CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Achtergrondinformatie - Second opinions van andere gemeenten (incl.)

Gemeenteraad Voorschoten 11 december 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Wensen- en bedenkingenprocedure voorgenomen oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (RPIW WLR)42.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

WSB-structuur: leg vóór defini eve instemming vast hoe het WSB wordt ingericht, wie aandeelhouder wordt en welke zeggenschap gemeenten behouden. Sluit belangenverstrengeling uit door Firan uit te sluiten van besluitvorming over de rela e tussen RPIW en WSB.

Financiële zekerheid Herberekening businesscase: laat de businesscase doorrekenen met realis sche aannames (volloop, subsidies, kosten) en neem backboneinfrastructuur expliciet op.

Flexibiliteit en adap ef vermogen •

Alterna eve routes: leg expliciet vast welke alterna eve handelingsop es zijn overwogen en hoe die eventueel benut kunnen worden.

•

Investeringsplafonds per tranche: stel maximale bijdragen vast per gemeente en tranche, gekoppeld aan concrete projecten.

•

•

Treasurystatuut: leg afspraken vast over rente, buffers en financieringsmix om onverwachte schokken op te vangen.

Go/no-go einde kwar ermakersfase: stel vast dat pas na de kwar ermakersfase een defini eve instap volgt, zodat bij onvoldoende uitwerking nog kan worden afgezien van deelname.

•

Juridische borging •

Publieke meerderheid ook in de uitvoering: borg statutair dat gemeenten en EBN gezamenlijk de meerderheid behouden, zowel in RPIW als in WSB.

•

Ui redingsclausule: neem redelijke en objec eve voorwaarden op voor eventuele uitstap, inclusief waarderingsmethodiek.

•

Herijking aandelen in 2026: gebruik het moment expliciet de om deelname en condi es te heroverwegen.

4.3 Slotbeschouwing Deelname aan het RPIW kan voor Oegstgeest een belangrijke stap zijn om regie te houden op de warmtetransi e en inwoners op termijn betaalbare, duurzame warmte te bieden. Tegelijker jd vereist deelname scherpe afspraken, zorgvuldig procesmanagement en structurele momenten van herijking. Het is aan het college en de raad om in de komende maanden te beoordelen of de noodzakelijke condi es jdig en voldoende kunnen worden ingevuld. Alleen onder die voorwaarden kan een instemmend besluit verantwoord zijn.

22

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf |

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf Gemeente Leiderdorp 8 september 2025 00

© 2025 Deloitte The Netherlands

Conceptver

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf |

Disclaimers

Belangrijke opmerking Dit rapport is vervaardigd binnen de beperkingen zoals beschreven in de aanbiedingsbrief op de hiernavolgende pagina. Wij accepteren geen aansprakelijkheid ten opzichte van derden die dit rapport inzien. Het kan zijn dat dit document in elektronisch formaat of als kopie aan u ter beschikking is gesteld. Dientengevolge is het mogelijk dat meerdere versies van dit document bestaan. De getekende versie van het rapport is definitief en bepalend. Wij merken op dat indien de gemeente Leiderdorp op grond van de Wet open overheid (Woo) voornemens is uit eigen beweging het rapport te openbaren en/of indien de gemeente Leiderdorp een verzoek tot publicatie van het rapport ontvangt, dan zal de gemeente Leiderdorp Deloitte hierover terstond informeren, voor zover wettelijk toegestaan. Voorts zal de gemeente Leiderdorp Deloitte als belanghebbende aanmerken in het kader van de openbaarmaking en zal de gemeente Leiderdorp Deloitte in de gelegenheid stellen haar zienswijze inzake de openbaarmaking aan de gemeente Leiderdorp kenbaar te maken. De gemeente Leiderdorp zal die zienswijze bij haar besluitvorming betrekken.

1

© 2025 Deloitte The Netherlands

Deloitte Consultative Services B.V. Gustav Mahlerlaan 2970 1081 LA Amsterdam Postbus 58110 1040 HC Amsterdam Nederland

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf |

Tel: 088 288 2888 www.deloitte.nl

Gemeente Leiderdorp t.a.v. Roelf Brinkman Willem-Alexanderlaan 1 2351 DZ Leiderdorp Betreft Rapport Analyse rolneming warmtebedrijf, gemeente Leiderdorp Uitsluitend per e-mail verzonden r.brinkman@leiderdorp.nl Datum 8 september 2025 Kenmerk 311579332 Behandeld door Renée van der Zwan Rick Vleghert

Geachte heer Brinkman, beste Roelf, Met genoegen presenteren wij, Deloitte Consultative Services B.V., Real Estate (hierna: ’Deloitte’, ‘wij’) de gemeente Leiderdorp (hierna: ‘Gemeente’, ‘u’ of ‘Opdrachtgever’) ons rapport (hierna: ‘Rapport’ of ‘Rapportage’) waarin de bevindingen van onze onafhankelijke analyse op mogelijke rolneming door de Gemeente in een regionaal warmtebedrijf zijn vastgelegd. Wij hebben de werkzaamheden uitgevoerd conform hetgeen is vastgelegd in onze opdrachtbevestiging van 13 juni 2025, met referentienummer 311579332 (hierna: "Opdrachtbevestiging“) en uw opdrachtverstrekking van 17 juni 2025 met kenmerk Z/25/179271/412544. Dit Rapport is het resultaat van onze analyse op de door u aangeleverde stukken met betrekking tot het regionaal warmtebedrijf en een reeks interviews met medewerkers van de Gemeente en andere stakeholders (zie Bijlage 1 en 2) met als doel het in kaart brengen van de bestuurlijke, financiële, juridische en organisatorische gevolgen voor Leiderdorp, mede in het licht van de ambities uit de Transitievisie Warmte. Bij de informatievergaring heeft Deloitte vertrouwd op de juistheid en volledigheid van alle informatie die ons door of namens u ter beschikking is gesteld en de informatie die openbaar verkrijgbaar is.

Deloitte accepteert geen verantwoordelijkheid met betrekking tot de juistheid en volledigheid en uit openbare bronnen verkregen informatie. Dit Rapport houdt rekening met ontvangen informatie en gebeurtenissen tot de datum van de rapportage, 8 september 2025. Wij hebben aanpassingen, op basis van de reactie die wij van de gemeente hebben ontvangen op het conceptrapport van 25 augustus 2025 en naar aanleiding van de presentatie aan het college op 1 september 2025, verwerkt. Indien u vragen heeft over de inhoud van dit document, kunt u contact opnemen met Renée van der Zwan op telefoonnummer +316 2271 4417. Wij danken u voor de prettige samenwerking en het in ons gestelde vertrouwen voor de uitvoering van deze opdracht.

Met vriendelijke groet,

Deloitte Consultative Services B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 33259541.

2

© 2025 Deloitte The Netherlands

Lennert Middelkoop Gevolmachtigde, partner Deloitte Consultative Services B.V.

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | Managementsamenvatting

Managementsamenvatting Vraagstelling De gemeente Leiderdorp (hierna: ‘Gemeente’) is voornemens deel te nemen als aandeelhouder in het Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (hierna: ‘RPIW WLR’ of ‘Warmtebedrijf’) en daarmee een actieve rol te vervullen bij de ontwikkeling en realisatie van collectieve warmteprojecten. Dit heeft bestuurlijke, financiële, juridische en organisatorische gevolgen voor de Gemeente, mede in het licht van de ambities uit de Transitievisie Warmte. De Gemeente heeft Deloitte gevraagd een onafhankelijke analyse uit te voeren en inzicht te geven in de implicaties van mogelijke deelname aan het RPIW WLR en de bijbehorende warmtetransitie.

Aanpak Onze aanpak omvat het analyseren van relevante documenten en contractstukken rondom het RPIW WLR, aangevuld met interviews met bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers van de Gemeente en het programmateam Warmte Leidse Regio. De analyse is gestructureerd rondom vier thema’s: governance, financiën, juridische aspecten en organisatie. Daarnaast is rekening gehouden met twee alternatieve scenario’s en de impact hiervan op de vier genoemde thema’s. Dit resulteert in diverse aandachtspunten voor en aanbevelingen aan de Gemeente bij haar besluitvorming over mogelijke deelname aan het regionale warmtebedrijf.

