Bijlage 2 A buitenplaats huize bijdorp_toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitenplaats Huize Bijdorp
Bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp
Projectnummer 0464889.100 Revisie vastgesteld Datum 27 oktober 2021
Auteur(s) C. van Tilburg M. Schouten J.D. van den Broek
Opdrachtgever Congregatie van de H. Catharina van Siëna zusters Dominicanessen van Voorschoten Veurseweg 3 2251 AA Voorschoten
datum vrijgave beschrijving revisie 27 oktober 2021 vastgesteld
goedkeuring C. van Tilburg
vrijgave A. Hatzman
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Inleiding Aanleiding en doel Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen Planproces Digitalisering Voortschrijdend inzicht planuitgangspunten Leeswijzer
5 5 6 6 8 8 8 9
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 15 26
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Huidige situatie en planbeschrijving Analyse huidige situatie Visie en stedenbouwkundige uitwerking Beeldkwaliteit
35 35 40 47
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Sectorale aspecten Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Archeologie, cultuurhistorie en landschap Bodem Niet Gesprongen Explosieven Ecologie Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalverbindingen Ladder voor duurzame verstedelijking Water Duurzaamheid Vormvrije m.e.r.-beoordeling
51 51 53 54 57 60 61 62 66 68 72 72 73 75 75
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Plansystematiek Artikelsgewijze toelichting
77 77 77
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving
83 83 83 84
Toelichting
blad 3 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
blad 4 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel De Congregatie H. Catharina van Siena, dominicanessen van Voorschoten (vanaf hier: de Congregatie) op buitenplaats Huize Bijdorp nadert haar voltooiing. De Congregatie wil graag zelf richting geven aan haar nalatenschap. De wens/visie van de Congregatie is om de buitenplaats toekomstbestendig te maken met respect voor huidige aanwezige waarden en daarbij eventuele ontwikkelmogelijkheden. Daarnaast dient voldoende financiële ruimte te zijn zodat tot aan het eind de zorg en het gemeenschapsleven van de zusters gegarandeerd blijven, maar ook nadien de buitenplaats en daarop aanwezige natuurwaarden op een juiste wijze kunnen worden beheerd. Het doel van de Congregatie is om de buitenplaats een maatschappelijke functie te geven als vertaling van de waarden waar de zusters hun leven aan hebben gewijd. De toekomst van de buitenplaats moet passen bij het leven en het gedachtegoed van de zusters. Centrale begrippen in de visie voor de toekomstige doorontwikkeling zijn dan ook de huidige waarden van het gebied (zie paragraaf 3.1.3) in combinatie met kernwaarden van de Congregatie zoals toewijding, zorg voor elkaar, gezamenlijkheid, gastvrijheid en een buitenplaats voor jong en oud.
Figuur 1.1: Ligging van buitenplaats Huize Bijdorp (rode kader) in Voorschoten. Met aandacht voor het behoud en de versterking van de cultuurhistorische, natuur- en landschappelijke waarden is een ontwikkelingsvisie opgesteld voor het toekomstbestendig maken van de buitenplaats (zie paragraaf 3.2 en 3.3 voor beschrijving van de stedenbouwkundige visie voor doorontwikkeling van de buitenplaats Huize Bijdorp). Het onderhavige bestemmingsplan biedt het juridisch-planologische kader voor de herontwikkeling van buitenplaats Huize Bijdorp. blad 5 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
1.2
Ligging plangebied Het plangebied (buitenplaats huize Bijdorp) is gelegen in de kern Voorschoten ten zuiden van het centrum. Het is ingeklemd tussen de Veurseweg (N447) in het noordwesten en de Vliet in het zuidoosten. In het noordoosten en zuidwesten liggen respectievelijk de woonwijken Vlietwijk en Starrenburg. De Valkeweg snijdt door het plangebied in het zuidoostelijke deel. Het gehele plangebied is van het klooster en in de huidige situatie niet opengesteld voor publiek.
Figuur 1.2: Luchtfoto van het plangebied (rode kader).
1.3
Geldende bestemmingsplannen Het planvoornemen is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Starrenburg’ (onherroepelijk op 30 oktober 1986) en bestemmingsplan ‘Voorschoten Oost’ (vastgesteld op 16 mei 2012). In het bestemmingsplan 'Starrenburg' (zie figuur 1.3) hebben de gronden de bestemming Bijzondere doeleinden, klasse A, met bijbehorende erfen en bouwmogelijkheden die zijn aangegeven binnen de bouwvlakken. De gronden zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van religieuze doeleinden, klooster, met daarbij behorende bijgebouwen, andere bouwwerken, tuinen en parkeergelegenheden.
blad 6 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Figuur 1.3: Uitsnede van bestemmingsplan 'Starrenburg' met de bestemming 'Bijzondere doeleinden klasse A' voor het plangebied. Voor een deel van de buitenplaats is nadien het bestemmingsplan ‘Voorschoten Oost’ vastgesteld. Dit betreffen de gronden met de bestemming 'Bos' en de bestemming 'Groen' (zie figuur 1.4).
