CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Dynamisch Minimabeleid 2024 en verder

Commissie Mens & Samenleving Voorschoten 12 september 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Dynamisch minimabeleid 2024 en verder10.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Iedereen telt mee Dynamisch minimabeleid 2024 en verder Gemeente Voorschoten

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Pagina 2

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Inhoud Inleiding Aanleiding Opgave en waarden: terugblik koersbrief Landelijke ontwikkelingen

4 5 6 8

Uitwerking van de thema’s Thema 1: Mensen in kwetsbare situaties – Armoedeval Thema 2: Naar sociale participatie en meedoen, te beginnen op school Thema 3: Zelf doen en eigen regie Thema 4: Maatschappelijke kracht verstevigen – Maatschappelijk veld in beeld Financiële uitgangspunten

10 11 14 16 19 21 22 23

Nieuw beleid Doelstellingen en monitoring Wat gaan we doen Vernieuwde regelingen Financiën: begroting Menukaart: keuze’s Mijlpalen

24 25 26 29 31 32 33

Bijlage A - Inkomensgrenzen

34

Bijlage B - Regelingen 2019-2022

35

Pagina 3

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Inleiding

Pagina 4

Aanleiding We wonen in een prachtige gemeente. Maar om er ook echt mee te kunnen doen is een minimaal niveau van bestaanszekerheid nodig. Niet iedereen is echter altijd in staat om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Voor kortere of langere tijd wil dat weleens niet lukken. Inwoners die er niet op eigen kracht in slagen, geeft de gemeente ondersteuning. De ondersteuning richt zich op het voorkomen van armoede en het realiseren van een financieel stabiele situatie voor de toekomst. Een stabiele financiële basis die de basisvoorwaarde vormt voor het (weer) meedraaien in onze gemeenschap. Het minimabeleid biedt een deel van deze ondersteuning. Dit beleidsplan schetst het nieuwe minimabeleid van de gemeente Voorschoten in 2024 en verder. Met het minimabeleid wordt gedoeld op de minimaregelingen en bijzondere bijstand. Het voorgaande beleidsplan komt uit 2019. De samenleving verandert zo snel dat dit nieuwe plan geen tijdshorizon bevat. Beleid moet zich voortdurend aanpassen om mee te bewegen met de ontwikkelingen. Daarom is dit geen plan met een einddatum maar het startpunt van een continu proces met aanpassingen en verbeteringen. Een dynamisch minimabeleid dus.

Op 27 juni 2023 is de raad met de raadsbrief Ontwikkeling Nieuw Minimabeleid (042) geïnformeerd over het proces van het te herziene minimabeleid. Vervolgens is er aan de hand van onderzoeken, evaluaties en gesprekken met relevante maatschappelijke organisaties een koersnotitie opgesteld. Op 11 april 2024 heeft de raad de koersnotitie ‘Iedereen telt mee - Koers voor het nieuwe minimabeleid’ besproken. In deze koersnotitie is de richting en de ambitie voor de herziening van het minimabeleid uiteengezet. Vervolgens zijn de thema’s en uitgangspunten zoals geformuleerd in de koersnotitie verder uitgewerkt in dit beleidsplan. Voor deze uitwerking zijn gesprekken gevoerd met maatschappelijke organisaties en consulenten. Leeswijzer Eerst wordt een terugblik gegeven op de koersnotitie en worden recente landelijke ontwikkelingen beschreven die nog niet meegenomen waren in de koersnotitie. Vervolgens worden de thema’s één voor één uitgewerkt. Deze uitwerking leidt tot een overzicht van wat aangepast of toegevoegd wordt in het nieuwe beleid en hoe de nieuwe minimaregelingen ingevuld zullen worden, gevolgd door de begroting en een overzicht van de mijlpalen.

Pagina 5

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Opgave en waarden: terugblik koersnotitie Bestaanszekerheid is een grondwettelijk recht voor alle Nederlands ingezetenen en doelt op een toereikende levensstandaard. Zowel landelijk als lokaal in Voorschoten is bestaanszekerheid een actueel en belangrijk thema. Financiële zorgen, bijvoorbeeld over schulden en armoede, brengen allerlei andere problemen met zich mee zoals stress, verminderde gezondheid, eenzaamheid en niet mee kunnen doen in de samenleving. Kinderen die opgroeien in armoede hebben minder mogelijkheden om zich te ontwikkelen en te ontplooien. Ook in onze gemeente zijn er inwoners die niet of alleen met heel veel moeite rond kunnen komen. Met alle gevolgen voor hun gezondheid, welzijn en dat van hun kinderen. Het Rijk is in eerste instantie verantwoordelijk voor voldoende bestaanszekerheid. Dit neemt niet weg dat de gemeente het belangrijk vindt om deze inwoners te ondersteunen zodat zij minder zorgen hebben om noodzakelijke uitgaven en mee kunnen doen in de samenleving. De gemeente biedt verschillende vormen van hulpverlening, begeleiding en directe maatregelen waar (wettelijk) mogelijk om bij te dragen aan de bestrijding van armoede en vergroting van (financiële) bestaanszekerheid. Het minimabeleid is hier een onderdeel van.  

4.

5.

Naast deze waarden stellen we aan het stelsel de vereisten van voorspelbaarheid, toegankelijkheid, uitvoerbaarheid en houdbaarheid. Gezien de opgave van het sociaal domein en de waarden waarlangs we werken, zijn vier inhoudelijke thema’s en twee financiële uitgangspunten opgesteld. Dit vormt de richting voor de verdere uitwerking van het minimabeleid.

Met het minimabeleid wil de gemeente bijdragen aan de brede opgave van het sociaal domein dat iedereen mee kan doen in de samenleving en naar vermogen bij kan dragen aan de gemeenschap. We werken aan deze opgave volgens een aantal waarden: 1.

2.

3.

We hebben oog voor de lokale uitvoering en staan voor eenvoud, maatwerk en persoonlijke hulp. Een stevige gemeenschap en lokale uitvoering zorgt ervoor dat inwoners veerkrachtig kunnen reageren op uitdagingen. De gemeente biedt niet alleen directe persoonlijke hulp, zoals de gemeentelijke professionals doen, maar ondersteunt ook juist diegenen die inwoners helpen. De regelingen zijn maatschappelijk rechtvaardig en uitlegbaar.

We streven naar individuele autonomie binnen een positief en realistisch mensbeeld. Inwoners zijn zelfredzaam en worden waar nodig ondersteund door de omgeving. We bieden perspectief en hoop. De gemeente helpt inwoners verder en neemt waar mogelijk onzekerheden weg zodat de rust en ruimte ontstaat om naar de toekomst te kijken. We maken meedoen en naar vermogen bijdragen mogelijk. Drempels om mee te doen in de samenleving worden waar mogelijk weggenomen.

Pagina 6

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Thema’s en uitgangspunten 1.

Mensen in kwetsbare situaties: Regelingen/beleid moet specifiek gericht zijn op inwoners in kwetsbare situaties.

2.

Naar sociale participatie en meedoen, te beginnen op school: Regelingen zijn gericht op het kunnen participeren in de samenleving en sluiten aan bij de behoefte van inwoners.

3.

Zelf doen en eigen regie: Het systeem van de regelingen en het aanvraagproces moeten eenvoudiger en toegankelijker. De dienstverlening is integraal en in staat tot het organiseren van maatwerk. Zo kunnen inwoners (zoveel mogelijk) op eigen kracht en in eigen regie gebruik maken van minimaregelingen.

4.

Maatschappelijke kracht verstevigen: De maatschappelijke kracht in de gemeente wordt aangewend en versterkt voor de ondersteuning van inwoners met een minimum inkomen. De gemeente faciliteert en stimuleert de maatschappelijke kracht.  

5.

Gemeentelijke verantwoordelijkheid pakken: Het Rijk is verantwoordelijk voor voldoende bestaanszekerheid. De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van extra ondersteuning door maatwerk en sociale participatie, aansluitend op de lokale situatie en gemeenschap.

6.

Budgetneutrale inzet: Het streven is om binnen de bestaande budgetten van de bijzondere bijstand en de minimaregelingen te blijven. Het open einde karakter van de regelingen brengt wel financiële risico’s met zich mee.

