Bijlage 1 - Nota van beantwoording en wijzigingen bp 'Segaar-Arsenaal'
Tekst van het document
De weg, inclusief parkeren, wordt De definitieve inrichting zal uitgewerkt worden in het Inrichtingsplan. Dit is tevens ook waterdoorlatend uitgevoerd waarmee deze niet als volledige vastgelegd in de anterieure overeenkomst. verharding meetelt’ De Indiener geeft aan dat in Het Plan niet wordt vermeld dat de weg, inclusief parkeren, waterdoorlatend wordt uitgevoerd. De Indiener concludeert dat deze randvoorwaarde daarmee niet is ingevuld en verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan deze randvoorwaarde.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan
19
12.13 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat: ‘Het woningbouwprogramma voor de gehele ontwikkeling bevat tenminste 15% sociale huur en 15% sociale koop. Om te borgen dat sociaal ook sociaal blijft geldt aanvullend dat het instrumentarium daarvoor anterieur wordt vastgelegd (een kettingbeding dan wel een formele constructie met eenzelfde resultaat).’ De Indiener geeft aan dat aan Het Plan geen anterieure overeenkomst is toegevoegd. Deze randvoorwaarde is daarmee voor De Indiener niet verifieerbaar. De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de randvoorwaarde.
Zoals in de beantwoording van 10.4 is aangegeven, is er gesproken over een andere Deze zienswijze heeft verdeling van het aandeel sociale huur ten opzichte van sociale koop. In de anterieure niet geresulteerd in overeenkomst zijn hier afspraken over gemaakt met de Initiatiefnemer. Het Plan maakt een aanpassing van beide (30% sociale huur of 15% sociale huur en 15% sociale koop) mogelijk. het bestemmingsplan. De anterieure overeenkomst is in het kader van kostenverhaal een voorwaarde om Het Plan vast te kunnen stellen (artikel 6.12, tweede lid, onder b van de Wet ruimtelijke ordening). De anterieure overeenkomst zelf maakt echter geen onderdeel uit van Het Plan. Daarom is deze niet als bijlage toegevoegd aan Het Plan. De anterieure overeenkomst is openbaar gemaakt met dien verstande dat de bedrijfsgevoelige gegevens daaruit is verwijderd. In deze overeenkomst zijn onder andere afspraken over het percentage sociale woningbouw vastgelegd. Het Plan voldoet hiermee aan het Ruimtelijk Kader.
12.14 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit In de anterieure overeenkomst is het aandeel van 20% betaalbare woningen geborgd. het Ruimtelijk Kader is dat: Zoals al aangegeven bij de beantwoording van 12.13 is de anterieure overeenkomst ‘Het woningbouwprogramma voor de gehele ontwikkeling aangegaan en gepubliceerd voorafgaande aan de vaststelling van het Plan. bevat 20% betaalbare woningen (huur < € 1000 en/of koop < NHG-grens (€ 310.000,). Ook hiervoor geldt dat `betaalbaar’ ook betaalbaar moet blijven en dat in de anterieure overeenkomst wordt vastgelegd hoe we dat juridisch gaan borgen.’
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
De Indiener constateert dat er geen anterieure overeenkomst bij de plannen is bijgesloten. Deze randvoorwaarde is volgens De Indiener daarom niet verifieerbaar. Gevraagd wordt om Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan deze randvoorwaarde. 12.15 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat:
In de anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt ten aanzien van het opstellen en de inhoud van het Inrichtingsplan. Onder andere dat deze beoordeeld zal worden door een onafhankelijk ecologisch bureau. En dat het Inrichtingsplan ter goedkeuring ‘Het groen binnen het gehele plangebied wordt wordt voorgelegd aan het college. hoogwaardig ingevuld, waarvoor een inrichtingsplan Een nadere toets van een ecologisch bureau op het Plan is geen vereiste. Het ontwerp gelijktijdig met het stedenbouwkundig plan ter goedkeuring bestemmingsplan is beoordeeld op de Wet natuurbescherming voor zover van aan het college wordt voorgelegd. In de uitwerking van deze toepassing en de aspecten ecologie/flora & fauna door de Omgevingsdienst Westplannen wordt invulling gegeven aan de ambitie voor Holland en zij hebben een positief advies afgegeven. Het advies zelf maakt geen duurzaamheid en natuurinclusief bouwen. De uitwerking van onderdeel uit van het Plan en staat daarom ook niet op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
20
Het Plan op deze onderwerpen zal door een onafhankelijk ecologisch bureau worden getoetst.’ De Indiener geeft aan dat een goedkeuring van het college op het inrichtingsplan niet is aangetroffen op ruimtelijkeplannen.nl. Deze randvoorwaarde is daarmee niet verifieerbaar.
Daarnaast is als bijlage 1 bij de regels een lijst met natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen opgenomen. De regels van alle enkelbestemmingen maken deze maatregelen mogelijk. Hiermee is het uitvoeren van deze randvoorwaarde mogelijk. De exacte invulling zal duidelijk worden met het Inrichtingsplan.
Ook geeft De Indiener aan dat een toets van ecologisch bureau op de verdere uitwerking van de plannen is niet aangetroffen op ruimtelijkeplannen.nl. De Indiener constateert dat slechts antwoorden op een tweetal vragen en een QuickScan zijn aangetroffen of worden genoemd in Het Plan. Van toetsing lijkt volgens De Indiener daarom geen sprake. Deze randvoorwaarde is daarmee volgens De Indiener niet ingevuld. De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de genoemde randvoorwaarde. 12.16 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat: ‘De te bouwen woningen binnen het gehele plangebied worden gebouwd buiten de zone van de waterkering langs de Korte Vliet, zoals vastgelegd op de verbeelding bij het vigerende bestemmingsplan.’ De Indiener geeft aan dat in Het Plan het volgende staat: ‘de beschermingszone van de waterkering langs de Korte Vliet, zoals vastgelegd op de verbeelding bij het bestemmingsplan, is wel binnen Het Plangebied gelegen. Binnen deze beschermingszone worden enkele woningen beoogd. Hiervoor zal een watervergunning worden aangevraagd.’
In het Ruimtelijk Kader is opgenomen dat de te bouwen woningen binnen het gehele Deze zienswijze heeft plangebied buiten de zone van de waterkering langs de Korte Vliet, zoals is vastgelegd niet geresulteerd in op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan, gerealiseerd moet worden. Dit een aanpassing van is een strook, parallel aan de Korte Vliet, van ongeveer 21 meter breed vanaf de het bestemmingsplan. waterkant gemeten. De bedoeling van het opnemen van dit kader is het waarborgen van de (water)veiligheid. Bij het Ruimtelijk Kader is als bijlage voorkeursmodel 2 gevoegd. Hierin staan ook al ongeveer 15 woningen, geheel of gedeeltelijk, binnen deze 21 meter ingetekend. Om de instandhouding, bescherming en beheer van de waterkering te borgen is ook in het Plan de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen.
Tussen het vaststellen van het Ruimtelijk Kader en het komen tot een ontwerp bestemmingsplan is het stedenbouwkundigplan doorontwikkeld en geoptimaliseerd. Daarbij is gekozen om woningen toe te staan binnen deze dubbelbestemming. Dit is in goed overleg gegaan met het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Provincie. De De Indiener constateert dat dit haaks staat op hetgeen in de Provincie heeft geen bezwaar omdat de zichtlijnen, en de veiligheid voor de randvoorwaarde is vastgelegd. Volgens De Indiener wordt scheepsvaart vanaf het water gebord zijn, dit is namelijk een kleinere 21
hiermee niet voldaan aan de gestelde randvoorwaarde.
belemmeringsstrook vanaf de waterkant dan de dubbelbestemming ‘WaterstaatWaterkering’ en daarbinnen wordt niet gebouwd.
