Wabo Beschikking OCI
Tekst van het document
Lucht en Geur In de laatste fase van het project wordt ook een fakkel geplaatst. Deze fakkel komt in werking wanneer de boil-off gas compressoren uitvallen of onvoldoende capaciteit hebben om een verhoogde overdruk af te voeren. Na plaatsen van de fakkel zal de bestaande noodscrubber buiten werking worden gesteld. Voor het ontwerp en het op de juiste wijze opereren van de fakkel hebben wij voorschriften aan de beschikking verbonden. Geur OTE heeft momenteel al diverse maatregelen getroffen om de emissie van ammoniak te reduceren. Zo wordt de verdringingslucht die vrijkomt bij het beladen van schepen en tankwagens naar een scrubber geleid en worden afgassen die ontstaan vanuit de opslag van ammoniak zoveel mogelijk teruggekoeld en teruggevoerd naar de opslagtanks. In de incidentele situatie waarbij er een (te) groot aanbod van afgassen ontstaat, worden deze afgassen naar een noodscrubber geleid. De emissie van de bestaande scrubbers is gereguleerd in de vigerende vergunning van 11 december 2019. Omdat er in de afgelopen jaren over OTE nooit geurklachten zijn ontvangen, zijn wij van mening dat bij toepassing van de aanwezige emissiereducerende maatregelen er onder normale bedrijfsomstandigheden geen sprake is van geurrelevante activiteiten. Aan de vigerende vergunning zijn dan ook geen voorschriften voor het aspect geur verbonden.
Na realisatie van de aangevraagde verandering zullen er geen extra emissiepunten bijkomen, er bestaat dan ook
Blad 68 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
geen reden om alsnog geurvoorschriften aan de vergunning te verbinden.
Luchtkwaliteit In Titel 5.2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grensen richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau, die wij als toetsingscriteria moeten hanteren. De inrichting emitteert een aantal stoffen waarvoor deze grenswaarden gelden: stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM2,5 en PM10). OTE heeft voor deze stoffen een immissietoets uitgevoerd. Deze is opgenomen in het bij de aanvraag gevoegde rapport “Luchtkwaliteitsonderzoek OTE Rotterdam”, van 29 maart 2023, definitief revisie 04, opgesteld door adviesbureau Anteagroup. Op grond van artikel 5.16, eerste lid van de Wet milieubeheer kan de vergunning alleen worden verleend, als aannemelijk gemaakt kan worden dat voldaan wordt aan (minimaal) één van de volgende criteria: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. er is - al dan niet per saldo - geen verslechtering van de luchtkwaliteit; c. de bijdrage aan de concentratie van een stof is ‘niet in betekenende mate' (NIBM); d. het project is genoemd of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Op basis van verspreidingsberekeningen concluderen wij dat wordt voldaan aan bovengenoemde criteria.
De luchtkwaliteit voldoet zodoende aan de grenswaarden opgenomen in Bijlage 2 van de Wet milieubeheer.
Afvalstoffen In het kader van de beoogde veranderingen worden geen extra afvalstromen verwacht. Tevens zal de hoeveelheid en kwaliteit van de afvalstromen niet wijzigingen ten opzichte van de reeds vergunde situatie.
Energie Door de realisatie van enkele nieuwe installatieonderdelen en het intensiever gebruiken van bestaande installatieonderdelen, zal de energieconsumptie toenemen ten opzichte van de vergunde situatie. De volgende nieuwe installaties zorgen voor een hogere energieconsumptie: compressoren t.b.v. het koelen van de ammoniakopslag in tank TK 1003; een nieuwe koeltoren en bijbehorende pomp en pomp P-1001 E/F/G voor het verladen van koude ammoniak. Deze installaties zijn uitgerust volgens de nieuwste stand der techniek.
