Bijlage 1 - Nota van beantwoording en wijzigingen bp 'Segaar-Arsenaal'
Tekst van het document
Nota van beantwoording en wijzigingen bestemmingsplan ‘Segaar-Arsenaal’
Z/24/084561\391118\4
Inleiding In het noordelijk deel van de gemeente Voorschoten is een woningbouwontwikkeling voorzien. Het plangebied wordt grofweg begrensd door de Trompweg aan de noordzijde, de Korte Vliet aan de oostzijde, de Leidseweg aan de westzijde en een aantal bestaande woningen aan de zuidzijde (Leidseweg 424-428). De ontwikkeling heeft betrekking op een transformatie van de (grotendeels onbebouwde) gronden naar maximaal 100 woningen en de herinrichting van het openbaar gebied. Dit is verdeeld in 49 grondgebonden rijwoningen, 44 appartementen, 6 beneden-bovenwoningen en 1 vrijstaande woning. De appartementen worden aan de Trompweg gerealiseerd in twee gebouwen met een half verdiepte parkeergarage. Deze ontwikkeling is op basis van het huidige bestemmingsplan ‘Noord’ niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet daarom een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld. Voor definitieve vaststelling van het bestemmingsplan (‘Segaar-Arsenaal’), dat de nieuwe ontwikkeling mogelijk, maakt is er eerst een ontwerp ter inzage gelegd. Het ontwerp bestemmingsplan is op 17 mei 2023 gepubliceerd en zowel fysiek als digitaal gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die periode kon eenieder een zienswijze kenbaar maken. In deze Nota van Beantwoording wordt antwoord gegeven op de ingediende zienswijzen. Ook wordt aangegeven of de zienswijze tot aanpassing van het ontwerp heeft geleid.
Als een zienswijze aanleiding heeft gegeven tot een aanpassing van het ontwerp is ook aangegeven wat er is aangepast. Als in de beantwoording wordt gesproken over ‘Het Plan’ wordt onderhavig ontwerp bestemmingsplan bedoeld. Met ‘Het Plangebied’ wordt gedoeld op het gebied waar Het Plan op van toepassing is. Met ‘De Indiener’ wordt gedoeld op de indiener van de betreffende zienswijze. Met ‘Het Hoogheemraadschap’ wordt Het Hoogheemraadschap van Rijnland bedoeld. Met ‘De Gemeente’ wordt bedoeld de gemeente Voorschoten, dit kan ook zijn het college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad. Ten slotte zijn twee overzichten opgenomen. Een met de wijzigingen welke voortvloeien uit de ingediende inzienswijzen, en een met de wijzigingen die ambtshalve zijn doorgevoerd. Zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan In totaal zijn 24 zienswijzen ingediend: Nr. Document kenmerk Indiener
Adres
Zienswijze gedateerd
Zienswijze geregistreerd
1.
Z-22-069945-350293
Leidseweg , 2253 JP Voorschoten
17 mei 2023
17 mei 2023
2.
Z-22-069945-353181
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
7 juni 2023
12 juni 2023
3.
Z-22-069945-353604
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
7 juni 2023
14 juni 2023
4.
Z-22-069945-353984
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
16 juni 2023
16 juni 2023
Idem
Herhaling door uitblijven ontvangstbevestiging
26 juni 2023
27 juni 2023
Idem
Herhaling door uitblijven ontvangstbevestiging
26 juni 2023
27 juni 2023 1
5.
Z-22-069945-354087
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
17 juni 2023
19 juni 2023
6.
Z-22-069945-354089
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
17 juni 2023
19 juni 2023
7.
Z-22-069945-354091
19 juni 2023
19 juni 2023
8.
Z-22-069945-354246
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
19 juni 2023
20 juni 2023
9.
Z-22-069945-354861
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
22 juni 2023
23 juni 2023
10.
Z-22-069945-354986
24 juni 2023
26 juni 2023
11.
Z-22-069945-355020
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
24 juni 2023
26 juni 2023
12.
Z-22-069945-355061
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
24 juni 2023
26 juni 2023
13.
Z-22-069945-355073
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
25 juni 2023
26 juni 2023
14.
Z-22-069945-355091
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
26 juni 2023
26 juni 2023
15.
Z-22-069945-355293
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
26 juni 2023
26 juni 2023
16.
Z-22-069945-355434
26 juni 2023
27 juni 2023
17.
Z-22-069945-355501
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
26 juni 2023
27 juni 2023
18.
Z-22-069945-355502
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
26 juni 2023
27 juni 2023
19.
Z-22-069945-355503
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
26 juni 2023
27 juni 2023
20.
Z-22-069945-355567
Leidseweg , 2253 JG Voorschoten
27 juni 2023
27 juni 2023
21.
Z-22-069945-355570
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
27 juni 2023
27 juni 2023
22.
Z-22-069945-355596
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
27 juni 2023
28 juni 2023
23.
Z-22-069945-355598
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
27 juni 2023
28 juni 2023
24.
Z-22-069945-356399
Leidseweg , 2253 JH Voorschoten
27 juni 2023
4 juli 2023
De Duurzaamheidstafel
Vereniging tot Behoud van Oud, Groen en Leefbaar Voorschot
Bomenbond Rijnland
Alle zienswijzen zijn tijdig ontvangen en in behandeling genomen. De zienswijzen zijn op volgorde van indienen genoteerd en beantwoord. Daar waar de inhoud van later ingediende zienswijzen identiek is wordt verwezen naar het eerder gegeven antwoord.
2
Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................................................................................................................................................... 1 Inhoudsopgave ............................................................................................................................................................................................................................................................ 3 Zienswijzen met beantwoording ................................................................................................................................................................................................................................. 5 Zienswijze 1. ............................................................................................................................................................................................................................................................. 5 Zienswijze 2. ............................................................................................................................................................................................................................................................. 5 Zienswijze 3.
........................................................................................................................................................................................................................................................... 11 Zienswijze 4. ........................................................................................................................................................................................................................................................... 11 Zienswijze 5. ........................................................................................................................................................................................................................................................... 11 Zienswijze 6. ........................................................................................................................................................................................................................................................... 11 Zienswijze 7. ........................................................................................................................................................................................................................................................... 12 Zienswijze 8.
........................................................................................................................................................................................................................................................... 15 Zienswijze 9. ........................................................................................................................................................................................................................................................... 15 Zienswijze 10. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 16 Zienswijze 11. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 18 Zienswijze 12. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 18 Zienswijze 13.
......................................................................................................................................................................................................................................................... 30 Zienswijze 14. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 30 Zienswijze 15. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 46 Zienswijze 16. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 46 Zienswijze 17. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 49 Zienswijze 18.
......................................................................................................................................................................................................................................................... 49 Zienswijze 19. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 50 Zienswijze 20. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 52 Zienswijze 21. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 52 Zienswijze 22. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 52 3
Zienswijze 23. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 52 Zienswijze 24. ......................................................................................................................................................................................................................................................... 52 Nota van Wijzigingen ................................................................................................................................................................................................................................................. 53 Wijzigingen n.a.v. zienswijzen ................................................................................................................................................................................................................................ 53 Ambtshalve aanpassingen ..................................................................................................................................................................................................................................... 54
4
Zienswijzen met beantwoording Reactie
Commentaar
Aanpassing in het ontwerp bestemmingsplan
Zienswijze 1. 1.1
De Indiener constateert dat De Gemeente wil doorgaan met de woningbouwontwikkeling die Het Plan mogelijk maakt. De Indiener wil geen medewerking verlenen aan deze ontwikkeling en verzoekt De Gemeente de bouwplannen aan te passen zodat De Indiener kan blijven wonen op de locatie.
