Integraal armoedebeleid Voorne aan Zee 2025 2028
Tekst van het document
Een stap vooruit Integraal armoedebeleid Voorne aan Zee
2025-2028
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
Voorwoord
5
Hoofdstuk 1
6
1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Inleiding Totstandkoming Algemene begrippen Wettelijke kaders Landelijke ontwikkelingen Landelijke cijfers
Hoofdstuk 2 2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
Hoe ziet Voorne aan Zee eruit? Cijfers Voorne aan Zee Lokale kaders Missie Visie beleidsplan Strategische doelstellingen en beleidslijnen
Hoofdstuk 3 3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.
2
Eerste beleidslijn: Preventie versterken Wat willen we bereiken Informatievoorziening Financiële educatie Samenwerking met partners Samenwerking met inwoners
6 6 7 8 9 10
11 11 11 12 12 12 13
14 14 14 15 16 16 17
Hoofdstuk 4 4. Tweede beleidslijn: Integraal samenwerken rondom armoede 4.1. Wat willen wij bereiken 4.2. Gezondheid 4.3. Eenzaamheid 4.4. Laaggeletterdheid 4.5. Kinderen
Hoofdstuk 5 5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4.
Derde Beleidslijn: Effectieve schuldenaanpak Wat willen wij bereiken Schulddienstverlening Vroegsignalering Nazorg
Hoofdstuk 6 6. Vierde beleidslijn: Inkomensondersteuning met oog voor kinderen 6.1. Wat willen wij bereiken 6.2. Inkomensondersteuning voor volwassenen 6.3. Kinderen
Hoofdstuk 7 7. 7.1. 7.2. 7.3.
Risico, financiën en monitoring Risico Financiën Monitoring
18 18 18 18 19 20 21
22 22 22 22 26 27
28 28 28 28 30
32 32 32 32 34
Bijlage 1: Overzicht wetten en wetsvoorstellen
35
Bijlage 2: Werkproces schulddienstverlening model NVVK
37
3
4
Voorwoord Voor u ligt ons integraal armoedebeleid 2025-2028 “Een stap vooruit”. Ik licht graag kort aan u toe waarom dit beleid en onze insteek belangrijk is. De impact van langdurig leven in armoede is groot. Kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen krijgen weinig kansen om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Als volwassene zijn zij soms ook niet in staat om alsnog aangereikte kansen te grijpen omdat bepaalde vaardigheden onvoldoende ontwikkeld zijn. Als college gaan wij uit van eigen kracht en zelfredzaamheid van onze inwoners, maar dit is helaas niet voor alle inwoners haalbaar. Om deze inwoners (tijdelijke) ondersteuning te bieden is in het collegeprogramma opgenomen dat wij een armoedebeleid opstellen. Op dit moment zijn er veel ontwikkelingen die een negatieve invloed kunnen hebben op de bestaanszekerheid van onze inwoners. Dure boodschappen en hoge woon- en energielasten kunnen tot financiële problemen leiden en zelfs tot schulden. Inwoners met langdurige financiële problemen of schulden komen vaak in een vicieuze cirkel terecht die moeilijk te doorbreken is. Daar spelen laaggeletterdheid, gezondheid en eenzaamheid eveneens een belangrijke rol bij. Doordat we ons in het armoedebeleid meer richten op een integrale aanpak dragen we eraan bij dat deze cirkel doorbroken wordt. Eén van de speerpunten daarbij is preventie.
Preventie wordt steeds belangrijker. Want hoe sneller de inwoner de hulp en ondersteuning ontvangt die nodig is, hoe sneller die inwoner ook weer zelfredzaam kan zijn. Onze maatschappelijke partners spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast richten wij ons op de schuldenproblematiek. Ons uitgangspunt daarbij is dat schulddienstverlening beschikbaar is voor alle inwoners. De landelijke aanpak op dit gebied, de basisdienstverlening waarbij het hulpaanbod in elke gemeente uit dezelfde elementen bestaat, draagt daaraan aan bij. In het beleidsplan is opgenomen wat wij de komende tijd versterken en waar wij op inzetten om onze inwoners die het nodig hebben beter te bereiken en te ondersteunen. Om tot dit beleidsplan te komen hebben wij onze inwoners, maatschappelijke partners, de Adviesraad Sociaal Domein, de Raad en de uitvoerende afdeling betrokken. Aart Jan Spoon Wethouder in Voorne aan Zee
5
Hoofdstuk 1 1.
Inleiding
Op 1 januari 2023 zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gefuseerd tot de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. Dit heeft geleid tot de harmonisatie van het minimabeleid. Naast deze harmonisatie was ook de ontwikkeling van een nieuw beleidsplan armoede noodzakelijk. Aangezien in het harmonisatietraject is aangegeven dat het minimabeleid na een jaar zou worden geëvalueerd is de evaluatie van het minimabeleid meegenomen bij de ontwikkeling van dit integraal armoedebeleid. Eigen kracht en bestaanszekerheid voor iedere inwoner staan centraal. Er zijn echter inwoners die moeite hebben om rond te komen, geldzorgen hebben of met schulden kampen. Armoede brengt de bestaanszekerheid in gevaar en leidt tot ongelijke kansen, waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan en problemen zich opstapelen. Daarom bieden we deze inwoners (tijdelijke) ondersteuning en richten we ons tegelijkertijd op preventie. Dit beleidsplan schetst hoe de gemeente Voorne aan Zee de komende vier jaar ondersteuning biedt aan inwoners met een laag inkomen en/of met (dreigende) schulden. Aangezien armoede en schulden veel impact hebben op het leven van de inwoner betreft het een integraal armoedebeleid, waarbij aandacht is voor diverse aspecten binnen het sociaal domein die een rol kunnen spelen bij armoede en schulden.
In het beleidsplan worden de visie, doelen en beleidslijnen voor de periode 2025-2028 beschreven. Bij de beleidslijnen wordt in de eerste plaats aangegeven wat wij al doen, welke activiteiten worden versterkt en waar nieuw op ingezet wordt. Aan de hand van de beleidslijnen wordt geschetst hoe wij de doelstellingen van dit beleidsplan willen bereiken. In hoofdstuk 1 zijn de algemene begrippen, wettelijke kaders en de landelijke ontwikkelingen opgenomen. In hoofdstuk 2 wordt ingezoomd op de lokale kaders en de omvang van de armoedeproblematiek in de gemeente Voorne aan Zee. Ook zijn de missie en visie opgenomen. De beleidslijnen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3 tot en met 6. In hoofdstuk 3 is opgenomen hoe ingezet wordt op preventie. In hoofdstuk 4 wordt
6
beschreven hoe integraal wordt samengewerkt rondom armoede. Hoofstuk 5 bevat de schuldenaanpak. De inkomensondersteuning is opgenomen in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 bevat de risicoparagraaf, de financiën en de monitoring van het beleidsplan. Als het beleidsplan vraagt om een nadere uitwerking zal dit in nieuwe of bestaande verordeningen, beleidsregels of uitvoeringsplannen worden opgenomen.
1.1.
Totstandkoming
Voor de totstandkoming van dit beleidsplan zijn zeven strategische doelstellingen opgesteld, te weten: 1. Toegankelijke en laagdrempelige dienstverlening; 2. Integrale aanpak binnen het sociaal domein; 3. Kinderen een kans bieden om mee te doen; 4. Het bieden van inkomensondersteunende maatregelen voor inwoners met een laag inkomen; 5. Het zoveel mogelijk lokaal organiseren van de schulddienstverlening; 6. Preventie, vroegsignalering en nazorg; 7. Aandacht voor verschillende doelgroepen. Aan de hand van deze doelstellingen is het minimabeleid geëvalueerd en is er input opgehaald bij onze inwoners, interne collega’s, maatschappelijke partners, de Raad en de Adviesraad Sociaal Domein. Bij de maatschappelijke partners zijn interviews afgenomen. De Raad is in een informatieve bijeenkomst aan de hand van een aantal stellingen bevraagd. Ook aan de Adviesraad Sociaal Domein zijn een aantal vragen voorgelegd. De interne collega’s hebben tijdens brainstormsessies hun input kunnen leveren. De inwoners ontvingen een enquête waarin onder andere vragen zijn gesteld over de bekendheid van de minimaregelingen en schulddienstverlening. Ook is hen gevraagd naar hun mening over de invulling van het Participatiefonds en het Kindpakket. Om deel te nemen aan het onderzoek zijn inwoners op verschillende manieren benaderd.
