Jaarstukken MRDH 2025
Tekst van het document
3. Delen van goede voorbeelden van het beter benutten in regio en daarbuiten 4. Ondersteuning bij de monitoring van bedrijventerreinen 5. Ondersteuning bij vitale kernen aanpak gemeenten 6. Onderzoek circulaire economie en rolneming in drie economische clusters In het najaar van 2025 heeft het ministerie van Economische Zaken (EZ) aangekondigd via een Decentrale Uitkering (DUK) geld beschikbaar te stellen voor de herstructurering van bedrijventerreinen. Via de provincies moet een pilot aan het Rijk worden aangedragen. De MRDH heeft de coördinatie opgestart om in 2026 vanuit de gemeenten één project aan te dragen voor een bijdrage vanuit EZ. In de eerste helft van het jaar heeft een bestuurlijk gesprek plaatsgevonden met de RO- en EV-wethouders binnen de regio. Dat ging over het belang van ruimte voor werken. Hieruit bleek dat zij urgentie voelen om extra in te zetten op het thema ruimte voor werken. Zij hebben een actievere rol van de MRDH gevraagd dan kennisontwikkeling, kennisdeling en projectfinanciering. De uitkomsten van de sessie zijn ook meegenomen in de visie op het economisch vestigingsklimaat, waaronder de inzet op een verkenning naar instrumenten voor herstructurering bedrijventerreinen (zoals een regionale ontwikkelingsmaatschappij).
In de tweede helft van het jaar organiseerden we een bestuurlijke themasessie over het een investeringsfonds/ regionale ontwikkelingsmaatschappij als een uitwerking van gebiedsgericht werken uit de visie op het economisch vestigingsklimaat. Daarnaast organiseerden we reguliere sessies voor de ambtelijke werkgroep werklocaties om kennis te delen en beleid te ontwikkelen. Zo hebben we bijgedragen aan projecten om winkelcentra vitaal te houden en hebben we verkennend onderzoek gestart naar circulaire economie in de regio. De MRDH heeft meerdere onderzoekstrajecten op dit thema uitgezet en begeleid: 1. verkenning naar kansen van betere benutting op bedrijventerreinen, 2. een handreiking voor procestappen aan de hand van casussen 3. juridisch gereedschap 72
4. instrumenten om actief te sturen op bedrijvigheid en grondbeleid als overheid. De werkgroep werklocaties, waaraan de beleidsambtenaren economie deelnemen, is frequent bijeengekomen om kennis op te doen en kennis of ervaringen te delen. Met de onderzoeksresultaten kunnen gemeenten actief aan de slag met beter benutten van bedrijventerreinen.
73
2.3.2 Wat heeft het gekost? Programma 3 Economisch vestigingsklimaat
Realisatie 2025
Verschil gewijzigde Gewijzigde begroting en begroting realisatie 2025 2025
Primaire begroting 2025
Realisatie 2024
Lasten Subtotaal programmakosten Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES! Delft Subtotaal directe kosten personeel
3.184.988 1.007.940 334.571 904.511
-587.148 -14.626 -39.617 -221.705
3.772.136 1.022.566 374.188 1.126.216
3.513.735 1.022.566 208.333 1.158.514
2.779.871 986.081 472.399 870.218
Totaal lasten
5.432.009
-863.097
6.295.106
5.903.148
5.108.569
Baten Inwonerbijdrage Overige inkomensoverdrachten gemeenten
5.896.777 52.573
-55.419 2.573
5.952.196 50.000
5.903.148 0
5.676.964 44.661
Totaal baten
5.949.350
-52.846
6.002.196
5.903.148
5.721.625
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
517.340
810.250
-292.910
0
613.055
Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Geaccordeerd bij bestuursrapportage
-87.035
205.875
-292.910
0
-218.650
Gerealiseerd resultaat
604.375
604.375
0
0
831.705
74
Toelichting financiën: verschillen tussen gewijzigde begroting 2025 en realisatie 2025 Lasten Er is binnen dit programma in 2025 € 863.097 minder aan lasten gerealiseerd dan begroot:
1
2 3 4
Onderwerp Programmakosten Waarvan lasten Bijdrageregeling op basis van projectvoortgang Waarvan lasten verdiepende onderzoeken en projectontwikkeling Waarvan lasten Versnellingsaanpak Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal
Begroting 2025 € 3.772.136
Realisatie lasten 2025 € 3.184.988
Verschil 2025 € 587.148
€ 2.555.958 € 541.995 € 87.035 € 1.022.566 € 374.188 € 1.126.216 € 6.295.106
€ 1.007.940 € 334.570 € 904.511 € 5.432.009
€ 14.626 € 39.618 € 221.705 € 863.097
Ad 1 Programmakosten - Bijdrageregeling EV Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2025 (Bijdrageregeling EV) is in 2025 ten laste van het programmabudget voor € 2,7 miljoen aan projectbijdragen verleend door de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat: Onderwerp
Besluit bestuurscom- Ontvangende gemeente missie EV
Bedrag (€)
Opdracht 2: Toekomstbestendige economie stimuleren Campusprogramma Horti Innovation Center (HIC) Venture Studio
11-6-2025
Lansingerland
575.000
75
Regionale Innovatiehub voor Immersieve Technologie 19-11-2025
Rotterdam
450.195
11-6-2025
Rotterdam
400.000
Quantum ecosysteem Zuid-Holland fase 2 - startup & scale-up support
19-11-2025
Delft
225.000
Vooronderzoek Innovatiehub Visafslag Scheveningen
19-11-2025
Den Haag
90.000
Versterken mkb MKB010Next: Informeren, Activeren, en Versterken van Toekomstbestendig ondernemerschap Versterken innovatie-ecosysteem en innovatieprogramma’s
