CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2c - NL.IMRO.0626.BPSegaarArsenaal-VA01 - Toelichting

Gemeenteraad Voorschoten 4 juli 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Segaar-Arsenaal33.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Segaar-Arsenaal

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Inhoudsopgave Toelichting

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend plan 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 8

Hoofdstuk2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 2.3 Crisis- en herstelwet 2.4 Provinciaal en regionaal beleid 2.5 Gemeentelijk beleid 2.6 Conclusie

9 9 12 13 13 25 35

Hoofdstuk3 Analyse 3.1 Ontstaansgeschiedenis 3.2 Eigenschappen plangebied 3.3 Eigenschappen bebouwing 3.4 Ontwikkelingen

37 37 37 38 38

Hoofdstuk4 Planbeschrijving 4.1 Ruimtelijke structuur 4.2 Groen- en waterstructuur 4.3 Bebouwingstructuur 4.4 Verkeerstructuur 4.5 Ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit en architectuur

39 39 40 46 47 47

Hoofdstuk5 Sectorale aspecten 5.1 Milieu 5.2 Waterparagraaf 5.3 Overige aspecten

58 58 72 78

Hoofdstuk6 Juridische planbeschrijving 6.1 Plansystematiek 6.2 Artikelsgewijze toelichting

82 82 83

Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.3 Handhaving

87 87 87 90

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Bomen Effect Analyse

Bijlage 2

Boom Effect Analyse Trompweg

Bijlage 3

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Quick scan flora en fauna

Bijlage 6

Inventarisatie beschermde soorten

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Bijlage 7

Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 8

Akoestischonderzoek

Bijlage 9

Besluit hogere grenswaarden

Bijlage 10

Verkeerskundig onderzoek

Bijlage 11

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 12

M.e.r.-beoordelingsbesluit

Bijlage 13

Geohydrologie ontwikkeling projectgebied Segaar-Arsenaal

Bijlage 14

Berekening bergingscapaciteit watersysteem

Bijlage 15

Eindverslag participatie

Bijlage 16

Toelichting parkeernorm

Bijlage 17

Beantwoording vragen ecologisch onderzoek

Bijlage 18 Nota van Beantwoording van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Inhoudsopgave (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Niersman Projectontwikkeling B.V. is voornemens de gronden aan de Leidseweg 510 te Voorschoten te ontwikkelen. Het betreft een woningbouwontwikkeling waarbij (maximaal) 100 woningen worden gerealiseerd. Het plangebied bestaat uit drie deelgebieden. De gronden van deelgebied A betreffen de gronden van het voormalige tuincentrum Segaar en zijn sinds 1999 in handen van Niersman Projectontwikkeling B.V. De gronden van deelgebied B zijn van de gemeente Voorschoten. Dit zijn de gronden aan de zuidkant van het plangebied en zijn deels begroeid. De deelgebieden A en B worden door Niersman ontwikkeld en gerealiseerd. Aan de noordzijde van deelgebied A zijn gronden van de gemeente Voorschoten gelegen. Deze gronden zijn nodig om de Trompweg te reconstrueren en zijn in dit bestemmingsplan meegenomen aangezien de ontwikkelingsgebieden op deze wijze ontsloten worden. Ten aanzien van de voorziene ontwikkeling wordt tussen gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. De initiatiefnemer zal de gronden binnen het plangebied voor eigen rekening en risico bouw- en woonrijp maken. De gemeente Voorschoten zal uitvoering geven aan de reconstructie van de Trompweg. In de huidige situatie kent het plangebied grotendeels een bestemming 'Groen' en 'Agrarisch'. De beoogde herontwikkeling is derhalve niet mogelijk volgens de regels van het geldende bestemmingsplan.

Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een planologische procedure benodigd. Vanwege de gewenste flexibiliteit is gekozen voor het opstellen van een bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan bestaat onder andere uit een toelichting waarin wordt beschreven dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend document bevat deze toelichting.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het noordelijk deel van de gemeente Voorschoten. Het Segaar-terrein aan de Leidseweg is na het vertrek van tuincentrum Segaar in 1999 gekocht door projectontwikkelaar Niersman Projectontwikkeling B.V. De gemeente bezit het daarnaast gelegen stuk groen aan de Korte Vliet (Arsenaal). Deze gronden vormen gezamenlijk het bestemmingsplangebied. Ten noorden van het plangebied ligt de Trompweg, die via de Hoflandbrug de kernen Voorschoten en Leiden met elkaar verbindt. Langs de Trompweg is, binnen de kaders van het plangebied, nog een woonwagenstandplaats gelegen. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich het kanaal de Korte Vliet waarlangs een regionale waterkering gelegen is. Aan de zuid- en westzijde wordt het plangebied begrensd door respectievelijk een klein aantal woningen met daarachter een autobedrijf en de woningen die zijn gelegen aan de Leidseweg. De ontsluitingsweg zal aan de noordzijde aansluiten op de Trompweg.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 1.1 Indicatieve ligging plangebied

1.3

Vigerend plan

Het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan "Noord". Dit bestemmingsplan is door de raad vastgesteld op 26 september 2012. Binnen het bestemmingsplan "Noord" zijn de belangrijkste bestemmingen 'Agrarisch', 'Water' en 'Groen'. Daarnaast is binnen de plangrenzen de bestemming 'Wonen' gelegen ten behoeve van een woonwagenstandplaats. Tevens dient rekening gehouden te worden met de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie-5', 'Waarde-Archeologie-6' voor het meest zuidelijke puntje van het plangebied en 'Waterstaat-Waterkering'. Het bestemmingsplan biedt geen functionele ruimte om de beoogde woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. De functiewijziging is de reden dat voor het gebied een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 1.2 Indicatieve ligging plangebied en vigerend bestemmingsplan "Noord"

