CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2469 Aanbiedingsbrief dd 19-04-2024 ODWH Kadernota, concept jaarverslag en concept accountantsverslag (incl. bijlagen)

Gemeenteraad Voorschoten 23 mei 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Brief van instelling / burger26.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Van: Bijlagen:

GriffieVS AB 20240311 4a Kadernota 2025.pdf; Concept Jaarverslag 2023.pdf; DB 20240325 4b Concept accountantsverslag 2023 ODWH.pdf

Van: Verzonden: vrijdag 19 april 2024 15:19 Aan: CC: Onderwerp: Algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening Geachte heer/mevrouw, Conform de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (artikel 58b) stuurt het dagelijks bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening voor 30 april aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten van de deelnemende provincie. Om hieraan uitvoering te geven ontvangt u hierbij de definitieve Kadernota 2025 (vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 11 maart 2024) en het Jaarverslag 2023 inclusief het accountantsverslag (als concept behandeld in de vergadering van het dagelijks bestuur op 25 maart 2024). Met vriendelijke groet, Bestuursadviseur

Omgevingsdienst West-Holland www.odwh.nl Werkdagen: maandag, dinsdag en donderdag

1

KADERNOTA 2025

Versie: 1.1 Datum: 31 januari 2024

1

2

Voorwoord Voor u ligt de Kadernota voor het jaar 2025. De afgelopen jaren stonden voor Omgevingsdienst WestHolland in het teken van verandering en doorontwikkeling. Inmiddels heeft de organisatie zijn basis op orde en is het accent aan het verschuiven naar verdere verbetering en doorontwikkeling. Die doorontwikkeling zal langs lijnen verlopen die in het afgelopen jaar in het kader van de Strategie voor de periode 2024-2035 zijn uitgezet. Uiteraard zullen de ontwikkelingen die vanuit de robuustheidsdiscussie op ons af komen daarmee worden gecombineerd. Gelukkig wijzen beide in dezelfde richting en betekent het vooral afstemmen en prioriteren: het zijn ontwikkelingen die ons als dienst in staat stellen blijvend bij te dragen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in uw gemeente en provincie. Er gebeurt heel veel in de wereld om ons heen, en sommige ontwikkelingen hebben invloed op ons werk. De aanhoudende energiecrisis en klimaat effecten, migratie en tekorten op de arbeidsmarkt zorgen voor uitdagingen. Wij proberen als dienst zo goed mogelijk met alle schuivende panelen om te gaan. In de wereld van de omgevingsdiensten gebeurt ook van alles. Het IBP-VTH, het rijksprogramma ter verbetering van de kwaliteit van de omgeving(sdiensten), begint merkbaar invloed te krijgen. Het moeten voldoen aan nieuwe criteria van Robuustheid is in volle gang.

Nu stelt de dienst, net als alle andere diensten in Zuid-Holland, een Plan van Aanpak Robuustheid op. Waar mogelijk werken de diensten samen: aan gezamenlijke thema’s, maar ook omdat het gemakkelijker is om samen robuust te worden. En samen robuust te blijven: dat vraagt om versterking en borging van de samenwerking op langere termijn. Voor het robuust worden loopt een traject van april 2024 tot april 2026: dat wordt zeer bepalend voor 2025. Dit traject interfereert met de lijnen die we zelf aan het uitzetten waren, in het kader van onze langetermijn-strategie. We gaan beide goed met elkaar combineren: nemen daar nu even iets meer tijd voor om straks met een beter onderbouwd verhaal te kunnen komen. Zowel inhoudelijk als op het gebied van bedrijfsvoering staat dus het nodige te gebeuren. Dat is goed: het houdt ons scherp en maakt het werken bij de dienst inspirerend en aantrekkelijk!

Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland

Bedankt voor je mail. Ik heb er even over nagedacht en kan me vinden in je voorstel. Het lijkt mij, gezien de ontwikkelingen rond de robuustheid, verdedigbaar om de inhoudelijke prioriteiten en strategie ditmaal te verwerken in de begroting, i.p.v. de kaderbrief. Ik wil wel voorkomen dat e.e.a. tot onbegrip leidt. Daarvoor acht ik het wenselijk om in de Kaderbrief wel alvast enkele inhoudelijke toelichting en vooruitzichten te schetsen: waar komen we vandaan, waar bewegen we naartoe en hoe verhoudt dit zich tot het traject Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

3 INLEIDING BELEIDSKADER De Nota Planning & Control vormt de basis voor de planning- en controlcyclus van de dienst, waarvan deze Kadernota onderdeel uitmaakt. Het algemeen bestuur heeft op 31 oktober 2023 besloten de Nota Planning & Control 2020-2023, na eerdere verlenging met een jaar, met nog eens drie jaar te verlengen tot en met het jaar 2027. De planning- en controlcyclus start jaarlijks met het vaststellen van een Kadernota; deze Kadernota bestaat uit beleidsinhoudelijke en financiële kaders. Na goedkeuring door het algemeen bestuur op 11 maart 2024 dient de Kadernota als basis voor de Begroting 2025, die in februari-maart 2024 wordt opgesteld en 25 maart 2024 in concept wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur. Vervolgens wordt de begroting voor zienswijzen voorgelegd aan de raden en staten van de deelnemers. Het algemeen bestuur neemt op 8 juli 2024 een definitief besluit over de Begroting 2025.

UITZONDERLIJKE SITUATIE In 2023 heeft de dienst gewerkt aan een nieuwe lange termijn strategie voor de dienst, de Strategie 20242035. Deze Strategie is gestoeld op drie belangrijke pijlers, die elk een eigen doorontwikkeling in de komende jaren behoeven: Basistaken, Plustaken en Bedrijfsvoering. Van deze Strategie 2024-2035 was al een vertaling gemaakt naar deze Kadernota, om richting te geven aan de ontwikkeling en inzet van de dienst in 2025. Parallel aan dit traject is medio 2023 de discussie over de robuustheid van omgevingsdiensten gestart. Begin oktober 2023 hebben wij als dienst de checklist Robuustheid ingediend bij het ministerie van I&W; op basis van de checklist heeft de dienst geconcludeerd nog niet op alle elementen robuust te zijn, maar dat dit op basis van een goede aanpak op of vóór 1 april 2026 wel het geval moet kunnen zijn. Op 19 december 2023 heeft de dienst een brief ontvangen van I&W waarin is aangegeven dat er geen nadere vragen zijn naar aanleiding van de ingeleverde checklist en dat het ministerie het Plan van Aanpak Robuustheid van de dienst uiterlijk 1 april 2024 tegemoet ziet. Het opstellen van het Plan van Aanpak Robuustheid doorkruist de afronding van de Strategie 2024-2035 zowel inhoudelijk als qua planning.

Inhoudelijk, omdat basis- en plustaken anders verdeeld worden (milieu gerelateerde plustaken tellen nu mee voor de robuustheid; overigens is dat voor de robuustheid van de dienst zeker niet ongunstig); qua planning omdat het Plan van Aanpak Robuustheid prioriteit eist en een hele krappe planning kent (anders dan de checklist Robuustheid vereist het Plan van Aanpak Robuustheid een besluit van het algemeen bestuur). Maar het goede nieuws is dat de Strategie 2024-2035 en de Aanpak Robuustheid allebei gaan over het versterken en verbeteren van de dienst, en zich prima laten combineren. Alleen is dat laatste in de tijd gezien even ingewikkeld. De dienst tracht dit als volgt op te lossen: o Deze Kadernota 2025 kent, naast de gebruikelijke Algemene Financiële Uitgangspunten, al wel ook Beleidsmatige Uitgangspunten, geënt op de uitgangspunten voor de Strategie 2024-2035. o Afzonderlijk wordt het Plan van Aanpak Robuustheid opgesteld. o Bij de Begroting 2025 zal een uitgebreidere toelichting komen, met name voor wat betreft de koppeling van financiële uitgangspunten voor de robuustheid en de gevolgen daarvan voor de opbouw van de Begroting 2025. o Het Plan van Aanpak Robuustheid zal worden geïntegreerd in een aangepaste Strategie 2024-2035.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

