TAM-Hoofdstuk 22h Oostvoorne Tankstation Brielseweg_ter vaststelling
Tekst van het document
Conclusie
De ontwikkeling doet geen afbreuk aan cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden, met het overnemen van de archeologische dubbelbestemmingen. Gelet hierop is in voldoende mate rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed en is de ontwikkeling in overeenstemming met de instructieregel in artikel 5.130 van het Bkl. Daarnaast blijven met de ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit en de stedenbouwkundige kernkwaliteiten ter plaatse van de locatie behouden. Hierdoor is de ontwikkeling in overeenstemming met de instructieregels van paragraaf 7.3.7 van de omgevingsverordening Zuid-Holland.
5.8
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.8.1 Algemeen Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand het uitgangspunt. Hiertoe wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd die is vastgelegd in Artikel 5.129g Bkl. Bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling is toepassing van de ladder vereist. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g Bkl legt hiervoor geen grens vast. Geldende jurisprudentie onder de Wro/Bro is een functiewijziging met een oppervlak groter dan 500 m² bvo, meer dan 500 m² bvo bebouwing of een functie die gelet op de ruimtelijke uitstraling een stedelijke ontwikkeling is. Leegstand mag volgens jurisprudentie niet 'onaanvaardbaar' zijn.
34/80
Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het Omgevingsplan en de aard van de omgeving. Als wordt voorzien in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling heeft betrekking op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft de beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het tijdelijke Omgevingsplan is vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. 5.8.2
Toetsing
Het tijdelijk deel van het Omgevingsplan is vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Dat is hier het bestemmingsplan 'Dorpsgebied Oostvoorne'. De uitbreiding van het tankstation vindt plaats buiten de bestemming 'Bedrijf' en in de bestemming 'Groen'. Shell heeft momenteel 2 laadpalen waar 4 auto's kunnen laden, maar wil dit uitbreiden naar maximaal 20 laadpalen. De ontwikkeling beslaat een gebied groter dan 500 m2 bvo en is daarmee aan te merken als stedelijke ontwikkeling. De locatie ligt aan de rand van het stedelijk gebied van Oostvoorne een locatieafweging is dus niet nodig. Behoeftebeschrijving De behoefte aan uitbreiding van het tankstation met een snellaadstation komt voort uit de doelen ten aanzien van de energietransitie in Nederland en sluit aan bij de duurzaamheidsambities van de gemeente. Duurzaamheidsambitie De gemeente Voorne Putten maakt onderdeel uit van de Energieregio Rotterdam-Den Haag. In de Regionale Energiestrategie (RES) zijn afspraken gemaakt om de energietransitie de komende 10 jaar te versnellen. De energietransitie houdt in het overstappen van fossiele brandstoffen naar duurzame, schone energiebronnen zoals zon en wind. Toevoegen van snelladers voor elektrische auto's draagt bij aan de mogelijkheden in de gemeente tot een duurzamere manier van vervoer.
Landelijke ontwikkeling Het aantal elektrische voertuigen in Nederland stijgt dan ook al jaren. Volgens het CBS zijn er in Nederland nu (april 2025) 1 miljoen elektrische auto's. Daarmee is meer dan 10 procent van alle personenauto's volledig elektrisch of plug-in hybride. Het totale aantal stekkerauto's bedroeg in 2019 nog maar 139.000 (figuur 5.1). De toename blijft de laatste jaren doorgaan. Op 1 januari 2025 was het aantal stekkerauto's 33,3% groter dan het jaar ervoor. De groei van elektrische auto's is ook ten koste gegaan van auto's die rijden op traditionele brandstoffen. Het aantal dieselauto's daalde met 12,3 procent en het aantal benzineauto's met 1,3% ten opzichte van vorig jaar.
35/80
Figuur 5.1 Ontwikkeling aantal elektrische auto's in Nederland (bron: CBS, 28-05-2025) Deze groei van het aantal elektrische auto's gaat ook gepaard met een behoefte aan mogelijkheden om auto's op te laden, met name voor volledig elektrische auto's. Het aantal laadpunten in Nederland is de afgelopen jaren dan ook flink toegenomen. Van circa 50.000 punten in 2019 naar circa 205.000 in 2025 (figuur 5.2). Binnen deze groei neemt ook het aantal snelladers (>50 kW) toe. In figuur 5.3 is een uitsplitsing naar vermogen te zien. Het totale aantal snelladers is toegenomen van circa 1.000 in 2020 naar circa 5.800 in 2025.
Figuur 5.2 Ontwikkeling aantal laadmogelijkheden in Nederland (bron: RVO, dashboard laadinfrastructuur)
36/80
Figuur 5.3 Ontwikkeling aantal snelladers in Nederland (bron: RVO, dashboard laadinfrastructuur) Verzorgingsgebied Het Shell-tankstation ligt op de hoek van de Brielseweg en de provinciale weg N218. Het tankstation, en toekomstig laadstation heeft daarmee een functie voor zowel de inwoners in de kern Oostvoorne als passanten over de provinciale weg. De N218 is de verbinding tussen Oostvoorne en Brielle, en verder tussen de Maasvlakte/Europoort en Spijkenisse. Aanbod in Oostvoorne In Oostvoorne is Shell het enige tankstation met snelladers (2x2 van 150 kW). Het daarna dichtstbijzijnde snellaadstation is die van FastNed aan de N57 (4x 50 kW en 2x 43 kW aan beide kanten van de weg en 2x 150 kW) (figuur 5.4). Verder zijn in Hellevoetsluis ook 2 snellaadmogelijkheden (2x 180 kW, 2x 120 kW en 2x 40kW). De overige stations in figuur 5.5 zijn een eigen snellader op het vakantiepark Roompot, en op de Maasvlakte. Uitbreiding van het aantal snelladers bij het tankstation aan de Brielseweg zorgt dus voor meer aanbod voor het snelladen in zowel Oostvoorne als in de gemeente Voorne aan Zee.