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het relevante beleid dat als basis dient voor dit bestemmingsplan besproken. In hoofdstuk 3 wordt de ontstaansgeschiedenis en worden de eigenschappen van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt onder andere de ruimtelijke structuur en de groen- en waterstructuur in het plangebied aangehaald. De verschillende milieuaspecten die van belang zijn voor het bestemmingsplan worden besproken in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt aandacht besteed aan de juridische planbeschrijving. De economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan komen aan de orde in hoofdstuk 7.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Het rijksbeleid op het terrein van de ruimtelijke ordening is op diverse plaatsen beschreven en de laatste jaren sterk in beweging. Natuurlijk moeten alle elementen zoals genoemd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in voldoende mate en op een zorgvuldige wijze aandacht krijgen. Dit geldt ook voor het nader uitvoering geven aan de vernieuwde decentralisatiegedachte en deregulering van RO-taken. Dit bestemmingsplan is voorbereid overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda.

De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 2.1. Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Met dit bestemmingsplan worden woningen maximaal 100 woningen toegestaan. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het beleid voor de ontwikkeling van deze locatie wordt daarom overgelaten aan de provincie en gemeente. De nationale belangen, de vier prioriteiten uit de Uitvoeringsagenda en de afwegingsprincipes staan niet in de weg aan de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Gemotiveerd kan worden dat juist een bijdrage wordt geleverd aan de nationale belangen, waaronder het bevorderen van de duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Cultureel erfgoed In 1994 is Nederland toegetreden tot het Verdrag van Granada (1985). Daarin staat dat bescherming van het architectonisch erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening; niet alleen bij de planologische uitwerking, maar ook bij het vormgeven aan ontwikkelingen In het verdrag van Granada staan drie beleidsdoelen centraal, namelijk: Bescherming van het architectonische erfgoed tegen de gevolgen van atmosferische vervuiling. Nieuwe en verbeterde financieringsfaciliteiten ter ondersteuning van de oude gebouwde omgeving. Het geven van een nieuwe dimensie aan het begrip 'monument'. Dit heeft een nationale doorwerking gekregen in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009. Nationaal erfgoed Het Verdrag van Valletta was geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988 en de Wet op de archeologische monumentenzorg, tot de inwerkingtreding van de Erfgoedwet op 1 juli 2016. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem.

De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke 1 januari 2024 in werking treed. Ten behoeve van de ontwikkeling, zal een archeologisch onderzoek plaatsvinden en wordt een passende dubbelbestemming toegepast. Beschermd stads- en dorpsgezicht Eén van de meest invloedrijke rijksoverheidsbesluiten voor het behouden van de lokale ruimtelijke en architectonische kwaliteit en bescherming van het culturele erfgoed is het beschermen van gebieden, de zogenaamde stads- en dorpsgezichten. De bescherming door het Rijk verplicht de gemeente een bestemmingsplan op te stellen waarin de culturele erfgoedwaarden gewaarborgd worden. In de gemeente Voorschoten zijn twee beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig: beschermd gezicht Landgoederenzone Wassenaar-Voorschoten-Leidschendam-Voorburg en beschermd gezicht Voorschoten. Het plangebied ligt niet binnen deze beschermde stads- en dorpsgezichten.

Archeologie De afgelopen eeuwen is het tempo waarin de boven- en ondergrond van de bodem wordt geroerd in razend tempo toegenomen. Of het nu woningbouw, intensieve landbouw, infrastructuur, industrie of natuurontwikkeling is: vrijwel alle ingrepen gaan gepaard met verstoring of vernietiging van bodemlagen die sporen van het collectieve verleden bevatten. Daarom ondertekende Nederland in 1992 het Europese

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal Verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed – kortweg het Verdrag van Malta (ook wel: Valletta). De achterliggende gedachte is dat het bodemarchief eindig en kwetsbaar is en als bron van onze geschiedenis beschermd moet worden. Sindsdien is het uitgangspunt van het rijksbeleid dat archeologische waarden volwaardig meetellen bij beslissingen over gebruik en inrichting van de ruimte in ons land. De term 'archeologische monumentenzorg' (afgekort aangeduid als: AMZ) geeft de kern daarvan goed weer: archeologie is niet meer synoniem voor wetenschappelijk onderzoek en opgravingen, maar bestrijkt het hele proces van beheer van de ondergrond, behoud, selectie en besluitvorming over verwachte en aanwezige archeologische waarden. In Nederland is er bij de implementatie van 'Malta' voor gekozen om gemeenten een sleutelrol te laten spelen bij het beheer van het bodemarchief. Gemeenten zijn op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om de bestemming van gronden en de daarbij behorende regels binnen een periode van tien jaar opnieuw vast te stellen. Ten gevolge van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), moet de gemeente daarbij nu rekening houden met aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

Hiermee is de implementatie van de archeologische monumentenzorg geheel geïntegreerd in de ruimtelijke wetgeving en besluitvormingsprocedures. De sinds 2007 ingevoerde wijziging houdt in dat bij ruimtelijke plannen de initiatiefnemer van de ruimtelijke ingreep door het bevoegd gezag kan worden verplicht de archeologische waarde van het te verstoren terrein aan te tonen. Indien de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag is vastgesteld (bijvoorbeeld door middel van archeologisch vooronderzoek) kunnen de aanwezige en bedreigde archeologische waarden in de belangenafweging worden meegewogen, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag van Malta (Valetta). Daarin neemt de zorg voor het archeologisch erfgoed een belangrijke plaats in. Ten behoeve van de ontwikkeling, is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd en een passende dubbelbestemming toegepast. Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet heeft als doel het beschermen van flora en fauna, (natuur-)gebieden en bossen.

