2522 Aanbiedingsbrief dd 27-06-2024 BSGR Jaarrekening 2023
Tekst van het document
Pagina 25 Jaarstukken 2023 BSGR samenwerkingsverbanden gedetacheerd waren als gevolg van de explosieve en niet te voorziene landelijke groei van de ingediende WOZ bezwaren.
Belangrijke ontwikkelingen en constateringen uit 2023: Het hybride werken heeft inmiddels een vaste plek gekregen binnen de afdeling WOZ waarbij veel aandacht is voor de persoonlijke voorkeuren van medewerkers: afspraken op maat. De sociale binding met collega's, het (periodiek) ‘face-to-face' uitwisselen van informatie en de mate van taakvolwassenheid vormen belangrijk aspecten bij maatwerkafspraken met medewerkers. De nieuwe kantooromgeving (‘werken binnen TEAMS’) heeft ten opzichte van vorige jaren gezorgd voor een nieuwe dynamiek met betrekking tot werken op afstand.
Gegevensbeheer Het aantal nog te waarderen objecten aan het einde van 2023 is op nagenoeg hetzelfde niveau gebleven.
(*) Vanaf 1 januari 2022 inclusief de gemeente Velsen
Er heeft in het 2e kwartaal van 2023 een inhaalslag plaatsgevonden op de verwerking van het grote aantal openstaande onderzoeken in de gemeente Leiden. Het betrof hier bijna 500 woningen waarvan de gebruiksoppervlakte – vanuit de wettelijke verplichting tot overgang van waarderen in m3 naar m2 per 1 januari 2022 - nog niet was vastgesteld als gevolg van niet beschikbare bouwtekeningen. Deze inhaalslag op de gemeente Leiden heeft geleid tot enigszins grotere openstaande werkvoorraden bij de andere deelnemende gemeenten. Het aantal openstaande ‘te waarderen objecten’ is grotendeels afhankelijk van het aantal openstaande onderzoeken/projecten bij de medewerkers die zich bezighouden met gegevensbeheer/ objectenregistratie. Afname van deze werkvoorraad is afhankelijk van personele invulling op dit procesonderdeel; in 2023 is er gemiddeld structureel een onderbezetting ten opzichte van de functieformatie geweest van 2,0 tot 3,0 FTE. Van deze openstaande onderzoeken (op objectniveau) tot en met belastingjaar 2023 heeft bijna 40% betrekking op een onderzoek c.q. controle van de objectafbakening en/of herbestemming. Deze zijn gecompliceerder en hiervoor is in vergelijking tot de andere dossiertypen uitgebreider onderzoek nodig met een langere doorlooptijd.
Pagina 26 Jaarstukken 2023 BSGR
Voor belastingjaar 2024 staan additioneel op 1 januari 2024 (op objectniveau) ongeveer 10.500 onderzoeken/projecten open; hiervan is bijna 50% gerelateerd aan nieuwbouwactiviteiten; 90-95% van deze objecten gaat in het kohier van februari of maart 2024 al mee in de gecombineerde aanslag. Het gelijk houden en controleren van de WOZ-administratie met de Landelijke Voorzieningen (met name BAG, KAD en WOZ) vereist steeds meer aandacht en inspanning van de medewerkers objecten/gegevensbeheerders. Efficiënte(re) en tijdige(re) afstemming – met name met de BAG afdelingen van gemeenten – speelt een steeds grotere rol. In 2023 is er bij diverse aanbieders van ondersteunde softwarepakketten op dit vlak geïnventariseerd welke mogelijkheden tot ‘samenwerkingsportalen’ er zijn. Mede gezien de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zullen aanpassing in processen rondom aanlevering, uitwisseling en tijdigheid een rol moeten krijgen en meegenomen moeten worden in de aanschaf van mogelijke ‘samenwerkingsportalen’. Informatie over een deel van de bouwwerken met betrekking tot de technische bouwtoets, waaronder de bouwtekeningen – zullen vanaf 2024 niet meer standaard beschikbaar zijn bij gemeenten. Bouwactiviteiten en daarmee aanpassingen in de WOZadministratie zullen steeds vaker achteraf geconstateerd gaan worden.
De intrede van de Omgevingswet heeft dus grote impact op de werkprocessen voor gegevensbeheer bij nieuw- en verbouw. In 2023 zijn voor ruim 40.000 woningen en 4.500 niet-woningen de primaire en/of de secundaire kenmerken van deze objecten in een controle betrokken geweest. Waarderen Niet-Woningen In 2023 zijn er op het gebied van de waardevaststelling voor de niet-woningen een aantal ontwikkelingen geweest: ✓ Jurisprudentie op het gebied van levensduur en restwaarde voor incourante objecten is in 2023 verder uitgewerkt – mede aan de hand van de aanschrijving welke in 2022 voor diverse categorieën incourante objecten was gedaan – en de resultaten van de analyse zijn toegepast voor de herwaardering belastingjaar 2024; ✓ Per 1 januari 2025 zullen – in navolging van de woningen – ook de agrarische bedrijfswoningen op basis van gebruiksoppervlakte gewaardeerd moeten gaan worden. Dit project heeft in 2023 een aanvang gemaakt; een deel van de bouwtekeningen is beschikbaar en voor het overige deel is een uitvraag gedaan bij de betrokken gemeenten; ✓ Als gevolg van gewijzigde jurisprudentie op het vlak van artikel 40 Wet WOZ (‘Op de zaak betrekking hebbende stukken’) is het noodzakelijk geweest om met name de matrixen welke in bezwaar- en beroepsfase worden gebruikt aan te passen en een aantal bezwaarschriften nog aan te houden totdat gevraagde stukken alsnog waren toegezonden.