37/80
Figuur 5.4 Snellaadstations in Oostvoorne en omgeving snel (43 tot 150 kW) en ultrasnel (>150 kW) (bron: routeplanner ANWB) 5.8.3
Conclusie
De uitbreiding van het tankstation aan de Brielseweg met snelladers past in de trend van een groeiend gebruik van elektrische voertuigen. De afgelopen jaren is het aantal elektrische auto's flink gestegen, en daarmee ook de vraag naar oplaadpunten voor deze auto's. Ook in het aantal elektrische laadpunten in Nederland is deze groei te zien, en de beoogde uitbreiding in Oostvoorne draagt hier aan bij. Het aantal snellaadmogelijkheden in Oostvoorne is in de huidige situatie beperkt, met de uitbreiding naar maximaal 20 laadpalen wordt dit aanbod vergroot. Het bieden van mogelijkheden voor duurzame energiebronnen draagt bovendien bij aan de doelen ten aanzien van energietransitie. Door in te spelen op deze energietransitie blijft het tankstation toekomstbestendig en kan deze ook behouden blijven voor de inwoners van Oostvoorne. Geconcludeerd wordt dat er behoefte is aan de ontwikkeling van een snellaadstation. De ontwikkeling draagt bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
38/80
5.9
Mobiliteit en parkeren
5.9.1
Algemeen
Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot mobiliteit en parkeren. Ook de omgevingsverordening bevat geen specifieke instructieregels met betrekking tot het thema mobiliteit en parkeren. Wel dient op basis van de instructieregel uit de Zuid-Hollandse omgevingsverordening (artikel 7.54c) de bereikbaarheid van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen beschouwd te worden. Ook dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt te worden onderbouwd dat er voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid van het omliggende wegennet. 5.9.2
Toetsing
Verkeer Voor de beoogde ontwikkeling bestaan geen CROW-kengetallen die 1-op-1 aansluiten. Aan de hand van vergelijkbare projecten en ontwikkelingen blijkt dat er uit dient te worden gegaan van 2 à 4 vervoersbewegingen per laadpaal per uur. Voorliggend wijzigingsbesluit maakt maximaal 20 laadpalen mogelijk. Aan de hand van deze uitgangspunten ligt de verkeersgeneratie tussen de 40 en 80 verkeersbewegingen per uur. Een belangrijk deel van deze verkeersbewegingen betreft autonome ritten, waarbij voertuigen zich zelfstandig verplaatsen zonder dat dit leidt tot extra verkeersdruk op het onderliggende wegennet. Daarnaast is de aantrekkingskracht van de laadvoorziening beperkt, aangezien deze primair voorziet in de behoefte van reeds aanwezige of passerende voertuigen. Er is dan ook geen aanleiding om uit te gaan van verkeersbelemmering of knelpunten in de doorstroming. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van een bestaand tankstation. De inrit en uitrit van het terrein sluiten aan op de bestaande infrastructuur, waarmee vanuit verkeersveiligheidsperspectief sprake is van een aanvaardbare situatie. De planlocatie ligt direct naast de Kleidijk en Brielseweg, beide wegen met voldoende capaciteit om de verwachte verkeersbewegingen op te vangen.
Parkeren Er zijn geen aangewezen parkeerplaatsen op het snellaadstation, omdat het terrein geen parkeerfunctie heeft voor gebruikers of andere passanten. Indien op piekmomenten alle oplaadpunten in gebruik zijn, zullen bezoekers even moeten wachten. Hiervoor is op het snellaadstation voor de laadpunten voldoende ruimte. 5.9.3
Conclusie
Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
39/80
5.10 Ecologie: soortenbescherming 5.10.1 Algemeen Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond te worden wat het effect is op de flora en fauna. Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor bepaalde soorten. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het daarom noodzakelijk om een quickscan uit te voeren om de aanwezigheid van en de effecten van de ontwikkeling op beschermde soorten te bepalen. Hieronder worden de bevindingen van de quickscan beschreven. 5.10.2 Toetsing Om de potentiële gevolge voor beschermde soorten te onderzoeken is er een ecologische quickscan uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd door Van der Goes en Groot op 17 juni 2025. en is opgenomen in bijlage 3 Onderstaand betreft een samenvatting van het onderzoek. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats op het grasveld, ten behoeve van eventuele watercompensatie is bij voorbaat ook de watergang onderzocht. Bijzondere houtopstanden zijn niet aan de orde. Op basis van de ecologische toetsing worden geen belangrijke negatieve effecten verwacht. De volgende ecologische bevindingen zijn vastgesteld:
Alleen vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren worden verwacht. Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten kunnen voorkomen; verstoring wordt voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen en behoud van de Dwergmispelstrook. 1. Om verstoring van broedvogels te voorkomen, dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden (globaal tussen half maart tot half juli). Indien de werkzaamheden plaatsvinden in, kort vóór of kort na het broedseizoen, moet voorafgaand een broedvogelcontrole worden uitgevoerd om uit te sluiten dat er nesten aanwezig zijn. Het beschadigen en vernielen van in gebruik zijnde nesten van alle van nature in Nederland voorkomende vogels is een overtreding van artikel 11.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Vogels met jaarrond beschermde nesten (zoals Buizerd en Sperwer) gebruiken het gebied mogelijk incidenteel; de planlocatie is geen essentieel leefgebied. Voor incidenteel aanwezige, niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdieren wordt geen negatief effect verwacht. Vleermuizen kunnen het gebied gebruiken als foerageergebied of onderdeel van een vliegroute; geen belangrijke gevolgen worden verwacht.
Ter naleving van de algemene en specifieke zorgplicht kunnen de in hoofdstuk 7 van de quickscan genoemde passende preventieve en herstelmaatregelen bij verdere planvorming in overweging worden genomen. Om te waarborgen dat alle uitvoerende partijen op de hoogte zijn van de te nemen maatregelen met betrekking tot vogels en de zorgplicht, kan ervoor worden gekozen om een ecologisch werkprotocol op te stellen. In dit protocol worden maatregelen opgenomen die negatieve gevolgen voor (eventueel) aanwezige, van nature in het wild levende dieren helpen voorkomen.
40/80
5.10.3 Conclusie De ontwikkeling draagt voor het aspect ecologie soortenbescherming bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.11 Ecologie: gebiedsbescherming 5.11.1 Algemeen Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond te worden wat het effect is op natuurgebieden (zoals Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, houtopstanden). Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor de natuur. Verder dient op basis van hoofdstuk 10 Bkl artikel 10.24 aangetoond te worden dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. 5.11.2 Toetsing De planlocatie is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Voornes Duin ligt op 800 meter, zie onderstaand figuur5.5. De planlocatie maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde onderdelen van Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevinden zich eveneens op Voornes Duin.
