CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal armoedebeleid Voorne aan Zee 2025 2028

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: “Een stap vooruit”, integraal armoedebeleid Voorne aan Zee 2025 - 202814.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maatschappelijke partners Bij de uitvoering van schulddienstverlening zijn verschillende maatschappelijke partners betrokken. SBO Raad en Daad SBO Raad en Daad biedt laagdrempelige financiële ondersteuning aan inwoners die (nog) geen gemeentelijk schulddienstverleningstraject hebben. SBO richt zich op preventie en vergroot daarmee de zelfredzaamheid van de inwoner waarmee de financiële problemen en schulden kunnen worden verkleind of voorkomen. Kredietbank Rotterdam – consulent schulddienstverlening Een deel van de taken in het kader van schulddienstverlening wordt uitgevoerd door de Kredietbank Rotterdam. De Kredietbank Rotterdam biedt sociale kredieten, saneringskredieten, schuldbemiddeling, budgetbeheer en Wsnp-verklaringen. Er zijn met

23

de Kredietbank Rotterdam afspraken gemaakt over de wijze waarop wordt samengewerkt. De consulent schulddienstverlening doet bij een aanmelding van een inwoner een intake en stelt in samenspraak met de inwoner een plan van aanpak op. In dit plan is opgenomen welke vorm van hulp het meest passend is. In geval van een schuldregeling wordt het dossier overgedragen aan de Kredietbank Rotterdam. Brede Aanpak Achterliggende Schuldproblemen (BAAS) Tijdens het gemeentelijke schulddienstverleningstraject wordt samengewerkt met BAAS met als doel het bieden van ondersteuning aan de inwoner tijdens het schulddienstverleningstraject, zodat de inwoner weer zelfredzaam wordt. De inzet van BAAS is breed. Enerzijds kan de maatschappelijk werker ondersteuning bieden en anderzijds zijn er de budgetcoaches die de inwoner ondersteunen door bijvoorbeeld het ordenen van de administratie en het aanleren van financiële vaardigheden. Tot en met juli 2024 zijn er door het team schulddienstverlening 24 aanmeldingen gedaan bij BAAS. De budgetcoaches zijn vrijwilligers. Doordat er gewerkt wordt met vrijwilligers is de beschikbare capaciteit kwetsbaar. Het schulddienstverleningstraject, waaronder BAAS, wordt geëvalueerd. Het doel van de evaluatie is om te onderzoeken of onder meer BAAS nog steeds voldoende aansluit bij een goede invulling van schulddienstverlening.

De uitkomsten van de evaluatie kunnen gevolgen hebben voor de subsidierelatie met Kwadraad voor het onderdeel BAAS. Tevens dient bij deze evaluatie ook gekeken te worden naar welke andere partijen een rol hebben in het kader van de schulddienstverlening. Het is ook belangrijk dat partijen die een rol hebben in het kader van schulddienstverlening en particuliere initiatieven meer de verbinding met elkaar zoeken waarbij de gemeente een faciliterende rol heeft met het doel de inwoner met schulden nog beter te ondersteunen. 5.2.1.3. Doelgroepen Het is belangrijk dat meerderjarige inwoners laagdrempelig een beroep op schulddienstverlening kunnen doen. Er zijn verschillende doelgroepen. Er wordt daarom zorgvuldig naar de persoonlijke omstandigheden van de inwoner gekeken.

24

Volwassenen Alle inwoners hebben recht op schulddienstverlening. De inwoners kunnen zich melden met een hulpvraag en samen met hen wordt de situatie van de inwoner in kaart gebracht. Er volgt een advies en zonodig vervolghulp. Er wordt dan een plan van aanpak opgesteld en gekeken welke hulp het beste aansluit op de situatie. Huishoudens met minderjarige kinderen Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulp (Wgs) dient het eerste gesprek na een verzoek om schulddienstverlening binnen vier weken plaats te vinden (In geval van een crisissituatie drie werkdagen). In de praktijk vindt over het algemeen het eerste gesprek binnen een week plaats. Als door een groei van het aantal verzoeken schulddienstverlening de wachttijd voor een eerste gesprek zou gaan oplopen, wordt er bij het inplannen van een eerste gesprek voorrang gegeven aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen. Gezien de impact die opgroeien in schulden en armoede heeft op kinderen moet er altijd gekeken worden naar het belang van het kind. Wij zoeken altijd naar mogelijkheden om deze kinderen te ondersteunen. Zover er nog geen gebruik wordt gemaakt van het Kindpakket en de overige minimaregelingen van de gemeente wordt de inwoner gewezen op deze regelingen. Ondernemers De schulddienstverlening voor ondernemers is uitbesteed aan het RBZ.

