Bijlage 1 Herijkte Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2039
Tekst van het document
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 Onderwijshuisvesting Primair Onderwijs gemeente Voorschoten
Voorwoord wethouder
Het college is blij met het herijkte IHP, om een aantal redenen. Ten eerste hebben de key-stakeholders op positieve en constructieve wijze samengewerkt met als resultaat dit visiedocument. Dat is een belangrijke basisvoorwaarde voor goede en langjarige resultaten in de toekomst. In het bijzonder in de situatie dat het gemeentebestuur met beperkte financiële middelen zo veel mogelijk wil bereiken op het gebied van ontwikkeling en ondersteuning van jonge kinderen. Om een gelukkig leven te kunnen leven, nu en in hun latere leven. De schoolbesturen en de gemeente hanteren daarbij hetzelfde uitgangspunt: scholen bieden gelijke kansen aan de leerlingen. Ten tweede omdat deze visie ook gaat over de het belang van (Integrale) Kindcentra. Het is een middel om doorgaande ontwikkeling van kinderen te realiseren. De gemeente zal zich, in samenwerking met alle betrokken partners, inspannen om de ontwikkeling van Kindcentra te bevorderen. Ten derde denken wij dat deze visie goed aansluit bij het op 6 juli 2023 door de gemeenteraad vastgestelde beleidsplan voor-en vroegschoolse educatie 2023-2026. Daarin is, onder andere, het belang van sterke doorgaande leerlijnen en daarbij goede overgangen als hoofdthema benadrukt. In dit IHP wordt verder uitgewerkt hoe wij dat willen vormgegeven.
Ten vierde omdat wij samen met de schoolbesturen zullen gaan optrekken om te bekijken waar luchtventilatie kan worden verbeterd in schoolgebouwen die nog een tijd in gebruik zullen blijven. Samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen is hierbij een voorwaarde om een beroep te kunnen doen op vigerende overheidssubsidie. En tenslotte: omdat wij denken hiermee een realistische meerjarenplanning van nieuwbouw van onderwijshuisvesting te hebben opgenomen, rekening houdende met de noodzakelijke efficiëntie en effectiviteit in project realisatie. Hans van der Elst Wethouder Onderwijs en Onderwijshuisvesting
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 2
Inhoud Voorwoord wethouder
2
1.
Inleiding 1.1. Algemeen 1.2. Het onderwijs in Voorschoten 1.3. IHP 2020-2035 1.4. Evaluatie IHP 2020-2035 1.5. Herijking IHP en raadmoties
4 4 4 5 5 6
2.
Wettelijk kader 2.1. Onderwijswetgeving 2.2. Bouwbesluit 2.3. Bouweisen ontwikkelingen
7 7 7 7
3.
Landelijke ontwikkelingen
9
4.
Leerlingenprognoses
10
5.
Bewegingsonderwijs
14
6.
(I)KC vorming 6.1. Context 6.2. Visie 6.3. Mogelijkheden en omvang 6.4. Model publieke/private middelen
15 15 15 18 18
7.
Uitgangspunten IHP 2024-2039 7.1. Bouwbesluit 7.2. (B)ENG gebouw 7.3. Frisse scholen pakket 7.4. Kwaliteitskader 7.5. Duurzaamheid 7.6. Circulariteit 7.7. Financiële norm 7.8. Begrippen nieuwbouw, renovatie en vernieuwbouw
21 21 21 21 21 21 22 22 23
8.
Maatregelen en investeringen 8.1. Algemeen 8.2. Toelichting per tijdschijf
25 25 27
9.
De locaties nader geduid
31
BIJLAGE 1A: Rapport prognose basisscholen 2024
36
BIJLAGE 1B: Bijlagenboek leerlingenprognoses basisscholen
47
BIJLAGE 2: Visie op duurzame samenwerking tussen basisscholen en kinderopvangorganisaties in Voorschoten
79
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 3
1. Inleiding 1.1. Algemeen
Onderwijshuisvesting is geen doel op zich. Het is een belangrijke randvoorwaarde om de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs waar te kunnen maken. De schoolbesturen en gemeente zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van passende huisvesting die ondersteunend is aan de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs. De gemeente en de schoolbesturen voor primair onderwijs hebben een gezamenlijke visie op onderwijshuisvesting vastgelegd in dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP). Deze visie bevat meer dan huisvesting alleen en wordt gedragen door de onderwijsvisie op een kindcentrum, waarin de doorgaande ontwikkelingslijn van het kind centraal staat. Het gezamenlijk tot stand brengen van een IHP geeft inzicht in de lokale situatie. Door het maken van een goede analyse van de omgeving en deze te koppelen aan toekomstige verwachtingen, kunnen gemeente en schoolbesturen strategische keuzes maken over welk toekomstbestendig aanbod gewenst is. Het IHP biedt een mooie kans om aan te sluiten bij de behoefte de kwaliteit van het onderwijs te versterken. Ook is het een uitstekend moment om een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente. Dit IHP is een herijking en daarmee een actualisatie van het in 2020 vastgesteld IHP 2020–2022 en betreft de periode 2024-2039.
1.2. Het onderwijs in Voorschoten
Voorschoten telt acht basisscholen, verdeeld over negen locaties. Leerlingen hebben de keuze uit openbaar, rooms-katholiek, protestants-christelijk en neutraal bijzonder onderwijs. The British School heeft ook een vestiging in Voorschoten. Deze school wordt niet door het rijk bekostigd, maar vanuit particuliere middelen betaald. De school behoort niet tot de huisvestingsverantwoordelijkheid van de gemeente en wordt in dit IHP daarmee buiten beschouwing gelaten.
Schoolbestuur
School
Richting
Locatie
Stichting RK Algemeen Bijzonder en Openbaar Primair Onderwijs PANTA RHEI
De Regenboog
RK
Rouboslaan 12
321
RK Emmaus
RK
Elstlaan 4
270
Nutsbasisschool Voorschoten
Algemeen bijzonder
Elstlaan 6
237
Protestants-Christelijke Schoolvereniging Voorschoten (PCSV)
Fortgensschool
PC
Van Beethovenlaan 10a
241
Gevers Deynoot PC
Burg. Vd Haarplein 7
195
Het Kompas
PC
Kuyperbrink 10
399
Stichting Katholiek en Openbaar Onderwijs Noord Hofland
De Vink
SWS
Kuyperbrink 12
218
Stichting Voorschotense Openbare School
Obs de Vos
Openbaar
Multatulilaan 92
221
Totaal 1
Leerlingen1
2.307
Bron: Rapport prognose basisscholen 2024 e.v. gemeente Voorschoten versie mei 2023 (gebaseerd op de telgegevens 1 oktober 2022 en de open onderwijsdata van DUO d.d. 22 december 2022)
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 4
1.3. IHP 2020-2035
In maart 2020 heeft de gemeenteraad van Voorschoten het IHP voor onderwijs vastgesteld. Dit IHP voor het Primair Onderwijs (PO) omschrijft de inzet van beleid voor de periode 2020-2022. Daarnaast wil de gemeente daarin een doorkijk geven naar de ontwikkelingen tot 2035 en in beeld brengen welke schoolgebouwen in deze periode in aanmerking komen voor vervanging. Het IHP omschrijft de gewenste voorzieningenstructuur voor onderwijshuisvesting op basis van een visie op onderwijshuisvesting. Trends en ontwikkelingen zijn daarbij geanalyseerd. Er is gekeken naar de huidige capaciteit, leerlingenprognoses en ruimtebehoefte. Dit alles is vertaald in een aantal scenario’s om te komen tot de gewenste voorzieningenstructuur. Scenario 1 gaat uit van huisvesting van de wettelijk taak. Scenario 2 gaat uit van het faciliteren van onderwijskundig en maatschappelijk rendement. Scenario 3 gaat uit van spreiding en bereikbaarheid gymzalen. Scenario 4 gaat uit van verkeersveiligheid (voetgangers en fietsers) rondom scholen in het centrum. De gemeente heeft besloten scenario 1, de wettelijke zorgplicht, toe te passen.
