Bijlage 1 Grondstoffenplan 2021-2025.PDF
Tekst van het document
32
SAMENVATTING INZAMELMETHODIEK Het volgende schema (Tabel 6) laat voor de beschreven scenario’s in één oogopslag de inzamelmethoden zien voor de belangrijkste stromen uit het huishoudelijk afval. Fractie Restafval (fijn)
Scenario 1 Minicontainer
Scenario 2 Minicontainer Minicontainer Minicontainer verplicht 1x/4 weken
Scenario 3 Minicontainer, incl. PMD Minicontainer Minicontainer vrijwillig 1x/2 weken
Scenario 4 Minicontainer tegen betaling Minicontainer Minicontainer verplicht 1x/4 weken
GFT Papier
Minicontainer Minicontainer vrijwillig 1x/2 weken
PMD
Brengvoorziening
Brengvoorziening
-
Gratis op afspraak
Tegen betaling op afspraak
Tegen betaling op afspraak
PMD-zak (gratis) 1x/week Tegen betaling op afspraak
Grofvuil halen
Tabel 6: Schematische weergave van de voorgestelde inzamelmethodieken voor de verschillende scenario’s
AANVULLENDE VERBETERMAATREGELEN Scheidingsresultaten grofvuil 2019 kg per inwoner per jaar
Grofvuil halen tegen betaling Grofweg de helft van het grofvuil in Voorschoten wordt aan huis opgehaald, de andere helft brengen de inwoners zelf naar het afvalbrengstation. Uit Figuur 14 blijkt dat het grofvuil op het afvalbrengstation beter gescheiden wordt: bijna de helft van het afval dat hier gebracht wordt, komt in één van de vele grondstofcontainers terecht en is daarmee beschikbaar voor recycling. Bij het haalsysteem is de mate van scheiding kleiner. Daarom wordt dit afval nog verder nagescheiden, maar het resultaat blijft uiteindelijk minder goed dan de scheiding op het afvalbrengstation.
40 30 20
17 24
10 0
18 7 grofvuil halen gescheiden
grofvuil brengen naar afvalbrengstation ongescheiden
Figuur 14: Verhouding halen/brengen en mate van scheiding grofvuil 2019
Het is dan ook logisch om de inwoners een stimulans te geven om vaker dan nu zelf het grofvuil weg te brengen naar het afvalbrengstation. Net als een groot deel van de Nederlandse gemeenten gaan we dit doen door de gratis inzameling aan huis te vervangen door een systeem tegen betaling. Voor een tarief van € 25 per keer kunnen bewoners maximaal 1 m 3 grofvuil aan huis laten ophalen. De praktische uitwerking en de bijbehorende voorwaarden worden na besluitvorming over dit grondstoffenplan nog verder uitgewerkt. Bijkomend voordeel van deze maatregel is dat de inzameldienst uren en tractie vrijspeelt om in scenario 2-3-4 het veranderde afvalaanbod in te zamelen: • Scenario 2: er is personeel en voertuigcapaciteit nodig om de papiercontainers bij de laagbouw en bij de hoogbouw te kunnen legen. • Scenario 3: er is personeel en voertuigcapaciteit nodig om het extra aanbod restafval met daarin het PMD te kunnen inzamelen en de papiercontainers bij de hoogbouw te kunnen legen. • Scenario 4: er is personeel en voertuigcapaciteit nodig om de papiercontainers bij de laagbouw en bij de hoogbouw te kunnen legen en voor de wekelijkse inzameling van de PMD-zakken. De inzet voor restafval wordt naar verwachting minder.
33
VERWACHTE EFFECTEN SCENARIO’S Score op de afvaldriehoek per scenario Voor elk van de scenario’s hebben we – op basis van aannames en gemeentelijke kentallen – de verwachte effecten berekend. Hierbij hebben we gekeken naar de drie pijlers van de afvaldriehoek: milieu, dienstverlening en kosten. Daarnaast hebben we ook de verwachte consequenties voor de gemeentelijke organisatie bepaald. De belangrijkste uitgangspunten en aannames hebben we hier opgesomd: •
• • • • •
• •
•
De verwachte effecten zijn voor de drie scenario’s doorgerekend voor de periode 2020-2025. De maatregelen kunnen worden doorgevoerd in 2022. Het doel van de scenario’s is om weer te geven hoe snel deze – na besluitvorming medio 2021 - geïmplementeerd kunnen worden en wanneer de eerste effecten waargenomen worden; Het aantal inwoners en huishoudens per 1-1-2020 is voor de periode 2020-2025 gelijk gehouden; Het afvalaanbod per inwoner van 2019 is voor de scenario’s als basis genomen voor het afvalaanbod voor de periode 2020-2025. Hierin is dus geen rekening gehouden met het effect van de beperkende maatregelen rond COVID-19 op het afvalaanbod van huishoudens; De aannames voor het verwachte afvalaanbod in de drie scenario’s zijn gebaseerd op het huidige afvalaanbod in Voorschoten (2019 *)14 en de openbare gegevens over nascheiding en inzamelresultaten in andere gemeenten; De financiële effecten zijn berekend als verwachte extra kosten voor de gemeente ten opzichte van het peiljaar 2019; De tarieven zijn gebaseerd op de gemeentelijke contracten en prijspeil 2020. Uitzondering hierop vormt het tarief voor de verwerking van restafval dat de gemeente over restafval betaalt. Door voortschrijdend inzicht tijdens het opstellen van het grondstoffenplan is besloten om een nieuw restafvalcontract per 1-1-2024 in te laten gaan met voor 2023 een tariefstijging met circa €2 tot gevolg.
