Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Voorschoten 2040
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Voorschoten 2040
Z/24/089378/459626
De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, erfgoed, natuur en water. De wet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Ook ‘nieuwe’ thema’s zoals klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en veiligheid worden in de Omgevingswet verbonden met brede maatschappelijke opgaven. De omgevingsvisie is ‘zelfbindend’ voor de gemeente. Dit betekent dat deze alleen verplichtingen schept voor de gemeente zelf. Uitwerking van de omgevingsvisie vindt plaats via programma’s en projecten waarin de uitvoering van ambities concreet wordt gemaakt. Om de goede keuzes te maken voor de toekomst van Voorschoten, is het belangrijk na te denken over hoe Voorschoten er in de toekomst uit moet zien. Het toekomstbeeld en de gewenste ontwikkelingen worden vastgelegd in de omgevingsvisie Voorschoten 2040. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De fysieke leefomgeving is de ruimte waar we wonen, werken en ontspannen. Het gaat om thema’s als: wonen, mobiliteit, recreatie, natuur en landschap, erfgoed, bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen. Maar ook thema’s als klimaat, energie en gezondheid zijn onderdeel van de fysieke leefomgeving.
De omgevingsvisie bevat het strategisch ruimtelijk beleid voor de fysieke leefomgeving. Met de omgevingsvisie bepaalt de gemeente de kaders voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en geeft richting aan ruimtelijke initiatieven en investeringen. De ontwerp omgevingsvisie heeft ter inzage gelegen van 6 juni 2025 t/m 28 juli 2025. Dit is een langere periode dan wettelijk is voorgeschreven. Als gevolg van een technische storing is de ontwerp omgevingsvisie later via de daarvoor voorgeschreven kanalen bekendgemaakt. Dit heeft geresulteerd in een verlenging van de inzagetermijn. Tijdens de terinzagelegging zijn 18 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn tijdig ontvangen en ontvankelijk. In deze nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Voorschoten 2040 wordt antwoord gegeven op de ingediende zienswijzen. Ook wordt aangegeven of de zienswijze tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie heeft geleid. Als een zienswijze aanleiding heeft gegeven tot een aanpassing, is ook aangegeven wat er is aangepast en hoe dit is verwerkt in de omgevingsvisie. Met “de indiener” wordt gedoeld op de persoon of partij die de betreffende zienswijze heeft ingediend. In de omgevingsvisie zijn ook ambtshalve wijzigingen opgenomen. Dit zijn alleen tekstuele aanpassingen en geen inhoudelijke aanpassingen. Nr. 1 2 3. 4. 5.
Documentkenmerk Z/24/089378/453854 Z/24/089378/454681 Z/24/089378/455831 Z/24/089378/455830 Z/24/089378/456487
Indiener GGD Hollands Midden Cumela Brancheorganisatie voor groen, grond en infra Een inwoner Hoogheemraadschap van Rijnland woningcorporaties De Sleutels en Woonzorg Nederland
Zienswijze gedateerd 26 juni 2025 3 juli 2025 3 juli 2025 11 juli 2025 17 juli 2025
Zienswijze geregistreerd 30 juni 2025 4 juli 2025 14 juli 2025 14 juli 2025 17 juli 2025
6. 7. 8.
Z/24/089378/456726 Z/24/089378/456941 Z/24/089378/457718
Gemeente Leidschendam-Voorburg Stichting Horst en Weide Recreatiecentrum Vlietland B.V.
17 juli 2025 21 juli 2025 25 juli 2025
18 juli 2025 21 juli 2025 24 juli 2025
1
9. 10. 10.1 11. 12. 13.
Z/24/089378/457752 Z/24/089378/457844 Z/24/089378/457845 Z/24/089378/457848 Z/24/089378/457871 Z/24/089378/457931
Trekkersgroep Knarrenhof Voorschoten WDevelop vastgoed ontwikkeling Rijnhart Wonen (steunverklaring) Bomenbond Rijnland Rijkswaterstaat Gemeente Wassenaar
25 juli 2025 25 juli 2025 25 juli 2025 25 juli 2025 25 juli 2025 28 juli 2025
25 juli 2025 25 juli 2025 25 juni 2025 25 juli 2025 28 juli 2025 28 juli 2025
14.
Z/24/089378/457970
Rijnhart Wonen
28 juli 2025
28 juli 2025
15.
Z/24/089378/457973
Vrienden van Voorschoten
27 juli 2025
28 juli 2025
16.
Z/24/089378/458035
Gemeente Leiden
28 juli 2025
29 juli 2025
17.
Z/24/089378/458036
TENNET
28 juli 2025
29 juli 2025
18.
Z/24/089378/458489
Duurzaamheidstafel
11 juni 2025
31 juli 2025
Reactie
Beantwoording
Aanpassing in de ontwerp omgevingsvisie
1. Eind 2024 is een tussentijds overzicht van de provincie Zuid-Holland met daarin opgenomen de percentages sociale huur in de nieuwbouw programmering van de bij Holland Rijnland aangesloten gemeenten met de Raad gedeeld. In dat overzicht bleek dat de gemeente Voorschoten met het nieuwbouwprogramma voor de jaren 2025 tot en met 2032 uitkomt op 43 procent sociale huurwoningen. Dit cijfer is dynamisch, het kan nog veranderen, bijvoorbeeld als er voor minder sociale huur en meer middenhuur wordt gekozen. Als minimale ondergrens hanteert de gemeente 30% sociale huurwoningen bij woningbouwontwikkelingen en ten minste 67% betaalbare woningen (sociale huur + middensegment) bij ontwikkelingen op gemeentegrond. Daarnaast wordt geprobeerd het relatief lage percentage sociale huur in de bestaande woningvoorraad, nu rond de 23%, te verhogen richting de gewenste 30% in de totale bestaande woningvoorraad. Dit is zo vastgelegd in de Woonvisie 2023 en de Beleidsregel Woningbouw Voorschoten 2024.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
1. GGD Hollands Midden 1. Indiener verwijst naar de tekst op bladzijde 48 waarin is opgenomen dat “bij nieuwbouw tenminste 30% sociale huur wordt gerealiseerd”. Indiener stelt dat in eerdere berichtgeving is opgenomen dat Voorschoten 43% aan sociale huurwoningen in haar plannen heeft opgenomen en vraagt zich af wat nu het streven is.
2
2. Indiener mist het onderwerp gezonde voedselomgeving in de omgevingsvisie. Indiener stelt voor om de volgende tekst op bladzijde 27 op te nemen: “… De gezondheid van onze inwoners kunnen we bevorderen door te stimuleren dat de gezonde (voedsel) keuze makkelijker wordt en door onze openbare ruimte beweegvriendelijke en rookvrij (speel- en sportplekken) in te richten.”
2. In de omgevingsvisie worden de beleidsdoelen en ambities voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vastgelegd. Het inrichten van de openbare ruimte maakt onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. We richten de openbare leefruimte beweegvriendelijker in op locaties die al een ontmoetingsfunctie hebben en/of een sportief karakter uitdragen. En alhoewel wij het met u eens zijn dat het stimuleren van een gezonde voedselkeuze belangrijk is voor de gezondheid van onze inwoners, maakt dit geen onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Deze passage kan dan ook niet in de omgevingsvisie worden opgenomen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
2. Cumela Brancheorganisatie voor groen, grond en infra 1. Indiener verzoekt om het bestaansrecht van zijn (lid-)bedrijven te erkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving. Indiener vraagt mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities.
