TAM-Hoofdstuk 22h Oostvoorne Tankstation Brielseweg_ter vaststelling
Tekst van het document
Planten Vissen Amfibieën Vogels Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Overige fauna Conclusie beschermde soorten
Effectbeoordeling en maatregelen
19
5.1 5.2 5.3
19 20 21
Vogels Vleermuizen Conclusie effectbeoordeling
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
22
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
22 22 22 22 23 24
Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Weidevogelleefgebied Houtopstanden Overige relevante wetgeving Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
5/44
7
8
Zorgplicht
25
7.1 7.2
25 26
Passende preventieve maatregelen Passende ontwikkelings- en herstelmaatregelen
Conclusies
27
8.1 8.2 8.3
27 28 28
Beschermde soorten Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Zorgplicht
9 Aanbevolen en geraadpleegde literatuur 10 Bijlagen
29 31
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
6/44
1
Inleiding
1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een locatie aan de Brielseweg 115 te Oostvoorne her in te richten. Oostvoorne ligt in de gemeente Voorne aan Zee in de provincie Zuid-Holland. Het is nog niet zeker wat in de toekomst met de planlocatie zal gebeuren, een mogelijkheid is onder andere het realiseren van laadpalen ten behoeve van elektrische voertuigen. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Omgevingswet (hierna Ow) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (zie Bijlage 1), waaronder een ‘flora- en faunaactiviteit’ (zie Bijlage 1.2.7). In opdracht van RHO Adviseurs heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie.
Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het mogelijke voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Ow. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken en wordt de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1) gerelateerd tot de plannen besproken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te beperken en de noodzaak een omgevingsvergunning beschermde soorten aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
1.3
Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied betreft een grasveld en bevindt zich aan de rand van Oostvoorne. Het plangebied wordt omsloten door grote wegen en landbouwgebied. Op 50 meter afstand ten noorden van het plangebied loopt de N218, een drukke verkeersader. Op 950 meter afstand ten noordwesten van het plangebied ligt Natura 2000-gebied Voornes Duin.
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
7/44
1.4
Werkzaamheden De werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem, het opbrengen van grond, het aanleggen van een geschikte ondergrond en het uitvoeren van diverse grond- en bouwwerkzaamheden. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt of gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Ten behoeve van de watercompensatie wordt er ook gekeken of mogelijk de naastgelegen watergang verbreed kan worden. Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan door geluid, trillingen en licht en verandering van microklimaat, verstoring optreden van (beschermde) soorten.
Figuur 1 De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
8/44
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de aanwezige biotopen in het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven of soorten, waarvoor de specifieke zorgplicht van toepassing is, in het plangebied verwacht worden en wordt beoordeeld of passende maatregelen genomen moeten worden. Ten slotte bevat hoofdstuk 8 de conclusies. Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunningsaanvraag.
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
9/44
2
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of een vergunning moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is onderzocht in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied ligt en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gericht gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Voor de bronnenstudie worden alle waarnemingen van de afgelopen tien jaar meegenomen (2015-2025). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard, de waarde en de relevantie van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning, de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen.
Met andere vogels moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook Bijlage 1.2.5). Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Naar Rode lijst-soorten (waarvoor de specifieke zorgplicht geldt) is gericht gezocht binnen het gehele plangebied en omliggende 100 meter. Op basis van de aanwezige biotopen wordt in hoofdstuk 4 een inschatting gemaakt of dergelijke soorten voor kunnen komen in het plangebied. Voor deze soorten worden afhankelijk van de situatie passende aanbevelingen gedaan waarmee het plangebied geschikt blijft of schade kan worden beperkt. Voor alle hierboven genoemde soortgroepen geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de algemene zorgplicht welke wordt besproken in hoofdstuk 7 en Bijlage 1.1.1. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
10/44
Potentiebeoordeling Het plangebied is op 7 augustus 2025 bezocht om de aanwezige biotopen binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan te beschrijven en eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd. Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA; https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (Hoofdstuk 4) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyses en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied.
