CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Voorschoten 2040

Gemeenteraad Voorschoten 1 oktober 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie Voorschoten 204014.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

4. Indiener geeft aan dat doorstroming van senioren binnen en in de bestaande voorraad een belangrijke stap is om doorstroming op de woningmarkt te bereiken. Indiener vraagt de gemeente hierover in de woonzorgvisie keuzes te maken. Daarbij is de woningvoorraad van corporaties volgens indiener essentieel in de te maken keuzes. Daarom wil indiener hierbij goed betrokken zijn. Om doorstroming op de woningmarkt op een andere manier te stimuleren is het volgens indiener raadzaam dat de gemeente naast voldoende huur ook inzet op gewilde producten in de koop, zoals

4. Wij onderschrijven het belang van doorstroming op de woningmarkt. De inzet van een doorstroommakelaar is daarom van groot belang. Ook zien wij het belang van de woningvoorraad van de corporaties bij de te maken keuzes in de op te stellen woonzorgvisie. Via de prestatieafspraken willen wij de betrokkenheid van de indiener bij de woonzorgvisie graag organiseren en borgen.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

Het pleidooi voor gewilde producten in de koop (goedkope koop) past binnen de programmering van onze woonvisie. De goedkope koop is mogelijk binnen de 35% middensegment. Indiener heeft de percentages die wij hanteren voor woningbouwprojecten omarmt.

21

goedkope koop. Deze kunnen ervoor zorgen dat starters vanuit huis kunnen doorstromen of mensen die nu nog duur huren ook kunnen kopen. 5. Indiener wijst de gemeente erop dat ook voor vitale beroepen (of anderen doelgroepen met voorrang) de ruimte bij de corporaties beperkt is. Ook voor doorstroming wordt gebruik gemaakt van lokaal maatwerk via de doorstroommakelaar. Indiener vraagt de gemeente het lokaal maatwerk met de corporaties af te stemmen om het zo efficiënt mogelijk in te zetten, waarbij de omgevingsvisie niet een beperkende werking heeft 6. Indiener stelt dat meer woningbouw leidt tot uitdagingen voor parkeeroplossingen in de openbare ruimte. De ontwerp omgevingsvisie stelt tegelijkertijd hoge eisen aan behoud van groen en de parkeerbalans, dit levert volgens indiener mogelijk knelpunten bij inpassing van nieuwbouw. Indiener vraagt om het recht van wonen belangrijker te laten zijn dan de wens om te parkeren of behoud van groen. Met name bij de verdichting in bestaande wijken geeft dit spanning. 7. Indiener geeft aan dat bij een ruimtelijke ontwikkeling de initiatiefnemer het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein moet oplossen. Indiener stelt dat dit over het algemeen dure oplossingen zijn voor corporaties. Indiener verzoekt de gemeente om op een pragmatische manier om te gaan met het verminderen van parkeerplekken ten gunste van groen en water.

5. Wij zijn in regionaal verband bezig om tot een goede invulling van lokaal maatwerk te komen. Het verzoek om met de corporaties af te stemmen is legitiem. Wij onderkennen het belang van die afstemming. Wij hebben niet de indruk dat deze omgevingsvisie een beperkende werking heeft op het lokaal maatwerk.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

6. Eerder hebben wij in onze reactie op de zienswijze van indiener benadrukt dat verdichting en ruimtelijke kwaliteit hand in hand moeten gaan. Verdichting geeft een uitdaging op leefbaarheid. Wij zien die uitdaging ook. In de participatie die onlosmakelijk aan woningbouwprojecten is gekoppeld moet de vraag niet gaan over of we wel of geen woningen gaan bouwen, maar over hoe we een goede invulling kunnen geven aan de bovengenoemde uitdaging op leefbaarheid.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

7. In juli 2024 heeft de gemeenteraad van Voorschoten het parkeerbeleid vastgesteld. Hierin zijn duidelijke regels en uitgangspunten opgenomen voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer de parkeervraag op eigen terrein oplost.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

Voor woningcorporaties gelden geen aparte regels. Wel houden we in het beleid rekening met verschillende doelgroepen. Zo hanteren we voor sociale huurwoningen al een relatief lage parkeernorm, conform de meest recente parkeerkencijfers voor auto- en fietsparkeren van de CROW. Hoewel het beleid beperkt ruimte laat voor maatwerk, zijn er binnen de

22

vastgestelde kaders soms wel mogelijkheden om, waar passend, de juiste balans te vinden tussen parkeren, groen en water in de leefomgeving.

