Bijl. 2 Visie op Energie en Klimaat
Tekst van het document
Onze visie op
Energie en Klimaat
Pagina 1 van 40
Inhoudsopgave 0 Samenvatting ................................................................................................................3 1
2
Aanleiding en achtergrond ..........................................................................................4 1.1
Relevantie en tijdspan huidig MBP............................................................................4
1.2
Evaluatie vorig MBP ...............................................................................................4
1.3
Uitgangspunten en kaders huidig MBP: .....................................................................5
1.4
Doelstelling...........................................................................................................5
1.5
Participatie samenleving .........................................................................................6
1.6
Wettelijke en niet-wettelijke taken: rollen van de gemeente ........................................6
1.7
Opbouw van dit rapport ..........................................................................................6
Context en Toekomstbeeld Voorschoten .....................................................................8 2.1 Schetsing context van globaal tot gemeente ...................................................................8 2.1.1 Thema 1: Contextschets energietransitie ..................................................................8 2.1.2 Thema 3: Contextschets klimaatadaptatie & Milieukwaliteit .........................................8 2.1.3 Uit het coalitieakkoord ...........................................................................................9 2.2 Toekomstbeeld Voorschoten .........................................................................................9
3 Energietransitie ...........................................................................................................10 3.1
Opwekking elektriciteit .........................................................................................11
3.2
Duurzame mobiliteit .............................................................................................13
3.3 Warmte voor de gebouwde omgeving ..........................................................................15 4 Gemeente als duurzaam voorbeeld ..............................................................................19 4.1 Duurzame communicatie ............................................................................................19 4.2 Duurzame voorbeelden ..............................................................................................20 4.2.1 Duurzaam inkopen...............................................................................................20 4.2.2 Verduurzaming vastgoed ......................................................................................20 4.2.3 Openbare verlichting ............................................................................................21 5 Klimaatadaptatie en milieukwaliteit ............................................................................23 5.1 klimaatadaptatie .......................................................................................................24 5.2 Luchtkwaliteit ...........................................................................................................25 5.3 Bodem & ondergrond – Gebruik, bodemdaling & bodembescherming................................28 5.4 Biodiversiteit
............................................................................................................32 5.5 Waterkwaliteit ..........................................................................................................33 5.6 Geluid .....................................................................................................................36 6 Hoe nu verder? ............................................................................................................39
Pagina 2 van 40
0 Samenvatting Doel en inhoud Om maatschappelijke doelen op het gebied van klimaatverandering en de energietransitie te kunnen realiseren, is het van belang dat we als gemeenschap van en met elkaar leren en te realiseren dat we samen streven naar hetzelfde doel: het bevorderen van de klimaatrobuustheid, een goede milieukwaliteit en een duurzame energievoorziening in Voorschoten. Dit doel staat centraal in onze visie op energie en klimaat. Deze visie geldt als een paraplu voor alle onderwerpen in het kader van milieu waar wij als gemeente aan werken. Het volgende komt aan bod: o hoe wij als gemeente de energietransitie mede kunnen vormgeven; o hoe wij als gemeente – met beperkte middelen – een voorbeeldfunctie kunnen geven op het gebied van duurzaamheid. o de manier waarop wij denken als gemeente om te kunnen gaan met de gevolgen van klimaatverandering; De gemeente is één van de deelnemers in de gemeenschap. De gemeenschap zijn we namelijk met inwoners, ondernemers en gemeente samen. Alleen als we samenwerken, kunnen we het doel realiseren. Hoe lees ik dit rapport? In hoofdstuk 1 vind je de aanleiding, achtergrond en hoe deze visie op energie en klimaat tot stand is gekomen. In hoofdstuk 2 vind je de (inter)nationale en regionale kaders die van toepassing zijn op energie en klimaat.
Je vindt er eveneens een toekomstbeeld van Voorschoten, welke is gebaseerd op lange termijn doelstellingen uit o.a. deze kaders, het coalitieakkoord en de doelen/ambities uit alle afzonderlijke hoofdstukken. Vervolgens wordt er ingegaan op de drie hoofdthema’s: energietransitie (hoofdstuk 3), gemeente als duurzaam voorbeeld (hoofdstuk 4) en klimaatadaptatie en milieukwaliteit (hoofdstuk 5). Ieder thema begint met de doelstellingen, gevolgd door een schets van de stand van zaken, gevolgd door de kansen en uitdagen. Ben je een snelle lezer? Kijk dan in ieder geval naar het toekomstbeeld (pagina 9), de introtekst voor het thema energie (p. 10-11) en klimaat (p.23), en alle doelen/ambities die aan het begin van hoofdstuk 4, 5 en 6 zijn geschreven om een totaalbeeld van de inhoud te krijgen. Vervolgproces: uitvoering en mate van participatie Bij deze visie op energie en klimaat, hoort natuurlijk ook uitvoering. Op dit vlak gebeurt er al veel. Informatiebrief 068 geeft een kort overzicht van uit te voeren activiteiten (en lopende projecten) weer. Samen met inwoners, belangengroepen, bedrijven en instellingen gaan we verder werken aan een duurzaam Voorschoten. Per thema verschilt de mate en planning van participatie, en de rol van de gemeente hier in.
Er wordt per thema – in lijn met de participatienota en afhankelijk van beschikbare middelen – gezocht naar een passende vorm van participatie. Als te zien in de infographic (publieksversie milieubeleidsplan1), is de participatievorm bij de energietransitie “faciliteren”. Bij milieukwaliteit is de participatievorm “reguleren” passender, en bij klimaatadaptatie “stimuleren”.
https://www.voorschoten.nl/portal-voorschoten/nieuws_288/item/milieubeleidsplan-voorschoten-vrij-voorinspraak_22261.html 1
Pagina 3 van 40
1 Aanleiding en achtergrond 1.1 Relevantie en tijdspan huidig MBP Het laatste milieubeleidsplan (MBP) is verlopen. Ontwikkelingen met betrekking tot klimaat en energie volgen zich snel op. Daarnaast zijn in het coalitieakkoord “Duurzaam Vooruitstrevend” ambities opgenomen die betrekking hebben op milieu en duurzaamheid, maar is er geen beleidskader en zijn er geen met de samenleving ontwikkelde uitvoeringsplannen waar we de komende jaren aan kunnen werken. Dit schetst de noodzaak voor een nieuw milieubeleidsplan (MBP). 2 Hiernaast treedt binnenkort de omgevingswet in werking. De omgevingswet schrijft voor dat iedere gemeente een omgevingsvisie vaststelt. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Voordat de omgevingswet in werking treedt, moeten gemeenten zich voorbereiden op de komst ervan. De omgevingswet heeft tot doel een meer integrale (in plaats van sectorale) aanpak teweeg te brengen. Deze visie op energie en klimaat is opgesteld aan de hand van een aantal grote maatschappelijke opgaven waar wij als gemeente de komende jaren voor staan (o.a. energietransitie, klimaatadaptatie). Verder bevat het een aantal onderwerpen uit de fysieke leefomgeving, die in de omgevingswet samen komen (bodem, geluid, water- en luchtkwaliteit).
Deze visie op energie en klimaat is hiermee een voorbereiding op de omgevingsvisie. Bovendien: zolang er nog geen omgevingsvisie is vastgesteld, gaat er een tijdelijke omgevingsvisie in werking. Deze bestaat uit: milieubeleidsplannen, verkeers- en vervoersplannen, structuurvisies en delen van de natuurvisie en blijft staan tot 31 december 2023, maar mogelijk langer nu de invoering van de omgevingswet is uitgesteld. 1.2 Evaluatie vorig MBP Het vorige MBP had een indeling in segmenten: wonen, werken, samenleving, mobiliteit, recreatie en de gemeentelijke organisatie. De onderwerpen uit deze visie op energie en klimaat zijn gebaseerd op die onderwerpen die genoemd zijn in de participatie met de samenleving en raad (2017), het coalitieakkoord en – om in te spelen op de veranderende context – op datgene wat ambtenaren merken dat leeft in de samenleving. Hiermee is deze visie op energie en klimaat geen ‘klassiek’ plan. Uit de evaluatie van het vorige MBP kwamen drie verbeterpunten: 1. niet alle ambities waren realistisch (de invloed van de gemeente is beperkt); 2. het had te weinig focus (beperkte middelen, veel doelen); 3. het bood te weinig flexibiliteit (bij veranderende context). Om punt 1 mee te nemen in huidig document, is gepoogd duidelijk in kaart te brengen tot waar de invloed van de gemeente reikt.