Vanaf 2024 zullen nieuwe tarieven gelden. Voor de nieuwe aanbesteding voor restafval per 1-1-2024 is rekening gehouden met een tariefstijging van € 30 per ton in verband met krapte op de verwerkingsmarkt. Dit is gebaseerd op recente aanbestedingen in andere gemeenten waar sprake was van een tariefstijging van € 30 per ton. Voor de afvalstoffenbelasting is in dit onderzoek geen stijging aangenomen in de komende beleidsperiode; de rijksoverheid bepaalt de hoogte van deze belasting en op dit moment kan de ontwikkeling hiervan niet worden ingeschat; De eenmalige kosten voor de invoering van een scenario zijn opgevoerd in het jaar waarin ze worden gemaakt; Vooralsnog wordt er van uit gegaan dat de benodigde extra inzamelactiviteiten voor scenario 2, 3 en 4 binnen de eigen inzameldienst kunnen worden opgevangen door overschakeling op een betaalsysteem voor grofvuil halen aan huis. De verwachting is dan ook dat in geen van de scenario’s sprake is van extra inzamelkosten of besparing van inzamelkosten. De optionele kosten (extra inzet afvalcoach en gratis verstrekken van composteerbare zakjes) zijn niet meegenomen in de kostendoorrekening. Indien hiervoor wordt gekozen, dan brengt dit nog extra kosten met zich mee.
Op de volgende pagina’s hebben we de vier scenario’s schematisch uitgewerkt. In Figuur 15 wordt per scenario weergegeven waar het accent op ligt in de afvaldriehoek.
Kosten
Kosten
Kosten
Kosten
1
Afval beleid
Afval beleid
3
Afval beleid
2
Afval beleid
Milieu
Dienstverlening
Milieu
Dienstverlening
Milieu
4
Dienstverlening
Milieu
Dienstverlening
Figuur 15: Het accent in de afvaldriehoek per scenario 14 De cijfers voor Voorschoten over 2019 (*) zijn voorlopige cijfers en moeten intern nog verder worden onderzocht. Onder andere de cijfers
voor het aanbod restafval lijken incompleet te zijn.
34
1
Niets veranderen: continueren huidig beleid (referentiescenario)
Milieu
Kosten
Milieudoelstelling Score: 223 kg restafval per inwoner (2019 *) 48% scheiding (2019 *) Argumenten: Dit scenario voldoet niet aan de VANG doelstellingen voor 2020 en scoort het slechtste van de onderzochte scenario’s.
Kosten (effect op jaarlijkse kosten afvalverwijdering t.o.v. 2019) Score: -€ 5 (2021) tot € 10 (2025) Argumenten: Door de verwachte stijging van de verwerkingskosten voor restafval (vanaf 1-12024) nemen de kosten toe ten opzichte van de huidige situatie. Per aansluiting gaat het om een stijging van € 10 per aansluiting per jaar.
Dienstverlening
Dienstverlening
Argumenten: Voor de bewoners is het prettig dat zij geen extra moeite hoeven te gaan doen op het gebied van afvalscheiding, maar de consequentie is wel dat de kosten (en daarmee de afvalstoffenheffing) flink gaan stijgen en dat de milieudoelstelling geen stap dichterbij komt.
35
2
Focus op GFT en papier/karton
Milieudoelstelling
Milieu
Score: 203 kg restafval per inwoner (vanaf 2023) 53% scheiding (vanaf 2023) Argumenten: Dit scenario voldoet niet aan de VANG doelstellingen voor 2020, maar de inzet op GFT-scheiding en papier/karton leidt wel tot een afname in de hoeveelheid restafval.
Kosten (effect op jaarlijkse kosten afvalverwijdering t.o.v. 2019)
Kosten
Score: € 19 (2022; invoeringsjaar maatregelen) tot € 15 (2025) Argumenten: In dit scenario moeten aan de ene kant structureel kosten worden gemaakt voor de blijvende aandacht voor de scheiding van het keukenafval (communicatie). De verwerkingskosten voor restafval dalen door de betere scheiding van GFT en papier/karton, maar dit weegt niet op tegen de structurele extra kosten.
Dienstverlening
Dienstverlening
Argumenten: Dit scenario brengt voor de inwoners een aantal veranderingen met zich mee, die het voor hen makkelijker maken om hun grondstoffen apart te houden: ze kunnen hun GFT in huis makkelijker apart houden en aanbieden en ze krijgen dicht bij huis een mogelijkheid om papier aan te bieden.
36
3
Meer gemak: afvalscheiding met behulp van techniek
Milieudoelstelling
Milieu
Score: 196 kg restafval per inwoner (vanaf 2024; uitgaande van PMD-nascheiding) 55% scheiding (vanaf 2024; uitgaande van PMD-nascheiding) Argumenten: Dit scenario voldoet niet aan de VANG doelstellingen voor 2020, maar de inzet op GFT-scheiding en de overschakeling op nascheiding van PMD leidt wel tot een afname in de hoeveelheid restafval. Het gaat hier nadrukkelijk om een verwachte milieuscore, omdat deze afhangt van de nascheidingseisen die worden opgenomen in de nieuwe aanbesteding van de restafvalverwerking.
Kosten (effect op jaarlijkse kosten afvalverwijdering t.o.v. 2019)
Kosten
Score: € 20 (2022; invoeringsjaar maatregelen GFT/papier) tot € 18 (2025) Argumenten: De inzamelkosten voor PMD vervallen geheel, maar daar staat wel een stijging in de inzamelkosten voor restafval tegenover, doordat er meer restafval wordt aangeboden door het PMD dat er bij zit. De verwerkingskosten voor restafval stijgen door het grotere aanbod. Een groot deel van de kostenstijging wordt veroorzaakt door de structurele flankerende kosten (communicatie). Over de kosten vanaf 2024 kan feitelijk nog niets gezegd worden: deze hangen met name af van de nascheidingseisen die worden opgenomen in de nieuwe aanbesteding van de restafvalverwerking. Aangenomen is dat de verwachte tariefstijging voor restafval ook de kosten voor nascheiding dekt.