Totaal opdracht 2
1.740.195
Opdracht 4: Vernieuwen van werklocaties Bedrijventerreinen Innovatiedistrict Delft - breder verbonden met de regio 19-11-2025
Delft
398.955
Beter Benutten Bedrijventerreinen Oost Barendrecht
19-11-2025
Barendrecht
200.000
Ruimte voor Regie: Sturing op Bedrijventerreinen
19-11-2025
Vlaardingen
186.074
Verkenning Werklandschap Bernissester
19-11-2025
Nissewaard
155.634
Totaal opdracht 4
940.663
Totaal verleende projectbijdragen 2025
2.680.858
De in 2025 verantwoorde last op dit onderdeel van € 2.555.958 is, conform de verslaggevingsregels, op basis van feitelijke projectvoortgang en niet op basis van verleende projectbijdragen. Ad 1 Programmakosten - Verdiepende onderzoeken en projectontwikkeling Binnen het onderdeel programmakosten is er aan verdiepende onderzoeken en projectontwikkeling € 541.995 besteed. Het ging dan bijvoorbeeld om de inzet van externe partijen voor:
76
● ● ● ●
De organisatie van de Economische Top van de MRDH. Deze bijeenkomst richtte zich op het ophalen van ondernemersperspectieven, het versterken van het netwerk tussen ondernemers en overheden, en het creëren van ambassadeurs voor de economische visie van de MRDH. De evaluatie en monitoring van projecten op het thema aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs, om zodoende inzicht te krijgen in de behaalde resultaten en de gecreëerde impact van de projecten. Onderzoek revitalisering en leegstand Wassenaar Centrum, inclusief een zogenaamde “€ 1-actie”. Daarbij worden geselecteerde leegstaande winkelpanden tijdelijk verhuurd voor slechts € 1 per jaar een creatieve en startende ondernemers deze actie kan een vliegwiel zijn voor vernieuwing en nieuwe dynamiek in het dorpscentrum. Het in beeld brengen van circulaire bedrijvigheid binnen drie clusters hightech horticultuur, duurzaam maritiem & haven, en innovatieve/hoogwaardige maakindustrie.
Ad 1 Programmakosten - Versnellingsaanpak Bij de tweede bestuursrapportage 2025 was ten laste van de Egalisatiereserve € 135.000 begroot voor de Versnellingsaanpak in 2025. De werkelijke bestedingen bedroegen € 87.035 en hebben betrekking op de actielijnen: Versterken hoogwaardige maakindustrie (inhuur bestuurlijk trekker) Vergroting sociaal-economische weerbaarheid (inhuur adviesbureau dat ondersteunt bij het beantwoorden van de vraag hoe de MRDH vanuit haar kerntaken kan bijdragen aan de sociaal economische versterking van de regio en met gemeenten in gesprek is gegaan om de kansen en knelpunten op te halen die spelen in de regio). De financiële inzet op de actielijn Sterkere positionering van het collectief van 21 gemeenten in Europa en de actielijn Sterk aanbod voor dual-use voor de defensie-industrie vindt vanaf 2026 plaats. Samenvatting Ad 1 programmakosten. De verleende projectbijdragen aan gemeenten van € 2.680.858 en de bestedingen op opdrachten (inclusief Versnellingsaanpak ) van € 629.030 in totaal komen ten laste van het programmabudget 2025 van € 3.772.136. Per saldo is er € 462.248 van het jaarbudget programmakosten nog niet benut.
Ad 2 Subsidie InnovationQuarter InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de MRDH met betrekking tot versterking van het economisch vestigingsklimaat. Voortbouwend op de subsidierelatie van de afgelopen jaren heeft IQ in 2025 ingezet op drie pijlers: 1. Innoveren 2. secretariaat Economic Board Zuid-Holland (EBZ) 3. het Investor Relations Programma (internationaliseren). De begrote subsidie voor het jaar 2025 aan IQ van € 1.022.566 is op basis van de van IQ ontvangen tussentijdse voortgangsinformatie volledig besteed. Op basis van de definitieve jaarrekening van IQ over het jaar 2023 is de subsidie voor het jaar 2023 € 14.626 lager vastgesteld dan verleend. 77
Ad 3 Subsidie YES!Delft De voortgang op het driejarige subsidieproject Region of the Future was in 2025 conform begroting (realisatie 2025 is € 124.188, laatste deel van totale verlening van € 1.500.000). Daarnaast besloot het algemeen bestuur op 4 april 2025 om YES!Delft tijdelijk voor de duur van twee jaar te ondersteunen met een exploitatiesubsidie van maximaal € 250.000 per jaar. Hiermee kan YES!Delft toegroeien naar een duurzaam verdienmodel en structurele financiering realiseren. Op basis van de van YES!Delft ontvangen tussentijdse voortgangsinformatie is in 2025 € 210.382 besteed van deze subsidie. De onderbesteding bedraagt € 39.618. Ad 4 Directe kosten personeel De onderbesteding van € 221.705 wordt veroorzaakt door niet volledige invulling van vacatureruimte binnen de afdeling. Invulling van vacatures duurt langer dan verwacht door de krappe arbeidsmarkt. Baten Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat bedraagt in de begroting 2025 € 7.599.058 en is conform begroting gerealiseerd. Deze inwonerbijdrage wordt deels verantwoord binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (€ 5.896.777) en is voor het overige deel beschikbaar als dekking voor de aan Economisch Vestigingsklimaat gerelateerde overhead (€ 1.702.281, zie hoofdstuk 2.4).
