Bijl. 2 Visie op Energie en Klimaat
Tekst van het document
Eveneens worden stalen masten (gebruikelijke situatie) vervangen door aluminium masten. Aluminium masten vergen minder onderhoud. Ook zijn ze beter recyclebaar en hierdoor duurzamer. Hetzelfde vigerend beleid geldt: vervanging bij einde levensduur. In het kader van het integrale werken, wordt er zowel voor de armaturen als voor de masten gekeken naar mogelijke koppelkansen: als er onderhoudswerkzaamheden zijn in de wijk, wordt er bepaald of gepland onderhoud naar voren te halen is. Dit is reeds gebeurd in de wijken Boschgeest en Noord Hofland. Op dit moment gaat dit echter wel ten koste van ander gepland onderhoud (m.a.w. dat wordt dan uitgesteld). Vergeleken met de landelijke doelen, ligt Voorschoten op koers inzake het vervangen van de conventionele armaturen voor LED. Naast LED is energiebesparing ook mogelijk door het toepassen van slim energiemanagement. Om tot het gewenste resultaat te komen op de lange termijn, maar hierbij realistisch te blijven in het kader van de beschikbare middelen, wordt er een plan gemaakt hoe dit op een kostenefficiënte manier te realiseren. Figuur 4.2.3A illustreert waar Voorschoten nu staat inzake energiebesparing (blauwe en oranje staaf), wat het streefdoel is in het kader van de doelstellingen uit het klimaatakkoord (grijze lijn), en dat we bezig zijn met een plan voor verdere verduurzaming van de OVL (tekstvak).
Dit is een hulpmiddel bij het realiseren van de juiste kwaliteit openbare verlichting op de juiste plek. Zo staan er bijvoorbeeld normen in qua masthoogte en sterkte van de verlichting. https://www.nen.nl/NENShop/Norm/NPR-1320112002-nl.htm 25 https://energiebesparingovl.nl/ser-energieakkoord/ 24
Pagina 21 van 40
Figuur 4.2.3A: Aantal LED armaturen in OVL en doelen energieakkoord
Pagina 22 van 40
5 Klimaatadaptatie en milieukwaliteit De energietransitie is een manier om een onderliggend probleem van klimaatverandering bij de bron aan te pakken. Tegelijkertijd kunnen we niet onderkennen dat het klimaat al aan het veranderen is. Om de kwaliteit van het milieu te behouden, is klimaatadaptatie dus van belang. Klimaatadaptatie betekent dat we de kwetsbaarheid van de omgeving verminderen of meebewegen met de gevolgen van klimaatverandering. Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hittegolven, langdurige droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRA) staat dat in 2050 heel Nederland ingericht moet zijn om bestand te zijn tegen dit soort extreme weersomstandigheden. Kortgezegd moet Nederland klimaatbestendig en water robuust zijn. Het DRA is één van de overkoepelende kaders waarbinnen de gemeente kan bijdragen aan klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie raakt namelijk aan verschillende ‘klassieke’ milieuonderwerpen, die ook hun eigen kaders hebben (zie ook 2.1.2): -
Droogte: langdurige droogte zorgt voor bodemdaling (zie 5.3); Hitte: meer groen zorgt voor minder hitte, en een betere biodiversiteit (zie 5.4). Wateroverlast: hevige regenbuien zorgen voor riool overstorten, wat de waterkwaliteit niet ten goede komt (zie 5.5);
Hiernaast is er klimaatmitigatie. betekent dat we maatregelen willen nemen om klimaatverandering tegen te gaan door het probleem bij de bron aan te pakken, m.a.w. ons milieu beschermen en/of het verbeteren. Een gezonde planeet (goede milieukwaliteit) betekent namelijk o.a. een buffering van CO2, water, filter voor fijnstof, levering van biobrandstof, en gezonde mensen. De verschillende onderwerpen in dit hoofdstuk hebben allen te maken met zowel klimaatadaptatie (aanpassing), als klimaatmitigatie (bescherming / beperken). Zo draagt het beperken van overlast door geluid (zie 5.6) bij aan de gezondheid van mens en dier. Het beperken van de vervuiling van de lucht zorgt voor een betere luchtkwaliteit (zie 5.2).
Figuur 5A: visualisatie klimaatadaptatie
Klimaatadaptatie en -mitigatie kunnen niet los gezien worden van de energietransitie. De thema’s versterken elkaar: zo stimuleert een groene omgeving mensen om te fietsen of lopen in plaats van de auto te pakken (en CO2 uit te stoten). Maar ook kunnen de thema’s tegen elkaar ingaan: meer elektrische auto’s zorgt voor een verhoogde druk op de parkeergelegenheid, wat ten koste zou kunnen gaan voor groen (zie verder 3.2). Een integrale en gebiedsgerichte aanpak is dus essentieel.
Pagina 23 van 40
5.1 klimaatadaptatie Doelen Klimaatadaptatie draagt bij aan een comfortabel, leefbaar en aantrekkelijk dorp. We willen dat Voorschoten een dorp blijft met een prettig verblijfsklimaat waar klimaatverandering minimale invloed heeft op de gezondheid en het welzijn van haar inwoners. Inzicht in de risico’s door samen met de stakeholders in overleg wat de (acceptabele) risico’s zijn, de zogenaamde Risicodialoog moet hiervoor uitgevoerd worden. Met de uitkomsten kan vervolgens regionaal een adaptatiestrategie opgesteld worden en deze kan in de omgevingsvisie en omgevingsplan worden verwerkt. Het klimaatadaptief inrichten moet deel uitmaken van het (her)inrichten en onderhouden van het openbaar gebied. Bij nieuwbouwplannen moet het een vast onderdeel zijn van het ontwerp. Beleid formuleren vooruitlopend op de omgevingsvisie en -plan, waarin duidelijk wordt welke risico’s er zijn en welke de meeste aandacht vragen. Daarnaast moet duidelijk worden, waar de beste adaptatiemaatregelen getroffen kunnen worden. En welke dat kunnen zijn en hoe en waarin deze het beste geformuleerd kunnen worden. En wanneer dat het beste kan gebeuren. Stand van zaken Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRA) heeft zeven doelen: 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen door stresstesten 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5.
Stimuleren en faciliteiten 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij calamiteiten Iedere gemeente is gehouden de ‘klimaatstresstest’ uit te voeren om inzichtelijk te krijgen wat de toekomstige weersverwachtingen: meer droogte, meer hitte én heftiger buien voor hen betekenen. In 2019 heeft gemeente Voorschoten een stresstest uitgevoerd. De volgende stap is het uitvoeren van een risicodialoog samen met diverse stakeholders, de regio en provincie en een regionale klimaatstrategie op te stellen. Vanuit de regio is het IWKP opgesteld, waaraan Voorschoten zich heeft gecommitteerd (zie Hoofdstuk 2). Hierin hebben betrokken partijen afspraken gemaakt om zo doelmatig mogelijk samen te werken en zo kosten te besparen, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. Ook zijn in het IWKP beleidsuitgangspunten op wateroverlast en maatregelen die hiervoor kunnen worden genomen opgenomen. Voor nieuwbouw en/of bebouwd gebied is op dit moment geen specifiek beleid opgesteld om als gemeente klimaatbestendig te zijn. Een mogelijkheid hiervoor is om aan te sluiten bij het convenant klimaat adaptief bouwen van de Provincie Zuid-Holland en vervolgens met het opstellen van de omgevingsvisie en omgevingsplan hiervoor beleid en regels te formuleren. De gemeente Voorschoten doet sinds 2018 mee met Operatie Steenbreek georganiseerd vanuit Stichting Steenbreek.