De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de genoemde Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft een positief advies gegeven in het kader randvoorwaarde. van het wettelijk vooroverleg. Daarnaast zal bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning nogmaals advies ingewonnen worden bij het Hoogheemraadschap omdat binnen de dubbelbestemming gebouwd gaat worden en dit een vergunningplicht met zich meebrengt. Hierbij zal aangetoond moeten worden dat er geen afbreuk gedaan wordt aan het functioneren van de waterkering. Het beoogde doel van dit punt in het Ruimtelijk Kader wordt nog steeds behaald: namelijk het behouden van een goed werkende waterkering. Dit punt uit het Ruimtelijk Kader valt samen met het uitgangspunt dat bij verdere uitwerking rekening gehouden dient te worden met de groene zone langs de Korte Vliet. Zie hiervoor ook de beantwoording op zienswijze 12.23. 12.17 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat: ‘Hoogbouw binnen het plangebied vindt alleen plaats langs de brug (aan de waterzijde/Leidse kant max. 5 bouwlagen; aan de kant van de Leidseweg max. 4 bouwlagen).’
In het Ruimtelijk Kader is hoogbouw toegestaan aan de noordzijde van het plangebied. Deze zienswijze heeft Respectievelijk maximaal 4 en 5 bouwlagen. Dit aantal bouwlagen is in lijn met de niet geresulteerd in hogere bebouwing aan de Jan Evertsenlaan (maximaal 19 meter) en de Witte de een aanpassing van Withlaan (maximaal 15 meter). Stedenbouwkundig is hoogbouw passend geacht aan het bestemmingsplan. de noordzijde van het plangebied.
De Indiener geeft aan dat in Het Plan het volgende staat:
In het Plan zijn twee bouwvlakken opgenomen aan de noordzijde van het plangebied. Het westelijke bouwvlak heeft een maximale bouwhoogte van 13,5 meter. Het ‘Ter plaatse van een van de appartementengebouwen is een oostelijke bouwvlak een maximale bouwhoogte van 17 meter, waarbij een functieaanduiding parkeergarage opgenomen om een (half)verdiepte parkeergarage mogelijk is ter plaatse van de aanduiding (half)verdiepte parkeergarage onder het ‘Parkeergarage’. appartementengebouw mogelijk te maken.’ Een bouwlaag heeft een hoogte van ongeveer 3,0 meter (vrije sta hoogte van 2,60 m Volgens De Indiener is het gevolg hiervan dat sprake is van plus de dikte van de vloer of dak). De bouwhoogte van maximaal 13,5 meter voor het vier en halve respectievelijk vijf en halve bouwlaag. Hiermee gebouw aan de westzijde maakt daarmee maximaal 4 bouwlagen mogelijk en geen 5, wordt volgens De Indiener niet voldaan aan de hiervoor zou namelijk minimaal 15,0 meter bouwhoogte nodig zijn. De bouwhoogte randvoorwaarde. van maximaal 17,0 meter aan de oostzijde maakt maximaal 5 bouwlagen mogelijk. Voor 6 bouwlagen is minimaal 18,0 meter bouwhoogte nodig, dus 6 bouwlagen zijn De Indiener merkt daarbij op dat in een brief van De uitgesloten. Ook hiermee wordt voldaan aan het kader.
Gemeente is aangegeven dat ‘het aantal bouwlagen is conform het Ruimtelijk Kader zoals vastgesteld door de Anders dan Indiener aangeeft voldoet Het Plan aan het Ruimtelijk Kader. raad’. De Indiener stelt dat dit op basis van de gepubliceerde plannen onjuist is. 22
De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de genoemde randvoorwaarde. 12.18 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat: ‘De ontsluiting van het wijkje wordt aangesloten op de Trompweg.’
De gemeente heeft bij de verdere uitwerking van Het Plan het Ruimtelijk Kader als uitgangspunt genomen en waardeert het dat dit door De Indiener op dit punt wordt herkend.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
De Indiener complimenteert De Gemeente met het feit dat aan deze randvoorwaarde aantoonbaar is voldaan. 12.19 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat: ‘Een calamiteitenontsluiting op de Leidseweg is noodzakelijk (zou huidige ontsluiting van het terrein van fa. Niersman kunnen zijn; andere oplossing is bespreekbaar).’
De voorziene calamiteitenontsluiting heeft in de verbeelding van het bestemmingsplan Deze zienswijze heeft de aanduiding 'ontsluiting' gekregen. Ter plaatse van deze aanduiding is een geresulteerd in een calamiteiten ontsluiting/route toegestaan. Met De Indiener is De Gemeente van aanpassing van artikel mening dat daarmee onvoldoende is geborgd dat hier uitsluitend een calamiteiten 5.1 onder e van de ontsluiting/ route kan worden gerealiseerd. Daarom worden de regels als volgt regels bij het aangepast onder artikel 5.1 onder e: ter plaatse van de functieaanduiding ‘ontsluiting’ bestemmingsplan. De Indiener geeft daarbij aan dat in Het Plan is aangegeven uitsluitend een ontsluiting voor voetgangers en (brom)fietsers en een calamiteiten Waardoor de dat: ‘de ontsluitingsweg zal aan de noordzijde aansluiten op ontsluiting/route voor hulpdiensten;” aansluiting op de de Trompweg en aan de westzijde op de Leidseweg’ Leidseweg alleen Door deze aanpassing is geborgd dat er alleen sprake kan zijn van een calamiteiten bedoeld is als De Indiener constateert dat hierbij niet wordt aangegeven ontsluiting en deze route niet gebruikt wordt als ontsluitingsweg voor regulier calamiteitenontsluiting dat het om een calamiteitenontsluiting gaat. Hiermee wordt autoverkeer. Hiermee wordt aantoonbaar voldaan aan de gestelde randvoorwaarde.
en niet voor regulier volgens De Indiener niet voldaan aan de gestelde autoverkeer. randvoorwaarde. De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de genoemde randvoorwaarde.
12.20 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat: ‘In Het Plan wordt een (natuur)speelplek gerealiseerd.’ De Indiener geeft aan dat in Het Plan niet wordt gesproken over een natuurspeelplek die wordt gerealiseerd. Hiermee wordt volgens De Indiener niet voldaan aan de randvoorwaarde.
De planregels van de bestemming ‘Groen’ maken het mogelijk om Deze zienswijze heeft (natuur)speelplekken te realiseren. De daadwerkelijk invulling van de speelplekken is niet geresulteerd in wederom een uitvoeringsaspect, dit wordt nader uitgewerkt in het Inrichtingsplan. Het een aanpassing van Inrichtingsplan moet de aspecten uit bijlage 1 van de regels van het Plan bevatten, dit het bestemmingsplan. betekent dat er in totaal vier (natuur)spelplekken gerealiseerd moeten worden. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt ten aanzien van het opstellen van het Inrichtingsplan. Het Plan kan uitvoering geven aan het Ruimtelijk Kader.
De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en 23
volledig te laten voldoen aan de genoemde randvoorwaarde. 12.21 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat:
Uit de onderzoeken van Tjaden (bijlage 13, nieuw toegevoegd naar aanleiding van de Deze zienswijze heeft ontvangen zienswijzen) en BK (bijlage 14) blijkt dat het huidig waterbergend vermogen geresulteerd in een binnen het plangebied en in samenhang bezien met de Intratuinlocatie niet aanpassing van het ‘Het Plan wordt klimaat adaptief uitgevoerd, met dien verslechterd. Dit is getoetst door het Hoogheemraadschap en akkoord bevonden. In bestemmingsplan. Er verstande dat tenminste het huidige waterbergend paragraaf 7.2 van de toelichting is te lezen dat het Hoogheemraadschap een reactie is nader onderzoek vermogen binnen het te ontwikkelen plangebied gegeven heeft op het wettelijk vooroverleg en het Plan in overeenstemming gebracht uitgevoerd en aantoonbaar niet verslechterd als gevolg van de is met het gegeven advies. opgenomen in bijlage herontwikkeling. (noot: puur vanuit techniek en inhoud ten 13. aanzien van de waterhuishouding is op dit aspect Zoals bij voorgaande beantwoording is aangegeven is paragraaf 2.5.2. ingevoegd in de afstemming met de ontwikkeling op de Intratuinlocatie toelichting en hierbij is ingegaan op elke randvoorwaarde uit het Ruimtelijk Kader. De noodzakelijk om grondwaterproblemen in de toekomst te Gemeente is van mening dat met deze toevoeging voldoende duidelijkheid is gegeven voorkomen; betreft hetzelfde peilgebied).