De lagere realisatie van € 55.419 ten opzichte van de begroting binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat is gelijk aan de hogere realisatie binnen de overhead (zie hoofdstuk 2.4). Overige inkomensoverdrachten gemeenten Dit betreft de afname van gemeenten van gegevens over detailhandel op basis van licentieovereenkomsten. Realisatie is iets hoger dan begroot, vanwege de jaarlijkse indexering die in de overeenkomst is opgenomen. Reserves De onttrekking aan de Egalisatiereserve van € 87.035 is gelijk aan de bestedingen aan de Versnellingsaanpak. Het overige deel van de begrote onttrekking (€ 205.875) was vanwege de lagere bestedingen binnen de programmakosten niet nodig.
78
Toelichting verloop en bestemming Egalisatiereserve EV Voor de financiële afwikkeling van verleende projectbijdragen is de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ingesteld. De Egalisatiereserve EV bestond per 1 januari 2025 (na resultaatbestemming jaarrekening 2024) uit de volgende onderdelen: Nog af te rekenen tot en met 2024 verleende projectbijdragen Versnellingsaanpak Economisch Vestigingsklimaat 2025 Nog concreet te bestemmen voor medio 2026 Saldo 1 januari 2025
€ 4.988.521 € 900.000 € 146.082 € 6.034.603
Na de onttrekking van € 87.035 is de stand van de reserve per 31-12-2025 € 5.947.568. Benodigde hoogte van de Egalisatiereserve EV Het financiële verloop van de tot en met 2025 verleende projectbijdragen aan gemeenten is als volgt: Jaar
2015-2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Verleend t/m 2025
11.675.063 2.549.000 2.388.064 2.569.394 3.089.930 2.695.259 2.680.858
Bevoorschot Vrijval t/m Nog te bevoorBevoorschot Vrijval 2025 Nog te bevooren afgerekend 2024 schotten en af te en afgerekend schotten en af te t/m 2024 rekenen t/m 2024 2025 rekenen t/m 31-122025 10.705.870 2.275.873 1.865.964 1.890.414 1.783.944 90.560
931.598 233.127 168.333 42.082 0 0
37.595 40.000 353.767 636.899 1.305.986 2.604.699
37.595 0 184.122 147.833 467.800 1.040.000 1.227.929
0 0 124.645 22.970 0 0 0
0 40.000 45.000 466.096 838.186 1.564.699 1.452.929
Correctie Benodigde bestedingen * Egalisatiereserve 31-12-2025 0 -40.000 -45.000 -193.563 -382.815 178.457 1.031.006
0 0 0 272.533 455.371 1.743.156 2.483.935
Totaal 27.647.568 18.612.624 1.375.140 4.978.945 3.105.278 147.615 4.406.910 548.085 4.954.995 * vanwege het voorgeschreven baten en lasten stelsel, waarbij de lasten de daadwerkelijk projectvoortgang dienen te volgen, zijn de lasten in boekjaar 2025 per saldo verlaagd met € 548.085 en op de balans geboekt (saldo bestaat uit € 1.796.046 Vooruitbetaalde projectbijdragen en € 1.247.961 nog te betalen projectbijdragen). Voor de juiste balanspositie per jaareinde dient de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat met dit bedrag te worden verhoogd.
Per jaareinde dient € 4.954.995 beschikbaar te zijn in de egalisatiereserve voor de financiële afwikkeling van tot en met 2025 verleende bijdragen. Na onttrekking van de in 2025 benodigde reservemiddelen voor de Versnellingsaanpak € 87.035 en rekening houdend met de financieel nog af te wikkelen bijdragen, is het verloop van de reserve als volgt: 79
Nog af te rekenen tot en met 2025 verleende projectbijdragen Versnellingsaanpak Economisch Vestigingsklimaat 2025 Nog concreet te bestemmen voor medio 2026 Benodigd bedrag 1 januari 2026 Beschikbaar bedrag 31 december 2025 Vrij te besteden 31 december 2025
€ 4.954.995 € 812.965 € 146.082 € 5.914.042 € 5.947.568 € 33.526
Voorstel Resultaatbestemming Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2025 bedraagt € 604.375. Dit resultaat bestaat uit de volgende posten: Onderbesteding programmabudget (excl. niet gerealiseerde bijdrage reserve) Onderbesteding subsidie YES!Delft jaarschijf 2025 Onderbesteding subsidie IQ 2023 Onderbesteding apparaatslasten op het programma Extra niet begrote inkomsten gemeenten Overbesteding op overhead
€
381.273
€ € € € €
39.618 14.626 221.705 2.573 - 55.419
(Bestemmingsvoorstel volgt na besluitvorming door bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat 10 juni 2026). De Egalisatiereserve EV bestaat na deze voorgestelde resultaatbestemming uit de volgende onderdelen: (overzicht volgt na besluitvorming door bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat 10 juni 2026) Toelichting financiën: verschillen tussen realisatie 2025 en realisatie 2024 De grootste verschillen worden hierna toegelicht (afronding op duizendtallen).
