CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 AEF Rapport Samenwerking in de Leidse Regio (bijl. 2 samenw.ovk)

Gemeenteraad Voorschoten 5 april 2023, gemeente voorschotenBij agendapunt: Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke zorg en Wmo 2023 Leidse regio11.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierover zijn regionale afspraken gemaakt in Holland-Rijnland. ▹ M2. Inwoners verwijzen naar een MO-instelling in een andere gemeente kan om twee redenen: 1. het is beter voor het herstel van de cliënt om in een andere omgeving in zorg te gaan, of 2. de decentrale opvangplekken zijn nog niet evenredig verdeeld over de gemeenten in de Leidse Regio. In principe kan elke gemeente decentrale opvangplekken realiseren om eigen inwoners die dakloos worden op te vangen, maar dit vraagt wel tijd. ▹ M3. Voor de cliënten in de decentrale opvang geeft de gemeente van herkomst de indicatie af en betaalt deze de zorgkosten aan de instelling, ook als deze in een andere gemeente ligt.

38

Ook voor BW is het doel dat gemeenten plekken voor hun eigen inwoners realiseren. Voor BW is het echter niet realistisch dat iedere gemeente elke vorm van zorg kan aanbieden. Er zullen dus, ook na voltooiing van de op- en afbouwopgave, relatief vaker cliënten in een andere gemeente in zorg gaan. ▹ B2. De gemeente van herkomst geeft de indicatie af en betaalt de zorgkosten aan de zorgaanbieder, ook als deze zich buiten de gemeente bevindt. De kosten voor bijv. gemeenschappelijke ruimten bij geclusterd intramuraal wonen worden via een toeslag in de zorgkosten opgenomen.

A. Regionale en subregionale afspraken

Beoogde afspraken in de Leidse Regio: uitstroom en open afbouw Afspraken Maatschappelijke Opvang

Afspraken Beschermd Wonen

▹ M4. De gemeente van herkomst is verantwoordelijk voor de uitstroom van de cliënt, ook als deze in een andere gemeente in zorg is gegaan. Een uitzondering geldt wanneer de zorgaanbieder aangeeft dat een andere omgeving beter is voor de cliënt.

▹ B3. De gemeente van herkomst is verantwoordelijk voor het contact met cliënt gedurende het traject, en neemt het initiatief bij uitstroom. Hiervoor vindt tijdens het BW-traject na drie jaar een afwegingsmoment plaats waarbij de gemeente van herkomst in gesprek gaat met de gemeente waarin de cliënt woont over de uitstroomkansen van de cliënt. Voor de uitstroom wordt gekeken naar de gemeente die het beste is voor verder herstel van de cliënt.

Dit geeft een prikkel voor gemeenten om voor voldoende uitstroomwoningen te zorgen. Indien de cliënt zich vestigt in een andere gemeente, dan is deze gemeente drager van eventuele latere zorgkosten (bijv. vanuit overige Wmovoorzieningen). Aanname is dat dit middelt over gemeenten. ▹ M5. Iedere gemeente spant zich in om voldoende decentrale opvangplekken te kunnen realiseren voor de eigen inwoners. Alle gemeenten in de Leidse Regio zetten hiervoor bijvoorbeeld in op het realiseren van ‘Friendswoningen’ bij het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties.

39

Het is lang niet altijd in het belang van de cliënt om in de gemeente van herkomst uit te stromen. Indien de cliënt zich na uitstroom vestigt in een andere gemeente dan de gemeente van herkomst, dan is deze nieuwe gemeente drager van eventuele latere zorgkosten (bijv. vanuit overige Wmovoorzieningen). Aanname is dat dit middelt over gemeenten.

▹ B4. Leiden ontwikkelt een afbouwstrategie voor haar BW-voorzieningen. Er bestaat een herverdelingsopgave in de subregio die een aantal jaren kost. Met zicht op de afbouwstrategie kunnen de andere gemeenten hun opbouwstrategie ontwikkelen.

