CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2749 Aanbiedingsbrief dd01-04-2025 Holland Rijnland Terinzagelegging regionale Huisvestingsverordening

Gemeenteraad Voorschoten 15 mei 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Brief van instelling / burger41.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De woningzoekende krijgt dan een passende woning aangeboden en kan niet zelf, met behulp van de urgentieverklaring op zoek gaan naar een sociale huurwoning.

Artikel 23: Weigering Urgentieverklaring Eerste lid, onderdeel b: Er dient naar het oordeel van de urgentiecommissie onbetwist sprake te zijn van een noodsituatie die buiten eigen schuld of invloed is ontstaan waarin naar algemene maatschappelijke maatstaven niet geduld kan worden dat deze situatie zich nog een half jaar of langer voortsleept. Het initiatief om deze omstandigheden naar voren te brengen en aan te tonen ligt bij de aanvrager. Gezinsvorming dan wel gezinsuitbreiding wordt in ieder geval aangemerkt als een noodsituatie die zelf is veroorzaakt dan wel had kunnen worden voorkomen. Eerste lid, onderdeel e: Hier wordt een uitzondering gemaakt voor die urgent woningzoekenden die vallen onder artikel 22, eerste lid onderdeel b. De gedachte is dat een urgent woningzoekende die een onzelfstandige woonruimte bewoont maar dat niet langer kan blijven doen, geen urgentieverklaring moet worden geweigerd. Eerste lid, onderdeel f: De woningzoekende krijgt alleen een urgentieverklaring wanneer de woningzoekenden minste de afgelopen twee jaar onafgebroken in de regio woont en het probleem aantoonbaar alleen kan worden opgelost met een andere zelfstandige woonruimte in de regio. Een briefadres geldt hierbij niet als woonadres. Dit wordt toegepast om te voorkomen dat woningzoekenden vanuit een andere regio voorrang krijgen op die uit de regio Holland Rijnland.

Personen uit die andere regio’s hebben immers het alternatief om een urgentieverklaring aan te vragen in hun huidige regio. Er zijn ook personen die nergens in Nederland regionale binding hebben, zij kunnen zich in principe vestigen in een regio waar geen schaarste is aan sociale huurwoningen (krimpregio). Dit artikel geldt niet voor woningzoekenden die genoemd worden in artikel 12, derde lid, van de Huisvestingswet 2014. Eerste lid, onderdeel g: Een woningzoekende krijgt geen urgentieverklaring wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij zelf een oplossing voor zijn noodsituatie kan vinden, bijvoorbeeld omdat hij beschikt over een zorgindicatie, of over voldoende financiële middelen.

35

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Bij een voorliggende voorziening kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een indicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg waarbij huisvesting inbegrepen is. De woningzoekende kan dan zelf voorzien in een oplossing door een beroep te doen op die regeling. Bij de categorie ‘overig’, die onder v. is genoemd, kan bijvoorbeeld worden gedacht aan ‘Divorce Housing’ bij scheiding. Eerste lid, onderdeel j: Als de aanvrager dreigementen heeft geuit of zich agressief heeft gedragen jegens de uitvoerder van de verordening, kan een urgentieverklaring worden geweigerd of ingetrokken. Het gaat daarbij om herhaaldelijke verbale of fysieke bedreiging die gestaafd worden door bevindingen van andere uitvoerders of collega’s. Eerste lid onderdeel k en l: Een woningzoekende met bijvoorbeeld huurschuld kan een huisvestingsvergunning worden geweigerd. Op bijvoorbeeld medische redenen zou die persoon misschien wel met voorrang moeten verhuizen. De urgentiecommissie kan besluiten een urgentieverklaring af te geven als na overleg met de corporatie blijkt dat er mogelijkheden zijn om ondanks het verleden van huurschuld of overlast toch een huurovereenkomst te sluiten. Dit kan het geval zijn als de woningzoekende door de corporatie aangeboden begeleiding aanvaart.

Artikel 24: Urgentieverklaring Eerste lid: Een urgentieverklaring betekent voor de woningzoekende, dat deze zes maanden de tijd krijgt om binnen een door de urgentiecommissie vast te stellen zoekprofiel passende woonruimte in de regio te vinden. De urgentieverklaring geeft geen voorrang voor toewijzing van standplaatsen of middeldure huurwoningen. Vijfde lid: Urgenten komen niet in aanmerking voor elke willekeurige woning. Voorkomen moet worden dat woningzoekenden urgentie aangrijpen om wooncarrière te maken. De urgentiecommissie stelt een zoekprofiel op met eisen waaraan een woning voor de urgente moet voldoen. Hierbij geldt dat een zoekprofiel met voorrang voor een eengezinswoning of benedenwoning zelden wordt afgegeven. Alleen als er een aantoonbare (medische) noodzaak voor is, kan men dit woningtype opgenomen krijgen in het zoekprofiel. Voor woningen die buiten het zoekprofiel vallen, geldt geen recht op voorrang. In het zoekprofiel wordt een tevens het aantal slaapkamers genoemd waarvoor de urgentie geldt. Een alleenstaande krijgt voorrang voor een (etage) woning met maximaal 2 slaapkamer. Een huishouden bestaande uit 2 personen krijgt voorrang op een (etage) woning met maximaal 2 slaapkamers. Een huishouden bestaande uit 3 personen krijgt voorrang op een (etage) woning met maximaal 3 slaapkamers.

Wanneer het huishouden uit 4 of meer personen bestaat wordt geen maximum gesteld aan het aantal slaapkamers.

Artikel 25: Einde en intrekking van een urgentieverklaring Eerste lid: Een urgentieverklaring kan worden ingetrokken als de urgente zonder goede gronden een passende woonruimte weigert. Onder weigeren van woonruimte wordt tenminste verstaan: • Een reactie op een aangeboden passende woonruimte intrekken of verwijderen; • Niet of niet tijdig reageren op de vraag of er nog interesse is in de woonruimte waarop de urgente heeft gereageerd (interessepeiling); • Geen interesse uiten op de vraag of er nog interesse is in de woonruimte waarop de urgente heeft gereageerd (interessepeiling); • Niet of niet tijdig reageren op de woningaanbieding; • Niet of niet tijdig reageren op de e-mail met de uitnodiging voor de (groeps)bezichtiging van de woonruimte; 36

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 • Niet aanwezig zijn bij de verplichte (groeps)bezichtiging van woonruimte; • Op een andere manier kenbaar maken dat wordt afgezien van de passende woonruimte waarop door de urgente is gereageerd of door de wooncorporatie is aangeboden. Theoretisch zouden er geen goede gronden kunnen worden aangeduid, aangezien de aangeboden woning immers moet voldoen aan de (passendheids)criteria omschreven in het zoekprofiel van de urgentieverklaring. En de urgentieverklaring is bedoeld om met spoed andere woonruimte te verkrijgen, zonder rekening te houden met woonwensen. Indien echter in de praktijk afdoende blijkt dat de woning in werkelijkheid niet overeenkomt met het zoekprofiel of de schriftelijke aanbieding, dan kan deze worden geweigerd zonder gevolgen. Het is aan de woningzoekende om aan te tonen dat de aangeboden woning niet voldoet aan het zoekprofiel.

