Bijlage 1 Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Programmabegroting 2026-2029
Colofon Uitgave Gemeente Voorschoten Postbus 393 2250 AJ Voorschoten Inlichting: gemeente@voorschoten.nl Oktober 2025
2
Inhoudsopgave Algemeen ............................................................................................................................4 Inleiding ..........................................................................................................................5 Leeswijzer........................................................................................................................7 Infographic ......................................................................................................................9 Financiële samenvatting .................................................................................................. 10 Beleidsbegroting ................................................................................................................ 12 Programma's ..................................................................................................................... 12 Recapitulatie .................................................................................................................. 12 P0 Bestuur en ondersteuning ............................................................................................ 13 P1 Veiligheid ..................................................................................................................
20 P2 Verkeer en vervoer ..................................................................................................... 24 P3 Economie .................................................................................................................. 27 P4 Onderwijs .................................................................................................................. 30 P5 Sport, cultuur en recreatie ........................................................................................... 34 P6 Sociaal Domein .......................................................................................................... 39 P7 Volksgezondheid en milieu ........................................................................................... 44 P8 Wonen en bouwen ...................................................................................................... 49 Paragrafen ........................................................................................................................ 54 Lokale heffingen ............................................................................................................. 54 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .......................................................................... 63 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................
71 Financiering ................................................................................................................... 79 Bedrijfsvoering ............................................................................................................... 86 Verbonden partijen ......................................................................................................... 89 Grondbeleid ................................................................................................................. 103 Bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen .................................................................. 104 Openbaarheidsparagraaf WOO ........................................................................................ 107 Financiële begroting.......................................................................................................... 108 Uitgangspunten ............................................................................................................ 108 Van Kadernota naar Begroting ........................................................................................ 109 Incidentele baten en lasten ............................................................................................ 116 Baten en lasten 2024-2026 ............................................................................................
118 Baten en lasten 2026-2029 ............................................................................................ 119 Mutaties reserves per programma ................................................................................... 120 Geprognosticeerde balans .............................................................................................. 121 Bijlagen .......................................................................................................................... 122 Begroting per taakveld .................................................................................................. 122 Nieuw beleid per programma .......................................................................................... 130 Algemene uitkering uit het gemeentefonds ...................................................................... 131 Reserves en voorzieningen ............................................................................................. 134 Investeringen ............................................................................................................... 136 Subsidies ..................................................................................................................... 146
3
Algemeen Voorwoord Aan de inwoners van Voorschoten, de ondernemers, de verenigingen en iedereen die betrokken is bij ons mooie dorp, Hiermee bieden wij u de begroting voor het jaar 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 aan. Het is de laatste begroting in de bestuursperiode 2022-2026. Anders dan in voorgaande begrotingen, worden hierin geen grote ombuigingen of bestuurlijke keuzes meer voorgesteld. In de voorliggende jaren heeft de gemeenteraad, als hoogste bestuurlijke orgaan in ons dorp, al ingestemd met voorstellen die hebben geleid tot een voldoende gezonde financiële basis. Daarbij zijn wij ook geholpen door verhoging van bijdragen vanuit het Rijk, die eerder dit jaar bekend werd. Daarmee is het vaak genoemde gemeentelijke financiële ravijnjaar 2026 voor een deel gedempt. Het is echter ook verschoven: voor het jaar 2028 en later doemen de tekorten vanuit de rijksbijdragen weer op. De financiële vooruitzichten voor alle gemeenten in ons land zijn voor de lange termijn daarom nog steeds onzeker. Naast het verschuiven van het ravijnjaar, is onze gemeente ook een zogenaamde nadeelgemeente: zoals het er nu voorstaat zal het nadeel door de herverdeling van het Gemeentefonds de komende jaren nog toenemen. De begroting 2026-2029 kent een sluitend meerjarenperspectief, het huishoudboekje is op orde.
In de bijlage Investeringen wordt daarnaast een doorkijkje geboden voor investeringen de komende tien jaar. Het Rijk geeft gemeenten nog steeds onvoldoende financiële zekerheden op de lange termijn. Toch lukt het ons, samen met de gemeenteraad, de voorzieningen in Voorschoten op peil te houden. Hoewel Voorschoten relatief hoge gemeentelijke woonlasten kent, lukt het om de toename in woonlasten in vergelijking tot andere gemeenten af te remmen. Zo zijn de ozb-inkomsten in 2026 niet geïndexeerd ten opzichte van 2025. Samen met de gemeenteraad vormt het college van Burgemeester en Wethouders de bestuurlijke laag die het dichtst bij inwoners staat. De verantwoordelijkheid die wij samen hebben om in het belang van ons dorp zo goed mogelijk te besturen is groot. Het gesternte waaronder dat moet gebeuren maakt het er niet eenvoudiger op. Toch hebben wij er vertrouwen in dat de bestuurlijke cultuur in Voorschoten ons in staat zal stellen dit proces in goede banen te leiden. Ik bedank de ambtelijke organisatie voor haar grote inzet voor de realisatie van de programmabegroting 2026-2029. Voorschoten, oktober 2025 Namens het College van Burgemeester en Wethouders van Voorschoten, Hans van der Elst, wethouder financiën
4
Inleiding Deze begroting is de laatste van het huidige college in deze raadsperiode en geeft een helder beeld van de ambities die we komend jaar willen realiseren. De ambities zijn bewust beperkt gehouden, omdat het college zich momenteel vooral richt op de uitvoering van bestaand beleid en tegelijkertijd ruimte wil laten voor het nieuwe college dat straks aantreedt. Het betreft vooral een vervolg op reeds ingezette ontwikkelingen die logischerwijze doorlopen in de volgende collegeperiode. In de begroting hebben de volgende drie pijlers van het coalitieakkoord nog steeds de focus: 1) Voorschoten blijft een heerlijk woondorp Ook in de toekomst blijft Voorschoten een heerlijk en florerend woondorp, met betrokken inwoners, ondernemers en verenigingen. Een dorp met een groen karakter, voldoende voorzieningen, (preventieve) zorg en welzijn dichtbij en gezellige centra om onze boodschappen te doen of lokaal een baan te vinden. 2) Voorschoten heeft meer betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen We zetten in op het ontwikkelen van meer betaalbare woningen, met name gericht op jongeren, jonge gezinnen en senioren. De focus ligt dus op jongeren en starters, die graag in Voorschoten blijven wonen. Maar ook op bouwen voor senioren om zo actief doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Levensloopbestendig wonen en bouwen vraagt extra aandacht.
3) Voorschoten is duurzaam en toekomstbestendig We willen klimaatveranderingen goed het hoofd kunnen bieden, dus gaan we aan de slag met oplossingen die bijdragen aan klimaatadaptatie. Duurzaam bouwen is de standaard. Ook gaan we onze rioleringen wijkgericht up-to-date brengen, wat een onderdeel is van ons doel dat inwoners droge voeten houden in de toekomst. In alle ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat we zorgvuldig omgaan met onze omgeving. Deze focus krijgt vorm in onder meer de volgende ambities voor 2026: Ontwikkeling Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2027-2030 In 2026 ontwikkelen we het nieuwe integraal veiligheidsbeleid voor de komende vier jaar. Hierbij betrekken we inwoners, ondernemers en onze ketenpartners (hulpdiensten). In december 2026 wordt het IVP 2027-2030 met hierin door de raad gestelde prioriteiten ter vaststelling aangeboden. Verkeersveiligheid verbeteren rondom scholen, kruispunten en rotondes Het ontwerp voor de herinrichting van de kruispunten Leidseweg–Mozartlaan/Bachlaan wordt afgerond, waarna snel gestart wordt met de uitvoering. Rondom de rotonde Wijngaardenlaan worden maatregelen genomen ter verbetering van de fietsveiligheid. Bij alle basisscholen in Voorschoten inventariseren we de verkeersveiligheid van schoolroutes.