Pagina 7

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Landelijke ontwikkelingen Landelijk zijn er sinds het minimabeleid 2019-2022 een aantal ontwikkelingen en onderzoeken geweest welke hun doorwerking hebben binnen de gemeente Voorschoten. Hiervan zijn een aantal in de koersnotitie al genoemd en daarmee in de uitgangspunten verwerkt, zoals de rapporten van de Commissie Sociaal Minimum (CSM), de genomen maatregelen vanuit de aanpak ‘geldzorgen, armoede en schulden’ en de voorgenomen herziening van de Participatiewet volgens het programmaplan ‘Participatiewet in Balans’. Daarbij is op het moment van schrijven nog geen nieuw kabinet gevormd waardoor onduidelijk is hoe het landelijke beleid zich gaat ontwikkelen. In dit hoofdstuk worden nog een aantal ontwikkelingen aangekaart die invloed hebben op het lokale beleid. De eerste twee ontwikkelingen komen voort uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over mensen in de schuldhulpverlening en de rechtmatigheidstoets. Twee andere ontwikkelingen met grote gevolgen voor uitvoering en financiën zijn de wetsvoorstellen ‘Wet proactieve dienstverlening SZW’ en ‘overbruggingsregeling alleenverdieners’. Zoals eerder genoemd verandert de samenleving continu, het beleid zal daarmee ook flexibel en wendbaar moeten blijven. Daarom worden deze ontwikkelingen daar waar mogelijk al geïmplementeerd.

Schuldhulpverlening Bij het aanvragen van een regeling binnen het minimabeleid, wordt naar het inkomen gekeken. Per regeling geldt een inkomensgrens. Wanneer iemand boven deze inkomensgrens verdient, kan geen gebruik gemaakt worden van de regeling. Mensen met schulden en beslag op het inkomen kunnen een hoog inkomen hebben en daardoor zouden zij geen gebruik kunnen maken van de minimaregelingen. Maar mensen met schulden en beslag op het inkomen kunnen ondanks een hoog inkomen toch een laag besteedbaar inkomen hebben. De CRvB heeft uitgesproken dat in deze gevallen gekeken moet worden naar het bestaansminimum. (CRVB 11-04-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:705). In Voorschoten zijn ongeveer 14 huishoudens in beeld die boven de 110% van de bijstandsnorm aan inkomsten

In Nederland leven ruim 900.000 mensen in armoede, waaronder 221.000 kinderen. De ambitie van de Rijksoverheid is om samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties geldproblemen in 2030 te halveren t.o.v. 2015.

hebben maar van een bestaansminimum moeten leven. Dit komt omdat deze huishoudens in een schuldhulpverleningstraject zitten. Deze huishoudens kunnen in ieder geval gezien deze uitspraak, extra ondersteund worden. Rechtmatigheidstoets - evenredigheidsbeginsel De CRvB heeft ook een uitspraak gedaan over het toetsen van besluiten aan het evenredigheidsbeginsel (CRvB 11-10-2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2207). Bij het nemen van besluiten en het afwijzen van aanvragen kon de gemeente voorheen volstaan met een verwijzing naar het eigen beleid. Een rechter moest dit besluit dan respecteren tenzij het een onmiskenbaar onredelijk besluit was. Dit werd de marginale toets genoemd. De CRvB heeft de uitspraak gedaan dat hier verandering in moet komen. In deze uitspraak wordt de gemeente gevraagd om een uitvoerigere toets te doen. Zowel de beleidsregel als het concrete besluit moeten worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel via drie stappen: 1) Is het besluit geschikt om het doel dat de gemeente voor ogen heeft te bereiken? 2) Is het besluit noodzakelijk om dit doel te bereiken? 3) Heeft de gemeente alle betrokken belangen evenwichtig afgewogen? Deze uitgebreidere toets maakt meer maatwerk mogelijk omdat de belangen uitvoeriger worden gewogen, hierdoor zullen waarschijnlijk meer aanvragen worden toegekend. Deze wijziging wordt in de nieuwe Participatiewet meegenomen.

De consulenten van de gemeente Leidschendam-Voorburg worden al geschoold in deze nieuwe werkwijze. Hierbij moet worden opgemerkt dat in deze nieuwe manier van werken meer tijd gaat zitten. Maatwerk leveren en tegelijkertijd willekeur voorkomen kost namelijk meer tijd.

Pagina 8

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Wetsvoorstel ‘Wet Proactieve dienstverlening SZW’ Met dit wetsvoorstel kunnen UWV, de SVB en gemeenten proactieve dienstverlening inzetten. Dit betekent dat zij mogen onderzoeken wie waarschijnlijk recht heeft op een uitkering of een andere ondersteunende voorziening, maar deze niet gebruikt. Zij mogen contact opnemen met deze mensen en hen ondersteunen als zij een aanvraag voor een uitkering of voorziening willen doen. Hiervoor mogen zij persoonsgegevens verwerken. Het doel van dit voorstel is niet-gebruik van uitkeringen en andere voorzieningen in de sociale zekerheid verminderen. Dit wetsvoorstel volgt de gemeente nauwlettend.

vergelijkbaar (echt)paar met een bijstandsuitkering. Het gaat hierbij om ongeveer 6.400 tot 10.000 huishoudens in Nederland die onbedoeld een lager inkomen hebben dan vergelijkbare huishoudens met een bijstandsuitkering. Vanaf 2028 wordt verwacht dat in een oplossing voorzien wordt via de inkomstenbelasting. Vanaf komend jaar krijgen deze huishoudens via een overbruggingsregeling een tegemoetkoming van hun gemeente om de periode van 2025, 2026 en 2027 te overbruggen en een compensatie voor de jaren 2022-2024. Het Rijk stelt hier budget voor beschikbaar. Hierdoor komt een deel van de werkende armen in beeld bij de gemeente, wanneer zij zichzelf melden voor deze tegemoetkoming.

Wetsvoorstel ‘overbruggingsregeling alleenverdieners‘ Door verschillende overheidsregelingen die tegen elkaar inwerken, ontvangen alleenverdieners op dit moment minder huur- en zorgtoeslag dan een

Pagina 9

Uitwerking

van de thema’s

Pagina 10

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Thema 1: Mensen in kwetsbare ­situaties De gemeente is er voor alle inwoners, iedereen moet mee kunnen doen in de samenleving. Veel mensen met een relatief laag inkomen doen al mee in de samenleving. Dit lukt echter niet bij iedereen. De gemeente geeft inwoners bij wie dit niet lukt een steuntje in de rug om mee te kunnen doen. Het minima­ beleid richt zich daarmee op inwoners in kwetsbare situaties, degenen die het ook echt nodig hebben. Soorten kwetsbaarheid In de gesprekken met maatschappelijke partners en consulenten werd een onderscheid gemaakt in twee soorten kwetsbaarheid. Aan de ene kant bestaat er kwetsbaarheid vanwege financiële zaken en niet rond kunnen komen. Aan de andere kant bestaat er kwetsbaarheid door zaken zoals gebrek aan digitale vaardigheden, laaggeletterdheid, een klein sociaal netwerk. Deze laatste vorm van kwetsbaarheid wordt in thema 3 en 4 aangekaart. In dit hoofdstuk wordt een verdieping gezocht op de eerst genoemde vorm van financiële kwetsbaarheid.