1. Het is onduidelijk waar de Cumelabedrijven precies zijn gelegen. Indiener geeft aan dat de bedrijven zijn gevestigd binnen de bebouwde kom op de daartoe gevestigde bedrijfslocaties, maar geeft niet aan of deze op een bedrijventerrein zijn gelegen en zo ja op welk bedrijventerrein. Onduidelijk is waarom de omgevingsvisie nu niet voorziet in de mogelijke ontwikkeling voor deze bedrijven. Een aantal bedrijventerreinen voorziet immers in een toekomstige intensivering en verdichting. De zienswijze gaat hier niet op in, zodat slechts in het algemeen hierop kan worden ingegaan. De omgevingsvisie gaat uit van het juiste bedrijf op de juiste plaats door slimmer ruimtegebruik. Dat betekent dat bedrijven die weinig overlast geven, retail en kantoren die nu niet thuishoren op de bedrijventerreinen in de toekomst verplaatsen. Bedrijven die meer overlast geven die wel thuishoren op de bedrijventerreinen, maar daar nu niet zitten, zouden op termijn ruimte moeten kunnen vinden op de Rouwkooplaan en Dobbewijk. Hiermee wordt voldoende ruimte geboden aan genoemde bedrijvigheid.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
2. Indiener verzoekt om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van Cumelabedrijven.
2. In de omgevingsvisie is opgenomen dat wordt gestreefd naar toekomstbestendige bedrijventerreinen die goed bereikbaar, verkeersveilig én gezond zijn voor werknemers, bezoekers en logistiek verkeer. Daarbij wordt gekeken naar de infrastructuur op het terrein zelf maar ook naar de verbindingen met de omliggende gebieden, het openbaar vervoer en (snel)fietsroutes. De omgevingsvisie sluit ook op het gebied van verkeer genoemde bedrijven niet uit. De wegen van en naar een bedrijventerrein zijn in het algemeen berekend op zwaarder verkeer.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
3
Naast bedrijventerreinen werken Cumelabedrijven vaak ook in het buitengebied of aan de randen van kernen. Bij de aanleg of aanpassing van ontsluitingswegen van en richting het buitengebied wordt indien relevant ook rekening gehouden met het gebruik door groot en langzaam materieel, zoals dat van Cumelabedrijven. Dit betreft onder meer wegprofielen, draagkracht, draaicirkels en de verkeersveiligheid voor andere weggebruikers. Dit aspect wordt in de uitwerking van infrastructurele projecten op lokaal niveau meegenomen. 3. Indiener verzoekt om bij de bedrijfslocaties van Cumelabedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie.
3. De mogelijkheden voor opslag zullen afhankelijk zijn van hetgeen ter plaatse aan bebouwing en opslag planologisch is toegestaan. Dit is vastgelegd in het (tijdelijke) omgevingsplan, niet in de omgevingsvisie. Voor een aantal bedrijventerreinen is verdichting en intensivering voorzien. De omgevingsvisie gaat hierbij uit van ruimtelijke keuzes en niet van bepaalde vormen van bedrijvigheid. Aangezien de locaties van de betreffende bedrijven onduidelijk is, kan niet worden aangegeven of de eventuele verdichting en intensivering ook voor deze bedrijven geldt.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
4. Indiener verzoekt om bij de bedrijfslocatie van Cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie.
4. In de omgevingsvisie is opgenomen dat de energietransitie een belangrijke opgave is in Voorschoten. Ook op de bedrijventerreinen. Er wordt met bestuurlijke partners gewerkt aan oplossingen voor de toekomstige energievoorziening gericht op het opwekken, opslaan en uitwisselen van duurzame elektriciteit om zo onafhankelijker van het elektriciteitsnet te worden. Dit kan bijvoorbeeld via energiehubs of een gezamenlijk laadplein (ten behoeve van elektrificering van het wagenpark).
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
In de omgevingsvisie zet de gemeente in op het maximaal benutten van de mogelijkheden voor zonnepanelen op daken van huizen maar vooral ook van grote bedrijfslocaties. Daarnaast gaat de omgevingsvisie uit van de mogelijkheid voor de inpassing van kleinschalige zonnevelden (1-2 ha) op land in het buitengebied. Daarnaast worden de mogelijkheden voor solar carports (overkappingen met zonnepanelen en eventueel laadinfrastructuur op grotere parkeerterreinen) onderzocht. In de gemeentelijke Uitgangspuntennotitie Windenergie, buurtaccu’s en 4
middenspanningsruimtes is opgenomen dat in Voorschoten enkel kleine windturbines worden toegestaan (met een ashoogte tot 15 meter en een rotordiameter van meer dan 2 meter) en enkel buiten de woongebieden in bestaand stads- en dorpsgebied. Daarbij worden nadrukkelijk voorwaarden gesteld aan veiligheid, landschappelijke inpassing en hinder. De omgevingsvisie voorziet dan ook in voldoende mogelijkheden voor het opwekken van energie. 3. Een inwoner 1. Indiener ziet op “regels-op-de-kaart” enkele onjuistheden die betrekking hebben op de boerderij ‘Nooitgedaght’ Leidseweg 517-519 en Ter Wadding 20A.
1. Met de invoering van de omgevingswet is het planologisch regime niet meer via de website ruimtelijke plannen te raadplegen, maar via het omgevingsloket. “Regels-op-de-kaart” is hiervan een onderdeel. Planologisch gezien zijn er geen wijzigingen doorgevoerd, maar de website werkt anders. Dit is aan de indiener toegelicht. Er is geen sprake van onjuistheden.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
4. Hoogheemraadschap van Rijnland 1. In de ketenpartnersessie van afgelopen voorjaar heeft indiener als tip meegegeven om de blauwe structuur beter onderscheidend te verbeelden op de visiekaart en water te vermelden in de legenda omdat het watersysteem ruimte vraagt (en zal blijven vragen in de toekomst), maar ook om de verbinding met de groenstructuur zichtbaar te maken (en daardoor kansen te creëren voor het verbeteren en versterken van het groenblauwe raamwerk en ecologische inrichting/aanleg natuurvriendelijke oevers). 2. Indiener geeft aan dat waterkwaliteit landelijk gebied een thema op de kaart en een belangrijke opgave vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) is, maar dat geldt ook voor het stedelijk gebied. Goede waterkwaliteit in de stad draagt bij aan een aantrekkelijk, leefbaar en gezond Voorschoten. Dat ontbreekt volgens indiener nu op de kaart.
1. Water, weiland, bos en bebouwd gebied zijn in de ondergrond van de visiekaart opgenomen. Ze ontbreken echter in de legenda. In hoofdstuk 3 ‘Voorschoten in de regio’, paragraaf 4.4 ‘Een groene oase waarin het heden met het verleden is verbonden’ en paragraaf 5.4.2 ‘Groen, blauw en erfgoed zijn onze dragers’ wordt op meerdere plekken het belang van het watersysteem genoemd. Ook in relatie tot het gewenste groenblauwe raamwerk en waarbij dit raamwerk zowel onderdeel is van het stedelijke gebied als het buitengebied. De gemeente onderschrijft hiermee de genoemde belangen. 2. Zoals hierboven al aangegeven worden deze thema’s op meerdere plekken in de omgevingsvisie genoemd. Zo wordt ook in hoofdstuk 6 ‘De gebiedsgerichte koers’ in 6.3.2. onder het kopje ‘Groen, blauw en erfgoed zijn onze dragers’ het belang genoemd van een stedelijk watersysteem dat ook goed verbonden is met de omgeving. In paragraaf 5.2.4 (onder het kopje Water) is aangegeven hoe wordt gestreefd naar de verbetering van de waterkwaliteit binnen de gehele gemeente.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing. De legenda van de visiekaart in figuur 16 is aangevuld met de eenheden water, weiland, bos en bebouwd gebied.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
5
In de visiekaart is op hoofdlijnen aangegeven welke opgaven spelen. In het stedelijk gebied spelen er meer thema’s dan in het landelijk gebied. Daarom is in de visiekaart ervoor gekozen genoemde thematiek op de kaart op te nemen, conform de gebiedsgerichte uitwerking in 6.5. ‘Buitengebied, natuur en landgoederen’. De gemeente Voorschoten spreekt met deze ontwerp omgevingsvisie de intentie uit om samen met het Hoogheemraadschap te blijven werken aan een goede waterkwaliteit. Een aanpassing is daarom niet nodig om goede waterkwaliteit in de stad op de agenda te krijgen. 3. Indiener geeft aan het een goede bijdrage aan de waterkwaliteit te vinden dat in de hele gemeente een gescheiden stelsel wordt aangelegd en de gemeente wil werken aan het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit via de aanleg van meer natuurvriendelijke oevers. De opgave vanuit de Kaderrichtlijn Water is volgens indiener een verplichting waarvan inspanningen van de gemeente nodig zijn met oog op het mogelijk toekomstige gebruik van het oppervlaktewater als drinkwaterbron. Dit ontbreekt volgens indiener nu in de omgevingsvisie maar is wel een functie die extra inspanningen zal gaan vragen van overheden met betrekking tot het verbeteren van de waterkwaliteit waarvoor gemeenten instrumenten hebben die het waterschap niet heeft. 4.