De exacte maatregelen die hieruit voortvloeien bepalen we op basis van de inventarisatie waarbij het aan het nieuwe college is zich te buigen over de prioriteitstelling. Toewerken naar leefbare wijken: groot onderhoud Adegeest In 2025 is fase 1 grotendeels afgerond en zijn we gestart met de voorbereiding van de overige fases van het groot onderhoud en de herinrichting van de wijk Adegeest. Gelijktijdig met het vervangen van bijna acht kilometer riolering en de (woon)straten verbeteren we ook de openbare ruimte. Met deze integrale, gebiedsgerichte aanpak werken we aan een verkeersveilige wijk die klimaatadaptief is en meer biodiversiteit krijgt. Ook reserveren we ruimte voor de energietransitie. Gezamenlijk moet dit de leefbaarheid in de wijk Adegeest verbeteren. De werkzaamheden worden in vier fasen uitgevoerd en zijn naar verwachting in 2027 afgerond. In 2026 starten naast de werkzaamheden van fase 2 ook de werkzaamheden van fase 3 en 4.
5
Vaststellen nieuwe evenementenbeleid Evenementen bieden levendigheid en sociale verbinding in het dorp en impulsen aan de lokale economie. Het huidige evenementenbeleid schetst juridische kaders, maar voorziet te weinig in een brede visie. Daarom stellen we een nieuw evenementenbeleid op. Dit beleid zal voorzien in een positionering van evenementen in Voorschoten en in een actualisatie van de juridische kaders die ten grondslag liggen aan vergunningen. Ook gaat het een bijdrage leveren aan de veiligheid en openbare orde rondom evenementen. Ontwikkeling van de bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn van groot belang voor een goed functionerende economie. In 2025 stelde de raad de ontwikkelvisie bedrijventerreinen vast, waarin voor elk bedrijventerrein de kaders worden beschreven voor ontwikkelingen. In 2026 gaan we aan de slag met deze ontwikkelvisie, waarvoor het nieuwe college in 2026 de uitvoeringsagenda vaststelt. Daarbij nemen we ook de regionale ontwikkeling aangaande de bedrijventerreinen in ogenschouw. Realisatie woningbouw De raad heeft in het recente verleden geld beschikbaar gesteld om woningbouw te versnellen. Daar zetten we ons voor in, met als motto ‘wonen, wonen, wonen’.
In 2025 stellen we de ruimtelijke kaders vast voor de locaties Jan Evertsenlaan en Jan Wagtendonkstraat, om ons in 2026 te richten op de uitwerking daarvan in stedenbouwkundige plannen en op de benodigde vergunningen. Uitdaging blijft voldoende medewerkers aan Voorschoten te binden om alle woningbouwprojecten in goede banen te leiden. In 2026 willen we beginnen met de realisatie van de volgende 280 woningen: • Huize Bijdorp (136 woningen); • Raadhuislaan (44 woningen); • Segaar-Arsenaal (100 woningen). In 2026 zal ook de locatie Starrenburg III (356 woningen) bouwrijp zijn. Ontwikkelingen businesscase sporthal en zwembad In december 2025 leggen we de businesscase voor de sporthal ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor. Bij een positief raadsbesluit starten we vervolgens met de voorbereiding en verdere uitwerking van de realisatiefase, wat in 2026 moet leiden tot de oplevering van het definitief ontwerp voor de nieuwe sporthal bij zwembad het Wedde. Toekomstgerichte blik op het Sociaal Domein Binnen het Sociaal Domein is de blik gericht op de toekomst. We werken aan fundamentele hervormingen van de jeugdzorg in regioverband. We zorgen voor een goede uitvoering van de Wmo, en plaatsen onder andere twee scheve huisjes. Daarnaast investeren we zowel financieel als inhoudelijk in sport en preventie.
Voor onze welzijnspartner Voorschoten Voor Elkaar gaat de samenwerking met Participe van start, zodat we onze beleidsagenda hoogwaardig kunnen uitvoeren. Tot slot blijven we werken aan een hoog niveau van onze sportaccommodaties. Uitvoering van de uitvoeringsagenda Cultuur 2026 en evaluatie periode 2023-2026 Het belang van een door vrijwilligers gedragen lokale cultuursector is groot. We waarderen het bruisende cultuuraanbod zoals dat er nu is, waarbij het duidelijk is dat voor continuering hiervan aanwas van nieuwe vrijwilligers een voorwaarde vormt. Met de extra middelen die we in de Kadernota 2026 hebben aangevraagd, geven we uitvoering aan de uitvoeringsagenda Cultuur 2026, met activiteiten als de Voorschoten Awards en andere impulsen voor het culturele veld. In 2026 evalueren we de hele periode van de uitvoeringsagenda 2023-2026.
6
Leeswijzer De programmabegroting bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting bestaat uit een programmaplan met de verplichte paragrafen. In het programmaplan staat ons beleid op hoofdlijnen, met het geld dat we daarvoor beschikbaar hebben; dat lichten we ook toe. De verplichte paragrafen richten zich op de beheeraspecten, zoals bedrijfsvoering, weerstandsvermogen, kapitaalgoederen, lokale heffingen, en grondbeleid. Daarnaast is er een paragraaf over bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen. De financiële begroting gaat in op de financiële positie van onze gemeente. Hierin is het totale financiële overzicht opgenomen. Dit bestaat kaders die de raad heeft vastgesteld, het algemene financiële beeld en het overzicht van baten en lasten. Hoe de beleidsbegroting en de financiële begroting zijn opgebouwd, lichten we hierna toe. Bij de begroting horen ook bijlagen. Ook die lichten we hierna toe. Beleidsbegroting De gemeente moet zich houden aan bepaalde regels bij het opstellen van een begroting. Dat staat in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV).
In artikel 8 van het BBV staat dat de beleidsbegroting uit deze onderdelen moet bestaan: • De programma's die we willen realiseren; • Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; • Een overzicht van de kosten van overhead; • Het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting; • Het bedrag voor onvoorzien. In de programma’s is opgenomen welke maatschappelijke doelen we nastreven en wat de belangrijkste resultaten zijn. Daarin geven de beleidsindicatoren een indicatie van de gewenste maatschappelijke effecten van het beleid. Voor de beleidsindicatoren met betrekking tot bestuur en organisatie zijn geen landelijke vergelijkingscijfers, omdat daar geen landelijke bron voor beschikbaar is. Aan het eind van het programma is de raming en de cijfermatige vergelijking per programma opgenomen. Naast het programmaplan bevat de beleidsbegroting de wettelijk verplichte paragrafen. In de inhoudsopgave ziet u hiervan de uitsplitsing. Financiële begroting Voor de financiële begroting schrijft het BBV voor dat we daarin deze onderdelen opnemen: • Een overzicht van baten en lasten met een toelichting; • Een uiteenzetting van de financiële positie met een toelichting; • Een bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld. Bij het onderdeel Van Kadernota naar Begroting lichten we het verschil in de begrotingssaldi toe tussen deze twee documenten.
Daarnaast benoemen we de incidentele baten en lasten apart, om zo het structureel begrotingssaldo te kunnen bepalen. In het hoofdstuk Baten en lasten 2024-2026 vergelijken we het begrotingsjaar 2026 met de twee voorgaande jaren; in Baten en lasten 20262029 presenteren we het meerjarenbeeld. Tot slot zijn een overzicht van de reservemutaties en de geprognosticeerde balans opgenomen. Bijlagen In de begroting zijn de volgende bijlagen opgenomen: • Begroting per taakveld; • Nieuw beleid per programma;
7
• • • •
Algemene uitkering uit het gemeentefonds; Reserves en voorzieningen; Investeringen; Subsidies.