Cijfers in Voorschoten Op gebied van financiële kwetsbaarheid kan een onderscheid gemaakt worden in hoogte van inkomen en duur van het lage inkomen. Hoe lager het inkomen en hoe langer dit lage inkomensniveau aanhoudt, hoe meer risico op financiële kwetsbaarheid. Daarom is hieronder de totale groep minimahuishoudens met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm verder uitgesplitst op basis van inkomen tot 110% van de bijstandsnorm en duur van dit inkomen (KWIZ, 2022). Dit is gedaan op basis van cijfers uit 2022. Naar schatting zijn er 920 huishoudens in Voorschoten met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. Dit is ongeveer 8% van het totaal aantal huishoudens in de gemeente. Van dit geschatte aantal huishoudens, had de gemeente er in 2022 in ieder geval 399 in beeld. Hiervan heeft de grootste groep een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm (274 huishoudens). Verdere verdieping laat zien dat 213 huishoudens langdurig op dit inkomen tot 100% van de bijstandsnorm zitten. Als

Schatting totaal tot 130% van de bijstandsnorm: 920 hh

Waarvan in beeld bij de gemeente: 399 hh

Focus

Waarvan tot 100% van de bijstandsnorm

Waarvan tot 110% van de bijstandsnorm:

274 hh

54 hh

Waarvan minimaal 3 jaar laag inkomen: 213 hh

33 hh

Pagina 11

Focus

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

deze groep van langdurig laag inkomen verbreed wordt naar 110% van de bijstandsnorm, zijn er 33 huishoudens meer. De 246 huishoudens die langdurig een inkomen hebben tot 110% zijn verder onderzocht. Kenmerken van minimahuishoudens Kijkend naar de huishoudsamenstelling is de grootste groep alleenstaand (130 huishoudens, 53%) gevolgd door alleenstaanden met kinderen (41 huishoudens), paren zonder kinderen (24 huishoudens), paren met kinderen (29 huishoudens) en huishoudens met meerderjarige kinderen (23 huishoudens). In totaal heeft 38% van de huishoudens met een langdurig inkomen tot 110% één of meerdere kinderen. Verder is opvallend dat van de 246 huishoudens, 51% (125 huishoudens) een niet westerse achtergrond heeft. Het is niet te achterhalen uit onze cijfers over minimahuishoudens welke specifieke achtergronden dit zijn. Wat betreft de hoofd inkomstenbron, heeft de meerderheid een hoofdinkomen uit de participatiewet. 39 huishoudens hebben een AOW als hoofd inkomstenbron, waarvan 33 huishoudens een Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) ontvangen omdat zij geen volledig AOW-pensioen hebben. Naar verwachting zijn dit vooral mensen met een migratieachtergrond die niet 50 jaar in Nederland gewoond hebben voordat de AOW-uitkering inging. Uit landelijke onderzoeken en lokale gesprekken blijkt dat blijvende aandacht gewenst is voor huishoudens

met kinderen. Onder de volwassenen is een focusverschuiving gewenst. De CSM (2023, Rapport I) constateert dat een volledig AOW netto ruim €200,per maand hoger ligt dan de bijstandsnorm voor mensen tot de AOW-leeftijd (zie bijlage A voor de inkomensgrenzen). Uit berekeningen blijkt dat AOWgerechtigden met een volledig AOW dan ook per maand het minst te kort komen en over het algemeen wat geld overhouden. Alleenstaanden tot de AOWleeftijd, de ouders van kinderen, jongeren in de overgang van 18- naar 18+ en AOW’ers met een onvolledig AOW worden door relevant maatschappelijke partners genoemd als financieel kwetsbare groepen waar meer aandacht voor nodig is. Verder is aandacht gevraagd voor mensen met schulden en werkende armen. Niet westerse achtergrond De aandacht voor mensen met een niet westerse achtergrond heeft raakvlakken met beleid inburgering. Uit de cijfers is niet verder te specificeren om welke achtergronden dit gaat. Deze inwoners kunnen problemen ervaren met Nederlandse taalvaardigheid. Vooralsnog is het beleid bij de uitvoering in Leidschendam-Voorburg dat er in de Nederlandse taal wordt gecommuniceerd. Beleidswijziging hierin vergt een wijziging in het communicatiebeleid in de volle breedte, dit is nu niet aan de orde. Op dit moment wordt wel de mogelijkheid geboden een tolk in te zetten bij gesprekken waar dit noodzakelijk bij is. In

Pagina 12

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

gesprekken met statushouders wordt ingezet op de minimaregelingen en wordt het aantal jaren van leven met een laag inkomen in het land van herkomst meegerekend bij de beoordeling van de individuele inkomenstoeslag. Inwoners met schulden De aandacht voor inwoners met schulden ligt op het snijvlak van het minimabeleid en beleid schuldhulpverlening. Op het moment van schrijven wordt het beleid schuldhulpverlening herzien op een aantal vooral technische punten. Het beleid van schuldhulpverlening zal gericht zijn op drie lijnen: preventie, vroegsignalering en curatie (schuldhulp en nazorg). Er wordt ingezet op educatie over geld en schulden om (grote) schuldenproblematiek te voorkomen. Voor de inwoners die al problematiek ervaren zet de gemeente in op hulpverlening en nazorg. Dit doet de gemeente ook voor ondernemers. Zoals geconstateerd bij de landelijke ontwikkelingen is er nu ook aandacht voor inwoners die vanwege schulden een besteedbaar inkomen op het wettelijk sociaal minimum hebben.

Werkende armen De gemeente kan de groep werkende armen niet goed in beeld krijgen. De gemeente is er wel alert op dat deze groep bereikt kan worden via specifieke initiatieven, al krijgt de gemeente ze dan niet direct in beeld als ‘werkende armen’. Het project rondom de energiecoaches is hier een voorbeeld van. Ook is de inzet van de maatschappelijke partners van belang bij het bereiken van de werkende armen. Verder zal een deel van de groep werkende armen waarschijnlijk ondersteund worden door de landelijke regelgeving op gebied van alleenverdieners en hiermee in beeld komen. Met betrekking tot de groep werkende armen worden vaak vragen gesteld over de armoedeval. In het volgende hoofdstuk wordt de armoedeval besproken.

Jongeren 18-/18+ Voor jongeren in de overgang van 18- naar 18+ zijn al een aantal dingen geregeld. De gemeente zet vooral in op het actiever attenderen van inwoners op dit bestaande aanbod. • Voor alleenstaande ouders bestaat de Alleenstaande Ouder kop (ALO-kop). De ALO-kop is een extra bedrag bovenop het kindgebonden budget. Wanneer deze ouder niet meer de volledige zorg heeft voor het kind en daardoor de ALO-kop op het kindgebonden budget verliest, kan deze ouder een garantietoeslag krijgen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het kind net 18 is geworden maar de studiefinanciering nog niet is ingegaan. Ter overbrugging kan de garantietoeslag aangevraagd worden. • In het geval van jongeren die bij de jeugdconsulent bekend zijn en in een traject zitten wordt tijdig tegen het bereiken van 18 jaar gekeken wat er aan ondersteuning nodig is, ook na het 18 worden. Indien ondersteuning nodig blijft wordt een warme overdracht naar bijvoorbeeld de Wmo geregeld.

Pagina 13

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Armoedeval Mensen met een laag inkomen hebben recht op inkomens­ondersteuning. Deze ondersteuning komt vanuit het Rijk in de vorm van toeslagen (zoals huur- en zorgtoeslag) en van de gemeente in de vorm van ­minimaregelingen en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Aan deze ondersteuning zijn inkomensgrenzen verbonden. Bij aanvaarding van betaald werk vanuit een uitkering is meestal sprake van een stijging van het inkomen. Het inkomen kan ook stijgen door een verhoging van bijvoorbeeld alimentatie of het pensioen naast het basis AOW. Doordat het inkomen stijgt, wordt inkomensondersteuning afgebouwd. Dit kan betekenen dat iemand uiteindelijk een lager besteedbaar inkomen kan overhouden dan vóór de inkomensstijging. Dit staat bekend als de armoedeval. De armoedeval beperkt het perspectief voor de ­toekomst.

kunnen ook “vrij besteedbaar” zijn, dit betekent dat een geldbedrag gegeven wordt dat door de inwoner zelf besteed kan worden. Wanneer deze kindregelingen (deels) “vrij besteedbaar” zijn, zoals in Voorschoten het geval is, heeft dit gevolgen voor het hele huishouden. Hiernaast is een rekenvoorbeeld gegeven. In de aanpassing van de minimaregelingen wordt rekening gehouden met deze bevindingen over de oorzaken van een groter risico op de armoedeval.

Rekenvoorbeeld Familie Verbeek heeft op dit moment een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Zij hebben twee kinderen. Daan zit op de basisschool en Marie zit op de middelbare school. De familie Verbeek maakt gebruik van de internetregeling en voor beide kinderen krijgen zij de tegemoetkoming School, Cultuur en Sport. Dit betekent dat de familie € 240,(internet) + € 238,- (tegemoetkoming PO) + € 500,(tegemoetkoming VO) = € 978,- extra per jaar te besteden heeft door de kindregelingen. Wanneer het inkomen van dit huishouden stijgt en tussen de 110% en 130% uitkomt, valt dit terug met €369,- per jaar naar €609,-. Wanneer het inkomen boven de 130% uitkomt, vervalt dit helemaal.

