CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Toekomstperspectief Haringvlietmonding-visiedocument-DEF-jan2025

Overige evenementen raad 5 februari 2025, gemeente Voorne aan Zee23.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

35

TOEKOMSTPERSPECTIEF HARINGVLIETMONDING 2060 ZUID-HOLLANDSE WADDEN

LEGENDA WADDENECOLOGIE

LEGENDA WADDENECONOMIE

37

38

4.2 Iconisch Waddengebied voor mens en natuur Topnatuur en bijzondere buitenbeleving aan de ‘Zuid-Hollandse Wadden’ Door de veranderingen in de morfologie en het landschap groeit de Haringvlietmonding in de periode tot 2060 uit tot een nog mooier gebied. Naast de stranden van Rockanje en Ouddorp ontwikkelt zich een landschap van platen, schoren, slikken en jonge duintjes. Er ontstaat een soort waddengebied in het klein, dat uniek is voor de regio: de ‘ZuidHollandse Wadden’. Dit biedt veel mogelijkheden voor het vergroten van zowel de natuurwaarden als de recreatiemogelijkheden. Niet alleen ontstaan er bijzondere natuurtypen die in andere delen van de Zuidwestelijke Delta zeldzaam zijn of aan het verdwijnen zijn, ook ontstaat er een gebied waar zeer bijzondere buitenbeleving mogelijk is, vlakbij de Randstad. Er ontstaan veel kansen om het gebied in de toekomst nog aantrekkelijker te maken voor meer doelgroepen recreanten en om het gebied anders te ‘vermarkten’. Dat biedt grote potenties voor de verdere

ontwikkeling van de recreatiesector, het maritieme cluster en andere economische sectoren in het gebied. Daarbij is het belangrijk dat er kruisbestuiving is tussen natuur en recreatie zodat de natuur en de recreatiesector in het gebied van elkaar profiteren. De Haringvlietmonding kan zo een iconisch waddengebied worden, waar natuur en recreatie/ economie in balans zijn en er beide op vooruit gaan. We streven naar robuuste en veerkrachtige natuur, in eerste instantie voor de natuur zelf, maar ook om ruimte te houden voor economische ontwikkeling. Ecologie en economie blijven elkaar versterken en dragen samen bij aan een vitaal en veerkrachtig Zuid-Hollands waddengebied. Nieuwsgierigheid en begrip voor elkaars belangen vormen onze drijvende kracht om tot oplossingen te komen. Per opgave en per gebied zal binnen de Zuid-Hollandse Wadden die balans tussen ecologie en economie verschillen. Voorwaarde is daarbij telkens dat we samen zoeken naar die balans en dat we investeren in begrip voor elkaars opgave en wederzijds vertrouwen om tegenstellingen te overbruggen en tot nieuwe oplossingen te komen.

39

Als natuur en recreatie elkaar versterken Voor de recreatiesector is de afwisselende natuur een belangrijke trekker, terwijl de natuur baat heeft bij draagvlak voor natuurbescherming. Dat draagvlak ontstaat vooral als mensen de natuur zelf ervaren en ervan kunnen genieten. Daarom willen we de mogelijkheden voor de beleving van het gebied vergroten, bijvoorbeeld door het toevoegen van uitkijkpunten. Dat betekent niet dat iedereen altijd overal moet kunnen komen. Een goede zonering (in tijd en ruimte) is immers belangrijk om te voorkomen dat de natuurwaarde en daarmee ook de recreatieve waarde wordt aangetast. Dat betekent dat - net zoals in de huidige situatie - in sommige delen van het gebied vrij gerecreëerd kan worden (onder meer op de bestaande stranden), terwijl andere delen (zoals de Slikken van Voorne) rustgebieden zijn voor de natuur die alleen vanaf de randen of alleen in bepaalde tijden van het jaar beleefd kunnen worden. Ook hiervoor geldt dat we de ontwikkeling van het gebied goed in de gaten houden. Door de verbinding te zoeken binnen de coalitie en met de partijen uit het gebied (waaronder de recreatiesector en natuurpartijen) kunnen we optimaal inspelen op de kansen en onmogelijkheden die door de ontwikkeling ontstaan.

Een dynamisch landschap van formaat: een ‘totaalpakket’ Zowel voor de natuur als voor de recreatie is het belangrijk sterke en aantrekkelijke verbindingen te maken tussen de kust en het achterland en tussen de verschillende categorieën recreatief aanbod (de ‘toeristische profielen’) op Voorne en Goeree. Inwoners en bezoekers gaan niet alleen naar het strand, maar ook naar de duinen en de landgoederen om te wandelen, naar het fraaie polderlandschap met de kreken en dijken om te fietsen en naar het Oostvoornse en Brielse Meer om te watersporten. En ze bezoeken de dorpen en vestingsteden, gaan naar de horeca en/of overnachten op een vakantiepark of in een hotel. Juist dat brede aanbod dat totaalpakket - is de kracht van het gebied en een belangrijke troef om meer recreanten jaarrond te trekken. Er is veel te doen en het aanbod is gevarieerd. Dat maakt een meerdaags verblijf het hele jaar door aantrekkelijk. Door uit te gaan van de eigen kracht en de bestaande kwaliteiten te behouden en onderling nog beter te verbinden en door daarnaast nieuwe kwaliteiten toe te voegen (zie paragraaf 4.2.2) blijft het gebied aantrekkelijk voor de bestaande doelgroepen en trekt het tegelijkertijd nieuwe doelgroepen aan. Voor recreatieve ontwikkelingen

40

kijken we daarom breder dan alleen naar de kust. Het agrarische gebied kan bijvoorbeeld recreatief aantrekkelijker worden gemaakt door de aanleg van wandel- en fietspaden. Dat kan ook bijdragen aan een goede zonering van natuur en recreatie. Ook voor de natuur is het totale pakket belangrijk. Het gaat daarbij om het op orde krijgen van de Basiskwaliteit Natuur, denk aan de mogelijkheid tot natuurinclusieve landbouw, groene steden, dorpen, haven- en industriegebieden en infrastructuur. De Haringvlietmonding is onderdeel van de Voordelta en staat in relatie met de deltanatuur in het Haringvliet. Ook houdt de natuur niet op achter de duinen. In de polders liggen oude kreken en in de binnenduinrand en zanderijen op Voorne zijn restanten van duinrellen (oude gegraven watergangen vanuit de duinen naar de polders) te vinden. Door dit soort gebieden en structuren onderling te verbinden ontstaat een sterk landschappelijk-ecologisch netwerk waarbinnen dieren zich kunnen verplaatsen en de natuur tot bloei kan komen.

41

Samen een nieuw verhaal maken Dit toekomstperspectief is het startpunt om samen een nieuw verhaal te maken voor het gebied. Door de aandachtspunten van de verzanding serieus te nemen, maar tegelijkertijd de ontwikkeling juist ook om te zetten naar kansen kan er veel moois ontstaan. Het toekomstperspectief van de Zuid-Hollandse Wadden is een duidelijke keuze en het is belangrijk daar vol overtuiging met alle partijen in het gebied voor te gaan. Door samen te bouwen aan de uniciteit, diversiteit en authenticiteit van de ZuidHollandse Wadden krijg je zowel een rijke natuur als een sterk onderscheidend recreatief product. Het is belangrijk (recreatieve) ontwikkelingen daarop te richten en echt iets unieks neer te zetten, iets dat duidelijk anders is dan andere delen van de Zuidwestelijke Delta en de Hollandse kust. De ontwikkeling die in de Haringvlietmonding plaatsvindt is echt heel bijzonder en een voorbeeld voor vergelijkbare delta’s!

