CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidsplan Sociaal Domein 'Voorschoten, Goed voor Elkaar'

Gemeenteraad Voorschoten 6 maart 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Beleidsplan Sociaal Domein14.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kindermishandeling en huiselijk geweld (Veilig Thuis) Het aantal meldingen, voornamelijk (vermoedelijke) kindermis­ handeling en signalen van geweld tussen (ex)partners bij Veilig Thuis is gestegen.

30 Dashboard - Jeugd en jeugdhulpverlening - Voorschoten 31 Dashboard - Jeugd en jeugdhulpverlening - Voorschoten

Gemiddeld per 10.000 huishoudens zijn er in 2023 158 meldingen gedaan (in 2022 154). In Voorschoten wordt er vaker melding gedaan dan in de rest van de regio (2023 154 meldingen HM32). De GGD weet niet of het relatief hogere aantal meldingen bij Veilig Thuis in Voorschoten komt doordat onze inwoners en professionals sneller melden of dat er sprake is van meer situaties waarin sprake is van kindermishandeling en huiselijk geweld in Voorschoten.

Maatschappelijke ondersteuning voor volwassenen Er wonen relatief gezien veel inwoners van 65 jaar33 en ouder in Voorschoten (24,5%). Met het ouder worden neemt de behoefte aan hulp toe. Dit heeft gevolgen voor het beroep dat op de Wmo wordt gedaan. Er wonen veel oudere inwoners zelfstandig in Voorschoten, 95,7%34 (95,1% NL) van de inwoners van 70 jaar en ouder woont zelfstandig en 4,3% (4,9% NL) woont in een instelling. Sinds 2021 is het aantal inwoners dat maatwerkondersteuning vanuit de Wmo ontvangt in Voorschoten gestegen van 1.40535 2021 naar 1.430 inwoners in 2023. De verwachting is dat dit aantal blijft stijgen. Dit staat op gespannen voet met het tegelijkertijd groeiend tekort aan zorgpersoneel.

Huishoudelijke ondersteuning Sinds de invoering van een vaste eigen bijdrage (abonnementstarief) voor de Wmo vanaf 2019 kunnen huishoudens gebruik maken van bepaalde Wmo-voorzieningen voor een vast tarief van €19 per maand. Dit is ongeacht inkomen, vermogen of gebruik. Door dit abonnementstarief is het aantal aanvragen en toewijzingen voor huishoudelijke ondersteuning toegenomen. Het aantal toewijzingen 32 Aantallen en tabel: Dashboardthemas - Veilig Thuis - Voorschoten (eengezonderhollandsmidden.nl) 33 Voorschoten in Cijfers - Gemeente Voorschoten 34 Waar staat je gemeente 2023 35 StatLine - Wmo-cliënten; type maatwerkvoorziening (detail), regio

Beleidsplan Sociaal Domein

31

H U LP E N O N D E R S T E U N I N G

huishoudelijke ondersteuning is van 590 (2021) naar 610 gegaan (2023). Per 1 januari 2026 wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen.

Maatschappelijke Zorg: maatschappelijke opvang en beschermd wonen De maatschappelijke zorg heeft betrekking op de meest kwetsbare mensen in onze samenleving en gaat over twee vormen van hulp: maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Maatschappelijke zorg, werk, inkomen en schulden zijn nauw met elkaar verbonden. Financiële problemen en schulden zijn namelijk een terugkerend thema bij de meeste mensen die gebruik maken van maatschappelijke zorg en kunnen dakloosheid veroorzaken. – Maatschappelijke opvang : mensen die dakloos zijn of dreigen te raken De maatschappelijke opvang is voor mensen die dakloos zijn of dreigen te raken, geen netwerk hebben en daarnaast te kampen hebben met multiproblematiek. Door de woningnood groeit het aantal mensen zonder woning gestaag. Echtscheiding, schulden, verlies van werk, faillissement, huisuitzetting omdat iemand de huur niet meer kan betalen of gebrek aan ondersteuning bij ziekte of verslaving kunnen leiden tot dakloosheid. Vaak gaat het om een combinatie van bovenstaande factoren. Uit de ETHOS-telling in Holland Rijnland36 blijkt dat er 20 volwassenen en 13 kinderen dakloos en thuisloos waren op de dag van de telling in Voorschoten. In 2023 zijn 7 inwoners opgevangen in de maatschappelijke opvang.