Indiener mist een verwijzing naar het integrale waterketenprogramma Leidse regio waarin Voorschoten ook een belangrijke partner is en een belangrijk programma is dat invulling geeft aan de doelen uit de omgevingsvisie.
3. De gemeente hanteert meerdere instrumenten om de waterkwaliteit te verbeteren, zoals bijvoorbeeld de aanleg van gescheiden rioolstelsels, het afkoppelen van hemelwater, opvang en hergebruik hiervan, het verbeteren van de doorstroming van watergangen, het klimaatbestendig inrichten openbare ruimte en het realiseren van natuurvriendelijke oevers. Deze aspecten zijn terug te vinden in de omgevingsvisie. Ook heeft de gemeente in de omgevingsvisie aangegeven zich in te spannen om de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water na te komen. De gemeente stemt binnen het samenwerkingsoverleg Leidse regio met de betrokken (bestuurs)organen af hoe waterkwaliteit kan worden verbeterd. De inspanningsverplichting is voldoende benoemd. Een resultaatverplichting in die zin dat oppervlaktewater als drinkwater gebruikt moet kunnen worden kunnen wij in deze omgevingsvisie niet vastleggen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
4. De gemeente is samen met indiener van mening dat het Integrale waterketenprogramma Leidse regio een belangrijk programma is waarnaar in de omgevingsvisie moet worden verwezen.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing. In paragraaf 3.5.5. ‘Regionale samenwerking’ is een verwijzing naar
6
deze samenwerking opgenomen. 5. Woningcorporaties De Sleutels en Woonzorg Nederland 1. Indiener merkt op dat het gebruik van zonnepanelen ook haalbaar moet zijn voor corporaties en sociale huurders. Indiener geeft aan graag nauw betrokken te worden bij het op zoek gaan naar warmteoplossingen voor de woningvoorraad.
1. De omgevingsvisie beschrijft waar we naar toe willen en markeert daarmee een stip aan de horizon. Natuurlijk moeten de ambities op verduurzaming van de woningvoorraad haalbaar zijn. De corporaties benadrukken betrokken te willen worden bij het zoeken naar werkbare oplossingen. De gemeente stelt zich op het standpunt dat via de prestatieafspraken concrete en haalbare stappen kunnen worden gezet om naar de beschreven ambitie toe te werken.
Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing.
2. Indiener verwijst naar tekst op pagina 48 en merkt op dat zij de gemeente graag meegeeft ook in te zetten op doorstroming van senioren. Dit zou volgens indiener kunnen landen in uw de woonzorgvisie. Voorts geeft indiener aan dat de gemeente ook moet inzetten op de realisatie van goedkope koopwoningen die de doorstroom kunnen bevorderen. Bovendien zijn goedkope woningen aantrekkelijk voor starters.
2. De gemeente signaleert dat bij de recente behandeling van uitwerkingskaders voor woningbouwprojecten in de raad discussie is geweest over de doelgroepen (senioren versus starters). In lijn met de woonvisie wil de gemeente in de woningbouwprojecten beide doelgroepen bedienen. De gemeente wil de corporaties graag betrekken bij de totstandkoming van de woonzorgvisie. In paragraaf 5.2.2. hebben we aangegeven dat we op gemeentegrond ten minste 67% betaalbare woningen realiseren. Daarbij zetten we conform de Woonvisie in op een grotere sociale huurvoorraad, meer middel dure huurwoningen en goedkope en betaalbare koopwoningen.
Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing.
3. Verder wijst indiener erop dat lokaal maatwerk een middel is en geen doel op zich. Ook voor vitale beroepen (of anderen doelgroepen met voorrang toewijzen) is de ruimte bij de corporaties beperkt. Er wordt immers ook al gebruik gemaakt van lokaal maatwerk bij de doorstroommakelaar.
3. Wij zijn het met de corporaties eens dat lokaal maatwerk geen doel op zich is. Het blijft wel een instrument dat we moeten blijven inzetten. Ook hier geldt dat partijen elkaar scherp kunnen houden op de te behalen doelen via de prestatieafspraken.
Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing.
4. Indiener wil graag weten wat de verwachtingen vanuit de gemeente richting de corporaties zijn ten aanzien van duurzame energie, duurzame warmte met warmteclusters en klimaatverandering
4. De gemeente begrijpt dat de corporaties de aandacht in tijd en geld moeten verdelen tussen nieuwbouw en verduurzaming. Verduurzaming zal de komende jaren onmiskenbaar een aandachtspunt zijn. Zowel voor de corporaties als voor de gemeente. Zoals wij ook in onze reactie bij punt 1
Wij zijn in regionaal verband bezig om ten aanzien van vitale beroepen tot een goede invulling van lokaal maatwerk te komen. Wij hebben niet de indruk dat deze omgevingsvisie een beperkende werking heeft op het lokaal maatwerk. Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing.
7
(hittestress en wateroverlast). Indiener wil met de gemeente in gesprek over deze thema’s, omdat dit tijd, geld en inzet vergt vanuit de corporaties. 6. Gemeente Leidschendam-Voorburg
hebben aangegeven, willen wij dat er haalbare stappen worden gezet. Wij gaan daar graag het gesprek met de corporaties over aan.
1. Indiener constateert goed betrokken te zijn bij het proces om te komen tot de ontwerp omgevingsvisie. Indiener nodigt de gemeente Voorschoten uit om ook de komende jaren regelmatig af te stemmen op dossiers zoals groen, water, erfgoed, woonomgeving, duurzame bereikbaarheid en leefbaarheid.
1. De gemeentes Leidschendam-Voorburg en Voorschoten werken op meerdere dossiers al samen. Onder andere in het Nationaal Park Hollandse Duinen, de Landschapstafel Duin, Horst & Weide met het bijbehorende Uitvoeringsprogramma en de Duivenvoordecorridor. Deze samenwerking continueren we graag. Waar mogelijk bouwen we deze samenwerking uit. Bijvoorbeeld bij de op te stellen uitvoeringsagenda van het provinciale Toekomstbeeld Vlietzone.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
2. Indiener geeft aan dat Vlietland verschillende functies heeft. Indiener treedt graag in contact over de precieze formulering hiervan.
2. In paragraaf 3.5.5. staat: “Het recreatiegebied Vlietland aan de andere kant van de Vliet in Leidschendam-Voorburg past hier als aantrekkelijk watersportrecreatie en natuurgebied naadloos in.” Dit wordt aangepast in: “De provincie Zuid-Holland ziet de Vlietzone tussen Rijswijk, Leiden, de Vliet en de A4 als stadslandschapspark. In deze groenblauwe loper worden recreatie, biodiversiteit, waterberging en een uitloopgebied voor de stad gecombineerd. In Vlietland, gelegen aan de andere kant van de Vliet in de gemeente Leidschendam-Voorburg, komen deze functies bij elkaar. Zo is de Vogelplas en omgeving ten zuiden van de Jan Bakkersloot een natuurgebied en is het noordelijke deel een aantrekkelijk watersport- en recreatiegebied.”
Deze zienswijze leidt tot aanpassing. In paragraaf 3.5.5. is de omschrijving van Vlietland verduidelijkt.