De nieuwe wet natuurbescherming bevat niet alleen regels ten aanzien van beschermde soorten flora en fauna en 'ruimtelijke ingrepen', maar ook andere onderwerpen zoals bezit en handel, gebiedsbescherming, houtopstanden, beheer en schadebestrijding. Voor projecten die betrekking hebben op 'ruimtelijke ingrepen', zoals sloop- en renovatiewerkzaamheden en nieuwbouwprojecten zijn de onderwerpen soortenbescherming en gebiedsbescherming relevant. Gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot een Natura 2000-gebied. Door de afstand tot de Natura 2000-gebieden in de buurt (Meijendel en Berkheide) en hoeveelheid woningen die worden gebouwd, is een stikstofberekening nodig om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de Wet natuurbescherming (zie ook paragraaf 5.1.2). Op korte termijn ontstaan lokale effecten, zoals een toename van geluid en stof door sloopwerkzaamheden. Deze effecten zijn echter verwaarloosbaar en van tijdelijke aard. Op lange termijn worden geen effecten verwacht die van betekenis kunnen zijn voor de natuurwaarden van beschermde gebieden. Voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen ecologische hoofdstructuur (EHS) geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting van de natuurdoelen of landschappelijke waarden. Het plangebied is geen onderdeel van het NNN.

Soortenbescherming: De grootste verandering in de Wet natuurbescherming betreft de soortenbescherming. Een aantal soorten zijn in de huidige wet niet meer beschermd, terwijl andere soorten juist zijn toegevoegd aan de lijst van beschermde soorten. Dit onderdeel wordt nader toegelicht in paragraaf 5.1.2. Daarnaast is er altijd sprake van zorgplicht: Bij de uitvoering van de werkzaamheden moet voldoende rekening gehouden worden met alle in het wild voorkomende dieren en hun leefomgeving. Indien nodig moeten beschermende en/of mitigerende maatregelen genomen worden. Dit betekent onder andere dat

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal bedreiging of verstoring zoveel mogelijk voorkomen moet worden en dat de individuele dieren de ruimte geboden wordt zich te verplaatsen naar niet verstoorde gebieden. Nationale maatlat klimaatadaptatie De ontwikkeling van de maatlat duurt een half jaar en gebeurt samen met de (bouw)sector. Naast de landelijke koepels van publieke en private sector worden decentrale overheden, bedrijven en experts betrokken via interviews en een klankbordgroep. Zij hebben namelijk al ervaring met ontwerpen, ontwikkelen en bouwen van klimaatadaptieve gebieden en gebouwen. Zij brengen deze ervaringen in en denken mee over de invulling van de maatlat. Klimaatadaptatie maakt integraal onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1 definieert de relevante begrippen: bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkelingen van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 van het Bro: lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb, 2017, 182) gemotiveerd: "Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in het derde lid, om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder hierdoor beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden.” Relatie tot het plan Indien sprake is van een ontwikkeling in het plangebied die in strijd is met een van de vigerende bestemmingsplannen, geldt dat het kan gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal duurzame verstedelijking dient in dat geval goed gemotiveerd te worden. Ingevolge de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724) is een ontwikkeling die voorziet in niet meer dan 11 woningen in beginsel niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, onder i Bro. Een ontwikkeling bestaande uit een terrein dat voorziet in een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 is in beginsel wel aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid onder i Bro. Voor het plangebied geldt dat het gaat om meer dan 11 woningen, aangezien er circa 100 woningen worden gerealiseerd. Daarnaast is het terrein van het plangebied groter dan 500 m2. Derhalve dient de Ladder voor duurzame verstedelijking goed gemotiveerd te worden. Aan de hand van een toetsing aan het geldende beleid en de ruimtelijke- en de milieuaspecten wordt dit gedaan. In paragraaf 5.3.4 wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd.

2.3

Crisis- en herstelwet

Het plan omvat meer dan 11 woningen en valt daarmee onder de Crisis- en herstelwet. Dit volgt uit bijlage I van deze wet (“Categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid”), in casu artikel 3.1: "ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden". Voor bouwprojecten die hieronder vallen, geldt artikel 1.6 lid 4 van de Crisis- en herstelwet: “De bestuursrechter doet uitspraak binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn.” Dat op het bestemmingsplan de Crisis- en herstelwet van toepassing is, betekent daarnaast dat afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing is. Als gevolg daarvan moet de belanghebbende die te zijner tijd tegen het besluit om het bestemmingsplan vast te stellen een beroepschrift wil indienen, daarin aangeven welke beroepsgronden hij of zij aanvoert tegen het besluit.

Na afloop van de beroepstermijn kunnen de gronden niet meer worden aangevuld en kunnen geen nieuwe gronden meer worden ingediend. ('Pro forma'-beroepschriften zijn niet toegestaan.) In het beroepschrift moet appellant vermelden dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is. Het vereiste dat moet worden vermeld dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is, geldt ook voor de door het college van B&W en de gemeenteraad te nemen besluiten over het bestemmingsplan en voor de publicaties in het Gemeenteblad over het bestemmingsplan.