Ondernemers kunnen voor financiële problemen en schulden contact opnemen met het RBZ van de gemeente Rotterdam. Zij bieden de ondernemers van de gemeente Voorne aan Zee passende ondersteuning bij financiële problemen en schulden. Overige groepen met een verhoogd risico op financiële problemen Sommige groepen inwoners hebben een verhoogd risico op financiële problemen. Het is van belang deze groepen in beeld te krijgen en te houden. Dit doen wij door middel van preventie en vroegsignalering. De komende periode zetten wij bij communicatie meer in op maatwerk om deze specifieke doelgroepen te bereiken. Daarbij is ook aandacht voor de inhoud van schulddienstverlening. Wat is schulddienstverlening en hoe kan schulddienstverlening de inwoner helpen.

Doordat niet alle inwoners goed weten wat schulddienstverlening inhoudt, is er een drempel om een beroep te doen op schulddienstverlening. Ook zal de informatie op de website meer toegespitst worden op de verschillende doelgroepen: • Werkenden met een laag of wisselend inkomen; • Statushouders; • Laaggeletterden; • Jongeren en jongvolwassenen.

5.2.2. Waar gaan wij op inzetten?

Eén van de ambities van het kabinet Rutte IV was een halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 ten opzichte van 2015. Volgens het CBS hadden in 2015 8,6% van de huishoudens problematische schulden. Dit percentage moet in 2030 zijn gedaald naar 3,8%. Het doel van kabinet Rutte IV was dat meer mensen eerder en betere schulddienstverlening ontvangen. Vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is daarom de basisdienstverlening schuldhulpverlening ontwikkeld. Deze basisdienstverlening schuldhulpverlening moet de komende periode worden uitgerold. Ook het kabinet Schoof wil de problematische schulden aanpakken en benoemt in de miljoenennota dan ook onder meer de uitrol van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Basisdienstverlening schuldhulpverlening Divosa, de NVVK, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over de basisdienstverlening schuldhulpverlening. De afspraken zijn gemaakt met het doel dat meer mensen met schulden eerder en nog betere schulddienstverlening ontvangen. Daarnaast is het doel de dienstverlening in gemeenten gelijk te trekken, zodat inwoners in alle gemeenten dezelfde basisdienstverlening schuldhulpverlening ontvangen. De basisdienstverlening wordt in drie fasen uitgerold10. Fase Korte termijn

Middellange termijn

Lange termijn

Actiepunten

-

10

Convenant Lokale Overheid Aanmelden zonder drempels Begeleiding vanaf het eerste gesprek Aansluiten bij de Verwijsindex Schuldhulpverlening (VISH) Begeleidingstraject afgestemd op de behoeften van de inwoner Aansluiten bij het Schuldenknooppunt Standaard saneringskrediet met een afloscapaciteit van 18 maanden en op basis van vrij te laten bedrag Begeleiding voor inwoners die een Wsnp-traject volgen of gaan volgen Intake en triage Hulpaanbod per doelgroep Maximale doorlooptijden per processtap hanteren Beschikking met een plan van aanpak afgeven Evalueren en herzien van het plan van aanpak Contact opnemen met de inwoner bij terugval Toetsen van vroegsignalen op afgeronde schuldtrajecten in de eerste zes maanden na afronding Implementeren van “data delen op armoede en schulden” Prikkel om doorstroom vanuit schuldenbewind naar schulddienstverlening te bevorderen Onderzoek naar een landelijk aanmeldpunt schulddienstverlening naast het gemeentelijk loket Bevorderen van samenwerking tussen hulpverleners Aanmelden voor schulddienstverlening zonder drempels Aanmelden voor de landelijke pauzeknop Hanteren van wettelijke maximale doorlooptijden vanaf de schuldregeling Begeleiding bij de Wsnp bieden

“VNG”, https://vng.nl/artikelen/elementen-basisdienstverlening

25

De implementatie van de basisdienstverlening schuldhulpverlening wordt in een separaat uitvoeringsplan opgenomen. Er zal daarbij ook gekeken worden welke onderdelen van de basisdienstverlening al ingeregeld zijn. Naast de implementatie van de basisdienstverlening schuldhulpverlening gaan wij ook op de volgende onderdelen inzetten: • de aanschaf en het gebruik van een registratiesysteem; • aanmelden waarborgfonds saneringskrediet; • een onderzoek naar de mogelijkheden van het lidmaatschap NVVK; • inzetten communicatiemiddelen om informatie over schulddienstverlening te verspreiden; • vorm geven aan een ketenoverleg schulddienstverlening waarbij de interne en externe samenwerking wordt versterkt. Een voorbeeld hiervan is het integraal werkproces aanpak huurachterstand. Er wordt bij huurachterstand tussen de verschillende interne en externe partijen samengewerkt om zoveel mogelijk te voorkomen dat er een huisuitzetting plaatsvindt. Er wordt een woonregisseur aangesteld die de verbindingen legt. Bij zowel de onderdelen die wij versterken als de onderdelen waar wij op gaan inzetten wordt de Routekaart Financiële Zorgen van de VNG gebruikt. Deze routekaart biedt concrete handvatten om de schulddienstverlening vorm te geven, te optimaliseren en door te ontwikkelen. Tevens wordt het wetsvoorstel schuldregelen voorbereid.