Blad 69 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Van de bestaande installaties zorgt pomp P-1001 A/B/D voor het extra verladen van warme ammoniak voor een hogere energieconsumptie. Voor het verwarmen van ammoniak t.b.v. het verladen van warme ammoniak, wordt stoom van het bedrijf Kemira gebruikt. In de vigerende vergunning is voorgeschreven om onderzoek te doen naar de optimalisatie van de stoomgeneratie dat nodig is voor het verladen van warme ammoniak. De meest belovende optie uit dat onderzoek wordt uitgewerkt. De nadere uitwerking volgt in een separate aanvraag. OTE heeft conform voorschrift 6.4.1 verbonden aan de vigerende vergunning van 11 maart 2019 de verplichting om een energiebesparingsonderzoek uit te voeren met als doel om rendabele en technisch haalbare energie-efficiënte maatregelen te identificeren. Dit onderzoek moet vierjaarlijks worden herhaald. In dat onderzoek zullen ook de nu aangevraagde veranderingen moeten worden meegenomen. Daarnaast is OTE conform voorschrift 6.4.2 verplicht om een energie(uitvoerings)plan te overleggen aan het bevoegd gezag waarin ten minste alle rendabele maatregelen zijn aangegeven en het moment waarop deze zullen worden getroffen. OTE zal dit voorschrift uit de huidige vergunning ook toepassen op de gewijzigde situatie zoals in deze vergunning aanvraag beschreven.
Natuur(bescherming) Natura 2000-gebieden (Wet natuurbescherming) Wij toetsen of de bedrijfsactiviteiten geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen in Natura 2000-gebieden (artikelen 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming en artikel 2.2aa, onderdeel a van het Bor). Hierbij wordt gekeken naar de kwaliteit van de natuurlijke habitats en of de habitats van soorten kunnen verslechteren en/of dat er een significant verstorend effect op de soorten is. Daarbij kijken wij ook of er sprake is van bestaand gebruik of gebruik dat al is opgenomen in een beheerplan voor het Natura 2000-gebied. Er is sprake van bestaand gebruik als de activiteit al plaats vond voordat de betrokken gebieden onder de bescherming van de Europese Vogelrichtlijn of de Europese Habitatrichtlijn zijn gebracht. Voor dat gebruik is een vergunning in het kader van andere wetgeving verleend en de activiteit heeft sindsdien ongewijzigd plaats gevonden. Er is sprake van externe werking door de aard van het bedrijf en de effecten die kunnen optreden. Voor de beoordeling of de omgevingsvergunning kan worden afgegeven, zijn de instandhoudingsdoelen, zoals opgenomen in het (ontwerp)aanwijzingsbesluit van het/de betrokken gebied(en), van toepassing.
Op basis van de aanvraag en de daarbij behorende bijlagen en tekeningen hebben wij beoordeeld of de aangevraagde veranderingen de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor een gebied is aangewezen.
Blad 70 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Uit de bij de aanvraag gevoegde rapportage en de bijgeleverde AERIUS-berekeningen blijkt dat de activiteit ten opzichte van de referentiesituatie (2019) niet leidt tot een bijdrage van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Op grond van het vorenstaande stellen wij vast dat een vergunning voor de beschreven activiteit op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb niet nodig is.
Blad 71 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
BIJLAGE: BEGRIPPENLIJST EN LIJST VAN AFKORTINGEN Voor zover in een voorschrift verwezen wordt naar een DIN-, DIN-ISO, NEN-, NEN-EN-, NENISO-, NVN-norm, AI-blad, BRL, CPR, PGS of NPR, wordt de uitgave bedoeld die voor de datum waarop de vergunning is verleend het laatst is uitgegeven met tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen. Indien er sprake is van reeds bestaande constructies, toestellen, werktuigen en installaties is de norm, BRL, CPR, PGS, NPR of het AI-blad van toepassing die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen, werktuigen en installaties is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald. Alle onderstaande verklaringen en definities zijn van toepassing op de in de voorschriften gebruikte benamingen en termen, aangevuld met, dan wel in afwijking van de in NEN 5880 (Afval en afvalverwijdering, Algemene termen en definities) en de NEN 5884 (Afval en afvalverwerking, termen en definities voor bouw- en sloopafval) gegeven verklaringen en definities. Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals het Activiteitenbesluit, de Activiteitenregeling, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit externe veiligheid inrichtingen, de Wet geurhinder en veehouderij etc.