Figuur 1.3: Uitsnede van het bestemmingsplan 'Voorschoten Oost' met bestemming 'Bos' (donkergroen) en bestemming 'Groen' (lichtgroen). Voor het plangebied is met de gemeente Voorschoten en een participatietraject met omwonenden/belanghebbenden een spelregelkaart ontwikkeld op basis van uitvoerig participatietraject. Vervolgens op basis van overleggen gemeente en provincie Zuid-Holland, gekomen tot stedenbouwkundige visie. De stedenbouwkundige visie, programmatische en ruimtelijke ontwikkelingen en beeldkwaliteitsplan worden verder beschreven in hoofdstuk 3. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de gebruiks- en bouwmogelijkheden van beide bestemmingsplannen. Vanwege deze strijdigheid is dit nieuwe juridisch-planologisch blad 7 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
kader (bestemmingsplan) opgesteld.
1.4
Planproces Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpbestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken wordt dan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op de stukken naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Eventueel ingediende zienswijzen worden voorzien van een passend antwoord. Door de initiatiefnemer worden omwonenden middels een (digitale) inloopavond in de gelegenheid gesteld op de ontwikkeling / het bestemmingsplan te reageren. Ook vinden regelmatig gesprekken plaats. Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen vinden waar nodig aanpassingen aan de stukken plaats. De ingediende zienswijzen worden afgewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt nogmaals ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State.
Dit kan uitsluitend door belanghebbenden die ook een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan hebben ingediend, of door andere belanghebbenden voor zover het onderdelen betreft die door de gemeenteraad gewijzigd zijn vastgesteld.
1.5
Digitalisering Het bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp is voorbereid conform de Wet ruimtelijke ordening die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Uniformering, landelijk geldende standaarden en digitale uitwisselbaarheid zijn kernbegrippen. In de Wro is eenduidig vastgelegd dat de digitale versie van het bestemmingsplan prevaleert boven de analoge (papieren) versie. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is uitgegaan van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP 2012 (SVBP 2012). De verbeelding bij dit bestemmingsplan is gemaakt volgens IMRO-2012. Het bestemmingsplan is hiermee digitaal uitwisselbaar en raadpleegbaar, zowel voor de burger als voor de betrokken (overheids)instanties.
1.6
Voortschrijdend inzicht planuitgangspunten Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan zijn enkele planuitgangspunten gewijzigd (op basis van de (milieu)onderzoeken en afstemming tijdens het vooroverleg met verschillende instanties). Op de Bungalowlocatie was het planuitgangspunt om 22 woningen toe te voegen. Op basis van nader onderzoek en voortschrijdend inzicht is dit aantal teruggebracht naar maximaal 12 woningen. Voor de benutting exclaveringsmogelijkheid betekent dit dat er gebruik gemaakt wordt van 2.000 vierkante meter exclavering in plaats van 2.500 vierkante meter. Een vermindering van 500 vierkante meter exclavering. De 2.000 vierkante meter exclavering is onderverdeeld in 1.300 vierkante meter voor de hoofdgebouwen en buitenruimten en in 700 vierkante meter gemeenschappelijke voorzieningen. In de regels van het bestemmingsplan zijn deze vierkante meters geborgd. Omdat er nog geen gedetailleerd ontwerp voor de woningen beschikbaar is, is voor het aanduidingvlak een oppervlakte van 3.000 vierkante meter opgenomen waarbinnnen de ontwikkeling (binnen het kader van de planregels) kan worden gerealiseerd.
blad 8 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
De in mindering gebrachte woningen van de Bungalowlocatie zijn toegevoegd aan de woningaantallen in de nieuwbouw van het klooster. Per abuis was dit nog niet verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Bij de vaststelling van het plan wordt dit hersteld en wordt uitgegaan van 12 woningen op de Bungalowlocatie en 175 woningen / appartementen binnen de bestemming 'Gemengd' (locatie klooster). Deze wijziging heeft ertoe geleid dat 10 extra woonappartementen(categorie middelduur) toegevoegd worden aan de locatie klooster. Hierdoor zullen geen ruimtelijke wijzigingen optreden omdat de woningen binnen het beoogde bouwvolume worden gerealiseerd. De uitgangspunten zijn geborgd in de regels van het bestemmingsplan. In de onderzoeken (bijlagen bij het bestemmingsplan), programma en toetsing aan milieuaspecten in hoofdstuk 4 wordt (op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken), indien onvermijdelijk, uitgegaan van de oude uitgangpunten. Omdat de oude uitgangspunten een groter programma betroffen wordt dit gezien als worstcase scenario waarbinnen de huidige bovengenoemde uitgangspunten passend zijn.