Dienstverlening
Dienstverlening
Argumenten: Voor de bewoners wordt het scheiden van PMD makkelijk gemaakt: daar hoeven ze niet meer over na te denken. Ze krijgen wel meer restafval en moeten dus vaker een volle zak naar de ondergrondse container brengen of hebben eerder een volle minicontainer. Mogelijk moeten ze ruimte maken voor een extra restafvalcontainer als ze structureel teveel volume hebben voor één container. Bewoners die al jaren lang hun plastic verpakkingen apart houden, gewend zijn om nog maar weinig restafval te hebben en hier ook hun best voor doen, vinden dit waarschijnlijk geen goed scenario: er gaat immers geen prikkel van uit om kritisch te zijn op je inkopen en minder afval te produceren.
37
4
Financiële prikkel: betalen voor restafval
Milieudoelstelling
Milieu
Score: 150 kg restafval per inwoner (2023, bij invoering per 1-1-2023) 64% scheiding (2023, bij invoering per 1-1-2023) Argumenten: Met dit scenario wordt de VANG doelstelling voor 2020 nog niet geheel gehaald, maar wordt wel de grootste stap gezet.
Kosten (effect op jaarlijkse kosten afvalverwijdering t.o.v. 2019)
Kosten
Score: € 49 (2022; invoeringsjaar maatregelen) tot € 14 (2025) Argumenten: Naast de flankerende kosten die in scenario 2-3 ook gemaakt worden (communicatie) worden in dit scenario ook structureel kosten gemaakt voor het goed laten functioneren van het diftarsysteem en het bijsturen op eventuele ongewenste effecten. De verwerkingskosten voor restafval dalen substantieel, maar dit weegt niet op tegen de structurele extra kosten.
Dienstverlening
Dienstverlening
Argumenten: Dit scenario brengt voor de inwoners de grootste veranderingen met zich mee: ze gaan betalen voor het aanbieden van restafval, ze gaan hun PMD in zakken in huis bewaren en ze krijgen een eigen papierminicontainer (voor zover ze die niet al hebben). Bewoners die nu al goed scheiden, zullen makkelijker de voordelen van dit scenario in zien: zij gaan minder betalen dan huishoudens die hun afval niet goed scheiden. Bewoners die hun afval niet goed willen scheiden zullen geen fan zijn van dit systeem.
38
VERWACHTE EFFECTEN SCENARIO’S Impact op de organisatie Het handhaven van de huidige situatie (scenario 1) heeft geen invloed op de organisatie, behalve het realiseren van GFT-zuilen bij de hoogbouw waar nu nog geen GFT-voorzieningen zijn. Verder is het de uitdaging om de kosten zoveel mogelijk te beheersen, maar de dagelijkse inzameling, aansturing en het flankerend beleid vraagt geen extra inzet. Scenario 2 richt zich specifiek op de inzameling van GFT en papier/karton. Dit vraagt van de organisatie een doordacht plan van aanpak voor de uitrol van de GFT-bakjes en de bijbehorende campagnes. De verbetering van de papiervoorzieningen in de hoogbouw vraagt om maatwerk (onder andere overleg met VVE’s, corporaties) en vraagt dus om tijd. Ook het verplichte gebruik van een papiercontainer bij laagbouw vereist de nodige voorbereiding. In scenario 3 is – net als in scenario 2 – tijdelijk extra inzet nodig voor de voorbereiding en uitrol van aanrechtbakjes voor GFT-afval en de maatwerkvoorzieningen voor papier bij de hoogbouw (participatie, inkoop en plaatsing). De voorbereiding van de aanbesteding van het nieuwe verwerkingscontract vraagt extra tijd en aandacht in verband met de wensen/eisen rond nascheiding; een marktconsultatie is van belang om tijdig inzicht te krijgen in de beschikbare capaciteit/mogelijkheden.
Scenario 4 heeft de grootste impact op de organisatie: de invoering van diftar vraagt in de voorbereiding inzet van diverse disciplines (afval, communicatie, handhaving, reiniging, financiën, belastingen, administratie, juridisch (AVG) en dergelijke) en ook na invoering van diftar wordt rekening gehouden met blijvende extra inzet van handhaving, reiniging en administratie. Specifiek aandachtspunt is de bezettingsgraad van de huidige voertuigen bij de inzameldienst en de benodigde capaciteit na invoering van diftar. Dit wordt op dit moment nog onderzocht door de beleidsambtenaar en coördinator/planner van de inzameldienst. Realisatietermijn De invoering van scenario 4 vraagt de meeste voorbereidingstijd: na besluitvorming over dit grondstoffenplan moet een periode van 9-12 maanden gehanteerd worden om de grondstofvoorzieningen op orde te krijgen (onder andere papiercontainers bij de hoogbouw) en alle administratief-juridische zaken goed uit te zoeken en te regelen. Idealiter vindt eerst nog een testperiode plaats, waarin de aanbiedingen geregistreerd worden zonder afrekening, voordat diftar ‘definitief’ in gaat. Diftar wordt meestal ingevoerd per 1 januari (of eventueel 1 juli). Voor scenario 1 (huidige situatie) geldt vanzelfsprekend geen realisatietermijn.
Scenario 2 vraagt niet alleen tijd om de grondstofvoorzieningen voor papier in orde te krijgen, maar ook om de campagnes voor te bereiden en de samenwerking op te zetten met de wijken om gezamenlijk een impuls te geven aan de afvalscheiding. We denken dat dit scenario een voorbereidingstijd vraagt van circa 6 maanden voor de aanpak van GFT en 9 maanden voor de aanpak van papier. Voor scenario 3 hangt de realisatietermijn met name af van de mogelijkheid om het restafval vanaf 1-12024 tegen aanvaardbare kosten te laten nascheiden.