Besteladressen, Publicaties zijn in ieder geval verkrijgbaar bij de onderstaande instanties: AI-bladen: SDU Service, afdeling Verkoop Postbus 20025 2500 EA DEN HAAG Telefoon : 070 - 378 98 80 Fax : 070 - 378 97 83 Internet : www.sdu.nl. PGS-richtlijnen zijn digitaal verkrijgbaar via: www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. DIN, DIN-ISO, NEN, NEN-EN, NEN-ISO, NVN-normen en NPR-richtlijnen: Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), Afdeling verkoop Postbus 5059 2600 GB DELFT Telefoon : 015 - 269 04 35 Internet : www.nen.nl.
Blad 72 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Accreditatie-instantie Nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 218). Afvalstoffen Alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Afvalwater Alle water waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of moet ontdoen. AKI Aangewezen keuringsinstelling. Atmosferische opslag Opslag waarbij de absolute druk boven de vloeistof bij de opslag temperatuur beneden 1,06 bar ligt. BBT Beste Beschikbare Techniek genoemd in een BBT document. BBT-conclusies Document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, vijfde en zevende lid, van de EU-richtlijn industriële emissies. Bedrijfsafvalwater Afvalwater (inclusief verontreinigd hemelwater), niet zijnde huishoudelijk afvalwater.
Beste beschikbare technieken Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn. Daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld.
Blad 73 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Bevi Besluit externe veiligheid inrichtingen. Bodem Het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen. Bodembedreigende activiteit Bedrijfsmatige activiteit die gepaard gaat met het gebruik, de productie of de emissie van een bodembedreigende stof overeenkomstig de definitie van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bodembedreigende stof Stof die blijkens het stoffenschema, bedoeld in bijlage 2, bij deel 3, van de NRB, de bodem kan verontreinigen. Bodemrisicodocument Document dat inzicht geeft in het risico van bodemverontreiniging. Hiertoe wordt per bodembedreigende activiteit overeenkomstig de bodemrisicochecklist uit de NRB bepaald of met de aanwezige of voorgenomen combinatie van voorzieningen en maatregelen sprake is of zal zijn van een verwaarloosbaar bodemrisico. Bor Besluit omgevingsrecht. Brandbestrijdingssystemen De repressieve middelen ter bestrijding van brand, zoals brandkranen (blusbootaansluitingen), handblusmiddelen (haspels en poederblussers), sprinklers, deluge, blusgasinstallaties etc. Brandbeveiligingssystemen Alle brandveiligheidsvoorzieningen, zoals de brandbestrijdingssystemen en de branddetectie en doormelding.
Brandgevaarlijke stof Vaste, vloeibare of gasvormige stof die brandbaar of brandbevorderend is, of bij brand gevaar oplevert, in de zin van de ADR-klassen 2 t/m 5.
Blad 74 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Brandweer Overheidsbrandweer; Repressieve dienst van de brandweer (in geval van brandbestrijding). BREF BAT Reference document. Een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT worden beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit. Cryogene gassen Tot vloeistof gecondenseerde gassen met zeer lage temperaturen. Dampretoursysteem Systeem bedoeld om dampen die anders in de atmosfeer zouden vrijkomen ten gevolge van verdringingsverliezen af te vangen en zonder verwerking terug te voeren naar de tank van waaruit wordt gepompt. DCMR DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1, 3112 NA Schiedam Postbus 843, 3100 AV Schiedam Telefoon : 010 - 246 80 00 Fax : 010 – 246 82 83 E-mail : info@dcmr.nl. EEMUA Engineering Equipment and Materials Users Association. EEMUA 159 Users guide to the maintenance and inspection of above-ground vertical cylindrical steel storage tanks, versie 5, september 2017. Energiekosten Alle kosten zoals vermeld op de eindafrekening van het energiebedrijf die samenhangen met het verkrijgen van aardgas, elektriciteit, warmte (uit een distributienet) en andere brandstoffen (stookolie, gasolie, diesel) voor de gebouwen, faciliteiten en processen in de inrichting, maar exclusief de kosten gemaakt voor brandstoffen voor motorvoertuigen.
Voor aardgas moeten met name worden meegenomen basisprijs, brandstofheffing, calorische toeslag, energieheffing (regulerende energiebelasting), vastrecht en BTW. Voor elektriciteit moeten met name worden meegenomen de kosten voor normaaluren en laagtariefuren (is afhankelijk van kWh-verbruik), kW-tarief continu en piekuren (is afhankelijk van het opgestelde vermogen), brandstofkosten, transformatorverliezen, energieheffing, vastrecht en BTW.