Uit onderzoek (KWIZ, 2023) blijkt echter dat werken in de regel wel loont: bij de meeste huishoudens stijgt het netto-inkomen als zij (meer) gaan werken, mits zij wel gebruik maken van de toeslagen en gemeentelijke regelingen waar zij voor in aanmerking komen. Wel kan de stijging minimaal zijn en zijn er uitzonderings­ situaties waarin er toch risico is op de armoedeval. De grootste veroorzaker van een risico op de armoedeval blijken de lokale regelingen te zijn (Stimulanz, 2019). Hoe meer regelingen in een gemeente, zeker wanneer dezelfde inkomensgrenzen gehanteerd worden voor verschillende regelingen, hoe groter de kans op een armoedeval. Dit risico komt het meest voor bij huishoudens met schoolgaande kinderen en maximale benutting van beschikbare (kind)regelingen. Naast de hoogte van de vergoeding en het hanteren van dezelfde grens wordt deze armoedeval versterkt wanneer vergoedingen worden gegeven per kind. Bij een stijgend inkomen vallen alle gemeentelijke vergoedingen voor alle schoolgaande kinderen weg. Ook een wijziging in samenstelling van een huishouden kan financiële gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer het (jongste) kind 18 jaar wordt en daardoor de kindregelingen wegvallen. De gevolgen van het wegvallen worden ook beïnvloed door de vorm waarin de vergoedingen vóór het bereiken van de 18-jarige leeftijd werden verstrekt.

Deze vergoedingen kunnen in natura verstrekt worden, dit betekent dat goederen direct verstrekt worden. Vergoedingen

Naast een concrete armoedeval spelen ook complexiteit, perceptie en gedrag een rol. De CSM (2023, Rapport II) wijst erop dat de wens om inkomensondersteuning zo gericht mogelijk vorm te geven heeft geleid tot een doolhof aan regelingen waarin burgers verdwalen. Zij weten niet meer waar zij recht op hebben, waar en hoe zij regelingen aan moeten vragen en welke voorwaarden gelden. Hierdoor ontvangen veel huishoudens niet de inkomensondersteuning waar zij recht op hebben of wordt er onverwacht teruggevorderd. Een instrument als ‘BerekenUwRecht’ kan helpend zijn om beter inzicht te krijgen in waar inwoners recht op hebben. Daarnaast kunnen inwoners door deze complexiteit niet goed overzien wat de gevolgen zullen zijn van de stap naar werk, samenwonen of kinderen krijgen. Dit kan ertoe leiden dat mensen niet durven te gaan werken. Er zijn ook inwoners die geen regelingen aanvragen door

Pagina 14

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

bijvoorbeeld schaamte. In thema 3 wordt verder uitgewerkt hoe de complexiteit verminderd kan worden waardoor gezorgd wordt voor meer voorspelbaarheid en toegankelijkheid, ook wanneer de persoonlijke situatie verandert.

Pagina 15

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Thema 2: Naar sociale participatie en meedoen, te beginnen op school De minimaregelingen zijn gericht op het kunnen participeren in de samenleving. Hoewel het Rijk verantwoordelijk is voor voldoende inkomen en bestaanszekerheid, zijn er toch huishoudens die in financiële bestaansonzekerheid leven. De gemeente heeft niet de rol en middelen om dit gat volledig op te vullen. Dit betekent niet dat de gemeente niets kan of wil doen voor deze huishoudens. Landelijk en lokaal is geconstateerd dat gemeentelijke minimaregelingen noodzakelijk zijn om rond te kunnen komen. De minimaregelingen creëren ruimte en rust om mee te kunnen doen en naar de toekomst te kunnen kijken. Uit de evaluatie in 2023 blijkt dat het gebruik en bereik van de minimaregelingen lijkt te zijn afgenomen. De oorzaak hiervan is niet duidelijk aan te wijzen, het is aan te nemen dat het komt door een combinatie van zaken. Voorbeelden van oorzaken van laag/minder gebruik zijn instantieangst, schaamte, trots, onbekendheid met regelingen, mismatch tussen aanbod en behoefte en de complexiteit van regelingen en aanvraagproces. De gemeente zet in op verhoging van het bereik onder andere door vereenvoudiging van het stelsel van regelingen en een versteviging van de maatschappelijke kracht.

Binnen thema 2 zijn de regelingen van het minimabeleid 2019-2022 verder onder de loep genomen en zijn de vragen gesteld: voor wie zijn de regelingen, wat voor soort regelingen zijn er en sluiten de regelingen aan bij behoeften van deze inwoners? In bijlage B is een overzicht te vinden van de regelingen van het minimabeleid 2019-2022.

Wat voor soort regelingen zijn er? Zoals aangegeven zijn alle minimaregelingen nodig om rond te kunnen komen. Globaal zijn de regelingen in te delen in twee typen regelingen. Er zijn regelingen die meer gericht zijn op inkomensondersteuning en regelingen die meer gericht zijn op participatie. Nauw gerelateerd aan de minimaregelingen is kwijtschelding. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting is voor inwoners met een laag inkomen een belangrijke regeling. Voor kwijtschelding geldt separaat kwijtscheldingsbeleid volgens de Invorderingswet, daarom wordt dit niet verder meegenomen in de vernieuwing van het minimabeleid. Wel wordt erkend dat het vaak om dezelfde inwoners gaat, daarom blijven we de verbinding zoeken tussen minimabeleid en kwijtscheldingsbeleid. Hieronder worden de soorten regelingen verder toegelicht zoals deze tot en met 2024 ingeregeld waren.

Voor wie zijn de regelingen? Zoals te lezen in de uitwerking van thema 1 waren de regelingen in het minimabeleid 2019-2022 vooral gericht op huishoudens met kinderen en AOW-gerechtigden. Groepen die volgens maatschappelijke partners door de deze regelingen niet genoeg geholpen worden zijn de alleenstaanden zonder kinderen en de ouders van kinderen, kortom de volwassenen tot de AOW-leeftijd. Dit terwijl zij wel de grootste groep vormen binnen de huishoudens met een inkomen tot 110%.

Pagina 16

Inkomensondersteunende regelingen Voor de financieel meest kwetsbare huishoudens is ondersteuning beschikbaar via inkomens­ ondersteunende regelingen. Deze regelingen zijn veelal gericht op huishoudens met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Deze regelingen geven inwoners meer bestedingsruimte voor onvoorziene en hoge noodzakelijke kosten. Hierdoor ontstaat meer rust en ruimte, wat indirect bijdraagt aan participatie. Het gaat hierbij om bijzondere bijstand, regeling chronisch zieken en gehandicapten, gemeentepolis, individuele inkomenstoeslag en de regelingen voor AOW-gerechtigden.

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Participatieregelingen

Kwijtschelding (geen minimabeleid)

Met de minimaregelingen wordt gewerkt naar sociale participatie, te beginnen op school. Daarom wordt er voor een bredere groep minimahuishoudens ingezet op regelingen die direct participatie faciliteren. Deze regelingen zijn veelal gericht op huishoudens met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. Het gaat hierbij om de kindregelingen en de regeling maatschappelijke participatie.

Er kan kwijtschelding gevraagd worden voor gemeentelijke belastingen (afvalstoffenheffing en de rioolheffing) en waterschap. Voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen geldt een inkomensgrens van maximaal 100% van de bijstandsnorm. Dit is wettelijk gezien de hoogste inkomensgrens die gesteld mag worden. Voor wat betreft de waterschapsbelasting, kan kwijtschelding gevraagd worden bij het hoogheemraadschap Rijnland.