De waardestijging van de WOZ-waarden voor niet-woningen van de deelnemende gemeenten voor belastingjaar 2024 varieert tussen –0,8% en +2,1%. Uitschieter hierop is de gemeente Velsen met een stijgingspercentage van 11,6% als gevolg van uitbreiding en/of investeringen op de objecten van TATA
Pagina 27 Jaarstukken 2023 BSGR Steel. Deze afwijking op de te verwachten waardeontwikkeling is vooraf aan de gemeente Velsen kenbaar gemaakt. Woningen De ingezette daling van de verkoopcijfers van eind 2022 heeft, na een dieptepunt rond mei 2023 weer de weg omhoog gevonden. In het vierde kwartaal van 2023 werden weer meer woningen verkocht en tegen licht gestegen prijzen. De gemiddelde verkooprijs ligt nu +5,3% hoger dan in het vierde kwartaal van 2022. Per regio en zelfs per gemeente binnen de regio kan de waardeontwikkeling echter verschillen. De druk c.q. krapte op de woningmarkt neemt weer toe: met het stijgen van de prijzen neemt ook het aantal te koop staande woningen weer af. Door een afname van het beschikbare aanbod van woningen – in combinatie met (licht) dalende hypotheekrente en stijgende inkomens – lopen de prijzen op en ook het aantal (en de omvang) van overbiedingen neemt weer toe (www.nvm.nl/media). Daar waar eind 2022 in 45% van de gevallen werd overboden, is dit eind 2023 opgelopen naar 53%. Om beter aan te kunnen sluiten bij de marktontwikkeling is de herwaardering vanaf 2023 uitgevoerd op basis van het gerealiseerde verkoopcijfer op datum overeenkomst in plaats van de datum van transport (die veelal weken of maanden later kan liggen).
Op landelijk niveau is de gemiddelde stijging tussen waardepeildatum 1 januari 2022 en 1 januari 2023 van de WOZ-woningwaarde 2,8% (www.waarderingskamer.nl). Het gaat hier echter om een gemiddelde waarbij regionale verschillen maar ook verschillen per gemeenten, wijken/buurten maar ook woningtypen aanwezig zijn. Actuele cijfers nemen wij op in ons Verantwoordingsdocument dat ook voor belastingjaar 2024 – per gemeente – weer op onze website ter beschikking wordt gesteld. De waardestijging van de WOZ-waarden voor woningen van de deelnemende gemeenten voor belastingjaar 2024 varieert tussen 0% en 4,5%. ✓
De enorme toename van het aantal bezwaren loopt als rode draad door alle werkzaamheden op de afdeling WOZ en met name op het gebied van taxeren heen. Naast de afhandeling van de bezwaren is de keuze gemaakt om prioritering te geven aan de herwaarderingsactiviteiten teneinde wel tijdig op aanslag te kunnen en mogen gaan. Dit heeft wel tot gevolg dat het aantal openstaande bezwaren het totale aantal woningen dat op aanslag gaat negatief zal beïnvloeden. Daar waar nog een lopend bezwaar is, zal de aanslag later verzonden worden. Het aantal aanslagen zal in het februari kohier derhalve veel lager zijn dan voorgaande jaren; de gewenste norm van 95% zal zeker niet behaald worden.
✓
De Waarderingskamer heeft in april en oktober haar terugkoppeling op de jaarlijkse rapportages aan de BSGR gedaan. Wederom is met name aan de aansluiting van gegevens veel aandacht besteed. De aanlevering en afname van de gegevens uit de LV-WOZ leidt op dit moment, net als in voorgaande jaren, nog tot onverklaarbare en in voorkomende gevallen tot niet oplosbare verschillen. In 2023 is een werkgroep – vanuit Centric met gemeenten en samenwerkingsverbanden – aan de slag gegaan met de reeds beschikbare WOZ- confrontatietool om te komen tot verbeterslagen. In 2024 zal dit verder worden uitgewerkt.
✓
Voor de kwaliteitsrapportage Herwaardering belastingjaar 2024 heeft de Waarderingskamer op 6 februari 2024 een controle ‘ter plaatse’ uitgevoerd op de gemeenten Voorschoten en Leiden. Problemen rondom de aanlevering van de gegevens vanuit de softwareleverancier aan de Waarderingskamer (middels XML- berichten) heeft tot een uitstel van deze controle – welke oorspronkelijk op 22 januari gepland stond - geleid. Op korte termijn zal deze problematiek met Centric worden geëvalueerd. Voor de overige gemeenten worden de kengetallen middels een digitale opgave met een voortgangspercentage van minimaal 90% uiterlijk eind januari 2024 aan de waarderingskamer aangeboden. De algemene toestemming om de aanslagen voor belastingjaar 2024 te mogen verzenden is formeel per brief van 8 februari inmiddels ontvangen.
✓
De oplevering van de beoogde moderne taxatieverslagen heeft in 2023 stil gelegen en zal derhalve ook niet beschikbaar zijn voor belastingjaar 2024. De verplichting tot levering van dit moderne taxatieverslag is door de Waarderingskamer opgeschoven maar de verwachting is dat deze per volgend belastingjaar beschikbaar moet zijn. Een aantal (grote) gemeenten en samenwerkingsverbanden, in samenwerking met BakerWare, neemt deel in een werkgroep ter
Pagina 28 Jaarstukken 2023 BSGR voorbereiding van deze nieuwe wijze van rapporteren. Er zijn grote verschillen tussen (mogelijkheden binnen) waarderingspakketten die het nog niet vanzelfsprekend maken dat alle gewenste items kunnen worden getoond. Doelstelling is om een dataset neer te zetten die toekomstbestendig is en waarin uitbreiding van data tot de mogelijkheden behoort.
WOZ bezwaar- en beroepsschriften Voor belastingjaar 2023 heeft BSGR zich aangesloten bij een aantal samenwerkingsverbanden die zich hebben verenigd en een gezamenlijke communicatie-campagne hebben gevoerd. We hebben in het kader van prettig contact met de overheid maximaal ingezet om de belangstelling ‘weer terug te winnen’ (‘de beller is sneller’) en zodoende een alternatief te bieden voor de NCNP-bureaus. Inzet van socialmedia, Google-Ads, animatievideo's, berichtgeving in lokale bladen en informatie via de websites van de organisaties en de deelnemende gemeenten blijken echter niet krachtig genoeg ten opzichte van de landelijke, miljoenen kostende marketingcampagnes (waaronder televisie-spots huis-aan-huis reclame en andere social-media campagnes) van de NCNP bureaus. In 2023 hebben we, net als in voorgaande jaren, bij de aanslag van februari 2023 een informatiekaartje voor deelname aan het informele bezwaartraject toegevoegd. De inwoners van onze deelnemende gemeente hadden wederom de mogelijkheid om zelf, digitaal, een afspraak voor een belverzoek (‘de beller is sneller’) in te plannen. Voor de inwoners die niet digitaal konden of wilden inloggen, was er een mogelijkheid om telefonisch contact op te nemen waarbij WOZ-medewerkers ondersteuning hebben geboden bij het maken van de afspraak.