Dit scenario stelt vervangende nieuwbouw voor van drie schoolgebouwen die bouwkundig en functioneel verouderd zijn in de periode na 2022, te weten de vervanging van het gebouw van de Fortgensschool in de periode 2023-2026, Nutsbasisschool in 2027-2030 en de Emmausschool in de 2030-2035. In het IHP worden deze keuzes toegelicht en gemotiveerd. Gelijktijdig met de vervangende nieuwbouw van deze scholen, zijn ook eenvoudige maatregelen voor verbetering van de verkeersveiligheid rondom deze scholen meegenomen. Dit IHP is opgesteld met een viertal tijdschijven (2020-2022; 2023-2026; 2027-2030 en 2031-2035) met een totale periode van 16 jaar en is een kaderstellend koersdocument. Gelijktijdig met de vaststelling is besloten dat deze na vier zou worden herijkt om te kunnen inspelen op de ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting in de gemeente Voorschoten. De daadwerkelijke investering vindt plaats, nadat er conform de Verordening voorzieningen huisvesting Voorschoten, een huisvestingsaanvraag is ingediend. Het schoolbestuur van de Fortgensschool (PCSV) heeft in maart 2021 conform deze Verordening een aanvraag tot een voorbereidingskrediet van € 300.000 ingediend. Die aanvraag heeft de gemeente gehonoreerd (raadsbesluit april 2022). De uitvoering is destijds ‘on hold’ gezet.
1.4. Evaluatie IHP 2020-2035
In januari 2023 heeft er een interne evaluatie plaatsgevonden. De evaluatie had als doel te kijken hoe de bouwprojecten voor het onderwijs tot nu toe zijn verlopen en welke onderdelen op detail kunnen worden aangepast. De uitgangspunten die staan beschreven in het IHP, zijn nog steeds van kracht. Zo is het IHP uitgegaan van Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG), maar de ontwikkelingen betreffende de energietransitie maken dat de ambities inmiddels verder reiken in de vorm van Energie neutraliteit (ENG). Ook is er sprake van verhoogde bouweisen door de aanpassingen van het Bouwbesluit en de ventilatieproblematiek. Daarnaast zijn de bouwprijzen door de veranderende economische ontwikkelingen drastisch gestegen. Verder is geconstateerd, dat er naast de stichtingskostenvergoeding zoals dat in de verordening is opgenomen, ook rekening moet worden gehouden met sloopkosten, asbestsanering en eventuele tijdelijke huisvesting tijdens de bouw. Deze kosten zijn wel versleuteld in de zorgplicht van de gemeente, maar zitten niet in de standaard vergoeding voor de investering. Dit worden de zogeheten ‘bijkomende kosten’ genoemd. Tot slot is benoemd, dat de investeringen in het IHP uitsluitend bedoeld zijn voor de vervangende nieuwbouw van de onderwijsfunctie. De ontwikkeling tot een Integraal Kindcentrum is hierin niet meegenomen.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 5
Omdat in de eerste tijdschijf geen projecten waren opgenomen, is er geen passage opgenomen over de voortgang van de bouwprojecten. De conclusies uit de evaluatie zijn, samengevat: • Dat het IHP, dat in 2020 is vastgesteld, slechts een inzicht geeft in de kosten die destijds te verwachten waren. Echter, deze bouwkosten zijn niet meer actueel en achterhaald; • Dat het uitgangspunt van het IHP blijft, dat de scholen die in een bepaalde tijdschijf voor (vervangende) nieuwbouw in aanmerking komen, hier aanspraak op kunnen blijven maken; • Dat voor het verstrekken van een bouwkrediet eerst een check moet worden gedaan op de laatst bekende normbedragen of deze nog wel marktconform zijn; dan zullen ook eventuele bijkomende kosten, zoals sloopkosten (en/of asbestsanering) en tijdelijke huisvesting in beeld worden gebracht; • Dat de berekeningen waar steeds rekening mee is gehouden, uitsluitend zijn bestemd voor de onderwijs vierkante meters; dat wil zeggen dat er nog geen rekening is gehouden met mogelijke extra investeringen voor vierkante meters vanuit de IKC-vorming.
1.5. Herijking IHP en raadmoties
Met de vaststelling van het IHP 2020 is ook besloten een herijking toe te passen na 4 jaar (2024). In de evaluatie IHP 2020-2035 is de aanleiding daarvoor nog eens uiteengezet (verhoogde bouweisen, verhoogde bouwprijzen, bijkomende kosten en IKC-ontwikkeling). In april 2022 heeft de gemeenteraad motie 243 aangenomen over de toevoeging van een vorm van (Integraal) kindcentrum (IKC): kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en peuterspeelzaalwerk bij de realisatie van de nieuwbouw van de Fortgensschool. De motie is daarmee voor de herijking van het IHP een directe aanleiding voor een verdiepend onderzoek naar de mogelijkheden voor een (I)KC. Daarbij is de focus gericht op de buitenschoolse opvang (BSO), kinderdagverblijf (KDV) en het onderscheid tussen inzet van publiek en privaat geld. De motie vraagt echter impliciet een uitwerking over de vraag op welke wijze de (I) KC-vorm moet krijgen voor het gehele onderwijsveld. Immers een (I)KC als beleidsuitgangspunt geldt niet voor één school en schoolgebouw, maar in feite voor alle toekomstige ver-/nieuwbouw in de gemeente Voorschoten. Het is daarom van belang om een brede (I)KC-visie te ontwikkelen, waarbij de schoolbesturen vanuit het onderwijs de inhoudelijke bouwstenen aandragen.
Daarom maakt de (I)KC-visie als uitwerking van de motie onderdeel uit van dit IHP, en wordt niet alleen vanuit de middelen (publiek/privaat) benaderd, maar ook vanuit de inhoud. In juli 2023 heeft de gemeenteraad de Beleidsnota Voor- en Vroegschoolse Educatie (vve) beleid vastgesteld. Daarin is onder meer opgenomen, dat het doel van Voor- en Vroegschoolse Educatie is dat ieder kind, dat een taal-, rekenkundige-, sociaalemotionele en/of motorische achterstand heeft of een achterstand dreigt te krijgen, in een vroegtijdig stadium wordt ondersteund en de mogelijkheid krijgt om gebruik te maken van een educatieve voorziening om de achterstand in te halen of deze in het geheel niet te krijgen. Deze nota zal bij de uitwerking van de (I)KC-vorming worden betrokken. Tot slot heeft de gemeenteraad in juni 2023 tijdens de besprekingen van de kadernota zich in motie 293 nogmaals uitgesproken, dat vertraging van de nieuwbouw Fortgensschool onwenselijk is en het college verzocht de realisatie binnen de in het IHP vastgestelde termijn (2023-2026) te laten plaatsvinden. De duiding van de planning van de Fortgensschool maakt onderdeel uit van dit IHP.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 6
2. Wettelijk kader 2.1. Onderwijswetgeving
Op grond van de Wet primair onderwijs (WPO) is de gemeente verantwoordelijk voor de voorzieningen in de huisvesting, zoals nieuwbouw (permanent en tijdelijk), vervanging, uitbreiding en het oplossen van constructiefouten. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de Gemeentefondsuitkering. Deze middelen zijn echter niet gelabeld. Het betreft een algemene uitkering. Landelijke wetgeving is lokaal uitgewerkt in een verordening. In de verordening worden de regels vastgelegd met betrekking tot hoe een voorziening tot stand komt, de hoogte van vergoedingen en de prioritering tussen aanvragen. Zo is bijvoorbeeld de procedure geregeld waarmee schoolbesturen aanvragen kunnen doen bij de gemeente voor een huisvestingsvoorziening en de gemeente daarop een beoordeling moet geven. Maar ook de uitvoeringsregels na een besluit tot toekenning van een voorziening in de huisvesting (het uitvoeringoverleg) en het juridisch terug verkrijgen van gebouwen na einde gebruik door het onderwijs. Uit de Verordening en de wet volgt het zogeheten economisch claimrecht van de gemeente. De gemeente Voorschoten heeft de meest recente verordening vastgesteld in 2015. De schoolbesturen van het primair onderwijs zijn vanaf 2015 verantwoordelijk voor al het onderhoud, aanpassingen en alle andere kosten die verband houden met het in stand houden van het gebouw.
Zij ontvangen hiervoor een lumpsum vergoeding van het rijk (M.I. vergoeding). In het geval dat de gemeente eigenaar is van het schoolgebouw (Zoals bij de Vos), wordt de ontvangen vergoeding aan de gemeente over gedragen.
2.2. Bouwbesluit
Schoolgebouwen moeten in ieder geval aan wettelijke huisvestingseisen voldoen. Deze eisen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Een voorbeeld daarvan is dat een gebouw niet langer een gasaansluiting heeft (dus gasloos moet zijn). Voor nieuwbouw geldt het bouwbesluit van het jaar van vergunningverlening. Van toepassing is het Bouwbesluit van 2012 met daarop de actualisaties per jaar.