Ten eerste zijn de leden van het inwonerspanel uitgenodigd om aan de enquête deel te nemen. Daarnaast
hebben inwoners die gebruik maken van de minimaregelingen en/of schulddienstverlening een brief ontvangen met de uitnodiging om mee te doen. Verder zijn gemeentelijke kanalen, zoals de gemeentepagina in lokale kranten en sociale media, ingezet om inwoners te vragen deel te nemen aan de enquête. In totaal hebben 923 inwoners aan de enquête meegedaan. Samengevat is uit de evaluatie naar voor gekomen dat de huidige inkomensondersteuning voldoende is, maar dat de informatievoorziening beter kan. Er is behoefte aan informatie over de inkomensondersteuning en op welke regelingen de inwoner recht heeft. Inwoners blijken namelijk niet altijd goed op de hoogte te zijn van de inkomensondersteuningsmogelijkheden. In geval van het Kindpakket en het Participatiefonds wordt zowel de verstrekking in natura (voorkeur van maatschappelijke partners) als de verstrekking in een geldbedrag (voorkeur van inwoners) als voorkeursoptie genoemd. Naar aanleiding van deze uitkomsten heeft er met betrekking tot het Kindpakket een nader onderzoek plaatsgevonden. De uitkomsten van dit onderzoek en de voorkeursoptie voor wat betreft de invulling van het Kindpakket zijn in een informatieve bijeenkomst met de Raad gedeeld. De voorkeursoptie is in dit beleidsplan uitgewerkt.
1.2. Algemene begrippen Armoede
Hoewel Nederland tot de rijkste landen van Europa behoort, kent Nederland ook armoede, maar wat is armoede? Armoede in 2024 in Nederland is anders dan armoede in Nederland in de jaren vlak na WO II. Definitie van armoede volgens verschillende organisaties: Verenigde Naties (VN): Armoede wordt door de VN gedefinieerd als “het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften”. Centraal Planbureau (CPB): Het CPB hanteert het niet-veel-maar-toereikend-criterium, waarbij een minimaal budget wordt vastgesteld voor een zelfstandig huishouden. Dit omvat essentiële uitgaven zoals voedsel, kleding, wonen, verzekeringen, persoonlijke verzorging, ontspanning en sociale participatie. Huishoudens die onder dit budget leven, worden als arm beschouwd. Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP): Volgens het SCP is er sprake van armoede wanneer mensen gedurende langere tijd niet in staat zijn om de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen te bekostigen.
7
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): Het CBS definieert armoede als een situatie waarin het inkomen van een huishouden onder de lageinkomensgrens ligt, waardoor het huishouden niet in staat is een minimaal consumptieniveau te bereiken. In 2021 lag deze grens bij € 13.500,-per jaar. Rapport “de nieuwe methode om armoede in Nederland te meten”: Op 17 oktober 2024 publiceerden het CBS, SCP en het Nibud het rapport “de nieuwe methode om armoede in Nederland te meten” met een nieuwe meetmethode voor armoede. Hierbij wordt uitgegaan dat een huishouden als arm dient te worden beschouwd als na het betalen van de vaste lasten (aan huisvesting, energie, verzekeringen, kleding en de dagelijkse boodschappen) er te weinig overblijft voor de andere basisbehoeften en ook het spaargeld tekortschiet. In vergelijking met de oude definities wordt bij de nieuwe definitie het vermogen (exclusief eigen woningbezit, pensioenvermogen en schulden) ook meegenomen bij het bepalen of iemand arm is. Volgens deze nieuwe definitie leven er in de gemeente Voorne aan Zee 2,3% van het aantal inwoners in armoede. Ten tijde van de voorbereiding van het beleidsplan was het rapport “de nieuwe methode om armoede in Nederland te meten” nog niet gepubliceerd. Daarnaast moeten de effecten van de wijziging van de definitie nog nader worden uitgewerkt.
Er is daarom in het beleidsplan gekozen om uit te gaan van de SCP-definitie van armoede: “Inwoners leven in armoede als zij gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor goederen en voorzieningen die als minimaal noodzakelijk worden gezien.” Dit beleid richt zich op inwoners met een verhoogde kans op armoede en schulden, degenen die al in armoede leven of schulden hebben en degenen die recent uit de armoede zijn gekomen. Armoedeval/inkomensval: Er is sprake van een armoedeval wanneer mensen die een uitkering ontvangen, financieel achteruitgaan zodra ze gaan werken. Dit treft vaak alleenstaande oudergezinnen en echtparen met schoolgaande kinderen die net iets meer verdienen dan bijstandsniveau, waardoor ze geen recht meer hebben op bepaalde toeslagen en regelingen. Bestaanszekerheid: Bestaanszekerheid betekent een leven met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven.
8
Financiële stress: Leven in armoede kan leiden tot chronische stress, wat negatieve gevolgen kan hebben voor het denkvermogen en het maken van verstandige beslissingen. Mensen kunnen zich alleen nog richten op korte termijn oplossingen, wat kan leiden tot onverstandige beslissingen die hun situatie verergeren. Armoede brengt gevoelens van minderwaardigheid, schaamte en sociale uitsluiting met zich mee, waardoor mensen vaak te laat hulp zoeken en in een vicieuze cirkel van schulden terechtkomen. Kinderarmoede: Kinderarmoede ontstaat wanneer er onvoldoende financiële middelen zijn om de basisbehoeften van een kind te vervullen. Kinderen die opgroeien in armoede hebben een hoger risico op vroegtijdig schoolverlaten en sociale uitsluiting. Ze lopen ook een groter risico om als volwassenen in armoede te blijven (generatiearmoede). Minima: In Voorne aan Zee worden inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm en een vermogen onder de vermogensnormen van de Participatiewet als minima beschouwd. Problematische schulden: Problematische schulden ontstaan wanneer iemand zijn schulden niet meer kan afbetalen of gestopt is met betalen. Dit komt vaak door een combinatie van factoren zoals ontslag of echtscheiding. Kleine schulden kunnen snel groter worden door incassokosten en te laat hulp zoeken, wat leidt tot problematische schulden en armoede.
Sociale uitsluiting: Sociale uitsluiting betekent dat iemand niet kan deelnemen aan het maatschappelijk leven of het gevoel heeft er niet bij te horen. Dit kan het gevolg zijn van armoede, zoals geen geld hebben voor een lidmaatschap van een sportvereniging. Sociale uitsluiting kan zowel oorzaak als gevolg zijn van onder andere onvoldoende inkomen, geen werk, lage opleiding, slechte gezondheid en gebrek aan huisvesting.
1.3. Wettelijke kaders Bestaanszekerheid is een sociaal grondrecht in de Grondwet. De overheid moet sociale grondrechten realiseren, waaronder armoedebestrijding. Belangrijke wetten hiervoor zijn de Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de Gemeentewet. De gemeente heeft een taak met betrekking tot de verstrekking van bijzondere bijstand aan
inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm en een beperkt vermogen. Ook heeft de gemeente verantwoordelijkheden voor individuele inkomenstoeslag en studietoeslag volgens de Participatiewet.
Participatiewet zal daarom worden herzien. Bij de wetswijziging staan vertrouwen, menselijke maat en vereenvoudiging centraal. Naar verwachting zal het Wetsvoorstel Participatiewet in Balans op 1 januari 2026 in werking treden.
Volgens de Wgs heeft de gemeente een regierol met betrekking tot schulddienstverlening en moet zij een beleidsplan maken voor schulphulpverlening. Verder moet de gemeente vroegsignalering van problematische schulden uitvoeren en ontvangt zij signalen van betalingsachterstanden van zorgverzekeraars, woningverhuurders, drinkwaterbedrijven en energieleveranciers. De gemeente benadert inwoners met betalingsachterstanden voor hulp.
