CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen gespecificeerd deel

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Windproject Brielse Brug93.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 11 van 11

Bij deze bepaling is waar relevant ook ingegaan op de cumulatieve effecten met overige windparken in de omgeving. Er is geen sprake effecten op de luchtlagen door het toevoegen van 2 windturbines in dit milieu. Voor de effecten naar de uitloging en erosie van bepaalde schadelijke stoffen wordt verwezen naar paragraaf 2.8.1.

Reclamanten verlangen een gedegen onderzoek naar het type coating welke gebruikt gaat worden bij de beoogde windturbines. Uit gerefereerd onderzoek van het RIVM blijkt dat er jaarlijks naar schatting tot 14 kg microplastics vrijkomen. Tot op heden is er geen informatie beschikbaar over het type coating dat gebruikt gaat worden, dit terwijl dit wel degelijk van belang is. In onderstaande figuur een korte opsomming van mogelijk schadelijke materialen in de windturbine. De vraag is of deze inschatting correct is.

72,1 9

72,2 0 72,2 1

72,2 2

Verder geeft het RIVM aan dat de stoffen qua samenstelling vergelijkbaar zijn met coatings gebruikt in de luchtvaart, drinkwatersector, water- en wegenbouw. Een aantal van de stoffen die aanwezig zijn in dergelijke coatings is geclassificeerd als ‘gevaarlijk' vanwege hun mogelijk schadelijke effecten op mens en ecosystemen. De stoffen kunnen uitlogen uit de coatings waardoor ze in het milieu terechtkomen. Biologische testen {bioassays) met uitloogvloeistoffen van coatings laten zien dat er langs deze route inderdaad nadelige effecten, zoals verminderde voortplanting. kunnen optreden bij in het oppervlaktewater levende organismen. Cliënten willen een complete inzage in welke chemische stoffen er toegepast worden bij deze windturbines. Dit kan grote impact hebben op de biodiversiteit in het gebied (en verder gezien waterwegen) waar de windturbines beoogd zijn. Mogelijk is er sprake van de zeer schadelijke stof Bisfenol A. Na vragen uit de raad is er door de wethouder verteld dat door gebruik van coatings de slijtage van de leading edge beperkt wordt. Echter beperkte slijtage is niet 0 en hoeveel het exact is wordt op dit moment niet duidelijk. Ook coatings zelf zijn schadelijk en aan slijtage onderhevig.

Het grote aantal turbines in de omgeving van cliënten, de onzekerheid over hoeveel Bisfenol A, microplastics en coatings er exact in het milieu terechtkomen en het feit dat dit nooit meer verdwijnt maakt dat terughoudendheid oftewel voorzorg geboden is. Reclamant stelt dat volgens de plannen het windproject wordt aangesloten op het station Geervliet van Stedin maar de exacte ligging van de kabels naar dat aansluitstation nog bepaald dient te worden en geen onderdeel uit van dit plan uitmaakt. Reclamant vraagt zich of er daadwerkelijk binnen de beoogde plantermijn een netwerkaansluiting gerealiseerd kan worden. Als die vraag negatief beantwoord wordt is de uitvoerbaarheid van het project in het geding Reclamant vraagt of Aerius berekening op de juiste gegevens berust is en of de daarop gebaseerde berekening juist zijn uitgevoerd. Reclamant geeft aan dat dit op dit moment niet duidelijk is.

Reclamant is van mening dat windturbines met deze afmetingen op grote afstand zichtbaar zijn en niet in het landschap zijn in te passen. Reclamant vind dat er sprake is van versnippering en verrommeling en bovendien sprake van een bedreiging van de ecologische verbindingszone (onderdeel van het NNN) en beleving van het landschap en aanwezige openbare recreatiegebieden en recreatie (waaronder camping, vakantiepark, horecagelegenheid, recreatieve stranden, kinderspeelparadijs en outdoorcentrum). Reclamant geeft aan dat het gebied is aangewezen als een gebied met specifieke waarde (categorie 2). Reclamant geeft aan dat de kwaliteit van het gebied verslechtert. Reclamant geeft aan dat de zichtlijnen vanaf de N57 richting Brielle en het open landschap worden niet versterkt maar verstoord en aangetast. Er is interferentie met andere windturbineopstellingen in de nabije omgeving, zoals de windturbines in de Europoort.

De figuur komt uit de rapportage van het RIVM uit 2022 over emissies van chemische stoffen bij windturbines op land. Hier komt uit naar voren dat de relevante emissies van windturbines op land met name zijn: microplastics en toegevoegde stoffen in coatings (met name Bisfenol A) door slijtage en uitloging van stoffen in de mast. Bovendien wordt lekkage van SF6 genoemd. In de windturbines zal mogelijk nog een beperkte hoeveelheid SF6 gebruikt worden. SF6 wordt gebruikt als isolatiemateriaal in installaties, om kortsluiting te voorkomen, en komt niet vrij bij normaal bedrijf van de windturbines. De stof kan alleen vrijkomen door een lekkage. Bij windturbines kunnen deze lekkages ontstaan door mechanisch falen, slijtage van machines of tijdens onderhoud of ontmanteling van een windturbine. Ter voorkoming van vrijkomen van SF6 in de atmosfeer wordt het bij reparatie en ontmanteling van windturbines afgevangen. Vervolgens wordt het hergebruikt in nieuwe apparaten. In het rapport van de RIVM uit 2022 (Inzicht in emissies van chemische stoffen bij windturbines op zee) is het Global Warming Potentieel (GWP) van SF6 emissie van wind op zee ingeschat als ongeveer 30 auto’s per jaar (op basis van 773 windturbines en 10 substations). Dit zal voor wind op land in dezelfde ordegrootte vallen.

Voor informatie over coatings van windturbines en het vrijkomen van Bisfenol A en microplastics wordt verwezen naar paragraaf 2.8.1 van het algemene deel.

Een netaansluiting kan gerealiseerd worden binnen het beoogde tijdsbestek. Hierover zijn afspraken gemaakt met Stedin. In bijlage 5B van de Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning is een toelichting op de AERIUSberekening toegevoegd waarin alle uitgangspunten en resultaten zijn benoemd. In Nederland bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. Onze woon- en leefomgeving is nu eenmaal altijd aan verandering onderhevig. De energietransitie zal daar komende decennia in grote mate aan bijdragen. Per situatie zal een overheid (in dit geval gemeente Voorne aan Zee) moeten bepalen of er sprake is van een redelijke en aanvaardbare situatie. Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd. Zie ook paragraaf 2.5.1 in het algemene deel. De twee windturbines zijn niet gelegen binnen de grenzen van het NNN. Ruimtebeslag (areaalverlies) door de bouw van de twee geplande windturbines is daarmee uitgesloten. Wel zijn gebiedsdelen van het NNN gelegen in de nabije omgeving van de geplande windturbines.

Dit betreft een ecologische verbinding op ongeveer 700 meter afstand ten westen van de westelijke geplande windturbine en op ongeveer 2 km ten zuidoosten van de oostelijke geplande windturbine, bij Zwartewaal. Verstoring in de vorm van aantasting door overdraai van de windturbines of aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden is vanwege de voornoemde relatief grote afstand tussen voornoemde gebieden en beide windturbines op voorhand uit te sluiten. De recreatieve beleving van het gebied kan wellicht anders worden door de situering van windturbines buiten het gebied, maar dit is afhankelijk van de persoonlijk beleving van de recreant. In zijn algemeenheid kan geconcludeerd worden dat landschap één van de aspecten is die relevant is voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14466692/2