CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst Ingekomen stukken raadsvergadering 29 januari 2026 dl 2

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Ingekomen stukken21.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

A.R.C. Scheepers RA MSc burgemeester

Verslag Inloopbijeenkomst Omwonenden Project Van Leeuwenhoekweg 12 november 2025 Op 12 november 2025 heeft de gemeente een inloopbijeenkomst gehouden over het project ‘Van Leeuwenhoekweg’. Hiervoor waren de bewoners uitgenodigd van de omliggende straten en de bedrijven die aan het plangebied grenzen. Ongeveer 150 belangstellenden waren aanwezig. Zij konden het plan bekijken, vragen stellen en reacties geven op het plan. Het gepresenteerde plan is geen eindproduct. De ingebrachte vragen en opmerkingen kunnen nog niet allemaal beantwoord worden in dit verslag. Een deel van de opgehaalde informatie zal de komende maanden bij de uitwerking van het plan worden benut om het plan te verbeteren. Per onderwerp leest u hieronder een samenvatting van de besproken punten en de antwoorden die op dit moment beschikbaar zijn. Algemene opmerkingen over het plan De meningen van de bezoekers tijdens de avond verschilden. Veel inwoners geven aan helemaal geen woningbouw te willen of vinden het aantal te veel op deze locatie. Zij kozen juist voor deze wijk vanwege de rust, het groen en de veilige omgeving voor hun kinderen. Het plan wordt als slecht en ongewenst ervaren, met het advies om een andere locatie te zoeken en het gebied om te vormen tot een groen natuurgebied of bos ("De Leeuwenhoek"). De gemeente erkent deze uiteenlopende zorgen en wensen als waardevolle input voor het vervolg.

Hoewel de meerderheid van de bezoekers in meer of mindere mate zorgen hadden over de plannen, waren er ook bezoekers die geen opmerkingen hadden en zelfs hoopten dat de bouw snel plaatsvindt. Reactie gemeente Het is begrijpelijk dat inwoners bezwaren hebben tegen het woningbouwplan bij hen in de buurt, vanwege de impact op rust, groen en leefomgeving. We erkennen deze zorgen. Bij de planvorming wordt zorgvuldig gekeken naar de locatie, het aantal woningen en de inrichting van de openbare ruimte, met aandacht voor groen, speelvoorzieningen en veilige leefomgeving voor kinderen. De gemeente streeft ernaar de geuite zorgen van buurtbewoners zo goed mogelijk mee te nemen in de verdere uitwerking van het plan. Waar mogelijk worden maatregelen getroffen die gevolgen voor de buurt beperken en groenstructuren behouden. Voor de inloopavond waren alleen omwonenden uitgenodigd. Juist voor deze groep belanghebbenden geeft het woningbouwplan vooral zorgen om negatieve effecten. De gemeente zoekt naar een balans tussen de noodzakelijke woningbouw en de invloed op de leefomgeving van bestaande woningen en belemmeringen voor bestaande bedrijven. Deze locatie aan de Van Leeuwenhoekweg is één van de weinige beschikbare lege terreinen binnen het stedelijk gebied. In 2023 heeft de gemeenteraad opdracht gegeven om de realisatie van woningen mogelijk te maken.

Impact op bestaande bedrijven Bedrijven maken zich zorgen over de woningbouwplannen: de wettelijke afstand tot woningen is volgens hen onvoldoende. Woningen zouden verder weg moeten worden

geplaatst om overlast te voorkomen. Bedrijven zien het gebied bij voorkeur als uitbreiding van het huidige bedrijventerrein. Reactie gemeente Bij de uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de geldende wettelijke veiligheids- en afstandsnormen tussen woningen en bedrijven. Daarnaast wordt zorgvuldig gekeken naar de locatie en indeling van woningen, zodat zowel bestaande bedrijven als nieuwe bewoners hun activiteiten veilig en verantwoord kunnen uitvoeren. Het behoud van voldoende bedrijventerreinen in de gemeente blijft een belangrijk aandachtspunt. Brandveiligheid Er zijn zorgen geuit over brandgevaar tussen bedrijfspanden en woningen en daarbij wordt als voorbeeld genoemd de brand die in mei in deze buurt plaatsvond. Voorgesteld is ook om de uitvalswegen nader te bekijken voor het geval van calamiteiten, want veel bewoners kunnen maar op één manier de wijk uit. Reactie gemeente De gemeente neemt brandveiligheid in het plangebied zeer serieus. Bij de uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de ligging van woningen ten opzichte van bedrijfspanden en bestaande risico’s. In de verdere uitwerking adviseren veiligheidsdiensten zoals de brandweer over de veiligheidsrisico's van het plan. De advisering wordt overgenomen in de uitwerking van het plan. Daarnaast zal de situatie van de calamiteitenroutes in de omgeving worden meegenomen.

Samenstelling van de wijk Bewoners vragen om duidelijke en eerlijke informatie over wie er in de nieuwe wijk komt te wonen. Er is behoefte aan inzicht in de samenstelling van de wijk. Er wordt benadrukt dat eerdere communicatie onduidelijk was, waardoor verschillende verhalen circuleren. Men wil geen AZC en maakt zich zorgen over de verdeling tussen statushouders, spoedzoekers en lokale woningzoekenden. Er zijn zorgen dat nieuwe bewoners overlast kunnen veroorzaken in de wijk, zoals nu al speelt bij de hoek van de Orion. Extra drukte, hangjongeren en/of werklozen kunnen de leefomgeving verstoren en een onveilig gevoel geven. Men wil duidelijke afspraken over het voorkomen van overlast en garanties voor lokale starters en gezinnen. Reactie gemeente De gemeente begrijpt dat er onduidelijkheid is geweest over de doelgroepen. De gemeente overweegt om het eerdere plan met tijdelijke woningen los te laten en permanente woningen te realiseren. De reden daarvoor is dat de verwachting is dat er over 15 jaar nog steeds veel vraag zal zijn en er is geen aanleiding om de woningen dan weg te halen. Ook over de doelgroepen wordt anders gedacht dan eerder is gecommuniceerd. De gemeente wilde eerder bepaalde doelgroepen voorrang geven, maar als het permanente woningen worden zullen deze niet meer speciaal voor spoedzoekers worden gebouwd.

Ze worden dan verhuurd via de normale regels voor (sociale) huurwoningen. Definitieve besluiten zijn nog niet genomen. De woningen zijn bedoeld voor kleine huishoudens. Geluidsbelasting Er zijn zorgen over mogelijke geluidsbelasting van de woningen naar de bestaande omgeving. Reactie gemeente Voor woningen onderling zijn er geen afstandregels in verband met geluid. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te beoordelen in 2

hoeverre geluidscontouren van de bedrijven een belemmering zijn voor de nieuwe woningen. Op basis van de resultaten worden maatregelen genomen. Groen en natuurwaarde Er is bezorgdheid over slecht onderhouden groen en men wil de de groene buffer op de aarden wal met de bomen en de groenstroken behouden. Er zijn verder zorgen over verlies van natuur en impact op flora en fauna, zoals spechten, roofvogels, egels en vleermuizen. Men hoopt dat bestaande bomen behouden blijven en niet direct worden vervangen door jonge aanplant. Er zijn de volgende alternatieve suggesties gedaan: een park, speeltuin, of wandelgebied met behoud van bomen als scheiding van de wijk. Reactie gemeente De gemeente deelt de wens om het groen zoveel mogelijk te behouden. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt bijzondere aandacht besteed aan het onderhoud en behoud van bestaande bomen, groenbuffers en groenstroken, waaronder de groene buffer op de aarden wal. Daarnaast wordt de impact op flora en fauna zorgvuldig onderzocht, met aandacht voor soorten zoals spechten, roofvogels, egels en vleermuizen. Waar mogelijk blijft bestaande volwassen beplanting behouden. Nieuwe aanplant wordt zorgvuldig afgestemd om de ecologische waarde te waarborgen en de leefomgeving voor zowel bewoners als dieren te behouden.