8. Indiener geeft aan dat duurzaamheid prioriteit heeft. Zijn prioriteit is om de warmtevraag van zoveel mogelijk woningen te verminderen en het energieverbruik op die manier voor huurders te verlagen. Het vergroenen van het dak of het plaatsen van zonnepanelen dragen hier volgens indiener zeer beperkt aan bij. Het vervallen van de salderingsregeling per 1 januari 2027 speelt een belangrijke rol als het gaat om het plaatsen van zonnepanelen. Voor huurders van sociale huurwoningen worden zonnepanelen hierdoor veel minder aantrekkelijk. Een verplichting bij nieuwbouw zal er volgens indiener voor zorgen dat het ontwikkelen van een sociale huurwoning niet haalbaar kan zijn of minder woningen kunnen verduurzamen in de bestaande voorraad. Indiener vraagt de gemeente om prioritering aan te brengen in de keuzes van de omgevingsvisie. 9. Indiener blijft graag nauw betrokken bij het op zoek gaan naar warmte oplossingen voor de woningvoorraad. De keuze van de gemeente voor de warmtebron per wijk is van wezenlijk belang voor de verduurzamingsstrategie van een complex. Indiener stelt dat afstemming in aanpak en planning nodig is om een wijk aan te wijzen voor een collectief warmtesysteem. Indiener geeft aan dat het essentieel is hier tijdig en gezamenlijk mee te beginnen omdat het lange en intensieve trajecten zijn die doorlopen moeten worden.

8. Het is ons bekend dat de investeringsruimte van corporaties op hoofdlijnen gesplitst moet worden in woningbouw en verduurzaming. De indiener verwijst naar de effecten van het wegvallen van de salderingsregeling. De gemeente is niet verantwoordelijk voor dit besluit. Wij snappen heel goed dat het wegvallen van de salderingsregeling van invloed is op de verduurzaming van de bestaande voorraad en nieuwbouw. Wij zien de omgevingsvisie echter niet als het geschikte instrument om de effecten van het wegvallen van de salderingsregeling op te vangen. Graag willen wij in het kader van de prestatieafspraken zoeken naar een goede balans op de verduurzaming.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

9. De vraag naar tijdige afstemming in planning en aanpak is legitiem en vanzelfsprekend.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

23

10. In de aangewezen focuswijken hebben corporaties (veel) woningbezit. Indiener gaat graag in gesprek met de gemeente over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Het inzichtelijk krijgen wat het voor indiener als corporaties in tijd, geld en mankracht gaat betekenen in de toekomst is ook hier essentieel. Door gezamenlijk op te trekken kunnen plannen en verwachtingen beter op elkaar aansluiten 11. Naast deze zienswijze ondersteunt indiener de zienswijze van WDevelop vastgoed ontwikkeling en de grondeigenaren ABB Vastgoed en Niersman Projectontwikkeling met betrekking tot de ontwikkeling van het landje van Rodenburg. Indiener en genoemde partijen werken hier samen op basis van een letter of intent voor Rodenburg.

10. In onze reactie op het vorige punt uit deze zienswijze hebben wij al benadrukt dat afstemming met de corporatie vanzelfsprekend is.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

11. Wij hebben kennisgenomen van de steunverklaring ten behoeve van WDevelop vastgoed ontwikkeling en de grondeigenaren ABB Vastgoed. De zienswijze van WDevelop vastgoed ontwikkeling en namens de grondeigenaren ABB Vastgoed en Niersman Projectontwikkeling is beantwoord bij zienswijze 10.

Deze zienswijze leidt niet aanpassing.

1. Indiener stelt dat de Duivenvoordecorridor steeds meer wordt dichtgebouwd en wenst graag het buitengebied van bebouwing uit te sluiten. Indiener wenst dat de woorden “in principe” uit deze tekst geschrapt worden: ‘We bouwen in principe niet buiten de bebouwde kom van Voorschoten zodat we het buitengebied open kunnen houden’.

1. De ruimteclaims die volgen uit de ambities in de omgevingsvisie kunnen (en zullen) soms conflicteren. Zo is er veel vraag naar geschikte woningen, maar we willen ook graag de dorpse sfeer met groene plekken in het dorp behouden voor gezondheid, natuur, klimaat, versterking van de economische structuur en fijn wonen. Daarom is het streven dat we in principe niet buiten het dorp zodat we het buitengebied open kunnen houden en zal dit zwaar wegen bij de afweging of ontwikkelingen al dan niet wenselijk zijn. Gelet op eventuele toekomstige conflicterende belangen, laten we de zinsnede ‘in principe’ in de tekst staan.

Deze zienswijze leidt niet aanpassing.

2. Indiener vraagt of in paragraaf 3.3.2 onder ‘1. Zorgvuldig ruimtegebruik voor ondernemerschap’ met “het stationsgebied” het gebied rond de Rouboslaan wordt bedoeld? Indiener stelt dat hier dan ook ruimte voor wonen mogelijk is.

