CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne_ Veegplan 4a_tervaststelling

Raadsvergadering 13 maart 2025, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Splitsen omgevingsplan Buitengebied Westvoorne Veegplan 420.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren.

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende diersoorten af. Dit leidt voor de meeste soorten echter niet tot wettelijke consequenties. Alleen de woning op het perceel heeft betekenis voor de huismus. De woning wordt in de toekomst mogelijk gesloopt en herbouwd, maar maakt geen onderdeel uit van deze ruimtelijke onderbouwing. Wanneer de eventuele plannen voor de sloop en herbouw van de woning definitief zijn, zal een nader onderzoek naar de huismus uitgevoerd worden.

Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van de schuur met kantoorfunctie geen negatieve gevolgen heeft voor de natuurwaarden. Het aspect natuurwaarden veroorzaakt dan ook geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.

Archeologie Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne’ is de planlocatie voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Voor de gronden met deze dubbelbestemming geldt dat er geen archeologische onderzoek uitgevoerd hoeft te worden als de

29

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

04.9 Archeologie en cultuurhistorie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING – RIETDIJK 46 TINTE

oppervlakte van het op te richten bouwwerk minder dan 200 m² bedraagt of er geen bouwwerkzaamheden worden verricht die dieper reiken dan 80 cm beneden het maaiveld. Het voorliggende plan maakt een nieuw bijbehorend bouwwerk mogelijk met een oppervlakte van 192 m². Daarmee blijft de ontwikkeling onder de bovengenoemde normen en is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Op het perceel aan de Rietdijk 46 te Tinte zijn geen gemeentelijke en/of rijksmonumenten aanwezig. Tevens maakt de planlocatie geen onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied zoals het werelderfgoed of een kroonjuweel (erfgoedensembles van het Zuid-Hollandse landschap). Ook zijn er geen molens historische landgoederen of kasteelterreinen aanwezig. Het realiseren van de nieuwe schuur tast de cultuurhistorische waarden dan ook niet aan. Geconcludeerd kan worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen veroorzaakt voor het beoogde initiatief.

04.10 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de

Watertoetsproces Op 26 oktober 2022 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie bijlage 6. Door de beantwoording van de vragen kan de korte procedure van de watertoets worden toegepast. Het plan heeft een beperkte invloed op de waterhuishouding welke ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen.

30

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING – RIETDIJK 46 TINTE

Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect water geen belemmeringen zijn voor onderhavige ontwikkeling.

04.11 Verkeer en parkeren Parkeren Het gemeentelijke parkeerbeleid is opgenomen in de ‘Parkeerbeleidsnota Westvoorne 2012-2016’. Voor de parkeernormen wordt er verwezen naar de kencijfers van de CROW. Het voorliggende plan maakt een bijbehorend bouwwerk voor bedrijvigheid aan huis mogelijk. Binnen het gebouw komt ruimte voor een loods, kantoorruimte, kantine en ondergeschikte ruimten. Volgens de CROW kencijfers geldt voor deze functies: •

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag): 96 m2 * 1,05 pp = 1 pp

•

Kantoor (zonder baliefunctie): 63 m2 * 2,55 pp = 1,60 pp

Hiervan uitgaande zullen er 3 parkeerplaatsen nodig zijn. Op het perceel is voldoende ruimte om de parkeerplaatsen te realiseren. Geconcludeerd kan worden dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Verkeer Op basis van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ is de verkeersgeneratie bepaald. Volgens de CROW kencijfers geldt voor deze functies: •

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag): 96 m2 * 4,8 = 4,6 bewegingen

•

Kantoor (zonder baliefunctie): 63 m2 * 8,75 = 8,75 bewegingen

Op basis hiervan is worst case sprake van een verkeersgeneratie van 14 bewegingen per dag. Deze toename

van

het

aantal

verkeersbewegingen

kan

opgevangen

worden

met

de

huidige

verkeersstructuur. Het perceel blijft net als in de huidige situatie ontsloten aan de Rietdijk. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect verkeer geen belemmeringen zijn voor de

31

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

voorgenomen ontwikkeling.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING – RIETDIJK 46 TINTE

05 CONCLUSIE

Het voornemen is om op het perceel aan de Rietdijk 46 te Tinte een nieuw bijgebouw te realiseren. De ontwikkeling past niet bij recht in het geldende bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne’. Door het ontbreken van relevante binnenplanse afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden is een afwijking van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