Blad 75 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Energieplan Het plan van aanpak waarin de drijver van de inrichting de termijn aangeeft waarin zij de rendabele maatregelen toe zal passen binnen de inrichting. Wanneer er sprake is van voorwaardelijke maatregelen, is in dit plan onderbouwd waarom deze maatregelen als voorwaardelijk zijn gekenmerkt. Energie relevante investeringsbeslissing Een investeringsbeslissing vinden wij energierelevant wanneer deze een effect heeft op het jaarlijkse energieverbruik binnen de inrichting van meer dan meer dan 5.000 kWh en / of meer dan 2.500 m3 aardgasequivalenten. Hieronder vallen onder meer aanschaf, renoveren of grootschalig onderhouden van verwarmingstoestellen, machines en apparaten, maar bijvoorbeeld ook het vervangen van verlichting. Energie uitvoeringsplan Het plan van aanpak waarin de drijver van de inrichting de termijn aangeeft waarbinnen zij de rendabele maatregelen toe zal passen binnen de inrichting. Equivalent geluidsniveau (LAEQ) Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode, optredende geluid, vastgesteld overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai", uitgegeven door het Ministerie van VROM. Een categorie A ERP geeft, zo nodig na kalibratie, een kwantitatief beeld van de emissie. Een categorie A ERP kan de meting van een stof vereenvoudigen of zelfs geheel vervangen.
Een categorie B ERP geeft een indruk van de werking van techniek/proces. Daarmee geeft de categorie B ERP een kwalitatief beeld van de emissie. Falen Beëindiging van de mogelijkheid van een hardware element in een beschermende maatregel om de functie uit te voeren waarvoor deze ontworpen is. Fakkelsysteem Een voorziening om (brandbare) gassen veilig en milieuverantwoord af te voeren en te verbranden. Full containment tank Volgens de Handleiding Risicoberekeningen wordt hieronder verstaan: Een volledig omsloten atmosferische tank (full containment atmospheric tank) die bestaat uit een primaire container voor de vloeistof en een secundaire container. Deze laatste is ontworpen om bij falen van de primaire container zowel de vloeistof als de damp op te vangen en is bestand tegen alle mogelijke belastingen, zoals explosies (statische drukbelasting van 0,3 bar gedurende 300ms), fragmenten en koude thermische belasting.
Blad 76 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Fundering Ondergrond waarop de tank rust, bijvoorbeeld tankterp. Gas Een stof, die bij 50°C een dampdruk bezit hoger dan 300 kPa (3 bar) of bij 20°C en de standaarddruk van 101,3 kPa volledig gasvormig is. Gebruiksfase Fase volgend op de nieuwbouwfase van opslagtanks en installaties en die hoofdzakelijk wordt bepaald door periodieke inspecties, reparaties en wijzigingen. Geluidsniveau in dB(A) Het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) terzake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publicatie no. 651, uitgave 1989. Groepsrisico Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Hemelwater Alle neerslag, zoals regen, sneeuw en hagel. ILT Inspectie Leefomgeving en Transport. Installaties Die onderdelen van de inrichting, die als een zelfstandige eenheid kunnen worden beschouwd. Installaties kunnen met elkaar verbonden zijn, bijvoorbeeld via pijpleidingen.
Invloedsgebied (met betrekking tot externe veiligheid) Gebied waarin bij ministeriële regeling op grond van artikel 15, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen te stellen regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. IPPC Integrated Pollution Prevention and Control. ISO Een door de International Organization for Standardization opgestelde norm.
Blad 77 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
KVG Onafhankelijke Keuringsdienst binnen een Gebruikersorganisatie met bevoegdheid tot gespecificeerde taken in de Gebruiksfase die geaccrediteerd is door- en onder toezicht staat van de Raad voor Accreditatie en (voor gespecificeerde taken) een AKI. Meldkamer DCMR De meldkamer van de DCMR Milieudienst Rijnmond. Telefoonnummers: Milieuklachten : 0888 - 333 555 Bedrijfsmeldingen : 010 - 246 86 86 CIN : 010 - 411 88 88. MER Milieueffectrapport. Mor Ministeriele Regeling omgevingsrecht. MTG-waarde Maximaal Toelaatbare Geluidsbelasting. NEN Een door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven Nederlandse norm. NEN 5740 Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, uitgever NENICS 13.080.05, januari 2009. NEN-EN Door de Europese Commissie voor Normalisatie geharmoniseerde norm. NFPA National Fire Protection Association. Is een Amerikaanse organisatie die het doel heeft om de last van brand en andere gevaren te verminderen door middel van wetenschappelijk onderzoek en educatie. NFPA 15 Standard for Water Spray Fixed Systems for Fire Protection.