Dit is allereerst gedaan in hoofdstuk 2 door alle relevante wetgeving te beschrijven dat op mondiaal, Europees, nationaal en regionaal niveau geldt. Vervolgens is bij ieder deelonderwerp geschetst wat de stand van zaken is en wat de opgave en kansen zijn waar de gemeente invloed op heeft. De ambities zijn in lijn hiermee geformuleerd. Om punt 2 mee te nemen in deze visie op energie en klimaat, is er per deelonderwerp gekozen om een beperkt aantal doelen te stellen, en deze - op basis van de huidig beschikbare kennis - zo concreet mogelijk op te schrijven zonder tegenstrijdig te zijn met punt 3. In informatiebrief 068 zijn prioriteiten gesteld m.b.t. de uitvoering. De context verandert voortdurend. Zo had niemand aan het begin van 2020 kunnen voorzien dat er een pandemie zou uitbreken. Dit heeft gevolgen voor de organisatie en de aanpak.
Gezien de huidige ontwikkelingen en de inhoud van dit stuk, dekt naar ons idee de titel “visie op energie en klimaat” meer de lading. Wij zien dit document wel als het equivalent van een milieubeleidsplan, en zo ook als de bouwsteen voor de tijdelijke omgevingsvisie. 2
Pagina 4 van 40
Voortschrijdend inzicht kan er ook voor zorgen dat doelen moeten worden bijgesteld, of de aanpak moet worden veranderd. Punt 3 is dus lastig te voorkomen. Wel kunnen we er slim mee omgaan. In dit document zijn visie doelstellingen beschreven. Deze blijven, ongeacht veranderende context, staan. 1.3 Uitgangspunten en kaders: Uit eerdere besluitvorming en participatie met samenleving en raad (2017), zijn de volgende wensen en kaders meegegeven: Alleen thema’s opnemen waarvoor nog geen sectoraal beleid voor is ontwikkeld. In dit plan zijn enkel thema’s opgenomen waarvoor nog geen apart beleid is. Er wordt in de tekst regelmatig naar andere beleidsstukken van de gemeente verwezen. De thema’s zelf zijn tot stand gekomen door de raads- en samenleving participatie van 2017 en het coalitieakkoord. Het was de bedoeling dat huidig document een compact plan zou worden met een beperkt aantal thema’s. Het aantal hoofdthema’s is beperkt gebleven (zie 1.7). Wel is het zo dat ambities uit het coalitieakkoord en wensen voortkomende uit de participatie ervoor hebben gezorgd dat er meerdere onderwerpen zijn opgenomen (wel enkel indien er nog geen sectoraal beleid voor was ontwikkeld). Gezien het feit dat deze visie op energie en klimaat een voorbereiding is op de omgevingsvisie (zie 1.1), was dit ook nodig.
Enkele doelen, het aantal speerpunten beperkt. Doelen en speerpunten waarbij gemeente invloed heeft op resultaat. In lijn met bredere scope. Aansluiten bij (inter)nationale kaders. Optimaal benutten regionale samenwerking.
Bovenstaande uitgangspunten sluiten op elkaar aan. In hoofdstuk 2 is alle onderliggende wetgeving beschreven, waar per onderwerp rekening mee gehouden moet worden. Hoofdstuk 2 schetst zo ook de bredere context waarbinnen de gemeente kan opereren. Hiernaast is er veelal in de hoofdstukken verwezen naar regionale samenwerkingen, mede om de doelen te bepalen, deze realistisch te laten zijn door aan te sluiten bij de regio. We doen het samen. Om een breed gedragen plan te schrijven, is er zowel intern als extern intensief samengewerkt. Al in een vroeg stadium zijn raad en samenleving betrokken om richting te geven aan de inhoud. Na het staken van het proces is er gekozen voor een nieuw participatietraject met zowel raad als samenleving, om de VEK in samenspraak met anderen op te stellen. Hiernaast is er intern veel overleg geweest tussen en met verschillende disciplines in de organisatie en bij de omgevingsdienst. In lijn met eerdere besluiten en ambities. De ontwikkeling van deze visie op energie en klimaat heeft een lang proces gekend. We hebben zo goed als mogelijk voortgebouwd op datgene wat er al had plaatsgevonden (participatie samenleving en raad in 2017) en het coalitieakkoord als uitgangspunt genomen. Verder is het besluit van de raad (cie.
WRG juni 2019) om inzichtelijk te maken hoe de verschillende onderwerpen zich tot elkaar verhouden meegenomen; dit is uitgewerkt in 1.7. Huidig document begint voor ieder onderwerp met een stand van zaken, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat er in Voorschoten reeds gebeurt om verduurzaming te bespoedigen. Dit relateert aan motie 077 van D66 om een totaaloverzicht van verduurzaming te maken. Huidig document is dit totaaloverzicht, maar dit is natuurlijk een momentopname. Het is belangrijk om te blijven communiceren over wat er in gemeente Voorschoten al gebeurt, wat is beschreven in hoofdstuk 4. 1.4 Doelstelling De centrale doelstelling van deze visie op energie en klimaat is:
Pagina 5 van 40
“Het bevorderen van de klimaatrobuustheid, een goede milieukwaliteit en duurzame energievoorziening in Voorschoten” Om dit doel concretere invulling te geven, zijn er drie hoofdthema’s aangehouden zodat deze visie op energie en klimaat bijdraagt aan: het streven naar Voorschoten energieneutraal in 2030; het formuleren van een aanpak om milieuverontreiniging (bodem, water, lucht) tegen te gaan; het initiëren van maatregelen om de fysieke leefomgeving aan te passen aan klimaatverandering; het inzichtelijk maken wat de gemeente zelf doet aan verduurzaming. 1.5 Participatie samenleving Van 14-24 februari 2020 is een online vragenlijst (flitspeiling) uitgezet. 853 Voorschotenaren hebben hieraan deelgenomen. Mensen uit alle leeftijdsgroepen hebben deelgenomen, evenals een gelijk verdeeld aantal mannen en vrouwen. Doel van de participatie was om inwoners van Voorschoten te laten meeweten en meedenken over de meest concrete onderwerpen uit huidig document. Er zijn vragen gesteld over de onderwerpen: luchtkwaliteit, energiebesparing en opwek, en klimaatadaptatie (hitte, droogte en wateroverlast). Voor ieder onderwerp is gevraagd naar hoe belangrijk inwoners het onderwerp vinden, wat mensen zelf al doen, wat mensen willen doen en waar de gemeente bij zou kunnen helpen.
Op basis van deze steekproef is gepeild hoe de rol van de gemeente wordt gezien, en voor welke maatregelen mogelijk draagvlak is. De uitkomsten van de flitspeiling zijn meegenomen bij het opstellen van huidig document, en zijn in verschillende hoofdstukken terug te lezen. 1.6 Wat de gemeente al doet en veranderende context De gemeente doet al veel op het gebied van milieu. Een groot deel van de taken die de gemeente uitvoert, is bij wet verplicht (wet milieubeheer). Dit zorgt ervoor dat de milieukwaliteit in Nederland op pijl blijft. Zo regelt de gemeente de gescheiden inzameling van huisvuil, geven we advies bij ruimtelijke plannen, houden we toezicht op licht en geluidhinder, verlenen we milieuvergunningen indien aan de eisen wordt voldaan, en toetsen we of milieuvoorschriften worden nageleefd. Er wordt ook wel gerefereerd naar deze taken als de ‘klassieke milieutaken’. Veel van deze taken worden door verschillende afdelingen in de organisatie uitgevoerd omdat het verschillende beleidsterreinen betreft. Omdat de context verandert zijn de klassieke taken niet meer afdoende voor de uitdagingen waar we voor staan. Bovendien zijn taken die relateren aan de huidige uitdagingen in verschillende beleidsterreinen verspreid, terwijl de uitdagingen waar wij voor staan om een integrale aanpak vragen.