Doel van het wetsvoorstel is om inwoners beter te beschermen tegen onbevoegde schuldbemiddelaars. De maatregelen die hier onderdeel van worden, zijn het verbod op schuldbemiddelingen tegen vergoeding. Ook zal een wettelijke reactietermijn worden opgenomen voor zowel schuldeisers als schuldregelaars met doel dat een schuldregeling eerder tot stand komt.

5.3. Vroegsignalering In hoofdstuk 3 is reeds aangegeven dat vroegsignalering een vorm secundaire preventie is. Bij secundaire preventie zijn er signalen en worden er preventiemiddelen ingezet om verergering van de bestaande financiële problemen te voorkomen. Ook bij vroegsignalering is er specifiek aandacht voor huishoudens met minderjarige kinderen. Als er door drukte prioriteiten moeten worden gesteld, zullen de inwoners met inwonende minderjarige kinderen de prioriteit hebben. Op grond van de Wgs is er een verplichting om opvolging te geven aan signalen van zorgverzekeraars, woningverhuurders, drinkwaterbedrijven en energieleveranciers inzake betalingsachterstanden van inwoners. Afhankelijk van de inhoud van het signaal en de persoonlijke situatie van betrokkene (wel/niet minderjarige kinderen) wordt opvolging gegeven aan het signaal. De opvolging kan onder meer bestaan uit een e-mail of informatiebrief, telefonisch contact of huisbezoek. In geval van een crisissituatie wordt er na ontvangst van het signaal direct gehandeld. In tabel 5.1 is een overzicht van het aantal meldingen vroegsignalering opgenomen Tabel 5.1: overzicht meldingen vroegsignalering 1 januari tot en met 30 juni 2024

26

Inzet n.a.v. melding vroegsignalering

1 januari tot en met 30 juni 2024

Informatiebrief/e-mail

799

Telefonisch contact

540

Huisbezoek

129

Aanmelding schulddienstverlening

20

Overige

26

Totaal

1514

5.3.1. Wat doen wij al en wat versterken wij?

Voor de inwoner met financiële problemen, maar zeker met beginnende schulden is het belangrijk dat schulden snel gesignaleerd worden en dat er hulp beschikbaar is. Er heeft daarom op 1 januari 2021 een wetswijziging van de Wgs plaatsgevonden. Met deze wijziging is vroegsignalering van schulden op basis van signalen door derden een wettelijke taak van de gemeente geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en drinkwaterbedrijven benadert de gemeente inwoners met betaalachterstanden proactief om aan hen hulp te bieden. Als betalingsachterstanden eerder worden gesignaleerd biedt dit een aantal voordelen: • er is weer perspectief op een stabiele financiële situatie; • de achterstanden lopen minder hoog op waardoor er ook eerder tot een oplossing kan worden gekomen met de schuldeiser; • de aanpak richt zich niet alleen op inwoners met een laag inkomen. Hierdoor komen inwoners met bijvoorbeeld een hoger inkomen en ook financiële problemen eerder in beeld. Op landelijke niveau zijn er afspraken gemaakt met partners die de primaire vaste lasten in rekening brengen. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Landelijk Convenant Vroegsignalering. De gemeente heeft het convenant ondertekend.

Bij betalingsachterstand geeft de vaste lastenpartner binnen de daarvoor gestelde termijn een signaal door (na te hebben voldaan aan de regels van de sociale incasso) waarna de gemeente dit signaal oppakt en actie op onderneemt. Op dit moment loopt er daarnaast landelijk een evaluatie van vroegsignalering als onderdeel van de Wgs. De resultaten van de evaluatie worden in de loop van 2025. Wellicht hebben de resultaten van de evaluatie invloed op de huidige werkwijze. Bij de evaluatie wordt de doelmatigheid en doeltreffendheid van de vroegsignalering onderzocht. Het aantal aanmelding schulddienstverlening via vroegsignalering neemt toe. In 2023 kwamen er 13 aanmeldingen schulddienstverlening via vroegsignalering binnen. In het lopende jaar (peildatum 1 juni 2024) zijn al 21 aanmeldingen schulddienstverlening via vroegsignalering binnengekomen. Voldoende capaciteit vroegsignalering is daarom belangrijk. Op dit moment is er slechts beperkte capaciteit vroegsignalering (0,8 fte) beschikbaar terwijl

vroegsignalering in het kader van preventie een belangrijk instrument is. De capaciteit vroegsignalering wordt daarom uitgebreid.