Ook is er aandacht voor voldoende speelplekken voor kinderen en het creëren van een aantrekkelijke, veilige en functionele openbare ruimte. Bij voorkeur kan de nieuwe buurt iets voor de wijk betekenen, met bijvoorbeeld een extra speelplek of een wandelpad. Verkeer en parkeren Er zijn zorgen geuit over de auto-ontsluiting van het plan en de extra druk van verkeer op de omliggende wegen. Men maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid van voetgangers en fietsers. Er zijn zorgen dat er te weinig parkeergelegenheid wordt gerealiseerd in het plan. Het huidige aantal parkeerplaatsen is onvoldoende voor de nieuwe woningen, waardoor extra druk op de bestaande wijk ontstaat. Reactie gemeente We onderzoeken zorgvuldig de verkeersveiligheid en het parkeren. We kijken naar capaciteit van alle omliggende wegen, inclusief routes voor bouwverkeer, en het verkeer dat door de nieuwe woningen ontstaat. Wij gaan ervan uit dat de wegen voldoende capaciteit hebben om het extra verkeer veilig en goed af te wikkelen. De ontsluiting voor fietsers en voetgangers wordt nog verder uitgewerkt, waarbij er aandacht is voor verkeersveiligheid en veilige oversteekplaatsen. In het plan is rekening gehouden met het voorkomen van autoverkeer door de wijk.

Wat parkeren betreft neemt de gemeente de signalen over parkeerdruk in de omliggende wijk serieus en bekijkt hoe hiermee rekening gehouden moet worden in het plan. Uitgangspunt is dat voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen de parkeernorm behorende bij het beoogde woningtype wordt gehanteerd. Dit wordt opnieuw beoordeeld, nu sprake is van permanente woningen. Participatie Er is aangegeven dat men beperkte en tegenstrijdige informatie ontvangt. Bewoners voelen zich niet gehoord: plannen zijn gewijzigd (flexwoningen werden sociale huurwoningen) zonder communicatie, en eerdere inspraak is stilgevallen. Er is behoefte aan één centrale plenaire avond met duidelijke verslaglegging, één aanspreekpunt en eerlijke communicatie. Reactie gemeente 3

We nemen deze feedback mee om onze informatievoorziening en participatie te verbeteren. De opgehaalde zorgen en bezwaren tijdens de infoavond zijn verwerkt in dit verslag. De gemeente neemt de input van de omwonenden mee in aanpassingen en verdere uitwerking van het plan. Voor de start van de formele vergunningprocedure worden bewoners betrokken bij het definitieve plan en de wijzigingen die zijn doorgevoerd. Afhankelijk van de aard van de wijzigingen kiest de gemeente de meest passende vorm van participatie. Daarnaast wordt de gemeentelijke webpagina op voorneaanzee.nl over het project Van Leeuwenhoekweg actueel gehouden om belanghebbenden goed te informeren. Planschade Er zijn zorgen over planschade en hoe hiermee door de gemeente wordt omgegaan. Reactie gemeente De gemeente hanteert de wettelijke regels voor nadeelcompensatie. Omwonenden die menen dat zij financieel schade ondervinden bij de waarde van hun woning of bedrijf als gevolg van de planvorming, kunnen een planschadeclaim indienen bij de gemeente. Deze wordt zorgvuldig getoetst aan de hand van objectieve criteria, zoals veranderingen in woonof leefomgeving, waardevermindering van het vastgoed en de geldende wet- en regelgeving. Start bouw Gevraagd is naar de bouwsnelheid: hoe snel kan het gerealiseerd worden? Reactie gemeente Het streven is om begin 2027 met de bouw te starten.

Dit is afhankelijk van de uitwerking van het ontwerp en de vergunningsprocedure. Waterhuishouding Er zijn zorgen geuit over waterafvoer en wateroverlast binnen het plan, vooral bij de woonwagens. Water kan onvoldoende wegstromen, duikers en afwatering naar omliggende sloten zijn kritisch. De waterhuishouding is niet alleen een belangrijke aandachtspunt voor het plangebied maar ook voor de bestaande woningen en bedrijven in de omgeving. Het plangebied dient momenteel als waterbuffer, wat moet worden gewaarborgd als er woningen komen. Reactie gemeente De input van bewoners over slechte waterafvoer zal nader worden onderzocht en dit bespreken we met het Waterschap. In het plan wordt gezorgd voor voldoende afwatering via duikers, sloten, infiltratieplekken en andere voorzieningen, zodat wateroverlast bij woningen, terrassen, bergingen en woonwagens wordt voorkomen. Ook wordt de aanwezigheid en capaciteit van waterbuffers zorgvuldig geborgd om piekbuien en extreme neerslag op te vangen. De gemeente werkt samen met waterbeheerders en adviseurs om te waarborgen dat het plan voldoet aan de geldende regelgeving en dat zowel huidige als nieuwe bewoners beschermd zijn tegen wateroverlast. Suggesties voor de soort woningen Er zijn zorgen over dat te veel woningen de rust verstoren.

Voorkeur is aangegeven voor seniorenwoningen, gelijkvloerse bungalows of een hofje, in plaats van sociale huurwoningen. Ook is voorgesteld te kiezen voor een combinatie van koop- en huurwoningen zonder hoge gebouwen, en om flexwoningen meer verspreid over de gemeente te realiseren. Reactie gemeente De gemeente realiseert zich dat er behoefte is aan woningen in meerdere categorieën, maar geeft er de voorkeur aan om hier woningen in de sociale categorie te realiseren. Er is een 4

grote behoefte aan betaalbare huurwoningen. Er komt geen hoogbouw, de maximale hoogte is drie bouwlagen. Er wordt daarnaast ook nog in de gemeente gekeken naar andere locaties voor het bouwen van flexwoningen. Er zijn veel woningen nodig. Woonwagenstandplaatsen Voor de nieuwe woonwagenstandplaatsen zijn specifieke vragen gesteld, die betrekking hebben op de inrichting van het woonwagenterrein en de toewijzing en kosten. Die vragen worden apart beantwoord voor de geïnteresseerde, toekomstige gebruikers. Wat zijn de volgende stappen? De gemeente neemt de opgehaalde informatie mee bij de verdere planvorming en blijft openstaan voor vragen en suggesties. Samen werken we aan een plan dat zo goed mogelijk aansluit bij de verschillende belangen. De opmerkingen van de omwonenden worden samen met de input van andere belanghebbenden afgewogen. Dat kan leiden tot eventuele voorstellen voor aanpassingen van het plan. Als daar een besluit over genomen is, wordt dat aan de belanghebbenden teruggekoppeld.

5

E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181

Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee

Verzenddatum 18 december 2025 Uw kenmerk Ons kenmerk 204534-2025 Bijlage(n)

Onderwerp Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Geachte leden van de raad, Op 6 november 2024 heeft het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) door middel van een brief de tweede tranche van Gebiedsinvesteringen Netten op Zee aangekondigd. Het doel van de gebiedsinvesteringen is de leefomgevingskwaliteit in de omgeving van aanlandlocaties te verbeteren. De gebiedsinvesteringen zijn bedoeld als een impuls voor de regio. Het gaat, net als bij de 1ste tranche, om de volgende thema’s: • • • •

Behoud en versterken natuur Verbeteren fysieke leefomgeving Versterken regionale economie Versnellen energietransitie

Er is gehoor gegeven aan de eerdere oproep vanuit onze regio om het minimale bedrag uit de eerste tranche (10 miljoen) te verhogen naar 49 miljoen, zodat de regio er breder van kan profiteren. De middelen worden beschikbaar gesteld vanuit het Klimaatfonds. Een deel wordt bekostigd uit de Europese herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF). De afgelopen maanden is gewerkt aan een regioplan dat eind december definitief wordt ingediend bij het ministerie van KGG. KGG beslist hierover in het eerste kwartaal van 2026. Het Regioplan is tot stand gekomen in samenwerking met de binnen NOVEX Rotterdamse haven samenwerkende gemeenten. Voor Voorne aan Zee en alle partijen was een goede verdeling over de regio van belang. De in NOVEX Rotterdamse haven betrokken gemeenten Maassluis, Vlaardingen, Schiedam, Albrandswaard, Nissewaard, Voorne aan Zee en Rotterdam incl. de Kleine Kernen en Hoogvliet ondervinden allen effecten van de energietransitie en het haven- en industrieel complex. Voorne aan Zee neemt hierin haar regionale rol als penvoerder op zich en de gemeente Rotterdam is kassier van de gelden.

Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl

Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01

Bij de totstandkoming van het regioplan is rekening gehouden met bekende wensen en dat wat er speelt in de regio. Als Voorne aan Zee hebben we ongeveer een kwart van het beschikbare bedrag aangevraagd. De initiatieven die staan beschreven in het regioplan betekenen een mooie impuls aan de leefomgeving, zoals dat ook met de reeds gehonoreerde €4.7 miljoen van tranche 1 is gedaan. Het regioplan is nog onder voorbehoud van goedkeuring door het Rijk. Zodra de aanvraag door het Rijk is goedgekeurd zullen we uitgebreid communiceren en presenteren wat dit betekent en welke voordelen dit oplevert voor de regio. Naar verwachting zal dit aan het eind van het eerste kwartaal van 2026 gebeuren. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,

Lenny Mans MSc. Gemeentesecretaris

Arno Scheepers RA. MSc. Burgemeester

E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181

Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee

Verzenddatum 18 december 2025 Ons kenmerk 58783-2024 & 204325-2025 Bijlage(n) Regioadvies Zuid-Holland Regioadvies Noord-Brabant

Onderwerp Regioadviezen Net op Zee programma VAWOZ 2031-2040 Geachte leden van de raad, Momenteel worden de regionale overheden in Nederland gevraagd regioadviezen uit te brengen aan de minister van Klimaat en Groene Groei (hierna: KGG) voor het Net op Zee programma Verkenning Aanlanding Wind op Zee 2031-2040 (hierna: pVAWOZ). Deze raadsinformatiebrief is bedoeld om u in te lichten over dit programma, de regioadviezen en wat dit voor Voorne aan Zee betekent. Programma VAWOZ Het Programma VAWOZ onderzoekt alternatieven (routes en stationslocaties) om windenergie op zee via ondergrondse stroomkabels en waterstofleidingen aan te sluiten op het hoogspanningsnet en waterstofnetwerk op land. Daarnaast onderzoekt het programma kansrijke locaties voor grootschalige elektrolysers op land gekoppeld aan de elektrische aanlanding van windenergie op zee. Momenteel bevindt het pVAWOZ zich in de fase van de eerste onderzoeken die zijn uitgevoerd in de vorm van de Integrale Effectenanalyse (hierna: IEA) en plan-MER. Uitvraag regioadvies Om tot een zorgvuldig besluit te komen welke voorkeursalternatieven na het programma verder uitgewerkt worden in ruimtelijke projectprocedures, heeft de minister van KGG de betrokken regio’s gevraagd om een regioadvies uit te brengen.

In het regioadvies verwerken regionale overheden gezamenlijk hun standpunten, voorkeuren, aandachtspunten en aanbevelingen met betrekking tot de routes voor stroomkabels en waterstofleidingen en zoeklocaties voor converterstations en waterstofstations. De regioadviezen zijn onderdeel van de afweging die de minister van KGG maakt over welke voorkeursalternatieven op te nemen in het ontwerpprogramma VAWOZ. Dit besluit baseert de minister namelijk niet enkel op basis van de uitkomsten van het effectenonderzoek. Hiervoor wordt ook de input van de brede omgeving, het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage, het advies van Rijkswaterstaat, de raadpleging van het Noordzeeoverleg en de regio-adviezen meegewogen.

Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl

Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01

Na vaststelling van het definitieve programma eind 2026 worden de voorkeursalternatieven uitgewerkt in projectprocedures. Inhoud regioadviezen Voorne aan Zee is betrokken bij het Zuid-Hollandse regioadvies en heeft ook aandacht voor het Noord-Brabantse regioadvies vanwege de onderzochte routes naar de aanlandlocatie Moerdijk. Het Zuid-Hollandse regioadvies kiest Europoort als voorkeurslocatie voor aanlanding en een converterstation in het Botlekgebied. Een locatie nabij Simonshaven is onbespreekbaar voor de regionale partijen. Voorne aan Zee ziet specifieke aandachtspunten voor behoud van ruimtelijke kwaliteit en het open landschap, behoud van (strand)recreatie en cultuurhistorische en agrarische waarden in haar gebied. Het Noord-Brabantse regioadvies is opgesteld vanuit dezelfde uitgangspunten als het eerdere regioadvies voor het Net op Zee project Nederwiek 3. Hierbij is de voorkeur gegeven aan het Binnenwatertracé door het Haringvliet, met als alternatief het gebruik van de huidig gereserveerde PEH-strook (langs de Delta Rhine Corridor). Andere tracéopties over land door onder andere Voorne aan Zee zijn onbespreekbaar. Proces: hoe verder? De minister van KGG heeft de provincie Zuid-Holland verzocht het gezamenlijke regioadvies uiterlijk 19 december 2025 te versturen. De ontvangen adviezen worden benut bij het opstellen van het ontwerpprogramma.

Het ontwerpprogramma wordt in mei 2026 ter inzage gelegd zodat iedereen een zienswijze kan indienen. De verwachting is dat het programma VAWOZ in het vierde kwartaal van 2026 wordt vastgesteld. Na het vaststellen van Programma VAWOZ worden de meest kansrijke verbindingen verder uitgewerkt in projectprocedures. In zo’n procedure wordt de ruimtelijke inpassing verder gedetailleerd, vindt nader onderzoek plaats en worden de vergunningen die nodig zijn om het project te realiseren voorbereid. Als het projectbesluit is vastgesteld door de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) in overleg met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), kan de realisatie van de verbinding beginnen.

Vervolg participatietraject Na de vaststelling van het programma VAWOZ, naar verwachting eind 2026, worden de voorkeursalternatieven (VKA) verder uitgewerkt in ruimtelijke projectprocedures. TenneT stelt dan samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei een Voornemen en (voorstel voor) Participatie op. Hierin staat bijvoorbeeld wat het project inhoudt en ook hoe de participatie van belanghebbenden wordt vormgegeven. Het participatieplan wordt meestal per fase geactualiseerd, waarbij de omgeving ook op het plan zelf kan reageren. Rol Voorne aan Zee Voorne aan Zee werkt samen met regiogemeenten en waterschappen actief aan deze dossiers. We blijven de aandacht richten op het zorgvuldig omgaan met ruimtelijke kwaliteit, natuur, leefomgeving en onze inwoners, bedrijven en verenigingen. Het college volgt de ontwikkelingen op de voet en draagt bij aan een gezamenlijke regionale aanpak. Bij nieuwe processtappen zal het college u verder meenemen in nieuwe relevante informatie. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,

Lenny Mans MSc. Gemeentesecretaris

Bijlagen 1. Regioadvies Zuid-Holland 2. Regioadvies Noord-Brabant

Arno Scheepers RA. MSc. Burgemeester

Extra achtergrond windenergie op zee Waarom windenergie van zee? Windenergie van zee is een belangrijke bron van energie voor Nederland. Met de windenergie van zee, kernenergie, aardwarmte en duurzaam opgewekte energie op land is het mogelijk dat Nederland in de toekomst niet meer afhankelijk is van andere landen ten aanzien van de energievoorziening. De mix van verschillende energiebronnen zorgt ook voor leveringszekerheid. De energietransitie is een noodzakelijke stap om energieonafhankelijkheid en weerbaarheid te garanderen voor nu en in de toekomst. Bovendien is windenergie op zee cruciaal voor het halen van de klimaatdoelen en het verlagen van de CO2-uitstoot. Daarom zet het kabinet in op een ambitieuze, maar realistische uitrol van windenergie op zee. Windenergie van zee naar land brengen We gaan in Nederland steeds meer duurzame energie gebruiken. Windenergie op zee speelt hierbij een grote rol. De energie die we opwekken op de Noordzee moet van de windparken via stroomkabels en waterstofleidingen aan land komen. Deze kabels en leidingen worden aangesloten op het elektriciteitsnet en waterstofnetwerk. Dit noemen we aanlanden. Het Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) onderzoekt waar en hoe we dit het beste kunnen doen. Het onderzoek is een aanvulling op de net op zee-projecten die al zijn gerealiseerd of in procedure zijn.