Advies: structureren, borgen en ontwikkelen van gemeentelijke rol De Gemeente is voornemens een voortrekkersrol te vervullen in de warmtetransitie, als onderdeel van de bredere energietransitie. Dit wil zij bereiken door deel te nemen aan het regionaal warmtebedrijf. Dit warmtebedrijf moet de gemeentelijke belangen behartigen door betaalbare, duurzame en betrouwbare warmte te leveren. Rekening houdend met de warmtetransitie ambities van Leiderdorp, adviseren wij de gemeente deze opgave regionaal op te pakken. Het warmtebedrijf kan fungeren als een goed instrument om deze ambities te realiseren, mits de Gemeente zich bewust is van de grote opgave die op haar afkomt, haar rol als aandeelhouder inricht en haar belangen borgt. Het warmtebedrijf, en daarmee de investering, kan alleen succesvol zijn als de Gemeente haar organisatie op orde brengt voor de taken als aandeelhouder en voor warmteprojecten. Gezien de complexiteit en langdurige aard adviseren wij de gemeente haar deelname zorgvuldig te structureren. 3

© 2025 Deloitte The Netherlands

Vanuit het perspectief van governance achten wij het van belang afspraken met de deelnemende gemeenten te maken over de wijze van samenwerking en invulling van de rol als aandeelhouders in het kader van besluitvorming en toezicht. Voor het toezicht adviseren wij in te zetten op periodieke vergadermomenten waarin alle aandeelhouders gelijktijdig bijgepraat worden over de lopende gang van zaken in het RPIW WLR ter borging van de onderlinge samenwerking en transparante informatiestromen. Daarnaast adviseren wij de herijking van de aandelenverdeling middels een aandelenoverdracht – die invloed heeft op zowel stemrecht als op de financieringsverplichting - te herzien en de aandelen als de basis van de financieringsbehoefte los te koppelen van de basis voor het stemrecht. Financieel gezien achten wij het noodzakelijk dat de Gemeente een gedegen integrale gemeentelijke business case ontwikkelt, waarin zowel de investeringsverplichtingen als de operationele kosten en risico’s voor de gemeente inzichtelijke worden gemaakt. Aandacht dient daarin te zijn voor de langlopende financiële verplichtingen per tranche, de mogelijke impact van fluctuaties in de warmtevraag en warmteprojecten en de consequenties van periodieke herijking van de aandelenverhoudingen op de gemeentelijke financiën en haar weerstandsvermogen.

Op juridisch vlak adviseren wij de Gemeente om in te zetten op unanieme goedkeuring voor wat betreft goedkeuring en/of wijziging van zware besluiten met betrekking tot het business- en investeringsplan. Daarnaast adviseren wij de Gemeente om goed te overwegen onder welke omstandigheden zij niet deel kan nemen aan het RPIW WLR en deze als zodanig expliciet op te laten nemen in de relevante stukken om onduidelijke kostbare uittredingsprocedures te voorkomen. Risico’s rondom beperkte zeggenschap en mogelijke kostenverplichtingen dienen actief te worden gemitigeerd door duidelijke interne processen en juridische ondersteuning. Organisatorisch adviseren wij een gerichte capaciteitsopbouw, waarbij specialistische kennis en ervaring op het gebied van warmtetransitie, financieel management, juridische zaken en stakeholdermanagement binnen de gemeentelijke organisatie wordt gerealiseerd en geborgd – voor zowel de taken van aandeelhouder als rondom warmteprojecten. Wij achten het daarbij niet onaannemelijk om flexibiliteit, schaal- en kostenvoordelen te benutten via samenwerking met de andere WLR-gemeenten, om het reeds hoge verloop van personeel te kunnen ondervangen.

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | Managementsamenvatting

Inhoudsopgave

4

© 2025 Deloitte The Netherlands

Managementsamenvatting

3

1. Inleiding

5

2. Huidige situatie

8

3. Governance

11

4. Financiën

14

5. Juridische aspecten

17

6. Gemeentelijke organisatie

21

7. Scenario analyse

23

8. Risico’s en aandachtspunten

24

Bijlage 1 | Documentenlijst

29

Bijlage 2 | Interviewlijst

30

Bijlage 3 | Warmtenetten in Regio Leiden

31

Bijlage 4 | Financiële inbreng

32

Bijlage 5 | Varianten governance

33

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 1. Inleiding

1. Inleiding 1.1

Achtergrond

De realisatie van een toekomstbestendige, collectieve warmtevoorziening vormt een centrale opgave voor de gemeente Leiderdorp in het kader van de energietransitie. Gezien de geografische ligging van Leiderdorp en de nabijheid van diverse warmtebronnen, zoals geothermie en restwarmte, is het mogelijk en wenselijk om via samenwerking met omliggende gemeenten een efficiënt regionaal warmtenet te ontwikkelen. In 2024 is in het samenwerkingsverband Warmte Leidse Regio (hierna: ‘WLR’), dat de gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude (hierna: ‘WLRgemeenten’) omvat, de mogelijkheid verkend om een regionaal warmtebedrijf realiseren. De Gemeente heeft, samen met de vijf andere gemeenten, de intentie om deel te nemen aan dit regionale warmtebedrijf, genaamd Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio. De intentie van de zes gemeenten om gezamenlijk deel te nemen is vastgelegd in een ondertekende gemeentelijke intentieovereenkomst op 10 februari 2025.

1

1.2

Aanleiding

Na ondertekening van de gemeentelijke intentieovereenkomst zijn de gemeenten binnen het samenwerkingsverband WLR gestart met de voorbereidingsfase. Met het ondertekenen van de intentieovereenkomst van 12 mei 2025 zijn ook de staatsdeelnemingen Firan B.V., als onderdeel van Alliander, en EBN1 aangehaakt met de intentie deel te nemen in dit regionale warmtebedrijf en gezamenlijk de voorbereidingsfase in te gaan. In deze fase wordt toegewerkt naar een samenwerkingsovereenkomst die de daadwerkelijke inrichting van en deelname aan een regionaal warmtebedrijf regelt. In opdracht van dit samenwerkingsverband is een globaal ontwerp van het regionaal warmtebedrijf (hierna: Globaal ontwerp) en een business case opgesteld. Op basis van deze documenten worden nu afspraken voor de samenwerkingsovereenkomst geformuleerd. Advocatenkantoor AKD is ingeschakeld om de betrokken partijen van advies te voorzien en zij zijn begonnen met het opstellen van conceptovereenkomsten en statuten. Het doel van de beoogde deelnemers van het RPIW WLR is om de overeenkomsten in het eerste kwartaal van 2026 te ondertekenen.

Energie Beheer Nederland – EBN is een zelfstandige onderneming met de Nederlandse Staat als enige aandeelhouder.

05

© 2025 Deloitte The Netherlands

Beoogde deelnemers Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (RPIW WLR)

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 1. Inleiding

1.3

Vraagstelling

2)

De keuze omtrent toetreding tot dit regionaal warmtebedrijf heeft voor Leiderdorp bestuurlijke, financiële, juridische, en organisatorische implicaties, zeker gezien de eigen warmtetransitie ambities tot 2050 uit de Transitievisie Warmte Leiderdorp. De Gemeente heeft Deloitte gevraagd een onafhankelijke analyse uit te voeren op de beschikbare besluitvormingsstukken om inzicht te krijgen in de implicaties voor de Gemeente van mogelijke rolneming in het regionale warmtebedrijf. Deze analyse is uiteengezet in dit adviesrapport (hierna: ‘Rapport’ of ‘Rapportage’). Deloitte heeft de analyse opgezet aan de hand van de vier thema’s governance, financiën, juridische aspecten, en gemeentelijke organisatie.