Het beleid van het en inzichtelijk gemaakt is hoe er om gegaan is met het Ruimtelijk Kader. Hoogheemraadstraat van Rijnland is hierin leidend.’ De Indiener geeft aan dat in Het Plan wordt aangegeven dat: ‘In de uitwerking van dit plan is aandacht besteed aan duurzaamheid en het klimaatadaptief ontwerpen van de woningen en inrichting van de omgeving.’ De Indiener geeft aan dat een toets door een deskundige hierop lijkt te ontbreken. Deze randvoorwaarde is volgens De Indiener daarmee niet ingevuld. De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de randvoorwaarde t.a.v. klimaatadaptie en waterbergend vermogen.
12.22 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat:
De afgelopen jaren is De Gemeente bezig geweest met het zoeken van een Deze zienswijze heeft alternatieve locatie. Dit heeft erin geresulteerd dat in de gemeenteraadsvergadering niet geresulteerd in van 28 september 2023 de raad ingestemd heeft met het aanwijzen van de locatie een aanpassing van ‘Voor de woonwagen moet een oplossing worden gevonden. nabij de Hofweg om daar twee woonwagenstandplaatsen te realiseren. het bestemmingsplan. De directe belanghebbenden mogen geen nadeel Gedurende het proces heeft De Gemeente contact gehad met de direct ondervinden van een verplaatsing van de woonwagen. De belanghebbenden, de bewoners van de woonwagen, en natuurlijk de initiatiefnemer, direct belanghebbende(n) wordt actief bij de oplossing/de de grondeigenaar waar de woonwagen nu nog staat. verplaatsing betrokken.’ Deze randvoorwaarden betreft niet zozeer een onderbouwingsplicht of motivatieplicht De Indiener geeft aan dat in Het Plan niets wordt voor het opstellen van het bestemmingsplan. Maar een uitgangspunt voor het proces aangegeven over de woonwagenoplossing. Evenals er niets voor het komen tot een alternatieve locatie. wordt vermeld over de eventuele nadelige gevolgen van de 24
verplaatsing voor directe belanghebbenden en over het betrekken van direct belanghebbenden. Deze randvoorwaarde is volgens De Indiener daarmee niet ingevuld.
Omdat de alternatieve locatie niet is gelegen binnen het plangebied van Het Plan is in de toelichting hier verder niet op in gegaan. Dat dit verder niet genoemd staat in de toelichting maakt niet dat nu niet voldaan wordt aan het Ruimtelijk Kader.
De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de genoemde randvoorwaarde. 12.23 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat:
In het Ruimtelijk Kader zijn op de tweede pagina uitgangspunten ten behoeve van een Deze zienswijze heeft verdere uitwerking opgenomen. Dat betreffen de drie bullits die De Indiener aanhaalt. niet geresulteerd in Deze worden puntsgewijs toegelicht: een aanpassing van het bestemmingsplan.
‘De evaluatie groenstructuurvisie ligt ten grondslag aan de planontwikkeling. Voorwaarden uit deze visie zijn: • Bebouwing op Segaar/Arsenaal is mogelijk als de huidige • breedte van de groene zone langs de Korte Vliet behouden blijft. Op een aantal plekken is verbreding gewenst zodat de kwaliteit van de groene strook wordt versterkt door het toevoegen van aantrekkelijke verblijfsplekjes.
Zoals te zien is op onderstaande afbeelding (een vergelijking van de groene zoom langs de Vliet) zal na realisatie van Segaar-Arsenaal de groene zoom aanzienlijk verbreden ten opzichte van de huidige situatie. De borging dat dit ook daadwerkelijk een groene zone is en blijft ligt in de bestemming “Groen” en zal daarnaast ook verwerkt worden in het inrichtingsplan. Het beeldkwaliteitsplan, welke als bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen heeft hier ook aandacht aan besteed. Bij het Inrichtingsplan zal de definitieve uitwerking van de groene zone uitgewerkt worden. Het Plan maakt de groene zoom mogelijk als ook de versterking/beleefbaarheid. Het Plan voldoet aan deze randvoorwaarden;
25
• De relatie tussen de Korte Vliet en de woonwijk NoordHofland wordt versterkt door het opnemen van verbindingen tussen de Leidseweg en de Korte Vliet bij het ontwikkelen van de locatie (Intratuin en) Segaar/Arsenaal.
• Er wordt een goede verbinding gerealiseerd voor langzaam verkeer tussen Ter Wadding en de groene zoom. De visie dateert uit 2013. Voor zover de voorwaarden nog niet zijn ingevuld (denk aan de bestaande fietsverbinding langs de
•
Ten aanzien van het Plan is rekening gehouden met deze randvoorwaarden. In het stedenbouwkundig plan dat vertaald is naar de verbeelding van het bestemmingsplan zijn in Oost-Westelijk richting doorzichten opgenomen. Van boven naar beneden zijn deze zichtbaar (zie blauwe lijnen op bovenstaande afbeelding): o Tussen de appartement gebouwen en de beneden bovenwoningen; o Ter hoogte van de calamiteiten ontsluiting; o En ten slotte tussen de drie blokken woningen op het Arsenaal-terrein, ten noorden van het meest zuidelijke blokje woningen. Deze zichtlijnen zijn bedoeld om een visuele verbinding te creëren tussen Noord-Hofland en de Korte Vliet. Daarnaast is het ook mogelijk om via de brug, voor langzaam verkeer, vanaf de Leidseweg de oversteek te maken richting de Korte Vliet;
26
Korte Vliet) gaan deze mee in de uitwerking van het inrichtingsplan.’ De Indiener geeft aan dat in Het Plan staat dat: ‘De groene zoom aan de Korte Vliet dient behouden te worden. Het is de bedoeling dat deze groene zoom wordt versterkt en beleefbaar blijft.’ Volgens De Indiener wordt nergens duidelijk gemaakt of en hoe daar invulling aan wordt gegeven. Dit uitgangspunt is volgens De Indiener daarmee niet ingevuld.
•
Het uitgangspunt voor de langzaam verkeer verbinding tussen Ter Wadding en de groene zoom is abusievelijk in het Ruimtelijk Kader voor het plan voor SegaarArsenaal blijven staan, dit uitgangspunt ziet op een gebied ten noorden van het bestemmingsplan ‘Korte Vliet-Leidseweg Noord deel Noord’, immers dat plan grenst aan Ter Wadding en het nu voorliggende plan voor Segaar-Arsenaal niet.
Zoals onder de eerste bullit beantwoord is, zal de groene zoom langs de Korte Vliet breder worden en zal met het inrichtingsplan duidelijkheid geven over de beleving hiervan.
De Indiener geeft daarbij aan dat in Het Plan het volgende staat: ‘Hanteer wegbreedtes die de snelheid van het verkeer zo laag mogelijk houden, zonder dat langzaam verkeer en inparkerende voertuigen in het gedrang komen.’
Ten aanzien van hetgeen De Indiener aanhaalt over wegbreedtes en bijbehorende snelheden daar zodat langzaam verkeer en inparkerende voertuigen niet in het Volgens De Indiener wordt nergens aangegeven hoe aan dit gedrang komen: advies invulling wordt gegeven. Ook is volgens De Indiener Op voorhand is rekening gehouden met een erftoegangsweg binnen het plangebied. daarmee niet getoetst of deze invulling naar de mening van Dit is in beginsel opgenomen in het stedenbouwkundige plan en vertaald naar de een zakenkundige als effectief wordt beschouwd. Aan de verbeelding van Het Plan. gestelde randvoorwaarde is daarmee volgens De Indiener niet voldaan. De bedoeling is dat vanaf de entree aan de Trompweg de maximumsnelheid 30 De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en km/uur zal zijn. De weg en de andere verkeerstructuren zullen hierop aangepast/ingericht worden volgend de geldende CROW-normen. Het karrenspoor volledig te laten voldoen aan de aan het begin genoemde daarentegen wordt anders ingericht: namelijk maximaal 15 km/uur (woonerf), immers randvoorwaarde. het idee is dat dit een karrenspoor is wat een stapvoetse snelheid vraagt. De definitieve inrichting wordt uitgewerkt in het inrichtingsplan en dit zal mede op basis van de LIOR en CROW-richtlijnen zijn. Het bestemmingsplan maakt de verkeersstructuren mogelijk, het bouwplan is daarmee uitvoerbaar.