In de begroting staan financiële tabellen. Omdat die grotendeels automatisch zijn gegenereerd, kunnen er afrondingsverschillen voorkomen in cijfers.
8
Infographic
9
Financiële samenvatting Exploitatie
Van Kadernota 2026 naar Begroting 2026 Na vaststelling van de kadernota, hebben verschillende ontwikkelingen het begrotingssaldo beïnvloed. Deze staan thematisch samengevat in de volgende tabel. In het hoofdstuk Van Kadernota naar Begroting in de financiële begroting werken we de diverse mutaties in de thema’s verder uit en lichten we ze toe. Ontwikkelingen meerjarenbegroting 2026-2029
2026
2027
2028
2029
Startsaldo Begroting 2026 (Kadernota 2026)
-325
91
1.018
1.074
Autonome ontwikkelingen
-912
-384
-448
-236
Moties & Amendementen kadernota 2026
-491
-441
197
288
(bedragen x € 1.000.
"-" = nadeel, "+" = voordeel)
Neutrale wijzigingen
0
0
0
0
Algemene uitkering
1.750
1.416
324
691
Actualisatie kapitaallasten
282
154
139
133
Kleine wijzigingen
-22
-23
-23
-23
Investeringen Begroting 2026 - 2029
0
0
10
10
282
813
1.216
1.937
Uit de tabel blijkt dat het geraamde resultaat in alle begrotingsjaren positief is. Hierin is de correctie voor de incidentele baten en lasten nog niet meegenomen. Dit tonen we in de paragraaf incidentele baten en lasten. In tegenstelling tot de verwachting bij de Kadernota is voor een positief saldo in 2026 geen onttrekking uit de concernreserve meer nodig. Dit bleek ook al uit de brief over de Meicirculaire 2025, die een positief effect liet zien. Kanttekening is dat het positieve saldo in 2028 en 2029 voordelig wordt beïnvloed door de stelpost-Van Ark (voordeel van respectievelijk € 638.000 en € 589.000). Stelpost-van Ark is op basis van amendement 347 verwerkt in de begroting, en is gebaseerd op een advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG is van mening dat gemeenten door het rijk gecompenseerd moeten worden voor de hoge jeugdlasten. Door een stelpost voor deze compensatie op te nemen maken gemeenten een statement richting het Rijk, zo was de strekking van het amendement. Het VNG-advies is niet afgestemd met de toezichthouder op de gemeenten, de Provincie. De Provincie heeft aangegeven dat het opnemen van de stelpost niet reëel is, omdat nog niet zeker is of het Rijk gemeenten in 2028 en 2029 gaat compenseren. Bij het beoordelen van de begroting zal de toezichthouder het begrotingssaldo hiervoor dan ook corrigeren.
Vermogenspositie
We verdelen onze vermogenspositie in drie onderwerpen, die we hierna toelichten: 1. eigen vermogen; 2. vreemd vermogen; 3. weerstandsvermogen. Eigen vermogen Het eigen vermogen is opgebouwd uit algemene reserves en bestemmingsreserves. De algemene reserves bestaan uit de concernreserve en de reserve weerstandsvermogen. De concernreserve
10
heeft geen vastgestelde bestemming en is daarmee ook het vrij besteedbare deel van de reserves. De bestemmingsreserves hebben een doel dat de raad heeft vastgesteld, en kunnen alleen voor dat doel worden aangewend, tenzij de raad de bestemming van de reserve wijzigt. In het meerjarenperspectief daalt het eigen vermogen van € 36,6 miljoen eind 2025 naar € 35,4 miljoen eind 2029. In de Mutaties reserves per programma (in de financiële begroting) is een overzicht opgenomen van alle reservemutaties. In de bijlage Reserves en voorzieningen vindt u een overzicht van alle algemene- en bestemmingsreserves. Het solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen als onderdeel van het totale vermogen. Het solvabiliteitsratio is over 2025 38,1 procent. Dit betekent dat 38,1 procent van het gemeentebezit met eigen vermogen gefinancierd is, wat matig is volgens de normen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De ratio van 27,3 procent in 2029 wordt (net) aangemerkt als onvoldoende. De resterende 61,9 procent van het totaal vermogen bestaat voor 40,7 procent uit lang aangetrokken geldleningen. De rest bestaat uit voorzieningen om toekomstige lasten te bekostigen, zoals onderhoud van de openbare ruimte, en daarnaast uit exploitatiegerelateerde posten zoals crediteuren en andere nog te betalen bedragen.
De tabel toont het solvabiliteitsratio in de periode 2025-2029. Prognose per 31 december
2025
2026
2027
2028
2029
Eigen vermogen (A)
36.570
35.628
35.697
35.571
35.430
Totaal vermogen (B)
96.102
104.202
112.610
122.040
129.798
Solvabiliteitsratio (A/B) (Bedragen x € 1.000)
38,1%
34,2%
31,7%
29,1%
27,3%
Vreemd vermogen Het vreemd vermogen is opgebouwd uit voorzieningen en schulden. Voorzieningen De stand van de voorzieningen bedraagt per 1 januari 2026 € 19,8 miljoen en is na vier jaar tijd gedaald naar € 17,1 miljoen. Voor de toelichting hierop verwijzen we naar de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen en de bijlage Reserves en voorzieningen. Schulden De schulden van de gemeente Voorschoten bestaan uit langlopende en kortlopende geldleningen. Op de langlopende geldleningen lossen we jaarlijks af. Voorschoten zal naar verwachting per 1 januari 2026 voor € 24,2 miljoen aan langlopende geldleningen en € 0,4 miljoen aan rekeningcourant aangetrokken hebben. De netto schuldquote is op 1 januari 2026 26,0 procent, neemt in 2026 toe tot 36,0 procent en eindigt eind 2029 op 72,4 procent. Eind 2029 bedraagt de omvang van de lang aangetrokken financiering naar verwachting € 55,4 miljoen. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we naar de paragraaf Financiering. In de Nota schuldenbeheersing is afgesproken de omvang van de totale schuld, dus de lange én korte schuld, niet te laten oplopen tot meer dan 130 procent netto schuldquote. Meer hierover leest u in de paragraaf Financiering. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen dat de gemeente nodig heeft om tegenvallers op te vangen zonder substantiële beleidsaanpassingen.
De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde capaciteit ten opzichte van de Jaarrekening 2024 is verslechterd. Bij de jaarstukken 2024 was deze 4,0 en bij de begroting 2026 geldt een ratio weerstandsvermogen van 3,7. De huidige omvang van de reserve weerstandsvermogen staat op € 5,2 miljoen en is daarmee voldoende ten opzichte van de verwachte benodigde € 4,9 miljoen. Meer hierover leest u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
11
Beleidsbegroting
Programma's
Recapitulatie In artikel 8 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat dat de beleidsbegroting onder meer uit deze onderdelen moet bestaan: • • • •
een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; een overzicht van de kosten van overhead; het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting; het bedrag voor onvoorzien.