1.4

Uitgangspunten

In deze Rapportage is uitgegaan van een aantal kaders waarbinnen de analyse is uitgevoerd. Dit betreft uitgangspunten over de aandelenverdeling binnen het warmtebedrijf, zeggenschap, afspraken met Vattenfall en de fase van de vormgeving van de samenwerking waar in dit Rapport naar gekeken is. Derhalve gaan wij er van uit dat: 1)

2

6

3)

Het huidige voornemen is om de beoogde deelnemers in gelijke delen zitting te laten nemen in RPIW WLR zoals is beschreven in scenario 1 van paragraaf 4.1 van de Outline Besturing (hierna: ‘Outline’). Firan en EBN zullen ieder 33.33 % van de aandelen houden en alle WLR-gemeenten gezamenlijk ook 33.33 %. In de advisering is er voorts van uitgegaan dat dit met inbegrip is van de in paragraaf 4.7 van de Outline beschreven meerderheidsvereisten voor zware (87%) en gewone besluiten (66,7%);

4)

5)

De Gemeente ca. 9,34% van de gemeentelijke aandelen zal houden. Dit leidt ertoe dat de Gemeente ca. 3,11% van de aandelen in het RPIW WLR zal houden. De onderliggende verhouding tussen de WLR-gemeenten wordt bepaald op basis van een verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel zal gebaseerd zijn op de warmtevraag tot 2050 per gemeente in woningequivalenten (WEQ)2 . Deze moet nog worden vastgesteld. In de advisering is uitgegaan van de bovenstaande aandelenpercentages zoals die zijn opgenomen in de Concept Aandeelhoudersovereenkomst van 29 juli 2025 (Hierna: ‘Aandeelhoudersovereenkomst’); Gewone besluiten met een 2/3 (lees: twee/derde) meerderheid van de stemmen genomen kunnen worden. In artikel 9.9.1 van de concept statuten wordt een meerderheidsvereiste van 66,7% (lees: zesenzestig en zeven/tiende) verbonden aan de goedkeuring van gewone besluiten. Wij vertalen dit als een 2/3 meerderheid. Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat Firan en EBN gezamenlijk al deze drempel halen en dat zij niet 0,04% van de stemmen te kort komen (66,7-66,66); De RPIW WLR pas opgericht wordt nadat de voornoemde verdeelsleutel is gefinaliseerd. In verschillende verkregen documenten lijken de oprichting en de eerste herijking voor einde 2026 naast elkaar te bestaan.

In de advisering is echter aansluiting gezocht bij artikel 7.9 van de Aandeelhoudersovereenkomst waar de eerste herijking pas gepland staat voor 31 oktober 2036; De verschillende verkregen stukken uitgaan van een uitgangssituatie of basisscenario (ook wel: scenario 0) waarin het bestaande warmtenet van Vattenfall in delen van Leiderdorp wordt uitgebreid voor doorlevering van warmte, zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het Globaal

WEQ is een eenheid van warmtevraag en wordt gelijkgesteld aan 130 m2 vloeroppervlak en een warmtevraag van 38GJ per jaar. © 2025 Deloitte The Netherlands

ontwerp RPIW WLR. Overleg met Vattenfall om tot afspraken hierover te komen dient nog plaats te vinden; 6)

Ons advies enkel ziet op analyse van de plannen, documenten en gegevens in aanloop naar en gedurende de Kwartiermakersfase - de fase tussen ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tot oprichting van het warmtebedrijf. Er is tot nog toe niet van ons verwacht ook te kijken naar de juridische risico’s in de daadwerkelijke exploitatiefase. In de advisering zijn wel zaken en omstandigheden meegenomen die mogelijk doorwerken in de exploitatiefase, zoals bijvoorbeeld de herijking.

Mogelijke scenario’s: Naast de hiervoor beschreven uitgangspunten en de uitgangssituatie (of scenario 0) zoals beschreven in het Globaal ontwerp, zijn diverse scenario’s denkbaar die kunnen plaatsvinden gedurende de Kwartiermakersfase en exploitatiefase. Samen met de Gemeente zijn tijdens de kick-off twee mogelijke alternatieve scenario’s vastgesteld, namelijk: 1.

2.

Het niet tot afspraken kunnen komen met Vattenfall voor uitbreiding van hun bestaande warmtenet in Leiderdorp en doorlevering van warmte; er moet alternatieve infrastructuur worden gerealiseerd met alternatieve bronnen; Er worden de eerste 10-15 jaar geen warmteprojecten ontwikkeld in de Gemeente. Het gemeentelijk aandeel van Leiderdorp in het RPIW WLR zal daardoor wijzigen.

Bij de analyse van de vier thema’s is, naast de analyse op basis van de uitgangspunten/uitgangsituatie, ook rekening gehouden met bovenstaande twee scenario’s en de mogelijke impact hiervan op governance, financieel, juridisch en organisatorisch vlak voor de Gemeente.

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 1. Inleiding

1.5

Totstandkoming rapport

Om inzicht te geven in de implicaties voor de Gemeente zijn verschillende besluitvormingsstukken in samenspraak met de Gemeente geselecteerd en door Deloitte geanalyseerd. Deze documenten zijn geanalyseerd aan de hand van het analysekader dat Deloitte gezamenlijk met de Gemeente heeft vastgesteld, rekening houdend met de twee alternatieve scenario’s. De lijst met besluitvormingsstukken die meegenomen zijn in de analyse staat in Bijlage 1. Daarnaast hebben wij vier interviews gehouden met door de Gemeente geselecteerde bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers van Leiderdorp, verantwoordelijke voor de verbonden partijen en vertegenwoordigers van het programmateam WLR. De lijst met geïnterviewden staat in Bijlage 2.

1.6

Leeswijzer

Dit Rapport geeft inzicht in de mogelijke rol, consequenties, kansen, risico’s en aandachtpunten voor de Gemeente bij deelneming in het regionaal warmtebedrijf. Het Rapport start in hoofdstuk 2 met de beschrijving van de huidige situatie rondom het RPIW WLR en de opgave die er voor de WLR-gemeenten en specifiek voor Leiderdorp ligt. In hoofdstuk 3 t/m 6 wordt voor ieder thema – governance, financieel, juridisch en organisatorisch – de analyse en impact van de huidige uitgangspunten beschreven vanuit het perspectief van gemeente Leiderdorp, inclusief aandachtspunten. In hoofdstuk 7 wordt de impact van de twee mogelijke alternatieve scenario’s op governance, financieel, juridische en organisatorisch vlak voor de Gemeente uiteengezet. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 8, waarin de risico’s en aanbevelingen – die Leiderdorp mee kan nemen bij de concretisering van de samenwerkingsovereenkomst - zijn beschreven. 7

© 2025 Deloitte The Netherlands Bron: ANP, Het Parool

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 2. Huidige situatie

2. Huidige situatie Tijdslijn RPIW WLR

2.1

Transitievisie Warmte Leiderdorp

In 2021 stelde de gemeente Leiderdorp haar Transitievisie Warmte vast, waarin zij de stappen richting een aardgasvrije gebouwde omgeving vastlegt. De visie beschrijft dat het verwarmen van woningen en gebouwen op termijn met duurzame, hernieuwbare warmtebronnen moet plaatsvinden en maakt inzichtelijk welke wijken kansrijk zijn voor collectieve warmtenetoplossingen en waar individuele oplossingen zoals warmtepompen of hernieuwbaar gas passend zijn. De strategie richt zich op het benutten van kansen zoals WarmtelinQ+3, het benutten van natuurlijke vervangingsmomenten en het aanbrengen van isolatie om de warmtevraag te reduceren. De visie benadrukt het belang van samenwerking met inwoners en stakeholders, betaalbaarheid, betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid van de warmtevoorziening. De Transitievisie Warmte dient als basis voor het opstellen van het warmteprogramma in 2026 dat voorziet in de warmteuitvoeringsplannen per wijk. Deze plannen geven vorm aan de daadwerkelijke uitvoering van de warmtetransitie. Hierbij wordt nadrukkelijk ingezet op een integrale en gebiedsgerichte aanpak in samenwerking met regionale partijen. Dit sluit aan bij de intentie van de Gemeente om deel te nemen aan het regionale warmtebedrijf.

2.2

Missie van het RPIW WLR

Datum

Gebeurtenis

Om het regionaal warmtebedrijf op te zetten is in 2024 de stuurgroep RPIW WLR opgericht. Zij gaven opdracht aan het programmateam WLR om het Globaal ontwerp te maken voor het RPIW WLR. Het RPIW WLR heeft als missie om de overgang naar een duurzame, collectieve warmtevoorziening mogelijk te maken in de Leidse regio. Het RPIW WLR moet in de toekomst collectieve warmteoplossingen voor woningen en gebouwen gaan realiseren en exploiteren en daarbij bewoners en bedrijven ondersteunen bij deze overstap.