Het aantal inwoners dat we via het informele traject hebben bereikt is dit jaar veel groter geweest dan voorafgaande jaren. Na afnemende belangstelling (10% minder in 2021 respectievelijk meer dan 30% minder in 2022) is het aantal informele (lees: telefonische) contacten meer dan verdubbeld ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze stijging is licht hoger dan de stijging in het aantal ingediende bezwaren. Als gevolg van de problematiek rondom de telefonische bereikbaarheid ten tijde van het informele traject is de termijn destijds tussentijds met 2 weken verlengd. Communicatie heeft plaatsgevonden via de website. Ook voor belastingjaar 2024 zal deze vorm van contact met de overheid – ondanks het grote aantal nog openstaande bezwaren belastingjaar 2023 – wederom aangeboden worden waarbij de periode van telefonisch contact 4 weken zal zijn. Het (informele) bezwaartraject voor belastingjaar 2024 is de laatste maanden van 2023 voorbereid waarbij de informatieflyer, websites van zowel de BSGR als de deelnemende gemeenten en een animatiefilmpje van de Waarderingskamer centraal zullen staan. Ook is de wijze van bezwaarindiening via de website/Mijn BSGR grotendeels herzien en zal het verantwoordingsdocument – waarin uitgebreid beschreven wordt hoe de WOZ-waarde tot stand komt – geüpdatet worden. Het moderne taxatieverslag is via onze leverancier (Centric) nog niet beschikbaar.
Bezwaarschriften In tegenstelling tot de positieve berichtgeving eind 2022 inzake de dalende lijn voor het aantal ingediende bezwaarschriften op WOZ-objecten is in belastingjaar 2023 – conform landelijke trend – deze weer explosief gegroeid. De BSGR heeft ongeveer 2,2 maal zoveel bezwaarschriften ontvangen. Landelijk is het percentage bezwaren – op basis van cijfers van de Waarderingskamer van april 2023 – gestegen van 3,1% naar 7,2%.
(*) Aantal bezwaren per 31 december van het desbetreffende belastingjaar.
Pagina 29 Jaarstukken 2023 BSGR In definitieve (eind)rapportages over de bezwaarschriften blijken deze landelijke percentages uiteindelijk naar boven te worden bijgesteld: voor woningen de afgelopen jaren tussen de 0,5% en 0,6% en voor niet-woningen tussen de 1.1% en 2,0%. Als gevolg van de landelijke grote stijging op de bezwaarschriften is de verwachting dat de definitieve aanpassing van het stijgingspercentage dit jaar hoger zal uitkomen.
2023: Percentage Bezwaren BSGR vs Landelijk 4,50%
Niet-Woningen
4,66%
7,20%
Woningen
0,00%
8,50% 1,00%
2,00%
3,00%
4,00%
Landelijk
5,00%
6,00%
7,00%
8,00%
9,00%
BSGR
bron: www.waarderingskamer.nl – Feiten over de WOZ).
Op 19 december 2023 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2024. Onderdeel daarvan is de wijziging in proceskostenvergoedingen voor de Wet WOZ en een aantal additionele maatregelen: - Vergoedingen in de bezwaarfase worden teruggebracht naar 0,25 punt bij een wijziging (of vernietiging) van de WOZ-beschikking; - Vergoedingen mogen uitsluitend worden uitbetaald op een bankrekening van de belanghebbende zelf. Bovenstaande treedt in werking per 1 januari 2024 en heeft betrekking op besluiten die op of na 1 januari 2024 bekend gemaakt worden. Op de vraag op welke wijze bovenstaande wetswijziging het aantal te ontvangen bezwaarschriften voor belastingjaar 2024 zal beïnvloeden, bestaan verschillende zienswijzen. Het verdienmodel zal enorm worden teruggebracht en door uitkering van de proceskostenvergoeding aan de inwoners/belanghebbende is de verwachting dat de bewustwording voor (onnodig) oplopende maatschappelijke kosten voorkomen kan worden door zelf actie te ondernemen in het informele en/of het formele bezwaartraject. Anderzijds zijn er ook geluiden die waarschuwen voor een nog grotere stroom van gestandaardiseerde en (vooraf) niet gescreende bezwaarschriften door de NCNP bureaus. Reden temeer om door te pakken op de voorliggende problematiek.
Het is de wens van de politiek om de inwoners/burgers meer te betrekken bij de WOZ-waarde hetgeen zou kunnen bijdragen aan een reductie van de bezwaren. Er ligt momenteel een projectplan – hetwelk ook gedeeld is/wordt met de Ministeries, de VNG en de Waarderingskamer – waarin de inwoners/burgers betrokken worden bij de vastgestelde secundaire kenmerken. Het plan zal verder worden uitgewerkt onder regie van de LVLB; de BSGR speelt hier een actieve rol in. Op 31 december 2023 is ongeveer 50% van de bezwaarschriften belastingjaar 2023 afgerond en zijn met dagtekening 19 december 2023 in totaal 12.377 verdagingsbrieven verzonden.
Pagina 30 Jaarstukken 2023 BSGR
Verdagingsbrieven hebben betrekking op bezwaarschriften welke in 2023 binnen zijn gekomen maar welke ook betrekking kunnen hebben op eerdere belastingjaren. Een groot deel van de proceskostenvergoedingen belastingjaar 2023 komt, zoals reeds eerder vermeld, ten laste van 2024; gezien de omvang van het aantal bezwaarschriften is additioneel budget benodigd. Dit is in september 2023 in de bestuursvergadering besproken. In 2023 is er voor 1.452 objecten ‘oude jaren’ nog een uitspraak op bezwaar verzonden. Dit betrof hoofdzakelijk objecten voor belastingjaar 2022: 1.295 objecten. De overige uitspraken hadden betrekking op voorgaande belastingjaren. Deze belanghebbenden hadden hetzij tijdig een verdagingsbrief ontvangen hetzij pas in 2023 bezwaar aangetekend. Voor de afhandeling van de enorme hoeveelheid WOZ bezwaren zijn in 2023 en begin 2024 diverse ondersteunende tools ingezet. Als gevolg van de overgang naar de KPN omgeving was er (intern) verminderd capaciteit op het gebied van ICT beschikbaar ter ondersteuning; deze was benodigd om de strikt noodzakelijke dagelijkse werkzaamheden uitvoerbaar te houden. De performance heeft daarnaast gedurende een aantal weken behoorlijk onder druk gestaan. Dit is de afhandelingssnelheid en noodzakelijke inzet van nieuwe tools niet ten goede gekomen.