Zij wil samen met deelnemende gemeenten, waterschappen en provincies onze leefomgeving vergroenen. Ofwel onnodige verharding in privé- en openbare ruimte vervangen door een diversiteit aan groen, zodat het water makkelijker de grond in kan en waarbij de hulp van inwoners en bedrijfsleven hard nodig is. Gemeenten bepalen daarvoor zelf hun aanpak: samen met inwoners, organisaties en bedrijven.
Pagina 24 van 40
Opgave en kansen Klimaatadaptatie heeft een belangrijke ruimtelijke component. Voor verschillende maatregelen is ruimte nodig. Denk bijvoorbeeld aan waterberging. Daarnaast is het nodig om meer groen in steden te realiseren om de gevolgen van hittestress en droogte het hoofd te bieden. De druk op de ruimte speelt zich niet alleen af in de openbare ruimte, maar ook ín de grond. Als bovengronds de mogelijkheden ontbreken om water te bergen of vast te houden, zullen de bestaande rioolstelsels moeten worden aangepast om veel meer regenwater aan te kunnen. Als er gekozen wordt voor een warmtenet of voor het gebruik van bodemwarmte voor de energietransitie, heeft dat ruimtelijke gevolgen voor de infrastructuur in de ondergrond. Een integrale benadering waarbij alle belanghebbenden een rol spelen is noodzakelijk. Voor de bestaande gebouwde omgeving (openbaar gebied) moet gekeken worden naar de koppelkansen het zogenoemde Integraal Gebiedsgericht Werken. Voor nieuwbouw moeten klimaatadaptieve maatregelen geïntegreerd worden in het ontwerp- en planningsproces. Dit zorgt voor slim en efficiënt ruimtegebruik. Klimaatadaptatie kan zo zelfs zorgen voor een betere ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. De stresstest geeft informatie over op welke plekken het water na een hevige regenbui niet weg kan en straten komen blank te staan.
En waar bij een hittegolf de temperatuur langere tijd onaangenaam hoog blijft omdat er weinig schaduw is en/of geen groen in de buurt is. Vanuit de risicodialoog samen met de stakeholders moeten we in overleg gaan over wat de acceptabele risico’s zijn. Om vervolgens een adaptatiestrategie met de regio te maken en deze te verwerken in de omgevingsvisie en omgevingsplan. Om beter bestand te zijn tegen intensieve regenval en een lange periode van droogte en hitte is het belangrijk dat ook bewoners en bedrijven meedoen in het vergroenen. Uit de flitspeiling is gebleken dat van de ondervraagden al veel extra groen planten en dat er tegels door groen of grind worden vervangen. Ook is hieruit te halen dat er een behoefte is aan tips tegen hitte, droogte en wateroverlast en een wens voor subsidie en een verbod/belasting op tuinen met tegels. Vanuit Operatie Steenbreek is er al naar bewoners gecommuniceerd. Dit kan weer verder opgepakt worden met meer specifieke informatie en daarbij ook wat de gemeente zelf doet. Vanuit de IWKP in Voorschoten wordt er in het voorjaar 2021opnieuw een hemelwaterverordening voorgelegd door college aan raad. De hemelwaterverordening betekent dat het bij (ver)nieuwbouw verplicht is om hemelwater af te vangen en te hergebruiken. Zie hiervoor hoofdstuk Waterkwaliteit.
Deze maatregel helpt ook voor het klimaatbestendig zijn, doordat regenwater niet afgevoerd wordt, maar in het gebied zelf.
5.2 Luchtkwaliteit Doel Verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst te realiseren en biodiversiteit te bevorderen. Hierbij is het doel om in de sectoren (weg)verkeer en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof, waarbij we toewerken naar de WHOadvieswaarden in 2030. Stand van zaken Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is tot op heden vigerend beleid (van kracht sinds 2009), en heeft twee doelen: 1) luchtkwaliteit verbeteren voor de volksgezondheid; 2) ruimte bieden aan maatschappelijke ontwikkelingen. Het NSL richt zich op fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Sinds 2010 vindt er jaarlijks monitoring van de luchtkwaliteit plaats: gemeenten voeren gegevens in, Bureau Monitoring (samenwerkingsverband van RIVM en Infomil) rapporteert deze gegevens.26 Voorschoten voldoet aan de Europese normen voor luchtkwaliteit (zie tabel 5.2A en figuur 5.2A en 5.2B).
26
https://www.nsl-monitoring.nl/informatie/het-nsl/
Pagina 25 van 40
Figuur 5.2A: NO2 in Voorschoten27
Figuur 5.2B: PM2,5 en PM20 in Voorschoten28
In het coalitieakkoord wordt genoemd dat we er naar streven om in 2030 te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen van de WHO. De normen van de WHO zijn strenger dan de normen van de EU. Ook concentreert de WHO zich op meer parameters (zie tabel 5.2A). Voorschoten voldoet niet aan de advieswaarden van PM2,5 en PM10 (zie figuur 5.2B en tabel 5.2A). Veel Voorschotenaren ervaren de luchtkwaliteit als schoon. Het overgrote deel van de Voorschotenaren vindt schone lucht belangrijk of erg belangrijk.29 Opgave Met de invoering van de omgevingswet, stopt het NSL. Maar, Voorschoten maakt in het kader van de Omgevingswet deel uit van een zogenaamd aandachtsgebied waar de monitoring van luchtkwaliteit na afloop van de NSL door gaat. Dit betekent dat de gemeente voor de jaarlijkse monitoring van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) gegevens moet aanleveren ten behoeve van de monitor. Daarmee kan de gemeente allereerst de opgave beter in kaart brengen, maar ook de effecten van gevoerd beleid volgen. In tabel 5.2A is een overzicht gemaakt van de oorzaken van de belangrijkste parameters voor luchtvervuiling die de WHO noemt. Dit zijn: verbranding van fossiele brandstoffen (o.a. verwarming in huis), voertuigen, industrie en houtkachels. Voor zover bekend zijn er in Voorschoten geen emissies van industriële bedrijven.
Dit betekent dat de luchtkwaliteit in Voorschoten vooral bepaald wordt door de overige factoren en achtergrondconcentratie (emissie elders). De meest rechter kolom in Tabel 5.2A laat zien waar wij in onze gemeente gedeeltelijk invloed op hebben. Het betreft met name voertuigen en hout stook. Parameter
Oorzaak
EU norm
NO2 en SO2
De door de mens veroorzaakte uitstoot van NO2 en SO2, komt met name voort uit verbrandingsprocessen (verwarming, opwek elektriciteit, motoren in schepen en voertuigen).30 Ozon is een van de onderdelen waaruit smog bestaat. Omdat het gevormd wordt door een chemische reactie die plaatsvindt wanneer zonnestralen in aanraking komen met NOx en VOCs, komt deze vorm van luchtvervuiling met name in de zomer voor. NOx en VOCs worden
NO2: 40 μg/m3
Ozon
WHO advies (gem. jaarlijks) NO2: 40 μg/m3 SO2: 20 μg/m3 100 μg/m3 (gem. per 8 uur)
Gemeente invloed? Voor het aandeel voertuigen Nauwelijks (bron: SLA)
https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ www.atlasleefomgeving.nl 29 Zie resultaten flitspeiling op: https://www.voorschoten.nl/portal-voorschoten/nieuws_288/item/uitkomstflitspeiling-voorschoten-genuanceerde-steun-voor-milieu-en-klimaatmaatregelen_21760.html 30 https://www.who.int/en/news-room/fact-sheets/detail/ambient-(outdoor)-air-quality-and-health 27 28
Pagina 26 van 40
Roet (EC)31
PM10/PM2,5
uitgestoten door industrie en voertuigen. Roet ontstaat bij een onvolledige verbranding van koolstofhoudende stoffen (hout, steenkool, benzine, diesel en in mindere mate bij aardgas). PM10/PM2,5 staat voor fijnstof (het getal erachter geeft de grootte van het deeltje aan). Fijnstof wordt veroorzaakt door de verbranding van fossiele brandstoffen, vermalingsprocessen in de industrie, veebedrijven, elektriciteitscentrales, open haarden, houtkachels, barbecues, sigaretten, vuurwerk, maar ook zijn er natuurlijke veroorzakers van fijnstof.32
PM2,5: 25 μg/m3 PM10: 40 μg/m3
1,03 μg/m3
Voertuigen, houtstook
PM2,5: 10 μg/m3 PM10: 20 μg/m3
Beperkt. De meeste (circa 75%) fijnstof komt uit naburige landen. Wel voor het onderdeel houtstook.
