Toekomstperspectief Haringvlietmonding-visiedocument-DEF-jan2025
Tekst van het document
T O E KO M S T P E R S P E C T I E F HARINGVLIETMONDING 2060
ZUID-HOLLANDSE WADDEN
JANUARI 2025 2
Inhoud SAMENVATTING
5
1.
12 12 13 15 15 16
INLEIDING 1.1 Aanleiding en urgentie 1.2 Doel toekomstperspectief 1.3 Samenwerking in een brede coalitie 1.4 Maatschappelijke klankbordgroep 1.5 Proces toekomstperspectief
4.
TOEKOMSTPERSPECTIEF HARINGVLIETMONDING: ‘ZUID-HOLLANDSE WADDEN’ 34 4.1 Meebewegen met de dynamiek 34 4.2 Iconisch Waddengebied voor mens en natuur 39 4.2.1 Kansen voor Waddenecologie! 46 4.2.2 Kansen voor Waddeneconomie! 55
5.
2.
ER IS VEEL OM TROTS OP TE ZIJN! 2.1 Veel verschillende kwaliteiten 2.2 Uitgaan van de kracht van het gebied
18 18 26
UITVOERINGSPROGRAMMA - VERSIE 1.0 5.1 Vertrekpunt voor samenwerking 5.2 Koppeling met bovenlokale programma’s 5.3 Voorstel Dynamisch actieplan
GERAADPLEEGDE BRONNEN 3.
POSITIE IN DE REGIO 3.1 Onderdeel van de Zuidwestelijke Delta: een oase van rust en ruimte 3.2 De Haringvlietmonding is uniek binnen de Zuidwestelijke Delta
76 76 79 83
90
28 28 30
3
Iconisch Waddengebied
Samenvatting Kustgebied in verandering Sinds de afsluiting van het Haringvliet in 1970 vindt verzanding plaats van de kust van Voorne, bij de Kop van Goeree en in de vaargeul naar Stellendam en het Haringvliet. Er is een gebied met kleine geulen en lage zandplaten en slikvlaktes aan het ontstaan. De grote zandplaat voor de kust van Voorne (de Hinderplaat) groeit waarschijnlijk in de komende jaren vast aan de kop van Voorne en ook bij de Kwade Hoek op Goeree groeit de kust. Onderzoek van Arcadis (2022) heeft aangetoond dat de verzanding doorzet in de toekomst. De Haringvlietmonding zal verder transformeren. De verzanding zorgt de komende decennia voor een goede bescherming van het achterland tegen de zee, ook bij de verwachte zeespiegelstijging. De morfologische ontwikkeling zorgt ook voor positieve effecten voor de natuur. Er ontstaan op termijn nieuwe duinen en vochtige duinvalleien. Hiervan profiteren bijzondere planten en vogels. Daar staat tegenover dat door het aanlanden van de Hinderplaat de kans op verstoring van zeehonden en vogels groter wordt. De verwachting is dat ook het woon- en leefklimaat op Goeree en Voorne een positief effect zal ervaren door de toenemende natuur en de toenemende kansen voor natuurbeleving. Voor de recreatiesector betekent meer natuurbeleving ook een mogelijke beweging van seizoentoerisme naar meer jaarrondtoerisme.
Dat biedt kansen voor het aantrekken van nieuwe doelgroepen. Naast positieve effecten, zijn er ook effecten van de verzanding waar zorgen over bestaan. Zo is de strandbeleving nu anders dan vroeger. Door de verzanding is de zee bij het strand van Rockanje en Oostvoorne ondieper geworden en is de branding verdwenen. In de toekomst zet dit waarschijnlijk door en zal de vooroever van de kust van Voorne verder verondiepen en het strand breder worden. Door de verzanding zullen de mogelijkheden voor badstrand- en watertoerisme bij de kust van Voorne afnemen.
Door de verzanding zullen ook de inspanningen toenemen om het Slijkgat - de vaargeul naar Stellendam - op diepte te houden. Bovendien kan in de vaargeul sprake zijn van toenemende veiligheidsrisico's voor de scheepvaart. De vaargeul is van belang voor onder meer de visserijsector en de maritieme maakindustrie in de buiten- en binnenhaven van Stellendam en voor de zeegaande pleziervaart van en naar het Haringvliet.
Doel Toekomstperspectief Om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op de morfologische ontwikkeling van het gebied en daarbij zoveel mogelijk kansen te benutten - voor zowel natuur als voor recreatie en de economie - hebben we met een brede coalitie van partijen een toekomstperspectief opgesteld voor de Haringvlietmonding op weg naar 2060. De coalitie bestaat uit de gemeenten Voorne aan Zee, Goeree-Overflakkee en Nissewaard, Recreatieschap Voorne-Putten, Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Het Zuid-Hollands Landschap, Havenbedrijf Rotterdam, Waterschap Hollandse Delta, Provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat WestNederland Zuid. Het opstellen van het toekomstperspectief is een vervolgstap op het onderzoek dat de coalitiepartijen samen hebben laten uitvoeren naar de morfologische ontwikkelingen (verzanding) en de effecten daarvan door Arcadis in 2022. De coalitie heeft bij het opstellen van het toekomstperspectief een maatschappelijke klankbordgroep (MKBG) betrokken met daarin stakeholders uit het gebied. In de MKBG zitten partijen die respectievelijk de belangen behartigen van de recreatiesector, het maritieme cluster in Stellendam en andere ondernemers en de natuur. Ook heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor de algemene besturen.
5
Het toekomstperspectief toont de stip op de horizon waar we de komende jaren naar toe werken. We geven aan hoe we daarbij de bestaande kwaliteiten willen behouden en versterken en hoe we zoveel mogelijk kansen benutten die ontstaan door de morfologische ontwikkeling. Uitgangspunt is een goede balans tussen natuur, recreatie en economie en alle andere belangen die spelen in het gebied. Het is een integraal verhaal, waarin we onderzocht hebben hoe natuur, recreatie en economie elkaar kunnen versterken. Het toekomstperspectief schetst de richting (of ‘koers’) voor de toekomstige ontwikkeling van de Haringvlietmonding op weg naar 2060. Maar het perspectief is geen blauwdruk, de richting is niet in beton gegoten. Er blijft altijd ruimte voor flexibiliteit en aanpassingen. Het toekomstperspectief legt geen ontwikkelingen vast, maar inspireert en nodigt ondernemers, organisaties en overheden uit om te komen met passende initiatieven en investeringen. Ook voor het opstellen van eigen plannen kunnen de coalitiepartijen het toekomstbeeld gebruiken. We zien het toekomstperspectief vooral als een vertrekpunt voor verdere samenwerking, waarin we de komende jaren samen als coalitiepartijen en met alle stakeholders in het gebied stapsgewijs invulling geven aan de koers die we met dit toekomstperspectief hebben ingezet.
Daarmee willen we zoveel mogelijk de kansen benutten om zo het toekomstperspectief te realiseren. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat er andere trajecten zijn waarmee rekening gehouden moet worden en waarmee geschakeld moet worden, zoals het traject van de deltacommissaris en het Deltaprogramma, de Ruimtelijke Puzzel en het Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied Rotterdamse Haven. We zien het Toekomstperspectief Haringvlietmonding 2060 vooral als een inspiratiedocument dat de kansen toont voor ecologie en economie als niet wordt ingegrepen in de natuurlijke morfologische ontwikkeling. Het vormt daarmee een bouwsteen om mee te nemen in de andere trajecten.
Uitgaan van de kracht van het gebied In het gebied van de Haringvlietmonding is er nu al veel om trots op te zijn: de grote diversiteit aan fraaie landschappen, de rust, ruimte en dynamiek van het gebied, de prachtige natuur, de vele cultuurhistorische waarden, de variatie aan recreatieve mogelijkheden, het innovatief maritiem/nautisch cluster en de hechte gemeenschappen in de dorpen en vestingsteden die elk een eigen identiteit hebben. De vele kwaliteiten maken de Haringvlietmonding tot een aantrekkelijke plek om te wonen, te werken en te recreëren. De Voordelta is van cruciaal belang voor de natuur als leefgebied voor bijzondere plant- en diersoorten. Niet voor niets is het gebied in 2019 uitgeroepen tot beste duurzame natuurbestemming ter wereld. In het toekomstperspectief gaan we daarom uit van de eigen kracht van het gebied. Daarbij is het nodig breder te kijken dan alleen naar de zee en het strand. Juist de combinatie met de duinen en de polders, het Oostvoornse en Brielse Meer, het Haringvliet en de Grevelingen en de dorpen en de vestingsteden resulteert in een breed palet dat zo aantrekkelijk is door de afwisseling en de contrasten. Het is belangrijk al die verschillende kwaliteiten en gebieden met elkaar te verbinden en meer uit te nutten, zodat inwoners en toeristen optimaal kunnen profiteren van alles wat ons gebied te bieden heeft. Daar liggen veel kansen.