1.7
Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan is als volgt opgesteld: In hoofdstuk 2 wordt het relevante beleid dat als basis dient voor dit bestemmingsplan besproken. In hoofdstuk 3 wordt de visie voor de doorontwikkeling van het plangebied gepresenteerd. De verschillende milieuaspecten die van belang zijn voor het bestemmingsplan worden besproken in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de juridische planbeschrijving. De economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan komen aan de orde in hoofdstuk 6.
blad 9 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
blad 10 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Hoofdstuk 2
Beleidskader In dit hoofdstuk is een beschrijving van het relevante Rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid weergegeven. Daarbij is planspecifiek aangegeven of de doorontwikkeling passend is binnen het beleid. Het beleid in dit hoofdstuk richt zich voornamelijk op het ruimtelijk domein. Specifiek (milieu)beleid wordt weergegven bij uitwerking van de sectorale aspecten in hoofdstuk 4. Daar waar van toepassing wordt in dit hoofdstuk doorverwezen naar de specifieke paragraaf / bijlage die verder ingaat op het betreffende onderwerp.
2.1
Rijksbeleid Het rijksbeleid op het terrein van de ruimtelijke ordening is op diverse plaatsen beschreven en is de laatste jaren sterk in beweging. Natuurlijk moeten alle elementen zoals genoemd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in voldoende mate en op een zorgvuldige wijze aandacht krijgen. Dit geldt ook voor het nader uitvoering geven aan de vernieuwde decentralisatiegedachte en deregulering van RO-taken. Dit bestemmingsplan is voorbereid overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
2.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. In de SVIR en de monitor Infrastructuur en Ruimte zijn 13 nationale belangen beschreven. Buiten die belangen hebben de decentrale overheden (provincie en gemeenten) beleidsvrijheid. De nationale belangen die juridische doorwerking vragen worden vanaf de inwerkingtreding geborgd in het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als AMvB Ruimte. De AMvB Ruimte geeft regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is in 2012 in werking getreden. De koers die het rijk uitzet met de SVIR (decentraal, tenzij..) betekent voor de gemeente dat voor het herzien van bestemmingsplannen meer dan voorheen moet worden ingezet op een goede afstemming op de provinciale structuurvisie Zuid-Holland. Het Rijk toetst gemeentelijke ruimtelijke plannen niet meer vooraf op strijdigheid met nationale belangen, zoals milieuregels. Wel controleert het Rijk voor gebieden die het Rijk in eigendom heeft, nog of de plannen niet botsen met de rijksbelangen van de grondeigenaar.
Planspecifiek De SVIR heeft een dusdanig abstractieniveau dat er geen directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's op het onderhavige bestemmingsplan van toepassing zijn.
2.1.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. De visie geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie.
blad 11 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Planspecifiek De NOVI heeft een dusdanig abstractieniveau dat er geen directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's op het onderhavige bestemmingsplan van toepassing zijn.
2.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Voor gemeente Voorschoten is hierin van belang: Toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; De ruimte reservering voor de parallelle kaagbaan; Zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; Aan de provincies is opgedragen om herijkte EHS te beschermen; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; Nationale landschappen zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd; Kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking en voor de bufferzones. Planspecifiek Het voorgenomen project past binnen de geformuleerde doelstellingen. Het beleid staat de uitvoering van het voorgenomen plan niet in de weg.
2.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte werd de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard gemotiveerd te worden met behulp van drie opeenvolgende treden. Deze treden borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van het Bro gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een functie of dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Concreet betekent dit dat met betrekking tot de (economische) behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of economische gevolgen van die vestiging ruimtelijke effecten (bijv. leegstand) relevant zijn. Artikel 3.1.6.
lid 2 van het Bro luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Dat betekent: eerst bepalen of een nieuwe ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, vervolgens kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, daarna analyseren of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en tot slot afwegen of de ontwikkeling negatieve ruimtelijke gevolgen tot gevolg kan hebben. Relevantie plangebied De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'
blad 12 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het gaat hierbij zowel om fysiek ruimtebeslag als de wijziging of toevoeging van functies. In geval van globale bestemmingen moet de laddertoets formeel gaan over de maximale planologische mogelijkheden. Toetsing Conform de systematiek en de relevante jurisprudentie van de Ladder is het noodzakelijk om de behoefte te onderbouwen van de woningbouwontwikkeling en de verschillende daarbij behorende voorzieningen. De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet kwantitatief en/of kwalitatief opzicht worden aangetoond. De kwantitatieve behoefte betreft het aantal voorzieningen en de omvang hiervan. De kwalitatieve behoefte betreft specifieke segmenten waarin de behoefte zich concentreert. Het onderzoek is verder getoetst en uiteengezet in paragraaf 4.11 en bijlage 13. Conclusie Uit het behoefte onderzoek blijkt dat de ontwikkeling passend is binnen de behoefte. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
2.1.5
Archeologie en erfgoed Cultureel erfgoed In 1994 is Nederland toegetreden tot het Verdrag van Granada (1985). Daarin staat dat bescherming van het architectonisch erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening; niet alleen bij de planologische uitwerking, maar ook bij het vormgeven aan ontwikkelingen. In het verdrag van Granada staan drie beleidsdoelen centraal, namelijk: Bescherming van het architectonische erfgoed tegen de gevolgen van atmosferische vervuiling; Nieuwe en verbeterde financieringsfaciliteiten ter ondersteuning van de oude gebouwde omgeving; Het geven van een nieuwe dimensie aan het begrip 'monument'. Dit heeft een nationale doorwerking gekregen in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009. De Erfgoedwet vormt de basis als het gaat om de bescherming, behoudt en benutting van cultureel erfgoed boven en onder de grond. Het regelt de aanwijzing van rijksmonumenten, beschermde stads- dorpsgezichten en de archeologische monumentenzorg. De wetgever verplicht gemeenten met artikel 3.1.6 onder lid 5 sub a Bro om in bestemmingsplannen aan te geven hoe om te gaan met cultuurhistorische waarden. Planspecifiek In het plangebied is de oude toegangspoort toegewezen als Rijksmonument. De poort zal als dusdanig behouden blijven en er zullen hier geen ontwikkelingen plaatsvinden.