Tabel 5.2A: parameters en oorzaken van luchtvervuiling
Kansen Zoals te zien in Tabel 5.2A en figuur 5.2B, ligt het probleem met name bij PM10 en PM2,5 omdat er vooralsnog in onze gemeente niet aan de advieswaarden van het WHO wordt voldaan. Op 13 januari 2020 is het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend door 46 gemeenten en provincies.33 In het SLA worden ten opzichte van het NSL extra maatregelen voorgesteld om de luchtkwaliteit te verbeteren, met als doel in 2030 50% gezondheidswinst door schonere lucht ten opzichte van 2016. Het betreft hier maatregelen om stikstof (NO2), fijnstof (PM10, PM2,5), en roet tegen te gaan. Gemeente Voorschoten omarmt de doelen en ambities van het SLA, maar realiseert zich ook dat er mogelijk niet de capaciteit en middelen zijn om alle maatregelen als genoemd in het SLA uit te voeren. Een aantal afzonderlijke maatregelen is daarom geëvalueerd op basis van draagvlak (van zowel raad als inwoners), kosten en effectiviteit: 1. Het instellen van een milieuzone voor brom- en snorfietsen van voor 2011. Er is draagvlak voor deze maatregel. Het lijkt echter zinvoller om in te zetten op andere maatregelen, omdat de impact beperkt is en de kosten hoog, vanwege: - er zijn niet veel brom- en snorfietsen van voor 2011 meer; - met invoering van de helmplicht is de verwachting dat ze zullen verdwijnen; - omliggende gemeenten (o.a.
Leiden) hebben afgezien van de maatregel waardoor de effectiviteit minder wordt; - de kosten relatief hoog zijn i.v.m. handhaving en verkeersborden. 2. Stimuleren van het gebruik van de fiets en OV. Er is draagvlak voor deze maatregel. De impact is hoog als het in de plaats komt voor mensen die met de auto gaan. Kosten zijn afhankelijk van de manier en hoeveelheid van stimuleren. Deze maatregel is ook belangrijk in het kader van duurzame mobiliteit, maar reeds onderdeel van het vigerende verkeersbeleid. Daarom is aanvullend beleid niet nodig. 3. Stimuleren van het gebruik van schoon vervoer (elektrisch rijden, laadpalen plaatsen etc.). Er is draagvlak voor deze maatregel. Als elektra duurzaam wordt opgewekt, is de effectiviteit hoog. Kosten zijn afhankelijk van de manier en hoeveelheid van stimuleren. Deze maatregel is tevens onderdeel van het Energieakkkoord Holland Rijnland, waar gemeente Voorschoten zich aan heeft gecommitteerd. Zie verder hoofdstuk 3.2. 4. Stimuleren deelauto's. Er is beperkt draagvlak voor deze maatregel. De kosten zijn echter niet zo hoog. Het is niet bekend wat de impact is van deze maatregel: wellicht komen ere minder auto’s, maar het aantal kilometers wat de auto rijdt hoeft niet te dalen.
Het zou wel kunnen dat het gebruik van de auto door de aanwezigheid van een ‘drempel’ om de auto te pakken, wordt verminderd waardoor het bijdraagt aan een vermindering van de CO2 uitstoot. De maatregel is onderdeel van het Energieakkkoord Holland Rijnland, waar gemeente Voorschoten zich aan heeft gecommitteerd. Eveneens is de maatregel opgenomen in het verkeersplan van Voorschoten, de focus ligt hier echter op het faciliteren ervan (niet zozeer stimuleren). Zie verder dus hoofdstuk 3.2.
Roet is geen onderdeel van het NSL. Het is wel opgenomen bij de WHO, maar is een richtwaarde. https://nl.wikipedia.org/wiki/Fijnstof 33 https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/thema%27/schone-lucht-akkoord/ 31 32
Pagina 27 van 40
5.
6.
Het geven van voorlichting over hout stook. Hoeft niet veel te kosten, effecten lastig meetbaar, het is niet duidelijk of er draagvlak is voor deze maatregel, maar hij hangt samen met punt 6. Stookalarm communiceren. Uit de flitspeiling is gebleken dat er draagvlak is voor deze maatregel. De maatregel hoeft niet veel te kosten: het is met name een communicatievraagstuk, omdat informatie bij het RIVM/landelijk beschikbaar is. In het kader van de effectiviteit: aandacht besteden aan hout stook is onmiskenbaar om roet en fijnstof terug te dringen.
Verder geven velen in de flitspeiling het aanplanten van bomen aan als maatregel. Bomen dragen echter niet direct bij aan het verminderen van fijnstof en stikstof. De aanplant van bomen kan wel indirect bijdragen aan het feit dat mensen sneller de fiets pakken of lopen. Ook nemen bomen CO2 op en is het goed voor de biodiversiteit. Zie verder hoofdstuk 5.4. In het kader van de gestelde doelen, lijkt het communiceren over een stookalarm (6) en het stimuleren van schoon vervoer (3) de meest voor de hand liggende maatregelen. Het streven is om zoveel mogelijk koppelkansen met andere milieuthema’s te zoeken om het doel te bereiken. Indien gemeente Voorschoten overtuigend inzet op een aantal maatregelen, is heroverweging van deelname aan het SLA een optie. Deelname aan het SLA betekent wel een actievere inzet van de gemeente (i.e. rapportage en terugrapportage) en brengt dus extra kosten met zich mee.
5.3 Bodem & ondergrond – Gebruik, bodemdaling & bodembescherming Doelen Het thema bodem en ondergrond draagt volwaardig bij aan de integrale benadering van de fysieke leefomgeving en is als zodanig uitgewerkt in omgevingsvisie en omgevingsplan. Uitgangspunten zijn: aansluiten bij de regio, en een goede balans vinden tussen het faciliteren van maatschappelijke opgaven enerzijds en het behouden van een verantwoorde bodemkwaliteit anderzijds. In de komende jaren dient een zorgvuldige afweging van gebruik en bescherming van bodem en ondergrond onderdeel te worden van alle relevante ruimtelijke planprocessen. Dat vraagt om een actieve ordening van ondergrondse functies, afgestemd met bovengrondse ontwikkelingen, in een driedimensionale planvorming (3D-ordening). Implementeren BRO in gemeente (zie H2, wettelijk verplicht). Door bodemdaling kunnen er in het openbaar gebied en op particuliere terreinen verzakkingen optreden. Door klimaatbestendig in te richten en innovatieve methoden te gebruiken in plaats van de standaard bouwmethodes wordt dit beperkt. Bij Nieuwbouwlocaties wordt vooraf onderzoek gedaan om vervolgens de juiste (innovatieve) bouwtechnieken te gebruiken om zoveel mogelijk verzakkingen te voorkomen. Daarnaast worden de bewoners geïnformeerd over hoe verzakkingen ontstaan en hoe dat het beste voorkomen kan worden.
De gemeente maakt gebruik van en is deelnemer aan het Platform Slappe bodem. Stand van zaken Bodem en ondergrond is een veelomvattend onderwerp (zie figuur 5.3A en 5.3B) en vormt een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie. Met ingang van de omgevingswet (2022) wordt de gemeente primair verantwoordelijk voor de leefomgeving inclusief de bodemkwaliteit. Het is dus belangrijk hierop te anticiperen.