VAWOZ is een programma van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Hoeveel GW moet aangesloten worden? In 2040 is er 30 à 40 GW vermogen aan windenergie op zee nodig. Daarmee kunnen we voldoende energie opwekken voor het energieverbruik van Nederland. Dit staat in het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee (WIN). Dat is minder dan de eerdere verwachting van 50 GW. Dit komt doordat de overstap van fossiele brandstoffen op elektriciteit in onder andere de industrie minder snel gaat. Ook zijn de kosten voor de aanleg van windparken gestegen. De ontwikkeling van waterstof op zee hangt samen met de plannen voor windenergie op zee. Omdat de vraag naar energie minder is dan eerder verwacht, is recent besloten de voorbereidingen voor waterstofproductie en –transport op zee voor de komende vijf jaar te pauzeren. De verwachting is dat in de periode na 2040 waterstof een grote rol zal spelen. Stand van zaken windenergie op zee (n.a.v. recent uitblijven aanvragen tender windkavel Nederwiek I-4). De afgelopen jaren is de markt voor windenergie op zee snel en sterk veranderd. Door innovatie en opschaling zijn windparken op zee sinds 2018 zonder subsidie vergund.

De marktomstandigheden in Europa waren aan het begin van dit decennium zelfs zo gunstig dat een aantal windparkontwikkelaars bereid was te betalen voor een vergunning door een financiële bijdrage aan de overheid en investeringen in andere maatschappelijke doelen, zoals ecologie en systeemintegratie. Inmiddels zijn de Europese marktomstandigheden flink veranderd: zo zijn de kosten voor windparkontwikkelaars gestegen en gaat de verduurzaming van o.a. onze industrie langzamer dan voorzien. Hierdoor is het voor windparkontwikkelaars moeilijker geworden om al voorafgaand aan de bouw van het windpark langjarige stroomafnamecontracten met de juiste volumes en prijs af te sluiten en is daarmee hun investeringsbereidheid afgenomen.

Dit is ook terug te zien in andere Europese landen, zoals Duitsland, Denemarken, Verenigd Koninkrijk en België, waar ook tenders zijn mislukt of zijn uitgesteld vanwege beperkte marktinteresse. Ondanks deze tegenvaller blijft windenergie op zee noodzakelijk voor Nederland om energieonafhankelijker te worden en voldoende groene energie te hebben voor de verduurzaming van ons energiesysteem. Het kabinet heeft om deze reden recent het Actieplan windenergie op zee opgesteld. Hiermee neemt het kabinet op korte termijn maatregelen om de uitrol van windenergie op zee niet stil te laten vallen en bereidt het meer structurele maatregelen voor zodat een volgend kabinet hier voortvarend mee aan de slag kan gaan. Links naar aanvullende informatie • Website over programma VAWOZ: Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) | RVO.nl • Publieksbrochure VAWOZ: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2025-08/Publieksbrochure-ProgrammaVAWOZ.pdf • Actieplan windenergie: € 1 miljard subsidie voor bouw van windparken op zee - Wind op zee • Wind Infrastructuurplan Noordzee: Aanbiedingsbrief bij het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl \ • Veel gestelde vragen: Veelgestelde vragen Programma VAWOZ | RVO.nl • Wind op zee: Wind op zee

Regioadvies VAWOZ Zuid-Holland 4 november 2025

Inleiding We danken de minister voor de vraag om als regio uit te spreken welke aanlandlocaties, locaties voor converterstations en tracés in de provincie Zuid-Holland onze voorkeur hebben. Dit regioadvies geeft de uitgangspunten en de voorkeuren van aanlandlocaties, routes en converterstation zoekgebieden Het beantwoordt de adviesvragen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei op hoofdlijnen; dit is passend bij de huidige fase van het VAWOZ traject. Detailkeuzes en mitigerende maatregelen volgen in de uitwerking naar een programma en vervolgens naar een projectbesluit door het ministerie. Energiezekerheid voor onze bewoners en bedrijven is ons gedeeld belang. Zuid-Holland is een energie-intensieve provincie en voor de energietransitie van onze economie is de beschikbaarheid van energie uit wind op zee van groot belang. Tegelijkertijd is de realisatie van aanlandingen vanaf zee slechts één van de vele ruimtelijke opgaven die op de provincie ZuidHolland en haar gemeenten afkomt. Zuid-Holland is met 3,8 miljoen inwoners het dichtstbevolkte deel van Nederland. Onze provincie moet een belangrijke bijdrage leveren aan landelijke opgaven zoals woningbouw en het faciliteren van economische topsectoren zoals het havenindustrieel complex in Rotterdam en de glastuinbouw. Tegelijkertijd staan de leefomgeving en de kwaliteit van natuur, bodem en landschap onder druk.

De druk op de ruimte is groot en het is onmogelijk is om alle ruimteclaims op ons grondgebied te blijven faciliteren. Het maken van keuzes is onvermijdelijk. In onze afweging willen we sturen op kwaliteit en maximale maatschappelijk toegevoegde waarde. We vragen u in de afweging richting voorkeursalternatieven rekening te houden met de druk op de ruimte en daarin onze belangen zorgvuldig en volwaardig mee te wegen.

Overzicht aanlandlocaties, zoeklocaties converterstations, tracés en varianten

*locaties in rood vallen af wegens gebrek aan ruimte

Advies aan de minister 1

We danken de minister voor de Integrale Effectanalyse, waarin de aspecten Systeemintegratie, Milieu & Ruimte, Omgeving, Techniek & Kosten, Brede Welvaart en Toekomstvastheid grondig zijn onderzocht met input van vele partijen. We constateren dat de perspectieven van het energiesysteem, techniek en kosten hierin zwaarwegend zijn meegenomen. De focus van de afweging in de regio ligt vanwege de grote druk op de ruimte op het belang van kwaliteit van de leefomgeving en toekomstbestendigheid hiervan. Vanuit onze belangen geven wij in dit advies onze voorkeuren, randvoorwaarden, aandachtspunten en kansen mee. Uitgangspunten Voor het bepalen van de voorkeuren van aanlandlocaties in Zuid-Holland heeft de regio de volgende uitgangspunten opgesteld. •

•

•

• •

•

•

Ruimte is schaars in Zuid-Holland. Daarom gebruiken we schaarse ruimte en infrastructuur effectiever en efficiënter: beter benutten, verdichting en functiemenging. Zoals ook verwoord in het Ruimtelijk Voorstel vinden waterschappen, gemeenten en provincie het behoud van open, groene en landschappelijk waardevolle gebieden van groot belang voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarom beschermen we groene gebieden, besteden meer aandacht aan omgevingskwaliteit, sturen we op water en bodem als leidende principes en concentreren onze verstedelijkingsopgave in bestaand stedelijk gebied. Dit betekent dat we natuur-, recreatie-, landbouw- en landschappelijk waardevolle gebieden zoveel mogelijk ontzien. We werken mee aan de aanlanding van energie vanuit de Noordzee en ondersteunen veilige import, opslag en doorvoer van energie bij voorkeur via de haven. We streven in Zuid-Holland naar een toekomstbestendige economie gericht op circulariteit en energietransitie en een toekomstbestendige land- en tuinbouw gecombineerd met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. De transitie van het Rotterdamse havenindustrieel complex en de glastuinbouw moet een motor worden voor een groene economie. Hiervoor wordt ingezet op realisatie van de energie-, grondstoffen- en materialentransitie in goede balans met leefomgeving en wonen.