36 ETHOS-telling in Holland Rijnland (2024)

32 Beleidsplan Sociaal Domein

– Beschermd wonen: wonen met ondersteuning voor kwetsbare mensen Wonen met ondersteuning37 is de benaming die in de Leidse regio wordt geven voor “beschermd wonen”. Wij zijn wettelijk verplicht om als gemeente huisvesting te regelen voor inwoners die niet, of niet goed, in staat zijn om in een reguliere woonomgeving zelfstandig te wonen. Wij hebben een opbouwopgave, want wij hebben nu geen woonvoorzieningen in Voorschoten. Een deel van de mensen met GGZ-problematiek kan gewoon thuis blijven wonen met “ambulant plus”, zodat zij niet hoeven te verhuizen naar een woonvoorziening. Dit is ambulante begeleiding die ook op niet geplande momenten, zoals ’s avonds en in de weekends ingeroepen kan worden. In de regio is afgesproken dat elke gemeente twee “scheve huisjes” bouwt voor mensen die niet in een gewone woonwijk kunnen wonen. Het besluit is genomen dat in 2026 Voorschoten beschikt over twee scheve huisjes waarin twee cliënten van De Binnenvest een veilige woonomgeving wordt geboden.

5.2 Waar kan een inwoner terecht? Voorschoten voor Elkaar Er zijn veel plekken in Voorschoten waar inwoners terecht kunnen voor hulp of advies. Onze welzijnspartner VVE speelt als welzijnsorganisatie hier een belang­rijke rol in. VVE kan vaak iets voor een inwoner betekenen in de vorm van informatie en advies of lichte ondersteuning. Dit zijn vrij toegankelijke voorzieningen, waar geen verwijzing van een wettelijke verwijzer voor nodig is. 37 Wonen met ondersteuning is een andere naam voor Beschermd Wonen

H U LP E N O N D E R S T E U N I N G

Integrale toegang Er wordt eerst gekeken of er voldoende gebruik is gemaakt van de beschikbare preventieve voorzieningen. Als er hulp nodig is waar wel een indicatie voor nodig is, dan kan een inwoner terecht bij de integrale gemeentelijke toegang. De gemeentelijke toegang bestaat uit een consulententeam, een gedragswetenschapper voor de Wmo en Jeugd en een uitvoeringslink met Werk en inkomen. De gemeentelijk consulent gaat in gesprek met een inwoner om duidelijk te krijgen bij welke ondersteuning de inwoner het meeste baat heeft. Bijvoorbeeld een woningaanpassing of dagbesteding voor kinderen met een licht verstandelijke beperking. De inschatting of de hulpvraag van de inwoner onder de Jeugdwet of Wmo valt, is vanaf 2025 weer volledig in handen van de gemeente. Voor verwijzingen naar specialistische jeugdhulp kan een inwoner, naast de gemeentelijke toegang, ook bij andere wettelijke verwijzers terecht. Andere wettelijke verwijzers die naar specialistische jeugdhulp mogen verwijzen zijn; de jeugdarts, huisarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling (GI) en de rechter. Alle Wmo verwijzingen verlopen via de gemeentelijke toegang. Dit betreft onder andere huishoudelijke hulp, maatschappelijke opvang en beschermd wonen.

Maatschappelijke zorg (maatschappelijke opvang en beschermd wonen) Maatschappelijke zorg is de zorg en ondersteuning aan mensen die hun leven niet (meer) zelfstandig kunnen vormgeven.

Voor de groep die 24/7 ondersteuning en toezicht nodig heeft is er een maatschappelijke opvang in ‘De Nieuwe Energie’ in Leiden. Wij hebben lokale opvang in de ‘Marijkeschool’ voor gezinnen en een ‘Friendswoning’ voor dakloze jongeren in de ‘Noortheystraat’. Ook kunnen inwoners van Voorschoten opgevangen worden in de opvang van de andere vier gemeenten van de Leidse regio. De verwijzing van beschermd wonen verloopt via onze gemeen­ telijke toegang. Beschermd wonen, anders gezegd ‘wonen met ondersteuning’ is voor volwassenen en ouderen met psychische of psychosociale problemen die op niet planbare momenten, dus ook ’s avonds of in het weekend hulp nodig hebben. Tijdens een verblijf in een locatie voor wonen met ondersteuning wordt toegewerkt naar zelfstandig wonen. Wij hebben zelf nog geen woonvoorzieningen, mensen kunnen daarvoor terecht in de Leidse regio. In 2027 komen 20 woningen beschikbaar in Huize Bijdorp. De mensen die een woonvoorziening verlaten maar nog wel ambulante ondersteuning nodig hebben, kunnen terecht in de daarvoor aangewezen sociale huurwoningen in Voorschoten (contingentenregeling).