Sluiten de regelingen aan? Er wordt erkend dat alle beetjes helpen bij huishoudens met een laag inkomen. Om deze inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen is het nodig dat de regelingen ook zo goed mogelijk aansluiten bij de behoeften van inwoners en teweegbrengen wat beoogd wordt met de regeling. Daarom hebben we alle regelingen kritisch bekeken en besproken, hieruit blijkt dat niet alle regelingen even goed aansluiten bij inwoners. Dit heeft verschillende redenen. Hieronder is per regeling aangegeven waarom (onderdelen van) regelingen minder goed aansluiten bij inwoners. Kindregelingen

Voor de kindregelingen geldt dat het inhoudelijk goede regelingen zijn. De ervaring is wel dat deze regelingen eenzelfde doel hebben en opstapelen. Er is behoefte om deze regelingen meer te bundelen waardoor er minder verschillende regelingen zijn. Ook verloopt de aanvraag op dit moment via verschillende wegen, dit is verwarrend voor inwoners.

Computer- en tabletregeling

Een computer en tablet wordt ervaren als nodig om te kunnen participeren. De vraag is waarom dit alleen voor kinderen zou zijn, er is behoefte aan een regeling voor volwassenen. Ook wordt de behoefte uitgesproken naar een bredere regeling waarmee inwoners meer keuze hebben in verschillende soorten digitale hulpmiddelen.

Internetregeling

Er worden vraagtekens gezet bij het nut en de noodzaak van de internetregeling. Inwoners hebben allerlei verschillende soorten pakketten en de vraag is of de gemeente hierin moet voorzien.

Gemeentepolis

Er is recent door de gemeente een contract gesloten met Zorg en Zekerheid. Er is hierbij gekozen voor een uitgebreidere polis dan in het verleden via Leidschendam-Voorburg, waaronder een verzekering voor tandartskosten. Ook geldt een vergoeding voor de eigen bijdrage WMO.

Bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten

De regeling chronisch zieken en gehandicapten wordt als te beperkt ervaren. Er zijn inwoners die blijvend hoge zorg- en ziektekosten hebben maar niet in aanmerking komen voor deze regeling, genoemde voorbeelden zijn mensen met ADHD en diabetes.

Pagina 17

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Regeling maatschappelijke participatie

Het idee achter deze regeling voor sociale participatie wordt als zeer positief ervaren. Maar, er is behoefte aan een pas vergelijkbaar met de Ooievaarspas in LeidschendamVoorburg. Aansluiten bij de Ooievaarspas is voor Voorschoten geen optie vanwege de gerichtheid van de Ooievaarspas op Den Haag. Voorschoten is meer gericht op de Leidse regio.

Bijzondere bijstand

De ervaring is dat bijzondere bijstand vaak wordt afgewezen. Er lijkt weinig ruimte te zijn voor maatwerk, of deze ruimte wordt niet gevoeld. Verder dient het prijzenboek voor duurzame gebruiksgoederen aangepast te worden op de gestegen prijzen. Ook blijkt bewindvoering een grote financiële post te zijn binnen de bijzondere bijstand.

Individuele inkomenstoeslag

Binnen deze regeling wordt onderscheid gemaakt in 6 verschillende huishoudsamenstellingen die de hoogte van de regeling bepalen. Dit onderscheid wordt ervaren als ingewikkeld. Ook staat in de verordening van de individuele inkomenstoeslag een marginale afwijking van €5,00 genoemd, dit wordt als een te beperkte afwijking ervaren. De marginale afwijking betreft hoeveel meer inkomen een inwoner mag hebben boven de gestelde inkomensgrens om toch gebruik te kunnen maken van een regeling. De behoefte is uitgesproken om deze grens te verhogen en zo mensen te kunnen blijven ondersteunen die nét boven de grens gaan verdienen.

Regeling AOWgerechtigden & witgoed regeling AOW-gerechtigden

De verdeling van regelingen gericht op AOW-gerechtigden in een deel maatschappelijke participatie en een deel witgoed wordt ervaren als onhandig. Ook wordt de regeling AOW-gerechtigden ervaren als een ruime regeling in vergelijking tot regelingen voor volwassenen, vooral gezien de landelijke bevinding dat huishoudens met een volledig AOW financieel het minst in de knel komen.

Pagina 18

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Thema 3: Zelf doen en eigen regie Binnen dit thema wordt gewerkt aan een systeem dat zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk is. Hierdoor kunnen inwoners (zoveel mogelijk) op eigen kracht en in eigen regie gebruikmaken van de minimaregelingen. Dit heeft te maken met het systeem van regelingen, het aanvraagproces en de dienstverlening. Systeem van regelingen Binnen het systeem van regelingen zijn er vier elementen die naar voren komen waar vereenvoudiging nodig is: 1) overlap in regelingen, 2) verschil in inkomensgrenzen, 3) verschil in huishoudtypes binnen regelingen en 4) verschil tussen gemeenten.

1

Ten eerste, zoals omschreven bij thema 2 (naar sociale participatie, te beginnen op school), lijken er verschillende regelingen te zijn met eenzelfde doel. Deze regelingen hebben geen directe overlap met elkaar, ze vullen elkaar aan maar gaan wel over hetzelfde onderwerp. • De Gemeentepolis en Bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten zijn allebei gericht op inwoners met hoge zorg- en ziektekosten. • De regeling maatschappelijke participatie en de Tegemoetkoming school, cultuur en sport zijn allebei gericht op sport en cultuurparticipatie voor kinderen. • De regeling AOW-gerechtigden en de regeling maatschappelijke participatie zijn allebei gericht op sociale participatie voor AOWgerechtigden. Daarnaast zijn er maatschappelijke partners die inwoners ook ondersteunen op onderwerpen binnen de gemeentelijke regelingen en hierop aanvullen, zoals uitgewerkt in thema 4. Dit leidt tot een stapeling van regelingen en toegangswegen, wat het systeem onnodig complex maakt. Het voorstel in het nieuwe beleid is om deze stapelingen zoveel mogelijk te beperken.

2

Ten tweede maken de verschillen in inkomensgrenzen die voor de diverse regelingen gelden, het systeem onnodig complex. Om de inkomensgrenzen aan te passen zijn er drie opties: 1) een draagkracht­ berekening per inwoner, 2) zoveel mogelijk dezelfde inkomensgrenzen hanteren voor verschillende regelingen, 3) per regeling een afnemend bedrag voor

verschillende inkomensgrenzen hanteren (‘glijdende schaal’). Deze opties hebben allen voordelen en nadelen. Er lijkt een uitruil te zijn tussen eenvoud en ‘hardheid’ van grenzen. Een eenvoudiger systeem voor inwoner en uitvoering betekent hardere grenzen gebaseerd op inkomen en een grotere val bij inkomensstijging. Zodra boven de gestelde grens verdiend wordt, vervalt een groot deel van de regelingen. Een complexer systeem voor inwoner en uitvoering betekent soepelere inkomensgrenzen en een kleinere val bij inkomensstijging. Daarbij moet er rekening mee worden gehouden dat hogere complexiteit gepaard gaat met hogere uitvoeringskosten, waardoor minder ondersteuning direct naar inwoners kan gaan. Met deze dilemma’s in gedachten wordt gekozen tussen een combinatie van een staffel op een aantal regelingen en een beperkt aantal inkomensgrenzen, passend bij de onderverdeling in regelingen die meer inkomensondersteunend werken (tot 110% van de bijstandsnorm) en regelingen die meer gericht zijn op participatie (tot 130% van de bijstandsnorm). Daarbij wordt de marginale afwijking verhoogd om het aantal schrijnende gevallen terug te dringen waarbij een paar euro in inkomensstijging leidt tot wegvallen of vermindering van regelingen. Deze marginale afwijking staat beschreven in de verordening van de individuele inkomenstoeslag.