2.3. Bouweisen ontwikkelingen
Naast het bouwbesluit zijn er nog diverse ontwikkelingen: (Bijna) Energie Neutrale Gebouwen (BENG en ENG) Vanaf 1 juli 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energie neutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Dit is opgenomen in het Bouwbesluit vanaf 2021. Daarnaast wordt landelijk gesproken over energie neutrale gebouwen (ENG). Op dit moment gaat de discussie over ENG en over ambities op langere termijn. Van een verplichting om alle nieuwbouw volledig energieneutraal te maken lijkt voorlopig nog geen sprake te zijn. Echter vanuit het toekomstgericht denken is het een kans om een nieuwbouw energieneutraal op te leveren. Frisse Scholen Het doel van het programma van eisen (PvE) voor Frisse Scholen is eisen te formuleren om een zo gezond, comfortabel en energiezuinig mogelijk schoolgebouw te realiseren. Het PvE Frisse Scholen is ontwikkeld op initiatief van de overheid2 en gaat verder dan de eisen in het Bouwbesluit op het gebied van energie, lucht, temperatuur, licht en geluid en heeft voor ieder thema drie ambitieniveaus vastgesteld (klasse C – acceptabel, klasse B – goed, klasse A – zeer goed) en daaraan (prestatie-) eisen gekoppeld. De luchtkwaliteit, temperatuur, licht en akoestiek zijn belangrijke factoren die van invloed zijn op het 2
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 7
welbevinden van gebruikers. Samen bepalen deze bouwfysische factoren de kwaliteit en het comfort van het binnenmilieu in een gebouw. Het verschil zit in de minimumeisen vanuit het Bouwbesluit en de wenselijke eisen wat betreft leefcomfort. Het pakket betreft nog geen wettelijke verplichting, maar wordt door RVO, Ruimte OK en VNG geadviseerd. Het is daarom zeer wenselijk om een toekomstbestendig gebouw te voorzien van het predicaat Frisse Scholen (gemiddeld) klasse B. Ventilatie Door COVID-19 is de druk op goede ventilatie in bestaande schoolgebouwen weer een belangrijk thema voor onderwijshuisvesting geworden. Het was al langer een thema, maar met een lagere prioriteitstelling. Naast het nemen van maatregelen, is met name de bekostigingsvraag ingewikkelder dan het lijkt. De huidige wet- en regelgeving is hier niet duidelijk over. De noodzaak tot maatregelen is echter evident. De minister heeft via de SUVIS-regeling (en opvolgende regelingen) pogingen gedaan om de maatregelen te versnellen. Deze subsidieregelingen zijn door het veld echter kritisch ontvangen. Enerzijds omdat het zowel de gemeente als het schoolbestuur financieel medeverantwoordelijk maakt en anderzijds, omdat dit niet de gewenste structurele maatregelen oplevert (druppel op de gloeiende plaat). Voor nieuwe gebouwen lost het probleem zich op. Het bouwbesluit voorziet in deugdelijke ventilatie.
Voor de gebouwen, waarvoor het voornemen bestaat ze door nieuwe te gaan vervangen, is het onwenselijk daar nog in te investeren. Voor oudere gebouwen die nog geruime tijd in gebruik zullen blijven (bijvoorbeeld 10 tot 20 jaar), zullen oplossingen gezocht moeten worden. Dat geldt overigens ook voor mogelijke duurzaamheidsmaatregelen. Zo heeft bijvoorbeeld een hoog CO2-gehalte een negatieve invloed op de gezondheid en prestaties van gebruikers. De mogelijke effecten van een langdurig verblijf (minstens enkele uren per dag) in een ruimte met een slechte luchtkwaliteit zijn onder meer hoofdpijn, slijmvliesirritaties en andere allergieklachten en een vergrote kans op astma-aanvallen. Gecontroleerd ventileren, regelmatig luchten door ramen te openen én goed onderhoud van de ventilatievoorzieningen dragen bij aan de verbetering van de klimatologische omstandigheden in een ruimte. Schoolbesturen en gemeente zullen gezamenlijk die gebouwen bekijken naar mogelijke oplossingen en de betaalbaarheid daarvan (wie betaalt wat). Dit wordt meegenomen in het onderzoek.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 8
3. Landelijke ontwikkelingen
Landelijk staan de kwaliteit en de betaalbaarheid van onderwijshuisvesting sterk onder druk. Onder meer door verhoging van de eisen in het Bouwbesluit en de plicht om vanaf 2020 (bijna) energie neutrale gebouwen (BENG) te gaan realiseren. In 2018 zijn landelijke voorstellen ontwikkeld en aangeboden aan de Minister van OCW ten aanzien van de onderwijshuisvesting. Het ging toen om drie ontwikkelingen: • het IHP wordt wettelijk verankerd; elke gemeente moet in samenspraak met de schoolbesturen een IHP opstellen voor de komende 16 jaar. • het begrip renovatie wordt opgenomen in de wet. • het mee-investeren in onderwijshuisvesting door schoolbesturen wordt onder bepaalde voorwaarden toegelaten. Er is helaas nog steeds geen concrete wetgeving. De verwachtingen daarover (2022) zijn niet waargemaakt. De rijksoverheid worstelt met de wijze waarop die wettelijke verankering gestalte moet krijgen. De huidige streefdatum is nu gesteld op 2025. In april 2023 heeft er een internetconsultatie voor het wetsvoorstel ‘doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ plaatsgevonden. Uit de berichten rond de consultatie is op te maken, dat er een ontwikkeling aan is toegevoegd en dat 4 ontwikkelingen in het wetsvoorstel zijn verwerkt: 1. Een verplichting voor het vaststellen van een integraal huisvestingplan (IHP) voor gemeenten en meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor schoolbesturen. 2.
Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting waar de gemeente voor verantwoordelijk is. 3. Het investeringsverbod in het primair onderwijs wordt opgeheven. 4. Een zorgplicht voor het schoolbestuur voor een gezond binnenklimaat. Door deze (nieuwe) ontwikkelingen ontstaat er meer ruimte om de samenwerking te zoeken. De gemeente Voorschoten en de schoolbesturen, nemen hierin dan ook beide hun verantwoordelijkheid om vanuit visie en inhoud, vooruitlopend op deze mogelijke wettelijke aanpassingen, een herijking van het IHP op te stellen. Bij de volgende herijkingen zal steeds de actuele stand van de wet- en regelgeving worden betrokken.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 9
4. Leerlingenprognoses
De demografische ontwikkelingen zijn van groot belang voor het bepalen van de juiste omvang van een onderwijsgebouw. Ook is het wenselijk overeenstemming te hebben tussen de gemeente en het schoolbestuur als het gaat over de verwachtingen aan leerlingen en daarmee de noodzakelijke vierkante meters oppervlak. Om die reden is in de Wet Primair onderwijs en de Verordening opgenomen dat een aanvraag voor een vervanging, uitbreiding of nieuwbouw vergezeld moet gaan van een leerlingenprognose. De eisen voor een dergelijke prognose is opgenomen in bijlage II van de Verordening. Om hieraan tegemoet te komen en om een goed beeld te hebben van de te verwachten leerlingen stelt de gemeente voorschoten periodiek een integrale leerlingenprognose op. Daarbij maakt ze gebruik van een eigen bevolkingsprognose. Voor de herijking van het IHP wordt de meest recente leerlingenprognose gehanteerd die dateert van 2023. Daarbij is gebruik gemaakt van de teldatum van 1 oktober 2022 en die van 1 februari 2023. Dit zijn beide wettelijke teldata voor OCW. Voor de berekening van het aantal leerlingen bij permante bouw wordt, conform de Verordening (bijlage III, berekening ruimtebehoefte), uitgegaan van het aantal leerlingen over 15 jaar (t+15). Dit rapport presenteert de resultaten van de prognoses voor de acht basisscholen in de gemeente Voorschoten.
De prognoses voor de scholen zijn gebaseerd op de telgegevens tot en met 1 oktober 2022 en opgesteld voor de korte en lange termijn. De telgegevens van de scholen zijn opgevraagd bij DUO en de historische bevolking- en woninggegevens door het Centraal Bureau voor de Statistiek tot en met 1 januari 2022. De gegevens van 1 januari 2023 en de toekomstige woningbouw zijn opgegeven door de gemeente. De resultaten van de prognoses staan in een bij de prognose behorend bijlagenboek, waarin is aangegeven: 1. de herkomst van de leerlingen naar wijk en gemeente op 1 oktober 2022; 2. de korte termijnprognose (de huisvestingsbehoefte voor de komende 4 jaar op basis van gewogen en ongewogen leerlingen); 3. de lange termijnprognose (de ontwikkeling van de basisgeneratie); 4. de gemiddelde woningbezetting door de basisgeneratie de ontwikkeling van het ongewogen leerlingenaantal; 5. de aanspraken op huisvestingsvoorzieningen; 6. het aantal leerlingen dat van de basisgeneratie de school bezoekt, uitgedrukt in een deelnamepercentage. DUO heeft de leerlingeninformatie verstrekt op basis van het aantal leerlingen per 1 oktober 2022 op de basisscholen naar herkomst op basis van buurt/wijk en plaats. Met behulp van deze gegevens zijn de voedingsgebieden van de scholen samengesteld. Onder voedingsgebied wordt verstaan een gebied waaruit tenminste 70% van de leerlingen op de school afkomstig is.