Veilig Thuis Als een jeugdige of volwassene in een onveilige thuissituatie zit of als een inwoner iemand kent in een onveilige situatie, bijvoorbeeld bij mishandeling dan kan een inwoner contact opnemen met de organisatie Veilig Thuis. Medewerkers van Veilig Thuis luisteren naar het verhaal van de inwoner, geven advies en kijken samen met de inwoner (jong en oud) welke hulp er nodig is.

Maatschappelijke opvang is voor inwoners die geen dak boven hun hoofd hebben, geen inkomen en geen netwerk hebben en te kampen hebben met bijkomende verslavingsproblematiek of GGZproblematiek. De toegang tot maatschappelijke opvang wordt gedaan door zorgorganisatie ‘De Binnenvest’.

Beleidsplan Sociaal Domein

33

H U LP E N O N D E R S T E U N I N G

5.3 Wat willen wij bereiken? Wij willen bereiken dat minder inwoners specialistische hulp nodig hebben, doordat meer inwoners passende ondersteuning ontvangen vanuit het preventieve aanbod. Wij willen dat er tijdig passende specialistische hulp nodig is voor de inwoners voor wie dit noodzakelijk is. Meer inwoners hebben een veilige thuissituatie en meer jeugdigen groeien veilig op en kunnen zich maximaal ontwikkelen in een veilige omgeving. Jeugdigen en gezinnen doen alleen een beroep op specialistische jeugdhulp als dit echt noodzakelijk is. Jeugdigen en gezinnen kunnen laagdrempelig en dichtbij huis terecht met hulpvragen. Meer hulpvragen die bij het gewone leven horen, worden ook gewoon en duurzaam, dus binnen het eigen netwerk opgelost. Meer inwoners worden zonder indicatie geholpen. Wij streven naar kortere wachttijden in de specialistische hulp en werken hier samen aan met gemeenten en aanbieders uit de regio.

Maatschappelijke doel

Maatschappelijke resultaten

Inwoners zijn zelfredzaam en kunnen zo lang mogelijk de regie over hun eigen leven houden.

Meer inwoners met een ondersteuningsbehoefte kunnen thuis blijven wonen. Minder volwassenen worden met specialistische hulp geholpen

Inwoners groeien gezond en veilig op en kunnen zich maximaal ontwikkelen

Meer inwoners hebben een veilige thuissituatie. Meer jeugdigen groeien veilig op. Minder jeugdigen in specialistische jeugdhulp.

Er is een duurzaam systeem voor zorg en ondersteuning. De ondersteuning vindt dicht bij huis plaats

Jeugdigen en gezin kunnen laag­ drempelig en dicht bij huis terecht met hulpvragen Meer hulpvragen die bij het gewone leven horen, worden ook gewoon en duurzaam, dus binnen het eigen netwerk opgelost (normaliseren). Meer inwoners die wonen met onder­ steuning nodig hebben vanwege GGZproblematiek, kunnen in Voorschoten blijven wonen.

Inwoners die hulp nodig hebben, krijgen de juiste ondersteuning op tijd.

Meer inwoners worden zonder indicatie geholpen. Kortere wachttijden in de specialistische zorg, tenzij dit zeer specialistische hulp betreft.

34 Beleidsplan Sociaal Domein

6. Regionale samenwerking

Beleidsplan Sociaal Domein

35

R E G I O N A LE SA M E N WE R K I N G

Bestuurlijke zelfstandigheid is essentieel om grip te houden op onze voorzieningen. Om deze zelfstandigheid te kunnen behouden dienen wij wel op meerdere gebieden samen te werken in de regio. De taken binnen het sociaal domein worden immers steeds omvangrijker en vragen om een integrale en regionale aanpak. Er zijn taken die regionale samenwerking eisen vanuit een wettelijke grondslag, zoals de Jeugdwet. Los van de wettelijke grondslag kunnen wij als gemeente niet alle taken alleen oppakken. Wij werken daarom regionaal samen om de kwaliteit en efficiëntie van hulp en ondersteuning voor de inwoners te waarborgen en om kennis en middelen te bundelen.