Een veilige en sterke kust De waterveiligheid is heel belangrijk. De ontwikkeling van de ondiepe Voordelta en aangroeiend strand en duin zorgen voor een natuurlijke bescherming tegen de zee, ook bij een stijgende zeespiegel. Onze kust heeft hierdoor een veel betere uitgangspositie dan veel andere delen van de Hollandse kustlijn. Daarom geven we ruimte aan de autonome ontwikkeling, aan de natuurlijke (morfologische) processen. Zo behouden we als vanzelf een veilige en sterke kust. Het is daarbij belangrijk de morfologische ontwikkeling van de kust goed te blijven monitoren en steeds in te spelen op de dynamiek en de kansen die daarin ontstaan. We respecteren het natuurlijk systeem en sturen hooguit een beetje bij en alleen als dat nodig is.
6
7
Iconisch Waddengebied voor mens en natuur Als je uitgaat van de autonome morfologische ontwikkeling van de kust ontwikkelt zich naast de stranden van Rockanje en Ouddorp een heel mooi en rijk gebied met platen, schoren, slikken en jonge duintjes: een soort waddengebied in het klein. De waddenvorming is uniek voor Zuidwest-Nederland. Door deze ontwikkeling ontstaan veel kansen om het gebied in de toekomst nog aantrekkelijker te maken voor mens en natuur en het gebied anders te ‘vermarkten’. De Haringvlietmonding kan een iconisch waddengebied worden, waar natuur en recreatie/economie in balans zijn en elkaar versterken. Niet alleen ontstaan er bijzondere natuurtypen die in andere delen van de Zuidwestelijke Delta zeldzaam zijn of aan het verdwijnen zijn, ook ontstaat er een gebied waar zeer bijzondere buitenbeleving mogelijk is, met beleefbare natuur, vlakbij de Randstad. Dat biedt grote potenties voor recreatie en voor de economie in het gebied. Daarbij is het belangrijk dat er kruisbestuiving is tussen natuur en recreatie zodat de natuur en de recreatiesector in het gebied van elkaar profiteren.
Als natuur en recreatie elkaar versterken Voor de recreatiesector is de afwisselende natuur een belangrijke trekker, terwijl de natuur baat heeft bij draagvlak voor natuurbescherming. Dat draagvlak ontstaat vooral als mensen de natuur zelf ervaren en ervan kunnen genieten. Daarom willen we de mogelijkheden voor de beleving van het gebied vergroten, bijvoorbeeld door het toevoegen van uitkijkpunten. Dat betekent niet dat iedereen altijd overal moet kunnen komen. Een goede zonering (in tijd en ruimte) is immers belangrijk om te voorkomen dat de natuurwaarde en daarmee ook de recreatieve waarde wordt aangetast. Dat betekent - net zoals in de huidige situatie - dat in sommige delen van het gebied vrij gerecreëerd kan worden (zoals op de bestaande stranden), terwijl andere delen rustgebieden zijn voor de
natuur die alleen vanaf de randen of alleen in bepaalde tijden van het jaar beleefd kunnen worden. Ook hiervoor geldt dat we de ontwikkeling van het gebied goed in de gaten houden. Door de verbinding te zoeken binnen de coalitie en met de partijen uit het gebied (waaronder de recreatiesector en natuurpartijen) kunnen we optimaal inspelen op de kansen en onmogelijkheden die door de ontwikkeling ontstaan. Het strand tussen Oostvoorne, de Groene Punt, Rockanje en het Quackstrand blijft toegankelijk zoals in de huidige situatie. Als het op de lange termijn veilig wordt de aangelande Hinderplaat te betreden, gaan we nader onderzoeken of, waar en hoe ook op delen van deze plaat toegankelijkheid wenselijk en mogelijk is, in harmonie met de natuurdoelstellingen (Natura2000).
Een dynamisch landschap van formaat: een ‘totaalpakket’ Zowel voor de natuur als voor de recreatie is het belangrijk sterke en aantrekkelijke verbindingen te maken tussen de kust en het achterland en tussen de verschillende categorieën recreatief aanbod (de ‘toeristische profielen’) op Voorne en Goeree. Inwoners en bezoekers gaan niet alleen naar het strand, maar ook naar de duinen en de landgoederen om te wandelen, naar het fraaie polderlandschap met de kreken en dijken om te fietsen en naar het Oostvoornse en Brielse Meer om te watersporten. En ze bezoeken de dorpen en vestingsteden, gaan naar de horeca en/of overnachten op een vakantiepark of in een hotel. Juist dat brede aanbod - dat totaalpakket - is de kracht van het gebied en een belangrijke troef om meer recreanten jaarrond te trekken. Er is veel te doen en het aanbod is gevarieerd. Dat maakt een meerdaags verblijf het hele jaar door aantrekkelijk. Door uit te gaan van de eigen kracht en de bestaande kwaliteiten te behouden en onderling nog beter te verbinden en door daarnaast nieuwe kwaliteiten toe te voegen, blijft het gebied aantrekkelijk voor de bestaande doelgroepen en trekt het tegelijkertijd nieuwe doelgroepen aan.
8
Kansen voor Waddenecologie: natuur van wereldklasse
Kansen voor Waddeneconomie: dé outdoor-bestemming van de Benelux
Door uit te gaan van de autonome ontwikkeling in het gebied en mee te bewegen met de dynamiek, ontwikkelt zich vanzelf een gevarieerde en dynamische waddennatuur. De Haringvlietmonding kan verder uitgroeien tot een paradijs voor vogels die op het strand broeden, op hoger gelegen zandplaten, jonge duintjes en in het duingebied, voor (trek)vogels die in het gebied naar voedsel zoeken en rusten en voor zeehonden die ook rust vinden en jongen voeden op de zandplaten. Door duinvorming ontstaan bijzondere duingraslanden en vochtige duinvalleien met bijzonder planten zoals orchideeën.
Door de verandering die het gebied doormaakt en de bijzondere waddennatuur die zich daardoor ontwikkelt, ontstaat voor inwoners en bezoekers een oase van rust en ruimte in een uniek en veelzijdig landschap. Het toekomstperspectief van de Zuid-Hollandse Wadden biedt veel kansen om het recreatieve aanbod te verbreden en te vernieuwen, aansluitend bij de ontwikkeling van de Haringvlietmonding als waddengebied. De kust en het achterland van Voorne en Goeree kunnen dé outdoor-bestemming van de Benelux worden, gericht op buitenbeleving, avontuur en de uniciteit van het gebied. Dat sluit heel goed aan bij de trends in de recreatie- en toerismesector: er is een groeiende behoefte aan buitenactiviteiten (zeker sinds de coronapandemie), het opdoen van ‘betekenisvolle ervaringen’ en aan plekken waar mensen zichzelf kunnen herontdekken. De Zuid-Hollandse Wadden en het achterland lenen zich daar perfect voor. Om het gebied jaarrond recreatief aantrekkelijk te laten zijn is het van belang om te investeren in het totale toeristisch-recreatieve product en het aanwezige potentieel beter te benutten.
Een nieuwe zonering met goede voorlichting en handhaving biedt kansen om een groter aaneengesloten rustgebied te creëren. Dat is belangrijk om de unieke topnatuur in het gebied te behouden. Ook voor de recreatie is de zonering erg belangrijk omdat de natuur beleefbaar moet blijven om het gebied aantrekkelijk te houden. Waar mogelijk zetten we in op het versterken van de ecologische relatie met zowel het Haringvliet en het Oostvoornse Meer, als met de polders in het achterland. Er ontstaat hierdoor een nog fraaier en afwisselender gebied, met natuur van wereldklasse.