2.4

Provinciaal en regionaal beleid

2.4.1

Provinciale Omgevingsvisie

Per 21 februari 2023 is de meest recente geconsolideerde versie van de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie is opgebouwd uit een groot aantal beleidskeuzes, waaronder 'gezonde en veilige leefomgeving', 'ruimtelijke kwaliteit', 'verstedelijking', etc. Op iedere beleidskeuze is in de visie een toelichting gegeven en wordt het provinciaal belang gemotiveerd. Enkele relevante beleidskeuzes worden in deze paragraaf behandeld. Gezonde en veilige leefomgeving De provincie wil zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Een omgeving die inwoners als prettig ervaren, uitnodigt tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico's, geluid, wateroverlast en hittestress. Naast het beschermen wil de provincie een duidelijke verbetering van de huidige leefomgeving bevorderen door de leefomgeving ook op gezond gedrag in te richten. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde,

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de gebruikswaarde, de toekomstwaarde en de belevingswaarde van een gebied. Hoe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage kunnen leveren aan het behouden en versterken van ruimtelijke kwaliteit is een ontwerpopgave. Om hier richting aan te heeft de provincie richtpunten voor ruimtelijke ontwikkelingen opgesteld. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal.

Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: (1) inpassing, (2) aanpassing en (3) transformatie. Bij inpassen gaat het om een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De impact op het gebied is klein. Een aanpassing betreft een wijziging in de structuur van een gebied die aansluit bij de huidige gebiedsidentiteit. De impact op het gebied is groter. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuwe gebiedsidentiteit ontstaat. De impact van dit type ontwikkeling op een gebied is enorm.

Bij transformatie is het dan ook belangrijk om goed vorm te geven aan de ontwikkeling van een nieuwe ruimtelijke kwaliteit, met vaak ook een nieuwe identiteit. Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Relatie tot het plan Om te beoordelen of de ruimtelijke ontwikkeling passend is, is het plan getoetst aan de gebiedsprofielen van ruimtelijke kwaliteit. Op basis van de kwaliteitskaart zijn de volgende richtpunten van belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de onderzoekslocatie. Laag van ondergrond Het plangebied is gelegen in 'Bijzonder reliëf - oude stroomgordels en geulafzettingen'. Voor 'Bijzonder reliëf - oude stroomgordels en geulafzettingen' geldt dat de ontstaansgeschiedenis van het gebied leesbaar moet blijven. Vanwege de hogere ligging waren dit vaak aantrekkelijke plekken voor (pre)historische bewoning. De richtpunten voor ontwikkelingen in dit gebied zijn: Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand.

Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 2.2 Kwaliteitskaart 'Laag van de ondergrond', plangebied ter indicatie rood omlijnd (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is niet gelegen in één van de door de kwaliteitskaart 'Laag van cultuur- en natuurlandschappen' aangewezen gebieden. De richtlijnen die horen bij voorgenoemde kaart zijn niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling. Laag van stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen in 'Steden en dorpen' en 'Bouwwerken voor energie-opwekking'. Vanwege de ligging in het gebied dat is aangewezen als 'Steden en dorpen' zijn de volgende richtpunten van toepassing: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van de stad, kern of dorp; Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur; Daar waar hoogbouw niet samenvalt met 'zwaartepunten' in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving; Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden); Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige

patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt; Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied; Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving. Voor 'Bouwwerken voor energie-opwekking' geldt het volgende richtpunt: Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Direct naast het plangebied is de Korte Vliet gelegen. De Korte Vliet valt binnen de 'Stedelijke groen- en waterstructuur'. Hierbinnen is het volgende richtpunt van toepassing: Ontwikkelingen dragen bij aan het behouden en versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur. Daarbij gaat het om de recreatieve kwaliteit, de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de verbinding tussen stad en land.

Figuur 2.3 Kwaliteitskaart 'Laag van stedelijke occupatie', plangebied ter indicatie rood omlijnd (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Laag van beleving Het plangebied is niet gelegen in één van de door de kwaliteitskaart 'Laag van beleving' aangewezen gebieden. De richtlijnen die horen bij voorgenoemde kaart zijn niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling. De naast het plangebied gelegen Korte Vliet valt binnen de laag van beleving onder de 'Historische vaarweg'. De historische vaarwegen hebben de uitstraling van regionale landschappelijke dragers door eenheid, samenhang in de inrichting van de oevers, begeleidende beplanting en door de vormgeving van kruisende infrastructuur. Bij ontwikkeling is aandacht nodig voor het zicht op en vanaf het water. De volgende richtpunten zijn daarbij van belang: Om oevers en water openbaar toegankelijk en beleefbaar te houden is er geen ruimte voor verdere verdichting en privatisering van de oevers, direct grenzend aan het water. Ontwikkelingen aan kanalen en vaarten buiten het stedelijk gebied dragen bij aan de versterking van het karakter van de kanalen en vaarten.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 2.4 Kwaliteitskaart 'Laag van de beleving', plangebied ter indicatie rood omlijnd (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Conclusie Laag van ondergrond Aangezien het plangebied is gelegen in 'Bijzonder reliëf - oude stroomgordels en geulafzettingen', is het belangrijk dat de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand worden gehouden. De ontwikkeling sluit aan op de reeds in de omgeving aanwezige bebouwing en zorgt, door de manier waarop de woningen worden gesitueerd en aandacht wordt besteed aan een groene inpassing, niet voor een verstoring van de aanwezige patronen. Laag van stedelijke occupatie De ontwikkeling draagt bij aan de identiteit van het dorp, door het groen zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk te versterken, waarmee de woningen op een verantwoorde manier worden ingepast. De bebouwing in het plan van de grondgebonden woningen en ook de woningen met een hogere bouwhoogte gaat niet ten koste van de doorkijk richting de Korte Vliet. Door in de tussenruimten het groen de behouden en de doorkijk richting de Korte Vliet te stimuleren, wordt bijgedragen aan de versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Laag van de beleving Met de ontwikkeling worden er zichtlijnen richting het water gecreëerd. Vanaf de Leidseweg wordt de bedijking van de Korte Vliet zichtbaar.