Burgemeester en Wethouders hebben echter de bevoegdheid om door middel van een omgevingsvergunning de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken. Daarbij dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld, waarin wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

In de voorgaande hoofdstukken is de ontwikkeling getoetst aan divers beleid vanuit het Rijk, de provincie Zuid-Holland als vanuit de gemeente Westvoorne en is de ontwikkeling getoetst aan verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Tevens is vanuit ruimtelijke oogpunten bekeken of de ontwikkeling uitvoerbaar is en voor de omgeving niet voor onevenredige gevolgen heeft. Hieruit is gebleken dat de ontwikkeling niet tot belemmeringen leidt, waardoor geen bezwaren zijn om de

32

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

omgevingsvergunning te verlenen.

Ad Fontem ruimtelijk advies

074 255 7020

Stationsstraat 37

info@ad-fontem.nl

33 7622 LW Borne

www.ad-fontem.nl

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING – RIETDIJK 46 TINTE

VERKENNEND BODEMONDERZOEK RIETDIJK 46 TE TINTE

VERKENNEND BODEMONDERZOEK RIETDIJK 46 TE TINTE Kenmerk: Versie: Datum:

20200852/rap01 versie 1 31-08-2020

Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole: Opdrachtgever:

Ing. A.Boom en ing. F. Koch Drs. J. Kruitbosch Drs. J. Kruitbosch Mevrouw B. Vrijbloed Rietdijk 46 3234 KR TINTE

Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.

© ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Foto's: ATKB, naam medewerker

INHOUD Inleiding

Aanleiding en doel Onderzoeksmethode

1

1 1

Vooronderzoek

Hypothese Ligging en beschrijving plangebied Kadastrale gegevens Historisch kaartmateriaal Bodemopbouw en geohydrologie Bodemkwaliteitskaart Asbest Bodemloket Bedrijfsactiviteiten en opslagtanks Voorgaand bodemonderzoek Archeologie en niet gesprongen explosieven PFAS Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en onderzoekshypothese(n)

2

2 2 3 3 3 4 4 4 4 5 6 6 7 7

Uitvoering

Opzet Veldwerk Analyseprogramma Analyseresultaten

9

9 10 12 13

Toetsing en interpretatie

Toetsingskader NEN 5740 Toetsingskader PFAS Toetsingsresultaat en interpretatie

14

14 15 16

Conclusies

19

Kwaliteitsborging

21

TABELLEN Tabel 1 Locatiegegevens Tabel 2 Overzicht van de onderzochte adressen Tabel 3 Beantwoording onderzoeksvragen NEN 5725 Tabel 4 Onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek Tabel 5 Bodemopbouw Tabel 6 Afwijkingen aan bodemlagen Tabel 7 Kenmerken peilbuizen en grondwater

2 7 7 9 10 10 11

Tabel Tabel 8 Tabel 9 Tabel 10 Tabel 11 Tabel 12 Tabel 13 Tabel 14

Analyseprogramma grond Analyseprogramma grondwater Toetsingskader Toepassingsnormen voor PFAS (boven grondwater) Toetsingsresultaat NEN 5740 Toetsingsresultaat PFAS Toetsingsresultaat NEN 5740 grondwater

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Kadastrale gegevens Achtergrondinformatie Situatietekening onderzoek en locatiefoto’s Boorbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsingstabellen

12 12 14 15 16 17 18

INLEIDING AANLEIDING EN DOEL In opdracht van mevrouw B. Vrijbloed is door ATKB B.V. (verder: ATKB) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Rietdijk 46 te Tinte. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herinrichting van de locatie. De herinrichting zal bestaan uit de bouw van een nieuwe woning, waarna de bestaande woning zal worden gesloopt. Tevens is het voornemen de bestaande verharding ter plaatse van de oprit te vervangen. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de huidige kwaliteit van de bodem, dat wil zeggen de kwaliteit van de grond en het grondwater.

