CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsplan Buitengebied Veegplan 2

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Omgevingsplan Buitengebied Brielle - Veegplan 221.725 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VEEGPLAN 2, BUITENGEBIED BRIELLE Voorne aan Zee 30 mei 2024

1/2

DATUM KENMERK

30 mei 2024 NL.IMRO.1992.OPgemBrielleHerz02-0130

PROJECT PROJECTLEIDER

Veegplan 2 Buitengebied Brielle drs. M.P. Kegler

OPDRACHTGEVER Voorne aan Zee PROJECTNUMMER 20220866 AUTEUR STATUS

2/2

Maurits van der Berg Vastgesteld

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

11 Toelichting Veegplan 2

13

1.1

Inleiding

13

1.2

Planbeschrijving

14

1.3

Uitvoerbaarheid

68

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Nota zienswijzen Veegplan 2

Bijlage 2

Aeriusberekening Abbewerveweg 6

Bijlage 3

Stikstofmemo Abbewerveweg 6

Bijlage 4

Aeriusberekening Rijswaardsedijk 11

Bijlage 5

Stikstofmemo Rijswaardsedijk 11

Bijlage 6

Aeriusberekening Kloosterweg 23

Bijlage 7

Stikstofmemo Kloosterweg 23

Bijlage 8

Analyse nevenfuncties richtafstanden ­ Veegplan 2

Bijlage 9

Analyse nevenfuncties locaties ­ Veegplan 2

3/331

Regels Hoofdstuk 1

4/314

Welke regels gelden bij de huidige activiteit?

95

Artikel 1

Glastuinbouwbedrijf

95

Artikel 2

Biologisch glastuinbouwbedrijf

96

Artikel 3

Sierteelt, fruitteelt en boomkwekerij

97

Artikel 4

Manege

98

Artikel 5

Agrarisch bedrijf

99

Artikel 6

Wonen

100

Artikel 7

Nevenfuncties Oude Zeekleipolders

101

Artikel 8

Nevenfuncties Jonge Zeekleipolders

102

Artikel 9

Nevenfuncties Veenpolders

103

Artikel 10

Nevenfuncties Glastuinbouwgebied 4P

104

Artikel 11

Nevenfuncties Glastuinbouwgebied

105

Artikel 12

Nevenfuncties Noordrand

106

Artikel 13

Nevenfuncties Groene Kruisweg 8a

107

Artikel 14

Paardenstalling

108

Artikel 15

Paardenhouderij

109

Artikel 16

Landschapselementen en Natuur

110

Artikel 17

Bouw- en aannemersbedrijf

111

Artikel 18

Loon- en hoveniersbedrijf

112

Artikel 19

Bagger- en gronddepot

113

Artikel 20

Caravanstalling

114

Artikel 21

Garagebedrijf

115

Artikel 22

Aardwarmtebedrijf

116

Artikel 23

Groenteverwerkingsbedrijf

117

Artikel 24

Watersportgebonden bedrijf

118

Artikel 25

Keukenspeciaalzaak

119

Artikel 26

Groothandel in hout

120

Artikel 27

Groothandel en opslag

121

Artikel 28

Groothandel in machines

122

Artikel 29

Mechanisatiebedrijf

123

Artikel 30

Transportbedrijf

124

Artikel 31

Recyclingbedrijf

125

Artikel 32

Reclamebedrijf

126

Artikel 33

Veerdienst en bootverhuur

127

5/314

Artikel 34

Benzinestation zonder LPG

128

Artikel 35

Benzinestation met LPG

129

Artikel 36

Opslagbedrijf

130

Artikel 37

Groothandel

131

Artikel 38

Milieucategorie

132

Artikel 39

Detailhandel

133

Artikel 40

Winkel in biologische en/of streekproducten

134

Artikel 41

Tuincentrum

135

Artikel 42

Kantoor

136

Artikel 43

Kinderboerderij, galerie en atelier

137

Artikel 44

Museum

138

Artikel 45

Maatschappelijke voorzieningen

139

Artikel 46

Maatschappelijke voorzieningen en woonvormen

140

Artikel 47

Begraafplaats

141

Artikel 48

Nutsvoorziening

142

Artikel 49

Verblijfsrecreatieterrein

143

Artikel 50

Verblijfsrecreatieterrein met trekkersveld

144

Artikel 51

Sport en dagrecreatie

145

Artikel 52

Sport en dagrecreatie

146

Artikel 53

Outdoorcentrum

147

Artikel 54

Horeca

148

Artikel 55

Restaurant

149

Artikel 56

Café - Restaurant

150

Artikel 57

Café

151

Artikel 58

Cafetaria

152

Artikel 59

Opslag voor beheer en onderhoud recreatiegebieden

153

Artikel 60

Jachthaven

154

Artikel 61

Volkstuinen

155

Artikel 62

Nevenactiviteit bij paardenstalling

156

Artikel 63

Wonen in bedrijfswoning(en)

157

Artikel 64

Wonen in plattelandswoning(en)

158

Artikel 65

Verkeer

159

Artikel 66

Groen

160

Artikel 67

Milieugevoelige functies

161

Artikel 68

Openheid

162

Artikel 69

Algemeen grondgebruik

163

Artikel 70

Leiding - Gas

164

Artikel 71

Leiding - Olie

165

Artikel 72

Leiding - Hoogspanningsverbinding

166

Artikel 73

Leiding - Riool

167

Artikel 74

Leiding - Water

168

Artikel 75

Waterstaat - Waterkering

169

Welk activiteiten zijn nog meer toegestaan?

171

Artikel 76

Oude zeekleipolders

171

Artikel 77

Jonge zeekleipolders

173

Artikel 78

Veenpolders

175

Artikel 79

Glastuinbouwgebied 4p

177

Artikel 80

Glastuinbouwgebied

178

Artikel 81

Noordrand

179

Regels voor aanpassen van activiteiten

181

Procedure- en beoordelingsregels voor nieuwe gebruiksactiviteiten

181

Wat mag ik op deze locatie bouwen?

183

Artikel 83

Bestaande bebouwing

183

Artikel 84

Bouwregels woning

184

Artikel 85

Bouwregels ruimte voor ruimte woning

185

Artikel 86

Bouwregels woning met maatwerk oppervlak

186

Artikel 87

Bouwregels woning Lageweg 1

187

Artikel 88

Bouwregels woning Meeldijk 2

188

Artikel 89

Bouwregels woningen Oudeweg West

189

Artikel 90

Bouwregels woning Middelweg 1

190

Artikel 91

Bouwregels naast Rijksstraatweg 38

191

Artikel 92

Bouwregels woning met detailhandel

192

Artikel 93

Bouwvlak woning

193

Artikel 94

Bijgebouwen uitgesloten

194

Artikel 95

Bouwregels glastuinbouwbedrijf 4P

195

Artikel 96

Kassen glastuinbouw 4P

196

Artikel 97

Bouwregels bedrijfscomplex glastuinbouwbedrijf in glastuinbouwgebied

197

Artikel 98

Bouwregels bedrijfscomplex glastuinbouwbedrijf in glastuinbouwgebied met bouwen aannemersbedrijf