Soort ontwikkeling Zoals eerder benoemd wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren. De ontwikkeling sluit aan bij de huidige gebiedsidentiteit, gezien de inpassing in de groene (woon)omgeving. In de directe omgeving zijn immers reeds woningen aanwezig. Gezien voorgaande is sprake van het soort ontwikkeling: inpassing. Het plangebied is gelegen binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit staat daar centraal.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

2.4.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Per 1 februari 2023 is, naast de Omgevingsvisie, ook de laatste geconsolideerde versie van Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit en de ladder voor duurzame verstedelijking. Relatie tot het plan Regels voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9) Voor toetsing aan de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is vooral de ruimtelijke impact van een ontwikkeling van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging.

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 6.10) Indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dient eveneens te worden voldaan aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen van de Omgevingsverordening. Bij een stedelijke ontwikkeling in het bestaand stads- en dorpsgebied dient in de toelichting van het bestemmingsplan ingegaan te worden op de ladder voor duurzame verstedelijking. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Bro, ook opgenomen in de verordening om het provinciaal belang bij de toepassing van de ladder te benadrukken. Indien de ontwikkeling niet binnen bestaand stads- of dorpsgezicht kan worden voorzien kan gebruik worden gemaakt van de aangewezen locaties in het Programma ruimte. Veiligheidsnorm regionale waterkeringen (artikel 4.1) 1. Dit artikel gaat over regionale waterkeringen in beheer van de waterschappen zoals aangewezen in artikel 2.2. 2. Op kaart 3 in bijlage II is voor de betreffende regionale waterkering of voor welk deel daarvan een veiligheidsnorm aangegeven als de gemiddelde overschrijdingskans per jaar. 3. Gedeputeerde staten stellen een technische leidraad vast voor het ontwerp van regionale waterkeringen. Deze strekt tot aanbeveling voor het waterschap. 4.

Gedeputeerde staten stellen voorschriften vast voor de door het waterschapsbestuur te verrichten beoordeling van het waterkerend vermogen van de regionale waterkeringen en stellen ten behoeve van die beoordeling de maatgevende hoogwaterstanden vast. 5. Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het waterschapsbestuur, het tijdstip vast waarop de verschillende regionale waterkeringen moeten voldoen aan de veiligheidsnorm, bedoeld in het tweede lid.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 2.5. Regionale waterkeringen (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland) Vrijwaringszone provinciale vaarwegen (artikel 6.19) 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden waarop een vrijwaringszone van een vaarweg in beheer bij de provincie is gelegen, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en is verbeeld op kaart 2 in bijlage II, kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mits rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de provinciale vaarweg voor hulpdiensten vanaf de wal; en het uitvoeren van beheer en onderhoud aan de provinciale vaarweg. 2. Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het eerste lid wordt advies gevraagd aan de vaarwegbeheerder. 3. De breedte van de vrijwaringszone, bedoeld in het eerste lid, gemeten vanuit de oever van de vaarwegen in beheer bij de provincie, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 2 in bijlage II, bedraagt: a. 10 m aan weerszijden van een recht vaarwegvak; b. 15 m aan een buitenbocht; c. 25 m aan een binnenbocht.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 2.6.Vrijwaringszone provinciale vaarweg (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland) Bestaand stads- en dorpsgebied Uitgangspunt voor de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daardoor primair plaats binnen BSD. In figuur 2.6 is te zien dat het plangebied is gelegen binnen BSD. De contour bestaand stads- en dorpsgebied 2018 is vastgesteld op 20 februari 2019.

Figuur 2.7. Bestaand stads- en dorpsgebied, plangebied aangegeven met blauwe aanduiding (bron: https://staatvan.zuid-holland.nl/portfolio_page/bestaand-stads-en-dorpsgebied/, geraadpleegd op 18 juni

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal 2021) Conclusie Regels voor ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit van de Omgevingsverordening is opgenomen aan welke voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. In geval van het type ontwikkeling 'inpassing' speelt de ontwikkeling zich af op het niveau van een kavel. Het plan betreft de realisatie van maximaal 100 woningen. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de groene structuur in het plangebied, waardoor het plan past binnen de bestaande gebiedsidentiteit. De bomen in het zuidelijk gedeelte van het plangebied blijven zoveel mogelijk behouden. Bestaande structuren en kwaliteiten veranderen niet tot nauwelijks en er wordt, zoals reeds is beschouwd in paragraaf 2.4.1, voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaarten. Ladder voor duurzame verstedelijking In paragraaf 5.3.4 wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd. Veiligheidsnorm regionale waterkeringen In paragraaf 5.2 wordt het aspect water nader beschouwd en getoetst. Voor de beschermingszone van de waterkering geldt dat de dubbelbestemming wordt overgenomen. Daarmee dient bij eventuele werkzaamheden in deze zone aangetoond te worden dat het waterkerend vermogen niet in het geding is.

Vrijwaringszone provinciale vaarwegen Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling zullen de zichtlijnen op de Korte Vliet niet nadelig worden beïnvloed. Ook het gebied erachter zal door de beoogde ontwikkeling meer openheid creëren richting de Leidseweg. De ontwikkeling heeft geen invloed op het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten. Dit geldt eveneens voor de toegankelijkheid van de provinciale vaarweg voor hulpdiensten vanaf de wal. Als laatste ontstaan geen belemmeringen voor het uitvoeren van beheer en onderhoud aan de provinciale vaarweg. Bestaand stads- en dorpsgebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied, waar stedelijke ontwikkeling primair plaats dient te vinden. 2.4.3

Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020

In juni 2009 heeft het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland de Regionale Structuurvisie Holland Rijnland vastgesteld. Met deze structuurvisie zetten de samenwerkende gemeenten van Holland Rijnland koers voor de ruimtelijke inrichting van de Leidse regio. In de visie zijn een aantal keuzes gemaakt die de samenhang tussen de grote deelgebieden in deze regio verbeteren. De volgende kernbeslissingen staat centraal: d. Holland Rijnland is een topwoonregio. Het reserveren van grond voor woningen heeft ruimtelijke prioriteit. e. Leiden vervult een regionale centrumfunctie. De regio kiest voor versterking van de centrumfunctie van Leiden. f. Concentratie stedelijke ontwikkeling. g. Groen-blauwe kwaliteit staat centraal. h. Het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide blijven open. i. Twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenports. j. Verbetering van de regionale bereikbaarheid.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 2.8. Uitsnede Visiekaart Regionale Structuurvisie 2020. Relatie tot het plan Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 100 woningen. Het plangebied is aangemerkt als stedelijk gebied met in het zuidelijk deel een gedeelte met groengebied. Voor de instandhouding van de groen-blauwe kwaliteit worden de watergangen in het plangebied behouden. Ook wordt rekening gehouden met de bestaande groenstructuur in het plangebied, door de aanwezige bomen zo veel mogelijk te behouden (zie Bijlage 1). Waar mogelijk worden deze structuren versterkt. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling rekening houdt met de relevante kernbeslissingen uit de Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020. 2.4.4

Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland 2019

In de woningmarktverkenning van de Staat van Zuid-Holland worden demografische ontwikkelingen en veranderingen op de woningmarkt beschreven.

Figuur 2.9. Behoefte naar type woning (Bron: staatvan.zuid-holland.nl) De woningmarktverkenning is de basis voor de Woningbehoefteraming 2021 waarin de woningvoorraadgroei en plancapaciteit in de woonregio voor de periode 2021 t/m 2030 is opgenomen. De toegestane woningvoorraadgroei is het resultaat van twee scenario-berekeningen, te weten binnenlands migratiesaldo ‘nul’ en binnenlands migratiesaldo ‘trendmatig’. Door per woonregio de hoogste van deze twee scenarioramingen te nemen komt de totale woningvoorraadgroei op de schaal van Zuid-Holland hoger uit dan beide scenarioramingen voor Zuid-Holland afzonderlijk. Per woonregio geldt dat om op de toegestane woningvoorraadgroei uit te komen de provincie een plancapaciteit kan aanvaarden die 130 procent van de toegestane woningvoorraadgroei bedraagt. Relatie tot het plan

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

In onderstaand figuur is de woningbehoefte voor Holland Rijnland weergegeven.

Figuur 2.10. Toegestane woningvoorraadgroei volgens Woningbehoefteraming 2021 (Bron: staatvan.zuid-holland.nl) De gemeente Voorschoten is gelegen in de regio Holland Rijnland. De woningbehoefte blijft voor een deel gelijk, maar neemt toe voor meergezins koopwoningen. Voorliggend bestemmingsplan geeft met de realisatie van maximaal 100 woningen, waarvan 44 appartementen, 6 Bebo-woningen en 50 rijwoningen invulling aan de behoefte aan woningen binnen de regio Holland Rijnland. 2.4.5

Regionale Woon Agenda 2017

Met de vastgestelde Woon Agenda (RWA) van de regio Holland Rijnland ambieert de regio een actuele, kwalitatieve koers te schetsen voor een goed functionerende woningmarkt; op regionaal, subregionaal en lokaal niveau. De regio wil daarmee aansluiten bij de behoefte aan verschillende woonvormen en woonmilieus. Als onderbouwing voor de RWA is de werking van de regionale woningmarkt in beeld gebracht, waarmee er zicht is op mechanismen die de toekomstige vraag op de woningmarkt bepalen.

Figuur 2.11. Regio Holland Rijnland, woningbehoefte tot 2030 volgens WBR2016 en BP2016, rekening houdend met realisatie in 2015 en 2016. De Regio Holland Rijnland is bezig met het actualiseren van de Regionale Woon Agenda 2017. De dertien gemeenten binnen het samenwerkingsverband Holland Rijnland actualiseren de regionale woonagenda. De geactualiseerde Regionale Woonagenda heeft vanaf 15 december 2022 tot en met 21 maart 2023 ter inzage gelegen. Deze agenda sluit mede aan bij de Nationale Woon - en Bouwagenda welke in maart 2022 is gepresenteerd door het rijk, waarin de ambitie is uitgesproken om jaarlijks landelijk 900.000 woningen extra te willen realiseren. Van deze 900.000 woningen dient tweederde betaalbaar te zijn, waarvan de helft door corporaties gebouwd moet worden.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

De Regionale Woonagenda heeft invloed op de woningmarkt van de gemeente Voorschoten, want ze geeft de nieuwe beleidskaders voor de woonvisie die onze gemeente in 2023 gaat opstellen. In de regionale woonagenda staan afspraken over: woningbouwproductie doorzetten en verder opvoeren; meer ruimte voor betaalbare en kleinere woningen; meer ruimte voor aandachtsgroepen; voldoende woningen voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Relatie tot het plan Met het plan wordt bijgedragen aan het voorzien in de behoefte aan de uitbreiding van de woningvoorraad van Voorschoten, waarin rekening wordt gehouden met passende huisvesting voor diverse doelgroepen. 2.4.6

Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland

De provincie Zuid-Holland heeft een bouwopgave van 100.000 nieuwe woningen tot 2025. Deze grote bouwopgave biedt de kans om deze woningen klimaatbestendig te ontwikkelen en hiermee schade of duurdere herstelmaatregelen in de toekomst te voorkomen. De provincie heeft daarom in 2018 procesafspraken gemaakt met overheden, organisaties en marktpartijen in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Bestuurlijke afspraken en een minimaal programma van eisen (PvE) zijn vastgelegd in het Convenant. Het Hoogheemraadschap van Rijnland is medeondertekenaar en spant zich daarom ook in het convenant te effectueren. 2.4.7