3. Indiener geeft aan dat in het kader van de uitvoeringsagenda Vlietzone een extra wandel/fietsbrug wordt onderzocht die de Leidschendammerhout verbindt met de gemeente op de westelijke oever. Indiener geeft aan bij studies en verkenningen te worden betrokken. Tevens geeft indiener aan dat zij graag samen optrekt in het uitvoeringsprogramma Duin, Horst en Weide.
3. Zie de beantwoording van het eerste punt. Vanzelfsprekend betrekken we de indiener bij verkenningen van ontbrekende schakels, zeker waar het de belangen van de indiener direct raakt.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
8
7. Stichting Horst en Weide 1. Indiener is blij dat de ontwerp omgevingsvisie 1. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is inderdaad om het buitengebied te bebouwing van het buitengebied uitsluit. Indiener sparen. Ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen, vinden primair gaat ervanuit dat er geen uitbreiding van het ‘binnendorps’ plaats. Door slim te verdichten binnen het bestaande bebouwde gebied zal het waardevolle buitengebied groen blijven. bedrijventerrein Dobbewijk naar het buitengebied zal plaatsvinden. Dit behoort tot het buitengebied en moet volgens indiener onbebouwd blijven. Indiener is van mening dat de aanwijzing tot Groene Buffer door de provincie dit ondersteunt. 2. Indiener ziet graag hoe veeteelt wordt bevorderd, 2. In paragraaf 6.5.2 staat onder Vitaal ondernemerschap bij de gebiedsgerichte die bijdraagt aan de invulling van het Belangrijke koers van het buitengebied dat het streven is om samen met de eigenaren en Weidevogelgebied dat de provincie aangewezen (pacht)boeren te bepalen hoe een duurzame vorm van landbouw en/of heeft. De bodemdaling, die voor vernatting kan veeteelt rendabel kan zijn, het historische karakter van het buitengebied kan zorgen, kan bijdragen aan geschiktheid als worden uitgedragen en de ecologische waarden kunnen worden vergroot. Op welke wijze dit zal plaatsvinden, zal in de toekomst worden uitgewerkt.
weidevogelgebied, maar vormt een probleem voor de landbouw. Een en ander zal in het omgevingsplan duidelijk moeten worden. 3. Indiener geeft aan dat de provincie de 3. Voor zonneweides is in paragraaf ‘5.4.3. Duurzame energie’ als ambitie Duivenvoordse en Veenzijdse polder en de omschreven dat Voorschoten in 2050 energieneutraal is. Hiervoor zetten we in Papenwegse polder heeft aangewezen als belangrijk op het besparen van energiegebruik en het gebruiken van duurzame warmte. weidevogelgebied in het Natuurbeheerplan ZuidVoor het opwekken van duurzame energie zetten we in op het maximaal Holland 2025 en de terreinen rond Duivenvoorde, benutten van zonnepanelen op daken. We zien geen mogelijkheden voor Rosenburg en Ter Horst als Groene Buffer en delen grootschalige zonnevelden op land of voor de opwek door windenergie in de van de Papenwegse polder ook. Er kunnen volgens buitengebieden. De inpassing van kleinschalige zonnevelden in het indiener veel verschillende (en ook tegengestelde) ‘Buitengebied, natuur en landgoederen’ faciliteren we wel om aan de gestelde invullingen aan de als Groene Buffer op de kaart ambitie te kunnen voldoen. Hierin gaan we niet mee in de mening van aangeven terreinen gegeven worden, voor welke indiener dat zonneweides niet passend zijn.
invulling gekozen wordt, moet dan goed Vanzelfsprekend zal elk initiatief op dit gebied voldoende onderbouwd dienen onderbouwd zijn. Indiener is van mening dat de te worden. In de uitwerking zullen wij belangrijke stakeholders, waaronder de provincie, betrekken. zonneweides, hoe klein ook, horen daar niet bij.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing
4. Indiener geeft aan uit te kijken naar het omgevingsplan waarin op veel punten belangrijke keuzen gemaakt moeten worden.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
4. Concretere uitwerking van de omgevingsvisie zal niet alleen in het omgevingsplan, maar ook op onderdelen plaatsvinden in
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
9
omgevingsprogramma’s. De omgevingsprogramma’s geven concrete uitwerking aan belangrijke onderdelen van de omgevingsvisie. 5. Indiener stelt voor om nog eens naar het Pact van Duivenvoorde te kijken waarin de gemeenten Wassenaar, Leidschendam-Voorburg en Voorschoten afspraken gemaakt hebben over een gezamenlijke benadering van het buitengebied dat deze gemeenten delen (de Duivenvoordse en Veenzijdse polder en de Papenwegse polder). Boeren en andere (grote) eigenaren hebben hun gronden meestal in minstens twee van deze gemeenten liggen en hebben graag met een eenduidig beleid van de overheid te maken. Indiener is van mening dat door dat weer gezamenlijk op te pakken (voor een grotere kans van slagen bij voorkeur in overleg met deze eigenaren en boeren), veel grotere stappen te maken zijn, dan dat elke gemeente dat apart op zijn eigen manier gaat doen.
5. In de ontwerp omgevingsvisie zijn de kernwaarden, ambities, uitdagingen en kansen van en voor het buitengebied beschreven.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
In de ontwerp omgevingsvisie is in hoofdstuk 6 een gebiedsgerichte uitwerking opgenomen. Eén van deze gebieden is ‘Buitengebied, natuur en landgoederen’. In paragraaf 6.5 is o.a. benoemd dat de gemeentes Wassenaar, Leidschendam-Voorburg, Den Haag en Voorschoten aan een visie op Duin Horst & Weide werken, waarin per landschapstype voor de komende jaren is aangegeven waarop wordt ingezet voor een duurzame toekomst. Hiermee wordt invulling gegeven aan de langjarige, gezamenlijke en eenduidige samenwerking in dit gebied.
8. Recreatiecentrum Vlietland B.V. 1. Indiener verbaast zich dat hij niet is geïnformeerd over de ontwerp omgevingsvisie.
1. Alhoewel Vlietland van belang is voor de gemeente Voorschoten, is het Recreatiecentrum niet binnen Voorschoten gelegen. De gemeente heeft bestuurlijke partners en andere instanties en bewoners, die in het voortraject bij de omgevingsvisie betrokken zijn, persoonlijk over de ontwerp omgevingsvisie geïnformeerd. Indiener zat daar inderdaad niet bij. Deze omgevingsvisie bevat immers geen beleidsmatige keuzes ten aanzien van recreatiegebied Vlietland. De omgevingsvisie is op de daarop voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Indiener heeft wel kennis kunnen nemen van de ontwerp omgevingsvisie. De gemeente zal indiener actief informeren over het verdere proces tot de vaststelling van de omgevingsvisie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
2. Indiener geeft aan dat recreatiegebied Vlietland als bestemming recreatiegebied heeft en slechts een klein deel de bestemming natuur. Indiener vindt het daarom niet juist om Vlietland als geheel een “watersport-recreatie en natuurgebied” te noemen.
2. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 6 onder 2. Daar is het volgende opgenomen: In paragraaf 3.5.5. staat: “Het recreatiegebied Vlietland aan de andere kant van de Vliet in Leidschendam-Voorburg past hier als aantrekkelijk watersportrecreatie en natuurgebied naadloos in.” Dit wordt aangepast in: “De provincie
Deze zienswijze leidt tot aanpassing. In paragraaf 3.5.5. is de omschrijving van
10
Indiener stelt voor om de volgende tekst op te nemen: “Het recreatiegebied Vlietland aan de andere kant van de Vliet in Leidschendam-Voorburg past hier als aantrekkelijk watersport- en recreatiegebied naadloos in.”
Zuid-Holland ziet de Vlietzone tussen Rijswijk, Leiden, de Vliet en de A4 als stadslandschapspark. In deze groenblauwe loper worden recreatie, biodiversiteit, waterberging en een uitloopgebied voor de stad gecombineerd. In Vlietland, gelegen aan de andere kant van de Vliet in de gemeente Leidschendam-Voorburg, komen deze functies bij elkaar. Zo is de Vogelplas en omgeving ten zuiden van de Jan Bakkersloot een natuurgebied en is het noordelijke deel een aantrekkelijk watersport- en recreatiegebied.”