Commissie sociaal minimum: De Commissie sociaal minimum bestaat uit elf deskundigen op het gebied van sociale zekerheid, sociaaleconomische, fiscale en juridische vraagstukken. Opgericht in juli 2022, onderzoekt de commissie wat verschillende huishoudens nodig hebben om rond te komen en deel te nemen aan de maatschappij, evenals het stelsel van armoedebestrijding.
Daarnaast biedt de gemeente inkomensondersteunende regelingen voor inwoners met een laag inkomen, zoals vastgelegd in de Gemeentewet.
1.4. Landelijke ontwikkelingen Er zijn veel ontwikkelingen die direct of indirect invloed hebben op bestaanszekerheid. De belangrijkste ontwikkelen worden in deze paragraaf genoemd. Oorlog: Het is onrustig in meerdere delen van de wereld, wat grote gevolgen heeft voor de wereldeconomie. Door bijvoorbeeld de oorlog in Oekraïne stijgen de prijzen van dagelijkse behoeften zoals boodschappen en energie, wat een grote inflatie tot gevolg heeft gehad. Hierdoor kunnen inwoners met een laag inkomen moeilijker rondkomen. Digitalisering: Niet iedere inwoner kan voldoende meedoen met de digitalisering van de samenleving. Van de laaggeletterden kan ruim 30% niet goed met een computer omgaan. Inwoners met weinig digitale vaardigheden hebben meer kans om werkloos te worden of werken in lager betaalde banen. Ook hebben deze inwoners vaak minder sociale contacten. Zonder digitale vaardigheden is het vaak moeilijk om een voorziening aan te vragen. Wijziging Participatiewet: Het doel van de Participatiewet is om een toereikend en voorspelbaar bestaansminimum te garanderen, de armoede te bestrijden en in de dienstverlening de menselijke maat te kunnen hanteren. Op dit moment biedt de huidige Participatiewet dit onvoldoende. De wet is te complex en gaat onvoldoende uit van vertrouwen. Dit leidt bij inwoners vaak tot onzekerheid en stress. De
De commissie doet aanbevelingen om de bestaanszekerheid van burgers te versterken, gebaseerd op een toereikend inkomen en een voorspelbaar, toegankelijk sociaal minimumstelsel. Ze constateren dat de verhouding tussen het Rijk en gemeenten uit balans is geraakt, met te grote verschillen in de invulling van gemeentelijke taken. Om deze balans te herstellen, adviseert de commissie om landelijke taken centraal te regelen, voorwaarden voor lokale regelingen te harmoniseren en terughoudend te zijn met nieuwe taken voor gemeenten. Miljoenennota: Op Prinsjesdag heeft het kabinet haar plannen voor 2025 gepresenteerd. In de miljoenennota 2025 is onder meer opgenomen dat het kabinet maatregelen neemt om er voor te zorgen dat armoede zowel bij volwassenen als kinderen niet toeneemt. Kwetsbare groepen worden met een gerichte inzet van huurtoeslag en het kindgebonden budget extra ondersteund. Het programma schoolmaaltijden wordt in 2025 verlengd. Voor 2025 en 2026 worden middelen beschikbaar gesteld om een energiefonds in te richten dat steun biedt aan huishoudens die hun energierekening niet kunnen betalen. Daarnaast wil het kabinet problematische schulden fundamenteel aanpakken. De aanpak is met name gericht op het voorkomen en tegengaan van oplopende schulden door bijvoorbeeld het incassosysteem te verbeteren en nog meer in te zetten op vroegsignalering.
Ook moeten de kosten van invordering minder snel oplopen en moeten schuldeisers intensief samenwerken.
9
1.5. Landelijke cijfers Hieronder enkele cijfers met betrekking tot armoede in Nederland. Er is uitgegaan van de meest recente beschikbare cijfers, waarbij er een onderscheid is gemaakt in type huishouden.
Langdurig laag inkomen
7,8% van de huishoudens leeft al meer dan vier jaar met een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm.1 • Eenpersoonshuishoudens: 72,6% van deze groep bestaat uit eenpersoonshuishoudens, • Paren zonder kinderen: 11,9% van deze groep bestaat uit paren zonder kinderen. • Eenoudergezinnen: 8,6% van de inwoners met een langdurig laag inkomen betreft eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen. • Een paar met minderjarige kinderen: 3,8 % van de huishoudens met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm bestaat uit paren met minderjarige kinderen.2
10
1 2 3 4 5 6
Schulden
• Problematische schulden: 9,8% van de
huishoudens met een laag inkomen heeft te maken met problematische schulden.3
Kinderarmoede
• Uitkeringsgezinnen: 6% van de kinderen
groeit op in een gezin dat afhankelijk is van een uitkering.4 Tandartsbezoek: 23,3% van de kinderen gaat niet regelmatig op controle bij de tandarts.5 Schoolverlaters: 2,4% van de kinderen verlaat voortijdig de school.6
CBS’, https://dashboards.cbs.nl/v5/Armoedescan/ (cijfers van 2022) CBS’, https://dashboards.cbs.nl/v5/Armoedescan/ (cijfers van 2022) https://dashboards.cbs.nl/v5/Armoedescan/ (cijfers van 2022) Waar staat je gemeente’, https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/jeugd-en-jeugdhulpverlening (cijfers CBS 2022) Waar staat je gemeente’, https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid (cijfers Vektis 2020 Waar staat je gemeente’, https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid (cijfers DUO/Ingrado 2019-2023)
Hoofdstuk 2 2.
Hoe ziet Voorne aan Zee eruit?
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de lokale kaders en de omvang van de armoedeproblematiek in de gemeente Voorne aan Zee.
2.1. Cijfers Voorne aan Zee Hieronder zijn enkele cijfers met betrekking tot armoede, kinderarmoede en schulden in Voorne aan Zee7 opgenomen.
Aantal inwoners Voorne aan Zee op 1 juli 2024
• 74.391 inwoners; • 13.051 kinderen; • 2.597 0–4 jarige kinderen • 5.667 4–12 jarige kinderen • 4.787 12–18 jarige kinderen • 45.157 18–67 jarigen • 16.183 67 jaar en ouder (pensioengerechtigden) Armoede
• 5,7% van de huishoudens heeft langer dan vier jaar een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm
• 71,5% van de inwoners met een inkomen tot 120% (langer dan 4 jaar) betreft een eenpersoonshuishouden
• 12,5% van de inwoners met een inkomen tot 120% (langer dan 4 jaar) betreft een paar zonder kinderen
• 9,7% van de inwoners met een inkomen tot 120% (langer dan 4
jaar) betreft een eenoudergezin met alleen minderjarige kinderen
• 3% van de inwoners met een inkomen tot 120% (langer dan 4 jaar) betreft een paar met minderjarige kinderen
Schulden
• 8,2% van de huishoudens met een inkomen tot 120% heeft ten minste vier jaar problematische schulden
Kinderarmoede
• 5% van de kinderen groeit op in een uitkeringsgezin • 21,4% van de kinderen gaat niet periodiek op controle bij de tandarts • 2,4% van de kinderen verlaat voortijdig school
7 ‘Waar staat je gemeente’, https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/jeugd-en-jeugdhulpverlening (cijfers CBS 2022) ‘Waar staat je gemeente’, https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondheid (cijfers Vektis 2020) ‘Waar staat je gemeente’, https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gezondhei- (cijfers DUO/Ingrado 2019-2023) ‘CBS’, https://dashboards.cbs.nl/v5/Armoedescan/ (cijfers van 2022)
11
2.2. Lokale kaders Collegeprogramma
Uit het collegeprogramma volgt dat eigen kracht en zelfredzaamheid een basisprincipe zijn. Soms hebben de inwoners daar tijdelijk ondersteuning bij nodig. Bij het vergroten van bestaanszekerheid speelt werk een belangrijke rol. Er wordt ingezet op preventie. Schulddienstverlening is voor alle inwoners met schulden beschikbaar.
Visie Sociaal Domein “Samen krachtig!”