De Gemeente snapt dat het voor de huidige bewoners binnen Het Plangebied moeilijk Deze zienswijze heeft is om na lange tijd te moeten verhuizen. Na een lange periode op een plek te hebben niet geresulteerd in gewoond is de binding met die plek sterk. Tegelijkertijd heeft De Gemeente grote een aanpassing van uitdagingen op het gebied van woningbouw en volkshuisvesting. Het Plangebied is één het bestemmingsplan. van de plekken in Voorschoten waar een significante bijdrage kan worden geleverd aan deze opgave. Daarom is in 2020 bij het vaststellen van het Ruimtelijk Kader reeds besloten om de woonwagen te verplaatsen en het gebied te transformeren. De Gemeente zal zich sterk inspannen om een passende alternatieve woonplek aan te bieden aan De Indiener. Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat de grond onder de huidige woonwagen in eigendom is van de ontwikkelaar. De gemeenteraad heeft op 28 september 2023 ingestemd met een locatie nabij de Hofweg voor het realiseren van twee woonwagenstandplaatsen. Deze locatie is mogelijk een alternatief voor de huidige bewoners binnen het Plangebied.
Zienswijze 2. 2.1
De Indiener verzoekt De Gemeente onderzoek uit te voeren Er is nader onderzoek uitgevoerd naar de effecten van Het Plan op de wateroverlast en Deze zienswijze heeft naar de effecten van de voorziene ontwikkeling op de grondwaterstanden in de omgeving. Dit onderzoek toont aan dat Het Plan geen geresulteerd in een omgeving. (nadelig) effect heeft op de (bestaande) wateroverlast en grondwaterstanden in de aanpassing van het omgeving. Voor dit nader onderzoek verwijst De Gemeente naar bijlage 13 dat als bestemmingsplan. Het gaat De Indiener met name om de effecten van de nieuw onderdeel aan de toelichting van het bestemmingsplan is toegevoegd. Bijlage 13 is als nieuw ontwikkeling op de grondwaterstanden en de wateroverlast onderdeel aan de in de Noord-Hoflandschepolder (specifiek bij de bestaande toelichting van het woningen aan de Leidseweg ten westen van Het bestemmingsplan Plangebied) toegevoegd. Tevens is de waterparagraaf 5.2 van de toelichting aangevuld met de conclusie over de 5
grondwaterstand n.a.v. waterpeilverhoging (figuur 4 uit het memo).
De (water gerelateerde) onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van Het Plan zien volgens De Indiener met name op de hydrologische gevolgen binnen Het Plangebied. De effecten op de omgeving zijn niet of onvoldoende onderzocht. Zeker in het kader van de bestaande en bekende wateroverlast bij de bestaande woningen aan de Leidseweg is nader onderzoek volgens De Indiener noodzakelijk. 2.2
De Indiener verzoekt De Gemeente als kader voor Het Plan de ‘maatlat klimaatadaptief bouwen’ te hanteren om te voorkomen dat afwenteling gaat plaatsvinden. Door de voorgenomen bouw van Segaar-Arsenaal zullen de waterhuishoudkundige problemen worden afgewenteld op de naastgelegen huizen in de Noord-Hoflandse polder.
De Gemeente erkent het belang van klimaatadaptief bouwen en het voorkomen van Deze zienswijze heeft afwenteling. Daarom is in Het Plan veel aandacht besteedt aan een klimaatadaptieve niet geresulteerd in inrichting. De maatlat klimaatadaptief bouwen is daarbij niet direct als uitgangspunt een aanpassing van gehanteerd. Wel is Het Plan in de geest van de maatlat ontwikkeld. De maatlat is op dit het bestemmingsplan. moment (nog) geen wettelijke verplichting. Het kabinet is de mogelijkheden voor de juridische borging van de maatlat aan het verkennen. Het projectgebied Segaar-Arsenaal is door een watergang geohydrologisch “geïsoleerd” van de woonwijk aan de overzijde van de Leidseweg. Veranderingen in grondwaterstandsniveau in het projectgebied zullen hierdoor niet doorwerken naar de omgeving. De ontwikkeling zal derhalve niet leiden tot (een toename van) wateroverlast in de woonwijk aan de overzijde van de Leidseweg. Het Plan is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
6
2.3
De Indiener verzoekt De Gemeente om in het nader De Indiener doet een aantal constateringen die De Gemeente deelt. Het klopt dat het Deze zienswijze heeft onderzoek (zoals bedoeld onder 2.1) ook de effecten mee te waterpeil in de betreffende sloot (onderdeel van de Bosch- en Gasthuispolder) in geresulteerd in een nemen van de ligging van de bestaande woningen aan de overeenstemming met het vingerende peilbesluit NAP -1,42 m bedraagt. Het klopt ook aanpassing van het westzijde van de Leidseweg alsmede onderzoek te doen dat een toetspeil is gehanteerd van NAP -0,34 m1. bestemmingsplan. naar mogelijke verweking van de ondergrond ter plaatse van Bijlage 13 is als nieuw de bestaande woningen. onderdeel aan de De Gemeente deelt ook dat het grondwater in de huidige situatie stroomt van de toelichting van het De Indiener constateert daarbij dat het grondwater in de bestaande woningen aan de westzijde van de Leidseweg richting de betreffende sloot. bestemmingsplan huidige situatie stroomt van de bestaande woningen aan de toegevoegd. Tevens is (westzijde van de) Leidseweg richting de sloot aan de In de toekomstige situatie (na realisatie van Segaar-Arsenaal) blijft Het Plangebied overkant van de Leidseweg (in Het Plangebied). Daarmee is door de betreffende sloot gescheiden van de Leidseweg.
De drainerende werking van de waterparagraaf 5.2 er sprake van een goede drainage naar deze sloot. deze watergang blijft daarmee gehandhaafd (zie figuur 1 in bijlage 13 bij de toelichting van de toelichting op het bestemmingsplan). Het peilniveau uit het peilbesluit van NAP -1,42 m blijft ook aangevuld met de conclusie over de gehandhaafd. Lokaal zal de drainerende werking van de watergang zelf verbeteren grondwaterstand n.a.v. omdat de watergang wordt doorgetrokken en verbreed. waterpeilverhoging Het toetspeil van NAP -0,34 m is daarbij het maximale waterpeil tot waar het water in (figuur 4 uit het de sloot mag stijgen bij een maatgevende bui (90mm/uur). Dit betreft dus een memo). tijdelijke en kortdurende hoge waterstand. Na (extreme) neerslag kan het waterpeil dus tijdelijk hoger zijn dan het peilniveau uit het peilbesluit waarna het gemaal de waterstand weer zal verlagen tot het peilniveau van NAP -1.42 m conform peilbesluit. Daarbij moet worden opgemerkt dat in geval van extreme neerslag de waterstand in De Indiener geeft vervolgens aan dat als gevolg van de de betreffende sloot in de huidige situatie ook toeneemt. ontwikkeling van Segaar-Arsenaal de waterstand in de sloot Een tijdelijk verhoogd waterpeil zal niet leiden tot omkering van de stromingsrichting hoger zal worden.