2021 - nov

Transitievisie Warmte Leiderdorp vastgesteld,

Het warmtebedrijf zal handelen vanuit de overtuiging dat het leveren van duurzame collectieve warmte een publieke taak is. Dit is in lijn met de Wet collectieve warmte (Wcw), die is aangenomen op 3 juli jl., en borgt dat warmtebedrijven voor meer dan 50% in handen moeten zijn van publieke partijen en gemeenten meer regie krijgen in de warmtetransitie door het vaststellen van warmtekavels. In samenwerking met deelnemende gemeenten, die moeten bepalen waar collectieve warmteoplossingen de voorkeur hebben, heeft het RPIW WLR de ambitie om de verantwoordelijkheid op zich te nemen om deze oplossingen te realiseren en een betrouwbare warmtelevering te garanderen. Het doel van de WLRgemeenten is: in 2050 is de Leidse regio aardgasvrij, de gebouwvoorraad is goed geïsoleerd én wordt met duurzame warmte verwarmd.

2025 - feb

opgesteld door Royal HaskoningDHV 2024 - nov

Draagvlakonderzoek warmtetransitie Gemeente Leiderdorp uitgevoerd door Ipsos I&O

2025 - feb

Intentieovereenkomst deelname RPIW WLR getekend door deelnemende gemeenten Rapportage Financiering Warmte Leidse Regio door Fakton Energy

2025 - jun

Globaal ontwerp RPIW WLR opgesteld door programmateam WLR

2025 - jun

Business case WLR, haalbaarheidsstudie door Rebel

2025 - jul

Wet collectieve warmte (Wcw) aangenomen door de Tweede Kamer

2025 - jul

Concept Samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld door AKD

2025 - jul

Concept Akte van oprichting Regionaal Publiek Warmtebedrijf Leidse Regio opgesteld door AKD

3

8

WarmtelinQ+ is een netwerk van transportleidingen die restwarmte uit de Rotterdamse haven naar steden en dorpen in Zuid-Holland brengt. © 2025 Deloitte The Netherlands

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 2. Huidige situatie

2.3 Opgave in Leidse regio en gemeente Leiderdorp In paragraaf 4.1 van het Globaal ontwerp is opgenomen dat de totale opgave voor de warmtetransitie die in aanmerking komt voor warmtenetten voor de Leidse regio door de WLRgemeenten is ingeschat op 100.000 woningen. Ca. 10 % van deze opgave ligt in de gemeente Leiderdorp. De omvang van het werkpakket voor het RPIW WLR is in beeld gebracht middels een opgesteld (eerste) projectenportfolio voor de periode t/m 2035. In het Globaal ontwerp is aangegeven dat dit gebaseerd is op (veelal indicatieve) planningen van warmteprojecten, die nodig zijn om collectieve warmteoplossingen in de buurten en wijken van de WLRgemeenten te realiseren. In dit eerste projectenportfolio zijn ook verschillende buurten van gemeente Leiderdorp opgenomen (Globaal ontwerp, §4.2). De Gemeente komt uit op een warmtevraag die 14,63% betreft van het geheel te verdelen WEQ onder de WLR-gemeenten, volgens het huidig voorgestelde projectportfolio. Hierin zijn acht warmteprojecten in buurten opgenomen, waarvan er drie in aanmerking komen voor uitbreiding van het bestaande Vattenfall warmtenet. De overige vijf programma’s zullen, naar verwachting, volledig in eigen infrastructuur moeten voorzien.

2.4

Bestaande warmtenetten

In paragraaf 4.1 van het Globaal ontwerp is opgenomen dat er in de gemeenten Leiden, Oegstgeest en Leiderdorp reeds een bestaand warmtenet aanwezig is met een geschatte warmtevraag van 26.323 WEQ. Dit warmtenet is in bezit van het warmtebedrijf Vattenfall Warmte. In Bijlage 3 is de ligging van dit warmtenet weergegeven. In 2024 heeft Vattenfall besloten geen nieuwe warmtenetten meer aan te leggen voor de bestaande woningvoorraad. Om de uitbreiding van warmtenetten in wijken, die kunnen aansluiten 9

© 2025 Deloitte The Netherlands

op het bestaande netwerk, toch mogelijk te maken, moeten er volgens het globaal ontwerp praktische afspraken met Vattenfall gemaakt worden. Hierbij geldt als uitgangspunt dat doorlevering van warmte plaatsvindt via een marktconforme (kostprijs-plus) warmte(door)leveringsovereenkomst wat in de Warmtewet is gedefinieerd als derdenlevering (Globaal ontwerp, §3.6). Het aantakken van nieuwe warmteprojecten op de bestaande infrastructuur van het warmtenet biedt kansen voor de gemeente Leiderdorp om snel te kunnen starten met projecten. De tabellen hiernaast laten zien dat het ontwikkelen van de warmteprojecten, die mogelijk in aanmerking komen voor uitbreiding via het Vattenfall-net, tussen 2026 en 2030 zou kunnen starten. Wij begrijpen dat de exacte planning nog kan veranderen naargelang de vaststelling van het warmteplan of de afspraken met Vattenfall. De gemeente heeft aangegeven dat dit geen invloed zal hebben op de totale verwachte warmtevraag. De start van het ontwikkelen van de overige projecten is volgens planning pas vanaf 2031 verwacht.

Warmteprojectenportfolio voor de periode t/m 2035, gebaseerd op Globaal ontwerp, §4.2

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 2. Huidige situatie

2.5

Initiatie warmteprojecten

In paragraaf 6.2 van het Globaal ontwerp is opgenomen dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het initiëren van een warmteproject. Vervolgens wordt er van de gemeenten verwacht dat zij actief betrokken zijn bij het warmteproject, en daarbij taken op zich nemen gekoppeld aan de fase waarin het project zich bevindt. De belangrijkste taken en producten per fase zijn hiernaast weergegeven.

Takenoverzicht voor gemeenten en RPIW WLR bij een warmteproject uit Globaal ontwerp, §6.3

Voor de gemeente Leiderdorp betekent dit dat er voor de drie warmteprojecten uit het projectenportfolio – die in aanmerking komen om te starten met ontwikkeling tussen 2026 en 2030, zie de tabel op pagina 9 – op korte termijn taken moeten worden opgepakt.

10

© 2025 Deloitte The Netherlands Bron: DEP / Luuk van Dijk

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 3. Governance

3. Governance 3.1

Aandelenverhouding

3.1.1

Gelijke delen en periodieke herijking

Zoals in hoofdstuk 1 is opgemerkt, gaan wij uit van de aandelenverhouding zoals die is voorgesteld in artikel 3.2 van de Concept Samenwerkingsovereenkomst Ontwikkeling Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (hierna: ‘SOK’). Deze verhouding houdt in dat EBN, Firan en de gezamenlijk deelnemende gemeenten ieder voor gelijke (lees: één-derde) delen deelnemen in het warmtebedrijf. Op advies van AKD zullen de gemeenten direct deelnemen aan het regionale warmtebedrijf. De voorgestelde structuur is rechts op deze pagina weergegeven in een vereenvoudigd organogram. Het gehouden aandelenpercentage zal zich vertalen in gelijkluidend stemrecht zonder bijzondere (voorkeurs)rechten. In beginsel zullen de gezamenlijke gemeenten dus een even grote stem hebben als Firan B.V. en EBN B.V. Hoewel AKD in haar governance memo aanvankelijk wel onderscheid maakt tussen aandelen A, gehouden door EBN en Firan en aandelen B, gehouden door de gemeenten, is inmiddels door Leiderdorp bevestigd dat dit advies niet wordt overgenomen. Het 33,3% aandeel van de gemeenten zal onderling tussen de gemeenten bij oprichting verdeeld worden op basis van de in 2026 vastgestelde warmteprogramma’s. Hierbij wordt gekeken naar de totale warmtevraag van de betreffende gemeente tot 2050, in verhouding tot de totale warmtevraag (tot 2050) van de Leidse regio.