Vorenstaande gecombineerd met het niet (meer) kunnen vinden van externe ondersteuning op de bezwaarschriften heeft geleid tot het aantal nog openstaande bezwaarschriften. De tools zijn inmiddels ‘up-and-running’ en leiden tot versnelling van het afhandelingsproces. De inzet van interne medewerkers is vanaf de 3e week van 2024 grotendeels gericht op de bezwaarafhandeling; tot die tijd werd de prioriteit gelegd op de herwaarderingsactiviteiten. Het aandeel van de bezwaren ingediend door een NCNP-bureau of andere gemachtigde is ten opzichte van 2022 enigszins gestabiliseerd op ongeveer 57% van het totaal aantal ingediende formele bezwaarschriften. Hierin nemen de NCNP-bureaus het merendeel van de ingediende bezwaren voor hun rekening: 53%, de overige 4% zijn andere gemachtigden. Het landelijke percentage – cijfer van april 2023: Feiten over de WOZ – ligt op 49% voor de woningen en 41,3% voor de niet-woningen. Daarmee is de conclusie dat deze bureaus, net als in 2022, de BSGR meer weten te vinden dan landelijk de tendens is.
Pagina 31 Jaarstukken 2023 BSGR Het afdoen van de NCNP bezwaren blijft, uitzonderingen daargelaten, een bewerkelijk procesonderdeel. Door het toesturen van geautomatiseerde bezwaarschriften door deze bureaus moeten veel – niet ter zake doende of zelfs niet van toepassing zijnde grieven – toch in de uitspraak op bezwaar beantwoord worden. Ook gedurende het jaar gewijzigde jurisprudentie op het vlak van met name het passieve inzage recht (artikel 40 wet WOZ), leverde naast de verplichte toezending van gegevens aan NCNP-bureaus derhalve ook vertraging op het gebied van het doen van uitspraken en een aantal veroordelingen in proceskosten in de beroepsfase op. Na kennisname van deze gewijzigde koers op basis van jurisprudentie zijn de WOZ-procesonderdelen hierop aangepast. De wetswijziging, welke op 1 januari 2024 van kracht is geworden, betekende ook een aanpassing in de processen, met name op het gebied van het uitkeren van de kostenvergoedingen aan belanghebbende zelf. Voor belastingjaar 2024 zullen de (uitkomsten van de) ingezette tools geëvalueerd worden en zullen we onderzoeken of deze wijze van bezwaarafhandeling grootschalig ingezet kan worden met als doel efficiëntere afhandeling.
De gesignaleerde daling van het aantal gegronde bezwaren op objectniveau - dit kan zowel vernietigingen als verminderingen als verhogingen betreffen - is ten opzichte van vorig jaar voor belastingjaar 2023 weer omgebogen naar een stijging. Dit percentage bevindt zich nu ongeveer weer op het niveau van belastingjaar 2021. Een groot deel van de toekenningen gebeurt op basis van de secundaire kenmerken. Met het eerder genoemde lopende project (LVLB), waarin de inwoners/belanghebbenden nadrukkelijk en vooraf betrokken worden in de status van deze kenmerken, is een substantiële daling van het aantal gegronde bezwaren te verwachten. Uitwerking en implementering van dit project wordt in 2025 respectievelijk 2026 verwacht.
Bovenstaand beeld is voor belastingjaar 2023, als gevolg van de achterstand op de afronding van de bezwaren, verre van volledig en heeft slechts betrekking op de reeds afgeronde bezwaarschriften per 31 december 2023. Dit cijferbeeld zal in 2024 op basis van een volledige afhandeling van de bezwaarschriften nogmaals gepresenteerd worden. De invloed van het informele traject – waar doorgaans meer gegrondverklaringen van toepassing zijn – heeft nu een relatief hoge invloed op de bovengenoemde percentages.
Pagina 32 Jaarstukken 2023 BSGR
Er blijf een behoorlijk groot verschil zichtbaar tussen de gegronde bezwaren welke worden ingediend door particulieren en gegronde bezwaren welke zijn ingediend door NCNP bureaus en/of gemachtigden. Het slagingspercentage voor 2023 is op dit moment ongeveer 48% respectievelijk 30%. Deze tendens is al jaren zichtbaar en blijft ongeveer op gelijk niveau. Daarbij moet wel aangetekend worden dat de verschillen in gegronde bezwaren bij de verschillende bureaus enorm zijn; het verschil in kwaliteitsniveau, en dus ook het percentage gegrond, van deze bezwaarschriften is aanzienlijk. Beroepschriften WOZ-beroepen Daar waar in 2022 het aantal bezwaarschriften teruggelopen was, is een daling in het aantal openstaande beroepsschriften op 31 december 2023 zichtbaar. De logische verklaring hiervoor is dat een lager aantal bezwaren in 2022 leidt tot een lager aantal beroepsschriften in 2023; het zijn immers opvolgende processen. Op 31 december 2023 stonden 576 beroepszaken WOZ open ten opzichte van 715 beroepszaken op 31 december 2022; een daling van bijna 20%. Hoe deze ontwikkeling zich in het licht van het grote aantal bezwaren in 2023 doorzet, zal niet eerder dan in 2024 gerapporteerd kunnen worden maar gezien het enorm toegenomen aantal bezwaren is de verwachting een evidente.
De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak heeft in verslagen in 2022 en 2023 de zorgen geuit voor het knelpunt van de werkwijze van de NCNP bureaus bij belastingzaken; de rechtspraak liep/loopt door de duizenden extra rechtszaken compleet vast. De rechtbanken hebben in 2023 extra ingezet op de afhandeling van WOZ zaken door het bijschakelen van rechters vanuit andere disciplines. Ook voor het procesonderdeel Beroepen is het eerder genoemde nieuwe Belastingplan 2024 van toepassing. Specifiek onderdeel daarvan is de wijziging in proceskostenvergoedingen voor de Wet WOZ in beroepszaken (beroep, hoger beroep en cassatie): en een aantal additionele maatregelen: - Vergoedingen in de beroepsfase (beroep, hoger beroep of cassatie) worden teruggebracht naar 0,25 punt bij een wijziging (of vernietiging) van de WOZ-beschikking; - Wanneer er alleen sprake is van formele punten wordt de vergoeding teruggebracht naar 0,10 punt; - Vergoeding voor immateriële schadevergoeding wordt teruggebracht van € 500 per half jaar naar € 50 per half jaar; - Vergoedingen mogen uitsluitend worden uitbetaald op een bankrekening van de belanghebbende zelf. Bovenstaande is in werking getreden per 1 januari 2024 en heeft betrekking op besluiten (uitspraken op bezwaar) die op of na 1 januari 2024 bekend gemaakt worden.