4 BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN BASISTAKEN OF ROBUUSTE TAKEN? Onze kernverantwoordelijkheden omvatten voornamelijk milieutaken, vastgelegd in de afspraken tussen IPO en VNG, die door omgevingsdiensten op regionaal niveau worden uitgevoerd. Deze taken, voortkomend uit de commissie Mans en gericht op herziening van het handhavingsstelsel voor VROMregelgeving, betreffen bovenlokale, complexe en provinciale milieuzaken. De bundeling van kennis door deze afspraken heeft de kwaliteit van onze taakuitoefening verbeterd. Na evaluatie in 2021 heeft de commissie Van Aartsen aanbevelingen gedaan over de robuustheid, onafhankelijke positie en financiering van omgevingsdiensten. Deze aanbevelingen zijn geïntegreerd in het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP). Via een SPUK-regeling heeft het Ministerie van I&W incidentele middelen verstrekt voor de uitwerking van deze aanbevelingen in 2022, 2023 en 2024, om bij te dragen aan verbeteringen binnen onze dienst. Daarnaast zijn criteria, randvoorwaarden en kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) ontwikkeld om de robuustheid van de diensten te beoordelen. Op basis van de scores op deze kpi’s dient iedere omgevingsdienst vóór 1 april 2024 een plan van aanpak ter verbetering van de robuustheid van de dienst te maken en in te brengen bij het ministerie van I&W.

Dit plan dient van 1 april 2024 tot 1 april 2026 te worden uitgevoerd, en te leiden tot een dienst die zelfstandig voldoet aan alle robuustheidscriteria. Het plan van aanpak wordt momenteel opgesteld, en omvat actiepunten op alle verschillende kpi’s en randvoorwaarden; er wordt een innovatieagenda opgesteld met bijbehorend budget, de administratie wordt aangepast voor een heldere relatie tussen werk, personeel en financiële middelen, onze werkwijze wordt ook meer informatie-gestuurd en de investeringen in het ontwikkelen, opleiden en werven van medewerkers worden geoptimaliseerd. Parallel aan het traject rond de adviezen van Van Aartsen hebben de vijf Zuid-Hollandse diensten in opdracht van de provincie een samenwerkingsprogramma opgesteld. Het resultaat is een verbreding en een verdieping van de beschikbare denk- en ontwikkelingskracht bij de betrokken diensten. Ook in 2025 zal deze samenwerking verder worden uitgebouwd met thema’s die aansluiten bij het IBP en bijdragen aan de (gezamenlijke) robuustheid van de diensten in Zuid-Holland.

Het gaat hierbij, naast gericht collegiaal samenwerken op werkvelden waar we afzonderlijk onvoldoende kwaliteit kunnen bereiken, in elk geval om de thema’s informatievoorziening en digitalisering, het verbeteren van onze gezamenlijke positie op de arbeidsmarkt, een betere afstemming tussen straf- en bestuursrecht en het uitbouwen van de kennisuitwisseling.

2025 Robuustheid is geen doel op zich, maar gaat hand in hand met doelstellingen op het gebied van kwaliteit. In 2025 willen wij daarom voor wat betreft de basistaken inzetten op uitbouw en veelzijdiger benutting van onze onderliggende kennissystemen en het verder inregelen van veranderingen die mede als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zijn opgetreden: o verder inregelen van het werken met het Digitaal Stelsel Omgevingswet en komen tot vastgelegde (werk)afspraken; o operationeel maken van de Altijd Actuele Digitale Vergunning; o opzetten en uitbouwen van het Datalab; o verder ontwikkelen van het Administratief Toezicht als gezamenlijk project van de vijf ZuidHollandse omgevingsdiensten o doorontwikkelen van integrale advisering op basis van de ervaringen met de Omgevingswet Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

5 o o

o o o

in samenwerking met andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten komen tot uniforme rapportages over de kwaliteitscriteria VTH; het aan de hand van de kaders aangegeven in Omgevingsplannen en de beschikbaar gestelde budgetten verder inregelen van de uitvoering van de bodemtaken. Daarbij ruimte houden voor lokaal maatwerk; het opstellen van een Uitvoeringsagenda grondwatersaneringen; extra inzet op het beleidskader voor en de uitvoering van VTH-voorschriften die de energietransitie bevorderen; het netwerk binnen de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten benutten om via best practices verdere verbeterslagen te maken.

PLUSTAKEN Naast de taken van de package deal voert onze dienst nog andere taken uit, die sterk worden beïnvloed door de programma's van onze deelnemers. In het coalitieakkoord "Krachtig Zuid-Holland" (2023-2027) benadrukt de provincie haar streven naar hoogwaardige uitvoering van milieu- en groene taken door omgevingsdiensten. Uit diverse raads- en coalitieakkoorden van onze deelnemers blijkt een gezamenlijke focus op duurzaamheid, energietransitie en regionale samenwerking, met specifieke aandachtspunten per deelnemer. Onze dienstverlening voor deze extra taken richt zich op het versterken van lokale afweging en sturing. Hierbij ligt de nadruk op het benutten van innovatieruimte om onze deelnemers optimaal te ondersteunen. Werken aan een toekomstbestendige regio Het gebied van de dienst kenmerkt zich door uitersten: enerzijds stedelijke gebieden met grote ruimtelijke dynamiek, anderzijds landelijke gebieden, soms van grote natuurwaarde. Enerzijds de voelbare economische motor van Schiphol, anderzijds grote druk op de kwaliteit van de leefomgeving als gevolg van geluid en matige luchtkwaliteit. Over dit alles ligt ook nog eens een kennisinfrastructuur van wetenschapsinstituten in regio (universiteit Leiden, LUMC, Naturalis, Drone Valley, ESA/Estec). In dit gebied ruimtelijke of andere afwegingen maken is een complexe opgave.

Door Holland Rijnland is daarvoor een Regionale omgevingsagenda opgesteld als gebiedsgerichte uitwerking van de prioriteiten geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Groeiagenda Zuid-Holland. Al die uitersten brengen ook met zich mee dat juist in dit gebied overlap is van 3 verschillende NOVEX-programma’s: NOVEX Groene Hart, NOVEX Verstedelijkingsgebied Zuidelijke Randstad en NOVEX Schipholregio. De Regionale omgevingsagenda, opgesteld door Holland Rijnland, is de visie op hoofdlijnen hoe op integrale wijze alle ruimte-vragende functies een plek in de regio kunnen krijgen en de keuzes die daarbij moeten worden gemaakt. Werken aan landelijk gebied Wat betreft het landelijk gebied staat het Nationaal Programma Landelijk Gebied centraal. Om het landelijk gebied toekomstbestendig te ontwikkelen zijn in het kader van dit programma stikstof-, klimaat-, water- en natuurdoelen ruimtelijk uitgewerkt en vastgelegd in een gebiedsplan. Deze aanpak moet de verslechtering van Natura 2000-gebieden tegengaan en de natuur in goede staat krijgen én houden. De maatregelen die uit deze aanpak voortvloeien zullen effect hebben op onze werkzaamheden in het kader van bestemmingsplannen en op onze bouw- en milieutaken. Diverse uitspraken van de Raad van State hebben dat overigens nu al. Het natuuraspect in ons werk neemt toe in omvang en belang.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

6 Werken aan de planstructuur Omgevingswet De drie NOVEX-en en de Regionale Omgevingsagenda van Holland Rijnland moeten worden opgenomen in de nieuwe planstructuur van de Omgevingswet. Gemeenten hebben tot 2029 om beleidskeuzes te maken, wat resulteert in beslissingen op verschillende bestuurlijke niveaus met betrekking tot opgaven zoals: o de regionale woningbouwopgave o de verduurzaming van aanwezige bedrijvigheid o de transities in de landbouw o de versterking van het energienet o de verbetering van de leefbaarheid van de woonomgeving verhoogde zorg rond natuurbehoud en herstel van, onder andere, kwetsbare duingebieden Terwijl de Omgevingswet in meer lokale afwegingsruimte moet voorzien, passend bij lokaal beleid, zal deze afwegingsruimte met name via verschillende (bovenlokale) Uitvoeringsagenda’s inkleuring gaan krijgen. Werken aan ondermijning Ondermijning is de laatste jaren een belangrijk bestuurlijk thema vanwege de impact op de samenleving. Binnen verschillende taakgebieden van de dienst kunnen medewerkers situaties tegenkomen die verband houden met ondermijning. De dienst zet in op het signaleren van dergelijke omstandigheden en het doorgeven daarvan aan relevante partijen.