198

Artikel 99

Bouwregels kassen in glastuinbouwgebied

199

Artikel 100

Bouwregels glastuinbouwbedrijf buiten glastuinbouwgebied

200

Artikel 101

Bouwregels agrarisch bedrijf

201

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3 Artikel 82

Hoofdstuk 4

6/314

7/314

Artikel 102

Bouwregels agrarisch bedrijf met sierteelt, fruitteelt en boomkwekerij

202

Artikel 103

Bouwregels hagelnetten

203

Artikel 104

Bouwregels ondersteunend glas

204

Artikel 105

Kassen sierteelt, fruitteelt en boomkwekerij

205

Artikel 106

Bouwregels agrarisch bedrijf Rijksstraatweg 26

206

Artikel 107

Bouwregels agrarisch bedrijf met paardenstalling

207

Artikel 108

Bouwregels agrarisch bedrijf met maatschappelijk

208

Artikel 109

Bouwregels agrarisch bedrijf met manege

209

Artikel 110

Bouwregels Groene Kruisweg 8a/10

210

Artikel 111

Bouwregels paardenstalling

211

Artikel 112

Bouwregels manege

212

Artikel 113

Bouwregels paardenhouderij

213

Artikel 114

Bouwregels buitenrijbaan buiten bouwvlak - Abbewerveweg 6

214

Artikel 115

Bouwregels buiten bouwvlak - Rijswaardsedijk 11

215

Artikel 116

Bouwregels bedrijf

216

Artikel 117

Bouwregels Veckdijk 48

217

Artikel 118

Oppervlakte bedrijf

218

Artikel 119

Bouwregels detailhandel

219

Artikel 120

Bouwregels tuincentrum

220

Artikel 121

Bouwregels kantoor

221

Artikel 122

Bouwregels kinderboerderij, galerie, atelier met horeca

222

Artikel 123

Bouwregels woning met museum

223

Artikel 124

Bouwregels maatschappelijk

224

Artikel 125

Bouwregels begraafplaats

225

Artikel 126

Bouwregels nutsvoorziening

226

Artikel 127

Bouwregels verblijfsrecreatieterrein

227

Artikel 128

Bouwregels verblijfsrecreatieterrein Brielse Veerweg 6

228

Artikel 129

Bouwregels verblijfsrecreatieterrein Buitengronden 7

229

Artikel 130

Bouwregels verblijfsrecreatieterrein met paardenstalling

230

Artikel 131

Aantal eenheden voor recreatief nachtverblijf

231

Artikel 132

Aantal eenheden voor recreatief nachtverblijf De Krabbeplaat

232

Artikel 133

Aantal eenheden voor recreatief nachtverblijf De Meeuw

233

Artikel 134

Bouwregels landschapselementen en natuur

234

Artikel 135

Bouwregels sport en dagrecreatie

235

Artikel 136

Bouwregels sport en dagrecreatie met horeca

236

Artikel 137

Bouwregels sport en dagrecreatie met maatschappelijk

237

Artikel 138

Bouwregels horeca

238

Artikel 139

Bouwregels outdoorcentrum

239

Artikel 140

Bouwvlak outdoorcentrum

240

Artikel 141

Bouwregels jachthaven

241

Artikel 142

Bouwregels volkstuinen

242

Artikel 143

Bedrijfswoning uitgesloten

243

Artikel 144

Bedrijfs- en plattelandswoning(en) toegestaan

244

Artikel 145

Bouwvlak bedrijfswoning(en)

245

Artikel 146

Aanvullende bebouwing

246

Artikel 147

Bouwregels groen

247

Artikel 148

Bouwregels openheid

248

Artikel 149

Bouwregels bij algemeen grondgebruik

249

Artikel 150

Bouwregels Hoonaardweg

250

Artikel 151

Bouwen binnen leidingstrook

251

Artikel 152

Bouwen binnen waterkering

252

Artikel 153

Kwalitatieve toetsing in de zone Oude Zeekleipolders

253

Artikel 154

Kwalitatieve toetsing in de zone Jonge Zeekleipolders

254

Artikel 155

Kwalitatieve toetsing in de zone Veenpolders

255

Artikel 156

Kwalitatieve toetsing in de zone Glastuinbouwgebied

256

Artikel 157

Kwalitatieve toetsing in de zone Glastuinbouw 4P

257

Artikel 158

Kwalitatieve toetsing in de zone Noordrand

258

Welke regels gelden hier voor het woon- en leefklimaat?

259

Artikel 159

Geluidzone industrie Maasvlakte-Europoort

259

Artikel 160

Geluidzone industrie Botlek-Pernis

260

Artikel 161

Reservering buisleidingen

261

Artikel 162

Veiligheidscontour Havengebied

262

Artikel 163

Risicocontour

263

Artikel 164

Wegverkeerslawaai

264

Artikel 165

Parkeren

265

Artikel 166

Stikstof

266

Welke regels gelden hier voor evenementen?

267

Evenementen

267

Welke regels gelden hier voor reclame-uitingen?

269

Reclame-uitingen

269

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6 Artikel 167

Hoofdstuk 7 Artikel 168

8/314

Hoofdstuk 8 Artikel 169

Waarde - Archeologie 1

271

Artikel 170

Waarde - Archeologie 2

273

Artikel 171

Waarde - Archeologie 3

275

Artikel 172

Waarde - Archeologie 4

277

Artikel 173

Waarde - Archeologie 4

279

Artikel 174

Waarde - Archeologie Dijklichaam

281

Artikel 175

Waarde - Archeologie 3 Dijklichaam

283

Artikel 176

Waarde - Archeologie 4 Dijklichaam

285

Artikel 177

Molenbiotoop

287

Artikel 178

Gemeentelijk monument

288

Artikel 179

Rijksmonument

290

Artikel 180

Schootsveld

291

Artikel 181

Zichtlijn

292

Artikel 182

Beschermd stadsgezicht

293

Welke regels gelden voor het kappen van houtopstanden?

295

Houtopstanden

295

Welke regels gelden hier nog meer?

297

Artikel 184

Algemene regels

297

Artikel 185

Anti-dubbeltelregel

298

Artikel 186

Overgangsrecht

299

Artikel 187

Slotregel

300

Verklarende regels

301

Artikel 188

Begripsbepalingen

301

Artikel 189

Wijze van meten

312

Hier heeft een herziening van het moederplan plaatsgevonden

313

Artikel 190

Herziening Veegplan 1

313

Artikel 191

Herziening Veegplan 2

314

Hoofdstuk 9 Artikel 183

Hoofdstuk 10

Hoofdstuk 11

Hoofdstuk 12

9/314

Hier gelden archeologische en/of cultuurhistorische waarden om rekening mee te houden

10/314

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

1.1.1

Aanleiding

Toelichting Veegplan 2

Op 28 januari 2020 is het 'Omgevingsplan Buitengebied Brielle' gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad. De Raad van State heeft op 3 november 2021 een definitieve uitspraak gedaan en het besluit van de raad van 6 juli 2021 in stand gelaten (ECLI:NL:RVS:2021:2446). Hiermee is het omgevingsplan Buitengebied Brielle met ingang van 4 november 2021 onherroepelijk geworden. In Veegplan 1 zijn vervolgens een initiatief en enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Veegplan 1 is vastgesteld op 22 december 2021. Per 1 januari 2023 is de gemeente Brielle onderdeel geworden van de gemeente Voorne aan Zee. De gemeente Voorne aan Zee bestaat uit de voormalige gemeenten Brielle, Westvoorne en Hellevoetsluis. De gemeente Voorne aan Zee wil nu onvolkomenheden herstellen in het Omgevingsplan Buitengebied inclusief Veegplan 1. Met deze herziening worden ook enkele (ambtshalve) wijzigingen doorgevoerd. Per abuis is in het Omgevingsplan Buitengebied (moederplan) een aantal locaties niet correct opgenomen op basis van de bestaande rechten uit de Beheerverordening Landelijk Gebied (onherroepelijk, 21 februari 2017, hierna beheersverordening Landelijk Gebied) en verleende vergunningen. Het gaat hier om locaties die in de beheersverordening bestemd waren als Wonen (W) *, Agrarisch en Agrarisch aanverwante doeleinden – paardenhouderij (ADp).

Om deze locaties alsnog zoals beoogd en vergund te bestemmen worden in dit veegplan wijzigingen doorgevoerd in de verbeelding en regels. 1.1.2

Geldende planologische situatie en planvorm

Het op 4 november 2021 onherroepelijk geworden 'Omgevingsplan Buitengebied Brielle' vormt het geldende planologische kader in het buitengebied van Brielle, inclusief de herziening Omgevingsplan buitengebied Brielle ­ veegplan 1. De opzet van de herziening "Omgevingsplan buitengebied Brielle: Veegplan 2" gaat uit van het volgende: y op de verbeelding en in de regels worden de veranderingen doorgevoerd die zijn beschreven in de toelichting op de herziening; y de toelichting op de herziening is toegevoegd aan een document waarin ook de toelichtingen (en de bijlagen bij de toelichtingen) van de toekomstige herzieningen worden opgenomen; daarmee kan in de toekomst steeds een nieuwe toelichting aan dit herzieningsdocument worden toegevoegd; y de gebieden waar een herziening plaatsvindt worden op de verbeelding aangegeven; er kan sprake zijn van een aanduiding op een gewijzigd perceel of het gehele plangebied wordt aangeduid indien er sprake is van herziening van de regels die voor het gehele plangebied gelden; y de gebieden waarop de herziening ziet worden gekoppeld aan een nieuw hoofdstuk in de regels ('Hier heeft een herziening van het moederplan plaatsgevonden').

13/331

Het herzieningsdocument waarin dit veegplan is opgenomen wordt hiermee een plan dat steeds mee verandert met de vastgestelde herzieningen en op deze wijze steeds het omgevingsplan in actuele, vigerende staat laat zien, terwijl de verschillende herzieningen toch nog zichtbaar zijn. Het beschikken over een steeds actueel omgevingsplan is een van de oorspronkelijke wensen en uitgangspunten van de Omgevingswet. Naast de verschillende herzieningen blijft ook het moederplan raadpleegbaar in de speciale raadpleegomgeving op http://brielle.crotec­omgevingsplan.nl/. 1.1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 1 betreft de toelichting op de voorliggende herziening. In de opvolgende hoofdstukken zijn de toelichtingen te vinden van de voorgaande herzieningen. De toelichting van voorliggende herziening is als volgt opgebouwd. y In paragraaf 1.2 volgt een toelichting op de aanpassingen die zijn doorgevoerd met deze herziening ten opzichte van de geldende planologische situatie. y In paragraaf 1.3 wordt kort ingegaan op de uitvoerbaarheid van de ambtshalve wijzigingen die in dit plan worden doorgevoerd.