De definitieve inrichting is een uitvoeringsaspect. De wegenstructuur heeft nu korte rechtstanden wat de snelheid drukt. In het uitwerkingsplan komen er nog drempels en plateau’s. Voor langzaam verkeer is de route door het plan korter en heeft meerdere inuitgangen dan het autoverkeer. Hiermee beogen we lopen en fietsen te stimuleren.
27
12.24 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat: ‘Voor duurzaamheid, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen geldt dat elk project maatwerk vraagt. Duurzaamheid, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen gaan in de praktijk hand in hand. We hebben in de randvoorwaarden uitgesproken welk percentage van Arsenaal niet bebouwd wordt. Het benoemen van een % groen schept duidelijkheid, maar daarmee zijn we er nog niet. Natuurinclusief bouwen gaat verder. Het kan hierbij gaan over het vergroten van de variatie in groen en daarmee het versterken van de biodiversiteit in de openbare ruimte, maar ook over groene gevels, inbouwkasten voor vogels of vleermuizen en groene daken. De uitwerking vindt plaats op diverse niveaus. De ontwikkelaar heeft ingestemd met een beoordeling van de uitwerking van Het Plan door een onafhankelijk ecologisch bureau.”
Zoals reeds ook beantwoord bij zienswijzen 7.9 en 12.15 wordt het Inrichtingsplan nog Deze zienswijze heeft getoetst door een onafhankelijk ecologisch bureau. Dit is vastgelegd in de anterieure niet geresulteerd in overeenkomst. een aanpassing van het bestemmingsplan.
De Indiener geeft aan dat een toets van een ecologisch bureau niet is aangetroffen in de stukken van Het Plan. Van een toets lijkt volgens De Indiener geen sprake. Deze randvoorwaarde is volgens De Indiener daarmee niet ingevuld. De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de genoemde randvoorwaarde. 12.25 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat:
In artikel 6.12 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening is opgenomen dat voor Deze zienswijze heeft vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vastgesteld moet worden. niet geresulteerd in Dit is om de exploitatiekosten te dekken die gemoeid zijn met het betreffende een aanpassing van ‘Een uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan. In het tweede lid is opgenomen dat voor aangewezen gevallen deze het bestemmingsplan. inrichtingsplan voor de openbare ruimte moet nog kosten ook anderszins verzekerd mogen worden; middels een anterieure plaatsvinden. overeenkomst. Voor deze route is gekozen bij dit bestemmingsplan. Een We willen hier borgen dat duurzaamheid, klimaatadaptief en exploitatieplan maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan, een anterieure natuurinclusief bouwen een herkenbare plek krijgt in deze overeenkomst echter niet. Dit is dan ook de reden dat de anterieure overeenkomst plannen. We willen binnen dit project een ambitie op niet te vinden is bij het Plan. duurzaamheid en natuurinclusief bouwen gaan realiseren. Dit is niet vrijblijvend. Om dit te borgen kunnen we in deze 28
fase niet concreter worden dan dat we in de anterieure Het college heeft op 26 maart 2024 ingestemd met de anterieure overeenkomst. De overeenkomst gaan vastleggen op welke wijze we deze overeenkomst is dus ondertekend vóór vaststelling van het bestemmingsplan, ambitie in het stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan waarmee de financiële zekerheid van dit plan is gegarandeerd. laten landen. Evenals bij de herontwikkeling van de Intratuinlocatie is het college bevoegd deze overeenkomst De anterieure overeenkomst is voor de vaststelling van het bestemmingsplan aan te gaan, maar zullen wij de raad actief informeren en in ondertekend en openbaar gemaakt (via de gemeentelijke website), met dien verstande de gelegenheid stellen wensen en bedenkingen kenbaar te dat de bedrijfsgevoelige gegevens daaruit worden verwijderd. De raad is hier maken.’ doormiddel van een raad informatief over actief geïnformeerd. De Indiener geeft aan dat er geen anterieure overeenkomst aan Het Plan is toegevoegd. Deze randvoorwaarde is volgens De Indiener daarmee niet verifieerbaar. De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de genoemde randvoorwaarde. 12.26 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader is dat:
Anders dan dat Indiener meent wordt er niet afgeweken van de parkeernorm. De Deze zienswijze heeft gemeente hanteert het gemiddeld van de CROW-norm. Dit is ook toegepast in bijlage niet geresulteerd in 10 bij de toelichting. In bijlage 10 bij de toelichting van het Plan is door XTNT berekend een aanpassing van ‘Parkeren vindt zoveel als mogelijk uit het zicht plaats. De wat de parkeernorm voor de woningbouw ontwikkeling van Segaar-Arsenaal is, en het bestemmingsplan. volledige parkeerdruk van deze ontwikkeling moet binnen wordt geadviseerd om een aantal van 145 parkeerplaatsen te realiseren. Het Plan Het Plan opgelost worden. Als er reële argumenten dan wel maakt het benodigd aantal parkeerplekken mogelijk. Er zal geen afwenteling van de slimme oplossingen zijn voor minder parkeerdruk (denk aan parkeerdruk naar buiten het plangebied plaatsvinden. deelauto’s, stimuleren OV) dan is een lagere parkeernorm bespreekbaar als die parkeerplaatsen ten goede komen aan De Indiener meent dat het Plan niet beoordeeld of getoetst is door een deskundige. openbaar groen. Dit ter beoordeling van het college.” Bijlage 10 is door een deskundig bureau, XTNT, opgesteld. Dit rapport is door de Volgens De Indiener wordt in de plannen aangegeven af te gemeente beoordeeld en akkoord bevonden. wijken van de vastgestelde parkeernorm en in plaats daarvan bepaalde beleidsregels te gebruiken.
Of daarmee sprake is van het afwikkelen van de volledige parkeerdruk binnen Het Plan wordt niet duidelijk gemaakt en is ook niet getoetst door een deskundige. Deze randvoorwaarde is daarmee volgens De Indiener niet ingevuld. De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de genoemde randvoorwaarde. 29
12.27 De Indiener verzoek De Gemeente in het vervolg zelf te verifiëren of voldaan wordt aan de randvoorwaarden en uitgangspunten (in casu; het Ruimtelijk Kader) die De Gemeente zelf heeft opgesteld.
Anders dan De Indiener kennelijk meent is De Gemeente zorgvuldig geweest bij het vertalen van het Ruimtelijk Kader naar onderhavig bestemmingsplan en de anterieure overeenkomst. De Gemeente onderschrijft de randvoorwaarden en doelstellingen uit het Ruimtelijk Kader.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
De Indiener geeft aan dat het niet voldoen aan een of meer Vanzelfsprekend heeft De Gemeente continu tijdens de planontwikkeling getoetst en door De Gemeente zelf vastgestelde randvoorwaarden en/of gecontroleerd of Het Plan nog aan het gestelde kader voldoet. En zal dit ook blijven uitgangspunten Onbestaanbaar en niet onderhandelbaar is. doen bij het toetsen/beoordelen van het Inrichtingsplan. Het Plan voldoet hieraan. 12.28 De Indiener concludeert dat de gepubliceerde plannen niet voldoen aan de randvoorwaarden en uitgangspunten die door De Gemeente zelf zijn gesteld.
In voorgaande beantwoording is ingegaan op elke randvoorwaarde van het Ruimtelijk Kader. Eenzelfde beoordeling is nu opgenomen in paragraaf 2.5.2. van de toelichting van het Plan. Er is op een aantal randvoorwaarden gemotiveerd afgeweken, deze beleidsvrijheid komt de gemeente toe bij planvorming. Het college heeft hiermee De Indiener verzoekt De Gemeente Het Plan terug te trekken ingestemd voorafgaande aan de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. en pas opnieuw te publiceren wanneer deze wel aantoonbaar voldoet aan de randvoorwaarden en Anders dan de Indiener meent hoeft het ontwerp bestemmingsplan niet nogmaals ter uitgangspunten. inzage. Het Plan moet alleen opnieuw ter inzage als er naar aanleiding van ingediende zienswijzen of ambtshalve wijzigingen sprake zou zijn van een wezenlijk ander plan of sprake zou zijn van aanpassingen die niet van ondergeschikte aard zijn. Dat is hier niet aan de orde.