Klimaatverandering zorgt voor uitdagingen op het gebied van energie en klimaatadaptatie. Op nationaal niveau zijn er overkoepelende plannen gemaakt (klimaatakkoord en deltaplan ruimtelijke adaptatie) welke weliswaar (nog) niet wettelijk zijn verankerd, maar wel verplichtingen voor gemeenten met zich meebrengen. 1.7 Opbouw van dit rapport Deze visie op energie en klimaat begint met het schetsen van de (inter)nationale en regionale kaders (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 2 wordt eveneens een toekomstbeeld geschetst van Voorschoten, welke is gebaseerd op lange termijn doelstellingen uit o.a. deze kaders en het coalitieakkoord. Vervolgens wordt er ingegaan op de drie hoofdthema’s: energietransitie (hoofdstuk 3), gemeente als duurzaam voorbeeld (hoofdstuk 4) en klimaatadaptatie en milieukwaliteit (hoofdstuk 5). Ieder thema begint met de doelstellingen, gevolgd door een schets van de stand van zaken, gevolgd door de kansen en uitdagen. In de raadscommissie WRG van juni 2019 is besloten dat in huidig document zou moeten worden aangegeven hoe de verschillende onderwerpen van huidig document zich tot elkaar verhouden. In tabel 1A zijn de onderlinge relaties tussen de onderwerpen gevisualiseerd door grijs te arceren als
Pagina 6 van 40
er een onderlinge relatie is. Uit tabel 1A blijkt dat er heel veel onderlinge relaties tussen de onderwerpen zijn. Dit pleit voor een integrale aanpak, wat eveneens het doel is van de omgevingswet (zie 1.1). Een integrale aanpak is belangrijk, omdat gestelde doelen bijvoorbeeld tegenstrijdig met elkaar zouden kunnen zijn. Een goed voorbeeld hiervan is de relatie van duurzame mobiliteit (3.2) met klimaatadaptatie (5.1). In het kader van de energietransitie zou je elektrisch rijden zoveel mogelijk willen stimuleren. In het kader van klimaatadaptatie zou je zo weinig mogelijk steen en zo veel mogelijk groen willen hebben. Ook een elektrische auto heeft een parkeerplaats nodig, maar dit zou niet ten koste mogen gaan van groen. Als deze twee doelen integraal worden aangepakt, is er een oplossing te vinden die beide doelstellingen in het oog houdt.
3.1
3.1
3.2
3.3
4
5.1
5.2
5.3 Bodem
5.4
5.5
5.6
Opwek
Duurzame
Gebouwde
communicatie
klimaatadaptatie
luchtkwaliteit
&
Biodiversiteit
Waterkwaliteit
Geluid
elektriciteit
mobiliteit
omgeving
ondergrond
Opwek
Elektriciteit 3.2
Duurzame
mobiliteit 3.3
Gebouwde
omgeving 4 Communicatie 5.1 Klimaatadaptatie 5.2 Luchtkwaliteit 5.3
Bodem
&
ondergrond 5.4 Biodiversiteit 5.5 Waterkwaliteit 5.6 Geluid
Tabel 1A: onderlinge relaties onderwerpen MBP
Pagina 7 van 40
2 Context en Toekomstbeeld Voorschoten 2.1 Schetsing context van globaal tot gemeente
2.1.1 Thema 1: Contextschets energietransitie
Klimaatakkoord Parijs: Opwarming aarde beperken tot 1,5 graad C. Einde fossiele tijdperk (veroorzaker CO2 uitstoot). Bijlage bij het klimaatakkoord is de Nationale agenda laadinfrastructuur. Energieakkoord: Voorloper Nederlands klimaatakkoord. In 2020 was de ambitie om 14% duurzame energie op te wekken. Klimaatwet: 95% broeikasgasreductie in NL in 2050 ten opzichte van 1990, 49% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990, nevendoel streven naar 100% CO2neutrale elektriciteitsproductie in 2050. Klimaatakkoord: Nederlandse uitwerking van internationale klimaatafspraken Parijs. CO2reductie van tenminste 49% in 2030 ten opzichte van het jaar 1990. Er zijn 5 sectortafels: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw&landgebruik en mobiliteit. Het nationaal programma Regionale energiestrategie (NP RES) is een uitwerking van het klimaatakkoord. Energieakkoord Holland Rijnland: gemeente Voorschoten heeft zich hieraan gecommitteerd. Het is een samenwerkingsverband van 14 buurtgemeenten, provincie Zuid-Holland, de omgevingsdiensten en het Hoogheemraadschap van Rijnland. De ambitie is om in 2050 energieneutraal te zijn. Dit wordt geïnterpreteerd: minstens 80% duurzame opwek in eigen regio. De resterende 20% mag worden ‘geïmporteerd’ uit een nabije regio.
Regionale energie strategie (RES): instrument om keuzes te maken voor de opwek grootschalige duurzame energie, voor de warmtetransitie van de gebouwde omgeving, en de opslag en (hoofd)infrastructuur die hiervoor nodig is. Het is eveneens een manier om samenwerking tussen decentrale overheden en provincie te organiseren. De RES moet resulteren in een product om te beschrijven hoe tot de energiedoelstellingen te komen. Transitievisie warmte: Gemeente stelt op en stelt vast. Wanneer welke wijk van het gas af. Uiteenzetting meest waarschijnlijke vervangende duurzame bron (technisch-economisch).
2.1.2 Thema 3: Contextschets klimaatadaptatie & Milieukwaliteit
Wet milieubeheer. Dit is de belangrijkste milieuwet (zie ook 1.6). Nationaal waterplan. Dit plan vormt het kader voor regionale water- en beheerplannen. Er kan niet (zomaar) worden afgeweken van dit plan bij het opstellen van regionale plannen. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Heeft tot doel om de aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte te versnellen en intensiveren. In 2050 moet Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht. Integraal waterketenplan (IWKP) Leidse regio 2019-2023. Samenwerking van gemeente Voorschoten, Leiden, Leiderdorp, Zoeterwoude en Oegstgeest, het Hoogheemraadschap van Rijnland, Dunea en Oasen (drinkwaterleidingbedrijven). Bevat afspraken om zo doelmatig mogelijk samen te werken om zo kosten te besparen, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. Nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL). Heeft tot doel om de luchtkwaliteit te verbeteren voor de volksgezondheid, maar ook ruimte te bieden aan maatschappelijke ontwikkelingen. Van kracht sinds 2009. Wet Basis Registratie Ondergrond (BRO). Centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond. Vanuit één plek kunnen gebruikers binnenkort digitaal gegevens opvragen over bodem en ondergrond.
De datasets kunnen worden gevisualiseerd, maar er kunnen ook berekeningen en modelleringen mee worden gemaakt. Platform Slappe Bodem: samenwerkingsverband van decentrale overheden (gemeenten, waterschappen, provincies) met als doel: remmen van bodemdaling. Wet bodembescherming. Heeft met name tot doel de bodem te beschermen door bestaande bodemverontreinigingen te saneren en nieuwe verontreinigingen te voorkomen. Voorziet in regels voor bodemsanering, grondverzet en zorgplicht. Inzake bodemsanering is de provincie het bevoegd gezag. De landelijke doelstelling is dat eind 2020 alle gevallen van ernstige Pagina 8 van 40
bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico’s, de zogenaamde spoedlocaties, zijn gesaneerd of dat de risico’s in ieder geval zijn beheerst. Woningwet. Hierin staan bepalingen met betrekking tot het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond. Wet natuurbescherming: beschermt Nederlandse natuurgebieden, en planten- en diersoorten. Kaderrichtlijn Water (KRW). Vanuit de Europese unie vastgesteld. In de KRW staan verschillende kwaliteitseisen voor oppervlaktewater en grondwater. De kwaliteit moet zodanig zijn dat er met zo min mogelijk zuivering drinkwater van gemaakt kan worden. Er zijn onder meer normen voor het zuurstofgehalte van water en het maximale gehalte chemische stoffen en metalen. Daarnaast heeft ook het behoud van ecologie, zoals de aanwezigheid van bepaalde planten- en vissensoorten, een prominente plek binnen de KRW. De KRW is geen verplichting voor de gemeente, maar er wordt wel gebruik van gemaakt. Wet geluidhinder. Onderdeel van de wetgeving rondom geluid in Nederland. Het doel is het beschermen van de mens tegen geluidhinder. In deze wet zijn regels voor geluidhinder veroorzaakt door wegverkeer, railverkeer en industrieterreinen opgenomen. Voor geluidhinder door luchtvaart is er een andere wet: de wet luchtvaart.