1.2

Planbeschrijving

1.2.1 Inleiding In de volgende paragrafen wordt iedere locatie die in dit veegplan gewijzigd wordt zelfstandig behandeld. De situatie in de voorheen geldende beheersverordening Landelijk gebied wordt beschreven, vervolgens de situatie in het vigerende Omgevingsplan buitengebied en tenslotte de nieuwe situatie in Veegplan 2, welke milieuvergunningen/meldingen Activiteitenbesluit er aanwezig zijn en of deze wijziging milieutechnisch inpasbaar is binnen de omgeving. Op de volgende locaties vindt een wijziging plaats: #

Locatie

Paragraaf

1

Kloosterweg 23

1.2.2

2

Molendijk 1

1.2.3

3

Abbewerveweg 6

1.2.4

4

Sluisweg 18

1.2.5

5

Rijswaardsedijk 11

1.2.6

6

Abbewerveweg 5

1.2.7

7

Bollaarsdijk 15

1.2.8

In paragraaf 1.2.9 zijn ten slotte de benodigde wijzigingen/toevoegingen aan de regeling aangegeven die voortvloeien uit de wijzigingen op locatieniveau. In paragraaf 1.2.10 wordt nog een ambtshalve wijziging meegenomen die gerelateerd is aan de locatie Abbewerveweg 5. Voorts wordt ook een ambtshalve wijziging meegenomen met betrekking tot de weidegang bij een paardenstalling, manege en paardenhouderij.

14/331

Verschil paardenhouderij en paardenstalling Op basis van de handreiking Paardenhouderij en Ruimtelijke ordening van de Vereniging van Nederlandse gemeenten worden drie typen bedrijven met paarden onderscheiden: y paardenfokkerijen: bestemming Agrarisch; y paardenhouderijen: bestemming Bedrijf; y Manege : bestemming Sport. In het Omgevingsplan Buitengebied zijn geen paardenhouderijen bestemd. Wel is er een regeling voor paardenstallingen (Artikel 14) opgenomen. Vanuit historisch perspectief is in het buitengebied van Brielle altijd sprake geweest van zowel paardenstallingen als paardenhouderijen in de voor het vigerende plan geldende beheersverordening 'landelijk gebied'. Paardenstallingen werden als nevenactiviteit bij Wonen toegestaan bij voormalige agrarische bedrijven. Deze voormalige agrarische bedrijven waren in de beheersverordening bestemd als Wonen* (W*). Omdat paardenstalling een nevenactiviteit betrof was het bedoeld voor kleinschalige paardenstallingen. Een tweetal locaties was in de beheersverordening bestemd als Agrarische aanverwante doeleinden ­ paardenhouderij (Adp). De huidige regeling in het Omgevingsplan Buitengebied kent alleen een regeling voor paardenstallingen en geen regeling voor paardenhouderijen. Deze regeling is achteraf gezien niet goed afgestemd op het verschil in bedrijvigheid dat er wel is en zoals dat ook in de beheersverordening bedoeld was.

De twee locaties die in de beheersverordening bestemd waren als paardenhouderij zijn beide bedrijfsmatig van aard en de oppervlakte in gebruik voor de functie is groter dan bij de locaties die zijn bestemd als paardenstalling. Om voor alle locaties die nu bestemd zijn als paardenstalling te kunnen spreken van een correcte bestemmingslegging is, naast de regeling voor paardenstalling, een regeling voor het gebruik als paardenhouderij aan de planregels toegevoegd. De percelen die voorheen bestemd waren als paardenhouderijen (Adp) zijn professionele bedrijven en daarmee bedrijfsmatig van aard. Ook zijn de percelen van deze paardenhouderijen groter dan de percelen in gebruik voor paardenstalling. De percelen die voorheen bestemd waren als paardenstalling zijn niet altijd bedrijfsmatig van aard. Ook hebben de percelen voor een paardenstalling een kleiner oppervlakte in gebruik ten behoeve van de functie, omdat deze zijn ontstaan als nevenactiviteit bij Wonen vanuit de mogelijkheden die de beheersverordening bood en vaak zijn deze paardenstallingen puur op eigen gebruik gericht. In paragraaf 1.2.9 worden de toevoegingen aan de regeling beschreven om bovenstaande in het plan op te nemen. De aangepaste of toegevoegde definities voor paardenstalling en paardenhouderijen worden beschreven.

Ook wordt daar ingegaan op de aangepaste of toegevoegde artikelen die voortvloeien uit het maken van een onderscheid tussen paardenstalling en paardenhouderij.

15/331

1.2.2

Kloosterweg 23

Situatie in beheersverordening Landelijk Gebied In de beheersverordening Landelijk Gebied was de Kloosterweg 23 bestemd als Woondoeleinden*. Deze bestemming geeft aan dat de locatie een voormalig agrarisch bedrijf betreft. Dit zijn grotere erven dan reguliere woonbestemmingen en daarom zijn hier meer mogelijkheden geboden voor nevenfuncties. Op deze locatie was Wonen toegestaan in combinatie met een toelaatbare nevenfunctie uit tabel 6.1 van de regels. De bestemming ligt in de zone A (Agrarisch gebied). Ten behoeve van de nevenfunctie paardenstalling maximaal 200 m² bebouwing en maximaal 1.200 m² buitenruimte toegestaan.

Figuur 2.1 ­ situatie in beheersverordening Landelijk Gebied (bron: ruimtelijke plannen) Situatie Omgevingsplan Buitengebied, inclusief Veegplan 1 In het Omgevingsplan Buitengebied is op de locatie het gebruik 'Paardenstalling' met 'Wonen in Bedrijfswoningen' toegestaan, inclusief bouwregels voor 'Paardenstalling' en 'Wonen in Bedrijfswoningen'. Dit houdt in dat de gronden mogen worden gebruikt voor een paardenstalling met maximaal 1.200 m² aan buitenruimte, inclusief een bedrijfswoning. Voor bebouwing geldt dat de bestaande bebouwing met 10% mag worden vermeerderd. Er zijn geen nevenfuncties mogelijk. Artikel 7 Nevenfuncties Oude Zeekleipolders is op deze locatie niet van toepassing.

16/331

Figuur 2.2 ­ situatie in Omgevingsplan Buitengebied: Veegplan 1 (bron: gemeentelijke viewer) Feitelijke situatie Op deze locatie is Pensionstal de Kloosterhoeve gevestigd. Op het perceel zijn een woning, paardenbak, stal, mesthoop en weiland, te zien in figuur 2.3. De woning is gesitueerd aan de voorzijde van het perceel. De stallen met een totale oppervlakte van bijna 900 m² bevinden aan de achterzijde van het perceel. De buitenruimte bij de paardenstalling heeft een oppervlakte van circa 1.000 m². De gehele functie is gelegen binnen het huidige bouwvlak.

17/331

Figuur 2.3 ­ feitelijke situatie Kloosterweg 23 te Brielle (bron: Google Maps) Nieuwe situatie Veegplan 2 In het Omgevingsplan Buitengebied is de locatie anders bestemd dan in de voorgaande beheersverordening. Om deze discrepantie tussen de beheersverordening en het Omgevingsplan Buitengebied te herstellen wijzigt het gebruik van bedrijfswoning naar plattelandswoning en blijft de functie Paardenstalling uit Veegplan 1 gehandhaafd. Er wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt. In de plattelandswoning kan zowel gewoond worden door de eigenaar van de paardenstalling (al dan niet bedrijfsmatig) als door derden. In de nieuwe situatie is ook bekeken of de nevenfuncties behorende bij zone waarin de locatie is gelegen weer toegestaan kunnen worden. In de beheersverordening waren deze nevenfuncties toegestaan bij Wonen*, maar deze nevenfuncties zijn niet opgenomen bij deze locatie in het Omgevingsplan Buitengebied. In Veegplan 2 worden de nevenfuncties passend in het gebied Oude Zeekleipolders weer toegestaan bij deze locatie.