De Visie Sociaal Domein “Samen krachtig!” beschrijft een integrale koers voor het sociaal domein voor de periode 2023-2026. Hierin staat: Voorne aan Zee is een betrouwbare, betrokken en professionele gemeente waar transparant wordt samengewerkt aan een leefbare samenleving waar inwoners naar vermogen kunnen mee doen. Daarnaast ligt er in de samenwerking tussen het Rijk en gemeenten een opgave met betrekking tot het herstellen van de bestaanszekerheid: het op orde brengen van de basisvoorwaarden zoals inkomen, wonen en meedoen. Binnen de gemeente zijn er verschillende groepen inwoners die moeilijk rondkomen. Preventie is hierbij belangrijk. Er ligt een opgave om ervoor te zorgen dat inwoners die recht hebben op hulp, deze ook krijgen. Daarnaast moet er duidelijk worden uitgelegd welke regelingen en ondersteuningsmogelijkheden er zijn. Vooral werkende armen verdienen extra aandacht.
2.3. Missie Het kompas van de gemeente Voorne aan Zee is dat zij open, transparant en benaderbaar is. Vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid werkt de gemeente samen met inwoners, ondernemers en organisaties. Er wordt met goede dienstverlening actief ingespeeld op de behoeften van de inwoners. De gemeente is dichtbij en betrokken. Bij inwoners met financiële problemen is er door onder meer de kinderopvangtoeslagaffaire meer onvrede en wantrouwen jegens de overheid. Door in te zetten op preventie en door dichtbij en betrokken te zijn wil de gemeente haar inwoners ondersteunen. Echter, in geval van oneigenlijk of onrechtmatig gebruik is het noodzakelijk om handhavend op te treden. Dit is een blijvend aandachtspunt.
2.4. Visie beleidsplan Naar aanleiding van de kaders is de visie voor dit beleidsplan dat alle inwoners kunnen meedoen. We gaan uit van de eigen kracht en zelfredzaamheid van de inwoners. Als inwoners niet kunnen rondkomen en meedoen in de samenleving worden zij (tijdelijk) ondersteund. Inwoners met schulden krijgen een toegankelijk hulpaanbod op maat met als doel financiële rust en een schuldenvrije toekomst, waarin zij zelf in staat zijn hun financiën te regelen. Armoede en schulden hebben grote impact op het persoonlijke leven van de inwoners en kunnen leiden tot bijvoorbeeld sociale uitsluiting, eenzaamheid, stress en gezondheidsproblemen. Inwoners worden door armoede en schulden belemmerd om mee te doen aan de samenleving waardoor niet iedereen gelijke kansen heeft. Door armoede en schulden kan een vicieuze cirkel ontstaan. Voor het doorbreken van deze vicieuze cirkel is iedereen nodig: inwoners, ervaringsdeskundigen, vrijwilligers, bedrijven, scholen, maatschappelijke organisaties, de Raad, het College en de betrokken uitvoerende teams binnen de gemeente. Wij zijn samen verantwoordelijk en de gemeente heeft daarbij een verbindende rol.
12
12
2.5. Strategische doelstellingen en beleidslijnen Voor de totstandkoming van dit beleidsplan zijn zeven strategische doelstellingen geformuleerd: 1. Toegankelijke en laagdrempelige dienstverlening: de inwoner weet de gemeente te vinden en weet welke ondersteuning er geboden wordt. Om de doelgroep zo goed mogelijk te bereiken vraagt dit een eenvoudige en duidelijke manier van communiceren door de gemeente. 2. Integrale aanpak binnen het sociaal domein: de inwoner krijgt passende ondersteuning op alle relevante levensgebieden die spelen binnen het sociaal domein. 3. Kinderen een kans bieden om mee te doen: door middel van de minimaregelingen ondersteunen wij de kinderen om deel te nemen aan sociale en sportieve activiteiten. 4. Het bieden van inkomensondersteunende maatregelen voor inwoners met een laag inkomen: de doelgroep is bekend met deze regelingen en maakt er gebruik van. 5. Het zoveel mogelijk lokaal organiseren van de schulddienstverlening: hierbij is aandacht voor de samenwerking met interne en externe partijen die een rol kunnen spelen in het toepassen van maatwerk. 6. Preventie, vroegsignalering en nazorg: gelet op recente ontwikkelingen waarbij zowel het minnelijk als het wettelijk traject verkort is tot 18 maanden, is het van belang om schuldenproblematiek zo veel mogelijk te voorkomen en te traceren.
Waarbij een vloeiende overgang tussen de verschillende fasen van schulddienstverlening (preventie, vroegsignalering, curatie in de vorm van schuldregelingen en nazorg) van belang is. Met de nazorg wordt vervolgens toegewerkt naar meer zelfredzaamheid. 7. Aandacht voor verschillende doelgroepen: er zijn een aantal groepen die extra aandacht verdienen bij de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek, zoals de laaggeletterden, gezinnen met minderjarige kinderen en jongeren. Aan de hand van de strategische doelstellingen, de lokale en landelijke kaders en de uitkomsten van het evaluatieproces zijn vier beleidslijnen uitgewerkt: 1. Preventie versterken; 2. Integraal samenwerken rondom armoede; 3. Effectieve schuldenaanpak; 4. Inkomensondersteuning met oog voor kinderen; Doelgroepen die specifiek aandacht behoeven worden meegenomen in de beleidslijnen. De beleidslijnen worden in de volgende hoofdstukken nader uitgewerkt. Een aantal instrumenten wordt bij meerdere beleidslijnen ingezet. Het instrument wordt opgenomen bij de beleidslijn die het meest passend is.
13
Hoofdstuk 3 3.
Eerste beleidslijn: Preventie versterken
De eerste beleidslijn richt zich op het versterken van preventie waarbij er oog is voor de verschillende doelgroepen. Allereerst wordt beschreven wat wij willen bereiken. Vervolgens wordt beschreven wat er zoal gedaan wordt, waar er versterkt wordt en op welke activiteiten nieuw wordt ingezet om het doel te bereiken.
3.1. Wat willen we bereiken Deze beleidslijn richt zich op het voorkomen van armoede en schulden. We willen bereiken dat inwoners van de gemeente Voorne aan Zee financieel zelfstandig zijn en als dat niet lukt dat zij de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben ter voorkoming van financiële problemen. Overigens zijn er altijd inwoners die blijvend ondersteuning nodig hebben. Inwoners moeten zo jong mogelijk leren omgaan met geld, het taboe rondom armoede moet doorbroken worden en bewustwording moet gecreëerd zijn. Inwoners moeten zich tot de gemeente kunnen wenden wanneer er behoefte is aan aanvullende ondersteuning. Een belangrijke voorwaarde hierbij is toegankelijke en laagdrempelige dienstverlening. Daarnaast is goede informatievoorziening essentieel. Op welke regelingen kunnen de inwoners een beroep doen en waar moeten zij zijn voor bijvoorbeeld financiële hulp? Deze informatie moet makkelijk vindbaar zijn. Ook de maatschappelijke partners hebben hierin een belangrijke rol. Er zijn drie vormen van preventie: primaire, secundaire en tertiaire preventie. In dit hoofdstuk komt enkel de primaire preventie aan bod. In geval van primaire preventie zijn er nog geen signalen dat iemand geldproblemen heeft. De secundaire en tertiaire preventie komen in hoofdstuk 5 aan bod.
Wanneer er al signalen zijn en er al preventiemiddelen worden ingezet om verergering van reeds bestaande financiële problemen te voorkomen, spreekt men van secundaire preventie. Een vorm van secundaire preventie is vroegsignalering en budgetcoaching. Vervolgens is er nog de tertiaire preventie.
14
In dit geval heeft de inwoner al problematische schulden. Deze problemen dienen met begeleiding en maatregelen opgelost te worden, ook ter voorkoming van nieuwe financiële problemen. Het doel van deze nazorg is om financiële redzaamheid te realiseren.
zorgverzekering is te vinden op de website gezondverzekerd.nl. De website Geldfit.nl van de Nederlandse Schuldhulproute biedt passende tools, informatie en hulp waardoor de inwoner sneller passende hulp vindt in geval van vragen rondom financiën en geldzorgen.