2.1.3 Uit het coalitieakkoord
Streven naar Voorschoten energieneutraal in 2030, gemeente als duurzaam voorbeeld Draagvlak onder en informatie aan bevolking en ondernemers zijn van groot belang Streven naar 2030 voldoen aan de WHO luchtkwaliteitsnormen Werk maken van klimaatbestendigheid en rijkere natuur Nieuwbouw energieneutraal, geen aansluiting meer op het gas We streven biodiversiteit na in openbaar groen Aanjagen investeringen in verduurzaming Bij aanbestedingen duurzaamheidscriteria opnemen
2.2 Toekomstbeeld Voorschoten Alle ambities uit dit rapport zijn samengevat en verwerkt tot een toekomstbeeld van Voorschoten in 2050:
In 2050 is Voorschoten een aantrekkelijk dorp om te wonen. Dat komt omdat er veel groen is, zowel in het openbaar gebied, als op individueel terrein (tuinen en daken), maar ook omdat energie van duurzame bronnen komt en de milieukwaliteit goed is. De gemeente heeft een technisch-economische analyse laten doen voor duurzame warmte- en elektra bronnen. Na een participatietraject met de samenleving heeft een deel van de huishoudens gekozen voor een individuele oplossing (warmtepomp, all electric), en een deel heeft zich aangesloten bij een collectieve oplossing (geothermie, restwarmte, windmolen, zonneveld). Veel inwoners hebben zonnepanelen op het dak geplaatst. Het verkeer is emissieloos. Niet alleen is de lucht daardoor schoner, maar ook hebben inwoners minder last van geluidhinder. Veel inwoners maken gebruik van autodelen, hebben een elektrische auto of een duurzaam alternatief, maar pakken binnen het dorp bovenal de fiets. Doordat er flink is gewerkt aan het klimaatadaptief inrichten van wijken, is er beperkte wateroverlast en weinig tot geen bodemverzakking. Ook wordt er minder overlast van hitte ervaren, doordat het aantal bomen minstens gelijk is gebleven. Veel inwoners vangen regenwater op in regentonnen, hergebruiken water, hebben een daktuin aangelegd of hun tuin vergroend. Regenwater wordt niet meer bij het vuile rioolwater geloosd. De waterkwaliteit is o.a.
hierdoor verbeterd en de biodiversiteit floreert. In Voorschoten pakt iedereen zijn rol en verantwoordelijkheid. Inwoners zijn betrokken. Er is een goede samenwerking met de regio, en de gemeente dient als duurzaam voorbeeld en communiceert hierover.
Pagina 9 van 40
3 Energietransitie Om klimaatverandering tegen te gaan, is het van belang dat we op een andere manier gaan voorzien in onze energiebehoefte. Op dit moment zijn we afhankelijk van fossiele energie. Het nadeel hiervan is dat het zorgt voor de uitstoot van broeikasgassen (en zo klimaatverandering) en dat de winning ervan eindig is. Daarom gaat Nederland over op hernieuwbare vormen van energie. Hierover zijn afspraken gemaakt op mondiale schaal (klimaatakkoord Parijs) en op nationale schaal (klimaatakkoord). Het Nationaal programma Regionale Energiestrategie (RES) is een uitwerking van het klimaatakkoord. Hierbij is Nederland opgedeeld in 30 regio’s. De afspraak is dat deze regio’s moeten onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden, welke warmtebronnen te gebruiken, waar ruimte is en hoeveel. Voorschoten behoort tot de RES-regio Holland Rijnland. Op regionale schaal heeft gemeente Voorschoten zich bij het Energieakkoord Holland Rijnland (EHR) aangesloten. Hernieuwbare energie (zowel elektriciteit als warmte) is niet eindig, en het zorgt voor een sterk verminderde broeikasgasuitstoot. Op dit moment is slechts 7,4% van alle energie die wij in Nederland verbruiken aangemerkt als hernieuwbaar.3 Bovenstaande akkoorden (zie ook 2.1.1) schetsen de kaders waarbinnen gemeente Voorschoten kan bijdragen in de energietransitie.
Aansluitend hierbij, kiest de gemeente Voorschoten twee pijlers: 1.
Energiebesparing. Dit is de eerste stap van de principes van de trias energetica (zie figuur 3A). Alle energie die we niet nodig hebben, hoeven we ook niet van duurzame bronnen te halen. Per definitie betekent dit dus CO2 besparing. Energie besparen gebeurt met name op lokaal niveau. Daarom heeft de gemeente van alle overheidslagen (nationaal, regionaal, lokaal) de meeste grip op het energiebesparingsvraagstuk.
2.
Energie van duurzame bronnen. Zowel elektriciteit als warmte moeten van duurzame bronnen komen. Op dit moment komt veel van onze energie van een centrale bron (gas- en kolencentrales), van waaruit het lokaal wordt verdeeld. Duurzame warmte en elektriciteit kunnen zowel centraal (bijvoorbeeld via een windmolen of geothermie), maar ook decentraal (een zonnepaneel op eigen dak, een warmtepomp) worden opgewekt. Dit betekent dat ieder huishouden in theorie zelf in zijn eigen duurzame warmte en elektriciteit kan voorzien. Maar ook kunnen we (een deel van) het vraagstuk collectief oplossen door een grootschalige bron te kiezen. De gemeente kan een rol spelen in beide vraagstukken: zij is de schakel naar de regio toe, en kan een informerende rol naar bewoners toe hebben.
In totaal wordt er in Voorschoten 78.000 ton CO2 uitgestoten,4 daarvan komt veruit de meeste CO2 uit de gebouwde omgeving en de mobiliteitssector (zie figuur 3B). Er is vrijwel geen uitstoot van landbouw en industrie. Om concrete invulling te geven aan de pijlers, kijken we daarom in de volgende hoofdstukken naar de onderwerpen ‘gebouwde omgeving’ en ‘mobiliteit’. Apart kijken we naar het onderwerp ‘opwek elektriciteit’. Hiermee zijn de onderwerpen van de hoofdstukken gelijk aan de voor Voorschoten relevante sectortafels van het klimaatakkoord.5
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/22/aandeel-hernieuwbare-energie-naar-7-4-procent https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/co2-uitstoot/ 5 De sectoren ‘industrie’ en ‘landbouw’ zijn minder relevant voor Voorschoten (zie figuur 3B). 3 4
Pagina 10 van 40
3.1
Opwekking elektriciteit
Doelen Actief aangehaakt zijn bij de regio en zo goed mogelijk communiceren over de RES. In de gemeente zoeken we naar mogelijkheden voor grootschalige opwek in relatie tot de uitwerking in de regio. De gemeente neemt daarin haar verantwoordelijkheid in de bijdrage van de regionale opwek-doelstellingen. Het stimuleren van de kleinschalige opwek van elektriciteit (zonnepanelen op daken) en besparing, waarbij er aandacht is voor verschillende bewonersgroepen (huurders, particuliere kopers, bedrijven, scholen, sportverenigingen, Verenigingen van Eigenaars). Bewoners worden wijkgericht benaderd. Het faciliteren en stimuleren van lokale initiatieven door actieve bewoners uit Voorschoten voor de opwek van zonne-energie en energiebesparing. Stand van zaken Voorschoten is onderdeel van de RES regio Holland Rijnland. Iedere RES regio in Nederland moet een bod doen aan het Nationaal Programma RES over hoe en hoeveel zij in de regio met alle gemeenten gezamenlijk energie op een duurzame manier op denkt te kunnen wekken. Elektriciteit kan zowel op grote schaal (windmolens, zonnevelden), als op kleine schaal (zon op dak) duurzaam worden opgewekt. Voor wat betreft de grootschalige opwek van elektriciteit (zonnevelden en windmolens), wordt er vanuit de regio een verkenning gedaan naar de mogelijkheden.