39
SAMENVATTING VERWACHTE EFFECTEN In de volgende figuren hebben we de verwachte effecten van de scenario’s weergegeven. Milieu: Scenario onderzoek: verwacht effect op milieu (kg restafval per inwoner) 250
200
150
100
50
0 2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Scenario 1: Niets veranderen
Scenario 2: Focus op GFT en papier/karton
Scenario 3: Meer gemak
Scenario 4: Financiële prikkel
Scenario onderzoek: verwacht effect op milieu (scheidingspercentage) 100%
80%
60%
40%
20%
0% 2020
2021
2022
2023
2024
2025
Scenario 1: Niets veranderen
Scenario 2: Focus op GFT en papier/karton
Scenario 3: Meer gemak
Scenario 4: Financiële prikkel
Figuur 16: Visualisaties van de verwachte effecten op het milieu
40
SAMENVATTING VERWACHTE EFFECTEN In de volgende figuren hebben we de verwachte effecten van de scenario’s op de kosten weergegeven. Kosten: Scenario onderzoek: benodigde investering
Scenario onderzoek: verwachte eenmalige kosten
€ 900.000
€900.000
€ 800.000
€800.000
€ 700.000
€700.000
€ 600.000
€600.000
€ 500.000
€500.000
€ 400.000
€400.000
€ 300.000
€300.000
€ 200.000
€200.000
€ 100.000
€100.000
€-
€2020
2021
2022
2023
2024
2025
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Scenario 1: Niets veranderen
Scenario 1: Niets veranderen
Scenario 2: Focus op GFT en papier/karton
Scenario 2: Focus op GFT en papier/karton
Scenario 3: Meer gemak
Scenario 3: Meer gemak
Scenario 4: Financiële prikkel
Scenario 4: Financiële prikkel
Scenario onderzoek: verwacht effect op jaarlijkse kosten t.o.v. 2019 (per aansluiting per jaar)
Scenario onderzoek: verwacht effect op jaarlijkse kosten t.o.v. 2019 (per aansluiting per jaar)
€50
€50
€40
€40
€30
€30
€20
€20
€10
€10 €-
€2020
2021
2022
2023
2024
2020
2025
2021
2022
2023
2024
2025
€(10)
€(10) Scenario 1: Niets veranderen Scenario 2: Focus op GFT en papier/karton Scenario 3: Meer gemak Scenario 4: Financiële prikkel
Scenario 1: Niets veranderen - incl. doorzetting gemiddelde belastingstijging Scenario 2: Focus op GFT en papier/karton incl. doorzetting gemiddelde belastingstijging Scenario 3: Meer gemak - incl. doorzetting gemiddelde belastingstijging Scenario 4: Financiële prikkel - incl. doorzetting gemiddelde belastingstijging
Figuur 17: Visualisaties van de verwachte effecten op de kosten
41
SAMENVATTING VERWACHTE EFFECTEN In de voorgaande figuren laten de doorgetrokken lijnen ( ) het effect op de kosten zien zonder rekening te houden met een eventuele stijging van de afvalstoffenbelasting op het verbranden van restafval. De jaarlijkse kosten van scenario 1 stijgen t/m 2025 naar verwachting dan het minst hard (+ €10), terwijl de extra kosten voor de andere drie scenario’s nog eens € 4 tot € 8 extra stijgen (met uitzondering van het jaar waarin de eenmalige kosten gemaakt worden (2022)). Het verwachte kostenniveau van de scenario’s 2 en 4 ligt vrij dicht bij elkaar. De extra kosten in scenario 2-3-4 worden onder andere veroorzaakt door de kapitaallasten van de investeringen die nodig zijn om meer afvalscheiding te realiseren. Deze kosten worden niet geheel gecompenseerd door lagere verwerkingskosten. Meer afvalscheiding resulteert anno 2021 niet in lagere kosten, maar leidt wel tot kostenbeheersing bij de verwachte toekomstige stijging van het verbrandingstarief voor restafval. De stippellijnen ( ) in de rechterfiguur laten zien wat er gebeurt met de jaarlijkse kosten als de afvalstoffenbelasting de komende jaren verder gaat stijgen dan de huidige € 32,63 per ton restafval (aanname: + € 3 per ton restafval per jaar erbij).
In scenario 4 - en in mindere mate in scenario 2 - zijn de kostenstijgingen dan relatief klein, wat geheel te verklaren is doordat de hoeveelheid restafval in deze scenario’s kleiner is. We verwachten dat de kosten voor restafval ook na 2025 nog verder zullen stijgen. Dienstverlening: Het effect van deze scenario’s op de dienstverlening is als volgt ingeschat: in scenario 1 verandert er niets en is er geen effect ten opzichte van de huidige situatie. In scenario 2, 3 en 4 voeren we diverse wijzigingen door die deels tot een betere dienstverlening leiden en deels als een mindere dienstverlening zullen worden ervaren. Deze effecten staan samengevat in Tabel 7. Wijziging tov huidige situatie
Scenario 2
PMD bij restafval / geen PMD-bronscheiding meer
Scenario 3 +-
PMD-inzameling via zakken (1x/week) Papiervoorzieningen bij hoogbouw Papiermini bij laagbouw
+ +
+
+
+- (verplicht)
+ (vrijwillig)
+- (verplicht)
Restafval: betalen voor aanbieding Grofvuil halen tegen betaling
Scenario 4
+-
-
-
Tabel 7: Wijzigingen inzamelmethodiek ten opzichte van huidige situatie
42
CONCLUSIES •
•
•
• •
De VANG-doelstelling van 100 kg komt alleen een substantiële stap dichterbij met scenario 4 (financiële prikkel op restafval). Dit scenario geeft eenmalig een impuls aan het scheidingsgedrag. Om tot verdere vermindering van de hoeveelheid restafval te komen zijn aanvullende maatregelen nodig. Bij toepassing van nascheiding (scenario 3) op alleen de PMD-fractie is het effect van nascheiding op de hoeveelheid restafval relatief klein. Een grotere afname van de hoeveelheid restafval via nascheiding kan alleen als per 1-1-2024 een contract wordt gesloten met een nascheidingsinstallatie die meer grondstoffen terugwint dan alleen PMD (zie ook voetnoot 13). Niets doen (scenario 1) leidt in de komende vijf jaar onder de gehanteerde aannames tot een kostenstijging van circa € 15 per aansluiting ten opzichte van de situatie in 2019. De verwachting is dat de verwerkingskosten voor restafval ook na 2025 nog verder zullen stijgen. Ten opzichte van scenario 1 leidt geen van de andere scenario’s tot kostenbeheersing. Kostenbeheersing kan op den duur alleen met een financiële prikkel op restafval (scenario 4). Dit wordt echter pas zichtbaar bij een verdere stijging van de kosten voor restafval dan nu is aangenomen. Invoering van dit scenario brengt wel invoeringskosten met zich mee in de orde van bijna € 40 per huishouden.