A. Regionale en subregionale afspraken

Verenigbaarheid regionale afspraken en beoogde afspraken in de Leidse Regio

40

Beschermd wonen

De afspraak dat MO-cliënten die 24-uurs zorg nodig hebben, centraal worden opgevangen, en dat de toegang en financiering hiervan apart is geregeld (M1), is als enige volledig verenigbaar met alle regionale afspraken. Dit is het geval omdat deze afspraak in een eerder stadium ook al regionaal was gemaakt.

Afspraken Leidse Regio

Op de verticale as staan de afspraken die de Leidse Regio voor ogen had (M1 t/m M5 en B1 t/m B4). Op de horizontale as staan de regionale afspraken (H0 t/m H9). Voor elke combinatie van regionale en subregionale afspraken is gekeken of deze elkaar beïnvloeden. In het overzicht rechts is dit schematisch weergegeven in. Een ✓ betekent hierin dat de afspraken verenigbaar zouden zijn geweest. Een × geeft aan dat de afspraken elkaar op een bepaalde manier (kunnen) beïnvloeden.

Maatschappelijke opvang

Afspraken Holland-Rijnland

Sommige afspraken die de Leidse Regio in december 2021 heeft besproken zijn verenigbaar met de regionale afspraken, maar voor sommige andere is dit niet het geval. In het overzicht rechts is weergegeven welke afspraken al dan niet verenigbaar zouden zijn. Belangrijk om te benoemen is dat de afspraken een samenhangend gehele vormen, en dat als één afspraak niet verenigbaar is, dit gevolgen kan hebben voor alle afspraken.

Op- en afbouw

Locatie van zorg

Uitstroom

H0

H1

H2

H3

H4

H5

H6

H7

H8

H9

M1

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

M2

✓

✓

✓

✓

×

×

✓

✓

✓

✓

M3

×

✓

✓

✓

✓

×

✓

✓

✓

✓

M4

×

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

M5

✓

×

✓

×

✓

✓

✓

✓

✓

✓

B1

✓

✓

✓

✓

×

×

✓

✓

✓

✓

B2

×

✓

✓

✓

✓

×

✓

✓

✓

✓

B3

×

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

B4

✓

×

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Van de afspraken die elkaar beïnvloeden, beschrijven we op de volgende pagina’s waarom dit het geval is, en of de afspraken verenigbaar zouden zijn.

A. Regionale en subregionale afspraken

Afspraken die elkaar beïnvloeden, maar toch verenigbaar kunnen zijn Op- en afbouwplannen (afspraken M5 en B4) Regionaal is afgesproken dat er een gezamenlijk op- en afbouwplan wordt gemaakt, op basis van de middelen beschikbaar komen (H1). De subregio’s conformeren zich hieraan en maken afspraken over het financieel compenseren van elkaar als op- en afbouw niet volgens plan verloopt (H3). De op- en afbouwopgave van iedere subregio wordt dus gekoppeld aan de beschikbare middelen van die subregio. Het is dan ook logisch dat, mocht een subregio de beoogde op- of afbouw toch niet (kunnen) realiseren, dat de middelen die met die op- of afbouw corresponderen ook niet beschikbaar komen. Dit is de essentie van de afspraak H3. Ook in de Leidse Regio had men afspraken voorgesteld over het op- en afbouwen van voorzieningen. Zo zou iedere gemeente zich inspannen om voldoende decentrale opvangplekken te realiseren voor haar eigen inwoners (M3), en zou Leiden een afbouwstrategie ontwikkelen voor haar BWvoorzieningen (B4).