Zoals blijkt uit paragraaf 4.7 van de Outline betekent deze verdeling voor gemeente Leiderdorp concreet dat zij aanvankelijk voor ca. 9,34% deel zal nemen aan het gemeentelijke aandeel van 33,3%. Hierdoor zal de gemeente 11

© 2025 Deloitte The Netherlands

Leiderdorp dus voor ca. 3,11% deelnemen in het aandelenkapitaal van het regionale warmtebedrijf zelf. De deelnemende gemeenten zijn voorts voornemens om iedere 10 jaar de onderlinge aandelenverhouding van de gemeenten te herijken middels een onderlinge aandelenoverdracht. Dit met als doel om nauwkeurig de tranche bijdrage van iedere gemeente te bepalen. Het startpunt van dit herijkingsproces is bij de oprichting van de BV, waarbij de oorspronkelijke aandelenverhouding wordt verdeeld zoals kort hiervoor is beschreven. Vervolgens zullen de opvolgende herijkingen, naar verwachting, plaatsvinden in oktober 2036 en in oktober 2046. Dit dient te gebeuren aan de hand van een door ieder afzonderlijke gemeente nieuw opgesteld warmteprogramma. Deze warmteprogramma’s worden derhalve op deze momenten ook herijkt. Het gaat bij de herijking wederom om de totale warmtevraag tot 2050, zowel gerealiseerd als verwacht. Dit met als doel om de bijbehorende financieringsverplichtingen per gemeente zo eerlijk mogelijk te verdelen in verhouding tot de gerealiseerde en te realiseren warmteprojecten per gemeente.

toepassing op de onderliggende financiële verplichtingen, maar betekent dit ook voor Leiderdorp dat haar invloed op het warmtebedrijf kan dalen of stijgen. Dit wordt nader uitgewerkt in paragraaf 3.2;

Met deze voorgenomen structuur signaleren wij de volgende aandachtspunten en/of risico’s voor Leiderdorp:

Complexe procedure: De voorgenomen 10-jaarlijkse herijking van de aandelen tussen de gemeenten is een behoorlijke ondernemingsrechtelijke exercitie met niet te verwaarlozen (juridische) kosten. Juristen en notarissen moeten ingeschakeld worden om de koop- en leveringsdocumenten van de aandelen op te stellen. Tevens moet er een realistische koopprijs voor deze aandelen worden betaald die onderbouwd is met een expertanalyse. Voorts rijst de vraag hoe de koopprijs van de over te dragen aandelen wordt bepaald. Is dit op basis van onderling overleg of middels een externe register valuator? In beide gevallen gaat het voor gemeente Leiderdorp potentieel om langdurige en daarmee kostbare trajecten. Daarnaast geldt in beginsel voor een besloten vennootschap een wettelijke verplichting in artikel 2:195 lid 1 BW, en verder overgenomen in artikel 5.3.2 van de Akte van oplevering conceptversie van 30 juli 2025 (hierna: ‘Akte’ of ‘Akte van oplevering’), om bij een voorgenomen aandelenoverdracht deze eerst aan te bieden aan de overige aandeelhouders. Dit leidt ertoe dat alle aandeelhouders, ook EBN en Firan, betrokken zijn in dit proces. Wij signaleren hierin een risico dat EBN en Firan de mogelijkheid hebben om een aandelenoverdracht van of naar gemeente Leiderdorp te beïnvloeden.

Stemrecht: De hiervoor genoemde herijking – in geval dat de totale verwachte warmtevraag voor Leiderdorp tot 2050 ten opzichte van het totaal wijzigt – zal ook van invloed zijn op het percentage stemrecht dat meestijgt of daalt navenant het gemeentelijk aandeel verandert. In die zin is dit niet alleen van

Een andere vraag die zich op dringt is wat er gebeurt met de lopende financiële verplichtingen als een herijking plaats vindt. Deze zijn immers gebonden aan de gehouden aandelen. Worden die pro rata overgenomen naargelang de aandelen die overgenomen worden of blijven die bij de vorige

3.1.2 Aandachtspunten t.a.v. de aandelenverhouding voor gemeente Leiderdorp

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 3. Governance

aandeelhouder? Als dit eerste het geval is dan betekent dit dat er, naast de koopprijs, mogelijk aanvullende kosten voortvloeien uit het verkrijgen van een aandeel. Hiernaast is een scenario denkbaar dat de WEQ binnen de gemeenten relatief gelijk gaat groeien. In zo’n scenario zal deze herijking steeds relatief marginale verschillen ten opzichte van de situatie ervoor behelzen. Rechtvaardigt het voorgenomen doel van de herijking daarom dat Leiderdorp steeds dit ondernemingsrechtelijke proces voor de aandelenoverdracht optuigt en kan dit niet eenvoudiger? Gelijk maakt ongelijk: De directe deelname van Leiderdorp in het warmtebedrijf maakt dat zij minder invloed kan uitoefenen dan op het eerste oog lijkt. Zoals eerder in 3.1.1 is beschreven vertegenwoordigt het gemeentelijke blok gezamenlijk een derde van de aandelen. Door de directe deelname moet Leiderdorp echter zelfstandig een besluit nemen over een onderwerp zoals dat voorligt. Gemeentelijke samenwerking is in de voorgenomen structuur daarbij nu niet geborgd. Daarnaast vertegenwoordigen Firan en EBN gezamenlijk al twee-derde van het uitstaande aandelenkapitaal van het Warmtebedrijf. Hiernaast vertegenwoordigen bijvoorbeeld gemeenten Leiden en Katwijk gezamenlijk bijna 70% van het gemeentelijke blok van één-derde in het Warmtebedrijf. Daarmee hebben zij 22,83% van de aandelen in het warmtebedrijf in handen.

Vergelijkend met het verwachte aandelenpercentage van Leiderdorp, circa 3,11%, bestaat er een kans dat de stem van gemeente Leiderdorp in het grotere geheel verwatert. Hier moet ook de kennisvoorsprong die EBN en Firan vanuit hun professionele hoedanigheid meegewogen worden. Uit de interviews met gemeente Leiderdorp blijkt dat niet iedere gemeente de benodigde capaciteit (al) in huis heeft om een project als dit in goede banen te leiden. Denkbaar is daarom dat dit ertoe leidt dat EBN en Firan ook in de operationele gang van zaken zich een nog grotere leidende rol zullen aanmeten. Dit is enerzijds logisch gezien de grotere exposure van deze twee partijen, maar wij constateren daarmee een risico dat gemeente Leiderdorp, zonder deel te nemen aan een goed georganiseerde gemeentelijke tegenmacht, niet altijd even 12

© 2025 Deloitte The Netherlands

effectief kan optreden tegen deze twee grotere blokken van EBN en Firan in de structuur en dat haar gemeentelijke belang daardoor niet goed geborgd is.

3.2

Zeggenschap

3.2.1 Verhouding besluitvorming, businessplan en toezicht. Zoals blijkt uit paragraaf 4.5 van de Outline is er voorzien in 2 verschillende soorten aandeelhoudersbesluiten: zware en gewone besluiten. Voor zware aandeelhoudersbesluiten geldt een gekwalificeerde meerderheidsvereiste van 87%. Tot dergelijke besluiten behoren de besluiten die het ondernemingsrechtelijke karakter van de vennootschap betreffen. Voor gewone aandeelhoudersbesluiten geldt een meerderheidsvereiste van 66,7%, ofwel twee-derde meerderheid. Voor nu is voorzien dat het bestuur bestaat uit één onafhankelijke en externe bestuurder. Het bestuur van het regionale warmtebedrijf draagt verantwoordelijkheid voor de dagelijkse bedrijfsvoering. In de dagelijkse bedrijfsvoering is de belangrijkste bestuurlijke leidraad voor het bestuur het voorgenoemde businessplan. Dit document wordt jaarlijks door het bestuur opgesteld en ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorgelegd. In dit businessplan wordt een definitieve begroting opgenomen voor het eerstvolgende jaar en een indicatieve begroting voor de 4 jaren erna.

Zoals verder blijkt uit paragraaf 4.5 van de Outline en de concept Akte van Oprichting en Aandeelhoudersovereenkomst gelden voor alle zaken die in dit businessplan zijn opgenomen dat het bestuur geen voorafgaande goedkeuring behoeft van de aandeelhouders. Voor wijzigingen van het businessplan die meer behelzen dan 10% van het totaal bedrag van de jaarlijkse begroting dient het bestuur voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders te krijgen conform de procedure voor gewone besluiten. Indien er sprake is van een wijziging die meer dan 10% van het vijfjaarlijkse businessplan inhoudt, dan geldt de procedure voor zware besluiten. Hiermee vervult het businessplan een belangrijk controlemechanisme voor de aandeelhouders.

