2571 Aanbiedingsbrief dd 11-09-2024 Concept Verordening RIA (incl. bijlagen)
Tekst van het document
Aan de colleges en raden van de Holland Rijnland gemeenten
Schuttersveld 9, 2316 XG Leiden Postbus 558, 2300 AN Leiden 071 – 523 90 90 www.hollandrijnland.nl IBAN: NL87BNGH0285113992 KvK: 27365539 BTW: NL813768068B01
Datum: 5 september 2024 Kenmerk: UIT-24-25197 E-mail: Ambtelijksecretariaat@hollandrijnland.nl Onderwerp: Aanbieding concept verordening Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland Geachte college- en gemeenteraadsleden, In het Algemeen Bestuur van 3 april 2024 is de Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland (RIA) inclusief de financiële paragraaf vastgesteld, mede op basis van uw zienswijze zoals behandeld in uw gemeenteraad. Met de Regionale Investeringsagenda komen we écht een stap dichterbij het bieden van oplossing voor regionale opgaven die op onze gemeenten en inwoners afkomen. Door als gemeenten de handen ineen te slaan nemen we de regie, werken we sneller en profiteren we van efficientie en schaalvoordelen. Daarmee beogen we dat iedere euro die gemeenten bijdragen regionaal een grotere impact genereert. Het is de ambitie dat iedere gemeente daarmee netto-ontvanger wordt. De precieze werkwijze en spelregels voor het werken met deze Regionale Investeringsagenda zijn vervolgens uitgewerkt in een concept verordening, zoals in bijlage 1 te vinden is. In deze brief informeren wij u over het doel van de verordening, hoe de concept verordening RIA tot stand is gekomen en nodigen wij u uit om hierop een zienswijze te geven.
Doel van de verordening Dit bestuurlijk instrument dient als werkwijze voor het uitvoeren van de prioritaire projecten en de projecten uit het regionaal fonds, die vallen onder de Regionale Investeringsagenda van Holland Rijnland. Deze spelregels vormen de basis van de samenwerking tussen de dertien gemeenten en de organisatie Holland Rijnland binnen de RIA. In de verordening is het balanceren tussen ‘nietszeggende algemeenheden’ en een ‘handboek projectmanagement’. Het gaat hier om een bestuurlijk kader en bestuurlijke uitwerking van de werkwijze in en uitvoering van de RIA. Maatwerk en ruimte voor politieke discussie moet mogelijk blijven, zoals u heeft aangegeven op de regiodag van 15 mei jl. Daarmee kan de verordening niet voor iedere denkbare situatie een antwoord bieden. Hoe is de verordening opgebouwd? De verordening is gebaseerd op de samenwerkingsprincipes, zoals wij met elkaar hebben afgesproken en zijn vastgesteld in de Regionale Investeringsagenda op pagina 18 en 19. Daarnaast sluit de verordening aan bij bestaande regelingen, zoals de (wijziging van) gemeenschappelijke regeling van Holland Rijnland, de financiële verordening en de algemene subsidieverordening. De ambtelijke werkgroep verordening, met betrokken
Holland Rijnland is een regio van dertien gemeenten in de Randstad van de kust tot in het Groene Hart. We werken samen en geven uitvoering aan opgaven op het gebied van ruimte, wonen, economie, landschap, mobiliteit en maatschappij.
ambtenaren van verschillende gemeenten en onder begeleiding van Rob de Greef (juridisch expert bestuurlijk organisatierecht) is tot een door de werkgroep gedragen concept verordening gekomen. Financieel adviseurs vanuit verschillende gemeenten hebben – daar waar het om de financiële spelregels gaat voor het toekennen en beheren van de prioritaire projecten en fondsprojecten – meegewerkt aan de totstandkoming van de concept verordening. Daarnaast is de concept verordening breed ambtelijk gedeeld en afgestemd met uw ambtelijke organisaties. Dit heeft tot de nodige aanscherpingen en verbeteringen geleid. Onderstaande afbeelding geeft het gelopen proces weer. Een klankbordgroep bestaande uit AB-leden en raadsleden heeft op 4 juni en op 26 augustus met ons meegedacht over de rol van colleges en raden binnen de verordening. Daarnaast vond op 26 juni een goed bezochte college- en radenbijeenkomst plaats, waar tevens ruimte voor vragen en opmerkingen was. De ontvangen suggesties hebben hun plaats gekregen in de verordening, denk aan: de wijze waarop met risico’s binnen projecten wordt omgegaan en voor wiens rekening die zijn, het tussentijds toe kunnen voegen van projecten en de betrokkenheid van de raden in de verschillende stadia van de RIA. Tot slot heeft de commissie Bestuur & Middelen ons van advies voorzien afgelopen 2 september.
Het advies om het regionaal fonds te kunnen benutten bij de uitvoering van prioritaire projecten is overgenomen. Dit alles heeft geleid tot de concept verordening die voor u ligt. In bijlage 2 bij deze brief vindt u meer duiding bij hoe u de verordening kunt lezen en een aantal praktijkvoorbeelden. Financiën Het is voor gemeenten mogelijk om de RIA-bijdrage te dekken met incidentele middelen. Hierdoor minimaliseren we de lasten voor de gemeenten in het ‘ravijnjaar’ 2026. Bij de besluitvorming in het Algemeen Bestuur april jl., is een financiële paragraaf met de financiële consequenties van de RIA voor de gemeenten vastgesteld. Gemeenten zijn gevraagd deze bijdragen in de kadernota's en begrotingen 2025-2027 op te nemen. De formele begrotingswijziging zal op 18 december in het Algemeen Bestuur worden vastgesteld en blijft behoudens wijziging van de verdeling op grond van inwoneraantallen per 1 januari 2024 ongewijzigd. De voorgestelde begrotingswijziging vindt u in de bijlage. Uw inbreng op de concept Verordening RIA Voor de samenwerking die wij nu en de komende jaren met elkaar aangaan om de ambities uit de RIA tot uitvoering te laten komen, zijn wij benieuwd naar uw zienswijze op de concept verordening. Tussen 5 september en 26 november, gedurende 12 weken, heeft u de gelegenheid om de concept verordening van zienswijze te voorzien.
Uw zienswijze ontvangen wij graag via ons ambtelijk secretariaat, via ambtelijksecretariaat@hollandrijnland.nl. Vervolgens zal op 18 december het Algemeen Bestuur, naar aanleiding van uw inbreng op de verordening inclusief een nota van beantwoording, hierover besluiten.