2. Hiermee wordt het gebied rond station Voorschoten bedoeld, waar de

Deze zienswijze leidt niet aanpassing.

15. Vrienden van Voorschoten

Rouboslaan ook binnen valt. In hoofdstuk 3.3 worden de uitdagingen en kansen voor bedrijvigheid benoemd. In paragraaf 6.4.1. staat “Rond het station zijn er kansen om hier een gemengd gebied met kantoren, bedrijvigheid en woningbouw te ontwikkelen.”. Dus het antwoord is ja.

24

3. Indiener stelt dat ook niet monumentaal erfgoed, maar zogenoemde gezichtsbepalende gebouwen in bescherming genomen moet worden. Indiener ziet graag dat hiervan een lijst in omgevingsvisie wordt opgenomen. 4. Indiener benoemt dat de provincie, net als indiener, erop stuurt het buitengebied te behouden.

3. De omgevingsvisie is niet het juiste instrument om de bescherming van panden te organiseren. Het omgevingsplan lijkt hier - los van de wenselijkheid - een logischer plek voor.

Deze zienswijze leidt niet aanpassing.

4. Zoals u in de omgevingsvisie heeft kunnen lezen, is het beschermen van het buitengebied een belangrijk uitgangspunt voor ons.

Deze zienswijze leidt niet aanpassing.

5. Indiener stelt voor dat de gemeente het initiatief neemt om het Pact van Duivenvoorde nieuw leven in te blazen en samen met de twee andere gemeenten de doelen zoals die in deze paragraaf zijn beschreven op een betekenisvolle wijze te realiseren. In dit verband is volgens indiener ook het Natuurbeheerplan van de provincie Zuid-Holland van belang, waarin het groene gebied tussen Voorschoten en Duivenvoorde als een belangrijk weidevogelgebied wordt aangemerkt. Tevens ziet indiener graag dat de gemeente Wassenaar aan de volgende zin wordt toegevoegd: “Met Leidschendam-Voorburg en de provincie ZuidHolland werken we aan de Duivenvoordecorridor”.

5. Het Pact van Duivenvoorde is in 2000 opgericht door de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar. Dit is in 2015 overgegaan in de Landschapstafel Duin Horst & Weide. Hier werken verschillende gemeenten, publieke en private partijen samen. Het “nieuw leven in te blazen” is daarmee niet aan de orde. Deze samenwerking is beschreven in paragraaf 3.5.5 van de omgevingsvisie.

Deze zienswijze leidt niet aanpassing.

6. Indiener is het eens met de volgende pijler uit de ambitie; “Een hechte gemeenschap met ruimte voor diversiteit … In 2040 is Voorschoten een levendig dorp waar kleinschaligheid en diversiteit hand in hand gaan”. Echter vraagt indiener zich af of kan worden aangegeven in welke mate de bevolking nog mag groeien. Indiener denkt zelf aan een maximum van 30.000 inwoners. 7. Indiener is van mening dat zonnevelden in het buitengebied, ook met beperkte grootte, niet passend zijn en geeft aan dat het buitengebied

6. In paragraaf ‘5.2.2. Plezierig wonen voor alle leeftijden’ wordt ingegaan op voor wie we bouwen, hoeveel we bouwen, waar en hoe we bouwen. Het doel is om te bouwen voor een evenwichtigere bevolkingsopbouw. Omdat het om een omgevingsvisie gaat is dit voldoende concreet.

Deze zienswijze leidt niet aanpassing

7. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 8, punt 3 waar het volgende is opgenomen: “Voor zonneweides is in paragraaf ‘5.4.3. Duurzame energie’ als ambitie omschreven dat Voorschoten in 2050

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

In deze paragraaf 3.5.5 is ook de samenwerking beschreven tussen de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten in de Duivenvoordecorridor. Dit is een samenwerking tussen deze twee gemeenten met als doel herstel van het landschap door de aanwezige glastuinbouw te saneren en hiervoor een groenere open inrichting terug te laten komen. Mede ter bekostiging van deze “groene” corridor zijn in het tijdelijk deel van het omgevingsplan onderdeel buitengebied drie uitwerkingsgebieden opgenomen waarbinnen woningbouw mogelijk is (bron: https://www.voorschoten.nl/watis-de-duivenvoordecorridor).

25

gevrijwaard moet blijven van activiteiten die niet bij dat gebied horen.

energieneutraal is. Hiervoor zetten we in op het besparen van energiegebruik en het gebruiken van duurzame warmte. Voor het opwekken van duurzame energie zetten we in op het maximaal benutten van zonnepanelen op daken. We zien geen mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden op land of voor de opwek door windenergie in de buitengebieden. De inpassing van kleinschalige zonnevelden in het ‘Buitengebied, natuur en landgoederen’ faciliteren we wel om aan de gestelde ambitie te kunnen voldoen. Hierin gaan we niet mee in de mening van indiener dat zonneweides niet passend zijn.”