De cultuurhistorische waarden in het plangebied worden behandeld in paragraaf 4.4.2. Beschermd stads en dorpsgezicht Eén van de meest invloedrijke rijksoverheidsbesluiten voor het behouden van de lokale ruimtelijke en architectonische kwaliteit en bescherming van het culturele erfgoed is het beschermen van gebieden, de zogenaamde stads- en dorpsgezichten. De bescherming door het Rijk verplicht de gemeente een bestemmingsplan op te stellen waarin de culturele erfgoedwaarden gewaarborgd worden. In de gemeente Voorschoten maakt een aanzienlijk deel van de gemeente deel uit van de 'landgoederenzone Wassenaar, Voorschoten en
blad 13 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Leidschendam-Voorburg', ook ligt een beschermd stadsgezicht op het centrum van de kern Voorschoten. Planspecifiek Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gezicht. Archeologie De afgelopen eeuwen is het tempo waarin wij de grond onder onze voeten roeren in razend tempo toegenomen. Of het nu woningbouw, intensieve landbouw, infrastructuur, industrie of natuurontwikkeling is: vrijwel alle ingrepen gaan gepaard met verstoring of vernietiging van bodemlagen die sporen van ons collectieve verleden bevatten. Daarom ondertekende Nederland in 1992 het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed – kortweg het Verdrag van Malta (ook wel: Valletta). De achterliggende gedachte is dat het bodemarchief eindig en kwetsbaar is en als bron van onze geschiedenis beschermd moet worden. Sindsdien is het uitgangspunt van het rijksbeleid dat archeologische waarden volwaardig meetellen bij beslissingen over gebruik en inrichting van de ruimte in ons land. De term ‘archeologische monumentenzorg’ (afgekort aangeduid als: AMZ) geeft de kern daarvan goed weer: archeologie is niet meer synoniem voor wetenschappelijk onderzoek en opgravingen, maar bestrijkt het hele proces van beheer van de ondergrond, behoud, selectie en besluitvorming over verwachte en aanwezige archeologische waarden.
In Nederland is er bij de implementatie van ‘Malta’ voor gekozen om gemeenten een sleutelrol te laten spelen bij het beheer van het bodemarchief. Gemeenten zijn op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om de bestemming van gronden en de daarbij behorende regels binnen een periode van tien jaar opnieuw vast te stellen. Ten gevolge van de Wamz moet de gemeente daarbij nu rekening houden met aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Hiermee is de implementatie van de archeologische monumentenzorg geheel geïntegreerd in de ruimtelijke wetgeving en besluitvormingsprocedures. De sinds 2007 ingevoerde wijzigingen houdt in dat bij ruimtelijke plannen de initiatiefnemer van de ruimtelijke ingreep door het bevoegd gezag kan worden verplicht de archeologische waarde van het te verstoren terrein aan te tonen. Indien de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag is vastgesteld (bijvoorbeeld door middel van archeologisch vooronderzoek) kunnen de aanwezige en bedreigde archeologische waarden in de belangenafweging worden meegewogen, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag van Valetta (Malta). Daarin neemt de zorg voor het archeologisch erfgoed een belangrijke plaats in. Planspecifiek De archeologische waarden in het plangebied worden behandeld in paragraaf 4.4.1.