In de praktijk werkt deze marginale afwijking ook door in de andere regelingen

3 4

Ten derde wordt het als complex ervaren dat er binnen regelingen onderscheid wordt gemaakt in groepen of huishoudtypen. Zo wordt bij de individuele inkomens­ toeslag een onderscheid gemaakt in zes verschillende huishoudtypen. Binnen de kindregelingen is er een onderscheid tussen kinderen op basisonderwijs en kinderen op voortgezet onderwijs. Hierdoor is minder inzicht in hoeveel een inwoner kan krijgen en wat er verandert als de gezinssamenstelling wijzigt. In het nieuwe beleid wordt voorgesteld om deze verschillen zoveel mogelijk te beperken. Ten vierde is naar voren gekomen dat complexiteit van het systeem wordt vergroot door de verschillen in regelingen tussen Voorschoten, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg. De kenmerken van minima­

Pagina 19

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

huishoudens en behoefte binnen regelingen blijken vergelijkbaar te zijn binnen deze drie gemeenten. Daarbij wordt de uitvoering van de regelingen voor deze drie gemeenten gedaan door Werk en Inkomen wat gepositioneerd is bij Leidschendam-Voorburg. Toch hebben de gemeenten op sommige vlakken verschillende regelingen (maatschappelijke participatie, regelingen voor AOW-gerechtigden en schoolspullen). Deze verschillen zijn lastig uitlegbaar richting de inwoner. Daarom is gekeken waar afstemming gevonden kon worden in de regelingen.

uitkeringsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden. Omdat uitkeringsgerechtigden een inlichtingenplicht hebben, is er al meer bekend van deze inwoners. Hierdoor hoeft minder bewijslast gevraagd te worden bij de aanvraag van minimaregelingen. Niet-uitkeringsgerechtigden hebben deze inlichtingenplicht niet waardoor altijd meer aanvullende informatie nodig is bij de aanvraag.

Aanvraagproces en dienstverlening Wanneer een inwoner een regeling wil aanvragen zijn er op dit moment per regeling verschillen in de manier van aanvragen. Voor sommige regelingen kunnen inwoners bij de snelbalie terecht of kunnen ze telefonisch geholpen worden, bij andere regelingen moet een inwoner bellen en daarna een papieren formulier invullen. Meer uniformiteit in de manier van aanvragen is wenselijk, er wordt onderzocht wat hierin mogelijk is. Bij het doen van de aanvraag, blijkt verder dat inwoners vaak en veel stukken moeten aanleveren. Vooral bij herhaalde aanvragen is behoefte aan vereenvoudiging of automatisering. Er wordt gekeken naar wat er binnen de wet en technische systemen mogelijk is om het aantal aan te leveren documenten te verminderen en het aanvraagproces te versimpelen. Voorbeelden van mogelijkheden die onderzocht worden zijn vermindering van aantal maanden bankafschriften, het gebruiken van één aanvraag­ formulier voor meerdere regelingen en het gebruiken van een inkomensverklaring. Bij de vereenvoudiging van het aanvraagproces dient rekening gehouden te worden met het verschil tussen

Om de dienstverlening te verbeteren zijn binnen de gemeente al enkele stappen gezet en de gemeente blijft gaandeweg verbeteringen doorvoeren wanneer dit mogelijk is. Consulenten krijgen bijvoorbeeld training in het leveren van maatwerk. Ook zijn de consulenten gestart met de nieuwe toets op het evenredigheidsbeginsel bij afwijzingen volgens de uitspraak van de CRvB zoals toegelicht bij de landelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt ingezet op verbetering in de samenwerking met maatschappelijke partners zoals verder uitgewerkt in thema 4. Op het moment van schrijven zijn er gesprekken gaande over het werken met consulenten op locatie. Werk en Inkomen vanuit Leidschendam-Voorburg denkt graag met Voorschoten mee in de mogelijkheden. Om consulenten op locatie te laten werken, zijn randvoorwaarden van belang, zoals het organiseren van een veilige werkplek. Ook is het belangrijk om efficiënt te kunnen blijven werken door bijvoorbeeld het plannen van meerdere gesprekken op één dagdeel. Deze randvoorwaarden worden meegenomen in de gesprekken. Verder blijft de gemeente in contact met inwoners en heeft de gemeente aandacht voor inwoners welke zich niet begrepen of gehoord voelen.

Pagina 20

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Thema 4: Maatschappelijke kracht verstevigen Buiten de gemeentelijke dienstverlening gebeurt er veel in de gemeente. Vrijwilligers, maatschappelijke organisaties, maatschappelijke initiatieven en particuliere initiatieven zijn van groot belang om de inwoners in kwetsbare situaties te ondersteunen. Deze partijen zijn nabij de inwoners en kunnen inspelen op specifieke situaties, ze zijn onderdeel van de sociale basis in Voorschoten. Aan de ene kant bieden deze partijen direct ondersteuning en stimuleren ze direct sociale participatie. Aan de andere kant signaleren ze problemen en kunnen ze inwoners doorverwijzen. De gemeente wil de maatschappelijke kracht faciliteren en verstevigen. Tegelijkertijd wil de gemeente genoeg ruimte laten om de maatschappelijke kracht zelf te laten bewegen en ontwikkelen. Initiatieven komen en gaan naar waar op dat moment behoefte aan is en waar energie zit in de samenleving. Vanuit een vaak persoonlijke motivatie kunnen inwoners en partners inspringen op behoeften en noden die op dat moment spelen, en op deze manier maatwerk bieden. Om de maatschappelijke kracht te faciliteren is actievere samenwerking gewenst. Partners en gemeente weten elkaar te vinden en durven elkaar vragen te stellen. Wanneer specifieke knelpunten vaker terugkomen en structureel worden kan de gemeente hier snel op inspelen.

Om dit te bewerkstelligen zijn er op het moment van schrijven al een aantal dingen ingeregeld. Zo is er kwartaaloverleg tussen maatschappelijke partners uit Voorschoten en de uitvoering vanuit Leidschendam-Voorburg. Voor individuele casuïstiek kunnen partners rechtstreeks telefonisch contact opnemen met consulenten.

Stichting Leergeld Stichting Leergeld biedt kinderen van 4 tot 18 jaar uit gezinnen met geldzorgen hulp om mee te kunnen doen en aansluiting te vinden bij andere kinderen. Leergeld Voorschoten kan zorgen voor een laptop of tablet, een verjaardagspakket, gymspullen en andere schoolbenodigdheden, fietsen, (sport)abonnementen en -sportkleding, zwemlessen en vergoedt onder bepaalde voorwaarden de overblijfkosten voor kinderen op de basisschool. Leergeld levert maatwerk aan gezinnen en kan hierdoor snel inspelen op veranderende omstandigheden. De Stichting vormt hiermee een aanvulling op het gemeentelijke minimabeleid. De Sociale Alliantie De Sociale Alliantie, gefaciliteerd door de armoede­ regisseur en de gemeente, is een samenwerking van verschillende organisaties die regelmatig bijeenkomen om te overleggen, informatie te delen en samen oplossingen te vinden. Het doel is betere ondersteuning te bieden aan mensen met financiële problemen en de hulpverlening te verbeteren. Sociale fondsen In Voorschoten, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg zijn sociale fondsen actief. Deze fondsen verlenen financiële hulp aan mensen die door bijzondere oorzaken in financiële probleemsituaties zijn geraakt en waarin wettelijke of voorliggende voorzieningen geen uitkomst kunnen bieden. In Voorschoten is een voorbeeld hiervan Stichting Urgente Noden.

Een aantal voorbeelden van organisaties uit het maatschappelijk veld worden hierna toegelicht. In de factsheet ‘Geldzorgen, Armoede en Schulden’ staat een overzicht van voorzieningen in het maatschappelijke veld van Voorschoten gericht op deze problematiek.

Pagina 21

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Financiële uitgangspunten De financiële positie van de gemeente blijft de komende jaren onzeker. Naar verwachting eerder negatiever dan positiever. De gemeente staat hiermee voor keuzes. Dit heeft tot de volgende financiële uitgangspunten geleid. Ten eerste wordt ingezet op de gemeentelijke verantwoordelijkheid, namelijk focus op sociale participatie en bieden van extra ondersteuning door maatwerk. Het is voor de gemeente niet mogelijk om de maandelijkse tekorten van de diverse huishoudens structureel op te lossen. De gemeente heeft hier niet de rol en middelen voor. Ten tweede is het streven om binnen de bestaande budgetten van de bijzondere bijstand en de minimaregelingen te blijven. In 2023 is de realisatie ruim € 425.000, exclusief de energietoeslag, gemeentepolis en kwijtschelding. In onderstaande tabel is weergeven hoe de uitgaven zijn uitgesplitst over de verschillende minimaregelingen. Regeling

Kosten 2023

Computerregeling

€

7.000

Internetregeling

€

7.500

Tabletregeling

€

3.000

Tegemoetkoming School, Cultuur, Sport PO

€

20.000

Tegemoetkoming School, Cultuur, Sport VO

€

21.000

Chronisch zieken/ gehandicapten

€

7.500

Regeling AOW-gerechtigden & Witgoed regeling AOW-gerechtigden

€

4.500

Bijzondere Bijstand Individueel

€

19.500

Bijzondere Bijstand Bewindvoering

€

67.500

Leenbijstand (duurzame gebruiksgoederen/babypakket/eerste huur)