3.2. Informatievoorziening
Begrijpelijke en eenvoudige communicatie Bij de communicatie wordt uitgebreid aandacht besteed aan de begrijpelijke taal door de inzet van een ervaringsdeskundige laaggeletterdheid. Deze ervaringsdeskundige leest mee met brieven en folders die bestemd zijn voor de inwoner. Op die manier worden ook de inwoners met een lichtverstandelijke beperking, inwoners met niet-aangeboren-hersenletsel en de inwoners die minder taalvaardig zijn bereikt. Er wordt gestreefd naar zo efficiënt en klantvriendelijk mogelijk te werken. Dit is een continu proces waar blijvend aandacht voor is.
In het kader van de preventie zijn er diverse instrumenten beschikbaar die kunnen worden ingezet. Het is belangrijk dat de inwoners weten welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn en hoe zij daarvoor in aanmerking kunnen komen. Het gaat hierbij niet alleen om de vindbaarheid van de informatie maar ook om de begrijpbaarheid.
3.2.1. Wat doen wij al en wat versterken wij? Bekendheid regelingen Inwoners worden met verschillende communicatiemiddelen en op verschillende momenten geïnformeerd over de minimaregelingen. Bij de aanvraag van een uitkering Participatiewet wordt meegenomen op welke inkomensondersteunende regelingen een inwoner ook recht heeft. Uit de evaluatie is gebleken dat inwoners hier behoefte aan hebben. Daarom wordt hier extra op versterkt, zodat het voor de inwoners nog duidelijker wordt op welke inkomensondersteunende regelingen zij recht hebben. Gebruik wordt gemaakt van onze website, social media en er wordt gebruik gemaakt van de gemeentepagina in de plaatselijke krant. Er wordt nog meer ingezet op de bekendheid van de regelingen, zowel intern als extern. Dit is een continu proces waar door middel van de digitale folder “Een steuntje in de rug” al mee is gestart. Er komt een fysieke folder die breed verspreid wordt. Een communicatieplan zal worden ontwikkeld, waarbij gerichte aandacht is voor wijken met een lage sociaal-economische status (SES), waar de veerkracht lager is dan in wijken met een hoge SES. Verder is er aandacht voor specifieke doelgroepen. Zo zullen jongeren benaderd worden via kanalen die zij gebruiken, zoals social media.
Met de website Bereken uw Recht van de gemeente Voorne aan Zee kan de inwoner een aanvraag voor de gemeentelijke inkomens ondersteuning indienen. Het aanbod van de gemeente met betrekking tot de collectieve
Vereenvoudigen processen In 2024 is gestart met de voorbereidingen van de automatische uitbetaling van het Participatiefonds en het Kindpakket. Vanaf 2025 is dit proces geautomatiseerd en ontvangt de inwoner na de eerste verstrekking het Participatiefonds automatisch zolang diegene aan de voorwaarden voldoet. Hiermee wordt het bereik van de regeling vergroot en de administratieve last van de inwoner verkleind. Organisatiebreed wordt er verder gewerkt aan procesoptimalisatie met als doel verbeteren, inzichtelijk maken en sturen op gemeentelijke dienstverlening en het efficiënter inrichten van werkprocessen.
3.2.2. Waar gaan wij op inzetten?
• Er wordt gestart met het organisatie brede
•
programma excellente dienstverlening, waarbij toegewerkt wordt naar een gemeente die letterlijk en figuurlijk nabij is en waarbij de inwoner centraal staat. Vanuit het sociaal domein wordt meegedacht. Vereenvoudiging aanvraagprocedure door middel van Iparticipatie; een applicatie waar zowel de inwoner als de consulent toegang toe heeft. Aanvragen worden via deze applicatie digitaal ingediend. Dit is in lijn met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans en de uitrol basisdienstverlening schulddienstverlening waarin de aanvraagprocedures voor een uitkering en schulddienstverlening worden vereenvoudigd.
15
• Inwoners worden door middel van
•
• •
verschillende communicatiemiddelen (afgestemd op de doelgroep) geïnformeerd over de ondersteuning bij geldzorgen en het schulddienstverleningstraject. Het wetsvoorstel “Wet proactieve dienstverlening SZW” zorgt er voor dat het bereik van onze inkomensondersteuning verder kan worden vergroot. Er kan door middel van deze wet straks op proactieve dienstverlening worden ingezet. Er wordt onderzocht of en hoe een ervaringsdeskundige armoede van meerwaarde kan zijn bij de bestrijding van armoede en schulden. Inzet op digitale geldplannen, waarmee huishoudens worden geholpen om stap voor stap hun eigen geldzaken in balans te krijgen en te houden.
3.3. Financiële educatie
Dat betekent dat de gemeente vanuit de bijstandsuitkering de vaste lasten als huur, zorgverzekering, gas, water en licht voor de statushouder betaalt. Deze statushouders worden vanuit Vluchtelingenwerk begeleid. Om de financiële zelfredzaamheid van statushouders te vergroten en ter voorkoming van schulden, biedt Vluchtelingenwerk de methode Eurowijzer aan. Verder wordt door Vluchtelingenwerk aan statushouders jobcoaching aangeboden ter ondersteuning bij het zoeken naar als ook het behouden van werk.
3.3.2. Waar gaan wij op inzetten?
• Er wordt ingezet op trainingen op scholen
•
Het bevorderen van gezond en verantwoord financieel gedrag door financiële educatie is belangrijk, zeker bij jongeren en statushouders.
3.3.1. Wat doen wij al en wat versterken wij? Jongeren Jongeren zijn kwetsbaar voor geldproblemen. Dit kan onder andere komen omdat zij opgroeien in gezinnen in armoede, maar ook omdat zij zich onvoldoende bewust zijn van de financiële verplichtingen en verantwoordelijkheden die zij hebben als zij 18 jaar worden. Uit onderzoek van het Nibud is gebleken dat 70% van de jongvolwassenen weleens betalingsproblemen heeft.8 Voorlichting is daarom extra belangrijk bij deze groep. Deze voorlichting moet aansluiten bij de behoefte en belevingswereld van de jongeren. Inwoners die de leeftijd van 18 jaar bereiken ontvangen een kaartje van de gemeente met een verwijzing naar de website van rijksoverheid. nl waar de jongere geïnformeerd wordt over de financiële gevolgen die horen bij de overgang naar 18+. Statushouders Een groep die extra voorlichting nodig heeft over onder meer inkomensondersteuning en financiën, is de statushouder. Volgens de Wet inburgering 2021 moeten gemeenten de inburgeringsplichtige statushouders in het eerste half jaar dat zij een bijstandsuitkering ontvangen financieel ontzorgen (in individuele gevallen kan hiervan worden afgeweken). 8 Financiële gezondheid, Samen navigeren door onzekere tijden, maart 2024, blz. 55
16
•
waarin jongeren leren om te gaan met geld. De doelgroep zijn jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Ook wordt er in samenwerking met scholen gekeken naar de ontwikkeling van trainingen voor kinderen van groep 7 en 8. Vervolgtraject op Eurowijzer; gebleken is dat niet alle statushouders voldoende financieel zelfredzaam zijn na het volgen van de Eurowijzer. Met Vluchtelingenwerk zal onderzocht worden op welke wijze hier vervolg aan gegeven kan worden. Extra aandacht zal zijn voor het moment dat het financieel ontzorgen afgerond wordt en de inwoners zelf de vaste lasten moet gaan betalen. Ook zal aandacht zijn voor de statushouders tussen de 18 en 25 jaar en welke ondersteuning extra geboden kan worden aan deze groep. Meer inzet op preventie voor inwoners (naast de jongeren en de statushouders) die een verhoogd risico op schulden hebben. Het bieden van financiële voorlichting aan inwoners die te maken hebben met life events zoals een echtscheiding, baanverlies, krijgen van kinderen, overlijden partner en verhuizing.