De badstrandrecreatie kan de huidige schaalgrootte behouden. Daarbij is soms een kwaliteitsimpuls wenselijk, omdat de voorzieningen hierdoor jaarrond voor toeristen aantrekkelijker worden. Daarnaast liggen er kansen om nieuwe recreatieve trekkers te ontwikkelen, zoals een hotel met waddenwellness, een culinaire waddenhotspot met visgastronomie of een nieuwe vogelobservatiepost op de Groene Punt, waardoor het gebied ook in economisch en recreatief opzicht verder kan doorgroeien. Uitgangspunt is daarbij niet inzetten op kwantiteit maar op kwaliteit en op het meer verspreid over het jaar trekken van bezoekers. Om naast de bestaande doelgroepen nieuwe doelgroepen jaarrond te trekken is het nodig meer onderscheidende, hoogwaardige overnachtingsplekken aan te bieden, zeker op Voorne. Het belang vanuit toerisme is dat de aanwezige verblijfsrecreatieve parken behouden blijven voor toeristisch-recreatief gebruik en zich doorontwikkelen, verduurzamen en een kwaliteitsimpuls krijgen waardoor de parken ook ‘jaarrond’ recreatief gebruikt worden.
9
We zetten in op een goede zonering met recreatieve clusters met iconen en voorzieningen die het verhaal van de Zuid-Hollandse Wadden vertellen en een meerdaags verblijf aantrekkelijk maken. Elk cluster heeft een eigen karakter en onderscheidende recreatieve voorzieningen:
→
Deltacentrum aan de Haringvlietdam - Ontdekken, beleven, ervaren
→
Rockanje aan Zee - Badstrand 2.0
→
Oostvoornse Meer - Outdoor-bestemming
→
Ruige Waterfront aan de Tweede Maasvlakte - Wereldhaven aan zee
→
Ouddorp aan Zee - Moderne badplaats
In deze vijf clusters kan de Zuid-Hollandse Wadden op verschillende manieren worden beleefd, wat het gebied aantrekkelijk maakt voor meerdere doelgroepen. De verschillende clusters zorgen samen voor ‘eenheid in verscheidenheid’. Daarom zijn aantrekkelijke en herkenbare recreatieve verbindingen tussen deze clusters en met de dorpen en vestingsteden heel belangrijk.
Samen een nieuw verhaal maken Dit toekomstperspectief is het startpunt om samen een nieuw verhaal te maken voor het gebied. Door de aandachtspunten van de verzanding serieus te nemen, maar tegelijkertijd de ontwikkeling om te zetten naar kansen kan er veel moois ontstaan. Op weg naar 2060 is het belangrijk de transitie naar de ‘Zuid-Hollandse Wadden’ geleidelijk te laten verlopen en daarin de gebiedsmarketing gelijktijdig mee te laten lopen. Het moet een geleidelijk proces zijn waarin (recreatie)ondernemers de bakens moeten kunnen verzetten en mee kunnen bewegen met het ontstaan van de nieuwe kustlijn. Ook hier is het van belang andere trajecten niet uit het oog te verliezen. Het toekomstperspectief van de Zuid-Hollandse Wadden is een duidelijke keuze en het is belangrijk daar vol overtuiging met alle partijen in het gebied voor te gaan. Door samen te bouwen aan de uniciteit, diversiteit en authenticiteit van de Zuid-Hollandse Wadden ontstaat zowel een rijke natuur als een sterk onderscheidend recreatief product. Het is belangrijk (recreatieve) ontwikkelingen daarop te richten en echt iets unieks neer te zetten, iets dat duidelijk anders is dan andere delen van de Zuidwestelijke Delta en de Hollandse kust. De ontwikkeling die in de Haringvlietmonding plaatsvindt is echt heel bijzonder en een voorbeeld voor vergelijkbare delta’s!
Samen zoeken naar zoveel mogelijk kansen waarbij waddenecologie en waddeneconomie elkaar versterken
10
1
INLEIDING
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en urgentie Kustgebied in verandering Sinds de afsluiting van het Haringvliet in 1970 vindt verzanding plaats van de kust van Voorne, bij de Kop van Goeree en in de vaargeul naar Stellendam en het Haringvliet. Met vloed zet de zee zand af in de Haringvlietmonding. Maar door de afsluiting van het Haringvliet is er te weinig afvoer om dat zand bij eb weer weg te spoelen naar zee. Hierdoor is een gebied met kleine geulen en lage zandplaten en slikvlaktes aan het ontstaan. Onderzoek van Arcadis (2022) heeft aangetoond dat de verzanding doorzet in de toekomst. Dit heeft invloed op onder meer de natuur, het karakter van het strand, de recreatiemogelijkheden, toerisme, scheepvaart en de waterveiligheid. De Haringvlietmonding zal verder transformeren. De oude situatie (van voor de aanleg van de Haringvlietdam) kan niet meer terugkomen, zelfs als de Haringvlietsluizen helemaal open zouden gaan. Daarvoor is de verzanding al te ver gevorderd.
Effecten op de waterveiligheid Uit het onderzoek van Arcadis blijkt dat de Hinderplaat, de plaat die nu voor de kust van Voorne ligt, waarschijnlijk vanzelf vastgroeit aan de Groene Punt (in het rapport van Arcadis, blok A, is dit scenario 1: ‘Brede kust van Voorne’). De verzanding zorgt daarmee - in ieder geval tot 2060 maar waarschijnlijk nog veel langer - voor een goede bescherming van het achterland tegen de zee, ook bij de verwachte zeespiegelstijging. Dit komt doordat de sedimentatie (het afzetten van zand door de zee) de komende decennia groter blijft dan de zeespiegelstijging. Dat geeft vooral de kust van Voorne vanuit waterveiligheid een veel betere uitgangspositie dan de meeste andere delen van de Nederlandse kust!
Effecten op de natuur Voor de natuur geldt dat voor het grootste deel van de natuurtypen (habitattypen) en aanwezige soorten er geen verandering optreedt door de morfologische ontwikkelingen (verzanding). Maar op sommige natuurwaarden worden door Arcadis wel effecten verwacht. De meeste van die effecten zijn positief. Door de jaren heen verdwijnt open water ten gunste van meer land. Hiervan profiteren de dagelijks en periodiek overstroomde habitattypen omdat nieuwe zandbanken ontstaan. Duinen en duinvalleien hebben voordeel van de aanzanding omdat meer zand wordt aangevoerd en daardoor duinen en duinvalleien kunnen ontstaan. Veel plantensoorten, waaronder de inheemse orchideeën, zullen profiteren van meer duinvalleien die bovendien van betere kwaliteit zijn. Broedvogels die ergens anders broeden maar juist foerageren op de landwaterovergangen profiteren ook van de ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor niet-broedvogels die ook foerageren op de landwaterovergangen. Een groot deel van het gebied heeft de status Natura2000: natuur van Europees belang. Door de verzanding treden naast de positieve effecten ook enkele effecten op die negatief zijn voor de wettelijke doelstellingen die van kracht zijn voor de Natura2000-gebieden. Er is door de verzanding sprake van een afname van permanent overstroomde habitattypen (onderwaternatuur).
En door de aanlanding aan de kust van de Hinderplaat, een belangrijke rustplaats voor vogels en zeehonden, wordt de kans op verstoring groter.
12
Effecten op het woon- en leefklimaat, de recreatie en de economie De verwachting van Arcadis is dat het algemene woon- en leefklimaat op Goeree en Voorne een positief effect zal ervaren door de toenemende natuur en de toenemende kansen voor natuurbeleving. Meer natuurbeleving betekent ook een mogelijke beweging van seizoentoerisme naar meer jaarrondtoerisme wat kansen biedt voor het aantrekken van nieuwe doelgroepen. Naast positieve effecten, zijn er ook effecten van de verzanding waar zorgen over bestaan. Zo is de strandbeleving nu anders dan vroeger. Door de verzanding is de zee bij het strand van Rockanje en Oostvoorne ondieper geworden en is de branding verdwenen. In de toekomst zet dit waarschijnlijk door en zal de vooroever van de kust van Voorne verder verondiepen en het strand breder worden. Door de verzanding zullen de mogelijkheden voor badstrand- en watertoerisme bij de kust van Voorne afnemen. Dit zal het eerst merkbaar zijn op de Slikken van Voorne en de Westplaat. Door de verzanding zullen ook de inspanningen toenemen om het Slijkgat - de vaargeul naar Stellendam - op diepte te houden. Bovendien zal in de vaargeul sprake zijn van toenemende veiligheidsrisico's voor de scheepvaart.
De vaargeul is van belang voor onder meer de visserijsector en de maritieme maakindustrie in de buiten- en binnenhaven van Stellendam en voor de zeegaande pleziervaart van en naar het Haringvliet.