Hoogheemraadschap van Rijnland

Taken en bevoegdheden van het Hoogheemraadschap van Rijnland als waterbeheerder Het Hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn en blijven én dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil het Hoogheemraadschap van Rijnland dat watergangen en kunstwerken zoals gemalen op orde en toekomstbestendig worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. De taken en bevoegdheden van het Hoogheemraadschap van Rijnland op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren van afvalwater en het reguleren van lozingen op oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij kaderstellend. Waterbeheerprogramma (WBP6) 2022-2028 De Omgevingswet vereist dat waterschappen elke 6 jaar de aanpak van hun watertaken vastleggen in een waterbeheerprogramma.

Met het programma WBP6 maakt het Hoogheemraadschap van Rijnland duidelijk hoe het, in samenwerking met de omgeving, invulling geeft aan zijn wettelijke taken en zijn eigen ambities voor de periode 2022-2028. Het WBP6 is afgestemd met landelijke en regionale plannen zoals de Omgevingsvisies van Rijk, provincies en gemeenten. Keur en beleidsregels 2020 Op grond van de Waterwet is het Hoogheemraadschap van Rijnland bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: Waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), Watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken), Andere waterstaatwerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen), De bodem van kwelgevoelige gebieden, Maar ook aan: Onttrekken en lozen van grondwater,

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal Het aanbrengen van verhard oppervlak. Waterschapsverordening 2023 De Waterschapsverordening is de opvolger van de Keur en zal naar alle waarschijnlijkheid na de zomer in werking treden. Met de inwerkingtreding van de Waterschapsverordening komen de Keur en de Beleidsregels van 2020 te vervallen. In de Waterschapsverordening staan regels om de sloten, rivieren, meren, plassen, de dijken en de gemalen in het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland te beschermen. Nieuw in de Waterschapsverordening zijn de verplichte klimaatbestendige regels voor nieuwe grootschalige gebiedsontwikkelingen (>5.000 m2) waar onder andere provincies, gemeenten en projectontwikkelaars mee te maken krijgen. Deze klimaatbestendige regels moeten ervoor zorgen dat een gebied zo wordt ingericht dat het goed voorbereid is op de gevolgen van klimaatverandering. De nieuwe regels zijn: de 20 millimeter-regel: om te kijken of een gebied droogte aankan, moet de bodem in een gebied een normale bui van 20 mm in 24 uur op kunnen nemen en kunnen vasthouden voor droge periodes; de 90 millimeter-regel: om te kijken of een gebied extreme neerslag aankan, moet in de bodem, sloten, open water of andere vormen van wateropslag in een gebied 90 mm in 24 uur opgevangen kunnen worden.

Dit is van toepassing naast de 15% compensatie-eis van open water; flexibel peil: een flexibel peil met een bandbreedte van 0,30 m voor ontwikkelingen > 5.000 m2, mits de gebiedskarakteristieken dit toelaten; natuurinclusieve regels: om de waterkwaliteit en de biodiversiteit te versterken en te ondersteunen, moeten brede sloten en ander water van voldoende en afwisselende diepte en een schuine kant worden aangelegd in plaats van ondiepe, smalle slootjes. De oevers moeten natuurvriendelijk zijn (schuine kant, beplanting). De Blauwe Lens De gevolgen, kansen en oplossingen van klimaatverandering voor het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn onderzocht. Het resultaat van dit onderzoek is het Rapport Blauwe Lens. De Blauwe Lens geeft aan dat het gebied en het watersysteem veerkrachtiger en flexibeler moeten worden. Een belangrijk aspect daarvan is dat de problemen niet afgewenteld moeten worden op de omgeving, maar water juist moet worden ingezet als ordenende kracht in ruimtelijke ontwikkeling. Met deze constatering geeft de Blauwe Lens invulling aan het beleid om bodem en water meer sturend te maken. Relatie tot het plan In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op de analyse van de waterhuishoudkundige situatie van het plangebied.

2.5

Gemeentelijk beleid

2.5.1

Structuurvisie 'Voorschoten 2025 Groen, veilig en betrokken'

Op 9 maart 2017 heeft de gemeenteraad de structuurvisie 'Voorschoten 2025 Groen, veilig en betrokken' vastgesteld. In deze nieuwe structuurvisie wordt op hoofdlijnen de ruimtelijke visie voor Voorschoten geschetst. Voorschoten is er door de jaren heen in geslaagd een aantrekkelijk dorp te blijven. Ondanks de forse uitbreidingen met woonwijken na de Tweede Wereldoorlog heeft Voorschoten het groene dorpse karakter weten te behouden. De oorspronkelijke landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren zijn nog zichtbaar. Zij bepalen samen met het groen de identiteit van Voorschoten. Deze kwaliteiten maken Voorschoten tot één van de aantrekkelijkste gemeenten van Zuid-Holland, zo blijkt jaarlijks uit het onderzoek van Elsevier naar de beste woongemeenten. Het is een fijne gemeente om in te wonen, het is veilig, het voorzieningenniveau is hoog, de bereikbaarheid is goed en de betrokkenheid van inwoners is groot.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Ondanks dat er veel goed gaat, kunnen sommige dingen beter of behoeven aandacht. Zo is het onderhoudsniveau van de openbare ruimte sober. Niet in alle wijken is het groene karakter even goed zichtbaar of van een goede kwaliteit. De verstening van de tuinen neemt toe. De sloop van de historische bebouwing gaat door, er is nog maar weinig erfgoed over en het restant staat vaak onder druk. Door de beperkt beschikbare ruimte en de behoefte aan wonen en parkeren neemt de druk op het groen in en om het dorp toe. Om het groene dorpse karakter te behouden wordt er actie gevraagd. Door de trek naar de stad neemt de druk op het buitengebied toe. In combinatie met klimaatveranderingen wordt een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving steeds belangrijker. Hier ligt een kans in het vergroten van draagvlak voor behoud en versterken van het buitengebied. Daarvoor dient te worden samengewerkt met inwoners, gebruikers, de eigenaren en beheerders van het buitengebied, maar ook met partners in de regio. De Korte Vliet is een belangrijke landschappelijke drager voor Voorschoten en de waterstructuur zou zo ontwikkeld moeten worden dat de relatie met het centrum beter herkenbaar en het water in de wijken beter beleefbaar is. De waarden en ambities van gemeente Voorschoten zijn vastgelegd op de bijbehorende visiekaart.