12.29 De Indiener geeft aan dat De Gemeente in zijn geheel zou moeten afzien van bouwen in het openbaar groen en het groen gewoon groen moet laten. Volgens De Indiener zijn er ruim voldoende aanknopingspunten en bewijzen dat het verdwijnen van groen in stedelijk gebied zeer nadelige gevolgen heeft voor leefbaarheid, veiligheid en de natuur.
De Gemeente herkent het belang van een groene leefomgeving. Maar de gemeenteraad heeft in 2020 middels het Ruimtelijk Kader ook aangegeven dat een gedeelte van het Arsenaal terrein uitgeefbare grond mag zijn, en bebouwd mag worden. Overigens zullen de niet uitgeefbare gronden in eigendom komen van de gemeente. Dit wordt openbaar gebied, groen, water en verkeer. Ten opzichte van de huidige situatie zal er meer (openbaar toegankelijk) groen en water terugkomen en is de gemeente van mening dat het een positief gevolg zal hebben voor de leefbaarheid, veiligheid en natuur.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 13. Identiek aan zienswijze 2.
Zienswijze 14. 14.1 Hieronder wordt het ontwerpbestemmingsplan aangeduid als het ‘Plan’, de daartoe behorende visualisering als de ‘Plankaart’, en wordt met ‘Toelichting’ bedoeld de toelichting op het concept-Bestemmingplan. Met ‘Plangebied’ wordt bedoeld de deelgebieden Segaar en Arsenaal tezamen. Met ‘de Ontwikkeling’ wordt gedoeld op
14.1 betreft een inleiding van deze zienswijze en worden door de Indiener Deze zienswijze heeft gehanteerde termen geïntroduceerd. Omdat er een 24-tal zienswijzen ingediend zijn is niet geresulteerd in ervoor gekozen om in de beantwoording een uniforme bewoording in de een aanpassing van beantwoording. Hiervoor worden de termen gehanteerd uit de inleiding aan het begin het bestemmingsplan. van deze Nota van beantwoording. 30
de realisering van de in Het Plan beschreven woningbouw en gebiedsinrichting door ‘de Ontwikkelaar’: ‘Niersman Projectontwikkeling BV’. Met B&G-polder wordt bedoeld de Bosch- en Gasthuispolder, die zowel Het Plangebied als de ontwikkeling ‘Fortuyn van Voorschoten’ (voorheen Intratuin) omvat. Deze laatste wordt aangeduid met “Fortuyn’. Met ‘HHR Rijnland’ wordt bedoeld Het Hoogheemraadschap van Rijnland. Met ‘De Gemeente’ wordt bedoeld De Gemeente Voorschoten. Met ‘NH-polder’ wordt bedoeld de Noord-Hoflandse polder. 14.2 De Indiener geeft aan dat Het Plan geen duidelijkheid geeft Op onderstaande afbeelding zijn opeenvolgend te zien (1) bomeninventarisatie van over de status van de bestaande bomenrij aan de oostzijde Boom-Totaalzorg (2) verbeelding bestemmingsplan ‘Noord’, en (3) verbeelding Segaarvan de Leidseweg (die staan tussen de sloot en het fietspad). Arsenaal. Het rode bolletje op 2 en 3 staat ter hoogte van boom nummers 37, 38 en 39. Ook geeft De Indiener aan dat de begrenzing van Het Plangebied aan de zijde van de Leidseweg op de plankaart onduidelijk is. Voor De Indiener is slechts duidelijk dat de sloot erbij hoort. Voor De Indiener blijft onduidelijk of de laanbomenrij er ook bij hoort. In bijlage 1 bij de toelichting op Het Plan worden deze bomen niet in de beschouwingen betrokken.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
De Indiener maakt hier indirect uit op dat deze bomen niet tot Het Plangebied behoren en dus ook niet in het kader van het realiseren van het bestemmingsplan verwijderd kunnen worden. De Indiener geeft aan dat expliciete duidelijkheid hierover wenselijk is. Daarnaast kan De Indiener zich niet vinden in het oordeel van Boom-Totaalzorg over de bomen in bijlage 1 bij de toelichting op Het Plan zijn aangeduid als 37, 38 en 39. Dit zijn volgens De Indiener beeldbepalende volgroeide essen die staan aan de zijde van de Leidseweg. Deze bomen zijn volgens het onderzoek in redelijke conditie. Maar moeten wijken voor het realiseren van watergangen.
Anders dan dat de Indiener kennelijk meent wordt de sloot hier al verplaatst, en niet pas ruim tien meter noordelijker ter hoogte van het appartementengebouw. De watergang laten liggen op de huidige locatie is niet mogelijk omdat hier de nieuwe weg en de natuurvriendelijke oever beoogd zijn. Er is dus een dringen planologisch belang om de watergang te verplaatsen.
Omdat er een toename van verharding is, is er een watercompensatie opgave. Hierin Vergelijking van de verbeelding met de kaart van de huidige wordt voorzien door de watergang te verleggen en tegelijkertijd te verbreden. situatie leert volgens De Indiener echter dat de geplande verbreding van de huidige sloot als overgang naar de 31
‘omgrachting’ van de ‘hoogbouw’ niet ter plaatse van deze bomen gepland is maar zeker 10 meter verder richting de hoogbouw. Volgens De Indiener is er daarmee geen reden om deze prachtige bomen te verwijderen.
Vanwege de kap van een aantal bomen en vanwege de klimaatadaptieve ambities worden er 70 nieuwe bomen terug gepland binnen het plangebied.
Hierbij is volgens De Indiener ook van belang dat bijna alle andere bomen op deze rij tot aan de kruising LeidsewegTrompweg zullen moeten verdwijnen vanwege de slechte staat waarin ze volgens het rapport (bijlage 1) verkeren. Of omdat ze overduidelijk wél op de plaats van de geplande omgrachting van de hoogbouw staan. Verwijderen van grote beeldbepalende bomen die het leefmilieu ondersteunen en de groene leefsfeer versterken moet naar het inzien van De Indiener alleen om zeer dringende planologische redenen plaatsvinden. 14.3 De Indiener geeft aan dat een woonwagenlocatie De Indiener heeft dit correct opgemerkt. In Het Plan is er geen ruimte voor het laten Deze zienswijze heeft tegenwoordig in een bestemmingsplan aangewezen dient te staan, dan wel het verplaatsen, van de woonwagen. Op 28 september 2023 is in de niet geresulteerd in worden. In Het Plan is geen locatie aangegeven. De plaatsing gemeenteraadsvergadering besloten om de locatie nabij de Hofweg, het schiereiland, een aanpassing van van de woonwagen elders in Het Plangebied is volgens De aan te wijzen als alternatieve locatie voor de standplaatsen van woonwagens. Hierbij is het bestemmingsplan. Indiener dus niet mogelijk. ruimte voor twee woonwagens. Hiervoor wordt een separate ruimtelijke procedure voor doorlopen en maakt geen deel uit van Het Plan.
14.4 De Indiener geeft aan dat in de Toelichting (hoofdstuk 5.2) de volgende standpunten door De Gemeente worden ingenomen met betrekking tot wateroverlast:
Anders dan De Indiener kennelijk meent leidt Het Plan niet tot een toename van de wateroverlast bij de bestaande woningen aan de Leidseweg.