8. Indiener stelt dat op de omgevingsvisiekaart (figuur 16) de kleur van het land van Rodenburg niet bruin, maar groen hoort te zijn. Daarnaast stelt indiener dat, ook met eventuele aanleg van riool door dit gebied de hoofdbestemming van het gebied niet verandert.

8. Indiener doelt op de weilanden tussen het spoor en de Voorwatering gelegen in de wijk Adegeest. De bruine kleur betekent volgens de legenda “rioolvervanging als kans voor herinrichting van de openbare ruimte”. De bruine kleur volgt hierbij de grens van de wijk Adegeest. Het blijkt dat dit tot verwarring leidt. Daarom wordt de aanduiding van de rioolvervanging in de wijk Adegeest aangepast. Dit heeft geen inhoudelijke wijzigingen tot gevolg.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing. De omgevingsvisiekaart, voor wat betreft de aanduiding van de rioolvervanging in de wijk Adegeest. Deze wordt aangepast. Dit heeft geen inhoudelijke wijzigingen tot gevolg.

9. Indiener ziet graag dat gemeente zich inzet voor het creëren van rookvrije terrassen en rookvrije ruimtes rondom scholen.

9. Dit is opgenomen in paragraaf 3.2: “De gezondheid van onze inwoners kunnen we bevorderen door onze openbare ruimte beweegvriendelijk en rookvrij (speel- en sportplekken) in te richten.” Ook is dit opgenomen in paragraaf 5.2.4 Gezond opgroeien: “De gemeente Voorschoten heeft zich aangesloten bij de beweging ‘Op weg naar een rookvrije generatie’. We vinden het belangrijk dat alle kinderen de kans krijgen om volledig rookvrij op te groeien. Als gemeente inzetten op een Rookvrije Generatie en tabaksontmoediging betekent gezondheidswinst voor inwoners. Met materialen (bordjes en/of stoeptegels) wordt aangeduid dat de omgeving rookvrij is en dat rookvrij de norm is. Dit kan op verschillende locaties in de openbare ruimte, denk bijvoorbeeld aan speel- en sportplekken.” Verder wordt het streven naar rookvrije openbare ruimte genoemd in de paragrafen 6.2.2 en 6.3.2.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

26

10. Indiener mist een passage voor Voorschotenaren met een geestelijke of fysieke beperking en de voorzieningen die hier nodig zijn en stelt voor om het volgende in paragraaf 5.2.4 op te; “We gunnen hen de ruimte om zich te ontwikkelen en aan het sociale leven deel te nemen. Voorschotenaren zetten zich individueel en collectief in voor deze zwakste groep uit onze samenleving”.

11. Indiener stelt dat op pagina 57, onder het geluid ook het geluid van warmtepompen moet worden toegevoegd.

12. Indiener stelt voor dat op pagina 59 de tekst over de agrarische sector enigszins wordt uitgebreid zodat duidelijk wordt dat in het buitengebied van Voorschoten niet alleen getoond wordt hoe het er nu bij ligt, maar dat er ook meer biodiversiteit wordt nagestreefd en landbouw met voldoende oog voor milieukwaliteit en klimaatadaptatie. En dat het wenselijk is om met andere grote grondbezitters, zoals Stichting Twickel en Landgoed De Horsten en

10. Wij onderschrijven het belang van inclusiviteit en wijzigen de tekst in paragraaf 5.2.4 daarom als volgt: “Iedereen in Voorschoten moet gezond kunnen opgroeien, leven en ouder worden. Daarom werken we met het programma Samen Gezond Voorschoten aan uiteenlopende thema’s zoals mentale gezondheid, mantelzorg, valpreventie, overgewichtpreventie en de aanpak van alcoholproblematiek. Hiermee dragen we bij aan de doelen uit het landelijke Gezond en Actief Leven Akkoord. In ons dorp organiseren we samen met verenigingen, bedrijven en instanties diverse activiteiten die bijdragen aan een gezonde en betrokken leefomgeving. Iedereen – met of zonder beperking – krijgt de kans om zich te ontwikkelen en volwaardig deel te nemen aan het sociale leven. Samen zetten Voorschotenaren zich in voor een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen en ertoe doet.” 11. Onder het kopje ‘Geluid’ in paragraaf 5.2.4 is geen uitputtende opsomming opgenomen van installaties die laagfrequent geluid kunnen voortbrengen. De vermelding van warmtepompen maakt de opsomming completer. De aangepaste tekst zou dan zijn: “Denk daarbij aan onderstations, transformatorhuisjes, warmtepompen en windturbines.”