Wat betreft de woningontwikkeling verwacht de gemeente dat er tot en met 2030 ongeveer 1.200 woningen zullen worden bijgebouwd. De woningen zijn in de bevolkingsprognose verwerkt. Bijna 60% van de woningen bestaan uit appartementen. De toename van het aantal woningen zal niet direct leiden tot meer leerlingen. De ruimtebehoefte berekening komt tot stand door toepassing van de vierkante meter norm uit de Verordening (200 m2 vaste voet als basis plus 5,03 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) per leerling). Een uitzondering daarop is de gewichtenregeling. Dat is bedoeld voor leerlingen met een achterstandsscore. Dat betreft in Voorschoten 2 scholen: De Vink en Gevers Deynoot. Deze achterstandsscore leidt tot een geringe verhoging van het aantal m2 bvo. Daar is met het bepalen van de ruimte behoefte rekening gehouden.
3
Een vaste voet is een basis aantal m2 bvo, als start. Daar boven op komt het aantal leerlingen x 5,03 m2.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 10
De resultaten vertalen zich in het volgende overzicht4, waarbij gekozen is voor een beperkte weergave van het aantal jaren (2023, 2026, 2030, 2035 en 2039). Aantal leerlingen School
2023
2026
2030
2035
2039
De Regenboog
321
305
262
243
242
RK Emmaus
270
255
240
236
235
Nutsbasisschool Voorschoten
237
244
236
235
237
Fortgensschool
241
249
233
240
246
Gevers Deynoot
195
198
209
202
196
Het Kompas
399
384
378
400
400
De Vink
218
207
204
215
215
Obs de Vos (Multatililaan)
221
217
217
213
212
(Ter Lips)
205
197
205
202
201
2.307
2.256
2.184
2.186
2.184
Totaal
Vertaling in ruimte behoefte Ruimtebehoefte in m2 School
2023
2026
2030
2035
2039
De Regenboog
1.815
1.734
1.518
1.422
1.417
RK Emmaus
1.558
1.483
1.407
1.387
1.382
Nutsbasisschool Voorschoten
1.392
1.427
1.387
1.382
1.392
Fortgensschool
1.412
1.452
1.372
1.407
1.437
Gevers Deynoot
1.182
1.197
1.252
1.217
1.187
Het Kompas
2.207
2.132
2.101
2.212
2.212
De Vink
1.318
1.261
1.245
1.300
1.300
Obs de Vos (Multatililaan)
1.312
1.292
1.292
1.271
1.266
(Ter Lips)
1.231
1.191
1.231
1.216
1.211
13.427
13.169
12.806
12.816
12.806
Totaal
Ruimtebehoefte in lokalen School
4
2023
2026
2030
2035
2039
De Regenboog
13
13
11
10
10
RK Emmaus
11
11
10
10
10
Nutsbasisschool Voorschoten
10
10
10
10
10
Fortgensschool
10
10
10
10
10
Gevers Deynoot
8
8
9
8
8
Het Kompas
17
16
16
17
17
De Vink
9
9
9
9
9
Obs de Vos (Multatililaan)
9
9
9
9
9
(Ter Lips)
9
8
9
8
8
Totaal
96
94
91
91
91
Bron: leerlingenprognose 2023
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 11
Aan de hand van de leerlingenprognose is te constateren, dat er op lange termijn een zeer geringe daling is van het totaal aantal leerlingen (123 leerlingen over 15 jaar), wat zich vertaalt naar een totale verlaging van de behoefte van circa 600 m2 (5 lokalen). Dat komt neer op ongeveer 5%. Dat is voor het bepalen van de ruimtebehoefte verwaarloosbaar. Een uitzondering hierop betreft De Regenboog. Deze daling is echter is onverwacht en onverklaarbaar. Daar zal nog een nadere analyse op plaats vinden. Het heeft geen effect voor de komende vier jaren in het IHP. Het ‘Rapport prognose basisscholen 2024 e.v. Gemeente Voorschoten’ met bijlagenboek van mei 2023 is als bijlage 1 opgenomen bij dit IHP. Leegstand Op basis van de vergelijking tussen de capaciteit en de ruimte behoefte voor 2023 en uiteindelijk 2039 (t+15) is de normatieve leegstand zichtbaar. Normatief wil zeggen dat dit een leegstand is op basis van de formatieberekening en ruimtebehoefte, wat niet wil zeggen dat er ook sprake is van feitelijke leegstand. In dit overzicht is uitgegaan van de verwachting dat de gebouwen van de Fortgensschool, Emmausschool en Nutsbasisschool in de komende jaren zullen worden vervangen op basis van de juiste omvang.
Deze leegstand is uitsluitend van belang om te bepalen of er sprake is van structurele leegstand en om te bekijken of de leegstand ruimte kan bieden aan de behoefte aan Nederlands 2de taal (NT2) en Internationale Taalklas (ITK). School
Locatie
2023 capaciteit m2 bvo
2023 behoefte in m2
2023 normatieve leegstand
De Regenboog
Rouboslaan 12
1.878
1.815
63
RK Emmaus
Elstlaan 4
1.644
1.558
86
Nutsbasisschool Voorschoten
Elstlaan 6
1.461
1.392
69
Fortgensschool
Van Beethovenlaan 10a
1.266
1.412
-146
Gevers Deynoot
Burg. Vd Haarplein 7
1.252
1.182
70
Het Kompas*
Kuyperbrink 10
2.241
2.207
34
De Vink*
Kuyperbrink 12
1.688
1.318
370
Obs de Vos*
Multatulilaan 92
1.396
1.312
84
Ter Lips 1b
1.518
1.231
287
School
De Regenboog
Locatie
Rouboslaan 12
2039 capaciteit m2 bvo 1.878
2039 behoefte in m2 1.417
2039 normatieve leegstand 461
RK Emmaus
Elstlaan 4
1.382
1.382
-
Nutsbasisschool Voorschoten
Elstlaan 6
1.392
1.392
-
Fortgensschool
Van Beethovenlaan 10a
1.437
1.437
-
Gevers Deynoot
Burg. Vd Haarplein 7
1.252
1.187
65
Het Kompas*
Kuyperbrink 10
2.241
2.212
29
De Vink*
Kuyperbrink 12
1.688
1.300
388
Obs de Vos*
Multatulilaan 92
1.396
1.266
130
Ter Lips 1b
1.518
1.211
307
* = de m2 bvo is een indicatie
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 12
Inzet leegstand voor NT2 en expertise onderwijs Deze leegstand is van belang om ook na te denken over de eventuele toename van leerlingen van statushouders en nieuwkomers. Daarover doet het IHP thans geen uitspraak en is ook moeilijk te bepalen omdat het niet is te prognosticeren, maar wel iets om rekening mee te houden. Het biedt in ieder geval inzicht om in gesprek te gaan over een medegebruik van onderwijsruimten voor NT2 onderwijs en expertisedoeleinden. Aanbeveling Mocht er de voorkeur zijn, dat dit type onderwijs plaats moet vinden in de drie te vervangen schoolgebouwen, dan zal daar extra m2 bvo voor moeten worden gereserveerd. Dat is nu niet opgenomen in het IHP. Daarnaast zal de afweging moeten worden gemaakt of het wenselijk is voor deze behoefte aparte m2 te bestemmen en te bouwen.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 13
5. Bewegingsonderwijs
Dit IHP is gericht op de vervangende nieuwbouw van de betreffende basisscholen. Een school kan op grond van de onderwijswetgeving aanspraak maken op het wettelijk aantal klokuren, wat de gemeente dient te faciliteren. Veelal gebeurt dat als gemeente zelf lokalen voor bewegingsonderwijs bouwt en in beheer te heeft. Ook in Voorschoten is daarvan sprake. Om die reden is de mogelijke vervangende nieuwbouw van lokalen voor bewegingsonderwijs buiten het IHP gelaten, maar zal op een andere wijze vorm krijgen. Een punt van aandacht daarbij is dat er momenteel een knelpunt bij basisschool De Vos wordt ervaren ten aanzien van loopafstand en gebruik van de zalen voor met name groep 3 in relatie tot de wettelijke eisen5. De gemeente dient te voldoen aan de wettelijke loopafstanden. De gemeente gaat met het bestuur van De Vos in gesprek om de door hen als knelpunt ervaren situatie voor groep 3 een passende oplossing te vinden. Voor de nieuwbouwlocatie heeft het geen gevolgen. Die afstanden zijn te overzien. Voor de duidelijkheid is hieronder in een overzicht de loopafstanden van alle scholen weergegeven.