De algemene dekkingsmiddelen (taakveld 0.5, 0.61, 0.62, 0.64, 0.7 en taakveld 3.4), de overhead (taakveld 0.4), de heffing vennootschapsbelasting (taakveld 0.9) en het bedrag voor onvoorzien (taakveld 0.8 alleen bedrag onvoorzien) zijn in de volgende tabel apart zichtbaar gemaakt en met regels onder het totaal van programma's opgenomen. De bedragen van deze taakvelden horen bij programma 0 en programma 3. Anders dan in de overige tabellen in deze begroting zijn deze bedragen in de tabel Recapitulatie in mindering gebracht op de bedragen van programma 0 en programma 3. Tabel Recapitulatie Programma's
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
baten
lasten
saldo
baten
lasten
saldo
baten
lasten
saldo
baten
lasten
saldo
P0 Bestuur en ondersteuning
649
-4.142
-3.494
690
-3.985
-3.294
647
-3.850
-3.203
647
-3.922
-3.274
P1 Veiligheid
282
-3.098
-2.816
302
-3.086
-2.785
319
-3.082
-2.763
319
-3.082
-2.763
P2 Verkeer en vervoer
185
-4.149
-3.964
285
-4.237
-3.953
285
-4.310
-4.025
285
-4.332
-4.047
P3 Economie
118
-784
-666
91
-804
-713
91
-896
-806
91
-954
-863
P4 Onderwijs
473
-2.246
-1.773
473
-2.185
-1.712
473
-2.139
-1.666
473
-2.284
-1.811
P5 Sport, cultuur en recreatie
1.071
-8.285
-7.214
1.095
-8.203
-7.108
1.095
-7.987
-6.892
1.118
-8.009
-6.891
P6 Sociaal Domein
9.622 -30.877 -21.255
7.753 -28.739 -20.986
7.947 -28.466 -20.518
7.904 -28.288 -20.385
P7 Volksgezondheid en milieu
10.693
-9.749
945
11.548 -10.173
11.453 -10.366
11.734 -10.621
P8 Wonen en bouwen
5.457
-7.759
-2.302
975
-3.200
1.375 -2.225
924
-3.142
1.087 -2.218
924
-3.040
1.112 -2.115
Totaal programma's
28.549 -71.088 -42.539 23.212 -64.613 -41.401 23.235 -64.238 -41.003 23.495 -64.532 -41.037
Algemene dekkingsmiddelen
56.654
Overhead
-674
55.980
242 -14.316 -14.075
56.459
-709
55.750
104 -13.545 -13.441
56.540
-1.020
55.520
104 -13.505 -13.401
57.609
-1.353
56.256
69 -13.466 -13.397
Heffing vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
-26
-26
0
-26
-26
0
-26
-26
0
-26
-26
1.090 81.173 -79.377
1.796
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
85.445 -86.104 942
0
86.387 -86.104
-660 79.775 -78.893 942
316
-385
282 80.091 -79.278
882 79.879 -78.789 -69
126
0
813 80.005 -78.789
126
140
0
140
1.216 81.313 -79.377
1.937
Bedragen x €1.000 ("-"= nadeel / "+"= voordeel)
12
P0 Bestuur en ondersteuning Wat willen we bereiken ? Als gemeente zijn we er voor onze inwoners. We zetten ons ervoor in dat inwoners zich herkennen in ons beleid en in de besluiten die we nemen. Daarom betrekken we inwoners waar mogelijk bij het maken van nieuw beleid. Ook lichten we toe waarom we besluiten nemen, waarbij we in voorkomende gevallen uitleggen waarom het algemeen belang het individueel belang overstijgt. De dienstverlening aan inwoners is een van onze belangrijkste taken. Dat betekent dat inwoners weten waar ze moeten zijn, of het nu gaat om een nieuw paspoort, een bouwvergunning of een verzoek om informatie over ontwikkelingen. Het betekent ook dat inwoners erop mogen rekenen dat we telefonisch bereikbaar zijn, e-mails beantwoorden en ons klantgericht opstellen: behandel de ander zoals uzelf ook behandeld wilt worden. Voor beleidsontwikkeling en de uitvoering van taken werken we waar nodig samen in de regio. Daar zijn we een constructieve en actieve partner bij complexe opgaven, bijvoorbeeld als het gaat om afstemming over de woningbouwopgave of de warmtetransitie. Voorschoten richt zich bij bestuurlijke samenwerking vooral op de Leidse regio en de regio Holland Rijnland.
Wat gaan we daarvoor doen ? Belangrijkste resultaten 2026 De organisatie van de gemeenteraadsverkiezingen Op 18 maart 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. De gemeente zorgt voor voldoende en toegankelijke stemlocaties, zodat álle inwoners, ook met een beperking, aan het stemproces kunnen deelnemen. Waar nodig richten we extra stembureaus in, waarbij we gebruik maken van de ervaringen die worden opgedaan bij de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025. Ook gaan we nauwkeurig te werk bij het telproces. Door de inzet van vrijwilligers en een groot deel van de ambtelijke organisatie zorgen we dat alle stemmen tijdig, juist en rechtmatig zijn geteld. Tevens organiseren we een verkiezingsavond van de gemeenteraadsverkiezingen in het gemeentehuis waar op de dag van de verkiezingen het voorlopige resultaat voor de gemeente Voorschoten bekend wordt gemaakt. Nieuwe samenstelling gemeenteraad en college Gemeenteraadsverkiezingen zorgen over het algemeen voor de nodige verschuivingen bij de bestuurders. Daarbij is het van belang dat voor het nieuwe college overdrachtsdocumenten beschikbaar zijn, alsmede een inwerkprogramma. Het inwerkprogramma betreft niet alleen een kennismaking met de ambtelijke organisatie maar ook zal aan teamvorming gedaan moeten worden. Het moment waarop hiermee gestart kan worden is afhankelijk van de coalitievorming.
Samen met de griffie en de voorzitter van de raad wordt een inwerkprogramma voor de raadsleden samengesteld, dat zo snel mogelijk na de verkiezingen van start kan gaan. Organisatieontwikkeling In 2026 gaan we medewerkers opleiden tot klantregisseur, zodat zij klantreizen kunnen vormgeven. Een klantreis is de weg die een inwoner aflegt als hij of zij een beroep doet op de gemeente, en een klantregisseur is iemand die daarvoor de optimale route ontwikkelt. Het resultaat van de klantreizen draagt bij aan een klantgerichte dienstverlening, zowel voor inwoners, bestuur als medewerkers. Ook portfoliomanagement en projectmatig werken professionaliseren we verder. Dat zorgt ervoor dat we het nieuwe collegeprogramma ambtelijk kunnen vertalen in een
13
projectenkalender voor de hele collegeperiode. Zo bouwen we aan een toekomstbestendige organisatie met een heldere koers. Gemeentehuis In juli 2025 heeft de raad een besluit genomen om het voorkeursscenario E verder uit te werken naar een definitief ontwerp. De integratie van de bibliotheek in het gemeentehuis is daarvan een essentieel onderdeel. Hiermee zetten we een volgende stap in de ontwikkeling van de vernieuwing en verbetering van de huisvesting. In juli 2026 neemt de raad het besluit over de vervolgstappen. Ook ligt er dan een optie voor om de maatschappelijke organisaties eveneens een plek te geven in het nieuw te bouwen gemeentehuis. Verder worden een aantal scenario’s gepresenteerd voor de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen en voor het gebruik van de huidige bibliotheeklocatie aan de Wijngaardenlaan. Gemeentewerf We doen een onderzoek naar geschikte locaties voor de huisvesting van de gemeentewerf. De huidige locatie is sterk verouderd en kent allerlei beperkingen voor vernieuwing en verbetering. Een andere locatie geeft daarvoor meer mogelijkheden en verhuizing van de gemeentewerf geeft tegelijk mogelijkheden voor woningbouw.