3.4. Samenwerking met partners Ook met goede informatievoorziening over de verschillende regelingen, ons gemeentelijk aanbod en financiële educatie zijn er inwoners die er niet altijd uitkomen en daarom blijft ondersteuning van de gemeente en maatschappelijke partners erg belangrijk. De maatschappelijke partners hebben een belangrijke signaal- en doorverwijsfunctie. De samenwerking hierin met de gemeente is belangrijk om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken.
3.4.1. Wat doen wij al en wat versterken wij?
In samenwerking met onze maatschappelijke partners wordt er in het kader van preventie ook ondersteuning geboden. Ondersteuningsaanbod maatschappelijke partners Hoewel de gemeente streeft naar het versterken van de zelfredzaamheid van de inwoners, zullen er altijd inwoners zijn die blijvend ondersteuning nodig hebben. Deze inwoners kunnen bij diverse organisaties terecht voor (gratis) informatie over inkomensondersteuning en hulp bij het aanvragen hiervan. Bij het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) kan de inwoner terecht voor vragen over de overheid, DigiD, belastingen, toeslagen etc. Het IDO is aangesloten bij het gezamenlijk Vraagpunt dat begin 2024 is opgestart. Push (biedt ondersteuning aan ouders en kinderen), SBO en Kwadraad zijn eveneens hierbij aangesloten. De inwoner kan hier tijdens het inloopspreekuur op de locatie De Vliet met allerlei vragen terecht op het gebied van welzijn, gemeentelijke regelingen, DigiD, financiële ondersteuning enz. De deskundigen uit de diverse organisaties kunnen direct advies en informatie geven. Indien nodig wordt de inwoner doorverwezen. Dit vraagpunt zal uitgebreid worden naar andere locaties in de gemeente. Wanneer iemand digitaal onvoldoende vaardig is, maar fysiek beperkt is om naar het IDO te gaan of naar het Vraagpunt, kan een digimaatje bij die inwoner thuis langskomen.
Voor onafhankelijke cliëntondersteuning kunnen inwoners terecht bij Stichting MEE en SBO. Hier kan gratis informatie, advies en ondersteuning bij het aanvragen van regelingen worden verkregen. Daarnaast kunnen inwoners die moeite hebben met hun financiën terecht bij Raad en Daad van SBO. Vrijwilligers bieden gratis ondersteuning bij het ordenen van de thuisadministratie, aanvragen van regelingen en het maken van financiële overzichten. Door middel van de welzijnswijzer Fijn je te zien worden inwoners geïnformeerd over het lokale ondersteuningsaanbod. Deze digitale lokale sociale kaart kunnen inwoners gebruiken om een passende (voorliggende) voorziening te vinden. Momenteel wordt de website fijnjetezien.nl nog onvoldoende gevonden. Daar zal verder op ingezet worden. Vangnetoverleg De welzijnspartijen en kerkgenootschappen die veelvuldig in contact staan met inwoners in
armoede en die deze inwoners ondersteunen maken deel uit van het vangnetoverleg. De opzet van het vangnetoverleg is om aan de hand van actuele onderwerpen nader tot elkaar te komen, elkaar te informeren en verbinding te leggen tussen de verschillende partijen met het doel inwoners in armoede te ondersteunen en nog beter te bereiken. Door de positie van het vangnetoverleg te versterken zijn partijen beter in staat om elkaar te vinden in het kader van de armoedebestrijding. Het versterken van de rol van het vangnetoverleg doen wij door meer aan te sluiten op de actualiteit en de onderwerpen van het overleg nog meer te verbinden met het thema bestrijding van armoede. Er zal verder ingezet worden op het continueren en optimaliseren van de ketensamenwerking. Waar gaan wij op inzetten? • Versterken van sociale en vitale wijken en dorpen. Er wordt toegewerkt naar een vorm van toegang in de wijken dichtbij de inwoners. Enkelvoudige vragen worden afgevangen in de wijk. • In de eerste helft van 2025 wordt een “informatiemarkt” georganiseerd. De partners van het vangnetoverleg informeren de inwoners en de gemeente in een “marktvorm” over de ondersteuning die zij bieden.
3.5. Samenwerking met inwoners De betrokkenheid van inwoners bij de bestrijding van armoede is onmisbaar. Voor het doorbreken van de vicieuze cirkel is de samenwerking met de inwoners van belang. Wij zijn samen verantwoordelijk en de gemeente heeft daarbij een verbindende rol. Hiermee wordt de sociale cohesie versterkt. Daarnaast is er een Adviesraad Sociaal Domein die de gemeente adviseert vanuit de inwoners. De Adviesraad Sociaal Domein is van en voor de inwoners.
Waar gaan wij op inzetten?
De gemeente wil de particuliere initiatieven waarderen en stimuleren om meer inzicht te krijgen in het aanbod en verbindingen te leggen. Om de betrokkenheid bij de bestrijding van armoede te ondersteunen, kunnen inwoners die zich hiervoor inzetten in hun wijk of dorp in aanmerking komen voor een subsidie ter ondersteuning van het initiatief. De kaders voor de subsidieverstrekking worden uitgewerkt.
17
Hoofdstuk 4 4. Tweede beleidslijn: Integraal samenwerken rondom armoede De tweede beleidslijn richt zich op het integraal werken rondom armoede. Allereerst wordt beschreven wat wij willen bereiken. Vervolgens wordt beschreven wat er zoal gedaan wordt, wat versterkt wordt en op welke activiteiten nieuw wordt ingezet om het doel te bereiken.
4.1. Wat willen wij bereiken Armoede staat niet op zichzelf. De vicieuze cirkel waar diverse aspecten een rol bij spelen moet doorbroken worden. Zo is de kans dat laaggeletterden in armoede raken groter dan voor geletterden. Armoede leidt vaak tot een slechte gezondheid en eenzaamheid, maar anderzijds kan een slechte gezondheid en eenzaamheid ook één van de oorzaken van armoede zijn. Met een integrale aanpak rondom armoede wordt gewerkt aan het doorbreken van deze vicieuze cirkel. Hierbij speelt het versterken van de samenhang van andere beleidsterreinen binnen het sociaal domein een belangrijke rol. De verschillende aspecten die samenhangen met armoede en waarin de verbinding moet worden gezocht, worden hieronder nader toegelicht. Aandacht wordt besteed aan de huidige situatie, waar zit de samenhang tussen een onderwerp als eenzaamheid en armoede, wat doet de gemeente al aan de integrale aanpak en wat is er nodig om het doel van het doorbreken van de vicieuze cirkel te bereiken?
4.2. Gezondheid Armoede en schulden hebben impact op de gezondheid van de inwoner. Door armoede is veelal sprake van een ongezonde leefstijl. Goedkoper voedsel is meestal ook ongezonder voedsel. Er is onder inwoners die leven in armoede meer sprake van overgewicht en volwassenen kampen vaker met chronische ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Daarnaast hebben armoede en schulden ook een significante impact op de mentale gezondheid van de inwoner. In het algemeen zijn inwoners met geldzorgen minder gelukkig en minder goed in staat om beslissingen te nemen op lange termijn. Geldzorgen is één van de vijf meest voorkomende bronnen van stress. Daar staat tegenover dat een
18
slechte gezondheid van invloed kan zijn op het doorlopen van onderwijs en de kansen op een baan, wat mogelijk leidt tot een lager inkomen. De zorgkosten van inwoners met een slechte gezondheid zijn bovendien hoog. Een en ander kan leiden tot (verergering van) financiële problemen.
4.2.1.Wat doen wij al en wat versterken wij?