18/331

Het perceel Kloosterweg 23 heeft gedurende het opstellen van het Veegplan 2 een nieuwe eigenaar gekregen. Bij de start van de zienswijzenperiode van het ontwerp Veegplan 2, heeft de nieuwe eigenaar direct laten weten dat hij drie initiatieven wil ontwikkelen op het terrein van Kloosterweg 23. De drie initiatieven betreffen het vergroten van de buitenruimte ten behoeve van een paardenbak van 20 bij 60 meter, het toevoegen van coaching en therapie met paarden als nieuwe functie en het plaatsen van een binnenrijbak. De drie initiatieven zijn beoordeeld op mate van concreetheid. De uitbreiding in buitenruimte en het toevoegen van de functie zijn als voldoende concreet beoordeeld. De aanvraag voor de binnenrijbak is echter niet concreet genoeg bevonden en wordt derhalve niet meegenomen in de verdere uitwerking van het veegplan. Hierna wordt verder ingezoomd op beide ontwikkelingen. De eigenaar van het perceel is van plan om naast het stallen van paarden op bedrijfsmatige wijze coaching­ en therapiesessies aan te bieden waarbij paarden worden betrokken. Het aantal paarden breidt daarbij niet uit en verwacht wordt dat er gemiddeld 8 klanten per werkdag op bezoek komen. Daarnaast wil de initiatiefnemer paddocks realiseren en op de locatie ten zuiden van de stal wil de initiatiefnemer een paardenbak van 20 bij 60 meter realiseren.

De huidige paardenbak heeft niet de juiste afmetingen/breedte en grenst bovendien aan een stenen muur. De bak voldoet daarmee niet aan de veiligheidseisen voor het geven van coaching/therapie. Om beide ontwikkelingen mogelijk te maken, wil de eigenaar toegestane de buitenruimte vergroten met 1.200 vierkante meter, waardoor het totale oppervlak 2.200 m2 zou bedragen. De nieuwe bedrijfsmatige nevenactiviteit coaching/therapie met paarden zal worden toegestaan op de locatie Kloosterweg 23. Deze activiteit is onlosmakelijk verbonden met de paardenstalling; zonder stalling kan deze activiteit niet worden uitgevoerd. Het uitvoeren van deze nevenactiviteit is niet mogelijk binnen de nevenfuncties van de Oude Zeekleipolders. Daarom wordt deze nieuwe activiteit als een locatie­specifieke activiteit toegevoegd aan het plan. Een overschrijding van 1.000 m2 aan toegestane buitenruimte wordt niet wenselijk geacht gelet op hetgeen thans is toegestaan en de omvang van de paardenstalling. Wel wordt met een deel van de huidige paddocks en de realisatie van de paardenbak een buitenruimte van in totaal 1.800 m2 toegestaan. Dit is strijdig met de regels voor een paardenstalling, waar maximaal 1.200 m2 buitenruimte is toegestaan. Om deze strijdigheid op te heffen, moet de toegestane buitenruimte in het kader van de nieuwe activiteit worden vergroot tot 1.800 m2.

Tegelijkertijd zal de eigenaar de paddocks met ongeveer 400 m2 moeten verkleinen om binnen de toegestane 1.800 m2 buitenruimte te blijven.

19/331

Figuur 2.4 – indicatieve locatie te realiseren paardenbak van 20 bij 60 meter ten zuiden van de stal. Ten noorden is de huidige paardenbak zichtbaar, deze wordt verkleind met ongeveer 400 m2 bij realisatie van de paddocks en paardenbak. Voor dit perceel is bepaald waarom het ruimtelijk aanvaardbaar is dat er 600 m2 aan buitenruimte wordt toegevoegd: y het bestemmingsvlak/bouwvlak is ruim genoeg om de paardenbak binnen te realiseren; y de nieuwe paardenbak komt verder van de dichtstbijzijnde woning te liggen; y de paardenbak is geplaatst op het achtererf; y de paardenbak wordt landschappelijk ingepast met bijvoorbeeld een haag; y het perceel breidt niet uit en blijft kleinschalig, geconcentreerd en georiënteerd op de Kloosterweg; y de totale buitenruimte is met 1.800 m² groter dan andere paardenstalling waarbij de maximaal toegestane buitenruimte bijna altijd 1.200 m² betreft. Tussen de aanwezige mensen/groepen dient, met name vanwege het therapeutische en coachende karakter, maar ook vanwege de veiligheid, voldoende afstand gehouden te worden. De overschrijding van 600 m2 is een bij deze locatie en functies passende overschrijding.

20/331

Planologische wijzigingen De functie 'Wonen in bedrijfswoning(en)' wordt omgezet naar 'Wonen in plattelandswoning(en)'. In artikel 144 wordt een kleine aanpassing gedaan, zodat verduidelijkt wordt dat deze bouwregels ook gelden voor het gebruik als plattelandswoning. Dat is nu ook al zo, maar blijkt niet eenduidig uit de regeling. Alle nevenfuncties uit artikel 7 Nevenfuncties Oude Zeekleipolders worden toegevoegd aan de regeling op de Kloosterweg 23. In artikel 14 Paardenstalling wordt onder lid b de locatie Kloosterweg 23 toegevoegd. De toegestane oppervlakte aan buitenruimte paardenstalling die voor deze activiteit in gebruik is mag maximaal 1.800 m2 bedragen. Om ook het coachen met paarden en de therapie met paarden toe te staan op deze is een nieuw artikel 62 Nevenactiviteit bij paardenstalling toegevoegd waar de gronden bij een paardenstalling tevens zijn toegestaan voor het gebruik van de nevenactiviteit coachen met paarden en therapie met paarden bij een paardenstalling. Omgevingsaspecten/Onderzoeken y Plattelandswoning De functie bedrijfswoning wijzigt naar de functie plattelandswoning. De woning mag nu tevens worden bewoond door derden. Hiermee herstellen we de situatie uit de beheersverordening waar op deze locatie een voormalige agrarische bedrijf werd toegestaan middels de bestemming Wonen*.

Met de omzetting naar een plattelandswoning vindt planologisch gezien een beperkte wijziging plaats. De woning mag na omzetting tevens worden bewoond door derden. Verder wijzigt het gebruik niet en wordt er niet gebouwd. Of ter plaatse sprake is van een goed woon­ en leefklimaat is voor plattelandswoningen op twee manieren beoordeeld: 1. ten opzichte van andere functies in de omgeving; en 2. ten opzichte van de eigen activiteiten. Voor plattelandswoningen geldt dat deze ten aanzien van de eigen activiteiten niet geurgevoelig of geluidgevoelig is. Wel dient sprake te zijn van een voldoende woon­ en leefklimaat. Als het gaat om de bedrijfsvoering en toetsing van de geurbelasting en geluidbelasting door de omliggende bedrijven heeft de status als plattelandswoning geen gevolgen. Op grond van jurisprudentie dient ter plaatse van plattelandswoningen te worden voldaan aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de CIMLK­monitoringskaart 2022. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Kloosterweg, meetpunt: 52605825_15950513. Uit de CIMLK­monitoringskaart blijkt dat de concentratie PM2,5 in 2021 ter plaatse < 20 ìg/m³, de concentratie PM10 < 35 ìg/m³ en de concentratie NO2 < 35 ìg/m³.

Volgens de monitoringskaart is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende en wordt voldaan aan de grenswaarden van respectievelijk 25 µg/m³ voor PM2,5 en 40 µg/m³ voor PM10 en NO2. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie. Ook wijzigt het aantal verkeersbewegingen niet. Voor de aspecten bodem, water, archeologie, cultuurhistorie, externe veiligheid en ecologie wijzigt er feitelijk niets met de omzetting naar een plattelandswoning. Negatieve effecten op of door deze aspecten zijn dan ook uit te sluiten. Er is sprake van een goed woon­ en leefklimaat ter

21/331

plaatse van de plattelandswoning. y Nevenfuncties Bedrijf en milieuzonering Voor het toevoegen van de nevenfuncties aan de Kloosterweg 23 is allereerst bekeken in welk type gebied de functie is gelegen. Vanwege de aanwezigheid van agrarische, bedrijfs­ en woonfuncties in de omgeving wordt deze getypeerd als een 'gemengd gebied'. Hierdoor kan de richtafstand met een afstandsstap worden verkleind. In Bijlage 9 is per type nevenactiviteit beoordeeld of deze nevenactiviteit mogelijk is op basis van de richtafstanden behorende bij deze nevenactiviteit. Dit is mogelijk door voor iedere nevenactiviteit de maximale richtafstand te bepalen en vervolgens deze richtafstanden toe te passen per locatie. De richtafstanden zijn weergegeven in Bijlage 8. Uit deze beoordeling is gebleken dat alle nevenfuncties mogelijk zijn op de Kloosterweg 23. Overige aspecten Nevenactiviteiten zijn, conform de begripsbepaling in artikel 188.59, altijd ondergeschikt aan de hoofdactiviteit en worden altijd door de eigenaar c.q. bedrijfsvoerder van de hoofdbedrijfsvorm uitgeoefend. Dit houdt in dat eventuele milieu effecten van de nevenactiviteit altijd ondergeschikt zijn aan die van de hoofdactiviteit. Kortom, als de hoofdactiviteit geschikt is voor uitoefening op deze locatie dan is de nevenactiviteit dat ook.