De aangetroffen biotopen binnen het plangebied worden onderverdeeld in typeringen. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet op voorhand uit te sluiten zijn, wordt aangegeven of specifieke of passende maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of een vergunning dient te worden aangevraagd.
2.2
Gebieden Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/VRM/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
11/44
3
Aanwezige biotopen In dit hoofdstuk worden de aanwezige biotopen beschreven zoals deze in het veld zijn getypeerd: grasland en wateren en oevers. Grasland Het plangebied is ingericht als gazon met eutrofe plantsoorten als Rode klaver, Kamille, Perzikkruid en Zilverschoon. Ook staan er meerdere algemene grassoorten als Engels raaigras, en Kropaar. Door het plangebied loopt een brede strook van Dwergmispel. Het plangebied wordt frequent gemaaid. Wateren en oevers In het zuidwesten grenst het plangebied aan een doorlopende watergang. De oevers zijn begroeid met soorten als Riet, Brandnetel en Smeerwortel. De watergang is grotendeels dichtgegroeid met draadalgen. Overig Binnen het plangebied ontbreken bebouwing en hoge bomen.
Impressies van het plangebied.
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
12/44
4
Aanwezige beschermde soorten In dit hoofdstuk worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld-bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
4.1
Planten Aangetroffen soorten In het verleden is Bokkenorchis waargenomen in de omgeving van het plangebied (NDFF 2015-2025). Bokkenorchis wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Er zijn geen waarnemingen van de soort bekend binnen het plangebied (NDFF 2015-2025). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht vanwege het ontbreken van geschikt biotoop voor de genoemde soorten. Tevens wordt het plangebied te intensief beheerd om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Bokkenorchis groeit op matig droge tot vochtige, humushoudende, stikstofarme, basen- en kalkrijke zandgronden in duingraslanden en open duinstruwelen. De waarnemingen van de soort in de omgeving van het plangebied zijn allen afkomstig uit Natura 2000-gebied Voornes Duin (NDFF, 2015-2025).
4.2
Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 2015-2025). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissen aanwezig vanwege het ontbreken van geschikt biotoop.
4.3
Amfibieën Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied is in het verleden Rugstreeppad waargenomen (NDFF 2015-2025). Rugstreeppad is beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Vrijwel alle waarnemingen van de beschreven soort werden in Natura 2000-gebied Voornes Duin gedaan op minimaal 900 meter afstand van het plangebied (NDFF 2015-2025). De soort is nooit in de directe omgeving van het plangebied waargenomen. Potentie plangebied Het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor algemene soorten amfibieën zoals Groene kikker (Bastaardkikker en Meerkikker), Bruine kikker, Gewone pad en Kleine watersalamander. Al deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
13/44
1.2.1. In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. Het plangebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van geschikt voortplantingswater, ligt geïsoleerd door dichte bebouwing, drukke wegen en brede watergangen en er is geen geschikte vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het niet te verwachten dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. Het plangebied is te veel geïsoleerd door drukke wegen en brede watergangen en de soort moet daarom te veel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken.
4.4
Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden enkele vogelsoorten waargenomen: Zwarte kraai (cat. 5), Koolmees (cat. 5) en Meerkoet Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene struweelvogels tot broeden komen zoals Merel, Roodborst, Winterkoning en Heggenmus. In het water en de oevers langs het plangebied kunnen water- en moerasvogels broeden als Wilde eend en Meerkoet. In de rietkragen kunnen Waterhoen, Kleine karekiet en Rietzanger broeden. Het is mogelijk dat in de bosschage ten noordwesten van het plangebied categorie 5-soorten broeden als Ekster, Zwarte kraai, Koolmees, Pimpelmees, Boomkruiper, Boomkruiper, Bosuil en Grote Bonte specht. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus, Gierzwaluw en verschillende roofvogels, uilen en overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten vastgesteld (NDFF 2015-2025).Deze soorten hebben echter geen aantoonbare binding met het plangebied.
De meeste bekende waarnemingen betreffen overvliegende (trek)vogels of deze soorten hebben gebroed in andere biotopen zoals bebouwing en bos in de omgeving (NDFF 2015-2025). De soorten broeden niet in de directe omgeving van het plangebied. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen geschikte bebouwing en bomen aanwezig zijn en geen sporen of grote nesten werden waargenomen, wordt uitgesloten dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied.