Artikel 26: Urgentie voor vergunninghouders Tweede lid: Het betreft een éénmalig aanbod. We gaan uit van eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekende, waarbij de zorgplicht van de gemeente en verhuurder wat betreft huisvesting eindigt indien het éénmalig aanbod wordt geweigerd. Daarbij wordt aangesloten bij de manier van werken bij asielzoekerscentra. Bestuurlijk wordt tussen Holland Rijnland en Holland Rijnland Wonen vastgelegd dat de in dit artikel neergelegde werkwijze zal worden geëvalueerd en mogelijk omgezet in een experiment.

Artikel 27: Toekenning stadsvernieuwingsurgentie De verordening is leidend. Een sociaal plan is een nadere uitwerking. Daarin zijn allerlei afspraken mogelijk zolang deze niet strijdig zijn met de verklaring voor stadsvernieuwingsurgentie of andere regels van de verordening.

Artikel 28: Stadsvernieuwingsurgentie Woningzoekenden die een beroep doen op stadsvernieuwingsurgentie doen dat niet, zoals bij een urgentie als bedoeld in artikel 22, niet vanwege hun persoonlijke omstandigheden, maar omdat hun huidige woning wordt gesloopt of ingrijpend verbouwd. Het zoekprofiel kan daarom minder streng zijn dan bij een artikel 22-urgentie. Het aangeboden zoekprofiel is vergelijkbaar met de huidige woning of meer passend op basis van de huishoudgrootte en beperkt zich tot een jaar voor de sloop of voor de ingrijpende verbetering van de bestaande woning- tot de gemeente waar de sloop of verbetering plaatsvindt.

Artikel 30 t/m 37: Woonwagenstandplaatsen Met invoeging van artikelen 30 t/m 37 wordt voorzien in de toewijzing van standplaatsen door middel van huisvestingsvergunningen. Het beschikken over passende regels voor de toedeling van deze vorm van woonruimte dient, net als andere vormen van woonruimte, te berusten op de wet. Anders dan de reguliere woonruimte moet de toewijzing van standplaatsen ook voldoen aan de mensenrechtelijke eisen die onder andere volgen uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) en de oordelen van het College voor de Rechten van de Mens (EHRM 27 mei 2004, nr. 66746/01 (Connors/VK); EHRM 17 oktober 2013, nr. 27013/07 (Winterstein/Frankrijk); EHRM 18 januari 2001, nr. 27238/95 Chapman/VK; EHRM 8 december 2009, nr. 49151/07 (Munos Diaz/Spanje). Uit de jurisprudentie van het EHRM volgt onder meer dat de overheid een positieve verplichting heeft om de identiteit en de levensstijl van woonwagenbewoners te beschermen en te faciliteren. Dit kan betekenen dat woonwagenbewoners een gedifferentieerde behandeling krijgen ten opzichte van andere woningzoekenden.

37

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Hoewel standplaatsen ‘woonruimte’ zijn in de zin van de wet, is de wijze waarop de huisvestingsvergunning wordt geregeld niet identiek aan die van niet-standplaatsen. Voor nietstandplaatsen geldt dat vergunning wordt afgegeven voor de gehele huisvesting. Voor standplaatsen geldt echter dat alleen de ondergrond waarop de uiteindelijke huisvesting wordt aangebracht, wordt vergund met een huisvestingsvergunning. De uiteindelijke huisvesting is bijvoorbeeld de eigen woonwagen. In de praktijk blijkt ook dat woonwagenbewoners relatief vaak in het bezit zijn van een woonwagen. Om die reden is gekozen om alleen voor standplaatsen een huisvestingssysteem te hanteren.

Artikel 43: Aanbod Voor middenhuurwoningen is de keuze gemaakt om geen aanbiedmedium te verplichten aan verhuurders van middenhuurwoningen. Verhuurders zijn vrij om een platform hiervoor te kiezen, mits de aanbieding gebeurt op een transparante wijze.

Artikel 44: Voorrangsgronden Verhuurders hebben de mogelijkheid om lokaal maatwerk toe te passen bij de toewijzing van middeldure huurwoningen. Ze kunnen voorrang geven aan personen die economisch of maatschappelijk aan de regio verbonden zijn. Dit mag tot een maximum van 50% van het totaal aantal verhuurde middeldure huurwoningen in de gemeente. Deze maatregel maakt het mogelijk om gericht doorstroming op de woningmarkt te stimuleren en om specifieke volkshuisvestelijke knelpunten binnen de gemeente aan te pakken.

Artikel 45: Uitvoeringsovereenkomst Hier wordt benoemd onder welke voorwaarden de woonruimteverdeling in praktijk wordt geregeld. Afspraken voor de uitvoering van de verordening worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. De uitvoering is voor een groot deel opgedragen aan de Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW).

Artikel 46 : Beleidscommissie De beleidscommissie adviseert het Dagelijks Bestuur van de regio en HRW over het huisvestingsbeleid en de werking daarvan. Als woningmarktontwikkelingen het noodzakelijk maken dat de verordening of de uitvoeringsovereenkomst worden aangepast, dan adviseert de beleidscommissie hierover.

Artikel 49: Hardheidsclausule De aard en de strekking van de hardheidsclausule zijn zodanig dat deze slechts met uiterste terughoudendheid kan worden toegepast. Bij de toetsing van de bijzondere gevallen dient in elk geval beoordeeld te worden of het Dagelijks Bestuur in eerdere, vergelijkbare situaties heeft besloten tot toepassing van de hardheidsclausule.

Artikel 51: Overgangsbepaling Een overgangsregeling is nodig zodat alle lopende procedures volgens de regels kunnen worden afgehandeld die golden op het moment dat de procedure startte. Het is meestal niet praktisch hiervoor de regels uit de nieuwe huisvestingsverordening toe te passen.

38

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026

Huisvestingsverordening en toelichting Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Wetstechnische informatie Overheidsorganisatie: Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland Officiële naam regeling: Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Citeertitel Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Vastgesteld door: Algemeen Bestuur Holland Rijnland Onderwerp: Volkshuisvesting Eigen onderwerp: geen Opmerking: Deze regeling treedt uit werking op 1 januari 2030. Deze regeling vervangt de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024. Wettelijke grondslag: • Huisvestingswet 2014; • Artikel 5, zesde lid, onderdeel c, van de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland; • Artikel 5, tweede lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland; • Woningwet; • Algemene Wet Bestuursrecht.