Pagina 28 van 40
Stand van zaken - Gebruik van de ondergrond Door toenemende schaarste van de bovengrondse ruimte en de aandacht voor verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, wordt het gebruiken van de ondergrond steeds aantrekkelijker. Ook kan de ondergrond bijdragen aan het realiseren van klimaatdoelstellingen en vermindering van de CO2-uitstoot. Met het toenemende gebruik ontstaat er behoefte om het gebruik van de ondergrond te ordenen en mogelijke conflicten over het gebruik van de ondergrond te vermijden. Bovendien kent de ondergrond een groot aantal functies die bescherming behoeven, zoals het leveren van schoon drinkwater. De gemeente heeft per 1 januari 2018 de wettelijke taak om de BRO (Basis Registratie Ondergrond) te vullen. De BRO is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse diep en ondiepe ondergrond. Vanuit één plek kunnen gebruikers binnenkort digitaal gegevens opvragen over bodem en ondergrond. De datasets kunnen worden gevisualiseerd, maar er kunnen ook berekeningen en modelleringen mee worden gemaakt. Figuur 5.3A: overzicht ondergrondkwaliteiten De BRO wordt geordend op basis van zogeheten ‘registratieobjecten’, zoals een grondwaterstand, een mijnbouwwetvergunning of een geotechnisch sondeeronderzoek. Daarnaast is een deel al gevuld met gegevens, afkomstig uit bestaande gegevensbanken.
Stand van zaken - Bodemdaling Een deel van de bodem van Voorschoten (grotendeels langs de Vliet) bestaat uit veengrond. Hier is sprake van bodemverzakking. Het is van belang om te weten wat de oorzaak van bodemdaling is, omdat we dan weten waar de oplossing gezocht kan worden, en wie er wat aan moet doen. De gemeente is verantwoordelijk voor bodemverzakkingen in openbaar gebied. In niet openbaar gebied is de eigenaar zelf verantwoordelijk. Bewoners, ondernemers en de gemeente daardoor te maken met de gevolgen van bodemdaling: het verzakken van woningen, bedrijfspanden, wegen, rioleringen en groenvoorzieningen. Oorzaken voor bodemdaling kunnen zijn: a) Belasting van de grond (bij woningbouw – zowel bestaande als nieuwbouw). b) Draineren of onttrekken van grondwater. c) Klimaatverandering. Door lange droge periodes kan de veenlaag meer inklinken door de oxidatie van het plantaardig materiaal. Figuur 5.3B: Bodemfuncties en opgaves
Daar waar de consequenties van bodemverzakking in openbaar gebied zichtbaar waren, heeft de gemeente maatregelen getroffen (Noord-Hofland en Vlietwijk) of is er geconstateerd dat dit moet gebeuren (Starrenburg II). De wegen in Voorschoten liggen er over het algemeen nog goed bij.
Pagina 29 van 40
De toekomstige woonwijk Starrenburg III wordt grotendeels gebouwd op een laag veengrond. Gemeente Voorschoten zet in op het voorkomen van bodemdaling. Voorschoten heeft vanuit het Deltaplan een klimaatstresstest uitgevoerd. Deze test brengt o.a. de risico’s van droogte in kaart. Door droogte en daardoor lagere grondwaterstanden kan de bodemdaling tot 2050 nog circa 25% (10-15 cm) toenemen. Uit de droogte kaart van de Klimaateffectatlas van Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie is te zien dat er voor Voorschoten op bepaalde plekken gevolgen zijn, maar dat er geen ernstige risico’s voor wat betreft droogtestress tot en met 2050 te verwachten zijn (zie figuur 5.3C) Tot slot heeft gemeente Voorschoten zich in 2018 aangesloten bij het Platform Slappe Bodem. Dit is een samenwerkingsverband van decentrale overheden (gemeenten, waterschappen, provincies), met als doel: het remmen van bodemdaling. Dit wordt gedaan door het verspreiden van informatie, het signaleren van kansen, en het helpen van het benutten van deze kansen. De afgelopen jaren is er veel bereikt met het agenderen van de problematiek en de verankering in een aantal nationale en regionale programma’s (bijvoorbeeld Deltaprogramma, (ontwerp)NOVI, Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling, Regio Deal Bodemdaling Groene Hart).
Stand van zaken – bodembescherming Het huidige bodembeleid heeft met name tot doel de bodem te beschermen door bestaande bodemverontreinigingen te saneren en nieuwe verontreinigingen te voorkomen. Dit is wettelijk geregeld in de Wet bodembescherming en de daaraan gekoppelde besluiten en regelingen. Zij voorzien onder meer in regels voor bodemsanering, grondverzet, en de zorgplicht. Daarnaast kent de Woningwet bepalingen met betrekking tot het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond. Inzake bodemsanering is voor Voorschoten de provincie het bevoegd gezag. De landelijke doelstelling is dat eind 2020 alle gevallen van ernstige bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico’s, de zogenaamde spoedlocaties, zijn gesaneerd of dat de risico’s in ieder geval zijn beheerst. Ut onderzoek van het RIVM is gebleken dat lood een nadelig effect kan hebben op de ontwikkeling van de hersenen, vooral bij kinderen tot 6 jaar. Langs de lintbebouwing en bij de vooroorlogse wijken kan sprake zijn van verhoogde loodgehalten in de grond. Via hand-mond contact kunnen kinderen op deze wijze lood binnenkrijgen. In opdracht van de Omgevingsdienst is bodemonderzoek naar lood uitgevoerd bij de in dit gebied aanwezige kinderspeelplaatsen.
Uit dit onderzoek is gebleken dat dat op geen enkele speelplaats de noodzaak bestaat om maatregelen te treffen of de bodem te saneren. Er is nergens sprake van loodgehalten die gezondheidskundig een belemmering vormen voor het gebruik als kinderspeelplaats. De gemeenten Voorschoten, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg hebben gezamenlijk een bodemkwaliteitskaart en een nota bodembeheer opgesteld. De bodemkwaliteitskaart bevat zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit. In de nota bodembeheer is vastgelegd tussen welke zones vrij grondverzet is toegestaan en welke voorwaarden daarbij gelden. Uitgangspunt daarbij is het stand still beginsel: als ergens grond wordt toegepast moet de kwaliteit van de grond geschikt zijn voor het (toekomstig) gebruik op de toepassingslocatie. Ook mag de kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. De bodemkwaliteitskaart wordt vijfjaarlijks geëvalueerd waarbij wordt gekeken of kwaliteit van de zones wijziging behoeft.
Pagina 30 van 40
Opgave en kansen Opgave/kansen - Gebruik van de ondergrond Door de intensivering van het gebruik van de ondergrond en toepassing van nieuwe technieken, ontstaan er nieuwe uitdagingen. Ter illustratie: warmtekoude-opslag, geothermie en hoge temperatuuropslag verhogen de kwetsbaarheid van grondwaterwinningen, onder meer als gevolg van het doorboren van beschermende kleilagen. Daardoor kunnen verontreinigingen de grondwaterwinningen sneller bereiken. In dit kader is het belangrijk dat het inzichtelijk is wat er in de grond zit, en dat er een afweging wordt gemaakt over wat er wel en niet in of met de ondergrond gedaan wordt (omdat het anders “vol” dreigt te raken). Vanuit de provincie Zuid-Holland is er een Ondergrondwijzer ontwikkeld om een balans tussen duurzaam benutten en beschermen van de kwaliteiten van bodem en ondergrond te realiseren. Om vervolgens een gebied specifieke 'Handreikingen Ondergrondkwaliteiten' op te kunnen stellen. Hulpmiddelen hierin zijn de Bodemladder en Bodematlas. Bij werkzaamheden in de ondergrond wordt de gemeente in toenemende mate geconfronteerd met de vraag over de aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (NGE). Uit de Arbeidsomstandighedenwet vloeit voort dat opdrachtgevers hierover inzicht dienen te verschaffen.