41

Gevolgen van afspraken gelijktijdig hanteren Hoewel de afspraken binnen de Leidse Regio niet per se onverenigbaar zijn met de regionale afspraken, bestaat er wel een raakvlak tussen de afspraken. De afspraak dat Leiden een afbouwstrategie ontwikkelt (B4) wringt niet met de regionale afspraken, zolang deze maar in samenhang wordt bezien met het regionale op- en afbouwplan. De afspraak dat gemeenten binnen de Leidse Regio zich inspannen om voldoende decentrale opvangplekken te realiseren (M3) kan ook aangehouden worden, zolang dit minimaal het aantal plekken betreft dat via het regionale op- en afbouwplan wordt afgesproken.

A. Regionale en subregionale afspraken

Afspraken die elkaar beïnvloeden, maar toch verenigbaar kunnen zijn Verwijzingen naar andere gemeenten (afspraken M2 en B1) Er zijn afspraken gemaakt over wannéér een inwoner bij een andere gemeente in zorg kan gaan. Op dit gebied bestaat een verschil tussen de regionale en subregionale afspraken. Regionaal (afspraken H4 en H5) is afgesproken dat een inwoner alleen in een andere gemeente in zorg kan gaan, als dit beter is voor het herstel van de cliënt. Hierbij is wel de nuance aangebracht dat de opbouw van voorzieningen in de gemeente van herkomst volgens plan gaat. Ook vindt er altijd overleg plaats tussen de gemeenten in deze gevallen. In afspraken M2 en B1 is óók opgenomen dat een inwoner in een andere gemeente in zorg kan als dit beter is voor het herstel van de cliënt. Daarnaast is het ook mogelijk dat een gemeente gedurende de opbouwperiode nog niet voldoende voorzieningen heeft voor haar eigen inwoners. Ook dan kan een inwoner in een andere gemeente in zorg gaan. Ten slotte is opgenomen dat, ook na opbouw, niet alle gemeenten alle vormen van BW zullen aanbieden. Ook in dit geval kan een inwoner in een andere gemeente in zorg gaan.

42

Gevolgen van afspraken gelijktijdig hanteren Als de Leidse Regio deze afspraken (M2 en B1) zou maken, dan zou: ▹ Een cliënt uit een gemeente in de Leidse Regio alleen in zorg kunnen bij een gemeente in een andere subregio, als dat in zijn / haar belang zou zijn (H4). ▹ Een cliënt uit een gemeente buiten de Leidse Regio alleen in zorg kunnen in een gemeente in de Leidse Regio als dat in zijn / haar belang zou zijn (H4). ▹ Een cliënt uit een gemeente in de Leidse Regio bij een andere gemeente in de Leidse Regio in zorg kunnen als dat in zijn / haar belang is, de voorzieningen in de gemeente van herkomst nog niet voldoende zijn opgebouwd, óf als de gemeente van herkomst (voor BW) niet gaat beschikken over deze voorzieningen (M2 en B1). Voor gemeenten binnen de Leidse Regio zijn er dus meer situaties waarin zij cliënten in een andere gemeente binnen de subregio in zorg kunnen laten gaan, dan in een gemeente in een andere subregio. Dit kan een uitdaging voor de uitvoering zijn, maar de afspraken zijn wel met elkaar verenigbaar zonder daarbij een nadelige prikkel voor andere subregio’s te introduceren.

A. Regionale en subregionale afspraken

Afspraken die elkaar beïnvloeden, en niet verenigbaar blijken te zijn Verantwoordelijkheden (afspraken M3, M4, B2 en B3) De belangrijkste afspraken die elkaar beïnvloeden, zijn de afspraken die gaan over de (financiële en inhoudelijke) verantwoordelijkheid wanneer een cliënt in een andere gemeente dan de gemeente van herkomst in zorg gaat. Specifiek gaat het hierbij over de regionale afspraken H0 en H5 enerzijds, en de beoogde afspraken M3, M4, B2 en B3 van de Leidse Regio. Samengevat beschrijven deze welke gemeente de indicatie afgeeft, welke gemeente de zorgkosten draagt, en welke gemeente verantwoordelijk is voor de uitstroom van de cliënt. In de tabel rechts is de inhoud van de regionale en subregionale afspraken op deze drie thema’s weergegeven. Te zien is dat regionaal de gemeente waar een cliënt in zorg gaat verantwoordelijk is op alle drie de vlakken. Met de subregionale afspraken had men echter het doel om de gemeente van herkomst zoveel mogelijk verantwoordelijk te maken, tenzij het (bij uitstroom) in het belang van de cliënt was om dit anders te beleggen. Op de volgende pagina beschrijven we op welke manier de afspraken elkaar beïnvloeden, en waarom ze niet verenigbaar zijn met elkaar. 43