Zelfs met zeespiegelstijging een veilige kust
Een toekomstperspectief is nodig! Kortom, er treden door de verzanding zowel voor de natuur als voor de recreatie en economie positieve en negatieve veranderingen op. Daarom is het belangrijk een toekomstperspectief te hebben en voorbereid te zijn op de toekomstige ontwikkelingen en zoveel mogelijk kansen te benutten die de nieuwe situatie met zich mee zal brengen. Naast de verzanding spelen er in het kustgebied van de Haringvlietmonding nog veel meer trends en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld de noodzaak tot verduurzaming en aanpassing aan de klimaatverandering, de afname van de biodiversiteit, verschuivingen in de recreatie- en toerismesector, de visserij die onder druk staat, de leefbaarheid in de dorpen die onder druk staat en een toenemende mobiliteit, wat met name zorgt voor drukte op de N57. Ook voor deze ontwikkelingen is aandacht geweest bij het opstellen van het toekomstperspectief.
1.2 Doel toekomstperspectief Dit toekomstperspectief toont de stip op de horizon waar we als coalitie (zie paragraaf 1.3) de komende jaren naar toe werken, samen met alle stakeholders in het gebied. We geven aan hoe we daarbij de bestaande kwaliteiten willen behouden en versterken en hoe we daarbij omgaan met de verzanding en andere trends en ontwikkelingen. Uitgangspunt is een goede balans tussen natuur, recreatie en economie en alle andere belangen die spelen in het gebied. Het is een integraal verhaal, waarin we onderzocht hebben hoe natuur, recreatie en economie elkaar kunnen versterken en hoe we zoveel mogelijk kansen kunnen benutten.
13
2025
2030
2060
Vanwege de beperkte voorspelbaarheid van toekomstige morfologische ontwikkelingen wordt het opmeten van oppervlakten of strandbreedtes in deze figuur afgeraden.
Het toekomstperspectief schetst de richting (of ‘koers’) voor de toekomstige ontwikkeling van de Haringvlietmonding op weg naar 2060. Maar het perspectief is geen blauwdruk, de richting is niet in beton gegoten. Er blijft altijd ruimte voor flexibiliteit en aanpassingen. Het toekomstperspectief legt geen ontwikkelingen vast, maar inspireert en nodigt ondernemers, organisaties en overheden uit te komen met passende initiatieven en investeringen. Ook voor het opstellen van eigen plannen kunnen de coalitiepartijen het toekomstbeeld gebruiken. Het toekomstperspectief laat zien welk soort initiatieven in het gebied bij kunnen dragen aan het daadwerkelijk realiseren ervan. In de uitvoeringsparagraaf achterin dit document gaan we in op wat verder opgepakt moet worden om het toekomstperspectief realiteit te maken. We zien het opstellen van dit toekomstperspectief dan ook niet als een eindpunt, maar veel meer als een vertrekpunt voor verdere samenwerking met alle betrokkenen in het gebied. Op deze wijze kunnen we samen werken aan het nieuwe verhaal voor de Haringvlietmonding!
Relatie met andere visietrajecten Het is belangrijk te beseffen dat er andere onderzoeken lopen waarmee rekening gehouden moet worden in en rond de Haringvlietmonding en waarmee geschakeld moet worden omdat we niet alles zelfstandig kunnen beslissen. Belangrijk zijn onder meer het traject van de deltacommissaris en het Deltaprogramma, de Ruimtelijke Puzzel en het Ontwikkelperspectief voor het NOVEXgebied Rotterdamse Haven. Waar voorliggend Toekomstperspectief Haringvlietmonding 2060 uitgaat van de autonome morfologische ontwikkeling, kunnen de genoemde trajecten tot andere scenario’s leiden. We zien het Toekomstperspectief Haringvlietmonding 2060 vooral als een inspiratiedocument dat de kansen toont voor ecologie en economie als niet wordt ingegrepen in de natuurlijke ontwikkeling. Het vormt daarmee een bouwsteen om mee te nemen in de andere trajecten.
14
1.3 Samenwerking in een brede coalitie
→
HET MARITIEME CLUSTER IN STELLENDAM EN ANDERE ONDERNEMERS: ›
Het toekomstperspectief is ontwikkeld door een brede coalitie van partijen. De visieontwikkeling is een vervolgstap op het onderzoek dat de coalitiepartijen samen hebben laten uitvoeren naar de morfologische ontwikkelingen en effecten (Arcadis 2022). De volgende partijen nemen deel aan deze coalitie: → → → → → → → → → →
Gemeente Voorne aan Zee Gemeente Goeree-Overflakkee Gemeente Nissewaard Vereniging Natuurmonumenten Stichting Het Zuid-Hollands Landschap Recreatieschap Voorne-Putten Havenbedrijf Rotterdam Waterschap Hollandse Delta Provincie Zuid-Holland Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid
› › › › › › ›
→
DE NATUUR: ›
1.4 Maatschappelijke klankbordgroep
› ›
Het toekomstperspectief is opgesteld in nauwe samenspraak met een maatschappelijke klankbordgroep (MKBG) met daarin stakeholders uit het gebied. Voor de MKBG zijn partijen uitgenodigd die respectievelijk de belangen behartigen van:
› ›
→
DE RECREATIESECTOR: › ›
› ›
Toeristisch Ondernemers Platform (TOP) Voorne-Putten Nederlandse Vereniging voor Handel en Industrie op het gebied van Scheepsbouw en Watersport (HISWA) Vereniging van Eigenaren en Exploitanten van Recreatieondernemingen (VEERO) Watersportverbond Nederlandse Kitesurf Vereniging
›
Vertegenwoordiging namens de strandpaviljoenhouders
›
Brielse Belangen Vereniging / BIZ Seggelant Brielle (mede namens Business Club Nieuw Voorne, Hellevoetsluis en ondernemers uit de voormalige gemeenten Westvoorne en Brielle) Federatie Ondernemersverenigingen Goeree-Overflakkee (FOGO) Vissersvereniging Zuidwest United Fish Auctions Bedrijven InvesteringsZone (BIZ) voor Korteweg en Deltahaven (-Binnen), Stellendam Damen Maaskant Shipyards Stellendam Padmos Reddingsbrigade Rockanje
Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV afdeling Hollandse Delta) Stichting Duinbehoud Natuur- en Landschapsbescherming Goeree-Overflakkee (NLGO) Stichting Strand in Zicht, Voorne-Maasvlakte Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH)
In de MKBG hebben stakeholders hun belangen meegegeven. De MKBG heeft actief meegedacht gedurende het gehele proces en veel informatie en advies gegeven. Daardoor is vanuit veel verschillende invalshoeken naar het gebied gekeken en hebben we vervolgens gericht met elkaar de juiste keuzes kunnen maken. De resultaten van het gezamenlijke proces hebben we samengebracht in voorliggend toekomstperspectief, met inspirerende verbeelding van de kansen die we zien.
15
1.5 Proces toekomstperspectief We hebben het toekomstperspectief opgesteld in drie stappen, waarbij het onderzoek van Arcadis de basis heeft gevormd. In het voorjaar van 2023 zijn we gestart met het ophalen van ideeën, wensen en gedachten en kansen bij de ambtelijke projectgroep, bij bestuurders en bij de MKBG (stap 1). Tevens hebben we een aantal schuurpunten en synergiemogelijkheden besproken om te kijken welke mogelijke ontwikkelrichtingen er voor de toekomst mogelijk zijn. Op basis van alle input uit stap 1 zijn we in de stap 2 - rond de zomer en in het najaar van 2023 - aan de slag gegaan met ontwerpend onderzoek en het opstellen van een toekomstverkenning. Een concept van de toekomstverkenning hebben we op hoofdlijnen getoetst aan de Wet natuurbescherming (die per 1 januari 2024 is opgegaan in de Omgevingswet) en we hebben juridische checks gedaan bij de bevoegde gezagen: het ministerie van LNV (nu: LVVN) en de provincie Zuid-Holland. Vervolgens hebben we de toekomstverkenning aangevuld en besproken met de projectgroep, de bestuurders en de MKBG.
Daarnaast heeft er op 14 november 2023 een informatiebijeenkomst voor de algemene besturen plaatsgevonden waarvoor de raadsleden van de gemeenten Voorne aan Zee, Goeree-Overflakkee en Nissewaard zijn uitgenodigd alsmede de leden van het algemene bestuur van waterschap Hollandse Delta en de statenleden van de provincie Zuid-Holland. Op basis van de reacties die we hebben opgehaald tijdens deze sessies hebben we de toekomstverkenning in stap 3 verder uitgewerkt tot voorliggend toekomstperspectief. Een concept van het toekomstperspectief is voorgelegd aan de projectgroep, aan de bestuurders en aan de MKBG. Vervolgens is het toekomstperspectief definitief gemaakt in het najaar van 2024.