Waar is er ruimte? Wat zijn de wensen en beperkingen vanuit de verschillende gemeenten? Dit wordt samengevat in de concept RES, welke in juni 2020 klaar moet zijn. De concept RESsen uit alle 30 regio’s worden bij elkaar opgeteld. Er wordt dan gekeken of deze som voldoende is om aan de totale vraag in Nederland te voldoen. Zo niet, wordt er verder gerekend in de RES 1.0, welke klaar moet zijn in juli 2021. Elke 2 jaar wordt de RES vervolgens geëvalueerd. In de RES wordt 2030 en waar mogelijk 2050 als eindpunt genomen, zodat er een tijdpad uitgestippeld kan worden. In het kader van de RES is een goede samenwerking met de regio essentieel. Gemeente Voorschoten wil zo actief mogelijk aangehaakt zijn bij de regio, haar bijdrage leveren aan de doelen uit energieakkoord en RES daar onze belangen behartigen, en zo goed mogelijk communiceren naar bewoners toe.
Pagina 11 van 40
In 2018 werd er in de regio 438 TJ duurzaam opgewekt met grootschalige elektriciteitsopwekking.6 Figuur 3C en 3D laten zien hoe Voorschoten het doet op het gebied van wind en zon ten opzichte van de regio. De figuren maken inzichtelijk dat er nog een opgave ligt voor Voorschoten.
Voor wat betreft kleinschaliger opwek en energiebesparing, is er een rol voor bewoners, bedrijven en de gemeente. De gemeente heeft hierin met name een stimulerende en faciliterende rol, en een voorbeeldfunctie (dat laatste komt aan bod in hoofdstuk 4). In totaal werd er in 2017 in onze gemeente 1,7% energie duurzaam opgewekt.7 Dit gebeurt door middel van zonne-energie; sinds 2011 is er een stijgende lijn te zien in de toepassing van zonneenergie (zie figuur 3E). In 2017 werd er in totaal 1.022TJ aan energie verbruikt in Voorschoten. De meeste energie wordt verbruikt in de sectoren mobiliteit en gebouwde omgeving.8 Het energieverbruik van de gebouwde omgeving bestaat voornamelijk uit warmte (zie figuur 3F). Daar valt qua besparing dus ook de meeste winst te behalen (zie ook 3.3).
Opgave, kansen en doorkijk naar lange termijn doelstellingen Vanuit het energieakkoord was het doel om op nationaal niveau naar 14% duurzame energie (elektra + warmte) in 2020 te gaan. Anno 2018 wekt Nederland 7,4% duurzame energie op. Cijfers uit 2019 zijn nog niet bekend, maar het voorgaande laat zien dat we op koers zijn maar dat het doel ambitieus is. Vanuit de regio (concept RES) is het de ambitie om in 2030 in iedere gemeente een energiebesparing van 11% te realiseren ten opzichte van 2014, en in 2050 30%. Deze opgave slaat op zowel elektriciteit als warmte. Doorvertaald naar de opgave voor Voorschoten, betekent dit dat er in 2030 maximaal 915TJ aan energie (warmte en elektra) verbruikt mag worden, en in 2050 719,6 TJ. https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/hernieuwbare-energie/ https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/energietransitie 8 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energiegebruik/ 6 7
Pagina 12 van 40
Vanuit de regio (EHR) is het ook de ambitie om in 2050 het merendeel (80%) aan energie (zowel warmte als elektra) in eigen regio op te wekken. Voor de opwek van elektriciteit betekent dit dat we zullen moeten bijdragen in de vorm van grootschalige elektriciteitsopwek. Dit wordt verder uitgewerkt in de RES. Wat betreft kleinschalige elektriciteitsopwek is er een stijgende lijn te zien (zie figuur 3E), maar er is nog een weg te gaan. Uit de flitspeiling blijkt dat er veel interesse is in het opwekken van energie door zonnepanelen, dat is een kans. Qua besparing op elektriciteit blijkt uit de flitspeiling dat veel mensen hier reeds mee bezig zijn. Energiebesparing op elektriciteit kan o.a. behaald worden door het toepassen van LED verlichting, het aanschaffen van energiezuinige apparaten en gedrag. Een kans is dat LED verlichting de afgelopen jaren flink goedkoper is geworden. Tot slot: in onze gemeente zijn er verschillende actieve bewonersgroepen die bijvoorbeeld samen energie willen opwekken (Zon op Voorschoten), kennis willen delen over de energietransitie (Kracht in de Wijk) en vele andere actieve bewoners zoals die in de Krimwijk die in samenwerking met TU-Delft hun woningen duurzamer willen maken.
Omdat we als gemeente een aandeel moeten leveren in de regionale (en nationale doelstellingen), zijn deze lokale kleinschalige vormen van energie opwek en besparing een kans: des te meer er kleinschalig wordt opgewekt en bespaard, des te minder er grootschalig nodig is om in de energievraag van de gemeente (als totaal) te voorzien. Zoveel als mogelijk willen we daarom actieve bewoners faciliteren en kleinschalige opwek en besparing stimuleren.
3.2
Duurzame mobiliteit
Doelen Beperken van de CO2 uitstoot door verkeer en vervoer door het stimuleren van autodelen en elektrisch rijden. Strategisch plaatsen van elektrische laadpalen in de openbare ruimte, en maximaal faciliteren en stimuleren van elektrisch laden in de openbare ruimte. Het stimuleren van elektrisch laden mag zo weinig mogelijk ten koste gaan van klimaatadaptatie. Stand van zaken In het regeerakkoord is bepaald dat in 2030 alle nieuwe auto’s emissie loos moeten zijn. In 2050 moet, volgens het klimaatakkoord, al het verkeer emissie loos zijn. De ‘nationale agenda laadinfrastructuur’ (NAL) is een bijlage bij het klimaatakkoord. Deze moet er in de komende jaren voor gaan zorgen dat de laadinfrastructuur geen drempel vormt bij de uitrol van elektrisch vervoer. Taak aan de gemeente is om op te pakken wat er uit de NAL komt. Op regionaal niveau heeft gemeente Voorschoten zich gecommitteerd aan het energieakkoord Holland Rijnland (EHR). Alle deelnemende gemeenten moeten zich inzetten om de CO2 uitstoot van verkeer terug te dringen. Onderdeel van de uitwerking van het EHR is, dat er prognoseplankaarten worden gemaakt: er wordt ingeschat wat de te verwachten stijging van het aantal elektrische auto’s is. Ook wordt er op parkeerplaats niveau bekeken waar laadinfrastructuur moet komen om in de toenemende vraag naar elektrisch laden te voorzien.
Op regionale schaal werken we ook samen met andere gemeenten voor: De aanbesteding van het OV. Het OV is namelijk gemeentegrens overstijgend. Een nieuwe aanbesteding vindt in 2020 plaats, en wordt georganiseerd vanuit de Provincie. In de nota van uitgangspunten voor de nieuwe OV concessie wordt uitgegaan van een doorgroei naar 100% emissievrij OV. De aanbesteding van het aanbod van laadinfrastructuur. Wij haken hiervoor in 2020, net als in 2016, aan bij een intergemeentelijke aanbesteding die wordt georganiseerd vanuit de gemeente Rotterdam. Ook hier wordt geprobeerd om duurzaamheid als een van de gunningseisen op te nemen (zie ook 4.1). Op gemeentelijk niveau is vigerend beleid het verkeersplan Voorschoten (2017-2020). In dit plan wordt ingegaan op verkeer in het algemeen, met als pijlers: verkeersveiligheid, leefbaarheid en
Pagina 13 van 40
bereikbaarheid.9 In het verkeersplan wordt beschreven hoe de toenemende aandacht voor duurzaamheid in de samenleving zijn gevolgen heeft voor het verkeersbeleid. Duurzaamheid op zichzelf is vooralsnog geen pijler van het verkeersplan. Wel wordt er middels het verkeersplan ingezet op het stimuleren en faciliteren van het gebruik van de fiets en het OV, wat relatief gezien verreweg de minste CO2 uitstoot met zich meebrengt (zie figuur 3G1) en dus qua duurzaamheid de voorkeur geniet.10
Figuur 3G1: CO2 uitstoot per vervoermiddel De fietsinfrastructuur wordt door Voorschotenaren en de Fietsersbond als goed ervaren (zie verkeersplan pagina 19). Omdat het stimuleren van fietsgebruik en OV reeds onderdeel zijn van het verkeersplan en het inkoopbeleid (zie ook 4.1), wordt verder enkel ingegaan op autoverkeer. In Voorschoten wordt de meeste CO2 uitgestoten door wegverkeer (zie figuur 3G).
