Bijlage 1 Parkeerbeleid Voorschoten
Tekst van het document
*Van deze functie kunnen alleen globale parkeerkencijfers gegeven worden
7
Onderwijs
7.1
Kinderdagverblijf (crèche)* Basisonderwijs*
0,8
Middelbare school** Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs* *
7.2 7.3 7.4
Centrum
Stationsomgeving
Overig
Aandeel bezoekers
1,1
1,2
0%
0,5
0,5
0,75
-
2,3
3,3
4,3
11%
3
5
6
95%
Eenheid per 100 m2 BVO per leslokaal per 100 leerlingen per 10 studenten
*Exclusief kiss & ride ** Bezoekers zijn leerlingen/studenten
Definitief
April 2024
p. 90
Bijlage 8: Voorbeeld parkeerbalans Met een parkeerbalans wordt onderzocht of een gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen mogelijk is. Vaak blijkt het niet noodzakelijk te zijn om de totale vereiste hoeveelheid parkeerplaatsen per afzonderlijke functie aan te leggen, doch slechts een deel ervan. Het lokale beleid moet voor een dergelijke gebiedsintegrale benadering wel de ruimte geven voor gecombineerd gebruik. De mogelijkheid tot gecombineerd gebruik hangt af van de mate van openbaarheid, de locatie van de parkeervoorzieningen en de loopafstanden naar de bestemming(en). Ter illustratie zijn hieronder twee voorbeelden weergeven van de parkeerbalans. Bij de rekenvoorbeelden worden alleen de aantallen voor de parkeervoorzieningen berekend.
Voorbeeld 1 - centrum •
• •
Het bouwplan in dit rekenvoorbeeld wordt gerealiseerd in het ‘centrum’. De volgende functies zijn gepland: o 5 dure koopappartementen met fietsenberging o 5 kantoorfuncties (van 100 m2 BVO) zonder baliefunctie De bouwontwikkeling in deze casus vindt plaats op de kavel van de ontwikkelaar, maar de te realiseren autoparkeerplaatsen zijn openbaar toegankelijk. De parkeerplaatsen zijn op eigen terrein voorzien als haakse parkeervakken.
Stap 1: Vaststellen programma en berekenen parkeerbehoefte Aan de hand van de parkeernormen in bijlage 7 is de parkeervraag berekend voor het geplande programma van deze bouwontwikkeling. De locatie van de bouwontwikkeling is in het centrum. Voor de fietsparkeernormen bij de bezoekersfunctie wordt standaard de gemiddelde norm gehanteerd. Bij autoparkeren zitten de bezoekersparkeernormen al in de parkeernormen verwerkt. Functie
Parkeernorm
Aantal pp (zonder dubbelgebruik) Eigen Bezoek Totaal gebruik
Eenheid
Aantal
3,75
Per woning
5 woningen
15,0
3,75
18,75
3,5
100 m2 BVO
500 m2
-
-
17,5
Eigen gebruik
Bezoek
Totaal
Koop, appartement, duur
3,0
0,75
Kantoor (zonder balie)
-
-
Fietsparkeren
Totaal
Definitief
36,25
April 2024
p. 91
Autoparkeren Koop, appartement, duur Kantoor (zonder balie)
-
-
1,4
Per woning
5 woningen
-
-
7
-
-
1,15
100 m2 BVO
500 m2
-
-
5,75
Totaal
12,75
Het aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond. Dat betekent dat de parkeervraag voor deze bouwontwikkeling ligt op 37 fietsparkeerplaatsen en 13 autoparkeerplaatsen.