Op het gebied van gezondheid zijn er verschillende initiatieven in ontwikkeling waar ook oog is voor de integrale aanpak. Zo is er vanuit het GALA (Gezond Actief Leven Akkoord) het project Voel je Goed! Het is een gezondheidstraject voor laaggeletterden die in 20 wekelijkse lessen aan een gezond gewicht werken. Verder wordt vanuit het GALA het project Life Goals georganiseerd. Vanuit Life Goals worden er wekelijks sportmomenten georganiseerd. Onder begeleiding van Maatschappelijke Sportcoaches kunnen deelnemers één of meerdere sportactiviteiten in de week volgen met aansluitend een gezamenlijk koffiemomentje. Het doel van de interventie Life Goals is dat deelnemers na deelname over voldoende sociale vaardigheden, zelfvertrouwen en sociale contacten beschikken om zelfstandig of met ondersteuning, naar behoefte te participeren in de samenleving. In geval van gezondheidsproblemen, zowel fysiek als mentaal, kunnen hulp- en zorgverleners in de wijken bij het sociaal gebiedsteam Voorne aan Zee vragen stellen en sparren over wat er nog meer mogelijk is in de ondersteuning die ze bieden aan alle inwoners van -9 maanden tot 100 jaar. Denk aan scholen en schoolmaatschappelijk werk, huisartsen en praktijkondersteuners voor jeugd en volwassenen, welzijn en jongerenwerkers, woningcorporatie, maatschappelijk werkers, Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), kerken, sportclubs of verenigingen.
Voor de professional is er het Open Social sociaal gebiedsteam waar professionals van het sociaal gebiedsteam en welzijn informatie met elkaar kunnen uitwisselen en gespreksgroepen kunnen starten. Verder worden maatschappelijke partners gestimuleerd om toe te werken naar een gezondheidsvaardige organisatie. Dat wil zeggen een begrijpelijke en toegankelijke organisatie voor iedereen, dat effect heeft op de gezondheid van onze inwoners. Hier zal blijvend aandacht voor zijn. Tevens is er oog voor inwoners die zorg weigeren. Deze inwoners worden gestimuleerd om hulp te accepteren.
4.2.2. Waar gaan wij op inzetten?
• Het bieden van trainingen gericht op
•
•
positieve gezondheid aan de professionals van het gebiedsteam. Positieve Gezondheid is een brede benadering van gezondheid, waarbij gezondheid omschreven wordt als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. Hierbij is aandacht voor verschillende leefgebieden en wordt gekeken naar de intrinsieke motivatie van een inwoner. Momenteel wordt het sportbeleid ontwikkeld. Eén van de aandachtspunten is het toegankelijk maken van sport voor bepaalde doelgroepen, zoals statushouders, laaggeletterden en voor inwoners met een lage sociaal-economische status en beperking. Er wordt komende tijd gewerkt aan laagdrempelige, zichtbare toegangen tot het sociaal domein op meerdere locaties in de wijken/dorpen.
4.3. Eenzaamheid Er is een sterke relatie tussen armoede en eenzaamheid. Inwoners in armoede of met schulden hebben vaak geen geld voor een sociaal netwerk of om mee te doen aan sociale activiteiten, wat leidt tot schaamte. Inwoners in armoede hebben meestal minder denkkracht en overzicht. Ze richten zich daarom meer op de korte termijn en kunnen vaak geen lange relaties onderhouden. Eenzame inwoners hebben vervolgens meer kans op armoede en financiële problemen omdat ze geen netwerk hebben om op terug te vallen. Vooral inwoners met een fysieke of psychische beperking, ouderen, LHBTIers, vluchtelingen en laaggeletterden voelen zich vaker eenzaam.
4.3.1. Wat doen wij al en wat versterken wij?
Binnen de gemeente is er veel aandacht voor eenzaamheid. Er is een signaalpunt tegen eenzaamheid waar een melding achtergelaten kan worden voor iemand die mogelijk eenzaam is. Na een melding wordt er gezocht naar passende ondersteuning. Daarnaast is er een signaleringskaart eenzaamheid om eenzaamheid te herkennen en zijn er ontmoetingspunten binnen de gemeente waar de welzijnspartijen diverse activiteiten organiseren. Verder wordt de fysieke toegang in de wijken en dorpen versterkt. Inwoners kunnen voor vragen rondom zorg en ondersteuning in hun eigen omgeving terecht waarmee de sociale cohesie in de wijk wordt versterkt.
19
4.3.2. Waar gaan wij op inzetten?
Aan de hand van de nota sociale basis wordt vanaf 2025 ingezet op sterke netwerken waar inwoners elkaar steunen waardoor problemen worden voorkomen en inwoners zelf of met behulp van hun netwerk de problemen en uitdagingen kunnen aanpakken. Daarnaast ondersteunt en faciliteert de sociale basis het informele netwerk, zoals mantelzorgers en vrijwilligers, en zet het in op het terugdringen van eenzaamheid. Inclusie en positieve gezondheid zijn de rode draad waarbij iedere inwoner kan meedoen en in staat is om met uitdagingen in het leven kan omgaan.
4.4. Laaggeletterdheid In de gemeente Voorne aan Zee is ongeveer 7% laaggeletterd. Een laaggeletterde kan moeite hebben met schrijven, lezen, rekenen, maar kan ook digitaal niet vaardig zijn. Omdat een laaggeletterde minder zelfredzaam is, is de kans op armoede groter en zijn ze vaker langdurig arm. Het is een kwetsbare groep die de weg vaak niet zelf weet te vinden.
4.4.1. Wat doen wij al en wat versterken wij?
De gemeente biedt zowel formele taaltrajecten als non-formele taaltrajecten aan laaggeletterden aan. Bij de formele taaltrajecten wordt toegewerkt naar een diploma en bij de non-formele trajecten ontvangt men een bewijs van deelname. Verder is er nog het nonformele aanbod bij de bibliotheek dat bestaat uit taalcursussen, maar ook digitale cursussen worden aangeboden, zoals een cursus Word/Excel of gebruik van een smartphone. Al het aanbod dat er is voor laaggeletterden valt onder het DigiTaalhuis. Dit is een samenwerkingsverband tussen de partners die laaggeletterden als doelgroep hebben. Het is van belang om het taalaanbod en de digitale cursussen onder de aandacht te blijven brengen van de inwoners. Dit is een continu proces. Om laaggeletterden te herkennen en het gesprek aan te gaan om deze laaggeletterden door te verwijzen naar het taalaanbod is eind 2024 een training herkennen en doorverwijzen georganiseerd voor een aantal gemeentelijke teams binnen het sociaal domein. Dit wordt in 2025 mogelijk uitgebreid naar andere teams die direct klantcontact hebben.
4.4.2. Waar gaan wij op inzetten?
• Er komt een extra bibliotheekvoorziening in het centrum van
•
20
Hellevoetsluis, waarmee we de sociaal-maatschappelijke diensten van de bibliotheek dichterbij de doelgroep kunnen brengen. Bij deze bibliotheek zal vooral ruimte zijn voor inloopmomenten en activiteiten. Vanaf 2025 wordt er gestart met een project Koken binnen je budget, waarin een groep deelnemers een gerecht kookt dat valt binnen een klein budget. Tevens wordt er gewerkt aan het verbeteren van de taal- en rekenvaardigheden.
4.5. Kinderen Specifieke aandacht is nodig voor kinderen in armoede. Onderwijs en scholing zijn van essentieel belang om armoede niet van generatie op generatie over te laten gaan. Kinderen in armoede stoppen vaak eerder met school en als deze kinderen wel naar school kunnen, hebben zij vaak een achterstand op kinderen uit welgestelde gezinnen. Dit heeft onder meer te maken met voeding en laaggeletterde ouders. Ook kunnen geldzorgen leiden tot chronische stress, angst en depressie bij zowel ouders als kinderen. Kinderen die in armoede opgroeien zijn vaker dan andere kinderen minder tevreden over de liefde, aandacht en steun die zij van hun ouders ontvangen9. Daarnaast is armoede vaak de oorzaak van onder meer ruzies, relatiebreuken, opvoedingsproblematiek en huiselijk geweld.