5.3.2. Waar gaan wij op inzetten?

• Uit het onderzoek “Hoe eerder, hoe

•

beter” van de Nationale ombudsman blijkt dat vroegsignalering een waardevol instrument is. De Nationale ombudsman heeft geconstateerd dat gemeenten verschillend invulling geven aan de uitvoering van vroegsignalering. Om op een meer eenduidige wijze te werken komt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) naar verwachting eind 2024 met een concreet verbeterplan vroegsignalering dat zal worden uitgerold in de gemeente. Het bewustzijn en de kennis over vroegsignalering door middel van verschillende communicatiemiddelen vergroten.

5.4. Nazorg Nazorg is een vorm van tertiaire preventie en is een belangrijk onderdeel van de schulddienstverlening. Het doel van nazorg is de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven. Daarnaast is het doel de zelfredzaamheid van de inwoner waar mogelijk te bevorderen en een terugval zoveel mogelijk te voorkomen. Door het verkorten van zowel het minnelijk traject als de Wsnp naar 18 maanden is het belang van nazorg toegenomen.

5.4.1. Wat doen wij al en wat versterken wij?

Door de verkorting van de looptijd van het minnelijk en Wsnp traject moet er bij aanvang van het traject meer aandacht zijn voor de financiële zelfredzaamheid van de inwoner. Ook wordt er zes maanden voor afloop van een schulddienstverleningstraject contact opgenomen met de inwoner om te bespreken of de inwoner zijn financiën zelfstandig kan beheren. Afhankelijk van de situatie wordt een maatwerktraject ingezet in de vorm van budgetcoaching, budgetbeheer, administratieve ondersteuning door SBO of bewind. Drie maanden na afloop van het schulddienstverleningstraject wordt opnieuw gemonitord of er sprake is van een gezonde financiële situatie en of er (nog) ondersteuning nodig is.

5.4.2. Waar gaan wij op inzetten?

Aanschaf en uitrol van het nazorgpakket Plinkr; Aanschaf en uitrol van geldplannen NIBUD.

27

Hoofdstuk 6 6. Vierde beleidslijn: Inkomensondersteuning met oog voor kinderen De vierde beleidslijn richt zicht op de inkomensondersteuning waarbij er in het bijzonder oog is voor de ondersteuning van kinderen. Allereerst wordt beschreven wat wij willen bereiken. Vervolgens wordt beschreven wat er zoal gedaan wordt aan deze beleidslijn, op welke activiteiten verder wordt ingezet en op welke activiteiten nieuw wordt ingezet om het doel te bereiken. Deze beleidslijn heeft een nauwe relatie met de beleidslijn “preventie versterken met oog voor verschillende doelgroepen” en de beleidslijn “integraal samenwerken rondom armoede”.

6.1. Wat willen wij bereiken Wij vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk inwoners rondkomen en maatschappelijk meedoen. Armoede belemmert namelijk een actieve deelname aan de maatschappij. We zetten daarom onverminderd in op de huidige inkomensondersteuning, versterken waar nodig de regelingen en spelen in op nieuwe (landelijke) ontwikkelingen. Tegelijkertijd willen wij het bereik van onze inkomensondersteuning vergroten. Hiermee bieden wij kinderen de kans om mee te doen, zodat zij met gelijke(re) kansen aan hun toekomst kunnen beginnen.

6.2. Inkomensondersteuning voor volwassenen We hechten er belang aan dat zoveel mogelijk inwoners kunnen meedoen. We bieden daarom inkomensondersteuning waarbij ook oog is voor kinderen. Er is een breed aanbod aan minimaregelingen. De inkomensondersteuning wordt aangevraagd via de website Bereken uw Recht van de gemeente Voorne aan Zee. De regelingen staan open voor de inwoner met een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag en wiens vermogen niet hoger is dan de in de Participatiewet vastgestelde vermogensgrenzen, met uitzondering van de woonkostentoeslag. Bij deze regeling wordt uitgegaan van een inkomen tot 100% van de toepasselijke bijstandsnorm.

28

De individuele studietoeslag is een bijzondere regeling ten opzichte van de overige minimaregelingen. Bij deze regeling is niet het inkomen en vermogen bepalend of de inwoner in aanmerking komt voor de regeling, maar of de inwoner een studie volgt, recht op studiefinanciering (of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten) heeft en niet in staat is om naast de studie te werken wegens een structurele medische beperking. In tabel 6.1 staat weergegeven hoeveel minimaregelingen voor volwassenen er in 2023 zijn verstrekt. Tabel 6.1: overzicht minimaregelingen volwassenen Regeling

Wat houdt de regeling in

Verstrekkingen aan huishoudens in 2023

Bijzondere bijstand

Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en niet uit de bijstandsnorm kunnen worden voldaan.

3191

Collectieve zorgverzekering

De collectieve zorgverzekering is van CZ. Er worden twee pakketten (gemeente extra en gemeente extra uitgebreid) aangeboden. De hoogte van de korting hangt af van het pakket dat is gekozen.

982

Individuele inkomenstoeslag

De individuele inkomenstoeslag is een tegemoetkoming voor de inwoner die langdurig (minimaal 3 jaar) een laag inkomen heeft en geen zicht heeft op inkomensverbetering.