12. In hoofdstuk ‘5 Thematische uitwerking’ is de omgevingsvisie thematisch uitgewerkt. Zo wordt in paragraaf ‘5.3.2 Vitaal ondernemerschap’ aandacht besteedt aan de agrarische sector. In paragraaf ‘5.4.2 Groen, blauw en erfgoed zijn onze dragers’ staan de thema’s water, bodem, natuur en groen beschreven. In hoofdstuk ‘6 De gebiedsgerichte uitwerking’ is in ‘6.5 Buitengebied, natuur en landgoederen’ beschreven hoe dit samenkomt. Hier is ook beschreven hoe grote grondbezitters zoals Stichting Duivenvoorde inzet op een flora- en faunarijk boslandschap, gezonde waterstructuren en natuurinclusief en milieubewust boeren. In hoofdstuk ‘7.2 Sturingsfilosofie’

Deze zienswijze leidt tot de aanpassing van paragraaf 5.2.4

Deze zienswijze leidt tot aanpassing in de zin dat de volgende tekst onder het kopje ‘geluid’ in paragraaf 5.2.4 wordt opgenomen: “Denk daarbij aan onderstations, transformatorhuisjes, warmtepompen en windturbines.” Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

27

de grote veehouderijen het gesprek op gang te brengen over hoe het buitengebied van Voorschoten zich moet gaan ontwikkelen.

staat dat we bij de uitvoering van de omgevingsvisie inzetten op coalitievorming, met bijvoorbeeld deze partijen om de gezamenlijke ambities en doelen te verwezenlijken.

13. Indiener stelt dat onder kansen voor toerisme ook moet worden gekeken naar het buitengebied dicht bij de dorpsrand, om daar initiatieven van Stichting Herenboeren zoveel mogelijk te faciliteren.

13. Er is de gemeente geen concreet initiatief van de Stichting Herenboeren bekend. Daarom is het niet logisch deze stichting te noemen. Daarnaast biedt de omgevingsvisie specifiek ruimte voor “coöperatieve boerderijen”.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

14. Indiener geeft aan pertinent tegen de aanleg van kleinschalige zonnevelden in het buitengebied te zijn. Op pagina 68 ziet zij de tweede markering hieromtrent graag geschrapt.

14. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 8, punt 3 waar het volgende is opgenomen: “Voor zonneweides is in paragraaf ‘5.4.3. Duurzame energie’ als ambitie omschreven dat Voorschoten in 2050 energieneutraal is. Hiervoor zetten we in op het besparen van energiegebruik en het gebruiken van duurzame warmte. Voor het opwekken van duurzame energie zetten we in op het maximaal benutten van zonnepanelen op daken. We zien geen mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden op land of voor de opwek door windenergie in de buitengebieden. De inpassing van kleinschalige zonnevelden in het ‘Buitengebied, natuur en landgoederen’ faciliteren we wel om aan de gestelde ambitie te kunnen voldoen. Hierin gaan we niet mee in de mening van indiener dat zonneweides niet passend zijn.”

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

15. Indiener geeft aan dat op pagina 76 het lijkt alsof de auto geweerd gaat worden uit de Voorstraat en vraagt dit sterker te formuleren. Daarbij geeft de indiener aan dat gedacht kan worden aan venstertijden voor leveranties van goederen aan de daar gevestigde bedrijven en een verbod van overig autoverkeer en parkeren.

15. In de omgevingsvisie wordt bewust niet tot in detail beschreven wat we precies gaan doen en hoe we dat gaan realiseren. De omgevingsvisie geeft richting en benoemt ambities voor de lange termijn. Voor de Voorstraat is die richting al eerder vastgesteld. In de Ontwikkelvisie Centrum Voorschoten, die ook door de gemeenteraad is vastgesteld, is opgenomen dat het centrum – inclusief de Voorstraat – autoluw wordt. Dit sluit aan bij eerdere plannen voor het centrumgebied.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

Hoe en wanneer de Voorstraat autoluw wordt ingericht, wordt verder uitgewerkt binnen de Ontwikkelvisie Centrum Voorschoten. Ideeën zoals venstertijden voor bevoorrading en het beperken van doorgaand autoverkeer en parkeren kunnen daarbij worden meegenomen in de nadere planvorming.

28

16. Indiener ziet graag dat op pagina 82, onder paragraaf 6.4.1 het station specifieker benoemd wordt als “station Voorschoten”. Aangezien Voorschoten meerdere stations heeft.

16. Om verwarring te voorkomen wordt “station” aangepast tot “station Voorschoten” om zo onderscheid te maken met station De Vink.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing. De tekst wordt verduidelijkt. Dit heeft geen inhoudelijke wijzigingen tot gevolg.