Figuur 5.5 0.1 Ligging planlocatie ten opzichte van de Natura 2000-gebied. (AERIUS calculator)
41/80
Stikstof In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is onderzocht welke effecten de ontwikkeling heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Ter onderbouwing is een stikstofberekening uitgevoerd, waarbij uitsluitend is gerekend aan de beoogde bouwwerkzaamheden. Bij de berekening is uitgegaan van de realisatie van 20 oplaadstations. De stikstofmemo is opgenomen in bijlage 4, en de berekening is opgenomen in bijlage 5. Uit deze documenten blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie optreedt in Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling. Tijdens de bouwfase bedraagt de depositie 0,00 mol/ha/jaar. De planlocatie bevindt zich niet in een beschermd gebied en de beoogde ontwikkeling is van een relatief kleine schaal. De ontwikkeling betreft een snellaadstation voor elektrische auto's. De ontwikkeling heeft geen verkeersaantrekkende werking op stikstof uitstotende auto's. Er is daarom geen sprake van stikstofuitstoot in de gebruiksfase. 5.11.3 Conclusie Op basis van het stikstofonderzoek kan worden geconcludeerd dat de uitvoering van het plan niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden. Er is dan ook geen vergunning- of meldplicht van toepassing met betrekking tot stikstofdepositie.
5.12 Gezondheid 5.12.1 Algemeen Doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden moet worden met het belang van het beschermen van de gezondheid. 5.12.2 Toetsing Effecten op de gezondheid zijn niet van significante invloed op de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit en heeft daarmee geen negatieve invloed op de gezondheid van mens en omgeving. Er is geen sprake van relevante uitstoot van schadelijke stoffen, geluidsoverlast of aantasting van bodem- of waterkwaliteit. Op basis van de aard en omvang van de ingreep zijn er geen milieuhygiënische belemmeringen die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. De ontwikkeling betreft het mogelijk maken van 20 laadstations voor elektrische voertuigen. Hiermee wordt actief bijgedragen aan de energietransitie en het stimuleren van emissievrij vervoer. Dit draagt op termijn positief bij aan de luchtkwaliteit en daarmee indirect aan de volksgezondheid, doordat het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van schadelijke stoffen zoals stikstofoxiden en fijnstof wordt verminderd.
42/80
Uit gegevens van het CIMLK blijkt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen binnen de in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vastgestelde omgevingswaarden blijven. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft op 22 september 2021 haar advieswaarden geactualiseerd:
NO2: 10 µg/m³ PM10: 15 µg/m³ PM2.5: 5 µg/m³
Hoewel de concentraties fijn stof ter hoogte van de planlocatie boven deze advieswaarden liggen, betreft dit de achtergrondconcentratie die geldt voor de bredere regio. De bijdrage van lokale bronnen aan deze concentraties is beperkt. Gelet hierop is het vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit aanvaardbaar om de functie aan de planlocatie toe te delen. 5.12.3 Conclusie Vanuit de overige omgevingsaspecten zijn er geen factoren die de gezondheidssituatie ter plaatse negatief beïnvloeden. Het plan voldoet aan de geldende normen en richtlijnen en is voor het aspect gezondheid uitvoerbaar. Alle noodzakelijke maatregelen worden getroffen om de gezondheidssituatie te waarborgen en mogelijke negatieve gevolgen te voorkomen. Hierdoor kan worden gesteld dat er sprake is van etfal vanuit gezondheidsperspectief.
43/80
44/80
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn; en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. Daarmee is aan het eerste vereiste voldaan.
6.2
Kostenverhaal
Indien nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt is kostenverhaal aan de orde. Een plan is financieel onuitvoerbaar als het kostenverhaal van door het plan mogelijk gemaakte kostenverhaalplichtige bouwactiviteiten en gebruikswijzigingen als aangewezen in artikel 8.13 Omgevingsbesluit niet is geregeld. De beoogde ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit niet aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd.
45/80
46/80
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
In dit hoofdstuk wordt onderbouwd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het relevante beleidskader en de relevante omgevingsaspecten en andere thema's zijn onderzocht. In hoofdstuk 4 en 5 zijn de toetsing aan het beleidskader en de relevante beoordelingsregels beschreven. Hieruit volgt of de ontwikkeling bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.1
Samengevat
Op basis van de beleidstoets, de onderbouwing van het beoordelingskader en de daaruit voortvloeiende belangenafweging, moeten voor de aspecten water en archeologie aanvullende bepalingen worden opgenomen, eventuele maatregelen worden genomen of worden voldaan aan gestelde voorwaarden om te voldoen aan het beleid en de instructieregels.
7.2
Conclusie
Uit de integrale beoordeling van het beleid en instructieregels volgt dat er een balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die de planlocatie binnen de omgeving kan vervullen. De ontwikkeling kan in dit wijzigingsbesluit mogelijk worden gemaakt, want er wordt voldaan aan de instructieregels en de ontwikkeling draagt bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
47/80
48/80
BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING
Bijlage 1 Moerman2Fase2 (situatie met 16 laadplekken)
SITUATIE Schaal : Kad. bekend : Sectie : Nummer :
Nieuwe componenten
N 1 : 1000 Gemeente Westvoorne C 935
Bewegwijzering is indicatief EV DS
Opladen Hoofdteken EV DS-b
EV DS-a 0m
tr.
(c
at
II)
8 R=
R=
30 mt r. ( c
tr. 0m 4 R=
at
(ca
V.b.