652

Individuele studietoeslag

Als een inwoner studiefinanciering van DUO 15 ontvangt (of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten) maar door een beperking of langdurige ziekte niet in staat is om naast de studie te werken kan de inwoner in aanmerking komen voor individuele studietoeslag.

Participatiefonds

Een minimaregeling voor sport, muzieklessen en 904 andere activiteiten voor volwassenen vanaf 18 jaar. De inwoner heeft recht op maximaal € 100,-- per jaar.

Woonkostentoeslag

Als het inkomen plotseling en buiten de schuld van 47 de inwoner is gedaald en daardoor de woonkosten te hoog zijn geworden kan de inwoner in aanmerking komen voor een tijdelijke woonkostentoeslag.

6.2.1. Wat doen wij al en wat versterken wij? Minimaregelingen We blijven onverminderd inzetten op de huidige minimaregelingen. Hierbij zien wij scherp toe op de vraag of het aanbod van de minimaregelingen en de behoeften van de inwoners op elkaar aansluiten, zoals bijvoorbeeld bij de collectieve zorgverzekering en bijzondere bijstand. Wij sluiten aan bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner en waar nodig, passen wij binnen de kaders van de wet, maatwerk toe. In lijn met het wetsvoorstel Participatiewet in balans houden wij nog meer rekening met de menselijke maat. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen Inwoners kunnen bij het SVHW kwijtschelding aanvragen voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. Een inwoner komt in aanmerking voor kwijtschelding als de belanghebbende een minimuminkomen en geen spaargeld of bezit heeft.

29

Energie armoede Er zijn (vrijwillige) energiecoaches die inwoners deskundig advies geven over het besparen van energie. Er wordt daarbij ook aangegeven welke financieringsmaatregelen daar eventueel voor beschikbaar zijn. Ook zijn er middelen beschikbaar voor het verbeteren van de isolatie van woningen met een energielabel D,E,F of G en een WOZ waarde onder € 429.300,--. Voor de inwoners die een eigen woning bezitten en de energietoeslag hebben ontvangen, is er een maximale tegemoetkoming van € 2.500,-- per woning beschikbaar. Voor inwoners die geen energietoeslag hebben ontvangen en een inkomen hebben dat net iets meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm is een maximale tegemoetkoming van € 700,-- per woning beschikbaar. In samenwerking met Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN) wordt de inwoners een duurzaamheidslening aangeboden voor de verduurzaming van de woning. Daarnaast kunnen de inwoners een beroep doen op maatschappelijke initiatieven die inwoners met een laag inkomen ondersteunen, zoals bijvoorbeeld de voedselbank, de luierbank, de kledingbank of de fietsenbank. Ook wordt er onderzocht of er een sportspullenbank kan worden ontwikkeld. In de digitale folder “Een steuntje in de rug” worden inwoners ook gewezen op handige websites voor hulp en ondersteuning bij geldzaken, zoals bijvoorbeeld de website van de voedselbank.

6.2.2. Waar gaan wij op inzetten?

• Armoedeval/inkomensval

Werken moet lonen. Soms lijkt dat niet het geval wanneer een inwoner aan het werk gaat en geen inkomensondersteuning meer krijgt. De komende periode wordt onderzocht of het noodzakelijk en financieel mogelijk is om inkomensondersteuning te bieden aan inwoners die vanuit de bijstandsuitkering zijn gaan werken en een inkomen hebben van net boven de 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Is er sprake van een inkomensval en wat zijn de consequenties van een eventuele inkomensval voor deze inwoners? De armoedeval/inkomensval is ook een aandachtspunt van het kabinet. De visie van het kabinet zal dan ook medebepalend zijn voor onze aanpak.

30

Om te voorkomen dat inwoners met een parttime baan en een bijstandsuitkering in financiële problemen komen door verrekening van inkomsten uit arbeid, is in ieder geval in het wetsvoorstel Participatiewet in Balans de verrekening van inkomsten uit arbeid van een bijstandsgerechtigde vereenvoudigd. In het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de bijstandsgerechtigde, maar ook voor een overzichtelijk en eenduidig verrekenproces wordt de verrekening van inkomsten geüniformeerd. Hetgeen betekent dat de inkomsten uit arbeid (automatisch) verrekend worden op basis van de gegevens in de polisadministratie.

• Mondzorg

Sinds mondzorg geen onderdeel meer is van de basisverzekering mijden veel mensen die in armoede leven de tandarts blijkt uit onderzoek van Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam. Of dit ook geldt voor Voorne aan Zee is momenteel onbekend. De komende periode wordt onderzocht of er in Voorne aan Zee behoefte is om instrumenten te ontwikkelen om het mijden van mondzorg zoveel mogelijk te voorkomen.