17. Indiener is tegen het plaatsen van zonnevelden in het buitengebied en is van mening dat het buitengebied gevrijwaard moet blijven zolang nog niet alle geschikte daken met zonnepanelen zijn bedekt.

17. In paragraaf ‘5.4.3 Duurzame energie’ is bij het thema ‘Zon’ opgenomen dat we de mogelijkheden voor zonnepanelen op daken van huizen en grote bedrijfslocaties zullen benutten. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden voor solar carports (overkappingen met zonnepanelen en eventueel laadinfrastructuur op grotere parkeerterreinen). Wij zijn van mening dat kleinschalige zonnevelden in het buitengebied mogelijk zouden moeten zijn, mits goed ingepast. Er zal bij ieder initiatief maatwerk moeten worden geleverd.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

18. Indiener stelt dat uitbreiding in het groene buitengebied moet worden voorkomen en dat in relatie tot Dobbewijk in de zin “Dit vraagt om verdichting, herontwikkeling van het Nippon-terrein en mogelijk uitbreiding.” op pagina 84 het woord “uitbreiding” geschrapt wordt. 19. Indiener vraagt, gezien voorgaande standpunten, de volgende formulering te schrappen op pagina 89; “In het buitengebied faciliteren we eventuele particuliere initiatieven voor kleinschalige zonnevelden”

18. Op 3 juli 2025 heeft de gemeenteraad de Ontwikkelvisie bedrijventerreinen vastgesteld. Daarbij is besloten dat het open karakter van de Papenwegse Polder en het kwetsbare weidevogelgebied waardevol is en dat hier zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Dit besluit sluit aan bij de omgevingsvisie.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

19. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 8, punt 3 waar het volgende is opgenomen: “Voor zonneweides is in paragraaf ‘5.4.3. Duurzame energie’ als ambitie omschreven dat Voorschoten in 2050 energieneutraal is. Hiervoor zetten we in op het besparen van energiegebruik en het gebruiken van duurzame warmte. Voor het opwekken van duurzame energie zetten we in op het maximaal benutten van zonnepanelen op daken. We zien geen mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden op land of voor de opwek door windenergie in de buitengebieden. De inpassing van kleinschalige zonnevelden in het ‘Buitengebied, natuur en landgoederen’ faciliteren we wel om aan de gestelde ambitie te kunnen voldoen. Hierin gaan we niet mee in de mening van indiener dat zonneweides niet passend zijn.”

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

29

20. Indiener stelt dat onder Omgevingswaarden wordt gesproken over de mogelijkheid om voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen. Er wordt volgens indiener gesteld dat vooralsnog de noodzaak daartoe in Voorschoten zou ontbreken. Dit dient naar mening van indiener duidelijker te worden toegelicht. 21. Indiener vraagt om nadere toelichting rondom het stuk “De Omgevingswet beoogt (sic) enerzijds het beschermen van waarden en anderzijds ruimte bieden voor ontwikkelingen. Dat laatste vraagt om een andere houding van overheden naar burgers en bedrijven met initiatieven.” op pagina 94, om misverstanden te voorkomen. Met name met betrekking op de formulering van “andere houding”. 22. Indiener stelt dat de ontwikkeling van de buitenplaatsen plaatsvond voor 1850. Dit zou er volgens indiener toe moeten leiden dat de tekst en op bladzijde 22 (derde bolletje) moet worden verplaatst naar bladzijde 21 en dat de figuren 4 en 5 moeten worden aangepast.

20. Wij bekijken pas bij het opstellen van het omgevingsplan of we omgevingswaarden stellen voor de gehele gemeente. Daarbij wordt rekening gehouden met de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hoofdstuk 5).

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

21. Hiermee wordt verwezen naar het 'ja, mits'-principe, in plaats van het 'nee, tenzij'-principe van de Omgevingswet. Deze wet beoogt hiermee niet alleen het waarborgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het wil ook ruimte maken voor ontwikkelingen. Dit betekent voor overheden een andere houding naar burgers en bedrijven met initiatieven.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

22. Dit is juist. De ontwikkeling van de buitenplaatsen zijn van voor 1850. De groene buitenplaatsen worden opgenomen in figuur 4. De tekst van bladzijde 22 (van de ontwerp omgevingsvisie, bladzijde 23 huidige versie) derde bolletje wordt verplaatst naar bladzijde 22.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing. De groene buitenplaatsen worden opgenomen in figuur 4. De tekst van bladzijde 22 (van de ontwerp omgevingsvisie, bladzijde 23 huidige versie) derde bolletje wordt verplaatst naar bladzijde 22.

23. Indiener stelt dat figuur 21 identiek is aan figuur 17. Volgens indiener verwijst de tekst figuur 22. Indiener verzoekt om verduidelijking.