Volgens het vigerende peilbesluit van Het van het grondwater, wat een stijging van de grondwaterstand bij de bestaande Hoogheemraadschap van Rijnland van 30 april 2014 zou de woningen aan de westzijde van de Leidseweg tot gevolg zou hebben. waterstand NAP - 1,42 m moeten zijn. Het toetspeil is echter ingesteld op NAP -0,34 m. Dat is ruim een meter hoger. Ter onderbouwing van deze stellingname is een indicatieve berekening uitgevoerd met de formule van De Marsily2 voor plotselinge peilverhogingen. Het gevolg hiervan is volgens De Indiener dat het grondwater ten opzichte van de huidige situatie in In deze berekening is uitgegaan van een zandlaag van 2,0 m dikte met een tegengestelde richting zal gaan stromen. Dus uit Het doorlatendheid van 5,0 m/dag en een bergingscoëfficiënt van 0,25. Dit zijn worst-case Plangebied in de richting van de bestaande woningen aan de uitgangspunten. Het resultaat van de berekening is weergegeven in figuur 4 van (westzijde) van de Leidseweg. De drainerende werking van bijlage 13 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Hierin is te zien dat een de sloot wordt daarmee opgeheven. Dat geldt volgens De waterpeilverhoging zelfs na 100 dagen nog niet leidt tot een toename van de
1
Het toetspeil betreft het maximale niveau tot waar het waterpeil in de watergangen van de Bosch- en Gasthuispolder mag stijgen na een extreme neerslag bui van 90 mm/uur. Het peilbesluit (peilniveau) is een door het Hoogheemraadschap vastgesteld gewenst peil. 2 Ghislain de Marsily, Geoloog. De formule waaraan gerefereerd wordt beschrijft een verandering van de grondwaterstand ten opzichte van de beginsituatie bij een plotselinge peilverhoging.
7
Indiener niet alleen in de situatie die eens per 250 jaar optreedt (90 mm neerslag) maar ook al bij een bui met een lagere neerslagintensiteit. Volgens De Indiener zullen de nieuwe huizen op het terrein van Arsenaal-Segaar (veel) hoger te liggen komen te liggen dan de bestaande huizen aan de (westzijde van de) Leidseweg. De nieuwe woningen zullen geen problemen krijgen bij een hoge waterstand in de sloot. Voor de bestaande woningen aan de (westzijde van de) Leidseweg is dat volgens De Indiener anders.
grondwaterstand bij de woningen aan de Leidseweg (op 20 m afstand van de watergang). Van verweking en schade aan funderingen als gevolg grondwaterstandstijgingen is dan ook geen sprake. De stijging van de grondwaterstand treedt immers niet op. De Indiener geeft aan dat als gevolg van de ontwikkeling van Segaar-Arsenaal de waterstand in de sloot hoger komt te liggen en lijkt er daarmee vanuit te gaan dat het waterpeil structureel verhoogd zou worden naar NAP -0,34 m. In dat geval zou de situatie met betrekking tot de stromingsrichting van het grondwater anders kunnen zijn. Een dergelijke structurele verhoging is echter niet aan de orde. Het waterpeil blijft conform peilbesluit NAP -1,42 m. De drainerende werking blijft daarmee gehandhaafd.
Omdat de Leidseweg niet waterdicht is kan het water Eventuele veranderingen in de grondwaterstand binnen Het Plangebied zullen door de volgens De Indiener over en onder de weg door stromen. Bij aanwezigheid van de watergang niet doorwerken naar de omgeving. Het projectgebied een forse bui kan water de huizen in de Noord-Hoflandsche is door de watergang geohydrologisch ‘geïsoleerd’’ van de omgeving. polder binnenstromen. Nader onderzoek is nodig om na te gaan of als gevolg daarvan gedeeltelijke verweking kan Samenvattend: optreden van de ondergrond met schade aan funderingen Anders dan De Indiener kennelijk meent zal de stromingsrichting van het grondwater tot gevolg. niet omdraaien. De drainerende werking van de bestaande sloot blijft evenals het peilniveau van NAP -1,42 m gehandhaafd. Slechts in gevallen van extreme neerslag kan De Indiener stelt dat in de jaren zestig de huizen aan de Jan het peilniveau tijdelijk tot maximaal het toetsingspeil van NAP -0,34 m stijgen. Daarbij Evertsenlaan (westelijk van de woningen aan de Leidseweg) moet worden opgemerkt dat het waterpeil in de huidige situatie bij extreme neerslag op opgespoten grond zijn gebouwd en daarmee hoger liggen eveneens stijgt. Het gemaal zal het peil vervolgens weer terugbrengen naar het Net als de nieuwe huizen op het terrein Segaar-Arsenaal. normale polderpeil van NAP -1,42m.
Deze tijdelijke hogere waterstand (tot maximaal Het effect daarvan is volgens De Indiener dat de het toetsingspeil) zal volgens uitgevoerde berekeningen geen effect hebben op de lagergelegen huizen aan de Leidseweg straks in een geul grondwaterstand ter plaatse van de bestaande woningen aan de westzijde van de komen te liggen tussen het opgespoten land van de Jan Leidseweg. Van verweking van de grond of schade aan funderingen als gevolg van de Evertsenlaan en het opgespoten land van Arsenaal-Segaar. ontwikkeling van Segaar-Arsenaal zal dan ook geen sprake zijn. De Indiener geeft daarbij aan dat bij de bouw van de nieuwbouwwijk Noord-Hofland (in de Noord-Hoflandsche polder) destijds ook de sloot achter de woningen aan de Leidseweg is gedempt. De waterafvoer in de richting van de Bosch- en Gasthuispolder is dan ook de enige afvoermogelijkheid.
8
2.4
De Indiener stelt dat de afbeelding in bijlage 13 (paragraaf 4.1.2) bij de toelichting op Het Plan niet overeenkomt met de verbeelding van Het Plan. In bijlage 13 zijn vijverpartijen ingetekend die niet zijn opgenomen op de verbeelding bij het bestemmingsplan. Daardoor zijn de gemaakte berekeningen niet representatief voor Het Plan.
Anders dan De Indiener kennelijk meent is in de betreffende memo (bijlage 13 bij de toelichting op Het Plan) met betrekking tot de waterberging wel rekening gehouden met het vervallen van de ‘appendix’ vormige waterpartij (vijverpartij) in het zuidelijk deel van Het Plangebied. Om die rede is die waterpartij ook niet als zodanig bestemd. De berekeningen zijn daarmee wel degelijk representatief voor het plan.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
Daarnaast zijn op gebied van de gewijzigde wateroppervlaktes de twee stedenbouwkundige plannen met elkaar vergeleken. In onderstaande tabel is het verschil inzichtelijk gemaakt.
Ontwerp 21-032022 Ontwerp 01-122022
Oppervlak oppervlaktewater m²
Oppervlak wadi m²
Totaal oppervlak m²
Berging wadi m³
Totaal berging m³
2278
Berging oppervlaktewater (excl. taluds/oevers) m³ 1821
1821
457
182,8
2003,8
1939
187
2126
1939
74,8
2013,8
Wellicht ten overvloede moet worden opgemerkt dat de water- c.q. vijverpartij op basis van de bestemmingsregels (binnen ‘Groen’) nog steeds kan worden gerealiseerd. Deze waterpartij is echter niet noodzakelijk om in voldoende waterbergingscapaciteit te voorzien. 2.5
Volgens De Indiener wordt in hoofdstuk 5 van bijlage 13 bij In hoofdstuk 5 van bijlage 13 (nu bijlage 14) bij de toelichting op Het Plan wordt de toelichting van Het Plan aangegeven dat indringing in de inderdaad aangegeven dat onder meer indringing in de bodem en verdamping binnen bodem buiten beschouwing wordt gelaten. Als indringing Het Plangebied buiten beschouwing worden gelaten. Dit is het worst-case scenario. buiten beschouwing wordt gelaten kan volgens De Indiener Immers vinden indringing in de bodem en verdamping in de praktijk wel plaats. Water niet worden getoetst in hoeverre schade kan ontstaan als wat indringt in de bodem wordt daar gebufferd en vertraagd afgevoerd. Dit water gevolg van een verhoogde grondwaterstand in de omgeving. komt daarmee niet direct in de watergang terecht en zorgt daarmee juist voor een positief effect op de stijghoogte van het water in de sloot.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
Zoals bij de beantwoording van zienswijze 2.3 al uiteengezet is, zal een incidentele peil verhoging in de sloot niet direct leiden tot een verhoogde grondwaterstand. Met de realisatie van Het Plan wordt geen schade aan de omgeving verwacht.