Iets unieks, iets dat duidelijk anders is dan andere delen van de Zuidwestelijke Delta en de Hollandse kust

42

INTERMEZZO - VOORBEELDPROJECT

Groene Strand Terschelling Het Groene Strand is een langgerekte vallei tussen twee zeerepen aan de westkant van Terschelling. In het midden van de vallei loopt een geul die vroeger in open verbinding stond met de zee. Door regelmatige overstromingen ontstond daar een zoet-zilt-overgangsgebied of kwelder, met een bijzondere, zeldzame vegetatie. Door dichtslibben en menselijk ingrijpen kon het zeewater bijna een eeuw lang niet in de vallei doordringen. Het kweldergebied verruigde, de bijzondere vegetatie verdween. In 1996 hebben Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat de zoet-zilt-overgang hersteld en werd de terugkeer van zeldzame plantenen diersoorten mogelijk gemaakt. Het doel van de ingrepen was het natuurlijke systeem van het Groene Strand herstellen door het terugbrengen van meer natuurlijke overstroming met zeewater en het herstellen van de natuurlijke afwatering. Het aantal overstromingen varieert per deelgebied: de lagere delen in het zuiden lopen wel 65 keer per jaar onder, hoger gelegen delen aan de noordkant één tot twee keer. De kweldervegetatie herstelt zich. Het beheer van Staatsbosbeheer is er nu op gericht de natuurlijke dynamiek van de natte duinvalleien terug te brengen. Dit geldt ook voor zeldzame overgangssituaties tussen zoet en zout.

Het systeem is in de loop der tijd gefragmenteerd geraakt door sloten, duinen, wegen en fietspaden. Door alles weer te koppelen kunnen we het oorspronkelijke systeem min of meer herstellen. Het Groene Strand ligt pal naast het dorp West-Terschelling, de belangrijkste woon- en recreatiekern van het eiland. Herstel van de zilte invloed in de onmiddellijke nabijheid van het dorp zou op de nodige bedenkingen kunnen stuiten. Er speelden economische en recreatieve belangen omdat het Groene Strand deel uitmaakte van een 600 hectare groot bos- en duingebied met veel recreatieve voorzieningen. En op geen enkele manier mocht de veiligheid in het gedrang komen. Bovendien hebben de eilanders een aangeboren aversie tegen de zee, hun eeuwige vijand die nu min of meer vrij spel zou krijgen. Van meet af aan was duidelijk dat dit project zonder de instemming en de steun van de lokale bevolking geen kans van slagen zou hebben. Het gemeentebestuur en de verschillende belangengroepen werden dan ook nauw bij het project betrokken. Informatiepanelen rond het gebied vertellen de bezoeker wat het project behelst en waarom het nodig was. De voorwaarden zijn geschapen. Het is aan de natuur om het nu verder af te maken.

43

KANSEN DUURZAME WADDENECOLOGIE

LEGENDA WADDENECOLOGIE

45

4.2.1 Kansen voor Waddenecologie!

NATUUR VAN WERELDKLASSE

In deze paragraaf beschrijven we de kansen voor de natuur die ontstaan als we meebewegen met de natuurlijke dynamiek. In de volgende paragraaf (4.2.2) beschrijven we vervolgens de kansen voor de recreatie en economie in het gebied.

Door uit te gaan van de autonome ontwikkeling in het gebied ontwikkelt zich vanzelf een gevarieerde en dynamische waddennatuur, vergelijkbaar met de natuur op de Waddeneilanden. De Haringvlietmonding kan verder uitgroeien tot een paradijs voor vogels die broeden op het strand, op hoger gelegen zandplaten, in jonge duintjes en in het duingebied, voor (trek)vogels die in het gebied naar voedsel zoeken en rusten en voor zeehonden die ook rust vinden en jongen voeden op de zandplaten. Er ontstaat hierdoor een nog fraaier en afwisselender gebied, met natuur van wereldklasse.

46

MEER VARIATIE DOOR NIEUWE DUINVORMING

GOEDE ZONERING

Na de aanlanding van de Hinderplaat aan de kust van Voorne kan - op de langere termijn - vanzelf duinvorming ontstaan. Ook bij de Kwade Hoek ontstaan vanzelf nieuwe duinen. Deze vorming van embryonale duinen draagt positief bij aan de diversiteit aan natuurtypen (kusthabitats) en daarmee ook aan de variatie aan soorten planten en dieren (biodiversiteit) in het gebied. Er ontstaan ‘witte’ en ‘grijze’ duinen die dynamischer zijn dan (en hiermee een aanvulling zijn op) de bestaande duinen, waar bijzondere duingraslanden kunnen ontstaan. Dat is goed voor onder meer veel soorten planten en dieren. Door de ontwikkeling van de nieuwe duinen kan op de Hinderplaat en in de Kwade Hoek een primaire vochtige duinvallei worden ontwikkeld, met onder meer de groenknolorchis (één van de zeldzaamste Europese wilde orchideeën). Ook duinvogels als de tapuit kunnen profiteren van de duinvorming.

Een goede zonering - met goede voorlichting en handhaving - van natuur en recreatie blijft belangrijk om de natuurwaarden in stand te houden en daarmee het gebied ook aantrekkelijk te houden voor recreanten, met natuur die je kunt beleven. Ook een goed hondenbeleid is belangrijk gezien de bedreiging van honden voor kustvogels. Het lijkt onvermijdelijk dat de huidige kitesurfspot bij Oostvoorne door de verzanding op termijn onbruikbaar wordt. Op dat moment onderzoeken we de mogelijkheden voor een nieuwe zonering van de huidige rustgebieden ‘Slikken van Voorne’ en ‘Hinderplaat’, waarbij we kijken waar (binnen de wettelijke kaders voor Natura2000) een nieuwe kitesurfspot mogelijk is met voldoende ruimte voor kiters om veilig te kunnen kiten. Voor de natuur biedt zo een nieuwe zonering kansen om een groter aaneengesloten rustgebied te creëren. Dat is belangrijk om de unieke topnatuur in het gebied te behouden en het biedt kansen voor het realiseren van de verbeter-, herstel- en uitbreidingsopgave voor het Natura2000-gebied.

47

Duinvorming op de aangelande Hinderplaat draagt bij aan het voorkómen van verstoring van vogels en zeehonden door wandelaars, omdat deze door de nieuwe duinen aan het zicht onttrokken worden. Op voorhand valt echter lastig te voorspellen waar en hoe snel de duinvorming plaats zal vinden. Daarom volgen we de ontwikkeling en bekijken we binnen de coalitie en met de partijen uit het gebied (waaronder de recreatiesector en natuurpartijen) of eventueel maatregelen wenselijk zijn om de zonering van natuur en recreatie te verbeteren.

ONTWIKKELEN ONDERWATERNATUUR Schelpdierriffen zijn heel goed voor de biodiversiteit onder water. Ze herbergen veel meer soorten dan de omringende zandbodem. Ze filteren bovendien het water en maken dat helderder en dragen bij aan een stabieler en veerkrachtiger ecosysteem. Maar schelpdierriffen zijn in de Noordzee op veel plekken verdwenen. Recent zijn in de Haringvlietmonding proeven uitgevoerd met het laten terug groeien van schelpdierriffen. Deze waren heel succesvol, vooral voor mosselen en er kwamen ook veel palingen op af. Door bijvoorbeeld stevig materiaal aan te bieden en mosselen uit te zetten, kan dit natuurlijke proces van de groei van riffen weer op gang worden geholpen. Dat helpt niet alleen de onderwaternatuur maar het hele ecosysteem (bijvoorbeeld ook schelpdieretende vogels). We gaan de mogelijkheden hiervoor verder onderzoeken.

48

ONDERZOEK HARINGVLIETSLUIZEN VERDER OPENEN De Haringvlietsluizen beschermen ons tegen hoogwater van de Noordzee, maar vormen ook een barrière voor trekvissen. Om trekvissen doorgang te bieden die vanuit zee de rivier op willen en die na het voortplanten terug naar zee willen, wordt sinds 2019 bij vloed weer zeewater ingelaten in het Haringvliet door de sluizen op een kier te zetten (‘Kierbesluit’). Dit gebeurt echter alleen bij hoge rivierstanden, omdat anders het zoute water te ver het Haringvliet indringt en hiermee de onttrekkingspunten van zoetwater stroomopwaarts langs het Haringvliet teveel worden belast (deze zijn hiervoor verder landinwaarts verlegd). Dit maakt het in de praktijk moeilijk om het openen van de kier goed af te stemmen op het moment dat de vissen willen intrekken. Uit de recente natuurdoelanalyse voor het Natura2000-gebied Haringvliet blijkt dat in de wintermaanden de kier vaak langere perioden dicht is geweest in verband met een lage rivierafvoer. Het openen van de kier wordt dus onregelmatig uitgevoerd waarbij soms langere perioden niet tot nauwelijks gekierd wordt. Een ander aandachtspunt is dat de beperkte getijdeslag in het Haringvliet als gevolg van de aanleg van de Haringvlietdam leidt tot problemen met de