Participatie. Zo kunnen wij preventieve ondersteuning en geïndiceerde hulp bij dezelfde partners (laten) organiseren. Dit komt de hulp aan onze inwoners ten goede en geeft duidelijkheid aan betrokken organisaties en professionals. Wij kopen samen hulp en ondersteuning in, zodat niet iedere gemeente deze capaciteit, deskundigheid en ervaring zelfstandig hoeft te organiseren. Zo houden wij de administratieve lasten voor aanbieders zo gelijk en eenvoudig mogelijk. Regio Holland Rijnland

Hillegom

Een goede dienstverlening aan onze inwoners heeft altijd prioriteit, zelfs als regionale samenwerking soms ten koste gaat van eigen beleidsruimte38 . Wij maken duidelijke afwegingen over welk beleid wij in Voorschoten maken en voor welk beleid wij gebruik willen maken van de regio. Wij hebben oog voor het feit dat wij als gemeente zeer beperkte zeggenschap (rond de 5%) hebben in de regio. Wij nemen dit feit mee in de afweging van onze ambtelijke inzet in de regio.

Noodwijk Lisse

Teylingen Katwijk

Oegstgeest Leiden

Kaag en Braasem Nieuwkoop

Leiderderop

Voorschoten Zoeterwoude

6.1 Regionale samenwerking: met wie en op welke onderdelen? In de eerste plaats richten wij ons bij regionale samenwerking tot de Leidse regio. Afgelopen periode hebben wij overstappen gemaakt naar andere samenwerkingspartners binnen het sociaal domein. Wij willen nog meer met de Leidse regio gaan samenwerken om meer integraal te kunnen sturen op de hulp en ondersteuning vanuit Wmo, Jeugd en 38 Coalitieakkoord 2022-2026

36 Beleidsplan Sociaal Domein

Alphen aan den Rijn

Wmo Per 2023 hebben wij voor de Wmo een overstap gemaakt van de regio Haaglanden naar de Leidse regio. Voor de Wmo voorzieningen maatschappelijke opvang en beschermd wonen, werken wij ook samen in de Leidse regio en voor de hoog specialistische voorzieningen werken wij samen op het niveau van alle 13 gemeenten van Holland

R E G I O N A LE SA M E N WE R K I N G

Rijnland. Er is voor de Wmo geen wettelijke verplichte vastgelegde samenwerking. Afstemming van beleid is samen met de gemeenten van de Leidse regio. Wij leveren ambtelijke capaciteit en betalen voor capaciteit op het gebied van Wmo en contractmanagement. Wij werken met een samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg samen in de Leidse regio. Wij leveren ambtelijke capaciteit en wij betalen voor specialistische vormen van zorg samen met de gemeenten uit Holland Rijnland. Wij leveren ambtelijke capaciteit samen met de gemeenten uit Holland Rijnland. Hier werken wij ook met een samenwerkingsovereenkomst maatschappelijke zorg Holland Rijnland.

Leiden gaan maken, wij ook een overstap naar de Arbeidsmarktregio Holland Rijnland gaan maken. Omdat de dienstverlening voor werk­ zoekenden uit onze gemeente namelijk moet samenhangen met de dienstverlening voor werkgevers. Regio Hollands Midden

Hillegom Noodwijk Lisse

Jeugd Per 2024 hebben wij de overstap gemaakt van de Jeugdhulpregio Haaglanden naar de Jeugdhulpregio Holland Rijnland. Er wordt voor het afstemmen van beleid en voor de inkoop van voorzieningen met de regio gewerkt. Wij betalen voor de beleidssamenwerking. Wij werken voor jeugd samen met de gemeenten uit Holland Rijnland in een gemeenschappelijke regeling (GR) in een bedrijfsvoering organisatie Service Organisatie Zorg (SOZ) Holland Rijnland en betalen voor ondersteunende diensten.