43
5
Stappenplan naar meer afvalscheiding in Voorschoten • Aanpak in stappen • Toelichting op afzonderlijke stappen • Verwachte effecten • Planning uitvoering stappenplan
AANPAK IN STAPPEN In de afgelopen periode hebben we de basis op orde gebracht. Over het behaalde resultaat – in termen van scheidingspercentgage en/of kilo’s restafval – kan geen harde conclusie worden getrokken. Wel kunnen we op basis van de beschikbare cijfers concluderen dat er in 2019 minimaal 223 kilo restafval per inwoner naar de verbranding is gegaan. Voor de monitoring in het kader van dit grondstoffenplan stellen we voor om het jaar 2020 als nieuw ‘nulpunt’ te beschouwen voor de milieuresultaten (scheidingspercentage, kg restafval). Een nieuwe opzet van de registratie, mede gebaseerd op de landelijke afspraken over het berekenen van het scheidingspercentage, vormt de basis voor het ‘nulpunt’ 202015 en de komende jaren. Daarmee staat de rekentechniek vast. Het resultaat over 2019 ligt nog ver van de landelijke ambitie van 100 kilo restafval in 2020. Op basis van de geschetste scenario’s (hoofdstuk 4) zien we mogelijkheden om de afvalscheiding in Voorschoten verder te verbeteren. Op basis van de huidige situatie gaan we stapsgewijs aan de slag om meer grondstoffen te kunnen recyclen. We beginnen met de zwaarste fracties die nu nog in het restafval zitten en nemen de bewoners stap voor stap mee naar een beter scheidingsresultaat.
Mede in het licht van de nieuwe aanbesteding van het restafvalcontract, stellen we voor om een aanpak in drie stappen te hanteren zoals samengevat in Figuur 18. In deze figuur is ook het jaar 2026 opgenomen om de verwachte effecten van de daarvoor ingevoerde maatregelen weer te geven en om de mogelijke vervolgstappen na 2025 in kaart te brengen.
2021 Stap 1 Voorbereiding en implementatie maatregelen GFT en papier/karton + Grofvuil ophalen tegen betaling
2022
2023
2025
2026
Diftar-keuze gemeenteraad vanaf 2026
Stap 3a Voorbereiding overschakeling op PMDnascheiding
Stap 2.2 Marktconsultatie verwerking restafval vanaf 2024
Stap 2.1 Verlenging huidig restafvalcontract
Nascheiding PMD
Evt. voorbereiding invoering financiële prikkel
Evt. afrekenen per kilo of per aanbieding
194 kg
194 kg
194 kg
PMD-keuze (nieuwe) gemeenteraad voor 2023 en verder
Diftar-keuze gemeenteraad vanaf 2026
Stap 3b Voorbereiding invoering zakkeninzameling PMD
223 kg
2024
213 kg
203 kg
Inzameling PMD-zak (1x/week) + invoeren restafval (1x/3 weken) medio 2024
Evt. voorbereiding invoering financiële prikkel
Evt. afrekenen per aanbieding
186 kg
177 kg
141 kg
… kg
= verwachte hoeveelheid restafval naar verbranding in kg per jaar
Figuur 18: Samenvatting routes
15 Door de effecten van COVID-19 op het afvalaanbod van 2020 zal 2020 geen representatief jaar zijn. Maar belangrijk is vooral dat de wijze
van registratie, de controle daarop en de onderliggende rekenmethodiek juist en volledig zijn.
45
TOELICHTING OP AFZONDERLIJKE STAPPEN Het stappenplan zoals in Figuur 18 is weergegeven, lichten we hieronder per stap verder toe: Stap 1 (Q4 2021 + Q1/Q2 2022): voorbereiding en invoering van scenario 2 (Focus op GFT en papier/karton) en van ophalen grofvuil tegen betaling GFT en papier/karton vormen een belangrijk deel van het restafval. Deze stromen zijn alleen goed recyclebaar als ze gescheiden worden ingezameld. Daarom gaan we hier na besluitvorming voortvarend mee aan de slag. Hoewel het op het eerste gezicht misschien makkelijk lijkt om tot meer scheiding van deze stromen te komen, weten we vanuit onze eigen praktijk en uit de praktijk van andere gemeenten dat er veel tijd en aandacht nodig is om mensen tot ander gedrag te stimuleren. Deze inzet gaan we dan ook met volle overtuiging plegen. Vooralsnog veranderen we geen wezenlijke dingen aan de inzameling van PMD; we vervangen alleen de huidige bovengrondse containers door ondergrondse containers. Eind 2021 wordt benut om de voorbereidingen te plegen van de maatregelen welke vanaf 2022 worden ingevoerd. De investeringen vinden plaats in 2022, in dat jaar worden ook de eerste effecten van de maatregelen zichtbaar. Vanaf 2023 worden de volledige effecten van de maatregelen zichtbaar. Na besluitvorming over dit grondstoffenplan introduceren we het ophalen van grofvuil tegen betaling.