waterkwaliteit en een gebrek aan morfodynamiek. Daarom is in de natuurdoelanalyse voorgesteld om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de Haringvlietsluizen permanent en verder open te zetten (aanpassen Kierbesluit). Hiermee kan de ecologische relatie tussen het Haringvliet en de Voordelta sterk worden verbeterd. Vissen als Zalm, Paling, Steur, Elft en Fint kunnen dan veel vaker de rivier optrekken. Ook voor de waterkwaliteit van het Haringvliet is dit goed. Omdat er nog onzekerheden zijn, is door Rijkswaterstaat het onderzoeksprogramma ‘Lerend Implementeren’ opgezet. Daarin worden vele praktijkonderzoeken uitgevoerd naar zoutverspreiding in het Haringvliet en het optimaliseren van de visintrek. Op basis daarvan kan worden bepaald hoe vaak en hoe ver de sluizen kunnen worden geopend. Ook kan worden bepaald of de innamepunten van zoet water nog verder moeten worden verlegd en of dan mogelijk een omslagpunt van zoet water in het Spui in gevaar zou kunnen komen, alsmede het zoet spoelen/houden van het Haringvliet. Daarnaast loopt parallel het proces van de Programmatische Aanpak Grote Wateren, een rijksprogramma dat tot doel heeft de ecologische waterkwaliteit te verbeteren en de natuur te versterken in onze grote wateren.

49

DUINVIADUCT OVER DE N57 De N57 doorsnijdt het duingebied aan de zuidrand van Voorne en vormt een grote barrière voor diersoorten als konijn, ree en zandhagedis. Een duinviaduct over de weg kan de duingebieden aan weerszijden met elkaar verbinden en zo een ecologische meerwaarde hebben voor deze en andere mobiele soorten. Naast een ecologische verbinding kan zo een duinviaduct ook een aantrekkelijke verbinding vormen voor wandelaars en ruiters. We gaan onderzoeken of er in de toekomst mogelijkheden zijn voor de realisatie van zo een duinviaduct.

VERSTERKEN RELATIE TUSSEN KUST EN ACHTERLAND Zoals we in paragraaf 4.2 hebben aangegeven is het belangrijk niet alleen naar de kust te kijken, maar ook te kijken hoe de kust zo goed mogelijk kan worden verbonden met het achterland. Bijvoorbeeld door het herstel van oude duinrellen in de binnenduinrand kunnen (op Voorne) landschappelijke en ecologische verbindingen worden gemaakt tussen de duinen en de kreken in de zeekleipolders, bijvoorbeeld in combinatie met recreatieve ontwikkelingen. Er is met het project ‘Kreken Kweken’ een begin gemaakt met ecologisch kreekherstel in combinatie met recreatief medegebruik in de polders. Bij voortzetting van dit project zijn combinaties met andere opgaven een mogelijkheid, zoals het versterken van de groenstructuren in de binnenduinrand.

50

Het versterken van de landschappelijke en natuurwaarden op Voorne draagt bij aan de recreatie en helpt de agrariërs vooruit bij de transitie naar een duurzame, meer natuurinclusieve landbouw. Hiermee wordt het economisch perspectief voor agrariërs versterkt. In een aantrekkelijk agrarisch landschap komen immers veel meer bezoekers. Dat biedt kansen voor ontwikkeling van recreatiemogelijkheden zoals een landschapscamping, verkooppunt voor regioproducten, klompenpaden, boeren B&B, enz.

Ook in de noordrand van Voorne liggen kansen om in de zone langs het Brielse Meer een grotere landschappelijke variatie te creëren, bijvoorbeeld door meer natuurlijke oevers, soortenrijke duinvallei-achtige vegetaties, vochtige graslanden en struwelen toe te voegen. Daardoor wordt het gebied aantrekkelijker voor mens en natuur. Ook hier zijn combinaties met recreatieve ontwikkelingen goed denkbaar. Ook het vergroten van de ecologische (en recreatieve) relaties tussen het Brielse Meer, het Oostvoornse Meer en de Slikken van Voorne is wellicht (op de lange termijn) mogelijk. Daarnaast is het verbeteren van de waterkwaliteit van het Oostvoornse Meer een belangrijke opgave.

51

KANSEN DUURZAME WADDENECONOMIE

LEGENDA WADDENECONOMIE

53

INTERMEZZO - VOORBEELDPROJECT

Beleefstrand Ballum, Ameland Het gebied boven Ballum is nog steeds in beweging. De eilanden wandelen en de zandarm maakt een grote boog noordwaarts om dan oostwaarts op het eiland, tussen Ballum en Nes aan te landen. Elk jaar is het weer anders en zijn de stroming en de zandpartijen verschoven. Al drie keer landde op deze plek een zandplaat op het eiland aan. Dit herhaalt zich om de 60 jaar. Het strand kreeg een strandhaak, die zich naar het oosten verplaatst. De beschutting van de zandhaak gaf het strandgedeelte de gelegenheid zich te ontwikkelen tot een ‘groen’ strand. Ook bij hoog water blijft het droog. Wind vormt duintjes en planten krijgen kans zich te ontwortelen. Er ontstaat een gebied met een pioniersvegetatie en elk jaar meer plantengroei. Vooral het verschil in hoogte en vochtigheid in het gebied zorgt voor een soortenrijke vegetatie. Het Groene Strand is een bijzonder stuk natuurgebied, dat zich nog steeds verder ontwikkelt. Vogelsoorten hebben de plek ontdekt om te broeden. Het ‘groene’ strand is beperkt toegankelijk. Tijdens het broedseizoen moeten honden aangelijnd blijven en wordt de vogels rust gegund.

Dit gebied kan beschouwd worden als het meest dynamische stukje natuurlijk Nederland. Hiermee onderscheidt het Beleefstrand zich van de andere: dit is een strand waar je garnalen kunt kruien, kokkels vindt, zandkastelen bouwt, in de branding kunt zwemmen, op je handdoekje ligt, wandelt en een modderbad kunt nemen. Ondanks dat het gebied van nature geen badstrand meer is, wordt bijna ieder voorjaar door vrijwilligers en sponsoren een badstrand bij Ballum gecreëerd. Het huidige paviljoen van Ballum staat boven op het duin vanwege de morfologische ontwikkelingen op het Ballumerstrand. Het strandpaviljoen met strandterras geeft uitzicht op het groene strand van Ameland en maakt daar nu reclame mee: ‘Strandpaviljoen Ballum ligt op een bijzonder stukje strand, met schitterend uitzicht over de kust en duinen. In de jaren ‘90 zorgde een veranderende stroming in de Noordzee voor een grote zandhaak. Dit transformeerde het gebied tot een vruchtbare omgeving, waar flora en fauna hoogtij viert, waar jij als bezoeker nu van kunt genieten.’

54

4.2.2 Kansen voor Waddeneconomie!

DÉ OUTDOOR-BESTEMMING VAN DE BENELUX

In de vorige paragraaf (4.2.1) hebben we de kansen voor de natuur beschreven die ontstaan als we meebewegen met de natuurlijke dynamiek. In onderstaande paragraaf beschrijven we de kansen voor de recreatie en economie in het gebied.

Door de verandering die het gebied doormaakt en de bijzondere waddennatuur die zich daardoor ontwikkelt, ontstaat voor inwoners en bezoekers een oase van rust en ruimte in een uniek en veelzijdig landschap. Het toekomstperspectief van de Zuid-Hollandse Wadden biedt zoals gezegd veel kansen om het recreatieve aanbod te verbreden en te vernieuwen, aansluitend bij de ontwikkeling van de Haringvlietmonding als waddengebied. De kust en het achterland van Voorne en Goeree kunnen dé outdoor-bestemming van de Benelux worden, gericht op buitenbeleving, avontuur en de uniciteit van het gebied. Dat sluit heel goed aan bij de trends in de recreatie- en toerismesector: er is een groeiende behoefte aan buitenactiviteiten (zeker sinds de coronapandemie), het opdoen van ‘betekenisvolle ervaringen’ en aan plekken waar mensen zichzelf kunnen herontdekken. De Zuid-Hollandse Wadden en het achterland lenen zich daar perfect voor. Om het gebied jaarrond recreatief aantrekkelijk te laten zijn is het van belang te investeren in het totale toeristisch-recreatieve product en

55

het aanwezige potentieel beter te benutten. Er liggen met andere woorden kansen om naast de bestaande doelgroepen ook nieuwe doelgroepen aan te trekken en het recreatieve aanbod te verbreden. Overigens behoren ook zakelijke bezoekers tot een kansrijke nieuwe doelgroep voor het gebied, gezien de ligging dichtbij de haven van Rotterdam. Het gebied heeft niet alleen de potentie voor het ontwikkelen van bijzondere vergaderlocaties. Er kan in de Haringvlietmonding ook worden ingespeeld op de trend dat zakelijke bezoekers uit het buitenland hun zakenreizen met leisure activiteiten willen combineren als een gebied aantrekkelijk is en een vakantie koppelen aan het zakelijk verblijf (‘bleisure travel’).