80
Lasten De realisatie van de lasten was in 2025 € 325.000 hoger ten opzichte van 2024. Dit bestaat uit de volgende onderwerpen: 1 2 3 4 5
Onderwerp ProgrammakostenBijdrageregeling Programmakosten - overig Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal
Realisatie 2025 € 2.556.000 €
629.000 € 1.008.000 € 335.000 € 905.000 € 5.433.000
Realisatie 2024 € 2.152.000 € € € €
628.000 986.000 472.000 870.000 € 5.108.000
Verschil €
404.000
€ € -/- € € €
1.000 22.000 137.000 35.000 325.000
Toelichting verschillen: Programmakosten-bijdrageregeling EV Het betreft vaak meerjarige projecten waarvan de bestedingen de projectvoortgang volgen. De bestedingen fluctueren daardoor ook tussen de jaren. De verleningen in 2025 (€ 2.681.000) waren nagenoeg gelijk aan de verleningen 2024 (€ 2.695.000). Subsidie InnovationQuarter De hogere lasten in 2025 betreft voornamelijk de indexatie van de subsidie. Subsidie YES!Delft Het in juni 2022 gestarte subsidieproject Region of the Future kende een gemiddelde jaarlast van € 500.000 en liep tot mei 2025. Financiële projectvoortgang liep voor op de planning, samen met de nog beperkte looptijd in 2025 betekent dit dat in 2025 minder bestedingen werden verantwoord binnen de maximale verleende subsidie ten opzichte van 2024. De door het algemeen bestuur op 4 april verleende tijdelijke exploitatiesubsidie voor 2025 en 2026 had een verhogend effect ten opzichte van 2024, maar per saldo waren de lasten in 2025 lager. Directe kosten personeel De hogere lasten in 2025 zijn, binnen een ongeveer gelijk gebleven vacatureruimte, toe te schrijven aan de cao-stijging. Baten De realisatie van de baten was in 2025 € 230.000 hoger dan in 2024. Dit heeft voornamelijk te maken met de gestegen inwonerbijdrage in de begroting 2025 ten opzichte van de begroting 2024.
81
2.4 Overzicht overhead 2.4.1 Wat hebben we gedaan? Zie hoofdstuk 3.4.2 paragraaf Bedrijfsvoering voor een toelichting op de werkzaamheden. 2.4.2 Wat heeft het gekost? Overhead
Realisatie
(euro's) 2025
Verschil gewijzigde
Gewijzigde
Primaire
Realisatie
begroting en
begroting
begroting
realisatie 2025
2025
2025
2024
Lasten: Personele overhead Va
4.198.629
315.356
3.883.273
3.994.595
4.119.195
Materiële overhead Va
2.296.941
-235.859
2.532.800
2.612.800
2.160.265
6.495.570
79.497
6.416.073
6.607.395
6.279.460
Personele overhead EV
1.128.046
114.384
1.013.662
1.042.710
1.061.753
Materiële overhead EV
574.235
-58.965
633.200
653.200
540.066
1.702.281
55.419
1.646.862
1.695.910
1.601.819
8.197.851
134.916
8.062.935
8.303.305
7.881.279
Totaal lasten
Binnen de kosten van overhead onderscheiden we twee soorten kosten. Dit zijn personele kosten en materiële kosten. In de personele kosten zitten de salarislasten van leidinggevenden, secretaresses en medewerkers binnen bedrijfsvoering. Dit wordt ook wel personele overhead salarislasten genoemd. De rest van de medewerkers valt onder de directe salarislasten die bij de begrotingsprogramma’s worden verantwoord. De materiële kosten bevatten de kosten van bedrijfsvoering. De overhead laat een overschrijding zien van € 134.916 ten opzichte van de begroting. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 294.824 op de materiële overhead dat wordt veroorzaakt door activiteiten die doorschuiven in de tijd (bijvoorbeeld ICT-projecten), activiteiten die lager zijn uitgevallen dan begroot (bijvoorbeeld vergaderkosten) en meevallers. De personele overhead salarislasten kent een negatief saldo van € 429.740. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door kosten in verband met de opvang van langdurige ziektegevallen, het ontstaan van vacatures, in voorgaande jaren door het management gemaakte organisatorische keuzes en voorbereidende activiteiten in het kader van de voorgenomen organisatiewijziging per 1 januari 2026. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 1.137.951 gepresenteerd.
Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 708.212 positief. 82
Zie hoofdstuk 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een verdere toelichting op het resultaat. Dekkingsbronnen overhead
Realisatie
(euro's) 2025
Verschil gewijzigde
Gewijzigde
Primaire
Realisatie
begroting en
begroting
begroting
realisatie 2025
2025
2025
2024
Onttrekking fonds BDU
6.495.570
79.497
6.416.073
6.607.395
6.279.460
Inwonersbijdrage EV
1.702.281
55.419
1.646.862
1.695.910
1.601.819
Totale dekkingsbron
8.197.851
134.916
8.062.935
8.303.305
7.881.279
Resultaat voor reservemutaties
0
0
0
0
0
Resultaat
0
0
0
0
0
De kosten voor de personele en materiële overhead worden voor zover deze betrekking hebben op verkeer en openbaar vervoer (Vervoersautoriteit/Va) gedekt vanuit de BDU. Voor zover deze kosten betrekking hebben op de versterking van het economisch vestigingsklimaat worden deze kosten gedekt vanuit de inwonersbijdrage. Door een overbesteding van € 134.916 op de overhead is er meer dekking nodig.