Hiervoor werken we de spelregels uit en we zorgen voor een makkelijke manier voor de bewoners om te betalen. Stap 2 (Q3/Q4 2021 + Q1/Q2 2022): voorbereiding nieuw restafvalcontract en keuze toekomstig beleid voor PMD In het najaar van 2022 maakt de (nieuwe) gemeenteraad een keuze over het toekomstbeleid van PMD. Deze keuze beïnvloedt het nieuwe restafvalcontract dat vanaf 2024 wordt ingevoerd. Echter loopt eind 2022 het huidige restafvalcontract af, deze zal daarom met één jaar verlengd moeten worden. Aangezien dit de maximum verlenging van het contract overschrijdt, zal het tarief tijdens dit overbruggingsjaar opnieuw moeten worden afgestemd met de huidige verwerker. Tevens dient deze aanpak gepubliceerd te worden op TenderNed in het najaar van 2021 om andere marktpartijen in de gelegenheid te stellen hier bezwaar tegen te maken. De verwachting is dat er geen bezwaar gemaakt zal worden en dat het restafvalcontract met AVR verlengd kan worden in 2023. Vervolgens moet in 2023 de verwerking van het restafval opnieuw aanbesteed worden, zodat het nieuwe contract per 1-1-2024 in kan gaan. Vooruitlopend daarop voeren we in de eerste helft van 2022 een marktconsultatie uit om te bepalen welke mogelijkheden er in de markt zijn voor nascheiding van PMD en/of andere stromen uit ons restafval.
Op basis van de resultaten van deze marktconsultatie leggen we in het najaar van 2022 aan de raad de keuze voor over het beleidskader voor PMD voor de nieuwe contractperiode: nascheiding of continueren van de bronscheiding. Deze keuze bepaalt de vervolgstappen, die we voor de raad op dat moment uitwerken in een stappenplan voor de periode 2024 en verder: welke maatregelen willen we nemen en welke effecten verwachten we ervan, op basis van de kennis van dat moment? Stap 3a (met ingang van 1-1-2024): start PMD-nascheiding Bij de keuze voor PMD-nascheiding accepteren we dat het scheidingsresultaat maar beperkt toeneemt; in de installatie wordt immers alleen PMD uit het restafval teruggewonnen. Als het mogelijk blijkt om een partij te contracteren die niet alleen PMD uit het restafval haalt, maar ook andere materialen kan terugwinnen of nuttig kan toepassen, neemt onze hoeveelheid restafval flink af (reductie circa 35%). Omdat het scheidingspercentage gaat over gescheiden grondstoffen ten behoeve van recycling is het effect hierop minder gunstig. Voor nascheiding geldt dat het hoe dan ook goed is om de andere grondstoffen (GFT, papier/karton, glas, textiel etc.) door de inwoners zelf te laten scheiden. Om dit verder te stimuleren, zijn aanvullende maatregelen nodig.
De inwoners hebben nog veel restafvalvolume omdat het PMD er in zit, maar we kunnen ze wel stimuleren om zo min mogelijk kilo’s restafval aan te bieden. •
1-4-2025: begin 2025 leggen we aan de raad een notitie voor over de resultaten van de reeds ingevoerde maatregelen en over de mogelijkheden van invoering van een financiële prikkel (diftar), met de verwachte effecten, voor- en nadelen. Op basis daarvan maakt de gemeenteraad haar keuze. Invoering van diftar is op zijn vroegst mogelijk per 1-1-2026.
•
1-1-2026: invoering van een financiële prikkel waarbij de inwoners betalen per gewicht, lijkt het meest voor de hand liggend; met name in combinatie met ondergrondse containers (wegen restafval in de trommel) is hier echter nog weinig ervaring mee. Alternatief is afrekenen per aanbieding. 46
Stap 3b (met ingang van 1-1-2024): intensivering PMD-bronscheiding In geval van een keuze voor PMD-bronscheiding wordt met ingang van 1-1-2024 overgegaan op wekelijkse inzameling van PMD in transparante zakken, die we gratis verstrekken. De ondergrondse PMD-containers blijven aanwezig als achtervang, zodat mensen die wat kleiner behuisd zijn een volle PMD-zak niet in huis hoeven te bewaren tot de ophaaldag. Met de keuze voor de PMD-zakken kiezen we voor een inzamelmiddel dat leidt tot de meest zuivere grondstof en daarmee de beste bijdrage levert aan de circulaire economie. Een volle PMD-zak weegt niet veel, waardoor deze ook voor oudere inwoners makkelijk te tillen is. We hangen zogenaamde ‘kroonringen’ op aan lichtpalen (haken) waaraan de zakken op de inzameldag opgehangen kunnen worden. De PMD-inzameling in zakken combineren we vervolgens met een prikkel op restafval. Daarmee stimuleren we niet alleen de scheiding van PMD, maar ook van de andere grondstoffen. We doen dit in twee stappen: •
1-7-2024: als de inwoners een half jaar gewend zijn aan de zakkeninzameling van PMD zien zij hoe weinig restafval er nog overblijft. Daarom verlagen we na een half jaar de inzamelfrequentie van de restafvalcontainer van 1x per twee weken naar 1x per drie weken; hierdoor worden alle huishoudens in de laagbouw nog meer gestimuleerd om hun grondstoffen zo goed mogelijk apart te houden, zodat het overblijvende restafval tot de ophaaldag in de container past.