Bij de lopende beroepszaken (op objectniveau) is het aandeel van de NCNP-/gemachtigden bureaus nog veel hoger dan bij het procesonderdeel bezwaren. De afgelopen jaren schommelde het aandeel van deze bureaus op het totale aantal objecten dat in de beroepsfase was betrokken rond de 75% -80%. In
Pagina 33 Jaarstukken 2023 BSGR 2023 is dit opgelopen tot 87% van de zaken waarbij twee specifieke NCNP bureaus verantwoordelijk zijn voor 70% van de ingediende beroepszaken (respectievelijk 48% en 22%). Opgemerkt kan worden dat het NCNP bureau met het grootste aantal beroepen – na zitting – in nog geen 5% van de gevallen succes behaalt. De overige 95% van de (ongegronde) beroepen leveren echter wel hoge uitvoeringskosten op. Tijd die dan niet op andere procesonderdelen ingezet kan worden. Of het nieuwe Belastingplan 2024 ook een positieve invloed gaat hebben op uitvoeringskosten zal aankomend jaar zichtbaar gaan worden. De opgelopen achterstand bij de afhandeling van de beroepszaken door de rechtbank is afgelopen jaar, mede door genomen maatregelen vanuit de rechtbank (zie tekst hierboven) enigszins teruggelopen. De openstaande beroepsdossiers zijn nagenoeg allemaal dossiers die zijn ingediend in 2022 of 2023 maar kunnen nog wel betrekking hebben op oude(re) belastingjaren.
(*) 2023 nog niet volledig, nog niet alle uitspraken belastingjaar 2023 zijn verzonden en/of niet voor alle uitspraken is de beroepstermijn reeds verstreken
In 2023 zijn er in totaal (WOZ-, plicht- maatstafberoepen) 386 beroepsdossiers - één dossier kan meerdere objecten bevatten - afgedaan; daarvan is voorafgaande aan de zitting voor 44 dossiers een compromis bereikt. Van de dossiers die ter zitting zijn geweest zijn er 50 gegrond verklaard en 292 ongegrond verklaard dan wel ter zitting ingetrokken.
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire begroting 2023
Gewijzigde begroting december 2023
3.341 1.127 545 5.013
3.361 1.166 603 5.129
3.321 1.178 612 5.110
40 -12 -10 19
-5.013 -5.013 0 0 0 0 0
-5.129 -5.129 0 0 0 0 0
-5.110 -5.110 0 0 0 0 0
-19 -19 0 0 0 0 0
Realisatie 2023 Realisatie versus begroting
Het programma Waarderen kent in totaal een behaald voordeel op de lasten van € 19K. Dit wordt aan de ene kant veroorzaakt door lagere kosten inhuur personeel. Aan de andere kant zijn de kosten voor Overige goederen en diensten licht gestegen wegens hogere proceskostenvergoedingen en zijn de automatiseringslasten hoger wegens een grotere doorbelasting.
Pagina 34 Jaarstukken 2023 BSGR 3.2.10 Programma 4: Overhead Onderwerp De directie, de staf en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van de primaire programma’s zijn binnen dit programma ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot interne controle werkzaamheden, management informatie, de financiële administratie, bestuur & beleid en de P&O werkzaamheden. Ook zijn de kosten van de leidinggevenden van de afdelingen in het primaire proces onder dit programma verantwoord conform in het BBV over het taakveld overhead staat beschreven.
Wat hebben we gedaan? In maart 2024 is de ISAE3402 type II-rapportage over 2023 opgesteld en voorzien van een verklaring met beperkingen. De Europese aanbestedingen die in 2022 zijn gehouden zijn operationeel geworden in 2023. Dit betreft onder andere de hosting van de applicaties en de kantoorautomatisering die overgegaan zijn naar KPN. In 2023 zijn er geen (Europese) aanbestedingen gehouden. Het normenkader van de VIC is aangepast en de beheersmaatregelen zijn aangescherpt. Hiermee is de volwassenheid van de VIC wederom toegenomen. Vanuit P&O is er invulling gegeven aan de personeelsontwikkeling binnen de BSGR (zie verder paragraaf 3.3.4)
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Kapitaalslasten Automatiseringskosten Huisvestingslasten Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire begroting 2023 1.172 249 645 595 288 2.949 -2.949 -2.949 0 0 0 0 0
Gewijzigde Realisatie 2023 Realisatie versus begroting begroting december 2023 1.253 1.248 4 208 208 0 1.060 1.037 22 634 633 0 271 259 12 3.425 3.386 39 -3.425 -3.425 0 0 0 0 0
-3.386 -3.386 0 0 0 0 0
-39 -39 0 0 0 0 0
Het programma Overhead laat aan de lastenkant een voordeel zien ad € 39K. Dit wordt met name veroorzaakt door licht lagere automatiseringskosten. Daarnaast zijn de personeelslasten licht onderschreden door lagere kosten inhuur personeel en zijn de overige goederen en diensten lager uitgevallen door minder externe advieskosten.
Pagina 35 Jaarstukken 2023 BSGR 3.2.11 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Onderwerp Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 8) voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Binnen dit programma zijn ook de deelnemersbijdragen. Daarnaast komen de financieringslasten en -baten in dit programma tot uitdrukking.
Wat hebben we gedaan? De post Flankerend Beleid wordt vanwege de privacy van de betrokken medewerkers verantwoord in het programma “Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien”.
Wat heeft dat gekost? x € 1.000 Lasten Onvoorzien Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Overige opbrengsten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Primaire Gewijzigde Realisatie 2023 Begroting Begroting 2023 december 2023 109 109 0 109 109 0
Realisatie versus begroting 109 109
-109 0 0 -109 0
-343 -50 -130 -524 -415
-490 -50 -125 -665 -665
147 0 -5 142 250
0 0
0 -415
0 -665
0 250
Het totale voordeel op de lasten bedraagt € 109K, waarbij de post Onvoorzien niet is aangewend. De overige opbrengsten betreffen hier uitsluitend de rentebaten. Het saldo aan de batenkant is het gevolg van de realisaties per programma.
Pagina 36 Jaarstukken 2023 BSGR 3.3
Paragrafen
3.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. De BSGR heeft een totaal eigen vermogen per 1 januari 2023 van € 781K. Dit bestaat volledig uit de Algemene Reserve, alle overige reserves zijn in 2022 vrijgevallen. De post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, niet uitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt bedraagt € 109K. Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken.
Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende: ➢ ➢ ➢ ➢
De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen, ICT, samenstellen belastingrapportage en privacy zijn ingericht. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.
Dit raamwerk wordt jaarlijks indien nodig bijgesteld. Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven, is het raamwerk voor 2022 bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage.