Verbonden partijen Tabel Verbonden Partijen Programma 0 Naam Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland Stichting RIJK BNG NV Alliander NV Dunea NV Nr. Beleidsindicator
Eenheid
Bron
01
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens 7,84 (2023)
02
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens 7,55 (2023)
03
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Eigen gegevens
04
Externe inhuur
05
Overhead
Kosten als % van totale Eigen gegevens loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten Eigen gegevens
Voorgaande laatst bekende realisatie
Laatst Landelijk bekende vergelijking realisatie cijfer
*)
€ 410 (2023) 22,3% (2023)
8,19 (2024) 7,57 (2024) € 570 (2024) 26,3% (2024)
18,2% (2023)
20,4% (2024)
*)
*) *) *)
Toelichting beleidsindicatoren 01
Formatie
Het gaat hier om de toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat van de organisatie op peildatum 1 januari. Uitgangspunt is het vastgestelde formatieplan, dus niet de werkelijke bezetting. Het gaat om formatieplaatsen ongeacht of die worden ingevuld door iemand met een vaste aanstelling, een tijdelijke aanstelling of nog openstaan in de vorm van een vacature. Fte is het equivalent van een 36-urige werkweek. *) Voor deze indicator is geen landelijke bron beschikbaar. Hierdoor is geen vergelijking mogelijk.
14
02
Bezetting
Het gaat hier om het werkelijk aantal fte dat werkzaam is, dus niet om de toegestane formatieve omvang uit het formatieplan. Terugkijkend naar een begrotingsjaar wordt de werkelijke bezetting berekend. Conform de definitie van Vensters voor Bedrijfsvoering is berekend de gemiddelde bezetting in dat begrotingsjaar door het gemiddelde te nemen van de werkelijke bezetting op 1 januari en op 31 december. *) Voor deze indicator is geen landelijke bron beschikbaar. Hierdoor is geen vergelijking mogelijk. 03
Apparaatskosten
Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. *) Voor deze indicator is geen landelijke bron beschikbaar. Hierdoor is geen vergelijking mogelijk. 04
Externe inhuur
Onder externe inhuur wordt verstaan: het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt. *) Voor deze indicator is geen landelijke bron beschikbaar. Hierdoor is geen vergelijking mogelijk. 05
Overhead
De overheadkosten betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. *) Voor deze indicator is geen landelijke bron beschikbaar. Hierdoor is geen vergelijking mogelijk.
Wat gaat het kosten?
Deze tabel toont de baten en lasten van dit programma. De mutaties laten we apart zien. De tabel sluit af met het saldo. Programma: P0 Bestuur en ondersteuning
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Totaal baten
Baten
55.878
55.897
57.258
56.967
57.006
58.039
Totaal lasten
Lasten
-22.127
-22.338
-19.159
-18.265
-18.401
-18.767
Saldo van baten en lasten Saldo
33.751
33.560
38.099
38.703
38.604
39.273
Mutatie reserves Totaal onttrekkingen
Baten
2.037
2.135
510
0
0
0
Totaal stortingen
Lasten
-2.699
-440
0
0
0
0
Saldo mutatie reserves
Saldo
-662
1.695
510
0
0
0
Saldo
33.089
35.254
38.610
38.703
38.604
39.273
Saldo Totaal Programma bedragen x € 1.000 ( "-"= nadeel / "+"= voordeel )
De voornaamste verschillen op de baten en de lasten van tenminste € 50.000, of met een bijzondere oorzaak, staan hieronder uitgewerkt. Programma 0 kent per saldo € 1.361.000 hogere baten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen:
15
Algemene uitkering (€ 1.772.000 hogere baten) Het verschil in de algemene uitkering wordt grotendeels veroorzaakt door een hogere uitkeringsfactor in 2026 ten opzichte van 2025. Dit leidt tot € 1.075.000 hogere baten. Daarnaast bevatte de Meicirculaire 2025 hogere baten van € 706.000. Omdat dit wel is verwerkt in de begroting 2026, maar nog niet in de cijfers van 2025 (dit volgt in de najaarsnota), geeft dit een verschil. De resterende lagere baten va € 9.000 betreft overige kleine verschillen. Belastinginkomsten (€ 126.000 hogere baten) De geraamde belastingopbrengsten zijn in 2026 € 126.000 hoger geraamd dan in 2025. Dit heeft te maken met de areaaluitbreiding bij de onroerendezaakbelastingen, onder andere door projecten bij Het Fortuyn van Voorschoten en Park Beresteyn. Op basis van amendement 349 zijn de ozbbaten niet geïndexeerd. Hiermee is amendement 349 afgedaan. Rente op kapitaallasten (€ 332.000 lagere baten) Het onderdeel rente binnen de kapitaallasten wordt vanuit programma 0 doorbelast naar de betreffende programma's. Deze doorbelasting vanuit programma 0 stond nu als baat begroot, maar moet boekhoudkundig als negatieve last worden opgenomen. Deze technische mutatie leidt tot een gelijke aanpassing op de baten en de lasten van € 332.000, die per saldo neutraal is.
Bijdrage Leidse regio voor capaciteit maatschappelijke zorg (€ 93.000 lagere baten) Er is sprake van € 93.000 lagere baten op programma 0, omdat de bijdrage die Voorschoten vanuit de Leidse regio ontvangt voor capaciteit binnen maatschappelijke zorg is verplaatst naar programma 6. Dit leidt in programma 0 tot een verschil, maar niet binnen de totale begroting, omdat het een neutrale verschuiving betreft. Rentebaten schatkistbankieren (€ 93.000 lagere baten) De liquiditeitsprognose wijst uit dat het saldo op schatkistbankieren in 2026 € 0 is en blijft. Op basis hiervan ramen we in 2026 ook geen rentebaten. Ten opzichte van 2025 leidt dit tot lagere baten van € 93.000. Het restant van € 20.000 lagere baten betreft overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak. Programma 0 kent per saldo € 3.179.000 lagere lasten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen: Salarissen en salarisdoorbelasting (€ 821.000 lagere lasten) De cao-afspraken voor 2025-2027 zijn verwerkt in de salarisraming. Dit leidt in 2026 tot hogere salarislasten van € 1.507.000 ten opzichte van 2025. Dit verschil wordt verklaard doordat in de cijfers van 2025 de nieuwe cao nog niet is verwerkt. Tegenover de hogere salarislasten stond een stelpost, die volledig is vrijgevallen.
Omdat in 2025 deze stelpost nog wel beschikbaar is, leidt dit tot lagere lasten van € 548.000. Binnen de spelregels voor gemeentefinanciën is bepaald dat alle lasten, dus ook die van salarissen, verantwoord moeten worden binnen het programma waar ze betrekking op hebben. Een deel van de salarislasten moet dan ook vanuit programma 0 worden doorbelast naar de andere programma's. Deze doorbelasting is in 2026 ten opzichte van 2025 € 1.781.000 hoger, wat in programma 0 leidt tot lagere lasten. Dit bedrag wordt op de volgende manier over de programma's verdeeld: • Programma 1: hogere lasten van € 169.000 • Programma 2: hogere lasten van € 103.000 • Programma 3: hogere lasten van € 60.000 • Programma 4: hogere lasten van € 5.000 • Programma 5: lagere lasten van € 41.000 • Programma 6: hogere lasten van € 360.000
16
• • •
Programma 7: hogere lasten van € 346.000 Programma 8: hogere lasten van € 778.000 Totaal: € 1.781.000 hogere lasten.