€

94.000

Regeling maatschappelijke participatie

€

51.500

Individuele Inkomenstoeslag

€

90.000

Overig (waaronder studietoeslag)

€

32.000

Totaal

€ 425.000

Naast dit budget vanuit de minimaregelingen en bijzondere bijstand zijn er nog een aantal andere realisaties belangrijk om te noemen. Namelijk kwijtschelding gemeentelijke heffingen (€ 280.000), de subsidie voor Stichting Leergeld (€ 67.000) en de gemeentepolis (€ 58.250). Dit zijn aparte budgetten en staan naast het budget voor ­minimabeleid en bijzondere bijstand. Voor 2024 is € 405.000 begroot. Zonder wijzigingen in de regelingen zullen de kosten voor het minimabeleid beperkt toenemen door een aantal ontwikkelingen. Het gaat om de volgende zaken: 1. De indexering van het prijzenboek voor duurzame gebruiksgoederen, dit leidt tot een verwachte verhoging van 10% voor de duurzame gebruiksgoederen (onderdeel van leenbijstand duurzame gebruiksgoederen). 2. De uitspraak van de CRvB over inwoners met schulden (zie pagina 7), zij mogen in sommige gevallen ook gebruik maken van de minimaregelingen en bijzondere bijstand. In Voorschoten gaat het om ongeveer 14 huishoudens die hiermee extra ondersteund worden. Dit betreft een budget van ongeveer € 25.000 maximaal als al deze huishoudens alle regelingen aanvragen. De verwachting is dat niet al deze huishoudens gebruik gaan maken van alle regelingen.

Pagina 22

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Pagina 23

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Nieuw

beleid

Pagina 24

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Doelstellingen en monitoring De thema’s en uitgangspunten vertalen we naar een aantal doelen: 1.

2.

3.

4.

5.

Er is een overzichtelijk, voorspelbaar, toegankelijk en verdedigbaar pakket aan minimaregelingen, dat zich richt op de financieel meest kwetsbare inwoners en op kinderen en waarvan het streven is dat het bereik na 4 jaar met gemiddeld 10% per regeling is gestegen. Het pakket aan minimaregelingen sluit aan op de inkomens- en participatiebehoeften van de financieel meest kwetsbare inwoners en kinderen en wat nodig is om deze inwoners in staat te stellen mee te doen aan de samenleving. Het minimabeleid, het aanvraagproces en de dienstverlening dragen eraan bij dat inwoners (zoveel mogelijk) op eigen kracht en in eigen regie kunnen gebruikmaken van de regelingen. Er is een constructieve samenwerking tussen consulenten en vrijwilligers die door beide partijen als prettig en productief wordt ervaren en waar inwoners, beleid en uitvoering beter van worden. Het minimabeleid is een lerend stelsel dat zich mee ontwikkelt met nieuwe eisen, omstandigheden en inzichten.

Deze doelen worden op verschillende manieren gemonitord. Indien nodig en gewenst kunnen instrumenten vaker of minder vaak ingezet worden. Instrumenten die ingezet worden bij de monitoring zijn: 1. Armoedemonitor en/of Minima Effect Rapportage (elke vier jaar). Hiermee wordt gekeken naar het aantal minimahuishoudens, het gebruik en bereik van de regelingen, het effect van de regelingen op huishoudens en een eventuele armoedeval. 2. Klantervaringsonderzoek (elke vier jaar). Hiermee worden maatschappelijke partners en inwoners bevraagd op hun ervaringen met het minimabeleid. 3. Management rapportages (Marap). Hiermee wordt het gebruik van een aantal regelingen gemonitord. 4. Bijeenkomsten met maatschappelijke partners (twee keer per jaar). Hiermee houdt de gemeente contact met partners om het beleid en de dienstverlening te evalueren zodat tijdig bijgestuurd kan worden mocht dit nodig zijn.

Pagina 25

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Wat gaan we doen De uitwerking van de thema’s leidt tot een nieuw voorstel voor het minimabeleid. Hieronder staat toegelicht wat nieuw of anders gedaan wordt de komende jaren. Ook staat er bij uit welke thema’s de wijziging is afgeleid, de thema’s zijn: • • • •

Thema 1: Mensen in kwetsbare situaties Thema 2: Naar sociale participatie en meedoen, te beginnen op school Thema 3: Zelf doen en eigen regie Thema 4: Maatschappelijke kracht verstevigen

Het minimabeleid 2019-2022 richtte zich voornamelijk op kinderen, gevolgd door AOWgerechtigden. De cijfers en gesprekken pleiten voor een heroverweging van de focus. De inzet op ondersteuning van kinderen blijft gezien de gevolgen van armoede en uitsluiting voor hun ontwikkeling en toekomst. Ook blijkt uit landelijke en lokale berekeningen dat paren met kinderen het meest tekortkomen.

thema 1

De focus verschuift in het nieuwe minimabeleid van AOW-gerechtigden meer naar volwassenen in het algemeen. De regelingen worden tegen het licht van deze nieuwe focus gehouden.

thema 1

We hebben specifiek aandacht voor inwoners die door schulden een besteedbaar inkomen hebben onder de bijstandsnorm. Te beginnen met de huishoudens die vanwege een schuldhulpverleningstraject al bekend zijn bij de gemeente.

thema 1

In de actualisatie van het beleid Schuldhulpverlening wordt aandacht besteed aan het ondersteunen van inwoners bij het organiseren van de financiën en voorkomen van schuldenproblematiek. Ook wordt bij deze actualisatie onderzocht wat er mogelijk is via het adviesrecht of via maatschappelijke partners in het kader van bewindvoering.

thema 1, thema 2

Bij de intake en voorlichting van statushouders is extra aandacht voor de minimaregelingen. Zo wordt ook het aantal jaren van leven op een laag inkomen in het land van herkomst meegerekend bij het aanvragen van individuele inkomenstoeslag, waardoor het mogelijk wordt gebruik te maken van deze regeling.

thema 1

Een instrument zoals ’BerekenUwRecht’ wordt aangekocht en beschikbaar gesteld voor maatschappelijke partners en consulenten. Hiermee kunnen maatschappelijke partners inwoners helpen meer inzicht te krijgen in waar ze recht op hebben en wordt meer perspectief geboden.

thema 1

Regeli n maats gen zijn chapp elijk rechtv a en uit ardig legba ar

We bieden pectief s r e p s r e n o inw & hoop Pagina 26

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Door vereenvoudiging van de regelingen en het systeem, verbetering van de dienstverlening en de versteviging van de maatschappelijke kracht wordt gezorgd voor meer voorspelbaarheid en toegankelijkheid. Inwoners weten wat ze kunnen verwachten, ook wanneer hun situatie verandert. Hierdoor weten mensen aan te vragen waar ze recht op hebben en hebben inwoners meer perspectief.

thema 1, thema 2, thema 3

De marginale afwijking zoals opgenomen in de verordening Individuele inkomenstoeslag wordt verruimd. Hierdoor wordt een eventuele armoedeval vanwege een minimale inkomensstijging beperkt.

thema 2, thema 3

De computer- en tabletregeling worden gebundeld tot een ‘tegemoetkoming digitale middelen’ waarin de inwoner zelf kan kiezen welk middel het best passend is voor de eigen situatie. Ook wordt deze regeling beschikbaar voor alle huishoudens, onafhankelijk van het hebben van kinderen of niet. In onze huidige samenleving zijn digitale middelen namelijk nodig om goed te kunnen participeren. Denk aan solliciteren, digitale cursussen en het aanvragen van regelingen en toeslagen van de overheid. Bij het aanvragen van deze regeling wordt het aanbod van cursussen op gebied van digitale vaardigheden, zoals gegeven in de bibliotheek, expliciet onder de aandacht gebracht.