Om niet voor elk project een onderzoek uit te laten voeren (waarbij steeds dezelfde archieven dienen te worden geraadpleegd) is het wenselijk om alle locaties waar mogelijk NGE zijn achtergebleven op één kaart te projecteren. Aan de hand van een dergelijke risicokaart is het ook mogelijk om beleidsmatig aan te geven welke beheersmaatregelen getroffen moeten worden bij grondroerende werkzaamheden. Opgave/kansen – Bodemdaling Bij bebouwing op veengronden/slappe gronden is bekend dat er vaker maatregelen moeten worden genomen om de verzakkingen in openbaar gebied op te lossen. Het is belangrijk dat hier rekening mee gehouden wordt (i.e. dat er middelen beschikbaar gesteld worden). Ondanks het feit dat er geen ernstige risico’s als gevolg van droogtestress t/m 2050 te verwachten zijn, is het wel mogelijk dat de bodem dusdanig zakt dat er breuken bij huisaansluitingen optreden (dat is op dit moment het geval in de wijk Hofvliet). Hiervoor zijn huiseigenaren en netbeheerders verantwoordelijk. Bij nieuwbouwplannen dient onderzoek uitgevoerd te worden naar bodemsamenstelling en mogelijke bodemdaling om vervolgens (innovatieve) maatregelen te nemen die dit zoveel mogelijk kunnen voorkomen. Ook wordt er ingezet op klimaat adaptief bouwen. Beide kunnen financiële consequenties geven, maar de verwachting is dat dit hogere kosten in reparatie of reconstructie in de toekomst voorkomt.
In bestaande wijken waar verhoogd risico op bodemverzakkingen mogelijk is, zou de gemeente het waterpeil kunnen monitoren en samen met het waterschap proberen te handhaven op het gewenste niveau. Daarnaast moet naar mogelijkheden gezocht worden (bij reconstructie of nieuwbouw) om water vast te houden, eventueel bufferen en opslaan, zodat dit tijdens droge periodes ingezet kan worden. Het is van belang om de bewoners over droogte en bodemdaling te informeren, zodat zij hiervan bewust zijn en zelf maatregelen kunnen nemen om dit zoveel mogelijk te voorkomen en de juiste maatregelen te nemen. Opgave/kansen – Bodembescherming Met de komst van de Omgevingswet wordt de beleids- en uitvoeringsverantwoordelijkheid voor de bodem bij de gemeenten belegd. Gemeenten kunnen binnen grenzen afwijken van het landelijke normenkader. Met betrekking tot grondverzet kan vastgehouden worden aan het stand still beginsel maar ook gekozen worden voor een ruimer toepassingsgebied waarbij alleen nog getoetst wordt aan de gebruiksfunctie en niet meer aan de aanwezige bodemkwaliteit. Ook voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem ten behoeve van het realiseren van bouwwerken kan binnen zekere marge zowel naar boven als naar beneden afgeweken worden van de huidige norm.
In het omgevingsplan zullen gebiedsgerichte keuzes gemaakt worden waarbij het streven is om een goede balans te vinden tussen het faciliteren van maatschappelijke opgaven enerzijds en het
Pagina 31 van 40
behouden van een verantwoorde bodemkwaliteit anderzijds. Deze keuzes zullen zoveel als mogelijk binnen de Leidse regio afgestemd worden omdat het invoeren van een eenduidig functioneel normenkader in de regio meerwaarde heeft. Zolang geen keuzes zijn gemaakt gelden standaard rijksregels als onderdeel van het omgevingsplan (bruidsschat). De komst van de Omgevingswet leidt tot een nieuwe verhouding tussen de verschillende overheden. Voor provincies stopt de taakstelling met betrekking tot bodemsanering. Wel blijven zij in het kader van het overgangsrecht nog wel verantwoordelijk voor een aantal dossiers. In 2020 zal in overleg tussen gemeente en provincie overdracht van dossiers plaatsvinden. De Omgevingsdienst, die thans dossierhouder is voor de provincie en naar verwachting zal optreden als toekomstig dossierhouder namens de gemeente, zal hier nauw bij betrokken zijn. De bodemkwaliteitskaart houdt nog geen rekening met het voorkomen van PFAS. PFAS is een verzamelnaam voor poly- en perfluoralkylwaterstoffen. Deze stoffen komen voor in alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze mobiel en niet afbreekbaar zijn. Deze stoffen komen inmiddels overal in het milieu voor. Alle grond die ergens wordt toegepast moet op PFAS worden onderzocht. De strenge normering leidt tot beperkingen van afzet van grond en bagger.
Door een bodemkwaliteitskaart voor PFAS op te stellen, hoeft niet voor iedere partij grond of bagger een PFASanalyse uitgevoerd te worden. Op basis van de bodemkwaliteitskaart kan afgeweken worden van de landelijke (strenge) normering. Inzet is om onder regie van de Omgevingsdienst West Holland te komen tot een aparte regionale PFAS bodemkwaliteitskaart voor de Leidse regio. Hiervoor is bodemonderzoek nodig.
5.4 Biodiversiteit Doelen In Voorschoten hechten we een grote waarde aan het groen.34 Van belang is het in stand houden en versterken (kwantitatief en kwalitatief) en completeren van de hoofdgroenstructuur en wijkgroenstructuur in Voorschoten. Hieronder vallen laanbomen structuren, groene buitengebied, landgoederen, parken, andere binnengemeentelijke groengebieden en de groene zomen. Niet alleen deze grote structuren zijn van groot belang voor de biodiversiteit, maar ook ogenschijnlijk kleine onderdelen ervan. Hierbij denken we aan kleine poelen, extensief onderhouden slootkanten, bloemrijke wegbermen, houtrillen, bijenhotels, nestgelegenheden rondom woningen, etc. Ook heeft groen in Voorschoten een cultuurhistorische waarde, in het bijzonder de monumentale bomen. De groene dragers komen direct voort uit de ontstaansgeschiedenis, die weer sterk zijn geënt op de geomorfologische situatie. De Raad van Voorschoten heeft voor het behouden van deze bomen en behouden van het groene karakter een lijst van beschermwaardige bomen vastgesteld. De ambitie is het behouden en ontwikkelen van een duurzame groenstructuur en waterstructuur met een grote biodiversiteit en met beschermwaardige bomen die aansluit op cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden. Dit geldt voor het hele gemeentelijk grondgebied.
Gezamenlijk worden hiermee de ecologische verbindingen in stand gehouden en gerealiseerd. De gemeente Voorschoten heeft geen beleid op “Natuur inclusief bouwen”. Tijdens het behandelen van de Woonvisie is vanuit de raad de motie gekomen om bij nieuwbouw meer rekening te houden met natuur. Hiervoor dient beleid opgesteld te worden, daarnaast dient eveneens in het bestaand bebouwde gebied meer rekening te worden gehouden met de natuur. Door de bewoners en ondernemers hierover te informeren kunnen we ze stimuleren. Sinds 2018 doet de gemeente Voorschoten mee met Operatie Steenbreek georganiseerd vanuit Stichting Steenbreek. Zij wil samen met deelnemende gemeenten, waterschappen en provincies onze leefomgeving vergroenen. Ofwel onnodige verharding in privé- en openbare ruimte vervangen door een diversiteit aan groen. Zie hiervoor ook hoofdstuk 5.1.