Met opmerkingen [HR1]: Wettelijke grondslag verandert bij inwerkingtreding nieuwe GR Holland Rijnland.

Intitulé Gelezen op het voorstel van het Dagelijks Bestuur; Gehoord de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio Holland Rijnland; Besluit: Vast te stellen de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.

1

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder: a.

Algemeen Bestuur: Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland;

b.

DAEB-norm: jaarlijks te indexeren inkomensgrens zoals bedoeld in artikel 16 lid 1 en 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 voor het huren van een woning tot de huurprijsgrens;

Met opmerkingen [HR2]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Dit begrip werd gebruikt voor het bepalen van een maximale inkomensgrens om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning voor een middeldure huurwoning. De Wet Betaalbare Huur is op 1 juli 2024 ingegaan. De wet regelt een definitie voor ‘middeldure huurwoning’. Dit is aanleiding geweest om de inkomensgrens in de Huisvestingsverordening te wijzigen. Deze definitie komt te vervallen.

c.b. Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland; d.c. Doorstromer: een ingeschreven woningzoekende die bij verhuizing naar andere woonruimte binnen de regio een sociale huurwoning als bedoeld inwaarop artikel 2, tweede lid, van toepassing is, leeg achterlaat; e.d. Huishouden: alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of aantoonbaar willen gaan voeren. Er is sprake van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding als een woningzoekende en al degenen die tot zijn huishouden behoren tenminste één jaar in de Basisregistratie personen van een gemeente op hetzelfde adres zijn ingeschreven; f.e. Huurprijsgrens: jaarlijks te indexeren maximale huurprijs (€ 808,06879,66 per maand, prijspeil 20232024) waarboven men niet meer in aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, en het vierde lid, en artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag;

Met opmerkingen [HR3]: Prijspeil aangepast.

g.f. Huurdersorganisatie: organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet op het overleg huurders verhuurder, die opkomt voor de belangen van huurders in de regio Holland Rijnland alsmede de Koepel Huurders Holland Rijnland; h.g. Inkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als, bedoeld in afdeling 2.5artikel 2.18. van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen als bedoeld in artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ wordt gelezen: ‘huurder’;

Met opmerkingen [HR4]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijzigingen. Verwijzing onjuist. Met opmerkingen [HR5]: In de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 zijn veel stijl- en taalfouten hersteld. Ook zijn alle verwijzingen naar wet- en regelgeving in lijn gebracht met de ‘Aanwijzingen voor de regelgeving’. Deze bepaling is daar een voorbeeld van.

i.h. Inschrijftijd: periode die is verstreken sinds een woningzoekende is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 9; j.i. Particuliere verhuurder: verhuurder van woonruimte in de regio Holland Rijnland niet die geen woningcorporatie iszijnde een wooncorporatie; j.

Om de leesbaarheid van de daadwerkelijke wijzigingen te verhogen zijn de navolgende verbeteringen niet met ‘wijzigingen bijhouden’ gemarkeerd.

Middeldure huurwoning: zelfstandige woning als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek:

1°.met een krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering van de kwaliteit die leidt tot een maximale huurprijs die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en niet hoger is dan het bij of krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag, of; 2°.waarvoor bij aanvang van de huurovereenkomst een huurprijs is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en lager dan of gelijk is aan het bij of krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag;;woonruimte met een aanvangshuurprijs hoger dan de jaarlijks te indexeren huurprijsgrens (€ 808,06 per maand, prijspeil 2023) en niet meer dan de maximale huurprijsgrens die hoort bij 186 punten (berekend aan de hand van Bijlage I. bij het Besluit huurprijzen woonruimte) k. Passende woonruimte: woonruimte die voldoet aan het zoekprofiel van een urgente; l. Regio Holland Rijnland: het grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; m. Regio: Regio Holland Rijnland;

Met opmerkingen [HR6]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.

Met opmerkingen [HR7]: De Wet Betaalbare Huur is op 1 juli 2024 ingegaan. De wet regelt een definitie voor ‘middeldure huurwoning’. Dit is aanleiding geweest om de definitie in de Huisvestingsverordening te wijzigen.

2

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 n.

Regionaal gebondene: een woningzoekende die volgens de Basisregistratie Personen langer dan twee jaar ingezetene is van een gemeente in de regio. n. Stadsvernieuwing: proces van sloop en vervangende nieuwbouw van woningen dan wel van ingrijpende renovatie van woningen; o. Stadsvernieuwingsurgente: degene aan wie een stadsvernieuwingsurgentie, bedoeld in artikel 28 is toegekend; p. Standplaats: kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen of chalet waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten; q. Standplaatszoekende: het huishouden dat is ingeschreven in het regionaal register voor standplaatszoekendenregister, bedoeld in artikel 30; r. Starter: een ingeschreven woningzoekende die geen sociale huurwoning of middeldure huurwoning van een van de deelnemende partijen als bedoeldeigenaren van woonruimte, genoemd in artikel 2, van deze verordening achterlaat; s. Sociale huurwoning: woning met een aanvangshuur (rekenhuur) beneden de huurprijsgrens, die verhuurd toegewezen wordt overeenkomstig het bepaalde in deze verordening of die behoort tot een categorie welke is aangewezen door het Dagelijks Bestuur na advies van de Beleidscommissie Woonruimteverdeling; t. Uitvoeringsovereenkomst: de uitvoeringsovereenkomst Woonruimteverdeling Corporaties Holland Rijnland 2026; u.

Urgente: degene aan wie een urgentieverklaring, bedoeld in artikel 24, is toegekend. v. Urgentiecommissie: de commissie, bedoeld in artikel 20; w. Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW): rechtspersoon die in de regio Holland Rijnland namens de wooncorporatiewoningcorporaties zorgdraagt voor de uitvoering van de woonruimteverdeling; x. Verhuurder: eigenaar van woningen als bedoeld in artikel 2; y. Voorliggende voorziening: een voorziening waarvan de kosten of diensten kunnen worden vergoed op een andere manier dan via gemeenten; z. Woningzoekende: huishouden dat is ingeschreven in het register van woningzoekenden,register als bedoeld in artikel 9;

Met opmerkingen [HR8]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Het begrip ‘Regionaal gebondene’ komt slechts 1 keer voor. Daarom is dit begrip verwerkt in artikel 16. Met opmerkingen [HR9]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Definitie ontbrak.

Met opmerkingen [HR10]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling. Met opmerkingen [HR11]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.

Met opmerkingen [HR12]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.