Structuur aandeelhouders in RPIW WLR zoals voorgesteld in de SOK

Gemeentelijke aandelenverhouding zoals voorgesteld in de Outline

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 3. Governance

Hiernaast is het bestuur, conform artikel 3.16 van de Aandeelhoudersovereenkomst verplicht om periodiek de aandeelhouders onder meer te voorzien van een managementverslag (ieder kwartaal) en een rapportage (ieder half jaar). Het managementverslag dient onder meer als een voortgangsdocument ten opzichte van het businessplan. De rapportage dient onder meer om halfjaarlijks de (voorlopige) financiële resultaten weer te geven. In de Aandeelhoudersovereenkomst is voorts in artikel 3.16.6 opgenomen dat het bestuur verplicht is alle informatie en gegevens te verstrekken aan die aandeelhouder waar die aandeelhouder om vraagt. Gezamenlijk dienen deze documenten derhalve om de aandeelhouders in staat te stellen om de gang van zaken binnen het warmtebedrijf te monitoren en derhalve toezicht te (kunnen) houden. Tot slot wordt overwogen om te zijner tijd een Raad van Commissarissen (hierna: ‘RvC’) in te stellen. Conform hun wettelijke functie op grond van artikel 2:250 BW houdt dit orgaan toezicht op het bestuurlijke beleid en de algemene gang van zaken. Hiernaast speelt een eventuele RvC ook een belangrijke rol bij onder meer de hiervoor beschreven bestuurlijke rapportageverplichting en bij het vaststellen van bepaalde gewone en zware besluiten.

3.2.2 Aandachtspunten t.a.v. zeggenschap voor gemeente Leiderdorp Met deze voorgenomen zeggenschapsverhoudingen signaleren wij de volgende aandachtspunten en/of risico’s voor Leiderdorp: Beperkte(re) invloed: In het verlengde van het onder 3.1.2 beschreven komt de beperkte invloed van Leiderdorp het meest tot uiting in haar zeggenschap in het warmtebedrijf. Conform de beschreven meerderheidsvereisten hebben EBN en Firan gezamenlijk al de vereiste twee-derde meerderheid om gewone besluiten goed te keuren. Uitgaande van de voorziene aandelenverhouding zoals weergegeven in paragraaf 4.7 van de Outline (rechts weergegeven), zouden deze twee partijen (uitgaande van ieder 13

© 2025 Deloitte The Netherlands

33,33%) met gemeenten Katwijk en Leiden voldoen aan de gekwalificeerde meerderheidseis van 87% (33,3% + 33,3% + 16,41% + 6,42% = 89.43%). Het vaststellen van het businessplan geldt volgens paragraaf 4.5 van de Outline en bijlage 3 van de Aandeelhoudersovereenkomst als een zwaar besluit. Daarom kunnen deze vier partijen gemeente Leiderdorp en de drie andere deelnemende gemeenten passeren bij het vaststellen van het belangrijkste controlemechanisme van de aandeelhouders. Het eerder beschreven risico voor kleinere gemeenten om onvoldoende (gezamenlijk) op te kunnen komen voor hun eigen belangen speelt daarom ook hier. Andersom kunnen deze vier ‘kleinere’ gemeenten (of vijf als Katwijk ook als zodanig wordt beschouwd) nooit gezamenlijk EBN en Firan helpen aan de vereiste meerderheidseis van 87% (33,33% + 33,33% + 6,42% + 3,24% + 3,16% + 3,11% + 0,99% = 83,58%). Dit leidt er toe dat gemeente Leiderdorp, ook in een in ijzer gegoten samenwerkingsverband met deze kleinere gemeenten, geen beslissende invloed heeft op het businessplan. Derhalve signaleren wij een risico voor Leiderdorp om gepasseerd te worden bij het vaststellen van dat document. Toezicht: Op papier hebben de aandeelhouders behoorlijk wat middelen in hun gereedschapskist om toezicht te houden op het warmtebedrijf. De vraag is echter hoe effectief deze middelen in de praktijk zijn.

Het verkrijgen van periodiek opgestelde managementverslagen en rapportages is namelijk vooral zinvol indien de ontvanger ook in staat is om inhoudelijk deze stukken tot zich te nemen en te beoordelen. Het gaat hier voor de gemeente Leiderdorp om een nieuw samenwerkingsverband voor wat betreft een zeer specialistisch en technisch onderwerp. Het is daarom van belang dat gemeente Leiderdorp de benodigde capaciteiten in huis haalt om gedurende de looptijd van dit project – tot 2050 – adequaat deze periodieke monitoring te kunnen doen. Dit wordt pregnanter gezien de bewoordingen van voornoemd artikel 3.16.6 dat vooral in een reactieve rol van de aandeelhouders voorziet die zelf om informatie moeten verzoeken. Ondanks dat het niet wenselijk is dat het dagelijkse werk van het eenhoofdig bestuur gaat bestaan uit het enkel informeren van de

aandeelhouders over de voortgang van lopende zaken, is het echter niet onaannemelijk dat een gemeente, zonder de relevante kennis en kunde, niet goed in kan schatten welke informatie en documentatie zij moet opvragen. Daarom lijken vragen gesteld door Firan en EBN, al dan niet voortvloeiende uit hun expertise, ook van belang voor gemeente Leiderdorp die dezelfde expertise ontbeert. Met het voorgaande in het achterhoofd, signaleren wij met het ontbreken van een verplichting tot openbare informatiestromen tussen de aandeelhouders een risico voor Leiderdorp dat zij niet altijd even effectief haar toezichthoudende rol kan vervullen.

Aandelenverhouding in RPIW WLR zoals voorgesteld in de SOK

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 4. Financiën

Gemeente heeft tijdens de interviews aangegeven dat de eerste tranche reeds in de kadernota is opgenomen en deze en toekomstige tranches passen binnen de gemeentelijke financiële kaders (uitgaand van een omslagrente van 0,5% en geen winstuitkering tot 2050), dit is echter niet verder geanalyseerd.

4. Financiën 4.1

Business case

4.1.1

De business case van RPIW WLR

Op aanvraag van het programma WLR is er voor het RPIW WLR een financiële rapportage, Financieringsconstructie Warmtebedrijf WLR, opgezet door Fakton Energy (hierna: financieringsrapport). Hierin is een ‘grove berekening’ gemaakt van de benodigde kapitaalstortingen om het publiek warmtebedrijf van voldoende financiële middelen te (kunnen) voorzien, aldus het programma WLR in paragraaf 1 van de notitie Financiering RPIW WLR (hierna: Notitie financiering). Uit de Notitie financiering komt naar voor dat de beoogde aandeelhouders gedurende een lange periode -tot 2050financiën (Eigen Vermogen) inbrengen om het mogelijk te maken dat het regionaal warmtebedrijf haar ambities kan realiseren. Hierbij is het voorstel voor inbreng in tranches. De eerste tranche waar commitment voor wordt gevraagd is van 2027 t/m 2036. Hierbij wordt verwezen naar de aandelenverdeling zoals ook beschreven in paragraaf 3.2 van dit Rapport. De gevraagde financiële bijdrage vanuit de aandeelhouders, zoals aangeduid in paragraaf 3 van de Notitie financiering, bestaat uit de vier componenten: • • • • 14

Aanloopkosten voor de oprichting; Ontwikkelkosten om warmteprojecten te ontwikkelen, voorafgaand aan de investeringen; Investeringen in warmteprojecten; Kapitaallasten – rente en aflossing – voor het aantrekken van vreemd vermogen. © 2025 Deloitte The Netherlands

Voor de verdeling van de resulterende financiële bijdragen per aandeelhouder is de totale verwachte financiële opgave als uitgangpunt genomen en verdeeld volgens de aandelenverdeling zoals beschreven in paragraaf 3.2. Het overzicht van deze financiële inbreng per aandeelhouder is opgenomen in Bijlage 4. In de Notitie financiering, paragraaf 3, staat dat de totaal gevraagde inbreng vanuit de aandeelhouders uitkomt op € 171.1 mln voor de periode t/m 2035, oplopend tot € 325.6 mln t/m 2050. Hierop volgend heeft adviesbureau Rebel een haalbaarheidsstudie uitgevoerd op de business case (hierna: ‘Haalbaarheidsstudie’) om een inschatting te maken van de investeringsopgave, het projectrendement, de onrendabele top, en inzicht te geven in de belangrijkste risico’s. In de vervolgstappen van de haalbaarheidsstudie wordt aangegeven dat de belangrijkste stap die gezet kan worden is om de ontwikkeling van het portfolio over de tijd logisch op te bouwen en te optimaliseren, passend bij de lokale situaties.