ONDERZOEKSMETHODE Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen uit de normen NEN 57251 en NEN 57402 en het (geactualiseerd) Tijdelijk Handelingskader PFAS3. In de volgende hoofdstukken is een uitwerking van de locatie- en achtergrondgegevens, de opzet en uitvoering van het onderzoek en de behaalde resultaten opgenomen. Op basis van de interpretatie van alle gegevens en toetsing aan de doelstelling(en) van het onderzoek zijn conclusies getrokken. Op basis van de in deze rapportage beschreven werkzaamheden en conclusies kan geen uitspraak worden gedaan over aan- of afwezigheid van asbest(verontreiniging) op de locatie. Hiervoor is altijd onderzoek conform de onderzoeknormen NEN 57074 (bodem en partijen grond) of NEN 58975 (bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat) noodzakelijk. Wel kan onderhavig onderzoek leiden tot een aanbeveling voor onderzoek naar asbest.

1 NEN 5725:2017 (NNI, oktober 2017) 2 NEN 5740:2009 (NNI, januari 2009) en bijbehorend wijzigingsdocument NEN 5740/A1: 2016 (NNI, februari 2016) 3 Tijdelijk handelingskader PFAS (kamerbrief met kenmerk 2018-2019, 28 089, nr. 146, 8 juli 2019) en Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS

(kamerbrief met kenmerk IenW/BSK-2020/125444, 1 juli 2020) NEN 5707+C2: 2017 (NNI, december 2017) 5 NEN 5897+C2: 2016 (NNI, december 2017) 4

Verkennend Bodemonderzoek Rietdijk 46 te Tinte | versie 1 | 20200852/rap01

1 van 21

VOORONDERZOEK HYPOTHESE Het vooronderzoek is volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de verwachte kwaliteit van de bodem. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit te bereiken is relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen (A t/m G) tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor het onderliggende onderzoek is de volgende aanleiding van toepassing: ‘A) Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.’ Voor het opstellen van de hypothese bij verkennend bodemonderzoek zijn specifieke onderzoeksvragen geformuleerd opgesteld en beantwoord (zie paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). gevonden.

LIGGING EN BESCHRIJVING PLANGEBIED De algemene gegevens van de onderzoeklocatie zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1

Locatiegegevens

Projectnaam

Verkennend bodemonderzoek Rietdijk 46 te Tinte

Adres

Rietdijk 46 te Tinte

Kadastrale aanduiding

Gemeente Westvoorne, sectie C, perceelnummer 1544 (ged.)

Eigenaar

De heer B. Vrijbloed en mevrouw B. Vrijbloed

Oppervlakte

Gehele perceel 9.688 m2, onderzoekslocatie 1.800 m2

Aard maaiveld

Asfalt/teer, tegels, grasland, woning, tuinbouw

Huidig gebruik

Wonen met tuin

Toekomstig gebruik

Wonen met tuin

Gebruik omgeving

Grasland, watergang, bedrijfsterrein (glastuinbouw) inclusief bedrijfswoning

Ter plaatse van een deel de onderzoekslocatie is een woning met een schuur gelegen. Het overige deel van de onderzoekslocatie bestaat uit grasland, een moestuin, een verharde oprit en diverse bosschages. De samenstelling van de erfverharding is niet exact bekend. Op basis van de beschrijving van de opdrachtgever lijkt mogelijk sprake te zijn van slakken. De locatie wordt aan de zuidzijde begrenst door een watergang, aan de oostzijde door twee waterbassins en het erf Rietdijk 48 gelegen. De waterbassins behoren bij het glastuinbouwcomplex aan de

Verkennend Bodemonderzoek Rietdijk 46 te Tinte | versie 1 | 20200852/rap01

2 van 21

Westerlandsedijk 18 (te Tinte). Ten zuiden van de waterbassins is het erf Rietdijk 48 gelegen, bestaande uit een woonhuis met manage. Ten noorden van de onderzoekslocatie is het restant van de tuin behorende bij het erf Rietdijk 46 en een weiland gelegen. De onderzoekslocatie betreft het gedeelte van het perceel waar in de toekomst herinrichtingswerkzaamheden plaats zullen gaan vinden.

KADASTRALE GEGEVENS Voor de onderzoeklocatie is op 24 juli 2020 de kadastrale registratie opgevraagd. Uit deze registratie blijkt dat geen sprake is van publiekrechtelijke beperkingen in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb), de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Dit betekent dat geen sprake is van geregistreerde sterke grondverontreiniging. De kadastrale registratie is opgenomen in bijlage 1. Kadastrale Registratie.