Hierbij wordt nauw samengewerkt met onder andere het Haags Economisch Interventie Team (HEIT), het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC), het Bestuurlijk Ondersteuningsteam (BOT), politie, Veiligheidsregio, Liander en gemeenten.

2025 De inzet vanuit onze dienst en daarmee de producten die wij leveren, zal van meerwaarde bij de omgevingszorg moeten zijn. Dit vereist niet alleen inzet op innovatie, maar ook oriëntatie op hoe het bijdraagt aan versterking van lokale afweging en sturing: o het vanuit de dienst actief betrokken zijn bij de uitwerking van de verschillende Uitvoeringsagenda’s dan wel onze deelnemers vanuit onze expertisegebieden ondersteunen bij hun inzet op deze agenda’s. Om een sterke inbreng vanuit de regio te kunnen geven, werken we nauw samen met Holland Rijnland en Hecht. o het in lijn met de meerjarige strategie het takenpakket van de dienst nader afstemmen op de ontwikkelingen die aan de hand van die Regionale omgevingsagenda in gang worden gezet. Daartoe brengen we de maatschappelijke opgaven in het werkgebied in kaart. o focus op energiebesparing en -opwekking bij bedrijven, met intensievere samenwerking met Holland Rijnland en het aanpakken van nieuwe thema's. o het benutten van de kansen uit de stelselwijzing rond de uitvoering van VTH-taken. Dit door de uitvoering van bouwtaken aan de hand van een verbeterde formule voor een grotere groep deelnemers aantrekkelijker te maken om af te nemen. o voor het behalen van doelen zoekt de regio verbreding, o.a.

door samenwerking met collegaomgevingsdiensten en andere regionale diensten zoals Holland Rijnland en Veiligheidsregio Hollands Midden. We streven naar zowel vaktechnische als bestuurlijke samenwerking en beleidsmatig gelijkgericht. o het ondersteunen van gemeenten in hun coördinerende rol bij het uitvoeren van integrale controles in relatie tot ondermijning.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

7 ORGANISATIE De acties rond de basis- en plustaken komen uitsluitend van de grond wanneer deze vanuit de bedrijfsvoering worden ondersteund. Dit door het bieden van structuur en het ook met bedrijfsvoering kunnen meebewegen met de ontwikkelingen waarop wij willen inzetten. Vanuit organisatie en bedrijfsvoering zal sturing moeten worden gegeven op die aspecten die van invloed zijn op onze positionering bij de lopende robuustheiddiscussies. Werken aan de arbeidsmarkt Ook voor onze dienst is het lastig vacatures te vervullen en naar verwachting blijft dit zo de komende jaren. Tijdens de behandeling van de jaarstukken van ODWH heeft de Provincie Zuid-Holland mede daarom aandacht gevraagd voor het zo veel mogelijk beperken van externe inhuur en in te zetten op HRM-beleid; participatiebanen, stages en een inclusieve organisatie. Met het medio 2023 gestarte programma: ‘HR in control’ zijn deze aandachtpunten inhoudelijk op een hoger plan gebracht en beter in de bedrijfsvoering geborgd. Vanaf 2025 worden aansluitende programma’s uitgerold. De Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hebben daarom ook een gezamenlijke arbeidsmarkt benaderingen opgezet onder de naam “De Betere Wereldbaan”. Een van de resultanten hiervan is het gezamenlijk opstarten van een traineeprogramma. In 2025 zal verder onderzocht worden op welke vlakken van de arbeidsmarkt de diensten nog meer kunnen samenwerken.

Werken aan informatievoorziening en datakwaliteit Is 2024 het jaar van het verbeteren van de datakwaliteit kunnen we zeggen dat 2025 het jaar is van de verdere ontwikkeling van de informatievoorziening. Het doel is om alle informatie, producten, rapporten en adviezen digitaal toegankelijk te maken via een kennisbank, gekoppeld aan systemen van ketenpartners. Bijzondere aandacht gaat uit naar de informatie-infrastructuur voor de altijd actuele digitale vergunning (AADV), de Wet Open Overheid (WOO), Basisregistratie Ondergrond (BRO) en het GEO/Gis-systeem. Deze ontwikkeling bouwt voort op het in 2022 gevestigde en versterkte fundament van de informatievoorziening. Werken aan cybersecurity Binnen de omgevingsdiensten neemt de inzet van ICT toe en wordt steeds meer data gedreven gewerkt. Dit betekent dat besluiten op data kunnen worden gebaseerd en daarmee is betrouwbare informatie cruciaal om de organisatie te laten functioneren. De bedrijfsvoering kan substantieel geschaad worden als knelpunten optreden in de informatievoorziening en/of -bescherming.

2025 De facilitaire onderdelen van de organisatie zijn meer dan ondersteunend. De inzet vanuit deze bedrijfsonderdelen moet de organisatie meer in samenhang brengen en stuurbaar maken. Dit geschiedt door: o het takenpakket van de dienst wordt in lijn met de meerjarige strategie afgestemd op de ontwikkelingen van de uitvoeringsagenda’s. Daarbij worden maatschappelijke opgaven in kaart gebracht en verkend welke specialismen nog ontwikkeld moeten worden om optimaal bij te dragen aan de realisering van de opgaven van de Regionale Omgevingsagenda. o het afronden van het programma naam toevoegen gericht op het binnen onze dienst verbeteren van de borging van de vereisten waaraan de dienst ingevolge de kwaliteitscriteria moet voldoen. o het voortzetten van het programma De betere wereldbaan gericht op het in samenwerking met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten verbeteren van onze gezamenlijke positie op de arbeidsmarkt.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

8 o o

het verschil in kosten tussen vaste medewerkers en ingehuurde medewerkers verder beperken door de inzet van ingehuurde medewerkers doeltreffender te maken. het inzichtelijk maken hoe met de informatieveiligheid binnen de omgevingsdienst wordt omgegaan en hoe hierover aan de deelnemers gaat worden gerapporteerd.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

9 ALGEMENE FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN INDEXERING In de nota Planning en Control is vastgelegd dat het uurtarief en de materiële budgetten van de deelnemers jaarlijks worden geïndexeerd volgens de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM), tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Sinds 2010 gebruiken gemeenten in de regio Hollands-Midden deze FKGRHM-richtlijn voor uniforme afspraken over indexering en algemene taakstellingen bij gemeenschappelijke regelingen. De Provincie Zuid-Holland neemt niet deel aan de FKGRHM-commissie en is niet verbonden met deze kaderstelling. In haar kaderbrief heeft de provincie lagere financiële kaders aangegeven voor de gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelneemt, vergeleken met de richtlijn van de commissie FKGRHM. Onderdeel Loon Materieel

Indexatiepercentage Provincie Zuid-Holland 4,90% 2,00%

Indexatiepercentage FKGRHM 11,10% 3,70%

Verschil - 6,20% - 1,70%

Het grote verschil tussen beide komt voort uit andere gekozen uitgangspunten gebaseerd op publicaties van het CPB, en de andere benadering van de commissie FKGRHM. Deze commissie streeft naar een waardevaste indexering, houdt rekening met ontwikkelingen in 2023 en 2024, en verwerkt deze in het uiteindelijke indexeringspercentage. De provincie doet dit niet of in mindere mate. Het algemeen bestuur beslist over het indexeringspercentage. Tot nu toe zijn wij, in lijn met voorgaande jaren, uitgegaan van het indexeringspercentage zoals vastgesteld door de commissie FKGRHM. De prijsindexatie voor 2025, na correctie voor 2023 en 2024, is 11,10% voor werknemersbeloning en 3,70% voor materiële kosten. Het gewogen gemiddelde, met 75% op personeelskosten en 25% op materiële kosten, resulteert in een indexeringspercentage van 9,25%.