4.1.2 Aandachtspunten t.a.v. business case voor gemeente Leiderdorp De doorvertaling van de haalbaarheidsstudie naar de financiële impact voor de individuele gemeenten is nog niet scherp in beeld gebracht, terwijl dit wel impact heeft op het kapitaalbeslag van Leiderdorp. Het overzicht van financiële inbreng (Bijlage 4) geeft aan dat de gemeente Leiderdorp in de periode 2027 – 2050 € 10.1 mln aan kapitaal als aandeelhouder van het warmtebedrijf moet inbrengen. Circa € 5.3 mln hiervan is voor de eerste trance in de periode 2027 – 2035. De

Deze bedragen geven volgens de Notitie financiering invulling aan de eerdergenoemde vier componenten, maar hierin mist diepgang over bijvoorbeeld operationele kosten voor de Gemeente zelf om warmteprojecten te initiëren, in ontwikkeling te brengen en betrokken te blijven bij exploitatie, zoals beschreven in het takenoverzicht in paragraaf 2.5. Ons advies is om een integrale gemeentelijke business case op te (laten) stellen, met name ook voor de gemeentelijke taken in de voorbereidingsfase en operationele fase, om inzicht te krijgen in wat mogelijke deelname concreet financieel betekent – inclusief impact op het weerstandsvermogen van de Gemeente voor de verschillende scenario’s – voor de gemeente Leiderdorp.

4.2

Herijking aandelenverhouding

4.2.1

Situatie rondom herijking

Zoals in paragraaf 3.1 benoemd wordt, zijn de deelnemende gemeenten voornemens iedere 10 jaar de aandelenverdeling te herijken. Dit betekent dat er na 10 jaar opnieuw naar de totale warmtevraag tot 2050 - zowel gerealiseerde als toekomstige projecten - wordt gekeken om de nieuwe aandelenverhouding tussen de gemeenten te bepalen. Daarbij zijn de voorgestelde warmteprojecten in gemeente Leiderdorp uit het projectenportfolio, zie paragraaf 2.3, voor de Gemeente dus van groot belang.

4.2.2 Aandachtspunten t.a.v. herijking voor gemeente Leiderdorp

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 4. Financiën

Omdat bij de herijking wordt gekeken naar de totale warmtevraag tot 2050 (zowel gerealiseerd als verwacht), is het niet onaannemelijk dat fluctuaties van de warmtevraag minder groot zullen zijn. In het geval dat warmteprojecten later starten dan verwacht (bijvoorbeeld in het geval voor de drie geïdentificeerde projecten met verwachte start vanaf 2026) zal dat dus geen invloed hebben op de totale verwachte warmtevraag van Leiderdorp. Mocht zich echter een scenario voordoen waarin geïdentificeerde projecten niet doorgaan, dan zal dat invloed hebben op de totale warmtevraag bij de volgende herijking en kan het beoogde aandelenpercentage van ca. 9.3% van de Gemeente bijvoorbeeld halveren. Deze herijking van aandelen kan leiden tot wijziging van financiële lasten. Dit heeft tevens effect op de organisatorische inzet van de Gemeente (zie hoofdstuk 6). Dit heeft nog onbekende impact op de gemeentelijke business case van Leiderdorp. Ons advies is om de business cases per project op te (laten) nemen in de overkoepelende gemeentelijke business case. Dit omdat de gemeentelijke business case afhankelijk is van haalbare business cases per project. Om dit mogelijk te maken is er (meer) inzicht nodig in deze projecten/warmteclusters.

4.3 Bijdrage aansluitkosten (BAK) en onrendabele top 4.3.1

Wie betaalt de onrendabele top?

Om de business case per warmteproject rond te krijgen, en daarmee ook de business case van het warmtebedrijf in zijn geheel, is de eindgebruiker de aangewezen partij voor het betalen van de ‘bijdrage aansluitkosten4 (hierna: ‘BAK’), vastrecht & variabele kosten’ aan het warmtebedrijf, aldus de

4

De Bijdrage Aansluit Kosten (BAK) zijn de eenmalige kosten die de eigenaar van een woning of gebouw betaalt om aangesloten te worden op een warmtenet. 5

Maximale warmtetarieven, ACM 15 © 2025 Deloitte The Netherlands

Haalbaarheidsstudie (p.5). De vraag die hierbij op komt: hoe gaat dit er in de praktijk uitzien? Zowel het Globaal ontwerp als de Haalbaarheidsstudie geven geen eenduidig antwoord op deze vraag. Over het hele warmtebedrijf gezien betreft de nominale BAK € 422 mIn. en de nominale onrendabele top € 458 mIn. Waar de onrendabele top op is gebaseerd blijkt niet uit de Haalbaarheidsstudie. Deze is voor ons dus ook niet navolgbaar. In de Haalbaarheidsstudie (p. 18) wordt gerekend met een BAK per aansluiting (reëel) van € 4.340,-, zoals gereguleerd door de ACM5. Volgens de Haalbaarheidsstudie komt de onrendabele top neer op € 4.911,- per woning. Het totaal van de BAK en onrendabele top tezamen komt daarmee op € 9.251,- per woning. Hoewel dit zich aan de onderkant van de door ons herleide bandbreedte - van circa € 10K - € 20K per woning bevindt - achten wij dit niet onaannemelijk omdat het basisscenario uitgaat van uitbreiding van het bestaande warmtenet van Vattenfall. In het geval dat uitbreiding van dit netwerk niet mogelijk is, is er een groter risico op een hogere onrendabele top per woning. In de haalbaarheidsstudie is de ‘betaler’ van de onrendabele top nog ongedefinieerd. Adviesbureau Rebel geeft aan dat er denkbare kostenposten zijn waarvoor subsidie vanuit maatschappelijk oogpunt te beargumenteren is, zoals de regionale infrastructuur à € 66 miljoen.

Voor het resterende deel is eerst een grondigere analyse nodig.

4.3.2 Aandachtspunten t.a.v. BAK en onrendabele top voor gemeente Leiderdorp Dat er voor het resterende deel geen dekkend plan is, suggereert dat de gemeenten een rol kunnen spelen in de dekking van zowel de onrendabele top als de BAK. Dit is echter nog onduidelijk. Daarbij is ook niet duidelijk hoe hoog dit bedrag zou kunnen zijn voor Leiderdorp, of dit past binnen de financiële kaders van de Gemeente en wat de impact hiervan is op de weerstandsvermogen van Leiderdorp. Dit vergt nader onderzoek. Ons advies aan de gemeente Leiderdorp is om inzicht te genereren in de subsidiemogelijkheden van deze onrendabele top en de daarbij komende eigen bijdrage door de Gemeente zelf. Ook moet worden vastgesteld onder welke voorwaarden dit gebeurd. Breng dit geheel in beeld in de vorm van een investeringsplafond en neem dit mee in de gemeentelijke business case. In dit investeringsplafond verduidelijkt de Gemeente met welke bijdrage(n) én tot welke omvang zij bereid is te leveren en onder welke voorwaarden. Het investeringsplafond dient als tijdig sturingsinstrument van een verbonden partij.

Een mogelijke invulling van dit investeringsplafond is het werken met een cumulatief maximum bedrag, opgebouwd uit verschillende fasen of 'buckets', waarbij elke bucket een vooraf vastgesteld financieel maximum vertegenwoordigt gekoppeld aan specifieke projectfasen of mijlpalen, zodat de gemeente op elk moment controle behoudt over de totale investeringsverplichting en tijdig kan bijsturen indien noodzakelijk. Bovendien zorgt het investeringsplafond ervoor dat het budgetrecht van de gemeenteraad zijn werking blijft doen omdat eventuele overschrijdingen een raadsbesluit vergen. Los daarvan moet er ook nagedacht worden over hoe de BAK geïnd gaat worden bij huiseigenaren en wat de (gewenste) rol van de Gemeente hierin is.