De belangrijkste reden dat de wateroverlast als gevolg van Het Plan niet toeneemt is 1. Volgens De Indiener erkent De Gemeente het bestaan van dat het waterpeil in de betreffende watergang conform peilbesluit NAP -1,42 m blijft. het grote risico op wateroverlast bij de vooroorlogse ‘oude’ De drainerende werking van de watergang voor de bestaande huizen aan de andere bebouwing langs de oneven zijde van de Leidseweg-Noord. kant van de Leidseweg blijft daarmee gelijk ten opzichte van de huidige situatie. Dus ook bij de huizen tegenover Het Plangebied (nummers 441 t/m 507). De Gemeente benadrukt nogmaals dat er geen sprake is van een structurele verhoging 2. Volgens De Indiener ziet De Gemeente als oorzaak het van het waterpeil tot de toetshoogte van NAP -0,34 m. De toetshoogte is daarbij het aflopende hoogteprofiel en grondniveau vanaf maximale peil van het water in de watergang mag stijgen bij een maatgevende bui van respectievelijk: 90 mm/uur. Dit gaat om een incidentele tijdelijk verhoging van de waterstand. Het de achtergelegen nieuwbouwwijk Noord-Hofland gemaal zal de waterstand vervolgens weer terugbrengen tot de hoogte van NAP -1,42 (de oostelijke begrenzing daarvan: de Jan van m. Galenlaan);
Deze zienswijze heeft geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan. Er is nader onderzoek uitgevoerd en opgenomen in bijlage 13.
32
-
de daaraan grenzende tuinen en woningpercelen In het geval van een tijdelijke hogere waterstand in de watergang (tot maximaal de van de genoemde oudbouw aan de westkant van toetshoogte) zal het grondwater niet in tegengestelde richting gaan stromen. de Leidseweg; Ter onderbouwing van deze stellingname is een indicatieve berekening uitgevoerd de Leidseweg zelf; met de formule van De Marsily voor plotselinge peilverhogingen. het deelgebied Segaar; het deelgebied Arsenaal. In deze berekening is uitgegaan van een zandlaag van 2,0 m dikte met een Overvloedig regen- en grondwater komt langs deze route doorlatendheid van 5,0 m/dag en een bergingscoëfficiënt van 0,25. Dit zijn worst-case uiteindelijk op het laagstgelegen Arsenaal. uitgangspunten. Het resultaat van de berekening is weergegeven in figuur 4 van bijlage 3. Nu volgens De Indiener uit de toelichting van Het Plan 13 (onderzoek van Tjaden) bij de toelichting van het Plan. Hierin is te zien dat een blijkt dat de wateroverlast voor de huizen aan de Leidseweg waterpeilverhoging zelfs na 100 dagen nog niet leidt tot een toename van de veroorzaakt wordt in Noord-Hofland is het duidelijk dat die grondwaterstand bij de woningen aan de Leidseweg (op 20 m afstand van de problemen door de herontwikkeling van Segaar-Arsenaal watergang). Het stijgen van het waterniveau van de watergang tot NAP – 0,34 m heeft niet opgelost kunnen worden.
Wel moet ernaar gestreefd daarmee geen effect op de wateroverlast bij de bestaande woningen aan de worden dat ze door die ontwikkeling niet verergerd Leidseweg. worden. 4. Op verzoek van Het Hoogheemraadschap heeft ‘BK In de gemaakte berekening is de werking van het gemaal meegenomen. Er wordt niet Ingenieurs’ een rapport uitgebracht (bijlage 13 bij de gesuggereerd dat de capaciteit vergroot dient of gaat worden. De huidige capaciteit toelichting op het ontwerp Plan) over de van 4,5 m³/min voldoet. regenwaterbergingscapaciteit van zowel Het Plangebied als de hele B&G-polder (dus inclusief Fortuyn) voor zowel de Eventuele veranderingen in de grondwaterstand binnen Het Plangebied zullen door de huidige situatie als de situatie na de realisatie van Het Plan. aanwezigheid van de watergang niet doorwerken naar de omgeving. Het projectgebied Daaruit blijkt dat bij een normatieve zeer zware regenbui is door de watergang geohydrologisch “geïsoleerd’’ van de omgeving. van 90 mm in 1 uur het water een gekozen ‘toetsniveau’ van -0,34 cm NAP niet overstijgt. Zoals de indiener aangeeft worden indringing in de bodem en verdamping binnen Het Plangebied buiten beschouwing gelaten. Dit is het worst-case scenario. Immers vindt 5. Volgens De Indiener volgt daaruit dat de oudbouw aan indringing in de bodem in de praktijk wel plaats.
Water wat indringt in de bodem de Leidseweg bij deze normbui geen wateroverlast vanuit wordt daar gebufferd en vertraagd afgevoerd. Dit water komt daarmee niet direct in Het Plangebied in de B&G-polder kan ondervinden nu de de watergang terecht en zorgt daarmee juist voor een positief effect op de stijghoogte waterbergingscapaciteit van de polder ruim toereikend van het water in de sloot. blijkt. Water wat bij een stortbui op de Leidseweg valt en niet door het riool kan worden De Indiener merkt over deze gemeentelijke gedachtegang afgevoerd zal eerst op de Leidseweg en later fietspad blijven staan aangezien het en conclusie het volgende op. trottoir ongeveer 20 cm hoger ligt. Water wordt dan dus tijdelijk op de rijbaan geborgen. 1. Volgens de Toelichting is door BK als toetsniveau (het niveau waarboven het water na de norm-hoosbui van 90 mm niet mag komen) gekozen voor het vloerniveau van de Hoewel dit buiten het plangebied van dit Plan is gelegen, is als onderdeel van de herinrichting Trompweg en de woningbouwprojecten op de Intratuinlocatie en Segaarhuizen langs de Leidseweg. Door de illustratie in de Arsenaal, de oude kleine duiker onder de Trompweg vervangen door een twee keer Toelichting met een uitsnede uit de Basiskaart 33
Wateroverlast van HHR Rijnland lijkt het alsof het gaat om grotere nieuwe duiker. Via deze nieuwe duiker kan het water nog sneller en beter de huizen tegenover Het Plangebied, dus Leidseweg 441 worden afgevoerd richting het gemaal waardoor het watersysteem nog verder wordt t/m 507 oneven. Blijkens het BK-rapport gaat het echter om verbeterd. de gemiddelde hoogte van de achtertuinen van een andere rij huizen. Namelijk Leidseweg 520 t/m 572. Dus ín het Fortuyn-deel van de B&G-polder. 2. Volgens de toelichting op Het Plan stroomt het hemelwater van het hoge Noord-Hoflandniveau via de Leidseweg-oudbouw (nummers 441-507) onder de Leidseweg door naar Het Plangebied. Het Hoogheemraadschap en De Gemeente geven dus toe dat de ondergrond van de Leidseweg niet waterdicht is. Hoogwater in Het Plangebied kan dus zeer goed omgekeerd langs die weg in de kruipruimten, kelders en tuinen van de Leidseweg-oudbouw komen. Iets wat tot op heden door Het Hoogheemraadschap is ontkend. 3. De sloot in Het Plangebied langs de Leidseweg heeft een normaal waterniveau van -132cm NAP. Dat is het peil van de B&G-polder. Als het water in de sloot bij een normhoosbui van 90 mm tot het gekozen toetspeil van 34cm – NAP stijgt (bijna een meter toename) dan zal dit volgens De Indiener zeker bijdragen aan het onderlopen van de Leidseweg percelen en kelders.