De overige milieu aspecten vormen dan ook geen belemmering voor het uitoefenen van de nevenactiviteiten bij de hoofdactiviteit. y Uitbreiding buitenruimte & toevoegen nevenfunctie bij paardenstalling Er wordt getoetst aan de maximale planologische invulling van de locatie. De locatie is gelegen in gemengd gebied. Voor het fokken en houden van overige graasdieren geldt in rustig buitengebied een richtafstand van 30 meter voor geur en 10 meter voor stof en geluid. De dichtst bijgelegen milieugevoelige functie is de Kloosterweg 19 op meer dan 40 meter. Het toevoegen van buitenruimte, in dit geval een paardenbak, gebeurt op grotere afstand dan de minimale richtafstand. Aan de richtafstanden wordt voldaan. De uitbreiding van de buitenruimte heeft geen aanvullende verkeersaantrekkende werking. De toevoeging van het gebruik van de paardenstalling ten behoeve van coaching met paarden en therapie met paarden kent verkeerstechnisch een iets andere ruimtelijke impact dan wanneer alleen sprake is van een paardenstalling. De CROW­publicatie 381 kent geen identieke functie. Het meest vergelijkbare beroep in de CROW­publicatie 381 is een fysiotherapeut met één behandelkamer in niet stedelijk gebied/buitengebied. De verkeersgeneratie hiervan is 18,4 mvt/etmaal.

Uit eerdere ervaringen van de initiatiefnemer met een andere vergelijkbare locatie gaat zij ervan uit gemiddeld 8 klanten per dag te ontvangen. De verkeersgeneratie is in beide gevallen zeer minimaal en zal niet leiden tot capaciteitsproblemen op de wegen waarop wordt afgewikkeld. Omdat sprake is van een toegenomen verkeersgeneratie dient ook de stikstofdepositie voor de gebruiksfase van de functie te worden berekend. We gaan daarbij uit van de worst­case scenario van 18,4 mvt/etmaal. Daarnaast wordt de te realiseren paardenbak meegenomen in de stikstofberekening voor de aanlegfase. Uit Aerius­calculator 2023.1 blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositie op (stikstofgevoelige) Natura200­gebieden. De stikstofmemo en berekening zijn toegevoegd in Bijlage 6 en Bijlage 7. Op het terrein is reeds voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor bezoekers van het coaching met paarden, therapie met paarden en paardenstalling.

22/331

Overige aspecten Voor de aspecten luchtkwaliteit, bodem, water, archeologie, cultuurhistorie, externe veiligheid en soortenbescherming wijzigt er feitelijk niets met de uitbreiding van de buitenruimte binnen het bouwvlak en het toevoegen van de functie voor paarden coaching en paardentherapie. Negatieve effecten op of door deze aspecten zijn dan ook uit te sluiten. Er is sprake van een goed woon­ en leefklimaat ter plaatse van deze functie. Conclusie omgevingsaspecten Uit bovenstaand onderzoek blijkt dat voor het toevoegen van de aanduiding plattelandswoning sprake is van een goed woon­ en leefklimaat. Uit het onderzoek naar het toevoegen van de nevenactiviteiten zijn geen belemmeringen gekomen. Ook met het vergroten van de buitenruimte en het toevoegen van de functie voor coaching met paarden en therapie met paarden blijft sprake van een goed woon­ en leefklimaat. Er is in de nieuwe situatie sprake van een goed woon­ en leefklimaat.

23/331

Overzicht van de regels die in de nieuwe situatie op deze locatie van toepassing zijn Hoofdstuk

Artikel

Welke regels gelden bij de huidige activiteit?

7 Nevenfuncties Oude Zeekleipolders 14 Paardenstalling (buitenruimte 1.800 m2) 62 Nevenactiviteit bij paardenstalling 64 Wonen in plattelandswoning(en) 69 Algemeen grondgebruik

Welk activiteiten zijn nog meer toegestaan?

76 Oude zeekleipolders

Regels voor aanpassen van activiteiten

82 Procedure­ en beoordelingsregels voor nieuwe gebruiksactiviteiten

Wat mag ik op deze locatie bouwen?

83 Bestaande bebouwing 111 Bouwregels paardenstalling 144 Bedrijfs­ en plattelandswoning(en) toegestaan 149 Bouwregels bij algemeen grondgebruik 153 Kwalitatieve toetsing in de zone Oude Zeekleipolders

Welke regels gelden hier voor het woon­ en leefklimaat? 159 Geluidzone industrie Maasvlakte­Europoort 164 Wegverkeerslawaai 165 Parkeren 166 Stikstof Welke regels gelden hier voor evenementen?

167 Evenementen

Welke regels gelden hier voor reclame­uitingen?

168 Reclame­uitingen

Hier gelden archeologische en/of cultuurhistorische waarden om rekening mee te houden

172 Waarde ­ Archeologie 4

Welke regels gelden voor het kappen van houtopstanden?

183 Houtopstanden

Welke regels gelden hier nog meer?

184 Algemene regels 185 Anti­dubbeltelregel 186 Overgangsrecht 187 Slotregel

Verklarende regels

188 Begripsbepalingen 189 Wijze van meten

Hier heeft een herziening van het moederplan plaatsgevonden

24/331

191 Herziening Veegplan 2

1.2.3

Molendijk 1

Situatie in beheersverordening Landelijk Gebied In de beheersverordening Landelijk Gebied was de Molendijk 1 bestemd als Woondoeleinden*. Deze bestemming geeft aan dat de locatie een voormalig agrarisch bedrijf betreft. Dit zijn grotere erven dan reguliere woonbestemmingen en daarom zijn hier meer mogelijkheden geboden voor nevenfuncties. Op deze locatie was Wonen toegestaan in combinatie met een toelaatbare nevenfunctie uit tabel 6.1 van de regels. De bestemming ligt in de zone ALN (Agrarisch gebied met landschaps­ en natuurwaarden). Ten behoeve van de nevenfunctie paardenstalling was maximaal 200 m² bebouwing en maximaal 1.200 m² buitenruimte toegestaan.

Figuur 3.1 ­ situatie in beheersverordening Landelijk Gebied (bron: ruimtelijke plannen) Situatie Omgevingsplan Buitengebied, inclusief Veegplan 1 In het Omgevingsplan Buitengebied is op de locatie het gebruik 'Paardenstalling' met 'Wonen in Bedrijfswoningen' toegestaan, inclusief bouwregels voor 'Paardenstalling' en 'Wonen in Bedrijfswoningen'. Dit houdt in dat de gronden mogen worden gebruikt voor een paardenstalling met maximaal 1.200 m² aan buitenruimte, inclusief een bedrijfswoning. Voor bebouwing geldt dat de bestaande bebouwing met 10% mag worden vermeerderd. Er zijn geen nevenfuncties mogelijk. Artikel 9 Nevenfuncties Veenpolders is op deze locatie niet van toepassing. Vergunning In december 2022 is een omgevingsvergunning (NL.IMRO.0501.Molendijk1omgvg­0130) verleend voor de legalisatie van de buitenruimte van deze paardenstalling waaronder drie paardenbakken, hekwerken, een mestbak, alsmede het plaatsen van drie lichtmasten. Deze omgevingsvergunning is niet verwerkt in dit veegplan, omdat er beroep is aangetekend tegen de vergunning en deze nog niet onherroepelijk is.

25/331

Figuur 3.2 ­ situatie in Omgevingsplan Buitengebied: Veegplan 1 (bron: gemeentelijke viewer) Feitelijke situatie Aan de Molendijk 1 in Zwartewaal (kadastraal nummer sectie G 71 en sectie K 550) bevindt zich een woning met meerdere paardenbakken, een stal, mesthoop en weiland, zoals weergegeven figuur 3.3. De woning met schuur is gelegen aan de voorzijde van het perceel. De stal is tegen de schuur aangebouwd.

26/331

Figuur 3.3 Feitelijke situatie Molendijk 1 (bron: Street Smart, Cyclomedia, 28 april 2022) Nieuwe situatie Veegplan 2 In het Omgevingsplan Buitengebied is de locatie anders bestemd dan in de voorgaande beheersverordening. Om deze discrepantie tussen de beheersverordening en het Omgevingsplan Buitengebied te herstellen wijzigt het gebruik van bedrijfswoning naar plattelandswoning en blijft de functie Paardenstalling uit Veegplan 1 gehandhaafd. Er wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt. In de plattelandswoning kan zowel gewoond worden door de eigenaar van de paardenstalling (al dan niet bedrijfsmatig) als door derden. In de nieuwe situatie is ook bekeken of de nevenfuncties behorende bij zone waarin de locatie is gelegen weer toegestaan kunnen worden. In de beheersverordening waren deze nevenfuncties toegestaan bij Wonen*, maar deze nevenfuncties zijn niet opgenomen bij deze locatie in het Omgevingsplan Buitengebied. In Veegplan 2 worden de nevenfuncties passend in het gebied Veenpolders weer toegestaan bij deze locatie. Planologische wijzigingen De functie 'Wonen in bedrijfswoning(en)' wordt omgezet naar 'Wonen in plattelandswoning(en)'. De bouwregels behorende bij de bedrijfswoning wijzigen niet qua situering.

