Bijlage 1 Jaarstukken 2021 (raad).pdf
Tekst van het document
93
Beleidsindicatoren Nr. Beleidsindicator
Eenheid
Bron
Realisatie
2021 22
Jongeren met een delict
% 12 t/m 21 jarigen
CBS
1% (2020)
Jongeren met
% van alle jongeren tot CBS
0,6%
jeugdbescherming
18 jaar
Jongeren met
% van alle jongeren van CBS
jeugdreclassering
12 tot 23 jaar
voor de rechter 30
31
Geen data
Zowel het percentage als het absolute aantal jongeren met een jeugdbeschermingsmaatregel en een jeugd reclasseringsmaatregel is de afgelopen jaren laag en stabiel. De werkprocessen rond de toegang tot het gedwongen kader jeugdhulp zijn de afgelopen jaren uitgekristalliseerd en beter afgestemd.
Verbonden partijen Tabel Verbonden partijen Sociaal Domein Verbonden Partij/
Taakveld
Samenwerkingsverband Gemeenschappelijke regeling Inkoopbureau H-10
6.72 Maatwerk dienstverlening 186.82 Geëscaleerde zorg 18-
Gemeenschappelijke regeling Dienst Openbare
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
Gezondheidszorg Hollands Midden
6.2 Wijkteams 6.71 Maatwerk dienstverlening 18+ 6.72 Maatwerk dienstverlening 186.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.82 Geëscaleerde zorg 18-
Gezamenlijke afdeling werk en inkomen
6.2 Wijkteams 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.71 Maatwerk dienstverlening 18+ 6.72 Maatwerk dienstverlening 18-
94
Wat heeft het gekost?
P6 Sociaal Domein
Begroting
bedragen x € 1.000,- ("-" = nadeel / "+" = voordeel)
Begroting
Rekening
2021
2021
2021
primair
na wijziging
Verschil 2021 Begr. na wijzing / rekening
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
6.2 Wijkteams
6.3 Inkomensregelingen
6.4 Begeleide participatie
6.5 Arbeidsparticipatie
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
6.82 Geëscaleerde zorg 18-
Baten
350
353
354
1
Lasten
-1.870
-1.895
-1.849
45
Saldo
-1.519
-1.541
-1.496
46
Baten
14
65
96
31
Lasten
-557
-560
-592
-32
Saldo
-543
-495
-495
0
Baten
4.920
6.559
6.322
-238
Lasten
-6.768
-8.556
-8.304
252
Saldo
-1.848
-1.997
-1.982
15
Baten
0
0
0
0
Lasten
-227
-227
-193
34
Saldo
-227
-227
-193
34
Baten
0
0
0
0
Lasten
-888
-875
-767
109
Saldo
-888
-875
-767
109
Baten
0
0
0
0
Lasten
-869
-1.100
-1.008
92
Saldo
-869
-1.100
-1.008
92
Baten
146
105
89
-16
Lasten
-2.753
-3.064
-3.061
3
Saldo
-2.607
-2.959
-2.972
-13
Baten
1
15
15
0
Lasten
-5.366
-6.794
-5.969
826
Saldo
-5.365
-6.780
-5.954
826
Baten
8
24
70
46
Lasten
-207
-291
-247
44
Saldo
-199
-267
-177
90
Baten
0
0
0
0
Lasten
-1.003
-1.044
-1.355
-312
Saldo
-1.003
-1.044
-1.355
-312
Totaal baten
5.440
7.121
6.945
-176
Totaal lasten
-20.509
-24.406
-23.345
1.061
Saldo van baten en lasten
-15.068
-17.285
-16.400
885
562
920
579
-341
Onttrekking reserves
95
Toevoeging reserves
0
-600
-600
0
Mutaties reserves
562
320
-21
-341
-14.506
-16.965
-16.421
544
Programma resultaat
Toelichting op verschillen begroot actueel/werkelijk in taakvelden >= € 50.000 Taakveld 6.3 Inkomensregelingen Op taakveld 6.3 is er per saldo sprake van een voordeel van € 252.000 op de lasten. Dit is te verklaren door voordelen op de eindafrekening van de uitvoeringskosten voor Werk en Inkomen op dit taakveld (€ 32.000), op de lasten voor de BUIG (€ 157.000), op de lasten voor de BBZ (€ 58.000) en de TOZO (€ 111.000). Daarnaast is er sprake een nadeel op de lasten voor de bijzondere bijstand (minimabeleid) van € 105.000. Hier tegenover staat een nadeel op de baten van per saldo € 238.000. Dit is deels te verklaren door een voordeel op de baten voor terugvordering en verhaal bij de bijzondere bijstand (€ 75.000). Daarnaast is er sprake van lagere baten voor de BUIG (€ 109.000) en de BBZ en de TOZO (€ 204.000). Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie Het voordeel van € 109.000 op dit taakveld bestaat uit lagere lasten voor de afrekening van de uitvoeringskosten voor Werk en Inkomen van € 65.000. Omdat dit deels werd gedekt door een onttrekking uit een reserve, is deze onttrekking € 8.000 lager dan geraamd. Van deze € 65.000 heeft € 45.000 betrekking op lagere kosten voor de Wet Inburgering. Hiervan wordt bij de resultaatbestemming voorgesteld om dit over te hevelen naar 2022, omdat de implementatie nog doorloopt in 2022.