School
Gymlocatie
Afstand (enkele reis)
De Regenboog
Vliethorst
1500 meter
RK Emmaus
De Vliethorst
1000 meter
De Voorsprong
480 meter
De Vliethorst
900 meter
De Voorsprong
400 meter
De Voorsprong
450 meter
Nutsbasisschool Voorschoten Fortgensschool
Multatulilaan
1300 meter
Gevers Deynoot
De Vliethorst
20 meter
Het Kompas
Inpandig
0 meter
De Vink
Inpandig
Obs de Vos Multatulilaan
Inpandig
0 meter
Obs de Vos Ter Lips
Vliethorst
1150 meter
Nieuwbouw Fortgensschool Marijkelaan
De Voorsprong
800 meter
OBS de Vos
1600 meter
Nieuwbouw Emmaus/ Nutsbasisschool Van Beethovenlaan
De Voorsprong
400 meter
De Vliethorst
900 meter
In de dagelijkse praktijk is er een ander beperkt probleem geconstateerd. Voor de bao Het Kompas zijn er – binnen de reguliere schooltijden – op dit moment te weinig uren beschikbaar in het gymnastieklokaal. Dit wordt in de praktijk opgelost door voor twee groepen de begintijd van de school te vervroegen van 08.45 naar 08.00. Tot op heden wordt deze praktische oplossing aanvaard door ouders en zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
5
De norm VNG geeft in de Verordening (bijlage I B.1.e.1) de loopafstanden aan: Die is voor tenminste 15 klokuren binnen 3.5 km gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. De wens voor een lagere loopafstand komt van KVLO: Maximaal 1 km voor primair onderwijs, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. Die 1 km grens geldt alleen voor 20 klokuren of meer.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 14
6. (I)KC vorming 6.1. Context
In april 2022 heeft de gemeenteraad de motie 243 aangenomen over de toevoeging van een vorm van (Integraal) kindcentrum (IKC): kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en peuterspeelzaalwerk bij de realisatie van de nieuwbouw van de Fortgensschool. Zoals in de inleiding beschreven vraagt de motie impliciet een uitwerking over de vraag op welke wijze de (I)KC vorm moet krijgen voor het gehele onderwijsveld. De schoolbesturen hebben daarom een inhoudelijke brede visie opgesteld, die moet worden beschouwd als uitwerking van de motie en daarmee onderdeel uitmaakt van dit IHP. Bij de term Integraal Kindcentrum, wekt het begrip Integraal vaak verwarring, omdat dit zowel de huisvesting als de inhoudelijke samenwerking van diverse kindfuncties kan bevatten. Daarom is het beter het begrip Kindcentrum te hanteren. Als in deze visie de kinderopvang6 wordt benoemd, dan wordt daarmee het geheel aan kind gerelateerde functies bedoeld binnen de kinderopvang, dus kinderdagverblijf (KDV), buitenschoolse en tussenschoolse opvang (BSO en TSO) en peuterspeelzaal (PSZ). Het is van belang om een brede KC-visie te ontwikkelen waarbij de schoolbesturen vanuit het onderwijs de inhoudelijke bouwstenen aandragen. In het op te stellen IHP wordt vervolgens de KC-visie vanuit de inhoud en vanuit de middelen benaderd. Dit laatste is van belang bij toekomstige ver-/nieuwbouw van basisscholen in Voorschoten.
In de afgelopen maanden hebben vertegenwoordigers van de schoolbesturen en gemeente Voorschoten gesprekken gevoerd over de visie op KC-vorming, waarbij duurzame samenwerking tussen partners die betrokken zijn bij de ontwikkeling van jonge kinderen (0-12 en 2,5-12 jaar) in de verschillende wijken in de gemeente Voorschoten de gezamenlijke ambitie is.
6.2. Visie
De inhoud van de visie wordt door de gemeente omarmd. Hieronder volgt een uitgebreide samenvatting van de door de schoolbesturen opgestelde visie. De integrale visietekst is opgenomen als bijlage 2 van dit IHP. In Voorschoten streven de besturen ernaar dat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten kunnen ontwikkelen en naar vermogen participeren in een plezierige, gezonde en veilige omgeving. Naast ouders leveren verschillende organisaties een bijdrage aan het opgroeien van jonge kinderen, waaronder kinderopvangorganisaties en basisscholen. Deze, en andere participanten kunnen onderling samenwerken, waarbij de eigen visie, missie en werkwijze leidend is. De visie op samenwerking moet in afstemming met ieder die deelneemt aan het Kindcentrum nog verder vorm krijgen. Wenselijk voor de ontwikkeling van kinderen is dat er door alle participanten samengewerkt wordt waarbij de doorgaande ontwikkelingslijn van kinderen de verbindende factor is. Het kindcentrum is een middel om dit te realiseren. Daarbij is het niet noodzakelijk om persé een Integraal kindcentrum te formeren.
6
De peuterspeelzalen worden ook bedoeld maar niet apart genoemd omdat dit na de harmonisatie allemaal kinderopvangorganisaties zijn. Ook de buitenschoolse opvang wordt wel bedoeld maar niet apart genoemd, omdat deze door kinderopvangorganisaties wordt aangeboden.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 15
Binnen een kindcentrum worden de volgende fases van samenwerking onderscheiden: 1. Afstemming, zelf doen. De school en kinderopvang hebben besloten om zich samen te ontwikkelen tot een kindcentrum. De managers en medewerkers van kinderopvang en school ontmoeten elkaar en er komen incidenteel initiatieven tot stand. Er vindt uitwisseling plaats van methoden en materialen, ruimtes worden over en weer gebruikt. Mogelijkheden voor een nauwere, inhoudelijke samenwerking worden verkend. 2. Samen doen, zelf verantwoordelijk. Incidentele verkenningen krijgen een structureel karakter. Er ontstaan vaste overlegvormen of patronen. Er komen afspraken tot stand over pedagogische visie en doorgaande lijnen (programma, zorg, ouderbetrokkenheid, e.d.). Organisatorisch is er nog sprake van aparte organisaties. 3. Samen doen, samen verantwoordelijk. Structuur, samenwerking en overleg zijn verbreed. Er is sprake van een gezamenlijke pedagogische visie en een gezamenlijke visie op ontwikkelen en leren. Er is sprake van een doorgaande lijn qua zorg, partnerschap met ouders en onderwijsprogramma. Of er is zelfs een gezamenlijke managementstructuur en er zijn afspraken over de inzet van (elkaars) personeel. 4. Eén organisatie. School en kinderopvang vormen één organisatie waarin onderwijs, ontwikkeling, opvoeding en opvang zijn geïntegreerd op alle niveaus.
Er wordt toegewerkt naar één organisatie (juridische entiteit). Er is sprake van één leiding en één bestuur. Het streven in Voorschoten is dat alle kindcentra toewerken naar minimaal fase 3. De ambitie van de schoolbesturen is, dat alle basisscholen aan het einde van de komende IHP-periode een duurzame samenwerkingsrelatie met relevante partners waaronder in ieder geval kinderopvang hebben. Belangrijke principes/uitgangspunten voor kindcentra in Voorschoten • De ontwikkeling van het kind van 0-12 / 2,5-12 jaar staat centraal • Elk kindcentrum werkt vanuit een gezamenlijke pedagogische en educatieve visie op kindontwikkeling en aan de hand van een gezamenlijk plan. • De visie van en het aanbod in het kindcentrum is gebaseerd op een (continu) analyse van wijk en schoolpopulatie (kinderen/ouders). • Er is diversiteit mogelijk, een Voorschotens kindcentrum is geen blauwdruk. • Er is aandacht voor de brede ontwikkeling van kinderen. • De professionals in het kindcentrum vinden een goed contact met ouders belangrijk: educatief en pedagogisch partnerschap is het uitgangspunt. • De professionals geven gezamenlijk uitvoering aan de visie, voelen zich samen verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kinderen en maken gebruik van elkaars expertise. • Het kindcentrum werkt inclusief: zo nodig wordt extra steun, begeleiding of zorg geboden.
