wordt door beide regio’s periodiek regionaal cliënttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Samenvattend zijn de uitkomsten op hoofdlijnen goed vergelijkbaar en is er sprake van een vergelijkbare tevredenheid van cliënten. De jeugdhulpregio Haaglanden heeft in 2016 en in 2019 hierop verdiepend onderzoek gedaan. De uitkomst van het onderzoek in 2016 dat cliënten een ruime 7 gaven. Het verdiepende, kwalitatieve onderzoek in 2019 is uitgevoerd door het Lectoraat Jeugdhulp in Transformatie (lector en studenten van de Haagse Hogeschool), het kennisnetwerk Jeugd Haaglanden (gemeenten Zoetermeer, Den Haag en Delft) en jeugdhulpaanbieders Jeugdformaat Youz, Ipse de Bruggen en Middin gaf samenvattend aan dat de respondenten over het algemeen tevreden zijn over de jeugdhulp die ze hebben ontvangen. Ze waarderen de jeugdhulp gemiddeld met een 7. Twee belangrijke punten die de mate van tevredenheid beïnvloeden, zijn: het goed gehoord worden en het ervaren van een ‘klik’ met de hulpverlener. De gemeenten in de jeugdhulpregio Holland Rijnland voeren natuurlijk ook cliëntervaringsonderzoek uit en hebben in 2018-2019 voor de laatste keer onderzoek uitgevoerd. Dat heeft een vergelijkbare opzet (laten vertellen) en inhoudelijk een vergelijkbare uitkomst als dat van Haaglanden. Het onderzoek in 2018-2019 is uitgevoerd door JB Lorenz.
Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van de methodiek SenseMaker® van Cognitive Edge. Sensemaking is erop gericht om kwalitatief materiaal op een kwantitatieve schaal te verzamelen met duiding door de vertellers zelf, op een zodanige manier dat er ruimte blijft voor gezamenlijke interpretatie van patronen in de data. De uitkomsten van het onderzoek zijn dat communicatie belangrijk is bij de ervaren tevredenheid over de geboden hulp. De wachttijd heeft grote invloed op de tevredenheid van respondenten en heeft doorlopend aandacht. Echter, wanneer er helder gecommuniceerd wordt over de lengte van de wachttijd en er ook tussentijds gecommuniceerd wordt, kan dat van positieve invloed zijn. Ondanks de lange wachttijd wordt de verkregen jeugdhulp vaak als positief ervaren (maar er is geen cijfer aan verbonden). Uit de verzamelde ervaringen blijkt dat jongeren en ouders maatwerk ervaren wanneer zij zich gehoord voelen en zelf mogen meebeslissen. Als er een goede klik is met de hulpverlener, zijn cliënten meestal tevreden over de verkregen hulp.
Contacten met clientorganisaties De gemeenten in de jeugdhulpregio Haaglanden overleggen periodiek met jeugdigen die jeugdhulp (hebben) ontvangen, via clientorganisaties van jeugdhulpaanbieders, verenigd via het platform Jong doet Mee! Op deze manier hebben professionals van gemeenten direct contact met deze jeugdigen, kunnen er nog beter verbindingen worden gelegd en kan inbreng worden meegenomen in contractmanagement en inkoop. In de jeugdhulpregio Holland Rijnland zijn er soortgelijke activiteiten en contacten, waarbij de cliëntenorganisatie van jeugdhulpaanbieder Cardea een belangrijke rol speelt. -
Toegankelijkheid: De toegang jeugd en Wmo (0-100) blijft lokaal belegd via VVE. De toegankelijkheid verandert daarmee in principe niet. Als bij een overstap voor de inkoopsamenwerking jeugdhulp, ook wordt gekozen om op termijn aan te sluiten voor wat betreft het model toegang jeugd /lokaal ambulante hulp van de Leidse regio, komt er lokaal meer diverse ambulante jeugdhulp lokaal beschikbaar en wordt dit daarmee nog meer laagdrempelig toegankelijk. Maar zoals meerdere keren aangegeven, is dit een van de opties die wordt overwogen.