Vlietland verduidelijkt.
3. Indiener wil graag betrokken worden bij studies en verkenningen naar kansen voor watersport en recreatie.
3. Indiener geeft aan, net als de gemeente Voorschoten, deel te nemen aan het Uitvoeringsprogramma Duin Horst & Weide. Dit is een goed gremium om samen te werken. Ook hierbuiten zal de gemeente zo nodig de samenwerking opzoeken.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
1. Indiener geeft aan dat de omgevingsvisie spreekt van seniorenwoningen maar het gaat indiener om een breder en meer divers woonpubliek van 50 plussers, jongeren en jonge gezinnen, zodat doorstroming kan plaatsvinden.
1. Wij hebben kennisgenomen van de gedachte die ten grondslag ligt aan een knarrenhof en omarmen de gedachte dat de opgave op gebied van wonen breder en meer divers moet zijn dan alleen ouderen. Dit is overigens in overeenstemming met de omgevingsvisie. Dat blijkt onder meer uit paragraaf 5.2 waarin het volgende is opgenomen: “Hierdoor zijn woningen lastig betaalbaar voor jongeren, starters en jonge gezinnen. De komende jaren gaan we inzetten op het kwalitatief en kwantitatief verbeteren van onze woningvoorraad.” en “.. Anderzijds is het belangrijk om voldoende betaalbare woningen te bouwen voor jongeren, starters en jonge gezinnen.”
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
2. Indiener is van mening dat het concept van een knarrenhof op een groot aantal punten overeenkomt met ontwerp omgevingsvisie, zoals bijvoorbeeld verdichte bouw in meerderde bouwlagen, betaalbare huisvesting en zorg en sociale cohesie. Indiener roept de gemeente op om samen met maatschappelijke organisaties op te trekken om zo de maatschappelijk opgave op te pakken.
2. De oproep is gehoord. Indiener onderschrijft dat de ontwerp omgevingsvisie ruimte biedt voor deze doelgroep. Bij nieuwe ruimtelijke initiatieven zullen wij sturen op de doelgroepen in de door de raad vastgestelde kaders. Belangrijk is dat we voor de goede doelgroepen bouwen. Omdat de gemeente niet in alle gevallen een grondpositie heeft leggen wij het beoogde woningbouwprogramma vast in een anterieure overeenkomst.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
9. Trekkersgroep Knarrenhof Voorschoten
In de Wet versterking regie volkshuisvesting vormt het volkshuisvestingsprogramma één van de kerninstrumenten. Dit programma
11
vervangt de huidige woonvisie. Het volkshuisvestingsprogramma zal voor het onderwerp wonen een uitwerking zijn van deze omgevingsvisie.
10. WDevelop vastgoed ontwikkeling, namens grondeigenaren ABB Vastgoed en Niersman Projectontwikkeling 1. Indiener geeft aan dat op 22 mei 2023 het concept plan Rodenburg gelegen in de wijk Adegeest is gepresenteerd en dat dit plan positief is ontvangen. Indiener geeft aan duidelijke signalen vanuit de gemeente te hebben gekregen dat de locatie juist als mogelijke zoeklocatie voor woningbouw in de ontwerp omgevingsvisie zou worden opgenomen. Volgens indiener voldoet het concept plan aan alle aspecten binnen de omgevingsvisie, waardoor indiener van mening is dat deze locatie moet worden opgenomen als zoeklocatie voor woningbouw. Indiener heeft bij de zienswijze een steunverklaring van Rijnhart worden gevoegd om de zienswijze te ondersteunen.
1. De inleiding van de zienswijze behoefte enige nuance. Bestuurlijk is kennisgenomen van de plannen en de raad is middels de raadsinformatiebrief ‘Gedachte herontwikkeling rondom boerderij Rodenburg’ van 2 juni 2023 (Z/23/076924) geïnformeerd over de presentatie van de plannen. In die brief staat opgenomen dat het college nog geen oordeel over de presentatie had en dat nog bezien zal worden of dit zal worden opgepakt door de gemeente. Ten tijde van het informeren van de gemeenteraad was al duidelijk dat er veel weerstand tegen dit plan zou ontstaan. Vanuit zorgvuldigheid is geoordeeld dat een plan met deze impact in de context van de omgevingsvisie moet worden gewogen. Dit wordt bevestigd door andere zienswijzen die nadrukkelijk afstand nemen van de plannen van indiener. Anders dan indiener aangeeft is vanuit de gemeente zowel bestuurlijk als ambtelijk geenszins de garantie gegeven dat de gemeente de plannen in deze omgevingsvisie een plek zou geven.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Inhoudelijk begrijpen wij dat de plannen een bijdrage kunnen leveren aan de opgaven waar we voor staan. De indiener benoemt hoe het initiatief verschillende elementen bevat die in de ontwerp omgevingsvisie worden benoemd. Deze motivatie gaat echter voorbij aan het feit dat elke ontwikkeling in meer of mindere mate dient bij te dragen aan de verschillende uitgangspunten van de omgevingsvisie. Het initiatief tast echter de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden aan. Zo hebben de weilanden ten oosten van het spoor in het Omgevingsplan de bestemming ‘agrarisch met waarden - open gebied’ en de weilanden ten westen van het spoor de bestemming ‘agrarisch met waarden – weidevogelgebied’. De weilanden ten westen van het spoor zijn als ‘Landgoederenzone WassenaarVoorschoten-Leidschendam-Voorburg’ onderdeel van het Rijksbeschermd dorpsgezicht. Als kroonjuweel ‘Landgoederenzone Wassenaar - Voorschoten Leidschendam’ kennen de weilanden ten westen van het spoor ook provinciale bescherming. Het initiatief is strijdig met het omgevingsbeleid van de Provincie Zuid-Holland, dat ervan uitgaat dat er geen nieuwbouw buiten de 12
bebouwde kom wordt gerealiseerd. Het gebied is door de provincie aangewezen als buitengebied (beschermingscategorie 3). Een deel van de gronden (deels ook ten oosten van de spoorlijn) is door de provincie aangewezen als groene buffer (beschermingscategorie 2). De indiener benoemt wel enkele van de waarden die door het initiatief zouden worden aantast, maar dat is mondjesmaat en de geschetste oplossingen bieden onvoldoende zekerheid om hierin mee te gaan en dit bij andere overheden te bepleiten. Voorschoten realiseert tot 2030 circa 1.000 woningen. In paragraaf ‘5.2.2. Plezierig wonen voor alle leeftijden’ is de toekomstige woningbehoefte van Voorschoten tot 2040 (de tijdshorizon van de omgevingsvisie) in beeld gebracht. Deze bedraagt ongeveer 1.000 woningen. Tijdens het participatieproces zijn de ambities en de bouwstenen opgehaald en vastgelegd en dilemma’s benoemd. Hier is onder meer opgehaald dat het behoud van onze cultuurhistorische landschappen belangrijk is, en dat er voldoende ruimte voor woningbouw en bedrijvigheid nodig is. Verkend is of het mogelijk is om binnendorps voldoende woningen toe te voegen. Dit lijkt mogelijk. Voor bedrijvigheid zorgen we met slimmer ruimtegebruik dat het juiste bedrijf op de juiste plaats komt.