2.1.6
Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet heeft als doel het beschermen van flora en fauna, (natuur-)gebieden en bossen. De nieuwe wet natuurbescherming bevat niet alleen regels ten aanzien van beschermde soorten flora en fauna en 'ruimtelijke ingrepen', maar ook andere onderwerpen zoals bezit en handel, gebiedsbescherming, houtopstanden, beheer en schadebestrijding. Voor projecten die betrekking hebben op 'ruimtelijke ingrepen', zoals sloop- en renovatiewerkzaamheden en nieuwbouwprojecten zijn de onderwerpen soortenbescherming en gebiedsbescherming relevant. Gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot een Natura 2000-gebied. Ondanks de afstand tot de Natura 2000-gebieden in de buurt (Meijendel en Berkheide) en de beperkte hoeveelheid woningen
blad 14 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
die worden gebouwd, is een stikstofberekening nodig om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de Wet natuurbescherming (zie ook paragraaf 4.7). Op lange termijn worden geen effecten verwacht die van betekenis kunnen zijn voor de natuurwaarden van beschermde gebieden. Het plangebied is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen ecologische hoofdstructuur (EHS). Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting van de natuurdoelen of landschappelijke waarden. Dit onderdeel wordt verder uiteengezet in paragraaf 4.7.2. Soortenbescherming: De grootste verandering in de Wet natuurbescherming betreft de soortenbescherming. Een aantal soorten zijn in de huidige wet niet meer beschermd, terwijl andere soorten juist zijn toegevoegd aan de lijst van beschermde soorten. Dit onderdeel wordt nader toegelicht in paragraaf 4.7.1. Daarnaast is er altijd sprake van zorgplicht: Bij de uitvoering van de werkzaamheden moet voldoende rekening gehouden worden met alle in het wild voorkomende dieren en hun leefomgeving. Indien nodig moeten beschermende en/of mitigerende maatregelen genomen worden. Dit betekent onder andere dat bedreiging of verstoring zoveel mogelijk voorkomen moet worden en dat de individuele dieren de ruimte geboden wordt zich te verplaatsen naar niet verstoorde gebieden.
2.1.7
Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Nederland voldoet hiermee aan de Europese eisen om actuele plannen en programma's op te stellen ten aanzien van duurzaam watergebruik en waterveiligheid. Planspecifiek In het plan worden normen gesteld voor de hoogte van dijken en de ruimte voor reservering van waterberging. Het onderhavig plangebied valt niet binnen het waterbergingsgebied, waardoor het Waterplan geen gevolgen heeft voor de voorgenomen ontwikkeling.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per
blad 15 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid.
Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. 1.
2.
3.
blad 16 van 85
Inpassing: Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing: Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie: Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Figuur 2.1: Soorten ontwikkeling (bron Omgevingsvisie Zuid-Holland) De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Planspecifiek Om te beoordelen of de ruimtelijke ontwikkeling passend is, is het plan getoetst aan de gebiedsprofielen van ruimtelijke kwaliteit. Op basis van de kwaliteitskaart zijn de volgende richtpunten van belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de onderzoekslocatie. Laag van ondergrond Het plangebied is gelegen in (zie figuur 2.2) vier typen ondergrond: 'Rivierdeltacomplex- jonge zeeklei': Voor 'Rivierdeltacomplex- jonge zeeklei' geldt dat de gronden overwegend bestaan uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen.
Het richtpunt voor ontwikkelingen in het gebied is: Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. 'Bijzonder reliëf -rivierduin'; Voor deze gronden geldt dat de gronden overwegend bestaand uit zeezandafzetting. Richtpunten voor dit gebied zijn: 1. Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). 2. Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. 3. Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. Strandwallen en oude duinen: Voor deze gronden geldt dat de gronden overwegend bestaand uit zeezandafzetting. Richtpunten voor dit gebied zijn: 1. Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). 2. Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. blad 17 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
3.
Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. Veencomplex - oude zeeklei (deze gronden zijn gelegen binnen het plangebied. Op deze gronden zullen geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden.
Figuur 2.2 Kwaliteitskaart 'Laag van de ondergrond', projectlocatie rood omlijnd (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is niet gelegen in één van de door de kwaliteitskaart 'laag van cultuur- en natuurlandschappen' aangewezen gebieden. De richtlijnen die horen bij voorgenoemde kaart zijn niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling. Laag van stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen 'Steden en dorpen' en 'Stads- en dorpsrand (200 meter)'. Vanwege de ligging in het gebied dat is aangewezen als 'steden en dorpen' zijn de volgende richtpunten van toepassing: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van de stad, kern of dorp; Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur; Daar waar hoogbouw niet samenvalt met 'zwaartepunten' in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving; Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden); Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden
behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt; Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied; Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en blad 18 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
de samenhang met de omgeving. Voor 'Stads- en dorpsrand (200 meter) ' geldt het volgende richtpunt: Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).
Figuur 2.3 Kwaliteitskaart 'Laag van stedelijke occupatie' (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Laag van beleving Het plangebied is gelegen in 'Landgoedbiotoop, historisch landgoed'. Zuid-Holland kent een groot aantal historische buitenplaatsen, kastelen en kasteelruïnes. Deze vormen een kenmerkende combinatie van cultuurhistorie, natuur en landschap. De richtpunten voor de gebied zijn: De (historische) buitenplaats, bestaande uit hoofdhuis met bijgebouwen en het bij behorende park of tuin, of het kasteel of kasteelterrein in de vorm van ruïne, muurrestanten, één of meer bijgebouwen, omgracht terrein, alsmede de functionele en visuele relaties tussen de verschillende onderdelen; De basisstructuur waaraan het landgoed of kasteel(locatie) is gekoppeld: een weg, waterloop en/of zichtlijnen. Het blikveld: de vrije ruimte die nodig is om de historische buitenplaats of het kasteel in het landschap te herkennen. Ontwikkelingen zijn gericht op verbetering en versterking van de kenmerken en waarden van het landgoed/ kasteel en het behouden of versterken van de relatie van het landgoed met zijn omgeving.