Businesscases gemeentehuis en gemeentewerf (€ 523.000 lagere lasten) In 2025 is budget beschikbaar voor de uitvoering van de businesscases voor het gemeentehuis en de gemeentewerf. Dit is in 2026 niet beschikbaar, wat leidt tot lagere lasten. Flexibele schil (€ 455.000 lagere lasten) Bij de kadernota 2026 is er een aanvullend budget opgenomen voor de flexibele schil. Ten opzichte van 2025 is er toch sprake van lagere lasten omdat bij de voorjaarsnota 2025 een eenmalig hogere bijstelling is geweest om de lasten voor verzuim te dekken. Per saldo is er daarom in 2026 sprake van € 455.000 lagere lasten dan in 2025. Stelposten (€ 345.000 lagere lasten) In 2026 resteert er minder op de stelposten dan in 2025. Dit heeft met name te maken met de nieuwe methodiek om de stelpost voor areaaluitbreiding te bepalen. De nieuwe methode leidt tot een lager benodigde stelpost dan voorheen. Rente op kapitaallasten (€ 332.000 lagere lasten) Zie dezelfde post onder de toelichting op de verschillen van de baten. Organisatieontwikkeling (€ 273.000 lagere lasten) In 2025 was er een hoger budget beschikbaar voor organisatieontwikkeling dan in 2026. Dit leidt tot lagere lasten van € 273.000. Kapitaallasten (€ 239.000 lagere lasten) Het actualiseren van de investeringsplanning leidt tot bijstelling van de kapitaallasten. Ten opzichte van 2025 leidt dit op programma 0 tot € 239.000 lagere lasten.
De bijstelling van de kapitaallasten heeft daarnaast ook effect op andere programma's. Dit effect is hieronder voor alle programma's opgenomen, en wordt in de betreffende programma's kort benoemd als het verschil groot genoeg is. • Programma 1: effect nihil • Programma 2: hogere lasten van € 75.000 • Programma 3: hogere lasten van € 6.000 • Programma 4: effect nihil • Programma 5: hogere lasten van € 59.000 • Programma 6: hogere lasten van € 17.000 • Programma 7: hogere lasten van € 30.000 • Programma 8: hogere lasten van € 49.000 Cliëntvolgsysteem (€ 230.000 lagere lasten) In 2025 vond de implementatie plaats van het nieuwe cliëntvolgsysteem voor de Wmo en jeugd. Omdat de implementatiekosten van € 80.000 vervallen in 2026, en de structurele lasten van € 150.000 van het systeem zijn verplaatst naar programma 6, leidt dit in programma 0 tot lagere lasten van per saldo € 230.000. Herverdeling budget subsidie huurcompensatie (€ 184.000 lagere lasten) Het budget voor de subsidieregeling ter compensatie van kostendekkende huren stond begroot in programma 0, maar heeft betrekking op verschillende panden in meerdere programma's. Het budget is neutraal verdeeld naar de programma's, wat leidt tot een lagere lasten in programma 0 van € 184.000.
Het effect op de programma's is als volgt: • Programma 4: hogere lasten van € 18.000 • Programma 5: hogere lasten van € 82.000 • Programma 6: hogere lasten van € 84.000
17
•
Totaal: hogere lasten van € 184.000. Per saldo neutraal met de lagere lasten op programma 0.
Bijstelling personeelsbegroting in 2025 (€ 145.000 lagere lasten) Bij de voorjaarsnota 2025 is aanvullend budget beschikbaar gesteld ter dekking van hogere kosten voor personeel. Omdat dit in 2026 niet beschikbaar is, leidt dit tot lagere lasten. Implementatie financieel systeem (€ 95.000 lagere lasten) De implementatie van het nieuwe boekhoudpakket wordt in 2026 voltooid. De implementatiekosten liggen in 2026 daarom lager dan in 2025. Bestuurskrachtonderzoek (€ 80.000 lagere lasten) In 2025 is een bestuurskrachtonderzoek uitgevoerd. Hiervoor was eenmalig € 80.000 beschikbaar. Bijdrage aan Holland Rijnland (€ 74.000 lagere lasten) De bijdrage aan Holland Rijnland is in 2026 €74.000 lager dan in de begroting 2025. Dit heeft te maken met de taakstelling op de gemeenschappelijke regelingen en het niet meer ramen van de compensabele btw (zie toelichting in de kadernota 2026 bij onderdeel D9). Ontvlechting sociaal domein (€ 41.000 lagere lasten) In 2025 was er budget beschikbaar voor de afwikkeling van de ontvlechting voor het sociaal domein. Dit is niet meer nodig in 2026, daarom leidt dit tot lagere lasten. DVO I&D (€ 485.000 hogere lasten) De bijdrage voor de Dienstverleningsovereenkomst Informatie- en datamanagement (DVO I&D) ligt in begrotingsjaar 2026 hoger dan in 2025.
Deels betreft dit projecten die in 2026 lopen, waarvan de kosten worden gedekt uit een reserve (zie onderdeel verschil op reserves). Algemene personeelskosten (€ 112.000 hogere lasten) Binnen de algemene personeelsbudgetten is er enerzijds sprake van hogere lasten, door bijstellingen op de opleidingskosten en budgetten voor bindingsactiviteiten en de arbo. Hier tegenover staan lagere lasten omdat er in 2026 geen raming is opgenomen voor kosten voor voormalig personeel. Per saldo is er sprake van € 112.000 hogere lasten. Rentelasten op leningen (€ 57.000 hogere lasten) • Kortlopende leningen In 2026 verwachten we een kortlopende lening te moeten aantrekken, terwijl dat in 2025 niet nodig is. Dit leidt tot hogere rentelasten in 2026 van € 76.000. • Langlopende leningen In 2025 hoeft geen nieuwe langlopende lening aangetrokken te worden. Ondertussen lossen we wel regulier af, wat in 2026 tot lagere rentelasten leidt van € 19.000. Per saldo zorgt de rente op kort- en langlopende leningen voor € 57.000 hogere lasten. Het restant van € 4.000 hogere lasten betreft overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak.
Mutaties reserves Onttrekkingen (€ 1.625.000 lagere baten) In tegenstelling tot in 2025 worden er in 2026 geen reserve-onttrekkingen geraamd voor de businesscases voor het gemeentehuis en de gemeentewerf (€ 523.000), het opheffen van diverse reserves (€ 440.000), organisatieontwikkeling (€ 398.000), kosten voor voormalig personeel (€ 162.000), de implementatie van het cliëntvolgsysteem (€ 150.000), de viering van tachtig jaar bevrijding (€ 50.000), de ontvlechting van het sociaal domein (€ 41.000), en de verduurzaming vastgoed (€ 28.000). Daarnaast wordt er € 170.000 minder onttrokken voor de implementatie van het nieuwe financieel systeem.
18
Het restant van € 45.000 betreft overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak. Stortingen (€ 440.000 lagere lasten) In 2026 zijn er binnen programma 0 geen stortingen in reserves geraamd, waar dit in 2025 wel het geval was omdat het saldo van opgeheven reserves aan andere reserves werd toegevoegd (€ 440.000).
19
P1 Veiligheid Wat willen we bereiken ? De samenleving verandert. Maatschappelijke onvrede neemt toe en het vertrouwen in de overheid staat onder druk. Ook in 2026 zijn we ons bewust van deze ontwikkelingen en de noodzaak hiermee rekening te houden We kiezen gericht hoe we onze beperkte capaciteit inzetten in ons streven naar een weerbare, veerkrachtige en veilige samenleving. Een integere en betrouwbare overheid, voorbereid op maatschappelijke en geopolitieke uitdagingen. Om onze doelen te bereiken zullen we in 2026 een aantal projecten opzetten of verder uitwerken. Daarnaast bieden we volgend jaar het nieuwe Integraal Veiligheidsplan voor de jaren 2027-2030 aan om vast te stellen. Om de doelen te bereiken die we voor 2026 stellen, focussen we op:
• • • • •
een sterkere crisisorganisatie op regionaal en lokaal niveau, in samenwerking met de Veiligheidsregio Hollands Midden; vergroting van weerbaarheid en veerkracht bij langdurige crises in de gemeente en samenleving; een sterkere informatiepositie, zowel in onze organisatie als daarbuiten met de partners in het sociaal en veiligheidsdomein. Een betere informatiepositie is van toegevoegde waarde op de onderdelen openbare orde en veiligheid, ondermijning en handhaving; het voortzetten van de stevige aanpak van ondermijning, om malafide ondernemers te weren, de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld terug te dringen en te voorkomen dat de gemeente ongewild criminele activiteiten faciliteert; het versterken van de weerbaarheid tegen ondermijning binnen de gemeentelijke organisatie en het vergroten van bewustwording, zowel intern als extern.