23. De tekst verwijst niet naar figuur 22, want dat is al specifiek voor het gebied Centrum. Figuur 21 is bedoeld als voorbeeld. Ter verduidelijking wordt figuur 21 aangepast.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing.

24. Indiener stelt, op pagina 20, dat als naoorlogse wijk ook de wijk Adegeest dient te worden vermeld.

24. In paragraaf 2.3.2 onder het kopje ‘Industriële revolutie tot aan heden' is Adegeest toegevoegd. De tekst luidt nu als volgt: “Na de oorlog groeide Voorschoten verder als forensendorp. Er verschenen nieuwe wijken, waaronder

Deze zienswijze leidt tot aanpassing in de zin dat Adegeest 30

de Vlietwijk, Oranje- en Nassauwijk, Boschgeest, Adegeest, Noord-Hofland, Bijdorp, Starrenburg I en II, Krimwijk en het Voorsche Park.”

wordt toegevoegd aan de tekst in paragraaf 2.3.2 onder het kopje ‘Industriële revolutie tot aan heden'.

25. Indiener stelt dat op pagina 78 in de rechterkolom “als onderdeel van Krimwijk” dient te worden geschrapt. Indiener beoogt dat het voor de duidelijkheid beter lijkt om de naam Krimwijk te reserveren voor de oude wijk en Allemansgeest voor de nieuwe wijk. 26. Indiener stelt dat op pagina 72, figuur 20, onduidelijkheid verschaft omdat hier de kleur van het land van boer Rodenburg niet juist is weergegeven. Volgens indiener moet de kleur van het land groen zijn.

25. Gemeenten in Nederland zijn onverdeeld in wijken en buurten. Hier wordt gesproken over wijken. Daarom is Allemansgeest als onderdeel van Krimwijk benoemd.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

26. Figuur 20 zal naar aanleiding van deze zienswijze worden aangepast in de zin dat de weilanden rond de boerderij, langs het spoor, de volkstuinen, het zwembad en de golfbaan groen worden gemaakt.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van figuur 20 in de zin dat de weilanden rond de boerderij, langs het spoor, de volkstuinen, het zwembad en de golfbaan groen worden gemaakt.

27. Voorts stelt indiener een aantal tekstuele wijzigingen voor.

27. Tekstuele wijzigingen zullen indien van toepassing worden overgenomen.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing.

1. Wij onderkennen de goede samenwerking tussen beide gemeenten. In de omgevingsvisie worden deze verschillende projecten ook al benoemd. Voorschoten zet in op binnendorps verdichten en stationslocaties zijn hierbij logische plekken. Met de Novex Zuidelijke Randstad is voor Voorschoten met name de versterking van het openbaar vervoer langs de Oude Lijn rond stations Voorschoten en De Vink van belang. Leiden en Voorschoten zijn bij deze Novex aangehaakt. Station De Vink ligt letterlijk op de gemeentegrens

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

16. Gemeente Leiden 1. Indiener geeft aan dat op verschillende plekken in de ontwerp omgevingsvisie wordt gesproken over (regionale) samenwerking bij het realiseren van ambities. Indiener werkt graag samen met de gemeente Voorschoten binnen de Westflank en aan de regionale projecten vanuit de Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland. Ook werkt

31

indiener graag samen met de gemeente Voorschoten bij projecten en ambities vanuit onze gemeente zoals het PanoramaPark. Ook bij ambities en projecten vanuit de gemeente Voorschoten, waar de gemeenten elkaar grenzen wordt indiener graag betrokken. Vanuit de ambities in de voorliggende omgevingsvisie denkt indiener daarbij aan de geformuleerde ambitie rondom station De Vink. Verdichten rond dat station is volgens indiener een interessante gedachte en mogelijk een gemeenschappelijke opgave. Indiener is benieuwd hoe Voorschoten dat ziet. 2. Voorts stelt indiener een aantal tekstuele wijzigingen voor.

en is daarmee een gemeenschappelijke opgave. In de omgevingsvisie is de ‘Ontwikkeling stationsgebieden’ als mogelijk omgevingsprogramma geformuleerd. Binnen deze gremia zal hieraan gewerkt worden.

2. Tekstuele wijzigingen zullen indien van toepassing worden overgenomen.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing.