34
Structuurvisie Voorschoten 2025 “Groen, veilig en betrokken”. Pagina 32 van 40
Stand van zaken Biodiversiteit of biologische diversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem, bioom of een gehele planeet. De biodiversiteit wordt vaak gebruikt als een indicator voor de gezondheid van een ecosysteem. Wereldwijd staat biodiversiteit onder druk door menselijke activiteiten. De gemeente Voorschoten staat bekend om haar groene kwaliteit en kwantiteit. Dit komt ook naar voren uit diverse onderzoeken. De gemeente heeft ruim 100 hectare aan openbaar groen en ruim 11.000 bomen in beheer. Het totaal aan groen vertegenwoordigt een vervangingskapitaal van bijna 19 miljoen euro. De economische en maatschappelijke waarde is vele malen hoger. Het grootste kapitaal wordt vertegenwoordigd door de bomen. Bezoekers, bewoners en ondernemers van Voorschoten profiteren van de groene omgeving. Ze kunnen er wandelen, recreëren, hun kinderen laten spelen en genieten van de natuur. Door een groene leefomgeving worden de zorgkosten lager en ontstressen mensen. Des te groener de leefomgeving des te duurzamer deze is. Denk hierbij aan thema’s als waterberging en hittestress. De zorg voor een goede leefomgeving is niet alleen gericht op de menselijke leefomgeving. Het draait hierbij ook om de leefomgeving van de natuur zelf. Het is een samenspel. Twee belangrijke aspecten daarbij zijn diversiteit en biodiversiteit.
Een indicator voor biodiversiteit is de wilde bij. Het gaat momenteel slecht met de wilde bij. Van de 358 soorten is ongeveer de helft bedreigd. Bijen zijn een belangrijke schakel in de natuur en van vitaal belang voor bijvoorbeeld onze voedselvoorziening. In het coalitieakkoord 2018-2022 wordt het verbeteren van biodiversiteit als actiepunt genoemd. In het actieplan Mee(r) doen voor Bijen staat concreet hoe we met biodiversiteit in deze coalitieperiode en daarna om willen gaan. Opgave en kansen Meer groen met hogere biodiversiteit helpt bij het klimaatbestendig zijn van de openbare ruimte, en is een buffer voor waterkwantiteit. Uitgangspunt is minimaal 50% aan groen in (particuliere) tuinen. Helaas is een stenen, onderhoudsvrije tuin een modetrend. Om dit tegen te gaan is gemeente Voorschoten mee gaan doen aan operatie Steenbreek. En in openbaar gebied wordt ook meer “ontsteend” bij onderhoud van bestrating en er worden burgerinitiatieven gesteund, zoals Alexander Adamskistraat (groene plantsoenen) en Van Hogendorpweg (groen speelveld). Groen heeft een positieve invloed op de gezondheid, de sociale cohesie en veiligheid. Het vergroten van biodiversiteit mede door natuur inclusief te bouwen heeft een positieve invloed op de diverse ecosystemen, die wij als mens nodig hebben. Natuur inclusief bouwen vergroot de biodiversiteit en is gezonder.
Het levert een bijdrage aan de instandhouding van beschermde (en overige) soorten. Zo worden ‘plaagsoorten als muggen en de eikenprocessierups door meer biodiversiteit aangepakt. Tegelijkertijd levert het een bijdrage aan een prettige leefomgeving, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend een bijdrage aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Bijvoorbeeld groene daken en gevels zorgen ervoor dat gebouwen in de zomer koel blijven, dat CO2in de stad minder wordt en de hevige buien beter opgevangen kunnen worden, waardoor het riool niet overbelast raakt. Hiervoor dient beleid opgesteld te worden om dit te realiseren en te stimuleren De uitgangspunten van natuur inclusief bouwen zijn simpel. Zorg voor de 3 v’s: voedsel, verblijf en voortplanting. De maatregelen kunnen hard zijn (bijv. nestkasten) of zacht (bijv. geveltuinen).
5.5 Waterkwaliteit Doelen Het hoofddoel voor voorschoten is het verbeteren van de waterkwaliteit. Op korte termijn betekent dit zoveel mogelijk de bron aanpakken: Riool overstorten verminderen/verkleinen. Dit is beschreven in het IWKP. Een maatregel die hiermee samenhangt is het: aanleggen van gescheiden rioolstelsel in de hele gemeente. Op het moment is dit voor circa 40% in de gemeente gerealiseerd. Afhankelijk van het moment van onderhoud wordt dit verder in de gemeente aangelegd. Indien dit versneld wordt zijn er meer financiële middelen nodig.
Pagina 33 van 40
Om de kwaliteit van de watergangen te verbeteren moeten afspraken gemaakt worden met particulieren. Een deel van de watergangen zijn particulier bezit. Het onderhoud in deze watergangen is vrijwel nihil, waardoor de kwaliteit slecht is. De doorstroming van het watersysteem moet verbeterd worden. Op het moment staat het water in de watergangen veel stil, waardoor de zuurstofconcentratie laag is, wat de leefbaarheid vermindert. Het stimuleren, faciliteren en promoten om bij bestaande bouw hemelwater af te koppelen en op te vangen en hergebruiken. Dit is ook een maatregel, in het kader van klimaatadaptatie omtrent wateroverlast en het behouden van de water in het gebied te tijden van droogte en hitte. De hoofdgemalen zijn aangesloten op het vrijvervalriool. Dit is niet wenselijk. Op basis van de uitkomsten van een Optimalisatie Afvalwater Studie (OAS) Zuivering Leiden Zuidwest en nadat bekend is welke maatregelen het Hoogheemraadschap van Rijnland treft, zal Voorschoten afwegen welke aanvullende maatregelen nog nodig zijn. Een gezond watersysteem die voldoet aan de kaderrichtlijn water. Dit is een verplichting voor het Hoogheemraadschap van Rijnland. Vanuit de gemeente wordt hier eveneens naar gestreefd.
Stand van zaken Schoon en gezond water is essentieel voor de kwaliteit van de leefomgeving. Bijvoorbeeld voor een prettige woonomgeving, voor recreatieve activiteiten zoals zwemmen, sportvissen of watersport en voor het behoud van groen en natuur. Het is ook economisch van groot belang. Echter, schoon en gezond water is niet vanzelfsprekend: zo zijn er in Nederland problemen met overmatige algenbloei, sterke kroosvorming, te hoge concentraties gewasbeschermingsmiddelen in het water of vissen die hun paaigebieden niet kunnen bereiken. Een goede kwaliteit van water is dus zowel voor natuur als voor mens en dier van belang. Het IWKP (zie H2) gaat met name over de kwantiteit van water (riolering en oppervlaktewater), en in mindere mate over de kwaliteit van het water (grondwater en oppervlaktewater). In dit hoofdstuk zullen wij met name ingaan op datgene wat niet in het IWKP is opgenomen: de kwaliteit van het water. Kwaliteit en kwantiteit hangen wel met elkaar samen. In het IWKP zijn een viertal doelen opgesteld: 1. Veiligstelling van de drinkwatervoorziening; 2. Duurzaam beschermen van de Volksgezondheid (schoon drinkwater en verwerken afvalwater); 3. Op peil houden kwaliteit leefomgeving (hemelwater, grondwater; droge voeten); 4. Duurzaam beschermen Natuur en milieu (bodem, grond- en oppervlaktewater).
Het veiligstellen van de drinkwatervoorziening is geen taak van de gemeente, dit ligt namelijk bij Dunea (drinkwaterbedrijf). De gemeente heeft wel een verantwoordelijkheid voor 2 t/m 4. Vanuit de Europese Unie zijn er afspraken gemaakt om te komen tot schoon en gezond oppervlaktewater en grondwater. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Bij de uitwerking van de KRW zijn vrijwel alle partijen betrokken die te maken hebben met water: het Rijk, regionale overheden, waterschappen en stakeholders (agrarische sector, industrie, scheepvaart, visserij, natuurpartijen…). Deze partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteitswaarborging van grond- en oppervlaktewater. Om de afgesproken doelen te halen, is het Hoogheemraadschap van Rijnland verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen en het verhogen van de kwaliteit van het oppervlaktewater en de provincies voor het grondwater. De KRW maakt onderscheid tussen grotere wateren, zoals plassen en meren (waterlichamen genoemd) en kleinere wateren, zoals poldersloten. De KRW richt zich vooral op de waterlichamen en niet op de kleinere wateren. Om het uitvoeren van maatregelen werkbaar te maken, verloopt de KRW in drie fasen. Iedere fase beslaat zes jaar (2010-2015; 2016-2021 en 2022-2027). Per fase neemt Rijnland in een select aantal waterlichamen maatregelen.