blad 19 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Figuur 2.4 Kwaliteitskaart 'Laag van beleving' (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Laag van ondergrond Voor de projectlocatie is het belangrijk dat de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand worden gehouden. De ontwikkeling sluit aan op de reeds in de omgeving aanwezige bebouwing en zorgt door de manier waarop de woningen worden gesitueerd en aandacht wordt besteed aan een groene inpassing niet voor een verstoring van de aanwezige patronen. Laag van stedelijke occupatie De ontwikkeling draagt bij aan de identiteit van het dorp, door het groen zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk te versterken, waarmee de woningen op een verantwoorde manier worden ingepast. De bebouwing in het plan van de grondgebonden woningen en ook de woningen (uitbreiding hoofdgebouw) met een hogere bouwhoogte gaat niet ten koste van de doorkijk richting de Vliet. Laag van beleving Het plangebied is gelegen in landgoedbiotoop. De basisstructuur van het landgoed blijft echter gehandhaafd en de zichtlijnen verminderen niet als gevolg van de ontwikkeling. De omgang met de kernkwaliteiten van de landgoedbiotoop worden beschreven in het beeldkwaliteitsplan (zie paragraaf 3.3) en de cultuurhistorische analyse (zie paragraaf 4.4.2). Daarnaast blijft de landgoedbiotoop beschermd door middel in de regels van het bestemmingsplan (artikel Waarde - Cultureel erfgoed).
Soort ontwikkeling Zoals eerder benoemd wordt onderscheid gemaakt tussen die soorten ontwikkeling: blad 20 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
inpassen, aanpassen en transformeren. De ontwikkeling sluit aan bij de huidige gebiedsidentiteit, gezien de inpassing in de groene (woon)omgeving. In de directe omgeving is immers bebouwing aanwezig. De toe te voegen woningen worden zo gesitueerd dat de structuur van de buitenplaats weer herkenbaar kan worden gemaakt en de bestaande structuur versterkt. Het plangebied is gelegen binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit staat daar centraal. Hier zal bij de verdere uitwerking van het plan rekening mee worden gehouden.
2.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van de ontwikkeling per saldo niet mag afnemen, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. De onderstaande artikelen zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling: Artikel 4.1 Veiligheidsnorm regionale waterkeringen 1. 2.
3. 4.
5.
blad 21 van 85
Dit artikel gaat over regionale waterkeringen in beheer van de waterschappen zoals aangewezen in artikel 2.2. Op kaart 3 in bijlage II is voor de betreffende regionale waterkering of voor welk deel daarvan een veiligheidsnorm aangegeven als de gemiddelde overschrijdingskans per jaar. Gedeputeerde staten stellen een technische leidraad vast voor het ontwerp van regionale waterkeringen. Deze strekt tot aanbeveling voor het waterschap. Gedeputeerde staten stellen voorschriften vast voor de door het waterschapsbestuur te verrichten beoordeling van het waterkerend vermogen van de regionale waterkeringen en stellen ten behoeve van die beoordeling de maatgevende hoogwaterstanden vast. Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het waterschapsbestuur, het tijdstip vast waarop de verschillende regionale waterkeringen moeten voldoen aan de veiligheidsnorm, bedoeld in het tweede lid.
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Figuur 2.5 Regionale waterkeringen (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland) Artikel 6.9: Ruimtelijke kwaliteit: 1.
Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsindentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. 3. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: a.
b.
blad 22 van 85
de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): 1. duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt; 2. wegnemen van verharding; 3. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; 4. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. de onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
c.
gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken; in afwijking van onder b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door provinciale staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende in verzekerd.
4. Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. b.
waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.
5. Voor zover in deze afdeling specifieke regels zijn opgenomen ten behoeve van bepaalde typen ruimtelijke ontwikkelingen gaan die specifieke regels voor, tenzij dit artikel zich daartegen niet verzet. Artikel 6.10: Stedelijke ontwikkelingen: Artikel 6.10 omvat de provinciale borging van de Ladder voor duurzame verstedelijking, eerder al benoemd in paragaaf 2.1.4. De toetsing aan de Ladder vindt plaats in paragraaf 4.11. Artikel 6.24: Natuurnetwerk Nederland: Een groot deel van het plangebied is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De toetsing van het planvoornemen aan het relevante provinciale beleid in detail uitgewerkt in paragraaf 4.7.2 en bijlage 4. Artikel 6:26: Bescherming landgoed- en kasteelbiotoop: 1.