Informatiebijeenkomsten Wij kunnen ons voorstellen dat de verordening ver van uw afstaat. Mocht u vragen hebben tijdens deze zienswijzeperiode, dan kunt u deze stellen door aan te sluiten bij: • Een digitale informatiebijeenkomst voor gemeenteraadsleden over zowel de wijziging van de gemeenschappelijke regeling van Holland Rijnland als de verordening RIA op 25 september van 19.30 tot 21.00u. • Een fysieke informatiebijeenkomst over de verordening voor collegeleden, raadsleden en griffiers op 23 oktober aanstaande van 17.30 tot 19.00 uur in het gemeentehuis van Alphen aan de Rijn – voorafgaand aan de AB vergadering. Via uw griffie en secretariaat ontvangt u de uitnodiging voor deze bijeenkomsten. Mocht u, naast deze bijeenkomsten, behoefte hebben om in uw raad een toelichting te krijgen over de concept verordening, dan kunt u dat laten weten aan ons ambtelijk secretariaat, via ambtelijksecretariaat@hollandrijnland.nl. Hoogachtend, het Dagelijks Bestuur Holland Rijnland, de secretaris-directeur,
de voorzitter,
L.P. Vokurka
P.A.C.M. van der Velden
Bijlagen: 1. Concept Verordening Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland 2. Leeswijzer en praktijkvoorbeeld bij concept verordening 3. Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland d.d. 3 april 2024
Beheersverordening regionale investeringsagenda Holland Rijnland 2025 Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Holland Rijnland, gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. [NOG IN TE VULLEN]
Gelet op Ar�kel 5, zesde lid, van de Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland
Besluit vast te stellen de navolgende BEHEERSVERORDENING REGIONALE INVESTERINGSAGENDA HOLLAND RIJNLAND 2025
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Ar�kel 1:1
Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder: a. algemeen bestuur: b. colleges:
het algemeen bestuur van Holland Rijnland; de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, bedoeld in ar�kel, 1 eerste lid, van de regeling; c. commissie: een commissie, bestaande uit leden van de colleges, die het dagelijks bestuur adviseert rond de projecten; d. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van Holland Rijnland; e. fasering: een project kan binnen de regionale investeringsagenda de volgende fasen in volgorde doorlopen, waarbij fasen kunnen worden overgeslagen: onderzoeksproject (P3), ontwikkelingsproject (P2) en investeringsproject (P1); iedere fase is een project op zich; f. Holland Rijnland: het openbaar lichaam Regio Holland Rijnland, ingesteld krachtens ar�kel 2 van de regeling; g. medeoverheden: het Rijk, een provincie, een waterschap of een niet aan de regeling deelnemende gemeente; h. onderzoeksproject: een project waarbij onderzoek gedaan moet worden voorafgaand aan een eventuele verdere ontwikkeling; i. ontwikkelingsproject: een project waarbij een onderzoeksproject wordt uitgewerkt om tot een uitvoerbaar investeringsproject te komen; j. investeringsproject: een project waarbij een of meer colleges investeringen doen in een afgesproken project uit de projectenportefeuille. k. projectgroep: de in ar�kel 3:10 bedoelde groep ambtenaren die ambtelijk verantwoordelijk is voor het (doen) uitvoeren van een project;
Versie d.d. 4 september 2024
l.
regeling:
de Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland; m. regionale investerings- de regionale investeringsagenda zoals vastgesteld door het algemeen agenda: bestuur; n. stuurgroep: de in ar�kel 3:9 bedoelde groep bestuurders die bestuurlijk verantwoordelijk zijn voor het (doen) uitvoeren van een project; o. trekkende gemeente: de gemeente die in een plan van aanpak wordt aangewezen om een project te trekken en daarmee verantwoordelijk is voor het beheer en de financiële verantwoording, en p. voorziter: de voorziter van Holland Rijnland.
Ar�kel 1:2
Samenwerkingsprincipes
Bij de samenwerking ten aanzien van de regionale investeringsagenda worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. de gemeentebesturen dragen geen publiekrechtelijke bevoegdheden over aan het bestuur van Holland Rijnland; b. de aan een project deelnemende colleges zijn eigenaar van het betreffende project, tenzij de betrokken colleges, in overeenstemming met het dagelijks bestuur, anders beslissen; c. de aan een project deelnemende colleges en Holland Rijnland dragen er zorg voor dat de trekkende gemeente �jdig over voldoende financiële middelen beschikt om het project te kunnen uitvoeren; d. het bestuur van Holland Rijnland faciliteert de kaderstelling, prioritering, sturing, verantwoording en lobby ten aanzien van de projecten, en e. de colleges en het dagelijks bestuur dragen er zorg voor dat zo veel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van elkaars exper�se, kwaliteiten en capaciteit.
Hoofdstuk 2: Algemene regels Ar�kel 2:1 Inkomsten 1. De inkomsten van Holland Rijnland ten behoeve van de regionale investeringsagenda bestaan uit: a. bijdragen van de gemeenten, overeenkoms�g ar�kel 30 van de regeling; b. renteopbrengsten die aan de bij Holland Rijnland gereserveerde middelen voor de regionale investeringsagenda worden toegevoegd, en c. bijdragen van derden. 2. De inkomsten ten behoeve van de regionale investeringsagenda worden onderverdeeld in middelen voor: a. onderzoeksprojecten en ontwikkelingsprojecten, en b. het Regionaal Fonds Holland Rijnland. 3. Het Regionaal Fonds Holland Rijnland bestaat uit de volgende thema�sche fondsen: a. b.
bereikbaar en verbonden; duurzaam en energiezeker;
Versie d.d. 4 september 2024
c. d.
groen en klimaatbestendig, en economisch sterk en innova�ef.
4. Het algemeen bestuur bepaalt bij de begro�ng van Holland Rijnland de bijdragen van de gemeenten voor de onderzoeksprojecten, ontwikkelingsprojecten en het Regionaal Fonds Holland Rijnland. Hierbij wordt ook de onderverdeling over de thema�sche fondsen en de onderzoeksprojecten en ontwikkelingsprojecten vastgesteld.
Ar�kel 2:2 Beheer middelen 1.De middelen ten behoeve van de regionale investeringsagenda worden beheerd door het dagelijks bestuur. 2. Voor de periode vanaf 2025 wordt een apart hoofdstuk ‘Regionale Investeringsagenda’ opgenomen in de begro�ng en jaarrekening van Holland Rijnland. 3. De deelnemende gemeenten storten de in de begro�ng opgenomen gemeentelijke bijdrage ten behoeve van de regionale investeringsagenda voor 1 april van het betreffende kalenderjaar. 4. Bij het geheel of gedeeltelijk verschuldigd blijven van �jdige betaling van de gemeentelijke bijdrage aan de regionale investeringsagenda, is over de periode van het verzuim wetelijke rente verschuldigd. 5. De beheerskosten van de middelen voor de regionale investeringsagenda worden door Holland Rijnland ten laste van de middelen als bedoeld in ar�kel 2:1, eerste lid, gebracht aan de hand van het ‘algemene stelsel voor doorbelas�ng beheerskosten fondsen Holland Rijnland’.
Ar�kel 2:3 Uitgaven aan projecten 1. Financiële bijdragen ten laste van de middelen van de regionale investeringsagenda kunnen worden verstrekt aan de deelnemende gemeenten, een samenwerkingsverband, waarin één of meerdere deelnemende gemeenten par�ciperen, de door één of meerdere deelnemende gemeenten opgerichte en door het algemeen bestuur aangewezen rechtspersonen die verbonden zijn aan de uitvoering van in de regionale investeringsagenda opgenomen prioritaire projecten en aan medeoverheden. 2. Financiële bijdragen ten laste van de middelen van de regionale investeringsagenda kunnen alleen worden verstrekt indien deze gekoppeld zijn aan in de projectenportefeuille opgenomen projecten. 3. De uitgaven ten behoeve van de in de projectenportefeuille opgenomen onderzoeksprojecten en ontwikkelingsprojecten worden jaarlijks geraamd in de begro�ng van Holland Rijnland, overeenkoms�g de kaders van de regionale investeringsagenda. 4. Uitgaven ten behoeve van investeringsprojecten komen ten laste van de betrokken gemeenten, tenzij het algemeen bestuur anders hee� besloten. 5. Uitgaven ten behoeve van een ontwikkelingsproject of een onderzoeksproject komen ten laste van Holland Rijnland, tenzij het algemeen bestuur anders hee� besloten.
Indien de middelen van Holland Rijnland niet toereikend zijn wordt eerst een begro�ngswijziging in procedure gebracht conform de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de regeling.
Versie d.d. 4 september 2024
Ar�kel 2:4 Tussen�jdse beëindiging van een project 1. Een onderzoeksproject of een ontwikkelingsproject kan te allen �jde tussen�jds beëindigd worden op voorstel van de stuurgroep. De stuurgroep moet hiertoe consensus bereiken. De stuurgroep dient schri�elijk en gemo�veerd een verzoek tot beëindiging in bij het dagelijks bestuur. 2. De gemeentebesturen die een bijdrage uit het thema�sch fonds hebben gevraagd kunnen te allen �jde tussen�jds hun project beëindigen. De gemeentebesturen stellen het dagelijks bestuur schri�elijk en gemo�veerd op de hoogte van de beëindiging. 3. Het dagelijks bestuur brengt de eventuele financiële gevolgen van de beëindiging in kaart. 4. De kosten voor beëindiging worden zoveel als mogelijk betaald uit de reeds ter beschikking gestelde budgeten. Een resterend bedrag valt terug aan Holland Rijnland ten behoeve van de regionale investeringsagenda. Bij een tekort zijn de betrokken gemeenten verplicht dit tekort voor hun rekening te nemen, overeenkoms�g de daartoe gemaakte afspraken in het plan van aanpak onderscheidenlijk de projectovereenkomst. 5. Het project is geëindigd indien alle kosten, bedoeld in het vierde lid, zijn voldaan.