• Stichting Urgente Noden

Aangesloten wordt bij noodhulpvoorziening Stichting Urgente Noden, zodat inwoners die niet in aanmerking komen voor de inkomensondersteunende regelingen in geval van een noodsituatie toch ondersteund worden.

6.3. Kinderen Opgroeien met langdurige geldproblemen kan een grote impact hebben op het leven van een kind. Deze kinderen hebben vaak meer moeite op school en daardoor minder kans op een goed betaalde baan. Ook komt obesitas bij hen vaker voor. De geldzorgen van de ouders kunnen de ontwikkeling van het kind beïnvloeden. Daarnaast vergroot langdurige armoede het risico op jeugdcriminaliteit en kindermishandeling.

6.3.1. Wat doen wij al en wat versterken wij?

Naast de inkomensondersteuning voor volwassenen zijn er een aantal regelingen waar de ouders van kinderen tot 18 jaar voor in aanmerking kunnen komen.

Kindpakket Kinderen en jongeren (0 tot en met 17 jaar) kunnen soms om financiële redenen niet meedoen aan sport of culturele activiteiten. Door middel van het Kindpakket kunnen kinderen toch meedoen aan deze activiteiten. Afhankelijk van de leeftijd van het kind kan de ouder tot 2025 jaarlijks in aanmerking komen voor een geldbedrag van € 200,--, € 300,-- of € 400,--. In 2023 hebben in totaal 646 kinderen een Kindpakket ontvangen. Dit betrof 114 kinderen in de leeftijdscategorie 0 tot 4 jaar, 344 kinderen in de leeftijdscategorie 4 tot 12 jaar en 188 kinderen in de leeftijdscategorie 12 tot 18 jaar. Het Kindpakket is onderdeel van de evaluatie van het geharmoniseerde minimabeleid. Uit deze evaluatie blijkt dat het Kindpakket onvoldoende aansluit bij de verschillende wensen en behoeften van de inwoners en de maatschappelijk partners. Om het Kindpakket beter te laten aansluiten wordt het Kindpakket op een andere manier worden ingevuld. Eilandhopper Voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar is er de Eilandhopper. De Eilandhopper is een activiteitenboekje voor basisschoolkinderen in de zomerperiode. Kinderen kunnen hierdoor goedkoper/gratis aan activiteiten meedoen. Het draagt bij aan beweging, activering en sociale cohesie juist bij kinderen die opgroeien in armoede. De gemeente ondersteunt dit initiatief financieel.

Zak- en kleedgeldregeling voor jeugdigen in verblijf Als de ouders van een jeugdige die langer dan één maand in een verblijf is geen zak- en kleedgeld aan de jeugdige kan verstrekken, verstrekt de gemeente zak- en kleedgeld. Door middel van het zak- en kleedgeld wordt de jeugdige voorzien in basisbehoeften en leert het tevens omgaan met geld.

6.3.2. Waar gaan wij op inzetten?

• Kindpakket in natura

Vanaf 2025 zal het Kindpakket in natura worden verstrekt. De uitvoering van het Kindpakket wordt belegd bij Stichting Leergeld. Afhankelijk van de behoefte van het kind bestaat het pakket uit een kledingpas, schoolspullenpas, een fiets, laptop, zwemles of andere sport-/ cultuuractiviteit, verjaardagsbox of een uitje. Het Kindpakket kan jaarlijks bij Stichting Leergeld worden aangevraagd. Stichting Leergeld beoordeelt of een voorziening al dan niet wordt toegewezen.

• Geldbedrag van € 200,-- per kind per jaar

Ouders van kinderen die al langer in armoede leven en individuele inkomenstoeslag van de gemeente ontvangen, ontvangen automatisch bij de individuele inkomenstoeslag een bedrag van € 200,-- per kind per jaar. Het gaat om kinderen van 0 tot en met 17 jaar. Dit bedrag is bedoeld ter ondersteuning van de aanschaf van basisvoorzieningen voor het kind, zoals de aanschaf van een nieuw bed, matras of bureau. Met het Kindpakket in natura en een geldbedrag van € 200,-- per kind wordt er tegemoet gekomen aan de wensen van de Raad, de maatschappelijke partners en de inwoners.

• Buiten schools activiteitenprogramma (4 tot en met 12 jaar)

In het programma cultuureducatie met kwaliteit 4 (2025-2028) zal in beperkte schaal gestart worden met een buitenschools activiteitenprogramma waarbij er sprake is van aansluiting op het onderschoolse cultuuronderwijs. Na een pilotfase is het streven dat ieder kind op iedere school kan meedoen aan naschoolse activiteiten (op het gebied van sport, techniek, milieueducatie etc.).

31

Hoofdstuk 7 7.