16
2
ER IS VEEL OM TROTS OP TE ZIJN!
2. Er is veel om trots op te zijn! 2.1 Veel verschillende kwaliteiten Bij het opstellen van een toekomstperspectief is het belangrijk goed te kijken hoe de situatie nu is en wat er allemaal aan kwaliteiten al zijn die het waard zijn om te behouden of verder te versterken. En in het gebied van de Haringvlietmonding is er nu al veel om trots op te zijn!
VEEL MOOIE LANDSCHAPPEN De Haringvlietmonding kent een grote afwisseling aan hele fraaie landschappen. Het open en dynamische landschap van de Noordzeekust met de zee, het strand, de slikken en de platen - wordt scherp begrensd door de duinen. Ook de Haringvlietdam vormt sinds 1970 een scherpe begrenzing en de grens tussen de dynamische en zoute of brakke kust en het ingedamde en zoete Haringvliet. De duinen van Goeree en Kwade Hoek en Voornes Duin bestaan uit een afwisselend landschap van open
delen, struwelen, duinbossen, duinmeren, poelen, moerassen en vochtige duinvalleien. Achter de duinen liggen zeekleipolders, met een overwegend agrarisch karakter met open akker- en weidegebieden, maar ook natuurlijke kreekrestanten tussen dijken. Op Voorne liggen op de overgang van de duinen naar de vrij grootschalige open polders de zanderijen, die bestaan uit een kleinschalig, halfopen landschap met een afwisseling van weides, akkers, bosjes en houtwallen. Hier liggen in de binnenduinrand ook bosrijke landgoederen, op de overgang van hoog naar laag. Langs de noordrand van Voorne liggen het Oostvoornse Meer en het Brielse Meer, die landschappelijk onderling sterk verschillen. Het Oostvoornse Meer is omringd met rietland, bosjes, strandjes en duinen. Het Brielse Meer is gelegen in een halfopen en meer parkachtig landschap bestaande uit bospercelen afgewisseld met strandjes en ligweides.
18
GEVARIEERDE NATUUR
RIJKE GESCHIEDENIS
De grote variatie in landschappen en de rust en ruimte zorgen ook voor een bijzondere, veelzijdige natuur. De biodiversiteit van het kustgebied is zeer hoog. Die grote diversiteit komt vooral door de vele overgangen: de afwisseling van droog en nat, zoet en zout, hoog en laag, zonnig en schaduwrijk. De kust (Voordelta), de duinen van Goeree en Kwade Hoek en Voornes Duin en het Haringvliet zijn van internationaal belang voor de natuur en daarom onderdeel van het Europese netwerk van natuurgebieden (Natura2000). De Voordelta wordt gekenmerkt door een grote dynamiek en de ontwikkeling van nieuwe zandplaten en duinen. Deze dynamiek zorgt ervoor dat er ook in de toekomst sprake is van de ontwikkeling van natuur. Deze natuur is van groot belang als leefgebied voor bijzondere plant- en diersoorten. De zee, stranden, slikken en platen van de Voordelta zijn onder meer van belang voor gewone en grijze zeehond en voor veel futen, eenden, steltlopers, sterns en andere broed- en trekvogels en overwinterende vogels. Ook het Oostvoornse Meer is van belang voor veel overwinterende watervogels. In de duinen is vooral de flora zeer bijzonder: hier komt meer dan de helft van alle ruim 1.500 Nederlandse plantensoorten voor. In de polders achter de duinen bezitten vooral de kreekrestanten hoge natuurwaarden.
Het gebied heeft een rijke geschiedenis die vaak nog herkenbaar is in het landschap, zoals de landgoederen in de binnenduinrand, de bunkers van de Atlantikwall, de 15e-eeuwse burcht in Oostvoorne en de vestingsteden Brielle en Hellevoetsluis in het achterland. Voorne staat bovendien van oudsher bekend om de rijke badcultuur: vanuit de steden kwamen mensen hier vroeger al naar toe om een beetje kleur op hun gezicht te krijgen. De Haringvlietdam is als onderdeel van de internationaal beroemde Deltawerken natuurlijk ook een belangrijk cultuurhistorisch icoon van het gebied. De Haringvlietmonding kent bovendien een rijke maritieme cultuurhistorie. De unieke kwaliteiten en verhalen van onder andere de visserijhaven Stellendam, vestingstad en marinehaven Hellevoetsluis, het Kanaal als historische poort naar Rotterdam en het erfgoed van het Historisch Haringvliet komen hier allemaal samen. De Voordelta en de Haringvlietmonding vormen bovendien van oudsher een belangrijke economische toegangspoort. De verhalen liggen voor het oprapen en het zijn deze verhalen die de beleving en aantrekkingskracht van de Haringvlietmonding mede bepalen. En sommige verhalen kunnen we juist nog veel beter voor het voetlicht brengen. 19
AANTREKKELIJK RECREATIEGEBIED Al die fraaie landschappen, bijzondere natuur en cultuurhistorie maken dat het gebied heel aantrekkelijk is voor verschillende vormen van recreatie, zowel voor inwoners als voor bezoekers. Zowel in het landschap als binnen de kernen is een rijke cultuurhistorie terug te zien. De cultuurhistorische waarden van de kernen bepalen de identiteit van de kernen en vormen (potentiële) aantrekkelijke trekpleisters voor bezoekers in de stadjes, dorpen en het landschap. Grote delen van het gebied zijn (op paden) toegankelijk. Er is een duidelijke zonering met meer intensief en meer extensief gebruikte delen binnen de natuurgebieden. Enkele delen zijn wel permanent afgesloten, bijvoorbeeld enkele particuliere terreinen en de slikken en zandplaten voor de kust die dienen als rustgebieden voor vogels en zeehonden. Daarnaast zijn enkele kleine gebieden tijdelijk afgesloten tijdens het broedseizoen.
De badstranden van Rockanje en Ouddorp en het Maasvlaktestrand trekken op warme dagen grote aantallen bezoekers, uit binnen- en buitenland. Hier komen veel zonaanbidders. In Rockanje zijn dat relatief veel families met jonge kinderen die veilig kunnen spelen in het ondiepe water. Er zijn bij Rockanje en Ouddorp verschillende strandpaviljoens aanwezig. Het strand bij Oostvoorne en het strand op de zuidpunt van de Maasvlakte worden vooral op dagen met veel wind bezocht door grote aantallen wind- en kitesurfers. Daarnaast zijn er ook altijd delen van het strand te vinden waar rustzoekers kunnen struinen of een rit te paard kunnen maken, zoals bij de Kwade Hoek op Goeree en de Groene Punt op Voorne. Dergelijke tochtjes kunnen goed gecombineerd worden met een route door de duinen. De fraaie duinen en (op Voorne) de landgoederen in de binnenduinrand trekken wandelaars, fietsers en ruiters van heinde en verre. Juist de aanwezigheid van het fraaie duingebied maakt de kust zo aantrekkelijk.
20
Het Haringvliet is heel belangrijk voor de watersport. Er zijn jachthavens in Stellendam en Hellevoetsluis. In het Haringvliet/Hollands Diep zijn in totaal ruim twintig particuliere en verenigingsjachthavens met in totaal 4500 ligplaatsen. Bij de noordzijde van de Haringvlietdam ligt het Quackstrand met strandpaviljoens en een catamaranvereniging. Ook de natuur op en langs het Haringvliet is op verschillende plekken goed te beleven. Een heel mooi voorbeeld is het fraaie vogelobservatorium 'Tij' nabij Scheelhoek en de haven van Stellendam. Het Oostvoornse Meer biedt ook veel recreatieve mogelijkheden. Hier kan worden gedoken naar oude scheepswrakken en het meer trekt veel windsurfers. Rondom het meer liggen een paar strandjes en er zijn wandel-, fiets-, ruiter- en mountainbikeroutes. Voor natuurliefhebbers is het gebied ook interessant, vooral aan de zuidzijde bij het Groene Strand. Verder liggen er verspreid rondom het meer enkele horecavoorzieningen. Het Brielse Meer is populair onder watersporters. Er zijn jachthavens en strandjes langs het meer. Rondom het Brielse Meer loopt een fietspad.