In de bouwregels voor bedrijfswoning (artikel 144) wordt een kleine aanpassing gedaan, zodat duidelijk is dat deze bouwregels ook gelden voor het gebruik als plattelandswoning. Dat is nu ook al zo, maar blijkt niet eenduidig uit de regeling. Alle nevenfuncties behorende bij Veenpolders worden toegevoegd aan de regeling op de Molendijk 1.

27/331

Omgevingsaspecten y Plattelandswoning De functie bedrijfswoning wijzigt naar de functie plattelandswoning. De woning mag nu tevens worden bewoond door derden. Hiermee herstellen we de situatie uit de beheersverordening waar op deze locatie een voormalige agrarische bedrijf werd toegestaan middels de bestemming Wonen*. Met de omzetting naar een plattelandswoning vindt planologisch gezien een beperkte wijziging plaats. De woning mag na omzetting tevens worden bewoond door derden. Verder wijzigt het gebruik niet en wordt er niet gebouwd. Of ter plaatse sprake is van een goed woon­ en leefklimaat is voor plattelandswoningen op twee manieren beoordeeld: 1. ten opzichte van andere functies in de omgeving; en 2. ten opzichte van de eigen activiteiten. Voor plattelandswoningen geldt dat deze ten aanzien van de eigen activiteiten niet geurgevoelig of geluidgevoelig is. Wel dient sprake te zijn van een voldoende woon­ en leefklimaat. Als het gaat om de bedrijfsvoering en toetsing van de geurbelasting en geluidbelasting door de omliggende bedrijven heeft de status als plattelandswoning geen gevolgen. Op grond van jurisprudentie dient ter plaatse van plattelandswoningen te worden voldaan aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven.

Dit is gedaan aan de hand van de CIMLK­monitoringskaart 2022. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Molendijk, meetpunt: 52605825_15971120. Uit de CIMLK­monitoringskaart blijkt dat de concentratie PM2,5 in 2021 ter plaatse < 20 µg/m³, de concentratie PM10 < 35 µg/m³ en de concentratie NO2 < 35 µg/m³. Volgens de monitoringskaart is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende en wordt voldaan aan de grenswaarden van respectievelijk 25 µg/m³ voor PM2,5 en 40 µg/m³ voor PM10 en NO2. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie. Ook wijzigt het aantal verkeersbewegingen niet. Voor de aspecten bodem, water, archeologie, cultuurhistorie, externe veiligheid en ecologie wijzigt er feitelijk niets met de omzetting naar een plattelandswoning. Negatieve effecten op of door de aspecten zijn dan ook uit te sluiten. Er is sprake van een goed woon­ en leefklimaat ter plaatse van de plattelandswoning. y Nevenfuncties Voor het toevoegen van de nevenfuncties is allereerst bekeken in welk type gebied de functie is gelegen. Vanwege de aanwezigheid van agrarische, bedrijfs­ en woonfuncties in de omgeving wordt deze getypeerd als een 'gemengd gebied'. Hierdoor kan de richtafstand met een afstandsstap worden verkleind.

In Bijlage 9 is per type nevenactiviteit beoordeeld of deze nevenactiviteit mogelijk is op basis van de richtafstanden behorende bij deze nevenactiviteit. Dit is mogelijk door voor iedere nevenactiviteit de maximale richtafstand te bepalen en vervolgens deze richtafstanden toe te passen per locatie. De richtafstanden zijn weergegeven in Bijlage 8. Uit deze beoordeling is gebleken dat alle nevenfuncties mogelijk zijn op de Molendijk 1. Overige aspecten Nevenactiviteiten zijn, conform de begripsbepaling in artikel 188.59, altijd ondergeschikt aan de hoofdactiviteit en worden altijd door de eigenaar c.q. bedrijfsvoerder van de hoofdbedrijfsvorm uitgeoefend. Dit houdt in dat eventuele milieu effecten van de nevenactiviteit altijd ondergeschikt zijn aan die van de hoofdactiviteit. Kortom, als de hoofdactiviteit geschikt is voor uitoefening op deze locatie dan is de nevenactiviteit dat ook. De overige milieu

28/331

aspecten vormen dan ook geen belemmering voor het uitoefenen van de nevenactiviteiten bij de hoofdactiviteit. Conclusie omgevingsaspecten Uit bovenstaand onderzoek blijkt dat voor het toevoegen van de aanduiding plattelandswoning sprake is van een goed woon­ en leefklimaat. Uit het onderzoek naar het toevoegen van de nevenactiviteiten zijn geen belemmeringen gekomen. Er is in de nieuwe situatie sprake van een goed woon­ en leefklimaat. Overzicht van de regels die in de nieuwe situatie op deze locatie van toepassing zijn Hoofdstuk

Artikel

Welke regels gelden bij de huidige activiteit?

9 Nevenfuncties Veenpolders 14 Paardenstalling 64 Wonen in plattelandswoning(en) 69 Algemeen grondgebruik

Welk activiteiten zijn nog meer toegestaan?

78 Veenpolders

Regels voor aanpassen van activiteiten

82 Procedure­ en beoordelingsregels voor nieuwe gebruiksactiviteiten

Wat mag ik op deze locatie bouwen?

83 Bestaande bebouwing 111 Bouwregels paardenstalling 144 Bedrijfs­ en plattelandswoning(en) toegestaan 149 Bouwregels bij algemeen grondgebruik 155 Kwalitatieve toetsing in de zone Veenpolders

Welke regels gelden hier voor het woon­ en leefklimaat? 160 Geluidzone industrie Botlek­Pernis 164 Wegverkeerslawaai 165 Parkeren 166 Stikstof Welke regels gelden hier voor evenementen?

167 Evenementen

Welke regels gelden hier voor reclame­uitingen?

168 Reclame­uitingen

Welke regels gelden voor het kappen van houtopstanden?

183 Houtopstanden

Welke regels gelden hier nog meer?

184 Algemene regels 185 Anti­dubbeltelregel 186 Overgangsrecht 187 Slotregel

Verklarende regels

188 Begripsbepalingen 189 Wijze van meten

Hier heeft een herziening van het moederplan plaatsgevonden

29/331

191 Herziening Veegplan 2

1.2.4

Abbewerveweg 6

Situatie in beheersverordening Landelijk Gebied In de beheersverordening Landelijk Gebied was de Abbewerveweg 6 bestemd als Woondoeleinden*. Deze bestemming geeft aan dat de locatie een voormalig agrarisch bedrijf betreft. Dit zijn grotere erven dan reguliere woonbestemmingen en daarom zijn hier meer mogelijkheden geboden voor nevenfuncties. Op deze locatie was Wonen toegestaan in combinatie met een toelaatbare nevenfunctie uit tabel 6.1 van de regels. De bestemming ligt in de zone ALN (Agrarisch gebied met landschaps­ en natuurwaarden). Ten behoeve van de nevenfunctie paardenstalling was maximaal 200 m² bebouwing en maximaal 1.200 m² buitenruimte toegestaan.

Figuur 4.1 ­ situatie in beheersverordening Landelijk Gebied (bron: ruimtelijke plannen) Situatie Omgevingsplan Buitengebied, inclusief Veegplan 1 In het Omgevingsplan Buitengebied is op de locatie het gebruik 'Paardenstalling' met 'Wonen in Bedrijfswoningen' toegestaan, inclusief bouwregels voor 'Paardenstalling' en 'Wonen in Bedrijfswoningen'. Dit houdt in dat de gronden mogen worden gebruikt voor een paardenstalling met maximaal 1.200 m² aan buitenruimte, inclusief een bedrijfswoning. Voor bebouwing geldt dat de bestaande bebouwing met 10% mag worden vermeerderd. Er zijn geen nevenfuncties. 9 Nevenfuncties Veenpolders is op deze locatie niet van toepassing.

30/331

Figuur 4.2 ­ situatie in Omgevingsplan Buitengebied: Veegplan 1 (bron: gemeentelijke viewer) Feitelijke situatie Op het perceel zijn een woning met stal, mestbak, opslag en paardenbakken aanwezig, zoals weergegeven in figuur 4.3. De woning bevindt zich op de voorzijde van het perceel. De stal met een oppervlakte van circa 335 m² is zich aan de achterzijde van het perceel gesitueerd. De paardenbakken zijn buiten het bouwvlak gelegen. De oostelijke paardenbak heeft een afmeting van circa 20 bij 60 meter. De noordelijke paardenbak heeft een afmeting van circa 20 bij 17 meter.