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
14/44
Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Buizerd en Sperwer. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.
4.5
Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Bever, Eekhoorn en Noordse woelmuis waargenomen (NDFF 2015-2025). Bever en Noordse woelmuis zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Eekhoorn wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Vrijwel alle waarnemingen van de beschreven soorten werden in Natura 2000-gebied Voornes Duin gedaan op minimaal 900 meter afstand van het plangebied (NDFF 2015-2025). De soorten zijn nooit in de directe omgeving van het plangebied waargenomen. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel), Vos, Haas, Konijn, Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Het plangebied is niet geschikt voor Noordse woelmuis vanwege het ontbreken van vochtige, kruidenrijke oevervegetaties nabij schoon en helder water. Het plangebied is niet geschikt voor Eekhoorn vanwege het ontbreken van dichte bosschages en omvangrijke dekking biedende vegetatie in de omgeving.
Het plangebied is ongeschikt voor Bever vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zoals moerassen, meren of rivieren omzoomd door broekbossen met opstand van wilg of populier. Het is wel mogelijk dat incidenteel beschermde, niet vrijgestelde, grondgebonden zoogdieren die elders verblijven, in het plangebied voorkomen. Gezien de grootte, geschiktheid en geïsoleerde ligging maakt het plangebied geen onderdeel uit van essentieel leefgebied. In de omgeving van het plangebied is bovendien veel meer geschikt biotoop aanwezig.
4.6
Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Alle soorten vleermuizen, evenals verblijfplaatsen en essentiële foerageergebieden en vliegroutes zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1).
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
15/44
Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn zes soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 20152025). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Watervleermuis en Gewone Grootoorvleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Van Watervleermuis is op 1,2 kilometer afstand van het plangebied een kraamkolonie met minimaal 44 individuen vastgesteld (NDFF 2015-2025). Van Rosse vleermuis is een kraamkolonie bekend op ongeveer 1,2 kilometer afstand van het plangebied (NDFF 2015-2025). Van Meervleermuis is een waarneming bekend op meer dan 6 kilometer van het plangebied (NDFF 2015-2025). Potentie verblijfplaatsen In het plangebied kunnen geen vleermuizen verblijven omdat ter plaatse geen bebouwing en bomen aanwezig zijn. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De schaars aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Het plangebied kan onderdeel uitmaken van een vliegroute van vleermuizen. Met name de lijnvormige structuren zoals de watergang kan een onderdeel uitmaken van een langere landschapslijn en daarmee onderdeel zijn van een vliegroute van vleermuizen.
4.7
Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn waarnemingen bekend van Zandhagedis, Grote vos (dagvlinder) en Gevlekte witsnuitlibel in de omgeving van het plangebied (NDFF 2015-2025). Zandhagedis en Gevlekte witsnuitlibel zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Grote vos wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Vrijwel alle waarnemingen van de beschreven soorten werden in Natura 2000-gebied Voornes Duin gedaan op minimaal 900 meter afstand van het plangebied (NDFF 2015-2025). De soorten zijn nooit in de directe omgeving van het plangebied waargenomen. Tijdens het veldbezoek werd Klein koolwitje waargenomen. In de omgeving van de watergang is Lantaarntje waargenomen. Van de meeste soorten werden hooguit enkele exemplaren gezien. Deze algemene soorten zijn niet beschermd onder de Ow. Potentie plangebied Het plangebied is niet geschikt voor Zandhagedis vanwege het ontbreken van droge, open, schaars begroeide terreindelen. Ook ontbreken open zandplekken waar de soort zich in kan voortplanten. Het plangebied is niet geschikt voor Grote vos. De soort plant zich voort op zonnige plekken in open bossen, bosranden en boomgaarden in de aanwezigheid van de waardplanten: iep, wilg en Zoete kers. De waarneming van Grote vos in de omgeving van het plangebied betreft waarschijnlijk een langstrekkend exemplaar. Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198
16/44