Risico, financiën en monitoring

De voorgestelde aanpak in dit beleidsplan sluit aan bij de huidige wensen en behoeften in onze samenleving. De lange termijn doelstellingen van de armoedeaanpak zullen de komende jaren onveranderd blijven, maar externe factoren zoals de ontwikkelingen in de wereld, de landelijke weten regelgeving of politieke keuzes hebben mogelijk invloed op de beleidsdoelstellingen waardoor aanpassing van het beleid aan de actualiteit noodzakelijk kan zijn. In dit hoofdstuk is de risicoparagraaf, de financiën en de monitoring van dit beleidsplan opgenomen.

7.1. Risico De bestrijding van armoede en schulden is een complex vraagstuk dat de betrokkenheid van diverse partijen vereist. De gemeente speelt hierin een verbindende rol. Samenwerking met verschillende maatschappelijke partners is van groot belang, maar dit brengt ook een zekere afhankelijkheid met zich mee. Beslissingen of veranderingen bij deze partners kunnen de samenwerking en uitvoering van dit beleidsplan beïnvloeden. Bovendien kan de uitvoering van dit beleidsplan gevolgen hebben voor de interne werkwijze, processen en systemen. Het succes van de wijzigingen hangt mede af van de mate waarin medewerkers, interne processen en systemen flexibel kunnen meebewegen.

7.2. Financiën Om dit beleidsplan tot uitvoering te brengen zijn financiële middelen nodig. Rekening houdend met de structurele tekorten waar gemeenten vanaf 2026 mee te maken hebben, moeten er keuzes worden gemaakt. In het onderstaande overzicht wordt aangegeven wat nodig is om uitvoering te geven aan hetgeen dat in dit beleidsplan is opgenomen. Uitgangspunt is dat bestaande budgetten gehandhaafd worden voor al bestaand beleid en nieuw beleid. Daarnaast wordt extra budget toegevoegd voor onder andere het Kindpakket en de schulddienstverlening. Op een aantal onderdelen vraagt dit beleidsplan om een nadere verdieping, alvorens ingeschat kan worden welke kosten hiermee gemoeid gaan.

32

Met onderstaande nieuwe investeringen zetten wij extra in op laagdrempelige en toegankelijke dienstverlening, preventie, inkomensondersteuning, schulddienstverlening en een integrale aanpak, waarin oog is voor doelgroepen als gezinnen en jongeren. Als gevolg van preventie en een goed bereik van de doelgroep zal er waarschijnlijk meer gebruik worden gemaakt van de inkomensondersteuning. Hierdoor zullen de kosten van de verschillende regelingen stijgen. Hoewel lastiger meetbaar, zal de grotere aandacht voor preventie op termijn ook geld op gaan leveren, doordat inwoners minder snel een beroep hoeven te doen op de duurdere gemeentelijke voorzieningen. In geval onderstaande middelen ontoereikend zijn, zullen de extra benodigde financiële middelen aan bod komen in de momenten van de P&C-cyclus.

Tabel meerjarenbegroting en investeringen Meerjarenbegroting budget schulddienstverlening 2025

2026

2027

2028

Abonnement/contributie

€ 38.000,00

€ 38.000,00

€ 38.000,00

€ 38.000,00

Uitbestede werkzaamheden

€ 50.000,00

€ 50.000,00

€ 50.000,00

€ 50.000,00

Overige diensten

€ 11.000,00

€ 11.000,00

€ 11.000,00

€ 11.000,00

Totaal

€ 99.000,00

€ 99.000,00

€ 99.000,00

€ 99.000,00

2025

2026

2027

2028

Uitrol en inzet voorzieningen basisdienstverlening schulddienstverlening

€ 23.500,00

€ 23.500,00

€ 23.500,00

€ 23.500,00

Nazorg

€ 37.000,00

€ 37.000,00

€ 37.000,00

€ 37.000,00

Uitvoering nazorg consulent

€ 20.000,00

€ 20.000,00

€ 20.000,00

€ 20.000,00

Communicatie/preventie

€ 10.000,00

€ 10.000,00

€ 10.000,00

€ 10.000,00

Onvoorzien

€ 20.000,00

€ 20.000,00

€ 20.000,00

€ 20.000,00

€ 110.500,00

€ 110.500,00

€ 110.500,00

€ 110.500,00

2025

2026

2027

2028

Inkomenstoeslag

€ 325.000,00

€ 325.000,00

€ 325.000,00

€ 325.000,00

Collectieve ziektekostenverzekering

€ 545.000,00

€ 545.000,00

€ 545.000,00

€ 545.000,00

Participatiefonds

€ 150.000,00

€ 150.000,00

€ 150.000,00

€ 150.000,00

Overige regelingen

€ 277.630,00

€ 277.630,00

€ 277.630,00

€ 277.630,00

€ 1.297.630,00 € 1.297.630,00 € 1.297.630,00

€ 1.297.630,00

Kosten nieuw beleid schulddienstverlening

Totaal

Meerjarenbegroting budget minimabeleid

Totaal

33

Kosten nieuw minimabeleid

Kindpakket natura Kindpakket (geldbedrag) oud beleid

2025

2026

2027

2028

€ 260.000,00

€ 270.000,00

€ 280.000,00

€ 290.000,00

- € 252.000,00 - € 252.000,00

- € 252.000,00

- € 252.000,00

Kindtoeslag

€ 70.000,00

€ 70.000,00

€ 70.000,00

€ 70.000,00

Stichting Urgente Noden

€ 80.000,00

€ 65.000,00

€ 65.000,00

€ 65.000,00

Particuliere initiatieven

€ 25.000,00

€ 25.000,00

€ 25.000,00

€ 25.000,00

Ervaringsdeskundigen

€ 5.000,00

€ 5.000,00

€ 5.000,00

€ 5.000,00

Preventie in het kader van armoedebestrijding (o.a. voorlichtingscampagnes, inzet budgetcoach)