Pagina 37 Jaarstukken 2023 BSGR Ultimo 2023 worden de volgende risico’s onderkend: Risico's
Getroffen maatregelen
Kwantificering
Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd / cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen opgelost (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op systeem zal dit direct van invloed zijn op het 25 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch serviceniveau van de organisatie. Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2020-2024 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd. De overgang van SMC Centric naar KPN heeft in 2023 tot continuiteitsproblemen geleid en was daarmee van invloed op het serviceniveau. Dit is bij een migratie nooit helemaal te voorkomen. De continuïteit en service zijn inmiddels weer op niveau. Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de p.m. belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen.
meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden Deze veranderingen zullen een directe impact hebben met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is. de BSGR Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een gemitigeerd tot kostenstijging en vermindering van de begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit. harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt. Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is gemitigeerd ontstaan in de gegevensverwerking en de cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden. Desalnietemin belastingopleggingen en inningen.
De BSGR en haar leveren de nieuwe basisregistraties plus bijbehorende software een op deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde voorhand niet te becijferen risico op vertraging op. In 2023 is een forse belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers). achterstand ontstaan op de bezwaren, omdat geheel tegen de verwachting in NCNP-bureaus een veelvoud aan WOZ-bezwaren hebben ingediend in geheel Nederland. Inhuur voor deze processen was daarmee ook zeer lastig verkrijgbaar. Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte vrijwel nihil heeft in de bestaande kasstromen. omvang hiervan. Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf De nieuwe wet op de Gemeenschappelijke Regelingen gaat waarborgen wordt deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben bieden ter beperking van het financiële risico bij uittreding. gemitigeerd uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd te zijn. Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en gemitigeerd belangrijke publieke taak.
Incidenten, schandalen en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency maatschappelijke onrust kunnen een negatieve centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe uitwerking hebben op de reputatie en goede naam. dienen de website en management informatie.
Pagina 38 Jaarstukken 2023 BSGR Risico's (vervolg) Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat. Personeelskosten Het zich voordoen van sterke CAO-verhogingen Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling
Vervanging belastingapplicatie / waarderingsapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie wordt jaarlijks verlengd. ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor de hand liggend.
Getroffen maatregelen
Kwantificering
Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zijn niet zonder meer mogen delen met derden. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens - op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy wordt in diverse overlegvormen aan de orde gesteld (bijv. periodiek in MT-vergaderingen) en via intranet wordt hierover gecommuniceerd. De BSGR stuurt sterk op de kosten. Echter de zeer hoge kosten van de inflatie van het afgelopen jaar kunnen niet gemitigeerd worden.
Ruim € 500K
Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 p.m. in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande koepelvrijstelling zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, voorzien wij grote maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten. Ook al zijn in 2023 geen grote ontwikkelingen te melden op landelijk of Europees niveau toch geldt dat uitstel nog geen afstel is.
Bij een aanbesteding van een nieuwe belastingapplicatie is niet voorzien in de eenmalige licentiekosten. De verwachting is wel dat in ieder geval de waarderingsapplicatie in 2025 zal worden aanbesteed.
€ 1.500K in 5 jaar af te schrijven
De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.
p.m.
De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd.
Pagina 39 Jaarstukken 2023 BSGR
Risico's (vervolg) Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.
Getroffen maatregelen
Kwantificering
Voor 2023 is een additioneel bedrag meegenomen in de begroting. Vanaf 2025 wordt een bedrag van ca. € 200K jaarlijks voorzien.
Ca. € 200K jaarlijks
De vergoedingen voor de NCNP-bureaus zijn teruggebracht naar 25%. p.m. Onduidelijk is nog wat de reactie hierop van de NCNP-bureaus zal zijn. Zorg is daarnaast dat vanaf 2027 NCNP-bezwaren zich mogelijk ook gaan uitbreiden naar andere domeinen, zoals de Kwijtschelding.
Op basis van de benoemde risico’s is door middel van een risicoweging, op grond van een in gemeenteland gangbare methodiek, een inschatting gemaakt van het financiële risico dat wordt gelopen. Risico's
Risicobedrag
Niet voldoen aan wet- en p.m. regelgeving Personeelskosten € Koepelvrijstelling p.m. Vervanging waarderingsapplicatie € ICT Ontwikkelingen p.m. Maatwerk p.m. Areaaluitbreidingen € NCNP bezwaren p.m. Berekend risico 2024 af: Algemene Reserve Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.
Jaar 2024 e.v.
500.000 2024 e.v. ? 300.000 2026 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v. 200.000 2025 e.v. 2024 e.v.
Kans
Gewogen 0,1 p.m. 1 € 500.000 0,5 p.m. 1,00 € 300.000 0,75 p.m. 0,75 p.m. 1 € 200.000 0,75 p.m. € 500.000 € 781.000 € 281.000-
Pagina 40 Jaarstukken 2023 BSGR Verplichte kengetallen Conform de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: Jaarverslag 2023 Kengetallen Netto schuldquote
Verloop van de kengetallen Real. 2023 -6,9%
Begr. 2023 -2,1%
Real. 2022 -1,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
-6,9%
-2,1%
-1,4%
11,4%
12,1%
4,6%
Structurele exploitatieruimte
2,1%
-8,2%
-1,1%
Grondexploitatie
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Bovenstaande kengetallen maken inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de BSGR in staat is om aan de financiële verplichtingen op langere termijn te kunnen voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Een kengetal van 0,3 tot 0,8 wordt doorgaans als matig tot voldoende gezien. Een lagere ratio geeft aan dat er relatief veel vreemd vermogen is. Gezien de aard van de BSGR, die gelegen is in het innen en het doorstorten van gelden, en de keuze voor een beperkt eigen vermogen is een solvabiliteit van 11,4% acceptabel. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen.
Een kengetal groter dan nihil duidt op structurele ruimte.
Pagina 41 Jaarstukken 2023 BSGR 3.3.2 Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het treasurybeheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut. Het Treasurystatuut is in 2021 geactualiseerd naar aanleiding van de wijziging van huisbankier en de gemiddelde rating en in de vergadering van 17 november 2021 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het Treasurystatuut zijn tevens de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven. Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Krediet- (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koers-, valuta- en debiteurenrisico’s worden niet gelopen. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR zijn uitermate inzichtelijk.