Het havenindustrieel complex en de glastuinbouw zijn grote energievragers. Het bijeenbrengen van aanbod en vraag van energie voorkomt onnodig transport en transportverliezen. Daarmee zijn industriële clusters de eerste optie voor aanlanding. Benodigde voorzieningen voor de haven en de glastuinbouw, waaronder energie, willen we niet afwentelen op de omgeving als dat niet nodig is. De aard van de bebouwing van converterstations en elektrolysers past bij het industrieel karakter van het havengebied. Om bij het karakter van glastuinbouwgebieden te passen dient veel aandacht besteed te worden aan de inpassing. De aard van de bebouwing van converterstations en elektrolysers heeft buiten dergelijke gebieden altijd grote, ongewenste effecten op omgevingskwaliteit. De verwachting is dat de transitie van fossiel naar hernieuwbaar in de haven vanaf 2035 zicht geeft op benodigde ruimte. Ook mogelijke zeewaartse uitbreiding van de haven kan hier een bijdrage aan leveren. Besluitvorming voor het onderzoeken van zeewaartse uitbreiding van de haven wordt op dit moment voorbereid. Bij de verdere uitwerking van aanlandlocaties, tracés en locaties voor converterstations en electrolysers moeten de mogelijkheden die toekomstige ontwikkelingen bieden in het vrijkomen van fysieke ruimte worden benut.

2

Systeemintegratie & timing De haalbaarheid van de aanlandlocaties en met name de aanlandlocatie Europoort is sterk afhankelijk van de timing: hoe later in programma 2031-2040 hoe groter de kans dat er ruimte beschikbaar komt. Daarom vragen we de minister van Klimaat en Groene Groei bij de verder uitwerking te onderbouwen hoe het tijdspad van realisatie van de verschillende aspecten eruit komt te zien en daarbij de volgende onderwerpen te betrekken: (i) netverzwaring 380 kV Randstadring, (ii) nationale kernenergie-plannen, (iii) gefaseerde vraagontwikkeling (havenindustrieel gebied, glastuinbouw, gebouwde omgeving) en een geactualiseerde vraag aanbodanalyse en (iv) besluitvorming zeewaartse uitbreiding haven. Ook voor de ontwikkeling van het energiesysteem van het Rotterdams havenindustrieel cluster is wind op zee een van de belangrijkste pijlers. Groene elektronen van zee dragen bij aan verduurzaming en elektrificatie van het havenindustrieel cluster en regio. En met de productie van waterstof rijkt het effect van deze elektronen nog verder. De inzet van waterstof vanuit het havenindustrieel cluster in onder meer scheep- en luchtvaart, zware mobiliteit en als grondstof zorgt ervoor dat de systeemeffecten van wind op zee tot ver in Europa reiken. Daarom is het havenindustrieel cluster een optimale bestemming voor de groene elektriciteit van zee.

Hoewel aanlanding van wind op zee als onderdeel van de energietransitie een grote en belangrijke opgave en ontwikkeling is voor de Rotterdamse haven, is dit niet de enige opgave en staat die niet op zichzelf. De Rotterdamse haven is dé plek waar de energie-, grondstoffen- en materialentransitie vorm moeten krijgen. Deze optelsom dreigt tot groot ruimtegebrek te leiden, dat uitgebreid wordt beschreven en onderbouwd in programma NOVEX Rotterdamse haven. Onderdeel van de transities, die veelal naast continuering van de huidige activiteiten moet plaatsvinden, zijn intensiveren, ombouw en verschuiving van processen en activiteiten. Een piek hiervan zal naar verwachting plaatsvinden in de periode 2030-2040. Hiermee is het zeer relevant in welke periode de aanlanding van wind op zee in Zuid-Holland plaats zou kunnen vinden. Hoe verder deze ontwikkelingen gevorderd zijn - ofwel in welke mate een concreet beeld is van hoe dit zal gaan plaatsvinden - des te groter is de kans dat ruimtelijke kansen ontstaan nabij het toekomstig hoogspanningsstation Europoort. Of op een mogelijke zeewaartse uitbreiding. Dit geldt zowel voor aanlanding van elektriciteit als voor de productie van waterstof.

Om deze kansen te kunnen benutten is het van belang dat er proactief afstemming plaats vindt tussen de ruimtelijke ontwikkelingen in de haven en de uitwerking van voorkeurstracés en projectbesluiten in het programma VAWOZ. En dat hierbij ook gekeken wordt naar mogelijkheden na 2040. Ook is de startbeslissing van de ‘Verkenning ruimtegebrek haven & impuls leefomgeving’, momenteel in voorbereiding. Voorkeuren Elke route heeft impact en kent nadelen en risico’s. Op basis van de bovenstaande uitgangspunten komen we tot de volgende voorkeuren voor Zuid-Holland. Daarbij is de blijvende impact – met name van de bovengrondse aanwezigheid van converterstations - zwaarwegender dan de tijdelijk effecten van de aanleg van ondergrondse kabels. Vervolgens is gekeken naar permanente effecten van de aanleg van ondergrondse kabels en tijdelijke effecten van de aanleg van de converterstations.

3

1. Aanlandlocatie Europoort. De zoeklocatie C3 voor het converterstation in het havenindustrieel gebied is passend bij de uitgangspunten. Zoeklocatie voor het converterstation C2 past vanwege het uitgangspunt om haven gerelateerde voorzieningen niet af te wentelen op de omgeving- niet bij onze uitgangspunten en is daarom onwenselijk. Ook is er een planning om dit gebied te ontwikkelen naar agrologistiek bedrijventerrein, dit is zeer belangrijk voor de economische positie van de regio. Zoeklocatie converterstation C1 C2 C3

Argumenten Is vervallen vanwege komst 380 kV station Niet passend, niet afwentelen, agrologistiek bedrijventerrein in ontwikkeling, ruimtegebrek agrologistiek bedrijventerrein Passend bij aard havenindustrieel complex, kansen op ruimte na 2035

Hoewel het havengebied een optimale bestemming is voor de groene elektriciteit van zee is er in de haven een dreigend ruimtegebrek. Naar verwachting zorgen ontwikkeling naar een fossielvrije haven vanaf 2035 mogelijk naar het beschikbaar komen van ruimte. Dat pleit ervoor om binnen het havenindustrieel gebied de opties open te houden via welk tracé en welke locaties voor een converterstation dit plaats zou moeten vinden en daarmee locatie C3 uit te breiden naar het gedeelte van het havenindustrieel gebied binnen de cirkel van 6 km afstand tot het geplande 380 kV station. In de projectfase vraagt dit om een scenario verkenning voor vraag en aanbod van ruimte op gebiedsniveau. Hier dient ook het ruimtebeslag van de benodigde kabels in meegenomen te worden. 2. Aanlandlocatie Simonshaven De zoeklocatie C2 voor het converterstation in het Botlekgebied is passend bij de uitgangspunten. Zoeklocatie C1voor het converterstation past vanwege het open gebied, zorgvuldig ruimtegebruik en de ruimtelijke kwaliteit niet bij onze uitgangspunten, en is daarmee voor regio Zuid-Holland uitgesloten. Zoeklocatie converterstation C1 C2

Argumenten Niet passend, aantasting van open gebied, aantasting ruimtelijke kwaliteit en in strijd met uitgangspunten Passend bij aard havenindustrieel complex, mogelijk ruimte te vinden na 2035

3. Aanlandlocatie Wateringen De zoekgebieden voor converterstations bij aanlandlocatie Wateringen liggen alle drie in glastuinbouwgebied en niet het havenindustrieel gebied. Voor het mogelijk maken van alle 3 deze locaties is transformatie van glastuinbouwgebied nodig. Zoeklocatie C1 betreft een verouderd glastuinbouwgebied. Zoeklocaties converterstation C1

Argumenten Beschermd glastuinbouwareaal. Transformatie van glastuinbouwareaal en compensatie nodig bij keuze voor deze locatie 4

C2 C3

Beschermd glastuinbouwareaal. Transformatie van glastuinbouwareaal en compensatie nodig bij keuze voor deze locatie Beschermd glastuinbouwareaal. Transformatie van glastuinbouwareaal en compensatie nodig bij keuze voor deze locatie Lage ligging, vanuit water en bodem sturend minder wenselijk.