De Indiener geeft daarbij aan dat de dorpelhoogte van hun pand 25cm –NAP is en de bodem van de kelder 90cm –NAP. Het achterpad langs de percelen Leidseweg 499 t/m 507 is 77cm –NAP. 4. Volgens De Indiener gaat BK bij zijn berekening van de bergingscapaciteit van de B&G-polder alleen uit van het regenwater wat daarin valt. De norm-hoosbui valt echter ook op de Leidseweg. Het water wat bij zo’n stortbui niet via het riool snel weg kan komt ook in de grenssloot terecht. Het niveau in de sloot zal dus sneller het toetsniveau bereiken dan BK heeft berekend. De ontwikkeling van Het Plan kan dus wel degelijk bijdragen aan meer overlast voor de omwonenden. 34
5. Volgens De Indiener laat BK bij zijn berekening het regenwater wat meteen in de grond dringt buiten beschouwing. Dat water komt volgens De Indiener echter uiteindelijk ook in de watergangen terecht en draagt bij aan het stijgen van het slootniveau naar het toetsniveau. 6. De Indiener constateert daarbij dat BK vaststelt dat voor de nieuwe situatie (na realisatie van Segaar-Arsenaal) de waterbergende capaciteit is afgenomen t.o.v. de onbebouwde situatie. De normatieve hoosbui zal tot 30,5cm –NAP waterhoogte meebrengen. Dus boven het toetspeil van 34cm –NAP. Er is door BK gezocht naar aanvullende maatregelen om de waterbergingscapaciteit te vergroten waarmee onder het toetspeil van 34cm –NAP gebleven kan worden. Die worden volgens De Indiener blijkens het BK-rapport gevonden in de capaciteit van het B&G-gemaal en in het gebruik van waterbergende lavasteen als ondergrond onder de parkeervakken en het wegdek in het deelgebied Fortuyn. De Indiener constateert dat volgens de BKberekening daarmee eerst de waterberging in de B&Gpolder dusdanig wordt vergroot dat de normatieve 90mmhoosbui een waterhoogte van 38cm –NAP oplevert. De Indiener merkt daarover op dat deze aanvullende maatregelen de waterhoogte na de 90mm-hoosbui toch wel zo dicht bij het toetspeil van 34cm –NAP laten dat het verslechterend effect van de bouw op de wateroverlast aan de Leidseweg evident blijft.
De Indiener stelt dat bovendien in het geheel niet uit Het Plan of de Toelichting blijkt dat de capaciteit van het gemaal inderdaad vergroot is of gaat worden. En of de waterbergende lavalaag in het Fortuyngebied is of wordt aangebracht. 7. Volgens De Indiener is een essentieel aspect van de wateroverlast bij de Leidseweg-oudbouw dat de huizen feitelijk in een soort geul zijn komen te staan tussen het opgehoogde terrein bij de bouw in 1968 van de wijk Noord35
Hofland en de hoger gelegen Leidseweg (die scheidingsdijk is tussen de N-H-polder en de B&G-polder. Dit illustreert De Indiener met de hoogtesituatie van of rond de hun woning. De gegevens zijn ontleend aan de Algemene Hoogtekaart AHN4: -achtertuin woning Jan van Galenlaan 10cm –NAP -achterpad 77cm –NAP -achtertuin Leidseweg 507 48cm –NAP -voortuin Leidseweg 507 35cm –NAP -vloer begane grond Leidseweg 507 25cm – NAP -wegdek Leidseweg 20cm –NAP De Indiener stelt dat de geulwerking door de realisering van de bouw van de meest westelijk huizenrij op het Segaardeelgebied alleen maar wordt versterkt voor de tegenovergelegen Leidseweg-huizen. -niveau parkeervakken 10cm +NAP -bouwvlak huizen 20cm +NAP De nieuwe huizen komen dus 45cm boven de oudbouw Leidseweg 441-507 te staan, en zelfs nog 30cm boven de achterliggende huizen in Noord-Hofland (Jan v. Galenlaan). De Indiener is van mening dat met de bovenvermelde gegevens en argumentatie Segaar-Arsenaal een verslechterende werking heeft op de wateroverlast van de oudbouw Leidseweg 441-507. 14.5 Volgens De Indiener blijkt uit de toelichting op Het Plan De Gemeente heeft kennisgenomen van de historische gebeurtennissen die in dit deel Deze zienswijze heeft (H5.2) dat het standpunt van De Gemeente is dat de oorzaak worden opgesomd.
De Gemeente betreurt de ervaringen van De Indiener met niet geresulteerd in van de wateroverlast van de huizen langs de Leidseweg betrekking tot de rol van de gemeente. De opsomming in dit deel heeft echter geen een aanpassing van uitsluitend in Noord-Hoflandsche polder ligt. De Indiener betrekking op Het Plan. De woningbouwontwikkeling op Segaar-Arsenaal kan hier niets het bestemmingsplan. stelt dat zelfs als dat zo zou zijn moet worden opgemerkt dat aan veranderen omdat dit buiten het plangebied is gelegen. die toestand wel geheel te wijten is aan ondoordachte beslissingen en maatregelen die door De Gemeente en Het Hoogheemraadschap zijn genomen zijn bij de woningbouw in Noord-Hofland rond 1968. 36
De Indiener geeft aan dat de huizen Leidseweg 441-507 in de jaren 1920 tot 1940 zijn gebouwd op het toenmalig maaiveldniveau (zonder enige ophoging en onderheiing). Volgens De Indiener werden de woonpercelen en het resterende weiland gescheiden door een brede poldersloot die uitkwam op de voormalige Voorwatering (een al vanaf de middeleeuwen bestaand veenweideriviertje). Dit was volgens De Indiener een efficiënte en duidelijke situatie. De sloot was toereikend voor afvoer van het regenwater. Het beheer en de verantwoordelijkheid van oppervlaktewater lag (en ligt) bij Het Hoogheemraadschap. Volgens De Indiener is bij de bouw van de woonwijk NoordHofland het bouwterrein ongeveer 60 cm opgehoogd. Bij die ophoging werd weinig afstand aangehouden tot de oudbouw aan de Leidseweg. De Indiener geeft aan dat de achtertuinen van de Jan van Galenlaan de helling vormen van het nieuwbouwvlak. Ook werd volgens De Indiener toestemming van Het Hoogheemraadschap gekregen om de sloot te dempen en voor de afvoer van hemelwater uit de achtertuinen werd in de plaats daarvan een riooltje aangelegd. Volgens De Indiener heeft De Gemeente de rampzalige situatie van wateroverlast en de onduidelijkheid over eigendom en onderhoudsplicht van het riool veroorzaakt. De Indiener geeft hierbij het volgende aan: • • •
•
Het riooltje is van volstrekt onvoldoende capaciteit en is regelmatig verstopt. Het is geheel onduidelijk waar het begint, waar het eindigt, en zelfs, of het ergens op uitkomt. De twee verschillende aspecten van eigendom en beheersverantwoordelijkheid van het riool worden door iedereen, met name door De Gemeente, voortdurend door elkaar gehaald. De Indiener geeft aan dat het gevolg is dat iedereen voortdurend naar anderen verwijst als er 37
•
•
•
•
afwateringsproblemen zijn. Die situatie is volgens De Indiener bij de bouw van Noord-Hofland door De Gemeente gecreëerd: Het riool ligt niet in de grond van De Gemeente maar van de Woningbouwvereniging (thans: Woonzorg) die de woningen aan de Jan van Galenlaan verhuurde. Deze huurwoningen worden nu aan particulieren verkocht waarmee het riool gaandeweg eigendom is of wordt van een reeks particuliere eigenaren. Dit is volgens De Indiener ook een van de argumenten die De Gemeente hanteert bij de herhaalde verzoeken in het verleden om haar onderhoudsplicht van het riool in twijfel te trekken. De verantwoordelijkheid voor afvoer van rioolwater is volgens De Indiener echter een publiekrechtelijke verplichting van De Gemeente. Ongeacht wie eigenaar is van het riool. Volgens De Indiener is een andere argument van De Gemeente dat de onderhoudsplicht bij Het Hoogheemraadschap ligt. Volgens De Indiener is vanwege de demping van de sloot de status van oppervlaktewater geëindigd en is de verantwoordelijkheid voor het beheer van Het Hoogheemraadschap naar De Gemeente overgegaan.
14.6 Volgens De Indiener kan gezien deze voorgeschiedenis De Gemeente niet (kil) constateren dat de oorzaak van de wateroverlast aan de Leidseweg in de Noord-Hoflandsche polder ligt en dat de ontwikkeling van Segaar-Arsenaal daar niets aan kan doen. De Indiener stelt dat De Gemeente een zware historische en morele plicht heeft het waterprobleem te verhelpen.
In het Ruimtelijk Kader is als randvoorwaarde voor de ontwikkeling opgenomen dat Deze zienswijze heeft het huidige waterbergend vermogen binnen het te ontwikkelen plangebied niet niet geresulteerd in verslechterd als gevolg van de herontwikkeling. Dit is aangetoond met de onderzoeken een aanpassing van van BK (bijlage 14) en Tjaden (bijlage 13) en bevestigd door het Hoogheemraadschap. het bestemmingsplan. Dit aspect staat daarmee de voorgenomen ontwikkeling van Segaar – Arsenaal niet in de weg.