2.
blad 23 van 85
Een bestemmingsplan voor gronden binnen de landgoed- en de kasteelbiotopen, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voor zover: a. geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoed- en kasteelbiotoop, of b. de ontwikkeling is gericht op verbetering en versterking van de waarden van de landgoed- en kasteelbiotoop. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de landgoed- of kasteelbiotoop wordt beschreven. Naast de analyse van de cultuurhistorische kwaliteiten en waarden van het landgoed- of kasteelbiotoop beschermd of versterkt worden. Het gaat hier in ieder geval om de volgende kenmerken: a. de buitenplaats, bestaande uit het hoofdhuis met bijgebouwen en het bijbehorende park of tuin, of het kasteel of kasteelterrein in de vorm van ruïne, muurrestanten, één of meer bijgebouwen, omgracht terrein, alsmede de functionele en visuele relaties tussen de verschillende onderdelen; b. de basisstructuur waaraan het landgoed of de kasteellocatie bewust direct is gekoppeld: een weg, een waterloop, of beide of in geval van een buitenplaats ook Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
indirect door middel van zichtlijnen; het blikveld: de vrije ruimte die nodig is om de historische buitenplaats of het kasteel in het landschap te herkennen; Naast deze kenmerken en waarden kunnen er voor zowel de landgoed- als de kasteelbiotoop afzonderlijke kenmerken en waarden aan de orde zijn. c.
3.
Afwijking van het eerste lid is slechts mogelijk indien sprake is van het noodzakelijk herbestemmen van bouw- en gebruiksrechten uit het voorgaande bestemmingsplan of indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is. De toelichting van het bestemmingsplan bevat hierover een verantwoording.
Figuur 2.6: Het Natuurnetwerk Nederland (links) en de landgoedbiotoop (rechts) in en rondom Huize Bijdorp. Relatie tot het plan Het plan betreft de toevoeging van 102 woningen en 635 vierkante meter ondergeschikte commerciele functie. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de groene structuur in het plangebied, waardoor het plan past binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Daarnaast is de behoefte van de ontwikkeling getoetst aan de hand van de Ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 4.11. Een groot deel van het plangebied is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De toetsing van het planvoornemen aan het relevante provinciale beleid in detail uitgewerkt in paragraaf 4.7.2 en bijlage 4. Het plangebied ligt in het landgoed- en kasteelbiotoop. De woningen worden dusdanig binnen het gebied gerealiseerd dat de zichtlijnen van het landgoed behouden blijven. De omgang met de bijbehorende kernkwaliteiten wordt beschreven in het Beeldkwaliteitsplan (zie paragraaf 3.3) en de cultuurhistorische analyse (zie paragraaf 4.4.2). Daarnaast blijft de bescherming landgoed- en kasteelbiotoop behouden voor de delen waar geen ontwikkeling wordt voorzien (artikel Artikel 10 van regels van dit bestemmingsplan) . Derhalve vormt het landgoed- en kasteelbiotoop geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
Voor de beschermingszone van de waterkering geldt dat de de dubbelbestemming wordt overgenomen (artikel 11 van de regels van dit bestemmingsplan). Daarmee dient bij eventuele werkzaamheden in deze zone aangetoond te worden dat het waterkerend vermogen niet in het geding is.
blad 24 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
2.2.3
Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020 Op 24 juli 2009 is de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland vastgesteld. In deze structuurvisie wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 (met doorkijk naar 2030). Deze structuurvisie heeft geen wettelijk karakter, maar door vaststelling van deze visie committeren de deelnemende gemeenten zich aan de in de visie gemaakte afspraken. De besluiten in deze structuurvisie zijn leidend voor de structuurvisie en beleidsnota’s van de gemeenten. Het onderhavige bestemmingsplan toetst aan de gemeentelijke structuurvisie en beleidsnota's (zie paragraaf 2.3). De Regionale Structuurvisie is verwerkt in deze beleidsstukken en werkt daarmee door op het onderhavige bestemmingsplan.
2.2.4
Hoogheemraadschap Het hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn en blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil Rijnland dat watergangen en kunstwerken zoals gemalen op orde en toekomstbestendig worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Rijnlands taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren van afvalwater en het reguleren van lozingen op oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij kader stellend. Het voorkomen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in afvalwater beheert Rijnland rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. Waterbeheerplan Aan de hand van het Waterbeheersplan (2016-2021) werkt Rijnland aan zijn ambities. In de uitvoerings- en beheersfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol, in de fases daarvoor heeft Rijnland een adviserende rol.
Om het proces van de uitvoerings- en beheersfase echter zo goed en snel mogelijk te laten verlopen, wil Rijnland graag samen in de initiatief fase met de initiatiefnemers (van stedenbouwkundige tot architect) meedenken over het ruimtelijk plan. Als de initiatiefnemer en Rijnland elkaars speelruimte, kaders en belangen in een vroegtijdig stadium van het project kennen, kunnen kansen ook benut worden. Keur en uitvoeringsregels 2020 Op grond van de Waterwet in Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij : Waterkeringen(onder andere duinen, dijken en kaden). Watergangen(onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken). Andere waterstaatwerken(o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De bodem van kwelgevoelige gebieden. Onttrekken en lozen van grondwater. Het aanbrengen van verhard oppervlak. De ontwikkeling wordt aan het vigerende waterbeleid getoetst in paragraaf 4.12.