Hoofdstuk 3: Projecten uit de projectenportefeuille Ar�kel 3:1 Toepassing hoofdstuk 1. De bepalingen in dit hoofdstuk zijn uitsluitend van toepassing op onderzoeksprojecten, ontwikkelingsprojecten en investeringsprojecten opgenomen in de projectenportefeuille. 2. De ar�kelen 3:2 tot en met 3:6 zijn niet van toepassing op de regionale investeringsagenda zoals die op 3 april 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld. 3. De ar�kelen 3:7 tot en met 3:11 zijn niet van toepassing op onderzoeksprojecten of ontwikkelingsprojecten waarvan het plan van aanpak reeds voor 1 januari 2025 is vastgesteld door het dagelijks bestuur.
§3.1 Projectenportefeuille Ar�kel 3:2 Vaststelling 1. Het algemeen bestuur stelt in het kalenderjaar na reguliere gemeenteraadsverkiezingen een nieuwe projectenportefeuille vast. Projecten uit een eerdere periode kunnen daarbij gecon�nueerd worden. 2. Ter voorbereiding op het besluit, bedoeld in het eerste lid: a. evalueert het dagelijks bestuur, op basis van in het plan van aanpak opgenomen criteria, de lopende projecten, welke evalua�e als zwaarwegend advies geldt voor de betrokken colleges, bij het con�nueren van een project; b. stelt het dagelijks bestuur een ontwerp-projectenportefeuille op;
Versie d.d. 4 september 2024
c. vraagt het dagelijks bestuur de colleges en de commissies ieder om zienswijzen over de ontwerp-projectenportefeuille; d. verwerkt het dagelijks bestuur de zienswijzen, bedoeld onder c, en kan alleen schri�elijk gemo�veerd afwijken van die zienswijzen, en e. zendt het dagelijks bestuur de mo�vering, bedoeld onder d, aan het algemeen bestuur, de colleges en de commissie. 3. Het algemeen bestuur beslist niet tot vaststellen van een projectenportefeuille dan nadat de procedure in het tweede lid is afgerond. Ar�kel 7, tweede lid aanhef en onder a, van de regeling is van overeenkoms�ge toepassing.
Ar�kel 3:3 Tussen�jds toevoegen projecten 1. Ten minste drie colleges kunnen gezamenlijk een verzoek doen aan het dagelijks bestuur om tussen�jds een nieuw project toe te voegen aan de projectenportefeuille. 2. Het dagelijks bestuur beoordeelt het verzoek en doet een voorstel aan het algemeen bestuur. Ar�kel 3:2, tweede lid onder c, d en e, is van overeenkoms�ge toepassing. 3. Het algemeen bestuur beslist omtrent het toevoegen van het project aan de projectenportefeuille. Het algemeen bestuur beslist niet tot het toevoegen aan de projectenportefeuille dan nadat de procedure in het tweede lid is afgerond. Ar�kel 7, tweede lid aanhef en onder a, van de gemeenschappelijke regeling is van overeenkoms�ge toepassing.
Ar�kel 3:4
Investeringsagenda
1. Het algemeen bestuur stelt in het kalenderjaar na reguliere gemeenteraadsverkiezingen een herziene investeringsagenda vast. Ar�kel 7, tweede lid aanhef en onder a, van de regeling is van overeenkoms�ge toepassing. 2. Het dagelijks bestuur evalueert de lopende investeringsagenda voorafgaand aan het besluit, bedoeld in het eerste lid en laat deze evalua�e leidend zijn bij het doen van voorstellen over herziening van de investeringsagenda. 3. In de investeringsagenda wordt de projectenportefeuille voor de komende vier jaar opgenomen. 4. Het dagelijks bestuur doet een voorstel tot wijziging van de investeringsagenda toekomen aan het algemeen bestuur, indien het tussen�jds toevoegen van een project overeenkoms�g ar�kel 3:3 daartoe aanleiding gee�.
Ar�kel 3:5
Verantwoording
1. Het dagelijks bestuur monitort de voortgang van de uitvoering van de investeringsagenda en de daarin opgenomen projecten. 2. Het dagelijks bestuur rapporteert eens per half jaar aan het algemeen bestuur en de commissies over de voortgang, bedoeld in het eerste lid. 3. Het dagelijks bestuur rapporteert eens per twee jaar aan het algemeen bestuur omtrent de maatschappelijke baten van de investeringsagenda. Versie d.d. 4 september 2024
4. Het dagelijks bestuur ontwikkelt en beheert modellen of formats voor de door de colleges, de stuurgroepen en de projectgroepen op te stellen documenten.
Ar�kel 3:6
Uitgangspunten project
1. Het dagelijks bestuur stelt vooraf algemene voorwaarden en criteria vast waaraan de plannen van aanpak moeten voldoen. 2. Het dagelijks bestuur zoekt in elk geval naar cofinanciering voor ontwikkelingsprojecten en investeringsprojecten, om zo een mul�pliereffect voor de investering te bereiken. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur en de colleges uiterlijk aan het eind van een ontwikkelingsproject dan wel voor de start van een investeringsproject wanneer cofinanciering niet gevonden wordt voor een bepaald project.
§ 3.2 Projecten binnen de projectenportefeuille Ar�kel 3:7 Systema�ek 1. Projecten in de projectenportefeuille worden gecategoriseerd in onderzoeksprojecten, ontwikkelingsprojecten en investeringsprojecten. 2. De categorisering van projecten wordt opgenomen in de projectenportefeuille en daarover wordt door het dagelijks bestuur via de planning & controlcyclus gerapporteerd aan het algemeen bestuur en de colleges. 3 De verdeling van financiële middelen over de projecten als bedoeld in ar�kel 2:1, tweede lid onder a, wordt opgenomen in de projectenportefeuille. Wijziging van de verdeling van financiële middelen vindt plaats op voorstel van het dagelijks bestuur via de periodieke planning & controlcyclus van Holland Rijnland. 4. Projecten in de projectenportefeuille voldoen aan ten minste de volgende criteria: a. het project is van regionale betekenis; b. het project sluit aan op de doelen van de regionale investeringsagenda; c. het project draagt bij aan provinciale, landelijke of Europese doelen of de doelen van derden, en d. in het project werken ten minste twee deelnemende gemeenten samen.
Ar�kel 3:8 Opstarten project 1. Eén van de colleges neemt het ini�a�ef tot het opstarten van een prioritair project op grond van de investeringsagenda. Aan alle colleges wordt gevraagd of zij willen par�ciperen in het project. De colleges die besluiten tot deelneming aan een ontwikkelingsproject verplichten zich om dat project daadwerkelijk tot uitvoering te brengen, tenzij uit het ontwikkelingsproject komt dat uitvoering niet realiseerbaar is binnen de gestelde kaders of het ontwikkelingsproject vroeg�jdig, overeenkoms�g ar�kel 2:9, wordt beëindigd. 2. De ambtelijke organisa�e van Holland Rijnland ondersteunt de betreffende colleges bij het oppakken van een prioritair project. De ambtelijke organisa�e van Holland Rijnland jaagt daarbij het oppakken van het project inhoudelijk aan en coördineert het traject van projectblad tot eindresultaat. De stuurgroep kan in het plan van aanpak afwijken van dit lid. Versie d.d. 4 september 2024
3. De betrokken colleges informeren hun raad binnen 10 werkdagen nadat zij besloten hebben tot het mogelijk starten van een prioritair project over het beoogde opstarten van een prioritair project. 4. Ar�kel 169, vierde lid, van de Gemeentewet is van overeenkoms�ge toepassing op de beslissing al dan niet te par�ciperen in een project.