De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom binnen de BSGR zijn strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier en daaraan gekoppeld, vanwege het schatkistbankieren, op twee rekeningen courant bij het agentschap van het Ministerie van Financiën. Kasgeldlimiet en renterisiconorm De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden. In 2023 is, net als in de voorgaande jaren, geen gebruik gemaakt van kortlopende of langlopende financiering. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren moet de BSGR een rekening-courant bij de Schatkist aanhouden waar de overtollige middelen op worden gestort. Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden.
De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met de Schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze in de Schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt voor 2023 2,0% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000K. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht. 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Totaal x € 1.000 2023 2023 2023 2023 2023 Drempelbedrag Drempelbedrag 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 Gemiddeld werkelijk 0 0 0 0 0 Verschil 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000
Pagina 42 Jaarstukken 2023 BSGR Huisbankier ING Bank is vanaf 1 januari 2016 de huisbankier. EMU-saldo Als gevolg van de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Dit maximale tekort van 3% van Nederland geldt ook voor de decentrale overheden. Aangezien er sprake is van een positief saldo draagt de BSGR in gunstige zin bij aan het EMU-saldo van de decentrale overheden. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: EMU saldo 2023 Omschrijving 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo
Realisatie 2023 Begroting 2023 Realisatie 2022 665 415 155 208 208 232 -
-
-528
873
623
-141
3.3.3 Prognose EMU-saldo Conform de artikelen 3 en 4 BBV onderstaand een meerjarige doorwerking van het EMU saldo, welke gebaseerd is op de begroting 2024 - 2027. 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten
665 208
415 208
Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 162 149 266 164
-
-
100-
Saldo
873
623
Omschrijving
Realisatie 2023
Begroting 2023
Begroting 2024
62
-
700-
-
149
-434
164
3.3.4 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Toenemende vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt dwingt de BSGR om de mogelijkheden voor schaalvergroting te onderzoeken. Personeel met kennis van lokale belastingen wordt landelijk meer en meer een schaars goed, waarbij de uitstroom van kennis als gevolg van de vergrijzing de continuïteit van belastingorganisaties onder druk zet. Gekwalificeerde medewerkers zijn schaars en lastig te binden aan de organisatie. Dit is ook terug te zien in de in- en uitstroom van personeel in 2023. Met name bij grotere organisaties liggen de salarissen hoger en zijn er meer doorgroei mogelijkheden. Dit jaar heeft de BSGR 9 medewerkers weten aan te trekken, 15 medewerkers hebben daarentegen de organisatie verlaten. Hiervan zijn 4 medewerkers met (vroeg) pensioen gegaan. Van een aantal
Pagina 43 Jaarstukken 2023 BSGR medewerkers dat uit dienst is getreden is bekend dat zij zich financieel aanzienlijk hebben verbeterd. Het verlooppercentage komt hiermee uit op 14,5%. Het gemiddelde in Nederland ligt op ongeveer 17,0%. Het bezettingsoverzicht inclusief per eind december 2023 is als volgt: Afdeling
Formele formatie 1-1-2023
Bezetting (fte) 31-12-2023
Aantal medewerker 31-12-2023
FTE ingevuld d.m.v. inhuur 31-12-2023
Heffen
31,2
31,94
42
7,50
Informatie & Inning
26,6
21,61
26
1,11
Waarderen Directie en Bedrijfsvoering
49,5
50,44
57
10,69
11,65
7,65
9
0,34
Totalen
118,95
111,64
134
19,64
De inhuur bij de afdeling Heffen betreft tevens Applicatiebeheer. Het aantal inhuur medewerkers is 31. Hiermee komt het aantal medewerkers in dienst bij de BSGR op 103. Dit zijn medewerkers met een vasten tijdelijk contract. Vanaf eind 2023 is een start gemaakt met het werven en opleiden van eigen applicatiebeheerders, zodat op termijn de inhuur kan worden afgebouwd. Flankerend beleid De bestemmingsreserve Flankerend beleid is in de jaarrekening 2022 vrijgevallen en hiermee opgehouden te bestaan. In 2023 is er derhalve geen Flankerend beleid meer. Hybride werken Het hybride werken heeft inmiddels een vaste plek gekregen binnen de BSGR. Hierbij is veel ruimte voor de voorkeur van de medewerkers en kunnen afspraken op maat worden gemaakt. Om de sociale verbindingen te houden met de BSGR en de collega’s zijn er vaste afspraken gemaakt om op kantoor ‘face to face’ informatie uit te wisselen. In deze situatie zijn medewerkers van een afdeling of team op een vaste dag op kantoor. In het geval van nieuwe medewerkers wordt het hybride werken voorafgegaan door een periode van inwerken op kantoor. Pas als de medewerker zelfstandig zijn werkzaamheden kan uitvoeren komt de medewerker in aanmerking om hybride te werken. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim over 2023 bedraagt 4,29%.
Dit ligt onder het landelijk gemiddelde, tot en met het 3e kwartaal 2023 bedroeg dit 4,8%, en zelfs fors onder het gemiddelde van het openbaar bestuur. Dit bedroeg in het 1e kwartaal 6,6%, het 2e kwartaal 5,6% en het 3e kwartaal 5,5%. De 4e kwartaalcijfers zijn bij het opstellen van deze jaarrekening nog niet bekend. Ook de meldingsfrequentie is gedaald van 1,3 naar 1,04. Afdeling Heffen Informatie & Inning Waarderen Directie en Bedrijfsvoering Totaal
Ziekteverzuim % tot en met 31 december 2023 5,60% 6,58% 2,33% 3,61% 4,29%
Meldingsfrequentie Ziekteverzuim % tot en met 31 tot en met 31 december 2023 december 2022 0,80 9,28% 1,07 3,58% 1,14 2,47% 1,26 3,49% 1,04 4,75%
Meldingsfrequentie tot en met 31 december 2022 1,39 1,40 1,24 1,33 1,33
Klachten Op basis van de Klachtenregeling BSGR is er sprake van een klacht indien men vindt dat men door (één van de medewerkers van) de BSGR verkeerd is behandeld, of als men foutief is geïnformeerd vanuit de BSGR. Klachten kunnen op verschillende wijzen naar de BSGR worden geuit: • telefonisch, • schriftelijk, middels een fysieke brief of via de mail. Daarnaast kunnen klachten ook via de afzonderlijke deelnemers bij de BSGR aanhangig worden gemaakt.
Pagina 44 Jaarstukken 2023 BSGR Was er in de voorgaande jaren sprake van een gestage afname van het aantal klachten en dan met name van gegronde klachten, in 2023 is het aantal ingekomen klachten weer aanzienlijk opgelopen. De voornaamste reden daarvan is de slechte bereikbaarheid geweest van de BSGR als gevolg van de migratie en de nasleep daarvan (wegwerken achterstanden).