INZETTEN OP KWALITEIT Het is belangrijk vast te stellen dat er - waarschijnlijk met uitzondering van de eerdergenoemde kitesurfspot Oostvoorne - geen verplaatsing nodig is van activiteiten. De bestaande recreatieve voorzieningen en routes kunnen blijven bestaan en de huidige bezoekers zijn ook in de toekomst van harte welkom in het gebied. De badstrandrecreatie kan de huidige schaalgrootte behouden, waarbij soms een kwaliteitsimpuls wenselijk is omdat de voorzieningen hierdoor jaarrond voor toeristen aantrekkelijker worden. Daarnaast liggen er kansen om nieuwe recreatieve trekkers te ontwikkelen, zoals een hotel met wellness, een culinaire waddenhotspot met visgastronomie of een nieuwe vogelobservatiepost op de Groene Punt, waardoor het gebied ook in economisch en recreatief opzicht verder kan doorgroeien. Uitgangspunt is daarbij niet inzetten op kwantiteit (we willen hier geen massatoerisme waarbij veel mensen tegelijk het gebied bezoeken), maar op kwaliteit en op het meer verspreid over het jaar trekken van bezoekers. Hieronder werken we dat nader uit.

56

BIJZONDERE OVERNACHTINGSPLEKKEN Om nieuwe doelgroepen jaarrond te trekken is het nodig meer onderscheidende, hoogwaardige overnachtingsplekken aan te bieden, zeker op Voorne. Het belang vanuit toerisme is dat de aanwezige verblijfsrecreatieve parken behouden blijven voor toeristisch-recreatief gebruik en doorontwikkeld en verduurzaamd worden en een kwaliteitsimpuls krijgen waardoor de parken ook ‘jaarrond’ recreatief gebruikt worden. Wij zien kansen voor het ontwikkelen van hoogwaardige verblijfsrecreatie in bijvoorbeeld de binnenduinrand, mits dit in combinatie gaat met het ontwikkelen van robuuste natuur- en landschapswaarden. Het borgen van beheer, robuustheid en kwaliteit in deze dynamische omgeving is hierbij essentieel. Daarbij kan het gaan om uitbreiding van bestaande verblijfsrecreatieterreinen als de mogelijkheid hiervoor aanwezig is, bijvoorbeeld om hetzelfde aantal verblijfseenheden in een lagere dichtheid en in een meer landschappelijke setting te herontwikkelen, met een meer hoogwaardige uitstraling. Mogelijk kan er op kleine schaal ook ruimte geboden worden aan nieuwe verblijfsrecreatie, mits daarmee een verbetering van het landschap en de

natuur kan worden gerealiseerd. De ontwikkeling van de verblijfsrecreatie dient er op te zijn gericht het recreatieaanbod mee te laten ontwikkelen met het veranderende aanbod aan natuur en landschap dat ontstaat aan de Zuid-Hollandse Wadden. Ook hier geldt: inzetten op kwaliteit en op het meer verspreid over het jaar trekken van bezoekers. Het toevoegen van nieuw verblijfsrecreatief aanbod moet echt meerwaarde bieden en gericht zijn op recreatief gebruik, ook op de lange termijn. Bovendien mag het geen druk leggen op de vitaliteit van bestaande naburige verblijfsrecreatie met een vergelijkbaar aanbod en relevant verzorgingsgebied. Om te komen tot hoogwaardige overnachtingsplekken is het belangrijk een traject op te starten waarin de partijen in het gebied gezamenlijk aan de slag gaan om het toeristisch-recreatieve aanbod te transformeren en in te richten op de nieuwe doelgroepen. Daarbij is het zoals gezegd wel zaak ruimte te blijven bieden aan de bestaande doelgroepen die willen blijven.

57

GOEDE VERBINDINGEN OVER LAND EN WATER Nieuwe functies kunnen vooral een plek krijgen rond de Haringvlietdam en achter de duinen: in de binnenduinrand, in de kernen, in de noordrand van Voorne en kleinschalig in het poldergebied. Daarbij is het waar nodig verder ontwikkelen van goede verbindingen over land en water tussen de kernen en de Zuid-Hollandse Wadden en naar bijvoorbeeld Rotterdam heel belangrijk. Dat draagt er ook aan bij dat de dorpen en steden vitaal blijven, voor inwoners en ondernemers. Op deze wijze kunnen Voorne en Goeree in de toekomst de ITB Earth Award nog vaak winnen als ‘meest duurzame toeristische bestemming ter wereld’!

VAARROUTES IN STAND HOUDEN We willen dat het Haringvliet en de monding een aantrekkelijk watersportgebied blijven. Voor de economie is daarnaast ook de watergebonden bedrijvigheid in het maritiem cluster van Stellendam belangrijk. De bevaarbaarheid van het Slijkgat is daarbij een voorwaarde voor zowel de beroepsvaart/visserij als de recreatievaart, waarover nu afspraken bestaan (legger Rijkswaterstaat en het Alders-akkoord). Een veilige vaarverbinding naar de Noordzee voorkomt ook dat de pleziervaart (vaker) kiest voor de Nieuwe Waterweg als doorgang naar de Noordzee. Het Slijkgat is een grillige geul waarvan de diepte snel kan teruglopen als gevolg van snelle aanzanding. Ook de ligging van de vaargeul kan snel veranderen. Daarom zijn een goede markering van en communicatie over vaarroutes belangrijk, als ook een goede voorbereiding en gebiedservaring van schippers.

58

RECREATIEVE CLUSTERS: EENHEID IN VERSCHEIDENHEID In het toekomstperspectief onderscheiden we een aantal recreatieve clusters met iconen en voorzieningen. Tezamen vertellen ze het verhaal van de Zuid-Hollandse Wadden (over de waddenvorming, de overgang van zoet naar zout, etc.) en maken ze een meerdaags verblijf aantrekkelijk. Het zijn: →

DELTACENTRUM AAN DE HARINGVLIETDAM

→

ROCKANJE AAN ZEE

→

OOSTVOORNSE MEER

→

RUIG WATERFRONT AAN DE TWEEDE MAASVLAKTE

→

OUDDORP AAN ZEE

In deze vijf clusters kun je de Zuid-Hollandse Wadden op verschillende manieren beleven, wat het gebied aantrekkelijk maakt voor meerdere doelgroepen. De verschillende clusters zorgen samen voor ‘eenheid in verscheidenheid’. Daarom zijn aantrekkelijke en herkenbare recreatieve verbindingen tussen deze clusters en met de dorpen en vestingsteden heel belangrijk. De belangrijkste verbindingen zijn de: →

Maasvlakteboulevard - tussen het Ruige Waterfront aan de Tweede Maasvlakte, de noordrand van het Oostvoornse Meer en Oostvoorne

→

Natuurboulevard - tussen de zuidrand van het Oostvoornse Meer, Oostvoorne en Brielle

→

Binnenduinrandroute - tussen Oostvoorne, Rockanje, het Deltacentrum aan de Haringvlietdam en Hellevoetsluis

→

Duinenroute - tussen Stellendam, het Deltacentrum aan de Haringvlietdam en Ouddorp

Hieronder beschrijven we de vijf clusters waarbinnen we inzetten op het clusteren van intensieve recreatieve voorzieningen en het concentreren van intensief gebruik. Natuurlijk blijven er - zoals in de huidige situatie - ook buiten deze clusters veel mogelijkheden voor recreatie, maar dan extensiever (bijvoorbeeld wandelen, fietsen of paardrijden) en met alleen kleinschalige voorzieningen (bijvoorbeeld uitkijkpunten).