Met opmerkingen [HR13]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.

aa. WooncorporatieWoningcorporatie: toegelaten instelling die op grond van het bepaalde in artikel 18a van de Woningwet sociale huurwoningen exploiteert;

Met opmerkingen [HR14]: Aanpassing betreft een taalkundige wijziging. ‘Wooncorporatie’ is gewijzigd naar de juiste term ‘Woningcorporatie’. Deze wijziging is in de hele Verordening aangepast maar niet gemarkeerd.

bb. Woonduur: periode, uitgedrukt in maanden en jaren gerekend vanaf de ingangsdatum van het huurcontract; cc. Woonruimte: i. besloten ruimte met een eigen toegang, die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor permanente bewoning door een huishouden, zonder dat zij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; en ii. standplaats; dd. Woonruimteverdeelsysteem: systeem van voorzieningen, regels en normen aan de hand waarvan wordt bepaald in welke volgorde woningzoekenden, die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt voor aangeboden woonruimte, voor de huur van die woonruimte in aanmerking komen; ee. Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in gedeelten kan worden verplaatst; ff. Zoekprofiel: in de (stadsvernieuwings)urgentieverklaring opgenomen beschrijving van de aard en de locatie van de woonruimte waarvoor een (stadsvernieuwings)urgente met voorrang in aanmerking komt;

Artikel 2 1.

Met opmerkingen [HR15]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.

Toepassing van de verordening

Deze verordening geldt in de gemeenten gelegen in de regio Holland Rijnland. 3

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 2.

Deze verordening is van toepassing op sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector in de regio Holland Rijnland die in het bezit zijn van: a. woningcorporaties; b. particuliere verhuurders die eigenaar zijn van tien of meer woningen die na 1 januari 2024 zijn opgeleverd; c. het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a. is niet van toepassing op standplaatsen in de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn; d. de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ). 3. De in het tweede lid bedoelde eigenaren van woonruimte nemen deel aan het woonruimteverdeelsysteem. 4. Het Algemeen Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio besluiten dat deze verordening ook van toepassing is op te bepalen (toekomstige) delen van de voorraad middeldure huurwoningen in die gemeente. 5. Het Algemeen Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio besluiten dat verhuurders die in het bezit zijn van tien of meer middeldure huurwoningen in die betreffende gemeente deelnemen aan het woonruimteverdeelsysteem. 6.5. Deze verordening is niet van toepassing op onzelfstandige woonruimte en woonruimten die uitsluitend bestemd zijn voor de huisvesting van studerenden die als dagstudent of promovendus zijn ingeschreven bij een instelling voor vervolgonderwijs.

Met opmerkingen [HR16]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Dit was al besloten voor de Hvv2024 maar weggevallen bij publicatie.

Met opmerkingen [HR17]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling. Het is aan de gemeente zelf om een voordracht te doen. Dit kan dus behelzen dat een gedeelte van de categorie van middeldure huur (bijv. corporatiewoningen, nieuwbouw of bestaande bouw) wordt aangewezen. Met opmerkingen [HR18]: Aanpassing betreft het besluit om de woningvoorraad ‘middeldure huurwoningen’ niet gelijk te stellen met het woonruimteverdeelsysteem van ‘sociale huurwoningen’. Met opmerkingen [HR19]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. De toelichting op dit artikel vermeldt dat de verordening niet geldt voor onzelfstandige woonruimte. Dat is ook de bestaande praktijk. Die bepaling moet in de tekst van de verordening zelf terugkomen.

Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte en huisvestingsvergunningsplicht voor sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector

Met opmerkingen [HR20]: Het hoofdstuk is verplaatst om een logische volgorde in de verordening aan te houden

Paragraaf 2.1 Werkingsgebied Artikel 3

Toepasselijkheid

Hoofdstuk 2 geldt voor sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector in de regio Holland Rijnland, die in het bezit zijn van: a. b. c. d.

woningcorporaties; particuliere verhuurders die eigenaar zijn van tien of meer woningen die na 1 januari 2024 zijn opgeleverd; de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ); het bepaalde onder a is niet van toepassing op standplaatsen in de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn.

Artikel 43 1. 2.

Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

Het is verboden een sociale huurwoning of standplaats als bedoeld in artikel 32, als woonruimte in gebruik te nemen of te geven zonder huisvestingsvergunning van het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel.

Met opmerkingen [HR21]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Deze bepaling was per abuis niet opgenomen in de Hvv2024, maar wel in de eerdere huisvestingsverordeningen. De gemeente Leiden liep direct tegen een mogelijk bevoegdheidsprobleem op bij handhaving op de huisvestingsvergunningsplicht bij sociale huurwoningen. Daarom is deze bepaling opnieuw opgenomen.

Paragraaf 2.2 De huisvestingsvergunning 4

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026

Artikel 5 1.

2.

3.

4.

Criteria voor verlening huisvestingsvergunning

Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; en b. een van de leden van het huishouden is 18 jaar of ouder; en b.c. het huishoudinkomen is niet hoger is dan € 47.699 voor een eenpersoonshuishouden en € 52.671 voor een meerpersoonshuishouden (prijspeil 2024, de inkomensgrens wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 16, tweede lid van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting); en c. d. aanvrager komt op basis van de bepaalde rangorde en voorrangsregels in paragraaf 2.4 en 2.7 van deze verordening in aanmerking voor het huren van de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd. De voorwaarde uit het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing als aanvrager de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd verkrijgt door middel van woningruil, waarvoor door de beide betrokken verhuurders toestemming is gegeven of wanneer de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd aan aanvrager is toegewezen op een andere grond dan geregeld in deze verordening.

In afwijking van het eerste lid onder c kan voor een sociale huurwoning of standplaats met een huurprijs vanaf € 693,60 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 56.513 (prijspeil 2024, de huurprijs wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag, de inkomensgrens wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte) De voorwaarde uit het eerste lid onder c en derde lid geldt niet voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.

Artikel 6

Met opmerkingen [HR22]: Toevoeging betreft een juridisch-technische wijziging. In eerdere verordeningen is geen inkomensgrens bepaald. Dat was niet nodig omdat dat voor woningcorporaties al wettelijk wordt bepaald. Sinds 1 januari 2024 vallen ook sociale huurwoningen van particulieren onder de verordening. Daarvoor is landelijk geen inkomenseis vastgesteld. We willen in de regio dat alle sociale huurwoningen naar de juiste doelgroep gaan. Daarom wordt een inkomenseis voor de huisvestingsvergunning toegevoegd. Met opmerkingen [HR23]: Het artikel is anders ingericht en op een begrijpelijkere manier gepresenteerd. De inhoud is niet veranderd.

Aanvraag van een huisvestingsvergunning

1.

Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij het Dagelijks Bestuur via een daartoe bestemd formulier. 2. Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag binnen drie weken na ontvangst. 3. Het Dagelijks Bestuur kan de bevoegdheden in het eerste en tweede lid mandateren aan de woningcorporatie of gemeenten. 4. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. rechtsgeldig document waaruit de identiteit blijkt van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren; c. geldig bewijs van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren indien zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben; d. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; e. bewijsstukken van het inkomen; f. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; g. beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; h. schriftelijke verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is woonruimte aan aanvrager en zijn huishouden in gebruik te geven; i. indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; j. indien van toepassing, een urgentieverklaring of stadsvernieuwingsurgentie.

Met opmerkingen [HR24]: Het artikel is aangevuld met juridisch-technische noodzakelijke en wenselijke bepalingen over wat noodzakelijk is bij het kunnen beoordelen van een aanvraag om een huisvestingsvergunning.

5

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 4.5. Indien aanvrager dan wel een of meer anderen die tot zijn huishouden behoren op het moment van de aanvraag een woning bewonen die zijn of hun eigendom is, dan dient bij de aanvraag een bewijsstuk te worden overgelegd waaruit blijkt dat de woning wordt verkocht en dat deze binnen zes maanden aan een koper in eigendom zal worden overgedragen. 5.6. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de aanvraag te

Met opmerkingen [HR25]: Kort na inwerkingtreding van deze nieuwe bepaling in de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 is knelpunt gesignaleerd. Potentiële huurder konden niet voldoen aan deze strikte bepaling waarbij verkoop en overdracht aangetoond moesten worden. Daarom wordt deze bepaling tekstueel aangepast en blijft de bedoeling van de bepaling in stand.

kunnen beoordelen.

7.

De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. b. c. d. e. f.

de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend; degene(n) aan wie de vergunning is verleend (volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland); het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; de ingangsdatum van de vergunning; de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt; de naam en het adres van de verhuurder.

Artikel 7

Intrekken van de huisvestingsvergunning

Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken op grond van de in artikel 18 van de Huisvestingswet 2014 genoemde gronden. Daarnaast kan het Dagelijks Bestuur de huisvestingsvergunning intrekken als er gehandeld wordt in strijd met de voorwaarden van de vergunning

Artikel 8

Met opmerkingen [HR26]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verwijzing dynamisch gemaakt naar de Huisvestingswet.

Vervallen van de huisvestingsvergunning

De huisvestingsvergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder feitelijk geen gebruik meer maakt van de vergunning.

Paragraaf 2.3 Inschrijfsysteem van woningzoekenden, bekendmaking van het aanbod Artikel 9

Register van woningzoekenden

1.

Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden ten behoeve van het bepalen van de rangorde.

2.

Het Dagelijks Bestuur stelt regels vast voor de wijze van inschrijving, het verwerken van gegevens, de opschorting en de beëindiging van de inschrijving, en stelt alsmede de hoogte van een bedrag vast dat ten behoeve van de inschrijving en de verlenging van de inschrijving in rekening wordt gebracht bij woningzoekenden.

3.

Het Dagelijks Bestuur verleent aan het bestuur van de Vereniging Holland Rijnland Wonen mandaat, volmacht en machtiging voor het uitvoeren van het bepaalde bij of krachtens het eerste en tweede lid en mandaat om namens het Dagelijks Bestuur besluiten te nemen met betrekking tot in- en uitschrijving in het register.

Artikel 10 1.

Inschrijving als woningzoekende

Iedere persoon van 18 jaar of ouder, die de Nederlandse nationaliteit bezit of rechtmatig in Nederland verblijft op grond van bepaalde in artikel 8 onder a t/m e of l van de Vreemdelingenwet 2000 kan op zijn verzoek worden ingeschreven in het register van woningzoekenden in de regio Holland Rijnland.

Met opmerkingen [HR27]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verwijzing onjuist.

6

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 2.

Per persoon is slechts één inschrijving in de regio Holland Rijnland mogelijk, met dien verstande dat een inschrijving als standplaatszoekende gelijktijdig kan bestaan naast een inschrijving als woningzoekende.

3. 4.

De inschrijving van de woningzoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. De woningzoekende is een tarief verschuldigd voor zijn inschrijving en voorts jaarlijks voor de kosten van de verlenging van zijn inschrijving.

Artikel 11

Inschrijftijd

1. 2.

Een woningzoekende bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register. Een doorstromer bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register. Zijn inschrijftijd wordt vermeerderd, tot een maximum van vijf jaar, met de woonduur in de achter te laten woning bij verhuizing naar andere woonruimte. 3. Een inschrijving als woningzoekende eindigt bij aanvaarding van woonruimte als bedoeld in artikel 23. 4. Een inschrijving als woningzoekende kan worden beëindigd wanneer de woningzoekende nalatig is bij betaling van het tarief als bedoeld in artikel 10, vierde lid. 5. Een woningzoekende verliest zijn opgebouwde inschrijftijd op het moment dat zijn inschrijving in het register van woningzoekenden eindigt. 6. Een doorstromer die zich binnen twaalf maanden na diens verhuizing naar andere woonruimte in de regio opnieuw als woningzoekende in de regio laat inschrijven, krijgt 75% van de inschrijftijd die hij had opgebouwd voor diens verhuizing terug, met een maximum van vijf jaar. 7. Een starter die zich binnen twaalf maanden na verhuizing naar zijn eerste sociale huurwoning als bedoeld in artikel 3, opnieuw als woningzoekende in de regio laat inschrijven, behoudt 75% van de inschrijftijd die hij had opgebouwd voor diens verhuizing, met een maximum van vijf jaar. 8.

Een inschrijving als woningzoekende eindigt niet indien de woningzoekende woonruimte heeft verkregen met een stadsvernieuwingsurgentie en bij woningruil. 9. Als een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 10. Als een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 11. Als een huurder een huurovereenkomst is aangegaan voor een zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek in een gebouw waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.36, tweede lid, van de Omgevingswet is verleend met een termijn van maximaal vijftien jaren, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

Met opmerkingen [HR28]: Aanpassing betreft een juridische verplichting. Op grond van artikel 11c van de Huisvestingswet 2014 is het verplicht om deze bepaling op te nemen in de huisvestingsverordening.

12. Als een huurder behoort tot één van de groepen, genoemd in artikel 22a Regeling toegelaten instelling volkshuisvesting 2015 en een huurovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

Deze bepaling regelt dat een huurder zijn inschrijving niet verliest als hij een woonruimte gaat betrekken waarvoor een ‘tijdelijke omgevingsvergunning’ is afgegeven. Een bouwkeet, een noodlokaal, een noodwoning en een noodwinkel zijn voorbeelden van een tijdelijk bouwwerk waarvoor een ‘tijdelijke omgevingsvergunning’ voor afgegeven kan zijn.