Thema

Regionaal

Subregionaal

Indicatie

Gemeente waarin cliënt in zorg gaat

Gemeente van herkomst

Zorgkosten

Gemeente waarin cliënt in zorg gaat

Gemeente van herkomst

Uitstroom

Gemeente waarin cliënt in zorg gaat

MO: gemeente van herkomst, tenzij het belang van de cliënt anders is. BW: afhankelijk van de beste herstelkansen voor de cliënt, maar initiatief bij gemeente van herkomst.

A. Regionale en subregionale afspraken

Afspraken die niet verenigbaar zijn

De reden waarom afspraken niet verenigbaar zijn Zoals eerder beschreven zijn de afspraken in de Leidse Regio over wannéér een cliënt bij een andere gemeente in zorg kan gaan te verenigen met de regionale afspraken. Tussen de regionale en subregionale afspraken over waar de verantwoordelijkheden in die situatie belegd zijn bestaat echter wel een spanningsveld. Om dit te illustreren nemen we het volgende voorbeeld.

Als de cliënt in de gemeente in de Leidse Regio in zorg gaat:

Voorbeeld Voorbeeld Voor Vooreen eencliënt cliëntuit uiteen eengemeente gemeenteininde deLeidse LeidseRegio Regioisishet hetbeter beterom ominineen een andere andere te zijn anderegemeente gemeenteininzorg zorgtetegaan. gaan.ErErblijken blijkentwee tweegemeenten andere gemeenten gemeenten te zijn met passende voorzieningen voor deze cliënt. Tussenin het met passende voorzieningen voor deze cliënt. Tussen het zorgaanbod zorgaanbod in deze twee gemeenten bestaat geen inhoudelijk verschil. Eén deze twee gemeenten bestaat geen inhoudelijk verschil. Eén gemeente gemeente bevindt in de Leidse Regio en één gemeente in eensubregio andere bevindt zich in dezich Leidse Regio en één gemeente in een andere subregio binnen Holland binnen Holland Rijnland.Rijnland.

▹ dan betaalt deze andere gemeente de zorgkosten.

De gemeente van herkomst zal moeten kiezen met welk van de twee gemeenten zij contact gaat opnemen over de cliënt. De financiële gevolgen van de twee mogelijkheden zijn als volgt.

44

▹ dan betaalt de gemeente van herkomst de zorgkosten. ▹ dan neemt de gemeente van herkomst het initiatief bij de uitstroom. Als de cliënt in de gemeente in een andere subregio in zorg gaat:

▹ dan is deze andere gemeente verantwoordelijk voor de uitstroom. Hiermee is er dus een financiële prikkel voor de gemeente in de Leidse Regio om, mits dit inhoudelijk mogelijk is, inwoners eerder naar een gemeente in een andere subregio te verwijzen, dan naar gemeenten in de eigen subregio. Dit is een hellend vlak, waardoor zelfs ook de onwenselijke situatie kan ontstaan dat een cliënt niet op de beste plek terechtkomt.

Meer weten?

(030) 2363030 Andersson Elffers Felix www.aef.nl

Mail@aef.nl 26-10-2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=8d7cbdd9-0405-4ffb-ad2f-dc7aeadcf272