•
1-4-2025 (uiterlijk): eind 2024 is al duidelijk wat het effect is van de lagere inzamelfrequentie voor restafval. Net als bij de keuze voor PMD-nascheiding (3a) leggen we ook bij de keuze voor bronscheiding begin 2025 de keuze voor invoering van diftar voor aan de raad.
•
1-1-2026: bij keuze voor diftar beginnen we in april 2025 met de voorbereiding van de invoering van een financiële prikkel op het aanbieden van restafval, waarbij we afrekenen per aanbieding / inworp. De huidige ondergrondse restafvalcontainers bij complexen voor ouderen maken we geschikt voor het inwerpen van kleine zakken (30 liter), waarvoor een lager tarief geldt dan voor inworpen van 60 liter. Voor bijzondere doelgroepen (minima, medisch afval) formuleren we apart beleid. Vanaf 1-1-2026 gaan de inwoners betalen voor hun restafval.
Als de gemeenteraad eind 2022 kiest voor bronscheiding, zou de PMD-inzameling met zakken in principe ook per 1-7-2023 ingevoerd kunnen worden. Dit heeft als voordeel dat de opvolgende maatregel (restafval 1x/3 weken) al per 1-1-2024 ingevoerd kan worden. Dit levert eind 2024 meer data op waarop de gemeenteraad de keuze voor de invoering van de financiële prikkel kan baseren.
47
VERWACHTE EFFECTEN Dit stappenplan is een combinatie van maatregelen uit de verschillende onderzochte scenario’s, die gefaseerd worden ingevoerd. Dit resulteert in de volgende verwachte effecten op kosten, milieudoelstelling en dienstverlening. Het verwachte effect op het aanbod restafval en het scheidingspercentage is weergegeven in figuur 19 en 20. Verwachte ontwikkeling aanbod restafval (fijn en grof) in kg/inwoner/jaar 240 220 200
223
223
213
203
180 160
223
223
213
140
194 203
194 186
194
177
120
141
100 2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Stap 1 t/m 3a (nascheiding PMD v.a. 2024) Stap 1 t/m 3b (bronscheiding PMD) plus frequentieverlaging (2024) en tarief op restafval (2026)
Figuur 19: Verwachte ontwikkeling aanbod restafval
Verwachte ontwikkeling scheidingspercentage
100% 80% 60% 40% 20% 0% 2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Stap 1 t/m 3a (nascheiding PMD v.a. 2024) Stap 1 t/m 3b (bronscheiding PMD) plus frequentieverlaging (2024) en tarief op restafval (2026)
Figuur 20: Verwachte ontwikkeling scheidingspercentage
48
De “route” via nascheiding van PMD leidt naar verwachting tot 194 kg restafval per inwoner per jaar. In theorie is een vervolgstap met een financiële prikkel mogelijk. Bij afrekening per kilo vereist dit de toepassing van weegapparatuur, zowel op de inzamelvoertuigen voor de minicontainers als in de inwerpopeningen van alle restafvalcontainers; bij afrekening per aanbieding zijn geen nieuwe investeringen nodig voor de restafvalcontainers. Bij het keuzemoment voor de raad tussen bron- en nascheiding (najaar 2022) zullen de kosten en effecten hiervan inzichtelijk worden gemaakt. Als we vasthouden aan bronscheiding kunnen we de hoeveelheid restafval laten dalen tot circa 141 kg per inwoner (in 2026). Dit vraagt wel om een haalservice voor PMD en een service- en tariefprikkel op restafval.
Het scheidingspercentage stijgt in 2022 door de aanpak van GFT en papier/karton en in 2023 worden de effecten volledig zichtbaar. Hoe de lijn zich bij keuze voor nascheiding vanaf 2024 precies gaat ontwikkelen, hangt af van het type installatie dat het restafval van Voorschoten gaat verwerken. Bij de keuze voor bronscheiding kan het scheidingspercentage stijgen tot 66%. De investeringen die nodig zijn in de periode 2021-2023 zijn weergegeven in figuur 21. Deze investeringen zijn nodig voor de verbeteringen rond GFT en papier/karton en zijn onafhankelijk van de keuze voor bron- of nascheiding in 2022. De investeringen en eenmalige kosten vanaf 2024 zijn afhankelijk van de keuze voor bron- dan wel nascheiding van PMD en de daaraan gekoppelde vervolgstappen. De benodigde investeringen en de eenmalige kostenposten staan samengevat in tabel 8. Verwachte investeringen en eenmalige kosten € 900.000 € 800.000 € 700.000 € 600.000 € 500.000 € 400.000 € 300.000 € 200.000 € 100.000 €0 2021 Investeringen
2022
2023
Eenmalige kosten
Figuur 21: Verwachte investeringen en eenmalige kosten Omschrijving kostenpost
2021
2022
2023
Investering Maatwerk papierinzameling hoogbouw
€ 150.000
Vervanging bovengrondse PMD-containers door ondergrondse containers
€ 200.000
Aanschaf GFT-zuilen met toegangscontrole
€
Aanschaf papiermini's voor laagbouw
€ 260.000
Aanschaf aanrechtbakjes voor alle huishoudens, inclusief uitzetten
€ 141.000
Totaal investeringen (afgerond op 1.000)
€ 811.000
60.000
Eenmalige kosten Voorbereiding, projectleiding, communicatie etc.