Over duurzame mobiliteit in Voorschoten is het volgende bekend: Het aantal openbare laadpalen in Voorschoten neemt toe: inmiddels zijn er op 49 locaties laadpalen (in totaal 93 openbare oplaadpunten) ten opzichte van 7 in 2017. Via de gemeente website kunnen bewoners een openbare laadpaal aanvragen.11 Er zijn eveneens semi-openbare (bijvoorbeeld op bedrijventerreinen) en particuliere laadpalen. Op deze twee typen heeft de gemeente qua aantallen geen zicht. https://www.voorschoten.nl/inwoners-voorschoten/verkeersplan_42170/ Bron: https://www.milieucentraal.nl/duurzaam-vervoer/fiets-ov-of-auto/ 11 Zie https://www.voorschoten.nl/inwoners-voorschoten/elektrisch-rijden_45567/. 9
10
Pagina 14 van 40
Autodelen neemt toe: inmiddels zijn er 3 aanbieders (Greenwheels, Go-about en Snappcar). In 2014 waren dat er nog 2. Gemeente Voorschoten faciliteert en stimuleert autodelen.12
Opgave, kansen en uitdagingen Landelijk stijgt het aantal auto’s in Nederland nog steeds.13 Ook in Voorschoten stijgt het aantal auto’s. Positief punt in het kader van duurzaamheid, is dat ook het aandeel elektrische auto’s groeit en dat een aantal Voorschotenaren de aanschaf van een elektrische of hybride auto overwegen.14 Dit brengt wel uitdagingen met zich mee, zeker omdat er in de NAL wordt gesteld dat de laadinfrastructuur geen drempel mag vormen bij de uitrol van elektrisch vervoer. Dit betekent dat: de laadinfrastructuur voldoende dekkend moet zijn; het streven is om strategisch laadinfrastructuur te plaatsen voordat de vraag ontstaat; de doorlooptijd van een aanvraag snel verloopt; dat informatie over de locatie en beschikbaarheid van laadpunten en tarieven toegankelijk is; laadinfra toekomstbestendig is (gericht op smart charging om capaciteitsbelasting van het net te voorkomen). Op regionale schaal wordt in kaart gebracht wat ons te wachten staat qua laadinfrastructuur en hoe we dit als regio kunnen faciliteren. In lijn hiermee, moet er op gemeentelijke schaal het volgende gebeuren: 1. Eind 2020 moet iedere gemeente een visie hebben op hoe om te gaan met elektrisch laden. Dit wordt tevens (in de vorm van een paragraaf) onderdeel van de concept RES; 2.
Eveneens moeten er beleidsregels verder worden uitgewerkt over hoe om te gaan met duurzame mobiliteit in de gemeente. De groei van het aantal (elektrische) auto’s brengt ook uitdagingen met zich mee die raken aan duurzaam ruimtegebruik en klimaatadaptatie: Het aantal parkeerplaatsen is beperkt. Omdat het autobezit groeit, is er ook een vraag naar extra parkeerplaatsen. Qua leefbaarheid van de wijk is dit niet altijd wenselijk, omdat het doorgaans ten koste gaat van groen en speelplekken. Hiermee staat klimaatadaptatie onder druk. Er moet dus een afweging worden gemaakt tussen ernst van de problematiek (hoeveel parkeerplekken zijn er per inwoner), mogelijkheid (is het ruimtelijk gezien mogelijk) en wenselijkheid (hoe staat het met de waterafvoer, hitte en droogte in dat gebied?).15 Autodelen is in dit kader een kans, omdat het zowel zorgt voor een minder druk op het aantal parkeerplaatsen, alsook de CO2 uitstoot kan verminderen. Naast de gemeente, plaatsen ook particulieren en bedrijven laadpalen. Zo kan er een particuliere laadpaal worden geplaatst op een oprit: dit gaat niet ten koste van een parkeerplaats in de openbare ruimte, en ook vindt er geen extra verstening of ontgroening plaats. Is er echter geen oprit bij een woonhuis beschikbaar, en kan deze ook niet worden gerealiseerd, dan is de bewoner aangewezen op het gebruik van een openbare laadpaal.
Aan de gemeente de taak dat deze er dan wel is. Duurzame mobiliteit heeft een sterke relatie met luchtkwaliteit. In hoofdstuk 5.2 zijn een aantal mogelijke maatregelen beschreven om de luchtkwaliteit (en zo ook duurzame mobiliteit) te bevorderen. De meest kansrijke maatregelen hebben een relatie met bovenstaande doelen.
3.3 Warmte voor de gebouwde omgeving Doelen Actief aangehaakt zijn bij de regio. We sluiten aan bij de regionale inspanningen op het gebied van warmte, en communiceren hierover zo goed mogelijk.
Zie https://www.voorschoten.nl/inwoners-voorschoten/auto-delen_45570/. https://auto-en-vervoer.infonu.nl/auto/188341-aantal-personenautos-in-nederland-2019.html 14 Zie resultaten flitspeiling. 15 https://www.voorschoten.nl/inwoners-voorschoten/kunnen-er-meer-parkeerplaatsen-wordenaangelegd_44864/ 12 13
Pagina 15 van 40
In de gemeente zoeken we naar mogelijkheden voor lokale warmtebronnen. We inventariseren de economische en technische mogelijkheden voor duurzame warmte in een transitievisie en delen onze inzichten met inwoners (participatie). Het stimuleren en faciliteren van energiebesparing (isolatie). Met het werven en opleiden van energieambassadeurs de verduurzaming van bestaande woningvoorraad verder brengen. De wijkaanpak komt meer en meer in het teken te staan van de warmtetransitie.
Stand van zaken Bijna de helft van de energievraag in de regio is een warmtevraag, en daarvan is het grootste deel (85%) voor de verwarming van huizen en bedrijven. De andere 15% is voor de verwarming van tapwater. Hiermee zijn ‘warmte’ en ‘de gebouwde omgeving’ belangrijke onderdelen van de energietransitie. In de regio werd in 2017 565TJ aan warmte duurzaam opgewekt.16 Gemeente Voorschoten is aangesloten bij het Energieakkoord Holland Rijnland, waar op regionale schaal een verkenning naar verschillende alternatieve warmtebronnen plaatsvindt. In de regio wordt er gekeken naar de volgende bronnen: aquathermie, geothermie, zonthermie, restwarmte, groengas, elektrisch. De ‘gebouwde omgeving’ omvat vele zaken: de particuliere woning voorraad, woningen in corporatie bezit (woningcorporaties), bedrijfsgebouwen en maatschappelijk vastgoed. De gebouwde omgeving is voor 80% verantwoordelijk voor de Voorschotense CO2-uitstoot (zie figuur 3F). De CO2 uitstoot van de gebouwde omgeving is voor 68% woningen. 18% commerciële dienstverlening en 14% publieke dienstverlening (zie figuur 3H). CO2 uitstoot verwijst naar zowel uitstoot van elektriciteit als warmte, hieronder gaat het alleen over het laatste omdat in 3.1 elektriciteit is besproken. Op dit moment verwarmen de meeste mensen hun woning met gas (zie figuur 3J).