Jaar 2019 2020 2021 2022 2023
Reacties 44 43 51 51 79
Klachten 29 21 26 15 48
Gegrond 18 11 11 5 24
Het totaal aantal reacties (79) geeft wel een enigszins vertekend beeld, omdat een deel van de reacties afkomstig is van de groep zogenaamde ‘autonomen’ (daarbij zijn herhalingsbrieven c.q. aanvullingen vanuit deze groep al uit het totale aantal reacties gefilterd). Verder zaten hier ook bijvoorbeeld gewoon vragen c.q. bezwaarschriften bij en een klacht die betrekking had op een deelnemer. Klachten die deels of geheel gegrond zijn verklaard, hadden betrekking op: • De slechte bereikbaarheid van de BSGR, zowel telefonisch als digitaal. • Het gelijktijdig opleggen van belastingaanslagen over meerdere jaren, zonder enige nadere verklaring. • Het uitblijven van een inhoudelijke reactie op een brief. • Het niet nakomen van de toezegging om te worden teruggebeld • Het niet registeren van een betalingsregeling in de administratie van de BSGR. • Het foutief verwerken van een verhuizing, waardoor opnieuw een aanslag werd opgelegd. • Het overschrijden van de afdoeningstermijn van een bezwaarschrift zonder dit te communiceren. • Het door verschillende medewerkers verstrekken van tegenstrijdige informatie. • Het uitblijven van een WOZ-beschikking 2023, waarvan bij navraag een onduidelijke opgaaf van reden werd gegeven.
Pagina 45 Jaarstukken 2023 BSGR Externe klachtafhandeling Indien men het niet eens is met de wijze waarop een klacht is afgedaan door de BSGR, dan kan men zich wenden tot de Nationale ombudsman. In 2023 zijn er door de Nationale ombudsman vijf dossiers aangekaart bij de BSGR. Twee dossiers had betrekking op een, ook na daartoe ingediend beroep, afgewezen kwijtscheldingsverzoek. Deze afwijzingen zijn ook na de interventie vanuit de Nationale ombudsman door de BSGR gehandhaafd. De drie overige zaken werden, zonder dat de klacht eerder bij de BSGR was ingediend, rechtstreeks bij de Nationale ombudsman aanhangig gemaakt. Deze zijn alsnog in de klachtprocedure bij de BSGR betrokken. In twee gevallen waren de door de betreffende belanghebbenden aangekaarte klachten gegrond. Algemene informatie rechtmatigheid Gewijzigde wetgeving (verwachting bekrachtiging in 2024) zal ervoor zorgen dat niet de accountant maar het Dagelijks Bestuur degene wordt die verantwoording aflegt over de (financiële) rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Dit zal het Dagelijks Bestuur doen in de vorm van een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening specifiek gericht op het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium. De accountant zal vervolgens de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid controleren.
Om te kunnen komen tot een rechtmatigheidsverantwoording is het bestuur verplicht om zorg te dragen voor de toetsing van de rechtmatigheid van het financiële beheer. Deze toetsing vindt bij BSGR plaats middels een verbijzonderde interne controle op de bedrijfsprocessen binnen BSGR. BSGR heeft dit jaar werkzaamheden uitgevoerd, gericht op het zelf afgeven van een rechtmatigheidsverantwoording door het bestuur. Op 23 februari 2023 is hiervoor door het bestuur het normenkader 2023 vastgesteld inclusief het VIC plan 2023. De verantwoordingsgrens voor bevindingen volgend uit de werkzaamheden is bepaald op 1% van de totale lasten van BSGR, inclusief de toevoegingen aan de reserves. Rechtmatigheidsverantwoording BSGR 2023 De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruikcriterium. Hieronder zal per criterium een toelichting worden gegeven: Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting 2023; dit is de gewijzigde begroting december 2023. Uit de analyse van baten en lasten op programma niveau blijkt dat er in de realisatie 2023 geen overschrijdingen zijn ten opzichte van de gewijzigde begroting december 2023. Wel zijn er op programma niveau onderschrijdingen zichtbaar.
Deze onderschrijdingen tellen echter niet mee als onrechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording. In onderstaand overzicht worden de afwijkingen t.b.v. de rechtmatigheid op programma niveau weergegeven:
Pagina 46 Jaarstukken 2023 BSGR Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Zoals in het gecommuniceerde en vastgestelde normenkader 2023 en controleplan 2023 is opgenomen, zijn hierop werkzaamheden uitgevoerd op de Europese aanbestedingen. Er is een integrale check uitgevoerd op crediteuren met een uitgaaf van meer dan € 200.000 in de afgelopen 4 jaar en of een uitgaaf van meer dan € 50.000 in 2023. Hierop is bij de VIC werkzaamheden over boekjaar 2023 in het proces Inkoop & Aanbesteding voor één Europees aanbestede dienst (accountantsdiensten) een kleine overschrijding geconstateerd ten opzichte van de contractuele voorwaarden. Dit bedrag zit echter onder de rapportagegrens ad € 14K. Het bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens (afwijking is niet materieel). Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In de gemeenschappelijke regeling zijn er diverse regelingen waarvan misbruik te maken is door de gebruikers (burgers en bedrijven).
Deze regelingen bevinden zich voornamelijk in de volgende processen: personeel, inkoop, aanbesteding, betalingsverkeer, afsluitproces, treasury en IT-omgeving. Op hoofdlijnen kan fraude in drie categorieën worden ingedeeld, deze categorieën sluiten elkaar niet uit: ➢ oneigenlijke toe-eigening van activa: het stelen of misbruiken van middelen (bijv. geldmiddelen, voorraden of andere activa) van de organisatie; ➢ frauduleuze financiële verslaggeving: het manipuleren van bedragen of toelichtingen in de financiële overzichten om de gebruikers van de financiële overzichten te misleiden; en ➢ corruptie: dit heeft met name betrekking op omkoping en belangenverstrengeling, waarbij BSGR (financieel) wordt benadeeld. Vanuit de Verbijzonderde interne controle (VIC) is gebleken dat er voldoende maatregelen zijn getroffen om misbruik te voorkomen. Ook zijn er geen aanwijzingen dat misbruik heeft plaatsgevonden. In 2023 zijn het dagelijks bestuur geen gevallen van fraude bekend geworden. De VIC jaareinde rapportage 2023 is / wordt behandeld in de vergaderingen van het dagelijks- en algemeen bestuur in de maanden maart en april 2024.