) t II
Voetgangersoversteekplaats bord
POS A0 format EV oplaadpunt (afmeting 854x420mm)
AGT I)
AGV lm
lm
lm wasboxen BRIELSEWEG
lm
washal
lm mtr. R=20 II) I& (cat
AG
SHOP
AG
LUIFEL
lm
luifel RIJWIELP
H2
Trafo station (afmeting 3000x2500mm)
AD
Noodstop ev G PROVINCIALE WE
32
Cameratoezicht Wegmarkering ten behoeve van EV (elektrische voertuigen) Verlichtingsmast LED / max. 4 meter hoog
RVV C02 INRICHTINGSGRENS hekwerk 2m hoog
AP AP AGT
1m vrij rondom tank
Ø125 INRICHTINGSGRENS
S1
AGV
vs
lm
tkg
Schoonwater Riool
k PG
tk/g
lm
lm
Opstelplaats Tankwagen
tk/g
ipg
tk
sk tk
Omvang van de werkzaamheden
Afzuiging
Waterontharder
mi
Bufferbak
Terreingrens
za
zv
zv
za
zv
za
WASBOX
hwa
WASBOX
witte verkeerssteen 1-1-(0,105)
hwa
ic
F1
F2
ta
vw kaartlezer
er
Omvang van de werkzaamheden EV DS
er
WASHAL
h
h
sk
ba2
er
wm cw zv gt
sk
witte verkeerssteen 1-1-(0,105)
C
WASBOX k
F2
sk
3 3 3 3
Techniek Wasbox Techniek Wasstraat
ta
Ø110
mi
TECHN. omgekeerd osmose RUIMTE cv MK
Ø110
Ø110
Ø110
INRICHTINGSGRENS
OOSTVOORNE
mi
mkl hwa
Witte verkeerssteen 1-1-(0,105) bp
ob2
kp
en opritbanden ct
tkg
ct trash area
G1
drempel lm
ta
kp
ob1
ba1
sk
sk hwa
BRIELSE WEG
PERSONEELS kl RUIMTE 6,2 m2
HAL 8,1 m2
hwa
AG E V VD D
KANTOOR 8m2
OBRI 4,2 m2
sk/o LTP
80.80.3,6
tkg
1
vloeistofdichte verharding
80.80.8
Deli by Shell 18,2 m2
ic
AG E V VD D
EV DS-a
hwa
hwa
TOILET 2,5m2 780
ta VRIESCEL 3,2 m2
2
RE RE
FLC
80.80.8
Luifel hierboven
ET
VDT
plp
VLUCHTROUTE VOOR KLANTEN
MAGAZIJN 23,5 m2
as
LTP
EV DS-a ta
4
VT
EV DS-a
EV DS-a
KEUKEN 2,5 m2
p6
C ontl.
dilatatie
hwa
EASYPAY E V VD D sk/o ta
tk
hwa sk
LTP
plp
hwa
VLUCHTROUTE VOOR PERSONEEL
ta
hwa
5
DT1
dilatatie
verhoogde dorpel
S2
plp
POS A0
E V VD D
PB
sk
RE
ta
ta
Bdt
plp
2,5m2 780
80.80.8
E V VD D
sk/o
RE
VRIESCEL 3,2 m2
TOILET
3x p6 (mobiel)
HVAC
plp 3
EV DS-a
tk
hwa
ta oss
EV DS-a
S1
witte verkerssteen 1-1-(0,105)
E V VD D
Legende: 6
Terreingrens Omvang van de werkzaamheden
VP
Kabeltracé is indicatief (ESD)
ar pta
ta
LTP
Verwijsbord Trucks
Dhs
Kabeltracé is indicatief
sk
sk/o
sk plp
Datacable
WP
Elektriciteitskabel laagspanning
5480
plp
TB
8
EV DS
KB
Dhs
Elektriciteitskabel middenspanning
AdB 9
ta
EV DS-b
Elektriciteitskabel hoogspanning
lm
S2
AdBT pta
ar
Gasleiding
INRICHTINGSGRENS
lm
Water
Omvang van de werkzaamheden H2
Omvang van de werkzaamheden Vulpuntenbak - Volgens GiDS
Ondergrondse tanks - Volgens Nederlandse wetgeving
Tank ontluchting - met drukvacuumventiel
Tank ontluchting - met drukvacuumventiel
Olie- en benzine afscheider / Bezinksel
Tijdens lossen tankwagen gelden andere zoneringen
Verschillende verbindingen met maaiveld
Volgens GiDS
Volgens GiDS
afscheider - Volgens Nederlandse wetgeving
Peilput
4100
1000
1000
Plattegrond zonering ontluchting Bovenaanzicht zonering ondergrondse tanks 10 00
4100
10 00
00
20
Bovenaanzicht Zonering Autogastank
Bovenaanzicht Zonering Autogasafleverzuil
Vooraanzicht Zonering Afgiftepunt
Bovenaanzicht Zonering Afgiftepunt
2
Bovenaanzicht zonering OBAS
Hoogte ontluchting
Tank ontluchting
1000
Vooraanzicht Zonering vulpuntenbak
4000 Vooraanzicht Zonering Afgiftepunt
Bovenaanzicht Zonering Afgiftepunt
Bovenaanzicht Zonering vulpuntenbak
2000
2000
OBAS
2000 Bovenaanzicht Zonering Autogasvulpuntkast
0 00
Hoogte ontluchting
Tank ontluchting
1000
1000
4000
1000
1200
250 950
4000
4100 50
4100
4100
4100 1200
Een gebied waarbinnen de kans op de aanwezigheid van een ontplofbare atmosfeer bij normaal bedrijf gering is of waarbinnen een dergelijk mengsel indien aanwezig, slechts zelden en gedurende korte duur staat. Daarbij is te denken aan minder dan 0,1% van de bedrijfsuur van een installatie of van de duur van een activiteit.
4100 50
4100
AECOM
PA - Trafohuis positie aangepast
AECOM
G1
20.12.2022
PA - Permit drawing
AECOM
F1
02.12.2022
PA - Permit drawing
AECOM
E1
15.11.2022
PA - Permit drawing
AECOM
D1
17.08.2022
PA - Permit drawing
AECOM
C2
25.07.2022
PA - Permit drawing
AECOM
B1
13.07.2022
PA - Permit drawing
AECOM
A1
01.07.2022
PA - Permit drawing
AECOM
Revision
Datum
Beschrijving
Door
All rights reserved
AECOM Netherlands BV Oude Middenweg 17 2491 AC Den Haag, Nederland In samenwerking met AECOM Romania. www.aecom.com
Project:
Betreft:
SHELL STATION "OOSTVOORNE" Brielseweg 115 3233 AC Oostvoorne
ALGEMENE INDELING PLATTEGRONDEN Situatietekening Parking
3013 AL Rotterdam
Plattegrond zonering ontluchting
Afgiftepunt 4000
250 950
Zone 2
Een gebied waarbinnen de kans op de aanwezigheid van een ontplofbare atmosfeer bij normaal bedrijf groot is. Daarbij is te denken aan tussen 0,1% en 10% van de bedrijfsuur van een installatie of van de duur van een activiteit. 5000
Zone 1
Afgiftepunt
PA - Trafohuis positie aangepast
10.01.2023
Shell Nederland Verkoopmaatschappij BV
500
2000
06.07.2023
H1
Weena 505 / Delftse Poort
1000 Zijaanzicht Zonering vulpuntenbak
VP
Tank ontluchting
1000
2000
1000
Zijaanzicht Zonering Afgiftepunt
20
Tank ontluchting
00
1000
2000
00
20 10
10 00
800200
2000
4100
700
2000
1000
4000
00
2000
4000
250 4100
Zijaanzicht Zonering Afgiftepunt
00
200
4100
950
5000
00 50
2000
4100 200
10
Een gebied waarbinnen een ontplofbare atmosfeer voortdurend of gedurende lange perioden aanwezig is. Daarbij is te denken aan meer dan 10% van de bedrijfsduur van een installatie of van de duur van een activiteit.