• Vanuit het kindcentrum worden samenwerkingsrelaties in de wijk vormgegeven en onderhouden.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 16
Wie heeft welke rol? Om de ontwikkeling van kindcentra in Voorschoten in de komende jaren verder te stimuleren en te ondersteunen, is inzet nodig vanuit het onderwijs, de kinderopvang en de gemeente. Iedereen heeft daarin een eigen rol, maar nauwe samenwerking is en blijft nodig. De schoolbesturen/scholen en kinderopvangorganisaties/locaties nemen zelf initiatief tot de ontwikkeling van een kindcentrum en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de vormgeving daarvan. Zij dragen ervoor zorg dat de samenwerking vorm krijgt en gedragen wordt binnen de organisatie(s). Daarnaast betrekken zij ouders in het proces van ontwikkeling en de keuzes die gemaakt worden. De gemeente zal de ontwikkeling van kindcentra in Voorschoten op verschillende manieren stimuleren, ondersteunen en faciliteren, bijvoorbeeld via de vve-subsidie (voor – en vroegschoolse educatie), het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten, de koppeling met de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) en het huisvestingsbeleid. Visie in relatie tot nieuwbouw/renovatie en bestaande bouw Een kindcentrum in fysieke vorm kan bestaan uit één gebouw waarin school en kinderopvang gehuisvest zijn, óf uit meerdere gebouwen. De fysieke vorm is in beginsel geen belemmering.
Wel heeft alles onder één dak meerdere voordelen: • Er wordt een vertrouwde omgeving gecreëerd voor kinderen van 0-2,5 tot 12 jaar en hun ouders met een herkenbaar pedagogisch didactisch beleid, een afgestemde organisatie en werkwijze, en vertrouwde gezichten. Ook logistiek (één plek) is het voor ouders en kinderen voordelig; • De doorlopende ontwikkelingslijn kan beter en eerder gestalte krijgen; • Overgangen voor kinderen kunnen vloeiender verlopen; • Multidisciplinaire samenwerking tussen professionals met verschillende expertise kan makkelijker en flexibeler (brede inzetbaarheid/combinatiefuncties) gestalte krijgen; • Binnenschools en buitenschools leren kan makkelijker worden verbonden; • Ruimtes, faciliteiten en materialen kunnen efficiënter gebruikt worden. Om deze voordelen optimaal te kunnen benutten is het uitgangspunt van de gemeente Voorschoten dat bij nieuwbouw van basisscholen extra ruimte wordt gecreëerd voor kinderopvang. De gemeente verbindt hier wel de voorwaarden aan dat: • sprake is van een duurzame samenwerking tussen partners waarbij minimaal fase 3 gerealiseerd wordt; • sprake is van een langdurig huurcontract (minimaal 10 jaar) tussen gemeente en kinderopvangorganisatie(s). Binnen Voorschoten hanteren de schoolbesturen en de gemeente het uitgangspunt dat de scholen gelijke kansen bieden aan de leerlingen.
Voor de scholen waar de eerste 10 jaar geen nieuw/verbouw gepland is, wordt tezamen met de gemeente en de kinderopvangpartners gekeken wat nodig is om minimaal in fase 3 te komen wat betreft de samenwerking. Daarnaast wordt bekeken wat er nodig is voor de realisatie van het kindcentrum in bestaande bouw, die de komende jaren geen bouwkundige renovatie of uitbreiding te verwachten hebben, zoals een inbreiding of uitbreiding van het aantal noodzakelijke m2 bvo voor de kinderopvangfunctie. De twee voorwaarden blijven van toepassing. Wanneer een bestaand basisschoolgebouw in aanmerking komt voor renovatie c.q. uitbreiding van
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 17
het huidige gebouw kan onder deze twee voorwaarden eveneens extra ruimte gecreëerd worden.
6.3. Mogelijkheden en omvang
Met toepassing van deze visie en het streven om een samenwerkingsvorm vanuit de doorgaande leerlijn te bewerkstelligen, is het wenselijk dat er ook zoveel mogelijk in de nabijheid van een basisschool een kinderopvangvoorziening is. Dat hoeft qua huisvesting niet persé één dak. Met de schoolbesturen en de mogelijke kinderopvangpartner zal per IHP-project worden bekeken wat de opties en mogelijkheden zijn voor die specifieke situatie. Omdat de kinderopvangfuncties markt gerelateerd zijn, zal de omvang van de kinderopvang functie vooral afhankelijk zijn van het economisch aanbod. Dat kan per situatie verschillen. Daarom is het ook niet vooraf als basisvoorziening vast te leggen. Dan ontstaat er een onevenredige druk op het aanbod en de markt. De nieuwbouw van de Fortgensschool staat als eerste op de lijst en zal dan ook in de omvang hierover concrete afspraken moeten bevatten.
6.4. Model publieke/private middelen
Vanuit de raadsmotie is ook aandacht gevraagd voor de verschillen van inzet van publiek geld, zoals onderwijshuisvesting, en van privaat geld, zoals de middelen vanuit de kinderopvang. Uitgangspunt is dat de gemeente stimuleert dat scholen een KC kunnen vormen. Dat houdt in dat de gemeente een KC-vorming faciliteert door middel van het toekennen van ruimte of een financiering. Daarbij heeft de gemeente ten aanzien van het juridisch eigendom en economisch claimrecht op grond van de onderwijswetgeving, verschillende opties: 1. De gemeente behoudt het juridisch eigendom over de m2 van de kinderopvang; 2. De gemeente draagt naast de onderwijs m2 ook de kinderopvang m2 over aan het schoolbestuur; 3. De gemeente draagt het juridisch eigendom over aan de kinderopvangorganisatie; 4. De gemeente draagt de onderwijs m2 én de kinderopvang m2 over aan een derde partij. Afhankelijk van deze keuze kan er ook een financieringsvorm ontstaan: 1. Het voorfinancieren van de investering door de gemeente en het rechtstreeks ontvangen van een vergoeding voor de jaarlijkse kapitaallasten van de kinderopvangorganisatie; 2. Het voorfinancieren van de investering door de gemeente en het ontvangen van een vergoeding voor de jaarlijkse kapitaallasten via het schoolbestuur, dat op zijn beurt een huurafspraak met de kinderopvangorganisatie heeft; 3.
De financiering en daarmee het juridisch en economisch eigendom laten bij de kinderopvangorganisatie; 4. Een derde partij laten investeren in de ruimten voor onderwijs en kinderopvang, waarbij de kinderopvangorganisatie en de gemeente beide rechtstreeks met de derde partij een vergoeding afspreken voor de kapitaallasten.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 18
De opties en keuzes in een overzicht: Opties
Juridisch eigendom KDV-deel
Economisch eigendom KDV-deel
Financieel
Contracten (gemeente/ KDV aanbieder)
Leegstandsrisico
1a
Gemeente
Gemeente
Financiering investering door gemeente en vergoeding van KDVaanbieder voor kapitaalslasten
Huurcontract rechtstreeks Gemeente met gemeente, minimaal voor 10 jaar met optie tot verlenging Jaarlijkse huur afdracht door KDV
1b
2a
Gemeente
Schoolbestuur
Gemeente
Gemeente
Financiering investering door gemeente en eenmalige vergoeding van KDV-aanbieder
Eenmalige afkoop van de huur
Financiering investering door gemeente en vergoeding van KDVaanbieder voor kapitaalslasten
Huurcontract met tussenkomst schoolbestuur, minimaal voor 10 jaar met optie tot verlenging
Gemeente
Huurcontract (max 40 jr) Gemeente
Jaarlijkse huur afdracht door schoolbestuur (alleen kapitaalslasten) 2b
Schoolbestuur
KDV
Financiering investering door KDV-aanbieder
Erfpachtconstructie met eenmalige afkoop investering
KDV
Overeenkomst over verplichte terugkoop na einde gebruik 3
KDV
KDV
Financiering investering door KDV-aanbieder
Overeenkomst tussen gemeente en derde partij
KDV
Overeenkomst tussen derde en kinderopvangaanbieder Overeenkomst over verplichte terugkoop na einde gebruik 4
Derde
Derde
Financiering investering door derde partij en vergoeding van gemeente voor onderwijs deel
Gemeente
KDV voor kinderopvangdeel
Het betreft hier uitsluitend de kapitaallasten (stichtingskostenvergoeding). Over exploitatie en beheer (exploitatiekostenvergoeding) moeten aparte afspraken worden gemaakt met de eigenaar. Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 19
Ten aanzien van de realisatie van de kinderopvangmeters is er nog verschil te maken tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Immers, volgens de wetgeving worden kinderopvangorganisaties nu nog gezien als commerciële instellingen. Bij nieuwbouw kunnen extra m2 worden gebouwd. Bij bestaande bouw betekent dit dat aparte afspraken moeten worden gemaakt indien onderwijsruimte bestemd wordt voor kinderopvang (het buiten de onderwijsbestemming plaatsen). Hierbij zijn drie situaties denkbaar: 1. Een nieuw schoolgebouw Indien er behoefte is aan extra functies in het nieuw te bouwen schoolgebouw op basis van een goed onderbouwd plan en intentieovereenkomst tussen de partijen, is het mogelijk dat de gemeente de m2 voor deze extra functies voorfinanciert. De huurvergoeding moet minimaal de stichtingskosten van de gemeente dekken. Deze huur wordt afgedragen aan de gemeente (indien het gebouw eigendom is van het schoolbestuur). 2. Een bestaand schoolgebouw moet uitgebreid worden Indien een school moet worden uitgebreid en er zijn al andere functies in het schoolgebouw gehuisvest, kunnen deze functies in de school blijven op basis van een goed onderbouwd plan. De huurvergoeding moet minimaal de uitbreidingskosten van de gemeente dekken. Deze huur wordt afgedragen aan de gemeente (indien het gebouw eigendom is van het schoolbestuur). 3.