Stap 2: Locatie en kwaliteit Na het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de fiets en auto, wordt de locatie en kwaliteit van de parkeerplaatsen getoetst. Fietsparkeerplaatsen In deze casus vindt fietsparkeren plaats op eigen kavel met een berging, 15 fietsparkeerplaatsen voor bewoners van de koopappartementen, en 18 fietsparkeerplaatsen voor de kantoorfunctie. Er moet daarnaast rekening gehouden worden met dat bezoekers hun fiets in de openbare ruimte moeten kunnen parkeren. In deze casus hoeft voor de kantoorfunctie geen rekening te worden gehouden met bezoekers op de fiets aangezien er geen baliefunctie is. Voor de bewoners moet er wel rekening gehouden worden met fietsparkeerplaatsen voor bezoekers in de openbare ruimte. In deze casus zijn dat er 4 (3,75 fietsparkeerplaatsen is afgerond naar boven 4 fietsparkeerplaatsen). Functie
Eigen gebruik
Bezoek
Totaal
Koop, appartement, duur
15,0
3,75
18,75
Kantoor (zonder balie)
-
-
17,5
Fietsparkeren
Autoparkeerplaatsen De bouwontwikkeling in deze casus vindt plaats op de kavel van de ontwikkelaar, maar de te realiseren parkeerplaatsen zijn openbaar toegankelijk. Dit zorgt ervoor dat geen verrekening nodig is tussen theoretisch aantal versus berekeningsaantal. De parkeerplaatsen moeten op acceptabele loopafstanden liggen, oftewel voor de woningen is dit 100 meter, en voor werken tussen de 200 – 800 meter. Daarnaast moeten zij voldoen aan de maatvoering voor haakse parkeervakken, oftewel tenminste 2,50 meter breed en een lengte van tenminste 5,13 meter. De rijbanen dienen 6,00 meter breed te zijn.
Definitief
April 2024
p. 92
Functie
Totaal
Waarvan bezoekers
Koop, appartement, duur
7
1,5
Kantoor (zonder balie)
5,75
-
Autoparkeren
Stap 3: Toepassen dubbelgebruik (parkeerbalans) Na het doorlopen van de eerste twee stappen kan de parkeervraag van deze bouwontwikkeling worden vastgesteld. Op basis van het aanwezigheidspercentage wordt getoetst op dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Hierdoor kan het mogelijk zijn dat er minder parkeerplaatsen gerealiseerd hoeven te worden. Het drukste moment is maatgevend en bepaalt daarmee de parkeereis. Hoewel de autoparkeerplaatsen voor bezoekers in de parkeernormen zijn verwerkt is het wel noodzakelijk dat deze apart worden berekend op dubbelgebruik. Dit komt doordat er andere aanwezigheidspercentages gelden voor bezoekers. Voor de auto wordt een bezoekersparkeernorm van 0,3 per huishouden gehanteerd. Deze wordt van de totale parkeernorm afgehaald. Het maatgevende moment voor deze casus is de werkdagmiddag. Voor het fietsparkeren is er een (afgeronde) parkeervraag van 26 fietsparkeerplaatsen. Bij autoparkeerplaatsen ligt de (afgeronde) parkeervraag op 9 autoparkeerplaatsen. Werkdag
woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven Fietsparkeren woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven Totaal Autoparkeren woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven Totaal
Zaterdag
Zondag
ochtend
middag
avond
nacht
middag
avond
middag
50% 10% 100%
50% 20% 100%
90% 80% 5%
100% 0% 0%
60% 60% 0%
80% 100% 0%
70% 70% 0%
7,5 0,4 17,5 25,4
7,5 0,8 17,5 25,8
13,5 3,0 0,9 17,4
15,0 0,0 0,0 15,0
11,3 2,3 0,0 13,5
15,0 3,8 0,0 18,8
13,1 2,6 0,0 15,8
2,8 0,2 5,8 8,7
2,8 0,3 5,8 8,8
5,0 1,2 0,3 6,4
5,5 0,0 0,0 5,5
3,3 0,9 0,0 4,2
4,4 1,5 0,0 5,9
3,9 1,1 0,0 4,9
Stap 4, 5 en 6 In deze casus is er zorg gedragen voor genoeg parkeerplaatsen voor zowel de auto als de fiets, hierdoor zijn de salderingsmogelijkheden (stap 4) niet van toepassing. Ook een ontheffing van de parkeernorm is niet van toepassing (stap 5). Op basis van de onderbouwing voor planontwikkeling waarmee duidelijk is dat de parkeeroplossingen voldoende zijn kan de omgevingsvergunning worden verleend.