Uiterlijk in 2027 moeten alle lidstaten aan strengere normen met betrekking tot de waterkwaliteit en ecologie voldoen.
Pagina 34 van 40
Uit de monitoringsgevens van de eerste fase blijkt dat we voor een aantal waterlichamen zichtbare verbeteringen zien. De uitvoering van de tweede KRW planperiode (2016-20201) loopt nog en in 2022 start de uitvoering van derde KRW planperiode. In deze laatste periode worden de overgebleven waterlichamen geanalyseerd volgens verschillende criteria en bepaald welke maatregelen er eventueel nodig zijn om de waterkwaliteit te behouden of te verbeteren. In het nieuwe WaterBeheersPlan6 (2022-2027) van Rijnland zijn o.a. de ambities, doelen vastgelegd om, samen met de omgeving, afspraken te maken tot het behalen van de KRW doelen. Rijnland heeft hiervoor het gebiedsproces ingezet. Door middel van Schoon Water Tafels worden gesprekken met verschillende stakeholders aangegaan om tot kansrijke scenario’s te komen. In Voorschoten heeft in 2019 onderzoek plaats gevonden naar de kwaliteit van de watergangen door iedere 200 meter in de watergangen monsters te nemen (chemische nulmeting). Hieruit is gebleken dat de kwaliteit matig tot slecht is. De reden hiervan zijn de vele riool overstorten, die door hevige regenval regelmatig overlopen. Daarnaast worden de watergangen gevoed uit de Vliet, met waterinlaat vanuit gebieden met veel landerijen, wat een hoge concentraties aan meststoffen betekent. In het rioolbeheerplan is een budget gereserveerd om een flora en fauna nulmeting te doen.
Op basis van de nulmeting kan dan een plan van aanpak worden opgesteld, over welke planten en dieren uit te zetten. Tot slot is als actie vanuit de IWKP in Voorschoten een hemelwaterverordening voorgelegd door college aan raad. De hemelwaterverordening betekent dat het bij (ver)nieuwbouw verplicht is om hemelwater af te vangen en te hergebruiken. Op deze manier wordt het probleem van een slechte waterkwaliteit bij de bron aangepakt, doordat regenwater en rioolwater gescheiden wordt opgevangen. De capaciteit van het riool is bij een forse regenbui niet altijd toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwater niet meer aan kan, kan dit tot ernstige wateroverlast leiden en tot schade aan gebouwen of infrastructuur. De gemeente wil dit soort situaties zo veel mogelijk voorkomen. Via de regel om bij (ver)nieuwbouw te voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit van 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein. Op die manier wordt de belasting op de openbare riolering geleidelijk aan teruggebracht. Hiermee wordt uiteindelijk ook een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de waterkwaliteit doordat het aantal overstorten op termijn af zullen nemen en de overstortvolumes lager worden. De voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater is: hergebruik; vasthouden (infiltreren in de bodem); bergen; afvoeren.
Bij het hergebruik van hemelwater als grijswater heeft het de voorkeur wanneer dit water gebruikt wordt voor bijvoorbeeld bevloeiing van dakbeplanting, het tegengaan van hittestress en het tegengaan van uitdroging van de bodem. Ook (huishoudelijk) hergebruik is mogelijk, dan wordt bespaard op drinkwaterverbruik. Een extra voordeel is dat hemelwater veel minder kalk bevat dan drinkwater. Daarom kan met een eigen hemelwatersysteem ook bespaard worden op was- en reinigingsmiddelen Dit geldt voor (ver)nieuwbouw. Als bewoners van bestaande bouw dit ook willen toepassen wordt dit gefaciliteerd. Door te informeren en stimuleren gaan meer bewoners dit mogelijk vrijwillig toepassen. Opgave en kansen Om de waterkwaliteit te verbeteren dienen we het regenwater op te vangen, te bergen en vast te houden. De gemeente kan dit niet alleen. Zoals hierboven beschreven geldt de hemelwaterverordening alleen voor nieuwbouw. Echter is maar een klein deel van de van de woningen in Voorschoten nieuwbouw. Het is dus wenselijk om ook bij bestaande bouw regenwater op te vangen. Hiervoor dienen we doormiddel van communicatie (een communicatieplan) de bewoners te stimuleren, faciliteren en promoten.
Pagina 35 van 40
Tevens is het belangrijk om bewoners in een gebied met een gescheiden rioolstelsel regelmatig te informeren over wat dat is en hoe ze daar mee om moeten gaan. Dit om te voorkomen dat er afvalwater naar de watergangen gaat, zoals een emmer met sop of verfresten.
Figuur 5.5A: hemelwater afkoppelen (bron: geen natte voeten.nl)
De hoofdgemalen zijn aangesloten op het vrijvervalriool. Dit is niet wenselijk. Op basis van de uitkomsten van een Optimalisatie Afvalwater Studie (OAS) Zuivering Leiden Zuidwest en nadat bekend is welke maatregelen het Hoogheemraadschap van Rijnland treft, zal Voorschoten afwegen welke aanvullende maatregelen nog nodig zijn. Aan de hand van de Nulmeting Waterkwaliteit, die in 2020 uitgevoerd wordt, kan er een plan van aanpak opgesteld worden, waarin maatregelen staan om de waterkwaliteit te verbeteren. Hierbij kan gedacht worden aan het plaatsen van beplanting en luchtbellenmatten. Deze laatste kan ook gebruikt worden om (zwerf)afval uit de wateren te halen. De gemeente voorschoten doet mee aan het initiatief de Coast Busters het project Limes Bubble barrier, waarmee plastic zwerfafval wordt afgevangen vóórdat het de zee in verdwijnt. Een betere ecologische inrichting watergangen. Op bepaalde locaties worden de beschoeiingen niet vervangen, zodat er de mogelijkheid is om er een meer natuurvriendelijke oever te laten ontstaan. Daarnaast wordt gekeken of er maatregelen in de ecologie genomen kunnen worden. Kwaliteit water verbeteren naar doel. De kwaliteit van het water afstemmen met het doel (wat doe je met het water); zo hoeft speelwater niet de kwaliteit van drinkwater te hebben wel de kwaliteit van zwemwater.
5.6 Geluid Doel Een afname van het aantal bewoners dat last heeft van geluidhinder Stand van zaken Geluid is voor mensen van enorm belang. Het kan heel prettig zijn als het bijvoorbeeld om natuur of muziek gaat. Geluid heeft in bepaalde situaties een waarschuwende functie. Maar geluid kan hinderlijk zijn als het langdurig hard en ongewenst is. Ongewenste geluiden kunnen een gevoel geven van ergernis, wrevel of onbehagen. Er is dan sprake van geluidshinder. De geluidsterkte wordt weergegeven in decibels (zie figuur 5.6A).
Pagina 36 van 40
Figuur 5.6A: weergave van geluidssterkte in decibels
Wegverkeer en buren zijn in Nederland de belangrijkste bronnen van geluidshinder, gevolgd door vliegverkeer.35 De mate waarin geluidhinder wordt ervaren hangt af van:
de kenmerken van het geluid (sterkte, toonhoogte, type geluidsbron) de situatie (tijdstip, kenmerken van het geluid en maatschappelijke acceptatie) en de persoon (gevoeligheid).