HISTORISCH KAARTMATERIAAL Voor de beoordeling van historisch kaartmateriaal is beschikbaar kaartmateriaal van de website www.topotijreis.nl beoordeeld. Enkele afbeeldingen zijn opgenomen in bijlage 2. Het huidige erf is op kaartmateriaal vanaf 1943 zichtbaar. Vanaf 1963 tot 1973 is het terrein ten noorden en westen van de woning in gebruik geweest als boomgaard. De oostzijde van de onderzoekslocatie heeft altijd een tuinbouwfunctie gehad. Gezien de beperkte omvang van de boomgaard en de tuinbouwlocatie wordt niet verwacht dat hier grootschalig bestrijdingsmiddelen (OCB) zijn toegepast. Aangezien het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet geheel kan worden uitgesloten, is de bovengrond verdacht op het voorkomen van OCB. Op basis van het historisch kaartmateriaal wordt geen slootdemping ter plaatse van de onderzoekslocatie verwacht. Ten westen van de locatie is wel een slootdemping zichtbaar. De gedempte sloot ten westen van de onderzoekslocatie is ook zichtbaar op het Bodemloket van de DCMR (www.dcmr.nl/onderwerpen/omgeving-in-kaart.html).

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE De locatie is naar verwachting opgebouwd uit een zintuiglijk schone zandlaag tot 1,0 m-mv, waaronder een kleilaag gelegen is tot 2,0m-mv. Vanaf 2,0 m-mv is sprake van een veenlaag. De grondwaterstand op de locatie wordt verwacht op een diepte van circa 0,8 m-mv (bron: verkennend bodemonderzoek Westerlandseweg 18 te Tinte, BMA milieuadvies b.v., kenmerk NEN20030038.3, d.d. 23 juli 2003). De horizontale stromingsrichting van het freatisch grondwater is naar verwachting zuidelijk gericht, richting oppervlaktewater. Opgemerkt wordt dat de grondwaterstroming sterk beïnvloed kan worden door lokale factoren zoals een drainagesysteem, een wegcunet, aanwezigheid van zandlichamen voor kabels en leidingen of funderingen en de samenstelling van de deklaag. Op de locatie of in de directe omgeving zijn geen drainages, bemalingen of andere onttrekkingen bekend. Een groot deel van het perceel is onverhard, derhalve is infiltratie van regenwater mogelijk.

Verkennend Bodemonderzoek Rietdijk 46 te Tinte | versie 1 | 20200852/rap01

3 van 21

BODEMKWALITEITSKAART Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de regio Voorne-Putten (Oranjewoud, kenmerk: 239392, d.d. 23 november 2012) is de onderzoekslocatie gelegen in zone C (Recreatie en buitengebied). Zowel in de bovenals ondergrond worden geen verontreinigingen verwacht.

ASBEST Voor de bepaling of de locatie verdacht is voor verontreiniging met asbest, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat asbest grootschalig is toepast in de periode vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot circa 1995. De woning ter plaatse van Rietdijk 46 te Tinte is in 1924 gebouwd (bron: BAG-viewer, Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en valt dus buiten de periode waarbij tijdens de bouw asbesthoudend materiaal (grootschalig) is toegepast. Het wordt derhalve niet waarschijnlijk geacht dat tijdens de bouw van de woning asbesthoudend materiaal is toegepast en in de bodem terechtgekomen is. Het kan niet worden uitgesloten dat nadien bij eventuele verbouwingen wel asbest is toegepast. De overige drie panden ten noorden en oosten van de woning zijn in 1956, 1962 en 1968 gerealiseerd (bron: BAG-viewer) en vallen dus binnen de periode waarbij tijdens de bouw asbesthoudend materiaal (grootschalig) is toegepast. Het wordt derhalve mogelijk geacht dat tijdens de bouw van de woning asbesthoudend materiaal is toegepast en in de bodem terechtgekomen is.

In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van, (en in potentie) verontreiniging met, asbest, tenzij de betreffende lagen zijn toegepast voordat grootschalig met asbest werd gewerkt (en dit aantoonbaar kan worden gemaakt) en/of het tegendeel is bewezen. Dit laatste is alleen mogelijk door middel van asbestonderzoek conform NEN 5707 (grond) en/of NEN 5897 (bouw- en sloopafval en recyclingsgranulaat).

BODEMLOKET In het portaal van het Bodemloket is voor de locatie en de directe omgeving is geen sprake van registratie van relevante gegevens.