4100
200
250
Zone 0
50 00
Gevarenzone-indeling met betrekking tot ontploffingsgevaar conform Shell GIDS en NPR7910-1:2010
4100 200
4000
4100
950
ATEX zonering
Tankschacht incl. peilstok Tankschacht met separate peilput
2000
Afleverzuil - Volgens GiDS
800200
Afleverzuil - Volgens GiDS
Autogas - Volgens Nederlandse wetgeving
I1
Doorsnede zonering ondergrondse tanks
2000
Aanzicht zonering ontluchting
2000
Getekend
Gecontroleerd
Goedgekeurd
Schaal
Formaat
Datum
AIo
LMe
HBa
1 : 100
A0
06.07.2023
Locatie nummer
IUS nummer
Discipline
Tekeningnummer
Project Fase
NL2670
564203
Architecture
2101
PA
2000
Aanzicht zonering ontluchting
Doorsnede zonering OBAS
NL2670-564203-PA-00-M2-A-2101-I1
Bijlage 2 Historisch vooronderzoek
Brielseweg 115 te Oostvoorne Milieuhygiënisch vooronderzoek
Kenmerk Datum
: :
A8487-06/JSE/rap1 28 november 2025
Opdrachtgever
: : : :
Rho Adviseurs B.V. Dhr. R. van Oosterhout Weena 505, 3013 AL Rotterdam
Goedkeuring
Functie
Datum
De heer J. Seijn (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
28-11-2025
De heer C. Manuels (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
28-11-2025
Handtekening
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................. 3
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................... 5 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................. 5
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................... 6
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ....................................... 7
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................... 8
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................... 9
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................ 10
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................ 10
2.8
CONCLUSIE................................................................................................................... 12
2.9
Aanbevelingen ................................................................................................................ 13
3.
BETROUWBAARHEID ....................................................................................................... 14
BIJLAGEN
1. 1.1
Informatie vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 2 van 14
1.
INLEIDING
In opdracht van Rho Adviseurs b.v. is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Brielseweg 115 te Oostvoorne.
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: QGIS)
Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het milieuhygiënisch vooronderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 3 van 14
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 3 is de betrouwbaarheid van het onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 4 van 14
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725:2023 zijn acht aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 5 van 14
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening in bijlage 1.
Adres
Brielseweg 115
Postcode / Plaats
3233 AC Oostvoorne
Gemeente
Voorne aan Zee
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
67450
Y
436970
Provincie
De locatie is op basis van de Omgevingsverordening niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
Waterschap
De locatie is, op basis van de Legger waterkeringen, niet gelegen binnen de beschermingszone van een dijk.
Hoogte maaiveld
Z
Circa 0,5 m boven NAP
Kadastraal
Gemeente
Voorne aan Zee
Gemeentecode
WVN00
Sectie
C.
Nummers
1341
Totaal
Circa 2.250 m2
Bebouwd
0 m2
Verharding
Klinkers/betonplaten circa 350 m2
Alle richtingen
Rondom de locatie is ten zuidwesten sprake van een tankstation, ten westen een woonwijk, ten noorden een provinciale weg en agrarische percelen
Specifieke gebieden
Oppervlaktes
Belendingen
Afbakening VO 25 meter buiten kadastrale grenzen #1: Milieudienst Rijnmond / Gemeente Oostvoorne #2: KadViewer / Pdok-viewer / IDDS Projectenkaart #3: Informatie opdrachtgever #4: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
#1 / #2 / #3 / #4
-
pagina 6 van 14
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen Uit historische bronnen blijkt dat de onderzoekslocatie in de negentiende eeuw onderdeel was van de Oostvoornsche Polder en destijds een agrarische functie had. Aan het einde van de negentiende eeuw is de Kleidijk aangelegd. Deze weg verbond Oostvoorne en Brielle en doorsneed de polder. De dijk liep langs of mogelijk over de onderzoekslocatie; de exacte ligging binnen het huidige onderzoeksgebied is echter onduidelijk.
#1 / #2 / #3
In de jaren zeventig van de vorige eeuw is begonnen met de aanleg van de N218. Hiermee is de Kleidijk grotendeels vervangen en is de onderzoekslocatie in gebruik geraakt als groenstrook langs de N-weg en de afslag. In 1999 is ter plaatse een tankstation gerealiseerd. Uit bouwtekeningen blijkt dat het tankstation bestaat uit drie pompeilanden, meerdere ondergrondse tanks en een olie-benzineafscheider. In 2013 is het tankstation uitgebreid met een nieuw pompeiland voor AdBlue. Potentiële bronnen
Onder het tankstation is een funderingslaag aanwezig Lekken van minerale olie of brandstof vanuit motorvoertuigen of tanks Uitspoeling van verontreiniging van de provinciale weg
Huidig gebruik
Parkeerplaatsen achter tankstation met laadpalen
Potentiële bronnen
Minerale olie of brandstof verontreiniging vanuit motorvoertuigen of tanks
Toekomstig gebruik
Commerciële functie met parkeerplaats en laadpalen
#2 / #3
-
Conclusie De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen: Funderingslaag onder het tankstation (parameters: zware metalen, PAK) Lekkage van minerale olie of brandstof vanuit motorvoertuigen of ondergrondse tanks (minerale olie, PAK) Uitspoeling vanuit de provinciale weg (parameters: zware metalen) #1: Milieudienst Rijnmond; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: KadViewer / Pdok-viewer #3: Informatie opdrachtgever
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 7 van 14
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Verkregen informatie Bodemkwaliteit
Bronnen Bodemkwaliteitszone
“Zone C”
Stoffen met P95 >IW binnen de zone?
-
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Landbouw/natuur Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) : Landbouw/natuur
#1
Antwoord De locatie is gelegen binnen Bodemkwaliteitszone “Zone C” Uit de statische gegevens die ten grondslag liggen aan de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de in de boven- en ondergrond de 95-percentielwaarde voor geen enkele de interventiewaarde bodem overschrijdt.