83
Indicatoren
1 2 3 4 5
Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Indicator Formatie Bezetting Apparaatskoste n Externe inhuur Overhead
Realisatie 2025 0,039 fte per 1.000 inwoners 0,037 fte per 1.000 inwoners € 5,44 per inwoner
Begroting 2025 0,039 fte per 1.000 inwoners 0,035 fte per 1.000 inwoners € 6,01 per inwoner
12,81% van de totale loonsom 1,29% van de totale lasten
12,40% van de totale loonsom 1,06% van de totale lastenbegroting
Ad 1) De formatie bedroeg in 2025 95,6 Fte. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2024 2.475.263 (begroting 2024). Ad 2) De bezetting bedraagt per 31 december 2025 91,1 Fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de MRDH en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator externe inhuur. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2024 2.475.263 (begroting 2024). Ad 3) De totale apparaatskosten bedroegen in 2025 € 13,5 miljoen (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en totale overhead). Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2024 2.475.263 (begroting 2024). Ad 4) De totale loonsom bedraagt in 2025 € 10,6 miljoen (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en personele overhead). De externe inhuur bedraagt in 2025 € 1.356.719. Voor 2% betreft deze inhuur medewerkers van de MRDH-gemeenten. Ad 5) De overhead bedraagt in 2025 € 8,2 miljoen (zie het overzicht Overhead in dit hoofdstuk). De totale lasten bedragen in 2025 € 637,3 miljoen (zie Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten). De lasten worden gefinancierd uit de BDU voor de Vervoersautoriteit en uit de inwonerbijdrage voor Economisch Vestigingsklimaat. -0-0-0-
84
Hoofdstuk 3
Paragrafen -0-0-03.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur stelde op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vast. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf over weerstandsvermogen. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen of financieel te dekken zijn: - het beheersen van risico’s door stuur- en beheersmaatregelen, bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving; - het financieel afdekken van risico’s door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Bedrijfsrisico’s komen regelmatig voor en zijn daarom goed voorspelbaar en meetbaar. Hierdoor kun je ze afdekken door beheersmaatregelen of het afsluiten van verzekeringen.
Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de versterking van het economisch vestigingsklimaat kan de MRDH alleen met eigen weerstandscapaciteit afdekken. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse uit 2015 is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is vervallen door de vaststelling van uittreedregels. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 vast. Daarin staat dat een uittreedsom wordt bepaald bij uittreding. Hierin staat ook het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH). Dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig.
85
Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten wordt aangehouden. Hierbij worden ook de financiële risico’s geïdentificeerd. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDU-middelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen vanuit de BDU-middelen lager worden of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden grotendeels (meer dan 99%) gefinancierd met rijksmiddelen. De MRDH beschouwt deze middelen als vreemd vermogen zolang ze nog niet zijn besteed. Daarom bouwt de MRDH voor deze middelen geen risicoreserve op. Financiering ov-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) staat, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ovbedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die nader zijn geanalyseerd in een extern onderzoek uit 2016. Uit dit onderzoek blijkt dat de MRDH een reserve moet vormen om de risico’s af te dekken die de economische waarde van het te financieren materieel direct beïnvloeden. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 al een railconcessie had gegund aan de ov-bedrijven RET en HTM. Ook is meegewogen dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht krijgt over de te financieren activa.
Het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen en rente over goedgekeurde railinvesteringen en de verstrekte leningen zijn opgenomen in de concessievergoeding die de MRDH maandelijks betaalt. Uit een referentievergelijking blijkt dat een waardedaling van 35% een verdedigbaar uitgangspunt is voor de risicoberekening. De risico-inschatting voor beide ov-bedrijven is daarnaast als ‘laag’ geclassificeerd. Dat betekent een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. De MRDH financiert ook op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH leningen voor investeringen in bussen en stallingen. Deze verordening is ingesteld om concessiehoudende vervoerbedrijven adequate en betaalbare financieringsmogelijkheden te bieden voor de gewenste transitie naar zero-emissiebusvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt, net als in de begroting 2025, berekend op basis van de maandelijkse concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2026-2030 gemiddeld € 48 miljoen. Bij een worstcasescenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding verloren gaat, als hoog (90%) ingeschat. Hierdoor wordt de ondergrens voor risicoreserve vastgesteld op € 43 miljoen.
Het verschil tussen de marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden gebruikt als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Mobiliteit (hoofdstuk 2.1.2). Hierdoor daalt de daarvoor benodigde BDU-bijdrage. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve voor financieringen in cijfers uitgewerkt.
86
Risicoreservering financiering regionale
Jaarrekening
OV-bedrijven per jaar (euro's)
2025
Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)
1.115.501.437
boekwaarde MVA HTM, RET en EBS
1.401.298.446
Economische waarde MVA (65% boekwaarde)
910.843.990
Dekkingstekort economische waarde versus financiering
204.657.447
Weging risico
8%
Netto/gewogen risico
16.372.596
Netto/gewogen risico (ondergrens € 40 miljoen)
40.000.000
Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief
36.000.000
In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar
7.923.011
Toevoeging opslag aan risicoreserve
4.000.000
Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar
0
Beschikbaar voor exploitatie
3.923.011
Samenvatting weerstandsvermogen ratio jaarrekening 2025: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering ov-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven:
€ 40.000.000 € 40.000.000
De MRDH streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste voldoende is. Dit betekent een minimale weerstandsvermogen ratio van 1 tot 1,4. Weerstandsvermogen ratio:
1 (voldoende)
Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2025 is bereikt. Er is op dit moment geen dekkingstekort in de te bereiken reserve.
87
Kengetallen Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de opgenomen balans en/of overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Conform het BBV moeten de volgende kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen:
Kengetallen
2025
2024
Netto schuldquote
162,7% -7,1% 2,4% n.v.t. 1,0% n.v.t.