Ar�kel 3:9 Stuurgroep 1. Alvorens een project wordt opgestart en plan van aanpak wordt opgesteld, wordt door de betrokken colleges een stuurgroep ingesteld. 2. Ieder betrokken college wijst uit zijn midden een lid van de stuurgroep aan. Dit lid vertegenwoordigt de belangen van het betreffende college binnen de stuurgroep. 3. Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een lid van de stuurgroep aan. Dit lid vertegenwoordigt de belangen van Holland Rijnland binnen de stuurgroep. Het door het dagelijks bestuur aangewezen lid kan niet tevens op grond van het tweede lid door één van de colleges zijn aangewezen. Dit lid is niet van toepassing op de stuurgroep van een investeringsproject. 4. De stuurgroep legt werkafspraken omtrent zijn werkwijze en werkzaamheden schri�elijk vast in het plan van aanpak. 5. In het plan van aanpak kan een andere afspraak omtrent de samenstelling van de stuurgroep worden gemaakt. Daarbij worden de verantwoordingslijnen dan ook nadrukkelijk geregeld.
Ar�kel 3:10 Projectgroep 1. Alvorens een project wordt opgestart, wordt door de betrokken colleges een projectgroep ingesteld. 2. Het aantal leden wordt bij het instellen van de projectgroep door de colleges gezamenlijk bepaald. 3. Ieder betrokken college wijst een van zijn medewerkers aan als lid van de projectgroep. 4. Het dagelijks bestuur van Holland Rijnland wijst, binnen het aantal genoemd in het tweede lid, uit zijn eigen medewerkers leden van de projectgroep aan. Dit lid is niet van toepassing op de projectgroep van een investeringsproject. 5. Uit de leden van de projectgroep wordt een projectrekker aangewezen. De projectrekker is zoveel als mogelijk a�oms�g uit de leden aangewezen door de colleges. De gemeente van de projectrekker geldt als trekkende gemeente. Komt de projectrekker niet van een van de gemeenten, dan wordt in het plan van aanpak de trekkende gemeente aangewezen en geregeld hoe de projectrekker zich verhoudt tot de trekkende gemeente. 6. In het plan van aanpak kan een andere afspraak omtrent de samenstelling van de projectgroep worden gemaakt. 7. De verantwoordelijkheid voor het voeren van de projectadministra�e, de projectcontrol, het opstellen van voortgangsrapportages en de verantwoording en het bewaken van de subsidievoorwaarden berust bij de projectrekker en de trekkende gemeente.
Versie d.d. 4 september 2024
Ar�kel 3:11 Plan van aanpak 1. De projectgroep stelt een ontwerpplan van aanpak op voor het betreffende project, overeenkoms�g een door het dagelijks bestuur vast te stellen projec�ormat. 2. Het plan van aanpak bevat een toelich�ng en onderbouwing waaruit blijkt dat aan de criteria, genoemd in ar�kel 3:7, vierde lid, wordt voldaan. 3. In het plan van aanpak wordt een begro�ng van het project opgenomen voor de fase waarin deze in de projectenportefeuille is gecategoriseerd. Deze begro�ng bevat in ieder geval: a. een specifica�e van de geraamde kosten; b. een verdeling van de extra bijdragen over de bij het project betrokken par�jen, voor zover niet gedekt door de bijdrage vanuit Holland Rijnland; c. de verwachte bijdragen van derden; d. informa�e over de financiële haalbaarheid van de uitvoering van het project voor de huidige en komende fasen; e. informa�e over de dekking van de uitvoeringskosten in de begro�ngen van de betrokken gemeenten, voor zover het een ontwikkelingsproject betre�; f. de naam van de gemeente die optreedt als trekkende gemeente namens de betrokken gemeenten en die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor financiële en administra�eve taken van het project zoals het voeren van de administra�e, de control, het opstellen van de voortgangsrapportages en de verantwoording en de bewaking van subsidievoorwaarden; g.
de wijze waarop financiële risico’s over de betrokken par�jen worden verdeeld en beheerst; h. de planning van het project over de �jd en de verdeling van de financiële bijdragen over de loop�jd, en i. op welke wijze is voorzien in beheer en onderhoud bij investeringsprojecten en hoe de lasten daarvan zijn verdeeld over de deelnemende gemeenten en eventuele andere par�jen. 4. Voor een bijdrage van Holland Rijnland aan de begro�ng van een project gelden de volgende voorwaarden: a. kosten voor onderzoeken, verkenningen, studies die noodzakelijk zijn voor het project komen in aanmerking voor een bijdrage; b. de kosten van een projectrekker en daarbij toe te rekenen overheadtoeslag komen in aanmerking voor een bijdrage en worden berekend tegen maximaal de tarieven in de Handleiding Overheidstarieven van de Rijksoverheid (HOT); c. externe facilitaire kosten (buiten de gemeentelijk vastgoed) voor onder andere werkbijeenkomsten en overleg met derde bij het project betrokken par�jen noodzakelijk voor het project komen in aanmerking voor een bijdrage; d. kosten van de inzet van specifieke kennis en exper�se buiten de werkgroep van deelnemende gemeenten komen in aanmerking voor een bijdrage, en e. kosten van inzet van deelnemers van gemeenten aan de projectgroep komen niet in aanmerking voor een bijdrage, deze geschiedt om niet. 5.
Indien een of meerdere gemeenten de kosten genoemd onder het vierde lid reeds hebben voorgefinancierd, komt deze voorfinanciering eveneens in aanmerking voor een bijdrage van Holland Rijnland.
Versie d.d. 4 september 2024
6. De projectgroep legt binnen zes maanden na het starten van de projectgroep een ontwerpplan van aanpak ter vaststelling voor aan de stuurgroep. Indien de projectgroep niet tot een ontwerpplan van aanpak kan komen, doet het hiervan onverwijld kennisgeving aan de stuurgroep. 7. De stuurgroep beraadslaagt over het ontwerpplan van aanpak, waarbij slechts bij consensus binnen de stuurgroep besloten kan worden. 8. De stuurgroep gee� op de eerstvolgende regiodag nadat consensus is bereikt een toelich�ng op het ontwerpplan van aanpak aan de betreffende commissie. De commissie kan een advies geven omtrent het ontwerpplan van aanpak. 9. Binnen drie maanden na het ontvangen van het advies van de commissie neemt de stuurgroep het defini�eve ontwerpplan van aanpak aan. De stuurgroep zendt het vastgestelde ontwerpplan van aanpak binnen twee weken na aanneming aan het dagelijks bestuur. Indien de stuurgroep niet �jdig tot aanname van het ontwerpplan van aanpak kan komen, doet het hiervan onverwijld kennisgeving aan het dagelijks bestuur, met daarin een datum opgenomen waarvoor men wel tot aanneming kan overgaan. 10. Het dagelijks bestuur besluit tot vaststelling van het plan van aanpak. 11. Het dagelijks bestuur stelt na de vaststelling, bedoeld in het vorige lid, de benodigde financiële middelen ter beschikking.
Voor zover nodig doet het dagelijks bestuur eerst een voorstel tot begro�ngswijziging aan het algemeen bestuur. 12. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur, de colleges en de gemeenteraden over het vastgestelde plan van aanpak. 13. Dit ar�kel is van overeenkoms�ge toepassing op de aanvraag voor aanvullende middelen. 14. In afwijking van het negende en �ende lid stelt de stuurgroep het plan van aanpak van een investeringsproject vast, en stuurt het dit ter kennisneming aan het dagelijks bestuur. Het elfde en twaalfde lid zijn niet van toepassing op een investeringsproject.
Ar�kel 3:12 Uitvoering project 1. De projectgroep gaat, onder verantwoordelijkheid van de stuurgroep, aan de slag met de uitvoering van het vastgesteld plan van aanpak. 2. De stuurgroep rapporteert ac�ef eens per half jaar aan het dagelijks bestuur omtrent de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak. De voortgangsrapportage bevat ook de financiële stand van zaken van het project. 3. Het dagelijks bestuur kan inlich�ngen vragen aan de stuurgroep omtrent de uitvoering van het plan van aanpak. De stuurgroep gee� de benodigde inlich�ngen zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen 25 werkdagen. Indien de stuurgroep niet �jdig de inlich�ngen kan verschaffen, doet het hiervan onverwijld kennisgeving aan het dagelijks bestuur, met daarin een datum opgenomen waarvoor men wel kan antwoorden. 4. Tijdens regiodagen wordt de commissie bijgepraat omtrent de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak. 5. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur, de colleges en de gemeenteraden eens per half jaar omtrent de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak.