In hoofdstuk ‘7 Uitvoering en monitoring’ van de omgevingsvisie wordt voorgesteld om dit in de verschillende omgevingsprogramma’s, zoals ‘Binnendorpse verdichting’, en ‘Ontwikkelprogramma toekomstbestendige bedrijventerreinen’ verder uit te werken. Hiermee is ervoor gekozen om binnendorps te verdichten en geen uitbreiding zoals geschetst in het initiatief te faciliteren. 11. Bomenbond Rijnland Algemeen
1. Indiener is van mening dat het concept brede welvaart nader gedefinieerd zou moeten worden. Ook is indiener van mening dat er allerlei aspecten,
De zienswijze wordt gezien als een belangrijk signaal aan de gemeenteraad om het belang van groen te erkennen en mee te nemen in het beleid. Veel van de genoemde punten zijn echter te gedetailleerd voor opname in de omgevingsvisie. Deze gedetailleerde wensen passen beter in het omgevingsplan.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
1. Het concept brede welvaart is in paragraaf 4.1 onder 3 uitgelegd. Hierin is het
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
volgende opgenomen: “Deze benadering gaat verder dan welvaart uitdrukken in economische voorspoed. Het omvat ook aspecten zoals gezondheid, goed
13
zoals bijvoorbeeld zuivere lucht, zijn vermeld, maar dat er geen waarneembare maatstaven zijn opgenomen voor de mate waarin ambities als brede welvaart en een groen Voorschoten zijn verwezenlijkt.
onderwijs, een schoon milieu, een prettige leefomgeving, verbondenheid in de samenleving, kansen voor persoonlijke groei en een gevoel van veiligheid. Het gaat daarbij niet alleen om de levenskwaliteit van mensen nu, maar ook om de impact die onze leefstijl heeft op anderen, zowel wereldwijd als op toekomstige generaties.” De hier genoemde verschillende aspecten worden in de opvolgende hoofdstukken nader uitgewerkt. In de omgevingsvisie wordt bewust niet tot in detail beschreven wat we precies gaan doen en hoe we dat gaan realiseren. De omgevingsvisie geeft richting en benoemt ambities voor de lange termijn. Concretere uitwerking van de omgevingsvisie zal in het omgevingsplan en op onderdelen plaatsvinden in omgevingsprogramma’s. Het is mogelijk om in het omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen. Vooralsnog zien wij geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde doelen niet worden gehaald dan kunnen we overwegen om we dan alsnog omgevingswaarden vast te stellen in het omgevingsplan. Dit is ook een aspect wat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste omgevingsvisie.
2. Indiener is van mening dat een voor iedereen toegankelijk informatiesysteem over milieu- en natuurgegevens, zoals vergunningen en waterkwaliteitsgegevens zou moeten worden toegevoegd.
2. In de omgevingsvisie benoemen wij onze ambities en beleidsdoelen voor de toekomst. Het bevat een strategische ruimtelijke richting voor de lange termijn. Het toevoegen van een systeem is dermate concreet en gericht op uitvoering dat dit niet past in een omgevingsvisie. Bovendien zijn deze gegevens openbaar en terug te vinden of op te vragen. Procedures voor vergunningen, die overigens door meerdere bestuurslagen worden verleend, zijn wettelijk bepaald en worden op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
3. Het voorzorgsbeginsel is een basis uitgangspunt: als over bepaalde zaken, zoals schadelijkheid van onkruidbestrijdingsmiddelen, geen wetenschappelijke consensus bestaat, dient het voorzorgsbeginsel het uitgangspunt te zijn voor de ontwerp omgevingsvisie. Indiener is van mening dat het voorzorgsbeginsel als uitgangspunt moet worden toegevoegd.
3. Het voorzorgsbeginsel wordt toegepast bij onzekerheid over risico's. Het speelt een rol in de vrije beslisruimte: het bevoegd gezag geeft aan welke onzekere risico's er in de lokale omstandigheden zijn te verwachten en hoe het daar mee omgaat. In paragraaf 7.3 is naar het voorzorgsbeginsel verwezen als nuttig kader waarbij aanvullend op dit algemene kader de thematische uitwerking (zie hoofdstuk 5) de afwegingskaders vormen voor de beoordeling van initiatieven binnen de verschillende deelgebieden (zie hoofdstuk 6). Hierdoor geeft de omgevingsvisie aan dat het voorzorgsbeginsel een algemeen afwegingskader vormt voor initiatieven in geval van onbekende risico's.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
14
4. Indiener is van mening dat de gemeente bij het planten van bomen beter kan kiezen voor bomen die een beetje zout niet erg vinden. Ook aanpassing aan verzilting is een vorm van klimaatadaptatie en moet worden benoemd in de ontwerp omgevingsvisie. Indiener adviseert om verzilting toe te voegen als gevolg van de klimaatcrisis waartegen we bestendig moeten zijn.
4. Zoals we hiervoor ook al in de beantwoording bij punt 2 van deze zienswijze hebben opgenomen wordt in de omgevingsvisie bewust niet tot in detail beschreven wat we precies gaan doen en hoe we dat gaan realiseren. De omgevingsvisie geeft richting en benoemt ambities voor de lange termijn. Een bepaalde boomkeuze is van een dergelijk detailniveau dat dit voor de omgevingsvisie geen optie is. Bij een uitwerking van de omgevingsvisie in een omgevingsprogramma zou een keuze wel aan de orde kunnen komen. Bovendien is er altijd sprake van maatwerk bij het bepalen van de boomsoort als we ergens nieuwe bomen gaan aanplanten. Daarbij houden we rekening met diverse randvoorwaarden zoals de beschikbare boven- en ondergrondse groeiplaats, bodemgesteldheid, grondwaterstand, wel of niet in verharding, nieuwste ontwikkelingen rond boomziektes, enzovoorts.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
5. Indiener stemt in met de wijze waarop boomkroonbedekking is opgenomen, maar geeft wel aan dat dit moet worden gemonitord en dat die informatie voor burgers beschikbaar moeten zijn. Indiener is van mening dat een systeem van monitoring en toegankelijke informatievoorziening moet worden toegevoegd.
5. We werken voor de omgevingsvisie een monitoringssysteem uit waarmee we zicht houden op de voortgang van onze koers. We kiezen als gemeente voor een jaarlijkse evaluatie van de omgevingsvisie. In die evaluatie brengen we in beeld welke vraagstukken en opgaven in de nabije toekomst een actualisatie van de omgevingsvisie wenselijk maken. Die evaluatie is openbaar. Voor de gemeentelijke bomen hebben we het boomkroonvolume opgenomen in het datapaspoort van de bomen. Hierdoor kunnen we voor gemeentelijke boomkronen nauwkeurig bijhouden wat het totale boomkroonvolume is. Voor het boomkroonvolume van alle bomen binnen Voorschoten, dus ook de bomen op particulier terrein, zijn we afhankelijk van derden. Deze gegevens worden bijgehouden in de landelijke klimaateffectatlas.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
6. Indiener stelt voor om de volgende punten op te nemen in de omgevingsvisie: a. Het belang van een gezonde en onverharde bodem. b. Het creëren van ruimte voor bomen. c. De landelijke bomennorm van het Norminstituut Bomen als uitgangspunt. d. Investeren in bomen tegen verdroging en vernatting en voor verkoeling.
6. Wij onderschrijven deze punten. Al deze punten maken echter al onderdeel uit van de omgevingsvisie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
15
e.
Bijhouden hoeveel kroonvolume aanwezig en nog nodig is in Voorschoten. 7. Voeg toe dat een klimaatrobuust en (ecologisch) duurzaam Voorschoten topprioriteit is voor alle deelgebieden. Indiener stelt voor om dieren en planten toe te voegen als expliciet aandachtsgebied. Voorts adviseert indiener om de werkwijze van het afwegingskader te verhelderen.