59

DELTACENTRUM AAN DE HARINGVLIETDAM De Haringvlietdam verbindt niet alleen Goeree-Overflakkee met VoornePutten, maar hier ontmoeten ook water en land elkaar. De Haringvlietdam is een van de historische en (inter)nationale iconen van de Deltawerken. Nu is het vooral een doorgangsplek. Maar de dam heeft de potentie uit te groeien tot een aantrekkelijk belevingscentrum en ontmoetingsplek, met een recreatief waddentransferium als ontvangstpoort voor de ZuidHollandse Wadden. Hier draait het om ontdekken, beleven en ervaren. Onze ambitie is meer mensen - inwoners en bezoekers - de ZuidHollandse Wadden te laten beleven aan de Haringvlietdam, als topattractie. De dam is een uniek knooppunt, goed bereikbaar via de N57, waar al verschillende voorzieningen aanwezig zijn, zoals de haven, het zeehondencentrum, horeca en bedrijvigheid. Hier kun je de ruimte en vrijheid ervaren en prachtige zonsondergangen bewonderen. We willen dit knooppunt verder versterken door ruimte te bieden aan recreatieve

60

voorzieningen en de ontvangst voor bezoekers met goede parkeervoorzieningen en informatievoorzieningen tot een logisch en attractief geheel om te vormen. Het gebied rond de Haringvlietdam kan een iconisch Deltacentrum worden waar haven, dam, wad, strand en duin samenkomen. Nieuwe ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk erop gericht te zijn de kwaliteit en de identiteit en de monumentale waarde van de Haringvlietdam als onderdeel van de Deltawerken te versterken. Hier wordt de natuurlijke ontwikkeling en het leven van de Nederlandse Delta beleefbaar gemaakt en het nieuwe verhaal van de Haringvlietmonding verteld en hoe zich dat ontwikkelt tot voorbeeldgebied voor andere delta’s in de wereld. Het Deltacentrum heeft twee gezichten met elk een eigen karakter: de stoere en maritieme Stellendamse kant op Goeree en de zachte, natuurlijke kant van het Quackstrand op Voorne. De Haringvlietdam loopt als rechte dam door het water en vormt de verbinding tussen beide.

Aan de kant van Stellendam vormen de haven en bedrijvigheid van Stellendam de kern. De focus ligt hier op het maritieme karakter, met de visserij, de scheepvaart en de daarbij horende karakteristieke bedrijvigheid en werven. Uitgangspunt bij de verdere uitwerking van de plannen is dat de bestaande economische activiteiten niet gehinderd worden door nieuwe ontwikkelingen, maar dat deze juist kansen bieden voor de bedrijven. De bevaarbaarheid van het Slijkgat is daarbij een voorwaarde, net zoals een goede markering van en communicatie over vaarroutes en een goede voorbereiding en gebiedservaring van schippers. Het Visserij-innovatiecentrum zou als een kenniscentrum kunnen dienen als de spil in het gebied, met daaromheen ruimte voor fishfarms, productverwerking, ecobronnen, aquacultuur en nieuwe innovatieve teelten. Het Deltacentrum is een plek waar de beleving van haven en wad versterkt wordt en waar ook toeristische diensten worden aangeboden, zoals meevaren op een visserskotter, garnalenvissen, een zeewierexcursie, een zeevogel- en/of zeehondensafari op een schip, enzovoort. Veel van deze elementen zijn al aanwezig. Waar het om gaat is dat partijen intensiever samenwerken en deze elementen als totaalpakket vermarkten.

61

Bij Stellendam worden het bestaande zeehondencentrum en de horeca onderdeel van het Deltacentrum en het gebied eromheen kan zich doorontwikkelen tot ontvangstlocatie en attractie met ruimte voor educatie over de deltanatuur, exposities, een voorziening om de vistrek te zien, excursies zoals een zeehondensafari, waddenexperience, etc. Belangrijk zijn goede en aantrekkelijke verbindingen met de kernen van Stellendam, Goedereede, maar ook met Hellevoetsluis en Rockanje, het Haringvliet en de Noordzee. Het Deltacentrum kan ook verder worden uitgebouwd tot een culinaire waddenhotspot met visgastronomie, waar je kan eten van het wad en waar je Zuid-Hollandse waddenproducten kunt proeven en kunt kopen. Ook is het mogelijk hier de verblijfsmogelijkheden te vergroten. Er liggen hier kansen voor een uniek verblijf, bijvoorbeeld in een hotel met waddenwellness of vogelkijkarrangementen, op een kotter, in een drijvende waddenhut, of in werk-slaap-huisjes op steigers, etc.

Ook het iconische vogelobservatorium Tij krijgt nog meer betekenis als het Deltacentrum wordt ontwikkeld als plek om naar deltavogels te kijken. In aanvulling daarop kunnen mogelijk nog andere voorzieningen worden gerealiseerd die de beleving van het water versterken, zoals een zeezwembad aan de zeezijde. Dan kunnen mensen echt naar en in het water en wordt de waterkant een leuke plek om te verblijven en het water een speelplek voor inwoners en bezoekers op mooie dagen.

62

Misschien wel de mooiste kant van de Haringvlietmonding is onzichtbaar voor iedereen, want deze ligt onder water. Een bijzondere toevoeging aan het Deltacentrum zou een onderwatertuin kunnen zijn, waar kunst, speelgelegenheid voor kinderen en natuurontwikkeling op de overgang tussen land en water samengaan. Hier kun je beestjes zoeken en het waterleven bekijken, maar misschien ook snorkelen. Dat zou mogelijk kunnen worden gekoppeld aan het verbeteren van het onderwaterleven en het herstel van schelpdierriffen (zie paragraaf 4.2.1). Op de werven zijn er kansen om een rif-bouwwerkplaats te ontwikkelen waar rif-bouwrecreanten en mosselrifvissers samenwerken aan rijke biotopen om het onderwaterleven te verbeteren en de Delta sterker en veiliger te maken.

Aan de kant van Voorne heeft het Quackstrand recent al een kwaliteitsimpuls gekregen. Het is nu al een aantrekkelijk en ontspannend badstrand met voorzieningen. Dit kan nog worden doorontwikkeld, met name ook naar de zeezijde en op en aan de dam. De kant van het Haringvliet is en blijft belangrijk voor de actieve watersport, met een aanlegplaats voor avontuurlijke windsurfers en -zeilers.

63

Het strand kan worden gekoppeld aan een boulevard en houten strandplein. Aan de zeezijde van de dam is ruimte voor een nieuw strandpaviljoen, op de plek waar voorheen al een strandpaviljoen heeft gestaan. Het is hierbij belangrijk om een aantrekkelijke verbinding te maken tussen beide zijden van de Haringvlietdam, bijvoorbeeld door een duinviaduct over de N57 te ontwikkelen als aantrekkelijke gecombineerde verbinding voor mens en dier (zie ook paragraaf 4.2.1). Een belangrijk aandachtspunt is dat daarbij de natuur nabij het Quackjeswater wordt ontzien door een goede zonering van routes.

De Haringvlietdam kan bovendien aan deze zijde een prachtige panoramaplek worden als onderdeel van de Dammenroute: een pier van ontmoeting, waar je kunt uitkijken over het water, in het zonnetje nog even kunt bijpraten en de zonsondergang kan aanschouwen, maar ook een plek voor bewoners uit de omliggende kernen om aan het water te zitten en elkaar te ontmoeten en naar de boten te kijken. Hier liggen ook kansen voor waddenwellness in de vorm van zeewierbaden, zoutwaterbaden en/ of een zeewiergestookte sauna. Afkoelen kan op houten steigers met uitzicht op het estuarium van de Haringvlietmonding, onder het genot van een lokale zeewierburger.

64

INTERMEZZO - VOORBEELDPROJECT

Marker Wadden Het project Marker Wadden is een voorbeeld van nieuwe mogelijkheden om natuur te verweven met een dichtbevolkt deltagebied, uitgaande van het natuurlijke ecosysteem en draagkracht van het gebied. Een interventie in het Markermeer was nodig. Met die interventie wordt ingespeeld op vier zaken: de gebrekkige natuurkwaliteit, de gebrekkige waterkwaliteit oftewel het slib, de verbinding tussen mens en natuur en ruimte voor

Wadden vormen. Daarnaast zijn er nog informele wandelpaden met kijkhutten, op de verre uithoek, een uitkijktoren als landmark, ook is er een waterspeelvallei en een belevingsroute. Op de andere eilanden is ook een aantal recreatieve elementen voorzien om de natuur te kunnen beleven, zoals een wandelpad naar het einde van de dam, een struinroute over de oeverwal vanaf het recreatief concentratiepunt bij de haven,

(technische) innovatie. De oplossing is gevonden in het aanleggen van ‘waddeneilanden’ in het Markermeer: de Marker Wadden.

een ankerbaai aan de lijzijde van de archipel met vijf meerboeien (voor schepen zonder stevig anker), begeleide vaarexcursies en afmeervoorziening en een wandelpad met kijkschermen. Zo worden de recreatiemogelijkheden verspreid waardoor er ook voldoende rust blijft op het hoofdeiland.