Werk en inkomen Wij werken voor Werk en Inkomen (W&I) samen met Gemeente Leidschendam-Voorburg (en Wassenaar). Gemeente Leidschen­ dam-Voorburg maakt het beleid en doet de uitvoering van W&I (o.a. Participatiewet, Wet schuldhulpverlening, Wet inburgering) voor Voor­­schoten op basis van een samenwerkingsovereenkomst. De W&I consulenten die inwoners uit Voorschoten helpen, zijn in dienst van Leidschen­dam-Voorburg. Wij zijn nog aan het onderzoeken of we de uitvoering van W &I niet beter kunnen beleggen bij de gemeente Leiden. Wij werken nu samen met de Arbeidsmarktregio Zuid Holland Centraal. Wij hebben de wens, dat als wij een overstap voor W&I naar

Teylingen Katwijk

Oegstgeest

Kaag en Braasem Nieuwkoop

Leiden

Leiderderop

Leidse regio Voorschoten Zoeterwoude

Alphen aan den Rijn

Bodegraven-Reeuwijk Waddinxveen Gouda Zuidplas

Krimpenerwaard

Beleidsplan Sociaal Domein

37

R E G I O N A LE SA M E N WE R K I N G

Leerplicht, urgentiecommissie wonen en regiotaxi

Laaggeletterdheid

In de gemeenschappelijke regeling (GR) Holland Rijnland werken wij met de 13 gemeenten uit Holland Rijnland samen. Zij voeren leerplicht (Bureau Leerrecht), urgentiecommissie wonen en de regiotaxi voor ons uit.

Vanuit de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) werkt de gemeente Voorschoten samen met de gemeenten Zoetermeer, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar. Deze samen­­­ werking is vastgelegd in de ‘Samenwerkingsovereenkomst Laag­­ geletterdheid WEB 2025, regio Zuid-Holland Centraal’. De gemeen­te Zoetermeer is aangewezen als contactgemeente voor de aanpak van laaggeletterdheid en de WEB voor de regio Zuid-Holland Centraal.

Gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming In de gemeenschappelijke regeling (GR) Hecht werken wij met 18 gemeenten uit Holland Midden39 samen op het gebied van de Gemeen­telijke gezondheidsdienst (GGD), Regionale Ambulance voor­ ziening (RAV), en het Zorg en Veiligheidshuis (ZVH). De GR Hecht is een openbaar lichaam en doet voor ons de uitvoering en het beleid op het gebied van gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming. Het plan van aanpak Gezond en actief leven Voorschoten40 vormt ons lokale gezondheidsbeleid. In dit plan is de stip op de horizon een gezonde generatie in 2040.

Onderwijs Voor het Passend onderwijs is Voorschoten ingedeeld bij de Leidse regio. Wij nemen actief deel aan het regionaal op overeenstemming gericht overleg (OOGO) Passend onderwijs (PO). In het Samen­ werkingsverband Passend Onderwijs Primair onderwijs en Voortgezet onderwijs werken wij samen met de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegst­ geest, Kaag en Braassem, Zoeterwoude, Voorschoten en Wasse­naar. Leerplicht verloopt via de GR Holland Rijnland.

39 Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noord­wijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Zoeterwoude en Zuidplas. 40 Informatiebrief Plan van aanpak GALA 38 Beleidsplan Sociaal Domein

7. Zo geven wij sturing aan het Sociaal Domein

Beleidsplan Sociaal Domein

39

ZO G E V E N W I J S T U R I N G A A N H E T S O C I A A L D O M E I N

De stijgende kosten in het sociaal domein, de open eind regeling van verschillende wetten, gemeenschappelijke regionale regelingen (waar onder andere gezamenlijk de tarieven worden bepaald) en de uitvoering van activiteiten door maatschappelijke partners kan een gevoel van gebrek aan grip oproepen. Het sociaal domein is een complex veld. Om te kunnen sturen is het van belang om de samenhang tussen al deze onderdelen te begrijpen. Wij willen immers weten of de acties die wij inzetten leiden tot het beoogde maatschappelijk resultaat. Het bereiken van een maat­ schappelijk resultaat is vaak niet toe te schrijven aan één bepaalde actie. Wij zien de volgende sturingsmogelijkheden: • sturing op preventie in een duidelijkere rol van opdrachtgever en opdrachtnemer • sturing via de toegang op specialistische hulp • sturing vanuit P&C cyclus door streefwaarden en verbinding met inhoudelijke rapportage