9
2.6
Volgens De Indiener is bij de berekeningen uitgegaan van een onjuiste toetshoogte. Daarmee is geen rekening gehouden met mogelijke schade ter plaatse van de bestaande woningen aan de westzijde van de Leidseweg.
Het toetspeil van NAP -0,34 m is opgegeven door Het Hoogheemraadschap. Zoals eerder aangegeven betreft dit een incidentele maximale peilhoogte bij een maatgevende bui. De ‘normale’ situatie zal het peil in de sloot de NAP -1,42 m uit het besluit betreffen.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
Volgens De Indiener wordt in 5.1 van bijlage 13 bij de De woningen en tuinen aan de zuidzijde van de ontwikkeling Fortuyn liggen binnen toelichting op Het Plan aangegeven dat de toetshoogte (NAP hetzelfde peilgebied. Vandaar dat deze toetshoogte daaraan is afgeleid. Het fiets/ -0,34 m) is bepaald aan de hand van de hoogte van de voetpad en berm Leidseweg aan de zijde van Het Plangebied ligt hoger dan dit bestaande achtertuinen aan de zuidzijde van de toetspeil blijkt uit de in meting hiervan. ontwikkeling Fortuyn. Hieruit blijkt volgens De Indiener dat geen rekening is gehouden met de bestaande kruipruimten, Uit het nader onderzoek (zie bijlage 13 bij de toelichting op het bestemmingsplan) kelders en vloeren in de Noord-Hoflandsche Polder ter blijkt dat een tijdelijke verhoging van de waterstand in de watergang tot de hoogte van Arsenaal-Segaar. Uit het onderzoek van Tauw voorgeschreven toetshoogte van NAP -0,34 m geen effect heeft op de (paragraaf 3.2) blijkt volgens De Indiener dat de gemiddelde grondwaterstand bij de bestaande woningen aan de Leidseweg. hoogte van het grondwater ter plaatse van de Leidseweg rond de NAP -0,9 en -1,05 m ligt. De gebruikte toetswaarde ligt daar dus ruim boven. 2.7
Het is voor De Indiener niet duidelijk op welke wijze de Het klopt dat in de conclusie van bijlage 13 (nu bijlage 14) bij de toelichting op Het Deze zienswijze heeft conclusie in bijlage 13 bij de toelichting op Het Plan over het Plan wordt aangegeven dat de watergangen in Segaar-Arsenaal worden verruimd. Dit niet geresulteerd in verruimen van watergangen is verwerkt in Het Plan. De is ook terug te zien in de verbeelding van Het Plan. De watergangen in de verbeelding een aanpassing van Indiener stelt dat in de conclusie bij deze bijlage wordt van Het Plan (bestemming: ‘Water’) zijn breder dan in de huidige situatie het geval is. het bestemmingsplan. aangegeven dat de ‘watergangen zijn verruimt’ waardoor De watergangen zijn daarmee ten opzichte van de huidige situatie verruimd. onder het toetspeil gebleven kan worden. Het is voor De Er is ambtshalve voor Indiener niet duidelijk op welke manier dit is gebeurd. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met gekozen om de betrekking tot de hoeveelheid (nieuw) oppervlaktewater dat ten opzichte van de voorwaardelijke huidige situatie moet worden gerealiseerd. Daarnaast is er op basis van de Keur van verplichting aan te het Hoogheemraadschap ook een watervergunning nodig. Daarmee is publiekrechtelijk geborgd dat er voldoende watercompensatie (onder meer in de vorm passen.
van verbreding van de watergang) zal plaatsvinden.
10
2.8
De Indiener stelt dat de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader niet zijn overgenomen. Het gaat volgens De Indiener mede (maar niet uitsluitend) om de waterdoorlatende verharding op het Arsenaal terrein, de hoogte van de appartementengebouwen, de onafhankelijke toets door ecologische experts alsmede het niet bebouwen van de bufferzone.
Het Ruimtelijk Kader en de daarbij behorende randvoorwaarden zijn leidend geweest Deze zienswijze heeft in de ontwikkeling van Het Plan. In de beantwoording van zienswijzen 12.11 tot en met geresulteerd in een 12.27 wordt uiteengezet waarom De Gemeente vindt dat Het Plan uitvoering geeft aan aanpassing van het wat de randvoorwaarden en doelstellingen uit het Ruimtelijk Kader hoewel op bestemmingsplan. ondergeschikte punten gemotiveerd afgeweken wordt. Om dit te verduidelijken is Paragraaf 2.5.2. is paragraaf 2.5.2. toegevoegd aan de toelichting op Het Plan. toegevoegd. Daarbij moet worden opgemerkt dat niet alle voorwaarden uit het ruimtelijk kader hoeven en kunnen landen in een bestemmingsplan. Bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van ruimtelijke relevantie. Het Ruimtelijk Kader eist ook niet dat alle randvoorwaarden worden geborgd in Het Plan. Sommige onderdelen uit het ruimtelijk kader moeten en kunnen op een andere manier worden geborgd. Een aantal aspecten zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Deze anterieure overeenkomst zal openbaar worden gemaakt, met dien verstande dat de bedrijfsgevoelige gegevens daaruit worden verwijderd.
2.9
De Indiener stelt dat er nog een informatieavond zou plaatsvinden met Het Hoogheemraadschap en dat hier tot op heden geen uitnodiging voor is ontvangen.
Anders dan in de brief van 4 april 2023 is aangegeven zal er geen mondelinge Deze zienswijze heeft toelichting worden gegeven door Het Hoogheemraadschap. Het Hoogheemraadschap niet geresulteerd in heeft aangegeven geen deel (meer) te nemen aan (dergelijke) informatieavonden. een aanpassing van het bestemmingsplan. De Gemeente betreurt de verkeerde indruk die is gewekt en biedt via deze weg excuses aan. In het kader van het bestemmingsplan is een dergelijke bijeenkomst echter niet verplicht. Hoewel De Gemeente de gewekte indruk betreurt leidt dit niet tot aanpassing van Het Plan. De Gemeente hoopt met het aanvullend uitgevoerde onderzoek de zorgen weg te kunnen nemen. Ten slotte heeft het Hoogheemraadschap middels het wettelijk vooroverleg aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het ontwerp bestemmingsplan.
Zienswijze 3. Identiek aan zienswijze 2.
Zienswijze 4. Identiek aan zienswijze 2.
Zienswijze 5. Identiek aan zienswijze 2.
Zienswijze 6. Identiek aan zienswijze 2. 11
Zienswijze 7. 7.1
De Indiener heeft waardering voor het hoge aandeel ‘betaalbare’ woningen. Van de 100 woningen zal 30% worden verhuurd in het sociale segment en 20% worden gerealiseerd in het middensegment. Naar deze woningen is veel vraag.