Een bestaand gebouw heeft leegstand De schoolbesturen kunnen deze leegstaande lokalen verhuren aan derden. Hiervoor dient toestemming te worden gevraagd aan het college. De schoolbesturen dienen gezamenlijk afspraken te maken over een huurvergoeding in deze situatie om concurrentie te voorkomen. Conclusie Concreet betekent dit dat bij de nieuwbouw van de Fortgensschool in het project beoordeeld moet worden wat het meest passend is, qua eigendom, financiering en omvang. Voor de nieuwbouw van de tweede planperiode zullen eveneens aparte afspraken moeten worden gemaakt. Verder zal gelet op de overige schoolgebouwen, die later aan de beurt zijn, moeten worden geïnventariseerd wat de effecten van de visie met zich meebrengt (uitbreiding/inbreiding etc.).
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 20
7. Uitgangspunten IHP 2024-2039 7.1. Bouwbesluit
Schoolgebouwen moeten in ieder geval aan wettelijke huisvestingseisen voldoen. Deze eisen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit.
7.2. (B)ENG gebouw
Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) is inmiddels een standaard eis. Daarnaast wordt landelijk gesproken over Energie Neutrale Gebouwen (ENG). Op dit moment gaat de discussie over ENG en ambities op langere termijn. Van een verplichting om alle nieuwbouw volledig energieneutraal te maken, lijkt voorlopig nog geen sprake te zijn. Echter vanuit het toekomstgericht denken is het een kans om een nieuwbouw energieneutraal en gasloos op te leveren. Hoewel er nog geen zicht is op landelijke wetgeving over de wijze waarop gezamenlijk kan worden geïnvesteerd in onderwijshuisvesting, spreken de gemeente en de schoolbesturen uit, dat zij vooruitlopend op deze wetgeving met elkaar in gesprek blijven over de mogelijkheden tot gezamenlijke betaalbaarheid van het IHP.
7.3. Frisse scholen pakket
Hoewel het programma Frisse Scholen (nog) geen wettelijke verplichting betreft, is het is echter zeer wenslijk om een toekomstbestendig gebouw te voorzien van het predicaat Frisse Scholen (gemiddeld) klasse B.
7.4. Kwaliteitskader
De gemeente en schoolbesturen spreken uit, dat zij gezamenlijk een kwaliteitskader opstellen aan de hand van de handreiking Kwaliteitskader van Ruimte-OK (versie 2022) waar de kwaliteit van een gebouw aan zou moeten voldoen (architectonische kwaliteitscriteria, functionele kwaliteitscriteria en technische kwaliteitscriteria). De investeringen in de huisvesting moeten leiden tot een flexibel inzetbaar gebouw dat optimaal te exploiteren is. Alle schoolbesturen onderschrijven dat een gebouw toekomstbestendig en daarmee flexibel moet zijn in het toekomstig ruimtegebruik. Toekomstige onderwijskundige aanpassingen moeten eenvoudig kunnen worden verwerkt zonder al te veel (constructieve) aanpassingen. Daar moet in het programma van eisen al rekening mee gehouden worden. (Voorbeeld daarvan is het toepassen van een staalconstructie in plaats van kalkzandsteen wanden).
7.5. Duurzaamheid
Ten aanzien van de duurzaamheid heeft de gemeente een beleid bepaald7. Zo moeten alle maatschappelijke gebouwen in 2050 energieneutraal zijn en in 2030 moet een belangrijke stap in die richting zijn gemaakt. Daarmee stimuleert de gemeente gasloos bouwen en het plaatsen van zonnepanelen. Voor nieuwbouw lijkt de ambitie voor energieneutraliteit haalbaar. Voor de schoolgebouwen die nog niet aan vervanging toe zijn, dan wel recentelijk zijn gerealiseerd, zal onderzocht moeten worden of deze maatregelen haalbaar en toepasbaar zijn. Een onderdeel van duurzaam bouwen is onderhoudsarm bouwen. Dat wil zeggen dat er materialen worden gebruikt, die minder van het milieu vragen dan wel minder onderhoud nodig hebben. Omdat de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en het onderhoud van de gebouwen, is het toepassen van deze maatregelen een keuze van het schoolbestuur zelf. Deze kunnen wel meegenomen worden in de realisatiefase, maar daarover zal dan een bijdrage over moeten worden afgesproken.
7
De lokale energiestrategie 2024-2026 (3-10-2023)
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 21
7.6. Circulariteit
Een andere ontwikkeling is de zogeheten circulariteit. Daarmee wordt bedoeld dat de ambitie kan zijn om ook materialen te gebruiken die al gerecycled zijn, dan wel in de toekomst recyclebaar zijn. Met dat laatste kan theoretisch een zogeheten restwaarde worden bepaald, dat ook in de administratie niet behoeft te worden afgeschreven (statiegeld). Deze vorm staat echter nog teveel in de kinderschoenen om voor nu praktisch te kunnen worden ingezet. Het is wel een aandachtspunt bij toekomstige herijkingen van het IHP. Een belangrijk aspect bij de realisatie van deze ambities is dat bijvoorbeeld het Frisse Scholen-pakket, de nieuwe ventilatie-eisen en gasloze installaties vaak qua installaties duurder in gebruik, service en onderhoud zijn. Dat betekent dat er veelal geen exploitatievoordelen zijn te behalen met de realisatie van deze ambities. Wel kan bij het toepassen van onderhoudsarme materialen een (toekomstig) exploitatievoordeel worden behaald. Schoolbesturen en scholen zijn vooral geïnteresseerd in duurzaamheid vanuit maatschappelijk oogpunt en als het ertoe doet. Dus als het een maatschappelijk effect heeft. Daarnaast kan het economische voordelen opleveren. Circulariteit van materiaalgebruik is voor nu niet praktisch toepasbaar, maar is een aandachtspunt bij toekomstige herijkingen van het IHP.
7.7. Financiële norm
In de model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de VNG zijn in de bijlagen diverse tabellen opgenomen die gelden als norm voor de beoordeling en berekening van de huisvestingsvoorzieningen. Om de prijsstijgingen op niveau te houden, geeft de VNG jaarlijks een index af over de gestegen bouwkosten. De gemeente Voorschoten heeft bij het vaststellen van haar Verordening gebruik gemaakt van het VNG-model. Recentelijk (2022 en 2023) heeft de VNG de financiële normen wederom fors geïndexeerd om de stijgende bouweisen (bouwbesluit) te kunnen compenseren. Jaarlijks achteraf reageert de VNG met de index op de bouwprijzen. Zoals in de evaluatie is vastgesteld, reageert de VNG-norm altijd pas achteraf en is die niet in staat om de fluctuaties op de markt accuraat te volgen. Dit leidt tot verkeerde verwachtingen bij de gemeente ten aanzien van de juiste budgetvotering en bij de schoolbesturen ten aanzien van de budgetverwachting en de stichtingskostenraming. Om die reden is in dit IHP-gebruik gemaakt van de zogeheten kostenconfigurator van een markt partij (HEVO). Met dit model is de financiële norm te berekenen aan de hand van de bouwkosten (reële bouwkosten plus marktwerking).