Daarnaast is er sprake van een voordeel op de lasten voor de ondersteuning van statushouders van € 83.000, met name door een verrekening over voorgaande jaren die leidde tot een voordeel. Ten slotte was er sprake van een nadeel op de lasten voor participatie- en reintegratievoorzieningen van € 39.000. Het restant wordt veroorzaakt door overige kleine verschillen. Taakveld 6.6 Maatwerkvoorzieningen WMO Het voordeel van € 92.000 op dit taakveld is te verklaren door lagere lasten voor woonvoorzieningen (€ 55.000) en rolstoelvoorzieningen (€ 9.000). Daarnaast is het budget voor aanvullende capaciteit niet volledig benut, wat leidt tot een voordeel van € 36.000. Omdat dit budget werd gedekt door een onttrekking uit een reserve, is ook deze onttrekking € 36.000 lager. Ten slotte is er sprake van een nadeel op de lasten voor vervoersvoorzieningen van € 14.000. Het restant wordt verklaard door overige kleine verschillen. Taakvelden 6.72 en 6.82 (samen taakvelden jeugd) De werkelijke lasten op de taakvelden maatwerkvoorzieningen 18- en geëscaleerde zorg 18-, die samen het onderdeel jeugd bestrijken, zijn € 514.000 lager dan geraamd. Dit is te verklaren door een voordeel op de formatie voor het actieplan jeugd en omklappen Sociaal domein (€ 291.000), 96
Ondersteuner Jeugd en Gezin (€ 62.000), de bijdrage aan het Servicebureau Jeugdhulp (€ 56.000), PGB's (€ 39.000), Intensieve ambulante gezinsbegeleiding (€ 30.000), en voor het omklappen van het sociaal domein (€ 52.000). Daarnaast is er sprake van een nadeel voor de lasten voor jeugdhulp over voorgaande jaren van per saldo € 19.000 en op de landelijk ingekochte zorg (LTA) van € 39.000. Het restant wordt veroorzaakt door overige kleine verschillen. De lagere lasten voor jeugdhulp en het omklappen van het sociaal domein leiden tot een lagere onttrekking uit de reserve sociaal domein/concernreserve van respectievelijk € 213.000 en € 52.000. Daarnaast is de uitbreiding van de capaciteit niet volledig ingevuld, waardoor deze onttrekking € 31.000 lager is dan begroot. Voor het omklappen van het sociaal domein wordt voorgesteld het resterend budget over te hevelen naar 2022. Taakveld 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ Het voordeel van per saldo € 90.000 op dit taakveld wordt verklaard door € 35.000 lagere lasten voor maatschappelijke opvang, en de ontvangst van een subsidie van € 55.000 voor het uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Zorg.
P7 Volksgezondheid en milieu
Doelstelling: "Wat wilden we bereiken ?" Inwoners zijn zich bewust van hun gezondheid en de effecten van een gezonde leefstijl; Vermindering van de hoeveelheid restafval; Een duurzame leefomgeving en versterking van de milieukwaliteiten van de leefomgeving; Voorschoten creëert een gezonde leefomgeving voor haar inwoners.