thema 1, thema 2, thema 3

Op het moment van schrijven is de gemeente in gesprek met de gemeente Leiden over de mogelijkheden van aansluiting bij de Leidse Sleutelpas. Deze gesprekken worden de komende tijd voortgezet, maar Leiden moet eerst zelf duidelijkheid hebben voordat ze met Voorschoten in gesprek kunnen gaan over verdere stappen: verwijderen en vervangen voor. De Leidse gemeenteraad heeft voor de zomer besloten om groen licht te geven voor daadwerkelijke invoering van de Leidsche pas. Over eventuele aansluiting van andere gemeentes worden binnenkort de gesprekken opgestart.

thema 2

Het prijzenboek voor duurzame gebruiksgoederen wordt aangepast zodat dit meer passend is bij het prijspeil.

thema 2

Door toepassing van de driestaps toets, volgens de uitspraak van de CRvB (zie pagina 7), wordt bijzondere bijstand vaker en met meer maatwerk toegekend. We organiseren meer ruimte voor de consulenten voor het leveren van maatwerk.

thema 2

We maken gelijk o m n e o d e e m We str even naar i ndivid uele auton omie

Pagina 27

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

De internetregeling sluit niet goed aan op de behoefte van inwoners. Om te verbeteren op regelingen die wel goed aansluiten komt deze regeling te vervallen. De middelen worden toegevoegd aan de tegemoetkoming digitale middelen voor volwassenen.

thema 2

De huidige gemeentepolis is uitgebreid ten opzichte van de voorgaande. Dit maakt dat de regeling chronisch zieken en gehandicapten kan vervallen.

thema 2, thema 3

De kindregelingen worden vereenvoudigd. Er komt een tegemoetkoming voor huishoudens met kinderen van 0-18 jaar. Hiermee ondersteunen we ook huishoudens met kinderen van 0-4 jaar. Het totaal aan te vragen bedrag wordt gemaximeerd op 3 kinderen. Het uitgangspunt hierbij is dat de kosten per kind minder worden bij het toenemen van het aantal kinderen. Daarbij wordt ook de armoedeval beperkt door het maximeren op 3 kinderen. Gemiddeld heeft een gezin 2 kinderen. In deze regeling is een staffel ingebouwd waarmee huishoudens tot 110% een hogere tegemoetkoming krijgen dan huishoudens tussen de 110-130%.

thema 1, thema 2, thema 3

Er wordt gekozen voor een combinatie tussen een beperkt aantal inkomensgrenzen (passend bij de onderverdeling van inkomensondersteunende maatregelen op 110% en participatieregelingen op 130%), een staffel binnen de kindregelingen op 110-130%, en een verruiming van de marginale afwijking.

thema 3

Bij het aanvraagproces wordt beter gebruikgemaakt van de gegevens waar de gemeente over beschikt via SUWI (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen). We beperken het aantal aan te leveren documenten naar het minimaal noodzakelijke. Hierbij zit uiteraard een verschil tussen uitkeringsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden. We streven naar het kunnen afgeven van één inkomensverklaring voor de verschillende regelingen.

thema 3

Bij het aanvragen van een algemene uitkering worden ook de minimaregelingen betrokken, waarbij het streven is om met één aanvraagformulier te werken dat digitaal toegankelijk is. Ook voor niet-uitkeringsgerechtigden is het streven om dit digitale aanvraagproces voor minimaregelingen mogelijk te maken.

thema 3

Buiten de minimaregelingen wordt er vanuit de samenleving veel ondersteuning geboden aan inwoners. De gemeente zet in op het verstevigen van de maatschappelijke kracht. De gemeente blijft in gesprek en in verbinding met maatschappelijke partners. (Minimaal twee keer per jaar overleg).

thema 3

We maat staan vo or werk , e en perso onlijk voud & e hul p

en We hebb de oog voor voering t i u e l a k lo

Pagina 28

Dynamisch minimabeleid 2024 en verder

Vernieuwde regelingen Zoals te lezen in het vorige hoofdstuk worden een aantal regelingen aangepast, toegevoegd of verwijderd. Hieronder staat een overzicht van de nieuwe regelingen en wat daarmee verandert ten opzichte van het voorgaande beleid. Op basis van deze regelingen wordt in de volgende hoofdstukken een begroting opgesteld. Inkomensondersteunende regelingen

Inkomensgrens

Toelichting

Wat is er veranderd?

Individuele inkomenstoeslag

< 110%

€ 450,- per huishouden per jaar. Bij 3 jaar of langer een inkomen tot 110%, leeftijd tussen 21 en pensioengerechtigd.

Eenzelfde bedrag voor alle type huishoudens. Voorheen werd een onderscheid gemaakt in zes verschillende typen huishoudens.

Regeling AOW gerechtigde leeftijd

< 110%

€175,- per huishouden per jaar wanneer pensioengerechtigd.

De twee regelingen voor inwoners met een AOW gerechtigde leeftijd zijn samengevoegd tot één regeling die elk jaar aangevraagd kan worden. Het bedrag is verlaagd gezien de bevinding dat inwoners met een AOW gerechtigde leeftijd meer landelijke ondersteuning krijgen. Het hierdoor vrijgekomen budget komt ten goede aan bijvoorbeeld de tegemoetkoming digitale middelen voor huishoudens (waar inwoners met een AOW-gerechtigde leeftijd ook gebruik van kunnen maken).

Bijzondere Bijstand

< 110%

Bijzondere, noodzakelijke kosten zoals verhuizing, kosten voor een bewindvoerder of eigen bijdrage rechtshulp.  

Bij het behandelen van de bijzondere bijstand aanvragen wordt het evenredigheidsbeginsel toegepast zoals toegelicht bij de landelijke ontwikkelingen.

Tegemoetkoming huishoudens met kinderen tot 18 jaar

< 110% 110-130%

Huishoudens met 1 kind: €300,- per jaar (tot 110%) of €150,- per jaar (110-130%). Huishoudens met 2 kinderen: €400,- per jaar (tot 110%) of €200,- per jaar (110130%). Huishoudens met 3 of meer kinderen: €500,- per jaar (tot 110%) of €250,- per jaar (110-130%). Vrij besteedbare tegemoetkoming voor extra kosten van kinderen.

Voorheen was de tegemoetkoming voor kinderen op het PO en VO/MBO/BOL. In deze tegemoetkoming wordt geen onderscheid meer gemaakt in de leeftijd van kinderen. Deze regeling is nu ook beschikbaar voor ouders met kinderen van 0-4. De tegemoetkoming is gemaximeerd op 3 kinderen om de armoedeval te beperken. Ook is er een staffel ingebouwd om de armoedeval te beperken.

Tegemoetkoming digitale middelen voor huishoudens

< 110%

€ 200,- per huishouden per 5 jaar. Tegemoetkoming om te voorzien in een digitaal middel.

Digitale middelen zijn noodzakelijk in de huidige digitale samenleving. Deze regeling is nieuw toegevoegd om volwassenen hierin tegemoet te komen.

Gemeentepolis

< 130%

Sinds 1 januari 2024 is Zorg en Zekerheid de nieuwe aanbieder van de collectieve zorgverzekering voor minima. Met de gemeentepolis hebben inwoners de basisverzekering Zorg Zeker Polis. Daarnaast kunnen ze kiezen uit drie aanvullende verzekeringen: AV-gemeente Basis voor zeer laag zorggebruik, AVgemeente Standaard voor laag zorgverbruik en AV-gemeente Top voor hoog zorggebruik. Al deze aanvullende verzekeringen hebben standaard een tandartsvergoeding.

Gezien de uitbereiding van de gemeentepolis is de regeling chronisch zieken en gehandicapten vervallen. De gemeentepolis bestaat uit een Zorg Zeker Polis (basisverzekering) en keuze uit 3 aanvullende verzekeringen voor verschillende zorgnehoeften. Er vallen veel zorgkosten voor chronisch zieken en gehandicapten onder de basisverzekering. Wel heeft men te maken met een eigen risico van € 385 per jaar en in sommige gevallen heeft men een eigen bijdrage te betalen. Het eigen risico kun je eventueel vooraf in 10-maandelijkse termijnen vooruit betalen. Als men het eigen risico niet of gedeeltelijk niet verbruikt in het lopende verzekeringsjaar krijgt men het niet verbruikte eigen risico teruggestort in de maand maart het jaar erop.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=dc5f388a-2b25-4567-80db-fdddcb7a2337