Versie d.d. 4 september 2024
Ar�kel 3:13 Eindverantwoording over project 1. De projectgroep stelt aan het einde van de loop�jd van het plan van aanpak een eindverslag op met betrekking tot de resultaten van het project. Het eindverslag bevat in elk geval de financiële verantwoording van het project overeenkoms�g de voorwaarden in ar�kel 3:11, derde lid. 2. Wanneer een onderzoeksproject afgerond wordt volgt indien nodig een voorstel aan de commissie voor een vervolg. Daartoe wordt een nieuw plan van aanpak voor een ontwikkelingsproject of investeringsproject opgesteld. Dit ontwerpplan van aanpak is reeds gereed vóórdat besloten wordt omtrent het voortzeten van het vervolgproject. 3. Wanneer een ontwikkelingsproject afgerond wordt volgt indien nodig een voorstel aan de commissie voor een vervolg. Daartoe wordt een nieuw plan van aanpak voor een investeringsproject opgesteld. Dit ontwerpplan van aanpak is reeds gereed vóórdat besloten wordt omtrent het voortzeten van een vervolgproject. 4. De projectgroep legt het ontwerpeindverslag zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor het einde van de loop�jd van het plan van aanpak, ter vaststelling voor aan de stuurgroep. 5. De stuurgroep beraadslaagt over het ontwerpeindverslag, waarbij gestreefd wordt naar consensus binnen de stuurgroep. 6. De stuurgroep vraagt de commissie advies te geven omtrent het ontwerpeindverslag. 7.
Binnen drie maanden na de behandeling in de commissie stelt de stuurgroep het defini�eve eindverslag vast. De stuurgroep zendt het vastgestelde ontwerpeindverslag binnen twee weken aan het dagelijks bestuur en de betrokken colleges. Op dat moment is het project formeel afgerond. Indien de stuurgroep niet �jdig tot vaststelling kan overgaan, doet het hiervan onverwijld kennisgeving aan het dagelijks bestuur, met daarin een datum opgenomen waarvoor men wel tot vaststelling over kan gaan.
Ar�kel 3:14 Tekorten en overschoten 1. Financiële risico’s van prioritaire projecten komen uitsluitend ten laste van bij het project betrokken en daaraan deelnemende gemeenten. 2. Indien na afronding van een onderzoeksproject of een ontwikkelingsproject gelden overblijven, worden deze teruggestort aan Holland Rijnland. Bij investeringsprojecten komen eventuele overschoten geheel en al toe aan de betrokken gemeenten en, voor zover daarvan sprake is, betrokken derden.
Ar�kel 3:15 Samenwerking met medeoverheden 1. Ten behoeve van de uitvoering van een onderzoeksproject of ontwikkelingsproject stellen het dagelijks bestuur en de betrokken medeoverheden gezamenlijk een projectovereenkomst op. 2. De projectovereenkomst regelt de verstrekking van de financiële bijdrage van Holland Rijnland ten laste van de voor de regionale investeringsagenda beschikbare middelen conform ar�kel 2:1, tweede lid onder a, waaronder begrepen de wijze van berekening van de bijdrage, de maximaal te
Versie d.d. 4 september 2024
verstrekken bijdrage, de bevoorscho�ng, uitbetaling, verrekening en aan de verstrekking van financiële bijdragen voor de medeoverheid verbonden verantwoordingsverplich�ngen. 3. De projectovereenkomst legt de medeoverheid de verplich�ng op tot uitvoering van het regionaal project en beschrij� zo nauwkeurig mogelijk de ac�viteiten die in dat verband moeten worden uitgevoerd door de medeoverheid, de termijnen waarbinnen de ac�viteiten moeten zijn verricht en de gevolgen van overschrijding van die termijnen te allen �jde voor rekening van de betrokken medeoverheid blijven en nader te bepalen uitvoerende par�jen. 4. De projectovereenkomst bevat een bepaling over res�tu�e van de financiële bijdrage uit het fonds in het geval het regionaal project, ondanks de in het derde lid opgenomen verplich�ng, niet binnen de afgesproken termijn gerealiseerd wordt. 5. De projectovereenkomst regelt de voorwaarden voor en de wijze van wijziging van de financiële bijdrage in verband met indexering van te maken kosten conform de bij het plan van aanpak opgestelde projectbegro�ng. 6. De projectovereenkomst bevat bij ontwikkelingsprojecten de voorwaarde dat colleges van de betrokken gemeenten, alsmede de besturen van de medeoverheden, de inten�e hebben uitgesproken het project ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen indien het naar een investeringsproject overgaat.
Hoofdstuk 4: Fondsprojecten Ar�kel 4:1 Toepassing hoofdstuk De bepalingen in dit hoofdstuk zijn uitsluitend van toepassing op gemeentelijke projecten, gefinancierd vanuit een van de thema�sche fondsen.
Ar�kel 4:2 Aanvragen uitkering uit fonds 1. Ieder college kan een aanvraag doen voor financiering van een project al dan niet tezamen met andere colleges. 2. Het aanvragende college is zelf verantwoordelijk voor het opstellen en indienen van de projectaanvraag bij het dagelijks bestuur, maar kan daarbij ambtelijke ondersteuning vanuit Holland Rijnland vragen. 3. Waar nodig voeren de betrokken colleges onderling overleg en stemmen zij af omtrent de projectaanvraag. Holland Rijnland is hier niet bij betrokken, anders dan via de ondersteuning bedoeld in het tweede lid. 4. Het dagelijks bestuur beslist omtrent de projectaanvraag en de financiering, nadat de betreffende commissie hieromtrent posi�ef geadviseerd hee�. Ar�kel 28 Gemeentewet is van overeenkoms�ge toepassing. Het dagelijks bestuur mo�veert daarbij de hoogte van het toe te kennen bedrag, en stree� daarbij naar een evenredige spreiding van projecten over de regio. 5. In de door het algemeen bestuur vast te stellen thema�sche programma’s worden criteria opgenomen waaraan een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.
Versie d.d. 4 september 2024
6. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afwijken van hetgeen bepaald in vierde lid. Het dagelijks bestuur informeert de betreffende commissie over zijn besluit en mo�veert daarbij de spoedeisendheid. 7. De toekenning van financiering wordt geregeld via een projectovereenkomst tussen de betrokken gemeenten en Holland Rijnland.
Ar�kel 4:3 Uitvoering project 1. Na het ondertekenen van de projectovereenkomst kan het project van start. 2. De betrokken colleges zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het project. 3. Tijdens de loop�jd van een project wordt door de colleges ten minste eenmaal tussen�jds gerapporteerd aan het dagelijks bestuur. In de projectovereenkomst kunnen nadere afspraken worden gemaakt over de frequen�e van tussen�jdse rapportages. 4. Het dagelijks bestuur deelt de tussen�jdse rapportage met de betrokken commissie. 5. Indien uit de tussenrapportage blijkt dat de projectovereenkomst niet, niet geheel of niet �jdig wordt uitgevoerd, dan treden de betrokken colleges en het dagelijks bestuur in overleg om tot een �jdige en goede afronding van het project te komen.
Ar�kel 4:4 Eindverantwoording over project 1. De betrokken colleges stellen aan het einde van de loop�jd van de projectovereenkomst een eindverslag op met betrekking tot de resultaten van het project. 2. De betrokken colleges leggen het ontwerpeindverslag zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor het einde van de loop�jd van de projectovereenkomst, ter vaststelling voor aan het dagelijks bestuur.
Hoofdstuk 5: Slotbepalingen Ar�kel 5:1 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
Ar�kel 5:2 Evalua�e Het dagelijks bestuur evalueert deze verordening steeds in het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen en doet zo nodig uiterlijk in het jaar na de gemeenteraadsverkiezingen een voorstel aan het algemeen bestuur tot wijziging van deze verordening.