31/331

Figuur 4.3 ­ feitelijke situatie Abbewerveweg 6 (bron: Google Maps) Nieuwe situatie Veegplan 2 In het Omgevingsplan Buitengebied is de locatie anders bestemd dan in de voorgaande beheersverordening. Om deze discrepantie tussen de beheersverordening en het Omgevingsplan Buitengebied te herstellen wijzigt het gebruik van bedrijfswoning naar plattelandswoning en blijft de functie Paardenstalling uit het Omgevingsplan Buitengebied gehandhaafd. Er wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt, wel wordt de functie paardenstalling uitgebreid. In de plattelandswoning kan zowel gewoond worden door de eigenaar van de paardenstalling (al dan niet bedrijfsmatig) als door derden. Het functievlak wordt uitgebreid om het gebruik van de paardenbak ten oosten van de woning toe te staan. De uitbreiding is weergegeven in figuur 4.4. De buitenruimte van de paardenstalling breidt daarmee uit tot 1.572 m². Onder het begrip buitenruimte bij een paardenstalling vallen een buitenrijbaan, paddock/losgooibak, longeerbak, stapmolen, mesthoop of buitenopslag tot 4 meter hoog. Mogelijkheden voor weidegang vallen niet onder deze definitie. Om enige bouwmogelijkheden als een omheining of lichtmasten toe te staan op de locatie van de uitbreiding wordt een aparte bouwregel toegevoegd.

Deze bouwregel staat toe dat er omheining worden geplaatst tot maximaal 1,5 meter hoogte en lichtmasten tot een hoogte van maximaal 5 meter.

32/331

Voor dit perceel is bepaald wat ruimtelijk aanvaardbaar is: y gezien de solitaire ligging is uitbreiding mogelijk; y de paardenbak en longeercirkel zijn landschappelijk ingepast; y paardenbak en longeercirkel liggen aansluitend aan het huidige bouwvlak en verder is er slechts een beperkte toename (10%) mogelijk; y het perceel blijft kleinschalig, geconcentreerd en georiënteerd op de Abbewerveweg; y de totale buitenruimte is met 1.572 m² groter dan de in de beheersverordening maximaal toegestane buitenruimte van 1.200 m², dit betreft slechts een beperkte overschrijding en bij deze locatie passende overschrijding; Op basis hiervan zijn paardenbak, mesthoop en longeercirkel toegestaan. In de nieuwe situatie is ook bekeken of de nevenfuncties behorende bij zone waarin de locatie is gelegen weer toegestaan kunnen worden. In de beheersverordening waren deze nevenfuncties toegestaan bij Wonen*, maar deze nevenfuncties zijn niet opgenomen bij deze locatie in het Omgevingsplan Buitengebied. In Veegplan 2 worden de nevenfuncties passend in het gebied Veenpolders weer toegestaan bij deze locatie.

Figuur 4.4 ­ uitbreiding functie met vlak 1 (longeercirkel), vlak 3 (paardenbak). Daarnaast is vlak 2 (mesthoop) weergegeven) Planologische wijzigingen De functie 'Wonen in bedrijfswoning(en)' wordt omgezet naar 'Wonen in plattelandswoning(en)'. In artikel 144 wordt een kleine aanpassing gedaan, zodat duidelijk is dat deze bouwregels ook gelden voor het gebruik als plattelandswoning. Dat is nu ook al zo, maar blijkt niet eenduidig uit de regeling.

33/331

De oostelijk gelegen paardenbak wordt planologisch mogelijk gemaakt. Hiervoor wordt het gebruik voor de functie 'Paardenstalling' uitgebreid in oostelijke richting. Daarmee kent deze locatie meer dan 1.200 m² aan buitenruimte. In artikel 14 wordt een sub b toegevoegd waarin locaties met buitenruimtes groter dan 1.200 m² worden toegestaan, mits opgenomen in de tabel. Abbewerveweg 6 wordt toegevoegd aan deze tabel met een oppervlaktemaat van 1.572 m². Ter hoogte van de uitbreiding (vlak 1 en 3 uit figuur 4.4) breidt het gebruik uit en wordt de volgende bouwregel toegevoegd als Artikel 114, voor het bouwen bij de buitenrijbaan: Ter plaatse van deze aanduiding mag worden gebouwd ten behoeve van een buitenrijbaan buiten het bouwvlak en gelden de volgende bouwregels: a. bij een buitenrijbaan bedraagt de hoogte van de bijbehorende omheining ten hoogste 1,5 m en de hoogte van de lichtmasten ten hoogste van 5 m. Alle nevenfuncties behorende bij Veenpolders worden toegevoegd aan de regeling op de Abbewerveweg 6. Omgevingsaspecten Bedrijf en milieuzonering Met de uitbreiding van het functievlak en de omzetting naar een plattelandswoning dient aangetoond te worden of er sprake is van een goed woon­ en leefklimaat. Met de omzetting naar een plattelandswoning vindt planologisch gezien een beperkte wijziging plaats. De woning mag na omzetting tevens worden bewoond door derden.

Verder wijzigt het gebruik niet en wordt er niet gebouwd. Het bouwvlak breidt in oostelijke richting uit met circa 1.200 m² voor de aanleg van een paardenbak. De woning en paardenstalling blijven onderdeel van dezelfde inrichting. y Plattelandswoning De functie bedrijfswoning wijzigt naar de functie plattelandswoning. De woning mag nu tevens worden bewoond door derden. Hiermee herstellen we de situatie uit de beheersverordening waar op deze locatie een voormalige agrarische bedrijf werd toegestaan middels de bestemming Wonen*. Met de omzetting naar een plattelandswoning vindt planologisch gezien een beperkte wijziging plaats. De woning mag na omzetting tevens worden bewoond door derden. Verder wijzigt het gebruik niet en wordt er niet gebouwd. Of ter plaatse sprake is van een goed woon­ en leefklimaat is voor plattelandswoningen op twee manieren beoordeeld: 1. ten opzichte van andere functies in de omgeving; en 2. ten opzichte van de eigen activiteiten. Voor plattelandswoningen geldt dat deze ten aanzien van de eigen activiteiten niet geurgevoelig of geluidgevoelig is. Wel dient sprake te zijn van een voldoende woon­ en leefklimaat. Als het gaat om de bedrijfsvoering en toetsing van de geurbelasting en geluidbelasting door de omliggende bedrijven heeft de status als plattelandswoning geen gevolgen.

y Nevenfuncties Bedrijf en milieuzonering Voor het toevoegen van de nevenfuncties is allereerst bekeken in welk type gebied de functie is gelegen. De omgeving kan worden getypeerd als een 'rustig buitengebied'. In Bijlage 9 is per type nevenactiviteit beoordeeld of

34/331

deze nevenactiviteit mogelijk is op basis van de richtafstanden behorende bij deze nevenactiviteit. Dit is mogelijk door voor iedere nevenactiviteit de maximale richtafstand te bepalen en vervolgens deze richtafstanden toe te passen per locatie. De richtafstanden zijn weergegeven in Bijlage 8. Uit deze beoordeling is gebleken dat alle nevenfuncties mogelijk zijn op de Abbewerveweg 6. Overige aspecten Nevenactiviteiten zijn, conform de begripsbepaling in artikel 188.59, altijd ondergeschikt aan de hoofdactiviteit en worden altijd door de eigenaar c.q. bedrijfsvoerder van de hoofdbedrijfsvorm uitgeoefend. Dit houdt in dat eventuele milieu effecten van de nevenactiviteit altijd ondergeschikt zijn aan die van de hoofdactiviteit. Kortom, als de hoofdactiviteit geschikt is voor uitoefening op deze locatie dan is de nevenactiviteit dat ook. De overige milieu aspecten vormen dan ook geen belemmering voor het uitoefenen van de nevenactiviteiten bij de hoofdactiviteit. y Uitbreiding paardenbak en longeercirkel Er wordt getoetst aan de maximale planologische invulling van het uitgebreide perceel. De locatie is gelegen in rustig buitengebied. Voor het fokken en houden van overige graasdieren geldt in rustig buitengebied een richtafstand van 50 meter voor geur en 30 meter voor stof en geluid. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan.