Daarom is in 2016 gestart met een innovatieve vorm van natuurherstel: de aanleg van een archipel van vijf eilanden, met slib, zand en klei uit het Markermeer zelf. De eilanden hebben als doel de natuurwaarde van het Markermeer te stimuleren door het toevoegen van karakteristieke elementen van natuurlijke meren. Zo werd er gezorgd voor geleidelijke land-waterovergangen, variatie in waterdieptes en luwten tussen de eilanden waar het door de wind opwervelende slib kan bezinken. De aanpak blijkt tot dusver succesvol: vogels en vissen blijken het nieuwe gebied direct in gebruik te nemen, terwijl de ecosysteemfuncties voor de mens (recreatie, zoetwater, visserij) behouden zijn gebleven. Marker Wadden vergroot als nieuwe bestemming de natuur- en waterrecreatiefaciliteiten in het Markermeer-IJmeer. Het project biedt mogelijkheden voor zelfstandig of georganiseerd bezoek (arrangementen, riviercruises e.d.). Het hoofdeiland heeft een haven en een aantal natuurvriendelijke gebouwen, die tezamen de Nederzetting op de Marker

Er wordt gestreefd naar een natuur- en recreatiegebied met een oppervlakte van uiteindelijk 10.000 hectare (een zevende van het Markermeer), waarvan 4500 hectare bovenwaterlandschap en 5500 hectare onderwater. Hiermee is het een van de grootste natuurprojecten van West-Europa. Het project, waarin Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat samenwerken, beoogt ecologisch herstel door verbetering van de bodem- en waterkwaliteit en levert tevens een grote bijdrage aan de biodiversiteit in dit gedeelte van het Markermeer. Tegelijkertijd gaat het project naar verwachting voor meer economische activiteit in Lelystad zorgen, door waterrecreanten en bijvoorbeeld hotelovernachtingen.

65

ROCKANJE AAN ZEE Het strand van Rockanje is een belangrijke strandbestemming en Rockanje is daardoor sinds lange tijd dé familiebadplaats van VoornePutten, met een uniek karakter door de rust en ruimte. Mensen komen naar Rockanje voor het gemoedelijke, op het zuiden georiënteerde strand met ondiep water dat brak of bijna zoet is. Ook de aantrekkelijke voorzieningen, zoals de strandpaviljoens, de speelvoorzieningen op het strand, het avontuurlijke speelbos in de duinen en ook het natuurbeleefpad in het Gemeenteduin dragen bij aan de kwaliteit van het badstrand. Ook de mogelijkheid om hier met de hond aangelijnd door de duinen te kunnen struinen en de aanwezige ruiterpaden in de duinen maken het badstrand aantrekkelijk voor verschillende doelgroepen. Het strand van Rockanje is daardoor uniek en dat koesteren we. We willen het badstrand verder versterken en verrijken tot een ‘badstrand 2.0’.

66

Ook met de verzanding blijft het strand aantrekkelijk om te zonnebaden, om te spelen in het zand, voor strandsport en om horeca te bezoeken. Het ondiepe water is aantrekkelijk voor ouders met jonge gezinnen die veilig hun kinderen in het water kunnen laten spelen. Het is belangrijk het strand aantrekkelijk te houden en Rockanje te transformeren tot een toekomstbestendige badplaats en toeristische trekpleister. Vanuit een positieve benadering willen we optimaal inspelen op het nieuwe verhaal van de Zuid-Hollandse Wadden en de kansen die dat biedt om het recreatief aanbod jaarrond te verbreden. Belangrijk daarin is het geven van een kwaliteitsimpuls aan de strandvoorzieningen. Ook het ontwikkelen van een aantrekkelijke en vanzelfsprekende strandroute tussen het dorpscentrum van Rockanje en het badstrand heeft een grote toegevoegde waarde, niet alleen voor het strand maar ook voor het dorp. Door zo een strandroute kun je immers meer gasten het dorp intrekken en dat is goed voor de leefbaarheid in het dorp en het behoud van de voorzieningen.

Deze strandroute kan bestaan uit een soort ‘kralensnoer’. Dat is een reeks van openbare ruimtes met aantrekkelijke plekken die ieder een eigen karakter en functie hebben: van dorpsmolen, levendig dorpsplein, dorpstuin en strandboulevard tot duinentree, duinplein en strandbalkon. De focus ligt daarbij op verblijven, ruimte voor activiteiten, gezelligheid en ontmoeting. Bestaande parels aan deze dorpsstrandroute die de route begeleiden in de uitloop van het centrum naar zee poetsen we op en nieuwe schakels / ankerpunten voegen we toe. Voorbeelden zijn een leuk restaurant met terras voor de deur, een kiosk met informatie en ijsjes en een dorpshuiskamer. De strandroute kan worden versterkt door de route te begeleiden met gebiedseigen beplanting in strand- en duinsfeer, herkenbare materialisering, banieren en bewegwijzering, zodat wandelaars en fietsers op een aantrekkelijke en subtiele manier geleid worden naar het strand. De dorpsentree, dorpsweg, het dorpsplein, de strandboulevard en Zeeweg, de duinentree, het duinplein en het strandbalkon vormen zo een vanzelfsprekende, aaneengeschakelde route vanuit het centrumgebied naar zee, waarmee de verschillende sferen en kwaliteiten van het centrum elkaar kunnen versterken en met elkaar kunnen worden verbonden tot een levendig en vitaal dorpshart aan zee.

67

Bij de duinovergang liggen kansen om het aankomstplein van de strandroute als duinplein te ontwikkelen met een bijzonder attractief object als blikvanger, speel- en ontmoetingsplek en ruimte voor vernieuwing van de horecavoorziening. Dit kan een levendige ontvangstplek worden, het verlengstuk van de openbare ruimte in het centrum, bestemd voor een breed publiek van inwoners, daggasten en verblijfsrecreanten die willen zonnebaden op het strand of de natuur in willen trekken. Daarbij horen een goede bereikbaarheid met de auto en aantrekkelijke parkeerplaatsen. Maar ook een goede bereikbaarheid met de bus en mogelijk een strandtreintje vanuit het centrum (hierbij zijn we afhankelijk van initiatiefnemers) zijn belangrijk evenals veilige, aantrekkelijke faciliteiten voor fietsers en wandelaars uit Rockanje en omgeving. Vanaf het duinplein moeten zij via een aantrekkelijke strandovergang in één vloeiende beweging over het duin geleid worden. De strandopgang zelf dient voor iedereen comfortabel te gebruiken zijn, met voorzieningen als toiletten, douches en bankjes. De strandopgang kan eindigen in een strandbalkon dat de strandpaviljoens met elkaar verbindt, met een panoramisch uitzicht op zee. Als in de toekomst het

strand breder zou worden, is het de moeite waard te verkennen of de strandpaviljoens verder naar zee kunnen worden verplaatst, waardoor ze dichter bij het water komen en er tegelijkertijd ruimte ontstaat voor natuurlijke uitbreiding en versterking van de duinen. De strandopgangen en stranden in Rockanje zijn duidelijk familie, door samenhang in meubilair, materialisatie en inrichting openbare ruimte. Maar binnen die familie komen duidelijk verschillende identiteiten naar voren. Het strand bij de Eerste Slag blijft het bruisende dorpsstrand van Rockanje en is de plek voor mensen die levendigheid en avontuur zoeken aan zee, met een vleugje nostalgie en meer comfort voor de gebruikers van het strand. Nieuwe zit- en beleefobjecten vergroten de aantrekkingskracht. Het strand bij de Tweede Slag is het comfortabele familiestrand, dat niet alleen aantrekkelijk is voor de mensen van de achtergelegen campings van Rockanje, maar ook voor dagjesmensen die kunnen parkeren op de recent vernieuwde parkeerterreinen. Deze strandopgang heeft potentie