Sturing op preventie in een duidelijkere rol van opdrachtgever en opdrachtnemer Preventie is een belangrijk sturingsmiddel om te voorkomen dat inwoners gebruik maken van de specialistische hulp. Preventie kan er ook voor zorgen dat als inwoners uit de specialistische hulp uitstromen, zij niet weer opnieuw instromen in de specialistische hulp. Kortom, preventie is een krachtig sturingsmiddel. Veel preventieve activiteiten worden door onze partners uitgevoerd met behulp van onze (mede) financiering (subsidies). Het goed kunnen sturen op deze subsidies vereist goed opdrachtgeverschap. Bij goed opdrachtgeverschap hoort het sturen op maatschappelijke resultaten verbonden aan de maat­ schappelijke doelen. Wij willen onze opdrachtgeversrol verbeteren. Dit gaan wij doen door in overleg met partners duidelijker van tevoren vast te leggen wat wij van hen verwachten en aan

40 Beleidsplan Sociaal Domein

welk maatschappelijk resultaat wij willen dat partners bijdragen. De wisselwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer willen wij op deze manier bevorderen. Het behalen van de maatschappelijke resultaten is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en partners. Het is aan de partners hoe zij het maatschappelijk resultaat willen behalen. Wij verwachten hierbij een actieve houding van onze partners. Dit betekent dat zij tussentijds aan de bel trekken als zij dreigen de maatschappelijke resultaten niet te halen. Door meer tussentijds samen te evalueren over de gestelde resultaten, kan indien nodig in een vroeger stadium een opdracht worden bijgesteld. Op deze manier verwachten wij dat wij beter de maatschappelijke resultaten voor onze inwoners kunnen bereiken.

Sturing via de toegang tot specialistische hulp Een van de grootste uitdagingen binnen zowel de Jeugdwet als de Wmo is het beheersen van de vraag en de kosten naar specialistische hulp en ondersteuning. Wij willen meer grip krijgen op de instroom, uitstroom en doorstroom van inwoners naar deze vormen van hulp en daarmee ook meer grip krijgen op de hoogte van de kosten. Om dit te realiseren hebben wij de inschatting of de hulpvraag van de inwoner onder de Jeugdwet of Wmo valt, vanaf 2025 weer volledig teruggebracht naar de gemeente. Dit betekent dat de opdracht Jeugd, die belegd was bij VVE weer terug is gegaan naar de gemeente. Hierbij geven wij ruimte aan de opdrachtnemer om te bepalen hoe die het resultaat gaat bereiken. Wij gaan met de opdrachtnemer in gesprek over wat hij eventueel nodig heeft van de gemeente of van andere partners om dit resultaat te bereiken. De gemeentelijke toegang is een belangrijk instrument waarmee wij kunnen sturen. Dit doen wij door een 1e brede uitvraag te doen, om te normaliseren en te kijken of het preventieve veld hierin iets kan betekenen. Wij gaan aan de slag met procesregie uitgevoerd door onze consulenten. Dit betekent dat wij meer gaan sturen op uitstroom en herindicaties. Wij kijken of de

ZO G E V E N W I J S T U R I N G A A N H E T S O C I A A L D O M E I N

hulp die is ingezet nog wel passend is. Daarnaast gaan wij intensiever samenwerken met de huisartsen door inzet van praktijkondersteuners jeugd. Wij gaan werken met een cliëntvolgsysteem zodat wij eerder kunnen signaleren en bij kunnen sturen. Door het aanpassen van de benodigde verordening(en) kunnen wij nauwkeuriger bepalen wanneer inwoners in aanmerking komen voor welke vorm van ondersteuning, gebaseerd op duidelijke indicatiestelling. De indicatie moet gebaseerd zijn op de werkelijke behoeften van inwoners, zodat deze passende hulp krijgt en inzet van onnodige of overmatige hulp wordt voorkomen. Dit brengt de instroom vermoedelijk naar beneden en zal de kosten verlagen. Vaststelling van deze nieuwe verordening(en) vindt plaats door de gemeenteraad.

een monitor met een vaste set aan beleidsindicatoren opgenomen (bijlage een opzet van de beleidsagenda).