De gebruikte configurator geeft op basis van een database van gerealiseerde onderwijshuisvesting in het PO en de indexcijfers van het betreffende jaar, het gemiddelde kostenniveau per januari van elk jaar. De bouwkosten zijn, passend bij oplopende kwaliteitseisen, opgebouwd uit verschillende elementen (van BENG naar ENG) die naar wens kunnen worden toegevoegd aan het ambitieniveau. Dit overzicht is meer passend voor de realisatie van de ambities. De marktwerking is in dit model niet meegenomen, omdat die per regio verschilt. Daartoe wordt een aanname meegenomen van plus 10%. Op basis hiervan is meer gedifferentieerd een bedrag per m² vast te stellen voor de ambities in het IHP van de gemeente Voorschoten.
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 22
Bedragenoverzicht (zonder marktwerking) Aantal leerlingen: t/m 100
Aantal leerlingen: 101 t/m 200
Aantal leerlingen: 201 t/m 300
Aantal leerlingen: 301 tm 400 e.v.
703
1.206
1.709
2.212
Aantal m2 bvo Vaste kosten Basis
€ 3.130
€ 2.984
€ 2.685
€ 2.643
ENG (overig)
€ 307
€ 296
€ 302
€ 296
Frisse Scholen
€ 265
€ 252
€ 234
€ 229
Exploitatiegericht bouwen
€ 98
€ 93
€ 98
€ 95
Duurzaam bouwen
€ 40
€ 36
€ 25
€ 24
Verhogen kwaliteitsniveau
€ 27
€ 27
€ 27
€ 27
Normbedrag per m2 bvo
€ 3.867
€ 3.688
€ 3.371
€ 3.314
Door deze norm methodiek toe te passen wordt voldoende budget in de meerjarenramingen meegenomen. Op gemerkt wordt, dat hier sprake is van zogeheten maximale normbedragen (basis plus). Bij de realisatie van het project en het indienen van een aanvraag worden aan de hand van de kostenraming de werkelijke budgetten bepaald.
7.8. Begrippen nieuwbouw, renovatie en vernieuwbouw
Binnen de zorgplicht zijn de termen nieuwbouw en vervangende nieuwbouw gebruikelijk. Het begrip renovatie is niet benoemd en moet nog worden opgenomen in de onderwijswetgeving (zie paragraaf 3). In het IHP lopen we daarop vooruit en is het als theoretische mogelijkheid opgenomen. Hierna worden de verschillende begrippen toegelicht. Nieuwbouw In de verordening wordt het begrip permanente huisvesting als een gebouw waarvan het ontwerp minstens 60 jaar als volwaardige huisvesting moet kunnen functioneren. Het gebouw moet dus 60 jaar meegaan, maar na 40 jaar bekijk je of er een levensduur verlenging nodig is. Renovatie Bij renovatie gaat het om een levensduurverlenging van het gebouw, waardoor het de komende 20 jaar weer als adequate huisvesting wordt beschouwd. Het uitgangspunt hierbij is dat na een levensduur van 40 jaar van een gebouw, gekeken wordt of renovatie mogelijk is. Als uitgangspunt kan voor de bekostiging 50% van de nieuwbouw-norm worden aangehouden. Vernieuwbouw Bij vernieuwbouw is sprake van een verlenging van de levensduur met 40 jaar (na die eerste 40 jaar). Deze verlenging staat feitelijk gelijk met nieuwbouw. Activiteit
Aantal m2
% van nieuwbouw
Renovatie met 20 jaar verlenging < BENG
Bestaand of behoefte
± 50%
= Schoolbestuur: situationeel Gemeente: 25%
Vernieuwbouw met 40 jaar verlenging BENG
Bestaand of behoefte
< 100%
= Schoolbestuur: situationeel Gemeente: situationeel (> 50% / <100%)
Nieuwbouw voor 60 jaar ENGjaar ENG
Behoefte
100%
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 23
Wederzijdse inbreng
= Gemeente: BENG Schoolbestuur: BENG-> ENG
Na 20 jaar:
Na 40 jaar:
1
Onderhoud
2
Renovatie = 50% van nieuwbouw
Vernieuwbouw <100% van nieuwbouw
Schoolbestuur Onderhoud/MI 25%
Nieuwbouw 40 jaar
OF
OF
Gemeente Levensduurverlenging 25% Schoolbestuur Onderhoud/MI Situationeel 10%-50%
100% nieuwbouw = Gemeente BENG Schoolbestuur verschil BENG-ENG
Gemeente Levensduurverlenging Situationeel 90%-50% Gemeente 100% BENG
3
Nieuwbouw 60 jaar
Nieuwbouw Schoolbestuur verschil BENG-ENG
Gebouw kan bouwkundig/functioneel nog 20 jaar mee 2 Gebouw kan bouwkundig/functioneel nog 40 jaar mee 3 Gebouw is bouwkundig/functioneel aan het eind van zijn levensduur 1
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 24
Nieuwbouw 80 jaar
8. Maatregelen en investeringen 8.1. Algemeen
In het IHP 2020-2035 is reeds een volgorde vastgesteld van de nieuwbouw van de schoolgebouwen in Voorschoten. Zoals vermeld, blijft deze volgorde ongewijzigd. In deze herijking zijn de uitgangspunten voor de kwaliteit, de ambitie om te komen tot een kindcentrum, en actualisatie van de bouweisen, leerlingenprognose en bouwprijzen toegepast. Verder is de planning geactualiseerd. Dit leidt tot het volgende maatregelenoverzicht School
Locatie
Stichtingsjaar
De Regenboog
Rouboslaan 12
2013
Renovatie Capaciteit in m2 bvo
Leerlingen- Behoefte aantal 2023 in m2
1.878
321
1.815
RK Emmaus
Elstlaan 4
1978
2013
1.644
270
1.558
Nutsbasissch. Voorschoten
Elstlaan 6
1953
2007
1.461
237
1.392
Fortgensschool
V. Beethovenlaan 10a
1963
2001
1.266
241
1.412
Gevers Deynootschool
Burg. Vd Haarplein 7
2001
1.252
195
1.182
Het Kompas
Kuyperbrink 10
2011
2.334
399
2.207
De Vink
Kuyperbrink 12
2011
1.747
218
1.318
Obs de Vos
Multatulilaan 92
2012
1.396
221
1.312
Ter Lips 1b
2005
1.518
205
1.231
School
Locatie
Leerlingen progn. 2039
Maatregel
Jaartal start bouw
Maatregel in m2 bvo*
De Regenboog
Rouboslaan 12
242
1.417 Renovatie
2053
1.878
RK Emmaus
Elstlaan 4
235
1.382 Nieuwbouw
2029
1.382
Nutsbasissch. Voorschoten
Elstlaan 6
237
1.392 Nieuwbouw
2029
1.392
Fortgensschool
V. Beethovenlaan 10a
246
1.437 Nieuwbouw
2026
1.437
Gevers Deynootschool
Burg. Vd Haarplein 7
196
1.187 Renovatie
2041
1.252
Het Kompas
Kuyperbrink 10
400
2.212 Renovatie
2051
2.334
De Vink
Kuyperbrink 12
215
1.300 Renovatie
2051
1.747
Obs de Vos
Multatulilaan 92
212
1.266 Renovatie
2052
1.396
Ter Lips 1b
201
1.211 Renovatie
2045
1.518
* bij renovatie wordt gerekend met 50% van nieuwbouw
Herijking Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 | 25
Behoefte in m2
Met de bijbehorende investeringen voor onderwijs School
Locatie
Leerlingen- Capaciteit in m2 bvo prognose (2039)
De Regenboog
Rouboslaan 12
242
RK Emmaus
Elstlaan 4
235
Nutsbasissch. Voorschoten
Elstlaan 6
Fortgensschool
V. Beethovenlaan 10a
Gevers Deynootschool Het Kompas
Behoefte in m2 bvo
Maatregel
Jaartal start bouw
1.878
1.417 Renovatie
2053
1.644
1.382 Nieuwbouw
2029
237
1.461
1.392 Nieuwbouw
2029
246
1.266
1.437 Nieuwbouw
2026
Burg. Vd Haarplein 7
196
1.252
1.187 Renovatie
2041
Kuyperbrink 10
400
2.334
2.212 Renovatie
2051
De Vink
Kuyperbrink 12
215
1.747
1.300 Renovatie
2051
Obs de Vos
Multatulilaan 92
212
1.396
1.266 Renovatie
2052
Ter Lips 1b
201
1.518
1.211 Renovatie
2045
School
Locatie
Maatr. in m2 bvo
De Regenboog
Rouboslaan 12
RK Emmaus
Elstlaan 4
Nutsbasissch. Voorschoten Fortgensschool