De dichtstbijgelegen milieugevoelige functie is de Abbewerveweg 6 op meer dan 100 meter. De uitbreiding heeft geen verkeersaantrekkende werking. Het aantal verkeersbewegingen blijft gelijk. Bij de paardenbakken zijn ook lichtmasten gerealiseerd. Deze lichtmasten zijn maximaal 5 meter hoog. Met het gebruik van lichtmasten kan lichthinder ontstaan. Ten opzichte van omliggende functies liggen de lampen op zo'n ruime afstand, waarbij wordt voldaan aan de VNG­richtafstanden, dat geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een goed woon­ en leefklimaat. Verder is er ook opgaande beplanting aanwezig tussen de lichtmasten en de omliggende functies. De armaturen zijn naar beneden gericht, waardoor het lichtbereik van de lampen zeer beperkt is en vooral de paardenbak verlicht. Ten aanzien van de plattelandswoning geldt dat de lampen van de woning af gericht zijn en dat er bosschages tussen de verlichting en de woning is gelegen. Daarnaast kent de woning alleen ramen op de begane grond aan de zijde van de paardenbak. Het effect van lichthinder is hierdoor zeer beperkt te noemen. Er is sprake van aan aanvaardbaar woon­ en leefklimaat ten aanzien van lichthinder. Conform de Wet Geurhinder en Veehouderij (Wgv) gelden ook afstanden tot geurgevoelige objecten. De gemeente Voorne aan Zee heeft hierin geen eigen Geurverordening. Er wordt daarom aan de Wgv getoetst.

Daarbij dient ten aanzien van geurgevoelige objecten rekening gehouden te worden met een uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van een paardenbak in oostelijke richting. De geldende afstanden worden bepaald op basis van ligging in het buitengebied (50 meter) of stedelijk gebied (100 meter). Vanwege de ligging in buitengebied kan worden uitgegaan van de bijbehorende afstand van 50 meter tot geurgevoelige objecten. Het is goed mogelijk om een afstand van 50 meter te bewaren tussen de maximaal planologische invulling en bestaande geurgevoelige objecten uit de omgeving. De dichtstbijzijnde (bedrijfs)woning is op meer dan 50 meter van het bouwvlak gelegen. Luchtkwaliteit Op grond van jurisprudentie dient ter plaatse van plattelandswoningen te worden voldaan aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de CIMLK­monitoringskaart 2022. De dichtstbijzijnde

35/331

maatgevende weg betreft de Rijswaardsedijk, meetpunt: 52605825_15951745. Uit de CIMLK­monitoringskaart blijkt dat de concentratie PM2,5 in 2021 ter plaatse < 20 µg/m³, de concentratie PM10 < 35 µg/m³ en de concentratie NO2 < 35 µg/m³. Volgens de monitoringskaart is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende en wordt voldaan aan de grenswaarden van respectievelijk 25 µg/m³ voor PM2,5 en 40 µg/m³ voor PM10 en NO2. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie. Stikstof Voor het uitbreiden van de paardenhouderij met een paardenbak, longeercirkel en 3 paddocks dient een stikstofberekening te worden opgesteld voor de aanlegfase. Het gebruik aan de Abbewerveweg 6 wijzigt niet. Het aantal paarden blijft gelijk. De stikstofberekening voor de aanlegfase is toegevoegd als Bijlage 2. De bijbehorende memo is toegevoegd in Bijlage 3. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (versie 2023.2) voor de realisatiefase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Omdat het aantal paarden en de verkeersgeneratie niet toenemen, is een berekening voor de gebruiksfase niet noodzakelijk. Op basis hiervan zijn significante negatieve effecten op Natura 2000­gebied in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase uitgesloten.

De ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Overige aspecten Het gebruik wijzigt niet. Er worden alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde gelegaliseerd. In de tabel hieronder is voor de andere omgevingsaspecten aangegeven waarom deze niet relevant zijn. Aspect

Relevantie

Water

Niet relevant het bouwwerk is al gebouwd. Er zijn geen gevolgen voor de waterhuishouding. De verhardingstoename is zeer gering.

Bodem

De functie is niet bodemgevoelig.

Archeologie/cultuurhistorie

Niet relevant het bouwwerk is al gebouwd. Archeologische waarden blijven verder onaangeroerd in de grond.

Kabels en leidingen

Er liggen geen planologische relevante kabels en leidingen op de uitbreidingslocatie.

Ecologie ­ Soortenbescherming

Niet relevant het bouwwerk is al gebouwd.

Parkeren

Het gebruik wijzigt niet. Er zijn reeds voldoende parkeerplaatsen.

Externe veiligheid

De locatie ligt niet binnen de invloedsgebieden van vervoerswegen of buisleidingen met transporten van gevaarlijke stoffen.

M.e.r.­beoordelingsplicht

Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die m.e.r­ (beoordelings)plichtig zijn.

Vanuit de genoemde overige aspecten is geen sprake van een belemmering voor de te legaliseren situatie.

36/331

Conclusie omgevingsaspecten Uit bovenstaand onderzoek blijkt dat voor het toevoegen van de aanduiding plattelandswoning sprake is van een goed woon­ en leefklimaat. Uit het onderzoek naar de uitbreiding van de paardenhouderij met een paardenbak en het toevoegen van de nevenactiviteiten zijn geen belemmeringen gekomen. Er is in de nieuwe situatie sprake van een goed woon­ en leefklimaat. Overzicht van de regels die in de nieuwe situatie op deze locatie van toepassing zijn Hoofdstuk

Artikel

Welke regels gelden bij de huidige activiteit?

9 Nevenfuncties Veenpolders 14 Paardenstalling 64 Wonen in plattelandswoning(en) 69 Algemeen grondgebruik

Welk activiteiten zijn nog meer toegestaan?

78 Veenpolders

Regels voor aanpassen van activiteiten

82 Procedure­ en beoordelingsregels voor nieuwe gebruiksactiviteiten

Wat mag ik op deze locatie bouwen?

83 Bestaande bebouwing 111 Bouwregels paardenstalling 114 Bouwregels buitenrijbaan buiten bouwvlak ­ Abbewerveweg 6 144 Bedrijfs­ en plattelandswoning(en) toegestaan 149 Bouwregels bij algemeen grondgebruik 155 Kwalitatieve toetsing in de zone Veenpolders

Welke regels gelden hier voor het woon­ en leefklimaat? 164 Wegverkeerslawaai 165 Parkeren 166 Stikstof Welke regels gelden hier voor evenementen?

167 Evenementen

Welke regels gelden hier voor reclame­uitingen?

168 Reclame­uitingen

Hier gelden archeologische en/of cultuurhistorische waarden om rekening mee te houden

173 Waarde ­ Archeologie 4

Welke regels gelden voor het kappen van houtopstanden?

183 Houtopstanden

Welke regels gelden hier nog meer?

184 Algemene regels 185 Anti­dubbeltelregel 186 Overgangsrecht 187 Slotregel

Verklarende regels

188 Begripsbepalingen 189 Wijze van meten

Hier heeft een herziening van het moederplan plaatsgevonden

37/331

191 Herziening Veegplan 2

1.2.5

Sluisweg 18

Situatie in beheersverordening Landelijk Gebied In de beheersverordening Landelijk Gebied was de Sluisweg 18 bestemd als ADp (Agrarische aanverwante doeleinden ­ paardenhouderij). De bestemming ligt in de zone ALN (Agrarisch gebied met landschaps­ en natuurwaarden). Op de locatie was een bedrijfswoning toegestaan à 750 m³. Het gehele bouwvlak mocht worden benut op deze locatie.

Figuur 5.1 ­ situatie in beheersverordening Landelijk Gebied (bron: ruimtelijke plannen) Situatie Omgevingsplan Buitengebied, inclusief Veegplan 1 In het Omgevingsplan Buitengebied is op de locatie het gebruik 'Paardenstalling' met 'Wonen in Bedrijfswoningen' toegestaan, inclusief bouwregels voor 'Paardenstalling' en 'Wonen in Bedrijfswoningen'. Dit houdt in dat de gronden mogen worden gebruikt voor een paardenstalling met maximaal 1.200 m² aan buitenruimte, inclusief een bedrijfswoning. Voor bebouwing geldt dat de bestaande bebouwing met 10% mag worden vermeerderd. Er zijn geen nevenfuncties mogelijk. Artikel 9 Nevenfuncties Veenpolders is op deze locatie niet van toepassing.

38/331

Figuur 5.2 ­ situatie in Omgevingsplan Buitengebied: Veegplan 1 (bron: gemeentelijke viewer) Feitelijke situatie Op het perceel zijn een woning, 2 schuren, een paardenbak, een paardenstal en een weiland aanwezig, zoals weergegeven in figuur 1.4. De woning bevindt zich op de voorzijde van het perceel en de stallen aan de achterzijde. De paardenstal heeft nu een oppervlakte van circa 600 m². Een deel van de buitenruimte (600 m²) is buiten het bouwvlak gelegen. In totaal is er zo'n 700 m² aan buitenruimte aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14165807/2