Relatie tot het plan Het plangebied behoort volgens de visiekaart tot 'woonwijken' en 'projectgebieden uit evaluatie groenstructuurvisie bieden kan om hoofdgroenstructuur te versterken'. Daarnaast ligt het plangebied aan de Korte Vliet.

Figuur 2.12. Uitsnede visiekaart Structuurvisie Voorschoten De gemeente streeft ernaar om gevarieerde woonwijken te realiseren, waarbij (kwetsbare) doelgroepen niet worden geconcentreerd en een percentage sociale huur en koop van samen 30% te hanteren. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 100 woningen waarvan 44 appartementen, 6 Bebo-woningen en 50 rijwoningen van verschillende omvang. Binnen het plan wordt 30% sociale huur (dit is het uitgangspunt) dan wel 15% sociale huur en 15% sociale koop gerealiseerd. Het plan voorziet ook in 20% betaalbare woningen (middenhuur en/of koop < NHG-grens). Hierbij wordt ook rekening gehouden met het behouden van het groene karakter door een groot deel van de bestaande bomen te behouden. De openbare ruimte wordt ingericht voor het versterken van de wijkgroenstructuur. Op basis van de structuurvisie 'Voorschoten 2025 Groen, veilig en betrokken' heeft de Korte Vliet een recreatieve functie. Het is wenselijk de Korte Vliet meer zichtbaar en beleefbaar te maken vanuit de 26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal wijken. Het plangebied krijgt een groen karakter. Hiermee is het bestemmingsplan in overeenstemming met de gemeentelijke structuurvisie. 2.5.2

Ruimtelijk kader Segaar-Arsenaal

In het ruimtelijk kader worden randvoorwaarden benoemd die dienen als toetsingskader en uitgangspunten die bij de uitwerking van belang zijn voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunten betreffen belangrijke onderwerpen waarvan de te behalen doelstelling binnen dit project nog niet expliciet is benoemd en nog afhankelijk is van een nadere uitwerking. De randvoorwaarden zijn: 1. Arsenaal maakt onderdeel uit van de herontwikkeling. 2. Arsenaal wordt incidenteel bebouwd, met dien verstande dat maximaal 25% van het Arsenaalterrein kan worden ingezet voor bebouwing en eventuele erfverharding (uitgeefbare grond). De weg, inclusief parkeren, wordt waterdoorlatend uitgevoerd waarmee deze niet als volledige verharding mee telt. 3. Het woningbouwprogramma voor de gehele ontwikkeling bevat tenminste 15% sociale huur en 15% sociale koop. Om te borgen dat sociaal ook sociaal blijft geldt aanvullend dat het instrumentarium daarvoor anterieur wordt vastgelegd (een kettingbeding dan wel een formele constructie met eenzelfde resultaat). 4. Het woningbouwprogramma voor de gehele ontwikkeling bevat 20% betaalbare woningen (huur < € 1000 en/of koop < NHG-grens (€ 310.000,--). Ook hiervoor geldt dat `betaalbaar’ ook betaalbaar moet blijven en dat in de anterieure overeenkomst wordt vastgelegd hoe we dat juridisch gaan borgen. 5.

Het groen binnen het gehele plangebied wordt hoogwaardig ingevuld, waarvoor een inrichtingsplan gelijktijdig met het stedenbouwkundig plan ter goedkeuring aan het college wordt voorgelegd. In de uitwerking van deze plannen wordt invulling gegeven aan de ambitie voor duurzaamheid en natuurinclusief bouwen. De uitwerking van het plan op deze onderwerpen zal door een onafhankelijk ecologisch bureau worden getoetst. 6. De te bouwen woningen binnen het gehele plangebied worden gebouwd buiten de zone van de waterkering langs Korte Vliet, zoals vastgelegd op de verbeelding bij het vigerende bestemmingsplan. 7. Hoogbouw binnen plangebied vindt alleen plaats langs de brug (aan de waterzijde/Leidse kant max. 5 bouwlagen; aan de kant van de Leidseweg max. 4 bouwlagen). 8. De ontsluiting van het wijkje wordt aangesloten op de Trompweg. 9. Een calamiteitenontsluiting op de Leidseweg is noodzakelijk (zou huidige ontsluiting van het terrein van fa. Niersman kunnen zijn; andere oplossing is bespreekbaar). 10. In het plan wordt een (natuur)speelplek gerealiseerd. 11. Het plan wordt klimaat adaptief uitgevoerd, met dien verstande dat tenminste het huidige waterbergend vermogen binnen het te ontwikkelen plangebied aantoonbaar niet verslechterd als gevolg van de herontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=dd4714d1-007c-4a48-8b14-faef1e65fe27