Het uitgangspunt was, en is nog steeds, om 30% van de woningen als sociale huur te realiseren. Echter zijn tussen de ter visie legging en het ondertekenen van de anterieure overeenkomst gesprekken geweest en is er vastgelegd dat er teruggevallen kan worden op wat in het Ruimtelijk Kader staat voorgeschreven: 15% sociale huur en 15% sociale koop. De toelichting is hierop aangepast. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt ten aanzien van het aandeel sociale huur/koop. Aanvullend op dit sociaal aandeel wordt ook nog 20% in het middensegment gerealiseerd.
7.2
De Indiener constateert dat duurzaamheid aandacht krijgt in In Het Plan is veel aandacht besteed aan duurzaamheid in brede zin. Zowel energetisch Deze zienswijze heeft Het Plan. Zo zijn alle bomen in Het Plangebied beoordeeld als klimatologisch met behoudt van zoveel mogelijk groen. De Gemeente waardeert niet geresulteerd in en worden deze waar mogelijk gespaard of vervangen. het dat deze inspanningen en resultaten worden herkend en erkend. een aanpassing van Daarbij wordt het wateroppervlakte iets vergroot om meer het bestemmingsplan. hemelwater te kunnen opvangen en krijgen de woningen zonnepanelen. De Indiener waardeert dit.
7.3
De Indiener constateert ook dat er in Het Plan, conform gemeentelijk beleid, meer voor duurzaamheid gedaan kan worden. Circulair bouwen is daarbij een belangrijk aspect. De Indiener vraagt of De Gemeente bereid is te verkennen of er mogelijkheden zijn om meer circulaire materialen te gebruiken.
De Gemeente erkent het belang van circulair bouwen. Het is wenselijk dat bouwprojecten zo circulair mogelijk worden uitgevoerd. Echter is het juridisch niet mogelijk om in het kader van het bestemmingsplan eisen te stellen aan de materialen die worden gebruikt. Regels met betrekking tot materiaalgebruik zijn immers niet ruimtelijk relevant. Het betreft een uitvoeringsaspect.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
Daarbij geldt dat De Gemeente de landelijke wet- en regelgeving zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), voorheen het Bouwbesluit, (in de vorm van MPG-normen) niet kan doorkruisen. De normen uit het Bbl zijn daarmee leidend. De Gemeente kan strengere eisen ook niet via een privaatrechtelijke overeenkomt ‘afdwingen’ (art. 122 Woningwet). Het staat ontwikkelaars vrij om grotere ambities met betrekking tot circulair bouwen na te streven. De Gemeente zal dat ook aanmoedigen. 7.4
Volgens De Indiener zijn de warmte- en energievoorziening van de voorziene woningen cruciaal voor duurzaamheid. In Het Plan wordt aangegeven dat de woningen geen gebruik zullen maken van gas en zonnepanelen krijgen. De warmtebronnen worden echter niet genoemd. De Indiener vraag zich af of het mogelijk is duidelijkheid te geven over welke warmtebronnen gebruikt zullen gaan worden.
Het exacte type warmte- en energiebronnen dat bij de woningen zal worden gebruikt is in dit stadium nog niet bekend. Omdat dit een uitvoeringsaspect betreft kunnen daar in het bestemmingsplan ook geen regels aan worden gesteld. De woningen dienen bij de aanvraag van de omgevingsvergunning te voldoen aan de dan geldende wet- en regelgeving.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
12
7.5
De Indiener stelt dat duurzaamheid is gebaat bij het gebruik Het is in dit stadium nog niet mogelijk om aan te geven hoeveel zonnepanelen er exact Deze zienswijze heeft van zonnestroom en deze lokaal te bufferen. De Indiener geplaatst zullen gaan worden. Daarmee is het ook nog niet mogelijk om aan te geven niet geresulteerd in vraagt zich af of het mogelijk is aan te geven hoeveel welke opbrengst in kWh precies wordt verwacht. Omdat dit een uitvoeringsaspect een aanpassing van zonnepanelen er geplaatst kunnen worden en/ of welke betreft is dat in het kader van onderhavige bestemmingsplanprocedure ook nog niet het bestemmingsplan. opbrengst in kilowatturen wordt verwacht. Daarnaast vraagt nodig. In het kader van de omgevingsvergunning zal de aanvraag moeten voldoen aan De Indiener aan De Gemeente in hoeverre de woningen de geldende wet- en regelgeving zoals dat nu in het Bbl met 'BENG-normen' (Bijna energieneutraal worden opgeleverd en wat de Energie Neutraal Gebouw) is geregeld. De woningen zullen conform de huidige wet- en mogelijkheden zijn voor een buurtbatterij. Ook vraagt De regelgeving in ieder geval aan deze norm voldoen. Indiener zich af of er laadpalen komen voor auto’s, op welk transformatorstation de e-infrastructuur aangesloten zal De gemeente herkent de meerwaarde van het lokaal bufferen van (zonne-)energie.
De worden en met welk maximaal gelijktijdig afgenomen door De Indiener aangehaalde buurtbatterij is wellicht een mogelijkheid om daar vermogen rekening wordt gehouden. uitvoering aan te geven. In Het Plan zijn daar echter nog geen concrete plannen voor. In Het Plangebied zullen ook laadpalen worden geplaatst. De definitieve locaties betreft ook een uitvoeringsaspect waar in een later stadium duidelijkheid over zal komen. Voor de woongebouwen geldt bijvoorbeeld ook dat in het Bbl eisen worden gesteld aan de benodigde laadinfrastructuur. Op de vragen met betrekking tot het transformatiestation en het afgenomen vermogen kan in dit stadium nog geen duidelijkheid worden gegeven. De door De Indiener aangehaalde eis van 60 liter hemelwater per m2 verhard Deze zienswijze heeft oppervlakte is vastgelegd in de Hemelwaterverordening van de gemeente niet geresulteerd in Voorschoten. In de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat Het Plan een aanpassing van zal voldoen aan deze verordening. het bestemmingsplan. Bij het uitwerken van het inrichtingsplan en de omgevingsvergunning zullen de plannen dus moeten voldoen aan deze verordening. Op dit moment is de exacte buffer nog niet bekend. In de verschillende bestemmingen is de mogelijkheid opgenomen de De Indiener stelt dat het zal gaan om een buffer die samen benodigde waterbergingsvoorzieningen te treffen.
De door De Indiener aangehaalde optelt tot misschien 500 liter. De Indiener vraagt of dit klopt maatregelen dienen in ieder geval getroffen te worden. en of daarmee wordt voldaan aan de eis om 60 liter hemelwater per m2 verhard oppervlakte te bufferen. De Het kan zijn dat er daarnaast nog aanvullende maatregelen nodig zullen zijn om te Indiener stelt dat dit overeenkomt met een laag water van 6 kunnen voldoen aan de Hemelwaterverordening, dit zal blijken bij de aanvraag cm. Het gaat volgens De Indiener om een buffervereiste van omgevingsvergunning(en). al snel 5.000 liter per woning (tien keer meer dan de voorziene buffer). De ambitie in het klimaatadaptatiebeleid van Voorschoten is volgens De Indiener zelfs om een bui van 7 cm in een uur aan te kunnen.
7.6
Volgens De Indiener vergt duurzaamheid goed omgaan met hoosbuien. De Indiener stelt dat in Het Plan onder meer wordt aangegeven dat de grondgebonden woningen een groen dak op uitbouw en berging, een regenton en een bloembak krijgen. Er wordt volgens De Indiener geen volume aan waterbergingscapaciteit aangegeven.