14.7 De Indiener stelt dat in de toelichting op Het Plan ten Anders dan De Indiener kennelijk meent is de Crisis- en herstelwet (hierna Chw) wel onrechte wordt meegedeeld dat de Crisis en herstelwet van degelijk van toepassing op Het Plan. Dit volgt direct uit deze wet. toepassing is omdat Het Plan meer dan 11 woningen omvat. Artikel 1.1, lid 1, sub a van de Chw bepaalt dat afdeling 2 van die wet van toepassing is Deugdelijke motivering of voorafgaande besluitvorming op woningbouwontwikkelingen vanaf 11 woningen. Afdeling 2 van de Chw gaat over ontbreekt. de procedurele aspecten van eventueel beroep tegen het vastgestelde
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan. 38
bestemmingsplan. Het is niet, wat vermoedelijk bedoeld wordt, een bestemmingsplan De Indiener stelt dat hier een voorafgaand besluit van de met verbrede reikwijdte. Hier is nadrukkelijk geen sprake van. gemeenteraad of B&W voor nodig is. Waarin wordt Het besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, welke gaat over versnelde uitvoering is aangegeven waarom versnelling van de uitvoering zoals De Indiener terecht stelt niet van toepassing op Het Plan. Ook is hier geen sprake noodzakelijk is. Volgens De Indiener ontbreken bijzondere omstandigheden zoals in de genoemde artikelen van Wro en van een Crisis- en herstelwet plan met verbrede reikwijdte, zoals bedoelt in het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Met de passage over de Chw in de toelichting op Het Chw om bijlage 1 Chw van toepassing te verklaren en Plan wordt alleen bedoelt dat afdeling 2 van de Chw van toepassing is. worden deze niet gemotiveerd. Volgens De Indiener zijn de mogelijkheden tot het stellen van open normen in de planregels en daarmee ook een flexibelere invulling van bestemmingsplanregels is niet onbegrensd. Het Plan dient te voldoen aan de eisen die de rechtszekerheid daaraan stelt. Op basis van het bestemmingsplan zelf moeten (toekomstige) eigenaren en gebruikers in en rondom Het Plangebied voldoende inzicht kunnen krijgen in de toegestane bouw- en gebruiksmogelijkheden.
Met De Indiener is De Gemeente van mening dat Het Plan moet voldoen aan de rechtszekerheid. De Gemeente is van mening dat Het Plan voldoende rechtszekerheid biedt. Het door De Indiener aangehaalde Ruimtelijk Kader is daarbij als uitgangspunt genomen voor het opstellen van Het Plan. En wordt nergens afbreuk gedaan aan de rechten van De Indiener om in verzet te komen tegen het plan.
De Indiener constateert dat De Gemeenteraad in maart 2020 een afwegingsdocument heeft vastgesteld en het Beleidskader Herontwikkeling Segaar-Arsenaal. In beide documenten zijn volgens De Indiener de afspraken en uitgangspunten opgenomen die de rechtszekerheid van de omwonenden en nieuwe bewoners moesten garanderen. Dit nadat een Crisis- en herstelwet experiment (het “Ontslakkingsproject” Segaar Arsenaal) volgens De Indiener tot een debacle had geleid vanwege ondeugdelijke voorlichting aan omwonenden. Volgens De Indiener kan het niet zo zijn dat De Gemeenteraad nu opnieuw, zonder voorafgaande besluitvorming en deugdelijke argumentatie de SegaarArsenaal planvorming opnieuw van zich af organiseert en de omwonenden hun rechten op een deugdelijke uitvoering van eerdere afspraken: vastgelegd in het document Kaderstelling Segaar Arsenaal ontneemt.
39
14.8 De Indiener constateert dat De Gemeenteraad op 5 maart 2020 het Ruimtelijk Kader (met uitgangspunten en randvoorwaarden) voor Segaar-Arsenaal heeft vastgesteld. De Indiener merkt op dat een anterieure overeenkomt de uitgangspunten en randvoorwaarde borgt maar dat deze geen onderdeel is van de ter inzage gelegde stukken. Volgens De Indiener is gebleken dat de randvoorwaarden pas achteraf worden ingevuld. De anterieure overeenkomst zou daarmee volgens De Indiener een posterieure overeenkomst worden. De Gemeenteraad en daarmee de omwonenden zou (indien de mededeling Chw in paragraaf 2.3 in Het Plan wordt gehandhaafd) geen inbreng meer hebben.
Bepalend voor de vraag of er sprake is van een anterieure- of posterieure overeenkomst is het moment van ondertekenen (aangaan) van de overeenkomst in relatie tot het moment van vaststelling van het ruimtelijk plan (in casu: bestemmingsplan). Het moment van ter inzage leggen is dus niet bepalend maar het vaststellen van het bestemmingsplan door de gemeenteraad. Anders dan De Indiener kennelijk meent is vóór vaststelling van het definitieve bestemmingsplan een anterieure overeenkomst aangegaan. Er is daarmee wel degelijk sprake van een anterieure overeenkomst en geen posterieure overeenkomst. De anterieure overeenkomst zoals die voor de vaststelling van het bestemmingsplan ondertekend is, is openbaar gemaakt, met dien verstande dat de bedrijfsgevoelige gegevens daaruit worden verwijderd.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
De Chw bestaat uit verschillende onderdelen (afdelingen). De Indiener van de zienwijze lijkt de passage uit de toelichting van Het Plan waarin wordt gesteld dat de De Indiener stelt dat er geen gemeentelijk besluit is dat de Chw van toepassing is verkeerd of te ruim te interpreteren. Afdeling 2 van de Chw is toepassing van de Chw rechtvaardigt. De Indiener geeft van toepassing op dit plan, afdeling 2 heeft betrekking op het proces omtrent een daarbij aan dat, indien de Gemeenteraad instemt met Het eventueel beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Anders dan de Indiener Plan, de Gemeenteraad bewust of onbewust heeft wellicht denk, is dit niet een Crisis- en herstelwet plan in de zin van een vastgesteld dat de Chw van toepassing is en de regie over de bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De gemeenteraad geeft geen randvoorwaarden en uitgangspunten volledig uit handen bevoegdheden uit handen en besluit zelf op ruimtelijke relevante gronden over het al geven. Volgens De Indiener kan de ontwikkelaar met beroep dan niet vaststellen van het definitieve bestemmingsplan. op de Chw zelf bepalen welke randvoorwaarden en uitgangspunten hij zal accepteren. Anders dan Indiener meent is het aan de gemeenteraad om het bestemmingsplan vast te stellen en daarmee het juridisch-planologische kader vast te stellen voor het SegaarArsenaal terrein.
14.9 De Indiener geeft groot belang te hechten aan het feit dat de De Gemeente heeft ervoor gekozen om het ontwerp bestemmingsplan ter inzage te randvoorwaarden en uitgangspunten echt en aantoonbaar leggen medio mei 2023 omdat er zicht was om op korte termijn ook de anterieure worden ingevuld in (een door de gemeenteraad als overeenkomst aan te gaan. Door omstandigheden is uiteindelijk de overeenkomst voorwaarde gestelde) anterieure overeenkomst. Het ondertekend op 26 maart 2024. ontbreken van een anterieure overeenkomst voor Zoals ook uiteengezet in de beantwoording van zienswijze 12.25, is het niet verplicht vaststelling van het ontwerp bestemmingsplan is doet om voorafgaand aan een ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd een volgens De Indiener geen recht aan eerdere besluiten van anterieure overeenkomst ondertekend te hebben. En dat dit bij eerdere/andere De Gemeente en is derhalve onzorgvuldig tegenover plannen wel gebeurd is, dit geen verplichting schept om dit altijd te doen. omwonenden. Omdat een anterieure overeenkomst een private overeenkomst is en geen onderdeel De Indiener merkt daarbij op dat bij het ‘plan Fortuyn’ wel uitmaakt van de inhoudelijk stukken van een bestemmingsplan is De Gemeente niet een anterieure overeenkomst klaar was voordat het van mening dat de bewoners van de Leidseweg ongelijk behandeld worden.