68

een meer natuurlijke / avontuurlijke overgang te worden waar natuur en uitwaaien de kwaliteiten zijn. De Tweede Slag ligt dicht bij het Badhotel en de vakantieparken Waterbos en Van Iterson en is jaarrond een goede uitvalsbasis voor wandelingen over het strand om de Groene Punt en door Voornes Duin. Het is een plek waar je je hoofd leeg kunt maken en nieuwe ervaringen op kunt doen. Hier zou op termijn - als de Hinderplaat is aangeland - een wilder en groener strand kunnen ontstaan, waar het natuurlijke vloedmerk niet wordt opgeruimd en waar duinvorming plaatsvindt. De natuurwaarden die daarbij ontstaan bieden kansen en mogelijkheden voor strandwandelingen, paardrijden, excursies, vogels en zeehonden kijken, wadlooptochten, educatieve routes, enzovoort. Op weg naar de toekomst is het goed de transitie naar het badstrand 2.0 geleidelijk te laten verlopen en daar de gebiedsmarketing gelijktijdig in mee te laten lopen. Het moet een geleidelijk proces zijn waarin de recreatieondernemers de bakens kunnen verzetten en zich mee kunnen ontwikkelen met de nieuwe kustlijn: Rockanje aan Zee waar je de ZuidHollandse Wadden kunt beleven vanaf het badstrand 2.0!

Daarom werkt de gemeente Voorne aan Zee nu al samen met inwoners, ondernemers en andere betrokkenen aan een actieplan om de kustbeleving ook op de korte termijn aantrekkelijk te houden voor inwoners, recreanten en toeristen. In het actieplan worden concrete projecten benoemd die op de korte termijn kunnen worden opgepakt, zoals: →

het toegankelijker maken van het strand voor iedereen (van basisschoolleerlingen tot ouderen) om te sporten, met vrij toegankelijke sportvoorzieningen op het strand (bijvoorbeeld een calisthenicspark) en sportactiviteiten;

→

het versterken van de beleving van de zee door fietsers (‘Fietsen aan zee’);

→

het ontwikkelen van gezamenlijke arrangementen en een route gericht op mensen met paarden;

→

het ontwikkelen van een Hortus aan Zee als plek om kennis te maken met de natuur in het duingebied, met een informatie-/ ontmoetingsruimte met mogelijkheden voor workshops en lezingen en met ruimte voor een meditatief moment.

69

OOSTVOORNSE MEER Het Oostvoornse Meer vormt een belangrijke outdoor-bestemming die nog verder kan worden geactiveerd. Het meer wordt veel door windsurfers gebruikt en er kan worden gesupt. Er wordt ook veel gedoken, onder meer naar oude scheepswrakken die herinneren aan de tijd dat het Oostvoornse Meer nog de monding van de Brielse Maas in de Noordzee was. Rond het meer lopen wandelpaden, een fietspad, een ruiterpad en een mountainbikeroute. Het Oostvoornse Meer is het actieve waterfront van Oostvoorne, dat nog meer op de kaart kan worden gezet. Zowel voor de watersport (als ook voor de ecologie) is het belangrijk dat de waterkwaliteit verbetert. Het Oostvoornse Meer heeft twee gezichten: de Natuurboulevard langs de zuidrand en de actieve watersport en meer intensieve vormen van recreatie langs de noordrand. Deze noordoever heeft een bovenregionale functie en trekt veel (inter)nationale bezoekers aan. Aan de zuidwestoever bevindt zich een zwemstrand met speelvoorzieningen; dit strand heeft hoofdzakelijk een lokale betekenis voor Oostvoorne. Dat onderscheid willen we verder versterken en daarmee de contrasten tussen beide kanten van het meer. 70

Het Oostvoornse Meer ligt vlakbij Oostvoorne en aan de route vanuit het dorp naar het Ruige Waterfront aan de Tweede Maasvlakte (met het Maasvlaktestrand). We willen deze route (Maasvlakteboulevard, inclusief de Noordzeeboulevard) veel aantrekkelijker maken voor fietsers en wandelaars (zie ook hierna onder ‘Ruige Waterfront aan de Tweede Maasvlakte’). Ook de recreatieve verbinding met het Brielse Meer en Brielle willen we beter herkenbaar en aantrekkelijker maken en combineren met een goede ecologische verbinding. Vooral langs de zuidrand van het Brielse Meer kan deze route een veel natuurlijker en meer afwisselend karakter krijgen, dat aansluit op het natuurlijke beeld langs de Natuurboulevard aan de zuidrand van het Oostvoornse Meer. Zo kunnen we het Oostvoornse en Brielse Meer recreatief beter met elkaar verbinden. De mountainbikeroute rondom het Oostvoornse Meer kan ook aangesloten worden op de nieuw aan te leggen route langs het Brielse Meer. Rondom het Brielse Meer en de Noordrand van Voorne kansen voor de aanleg of uitbreiding van ruiterpaden, hardlooproutes en hondenlosloopgebied in aansluiting op de routes rondom het Oostvoornse Meer.

71

RUIGE WATERFRONT AAN DE TWEEDE MAASVLAKTE Het Ruige Waterfront aan de Tweede Maasvlakte is een ander belangrijk recreatief cluster. Aan en rond het Maasvlaktestrand kun je de wereldhaven en de zee beleven. Hier is en blijft ruimte voor badstrandtoerisme en actieve watersporten, waaronder kitesurfen. Het is en blijft een stoer bad- en doestrand. Het Havenervaringscentrum Portlantis dat in aanbouw is laat bezoekers straks op inspirerende wijze kennis maken met de haven van Rotterdam. Het Havenervaringscentrum vormt een nieuwe attractie die een impuls geeft aan het gebied. Er is hier - in verband met de veiligheidsrisico’s bij calamiteiten in de haven - op dit moment geen ruimte voor verdere intensivering van de recreatie, maar de bestaande recreatie kan wel verder worden geactiveerd (bijvoorbeeld

72

met strandsporten) en geconcentreerd rondom Portlantis. Voor dit recreatieve cluster is het van belang nader te onderzoeken hoe de veiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten verder kan worden verbeterd. Concentratie rondom Portlantis biedt mogelijkheden de zuidzijde van het strand (het Slufterstrand) nabij het rustgebied Slikken van Voorne juist wat minder druk te maken. Eventueel kan op de grens met het rustgebied duinvorming worden gestimuleerd voor visuele afscherming (nader te onderzoeken). En als in de toekomst het strand moet worden verbreed voor het ‘aanlanden’ van kabels van windparken op zee bekijken we welke kansen dat biedt voor recreatie (en voor natuur).

Hierboven hebben we al aangegeven dat we de route naar het Ruige Waterfront aan de Tweede Maasvlakte vanuit Oostvoorne en het Oostvoornse Meer veel aantrekkelijker willen maken voor fietsers en wandelaars. Deze ‘Maasvlakteboulevard’ (inclusief de Noordzeeboulevard) is nu een lange onaantrekkelijke weg ingeklemd tussen het Slufterdepot aan de noordzijde en een begroeide zanddijk die het zicht op de Slikken van Voorne ontneemt aan de zuidzijde. Langs deze route kunnen bijvoorbeeld ‘waddenhotspots’ als aantrekkelijk vormgegeven uitkijkpunten worden gerealiseerd, vanwaar de Zuid-Hollandse Wadden zijn te beleven. Daarnaast liggen er kansen om een aantrekkelijke verbinding over het water te realiseren tussen bijvoorbeeld Hoek van Holland en Portlantis.

73

OUDDORP AAN ZEE Ouddorp is een moderne badplaats aan een breed Noordzeestrand. Het strand van Ouddorp wordt druk bezocht door badgasten. Wat meer naar het zuidwesten is een kitesurfspot aanwezig. Door de ligging op de kop van Goeree heeft de verzanding hier niet of nauwelijks effect. Daarom behandelen we Ouddorp aan Zee hier beknopt; de koers staat al beschreven in de ‘Toeristisch-recreatieve Visie Goeree-Overflakkee 2025’. Daarin staat verwoord dat we in Ouddorp aan Zee inzetten op het intensiveren van het strandleven, met een breder scala aan activiteiten. Daarnaast is het belangrijk dat de strandvoorzieningen aantrekkelijk blijven en waar nodig een kwaliteitsimpuls krijgen. Bestaande vakantieparken en campings worden (waar nodig) gestimuleerd een kwaliteitsslag te maken, met meer (bio)diversiteit. Het dorpscentrum ligt relatief ver van het strand. We willen onderzoeken hoe we de verbinding tussen het centrum en het strand aantrekkelijker kunnen maken (als fietsverbinding).