€ 40.000,00

€ 40.000,00

€ 40.000,00

€ 40.000,00

Onvoorzien

€ 20.000,00

€ 20.000,00

€ 20.000,00

€ 20.000,00

€ 248.000,00

€ 243.000,00

€ 253.000,00

€ 263.000,00

Totaal

7.3. Monitoring De integrale aanpak van schulden en armoede is ingewikkeld, omdat verschillende factoren elkaar continu beïnvloeden. Hierdoor is het effect van het integrale armoedebeleid moeilijk te meten. Het is dan ook van belang om te kijken of de verschillende activiteiten een bijdrage leveren aan de strategische doelstellingen die zijn uitgewerkt in vier beleidslijnen. Ook wordt er op dit moment een Dashboard Sociaal Domein ontwikkeld waarin de verschillende activiteiten die een onderdeel vormen van dit beleidskader in worden opgenomen. Hierdoor kan het effect van de inzet van de diverse activiteiten steeds beter worden gemonitord en wordt er stapsgewijs een verdiepingsslag gemaakt in de monitoring van dit beleidsplan. Deze monitoring zal continu plaatsvinden. Zonodig zal op basis van de resultaten van de monitoring de activiteiten worden aangepast of gewijzigd. Naast de monitoring door middel van de output van het Dashboard Sociaal domein zal het beleidsplan in Q4 2027 breed worden geëvalueerd.

Kernvragen van de evaluatie onder andere zijn: • Is er sprake van toegankelijke en laagdrempelige dienstverlening waardoor wij de doelgroep beter bereiken? • Ontvangt de inwoner de ondersteuning die hij/zij nodig heeft? • Is het Kindpakket voldoende om het kind een kans te bieden om mee te doen? • Bereiken wij de doelgroep (beter) met de ingezette activiteiten? • Wat zijn de redenen voor het wel/niet bereiken van de doelgroep? • Leiden de ingezette activiteiten tot het gewenste effect? • Wat zijn de redenen voor het wel/niet behalen van het gewenste effect? • Is er een stijging van het gebruik van de ondersteunende regelingen? • Is er een toe-/afname van het aantal maatwerktrajecten voor armoede en schulddienstverlening? • Wat is de oorzaak van de toe-/afname van het aantal maatwerktrajecten voor armoede en schulddienstverlening? Voor deze brede monitoring van het beleidsplan wordt gebruik gemaakt van het Dashboard Sociaal Domein en diverse landelijke monitors. Daarnaast is de feedback van de inwoners en onze maatschappelijke partners belangrijk. Zij zullen ook bij de evaluatie worden betrokken. Tevens hebben wij jaarlijks evaluatiegesprekken met onze maatschappelijke partners met wie wij een subsidierelatie hebben. De afspraken met betrekking tot te leveren prestaties, verantwoording en wijze van registratie worden vastgelegd in overeenkomsten en subsidiebeschikkingen.

34

Bijlage 1: Overzicht wetten en wetsvoorstellen Wetten • Algemene wet bestuursrecht (Awb) • Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Bgs) • Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) • Faillissementswet • Gemeentewet • Jeugdwet • Participatiewet • Wet adviesrecht gemeenten bij procedure rond beschemingsbewind wegens problematische schulden

• Wet inburgering • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)

• Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) • Wet maatschappelijke ondersteuning 20215 (Wmo 2015) • Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) • Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) • Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap

Wetsvoorstellen • Wetsvoorstel Participatiewet in Balans • Wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW • Wetsvoorstel schuldregelen • Wetsvoorstel modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv)

35

Bijlage 2: Werkproces schulddienstverlening model NVVK Flankerende hulp Preventie Schuldhulpverlening voor ondernemers

Oplossingen Informatie en advies

Betalingsregeling

Vroegsanering

Herfinanciering Aanmelding Inwoner (incl. ondernemer)

Intake

Stabilisatie

Saneringskrediet

Schuldregeling Dwangakkoord

Crisisinterventie Schuldbemiddeling

Duurzame financiële dienstverlening

Wsnp

Nazorg

Financiële begeleiding

Budgetcoaching

Budgetbeheer

Beschermingsbewind

36

www.voorneaanzee.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14806607/2