TARIEF 2025 Uurtarief deelnemers In overeenstemming met de aangegeven indexering bedraagt het uurtarief voor 2024 € 114 voor alle deelnemers. De ontwikkeling van het uurtarief ziet er dan als volgt uit:

Begroting Uurtarief

2024 € 104,35

Indexering 9,25% € 9,65

2025 € 114,00

Overige tarieven De Omgevingsdienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt (Bip). Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een vergoeding per aanvraag. Het tarief laat de volgende ontwikkeling zien: Ontwikkeling tarief per aanvraag via Bip BIP Tarief per aanvraag

2023 € 44,16

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

2024 € 47,27

Indexering 9,25% € 4,37

2025 € 51,64

10 PRODUCTIVITEITSNORM Op basis van het dienstplan en de productiviteitsnorm wordt de benodigde formatie voor het begrotingsjaar bepaald. Dit wordt zoveel mogelijk ingevuld met vaste medewerkers en aangevuld met flexibele formatie (inhuur). Enkele jaren geleden hebben we onze productiviteitsnorm naar beneden bijgesteld van gemiddeld 1.500 naar gemiddeld 1.420 uur per jaar per volledige fte. Toen is al geconstateerd dat deze norm nog steeds hoger was dan de gemiddeld gebruikelijke norm voor organisaties zoals onze dienst. De productiviteitsnorm van 1.420 uur per jaar per volledige fte is mede door de ontwikkelingen in de cao (meer verlof) nu echt niet meer realistisch en haalbaar. Uit een scan van het bureau Seinstra over de begrotingen van de diversen omgevingsdiensten is gebleken dat de meeste omgevingsdiensten op een productiviteitsnorm zitten van gemiddeld 1.365 uur per volledige fte. Deze norm zien we ook terug in de handleiding overheidstarieven van het rijk. Het voorstel is dan ook om de productiviteitsnorm te verlagen naar 1.365 uur per volledige fte en deze aangepaste norm te verwerken in de Begroting 2025. In principe betekent een verlaging van de productiviteitsnorm een verhoging van het benodigde aantal fte om dezelfde hoeveelheid werk uit te kunnen voeren.

In de praktijk blijkt dit echter veel genuanceerder te liggen: omdat de productiviteitsnorm van 1.420 uur gemiddeld al jaren te hoog blijkt te zijn, wordt de flexibele schil van de dienst -en de daarbij behorende budgetten- ingezet om jaarlijks het Dienstplan te realiseren. In feite ontstaat er dus een capaciteitsprobleem dat wordt ingevuld met inhuur. Door het omlaag brengen van de productiviteitsnorm naar 1.365 uur per volledige fte zal de formatie hoger worden, kunnen meer mensen in dienst worden genomen en zal de aanvullende claim op de budgetten van de flexibele schil minder zijn. Er is dus sprake van ‘communicerende vaten’: waar de personeelslasten vaste formatie zullen stijgen, zal het budget flexibele schil minder belast worden. Uiteraard kunnen arbeidsmarktproblemen deze effecten beïnvloeden: ook schaarste aan medewerkers leidt tot inhuur. Het zelf opleiden van jonge mensen kan weer positieve effecten hebben. Ondanks het feit dat de personeelslasten voor de vaste formatie hoger worden, verwacht de dienst de wijziging van de productiviteitsnorm binnen de eerdergenoemde financiële kaders (indexering) te kunnen realiseren.

ONDERTEKENING Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland op 11 maart 2024,

De voorzitter,

De secretaris,

A.M. North

M.E. Krul-Seen

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

Jaarstukken 2023 15 april 2024

Inhoud Inhoud

1

1. Voorwoord en leeswijzer

3

2. Programmaverantwoording 2023 2.1. Programma Milieu 2.2. Programma Bodem 2.3. Programma omgevingsadvies 2.4. Programma Duurzaamheid 2.5. Programma Bouwen 2.6. Programma Randvoorwaardelijke Taken 2.7. Klanttevredenheid

6 6 8 10 12 13 15 16

3. Realisatie per deelnemer 2023 in uren

17

4. Paragrafen 4.1. Lokale heffingen 4.2. Weerstandsvermogen 4.2.1. Vrije ruimte in de algemene reserve 4.2.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.3. Financiële kengetallen 4.3. Onderhoud kapitaalgoederen 4.4. Financiering 4.5 Paragraaf Wet open overheid 4.5. Bedrijfsvoering 4.5.1 Personeel 4.5.2 Informatisering en automatisering 4.5.3 Planning & Control 4.5.4 Communicatie 4.6. Staat van investeringen 4.7 Begrotingsrechtmatigheid

18 18 18 18 18 19 20 20 21 22 22 22 23 23 24 24

5. Jaarrekening 2023 5.1. Balans per 31 december 2023 5.2. Toelichting op de balans 5.3. Niet uit de balans blijkende verplichtingen 5.4. Programmarekening 5.4.1. Exploitatieresultaat 5.5. Wet normering topinkomens

27 27 28 32 33 33 37

Rechtmatigheidsverantwoording Ondertekening

39 39

Bijlagen

40

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

1 / 52

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

2 / 52

1. Voorwoord en leeswijzer Ook 2023 was weer een bijzonder jaar… Tegen een achtergrond van internationale en nationale problematiek ondervond de dienst vooral de effecten van de adviezen van de Commissie Van Aartsen. Deze commissie heeft in 2021 met het rapport Om de Leefomgeving een kritische blik geworpen op het functioneren van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in het algemeen en van de omgevingsdiensten in het bijzonder. De tien aanbevelingen uit het rapport hebben hun nadere beslag kregen in het interbestuurlijk programma (IBP-VTH) om tot de nodige verbeteringen te komen. In zes pijlers worden diverse onderwerpen aangepakt. De meest merkbare voor de dienst was, naast de in november bij de dienst uitgevoerde visitatie, het onderzoeken van de mate van robuustheid van de dienst aan de hand van een door het ministerie van I&W opgestelde checklist. Dit was de opmaat voor een plan van aanpak Robuustheid, dat de dienst onlangs bij het ministerie heeft ingediend: de dienst streeft ernaar om op 1 april 2026 zelfstandig robuust te kunnen zijn. Het interbestuurlijk programma is een nadere impuls voor de samenwerking landelijk in Omgevingsdienst NL, maar zeker ook voor de samenwerking tussen de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. We bouwen operationeel onze samenwerking steeds verder uit en vinden elkaar steeds gemakkelijker.

Op basis van de nieuwe opdracht die we als directeuren van onze gezamenlijke bestuurders hebben gekregen zullen we onze gezamenlijke strategische visie nader vormgeven. We verwachten dat deze visie mooi zal aansluiten bij onze nieuwe Strategie voor de langere termijn (2035) die in 2024 zal worden afgerond. Hierin brengen wij onze ideeën voor de toekomst samen met die over innovatie, en leggen we de verbinding met de robuustheidsaanpak en het vervolg op de visitatie. Dat is een complex proces, maar vooral ook een unieke samenloop in de tijd en een fantastische kans! Ook 2023 was een jaar van kansen en bedreigingen… De interne reorganisatie, de doorkanteling naar een horizontale lijnorganisatie, is afgerond, met het benoemen van een nieuw MT en teamleiders voor de ca.15 nieuwgevormde teams. Op enkele na zijn alle teamleiders in de eigen organisatie gevonden; enkele zijn van buiten aangenomen. Doordat niet alle teamleidersfuncties full-time zijn, hebben we deze verandering nagenoeg kostenneutraal kunnen doorvoeren. De belangrijkste stap van de reorganisatie, het bieden van een ‘thuishaven’ aan de medewerkers, is daarmee gezet. Om het nieuwe management snel op volle kracht te krijgen is een start gemaakt met een managementopleiding, als opmaat voor een nader te ontwikkelen management-development traject.