4.5.1. Wat doen wij al en wat versterken wij?
Ingezet wordt op Kansrijke Start. Kansrijke Start is een integrale aanpak die zich richt op een optimale start voor kinderen, vanaf de conceptie tot de leeftijd van 2 jaar. Deze aanpak erkent de cruciale rol van de eerste 1000 dagen in de ontwikkeling van een kind. Armoede kan invloed hebben op het welzijn van kinderen tijdens deze cruciale periode. Alle kinderopvangorganisaties ontvangen subsidie voor voorschoolse educatie (VE) aan peuters met een spraak- of taalachterstand. Op 9 locaties in onze gemeente wordt VE aangeboden. Voor ouders in de bijstand is het VE aanbod gratis. Naast de aangeboden taaltrajecten voor volwassenen is er een divers aanbod voor kinderen, zoals de voorleesexpres, voorleestas, kids en koffie enz. Vanaf 2025 heeft de gemeente de regierol bij de gezinsaanpak laaggeletterdheid. Bij de gezinsaanpak is het van belang dat de verbinding wordt gelegd tussen het aanbod voor volwassenen en het aanbod voor kinderen, zodat er aandacht is voor het gezin als geheel. De gezinsgerichte educatie van Stichting Push is hier een belangrijk onderdeel van. Push biedt diverse stappenprogramma’s waarin aandacht is voor educatieve ontwikkeling en interactie tussen ouder en kind. Ook is er aandacht voor de oudere jongeren. Push biedt aan hen individuele coaching waarin talenten en kwaliteiten worden versterkt en benut.
Er wordt samen met de jongere een plan opgesteld waarin een specifiek doel wordt bepaald. Een jongerenwerker is hierbij betrokken. Indien nodig wordt een jongere ongevraagd hulp geboden en wordt er doorverwezen naar maatschappelijk partners. Eveneens is er aandacht voor gezinnen. Het Sociaal Gebiedsteam is onder andere gericht op de ondersteuning van gezinnen. Er wordt gewerkt in multidisciplinaire teams bestaande uit jeugdhulpverleners en maatschappelijk werkers waarbij samenwerking is met onderwijs en gezondheidsprofessionals om kinderen in armoede goede ondersteuning te bieden. Er wordt een brede uitvraag gedaan waarbij alle leefgebieden worden uitgevraagd om te komen tot één plan voor één gezin.
4.5.2. Waar gaan wij op inzetten?
• Momenteel wordt er gewerkt aan een lokaal uitvoeringsplan, waarin
•
9
onderzocht wordt op welke leefgebieden er aandacht nodig is in geval van huiselijk geweld/kindermishandeling. Zo wordt het leefgebied financiën altijd uitgevraagd. Dit is één van de stressfactoren die huiselijk geweld/ kindermishandeling kan veroorzaken. Op alle voorscholen zal 2 uur per week voorschools maatschappelijk werk aangeboden/gesubsidieerd worden, dat een signalerende functie heeft.
Wiersma & Van der Kooi 2017
21
Hoofdstuk 5 5.
Derde Beleidslijn: Effectieve schuldenaanpak
De derde beleidslijn richt zich op de effectieve schuldenaanpak. Allereerst wordt het doel beschreven van deze beleidslijn en hetgeen wij willen bereiken. Vervolgens wordt beschreven wat er zoal gedaan wordt, wat versterkt wordt en op welke activiteiten nieuw wordt ingezet om het doel te bereiken. De schuldenaanpak is op dit moment continu in ontwikkeling waardoor de veranderingen op landelijk niveau elkaar snel opvolgen. Dit kan betekenen dat deze beleidslijn gedurende de looptijd van het beleidsplan moet worden aangepast aan de landelijke ontwikkelingen.
5.1. Wat willen wij bereiken Veel inwoners met geldproblemen schamen zich en hierdoor is hulp vragen moeilijk. Toch is het belangrijk om tijdig hulp te vragen want ogenschijnlijk kleine schulden kunnen snel oplopen tot problematische schulden. Wij richten er ons dan ook op om inwoners met schulden sneller in beeld te krijgen. De inzet van schulddienstverlening richt zich op het bieden van passende ondersteuning zodat de inwoner (weer) een financieel stabiele situatie krijgt en houdt. Goede preventie en nazorg spelen daarbij ook een belangrijke rol. Goede nazorg kan ook inhouden dat de inwoner op eigen verzoek langdurige of blijvende ondersteuning heeft. Het wettelijk kader daarbij is de Wgs die de gemeente allerlei verplichtingen oplegt in het kader van de schulddienstverlening. De vroegsignalering van (dreigende) problematische schulden is bijvoorbeeld in de wet expliciet vastgelegd als taak van de gemeente. Doordat inwoners met schulden sneller in beeld zijn willen wij bereiken dat zij door een effectieve schuldenaanpak meer mogelijkheden hebben om actief deel te nemen aan het sociale en maatschappelijke leven.
5.2. Schulddienstverlening Het schulddienstverleningstraject bestaat uit verschillende stappen. In bijlage 2 “werkproces schulddienstverlening model Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK)” staan de verschillende stappen van het huidige schulddienstverleningsproces. Het werkproces komt grotendeels overeen met het standaardmodel van de NVVK.
22
5.2.1. Wat doen wij al en wat versterken wij?
Iedere hulpvraag is anders. Het is daarom belangrijk om een breed pakket aan producten te hebben om de inwoner te ondersteunen. Hierdoor is het mogelijk om maatwerk te leveren. Er zijn verschillende instrumenten om inwoners met schulden te ondersteunen. Daarnaast zijn naast de gemeente verschillende organisaties bij de schulddienstverlening betrokken. Ook is er aandacht voor de verschillende doelgroepen. 5.2.1.1. Producten schulddienstverlening Adviesgesprek Bij een adviesgesprek wordt er informatie en advies gegeven over het bereiken van een duurzaam financieel evenwicht. Zonodig wordt de inwoner doorverwezen naar derden. Budgetbeheer Budgetbeheer helpt de inwoner om de financiële zaken op orde te krijgen en te houden. De budgetbeheerder beheert het inkomen en zorgt dat de vaste lasten worden betaald. Het doel is dat de inwoner op termijn weer financieel zelfredzaam is. Budgetbeheer kan worden ingezet als passende aanpak of als onderdeel van de schulddienstverlening zelf. Budgetcoaching De budgetcoach is iemand die de inwoner helpt met zijn financiële huishouding. De budgetcoach heeft een belangrijke rol tijdens het schulddienstverleningstraject. Door middel van budgetcoaching worden inwoners geholpen bij de financiële administratie ter verbetering van de financiële gezondheid en zelfredzaamheid.
Onderzocht wordt of budgetcoaching ook op een laagdrempelige manier, buiten de schulddienstverlening, ingezet kan worden, bijvoorbeeld voor jongeren. Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (Msnp) De minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (Msnp) wordt in de praktijk ook wel minnelijk traject genoemd. Het traject is voor inwoners met problematische schulden waarin wordt geprobeerd om met de schuldeisers een afkoopregeling te treffen tegen finale kwijting zonder tussenkomst van de rechter. Wettelijk schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) De wettelijk schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) is een wettelijke regeling op basis van de Faillissementswet voor inwoners met
problematische schulden. Er moet via de rechtbank een verzoek worden ingediend tot toelating tot de Wsnp. Zowel voor het minnelijk traject als de wettelijke schuldsanering is de looptijd doorgaans 18 maanden (1,5 jaar). Dit korte traject, voorheen was het 3 jaar (36 maanden), biedt de inwoner sneller uitzicht op een schuldenvrije toekomst. Anderzijds betekent dit wel dat er minder tijd is om de inwoner goed te ondersteunen en te begeleiden op weg naar meer financiële zelfredzaamheid. Enkele cijfers In de periode januari tot en met juni 2024 hebben 143 inwoners zich bij schulddienstverlening aangemeld voor ondersteuning. Van deze 143 dossiers zijn 92 dossiers inmiddels alweer afgesloten. In dezelfde periode in 2023 meldden 103 inwoners zich bij schulddienstverlening voor hulp. Op dit moment zijn er geen cijfers beschikbaar over de inzet van de verschillende schulddienstverleningsproducten. Het is wenselijk om inzicht te krijgen in welke producten worden ingezet om de inwoner te ondersteunen. Er is daarom een dashboard in ontwikkeling waardoor er meer stuurinformatie beschikbaar komt waardoor er aan de hand van indicatoren beter gemonitord kan worden en er meer grip komt op schulddienstverlening. Hiermee wordt een belangrijke en gewenste verdiepingsslag gemaakt. 5.2.1.2.