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 4. Financiën

4.4

Participatiegraad

4.4.1

De invloed van de participatiegraad

Vooralsnog is het uitgangspunt dat de particulier of vastgoedeigenaar verantwoordelijk is voor het betalen van de BAK. Ervaring leert ons echter dat er sprake is van geringe bereidheid onder woningeigenaren om de BAK volledig zelfstandig te betalen. Dit hangt direct samen met de participatiegraad. In de Haalbaarheidsstudie (p. 6) en het Globaal ontwerp (§4.3) wordt uitgegaan van een participatie van 80%/ 80%/ 50%, voor woningcorporaties/ particulieren/ bedrijventerreinen. Waarom er is gerekend met deze percentages wordt niet nader toegelicht in de beschikbare stukken. In een onderzoek van TNO6 uit 2024 naar de bereidheid van inwoners om mee te betalen aan een warmtenet komt naar voren dat ‘slechts’ 63,4% van de participanten geïnteresseerd is in warmtenetten en dat bekendheid met warmtenetten niet direct leidt tot meer bereidheid om mee te betalen. Ervaring leert ons dat een lagere participatiegraad, van circa 30% voor bestaande woningen, al een uitdaging vormt. De beoogde participatiegraad van 80% voor bestaande woningen vormt daarmee een grote uitdaging voor de business case.

In de gevoeligheidsanalyse in de Haalbaarheidsstudie komt dit ook als risico naar voren: 10% meer of minder participatie betekent respectievelijk een 2,43%-2,4% hogere of lagere IRR 7.

4.4.2 Aandachtspunten t.a.v. participatiegraad voor gemeente Leiderdorp Ons advies aan Leiderdorp of aan het programmateam WLR is om een participatieplan te maken voor de beoogde warmteprojecten om te streven naar de participatiegraad van 80% bij particulieren en woningcorporaties. Dit kan bijvoorbeeld door het organiseren van gerichte bewonersbijeenkomsten, heldere en tijdige communicatie over kosten en planning, het aanbieden van financiële ondersteuning of leningen voor woningaanpassingen, het opzetten van een centraal aanspreekpunt voor vragen en klachten, en het betrekken van lokale maatschappelijke organisaties bij het participatieproces om financiële risico’s te minimaliseren die met de participatiegraad gepaard gaan.

Het is nog niet duidelijk wat de impact voor Leiderdorp is als de voorgestelde percentages niet gehaald worden. Met name binnen de groep particuliere huiseigenaren lijkt deze participatiegraad hoog. In beide stukken wordt geen onderbouwing geven of dit in de praktijk ook haalbaar blijkt. Dit zien wij als een risico dat naar waarschijnlijkheid bij de aandeelhouders en dus ook de gemeenten komt te liggen.

6

De bereidheid van bewoners om mee te betalen aan een warmtenet, TNO 16

© 2025 Deloitte The Netherlands

7

Internal Rate of Return (IRR) is een internationaal erkende ratio om de rendementsverwachting te berekenen van een bepaalde investering.

B

Rapport analyse mogelijke rolneming regionaal warmtebedrijf | 5. Juridische aspecten

5. Juridische aspecten 5.1 Concept Samenwerkingsovereenkomst 5.1.1 Kwartiermakersfase In onze beoordeling zijn we uitgegaan van de SOK conceptversie van 16 juli 2025. Dit document dient om afspraken vast te leggen tussen de 6 deelnemende gemeenten, Firan en EBN in de zogeheten ‘Kwartiermakersfase’. Dit is de fase in aanloop naar de daadwerkelijke oprichting van het Warmtebedrijf. De SOK ziet in dit verband nadrukkelijk op de te nemen voorbereidende handelingen door de deelnemende partijen, het stappenplan en de verdere projectorganisatie. Hiernaast wordt in de SOK ook een voorschot genomen op hoe de aandelenverhouding in het WLR eruit komt te zien.

5.1.2 Aandachtspunten ten aanzien van de SOK voor gemeente Leiderdorp Na het bestuderen van deze versie van de SOK komen wij tot de volgende aandachtspunten per artikel: Artikel 3.2.3 – Gemeentelijke herijking: Dit artikel voorziet in de aandelenverdeling van de deelnemende partijen (EBN: 1/3, Firan: 1/3 en de deelnemende gemeenten (gezamenlijk: 1/3)). Het desbetreffende lid ziet op de herijking van de aandelen die dient plaats te vinden per uiterlijk 31/12/2026. In samenhang met het bepaalde in artikel 7.9 van de Aandeelhoudersovereenkomst, en na bevestiging van Leiderdorp, begrijpen wij dat dit inhoudt dat voor de oprichting van het Warmtebedrijf de eerste herijking plaatsvindt. Echter, 17

© 2025 Deloitte The Netherlands

blijkt dit niet duidelijk uit de SOK. Vaststelling van de onderliggende warmteplannen zelf (voor de vaststelling WEQs) zijn namelijk geen onderdeel van de oprichtingsvoorwaarden (artikel 7.1) of het stappenplan (artikel 5.2). Door dit niet zo duidelijk op te nemen in de SOK ontstaat er een grijs gebied tussen oprichting en het eerste herijkingsmoment. Gezien het grote belang van deze eerste herijking voor de onderlinge aandelenverhouding, signaleren wij een risico in deze onduidelijkheid. De voorgenomen intenties zijn bekend en daarom adviseren wij deze ook gewoon als zodanig op te nemen in de SOK. Artikel 5 – Stappenplan en in het bijzonder situatie Vattenfall: Dit artikel voorziet in een stappenplan die in ieder geval voor nu voorzien wordt als de te nemen hordes op weg naar oprichting van het WLR. Echter, wordt hier niet bepaald wat de gevolgen zijn voor Leiderdorp als een stap niet behaald wordt. In dat kader is het onduidelijk hoe voorwaardelijk dit stappenplan gewogen moet worden. Voorts maakt artikel 5.2.10 de aansluitingssituatie van Vattenfall, als beschreven de uitgangsituatie in paragraaf 1.4 van dit rapport, onderdeel van dit stappenplan. In het kort ziet deze situatie op het aantal aansluitingen dat de gemeenten wel of niet op het warmtenet kunnen maken naar gelang de uitkomsten van de gesprekken met Vattenfall.

Het aantal aansluitingen heeft op zijn beurt weer gevolgen voor de voornoemde verdeelsleutel en dus het percentage waarvoor Leiderdorp toetreedt als aandeelhouder. Voor Leiderdorp zou dit betekenen dat ze gedurende de eerste 10 jaar van dit project of voor circa 9,34% deelnemen (bij wel aansluiting) of voor circa de helft daarvan indien geen aansluiting kan gevonden bij Vattenfall én wordt besloten om deze wijken niet meer op

collectieve warmte aan te sluiten, dan vermindert de warmtevraag van Leiderdorp ten opzichte van het geheel voor de regio. Zoals in 3.1.1. is beschreven betekent dit dan dat het percentage van gehouden aandelen door Leiderdorp afneemt. Dit leidt ertoe dat de al beperkte invloed van Leiderdorp op de besluitvorming nog verder afneemt. Wel zal zich dit vertalen in een lager initieel startbedrag om in te kopen, wat de financiële risico’s verlaagt. Indien aansluiting bij Vattenfall niet mogelijk blijkt en wordt gekozen om als alternatief nieuwe infrastructuur te ontwikkelen, zal dat invloed hebben op de planning van de warmteprojecten, maar niet op de totale verwachte warmtevraag, en zal dit dus niet of geringe invloed hebben op het aandelenpercentage van Leiderdorp. Wanneer er in Leiderdorp meer warmteprojecten bijkomen, dan vergaart Leiderdorp een groter aandelenkapitaal door de navenant meestijgende warmtevraag. Hier moet de gemeente Leiderdorp de dan geldende marktprijs voor betalen, indien die marktprijs fors hoger is dan de koopprijs in 2026, zullen meer aandelen voor meer geld moeten worden afgenomen. Daar bovenop komen de bijbehorende financieringstranches, dit zijn de verplichte bijdragen van de afzonderlijke gemeenten aan de kapitaalbehoefte van het warmtebedrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=cd9fc43e-88c2-4c13-b9ba-24774beec6ce