Langs het Brielse Meer is ook veel verblijfsrecreatie aanwezig. Ook achter de duinen bij Oostvoorne, Rockanje en Hellevoetsluis liggen verscheidene campings en vakantieparken. Oostvoorne en Rockanje vormen als groene dorpen met hun voorzieningen en goede ligging ten opzichte van de duinen en het strand een goede uitvalsbasis voor recreanten. Ook bij de meeste andere dorpen en steden op Voorne en Goeree is veel verblijfsrecreatie aanwezig, vooral rondom Ouddorp. Het agrarische buitengebied is behalve een economisch waardevol productielandschap ook een aantrekkelijk gebied voor recreanten. De dijken vormen fraaie, doorlopende fietsroutes. Langs de oude kreken als de Strype zijn - in het kader van het kreekherstel - krekenpaden aangelegd voor voetgangers. Het agrarisch gebied is echter nog nauwelijks recreatief ingericht. Er zijn hier nog volop mogelijkheden en kansen om het agrarische buitengebied recreatief nog beter te ontsluiten en beleefbaar te maken.
21
NAUTISCH/MARITIEM CLUSTER VAN STELLENDAM
HECHTE GEMEENSCHAPPEN MET EEN EIGEN IDENTITEIT
Een heel andere kwaliteit is het innovatieve en sterke nautisch/maritiem cluster van Stellendam, waarin vooral de volgende subsectoren sterk zijn vertegenwoordigd: visserij, scheepsbouw, jachtbouw/watersportindustrie, maritieme toeleveranciers en dienstverleners, visserijonderwijs en scheepvaart- en techniekonderwijs. In de binnen- en buitenhaven bevinden zich onder meer een visafslag, een garnalenpellerij, twee grote scheepswerven, het Visserij-innovatiecentrum, de ‘visserijschool’ STC Campus-Zuidwest, een jachthaven, een zeehondenopvang, maritieme maakindustrie en verschillende technische bedrijven. De havens zijn belangrijk voor de economie en de identiteit van Stellendam en heel Goeree-Overflakkee.
De dorpen en vestingsteden in het gebied rond de Haringvlietmonding hebben, zowel op Goeree als op Voorne, elk een duidelijke eigen identiteit die nauw verbonden is met het landschap waarin ze liggen. Zo liggen de vestingsteden Hellevoetsluis en Brielle op strategische plekken aan belangrijke waterwegen. Rockanje en Ouddorp zijn groene kustdorpen en de familiebadplaatsen aan zee. Oostvoorne is een aantrekkelijk woondorp in de duinen, met allure, kleinschaligheid en authenticiteit. Stellendam is een vissersdorp dat nauw verbonden is met de haven. Vooral de dorpen hebben vaak hechte gemeenschappen.
22
FACTSHEET
Huidige situatie Haringvlietmonding Feiten over recreatie & toerisme
Feiten over natuur
→
303.000 unieke bezoekers, hebben in 2022 een bezoek gebracht aan de duinen en stranden van Voorne wat de status van N2000gebied heeft, deze bezoekers zijn goed voor 1-1.5 miljoen bezoeken (bron: bezoekersonderzoek bureau Kantar in opdracht van PZH).
→
Aan de zeezijde van de Haringvlietsluizen liggen drie Natura 2000-gebieden: Voordelta, Voornes Duin en Duinen Goeree & Kwade Hoek. Deze gebieden zijn onderdeel van een Europees Netwerk van > 27.000 gebieden van grote natuurwaarde.
→
Ondernomen activiteiten tijdens de bezoeken zijn bijvoorbeeld wandelen (70%), horeca bezoeken (33%) en zwemmen (3%) (bron: bezoekersonderzoek bureau Kantar, in opdracht van PZH, 2022).
→
Broed- en trekvogels: het aantal soorten broedvogels is met 135 ook extreem hoog. Hoger dan op Texel en dat is twintig keer groter in oppervlakte. Ook de aantallen en aantal soorten trekvogels is met >300 extreem hoog.
→
Volgens het Arcadisrapport bedroegen de bestedingen van dagrecreanten en verblijfstoeristen in Voorne-Putten en GoereeOverflakkee circa € 400 miljoen per jaar. De verdeling van deze bestedingen over de belangrijkste bezoekmotieven is: Bad/strand/ water: € 260 miljoen (65%), Natuur: € 100 miljoen (25%) en Cultuur (en overig): € 40 miljoen (10%).De kust vormt een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht van de Zuid-Hollandse eilanden. Er zijn drie dominante motieven om naar de ZuidHollandse eilanden te komen, gebaseerd op de aantrekkingskracht van het gebied: 1) strand- en waterbeleving, 2) natuurbeleving en 3) cultuurbeleving. (bron: hoofdrapport: onderzoek verzanding Haringvlietmonding morfologische ontwikkelingen en effecten, Arcadis 2022).
→
In de duinen is vooral de flora zeer bijzonder: hier komt meer dan de helft van alle ruim 1.500 Nederlandse plantensoorten voor.
→
De toeristisch-recreatieve sector op Voorne-Putten telt 2.890 banen, op Goeree-Overflakkee is dit aantal 1.580 (2019). (bron: factsheet recreatie en toerisme Voorne-Putten 2021).
→
Volgens waarnemingen van Vereniging Natuurmonumenten is de intensiteit van het recreatief gebruik van Natura2000-gebied Voornes Duin in de laatste jaren sterk toegenomen. (bron: Vereniging Natuurmonumenten).
Feiten woon- en leefklimaat →
Op Voorne-Putten leven ruim 150.000 mensen, op GoereeOverflakkee zijn dit er iets meer dan 50.000. Het gebied trekt nieuwe inwoners aan.
→
Het aantal en aandeel mensen boven de 65 jaar is met name aan het groeien. De keerzijde is een krimp in de beroepsbevolking op Voorne-Putten.
→
In een recent onderzoek wordt aangegeven dat meer dan de helft één of vaker dan één keer per week een natuur- of recreatiegebied bezoeken, waarbij ontspanning van groot belang is. Verder wordt in het onderzoek duidelijk dat inwoners met name behoefte hebben aan voorzieningen voor rustige natuurbeleving en in kleine mate voor evenementen. (bron: hoofdrapport: onderzoek verzanding Haringvlietmonding morfologische ontwikkelingen en effecten, Arcadis 2022)
23
FACTSHEET
Huidige situatie Haringvlietmonding Feiten nautisch/maritiem cluster Stellendam →
→
De vloot in Stellendam bestaat uit 25 kotters, waarvan 15 pulskoren 10 garnalenkotters, waarbij voornamelijk op tong, schol, griet, kabeljauw, tarbot, wijting, poon, schar, bot, tongschar en garnalen wordt gevist. Deze vloot is goed voor 125-150 arbeidsplaatsen en een toegevoegde waarde van circa € 13 miljoen (United Fish Auctions, 2021). Er worden circa 400-500 ton garnalen verhandeld in Stellendam, met een waarde van circa € 3 mln. Stellendam is een bescheiden speler t.o.v. andere visafslagen (circa 5%).
→
De afslag van vis in Stellendam is 4000-5000 ton met een waarde van circa € 23 mln. Hier bevindt Stellendam zich in de middencategorie.
→
In Stellendam zijn twee scheepswerven actief: Padmos en Maaskant Shipyards Stellendam. Beide werven zijn deels afhankelijk van de toegankelijkheid van de haven van Stellendam. Volgens onderzoek (Ecorys, 2016) bedroeg het aantal arbeidsplaatsen van beide werven samen circa 165 fte. De werkgelegenheid bedraagt momenteel ongeveer 200 fte exclusief toeleveranciers en personeel van uitzendbureaus (informatie Padmos, 2021). Gemiddeld over de jaren 2008 – 2018 hadden de twee werven een jaarlijks omzet van circa € 43 tot 58 miljoen. Vanaf 2019 is de gezamenlijke omzet verder gestegen tot boven de € 60 miljoen (informatie Padmos, 2021). Circa 50-75% van deze omzet is visserij-gerelateerd. In deze omzet is ten dele ook de omzet verwerkt van een aantal toeleveranciers (zoals Wetec, IJtama, Redert en Coöperatie
Westvoorn) die ook gerelateerd zijn aan de havens van Stellendam. Buiten de leveringen die zij rechtstreeks aan de scheepswerven doen, hebben deze toeleveranciers ook andere omzet waarbij zij afhankelijk zijn van de havens van Stellendam. →
Het aantal scheepspassages bij de Goereesesluis van 2020, de maritieme toegangspoort tot de Haringvliet, geeft een beeld van de intensiteit van scheepvaart en visserij in het gebied. Recreatievaart en met name zeiljachten zijn in aantallen de belangrijkste categorie met ruim 2200 zeiljachten in 2020. Dit aantal is bijna 50% van het totaal aantal bewegingen door de sluis.