Sturing vanuit P &C cyclus door streefwaarden indicatoren en de verbinding met de beleidsagenda Sturing binnen het sociaal domein betekent het effectief verdelen van de middelen. Dit gebeurt via de Planning en control cyclus. Om meer sturing te geven gaan wij werken met één jaarlijkse integrale beleidsrapportage en die rapportage toevoegen aan de begroting. In deze rapportage koppelen wij de verplichte landelijke beleids­indicatoren aan de maatschappelijke doelen en resultaten en beleidsindicatoren uit de beleidsagenda. Wij gaan werken met streef­ waarden voor de beleidsindicatoren, om meer te geven waar wij naar toe werken. Door te werken met de streefwaarden en de P&C cyclus te verbinden met de beleidsagenda gaan wij meer de ontwikkeling over de jaren heen volgen. Dit is van belang omdat het effect in de maatschappelij door de inzet van acties meestal pas na een paar jaar zichtbaar wordt. Door data en praktijk aan de P&C cyclus te koppelen krijgen wij ook beter zicht op hoe verschillende onderwerpen op elkaar ingrijpen. De data zijn hierbij nooit leidend, maar altijd aanvullend aan het gesprek en de ervaringen vanuit de praktijk. Zonder duiding vanuit de praktijk zeggen data weinig. In de jaarlijkse beleidsrapportage wordt

Beleidsplan Sociaal Domein

41

8. Financiën

42 Beleidsplan Sociaal Domein

FINANCIËN

De taken vanuit het Rijk nemen toe en de ambities zijn hoog in Voorschoten, wij willen natuurlijk het beste voor onze inwoners. De financiële middelen die vanuit het Rijk worden ontvangen groeien helaas niet evenredig mee met de taken, de vraag en de ambitie. Om die reden moet de gemeente Voorschoten keuzes maken. Dit betekent dat de ambities in lijn moeten zijn met de beschikbare middelen en capaciteit. Dit vraagt om een integrale aanpak, waarbij wij doorlopend het gesprek met elkaar en onze partners voeren over de prioriteit, de voortgang en de noodzaak van de te maken keuzes. Deze keuzes worden gemaakt via de P&C cyclus.

Onderstaande grafiek geeft het belang aan van het goed in beeld kunnen brengen van de lasten van het sociaal domein. De lasten van het sociaal domein bedragen namelijk meer dan 40% van de totale begroting41 . Grafiek 1. Aandeel lasten van het sociaal domein op de totale begroting.

Eén van de grootste uitdagingen in het sociaal domein is om de kosten in de hand te houden. Dit is des te belangrijker omdat het sociaal domein een groot deel van de totale begroting betreft. Wij geven in dit hoofdstuk eerst inzicht in hoe de financiën binnen het sociaal domein zijn opgebouwd. Daarna geven wij aan hoe de kosten beheerst kunnen worden.

Aandeel lasten sociaal domein op de totale begroting Om het aandeel in de lasten van de totale begroting te kunnen bepalen, gaan wij uit van een brede blik op het sociaal domein. Dit is dus meer dan de 3 decentralisatiewetten : Wmo, Jeugdwet en Participatie. Dit zijn de programma’s: 4. onderwijs, 5. sport, cultuur en recreatie, 6. sociaal domein en 7.1 volksgezondheid. Er is geen trendanalyse met baten en lasten mogelijk, wel kunnen wij in beeld brengen wat de lasten binnen het sociaal domein zijn. Wij zetten deze lasten af tegen de totale begroting en laten de ontwikkeling van de lasten van de diverse programma’s zien.

41 Wij zien hier een kleine piek in 2023 die veroorzaakt wordt door uitgaven voor de opvang van mensen uit de Oekraïne, daar staan ook baten tegenover.

Beleidsplan Sociaal Domein

43

FINANCIËN

Onderstaande staafdiagram 2 geeft het aandeel per programma van het totale sociaal domein weer. De meeste middelen binnen het sociaal domein gaan naar programma 6 sociaal domein. Dit percentage is verhoudingsgewijs over de jaren heen, in ieder geval sinds 2015, nagenoeg hetzelfde gebleven.