De gemeente Noordwijk heeft aangekondigd het terughalen van alle bouwtaken te onderzoeken. Dit onderzoek zou in 2023 afgerond worden, maar is verlengd en loopt nog door. In het belang van de medewerkers hoopt de dienst dat er spoedig duidelijkheid komt. Ondertussen wordt er hoe dan ook doorgewerkt aan verbetering van de kwaliteit van (ook) deze dienstverlening. De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de daardoor noodzakelijke aanpassingen van onze gemeenschappelijke regeling leidde tot een aantal bijeffecten; vervangingsregels en quorumproblematiek voor het algemeen bestuur. Om die reden is een voorstel in procedure gebracht om het algemeen bestuur te wijzigen naar één lid per deelnemer. Dit beperkt de bestuurlijke drukte en voorkomt dat er niet vergaderd kan worden terwijl iedere deelnemer met één lid vertegenwoordigd is. Specifiek voor de jaarstukken 2023 geldt dat dit jaar voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording naast het rapport van de accountant is opgeleverd. Daarnaast zijn we uiteraard weer heel blij met de goedkeurende verklaring van de accountant: ook het compleet nieuwe team van onze hergecontracteerde accountant is tot een positieve conclusie gekomen. Daar zijn wij uiteraard erg blij mee! Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

3 / 52

Leeswijzer In hoofdstuk 2 treft u als eerste het jaarverslag van 2023 aan. Hierin wordt per programma verantwoording afgelegd, zowel inhoudelijk als financieel. In hoofdstuk 3 behandelen we op hoofdlijnen de resultaten en de reserves. Hoofdstuk 4 vervolgt met de paragrafen, met onder andere de actualisatie van de risico-inventarisatie. Vervolgens treft u de jaarrekening van 2023 aan in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk is de balans opgenomen met toelichting, en de overzichten van baten en lasten met de toelichtingen hierop. Daarna treft u diverse bijlagen aan (A t/m E) ter ondersteuning van het inzicht in de jaarrekening. De jaarstukken worden afgesloten met een controleverklaring van de accountant in bijlage F. Het jaarverslag en de jaarrekening van de dienst zijn opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV).

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

4 / 52

JAARVERSLAG 2023

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

5 / 52

2. Programmaverantwoording 2023 2.1. PROGRAMMA MILIEU Het programma Milieu controleert bedrijven op milieuwet- en regelgeving. We verlenen vergunningen, toetsen meldingen en controleren bedrijven op het naleven van de regels. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving

Basis begroting Werkplannen Offertes 2023 Actueel werkplan Realisatie Verschil 2023 2023 2023 2023 Uren x Tarief € 5.117.782 € 5.239.448 € - € 5.239.448 € 5.317.777 € 78.329 Materieel € 148.073 € 133.073 € - € 133.073 € 105.040 € -28.033 Totaal € 5.265.855 € 5.372.521 € - € 5.372.521 € 5.422.817 € 50.296 Uren 52.517 53.766 0 53.766 54.569 803

De teams van het programma Milieu besteden ongeveer 80% van hun tijd aan het beoordelen van milieuvergunningen en het controleren of bedrijven de milieuwet- en regelgeving naleven. Een enkele keer leidt dat tot handhaving. Daarnaast neemt de vraag vanuit de deelnemers naar advies rondom milieuvraagstukken toe. Met preventieve maatregelen en beleidsadvies proberen we milieuproblemen samen aan te pakken.

Toelichting Geluid Door het stijgen van de gasprijs hebben veel huishoudens en bedrijven ingezet op verduurzaming en worden er meer warmtepompen geïnstalleerd. Dit is een positieve ontwikkeling, maar warmtepompen kunnen ook geluidoverlast veroorzaken, we krijgen hier meer klachten en adviesvragen over. Afgelopen jaar hebben we 36 geluidmetingen uitgevoerd bij installaties zoals warmtepompen en airco’s. Geur Er waren dit jaar meer meldingen van geuroverlast. We onderzoeken vooral industriële geurhinder en horecainstallaties. Opvallend is de toename van geurklachten over ambachtelijke koffiebranderijen en bakkerijen in stadscentra. Het provinciale geurbeleid schrijft over het vaststellen van het acceptabel geurhinderniveau. Daarbij kunnen in verhouding dure geurmetingen een rol spelen. Deels blijft de geurbeleving subjectief. We behandelen de klachten en proberen zoveel mogelijk om in samenwerking met alle partijen tot een oplossing te komen. Dit vergt dan ook veel inzet van onze dienst. Administratief Toezicht Afvalstromen (AT-pool) In 2023 is onder regie van onze dienst het administratief toezicht bij afvalverwerkende bedrijven weer nieuw leven ingeblazen. Hierbij is samen met de provincie de samenwerking opgezocht met de andere 4 omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Dit heeft geleid tot een groot administratief onderzoek bij een landelijk opererend afvalverwerker.

Begin 2024 zal dit onderzoek afgerond zijn. Daarnaast heeft er discussie plaatsgevonden over hoe deze taak in Zuid-Holland versterkt kon worden. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een AT-pool en helaas niet tot een geconcentreerde taak bij ons.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

6 / 52

Ondermijning In multidisciplinaire samenwerking van gemeenten, politie, belastingdienst, RDW, douane, NVWH en andere toezichthoudende instanties bespreken we verdachte dossiers en participeren in integrale ondermijningscontroles. Bovendien werden we in 2023 regelmatig opgeroepen door de ondermijningsregisseur van de driehoek. Dit heeft in totaal tot 40 controles geleid. Vanaf april 2024 zal het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) opnieuw in werking treden. Hierdoor verwachten we volgend jaar een toename van het aantal uren op ondermijning. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Onder andere naar aanleiding van het PFAS-schandaal rond de chemische fabriek Chemours, heeft de Provincie onze dienst, net als alle 4 de andere Omgevingsdiensten, afgelopen jaar de opdracht gegeven om alle actuele vergunningen voor (potentiële) ZZS in kaart te brengen. Dit zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. In 2024 moeten er nieuwe vergunningsvoorschriften worden geschreven, vanaf 2025 gaan we deze toetsen. Bodem Energie Systeem (BES) De transitie naar een duurzame samenleving levert ook meer aanvragen voor BES vergunningen op. In 2022 was hier een zeer beperkte inzet op, maar afgelopen jaar zien we hier een forse toename. In 2024 verwachten we dat deze inzet nog verder zal toenemen.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

7 / 52

2.2. PROGRAMMA BODEM Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de primaire taken van het programma Bodem. Daarnaast informeren en adviseren we gemeenten en provincie vanuit onze expertise over landelijke en regionale vraagstukken. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving

Basis begroting Werkplannen Offertes 2023 Actueel werkplan Realisatie Verschil 2023 2023 2023 2023 Uren x Tarief € 1.499.073 € 1.555.302 € - € 1.555.302 € 1.401.682 € -153.620 Materieel € - € - € - € - € 28.855 € 28.855 Totaal € 1.499.073 € 1.555.302 € - € 1.555.302 € 1.430.537 € -124.765 Uren 15.383 15.960 0 15.960 14.384 -1.576

Het afgelopen jaar werden er minder vergunningen aangevraagd. We hebben 92% van de begrote uren gerealiseerd.