Ar�kel 5:3 Citeerwijze Deze verordening wordt aangehaald als Beheersverordening regionale investeringsagenda Holland Rijnland 2025.
Versie d.d. 4 september 2024
Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 18 december 2024,
De voorziter
Versie d.d. 4 september 2024
De secretaris
LEESWIJZER BIJ CONCEPT VERORDENING REGIONALE INVESTERINGSAGENDA Datum: 05 september 2024 Onderwerp: Leeswijzer bij concept verordening Regionale Investeringsagenda
Geachte lezer, Behorend bij de aanbiedingsbrief en bij de concept verordening Regionale Investeringsagenda (RIA), bieden we hierbij een leeswijzer en een aantal praktijkvoorbeelden. De verordening is opgebouwd in vijf hoofdstukken, te weten: 1. Algemene bepalingen De begrippen worden geduid en de vastgestelde samenwerkingsprincipes uit de Regionale Investeringsagenda staan hier beschreven. 2. Algemene regels De algemeen geldende regels hebben betrekken op de gehele RIA, zoals de wijze waarop de investeringsagenda financieel wordt gevuld, het beheer van middelen, de uitgaven aan zowel prioritaire projecten als fondsprojecten en de wijze van handelen indien projecten tussentijds beëindigd moeten worden. Het tussentijds beëindigen van een project zou bijvoorbeeld voor kunnen komen wanneer de verwachte cofinanciering vanuit een andere partij (medeoverheid of private partij) niet doorgaat en er geen multiplier op het project te realiseren valt. 3. Projecten uit de projectenportefeuille Dit hoofdstuk beschrijft hoe de projectenportefeuille eens in de vier jaar wordt opgesteld en wie daar bij worden betrokken, hoe in de tussenliggende periode projecten toegevoegd kunnen worden, aan wie verantwoording wordt afgelegd en welke uitgangspunten bij de projecten passen om in de investeringsagenda terecht te komen.
Vervolgens gaat het hoofdstuk in op de wijze waarop samen wordt gewerkt binnen een prioritair project en wie welke rol heeft in de projectfases (van onderzoeksproject, naar ontwikkelproject tot uitvoeringsproject). Tot slot beschrijft dit hoofdstuk hoe om wordt gegaan met het risico zoals een tekort of overschot en welke afspraken worden gemaakt wanneer samengewerkt wordt met medeoverheden. In de huidige Regionale Investeringsagenda is vier miljoen euro voor de periode 2024 tot en met 2027 beschikbaar gesteld voor de veertien prioritaire projecten, die samen de projectenportefeuille maken.
Holland Rijnland is een regio van dertien gemeenten in de Randstad van de kust tot in het Groene Hart. We werken samen en geven uitvoering aan opgaven op het gebied van ruimte, wonen, economie, landschap, mobiliteit en maatschappij.
4. Fondsprojecten (regionaal fonds) Deze artikelen hebben betrekking op projecten die gemeenten kunnen aanvragen voor cofinanciering vanuit een van de thematische fondsen (Economie, Energie, Groene en Blauw en Mobiliteit). In de huidige Regionale Investeringsagenda is drie miljoen euro voor de periode 2024 tot en met 2027 beschikbaar gesteld voor kleinschalige projecten voor dit regionaal fonds. 5. Slotbepalingen Ten behoeve van de inwerkingtreding van deze verordening en de wijze waarop de verordening zelf zal worden geëvalueerd. Een aantal praktijkvoorbeelden 1. Hoe wordt de projectenportefeuille over een periode van vier jaar vastgesteld? De projectenportefeuille is op 3 april 2024 vastgesteld en loopt tot en met 2027. Elke vier jaar worden de prioritaire projecten van de regionale investeringsagenda geëvalueerd (artikel 3:4). Op basis van deze evaluatie wordt duidelijk welke projecten zijn uitgevoerd, nog in uitvoering zijn of de uitvoeringsfase (P1) nog niet is gestart. Het opnieuw vaststellen van de projectenportefeuille geeft de mogelijkheid om nieuwe projecten toe te voegen of projecten die geen doorgang meer kunnen vinden van de projectenportefeuille afgaan. Het Algemeen Bestuur besluit over de nieuwe projectenportefeuille voor een periode van vier jaar.
Ter voorbereiding op dit besluit gaat worden colleges, commissies en gemeenteraden uitgebreid betrokken zoals voorgesteld in artikel 3:2, lid 2. 2. Mijn gemeente wil tussentijds een nieuw project toevoegen, is dat mogelijk? Om de deur niet gelijk op slot te zetten, zodra de projectenportefeuille is vastgesteld voor vier jaar (in dit geval in 2024 tot en met 2027), biedt het artikel 3:3 de mogelijkheid om tussentijds projecten toe te voegen aan de projectenportefeuille. Om recht te doen aan het uitgebreide proces dat bij de reguliere vaststelling van de projectenportefeuille wordt doorlopen en omdat het tussentijds toevoegen van een project uitzondering is op de regel, is ervoor gekozen dat ten minste drie colleges een gezamenlijk verzoek doen aan het DB om tussentijds een project toe te voegen. Voor ten minste drie colleges is gekozen om recht te doen aan het belang van een regionaal project en is bedoeld om meer draagvlak voorafgaand aan een verzoek te creëren. Dit artikel biedt de flexibiliteit om aan te sluiten bij landelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld wanneer de rijksoverheid of de provincie Zuid-Holland geld beschikbaar stelt voor het landelijk gebied (ter illustratie) waar de gemeenten in gezamenlijkheid aanspraak op willen maken en waar in de huidige portefeuille geen ruimte voor is.
Het tussentijds toevoegen van projecten kan invloed hebben op de bijdrage van de gemeenten aan de Regionale Investeringsagenda. Een mogelijke verhoging van de gemeentelijke bijdrage aan de RIA wordt inzichtelijk gemaakt via de P&C cyclus in de begroting van Holland Rijnland. Het Algemeen Bestuur besluit over een mogelijke verhoging van de bijdrage, onder meer nadat een zienswijzeperiode waarbij gemeenteraden worden betrokken, is doorlopen. De dertien gemeenteraden hebben daarmee invloed in geval van een verhoging van de bijdrage aan de RIA.
3. De stuurgroep rapporteert over de voortgang van een prioritaire project en stelt een plan van aanpak op, waaraan moet dit voldoen? In de verordening wordt gerefereerd naar een plan van aanpak dat wordt opgesteld door de stuurgroep bij elke projectfase (bijv. bij de start van een onderzoeksproject) en stelt de bestuurlijke commissie op de hoogte van de voortgang. Voor een project uit het regionaal fonds is een plan van aanpak en voortgangsrapport niet nodig. Om dit voor elk project op dezelfde wijze op te stellen – uiteraard met ruimte voor maatwerk, wordt een handboek RIA opgesteld. Het Dagelijks Bestuur stelt dit handboek op en beheerd de formats, uiteraard in samenspraak met de gemeenten. In dit handboek zijn verschillende formats te vinden, zoals: • Een plan van aanpak voor de verschillende projectfases P3, P2 en P1 o Dit is het document waarin o.a. de financiële uitwerking per project wordt beschreven. • Een programmaplan– indien van toepassing • Een voortgangsrapportage • Een aanvraag voor financiering uit het regionaal fonds (fondsproject) Vanaf 2025 is het handboek RIA te raadplegen via de website van Holland Rijnland. 4. Mijn gemeente wil een project aanvraag indienen bij het regionaal fonds, hoe? In artikel 4:2 lid 5 wordt verwezen naar de thematische programma’s.