BEDRIJFSACTIVITEITEN EN OPSLAGTANKS Uit het archief van de DCMR en gemeente Westvoorne blijkt dat binnen de grenzen van de locatie en in de directe omgeving geen potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Ook is in deze archieven geen aanwezigheid van (boven- of ondergrondse) opslagtanks op de locatie bekend. Vanuit de opdrachtgever is bekend dat op locatie een bovengrondse tank aanwezig is. Op basis van een verklaring die is afgegeven aan de opdrachtgever door de vorige bewoners van het huis, is de huidige tank

Verkennend Bodemonderzoek Rietdijk 46 te Tinte | versie 1 | 20200852/rap01

4 van 21

(2.000 L) inclusief lekbak geplaatst in 1986 en sindsdien niet meer verplaatst. De afgegeven verklaring is opgenomen in bijlage 2. Uit de verklaring komt naar voren dat kort na de installatie van de tank in 1986 een lekkage van een koppeling werd ontdekt, naast de ramen van de eetkamer. In 2015, nadat de opdrachtgever intrek had genomen in de woning, is eveneens een lekkage vastgesteld, welke is gerepareerd. Door de opdrachtgever is nieuw leidingwerk aangelegd vanaf de tank oostwaarts naar een schuurtje aan de noordoostkant van de woning. De situatie is gemonitord waarbij is geconcludeerd dat geen sprake meer is van lekkage. De ligging van de voormalige en de nieuwe leiding (een inschatting daarvan) is opgenomen in de kaart in bijlage 3.

VOORGAAND BODEMONDERZOEK Op de onderzoekslocatie staan geen bodemonderzoeken geregistreerd. In de directe omgeving (< 25 meter afstand) zijn enkele gegevens bekend. In het archief van DCMR zijn alle onderzoekdossiers opgevraagd, geïnventariseerd en vervolgens ingezien. In deze paragraaf zijn de voor het onderzoek relevante dossiers uiteengezet. Verkennend bodemonderzoek Westerlandseweg 18 te Tinte, BMA milieuadvies b.v., kenmerk NEN20030038.3, d.d. 23 juli 2003 Het onderzoek betreft een nulsituatie (ten behoeve van een bouwvergunning) ter plaatse van een warenhuis en het weiland grenzend aan de noordoostzijde van de onderhavige onderzoekslocatie. Er zal in de toekomst een bedrijfsruimte met substraatruimte worden gebouwd. Bij de bedrijfsruimte wordt een bovengrondse olietank geplaatst. In de grond zijn geen tot lichte minerale-olieverontreiniging vastgesteld. In het grondwater is een lichte concentratie van cadmium, arseen en chroom vastgesteld. tevens is in één van de grondwatermonsters ter hoogte van de toekomstige bovengrondse olietank een matige minerale olieverontreiniging vastgesteld. Nader onderzoek (brief) westerlandseweg 18 te Tinte, BMA milieuadvies b.v., kenmerk: brf.20030038.1, d.d. 29 juli 2003) In het grondwater wordt na herbemonstering geen minerale olie meer aangetoond.

Mogelijk werd de eerder aangetoonde verhoging veroorzaakt door een verstoring van het evenwicht in het grondwater. Verkennend bodemonderzoek bouw woning Rietdijk 50 te Tinte, Eerland milieutechniek Nederland b.v., kenmerk e940212A.NVN, d.d. 1 augustus 1994 Op enige afstand van de locatie (circa 100 meter) heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden ten behoeve van de bouw van een woning op de locatie. Hierbij is in de grond bijmenging van puin vastgesteld. In deze puinhoudende toplaag is enkel een verhoogd gehalte aan zink vastgesteld. in de ondergrond zijn geen verontreinigingen vastgesteld. het grondwater is licht verontreinigd met benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen. Aanvullend op bovenstaand onderzoek is een nader onderzoek (Eerland milieutechniek Nederland b.v. E940212A.ANA, d.d. 29 november 1994) verricht om ook de kwaliteit van de zintuiglijk schone bovengrond vast te stellen. De resultaten beschrijven dat enkel PAK in licht verhoogde gehalten aanwezig is op de locatie.

Verkennend Bodemonderzoek Rietdijk 46 te Tinte | versie 1 | 20200852/rap01

5 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15078359/1