Gas is een fossiele brandstof, welke de komende jaren moet worden vervangen voor duurzamere alternatieven. Op wijkniveau zijn er verschillende actieve bewoners(groepen): mensen die zich inzetten om de energietransitie in onze gemeente vorm te geven. Zo zijn er in Noord Hofland energieambassadeurs die hun buurtgenoten willen helpen met het duurzamer maken van hun woningen. Hiertoe gaan ze o.a. met een infrarood camera op bezoek om de warmte lekken vanuit huizen te laten zien. Met Duurzaam Bouwloket hebben we inmiddels drie wijkaanpakken georganiseerd in Adegeest, Noord-Hofland en de Bloemenwijk, Nassauwijk en Dobbewijk. De werkwijze waarbij Duurzaam Bouwloket de meest voorkomende woningtypes in een wijk doorlicht op mogelijkheden voor verduurzaming, de resultaten kenbaar maakt aan de overige bewoners, gekoppeld aan inkoopacties van duurzame maatregelen, zoals op gebied van isolatie en zonnepanelen, lijkt goed te werken.17 Voor bedrijven en instellingen gelden de wettelijke regels energiebesparingsplicht18, de energielabel C verplichting19, en de informatieplicht.20 De gebouwen in bezit van de gemeente moeten zich ook houden aan deze regels (zie verder 4.2.2). De ODWH is in dit kader de handhavende instantie. Op dit moment stimuleert de gemeente ondernemers om aan de gang te gaan met energiebesparing door middel van energiescans (bijvoorbeeld in de Dobbewijk).
https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/hernieuwbare-energie/ Dit blijkt uit de goed bezochte informatieavonden en de resultaten van de inkoopacties van duurzame maatregelen. 16 17
18
Instellingen die 50.000 kWh per jaar of 25.000m3 gas (gebouwgebonden) per jaar verbruiken, zijn verplicht
om maatregelen te treffen als de terugverdientijd < 5 jaar is (activiteitenbesluit wet milieubeheer 2.15). 19
Ieder kantoor groter dan 100m2 moet per 1 januari 2023 een energielabel C hebben, anders mag het niet
meer gebruikt worden. 20 Het activiteitenbesluit wet milieubeheer stelt dat er een rapportage voor verduurzaming vastgoed gemaakt moet worden (1 juli 2019) als er meer dan 50.000 kWh per jaar of 25.000m3 gas per jaar verbruikt wordt. Iedere 4 jaar moet een dergelijke rapportage opnieuw worden gemaakt.
Pagina 16 van 40
Opgave, kansen en doorkijk naar lange termijn doelstellingen De regionale ambitie (EHR) is om in 2050 energieneutraal te zijn, waarbij minstens 80% van de energie uit eigen regio komt. Dit betekent dat als wij als regio weinig elektriciteit hier opwekken, wij meer duurzame warmtebronnen in de regio moeten benutten (als deze er zijn). Warmte en elektriciteit zijn in dat kader dus ‘uitwisselbaar’. Tabel 3A laat zien hoeveel duurzame energie er op dit moment wordt opgewekt in de regio. Op dit moment is dat ongeveer gelijk aan de vraag die gemeente Voorschoten heeft: dit schetst de grootte van de opgave. Duurzaam warmte opwekken brengt een enorme opgave met zich mee. Dat we over gaan op duurzame warmte is een feit, maar verder zijn er nog veel onzekerheden waaronder: Kennis. Er moet geïnventariseerd worden welke duurzame alternatieve warmtebronnen er zijn en wat de voor- en nadelen hiervan zijn; Praktisch. Er is relatief weinig ervaring met alternatieve warmtebronnen. Ook is de huidige infrastructuur er niet op gemaakt; Economisch. Alternatieve warmtebronnen brengen investeringskosten met zich mee; Geografisch. Warmtebronnen kunnen gemeentegrens overschrijdend zijn; Sociaal. Het liefst willen we allemaal meteen weten waar we aan toe zijn. De gemeente heeft niet direct invloed op al bovenstaande vraagstukken.
Bovendien wordt er op nationaal niveau wetgeving ontwikkeld, die op dit moment nog niet gereed is (i.e. de warmtewet 2). Dat is dus een uitdaging. Wel zijn we aangesloten bij het EHR, om op regionaal niveau de warmtebronnen te verkennen. Om kennis te blijven delen met de regio en samenwerking te bevorderen, willen we actief aangehaakt blijven. Iedere gemeente moet een technisch-economische analyse maken van warmte alternatieven (dit heet een transitie visie warmte). Met deze transitievisie maken gemeenten het tijdspad inzichtelijk: wanneer kunnen welke wijken of buurten van het aardgas worden afgekoppeld. Op basis van verschillende factoren (o.a. bebouwingsdichtheid, bouwperiode, geplande verbouwingswerkzaamheden in openbaar gebied) wordt in kaart gebracht wat in technischeconomisch opzicht een mogelijke warmtebron per wijk kan zijn. De inzichten die hieruit voortkomen delen we met bewoners. De TVW moet voor eind 2021 klaar zijn. De ambities uit de regio laten ook zien dat de eerste stap in het verduurzamen van de gebouwde omgeving energiebesparing is (zie ook figuur 3A). Het grootste gedeelte van de gebouwde omgeving bestaat uit niet-gemeentelijk bezit. Dat betekent dat de gemeente beperkt invloed heeft op de energiebesparing die hier plaatsvindt, maar wel kunnen we inwoners erover informeren.
Op individueel niveau kunnen bewoners, bedrijven en woningcorporaties ook zelf overgaan op alternatieve warmtebronnen. De gemeente heeft hier beperkte invloed op. Uit de flitspeiling blijkt dat er een grote behoefte is aan informatie over duurzaam verwarmen. Dit blijkt ook uit de aanvragen die de energie ambassadeurs krijgen: de vraag is groter dan het aanbod. Het is daarom een kans om in meer wijken energie ambassadeurs te werven en op te leiden. Op de lange termijn moet er dus energie zijn bespaard, gaan we volledig over op duurzame energiebronnen en is het verkeer emissieloos. De stand van zaken, ambities en opgaven van de energietransitie zijn opgenomen in tabel 3A.
Pagina 17 van 40
Akkoord
2014
2017
2018
2020
Energieakkoord
7,4%
14%
voor duurzame
duurzame
duurzame
groei
energie
energie
(werkelijk)
(ambitie)
2030
2050
Klimaatwet,
49%
-95% broeikasgasreductie
klimaatakkoord
broeikasgas
t.o.v. 1990
reductie
-100%
t.o.v. 1990
CO2 neutrale opwek
Klimaatakkoord
1 juli:
CO2 neutrale gebouwde
(ambities
nieuwbouw
omgeving
gebouwde
geen
omgeving)
gasaansluiting meer (gaswet)
Klimaatakkoord
Nieuwe
(mobiliteit)
voertuigen
Al het verkeer emissieloos
emissieloos EHR
Energieneutrale regio
duurzame energie
-80% uit eigen regio
ambitie
-20% ‘import’ uit andere
(regio)
regio
EHR
11% t.o.v.
Energiebesparing
2014
30% t.o.v. 2014
ambitie (regio) Regio duurzame
438 TJ
opwek
elektra 565TJ warmte
Voorschoten
1028
1022
Energieverbruik
TJ
TJ
915 TJ
719,6 TJ
(rood) opgave (geel) Voorschoten
1,7%
zonne-energie Tabel 3A: doorkijk naar lange termijndoelstellingen energietransitie
Pagina 18 van 40
4 Gemeente als duurzaam voorbeeld De opgaven die we hebben in het kader van duurzaamheid, zijn opgaven die alle groepen inwoners (ondernemers, bewoners, gemeente) uit de samenleving aangaan en waar we met zijn allen aan moeten werken. In de verschillende vraagstukken, hebben we allemaal een rol en verantwoordelijkheid. Een goede samenwerking met de verschillende partijen uit de samenleving, en communicatie over de rolverdeling is essentieel om elkaar te begrijpen en verwachtingen te managen. Veel van de taken die de gemeente heeft, zijn wettelijke taken (zie ook 1.6). Hiernaast doen we ook niet verplichte zaken, zoals het opleiden van energieambassadeurs. Uit de flitspeiling blijkt dat niet iedereen hiervan weet, wat de noodzaak van goede communicatie laat zien. Dit hoofdstuk gaat daarom met name over hoe de gemeente goed kan communiceren en informeren (4.1) over wat zij doet. Daarnaast zijn enkele voorbeelden over wat de gemeente al doet op het gebied van klimaat en energie (zie 4.2) uitgelicht. Doelen De gemeente erkent dat draagvlak en goede informatievoorziening essentieel is. Inwoners en ondernemers worden zo goed mogelijk betrokken bij acties op het gebied van energie en klimaat. De participatienota is hierbij het uitgangspunt. Streven is om een zo groot en divers mogelijk publiek te betrekken.