Definitief
April 2024
p. 93
Voorbeeld 2 - stationsomgeving •
•
Het bouwplan in dit rekenvoorbeeld wordt gerealiseerd in de ‘stationsomgeving’. De volgende functies zijn gepland: o 5 vrijstaande koophuizen met een garage voorzien van een oprit. o 5 huurhuizen in de vrije sector (incl. tuin met tuinhuis geschikt voor fietsparkeerplaatsen) Naast het toe te voegen programma verdwijnt een bedrijf met een baliefunctie van 800 m2 BVO. Het voormalige bedrijf heeft momenteel 7 autoparkeerplaatsen op eigen terrein en deze zullen blijven.
Stap 1: Vaststellen programma en berekenen parkeerbehoefte Aan de hand van de parkeernormen in bijlage 7 is de parkeervraag berekend voor het geplande programma van deze bouwontwikkeling. De locatie van de bouwontwikkeling is in de stationsomgeving. Voor de fietsparkeernormen bij de bezoekersfunctie wordt de gemiddelde norm gehanteerd. Bij autoparkeren zitten de bezoekersparkeernormen al in de parkeernormen verwerkt. Functie
Parkeernorm Eigen Bezoek gebruik
Totaal
Eenheid
Aantal
Aantal pp (zonder dubbelgebruik) Eigen gebruik
Bezoek
Totaal
5,0
30,0
3,8
33,8
5,0
30,0
3,8
33,8
Fietsparkeren Koop, huis, vrijstaand Huur, huis, vrije sector
6,0
0,75
6,8
6,0
0,75
6,8
Per woning Per woning
Totaal
67,5
Autoparkeren Koop, huis, vrijstaand Huur, huis, vrije sector
-
-
1,7
-
-
1,4
Per woning Per woning
Totaal
5
-
-
8,5
5
-
-
7 15,5
Het aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond. Dat betekent dat de parkeervraag voor deze bouwontwikkeling ligt op 68 fietsparkeerplaatsen en 16 autoparkeerplaatsen.
Definitief
April 2024
p. 94
Stap 2: Locatie en kwaliteit Na het bepalen van de benodigde aantal parkeerplaatsen voor de fiets en auto, wordt de locatie en kwaliteit van de parkeerplaatsen getoetst.
Fietsparkeerplaatsen In deze casus vindt fietsparkeren inpandig plaats voorzien in de garages bij de koopwoningen en in de tuinhuisjes van de huurwoningen. Hierbij moet rekening gehouden worden met dat de bezoekers hun fiets in de openbaar toegankelijke ruimte moeten kunnen parkeren. Functie
Per woning
Gehele ontwikkeling
Eigen Bezoek gebruik Koop, huis, vrijstaand 6,0 0,75 Huur, huis, vrije 6,0 0,75 sector
Eigen gebruik 30,0
Fietsparkeren
30,0
Bezoek
Totaal Totaal
3,8
33,8
3,8
33,8
Autoparkeerplaatsen De bouwontwikkeling in deze casus vindt wel op eigen terrein plaats. Voor de koopwoningen zijn parkeerplaatsen voorzien op eigen kavel: een garage met een oprit. De parkeerplaatsen voor de huurwoningen zijn niet op ‘eigen’ kavel. Dit houdt in dat deze parkeerplaatsen dus openbaar toegankelijk zijn. Dit resulteert erin dat een theoretisch aantal versus berekeningsaantal nodig is. Functie
Totaal
Waarvan bezoekers
Koop, huis, vrijstaand
8,5
1,5
Huur, huis, vrije sector
7
1,5
Autoparkeren
In deze casus zijn 5 vrijstaande koopwoningen voorzien, elke woning met 1 garage en een oprit. Dit houdt in dat er theoretisch 10 parkeerplaatsen op eigen kavel zijn. Ervaring leert dat een garage niet altijd als parkeerplek wordt gebruikt, daarom is het berekeningsaantal in deze casus 5 parkeerplaatsen op eigen kavel. Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekening aantal
Garage met enkele oprit Koop, huis, vrijstaand
2 10
1 5
De parkeerplaatsen moeten op acceptabele loopafstanden liggen, oftewel voor de woningen is dit 100 meter. Daarnaast moeten zij voldoende aan de maatvoering voor de oprit, garage en openbare parkeerplaatsen.