→
Afhankelijk van een goede doorgang door de vaargeul (Slijkgat) zijn jachthavens in Stellendam, Hellevoetsluis, Middelharnis en Stad aan het Haringvliet (Atlantica) en verder gelegen plekken langs het Hollands diep . Verhuur van ligplaatsen en aanleg van passanten vormen belangrijke inkomsten voor de havens. Ook voor verder stroomopwaarts gelegen jachthavens is het Slijkgat een belangrijke vaarweg.
→
Zowel de beroepsvaart/visserij als de recreatievaart is afhankelijk van de toegang naar havens en zee via het Slijkgat. Het op diepte houden van de vaargeul is vooral van belang voor de beroepsvaart die tot 4 meter diep kunnen steken. Voor de recreatievaart is de diepte verhoudingsgewijs doorgaans minder cruciaal, vanwege de beperktere diepgang (tot ca. 2 meter maximaal). De breedte én een goede markering van de vaargeul zijn voor alle schepen van belang.
(Bron: Hoofdrapport: onderzoek verzanding Haringvlietmonding morfologische ontwikkelingen en effecten, Arcadis 2022. In dit toekomstperspectief is dus geen nieuw onderzoek verricht, de huidige cijfers kunnen afwijken.)
24
Havens en meren
Rijk landschap Contrasten Verschillende kernen
Woondorp in de duinen
Vestingstad aan het Brielse Meer
Zanderijen
Voordelta
Polderdorpen
Strand en duinen
Polders en dijken
Badplaats aan zee
N57
Vestingstad aan het Haringvliet
Strand en duinen Buitenhaven Stellendam Badplaats aan zee
Historische plaats
Polders en dijken
Vissersdorp
Haringvliet
2.2 Uitgaan van de kracht van het gebied De vele kwaliteiten maken de Haringvlietmonding tot een aantrekkelijke plek om te wonen, te werken en te recreëren en de Haringvlietmonding is van cruciaal belang voor de natuur als leefgebied voor bijzondere plant- en diersoorten. Niet voor niets is het gebied in 2019 uitgeroepen tot beste duurzame natuurbestemming ter wereld, Best of Nature. In 2020 kon het gebied daar de prijs ITB Earth Award 2020 aan toevoegen. Al jaren zijn de stranden van Rockanje en Ouddorp te vinden in de landelijke top van de schoonste stranden. Niet alleen ontvangen ze jaarlijks het internationale keurmerk de Blauwe Vlag, maar ook al meerdere opeenvolgende jaren de prestigieuze Platinum Quality Coast Award.
Juist de combinatie met de duinen en de polders, de dorpen en de vestingsteden geeft het brede palet dat zo aantrekkelijk is door de afwisseling en de contrasten.
Uit een recente enquête onder inwoners van Voorne aan Zee (in 2023, in het kader van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee) is gebleken dat ook inwoners trots zijn op het groen en de natuur van het gebied en het mooie kustlandschap. Ze vinden het belangrijk dat er ruimte is voor plant en dier en het behouden van de duinen en dat er tegelijkertijd ruimte is voor kleinschalige recreatieve ontwikkelingen die passend zijn bij het gebied (bijvoorbeeld fiets- en wandelroutes). Dat geeft aan hoe belangrijk het is de kracht van het gebied als uitgangspunt te nemen voor ontwikkelingen in de toekomst en uit te gaan van de eigen kracht. Daarbij is het nodig breder te kijken dan alleen naar de zee en het strand. Juist de combinatie met de duinen en de polders, de dorpen en de vestingsteden geeft het brede palet dat zo aantrekkelijk is door de afwisseling en de contrasten. Het is belangrijk al die verschillende kwaliteiten en gebieden met elkaar te verbinden en meer uit te nutten. Daar liggen veel kansen.
26
3
POSITIE IN DE REGIO
3. Positie in de regio Wat maakt de Haringvlietmonding nu zo uniek? Om dat vast te stellen is het goed even uit te zoomen en te kijken wat de positie is in de regio.
3.1 Onderdeel van de Zuidwestelijke Delta: een oase van rust en ruimte De Haringvlietmonding is onderdeel van de Zuidwestelijke Delta. De Zuidwestelijke Delta vormt een oase van rust en ruimte pal naast een drukke wereldstad die wordt gevormd door de Randstad en de Vlaamse Ruit. Maar liefst 42 miljoen mensen wonen op minder dan drie uur rijden van de delta, waar ze kunnen ontsnappen aan de hectiek van het dagelijks leven in en rondom de stad en kunnen ontspannen en genieten van de rust en de ruimte. Met de aanleg van de Blankenburgverbinding zal de
bereikbaarheid van de Haringvlietmonding en de hele Zuidwestelijke Delta vanuit de Randstad alleen maar verbeteren. En andersom, als je in de delta woont, dan heb je de natuur voor de deur maar de voorzieningen van de stad om de hoek. Kijkend vanuit ecologisch oogpunt naar het belang van de Haringvlietmonding en de Zuidwestelijke Delta als geheel, dan valt op dat het een belangrijk knooppunt is. In noord-zuidrichting vormt de delta een belangrijke schakel in de Oost-Atlantische vliegroute van trekvogels. Veel vogels maken hier een tussenstop om even bij te tanken op de lange tocht vanuit de arctische gebieden naar tropisch Afrika of op de terugweg naar het noorden. Tegelijkertijd is de delta in oost-westrichting een belangrijke doorgang in de trekroute voor vissen die van de grote rivieren naar de zee trekken en andersom. Met het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen is die route weer beter toegankelijk geworden voor vissen, maar nog niet optimaal.
28
Ecologisch knooppunt Fly-way voor trekvogels: onderdeel van de Oost-Atlantische vliegroute
Hoe onderscheidt de Haringvlietmonding zich als onderdeel van de Zuidwestelijke Delta Waterfront Rotterdam
Swim-way voor vissen: onderdeel van de trekroute tussen zee en de grote rivieren
Zuid-Hollandse Wadden
Watersport-walhalla
Waterpark ‘Neeltje Jans’
Bron: PBL, Imares
Bron: Wadden Sea Quality Status Report Waddenzee
Zuidwestelijke Delta
Bron: Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050
Waterfront Vlaanderen
Zeehaven
Waterfront Den Haag
Haringvlietdam 1957-1970
Brouwerdam 1962-1971
3.2 De Haringvlietmonding is uniek binnen de Zuidwestelijke Delta De Deltawerken zijn internationaal bekend door hun betekenis voor de waterveiligheid op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Ze hebben ook gezorgd voor een sterk verbeterde bereikbaarheid van de delta en daarmee voor een grote groei in de recreatie en het toerisme, het MKB en de doorontwikkeling van de landbouw. De Deltawerken hebben bovendien nieuwe ruimtelijke kwaliteiten toegevoegd. Zo is de route over de deltadammen (N57) een prachtige ‘scenic route’ van het Brielse Meer tot aan het Veerse Meer. De Haringvlietdam is daar onderdeel van. Tegelijkertijd zijn er door de Deltawerken ook grote verschillen ontstaan tussen de zeegaten in de Zuidwestelijke Delta. De Grevelingen en het Haringvliet zijn (grotendeels) afgesloten van de zee, terwijl de Westerschelde en de Oosterschelde (met de stormvloedkering) nog open zijn. In de Grevelingen en het Haringvliet is door de afsluiting de afgelopen decennia een grote verandering opgetreden in de dynamiek van het
Oosterscheldekering 1978 -1986
Veerse Gatdam 1958-1961
getijdensysteem. Achter de dammen is de dynamiek (grotendeels) verdwenen, met grote negatieve gevolgen voor de aanwezige biotopen en soorten, en ook aan de zeezijde ontwikkelt de delta zich hier heel anders dan bij de Ooster- en Westerschelde. Vooral in de Haringvlietmonding is een soort waddenvorming op gang gekomen, waarbij zandplaten, slikken en schorren ontstaan, die de komende jaren - ondanks de zeespiegelstijging - zal doorzetten. Dat is uniek voor de Zuidwestelijke Delta. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat in de Haringvlietmonding het waddengebied van Zuidwest-Nederland aan het ontstaan is. De Haringvlietmonding is het grootste gebied met platen, slikken en schorren in de Voordelta. Juist daardoor is de Haringvlietmonding binnen de Voordelta en binnen de Zuidwestelijk Delta een zeer belangrijk gebied voor watervogels en zeehonden, die op de slikken, platen en schorren naar voedsel zoeken en rustplaatsen vinden. Dat is heel waardevol, zeker omdat op veel andere plekken in de Zuidwestelijke Delta (bijvoorbeeld in de Oosterschelde) zandplaten juist verdwijnen.