158,7% -6,4% 2,3% n.v.t. 1,9% n.v.t.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. Bij de beoordeling van de kentgetalling in bovenstaande tabel voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio moet het volgende in aanmerking worden genomen. Ongeveer 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen. Als gevolg daarvan zijn de genoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. De netto schuldquote geeft inzicht in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zo een indicatie voor de mate waarin de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast maakt het inzichtelijk welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% van het totale vermogen als norm. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen en welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen 88
worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De positieve percentages in de tabel betekenen dat de structurele lasten van de MRDH in ieder geval volledig worden gedekt door structurele baten. 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Toekomstige investeringen worden gepland en begroot op basis van een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de begroting en begrotingswijzigingen die bestuurlijk worden vastgesteld. Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2025 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven over de volgende termijnen: a. maximaal tien jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal tien jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. vijf jaar: telefooninstallaties; d.
drie jaar: automatiseringsapparatuur; e. tien jaar: kantoormeubilair; f. maximaal tien jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving van activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaf. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom, of een recht van opstal daarop gevestigd door de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:
89
Er zijn geen financiële verplichtingen voor deze gronden. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is het gebouw van de ambtelijke organisatie van de MRDH aan de Westersingel 12 in Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van tien jaar. Voor de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag van € 1,2 miljoen geïnvesteerd. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen worden in tien jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en sloot hiervoor contracten af met gespecialiseerde marktpartijen. Overige materiële vaste activa De kantoorinventaris en ICT-hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 kosteloos overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Naar aanleiding van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 is een nieuw datanetwerk aangelegd en is nieuw meubilair aangeschaft, met een totale investering van € 457.000. In 2018 zijn aanvullende ICT-investeringen gedaan. Deze zijn gedaan voor de noodzakelijke vervanging van werkplekhardware in combinatie met de overstap naar een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (inclusief projectadministratie en verdere digitalisering van werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen.
Ook in de daaropvolgende jaren bleken investeringen noodzakelijk. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en de manier van werken verandert voortdurend. Investeringen in kantoormeubilair worden in tien jaar afgeschreven, ICT-hardware in drie jaar en software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in zeven jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. Vanaf 2019 hebben onder meer de volgende grotere investeringen plaatsgevonden: 90
In 2019 zijn werkzaamheden uitgevoerd aan de parkeerplaats, het terras en de fietsenstalling. In 2022 is in het kader van Het Nieuwe Werken geïnvesteerd in kantoormeubilair en vergaderfaciliteiten, waarbij zorgvuldig is gekeken naar maximaal hergebruik van bestaand meubilair. In 2023 is geïnvesteerd in nieuwe koffiemachines. In 2024 is gestart met de implementatie van diverse veiligheidsmaatregelen, zijn investeringen gedaan voor live-uitzendingen en is geanticipeerd op technologisch noodzakelijke verbeteringen. In 2025 zijn de resterende veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd en zijn in enkele ruimtes vergadermeubilair en ICT-middelen vervangen.
Haltevoorzieningen Volgens de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zogenaamde abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen en het beheer en onderhoud zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden volledig gedekt door reclameopbrengsten. De MRDH heeft hiervoor zelfstandig een contract aanbesteed. Het beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De haltevoorzieningen zijn per 31 december 2021 volledig afgeschreven. 3.3 Financiering en treasury In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële positie en het financieringsgedrag van de MRDH. Financiële positie De financiële positie per begin en ultimo 2025 laat zich als volgt becijferen:
91
Balans en financiering 31-dec-25
31-dec-24
Beschikbaar op lange termijn Eigen vermogen Schulden op lange termijn
46.551.943
42.034.602
1.075.544.243
1.068.480.636
Benodigd op lange termijn
1.122.096.186
1.110.515.238
Materiële vaste activa
555.221
702.254
Financiële vaste activa
1.096.743.349
1.067.709.055 1.097.298.570
1.068.411.309
24.797.616
42.103.929
Vlottende activa
848.476.261
726.230.704
Vlottende passiva
823.678.644
684.126.775
Werkkapitaal
24.797.617
42.103.929
Financieringsoverschot Te weten
Hieruit blijkt dat het werkkapitaal in 2025 is afgenomen met een bedrag van € 17,3 miljoen. In onderstaande Staat van herkomst en besteding van middelen is aangegeven hoe dit bedrag is samengesteld.
92
Staat van herkom st en besteding m iddelen Beschikbaar gekomen uit Nog te bestemmen resultaat 2025
604.375
Onttrekking egalisatiereserve EV
87.035-
Toevoeging risicoreserve financieringen
4.000.000
Afschrijving materiële vaste activa, incl. duurzame w aardevermindering
244.538
Aangetrokken leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven
7.063.608 11.825.486
Besteed aan Verstrekte leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven Investeringen
29.034.294 97.503 29.131.797
Afname werkkapitaal
17.306.311-
Treasuryfunctie en -beleid De treasuryfunctie richt zich op het sturen, beheersen, verantwoorden en overzien van de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de bijbehorende risico’s. Dit gebeurt op een manier die risico’s minimaliseert en opbrengsten optimaliseert. De uitvoering van de treasuryfunctie is wettelijk vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de bijbehorende ministeriële regelingen: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO). De MRDH heeft haar treasurybeleid vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Dit statuut beschrijft de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen.
93
De belangrijkste interne regelgeving omvat: ● Treasurystatuut 2021; ● Mandaatbesluit treasuryfunctie MRDH; ● Verordening Bussenleningen 2025; ● Financiële Verordening MRDH 2015. Hierin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen, bevoegdheden en de administratieve organisatie. Het Treasurystatuut is in 2021 aangepast en was in 2025 van kracht. De financieringsstructuur van de MRDH wordt grotendeels bepaald door subsidies en projectbijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder voornamelijk afkomstig waren van het Rijk. Omdat we de middelen tot nu toe eerder ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is de liquiditeitspositie qua exploitatie doorgaans goed. Desondanks is er sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven HTM en de RET; 2. de verstrekking van leningen voor bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, zolang de MRDH de bijbehorende kapitaallasten via de railconcessie vergoedt.
Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. Dankzij de rechtstreekse financiering door de MRDH blijven er structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio na de opbouw van de benodigde risicoreserve. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Hiervoor wordt de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal zestig basispunten over de uitstaande leningen en garanties ingezet om de risicoreserve op te bouwen. De MRDH financiert uitstaande leningen door voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd leningen aan te gaan, om zo een renterisico uit te sluiten. Bussenleningen De MRDH financiert bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders volgens de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen van de Vervoersautoriteit MRDH. Deze verordening is ingesteld om vervoerbedrijven adequate en betaalbare financieringsmogelijkheden te bieden voor de gewenste transitie naar zero-emissiebusvervoer. Net als bij de financiering van railinvesteringen bouwt de MRDH voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering op binnen het eigen vermogen.
Hiervoor wordt ook hier de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal zestig basispunten over de uitstaande leningen en garanties ingezet om de risicoreserve op te bouwen. De MRDH financiert ook bussenleningen door voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd leningen aan te gaan.
94
Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd en het geraamde verloop daarvan, verwijzen we naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 3.1). Per bedrijf zijn de verstrekte leningen en borgstellingen als volgt te specificeren.
HTM leningen RET leningen EBS leningen
Stand per 1-1-2025 Opgenomen gelden Aflossingen Stand per 31-12-2025 € 608.724.479 € 43.868.000 € 22.675.786 € 629.916.693 € 433.793.680 € 55.000.000 € 63.202.996 € 425.590.684 € 25.189.895 € 22.283.721 € 6.238.651 € 41.234.965
Totaal leningen
€
1.067.708.054 €
HTM borgstellingen RET borgstellingen
€ €
92.000.000
Totaal borgstellingen €
92.000.000 €
121.151.721 €
92.117.433 €
1.096.742.342
€ €
€ 4.000.000 €
88.000.000
€
4.000.000 €
88.000.000
-
Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, afgezien van een klein werkkapitaal, alle liquide middelen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. Uitzettingen De MRDH had ultimo 2025 een belegd vermogen van € 1.820,2 miljoen. Dit kunnen we als volgt specificeren: Leningen regionale ov-bedrijven Rekeningcourant schatkist van het Rijk Liquide middelen Totaal
€ 1.096,7 miljoen € 723,5 miljoen € 50 duizend ----------------------€ 1.820,2 miljoen =============
Het ultimo 2025 uitgezette bedrag aan regionale ov-bedrijven bedroeg € 1.096,7 miljoen, waarover een bedrag van € 26,7 miljoen aan rentebaten is gerealiseerd. Het opgenomen bedrag ultimo 2025 bedroeg € 1.074,8 miljoen, waarvoor een bedrag van € 18,4 miljoen aan rentelasten is gerealiseerd. Het verschil tussen de rentebaten en de rentelasten is vrijwel geheel te verklaren door de marktconformiteitsopslag op de leningen.
95
Deze marktconformiteitsopslag wordt deels toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Zie voor de opbouw van deze reserve hoofdstuk 3.1 paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het restant wordt aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. Renterisicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De MRDH kan het renterisico op haar leningenportefeuille toetsen aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen aantrekt die wegens de publieke taak dezelfde omvang hebben en tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing aan de renterisiconorm (nog) niet relevant. De renterisiconorm voor 2025 is 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 157,3 miljoen. De MRDH voldoet aan deze norm.
Renterisico-norm en renterisico's 2025 Bedragen x € 1.000
2025
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g
-
1b. Renteherziening op vaste schuld u/g
-
2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
-
3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld
98.868
3b. Nieuw e verstrekte lange leningen
121.152
4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
-22.284
5. Betaalde aflossingen
91.804
6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
-22.284
7. Renterisico op vaste schuld (2+6)
-22.284
Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9)
786.683 20% 157.337
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm
157.337
7. Renterisico op vaste schuld
-22.284
11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
179.621
De kasgeldlimiet is een plafond voor de netto vlottende schuld van de MRDH en is bedoeld om een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. Deze limiet is 8,2% van het begrotingstotaal. Als de hiervoor genoemde schuld voor een derde achtereenvolgend kwartaal de limiet overschrijdt, moet de MRDH zijn toezichthouder hiervan op de hoogte stellen en een plan voorleggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de gestelde limiet te voldoen. Deze limiet werd in 2025 niet overschreden. 96
Kasgeldlimiet 2025 Bedragen x € 1.000
realisatie kw artaal 1
realisatie kw artaal 2
realisatie kw artaal 3
prognose kw artaal 4
Vlottende korte schuld
Maand 1 Maand 2 Maand 3
Vlottende middelen
Maand 1 Maand 2 Maand 3
628.280 572.965 308.531
614.259 531.670 760.604
756.159 686.940 809.658
743.150 686.012 765.859
Netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+)
Maand 1 Maand 2 Maand 3
Totaal netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+)
628.280 572.965 308.531 503.259
614.259 531.670 760.604 635.511
756.159 686.940 809.658 750.919
743.150 686.012 765.859 731.674
Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+) Toegestande kasgeldlimiet
503.259 64.508
635.511 64.508
750.919 64.508
731.674 64.508
567.767
700.019
815.427
796.182
Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet Begrotingstotaal (*) Percentage vastgesteld per ministeriele regeling Kasgeldlimiet * totaal bedrag van de baten
786.683 8,2% 64.508
Kredietrisico Het kredietrisico (ook wel debiteurenrisico genoemd) is het risico dat belegde en/of in bewaring gegeven geldmiddelen, obligaties of leningen niet langer beschikbaar zijn en/of afgelost kunnen worden, omdat de wederpartij het geld niet of niet meer heeft. Dit risico wordt uitgedrukt in een kredietrating. In het treasurystatuut van de MRDH en de relevante wet- en regelgeving zijn minimumeisen gesteld aan de kredietrating van de partijen, bij wie de MRDH zijn liquide middelen inlegt of belegt. Voor alle beleggingen geldt rating A als ondergrens. Daarnaast moet de tegenpartij zijn gevestigd in een lidstaat van de EU of Europese Economische Ruimte (EER, alle EU-landen aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). Tegenpartijen in aanvullende landen in de EER moeten tenminste over een AA-rating beschikken. Verder moet de kredietrating door tenminste twee ratingbureaus zijn afgegeven. Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn de drie meest gerenommeerde ratingbureaus.