Toelichting Historische verontreinigingen We hebben veel inzet gepleegd op historische verontreinigingen op terreinen met lekkages en verontreinigingen met lood en PFAS. Het voormalige vliegkamp Valkenburg heeft al jaren onze aandacht. Voordat de bouw van een nieuwe woonwijk kan beginnen, moet de grond gesaneerd worden. Ons team houdt toezicht op de werkzaamheden. Nieuw: grondwatertaken Onder invloed van de Omgevingswet worden veel bodemtaken van de Provincie naar de gemeenten overgeheveld. Maar de grondwatertaken vallen niet onder de Omgevingswet en worden juist vanuit de Wet bodembescherming overgeheveld naar de Provincie. Die heeft hiervoor de Zuid-Hollandse verordening opgesteld, en hiermee is het een nieuwe taak geworden voor onze dienst. Onder de grondwatertaken valt de zorg voor grondwatersanering als de vervuiling van invloed kan zijn op de drinkwatervoorziening. Het afgelopen jaar hebben we de nieuwe taak voorbereid voor het interne systeem en volgden we scholing om de taak vanaf 2024 uit te voeren. Regionale Bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer We hebben de afgelopen jaren gewerkt aan de ontwikkeling van een regionale bodemkwaliteitskaart om op een snelle manier inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de grond in relatie tot de functie.

Met behulp van deze kaart kunnen deelnemers makkelijker (duurzaam) beleid opstellen voor het grensoverschrijdend toepassen van grond in de regio, en het zorgt voor een stuk minder administratie. De bodemkwaliteitskaart en bijbehorende nota bodembeheer zijn in 2023 door bijna alle deelnemers vastgesteld.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

8 / 52

Grondmonsters Vorig jaar lieten we bij sommige locaties van illegale gronddumpingen voor contra-expertise indicatieve grondmonsters nemen door externe bureaus. Inmiddels hebben we ons team zelf opgeleid waardoor we efficiënter kunnen werken. Bloembollenteelt Omdat we het als onze taak zien om meer preventief toezicht te houden hebben we een start gemaakt met het ontwikkelen van een handelingskader voor nieuwe bestrijdingsmiddelen. In onze regio betreft dat met name bestrijdingsmiddelen voor de bloembollenteelt.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

9 / 52

2.3. PROGRAMMA OMGEVINGSADVIES Onder Omgevingsadvies vallen alle adviesproducten die betrekking hebben op ruimtelijke ordening, zoals bouwplannen, bestemmingsplannen en gebiedsontwikkeling. Ook advisering over Schiphol en programma Omgevingswet horen bij Omgevingsadvies. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving

Basis begroting Werkplannen Offertes 2023 Actueel werkplan Realisatie Verschil 2023 2023 2023 2023 Uren x Tarief € 3.089.262 € 3.142.568 € 17.151 € 3.159.719 € 3.208.921 € 49.202 Materieel € 53.502 € 126.500 € - € 126.500 € 28.880 € -97.620 Totaal € 3.142.764 € 3.269.068 € 17.151 € 3.286.219 € 3.237.801 € -48.418 Uren 31.701 32.248 176 32.424 32.929 505

Het programma Omgevingsadvies heeft betrekking op alle vragen over de ruimtelijke omgeving; onder andere over bouwplannen, bestemmingsplannen, gebiedsontwikkeling en activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden. Daarnaast voeren we Schipholtaken uit en hebben we de Omgevingswet voorbereid. Afgelopen jaar is het aantal adviezen dat de dienst heeft verstrekt opnieuw gestegen. Van 1200 adviezen in 2022 tot 1820 in 2023. Op deelnemer-niveau zijn wel grote verschillen te zien, enkele deelnemers hebben meer adviesverzoeken ingediend, andere flink minder. De realisatie van de gegeven opdrachten in 2023 wordt per deelnemer teruggekoppeld.

Toelichting Ontwikkelingen met invloed op de resultaten Mede door de verbeterde interne informatievoorziening konden we efficiënter werken. Het zaaksysteem Powerbrowser en het vorig jaar geïmplementeerde Geoportaal zorgden voor een snelle en accurate verwerking van de meeste omgevingsadviezen. Dat is terug te zien in het resultaat. Er zijn flink meer adviezen verstrekt in minder tijd; 45% meer verzoeken en maar 1% meer uren. Dit vergde wel een forse inspanning waardoor de levertijd onder druk kwam te staan. Ook de implementatie van de Omgevingswet had invloed op het resultaat. In het laatste kwartaal van 2023 kwamen er nog veel ‘last-minute’ adviesverzoeken binnen voor bestemmingsplannen en akoestische onderzoeken. Andere ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op het resultaat is het feit dat we heel 2023 weer op locatie konden werken (na de beperkingen van corona) en de woningbouwopgave die veel deelnemers hebben. Schipholtaken De werkstructuur voor Schipholtaken is gelijk gebleven. We participeren in het dossier Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS), het Interbestuurlijk overleg en het cluster Zuidwest. Een belangrijke taak van onze secretaris is het opstellen van reacties voor de bestuurders. Ook leveren we ondersteuning in de regio bij het meten van vliegbewegingen en rapporteren eenmaal per jaar het geluidsniveau bij meetposten.

Omgevingswet Voor de Omgevingswet zijn veel werkzaamheden verricht. We hebben afspraken gemaakt met ketenpartners over adviestermijnen, de aanpak van het datasysteem en het heffen van leges. De mandaatregelingen en gemeentelijke regelingen zijn aangepast, en alle systemen werden getest. In november 2023 hebben wij samen met de gemeente Katwijk een ketentest georganiseerd, waarbij naast de andere gemeenten ook alle ketenpartners waren uitgenodigd Deze dag heeft mooie inzichten opgeleverd in relatie tot de samenwerking. Eind 2023 waren we klaar voor de invoering van de Omgevingswet. Dat betekent niet dat we verwachten dat de implementatie vlekkeloos gaat verlopen. We zijn realistisch genoeg om opstartproblemen te verwachten en we zullen -zeker in het begin van 2024- wel extra tijd nodig hebben om alles op de rit te krijgen.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

10 / 52

Inventarisatieproject Register Externe Veiligheid Vanuit het Rijk kwam afgelopen jaar de verplichting voor gemeenten en provincie om aan te sluiten op het nieuwe Register Externe Veiligheid (REV). In 2024 starten we daarvoor een inventarisatieproject om alle risicovolle bronnen, zoals gasflessen, propaantanks en gevaarlijke stoffen in kaart te brengen. Hiervoor hebben we 1 fte beschikbaar gemaakt.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

11 / 52

2.4. PROGRAMMA DUURZAAMHEID Het programma Duurzaamheid zorgt voor het uitwerken van de duurzaamheidsvisies van de deelnemers. Daarnaast fungeren we als kennisbank op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving

Basis begroting Werkplannen Offertes 2023 Actueel werkplan Realisatie Verschil 2023 2023 2023 2023 Uren x Tarief € 1.335.260 € 1.224.849 € 6.675 € 1.231.524 € 1.048.996 € -182.528 Materieel € 304.143 € 472.444 € 27.551 € 499.995 € 305.999 € -193.997 Totaal € 1.639.403 € 1.697.293 € 34.226 € 1.731.519 € 1.354.995 € -376.525 Uren 13.702 12.569 69 12.638 10.764 -1.873

Het programma Duurzaamheid levert input van de duurzaamheidsvisies van de deelnemers. We houden energietoezicht en fungeren als kennisbank op het gebied van grote opgaven zoals de energietransitie en de circulaire economie. Afgelopen jaar is binnen programma Duurzaamheid bijna 1900 uren minder uren gemaakt dan gepland in de werkplannen. Dit omdat zowel bij de deelnemers als bij ons niet voldoende bezetting was voor duurzame projecten. Daarnaast hoefde minder gehandhaafd te worden naar aanleiding van ons energietoezicht. De uren die we inzetten als trekker van twee werkgroepen ten behoeve van de RES-regio werden gefinancierd door de RES-regio Holland-Rijnland.