Wat gaan we daarvoor doen ? Belangrijkste resultaten 2026 Crisisorganisatie Versterking van weerbaarheid en veerkracht De gemeente moet zich intern voorbereiden op langdurige crises, zoals langdurige stroomuitval. Om de hulpverlening aan inwoners tijdens een crisis zo veel mogelijk te faciliteren, stellen we in 2026 een bedrijfscontinuïteitsplan op. In dit plan komt te staan hoe wij omgaan met onze kritieke processen en diensten tijdens een crisis of ernstige verstoring. En hoe we die processen en diensten zo snel als mogelijk na die crisis weer kunnen oppakken. Daarnaast gaan we verder met de publiekscampagne ‘Maak een noodpakket, bedenk een noodplan, en praat erover met familie, vrienden en buren’, die gericht is op bewustwording en voorbereiding. Ook volgen we de landelijke ontwikkelingen en sluiten we ons aan bij het regionaal platform weerbaarheid van de Veiligheidsregio Holland Midden (VRHM), waarin kennisuitwisseling en samenwerking centraal staan. Tot slot dragen wij bij aan de ontwikkeling en realisatie van noodsteunpunten, in lijn met landelijke en regionale richtlijnen. Voor deze weerbaarheidsopgave in 2026 reserveren we € 50.000 in de begroting. Op dit moment is nog niet bekend of het Rijk een bijdrage zal leveren om de weerbaarheid op landelijk niveau in de komende jaren in te vullen.
Openbare Orde en Veiligheid Ontwikkeling Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2027-2030 Gedurende het jaar 2026 ontwikkelen we het nieuwe integraal veiligheidsbeleid (IVP) voor de komende vier jaar. Hierbij betrekken we inwoners, ondernemers en onze ketenpartners (de hulpdiensten). In december 2026 bieden we het IVP 2027-2030 ter vaststelling aan.
20
Lokale aanpak landelijk vuurwerkverbod Het landelijk vuurwerkverbod zal naar alle verwachting bij de jaarwisseling 2026-2027 ingaan. We geven daar uitvoering aan en werken de mogelijkheden uit voor een vuurwerkshow. We informeren de raad hierover in een informatiebrief. Daarnaast stellen we een plan van aanpak op waarin we risico’s en nodige maatregelen inventariseren die voortvloeien uit het landelijk vuurverbod. Daarin houden we onder andere rekening met het ontstaan van een illegale verkoopmarkt en handhaving van regelgeving. We zoeken hierbij verbinding en afstemming met de omliggende gemeenten in de Leidse regio. Doorontwikkeling van de lokale integrale aanpak ondermijning Voor de aanpak ondermijning werken we samen met interne en externe partners. Voor een betere informatiepositie vindt er één keer in de zes weken een lokaal signaaloverleg plaats. We investeren met trainingen en campagnes in bewustwording van en weerbaarheid tegen ondermijning binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. We voeren vier tot zes integrale controles uit. In 2026 gaan we verder met de ontwikkeling van deze lokale integrale aanpak van ondermijning. Uitvoering geven aan het DOR-beleid in de aanpak tegen heling Opkopers van bijvoorbeeld auto-onderdelen, metalen en kunstvoorwerpen, zijn wettelijk verplicht een inkoopregister bij te houden om heling te voorkomen.
De verplichte registratie van ingekochte goederen ging tot voor kort uitsluitend op papier. In 2011 heeft de politie een digitale variant ontwikkeld: het Digitaal Opkopers Register (DOR). Dit systeem biedt de mogelijkheid om automatisch te controleren of een product als gestolen geregistreerd staat. Het ministerie van Justitie en Veiligheid begon in 2017 met een wetgevingstraject om het gebruik van het DOR wettelijk verplicht te stellen. Besluitvorming hierover door de Tweede Kamer laat nog op zich wachten. Inmiddels hebben diverse gemeenten al besloten om het register te gebruiken, vanwege het voordeel dat daarmee automatische controle plaatsvindt. In 2022 heeft de gemeente Voorschoten het besluit genomen het DOR in te voeren als het enige verkoopregister voor de registratie van tweedehandsgoederen dat is toegestaan. In januari 2026 informeren we alle opkopers over het DOR. In het derde kwartaal 2026 starten we met DOR-controles. Voorafgaand daaraan besteden we aandacht aan het vergroten van bewustwording. In Voorschoten zijn er circa 90 opkopers actief. Plan van aanpak uitwerking gebiedsgericht werken in het veiligheidsdomein Dankzij de samenwerking van de handhavers, de wijkagenten en de gebiedsregisseurs versterken we de wijkaanpak.
We vergroten onze informatiepositie, stemmen onze werkwijze op elkaar af, leren van elkaar en verbeteren hiermee onze dienstverlening aan de inwoners van Voorschoten. In het plan van aanpak van die samenwerking nemen we ook de PlusMinMee-methodiek van het jongerenwerk op, een methode om gedrag en groepsdynamiek van jongeren in kaart te brengen. Hiermee ontstaat een gedeeld handelingsperspectief, waarbij we aansluiten op een groepsaanpak die we op regionaal vlak kunnen uitvoeren. Daarnaast zijn wij van plan om toe te treden tot het project Dealbreakers, een project dat inzet op signalering en preventie, om te voorkomen dat jongeren betrokken raken bij criminele activiteiten. Onze partners, zoals jongerenwerk, worden getraind in deze aanpak, waardoor we het jongerenwerk verder professionaliseren.
Verbonden partijen Tabel Verbonden Partijen Programma 1 Naam Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM)
21
Nr. Beleidsindicator
Eenheid
Bron
Voorgaande laatst bekende realisatie
Laatst Landelijk bekende vergelijking realisatie cijfer
06
Verwijzingen Halt
Stichting Halt
7,6 (2023)
7 (2024)
08
Winkeldiefstallen
CBS
1,2 (2023) 0,8 (2024) 2,2 (2024)
09
Geweldsmisdrijven
CBS
2,3 (2023) 2,1 (2024) 4,3 (2024)
10
Diefstallen uit woning
CBS
2,5 (2023) 1,0 (2024) 1,2 (2024)
11
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
Aantal per 1.000 jongeren Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners
CBS
2,9 (2023) 3,5 (2024) 5,7 (2024)
9 (2024)
Toelichting beleidsindicatoren 06
Verwijzingen Halt
Het aantal verwijzingen Halt per 10.000 inwoners van 12 tot 18 jaar. Jongeren van 12 tot 18 jaar die een licht strafbaar vergrijp plegen, worden door de politie of leerplichtambtenaren naar Bureau Halt verwezen voor een passende Halt-straf. Zij krijgen leeropdrachten en er volgen gesprekken met de jongere en de ouders. Op deze manier kunnen jongeren rechtzetten wat zij fout hebben gedaan, zonder dat zij in aanraking komen met het Openbaar Ministerie. 08
Winkeldiefstallen
Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners. 09
Geweldsmisdrijven
Het aantal geweldsmisdrijven. Voorbeelden van geweldsmisdrijven zijn seksuele misdrijven, levensdelicten zoals moord en doodslag en dood en lichamelijk letsel door schuld (bedreiging, mishandeling, etc.). 10
Diefstallen uit woning
Het aantal diefstallen uit woningen, per 1.000 inwoners. 11
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
Hieronder vallen brandstichting, alle vormen van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde en het openbaar gezag. Voorbeelden van misdrijven tegen de openbare orde en tegen het openbaar gezag zijn opruiing, huis-, computer- en lokaalvredebreuk, deelneming aan een criminele of terroristische organisatie, openlijke geweldpleging, godslastering, discriminatie en het doen van een valse aangifte. Omdat het delict mensenhandel vaak onder dezelfde feitcode geregistreerd wordt als het delict mensensmokkel worden deze twee delicten samengeteld en weergegeven bij de gewelds- en seksuele misdrijven.