De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld en communiceert hier proactief over. We sluiten zoveel mogelijk aan bij informatiebehoeften van inwoners en bestaande bewonersinitiatieven, zowel qua inhoud, kanalen en middelen.
4.1 Duurzame communicatie Stand van zaken De afgelopen jaren is er op de volgende manier geprobeerd inwoners te betrekken bij verschillende acties in het kader van klimaat en milieu: Project Bijenprogramma Operatie Steenbreek Duurzaamheidsbijeenkomsten voor ondernemers Eikenprocessierups Energieambassadeurs Duurzaamheidslening Flitspeiling (uitvoering) Flitspeiling (resultaat) Milieubeleidsplan RES
energiecoaches
Manier van betrekken Informeren over acties Informeren Communicatief begeleiden
Relateert aan hoofdstuk 5.4 biodiversiteit 5.1 klimaatadaptatie 3 energietransitie
Informeren Communicatief begeleiden Informeren makelaars en inwoners Meedenken en meeweten Informeren over uitkomsten Informeren over proces van tot stand koming Via webinar, enquête onder inwoners, informeren op allerlei manieren Wamrtescans uitvoeren bij huizen, 70 euro vouchers
5.4 biodiversiteit 3 energietransitie 3 energietransitie Met name 5.1, 5.2 en 3 n.v.t. Hele plan 3 energietransitie
3.3
Pagina 19 van 40
4 pagina’s in Voorschotense krant (december 2020)
informeren
Meerdere
Tabel 4.1A: Hoe betrekt Voorschoten inwoners bij klimaat en energie beleid?
We informeren bewoners door de inzet van Facebook en door een rubriek in de Voorschotense Krant op basis van 3 pijlers: 1. vertellen en laten zien wat de gemeente zelf doet aan klimaat en energie; 2. verwijzen voor meer informatie naar derden die gemeentelijk beleid ondersteunen zoals het duurzaam bouwloket 3. laten zien van en verwijzen naar initiatieven van inwoners Opgave en kansen Er wordt op verschillende manieren gecommuniceerd over klimaat en energie. Het betrekken van de samenleving is een continu proces. Alle acties, middelen en uitingen die voortvloeien uit deze VEK dragen bij.. Ook versterken ze de effecten van het gemeentelijk milieubeleid. Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat we in de toekomst in een schoon, groen en energieneutraal Voorschoten kunnen wonen. Met positieve en motiverende communicatie willen we bijdragen aan schonere lucht, groene omgeving en energiezuinige woningen. Dit vraagt om eenduidige en duidelijke informatie en handelingsperspectieven. We sluiten zo veel mogelijk aan op de (informatie)behoeften van de inwoners en bij bestaande bewonersinitiatieven. Daarom werken we als gemeente Voorschoten samen met alle betrokken partijen: bewoners, bedrijven en organisaties. We delen kennis, ervaringen en expertise en bundelen daadkracht om de uitvoering van de VEK breed gedragen te laten zijn.
4.2 Duurzame voorbeelden 4.2.1 Duurzaam inkopen In 2017 heeft gemeente Voorschoten een nieuw inkoopbeleid21 opgesteld, waarin duurzaamheid een speerpunt is. Zo wordt bij aanbestedingen duurzaamheid veelal als gunningseis en/of als gunningscriterium opgenomen. Dit betekent dat als er nieuwe producten of diensten worden ingekocht, duurzaamheid wordt ingecalculeerd. Een aantal concrete voorbeelden die het resultaat zijn van ons duurzaam inkoopbeleid: Duurzame energie: de energie die de gemeentelijke organisatie inkoopt, komt van een groene energieleverancier.22 Hiermee bevorderen we de productie van groene energie in Nederland. Openbare ruimte: de mini-containers (prullenbakken) in de openbare ruimte zijn van 40% gerecycled materiaal, verlichting in de lantaarnpalen wordt LED (zie ook 4.4). Intern: alle koffie- en theebekers bij de koffie automaten zijn composteerbaar. Voor kantoorartikelen was duurzaamheid ook een gunningseis in de aanbesteding. Hiernaast is Voorschoten sinds 2019 officieel ‘Fairtrade’ gemeente.23 Uitdaging is om het duurzaam inkoopbeleid verder te borgen binnen de organisatie.
4.2.2 Verduurzaming vastgoed Net zoals voor andere bedrijven en instellingen (zie 3.3), ligt er in het kader van verduurzaming ook een opgave voor de gemeente. Gemeente Voorschoten heeft panden in bezit voor eigen gebruik (gemeentehuis, gemeentewerf), maar het merendeel wordt gebruikt door derden (o.a. scouting, kinderopvang, buurthuizen, bibliotheek, sporthallen, begraafplaats, brandweerkazerne). Het is de ambitie om al deze panden te verduurzamen, en zo het goede voorbeeld te geven. Met https://www.voorschoten.nl/inwoners-voorschoten/inkoop-en-aanbesteden_41351/ https://www.consumentenbond.nl/energie-vergelijken/de-groenste-energieleverancier 23 https://www.voorschoten.nl/portal-voorschoten/nieuws_288/item/voorschoten-officieel-fairtradegemeente_20584.html 21 22
Pagina 20 van 40
het aantal panden in bezit en alle betrokken huurders is dit een behoorlijke financiële, organisatorische, technische en sociale opgave en kan dus niet van de 1 op andere dag. Er is verschillende wet- en regelgeving, deze staat beschreven in 3.3. De stand van zaken in het kader van deze wet- en regelgeving voor gemeente Voorschoten is als volgt: Informatieplicht. Voorschoten verbruikt 1,6 miljoen kWh en 0,4 miljoen m3 gas. In 2019 is er een rapportage gemaakt, welke iedere 4 jaar wordt vernieuwd. In de rapportage is beschreven welke energiebesparende maatregelen er zijn getroffen door de gemeente. Energiebesparingsplicht. Dat geldt ook voor een aantal van onze gebouwen. Bij een aantal objecten is reeds in de jaren -80 en -90 spouwmuur- en dakisolatie toegepast. Bij einde levensduur van de verlichting wordt het vervangen door LED. Energielabel C kantoren. Gemeente Voorschoten heeft 1 object wat is aangemerkt als kantoor en dat is het gemeentehuis. Omdat dit een monument is gelden hiervoor speciale regels. Inmiddels liggen er 73 zonnepanelen op het dak, is er een energiebesparend verwarmingssysteem ingesteld (wat in 2020 zal worden geëvalueerd op effect) en is er gewerkt met isolerende folie achter de radiatoren.
Op dit moment werken wij aan het in kaart brengen van de totale opgave in het kader van verduurzaming voor alle panden van de gemeente, waarna er strategische keuzes kunnen worden gemaakt over welke panden wanneer.
4.2.3 Openbare verlichting Voorschoten heeft circa 5500 lantaarnpalen. Deze lantaarnpalen worden onderhouden en beheerd conform het beheerplan wat in 2021 wordt geactualiseerd. Het beheer van de lantaarnpalen wordt gedaan conform de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR).24 In het energieakkoord zijn doelen opgenomen voor energiebesparing op OVL. Dit zijn doelen die voor heel Nederland gelden, niet iedere gemeente apart hoeft deze doelen te halen.25 Desalniettemin zijn het goede streefdoelen om te kunnen vergelijken hoe Voorschoten het doet ten opzichte van de Nederlandse doelstellingen. De doelen relateren aan: energiebesparing (20% in 2020 en 50% in 2030 t.o.v. 2013, zie grijze lijn in figuur 1); het toepassen van slim energiemanagement; het vervangen van conventionele armaturen voor LED (beide 40% in 2020). Energiebesparing is te behalen door het toepassen van slim energiemanagement en LED. Anno 2020 heeft circa 30-35% van de lantaarnpalen in Voorschoten LED verlichting (zie figuur 4.3A). Vigerend beleid is: bij einde levensduur worden conventionele armaturen vervangen door LED. Indien er veel uitval in een bepaalde wijk is, wordt vervanging indien mogelijk naar voren gehaald. Een klein deel van de OVL zijn gaslantaarns: deze worden in 2020 vervangen voor LED. Dit levert niet alleen energiebesparing, maar ook een verbetering van de luchtkwaliteit (zie ook 5.2) op.