30
Tegelijkertijd is in de Haringvlietmonding te zien dat de dynamiek in de bestaande duinen afneemt. In het kader van kustverdediging zijn in het verleden delen van de zeereep dichtgelegd, soms met slibrijk zand. Ook zijn delen ingeplant. Daardoor is het grootste deel van de zeereep niet dynamisch, maar dichtgegroeid met struweel. Dat vermindert de doorwaai van kalkrijk zand landinwaarts en zorgt voor meer luwte, wat het dichtgroeien van het duin versnelt. Ook het instorten van konijnenpopulaties heeft bijgedragen aan het versneld dichtgroeien van het duin. Ook stikstofdepositie, wat voor zowel vermesting als verzuring zorgt, draagt hier aan bij. Het gevolg is dat alleen door menselijk ingrijpen (het grootschalig weghalen van beplanting en het verminderen van externe drukfactoren) bepaalde natuurwaarden die afhankelijk zijn van de dynamiek, in stand kunnen worden gehouden (wat nodig is om de Natura2000-
doelstellingen te halen). Elders in de Zuidwestelijke Delta zijn er maar weinig dynamische duingebieden en deze staan vaak ook onder druk, zoals op Schouwen Duiveland en Walcheren en de natte duinvalleien in de Grevelingen. Maar in de Haringvlietmonding biedt de verzanding juist ook kansen voor het ontwikkelen van nieuwe dynamische duinen en van vochtige duinvalleien. Deze kunnen ontstaan vóór de bestaande duinen van Voorne, op de Hinderplaat die aanlandt aan de kust en ook bij de Kwade Hoek kunnen ze verder tot ontwikkeling komen. Zo kan een heel robuust gebied ontstaan met heel veel variatie, met overgangen tussen nat en droog en tussen zoet en zout. Naar verwachting zullen de jonge duinen en duinvalleien vanzelf ontstaan op de Hinderplaat als deze is aangeland, want daar is wel dynamiek. Dit verschuivende landschap kan betekenen dat er minder hoeft te worden ingegrepen in het bestaande duingebied.
31
Door de unieke waddenvorming vormt de Haringvlietmonding binnen de Zuidwestelijke Delta nu al de meest natuurlijke kust. In de Haringvlietmonding is iets heel bijzonders aan het ontstaan wat in de rest van de delta en langs de Hollandse kust niet aanwezig is. Dat onderscheidende karakter biedt grote kansen voor unieke recreatie in de avontuurlijke deltanatuur. In de Haringvlietmonding kan je de natuur echt beleven. Het is een landelijke trend dat de laatste jaren - vooral sinds de coronapandemie - meer mensen de natuur in trekken. Het is belangrijk deze kracht te benutten en erop in te spelen, zonder de waarde van het gebied in gevaar te brengen. Daarbij is ook het innovatieve nautische/ maritieme cluster van Stellendam een bijzondere kwaliteit. Ook dat kan meeprofiteren van de ontwikkeling.
32
4
TOEKOMSTPERSPECTIEF HARINGVLIETMONDING ‘ZUID-HOLLANDSE WADDEN’
4. Toekomstperspectief Haringvlietmonding: ‘Zuid-Hollandse Wadden’
2024
De vele kwaliteiten en de positie in de regio maken de Haringvlietmonding tot een geliefde plek om te wonen, te werken en te recreëren. Het gebied is nu al ecologisch, recreatief en economisch aantrekkelijk. We zetten erop in de Haringvlietmonding in de toekomst nog aantrekkelijker te maken door mee te bewegen met de natuurlijke dynamiek en daarbij zoveel mogelijk kansen te benutten om zo de waterveiligheid, de natuurwaarden en de recreatieve/economische waarden zoveel mogelijk verder te vergroten.
4.1 Meebewegen met de dynamiek Een veilige en sterke kust
2030
De waterveiligheid is heel belangrijk. Daarom geven we ruimte aan de autonome ontwikkeling, aan de natuurlijke (morfologische) processen. De ontwikkeling van de ondiepe Voordelta en aangroeiend strand en duin zorgt voor een natuurlijke bescherming tegen de zee: een groot voordeel, juist bij een stijgende zeespiegel. Zo behouden we een veilige en sterke kust. Het volgen van de autonome ontwikkeling betekent het meebewegen met de dynamiek. Het is daarbij belangrijk de morfologische ontwikkeling van de kust goed te blijven monitoren en steeds in te spelen op de dynamiek en de kansen die daarin ontstaan. We respecteren het natuurlijk systeem en sturen hooguit een beetje bij en alleen als dat nodig is.
In verband met de beperkte voorspelbaarheid van toekomstige morfologische ontwikkelingen wordt het opmeten van oppervlakten of strandbreedtes in deze figuur afgeraden.
34
Korte termijn: morfologische/landschappelijke ontwikkeling tot 2030 Uit het onderzoek van Arcadis blijkt dat in de periode tot 2030 de kust zich verder in de richting van een waddengebied ontwikkelt, waarbij de Hinderplaat waarschijnlijk vanzelf vastgroeit aan de kust van Voorne. Er is echter een kleine kans dat er een smalle geul blijft bestaan voor de Groene Punt die als risico heeft dat daar kusterosie ontstaat. Vanuit het oogpunt van waterveiligheid is dat niet wenselijk. In dat geval gaan we het natuurlijke proces van de aanlanding van de plaat mogelijk een handje helpen, bijvoorbeeld met kleine zandsuppleties. Na de aanlanding van de Hinderplaat zou er een beeld kunnen ontstaan zoals op de onderste afbeelding op de vorige pagina..
2060
Lange termijn: morfologische/landschappelijke ontwikkeling tot 2060 Nadat de geul voor de kust van Voorne dicht is en de Hinderplaat is aangeland, ontstaat volgens het onderzoek van Arcadis bij de Groene Punt een strandvlakte waarvan delen tussen 2030 en 2060 tot boven hoogwater kunnen uitgroeien. Zeker in het begin is deze strandvlakte (de Hinderplaat) een modderige plaat die te gevaarlijk is om te betreden (droog bij laagwater, maar met risico op insluiting bij hoogwater, met kans op hoge stroomsnelheden). Pas op de lange termijn kan verdere aanzanding en spontane duinvorming er mogelijk voor zorgen dat de plaat hoger wordt en het veiliger wordt de plaat te betreden. Maar de (snelheid van de) ontwikkeling is moeilijk te voorspellen en dient zoals gezegd goed gemonitord te worden. We gaan steeds uit van het principe ‘Safety by Design’, waarbij het gebied zo wordt ingericht dat de risico’s voor de bezoekers beperkt zijn en dat de veiligheid in het gebied geborgd is. Hierbij is het belangrijk vroegtijdig na te denken over een goede recreatiezonering, met overgangszones en maatregelen om te voorkomen dat bezoekers zeehonden en vogels verstoren.
In verband met de beperkte voorspelbaarheid van toekomstige morfologische ontwikkelingen wordt het opmeten van oppervlakten of strandbreedtes in deze figuur afgeraden.
Het strand tussen Oostvoorne, de Groene Punt, Rockanje en het Quackstrand blijft toegankelijk zoals in de huidige situatie. Als het op de lange termijn veilig wordt de aangelande Hinderplaat te betreden, gaan we nader onderzoeken of, waar en hoe ook op delen van deze plaat extensieve toegankelijkheid wenselijk en mogelijk is, in harmonie met de natuurdoelstellingen (Natura2000). Daarbij kan op dat moment ook bekeken worden welke maatregelen wenselijk zijn voor een goede zonering van natuur en recreatie. Hierover blijven we met elkaar in gesprek. Tussen 2030 en 2060 zou er een beeld kunnen ontstaan zoals op bovenstaande afbeelding.