22
Wat gaat het kosten?
Deze tabel toont de baten en lasten van dit programma. De mutaties laten we apart zien. De tabel sluit af met het saldo. Rekening 2024
Programma: P1 Veiligheid
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Totaal baten
Baten
194
258
282
302
319
319
Totaal lasten
Lasten
-2.675
-2.876
-3.098
-3.086
-3.082
-3.082
Saldo van baten en lasten Saldo
-2.481
-2.618
-2.816
-2.785
-2.763
-2.763
Mutatie reserves Totaal onttrekkingen
Baten
0
0
0
0
0
Totaal stortingen
Lasten
0
0
0
0
0
Saldo mutatie reserves
Saldo
0
0
0
0
0
-2.618
-2.816
-2.785
-2.763
-2.763
Saldo Totaal Programma
Saldo
-2.481
bedragen x € 1.000 ( "-"= nadeel / "+"= voordeel )
De voornaamste verschillen op de baten en de lasten van tenminste € 50.000, of met een bijzondere oorzaak, staan hieronder uitgewerkt. Programma 1 kent per saldo € 24.000 hogere baten in 2026 ten opzichte van 2025. De hogere baten van € 24.000 worden veroorzaakt door wijzigingen kleiner dan € 50.000 en/of zonder bijzondere oorzaak. Programma 1 kent per saldo € 222.000 hogere lasten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen: Doorbelasting salarislasten (€ 169.000 hogere lasten) De doorbelasting van de salarislasten zorgt voor een nadeel van € 169.000 op programma 1. Zie voor de complete toelichting het onderdeel 'Wat gaat het kosten?' bij programma 0. Pilot vuurwerkshow (€ 50.000 hogere lasten) Het landelijk vuurwerkverbod zal naar verwachting bij de jaarwisseling 2026/2027 in gaan. We geven uitvoering aan de motie en werken de mogelijkheden voor een centrale vuurwerkshow in 2026 uit. De resterende hogere lasten van € 3.000 betreffen overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak.
23
P2 Verkeer en vervoer Wat willen we bereiken ? Onze prioriteit is dat Voorschoten bereikbaar en veilig is voor alle manieren van vervoer (vervoersmodaliteiten). Extra aandacht gaat hierbij uit naar ‘zwakke verkeersdeelnemers’, zoals fietsers, voetgangers, mensen met een beperking en schoolgaande kinderen.
Wat gaan we daarvoor doen ? Belangrijkste resultaten 2026 Verkeersveiligheid verbeteren rondom kruispunten en rotondes We ronden het ontwerp af voor de herinrichting van de kruispunten Leidseweg– Mozartlaan/Bachlaan. We streven ernaar de uitvoering na de zomervakantie te starten. Indien aanvullend budget nodig is, wordt dit tijdig kenbaar gemaakt. Rondom de rotonde Wijngaardenlaan voeren we maatregelen uit om de fietsveiligheid te verbeteren. Daarvoor hebben het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de provincie Zuid-Holland subsidie toegekend. Veilige schoolomgevingen maken We inventariseren de verkeersveiligheid van schoolroutes bij alle basisscholen in Voorschoten. In overleg met scholen en omwonenden brengen we de knelpunten in beeld. Op basis daarvan voeren we ten minste twee infrastructurele verbetermaatregelen uit. De exacte maatregelen bepalen we aan de hand van de inventarisatie. Die zullen bestaan uit zogeheten quick wins: snelle, eenvoudige acties die zichtbaar bijdragen aan een veiligere schoolomgeving. Verbetering fietsnetwerk We ronden het ontwerp af voor het kruispunt Trompweg–Station De Vink en maken dat klaar voor aanbesteding. Dit kruispunt is onderdeel van de doorfietsroute Velostrada, die langs het spoor tussen Leiden en Den Haag ligt. De voorbereiding ervoor gebeurt in samenwerking met de provincie Zuid-Holland en met subsidie van IenW.
Stimuleren duurzame mobiliteit We bereiden station Voorschoten voor als mobiliteitshub, dus als centraal punt waar verschillende vormen van vervoer samenkomen. We ronden het ontwerp af en starten met de eerste maatregelen. Daarbij richten we ons op herkenbaarheid en zichtbaarheid van de mobiliteitshub, waaronder bebording en betere bewegwijzering in en rond het stationsgebied. Deze afstemming gebeurt ook in regionaal verband. Kabelgoten Vanaf september 2025 biedt de gemeente kabelgoottegels aan; dat zijn stoeptegels met een sleuf om oplaadkabels in te leggen.[Idem?] Voor 2026 gaan we uit van veertig aanvragen. De gemeente betaalt de aanlegkosten à € 240 per stuk; materiaalkosten zijn voor de aanvrager. Voor latere jaren verwachten we dat de vraag ernaar zal afnemen. Verbeteren van bushaltes en uitvoeren van verkeersveiligheidsacties In samenwerking met de provincie Zuid-Holland en de vervoerder verbeteren we bij minimaal twee bushaltes de toegankelijkheid en het comfort. We voeren daarnaast minimaal twee gerichte verkeersveiligheidsacties uit op risicolocaties, zoals rondom scholen en bij oversteekplaatsen.
24
Wat gaat het kosten?
Deze tabel toont de baten en lasten van dit programma. De mutaties laten we apart zien. De tabel sluit af met het saldo. Programma: P2 Verkeer en vervoer
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Totaal baten
Baten
310
341
185
285
285
285
Totaal lasten
Lasten
-3.430
-4.053
-4.149
-4.237
-4.310
-4.332
Saldo van baten en lasten Saldo
-3.119
-3.712
-3.964
-3.953
-4.025
-4.047 50
Mutatie reserves Totaal onttrekkingen
Baten
516
175
50
50
50
Totaal stortingen
Lasten
-400
0
0
0
0
0
Saldo mutatie reserves
Saldo
116
175
50
50
50
50
Saldo
-3.003
-3.537
-3.914
-3.903
-3.975
-3.998
Saldo Totaal Programma bedragen x € 1.000 ( "-"= nadeel / "+"= voordeel )
De voornaamste verschillen op de baten en de lasten van tenminste € 50.000, of met een bijzondere oorzaak, staan hieronder uitgewerkt. Programma 2 kent per saldo € 156.000 lagere baten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen: Fietsstation de Vink (€ 110.000 lagere baten) Voor de aanleg van fietsstation de Vink ontvangt de gemeente een subsidie. De werkzaamheden worden uitgevoerd in 2025 en zijn inmiddels afgerond. De ontvangen baten zijn incidenteel en zijn daarmee lager in 2026. Actualisatie beheerplan vastgoed (€ 51.000 lagere baten) In 2025 is eenmalig in programma 2 € 51.000 vanuit de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen vrijgevallen. De resterende hogere baten van € 5.000 betreffen overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak. Programma 2 kent per saldo € 96.000 hogere lasten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen: Doorbelasting salarislasten (€ 103.000 hogere lasten) De doorbelasting van de salarislasten zorgt voor een nadeel van € 103.000 op programma 2. Zie voor de complete toelichting het onderdeel 'Wat gaat het kosten?' bij programma 0. Actualisatie kapitaallasten (€ 75.000 hogere lasten) De actualisatie van de investeringsplanning zorgt voor een nadeel op de kapitaallasten van € 75.000 op programma 2.