7.7
De Indiener geeft aan dat het klimaatadaptatiebeleid van Voorschoten stelt dat de rijbanen 15 cm water bij extreme
De initiatiefnemer zal voor de bouw van de woningen een inrichtingsplan vervaardigen. Bij dit inrichtingsplan zal ook bekend worden welke peilmaten c.q.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in 13
regenval aan moeten kunnen. Waarbij zo min mogelijk marges gehanteerd zullen worden. Deze zijn op dit moment nog niet bekend. Maar de een aanpassing van schade aan gebouwen en elektrische installaties ontstaat. initiatiefnemer houdt natuurlijk rekening met voldoende marge om overstroming waar het bestemmingsplan. Volgens De Indiener stelt Het Plan alleen dat de groen- en mogelijk te voorkomen. parkeerplekken ‘enkele cm lager worden aangelegd dan de woningen en de wegen’. Volgens De Indiener lijkt dit veel minder veiligheidsmarge dan de 15 cm op wegen die bij de klimaatadaptatie nodig wordt gevonden. De Indiener vraagt of kan worden toegelicht welke marges in dit plan worden gebruikt om de te verwachten extreme regen te bufferen zodat de woningen niet overstromen. 7.8
De Indiener stelt dat de Leidseweg-Noord kampt met wateroverlast. Dat wordt in Het Plan ook vermeld. Volgens De Indiener wordt dit gebied en vooral het laagstgelegen Arsenaal snel drassig. Het Plan voorziet in extra oppervlaktewater als buffer en stelt dat het gemaal ten noorden voldoende capaciteit heeft om dit plangebied droog te houden. De Indiener vraagt of Het Hoogheemraadschap kan bevestigen dat dit plan tevens de wateroverlast aan de Leidseweg-Noord zal beperken.
7.9
De Indiener stelt dat behoud en herstel van biodiversiteit In de bijlage 1 bij de regels van het bestemmingsplan zijn 23 concrete maatregelen Deze zienswijze heeft essentieel zijn voor een duurzame en gezonde woon- en opgenomen welke uitgevoerd moeten worden bij het realiseren van het plan. Hierbij is niet geresulteerd in leefomgeving. De Indiener stelt dat Het Plan aangeeft in te onder andere rekening gehouden met biodiversiteit en het bieden van verblijfplaatsen een aanpassing van zetten op natuurinclusief bouwen. Maar dat dit in Het Plan voor verschillende soorten fauna. Hoe en waar dit precies uitgevoerd zal worden, het bestemmingsplan nauwelijks wordt uitgewerkt. De Indiener vraagt De wordt verder uitgewerkt in het Inpassingsplan (welke door een onafhankelijk Gemeente of het mogelijk is duidelijker aan te geven wat er ecologisch bureau beoordeeld zal worden) en de aanvraag omgevingsvergunning (voor gedaan zal worden om de bomen, planten, vogels, insecten die aspecten die in/op/aan de woningen gerealiseerd worden). en vleermuizen een goed leefgebied te geven. Bijvoorbeeld door aanplanting in ecolinten, bepaalde bloemen en bomen Het bestemmingsplan biedt in de verschillende bestemmingen voldoende en waterplaatsen.
Daarbij vraagt De Indiener of kan worden mogelijkheden om te voorzien in biodiversiteit en een duurzame en een gezonde aangegeven hoe verstening van het grondgebied zal worden woon- en leefomgeving. tegengegaan en hoe de waterabsorptiecapaciteit zal worden gemaximaliseerd.
7.10 De Indiener stelt dat het hebben van koele en schaduwrijke verblijfsplekken van belang zijn voor mens, dier en energiegebruik. De Indiener constateert dat in het klimaatadaptatiebeleid van Voorschoten een ambitie van 40% schaduw bij de hoogste zonnestand wordt
De Gemeente heeft als uitgangpunt dat de (ervaren) wateroverlast aan de LeidsewegNoord niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling van het project die onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt. Hier is ook onderzoek naar gedaan. De conclusie is dat het project geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande wateroverlast.
In het Klimaatadaptatiebeleid is opgenomen dat voor onder andere Segaar-Arsenaal ‘klimaatadaptatie waar mogelijk wordt geïntegreerd in het Stedenbouwkundigplan’. Het Plan is niet getoetst aan de ambities uit het Klimaatadaptatiebeleid; niet elke ambitie is terug te vinden in Het Plan. Dit neemt niet weg dat er wel naar toe gewerkt is, onder andere door het terugplaatsen van 70 nieuwe bomen.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
14
uitgesproken. De Indiener vraagt zich af of Het Plan hieraan voldoet.
Zienswijze 8. 8.1
De Indiener stelt in de huidige situatie al veel overlast te hebben van grondwater op hun perceel. De Indiener geeft aan dat tijdens (hevige) regenval het grondwater snel omhoogkomt en moeizaam weg loopt. Ook bij het graven in de grond komt het grondwater snel omhoog.
Het nader onderzoek waar De Indiener om vraagt is inmiddels uitgevoerd en als bijlage Deze zienswijze heeft 13 aan het definitieve bestemmingsplan toegevoegd. Uit dit nader onderzoek blijkt dat geresulteerd in een de ontwikkeling van Segaar-Arsenaal geen effect heeft op de grondwaterstand bij de aanpassing van het bestaande woningen aan de Leidseweg in de Noord-Hoflandsche polder. bestemmingsplan. Bijlage 13 is als nieuw Cruciaal daarbij is dat door de bestaande watergang aan de oostzijde van de onderdeel aan de De Indiener maakt zich ernstige zorgen over de gevolgen van Leidseweg Het Plangebied geohydrologisch isoleert van de woningen aan de andere toelichting van het de ontwikkeling op de grondwaterstand. Onder meer omdat zijde van de Leidseweg. Veranderingen in het grondwaterstandsniveau binnen het bestemmingsplan de voorziene woningen hoger komen te liggen dan de projectgebied zullen daarom niet doorwerken naar de omgeving. Ook blijft het toegevoegd. Tevens is bestaande woningen aan de Leidseweg. Volgens De Indiener waterpeil (conform het peilbesluit) op NAP -1.42. In het geval van extreme neerslag de waterparagraaf 5.2 zullen ze nog meer last krijgen van het grondwater en kan kan het waterpeil in de betreffende watergang tijdelijk stijgen. Uit het nader van de toelichting dat ernstige gevolgen hebben (zoals schade aan het huis).
uitgevoerde onderzoek blijkt echter dat ook bij een kortdurende stijging van het waterpeil tot de toetsingshoogte van NAP -0.34 geen effect heeft op het grondwater in aangevuld met de De Indiener stelt dat nader onderzoek noodzakelijk is. Een conclusie over de de Noord-Hoflandsche polder en daarmee op het grondwater bij de bestaande nieuw en beter rioleringsstelsel en hemelwaterriool zou een woningen aan de Leidseweg. grondwaterstand n.a.v. mogelijke oplossing kunnen zijn waterpeilverhoging (figuur 4 uit het memo).