Geluidhinder kan leiden tot:
Verstoring van de slaap: slecht slapen, waardoor men minder goed uitrust. Stress. Verstoring van sociaal gedrag (agressiviteit, protest). Hart- en vaatziekten door verhoging van de bloeddruk bij hogere geluidsniveaus.
Ingevolge de Wet milieubeheer dienen gemeenten die deel uitmaken van stedelijke agglomeraties iedere vijf jaar de geluidsituatie in kaart te brengen en door middel van een actieplan aan te geven wat er gedaan kan worden om de situatie te verbeteren. Voor Voorschoten heeft dit betrekking op raillawaai en verkeerslawaai afkomstig van gemeentelijke wegen. In 2017 is de geluidbelastingkaart opgesteld op basis van de verkeersgegevens uit 2016. In 2019 is het actieplan vastgesteld voor de periode tot en met 2023. In dit plan zijn als maatregelen opgenomen het verlagen van de maximaal toegestane snelheid op de Leidseweg noord tussen de Voorschoterweg en de Piet Heijnlaan en het aanbrengen c.q. vervangen van stil asfalt bij regulier onderhoud aan de doorgaande weg door Voorschoten, de Traverse. Voor woningen die vóór 1986 een geluidsbelasting hadden van meer dan 60 dB(A) geldt een saneringsregeling van de rijksoverheid. De rijksoverheid stelt beperkt geld beschikbaar voor het treffen van geluidsreducerende maatregelen. In het verleden is door gemeenten geïnventariseerd welke woningen voor sanering door middel van gevelisolatie in aanmerking komen. De gemeente heeft nog 450 woningen die in aanmerking komen voor saneringsmaatregelen. De lopende saneringsprojecten hebben betrekking op de Leidseweg (137 woningen) en de Veurseweg (138 woningen).
Deze woningen komen in aanmerking voor een onderzoek om te kijken of het geluidniveau in de woning voldoet aan de norm van de Wet geluidhinder. Wanneer dat niet het geval is zal in overleg met de betrokken bewoners maatregelen aan de gevel worden getroffen om de situatie te verbeteren. De Omgevingsdienst West Holland voert deze werkzaamheden namens Beleving Woonomgeving in Nederland; Inventarisatie Verstoringen 2016. RIVM Rapport 2018-0084 R. van Poll et al. 35
Pagina 37 van 40
de gemeente uit. De maatregelen worden voor 100% gesubsidieerd door het Rijk. Voor de resterende woningen is in 2020 een subsidieaanvraag ingediend. Met de komst van de Omgevingswet wordt de regeling versoberd. Bewoners van Voorschoten ondervinden ook geluidhinder als gevolg van het verkeer op de Rijksweg A4. In 2009 heeft de provincie Zuid Holland in het kader van een samenwerkingsovereenkomst aangekondigd een geluidscherm te realiseren tussen de A4 en de Meeslouwerplas/Vogelplas. Deze afscherming is nog niet gerealiseerd. Het coalitieakkoord Duurzaam Vooruitstrevend vermeld: “Het college zet zich optimaal in om te zorgen dat de beloofde geluidsschermen langs de A4 alsnog geplaatst worden”. Op 20 februari 2019 namen Provinciale Staten (PS) van Zuid-Holland met algemene stemmen een motie aan waarin Gedeputeerde Staten (GS) worden opgeroepen binnen 2 jaar na dato adequate geluidwerende voorzieningen te realiseren langs de A4 ter hoogte van Voorschoten en Vlietland. Ook vliegverkeer vormt een bron van hinder voor de woonomgeving. De Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en Schiphol hebben in maart 2020 een programma hinderreductie gepubliceerd. ( www.minderhinderschiphol.nl). De gevolgen en effecten van de maatregelen genoemd in dit programma worden door de Omgevingsdienst West Holland voor de regio in kaart gebracht.
Opgave/kansen De komst van de Omgevingswet geeft meer beleidsvrijheid maar brengt ook extra verplichtingen met zich mee. De verplichting tot het opstellen van geluidkaarten en actieplannen blijft maar daarnaast moet ook vijfjaarlijks gemonitord worden of de geluidemissie van gemeentelijke wegen met niet meer dan 1,5 decibel is toegenomen. Als daarvan sprake is dan moeten geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen worden overwogen. In de Omgevingswet worden standaardwaarden vermeld voor de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen als gevolg van (bedrijfsmatige)activiteiten. In overleg met de Omgevingsdienst West Holland, belast met het toezicht, zal bekeken worden of er mogelijkheden zijn voor een gebiedsgerichte differentiatie. Voor een rustige woonwijk zou bijvoorbeeld een lagere waarde dan de standaardwaarde kunnen gelden en voor een centrumgebied mogelijk een hogere waarde. Dit zou dan in een omgevingsplan worden vastgelegd. Leidend principe hierbij is het behoud van de bestaande gebiedskwaliteiten. Bij die gebiedsgerichte differentiatie zullen we ook kijken naar bronnen die in de toekomst voor (meer) hinder kunnen zorgen zoals drones of bronnen met een monotoon geluid zoals luchtwarmtepompen en airco’s.
Net als nu onder de Wet geluidhinder gelden in de Omgevingswet voor nieuw te bouwen woningen eisen ten aanzien van de toelaatbare geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai of raillawaai. Als niet aan de standaardwaarde kan worden voldaan en maatregelen om de geluidbelasting te verlagen onvoldoende doeltreffend zijn gebleken, of stuiten op bezwaren van verkeerskundige, stedenbouwkundige of financiële aard, kunnen hogere waarden worden toegestaan. Die hogere waarden zijn aan maxima gebonden. Om bij toepassing van hogere waarden toch een goed leefklimaat te kunnen garanderen wordt als richtlijn gehanteerd dat woongebouwen en andere geluidgevoelige gebouwen voorzien moeten zijn van tenminste één geluidluwe gevel en indien aanwezig een hieraan grenzende buitenruimte. Onder geluidluw wordt verstaan dat de geluidbelasting op deze gevel voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder, dan wel de standaardwaarde uit de Omgevingswet. Deze richtlijn is in de andere gemeenten van de Leidse regio al langer van toepassing.(ODWH: Rapport richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder, 2013). In het kader van de saneringsregeling worden bij daarvoor in aanmerking komende woningen gevelisolerende maatregelen toegepast.
Gekeken zal worden naar de mogelijkheid om de maatregelen gericht op geluidisolatie te combineren met maatregelen gericht op thermische isolatie. Ten aanzien van de geluidschermen langs de A4 wordt ingezet op een adequate uitvoering van de motie van Provinciale Staten. Hierbij vindt afstemming plaats met belangengroeperingen en de gebiedspartijen.
Pagina 38 van 40
6 Hoe nu verder? Bij deze visie op energie en klimaat, hoort natuurlijk ook uitvoering. Op dit vlak gebeurt er al veel. Informatiebrief 068 heeft een kort overzicht van uitvoering weergegeven. Samen met inwoners, belangengroepen, bedrijven en instellingen gaan we werken aan een duurzaam Voorschoten. Zo levert iedereen een bijdrage aan het verduurzamen van de samenleving. Per thema verschilt de mate en planning van participatie, en de rol van de gemeente hier in. Er wordt per thema – in lijn met de participatienota en afhankelijk van beschikbare middelen – gezocht naar een passende vorm van participatie. Als te zien in de infographic (publieksversie milieubeleidsplan36), is de participatievorm bij de energietransitie “faciliteren”. Bij milieukwaliteit is de participatievorm “reguleren” passender, en bij klimaatadaptatie “stimuleren”.
https://www.voorschoten.nl/portal-voorschoten/nieuws_288/item/milieubeleidsplan-voorschoten-vrij-voorinspraak_22261.html 36
Pagina 39 van 40