Toelichting Energietoezicht We kunnen zeggen dat het energietoezicht succesvol is geweest. Volgens schatting van de RVO moeten circa 2000 bedrijven voldoen aan de informatie- en energiebesparingsplicht. De meeste bedrijven voldoen aan de wettelijke verplichtingen of zorgden na beoordeling van de rapportages direct voor de nodige verbeteringen. Hierdoor kan opgemerkt worden dat het naleefgedrag bij energietoezicht voldoende was, zodat minder handhaving hoefde plaats te vinden; ook dit heeft invloed op de inzet van uren. Duurzaamheidsvisie Bij alles wat we doen, gaat duurzaamheid een steeds grotere rol spelen. Daarom maken we duurzaamheid onderdeel van de hele dienst en verankeren we het onderwerp in de strategievisie 2024-2035. Bijenlandschap De provincie Zuid-Holland heeft een ambitieuze doelstelling geformuleerd; in 2030 moet Zuid-Holland een aaneengesloten bijenlandschap zijn. Onze dienst heeft hierin aan aanjaagfunctie. We verwachten in 2024 weer een stap dichter bij de ambitieuze doelstelling te komen.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

12 / 52

2.5. PROGRAMMA BOUWEN Het programma Bouwen heeft als kerntaken de behandeling van vergunningen en toezicht en handhaving op bouw- en gebruiksactiviteiten. Ook het project Sanering wegverkeerslawaai en sloopmeldingen (asbest) maken onderdeel uit van het programma. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving

Basis begroting Werkplannen Offertes 2023 Actueel werkplan Realisatie Verschil 2023 2023 2023 2023 Uren x Tarief € 4.241.219 € 4.218.221 € - € 4.218.221 € 4.118.995 € -99.225 Materieel € 63.187 € 40.000 € - € 40.000 € 32.407 € -7.593 Totaal € 4.304.406 € 4.258.221 € - € 4.258.221 € 4.151.402 € -106.818 Uren 43.522 43.286 0 43.286 42.268 -1.018

De teams van het programma Bouwen behandelen bouwvergunningen en houden toezicht op bouw- en gebruiksactiviteiten. Ook gevelsanering en sloopmeldingen waarbij asbest betrokken is, maken onderdeel uit van het programma. Wij voeren de bouwtaken uit voor de provincie en voor de gemeente Noordwijk. In 2023 hebben we 98% van de begrote uren gerealiseerd.

Toelichting Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging (Wkb) Met de implementatie van de Omgevingswet in 2024 zal ook de Wkb stapsgewijs ingevoerd gaan worden. Dit nieuwe stelsel van kwaliteitsborging bij bouwprojecten heeft uiteraard invloed op de werkwijze van het programma Bouwen. We zullen vanaf 2024 te maken krijgen met de rapportages van externe kwaliteitsborgers. Het afgelopen jaar hebben we gebruikt om ons intern op de Wkb voor te bereiden, maar we verwachten dat het toezicht op de bouw en de handhaving, zeker in eerste instantie, meer tijd zal kosten. In het laatste kwartaal van 2023 - waarschijnlijk ook met het oog op de nieuwe wetgeving - werden er nog veel aanvragen voor omgevingsvergunningen ingediend. Asbest Het afgelopen jaar was er een voortzetting te zien van bedrijfsmatig gemelde asbestsaneringen waarop risicogericht toezicht is uitgevoerd.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

13 / 52

Stikstof Stikstofproblematiek en de ontwikkeling van Natura-2000 gebieden zorgen voor steeds meer maatwerk in de procedures rondom bouwvergunningen, en dat neemt meer tijd in beslag dan standaardprocedures. Bovendien zorgen (wets)wijzigingen en gerechtelijke uitspraken voor vertraging in de doorlooptijd van de vergunningsprocedure. Sanering wegverkeerslawaai Onder het project Sanering wegverkeerslawaai vallen 60 deelprojecten waarvan de deelnemers een gedetailleerd overzicht krijgen. De beschikbaarheid van adviesbureaus en aannemers om het werk uit te voeren blijft helaas de bottleneck in dit project. We hebben dit jaar weer een Europese aanbesteding gedaan voor adviesbureaus die gevelisolatieonderzoeken kunnen uitvoeren. De twee adviesbureaus die al voor ons werkten krijgen opnieuw een raamovereenkomst voor vier jaar. Er heeft zich helaas geen derde partij gemeld. Bouwtaken Voor de bouwtaken werken we conform de werkplannen. In 2023 hebben we 930 vergunningen en meldingen afgehandeld. Hierin is niet meegenomen de hausse aan aanvragen die aan het eind van 2023 zijn ingediend. De verwachting dat er aan het einde van het jaar extra aanvragen zijn ingediend als gevolg van de invoering van de Omgevingswet is uitgekomen. Het afdoen van vergunningen kost de vergunningverleners relatief veel (extra) tijd. Hierdoor is er een behoorlijke overschrijding van de uren t.o.v. de planning.

Inzet van extra uren zijn helaas onvermijdelijk, omdat gevraagde adviezen laat komen en van matige kwaliteit zijn, waardoor veel meer tijd moet worden gestoken in het maken van kwalitatief verantwoorde producten. Bouwloket In 2023 kwamen er veel vragen bij het Bouwloket binnen over de Omgevingswet en de Wkb. We constateerden dat er veel vragen gesteld werden over zaken die niets met bouwen te maken hadden maar waarvoor toch een oplossing werd gezocht. Daardoor was er een overschrijding van het aantal uren van 150%. Vanaf 2024 kan het Bouwloket niet meer rechtstreeks benaderd worden, maar komen vragenstellers eerst bij het Klant Contact Centrum van Noordwijk terecht. Bibob De Wet Bibob verruimt de mogelijkheden van gemeenten om zich te beschermen tegen het risico dat ze criminele activiteiten faciliteren. In 2023 hebben we 1600 uur aan Bibob onderzoek in Noordwijk besteed, met name aan het toetsen van omgevingsvergunningen bij bouwactiviteiten voor speciale inrichtingen of grote bouwsommen.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

14 / 52

2.6. PROGRAMMA RANDVOORWAARDELIJKE TAKEN Randvoorwaardelijke taken richt zich op een kwalitatief goede dienstverlening en verantwoording van de Omgevingsdienst. De taken worden uitgevoerd voor alle deelnemers en betreffen voorlichting, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, bestuurlijk overleg, coördinatie Wet Bibob en algemene juridische advisering. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving

Basis begroting Werkplannen Offertes 2023 Actueel werkplan Realisatie Verschil 2023 2023 2023 2023 Uren x Tarief € 2.258.794 € 2.270.975 € - € 2.270.975 € 2.148.117 € -122.858 Materieel € 179.618 € 179.618 € - € 179.618 € 71.626 € -107.992 Totaal € 2.438.412 € 2.450.593 € - € 2.450.593 € 2.219.743 € -230.849 Uren 43.522 43.286 0 43.286 42.268 -1.018

Randvoorwaardelijke taken richten zich op de algemene dienstverlening en verantwoording van onze dienst. De taken worden uitgevoerd voor alle deelnemers en betreffen voorlichting, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, bestuurlijk overleg, coördinatie Wet Bibob en algemene juridische advisering.

Toelichting Interbestuurlijke programma VTH Als opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen is er een Interbestuurlijke programma VTH (IBP VTH) opgestart met daarbij behorende financiering. Voor 2023 heeft dit programma beslag gelegd op onze medewerkers. Het vervangen van deze medewerkers door de flexibele schil bleek moeilijk gezien de huidige arbeidsmarkt. Dit tezamen heeft geleid tot een onderbesteding op dit programma. Dit betekent niet dat er geen resultaat is geboekt maar wel dat de daarmee gemoeide uren en kosten ten laste zijn gebracht van het IBP VTH. Omgevingswet (kennisontwikkeling) Na vijf keer te zijn uitgesteld is op 1 januari 2024 de Omgevingswet definitief in werking getreden. We hebben ons al sinds de Eerste Kamer in 2016 met de wet instemde, op de nieuwe wetgeving kunnen voorbereiden. Dit had als voordeel dat we enorm veel kennis hebben opgedaan en door middel van casussen de systemen (waaronder het DSO) uitgebreid hebben kunnen testen. Deze lange periode betekende echter ook dat een aantal medewerkers die opgeleid waren is inmiddels niet meer bij ons werkt en dat we extra opfriscursussen hebben moeten organiseren. Ook in 2023 hebben we een groot deel van de beschikbare uren voor kennisontwikkeling besteed aan de voorbereiding op de Omgevingswet, vaak in samenwerking met de andere vier omgevingsdiensten in de regio.