Het college vult deze doelstelling in met de volgende taakvelden:
Taakveld: 7.1 Volksgezondheid
Wat waren we van plan ?
Wat hebben we daarvoor gedaan ?
In 2021 wordt verder gewerkt aan de
Uitvoering gegeven aan in het
(door)ontwikkeling van een zorg- en
Uitvoeringsprogramma Lokaal
veiligheidshuis Hollands Midden.
Gezondheidsbeleid opgenomen actiepunten voor de periode tot en met 2022 wat betreft
97
Bestuur van RDOG HM heeft in 2020
aanpak roken, alcoholmisbruik, gezonde
Programma RDOG2024 vastgesteld om tot
voeding & bewegen.
een verbetering te komen van de governance, slagkracht, kostenbeheersing
AED's van gemeente onderbrengen bij
en organisatie van de RDOG Hollands
Stichting Hartveilig Voorschoten.
Midden. Lokaal gezondheidsbeleid en preventieakkoord In het Uitvoeringsprogramma Lokaal Gezondheidsbeleid Voorschoten 2020-2022 staat beschreven hoe Voorschoten lokaal het beleid op het gebied van gezondheid wat betreft aanpak roken, alcoholmisbruik, gezonde voeding & bewegen gaat uitvoeren in de periode 2020-2022. In de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid en meer specifiek ook in het Nationaal Preventieakkoord is opgenomen dat er de komende jaren onverminderd wordt ingezet op het bevorderen van gezondheid van de inwoners. Hierbij staan preventie, gezondheidsbescherming, het verminderen van gezondheidsverschillen en een integrale aanpak centraal. Daarmee bieden Het Nationaal Preventieakkoord en de landelijke Nota Gezondheidsbeleid uitgangspunten voor het lokale beleid. Gezondheidsbeleid heeft veel raakvlakken met andere beleidsvelden zoals beleid sociaal domein en sportbeleid, maar ook bijvoorbeeld omgevingsbeleid. Om tot een uitvoeringsprogramma te komen, worden daarom relaties gelegd met deze en andere relevante beleidsvelden, zoals met betrekking tot de eerstelijnszorg (huisartsen), onderwijs, sportbeleid, jeugd en ouderen. Dit gezondheidsbeleid hangt naast het Nationaal Preventieakkoord ook samen met het Lokaal Sportakkoord. De focus bij dit lokaal gezondheidsbeleid ligt bij de kwetsbare inwoners onder de jeugd, ouderen en die met een laag sociaal economische status.
Aan de hand van de uitgangspunten op het gebied van roken, alcohol, gezonde voeding (tegengaan overgewicht) en bewegen zal samen met onze stakeholders de komende periode gewerkt worden aan het (nog) gezonder maken van onze inwoners. Gemeenschappelijke Regeling RDOG Hollands Midden De Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden heet vanaf 2021 Hecht. Hecht is een deskundige partner in de zorg- en veiligheidsketen met een duidelijk doel: alles draagt bij aan een beter leven van de inwoners van de regio Hollands Midden. Hecht bestaat uit de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Midden, Jeugdgezondheidszorg, Regionale Ambulance Voorziening Hollands Midden, Zorg- en Veiligheidshuis Hollands Midden en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio.
98
Taakveld: 7.2 Riolering
Wat waren we van plan ?
Wat hebben we daarvoor gedaan ?
Onderzoek naar het functioneren en Nationaal Klimaatakkoord
klimaatbestendigheid van het rioolstelsel. Opstellen ontwerp robuust rioolstelsel.