7. Wij begrijpen uw pleidooi voor prioriteren op dit thema. Opgaven voor bijvoorbeeld woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en overige milieuaspecten (als bijvoorbeeld geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit) kunnen we in onze afweging niet achterwege laten ten faveure van een klimaatrobuust en ecologisch duurzaam Voorschoten. Het maken van een afweging zal in alle gevallen maatwerk zijn. Dat maakt dat we vooraf geen afwegingskader zullen opnemen, maar per geval de omgevingsaspecten tegen elkaar zullen afwegen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Wij zijn de dieren zeker niet vergeten in de omgevingsvisie. Dieren worden op verschillende plaatsen in de omgevingsvisie genoemd. Zo ziet het streven naar het bevorderen van een gezond ecosysteem niet alleen op groen, maar ook op dieren. In de omgevingsvisie is opgenomen dat het versterken van de ecologische verbindingszones voor mens en dier is. 8. Indiener ziet dat er voor het buitengebied terecht geen bouwplannen zijn, met als doel om dat groen te houden. Indiener adviseert om expliciet toe te voegen dat in het buitengebied en op landje Rodenburg niet wordt gebouwd. 9. De omgevingsvisie is zo opgesteld dat de uitwerking naar het omgevingsplan relatief eenvoudig kan plaatsvinden. Welke stappen kunnen burgers en ondernemers zetten voor de omgevingsvisie als opstap naar het omgevingsplan? Aan welke knoppen kunnen zij draaien? - Voeg toe aan welke knoppen burgers en ondernemers kunnen draaien voor het opstellen van het omgevingsplan. - Voeg toe hoe burgers en ondernemers maatwerk kunnen voorstellen voor het omgevingsplan.
8. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is inderdaad om het buitengebied te sparen. Ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen, vinden primair ‘binnendorps’ plaats. Door slim te verdichten binnen het bestaande bebouwde gebied zal het waardevolle buitengebied groen blijven.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
9. Wij betrekken inwoners, ondernemers, instellingen en organisaties zo veel mogelijk bij het maken en uitvoeren van beleid. Dit is bovendien opgenomen in de Participatienota ‘Samen maken wij Voorschoten sterk 2024’. Wij zullen burgers en ondernemers dan betrekken bij het opstellen van het omgevingsplan. Op het moment dat de participatie vorm wordt gegeven, zal ook worden aangegeven aan welke knoppen er gedraaid kan worden.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
16
12. Rijkswaterstaat 1. Indiener verzoekt om tijdig in overleg te treden indien de (totale) ontwikkelingen een (negatief) verkeerseffect hebben op het hoofdwegennet.
1. De gemeente onderschrijft het belang van goed overleg met alle wegbeheerders bij ontwikkelingen die mogelijk effect hebben op het hoofdwegennet of op andere infrastructuur. Zowel bij tijdelijke verkeersmaatregelen, zoals wegwerkzaamheden en omleidingen, als bij permanente wijzigingen, zal tijdig in overleg worden getreden met de betrokken wegbeheerders.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Bij definitieve wijzigingen volgt de gemeente de formele procedure door het nemen van verkeersbesluiten.
13. Gemeente Wassenaar 1. Indiener mist een analyse van de visies van de regiogemeenten en de NOVEX.
1. In hoofdstuk ‘3 Uitdagingen en kansen’ zijn de belangrijkste thema’s en de positie van Voorschoten in de regio en haar samenwerkingsverbanden van belang voor de omgevingsvisie in kaart gebracht.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Voorschoten participeert met de regiogemeenten actief in de Novex Zuidelijke Randstad. Voor Voorschoten is hier met name de versterking van het openbaar vervoer langs de Oude Lijn rond stations Voorschoten en De Vink van belang. Het gaat dan zowel om beter benutten van de stations als de stationsomgevingen. In de omgevingsvisie komen deze ambities op meerdere plekken terug, onder andere in het omgevingsprogramma ‘Ontwikkeling stationsgebieden’. 2. Indiener verzoekt inzake het Uitvoeringsprogramma van de Landschapstafel Duin Horst & Weide om in de omgevingsvisie toe te voegen welke rol Voorschoten voor zichzelf in de uitwerking ziet weggelegd en waar zij prioriteit aan wil geven. 3. Indiener vindt het niet duidelijk op welke wijze de gemeente meer groen wil toevoegen. Indiener vraagt zich af of het om meer groen gaat, om andere vormen van groen of om te ontstenen.
2. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. In hoofdstuk ‘7 Uitvoering en monitoring’ wordt op hoofdlijnen aangegeven hoe en met wie de gemeente de ambities en doelen verder wil uitwerken.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
3. Over welke soorten groen staat in paragraaf 5.4.2. onder ‘Kwalitatief meer groen’: “In het dorp werken we ook aan meer groen, bijvoorbeeld bij de herinrichting van de openbare ruimte, met tegelwippen, het vergroenen van middenbermen en door meer (grote) bomen te planten.”. Dus het gaat om verschillende genoemde vormen van groen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
17
Verder vraagt indiener zich af wat wordt bedoeld met dat er gestreefd wordt naar 5% landschapselementen binnen een beschermd dorpsgezicht dat zich kenmerkt door gaaf en waardevol cultuurlandschap. Indiener is van mening dat een meer zorgvuldige cultuurhistorische analyse inzicht kan geven hoe de unieke kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht, tevens provinciale Kroonjuweel hersteld en/of versterkt kan worden.
Onder ‘Kwalitatief hoogwaardig groen’ in paragraaf 5.4.2 is opgenomen hoe we omgaan met kwalitatief hoogwaardig groen: ”Het huidige groen willen we in stand houden en versterken. Groenstructuren willen we aan elkaar verbinden, zowel hoofdgroenstructuren als wijkgroenstructuren. Dit geldt ook voor onze waterstructuren. We houden ook rekening met kleine onderdelen, zoals poelen, wegbermen en nestgelegenheden rondom woningen. Eentonige boomen heesterstructuren vullen we waar mogelijk aan met verschillende inheemse bomen en ons groen beheren we natuurinclusief. In het buitengebied beschermen en ontwikkelen we de voor Voorschoten karakteristieke natuurtypen, zoals de stinsenflora en de bostypen in de landgoederen, het vochtige bostypen (Elzenbroek) en natte gras- en hooilanden in de strandvlakten. De provincie Zuid-Holland heeft 40 icoonsoorten benoemd die van belang zijn voor gezonde natuur en biodiversiteit. We werken aan het verbeteren van de leefomgeving van deze icoonsoorten.” Het soort landschapselementen dat toegevoegd wordt is altijd maatwerk. Als voorbeeld kan gedacht worden aan het realiseren van een ‘groene bomenlaan’ op de Veurseweg in het buitengebied, die op de omgevingsvisiekaart is aangegeven. Genoemde ambities zullen in een later stadium uitgewerkt worden.
4. Indiener stelt dat de kansen, zoals benoemd op p. 40, 87, 89 een duiding missen waar de samenwerking uit zal bestaan en wat ervoor nodig is om bijvoorbeeld thema’s uit het Koersdocument ‘Toekomstbestendig Cultuurlandschap’ van de Landschapstafel Duin Horst & Weide gerealiseerd te krijgen. Indiener ziet graag een optimalisatie benoemd in de verder afstemming van de onderlinge programma’s op dit vlak. Dat kan volgens indiener door het opnemen van de programma’s en uit te voeren projecten van NPHD en de Landschapstafel (p 38, 87-88), zoals dat ook voor Holland Rijnland is gebeurd. Vanuit de
4. Wij onderschrijven het belang van samenwerking en afstemming.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
In hoofdstuk 7 van de concept omgevingsvisie wordt ingegaan op de operationalisering in omgevingswetinstrumenten. De vraag naar de duiding van de samenwerking komt onzes inziens te vroeg. Voordat we nadere duiding aan de samenwerking kunnen geven willen we eerst een operationaliseringsslag maken in omgevingsprogramma's. Vanuit de thema's in deze programma's kunnen we concreter benoemen waar de samenwerking voor alle partijen meerwaarde oplevert.