Hoofdstuk 3 Huisvestingsvergunning Artikel 8

Verbodsbepaling

Het is verboden een sociale huurwoning, middeldure huurwoning of standplaats als bedoeld in artikel 2 als woonruimte in gebruik te nemen of te geven zonder huisvestingsvergunning van het Dagelijks Bestuur.

7

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026

Artikel 9

Aanvraag van een huisvestingsvergunning

1.

Een aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij het Dagelijks Bestuur op de door haar voorgeschreven wijze.

2.

Het Dagelijks Bestuur kan deze bevoegdheden (eerste lid) mandateren aan de toegelaten instellingen of regiogemeenten.

3.

Een aanvraag gaat vergezeld van: a.

een rechtsgeldig document waaruit de identiteit blijkt [ van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren;

b.

een geldig bewijs van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren indien zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben;

c.

schriftelijk bewijs van het inkomen van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren;

d.

een schriftelijke verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is woonruimte aan aanvrager en zijn huishouden te verhuren.

4.

Indien aanvrager dan wel een of meer anderen die tot zijn huishouden behoren op het moment van de aanvraag een woning bewonen die zijn of hun eigendom is, dan dient bij de aanvraag een overeenkomst te worden overlegd waaruit blijkt dat de woning is verkocht en dat deze binnen zes maanden aan de koper in eigendom zal worden overgedragen.

5.

Het Dagelijks Bestuur kan indien dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk wordt geacht, aanvrager verzoeken in aanvulling op het bepaalde in lid drie of lid vier nadere documenten te overleggen.

Artikel 10

Huisvestingsvergunning

1.

Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag binnen drie weken na ontvangst.

2.

Een huisvestingsvergunning wordt verleend indien: a.

aanvrager of een ander die tot zijn huishouden behoort de leeftijd van 18 jaar of ouder heeft en;

b.

aanvrager en al degenen die tot zijn huishouden behoren, hetzij de Nederlandse nationaliteit bezitten, hetzij rechtmatig in Nederland mogen verblijven op grond van het bepaalde in artikel 8 onder a tot en met e en onder l. van de Vreemdelingenwet 2000 en;

c.

aanvrager op basis van de bepaalde rangorde in hoofdstuk 4 van deze verordening in aanmerking komt voor het huren van de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd;

d.

3.

aanvrager de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd verkrijgt door middel van woningruil, waarvoor door de beide betrokken verhuurders toestemming is gegeven; e. De woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd aan aanvrager is toegewezen op een andere grond als geregeld in deze verordening. Indien de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd een middeldure huurwoning betreft zoals bedoeld in artikel 2, lid vier en vijf, wordt door het Dagelijks Bestuur, onverminderd het bepaalde in lid twee, een huisvestingsvergunning verleend indien: a. aanvrager een alleenstaande betreft wiens jaarinkomen niet hoger is dan anderhalf keer de DAEB-norm; b. aanvrager en al degenen die tot zijn huishouden behoren een gezamenlijk jaarinkomen hebben dat niet hoger is dan anderhalf keer de DAEB-norm verhoogd met een bedrag van € 10.000,-. 8

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 4.

In de huisvestingsvergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend; b. degene(n) aan wie de vergunning is verleend; c. de ingangsdatum van de vergunning; d. de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt.

Artikel 11

Intrekken van de huisvestingsvergunning

Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken indien: a.

de vergunninghouder de woonruimte niet binnen de in de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen of;

b.

de vergunning is verleend op grond van de door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren.

Artikel 12

Vervallen van de huisvestingsvergunning

De huisvestingsvergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder feitelijk geen gebruik meer maakt van de vergunning.

Artikel 12

Met opmerkingen [HR29]: Hoofdstuk en artikelen zijn verplaatst naar hoofdstuk 2.

Aanbieding van woonruimte

1.

Het aanbod van de in artikel 3 aangewezen woonruimte, die voor verhuur beschikbaar is, wordt door Dde Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW) biedt voor verhuur beschikbare woonruimte aan door middel vanbekendgemaakt op een openbaar digitaal aanbodsysteem waar iedere woningzoekende toegang toe heeft.

2.

Van het eerste lid kan worden afgeweken als het woonruimte van een woningcorporatie betreft die bedoeld is voor bewoning door een woongroep.

3.

Het Dagelijks Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente woonruimte in bezit van de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ) uitsluiten van het bepaalde in het eerste lid.

4.

Bij de aanbieding wordt vermeld aan welke (passendheids)eisen een woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor de aangeboden woonruimte en huisvestingsvergunning.

5.

Woonruimte die door alle belangstellende woningzoekenden is geweigerd kan voor een tweede maal worden aangeboden. Hierbij kunnen ruimere toewijzingscriteria worden gesteld.

6.

HRW De Vereniging Holland Rijnland Wonen kan een maximum stellen aan het aantal reacties van een woningzoekende per publicatie.

7.

Het Dagelijks Bestuur kan, gehoord de Beleidscommissie Woonruimteverdeling, regels stellen inzake maatregelen te nemen jegens woningzoekenden die het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet, niet volledig of niet tijdig nakomen.

8.

Vereniging Holland Rijnland Wonen doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de aanbieding en toewijzing van woonruimte. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen.

Met opmerkingen [HR30]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling. Met opmerkingen [HR31]: Aanpassing betreft een nieuwe bepaling om mogelijk te maken dat woonruimte bedoeld voor bewoning door een woongroep afwijkend wordt bekendgemaakt.

9

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026

Paragraaf 2.4 Toewijzing van woonruimte Artikel 13 1.

2.

De aangeboden woonruimte, als bedoeld in artikel 21112 die beschikbaar is gekomen voor bewoning wordt toegewezen aan een woningzoekende die daarvoor zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt, en voldoet aan de gestelde (passendheids)eisen, en die ten opzichte van andere belangstellende woningzoekenden over de langste inschrijftijd beschikt. Bij gelijke inschrijftijd van twee of meer woningzoekenden vindt toewijzing plaats na loting.

Artikel 14 1.

Reguliere toewijzing van woonruimte

Voorrang doelgroepen

De verhuurder kan woonruimte labelen als: a. Het Algemeen Bestuur kan groepen van woningzoekenden aanwijzen aan wie voorrang wordt verleend bij de toewijzing van door een verhuurder aangeduide woonruimte zoals: b.a. woonruimte met specifieke voorzieningen voor bewoning door mindervaliden of door andere zorg- of hulpbehoevenden; c.b. woonruimte voor specifieke leeftijdscategorieën; d.c. woonruimte voor starters; e.d. woonruimte die valt onder het contingent van de jaarlijks door het Dagelijks Bestuur vastgestelde lijst van betrokken instellingen of nader overeen te komen taakstellingen;

2.