Zienswijze 9. 9.1
De Indiener geeft aan dat de zienswijze met name De gemeente herkent niet dat er diverse zaken buiten beschouwing zijn gelaten. Wel Deze zienswijze heeft betrekking heeft op de zorgen over de verhoogde herkent de gemeente dat er diverse zaken zijn gewijzigd. Zo is de ‘appendix-vormige’ niet geresulteerd in grondwaterstand in relatie tot de ligging van de huizen aan waterpartij in het zuidelijk deel van Het Plangebied komen te vervallen. een aanpassing van de Leidseweg-Noord. De Indiener geeft aan dat deze In tegenstelling tot wat De Indiener van deze zienwijze beweert is hier in de het bestemmingsplan. bestaande woningen in een geul liggen tussen de nieuwere berekening wel degelijk rekening mee gehouden. en reeds gebouwde woningen in de Noord- Hoflandsche polder (jaren 60) en de nieuw te realiseren woningen uit Het Het nadere onderzoek dat is uitgevoerd en als bijlage 13 aan het definitieve Plan. bestemmingsplan is toegevoegd blijkt dat de ontwikkeling van Segaar-Arsenaal geen effect heeft op de grondwaterstand bij de bestaande woningen aan de Leidseweg in de Volgens De Indiener zijn diverse zaken zijn buiten Noord-Hoflandsche polder. beschouwing gelaten of gewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Hierdoor kloppen de berekeningen niet Cruciaal daarbij is dat door de bestaande watergang Het Plangebied geohydrologisch is meer.
Volgens De Indiener lijkt daarmee sprake van geïsoleerd van de woningen aan de overzijde van de Leidseweg. Veranderingen in het onzorgvuldig handelen. grondwaterstandsniveau binnen het projectgebied zullen daarom niet doorwerken naar de omgeving. Ook blijft het waterpeil (conform het peilbesluit) op NAP -1,42 m. In 15
Ook stelt De Indiener dat niet wordt voldaan aan de eisen het geval van extreme neerslag kan het waterpeil in de betreffende watergang tijdelijk uit het Ruimtelijk Kader. De Indiener doelt onder meer op de stijgen. Uit het nader uitgevoerde onderzoek blijkt echter dat ook bij een kortdurende hoogte van de bebouwing en het niet bebouwen van de stijging van het waterpeil tot de toetsingshoogte van NAP -0,34 m geen effect heeft op bufferzones. het grondwater in de Noord-Hoflandsche polder en daarmee op het grondwater bij de bestaande woningen aan de Leidseweg. Net als bij de beantwoording van zienswijze 2.8 is aangegeven wordt voor de beantwoording over het Ruimtelijk Kader verwezen naar de beantwoording van zienswijzen 12.11 t/m 12.27. 9.2
Identiek aan zienswijze 2, punt 1
9.3
Identiek aan zienswijze 2, punt 2
9.4
Identiek aan zienswijze 2, punt 3
9.5
Identiek aan zienswijze 2, punt 4
9.6
Identiek aan zienswijze 2, punt 5
9.7
Identiek aan zienswijze 2, punt 6
9.8
Identiek aan zienswijze 2, punt 7
9.9
Identiek aan zienswijze 2, punt 8
9.10 Identiek aan zienswijze 2, punt 9 9.11 Identiek aan zienswijze 2, punt 10
Zienswijze 10. 10.1 De Indiener constateert dat er na een langdurig proces nu eindelijk een voldragen plan ligt.
De Gemeente is zich bewust van het feit dat de planvorming lang heeft geduurd. Dat heeft te maken met de zorgvuldigheid waarmee Het Plan tot stand is gekomen waarbij alle belangen zoveel mogelijk met elkaar in balans zijn gebracht. De Gemeente is verheugd dat er nu een bestemmingsplan vastgesteld kan worden. Dat is een belangrijke stap in de realisatie van het project waarmee de gemeente een deel van het grote woningtekort beoogd op te lossen.
10.2 De Indiener geeft aan het een keurig plan te vinden waarin is Net als De Indiener vindt de gemeente dit ook een belangrijk aspect. Om dit goed te getracht recht te doen aan alle relevante belangen en gebied borgen wordt het inrichtingsplan, waarin de concrete invulling van het openbaar specifieke problemen. gebied uitgewerkt wordt, getoetst door een onafhankelijk ecologisch bureau (zoals voorgeschreven in het Ruimtelijk Kader). De Indiener wijst erop dat het zuidelijk deel van Het Plangebied in de Groenstructuurvisie is aangewezen onderdeel van De Gemeentelijke hoofdgroenstructuur. Bij de evaluatie van de Groenstructuurvisie in 2023 is bepaald dat
Deze zienswijze heeft niet geresulteerd in een aanpassing van het bestemmingsplan.
16
ontwikkeling van deze locatie alleen mogelijk is ‘indien dit bijdraagt aan het versterken van de groene zoom’. De Indiener geeft aan begrip te hebben voor het feit dat niet alle bestaande bomen kunnen worden gehandhaafd maar pleit voor een ruimhartige groencompensatie met bijzondere aandacht voor versterking van de wijkgroenstructuur. De Indiener stelt dat Het Plan daar zeker aanzetten voor lijkt te geven en verwacht dat De Gemeente een actieve rol bij de uitvoering en verdere invulling van de gebiedsinrichting zal nemen (in het bijzonder waar het de ecologische aspecten betreft). 10.3 De Indiener stelt dat de waterhuishouding in dit natte In het bestemmingsplan worden alle noodzakelijke maatregelen die nodig zijn om Deze zienswijze heeft plangebied een punt van zorg is. De Indiener geeft aan dat in wateroverlast te voorkomen planologisch mogelijk gemaakt. Overeenkomstig de Keur niet geresulteerd in de toelichting (hoofdstuk 5.2) wordt gesteld dat de van Het Hoogheemraadschap van Rijnland zal er voldoende extra oppervlaktewater een aanpassing van planontwikkeling niet of nauwelijks zal leiden tot meer worden gerealiseerd. het bestemmingsplan. wateroverlast ten opzichte van de huidige situatie. De Indiener vraagt of er oplossingen zijn als dit onverhoopt toch Daarnaast zullen er in Het Plangebied maatregelen worden getroffen om water vast te anders uitpakt.
Bijvoorbeeld bij een forse regenbui. De houden en vertraagd af te voeren. Om te voorkomen dat de halfverdiepte Indiener vraagt zich daarbij ook af of de half verdiepte parkeergarage onder water komt te staan zullen er installaties aangebracht worden parkeergarage in zo’n geval kan onderlopen. die, in het geval van ernstige buien, het water uit de parkeergarage zullen pompen. Dit zal verder uitgewerkt worden bij het ontwerpen en uitwerken van de parkeergarage. 10.4 De Indiener geeft aan dat er is gekozen voor de bouw van De Gemeente herkent de grote behoefte aan sociale woningen en heeft zich daarom De afbeelding bedoeld een honderdtal wooneenheden, waarvan de helft in de vrije ook hard gemaakt voor een groot aandeel betaalbare woningen. Tijdens het opstellen in paragraaf 4.5 is sector. In de Toelichting (hoofdstuk 2.5.1.) wordt gerept van van het ontwerp bestemmingsplan is er sprake geweest om het aandeel sociale huur aangepast naar de 30% sociale huur, doch in hoofdstuk 4.5 blijkt het te gaan om aan te passen ten opzichte van het aandeel sociale koop. Daarom is er in de toelichting correcte aantallen. 15% sociale huur en 15% sociale koop. Dat is natuurlijk soms uit gegaan van 15 % sociale huur en 15% sociale koop, en op andere plekken van conform de door de gemeente meegegeven uitgangspunten, alleen 30% sociale huur. De toelichting is hierop gecorrigeerd.