#1: Milieudienst Rijnmond; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Bodemfunctieklassenkaart Gemeente Oostvoorne & Hellevoetsluis
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 8 van 14
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking Bodemopbouw (lokaal)
Grondwater (lokaal)
Bronnen 0,0 - 1,5 m-mv
Zand
1,5 - 2,0 m-mv
Veen
2,0 - 5,0 m-mv
Klei
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,0 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. De stromingsrichting zal lokaal sterk worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie beïnvloed door menselijk handelen (drainage, ondergrondse tanks, saneringen) Geohydrologie
0,0 - 22,0 m-mv
Deklaag
22,0 - 34,0 m-mv
1e watervoerend pakket
34,0 - 35,0 m-mv
1e afsluitende laag
Stromingsrichting 1e WVP
Oost/noord/zuid/west Inzijging/kwel
Bodemvreemde lagen
Op de locatie zijn geen gedempte sloten of opgehoogde terreindelen aanwezig. Ter plaatse van het tankstation is een vloeistofdichte vloer aanwezig met (vermoedelijk) een onderliggende puinfundering.
Conclusie Ter plaatse van een gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van de funderingslaag voor de parkeerplaatsen en onder de vloeistofdichte vloer onder het tankstation #1: DINOloket / Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 9 van 14
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Tankstation zuidoostelijk aangrenzend aan de locatie kritische matrix: grondwater Kritische parameters: vluchtige olie, minerale olie, vluchtige aromaten en naftaleen
Conclusie Aangrenzend aan de onderzoekslocatie bevindt een tankstation, mogelijk beïnvloeding van het grondwater met vluchtige olie, minerale olie, vluchtige aromaten en naftaleen. #1: Bodemloket.nl
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Op basis van het historisch vooronderzoek naar potentiële bronnen van bodemverontreiniging (zie §2.3) en beïnvloeding vanuit de omgeving (zie §2.7) wordt het tankstation aangemerkt als een mogelijke bron van bodemverontreiniging. In het verleden zijn op en rond het tankstation meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd en heeft een sanering plaatsgevonden. Hieronder is een beknopte samenvatting opgenomen van de relevante onderzoeken en besluiten. De omgevingsrapportage van Milieudienst Rijnmond is opgenomen in bijlage 2.1.
#1
In 1999 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door DCMR Milieudienst Rijnmond (kenmerk onbekend, d.d. 01-05-1999) in verband met het verlenen van de omgevingsvergunning voor de realisatie van het tankstation. Dit onderzoek is niet opvraagbaar bij de Milieudienst. In 2010 is door URS een monitoringsrapportage opgesteld (kenmerk NL2670/2010, d.d. 06-07-2010) naar aanleiding van grondwatermonitoring ter plaatse van de ondergrondse tanks. Uit de grondwateranalyse bleek dat geen van de geanalyseerde parameters de streef- of meldingswaarde overschreed. In 2011 zijn door Hunneman Milieu Advies Raalte een nulsituatiebodemonderzoek en een in-situ partijkeuring uitgevoerd (kenmerk 2011767/dh/sh, d.d. september 2011) in verband met het plaatsen van een nieuwe ondergrondse dieseltank en uitbreiding van de vloeistofdichte vloer. Zintuiglijk zijn tijdens het veldwerk geen oliecomponenten waargenomen. Uit analyse van de bovengrond is een lichte verontreiniging met minerale olie en ammonium vastgesteld. In het grondwater zijn geen gehalten aan oliecomponenten boven de streefwaarde aangetoond; wel is een verhoogd ammoniumgehalte gemeten. In de bemonsterde partij zijn verhoogde gehalten aan cadmium en minerale olie aangetoond. Uit toetsing blijkt dat de partij voldoet aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), klasse ‘industrie’.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 10 van 14
In 2013 is door RSK EMN een aanvullend onderzoek uitgevoerd (kenmerk 511749.016, d.d. 30-09-2013) naar aanleiding van een verhoogd ureumgehalte in het grondwater in het bovengenoemde onderzoek. Uit de analyseresultaten blijkt dat de ureumconcentratie niet boven de detectielimiet ligt. In 2021 is een sanering uitgevoerd naar aanleiding van een mineraleolieverontreiniging in de grond ter hoogte van één van de pompeilanden (RSK, kenmerk 518120.001, d.d. 22-11-2021). In 2022 is aanvullend onderzoek uitgevoerd om de aard en omvang van de restverontreiniging vast te stellen (RSK, kenmerk 518416.NL2670(00), d.d. 18-02-2022). Uit analyse van controlemonsters van de ontgravingswanden blijkt dat nog sprake is van een restverontreiniging, welke met folie is afgeschermd. In het grondwater zijn verhoogde gehalten MTBE en ETBE aangetoond; de concentraties overschrijden de meldingswaarde echter niet. Uit de onderhoudshistorie blijkt dat in 2019 een scheur in de vloeistofdichte vloer is geconstateerd. Deze scheur is na constatering gerepareerd en uit twee daaropvolgende controles blijkt dat de vloer voldoet. Mogelijk heeft het geconstateerde gebrek in 2019 bijgedragen aan het ontstaan van de verontreiniging. In 2022 is door RSK een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van condens op de bestrating buiten de wasstraat (kenmerk 518697.001, d.d. 29-08-2022).