Definitief
April 2024
p. 95
Stap 3: Toepassen dubbelgebruik (parkeerbalans) Na het doorlopen van de eerste twee stappen kan de parkeervraag van deze bouwontwikkeling worden vastgesteld. Op basis van het aanwezigheidspercentage wordt getoetst op dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Hierdoor kan het mogelijk zijn dat er minder parkeerplaatsen gerealiseerd hoeven te worden. Het drukste moment is maatgevend en bepaalt daarmee de parkeereis. Hoewel de autoparkeerplaatsen voor bezoekers in de parkeernormen zijn verwerkt is het wel noodzakelijk dat deze apart worden berekend op dubbelgebruik. Dit komt doordat er andere aanwezigheidspercentages gelden voor bezoekers. Voor de auto wordt een bezoekersparkeernorm van 0,3 per huishouden gehanteerd. Deze wordt van de totale parkeernorm afgehaald. Het maatgevende moment voor deze casus is de werkdagnacht voor fietsparkeren, en werkdagavond voor autoparkeren. Voor het fietsparkeren is er een (afgeronde) parkeervraag van 60 fietsparkeerplaatsen. Bij autoparkeerplaatsen ligt de (afgeronde) parkeervraag op 14 autoparkeerplaatsen. Werkdag
Woningen bewoners Woningen bezoekers Fietsparkeren woningen bewoners woningen bezoekers Totaal Autoparkeren woningen bewoners woningen bezoekers Totaal
Zaterdag
Zondag
ochtend
middag
avond
nacht
middag
avond
middag
50% 10%
50% 20%
90% 80%
100% 0%
60% 60%
80% 100%
70% 70%
30,0 0,8 30,0
30,0 1,5 30,0
54,0 6,0 54,0
60,0 0,0 60,0
36,0 4,5 36,0
48,0 7,5 48,0
42,0 5,3 42,0
6,3 0,3 6,6
6,3 0,6 6,9
11,3 2,4 13,7
12,5 0,0 12,5
7,5 1,8 9,3
10,0 3,0 13,0
8,8 2,1 10,9
Stap 4: Salderingsmogelijkheden In totaal is er een parkeervraag van 16 autoparkeerplaatsen (zie stap 1). Rekening houdend met het aanwezigheidspercentage (stap 3) zijn er op het piekmoment 14 autoparkeerplaatsen nodig. 5 daarvan worden ingevuld op eigen kavel (zie stap 2). De overige 9 auto parkeerplaatsen moeten in de openbare ruimte aanwezig zijn. Het voormalige bedrijf had al 7 autoparkeerplaatsen op eigen terrein. Dit houdt in dat de ontwikkeling nog in 2 extra autoparkeerplaatsen moet voorzien in de openbare ruimte.
Stap 5 en 6 In deze casus is er zorg gedragen voor genoeg parkeerplaatsen voor zowel de auto als de fiets. Een ontheffing van de parkeernorm is niet van toepassing (stap 5). Op basis van de onderbouwing voor planontwikkeling waarmee duidelijk is dat de parkeeroplossingen voldoende zijn kan de omgevingsvergunning worden verleend.
Definitief
April 2024
p. 96
Definitief
April 2024
p. 97