18
wetenschap dat beide gemeenten werken op het grensgebied van Haagse en Leidse regio hecht indiener grote waarde aan genoemde samenwerking en afstemming vanwege de grote diversiteit aan plannen en programma’s. Ook hier adviseert indiener expliciet aandacht te besteden aan de NOVEX, die in de toekomst steeds meer nadrukkelijk van invloed zal zijn op de ruimtelijke ontwikkeling van de betrokken gemeenten. 5. Bij het benoemen van kansen van een vitaal ondernemerschap (p. 59-60) hoort volgens indiener ook een vitale agrarische sector. De omschakeling naar nieuwe bedrijfsvormen is alleen mogelijk als er voldoende, robuuste landelijk gebied over blijft voor een gezonde bedrijfsvoering, waarbij de agrariërs de dragers van het landschap kunnen blijven. Indiener stelt dat een uitspraak als dat woningbouw ‘in principe binnen het bestaand stedelijk gebied’ wordt gezocht, vraagtekens oproept. Indiener adviseert expliciet de aanbevelingen en handreiking uit het door de Landschapstafel geaccordeerde rapport ‘Toekomstbestendig cultuurlandschap’ over te nemen. 6. Indiener adviseert om de analyse van rapport ‘Toekomstbestendig cultuurlandschap’ te benutten en meer te benadrukken dat het gaat om een gezamenlijk inzet voor de groenblauwe bufferfunctie, die gemeentegrensoverschrijdend is.
Indiener is van mening dat het raadzaam is om bij het opzetten van programma’s en ontwikkelingen van ecologische zones de Landschapstafel te betrekken. 7. Indiener stelt dat de beoogde transformatie en verdichting rond het station Voorschoten een goede regionale afstemming vereist vanwege de
5. Indiener legt blijkbaar een relatie tussen een gezonde en vitale agrarische sector en woningbouw. Dat wij in deze omgevingsvisie woningbouw in principe binnen bestaand stedelijk gebied zoeken is geheel in lijn met het actueel provinciaal beleid. Wij nemen de aanbeveling en de handreiking waarnaar verwezen wordt graag mee in de programmatische uitwerking van deze omgevingsvisie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
6. Deze zienswijze raakt aan eerdere onderdelen van de reactie van indiener. De zienswijze raakt aan de samenwerking via de landschapstafel en het benutten van beschikbare analyses voor de programmatische uitwerking. Het advies van indiener is waardevol en zal in de uitwerking worden meegenomen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
7. De reactie van indiener komt voor ons gevoel te vroeg. Het stationsgebied is, in de lijn van Novex, een gebied met potentie. In de fase waarin we nu zitten kunnen we nog geen duidelijkheid geven over herbestemming versus sloop.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
19
ruimtelijke en functionele impact die dit kan hebben op de omliggende kwetsbare veenweidegebieden. Mede vanuit oogpunt van circulariteit en het realiseren van duurzaamheidsambities mist indiener een inzet op herbestemming in plaats van sloop van bestaande bebouwing.
Het is van belang dat we eerst onderzoeken wat we met dit gebied kunnen en willen.
14. Rijnhart Wonen 1. Indiener staat positief tegenover het feit dat de gemeente in blijft zetten op tenminste 30% sociaal huurwoningen en 35% woningen in de middenhuur, en minimaal 67% betaalbare op gemeentegrond. Ook vindt indiener het een goed streven dat bijzondere en reguliere doelgroepen verspreid kunnen wonen in Voorschoten. Volgens indiener vraagt dit van de gemeente inzet om ook in wijken waar nu minder sociale huurwoningen zijn, mogelijkheden te stimuleren. Indiener vraagt de gemeente dit nog duidelijker in de omgevingsvisie op te nemen en in het volkshuisvestelijk programma c.q. woonzorgvisie concreet te maken.
1. Wij begrijpen het pleidooi om in wijken waar minder sociale huurwoningen zijn de mogelijkheden om meer sociale huurwoningen te stimuleren. Voorschoten zet serieus in op betaalbare woningbouw. Indiener onderkent en ondersteunt dit ook. De reactie wordt gelezen als een pleidooi voor verdichting. In paragraaf ‘5.2.2. Plezierig wonen voor alle leeftijden’ wordt ingezet op binnendorpse verdichting (‘Waar we bouwen’), op een evenwichtige bevolkingsopbouw en woningbouwprogrammering (‘Voor wie we bouwen’) en naar behoefte (‘Hoeveel we bouwen’). In ‘Waar en hoe we bouwen’ wordt aangegeven dat wij van 2030 tot 2040 circa 1.000 woningen willen realiseren en wordt indicatief aangegeven waar en hoe dit kan. Hiermee sluiten wij aan bij de zienswijze. In verschillende omgevingsprogramma’s, zoals het (verplichte) Volkshuisvestingsprogramma kan hier invulling aan gegeven worden. Zie hiervoor paragraaf 7.3.1.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Feit is wel dat de gemeente niet overal een grondpositie heeft. Wij kunnen de gevraagde verdichting niet overal actief sturen. Vanuit deze situatie leggen wij bij elk woningbouwinitiatief de door ons gewenste programmering op sociale huurwoningen en woningen in het middensegment vast in een anterieure overeenkomst. Mocht de indiener mogelijkheden zien om meer te doen dan willen wij indiener vooral uitnodigen dit in de prestatieafspraken mee te nemen. 2. Indiener mist in de omgevingsvisie de kansen die Vlietland biedt. Indiener is van mening dat een groene verbinding vanuit de aangrenzende wijken maakt dat dit gebied toegankelijker kan worden voor de bewoners van Voorschoten. Volgens
2. De gemeente herkent zich niet in het beeld dat de indiener schets. In de omgevingsvisie gaan goed wonen, een rijk en sociaal (verenigings)leven in een goed verbonden groenblauwe leefomgeving samen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de kansen die Vlietland biedt.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
20
indiener kan hiermee de leefbaarheid van aangrenzende wijken verbeteren. De locatie en de ontwikkeling van de IJsbaan speelt hier volgens indiener een cruciale rol. Indiener stelt dat de IJsbaan geschikt is voor wonen, gecombineerd met de andere functies (50% wonen en 50% meervoudig ander gebruik). In de omgevingsvisie ligt meer nadruk op de verbinding richting Wassenaar, dan de stap over het water te maken. Indiener ziet graag dat de gemeente ook voor deze verbinding, inclusief de ontwikkeling van de IJsbaan, concreet actie onderneemt.
In de omgevingsvisiekaart is dit goed verbeeld. Zo staat de door indiener gewenste ‘transformatie en verdichten na 2030’ van Vlietwijk op de kaart. Ten noorden van Vlietwijk is er in lijn met de zienswijze de ambitie om ‘groene, ecologische en recreatieve routes’ te versterken. Zowel in de richting van Adegeest/Wassenaar als Vlietland. Ook staat de schaats- en skeelerbaan als ‘sportaccommodatie’ ingetekend. In de reactie legt indiener impliciet een ruimteclaim op de ijsbaan, namelijk 50% woningbouw. Vanuit de grote opgave om woningen te realiseren begrijpen wij deze claim. Om netcongestie tegen te gaan dient in Voorschoten een onderstation voor elektriciteit gerealiseerd worden. Deze locatie is als één van de vier zoeklocaties benoemd. Ook is besloten tot aanleg van een schaatsen skeelerbaan. Er is daarmee geen ruimte voor woningbouw.
3. Indiener is van mening dat verdichting in bestaande wijken nodig is om voldoende woningen toe te kunnen toevoegen. Volgens indiener is verdichting een keuze: als hiervoor wordt gekozen betekent het dat andere opgaven in de openbare ruimte mogelijk niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Indiener ziet in de omgevingsvisie graag een prioritering van de opgaven op thema in of binnen de gebieden.
3. In het eerste deel van de reactie van indiener (meer mogelijkheden voor sociale woningbouw in bestaande wijken) wordt al gehint op verdichting. Bij recente uitwerkingskaders voor woningbouwprojecten hebben we ervaren dat verdichting en ruimtelijke kwaliteit hand in hand moeten gaan. Bij verdichting is het verkrijgen van draagvlak een heel belangrijke succesfactor. Wij begrijpen het pleidooi voor prioriteren op thema. De werkelijkheid is daarentegen niet helemaal zwart-wit. Opgaven als energietransitie en klimaatadaptatie kunnen we niet achterwege laten ten faveure van woningbouw.