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond en het grondwater geen verhoogde gehalten aan BTEX en anionische detergenten zijn aangetoond. In 2024 is door RSK een monitoringsrapportage opgesteld naar aanleiding van een verontreiniging ter hoogte van een pompeiland in 2019 (kenmerk NL267024.6493.001, d.d. 27-03-2024). Uit de grondwateranalyse blijkt dat de MTBEconcentratie licht verhoogd is, maar de meldingswaarde niet overschrijdt. BTEX en ETBE zijn niet boven de detectielimiet aangetoond. In vergelijking met de analyseresultaten uit 2023 (RSK, rapportnummer NL2670-23.6493.001, d.d. 17-03-2023) is geen significante wijziging van de concentraties vastgesteld. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Uit informatie opgevraagd bij de Milieudienst Rijnmond blijkt dat in het verleden geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
Conclusie In het verleden zijn op de onderzoekslocatie meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Naar aanleiding van een scheur in de vloeistofdichte vloer is vermoedelijk in 2019 een bodemverontreiniging ontstaan. Deze verontreiniging is gesaneerd en uit de evaluatie blijkt dat sindsdien geen sprake meer is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Tot en met 2024 is het grondwater gemonitord. Uit de monitoringsresultaten blijkt dat uitsluitend MTBE nog licht verhoogd voorkomt. #1: Bodemloket, Omgevingsrapportage Milieudienst Rijnmond
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 11 van 14
2.8
CONCLUSIE
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Conclusies Uit het vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie niet is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied volgens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). Uit de bij Milieudienst Rijnmond opgevraagde bodemrapportage blijkt dat in 2019 een verontreiniging met minerale olie (meerdere componenten) is aangetroffen. De bron van deze verontreiniging, te weten een scheur in de vloeistofdichte vloer, is verwijderd en de verontreinigde grond is in 2021 gesaneerd. Uit de monitoring in de daaropvolgende jaren blijkt dat de concentratie van MTBE in het grondwater nog licht verhoogd is. Andere vluchtige componenten zijn niet boven de detectielimiet aangetoond.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 12 van 14
2.9
AANBEVELINGEN
Wij adviseren u onderhavige onderzoeksrapportage bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning te voegen. De kwaliteit van de bodem en het grondwater vormen naar onzes inziens geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden. Indien bij de voorgenomen (bouw)werkzaamheden grond wordt ontgraven én afvoer van grond plaatsvindt moet tenminste een week voor de start een melding ingevolge §4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden verricht. Als de ontgraven grond op locatie volledig wordt teruggebracht in de bodem is een melding niet nodig. Opgemerkt wordt dat de ontgraven grond niet langer dan 8 weken na beëindiging van het graven tijdelijk mag worden opgeslagen op locatie. Bij afvoeren en hergebruik van grond is de regelgeving onder de Omgevingswet van toepassing.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 13 van 14
3.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Er kan niet worden uitgesloten dat in werkelijkheid afwijkingen optreden ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde resultaten. Bij de uitvoering van een vooronderzoek is IDDS afhankelijk van de gevonden en aangeleverde informatie door externen (gemeenten, omgevingsdiensten e.a.). IDDS is niet aansprakelijk voor de schade voortkomend uit de onjuistheid of onvolledigheid van de aangeleverde informatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Brielseweg 115 te Oostvoorne Kenmerk rapportage: A8487-06/JSE/rap1
pagina 14 van 14
Bodeminformatie Dynamisch Rapport - 25-11-2025
Geselecteerd gebied
Tank
Locatie
Percelen
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 1 van 9 - 25-11-2025
Inhoudsopgave Inleiding
3
Gegevens binnen het geselecteerde gebied
4
Locaties
4
Tanks
6
Disclaimer
8
Toelichting
9
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 2 van 9 - 25-11-2025
Inleiding Voor U ligt een rapportage van de DCMR Milieudienst Rijnmond met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie die u heeft aangewezen. Deze informatie is afkomstig uit het Bodem Informatie Systeem (hierna: BIS) van DCMR. De omgevingsrapportage geeft: • een eerste indruk van de bodemkwaliteit en de beschikbaarheid aan informatie. Voor meer specialistische informatie verwijzen wij u door naar de viewer onder de link: Viewer bodem en ondergrond (https://www.dcmr.nl/kaart-bodem-enondergrond). • alleen informatie over de aangewezen locatie (en niet over de locaties in een straal van 25 meter er omheen); • alleen informatie die bij DCMR bekend is. Bodemonderzoeken die nooit bij DCMR of deelnemende gemeentes zijn ingediend, zijn niet opgenomen. Hetzelfde geldt voor ondergrondse brandstoftanks die niet bekend zijn.
Deze rapportage bevat beschikbare gegevens over de aangewezen locatie en links voor documenten die u kunt downloaden. In de toelichting per onderwerp wordt specifiek uitgelegd wat de informatie inhoudt en hoe u deze kunt gebruiken.
De informatie is met zorg en volgens de geldende richtlijnen verzameld en beschikbaar gesteld De DCMR, gemeentes en provincie registreren al tientallen jaren bodeminformatie. Al deze informatie is met zorg geregistreerd en uiteindelijk in het BIS van DCMR opgenomen. In de loop van de tijd zijn er veel dingen veranderd, zowel voor wat betreft de wet- en regelgeving, onderzoeksprotocollen als het BIS zelf. Het is onvermijdelijk dat informatie: • niet altijd voldoet aan de richtlijnen van dit moment. In oude rapporten hoeft u bijvoorbeeld niet te zoeken naar PFAS, want deze stoffen werden toen nog niet gemeten. • niet altijd actueel is, bijvoorbeeld omdat de locatie in een gebied ligt dat opnieuw ontwikkeld is; • nog niet ingevoerd is. Dit is het geval bij onderzoeken die recent zijn ingediend. De invoerachterstand bedraagt maximaal enkele weken.
Heeft u te maken met een onderzoeksplicht, bijvoorbeeld omdat u een pand of stuk grond wilt kopen of vanwege bouw- of graafwerkzaamheden? Dan mag u deze rapportage niet beschouwen als een volledig vooronderzoek. Deze rapportage is wel bruikbaar als startpunt van een vooronderzoek volgens de normen. Meer informatie over het uitvoeren van bodemonderzoek is te vinden op onze website onder de links: Vooronderzoek | DCMR en Uitvoeren bodemonderzoek | DCMR. De algemene eisen voor een vooronderzoek staan in onderzoeksprotocollen zoals de NEN 5725. Een dergelijk vooronderzoek wordt vrijwel altijd uitgevoerd door een bodemadviesbureau.