Blad 78 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Noodplan Beschrijving van maatregelen en voorzieningen die een inrichting heeft voorbereid om effecten van calamiteuze (ongewenste) gebeurtenissen te minimaliseren en te bestrijden. Normaal kubieke meter (Nm3) Gashoeveelheid in m3 bij 273,15 Kelvin en 101,3 kilo Pascal en betrokken op droge lucht. NRB Door Agentschap NL uitgegeven Nederlandse Richtlijn Bodembescherming. Ongewoon voorval Elke gebeurtenis in een inrichting, ongeacht de oorzaak van die gebeurtenis, die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteiten - met inbegrip van storingen in het productieproces en storingen in de voorzieningen (mits daaruit nadelige gevolgen voor het milieu voortkomen) van de inrichtingen alsook ongelukken en calamiteiten – en waardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of dreigen te ontstaan. Overvulbeveiliging Een systeem dat de toevoer automatisch doet stoppen zonder tussenkomst van een operator. Onder fysiek onafhankelijk wordt verstaan: los van niveaumeting en met een apart stuursignaal. PGS Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. PGS 12:2014 Ammoniak: opslag en verlading, april 2014. Plaatsgebonden risico Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
PR Plaatsgebonden risico. QRA Quantitative Risk Assessment oftewel kwantitatieve risico-analyse. Rendabele maatregelen Maatregelen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder.
Blad 79 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
Riolering Bedrijfsriolering of openbare riolering. RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Terugverdientijd De verhouding tussen het investeringsbedrag voor de maatregel na aftrek van eventuele subsidies en de jaarlijkse opbrengsten van de maatregel ten gevolge van de met de maatregel samenhangende energiebesparing en andere besparingen. In geval van een investering in een installatie voorzien van afzonderlijke energiebesparende componenten moet in plaats van het totaalinvesteringsbedrag worden gerekend met de meer investering ten opzichte van een installatie zonder de energiebesparende componenten. Voor de berekening van de financiële opbrengsten ten gevolge van de met de maatregel samenhangende energiebesparing moet worden gerekend met de op het moment van het energiebesparingsonderzoek geldende kosten (tarieven) voor de betrokken inrichting. Er wordt geen rekening gehouden met de eventuele kosten van het (vervroegd) uit bedrijf nemen van een installatie en niet met rentekosten. Toxisch Toxische stoffen zijn in meer of mindere mate schadelijk voor organismen. Effecten kunnen optreden bij inademing, inslikken, contact met de huid, ogen of slijmvliezen. Een ander woord voor toxisch is giftig.
Uitgangspuntendocument (met betrekking tot brandrisico) Een document waarin voor een specifiek bouwwerk beschreven is welke integrale bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen genomen worden ter afdekking van de brandrisico's. UPD Uitgangspuntendocument (over brandrisico) Uitgangspuntendocument. Het UPD is de grondslag voor ontwerp, uitvoering, beheer en inspectie van het Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussysteem (VBB-systeem) en omvat de uitgangspunten daarvoor. Een document waarin voor een specifiek bouwwerk beschreven is welk integrale bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen genomen worden ter afdekking van de brandrisico's. Verwaarloosbaar bodemrisico Een situatie als bedoeld in de NRB waarin door een goede afstemming van voorzieningen en maatregelen het ontstaan of de toename van verontreiniging van de bodem gemeten tussen het nul- en eindsituatieonderzoek zo veel mogelijk wordt voorkomen en waarbij herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk is.
Blad 80 van 81
Ons kenmerk
1910469_5163076
VR Verwaarloosbaar risico. VROM Voormalig ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Wnb Wet natuurbescherming Wm Wet milieubeheer.
Blad 81 van 81