4. Aanlandlocatie Bleiswijk Zoeklocatie C1 is een groene buffer, daarmee past deze locatie niet bij onze uitgangspunten. De zoekgebieden voor converterstations bij aanlandlocatie Bleiswijk liggen niet in het havenindustrieel gebied of bestaand stedelijk gebied. Voor de zoeklocaties C2 en C3 is transformatie van glastuinbouwgebied nodig, zoeklocatie C2 ligt nabij de door het rijk aangewezen grootschalige gebiedsontwikkeling Bleizo-West. Zoeklocatie converterstation C1 C2 C3

Voorkeursvolgorde tracés NW-BLW WS-BLW

Argumenten Groene buffer, niet passend Beschermd glastuinbouwareaal. Transformatie van glastuinbouwareaal en compensatie nodig bij keuze voor deze locatie. Beschermd glastuinbouwareaal. Transformatie van glastuinbouwareaal en compensatie nodig bij keuze voor deze locatie Lage ligging, vanuit water en bodem sturend minder wenselijk Argumenten Variant NW-b heeft als meekoppelkans ondergronds brengen bestaande infrastructuur. Variant NW -a en NW vergelijkbaar Aanlanding is groter issue dan bij NW vanwege het drinkwaterwingebied, doorkruising NNNzone Mient Kooltuin en effecten op Natura2000 gebied tijdens aanleg

Aandachtspunten aanlanding waterstof We steunen de aanlanding van waterstof op de Maasvlakte. Aanlandstation AS1 ligt binnen bestaand stedelijk gebied en past daarmee bij onze uitgangspunten. Aanlandstation AS2 is een beschermd glastuinbouwgebied. Zoeklocatie aanlandstation AS1 AS2

Argumenten Passend bij aard havenindustrieel complex Deels beschermd glastuinbouwareaal, transformatie van glastuinbouwareaal en compensatie nodig bij keuze voor deze locatie, resterend deel bescherming open landschap

Overlast en verstoring minimaliseren In het algemeen geldt dat de impact van converterstations en de impact van de aanleg van tracés groot is. We vragen de minister om de schade en overlast voor eigenaren en belanghebbenden, van de gebieden waar de tracés doorheen gaan ruimhartig te compenseren. 5

Natura 2000 gebieden en habitatten van soorten moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden. Ook verzoeken we om zoveel mogelijk werkzaamheden te combineren met andere projecten (bijvoorbeeld aanleg van warmtenetten) om overlast en verstoring te beperken.

Aandachtspunten zoeklocaties elektrolysers Binnen het programma VAWOZ wordt alleen onderzoek gedaan naar grootschalige elektrolyse met een capaciteit van 500 MW tot 1 GW. De minister van Klimaat en Groene Groei vraagt ons om aandachtspunten te formuleren. In het algemeen pleiten we ervoor de elektrolyselocaties zo dicht mogelijk bij een converterstation en bij locaties met een grote energievraag te realiseren om daarmee omzet- en transportverlies te minimaliseren. De grootte van bebouwing van grootschalige elektrolyse heeft meer impact dan een converterstation en past primair bij het industriële karakter van het Haven industrieel Complex (zoeklocatie EUP-E1). Zoeklocatie BLW-E1 is een groene buffer en daarmee niet passend bij onze uitgangspunten. Restwarmte van elektrolyse is interessant als energievoorziening in beide glastuinbouwgebieden (BLW-E2 & E3 en EUP-E1). De beschikbaarheid van oppervlaktewater voor koeling is niet noodzakelijk. Er zijn ook andere technieken mogelijk.

Aandachtpunten verder proces Het proces om tot een regio advies te komen bood onvoldoende mogelijkheden voor een goede participatie. Er was te weinig tijd om belangen en meningen uit de omgeving op tafel te krijgen en mee te nemen in het regio advies en dit een breed gedragen verhaal te maken. Wij verwachten dat na het besluit tot het starten van een projectprocedure voor één of meerdere van de aanlandingslocaties in Zuid-Holland, de betreffende gemeenten, waterschappen en indien relevant het Havenbedrijf Rotterdam actief worden betrokken in het formuleren van de scope van de project-mer. En dat er voldoende tijd is om de omgeving goed te kunnen betrekken. Zie voor de aandachtspunten per aanlandlocatie de bijlage.

6

Bijlage Aandachtspunten, randvoorwaarden en kansen per aanlandlocatie Algemeen

Randvoorwaarden, aandachtspunten en kansen

Water en bodem sturend vormt een van de randvoorwaarden en moet integraal worden betrokken bij de verdere uitwerking van de voorkeurstracés. De klimaatonderlegger (o.a. waterberging, sponswerking, veenbodems, verziltingsrisico’s) kan hierbij helpen. Ontzie natuurgebieden zoveel mogelijk. Wanneer het niet anders kan is een geboorde oplossing onder het gehele natuurgebied gebied door een alternatief. Bijvoorbeeld bij de Haringvlietdam of onder een van de duinovergangen die voorzien zijn van bestrating. Open ontgravingen of werkplekken in Natura 2000 gebieden blijven een no-go. Stabiliteit en veiligheid van waterkeringen moet geborgd zijn.

Zoals hierboven beschreven vinden wij niet alle voorgestelde aanlandlocaties, routes en locaties voor converterstations passend. Alle routes en locaties kennen knelpunten. Wij zijn ons ervan bewust dat hierdoor in de toekomst mogelijk aanlandlocaties en locaties voor converterstations die niet passen bij onze uitgangspunten gerealiseerd zouden kunnen worden. Daarom beschrijven we voor alle aanlandlocaties randvoorwaarden, aandachtspunten en kansen.

Houd daarnaast ook rekening met extra ruimtevraag in en buiten het plangebied voor vereiste compensatie zoals waterberging en natuur. En met jaarrond strandrecreatie en horecaondernemers. Aanlandlocatie Europoort Randvoorwaarden Route HVM-EUP Route HVM-EUP

Converterstation zoekgebied C3

Bevaarbaarheid Slijkgat in stand houden Voornes duin zeer kwetsbaar natuurgebied, geheel onderboren noodzakelijk Alleen mogelijk bij haalbaarheid meerdere kabels door Haringvlietmonding en Haringvliet (effect van elektromagnetische velden op trekvissen). Dit wordt nog onderzocht en zal afhankelijk van de onderzoeksresultaten meegenomen worden bij de uitwerking in de projectfase Om dit mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat ruimte wordt gevonden in het havenindustrieel gebied, ook voor de kabeltracering

Aandachtspunten Graag zouden wij zien dat er in een mogelijke projectprocedure onderzocht wordt welke mogelijkheden er zijn om van het vaste ontwerp van TenneT voor converterstations af te wijken en of bij een ander ontwerp inpassing op andere locaties binnen het havengebied mogelijk wordt. Route HVM-EUP Het tracé gaat door een waardevol cultuurhistorisch landschap (langs landgoederen, gelegen in voormalig inundatiegebied en dichtbij beschermd dorpsgezicht ontginningen Voornes Duin). Zorg dat dit niet wordt aangetast of benut de kans om dit juist te versterken. Vermijd en voorkom doorsnijding van N2000-gebieden (waaronder Voordelta, Voornes Duin, Duinen Goeree & Kwade Hoek) Windlocatie Brielse Brug ten zuiden van C3 (beroepsprocedure weigeringsbesluit loopt) Kies voor het minder dynamische gedeelte van de Voordelta voor de locatie van kabels. Voorkeur voor bundeling van kabels,