Het regionaal fonds is bedoeld voor kleinschalige projectaanvragen door gemeenten die bijdragen aan de thema’s Energie, Economie, Groen en Blauw en Mobiliteit. In het thematisch programma wordt per thema beschreven waaraan de projecten bij moeten dragen (visie) en welke criteria daaraan gesteld worden. Voor het thematisch fonds Economie ligt de basis bijvoorbeeld in het koersdocument economie en voor het thematisch fonds Energie ligt de basis in het Energieprogramma. Zo is duidelijk aan welke regionale doelen de verschillende kleinschalige projecten een bijdrage leveren in de regio. Tijdens de Algemeen Bestuursvergadering van 18 december wordt tevens de thematische programma’s ter besluitvorming voorgelegd
Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland Van ambitie naar uitvoering
-1-
-2-
Inhoudsopgave
Leeswijzer
3
Leeswijzer
4
Welkom in Holland Rijnland
In deze Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland leest u welke u rgente opgaven er in deze regio spelen en wat onze ambities daarin zijn.
Op pagina 16 en 17 geven we een overzicht van de veertien prioritaire projecten met een korte toelichting per project.
5
Samen aan de slag!
6
Zo slaan we samen de brug van ambitie naar uitvoering
Op pagina 18 en 19 beschrijven we in ‘Hoe we samenwerken’ het proces hoe we komen van projectblad tot uitvoering.
8
Overzichtskaart van de regio
Deze investeringsagenda bevat veertien projecten waar we als regio gezamenlijk mee aan de slag gaan. Een overzichts kaart van deze projecten vindt u op pagina 8 en 9.
10
Aanpak van onze opgaven
14
Stap voor stap p rojecten verder brengen
16
Overzicht van de projecten
18
Hoe we samenwerken
20
Schets van een veelzijdige regio
21
Contact
22
Bijlagen: • Position paper Stedelijke As • Position paper Groene Hart • Position paper Duin- en Bollenstreek • Projectbladen
In ‘Aanpak van onze opgaven’ op p agina 10 tot en met 13 leest u v ervolgens wat de vier belangrijkste uitdagingen van onze regio zijn. En welke oplossingen wij bieden door middel van deze investe ringsagenda. We beschrijven de systematiek van de Regionale Investeringsagenda in ‘Stap voor stap projecten verder brengen’ op pagina 14 en 15. Welke verschillen de typen projecten zijn er? Hoe voegen we projecten toe aan de agenda en hoe worden deze gefinancierd?
-3-
Deze agenda bevat ook een aantal bijlagen. Te weten: - Drie position papers waarin we de context schetsen van de drie deel gebieden (de Duin- en Bollenstreek, het Groene Hart en de Stedelijke As) en hoe de Regionale Investerings agenda een hulpmiddel is om de opgaven die spelen het hoofd te bieden. - In de projectbladen schetsen we het vertrekpunt van de projecten en de te nemen vervolgstappen.
Het begin van een mooie samenwerking Voor u ligt de Regionale Investerings agenda van Holland Rijnland. Met veertien projecten en vier fondsen geven wij een nieuwe impuls aan onze s amenwerking. Om onze regio nog mooier te maken en de brede welvaart te vergroten. Door als dertien gemeenten samen te werken, versterken we onze kracht. Dat doen we door woningen te bouwen, banen te creëren en door het gebied duurzaam en toekomstbestendig in te richten. We doorliepen ambtelijk en bestuurlijk een intensief traject om te komen tot deze agenda. Op 3 april 2024 stelde ons Algemeen Bestuur deze unaniem vast. Ik wil alle bestuurders en ambtenaren die zich hiervoor hebben ingezet harte lijk danken. Ook de bijdragen van onze relaties uit het bedrijfsleven, onderwijs en onderzoek waardeer ik bijzonder.
Samen aan de slag! Met deze Regionale Investeringsagenda geven wij het startschot voor de verdere ontwikkeling van onze regio.
mkb, een agrarische onderneming of een internationaal opererend bedrijf. Maar je kunt ook recreëren op het strand, in het grootste plassengebied van Nederland, in het Groene Hart en in de stad. Met deze Regionale Investeringsagenda zetten we een nieuwe stap om de po tentie van deze regio verder te benutten. Daarvoor nodigen wij ook u uit. Laten we samen komen van ambitie tot uitvoering. Met hartelijke groet, Liesbeth Spies Dagelijks Bestuurslid Holland Rijnland
Holland Rijnland is een fantastisch divers gebied. In onze regio kun je wonen nabij zee, in een bruisende, historische stad of in het groen. Je kunt hier werken in de kenniseconomie, bij een innovatief -4-
-5-
Zo slaan we samen de brug van ambitie naar uitvoering
Nederland heeft grote opgaven in een beperkte ruimte.1 Dit geldt zeker voor de regio Holland Rijnland. We staan in onze regio voor uiteenlopende en uitdagende opgaven op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzaamheid. Met de Regionale Investeringsagenda (RIA) dragen we bij aan het oplossen van verschillende regionale, provinciale en nationale opgaven. Regionale vraagstukken De leefbaarheid van onze kernen loopt terug. We hebben te maken met een afname van (zorg)voorzieningen en openbaar vervoer. In bebouwd gebied wordt flink verdicht. Onze energievoorziening is nog niet toekomstbestendig. De effecten van klimaatverandering vragen om meer ruimte voor groen en blauw, en om water en bodem als sturend principe, zowel binnen als buiten de stedelijke gebieden. Bodemdaling en grondwaterstanden vragen onze aandacht. De beschikbaarheid van drinkwater staat onder druk. We willen de regio bereikbaar en verbonden houden en tegelijkertijd onze mobiliteit verduurzamen. 1
-6-
van de opgaven. Het biedt een helder overzicht van de projecten in onze regio waar we de komende jaren prioriteit aan geven. De agenda laat zien op welke manier wij in Holland Rijnland bijdragen aan het oplossen van nationale en provinciale opgaven op regionale schaal. De regio is groot genoeg om van betekenis te zijn om nationale doelen dichterbij te brengen en klein genoeg om de verbinding met de samenleving te behouden. Onze opgaven In Holland Rijnland weten we wat we willen. En ook wat er nodig is om dat te bereiken. In deze investeringsagenda zetten we in op het versterken van de regionale samenhang. We gaan 30.500 woningen bouwen, 20.000 banen toevoegen en onze regio klaarmaken voor een groene, duurzame toekomst. Dat kan door krachten te bundelen.
Ook zal de regionale economie verder moeten innoveren, zodat we bijblijven met de snelle ontwikkelingen in de wereld. Ambiteuze keuzes Grote opgaven vragen om grote veranderingen. We gaan onze leefomgeving tussen nu en 2050 gereedmaken voor de toekomst. We maken ambitieuze keuzes. Ze gaan leiden tot projecten van tientallen of honderden miljoenen euro’s. Denk hierbij aan een groenblauw raamwerk van natuur en recreatieprojecten, een energy lane voor warmte en elektriciteit, een hoogwaardige openbaarvervoercorridor en een netwerk van doorfietspaden.