3.

e.

woonruimte voor een woningzoekende met een huishouden waartoe tenminste vijf minderjarige kinderen behoren en die aantoonbaar hun hoofdverblijf hebben bij die woningzoekende.

f.

woonruimte voor woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk) waarbij tevens de andere voorrangscriteria kunnen worden gehanteerd, uitsluitend wanneer de verhuurder hierover afspraken heeft gemaakt met het college van B&W in de betreffende gemeente én de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn hebben gehoord, om lokale volkshuisvestelijke knelpunten op te lossen.

Met opmerkingen [HR32]: Dit artikel is verplaatst en herschreven, zie hieronder. Het Algemeen Bestuur wijst geen groepen aan in een nader besluit. Het Algemene Bestuur regelt in deze verordening welke groepen een verhuurder kan labelen. Met opmerkingen [HR33]: Aanpassing betreft een fundamentele herijking van het ‘lokaal maatwerk’. Voorheen artikel 20. Artikel 20 is daarmee komen te vervallen.

Het Dagelijks Bestuur verleent voorrang voor een huisvestingsvergunning voor woonruimten zoals genoemd in het voorgaande lid, uitsluitend aan: a.

woningzoekenden die aantoonbaar noodzakelijk zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;

b.

woningzoekenden die behoren tot de leeftijdsgroep die is aangewezen voor bewoning van woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;

c.

woningzoekenden die geen zelfstandige woonruimte achterlaten en die zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;

d.

woningzoekenden die cliënt zijn van een van de betrokken instellingen, zoals bedoeld in eerste lid, onderdeel d;

e.

woningzoekenden die door de samenstelling van hun huishouden zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.

f.

woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk).

Onder woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk) kan, met inachtneming van artikel 14 van de Huisvestingswet 2014, worden verstaan: a.

Woningzoekenden uit een deel van de gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning leeg achterlaten.

b.

Woningzoekenden uit een deel van de gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland.

c.

Woningzoekenden uit één of meerdere gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning van de aanbiedende woningcorporatie leeg achterlaten. 10

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 d.

Woningzoekenden die een sociale huurwoning van de aanbiedende woningcorporatie leeg achterlaten.

e.

Woningzoekenden uit één of meerdere gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning van een andere verhuurder leeg achterlaten.

f.

Woningzoekenden uit één van de gemeenten uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning leeg achterlaten.

g.

Woningzoekenden uit één van de gemeenten uit Regio Holland Rijnland.

h.

Woningzoekenden werkzaam in een vitale beroepsgroep, namelijk: i.

4. 5.

6.

Niet van toepassing in de Regio.

Artikel 15

In afwijking van het bepaalde in artikel 13 heeft een woningzoekende die beschikt over een urgentieverklaring of over een stadsvernieuwingsurgentie als bedoeld in hoofdstuk 6 van deze verordeningbij de toewijzing van een woning voorrang op alle andere woningzoekenden mits de urgente aan de gestelde (passendheids)eisen voldoet én deze woning past binnen zijn zoekprofiel. Het recht op voorrang geldt niet ten aanzien van woonruimte die wordt toegewezen , genoemd in artikel 20 of artikel 2112, eerste lid, onderdeel .

2.

De toewijzing van woonruimte in het geval van meerdere woningzoekenden met een urgentieverklaring wordt bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum van de urgentieverklaring, daarna op basis van de meeste inschrijftijd en ten slotte op basis van loting.

3.

De toewijzing van woonruimte in het geval van meerdere stadsvernieuwingsurgenten wordt bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum, bij gelijke toekenningsdatum op basis van de woonduur en bij gelijke woonduur door middel van loting.

4.

In geval een woningzoekende met een urgentieverklaring en een woningzoekende met een stadsvernieuwingsurgentie belangstelling hebben voor dezelfde woning vindt toewijzing plaats aan degene met de oudste urgentie, als ook dat gelijk is, op basis van de langste inschrijftijd en tenslotte op basis van loting.

Artikel 16

2.

Met opmerkingen [HR35]: Aanpassing om ‘lokaal maatwerk’ uitvoerbaar te maken.

Voorrang urgenten

1.

1.

Met opmerkingen [HR34]: Toevoeging betreft een fundamentele toevoeging. Sinds 1 januari 2024 maakt de Huisvestingswet het mogelijk om voorrang te verlenen aan vitale beroepsgroepen. Wat een vitale beroepsgroep is moet op lokaal niveau door de gemeenteraad worden onderbouwd en landen in de regionale huisvestingsverordening. Wanneer een gemeenteraad dit heeft bepaald zal het voorstel door het AB worden overgenomen als technische wijziging van de verordening. Vervolgens kan met voorrang worden toegewezen aan deze groep.

Bij de verlening van huisvestingsvergunningen wordt ten hoogste 30% voorrang gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een huisvestingsvergunning voor een woonruimte als bedoeld in het eerste lid worden verleend aan een ander dan een woningzoekende als bedoeld in het tweede lid. Dit gebeurt uitsluitend wanneer geen woningzoekende als bedoeld in het tweede lid voor de beschikbare woning in aanmerking komt. Als woonruimte in het eerste lid onderdeel a. t/m c. en onderdeel e. en f. vrijkomt voor toewijzing aan een andere woningzoekende, dan wordt daarvan in het bijzonder melding gemaakt bij het aanbieden van de woonruimte in het aanbodmedium.

Met opmerkingen [HR36]: Aanpassing betreft een juridisch-technische aanpassing. Er geëxpliciteerd dat reguliere urgentie alleen geldt voor sociale huurwoningen en dus niet voor middeldure huur. Ook is gewijzigd dat de urgentieverklaring nu ook geldt bij woningen die toegewezen worden middels ‘lokaal maatwerk’ als deze woningzoekenden met een urgentieverklaring aan die bindingseisen voldoen. Dat is een wijziging ten opzichte van de bestaande praktijk waarbij urgenten geen voorrang kregen op deze woningen ook al voldeden zij aan alle gestelde voorwaarden. Door deze wijziging wordt geborgd dat zij sneller kunnen worden gehuisvest.

Passendheidseisen

Ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 46 en 48 van de Woningwet kan een woningcorporatie ten behoeve van de toewijzing van woonruimte passendheidseisen stellen: a.

aan het inkomen van een woningzoekende;

b.

aan de grootte en samenstelling van het huishouden van een woningzoekende in relatie tot de grootte van de woonruimte;

c.

aan het inkomen in relatie tot de grootte en samenstelling van het huishouden van de woningzoekende.

Met opmerkingen [HR37]: Aanpassing betreft een juridisch-technische aanpassing. Het is veel begrijpelijker om de passendheidseisen op te nemen in de rangorde voor reguliere toewijzing. Artikel 12 is daarom verduidelijkt en dit lid komt te vervallen.