7

ook met Nederwiek 3; niet in vaargeul. Dit vanwege behoud van vaardiepte en risico’s van baggerwerkzaamheden voor het op diepte houden van de vaargeul. Houd rekening met de wettelijke natuurcompensatie in de Voordelta voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte Houd rekening met de vervuilde bodem van de binnenwaterroute (Haringvliet) en effect op KRW doelstellingen Maak in de Voordelta gebruik van de zone van de vaargeul, om verstoring van natuur elders te voorkomen Kansen Restwarmte van elektrolyse is een kans voor de warmtevraag van Voorne Putten en Westland Aanlandlocatie Simonshaven Randvoorwaarden Alleen mogelijk wanneer voor converterstationslocatie C2 gekozen wordt. Hiervoor moet ruimte worden gevonden in Botlekgebied. Alleen mogelijk bij haalbaarheid meerdere kabels door Haringvlietmonding en Haringvliet (effect van elektromagnetische velden op trekvissen). Dit wordt nog onderzocht en zal afhankelijk van de onderzoeksresultaten meegenomen worden bij de uitwerking in de projectfase. Houd bij planning van werkzaamheden rekening met het agrarisch seizoen Bevaarbaarheid Slijkgat in stand houden De zeeklei gronden in de provincie zijn de meest vruchtbare landbouwgronden van Nederland. Deze gronden hebben daarbij een significante bijdrage aan de voedselproductie van Nederland. Dit betekend dat deze gebieden zo veel mogelijk moeten worden ontzien.

Aandachtspunten Naar C2 is geen route getekend, gemeente wil betrokken worden bij verdere uitwerking van deze aantakking Kies voor het minder dynamische gedeelte van de Voordelta voor de locatie van kabels. Voorkeur voor bundeling van kabels, ook met Nederwiek 3; niet in vaargeul. Dit vanwege behoud van vaardiepte en risico’s van baggerwerkzaamheden voor het op diepte houden van de vaargeul. Impact van het graven in Haringvliet op het verder landinwaarts komen van de zouttong en de effecten voor zoetwaterinfiltratie Houd rekening met de vervuilde bodem van de binnenwaterroute (Haringvliet) en effect op KRW doelstellingen Houd mogelijkheden voor een extra brug over het Hartelkanaal in de toekomst open Aantakkingslocatie van routes naar Botlek is binnen de provinciale verordening aangewezen als zoeklocatie voor een bedrijventerrein. Deze ontwikkeling is voor Nissewaard van groot belang om het economische vestigingsklimaat in de regio te versterken.

Houd rekening met de zeer volle ondergrond op knooppunt Geervliet-Noorddijk Houd rekening met scheeps- en onderwaterarcheologie in Haringvliet Vermijd en voorkom doorsnijding van N2000-gebieden (waaronder Voordelta, Voornes Duin, Duinen Goeree & Kwade Hoek) Houd rekening met de wettelijke natuurcompensatie in de Voordelta voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte Route SMH1 E Windlocatie Brielse Maasdijk ten zuiden van Botlek (beroepsprocedure loopt) Houd rekening met mogelijke verbreding van de N57, hier zijn MIRT afspraken over (wel ruimtelijk reservering, nog geen investeringsbeslissing) Route SMH-2 Houd rekening met vogelgebied Beningerslikken Kansen Natuurrealisatie en realisatie recreatieve routes op locaties waar onteigening / aankoop / herinrichting / graven nodig is Kans voor transitie naar een circulaire economie in het Botlekgebied

8

Aanlandlocatie Wateringen Aandachtspunten Dit is een dichtbebouwd gebied en waar ook ondergronds weinig tot geen ruimte is. Route KD-WTR- E Doorkruist Landgoed(biotoop) Ockenburgh, vanuit erfgoed en archeologie sterk af te raden, de variant WTRa is hier beter. Converterstation zoekgebied C2 Ligt in of vlakbij kasteelbiotoop (en landgoedrestant & archeologisch monument) Het Hof van Wateringen (al in een eerdere ronde aangegeven) Dit is een nieuw ontwikkelgebied duurzame glastuinbouw Broekpolder. Transformatie is onbespreekbaar voor gemeente Westland Converterstation zoekgebied C3 Ligt naast een belangrijk weidevogel- en ganzenrustgebied en provinciaal landschap Midden Delfland. Het is een waardevol cultuurhistorisch landschap. Kansen Als projecten raken aan het Natuur Netwerk Nederland kan herinrichting een kans zijn voor natuurrealisatie Aanlandlocatie Bleiswijk Randvoorwaarden Werkzaamheden buiten broedseizoen vanwege vogelgebieden Route WS-BLW Beschermd drinkwaterwingebied bij Wassenaar; niet vergunbaar. Converterstation zoekgebied C2 Transformatiegebied van niet toekomstbestendig glastuinbouwgebied naar hogere milieucategorie bedrijventerrein. Bestuursovereenkomst gesloten tussen provincie en gemeente.

Aandachtspunten Tracés komen uit naast gebiedsontwikkeling Bleizo West, door het rijk aangewezen als één van de doorbraaklocaties voor (grootschalige) woningbouw/gebiedsontwikkeling Tracé gemeente Lansingerland Kruisweg is zoeklocatie wind Route WS-BLW Houd rekening met strandrecreatie, horeca ondernemers belangen en met name voor Wassenaar de smalle toegang tot het strand Doorsnijding Limes/Kanaal van Corbulo (werelderfgoed), landgoederenzone en kroonjuwelen & Barrepolder (archeologie en molenbiotoop), Atlantikwall, de noordelijke punt van het kroonjuweel Landgoederenzone & de noordelijke punt van het kroonjuweel Weipoort Houd rekening met bestemmingsplan Valkenhorst en met opsporingsvergunningen geothermie ‘Leiden 3’ rondom dit gebied Houd rekening met de zettingssituatie van het Valkenburgse meer Doorkruist de zuidelijke punt van het kroonjuweel Kagerplassen, landgoedbiotopen van Oud Poelgeest, Leeuwenhorst en Oostergeest en mogelijk landgoedbiotoop Berbice. Doorkruist het beschermde gezicht van Warmond Converterstation zoekgebied C1 Windlocatie Achterofse Polder dichtbij BLW-C1 Kansen Volgen van bestaande infra (bv spoor) of ondergronds leggen van parallelle kabels Potentie van restwarmte van elektrolyse voor de warmtevraag van glastuinbouwgebied Oosland en de gebouwde omgeving van Zuidplas ( Warmte Samenwerking Oostland)

9

10

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12

Ministerie van Klimaat en Groene Groei Directie Realisatie Energietransitie Mevrouw S.T.M. Hermans Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG

Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route

Datum

2 december 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Regioadvies Programma VAWOZ 2040

C2365964/6226179 Uw kenmerk

DGKE-DRE / 98983222 Contactpersoon

A.J.F.M. (Ton) Bosman Telefoon

Geachte mevrouw Hermans,

(06) 27 74 52 37 Email

Namens de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant en de betrokken gemeenten Voorne aan Zee, Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard, Moerdijk en waterschappen Brabantse Delta en Hollandse Delta, bieden wij u hierbij een breed gedragen regioadvies aan over het Programma VAWOZ 2040. U heeft ons gevraagd om de voorkeuren en aanbevelingen met betrekking tot de routes voor stroomkabels en zoeklocaties voor converterstations aan te geven voor een of twee aanlandingen in Moerdijk. Het advies over de tracévoorkeuren is in samenspraak met alle betrokken partijen tot stand gekomen en het advies over de locatie van het converterstation is opgesteld in overleg met de gemeente Moerdijk, het waterschap Brabantse Delta en het Havenbedrijf Moerdijk. In de eerste plaats erkennen en ondersteunen wij het belang van windenergie op zee en de bijbehorende ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Hiermee geeft het Rijk invulling aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Tegelijkertijd vragen wij aandacht voor de ruimtelijke opgaven in onze regio’s. Het uitgangspunt blijft dat waardevolle natuur-, recreatie- en landbouwgebieden zoveel mogelijk worden ontzien.

AJBosman@brabant.nl Bijlage(n)

2

Eén aanlanding in Moerdijk is ruimtelijk en energetisch goed inpasbaar.