Staafdiagram 3. Programma 6 uitgesplitst op Welzijn/preventie, inbur­ ge­ring, Participatie, Wmo, Jeugdwet

Staafdiagram 2. Verhouding programma’s tot het totaal van het sociaal domein (programma 7, betreft programma 7.1. Volksgezondheid)

Beheersing van de kosten binnen het sociaal domein

Verdieping op programma 6 Sociaal Domein Programma 6 bestaat uit de taakvelden: samenkracht en burger­ participatie, toegang, eerstelijnsvoorzieningen, inkomens­regelingen, Wet sociale werkvoorziening, beschut werk, arbeids­participatie, Wmo en de Jeugdwet. Omdat meer dan 75% van de totale lasten van het sociaal domein voor rekening zijn van programma 6 sociaal domein, hebben wij programma 6 nader uitgewerkt.

44 Beleidsplan Sociaal Domein

De gemeente heeft invloed op het beheersen van de kosten binnen het sociaal domein, maar heeft echter geen invloed op de baten die wij ontvangen van het Rijk. Bij een onverhoopte overschrijding van het budget sociaal domein betreft dit een overschrijding t.o.v. het begrote budget. Dit is het budget dat wordt begroot op basis van de verwachting van een aantal factoren: de ontwikkelingen, de duur, tarief en het aantal inwoners dat gedurende het begrotingsjaar gebruik gaat maken van hulp en ondersteuning binnen het sociaal domein. De sturing op deze kosten vindt onder andere plaats door de inzet op preventie. Inzet op preventie helpt de instroom in de specialistische hulp omlaag te brengen. Verder sturen wij op de kosten van de specialistische hulp door het bevorderen van de doorstroom en de uitstroom. Om de doorstroom en uitstroom te bevorderen doen wij aan procesregie, brede uitvraag en monitoring vanuit de toegang (zie verder het hoofdstuk sturing). Beheersing van de kosten binnen het

FINANCIËN

sociaal domein is nodig om de hulp en ondersteuning betaalbaar en beschikbaar te houden voor inwoners in kwetsbare situaties.

Theoretische toelichting op baten en lasten binnen het sociaal domein Een onverhoopte overschrijding van het budget wekt de suggestie dat wij meer uitgeven (lasten) aan het sociaal domein dan dat wij aan middelen (baten) hebben ontvangen van het Rijk. Idealiter zouden wij de baten en lasten binnen het sociaal domein naast elkaar kunnen leggen. Echter is een directe relatie tussen de lasten binnen het sociaal domein en de baten die wij vanuit het Rijk ontvangen niet (meer) te leggen. Dit betekent dat wij niet kunnen aangeven hoeveel middelen (baten) wij van het Rijk hebben ontvangen. Wij leggen hieronder kort uit hoe de baten die wij vanuit het Rijk ontvangen eruit zien.

verdeeld wordt kan geen rekening gehouden worden met werkelijke lasten van elke individuele gemeente. Omdat de algemene uitkering vrij besteedbaar is, bepaalt de gemeenteraad welke lasten zij willen dekken met deze inkomsten.

Conclusie Op de baten die wij jaarlijks van het Rijk ontvangen kunnen wij niet sturen. Voor het beheersen van de kosten zijn er wel voldoende sturingsmiddelen (zie vorige hoofdstuk sturing). Daar gaan wij komende jaren verder mee aan de slag om zo samen met onze partners het beste resultaat voor onze inwoners te bereiken.

Voorschoten ontvangt jaarlijks ongeveer 52% van haar inkomsten via het gemeentefonds van het Rijk. Het gemeentefonds bestaat uit de algemene uitkering (AU), decentralisatie-uitkeringen (DU) en integratie-uitkeringen (IA). Middelen vanuit het gemeentefonds zijn vrij besteedbaar door de gemeente. Daarnaast zijn er ook nog specifieke uitkeringen (SPUK) vanuit het Rijk, deze zijn niet vrij besteed­baar en hierover moet de gemeente verantwoording aan het Rijk afleggen. De algemene uitkering beslaat 99,3% van het gemeentefonds in de begroting 2025. De algemene uitkering wordt opgebouwd uit een 50tal maatstaven met bijbehorend gewicht. Hoeveel geld een individuele gemeente krijgt vanuit het Rijk hangt af van de maatstaven en belastingcapaciteit (hoeveel belasting een gemeente jaarlijks zelf kan innen). Voorbeelden van maatstaven zijn het aantal inwoners, aantal jongeren, de oppervlakte van een gemeente en het aantal bijstandsontvangers. Mede omdat de algemene uitkering landelijk

Beleidsplan Sociaal Domein

45

September 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=f8f1273f-ad51-405c-b88c-4a66a8723a59