97
Uit het overzicht van de aanwezige waarden - zoals hiervoor opgenomen bij Renteontwikkeling, uitzettingen en rendement - blijkt dat alle fondsen met uitzondering van de verstrekte leningen voldoen aan de gestelde minimumeisen. Voor kasgeldleningen aan decentrale overheden geldt dezelfde kredietrating als die van Nederland. Voor de verstrekte leningen aan regionale ov-bedrijven is op basis van een uitgevoerde analyse een specifiek op maat gemaakt risicobeheer van toepassing. Dit is in hoofdstuk 3.1 (weerstandsvermogen en risicobeheersing) nader toegelicht. 3.4 Bedrijfsvoering 3.4.1 MRDH-organisatie De MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken van de MRDH zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken van de MRDH zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er in 2025 als volgt uit:
98
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van het bureau Interne dienstverlening (BID). De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komen van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer Binnen de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 52 fte. Dit is ongewijzigd ten opzichte van 2024. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU Verkeer en Vervoer. Afdeling Economisch Vestigingsklimaat (EV) Binnen de afdeling Economisch Vestigingsklimaat staat de uitvoering van het programma Economisch Vestigingsklimaat centraal. De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie ligt bij de manager. Dit organisatieonderdeel telt, net als in 2024, tien fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat.
Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID) De MRDH heeft drie afdelingen voor de uitvoering van stafzaken. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie, public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, ICT, facilitaire zaken en huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is in totaal 32,6 fte. Dit is ongewijzigd ten opzichte van 2024. De ambtelijke inzet komt voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU Verkeer en Vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutel paragraaf 2.4 Overzicht overhead. Directe salariskosten De realisatie van de directe salariskosten per programma levert het volgende beeld op ten opzichte van de begroting: Realisatie 2025 Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Economisch Vestigingsklimaat Totalen
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2025
Gewijzigde begroting 2025
3.197.893
-500.100
3.697.993
1.158.176
-416.146
1.574.322
904.511
-221.705
1.126.216
5.260.580
-1.137.951
6.398.531
99
Aan directe salariskosten is € 1.137.951 minder besteed dan begroot. Een toelichting per programma is opgenomen in hoofdstuk 2 Programmaverantwoording. Personele overhead salarislasten en materiele apparaatslasten. Voor een overzicht van de personele overhead salarislasten, de materiële apparaatslasten (overhead) en de doorberekening daarvan naar de dekkingsbronnen BDU en Inwonerbijdrage EV verwijzen we naar hoofdstuk 2.4 Overzicht overhead en 3.4.2 Bedrijfsvoering. 3.4.2 Bedrijfsvoering Naast de ambtelijke inzet voor de bedrijfsvoering (personele overhead salarislasten) bestaat de overhead van de MRDH-organisatie uit materiële apparaatslasten voor bestuurszaken, ICT/DIV, overige personele lasten, financiën ,juridische zaken, huisvesting ,facilitaire zaken en communicatie ,public affairs. Daarnaast zijn er incidentele apparaatsbaten door bijdragen van samenwerkingsverbanden die gebruikmaken van faciliteiten van de organisatie en het doorberekenen van overhead aan bepaalde projecten. Bestuurszaken In 2025 is het online uitzenden van de vergaderingen doorontwikkeld en zijn we gestart met het online uitzenden van de vergaderingen van beide bestuurscommissies en het algemeen bestuur vanuit de eigen vergaderzaal van de MRDH. Op die manier is het mogelijk dat iedereen de vergaderingen kan volgen. In 2024 bestond de MRDH 10 jaar en vond de 10-jaars-evaluatie plaats.
In 2025 is team Bestuurszaken betrokken geweest bij de ondersteuning van de zienswijzeprocedure en de afronding van deze evaluatie. Op 11 juli 2025 heeft het algemeen bestuur de Evaluatie en het bijhorende Actieplan vastgesteld. Team bestuurszaken is vervolgens in de tweede helft van het jaar aan de slag gegaan met de uitwerking van dit actieplan, waaronder de doorontwikkeling van de vergader- en werkwijze van de adviescommissies. Ook is vandaaruit team griffie ontstaan, om zo meer herkenbaar te zijn voor de bestuurders. In 2026 is de griffie-MRDH operationeel. Op 18 maart 2026 vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Het goed meenemen van de nieuwe raadsleden en bestuursleden in de werkzaamheden en rollen is belangrijk voor het goed functioneren van de gremia. In 2025 is team Bestuurszaken gestart met de voorbereidingen voor het opstellen van een inwerkprogramma voor de nieuwe bestuurders, adviescommissies en raden voor na de gemeenteraadsverkiezingen. Tot slot heeft bestuurszaken het initiatief genomen om het openbaar toegankelijk bestuurlijk informatiesysteem van de MRDH verder in te richten met inzicht in schriftelijke vragen aan de MRDH. ICT/DIV In 2025 is verder gewerkt aan de ontwikkeling en professionalisering van de informatievoorziening en het informatiebeheer binnen de MRDH. De migratie naar het nieuwe digitale archief is in 2025 afgerond.
Daarnaast zijn in 2025 stappen gezet in de ontwikkeling van een kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer. De verdere uitwerking en implementatie hiervan worden in 2026 afgerond, waarna het kwaliteitssysteem in gebruik wordt genomen. 100