In de anterieure doch gelet op de Voorschotense woningproblematiek willen overeenkomst zijn afspraken gemaakt ten aanzien van het aandeel sociale huur/koop. wij in overweging geven het aantal woningen sociale huur in Aanvullend op dit sociaal aandeel wordt ook nog 20% in het middensegment het plan te vergroten. gerealiseerd. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door op de plek van de geplande vrijstaande woning vrije sector (oranje blokje aan de Vliet in het woningbouwprogramma verkavelingsplan, figuur 4.10) sociale huunwooneenheden te bouwen.
Binnen de gestelde kaders is een (financieel) haalbaar stedenbouwkundig plan inclusief bijbehorende woningbouwtypen met de gewenste ruimtelijke kwaliteit zorgvuldig tot stand gekomen. De Gemeente heeft sympathie voor het voorgestelde alternatief. Hoewel het voorgestelde alternatief op het gebied van betaalbare woningen tot een voordeel kan leiden zijn er op andere vlakken nadelen. De Gemeente vindt dat er sprake is van een uitgebalanceerd plan. 17
10.5 De Indiener constateert dat de geplande wijkontsluitingsweg Voor de ontsluiting met het bochtige verloop is juist gekozen uit het oogpunt van Deze zienswijze heeft (30km/u, tweerichtingsverkeer) met enige bochten om de verkeersveiligheid. Dit bochtige verloop leidt in vergelijking tot een rechte weg tot niet geresulteerd in bebouwing heen loopt (toelichting, figuur 4.16). De Indiener snelheidsvermindering. De verdere uitwerking en inrichting van de wegen zal in een aanpassing van vraagt zich af of dat geen gevaarlijke situaties oplevert en overeenstemming met de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) worden het bestemmingsplan. waarom niet voor rechte weg vanaf de Trompweg is uitgevoerd. gekozen. De Indiener merkt daarbij op dat het schrappen van de Het is maar de vraag of met en andere vormgeving van de weg inderdaad een hoger bochtige ontsluitingsweg aan de noordwestzijde van Het aantal woningen kan worden gerealiseerd met een gelijke ruimtelijke kwaliteit, immers Plangebied de mogelijkheid ontstaat om daar extra de weg recht door laten lopen betekend dat de woningen van die plek verplaatst betaalbare (sociale woningen) te realiseren. moeten worden.
Zienswijze 11. Identiek aan zienswijze 2.
Zienswijze 12. 12.1 De Indiener van deze zienswijze geeft aan dat De Gemeente sinds enige jaren bezig is met de planontwikkeling voor Segaar-Arsenaal. De Indiener geeft daarbij aan dat De Gemeente, ondanks felle weerstand en politieke beloftes, toch heeft besloten een ontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen waarin de groene zone wordt ontwikkeld tot een woonwijk.
De Gemeente is samen met de Initiatiefnemer al geruime tijd bezig met de planontwikkeling. Hierbij wordt het gebied getransformeerd naar een woonwijk. De gemeenteraad heeft reeds in 2017 de Structuurvisie ‘Voorschoten 2025 “Groen, veilig en betrokken’ vastgesteld. Hierin is al voorgesorteerd op een woningbouw ontwikkeling op het Segaarterrein. Vervolgens heeft de gemeenteraad in 2020 het Ruimtelijk Kader vastgesteld ten behoeve van de woningbouw ontwikkeling op de Segaar-Arsenaal locatie, het Plangebied.
12.2 Identiek aan zienswijze 2, punt 2 12.3 Identiek aan zienswijze 2, punt 2 12.4 Identiek aan zienswijze 2, punt 3 12.5 Identiek aan zienswijze 2, punt 4 12.6 Identiek aan zienswijze 2, punt 5 12.7 Identiek aan zienswijze 2, punt 6 12.8 Identiek aan zienswijze 2, punt 7 12.9 Identiek aan zienswijze 2, punt 8 12.10 Identiek aan zienswijze 2, punt 9 12.11 De Indiener geeft aan groot belang te hechten aan het Ruimtelijk Kader zoals dat door De Gemeenteraad is vastgesteld en dat de randvoorwaarden en uitganspunten ook aantoonbaar worden ingevuld.
Het Ruimtelijk Kader is het vertrekpunt geweest voor de ontwikkeling van Het Plan. N.a.v. deze zienswijze De toetsing aan het Ruimtelijk Kader is opgenomen in paragraaf 2.5.2. naar aanleiding is de toelichting van deze zienswijzen. Hier wordt aangetoond dat het Plan dus grotendeels voldoet aan aangevuld met het 18
De Indiener stelt dat aan slechts één van de randvoorwaarden uit het Ruimtelijk Kader wordt voldaan.
het Ruimtelijk Kader. Dat wordt nader toegelicht in de beantwoording van zienswijzen ruimtelijke kader en 12.12 t/m 12.27. de toetsing hieraan. Dit is paragraaf 2.5.2 De indiener constateert dat deze randvoorwaarden en De Indiener vraagt verder (1) om aan te tonen dat Het Plan voldoet aan de geworden waardoor uitgangspunten zijn opgesteld en bekrachtigd door De randvoorwaarde dat 75% van het Arsenaal terrein ‘openbaar groen’ wordt. (2) Of de de Woonvisie (nu Gemeente en verzoekt De Gemeente om Het Plan Initiatiefnemer de verplichting krijgt het openbaar groen te realiseren en (3) te paragraaf 2.5.3) en de aantoonbaar en volledig te laten voldoen aan de gestelde onderhouden. daaropvolgende randvoorwaarden. paragrafen allemaal Anders dan Indiener aangeeft, is in het Ruimtelijk Kader niet opgenomen dat het een paragraafnummer De Indiener vraagt De Gemeente of, conform het Ruimtelijk Arsenaal terrein voor 75% openbaar groen moet zijn, maar: Kader, 75% van het Arsenaal 'openbaar groen' blijft en of de “Arsenaal wordt incidenteel bebouwd, met dien verstande dat maximaal 25% van het ‘opschuiven’. initiatiefnemer de verplichting krijgt het openbaar groen te Arsenaalterrein kan worden ingezet voor bebouwing en eventuele erfverharding realiseren conform het ontwerp bestemmingsplan en (uitgeefbare grond).” blijvend te onderhouden.
Het Arsenaal terrein dat onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling is in totaal 7511 m², hiervan mag maximaal 25% uitgeefbare grond zijn. Daar voldoet Het Plan aan, er wordt 1877 m² als uitgeefbare grond gerealiseerd (bestemmingen Wonen en Tuin). Dit is ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst. De overige 75% wordt ingericht met overwegend openbaar groen, maar ook met bijvoorbeeld trottoirs en water. De exacte inrichting zal uitgewerkt worden bij het inrichtingsplan. Een gedeelte van het openbare groen blijft onveranderd. Een gedeelte zal als nieuw park (her)ontwikkeld worden, dit betreft het meest zuidelijke deel van het plangebied. Over de aanleg van het (openbare) park en het moment van overdracht en onderhoud zijn afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst met de Initiatiefnemer. 12.12 De Indiener geeft aan dat één van de randvoorwaarden uit Niet alle gegeven kaders uit het Ruimtelijk Kader kunnen worden opgenomen in het het Ruimtelijk Kader is dat: bestemmingsplan. Het door de Indiener aangedragen punt is er hier een van. Het ‘Arsenaal wordt incidenteel bebouwd, met dien verstande betreft een uitvoeringsaspect. Het Plan maakt het op deze wijze uitvoeren wel dat maximaal 25% van het Arsenaalterrein kan worden mogelijk maar schrijft het niet voor. ingezet voor bebouwing en eventuele erfverharding (uitgeefbare grond).