1. De hoogspanningsinfrastructuur is in het tijdelijk deel van het omgevingsplan opgenomen en zal ook een plaats krijgen in het definitieve omgevingsplan. Een dergelijk concrete invulling past niet bij de globale opzet van de omgevingsvisie.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

2. Het thema bodem en ondergrond levert een volwaardige bijdrage aan de integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Deze zal verder worden geconcretiseerd in het omgevingsplan. Daarbij wordt aangesloten bij de regionale context, met als uitgangspunt een zorgvuldige balans tussen het faciliteren van maatschappelijke opgaven en het behouden van een verantwoorde bodemkwaliteit.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

17. TENNET 1. Indiener heeft 150kV hoogspanningsinfrastructuur in eigendom en beheer binnen het grondgebied van de gemeente. De aanwezigheid van hoogspanningsinfrastructuur kan volgens indiener beperkingen opleveren voor het gebruik van de gronden. Bovendien stelt indiener dat het van belang is dat hoogspanningsverbindingen te allen tijde bereikbaar zijn en blijven voor onderhoud, storingen en/of calamiteiten, ten behoeve van de leveringszekerheid en het zo efficiënt mogelijk gebruik kunnen maken van onze assets. 2. Indiener is van mening dat de aanwezigheid van de hoogspanningsinfrastructuur hem tot één van de ruimtevragers en belanghebbenden binnen de gemeente maakt en wil de hoogspanningsinfrastructuur op een juiste manier planologisch borgen en behouden ten behoeve van de leveringszekerheid. Indiener geeft aan dat deze ruimtelijke functie niet is doorvertaald op de

32

verbeelding van de omgevingsvisie. Indiener geeft aan dat met name bij de relatief grootschalige hoogspanningsinfrastructuur het waardevol kan zijn om het bestaande (en eventuele toekomstige) ruimtebeslag op te nemen. 3. Indiener geeft aan dat de komende decennia de energievoorziening in Nederland fors gaat veranderen. Met het oog op de energietransitie gaan er de komende jaren diverse netuitbreidingen/-wijzigingen plaatsvinden. Ook door klimaatadaptatie zullen er wellicht aanpassingen aan het net noodzakelijk zijn. Indiener stelt dat hiervoor ruimte nodig is. Om toekomstige ontwikkelingen zo snel mogelijk uit te kunnen voeren, vindt indiener het gewenst dit ruimtebeslag op te nemen c.q. te vermelden in de omgevingsvisie - als gedaan voor een nieuw onderstation van Liander en benodigde nieuwe transformatorhuisjes

3. In de omgevingsvisie is ingegaan op de veranderingen in het kader van de energietransitie. Zo is in Hoofdstuk 5, paragraaf 5.2.4 onder Bodem en ondergrond onder 5 Gebruik van de ondergrond en ordeningsprincipes, de volgende tekst opgenomen: “De ondergrond wordt steeds intensiever gebruikt, bijvoorbeeld voor de aanleg van kabels, leidingen en warmtenetten in het kader van de energietransitie. Ook bomen hebben ondergronds ruimte nodig voor hun wortels. Daarom is het belangrijk dat inzichtelijk is wat zich in de bodem bevindt en dat keuzes worden gemaakt over welk gebruik wenselijk is, om te voorkomen dat de ondergrond ‘vol raakt’. Met het oog op een goede ordening van de ondergrond zullen we verschillende opgaven (zoals riolering, energie, klimaatadaptatie en groen) op elkaar afstemmen. Wanneer een van die opgaven wordt opgepakt, reserveren we proactief ruimte voor andere opgaven in de ondergrond. De gemeente maakt hierbij gebruik van de Ondergrondwijzer van de provincie Zuid-Holland. Daarnaast kunnen gebiedspecifieke handreikingen worden opgesteld met behulp van de Bodemladder en de Bodematlas (zoals genoemd in het milieubeleidsplan).” Zoals onder 2 is aangegeven zal de bodem en de ondergrond verder worden geconcretiseerd in het nog op te stellen omgevingsplan.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

1. Indiener vraagt zicht af wat de bruine kleur is bij de weilanden langs het spoor en de volkstuintjes daar ten noorden van. Volgens indiener zou de kleur groen moeten zijn.

1. Indiener doelt op de weilanden tussen het spoor en de Voorwatering gelegen in de wijk Adegeest. De bruine kleur betekent volgens de legenda “rioolvervanging als kans voor herinrichting van de openbare ruimte”. De bruine kleur volgt hierbij de grens van de wijk Adegeest. Het blijkt dat dit tot verwarring leidt. Daarom wordt de aanduiding van de rioolvervanging in de wijk Adegeest aangepast. Dit heeft geen inhoudelijke wijzigingen tot gevolg.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de visiekaart.

2. Voorts stelt indiener voor om een tweetal foto’s in de omgevingsvisie op te nemen.

2. Op dit punt in de formele procedure passen we alleen nog aan wat echt onjuist is. De - overigens mooie - foto’s vallen daar niet onder.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.

18. Duurzaamheidstafel

33

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=53d59262-0cb8-46db-8aa3-6150ee25a234