€ 261.000
Ondersteuning marktconsultatie, Europese aanbesteding, proces
€
21.000
€
15.000
Totaal eenmalige kosten (afgerond op 1.000)
€ 282.000
€
15.000
Tabel 8: Benodigde investeringen en eenmalige kostenposten 49
Om de gescheiden inzameling goed te laten functioneren zijn aanvullende flankerende (ondersteunende) maatregelen nodig, die ook kosten met zich meebrengen (zie tabel 9). Naast de extra communicatie zijn nog twee flankerende maatregelen optioneel toe te voegen. Deze maatregelen hebben zeker een meerwaarde voor de afvalscheiding, maar brengen wel extra kosten met zich mee. De optioneel toe te voegen flankerende maatregelen zijn: • De extra inzet van de afvalcoach (extra ten opzichte van de reeds begrote 0,5 fte). De afvalcoach gaat in gesprek met bewoners en biedt ondersteuning bij afvalscheiding met praktische hulp en tips. De afvalcoach is een bekend gezicht voor de bewoners en is bereikbaar middels (telefonische) spreekuren. Daarnaast signaleert de afvalcoach (potentiële) problemen en communiceert hierover met de BOA’s. De afvalcoach krijgt niet dezelfde bevoegdheden als de BOA’s, maar mag bijvoorbeeld wel “kliko-controles” uitvoeren. Bij het vaststellen van de bevoegdheden van de afvalcoach is het van belang om na te gaan welke aanpassingen in de afvalstoffenverordening nodig zijn. Wanneer wordt gekozen voor de extra inzet van de afvalcoach bedraagt dit een additionele kostenpost van circa €36.250 per jaar. • Gratis composteerbare zakjes ter beschikking stellen om de bewoners te faciliteren bij het scheiden van hun GFT.
Indien hiervoor wordt gekozen, brengt dit een additionele kostenpost met zich mee in de ordegrootte van €50.000 per jaar (exclusief distributiekosten), die op basis van ervaringen in andere gemeenten nodig lijkt om het gescheiden houden en aanbieden van GFT te stimuleren. Hierbij is aangenomen dat het in bulk inkopen van de composteerbare zakjes een kostenvoordeel oplevert in vergelijking met de situatie waarin elk huishouden haar eigen composteerbare zakjes in de supermarkt koopt. Omschrijving kostenpost
2021
2022
2023
2024
2025
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
Structurele flankerende maatregelen Extra communicatiekosten, met name voor aandacht op GFT (afgerond op 1.000)
€-
Tabel 9: Verwachte kosten voor benodigde aanvullende flankerende maatregelen
De beschreven kosten hebben effect op onze jaarlijkse kosten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. Het netto effect van de verschillende stappen, inclusief het effect op de verwerkingskosten, staat voor de periode 2021-2023 samengevat in tabel 10. Voor de periode vanaf 2024 is het netto effect van de stappen sterk afhankelijk van het nieuwe verwerkingstarief voor restafval en van de kosten voor de vervolgstappen na de keuze voor bron- dan wel nascheiden van PMD met ingang van 2024. Omschrijving stappen
2021
2022
2023
Stap 1: focus op GFT en papier/karton
€ -5
€ 19
€4
Stap 1a: invoering grofvuil halen tegen betaling
€ -2
€ -4
€ -4
Stap 2: marktconsultatie en aanbesteding verwerking restafval
€0
€2
€1
Stap 3: keuze bronscheiding/nascheiding PMD
PM
PM
PM
Stap 4 en verder
PM
PM
PM
Totaal
€ -7
€ 17
€1
Tabel 10: Verwacht netto effect op de gemeentelijke kosten per aansluiting
De beschreven maatregelen op het gebied van GFT en papier/karton hebben een kostenverhogend effect, enerzijds door de investeringen in containers en de bijbehorende afschrijvingskosten en anderzijds door de structurele flankerende kosten voor de extra communicatiekosten. De inzameling van meer grondstoffen vraagt hoe dan ook om investeringen in voorzieningen voor GFT en papier. De kosten die dit met zich meebrengt worden ten dele gecompenseerd door lagere verwerkingskosten voor restafval. Met dit stappenplan zet Voorschoten koers naar een betere kostenbeheersing in de toekomst, waar een verdere stijging van de restafvalverwerkingskosten te verwachten valt. En met dit stappenplan realiseert Voorschoten een beter milieuresultaat, met betere service voor de bewoners voor het aan huis ophalen van grondstoffen.
50
PLANNING UITVOERING STAPPENPLAN Na besluitvorming over dit grondstoffenplan hebben we voor de periode 2021-2023 globaal de volgende uitvoeringsplanning voor ogen.
2021 Omschrijving onderdeel
apr mei jun jul
2022
2023
aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei >jun
Stap 1 GFT-zuilen hoogbouw Maatwerk papier hoogbouw Papiermini's laagbouw Vervanging PMD-containers Grofvuil tegen betaling (voorbereiding)
Stap 2 Afstemming verlenging huidig afvalcontract met AVR Publicatie op TenderNed Marktconsultatie verwerking restafval
Stap 3 Notitie bron/nascheiding PMD Keuze raad bron/nascheiding PMD Europese aanbesteding verwerking
Figuur 22: Uitvoeringsplanning 2021-2023
Het stappenplan is op basis van de huidige situatie bepaald en wordt tijdens uitvoering steeds aangepast aan de werkelijkheid. De werkelijkheid in de afvalmarkt verandert snel. Daarom bepalen we concrete acties op basis van de nieuwste ontwikkelingen en inzichten op het moment dat deze zich aandienen. Als aandachtspunt voor de komende periode willen we nog het volgende meegeven: medio 2021 wordt de ambtelijke Werkorganisatie Duivenvoorde opgeheven. Borging van de inhoudelijke kennis over de voorgestelde maatregelen in dit grondstoffenplan en betrokkenheid bij dit plan zijn belangrijke elementen om de uiteindelijke implementatie soepel en volgens planning te laten verlopen. In september 2021 moet rekening worden gehouden met de overdracht. Daarnaast moeten we binnen de ambtelijke organisatie invulling geven aan de administratieve verwerking van de gegevens; een definitieve uitwerking hiervan volgt na de bestuurlijke keuze voor het beleidskader voor PMD. De eisen vanuit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vragen hierbij zeker ook de aandacht.
51