Gemeenschappelijke regeling Voor het bestuur werken we aan het actualiseren van de gemeenschappelijke regeling. Dit is nodig omdat de Wet gemeenschappelijke Regelingen is gewijzigd. De wijzigingen in de wet hebben als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden en Provinciale Staten in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Dit lange traject is vorig jaar opgestart en moet op 1 juli 2024 afgerond zijn. Visitatie Op 22 en 23 november is onze dienst bezocht door de visitatiecommissie. Dit tweejaarlijks onderzoek wordt gedaan door een commissie bestaande uit collega’s van andere omgevingsdiensten uit heel Nederland en heeft als doel het lerend vermogen te ontwikkelen. In de conceptbrief aan het management worden onder andere als sterke punten de financieel gezonde situatie van de dienst en de voortvarende doorkanteling

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

15 / 52

genoemd. Ook de kwaliteit van de dagelijkse werkzaamheden en onze cultuur van loyaliteit is opgevallen. Als aanbeveling wordt de ontwikkeling van de langetermijnvisie genoemd, een onderwerp waar we al voor het bezoek van de commissie mee aan de slag waren gegaan en wat inderdaad een hoge prioriteit heeft. Programma “IM in control” Het programma IM in control hebben we afgelopen jaar zeer succesvol afgerond (zie 4.5.2. Informatisering en automatisering). Doorkanteling Het hoofddoel van de organisatiedoorkanteling in 2023 was het versterken van de aandacht voor onze medewerkers. De herstructurering in teams bevordert kortere communicatielijnen en vergroot de betrokkenheid, waarop de reacties tot nu toe zeer positief zijn. Deze nieuwe opzet is tevens gericht op de toekomst, met als doel zowel bestaand als nieuw personeel beter te boeien en te binden. Het is een van onze strategieën om effectief om te gaan met de krapte op de arbeidsmarkt.

2.7. KLANTTEVREDENHEID In 2023 heeft de dienst de klanttevredenheid gemeten van afgeronde producten binnen de programma’s. Dit is uitgevoerd met het uitsturen van korte enquêtes. De contactpersoon van een zaak kon op de vragen over het product antwoorden met de mogelijkheden ‘zeer tevreden’, ‘tevreden’ of ‘ontevreden’.

Resultaten In 2023 zijn in totaal 700 enquêtes verstuurd waarbij 14% gereageerd heeft. Uit ervaring weten we dat tevreden contactpersonen vaak niet reageren omdat zij geen bijzonderheden te melden hebben. Van de respondenten in 2023 was 92% tevreden en zeer tevreden. Dit is zo goed als gelijk aan de resultaten in 2022. 8% gaf aan ontevreden te zijn.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

16 / 52

3. Realisatie per deelnemer 2023 in uren De tabel hieronder laat per deelnemer de realisatie van de uren zien.

In de bestuurlijke rapportage werd verwacht dat de begrote werkzaamheden niet volledig konden worden uitgevoerd vanwege personeelstekort. Uiteindelijk is 98% gerealiseerd, waarover opdrachtgevers zijn geïnformeerd en akkoord hebben gegeven. Meer details over de programmabesteding zijn te vinden in hoofdstuk 2. De afrekening met de deelnemers volgt de afspraken in de nota Planning en Control van de dienst (zie bijlage C voor toelichting op de eindafrekening). De programmarekening biedt beknopt de financiële verantwoording van het gerealiseerde beleid van de omgevingsdienst (zie hoofdstuk 5.4 Programmarekening).

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

17 / 52

4. Paragrafen 4.1. LOKALE HEFFINGEN De dienst heeft niet als taak lokale heffingen op te leggen. Deze taak ligt bij de deelnemende gemeenten.

4.2. WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de dienst in staat is tegenvallers/risico’s op te vangen.

4.2.1. Vrije ruimte in de algemene reserve Zoals vastgesteld in de nota Planning & Control dient de algemene reserve maximaal 5% van de omzet te bedragen. Met de algemene reserve (voor bestemming) kunnen de geïnventariseerde risico’s gedekt worden. Maximale omvang algemene reserve 2023

Vrije ruimte algemene reserve 2023 Bepaling vrije ruimte algemene reserve (in euro's) Algemene reserve 31-12-2023 Risico impact Vrije ruimte algemene reserve

€

2.206.191 -750.000 1.456.191

4.2.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de tabel hieronder worden alle risico's volledig geïnventariseerd, de verwachte omvang wordt ingeschat met beheersmaatregelen in overweging. Financiële impact wordt bepaald volgens de regels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, wat resulteert in de benodigde omvang van de algemene reserve. Beheersmaatregelen met een structureel effect zijn meegenomen in de financiële impact van de risico's, per risico staat de gekozen aanpak en het (structurele) effect vermeld. De bedragen zijn onderdeel van de eerdere risico-impactbepaling. Risico (x €1.000) S1. Prijsontwikkelingen niet gecompenseerd in de indexatie.

S2. S3.

S4.

Dwangsom bij te late beslissing (Wet dwangsom en beroep) Risico’s die voortvloeien uit rechtsgedingen als gevolg van handelen. Heeft de organisatie voldoende kritische massa om haar (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren (robuustheid).

Beheersmaatregel Accepteren: Bij de vaststelling wordt het indexcijfer van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen gebruikt, definitief vastgesteld door het Algemeen Bestuur in de kadernota. Accepteren: Termijnen om te beslissen worden nauwlettend bewaakt. Overdragen: Hiervoor is een standaard rechtsbijstands- en aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Verminderen: De dienst werft actief op de arbeidsmarkt via "Werken in het Westen" en digitale kanalen. De samenwerking "Betere Wereldbaan" bevordert de samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten.

Agendapunt 4 DB 25 maart 2024: Jaarverslag 2023 (2024032645V2)

Risico €0

klasse 75%

Impact €0

€0

5%

€0

€0

5%

€0

€ 700

50%

€ 350

18 / 52

Risico (x €1.000) I5. De implementatie van de omgevingsdienst is voltooid. We gaan ontdekken hoe hoog de risico’s zijn. S6. De dienst heeft te maken met een stuwmeer niet opgenomen verlofuren. S7. Ondanks de steeds toenemende automatiseringsgraad, ook in het kader van de diverse regelgevingen is het de vraag of de dienst in staat is om dit te realiseren. (Informatiseringskosten) In Noordwijk wordt onderzocht of de dienst haar bouwtaken terugneemt, wat risico's met zich meebrengt.

I8.

Beheersmaatregel Accepteren: In samenspraak met onze partners evalueren we de implementatie en waar nodig sturen we bij. Verminderen: De organisatie stuurt op het verminderen van de stuwmeren op een verantwoordelijke manier. Verminderen: Hoewel het huidige informatiseringsproject is afgerond, moeten we ons blijven aanpassen aan voortdurende veranderingen om de efficiëntie, effectiviteit en veiligheid van onze informatiesystemen te waarborgen en toekomstige uitdagingen en kansen te anticiperen. Overdragen: De nota Planning & Control voorziet in de situatie dat een deelnemer zijn takenpakket wilt terugnemen. Zij zullen dan frictiekosten dienen te betalen aan de dienst van 5x het aantal uren * geldend uurtarief.

Risico € 200

klasse 25%

Impact € 50

€ 400

75%

€ 300

€ 500

10%

€ 50

€0

75%

€0

Totaal risico impact •

€ 750

I = Incidenteel en S= structureel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=ffb2b4ae-d12f-48d7-9755-79e271a9de81