blad 25 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Structuurvisie 2025 'Groen, veilig en betrokken' Op 9 maart 2017 heeft de gemeenteraad de structuurvisie 'Voorschoten 2025 Groen, veilig en betrokken' vastgesteld. De structuurvisie geeft nut en noodzaak aan van het duurzaam behoud van Voorschoten voor volgende generaties met ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Het nodigt andere partijen uit te investeren in Voorschoten en biedt binnen een richtinggevend kader ruimte aan ambities van initiatiefnemers. Binnen de structuurvisie is een heldere balans aanwezig tussen het uitstippelen van een concrete ruimtelijke koers en tegelijkertijd de benodigde flexibiliteit om in te spelen op toekomstige trends en ontwikkelingen. Er is een spanningsveld tussen enerzijds de wens tot het behouden en beheren en anderzijds de behoefte tot verdere ontwikkeling van het dorp. Ondanks de noodzaak tot (door)ontwikkeling van Voorschoten wordt er toch gekozen voor drie beheersaspecten als pijlers, dit omdat deze aspecten aan de basis staan van de specifieke kwaliteiten van Voorschoten. Ontwikkeling is wenselijk en wordt gestimuleerd met inachtneming van deze pijlers. Voor het duurzaam behoud van het dorpse karakter van Voorschoten gelden de volgende pijlers: groen, veilig en betrokken. De waarden en ambities van gemeente Voorschoten zijn vastgelegd op de bijbehorende visiekaart.
Hierin is het Huize Bijdorp onderdeel van de categorieën 'landgoederen', 'hoofdgroenstructuur' en 'projectgebieden uit evaluatie groenstructuurvisie bieden kans om hoofdgroenstructuur te versterken'. Het waardevolle groene karakter van Huize Bijdorp dient behouden te blijven bij de ontwikkeling van woningbouw. De samenhang tussen het toevoegen van woningen en het behoud van de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het landgoed is uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan (zie paragraaf 3.3).
blad 26 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
Figuur 2.6: Uitsnede Visiekaart, voor de volledige kaart en legenda zie de Structuurvisie.
2.3.2
Groenstructuurvisie Voorschoten heeft het karakter van een groene gemeente. Op basis van cijfers blijkt ook dat Voorschoten duidelijk groener is dan de overheidsrichtlijnen voorschrijven. Er wordt veel waarde gehecht aan het groen in en om de gemeente. In Voorschoten is het karakter van het groen gebaseerd op historisch geografisch structuur, die het omringende landschap bepaalt. voorschoten ligt op de langste oostelijkste strandwal ten zuiden van de oude Rijn, achter de duinen en wordt omgeven door een veenweidegebied met polders. de landschapsstructuur van Voorschoten heeft daardoor een zuidwest-noordoost gerichte oriëntatie, evenwijdig aan de duinen en het strand, die doorsneden worden door het beloop van de oude rijn. Het oude lint langs de Veurseweg en Leidseweg, de route van Den Haag naar Leiden vormt de ruggengraat van Voorschoten. Het lint loopt midden over de strandwallen. Deze structuur is zichtbaar in de groenstructuur van Voorschoten. In de Groenstructuurvisie (2009) en de Evaluatie van de Groenstructuurvisie (2013) wordt de hoofdgroenstructuur opgedeeld in verschillende typen groen, deze komen terug in de visiekaart.
De Groenstructuurvisie beschermt en ontwikkelt drie onderdelen van het groen die de structuur, het karakter en het beeld van Voorschoten bepalen: de hoofdgroenstructuur; de wijkgroenstructuur; de beschermwaardige bomen, die zowel binnen als buiten de eerder genoemde structuren voorkomen. Naast groen vormt water een belangrijk aspect van onze leef- omgeving. de waterstructuur is
blad 27 van 85
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100
belangrijk als structurerend element. Tussen beide bestaat een directe relatie. Water is een essentiële voorwaarde voor de groenstructuur en ruimtelijk worden beide structuren vaak gecombineerd. Het waardevolle groene karakter van Huize Bijdorp dient behouden te blijven bij de ontwikkeling van woningbouw. De samenhang tussen het toevoegen van woningen en het behoud van de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het landgoed is uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan (zie paragraaf 3.3).
Figuur 2.7: Uitsnede Hoofdgroenstructuur, voor de volledige kaart zie de Structuurvisie.
2.3.3
Structuurvisie cultuurhistorie 2013-2023 De Structuurvisie Cultuurhistorie vormt een afwegingskader voor beleid en ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke ordening van cultuurhistorie. Deze visie sluit aan bij het bestaande beleid van de gemeente en hogere overheden. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de algemene Erfgoedvisie die er op is gericht dat er op een zorgvuldige en afgewogen wijze met het cultureel erfgoed wordt omgegaan. De Structuurvisie beschrijft een aantal cultuurhistorische kernkwaliteiten, die vertaald zijn in een aantal structuren. Het gaat daarbij om het water, groen en de gebouwde elementen en structuren en voorzien van beleidslijnen. Deze beleidslijnen zijn de richtlijnen ontwikkeling en uitvoering van ruimtelijke plannen binnen de gemeente. De toetsing aan deze structuurvisie vindt plaats in paragraaf 4.4.2.