74

5

UITVOERINGS­ PROGRAMMA VERSIE 1.0

5. Uitvoeringsprogramma - versie 1.0 5.1 Vertrekpunt voor samenwerking Toekomstperspectief als gezamenlijk vertrekpunt Door de waddenvorming ontstaat een nieuw verhaal voor de Haringvlietmonding. Het toekomstperspectief ‘Zuid-Hollandse Wadden’ biedt een heel mooi vooruitzicht voor het gebied. Door mee te bewegen met de dynamiek ontstaat een veilige kust, door wadden en duinen beschermd tegen de zeespiegelopstijging. Er ontstaat vanzelf een prachtig landschap van schorren, slikken, platen en duinen, dat zowel waardevol is voor de natuur als voor de mens. Het gebied kan zich verder ontwikkelen tot een natuurgebied van wereldklasse en tegelijkertijd tot dé outdoor-bestemming van de Benelux, een bijzondere recreatieve trekker dicht bij de Randstad. En daarmee blijft de kust van Voorne en Goeree een aantrekkelijk en vitaal gebied om te wonen, te werken en te recreëren. Het gebied kan een gidsgebied worden voor andere delta’s in de wereld.

Op weg naar 2060 is het belangrijk de transitie naar de ‘Zuid-Hollandse Wadden’ geleidelijk te laten verlopen en daarin de gebiedsmarketing gelijktijdig in mee te laten lopen. Het moet een geleidelijk proces zijn waarin recreatieondernemers de bakens moeten kunnen verzetten en mee kunnen bewegen met het ontstaan van de nieuwe kustlijn. Dit hoofdstuk beschrijft de contouren van het uitvoeringsprogramma en geeft op hoofdlijnen een voorstel aan voor hoe de coalitie verder gaat en wat er moet gebeuren / welke acties moeten worden genomen om het toekomstperspectief van de grond te krijgen. Welke rollen, verantwoordelijkheden hebben alle partijen? Hoe kan het toekomstperspectief aanhaken op programma’s van hogere overheden? En welke subsidiemogelijkheden zijn er? De definitieve invulling en uitwerking komt tot stand en wordt verder uitgewerkt in de volgende fase.

Dit toekomstperspectief schetst de kansen die de autonome ontwikkeling met zich meebrengt, het wenkend perspectief. Het is echter belangrijk vast te stellen dat het toekomstperspectief geen blauwdruk is die zaken onomkeerbaar vastlegt. We zien het toekomstperspectief vooral als een vertrekpunt voor verdere samenwerking, waarin we de komende jaren samen als coalitiepartijen en met alle stakeholders in het gebied stapsgewijs invulling geven aan de koers die we met dit toekomstperspectief hebben ingezet. Daarmee willen we zoveel mogelijk de kansen benutten om zo het toekomstperspectief te realiseren.

76

Rollen en verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden voor waterveiligheid, natuur en recreatie in de kust en Voordelta liggen niet in één hand, deze zijn verspreid over verschillende partijen. Ten aanzien van het eigendom en beheer geldt dat het Rijk grotendeels eigenaar van de zee en het strand is. Vereniging Natuurmonumenten is ook deels eigenaar van strand en zee, bijvoorbeeld ter plaatse van de Groene Punt en ook als erfpachter van de Kwade Hoek. Op het land geldt dat er sprake is van verschillende eigenaren en beheerders, wat uit de figuren hiernaast blijkt. Daarnaast gelden er voor een groot aantal terreinen bovendien servituten/erfdienstbaarheden die de oorspronkelijke terreineigenaar bedongen heeft bij de overdracht van deze gronden aan de huidige eigenaren. De servituten leggen de last en verplichting op de eigenaar tot het behoud van de natuurlijke en landschappelijke waarden van alle terreinen, percelen en oppervlakten.

De omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid is in opdracht van de provincie Zuid-Holland voortouwnemer voor het toezicht op het water en houdt toezicht vanaf het land. Ook Stichting Het Zuid-Hollands Landschap en Vereniging Natuurmonumenten houden toezicht vanaf het land, waarbij de focus op kitesurflocaties Slufter en Slikken van Voorne ligt. Stichting Het Zuid-Hollands Landschap voert ook toezicht op herstelmaatregelen die worden uitgevoerd door terreinbeheerders. Binnen het werking- en beheergebied van het Recreatieschap Voorne-Putten is deze vergunningverlener, toezichthouder en handhaver al dan niet met straf of bestuursdwang.

Daarnaast hebben partijen ook rollen en verantwoordelijkheden. Gemeenten Voorne aan Zee en Goeree-Overflakkee zijn verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening binnen de gemeentegrenzen. Deze zijn vastgelegd in het kadaster en zijn per gemeente verschillend. Er is dus geen sprake van een uniforme 1 km grens zeewaarts. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de uitvoering van de kustlijnzorg en is voortouwnemer voor het opstellen van het Natura2000-beheerplan Voordelta. De provincie Zuid-Holland is voortouwnemer voor de Natura2000-beheerplannen voor de duinen en is het bevoegd gezag voor de vergunningverlening vanuit de Omgevingswet.

Eigendomssituatie in Natura 2000-gebied Voornes Duin. (Bron: Beheerplan).

Beheersituatie in Natura 2000-gebied Voornes Duin. (Bron: Beheerplan).

77

Voorstel Programmaorganisatie

Breed draagvlak en uitvoeringsbetrokkenheid

Het blijft ook bij de verdere uitwerking en uitvoering van dit toekomstperspectief belangrijk dat de coalitiepartijen bereid zijn elkaars belangen te begrijpen en soms wat water bij de wijn te doen. Voor het vervolgproces - gericht op de uitvoering van het toekomstperspectief - is het vooral aan de partijen met de grootste belangen om samen stappen te zetten. De trekkersrol ligt bij de gemeente Voorne aan Zee.

Het toekomstperspectief is tot stand gekomen door een hechte samenwerking met een enthousiaste maatschappelijke klankbordgroep (MKBG) met daarin stakeholders uit het gebied (zie ook paragraaf 1.4). Samen met deze stakeholders willen we het toekomstperspectief in de volgende fase verder handen en voeten geven. Uiteindelijk is het toekomstperspectief immers vooral opgesteld voor de inwoners en ondernemers in het gebied. Het continueren en verder stimuleren van de samenwerking in het gebied is essentieel. Communicatie tussen de gebiedspartners en met de omgeving is belangrijk om draagvlak te houden en succes te boeken. De gebiedspartners hebben hierbij een belangrijke functie. Ze brengen de beweging in dit toekomstperspectief in de praktijk. Daarom stellen we voor:

Het voorstel is de huidige organisatiestructuur te continueren binnen de coalitie, met een projectgroep en bestuurlijk overleg. We stellen onderstaande programmaorganisatie voor: →

→

Projectgroep: twee keer per jaar wordt een bijeenkomst georganiseerd waarin de lopende ontwikkelingen worden besproken en geëvalueerd en de projectenlijst wordt geactualiseerd. Voorafgaand wordt een agenda rondgestuurd met daarbij een notitie over de stand van zaken van nieuwe en lopende projecten. Nieuwe projecten worden in dit overleg verkend en beoordeeld voordat deze worden voorgelegd aan het bestuurlijk overleg waarbij het projectvoorstel wordt voorgelegd.

→

de MKBG te laten bestaan na de visieontwikkeling en periodiek te blijven betrekken bij de realisatie van het toekomstperspectief. De MKBG is een belangrijke bondgenoot voor het gedachtengoed van het toekomstperspectief, het is belangrijk deze personen/ organisaties betrokken te houden. Zij kunnen de ambassadeurs worden van het nieuwe verhaal. Daarnaast kunnen zij zelf betrokken zijn bij de uitvoering van zaken uit het toekomstperspectief dan wel de schakel zijn met andere initiatiefnemers / ondernemers / partijen in het gebied die bij willen dragen met passende ontwikkelingen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15111334/1