We richten ons op investeringen die randvoorwaardelijk zijn voor de ontwikkeling van de regio. Daarmee maken we (grootschalige) woningbouw mogelijk. Dat doen we met de volgende thema’s: 1 Een bereikbare en verbonden regio 2 Een duurzame en energiezekere regio 3 Een economisch sterke en innovatieve regio 4 Een groene en klimaatbestendige regio Verbinden en versterken De regio kent een grote mate van veel zijdigheid voor wat betreft landschappen, economische ontwikkelingen, woonmilieus en recreatiemogelijkheden. Binnen de regio Holland Rijnland onderscheiden we drie gebieden met eigen kenmerken en opgaven. De Stedelijke As (een aaneengesloten stedelijk gebied van Katwijk via Leiden naar Alphen aan den Rijn), het Groene Hart en de Duin- en Bollenstreek zijn aan elkaar verbonden en versterken elkaar. Stedelijke
Samenwerking als sleutel tot succes Deze opgaven overstijgen de gemeentegrenzen en vragen om slagkracht, tempo, kwaliteit en draagvlak. Regionale samenwerking is hierbij de sleutel tot succes. Samen kunnen we de actuele opgaven het hoofd bieden. Daarom hebben we onze ambities en opgaven gevat in een Regionale Investeringsagenda. Deze gezamenlijke agenda bevat afspraken over de ambities en de aanpak
Planbureau voor de Leefomgeving: Grote opgaven in een beperkte ruimte: ruimtelijke keuzes voor een toekomstbestendige leefomgeving, 2021
-7-
gebieden hebben andere vraagstukken, wensen en belangen dan bijvoorbeeld het Groene Hart. Die moeten we herkennen en erkennen. Tegelijkertijd hebben de gebieden in onze regio elkaar nodig. Wederkerigheid is een belangrijk principe in onze samen werking. Stedelijke ontwikkeling en het vitaal houden van onze kernen zijn beide belangrijk voor een welvarende en leefbare regio. Door op de juiste plekken te verdichten, de kwaliteiten van ons landschap te beschermen én de juiste verbindingen tussen onze kwaliteiten te leggen, zijn wij het toonbeeld van een toekomstbesten dige regio. In de bijlage vindt u drie position papers waarin we dieper ingaan op de verschillende gebieden en hun karakteristieken. De kracht van samen De agenda is een grote stap vooruit in onze samenwerking. We werken aan de ontwikkeling van onze regio waar het voor alle inwoners fijn wonen, werken, reizen en leven is. Door als gemeenten de handen ineen te slaan nemen we de regie, werken we sneller, profiteren we van efficiëntie en schaalvoordeel. We maken slim gebruik van de ruimte en kunnen de opgaven uitwerken in toekomstbestendige oplossingen zoals wij die voor ons zien. Een regionale euro wordt daardoor meer waard dan een lokale euro. De Regionale Investeringsagenda is een dynamisch instrument waarmee we een duidelijke route uitstippelen van ambitie naar uitvoering.
Voor een welvarend Holland Rijnland waar mensen met plezier wonen en werken, waar we ons verbonden voelen en waar natuur en recreatie voor iedereen bereikbaar zijn. Door de Regionale Investeringsagenda weten we wat we van elkaar kunnen verwachten. Zo slaan we samen de brug van ambitie naar uitvoering.
Overzichtskaart van de regio Op deze overzichtskaart van de regio ziet u de huidige p rioriteiten van de Regionale Investeringsagenda. Op pagina 16 en 17 leest u een korte beschrijving van alle projecten. Op pagina 18 en 19 b eschrijven we in ‘Hoe we samenwerken’ het proces hoe we k omen van projectblad tot uitvoering. In de bijlage vindt u p rojectbladen waarin we de scope per project toelichten.
-8-
-9-
Aanpak van onze opgaven
Bereikbaar en verbonden
Economisch sterk en innovatief
Duurzaam en energiezeker
Groen en klimaatbestendig
bij Leimuiden. Anderzijds is de automobiliteit niet langer een leidend principe. We zetten daarom ook in op meer en beter ov als alternatief voor de auto, fietsverbindingen en deelmobiliteit.
Wat is er aan de hand? In Holland Rijnland ligt een fikse woningbouwopgave. Maar meer woningen betekent ook meer verkeer. En dat terwijl de bereikbaarheid van onze regio al onder druk staat. Onze infrastructuur is verouderd en de huidige capaciteit is nu al onvoldoende. Het spoorknooppunt Leiden is kwetsbaar in noodsituaties.1 Tegelijkertijd is mobiliteit verantwoordelijk voor ongeveer 30% van het energieverbruik in de regio. De Regionale Energiestrategie heeft ambitieuze doelen gesteld, zoals de vermindering van CO2-uitstoot van mobiliteit met 22% in 2030 ten opzichte van 1990. Om deze duurzaamheidsdoelen te behalen moet het roer om.
THEMA 2
Bereikbaar en verbonden
De vier thema’s We staan in de regio Holland Rijnland voor uiteen lopende en uitdagende opgaven die onze gemeentegrenzen overschrijden. De opgaven hebben we in de Regionale Investeringsagenda onderverdeeld in vier thema’s:
THEMA 1
In dit hoofdstuk beschrijven we per thema de belangrijkste uitdagingen in onze regio. Vervolgens leest u hoe we deze uitdagingen door middel van de agenda samen aanpakken.
We zien dat inwoners van Holland Rijnland in meer of mindere mate last hebben van ‘vervoersarmoede’. Door een gebrek aan eigen vervoersmiddelen of ov-mogelijkheden in hun buurt kunnen ze minder goed meedraaien in de maatschappij. We zien hierbij verschillen tussen mobiele ouderen, jonge starters, stedelingen en bewoners van voorsteden of het platteland. In de landelijke gebieden is het openbaar vervoer ontoereikend. Verbindingen sluiten niet goed op elkaar aan en gebruikmaken van het openbaar vervoer is tijdrovend. In het bijzonder zijn zorginstellingen en bedrijventerreinen niet goed bereikbaar. Hoe pakken we het aan? Met deze investeringsagenda zetten we in op projecten waarmee we onze regio in de toekomst op een duurzame manier verbonden en bereikbaar houden. We werken aan een betere (ov-)verbinding tussen stad en platteland, het tegengaan van vervoersarmoede en we maken de transitie naar duurzame vervoersmiddelen. Met andere woorden: we geven het duurzame mobiliteitsnetwerk van morgen vorm. Steden worden in de toekomst minder ingericht op automobiliteit, er wordt meer tijd- en plaatsonafhankelijk gewerkt en er zijn verschillende vormen van mobiliteit. Daarom zetten we nu vol in op hoogwaardig ov, goede fietsverbindingen en aanpassingen in de infrastructuur om te voorkomen dat het verkeer (nog meer) vastloopt. Waar nodig verbeteren we autoverbindingen.
Want enerzijds zijn er directe maatregelen nodig op plekken waar verkeer nu vastloopt of waar woningbouwplannen vragen om (betere) bereikbaarheid, zoals de N206-corridor en de N207 1 2 3
- 10-
- 11-
Duurzaam en energiezeker
Wat is er aan de hand? In een deel van Holland Rijnland is het elektriciteitsnetwerk overbelast: het is ‘code rood’.2 Bij code rood kunnen bedrijven geen nieuwe aansluiting krijgen op het net. Dan kunnen we bijvoorbeeld ook de woningbouw niet versnellen. Dit is nu al het geval in bijvoorbeeld Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem. Ook elders in de regio dreigt code rood. Het netwerk staat al langer onder druk door de groeiende vraag naar energie (bijvoorbeeld door bedrijven), de elektrificatie van industrie en de (snelle) opkomst van duurzame energie. Om te voorzien in onze toekomstige energiebehoefte moeten we warmtenetten ontwikkelen. Als dit niet lukt, dan is er in en buiten de stad ruimte nodig voor meerdere 150kV-stations. Deze ruimte is er (nu) niet. Zonder warmtenetten lopen de energiekosten in de toekomst ook op. Ook worden er op dit moment minder windmolens en zonneparken aangelegd dan wat onze ambitie is in de Regionale Energiestrategie. Zo is maar 15% van de totale ambitie gerealiseerd en zijn er nog geen nieuwe projecten in ontwikkeling.3 Hoe pakken we het aan? Holland Rijnland wil in 2050 een energieneutrale regio zijn. Dat hebben we met elkaar als doel gesteld in de Regionale Energiestrategie. Dat is een fikse uitdaging, zeker gezien de nieuwe gebiedsontwikkeling. Als we 30.500 nieuwe woningen willen bouwen, dan moet de energieinfrastructuur stevig zijn.
We moeten hiervoor energie besparen, lokale warmte en elektriciteit opwekken en onze infrastructuur op het gebied van energie en warmte uitbreiden. Bovenlokale warmte, zoals WarmtelinQ, en grote energieprojecten, zoals de Energy Lane Holland Rijnland en 150kV-onderstations in de Barrepolder en Sassenheim, dragen hieraan bij. Dit zijn gemeenteoverstijgende projecten. Wij investeren in de benodigde infrastructuur en ondersteunen gemeenten financieel bij projecten die van maatschappelijke en regionale meerwaarde zijn. We zetten ons in voor een eerlijke, betaalbare, betrouwbare en duurzame energievoorziening in Holland Rijnland.