De wooncorporatie kan met toepassing van de passendheidseisen afwijken van de rangorde als bedoeld in artikel 14, lid 1 bij de toewijzing van woonruimte.

3.2. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op woningruil. 11

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026

Artikel 17 1.

2.

Afwijking van de rangorde

Een verhuurder mag gemotiveerd afwijken van de rangorde als bedoeld in artikel 13, eerste lid, indien een woningzoekende in de afgelopen drie jaar: a. Een woonruimte die hij huurde op grond van een gerechtelijk bevel is ontruimd in verband met: i. veroorzaken van overlast in de laatst gehuurde woonruimte; ii. achterstand in de betaling van de huurpenningen; iii. een in de woning aanwezige hennepkwekerij; b. Van zijn huidige of vorige verhuurder geen verklaring van goede bewoning heeft gekregen; c. Zich bij de toewijzing van woonruimte schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen of het geven van onjuiste of onvolledige informatie; d. Dreigementen heeft geuit of geweld heeft gebruikt jegens personen belast met de uitvoering van deze verordening. Een verhuurder mag ten aanzien van een specifieke woningzoekende van de rangorde als bedoeld in artikel 13, eerste lid, afwijken ingeval van: a. Loting als bedoeld in artikel 18, derde en vierde lid; b.

Met opmerkingen [HR38]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.

toewijzing van woonruimte op grond van artikel 2018 eerste lid, en 19.

b.c. woonruimte van een woningcorporatie die bedoeld is voor bewoning door een woongroep.

Artikel 18 1.

2.

3.

4.

5.

Met opmerkingen [HR39]: Inhoudelijke wijziging. Woongroepen zijn nu benoemd in de huisvestingsverordening om de bestaande praktijk vast te leggen.

Bijzondere toewijzing

Een woningcorporatie verhuurder kan in bijzondere gevallen woonruimte toewijzen aan een woningzoekende die als gevolg van een calamiteit of van andere zeer bijzondere omstandigheden dringend andere woonruimte nodig heeft. Het maximum van het aantal woningen dat een woningcorporatie verhuurder met toepassing van het bepaalde in het eerste lid mag toewijzen is gelijk aan 5 % van het gemiddeld aantal verhuringen van woonruimte van die woningcorporatie verhuurder afgaande op kalenderjaren, waarvan 2% wordt ingezet ten behoeve van doorstromers. Een woningcorporatie verhuurder kan per kalenderjaar maximaal 10% van de vrijgekomen woonruimte door middel van loting toewijzen. Het bepaalde in artikelen 14 tot met 17 over de rangorde is hierbij niet van toepassing. Bij loting wordt door de woningcorporatie verhuurder op elektronische wijze aselect bepaald in welke volgorde de aan de loting deelnemende woningzoekenden voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen. De verhuurders doen hiervan jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 20

Met opmerkingen [HR40]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Bepaling is al geregeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel b. Met opmerkingen [HR41]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.

Lokale beleidsruimte

1.

Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio kan, na instemming van de wooncorporaties die deelnemen in de “Uitvoeringsovereenkomst woonruimteverdeling corporaties” en gehoord de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn, besluiten om regels te stellen voor de invulling van de lokale beleidsruimte ter oplossing van de in die gemeente ervaren knelpunten op het gebied van de volkshuisvesting.

2.

In het besluit als bedoeld in het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders, in afwijking van deze verordening, bepalen dat de in die gemeente vrijkomende woonruimten als bedoeld in artikel 2, lid 2 wordt toegewezen aan woningzoekenden uit die gemeente die voldoen aan de in het besluit gestelde voorwaarden zoals ten aanzien van (lokale) binding, passendheid, en rangorde bij toewijzing. 12

Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 3.

Alvorens een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid te nemen stelt het college van burgemeester en wethouders beleid vast waarin hun visie op wonen en volkshuisvesting en door hen gemaakte prestatieafspraken zijn opgenomen en waarin zij aangeven hoe met gebruikmaking van het bepaalde in dit artikel de gemeentelijke en subregionale knelpunten op het gebied van de volkshuisvesting kunnen worden opgelost.

4.

Het aantal woningen dat met toepassing van dit artikel wordt toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk zijn gebonden aan de woningmarktregio als bedoeld in artikel 14, lid 2 van de Huisvestingswet is niet groter dan 50% van het totaal aantal toewijzingen dat via regionaal maatwerk wordt toegewezen aan de groepen als bedoeld in de artikelen 15 en 16 van deze verordening. Dit komt daarmee neer op maximaal 25% van het totaal aantal toewijzingen.

5.

Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen op basis van dit artikel.

Artikel 21 1.

Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio kan, na overleg met en advies van de wooncorporaties die deelnemen in de “Uitvoeringsovereenkomst woonruimteverdeling corporaties” en in die gemeente actief zijn en de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn, besluiten om regels te stellen voor de eerste aanbieding van nieuwgebouwde woonruimte in die gemeente.

2.

In het besluit als bedoeld in het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders, in afwijking van deze verordening, bepalen dat de in die gemeente vrijkomende woonruimten als bedoeld in artikel 2, lid 2, wordt toegewezen aan woningzoekenden uit die gemeente die voldoen aan de in het besluit gestelde voorwaarden zoals ten aanzien van (lokale) binding, passendheid, en rangorde bij toewijzing

3.

In het besluit als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de toewijzing van nieuwgebouwde woonruimte bij de eerste aanbieding bij voorrang moet geschieden aan een woningzoekende die een woning als bedoeld in artikel 2 achterlaat die is gelegen in een, in dat besluit te bepalen gedeelte(n) van de regio Holland Rijnland, teneinde de aldaar op het gebied van de volkshuisvesting bestaande knelpunten op te lossen. In dat besluit kan tevens worden bepaald dat de woonruimte die wordt achtergelaten in het bezit is van dezelfde verhuurder als die van de nieuwgebouwde woonruimte of in het bezit is van een verhuurder die is gevestigd in de regio Holland Rijnland.

4.

Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen op basis van dit artikel.

Artikel 19

Een of meer woningcorporaties, al dan niet in samenwerking met een of meer gemeenten of andere verhuurders dan woningcorporaties in de regio kunnen het initiatief nemen om een experiment te organiseren waarbij de effecten onderzocht worden van een wijze van in gebruik geven van woonruimte die niet in deze verordening is geregeld, maar die wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening zou kunnen worden geregeld.

2.

De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid moet ten dienste staan van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. De betrokken woningcorporaties of andere verhuurders maken een opzet voor hun experiment waarin zij onder meer opnemen: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=c76a36e3-7731-4e2e-b3ae-0aa08389202e