Datum

2 december 2025 Ons kenmerk

Zoals uit het onderliggende VAWOZ-onderzoek blijkt, is de geplande eerste aanlanding in Geertruidenberg rond 2030 voldoende om te voorzien in de regionale elektriciteitsbehoefte tot aan 2050. Verduurzaming van de bestaande industrie en een uitbreiding van het haven- en industrieterrein Moerdijk met energie-intensieve industrie, rechtvaardigt een tweede aanlanding in de Powerport regio en maakt gebruik van elektriciteit in andere regio’s mogelijk.

C2365964/6226179

Over de gevolgen van nog een aanlanding in Moerdijk (de derde in WestBrabant) op een mogelijk toekomstige uitbreiding van het 380 kV-net, verschaft het onderzoek geen duidelijkheid. Uit het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) blijkt dat het 380kV- tracé tussen Tilburg en Eindhoven op de lange termijn tegen haar transportgrenzen aan loopt en een knelpunt vormt om de grote hoeveelheden windenergie die op zee wordt opgewekt, af te voeren naar Limburg en Duitsland. Daarnaast bestaan zorgen over de beperkte beschikbare velden (aansluitpunten) voor nieuwe klantaansluitingen op het toekomstige hoogspanningsstation Port of Moerdijk (PoM). Met twee aanlandingen in Moerdijk worden zes van de beoogde acht velden opgevuld van het nog te bouwen hoogspanningsstation, wat kan leiden tot de noodzaak van een uitbreiding of een extra 380 kV-station in Moerdijk voor de toekomstige industrie. Voorstel om het besluit voor een derde aanlanding in West Brabant uit te stellen De Brabantse regio wil een besluit over een derde aanlanding in West Brabant uitstellen. Hiervoor zijn twee hoofdredenen: 1. Er moeten nog besluiten worden genomen over toekomstige kerncentrales in Zeeland en Zuid-Holland welke naar verwachting eveneens een grote impact zullen hebben op de elektriciteitsinfrastructuur in Zuidwest Nederland. 2.

De aanvullende elektriciteitsbehoefte in West Brabant hangt daarnaast ook samen met de profilering van het Haven- en Industrieterrein. In het BO Powerport regio Moerdijk van 1 december hebben Rijk en regio de eerste bemerkingen uit de analyses gedeeld, maar ook afgesproken dat het profiel nader uitgewerkt dient te worden. Zo dient er ook aantoonbare (economische) meerwaarde voor zowel de regio als heel Brabant te zijn en dient inzichtelijk te zijn voor welk specifiek type circulaire economie er plaats geboden wordt. De gesprekken hierover lopen nog en worden de komende periode vervolgd. Door de resultaten van het programma Diepe Aanlandingen en het programma PEH II af te wachten, kan juist in een later stadium een toekomstvaste keuze worden gemaakt. Daarbij wordt de provincie Noord-Brabant bij voorkeur actief

2/5

en met andere provincies, betrokken bij het programma Diepe Aanlandingen. Juist om ingrepen in het bovengrondse hoogspanningsnet richting Limburg en Duitsland met grote ruimtelijke impact op Noord-Brabant, te voorkomen.

Datum

2 december 2025 Ons kenmerk

C2365964/6226179

Regiovoorkeur ten aanzien van het tracé voor aanlanding in Moerdijk Geheel volgens het regioadvies van Nederwiek 3 adviseren wij u te kiezen voor het tracé door de Binnenwateren (nr. 3, BWA), specifiek variant A en variant B. Hierbij stellen wij de nadrukkelijke voorwaarde dat de afspraken uit het Aldersakkoord worden nagekomen. De bevaarbaarheid en diepgang van het Slijkgat moet gegarandeerd blijven. Wij beschouwen het tracé door de Buisleidingenstrook (nr. 1, BLS), specifiek variant A, als een alternatief indien het tracé door de Binnenwateren niet haalbaar blijkt te zijn. Voor alle betrokken gemeenten zijn de andere alternatieven over land onbespreekbaar. Wij adviseren u met klem om niet te kiezen voor een tracé via bovengenoemde tracéalternatieven (nr 1 B BLS, nr. 2 VHW, nr 3C BWA en nr. 4 GOF). Deze tracés hebben negatieve (tijdelijke) effecten op ruimtelijke functies en de leefomgeving, zoals de woonopgave, natuur, economie, landbouw, waterkeringen, watersysteem, scheepvaart en recreatie. Bovendien beperken deze tracés de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking in onze gemeenten. Volledigheidshalve ontvangt u de specifieke aandachtpunten ten aanzien van de tracés zoals we die in het regioadvies voor het project Nederwiek 3 hebben uitgewerkt aan in de bijlage. Ook voegen wij het regioadvies van de gemeente Moerdijk toe met betrekking tot project Nederwiek 3.

Ten aanzien van de locatie van het converterstation in Moerdijk Duidelijkheid over de locatie van het 380 kV-station (POM) is een cruciale randvoorwaarde voor aanlanding in Moerdijk om een geschikte voorkeurslocatie aan te wijzen voor het converterstation. Uit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik is het belangrijk dat zowel de converter als het POM logisch ten opzichte van elkaar worden gepositioneerd. De extra ruimte die als gevolg van de uitbreiding in de regio Moerdijk beschikbaar komt, kan tenslotte maar één keer ingezet worden. Binnen de Ontwerptafel Powerport Moerdijk werken Rijk en regio samen aan de strategische uitbreiding van het haven- en industriegebied. De extra ruimte voor toekomstige energie-infrastructuur, verduurzaming en autonome groei van de industrie is voor het Haven en Industrieterrein Moerdijk (HIM) indicatief 400 – 450 ha. In het BO Powerport regio Moerdijk van 1 december 2025 is door Rijk en regio geen gezamenlijk besluit genomen omtrent de voorkeur voor een

3/5

zoekrichting bij het HIM. Provincie en Rijk zijn bereid om in een bestuurlijk overleg in juni 2026 een principebesluit te nemen onder de gestelde voorwaarden. Tevens is afgesproken dat de integrale opgave van de Ontwerptafel Powerport en de lopende energieprojecten VAWOZ en POM 380 KV station slim op elkaar worden uitgelijnd. Tot juni 2026 vinden er geen definitieve locatiekeuzes plaats voor deze energieprojecten. Dat veronderstelt ook dat we gezamenlijk, in de afzonderlijke trajecten en in samenhang met de ontwerptafel Powerport regio Moerdijk, afspraken maken over hoe de trajecten nu vervolgd worden en hoe deze uitlijning er uit ziet.

Datum

2 december 2025 Ons kenmerk

C2365964/6226179

Daarbij willen we opmerken dat het laatste stukje van het kabeltracé niet onderzocht is. Nu eindigen de onderzochte tracés ten westen van HIM. Omdat de ondergrond op haven- en industrieterrein behoorlijk ‘vol’ zit, is daarom nog aanvullend onderzoek voor de kabeltracés naar en op het industrieterrein en de kruisingen met primaire waterkeringen nodig. Voor de plannen rond een aanlanding stelt het waterschap dat aanvullende uitwerkingen noodzakelijk zijn, onder meer om wateroverlast te voorkomen en de veiligheid van waterkeringen te waarborgen. Onduidelijk is hoeveel ruimte hiervoor nodig is, temeer omdat het rijksbeleid vraagt om extra bescherming van vitale en kwetsbare functies. Aandachtspunten met betrekking tot de zoeklocaties voor elektrolysers De activiteit van een elektrolyser past in het industrieel karakter van zowel het havengebied van Moerdijk en het industriegebied van Geertruidenberg. Buiten industriegebieden heeft een elektrolyser altijd grote, ongewenste effecten op omgevingskwaliteit. Belangrijke aandachtspunten ter beoordeling of een elektrolyser past op een industrieterrein, zijn naast de omvang van de elektrolyser ook de impact op de veiligheid, waterbeschikbaarheid en geluidsproductie. De restwarmte van een elektrolyser is interessant om de gebouwde omgeving (via het Amernet) en glastuinbouwgebieden van warmte te voorzien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16497725/1