Als u vragen, opmerkingen of aanvullingen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de DCMR Milieudienst Rijnmond via email: info@dcmr.nl
Als u een rapport zonder (werkende) hyperlink wilt ontvangen kunt u een verzoek per email sturen. Vermeld hierbij altijd het locatienummer (AA...) van de locatie en de datum, naam en (indien beschikbaar) het opdrachtnummer van het rapport dat u wilt opvragen.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 3 van 9 - 25-11-2025
Gegevens binnen het geselecteerde gebied Locaties De volgende bodemlocaties zijn bekend in het geselecteerde gebied:
Locatie: Brielseweg 115 (Shell Oostvoorne) Locatienaam
Brielseweg 115 (Shell Oostvoorne)
Adres
Brielseweg 115
Woonplaats
Oostvoorne
Gemeente
Voorne aan Zee
Locatiecode
AA061400469
Locatiecode bevoegd gezag Wbb
ZH061400469
Gegevensbeheerder
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vervolgactie Wbb
Uitvoeren aanvullend OO
Statusverontreiniging op basis van onderzoeken
Potentieel Ernstig
Laatst uitgevoerd onderzoek
Monitoringsrapportage: I16001, mon rap (2522952) 27-03-2024
Wettelijk kader Mogelijk Overgangsrecht
nee
Uitgevoerde onderzoeken De volgende bodemonderzoeken zijn bekend binnen deze locatie en liggen binnen het geselecteerde gebied: Datum
Type
27-032024
Naam
Auteur
Opdrachtnummer
Archief
Bestand
Monitoringsrapport I16001, mon rap age (2522952)
RSK
5881603
DCMR Milieudienst Rijnmond
Download
29-082022
Verkennend onderzoek NEN 5740
I11002 (zaak 1699728) NUL + incident condens waswater
RSK Netherlands
3884890
DCMR
Download
18-022022
Nader onderzoek
I160; Aanvullend onderzoek restverontreiniging middelste pompeiland (9999262834)
RSK Netherlands
2459200
DCMR
Download
22-112021
Evaluatieverslag saneren
I140 Evaluatie RSK Netherlands bodemsanering Shell Oostvoorne, brandstofverontreini ging middelste pompeiland (9999252880)
2485418
DCMR
Download
30-092013
avr (aanvullend rapport)
Brielseweg 115 DMS 21648289
RSK EMN
21648289
Download
01-092011
Nul- of Brielseweg 115 Eindsituatieonderz DMS 21475075 oek
Hunneman Milieu Advies Raalte
21475075
Download
06-072010
Monitoringsrapport Brielseweg 115 age
URS
21397202
01-051999
Verkennend onderzoek NVN 5740
DCMR Milieudienst Rijnmond
Niet opvraagbaar
- Brielseweg 115
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 4 van 9 - 25-11-2025
DCMR
Download Toelichting document niet opvraagbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
Einde
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed
Voldoende onderzocht
benzine-service-station
onbekend
heden
Niet van toepassing
Per definitie
Nee
Nee
Nee
Besluiten Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Overige beschikbare documenten Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 5 van 9 - 25-11-2025
Tanks Tank: Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere) Naam
Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere)
Adres
Brielseweg 115
Woonplaats
Oostvoorne
Gemeente
Voorne aan Zee
Opslagcapaciteit
50000
Vloeistofsoort
Diesel
Opstellingswijze
Ondergronds
Plaatsingsdatum
01-01-2011
Saneringsdatum Saneringswijze Certificaatnummer X-coördinaat
67474
Y-coördinaat
436952
Tank: Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere) Naam
Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere)
Adres
Brielseweg 115
Woonplaats
Oostvoorne
Gemeente
Voorne aan Zee
Opslagcapaciteit
4000
Vloeistofsoort
Adblue
Opstellingswijze
Bovengronds
Plaatsingsdatum
01-01-2013
Saneringsdatum Saneringswijze Certificaatnummer X-coördinaat
67474
Y-coördinaat
436952
Tank: Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere) Naam
Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere)
Adres
Brielseweg 115
Woonplaats
Oostvoorne
Gemeente
Voorne aan Zee
Opslagcapaciteit
40000
Vloeistofsoort
Benzine Algemeen
Opstellingswijze
Ondergronds
Plaatsingsdatum
01-01-2001
Saneringsdatum
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 6 van 9 - 25-11-2025
Saneringswijze Certificaatnummer X-coördinaat
67474
Y-coördinaat
436952
Tank: Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere) Naam
Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere)
Adres
Brielseweg 115
Woonplaats
Oostvoorne
Gemeente
Voorne aan Zee
Opslagcapaciteit
70000
Vloeistofsoort
Euroloodvrij
Opstellingswijze
Ondergronds
Plaatsingsdatum
01-01-2001
Saneringsdatum Saneringswijze Certificaatnummer X-coördinaat
67474
Y-coördinaat
436952
Tank: Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere) Naam
Oostvoorne, Brielseweg 115: Tanks (Meerdere)
Adres
Brielseweg 115
Woonplaats
Oostvoorne
Gemeente
Voorne aan Zee
Opslagcapaciteit
20000
Vloeistofsoort
LPG
Opstellingswijze
Ondergronds
Plaatsingsdatum
01-01-2002
Saneringsdatum Saneringswijze Certificaatnummer X-coördinaat
67474
Y-coördinaat
436952
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 7 van 9 - 25-11-2025
Disclaimer DCMR is niet aansprakelijk voor enige directe schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de verontreinigingssituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. In het geval van koop/verkoop adviseert DCMR om bij twijfel aan de representativiteit van de in dit rapport vermelde gegevens alsnog bodemonderzoek op de betreffende locatie te laten uitvoeren. Deze rapportage kan in de regel niet worden gebruikt bij meldingen of vergunningsaanvragen waarvoor een bodemonderzoek is vereist. Kopieën van de in deze rapportage vermelde rapporten kunnen hier mogelijk wel voor worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de onderzoekseisen vanuit de melding/vergunning en de aard, ouderdom en kwaliteit van het betreffende onderzoek.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 8 van 9 - 25-11-2025
Toelichting Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn). Status In de wet bodembescherming werd onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’. Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging. Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. (mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met ‘vervallen’ wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden.
Met ‘benoemd’ wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is. Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten neemt het bevoegd gezag in specifieke gevallen een besluitIn dit overzicht worden de door het bevoegd gezag genomen besluiten vermeld.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 9 van 9 - 25-11-2025
Bijlage 3 Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
Brielseweg 115 te Oostvoorne Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2025-198
Brielseweg 115 te Oostvoorne Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
C.A.M. Van der Heijde
2025
Opdrachtgever RHO Adviseurs
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
G&G-rapport QS2025-198
Versie V1
Datum
Gecontroleerd door
22 september 2025
T.S. van der Meer
Titel: Projectcode bureau Projectleiding: Veldwerk en uitwerking: Opdracht: Contactpersonen: Akkoord voor uitgave: Paraaf:
Brielseweg 115 te Oostvoorne QS2025-198 T.S. van der Meer C.A.M. Van der Heijde Rho Adviseurs R. van Oosterhout Teamleider Van der Goes en Groot
De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd. Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot; opdrachtgever vrijwaart Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v.
druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB).
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Heulweg 28
Hazenkoog 35-A
2288 GN Rijswijk
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Inhoud 1
2
3 4
5
6
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
7 7 7 8 9
Aanleiding voor het onderzoek Doel van het onderzoek Ligging van het plangebied Werkzaamheden Leeswijzer
Methode
10
2.1 2.2
10 11
Soorten Gebieden
Aanwezige biotopen Aanwezige beschermde soorten
12 13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
13 13 13 14 15 15 16 18