Integrale afweging van klimaatadaptatie in rioolvervangingsprojecten Met de programmering voor 2021/2022 zijn Integrale projecten opgestart zoals herinrichting Adegeest, waarin aandacht is voor klimaat adaptieve maatregelen. Voor de komende jaren wordt een geactualiseerde programmering opgesteld. Hierin worden onder andere integraal de kansen voor klimaatadaptatie in beeld gebracht. Voor de wijken wordt transparant in beeld gebracht welke maatregelen worden genomen om de leefomgeving klimaatbestendig te maken. Aanpak afvoer vuilwater naar de zuivering Het Basis Riool Plan (BRP) in combinatie met het onderzoek op de afvoer vuilwater naar de zuivering (OAS Leiden Zuidwest) is afgerond en in 2021 aan de Raad ter informatie verzonden. De maatregelen in het BRP zullen in het nieuw op te stellen Integraal Water Keten plan (IWKp) worden opgenomen, waar de benodigde financiële middelen zichtbaar gemaakt worden. De afvoer van vuilwater uit Voorschoten naar de zuivering Leiden Zuidwest is bij neerslag een groot knelpunt. Het Hoogheemraadschap van Rijnland gaat een tijdelijke overstort op de Korte Vliet realiseren, zodat de overstorten aan de Krimkade worden gesaneerd en naar verwachting een vermindering van frequentie en hoeveelheid teweeg brengt op de overige riooloverstorten. Hiermee wordt nog geen structurele oplossing gerealiseerd, die toekomst bestendig is.
Voorschoten blijft in contact met gemeente Leiden en Hoogheemraadschap van Rijnland om een structurele oplossing te vinden. In de Leidse Regio is in het huidige IWKp het principe opgenomen dat bij rioolvervanging de afvoer van afvalwater- en hemelwaterafvoer wordt gescheiden. Hierdoor is er op termijn minder zuiveringscapaciteit nodig en wordt de verstedelijkingsopgave gerealiseerd zonder uitbreiding van de zuiveringsinstallaties. Verkennen van meetinstrumenten voor rioolbeheer In het Samenwerkingsverband Waterketen Leidse regio is een toetsingskader van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden (DoFeMaMe) voor het rioolbeheer afgerond. Dit meetinstrument draagt bij aan het vormen van een besluit over maatregelen. In de toekomst moet dit ertoe leiden dat keuzes transparanter worden op basis van prestaties, risico's en kosten. Het toetsingskader DoFeMaMe zal worden geïntegreerd in het nieuwe Integraal Water Keten plan (IWKp), dat naar verwachting in het 4de kwartaal 2023 aan de Raad wordt voorgelegd ter vaststelling. 99
Bevorderen van het lokaal bergen van hemel- en grondwater De gevolgen van klimaatverandering worden steeds zichtbaarder in de leefomgeving waardoor het behouden van hemel- en grondwater in een gebied belangrijker wordt. Een instrument om dit bij de bouw van nieuwe woningen te realiseren is een hemel- en grondwaterverordening. Het uitgangspunt is dat het niet is toegestaan om hemel- en grondwater af te laten voeren via het vuilwaterriool. De verordening afvoer hemel- en grondwater is in 2021 door de Raad vastgesteld. Nieuw- en verbouw projecten zullen zich moeten conformeren aan deze verordening.
Samenwerkingsverbanden Samenwerkingsverband Samenwerking Waterketen Regio Rijnland Juridische vorm
Samenwerkingsverband van 28 gemeenten, drinkwaterbedrijven Dunea en Oasis en het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Vestigingsplaats
Leiden
Bestuur en toezicht
De samenwerking kent drie bestuursorganen: •
Bestuurlijk algemeen
•
Bestuurlijk Cluster
•
C-team, overkoepelend orgaan van voorzitters van de clusters (4 in totaal) en Rijnland
Doelstelling
Gezamenlijke zorg voor de gehele waterketen en krachten bundelen. •
Realiseren van de kostenbesparingen in het beheer van de waterketen;
•
Verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering van de beheertaken en het innovatievermogen;
•
Verminderen van de personele kwetsbaarheid bij de uitvoering van de beheertaken.
Vertrekpunt in de samenwerking is dat de bestaande taken en verantwoordelijkheden niet worden aangetast. Samenwerken versterkt de waterketen. Met dit uitgangspunt werken gemeenten, drinkwaterbedrijf Dunea en het hoogheemraadschap van Rijnland samen toe naar een waterketen en waterketenbeheer: •
Van hoge constante kwaliteit;
•
Met een lage kwetsbaarheid;
•
Functionerend tegen zo laag mogelijke totaal maatschappelijke kosten.
Met het structureel opzetten van samenwerking geven Rijnland en gemeenten invulling aan het Bestuursakkoord Water. Bestuurlijk belang
100