Ingekomen stukken raad 3 oktober 2023
Tekst van het document
Economisch Vestigingsklimaat– Revitalisering van bedrijventerreinen Vlaardingen hecht er waarde aan de revitalisering van haar bedrijventerreinen voort te zetten, om door 'schoon, heel en vooral veilig' goed gebruik van de terreinen te stimuleren en te ontwikkelen. Wij doen dit in samenwerking met ons goed georganiseerde bedrijfsleven. Wij waarderen de inzet van de MRDH hierop en verwachten dat dit leidt tot een gezamenlijke visie op de kansen en mogelijkheden van de Hoekse Lijn voor de regio. Reactie algemeen bestuur Wij zijn blij dat u onze inzet waardeert. Ook wij zien kansen om bedrijventerreinen te revitaliseren en beter te benutten. Dit doen we uiteraard graag samen met u en de andere gemeenten binnen de metropoolregio. Vervoersautoriteit – Structurele verhoging van BDU Wij waarderen de samenwerking die er binnen de MRDH op het gebied van de Vervoersautoriteit is. Het is prettig om terug te kunnen vallen op regiopartners die net als Vlaardingen het doel hebben om de regio zo goed mogelijk bereikbaar te houden. Dat kan via de auto, via het Openbaar Vervoer of via de fiets. Voor het fietsverkeer blijft Vlaardingen extra aandacht bepleiten. Ten aanzien van de financiële basis die gevormd wordt door de Brede Doel Uitkering van het Rijk merken we op dat we structurele verhoging passend achten en de initiatieven die zulks kunnen bewerkstelligen van harte ondersteunen.
Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur onderschrijft uw zienswijze. Langs de lijnen van de zes opdrachten uit de Strategische Agenda is een lobbyagenda opgesteld inclusief extra lobbyfocus voor de verhoging van de BDU-gelden. Met de komst van de vervroegde landelijke verkiezingen is ook extra lobbykracht bijgezet m.b.t. de BDU. Politieke partijen zijn nadrukkelijk gewezen op de belangen en het structureel verhogen van de BDU. We hebben namelijk een robuust en duurzaam mobiliteitssysteem nodig om nieuwe woningen te ontsluiten, de klimaatdoelen te bereiken en een stap te zetten in brede welvaart. Demografische groei, toenemende kosten voor beheer en onderhoud en nieuwe opgaves om de inwonersgroei te kunnen faciliteren vragen het uiterste van onze vervoerregio. De lobbyboodschap is dan ook weer meer financiële slagkracht te krijgen om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen in mobiliteit. Vervoersautoriteit – Tramlijn 24 doortrekken naar binnenstad Het is wenselijk dat de MRDH onderzoek doet of de tramlijn 24 doorgetrokken kan worden naar de binnenstad, zodat: (1) er een goede verbinding ontstaat tussen de Holy, Ambacht en de binnenstad, (2) centrumbewoners eenvoudiger kunnen reizen naar het noorden van Vlaardingen. In dit onderzoek worden in ieder geval de woningbouwambities van Vlaardingen meegewogen in de keuze of Tramlijn 24 doorgetrokken wordt. Pagina 26 van 35
Reactie algemeen bestuur Uw verzoek om te onderzoeken of tramlijn 24 kan worden doorgetrokken nemen we mee bij de verdere uitwerking van de strategische agenda. We zien in uw verzoek nu geen aanleiding om de begroting aan te passen. Vervoersautoriteit – Tramlijn 4 en 8 behouden De gemeente verzoekt tramlijnen 4 en 8 volledig te behouden gelet op het belang van deze tramlijnen als onderdeel van het openbaar vervoer binnen de regio. Reactie algemeen bestuur U doet een suggestie over het Plan Toekomstvast tramnet. Deze suggestie is meegewogen in de besluitvorming over dit plan, die juli 2023 in de BcVa heeft plaatsgevonden. Daarbij is het volgende besloten: ➢ tramlijn 4 blijft rijden naar de Molenlaan in Hillegersberg. Hillegersberg-Noord en -Zuid behouden hiermee de rechtstreekse verbinding naar het centrum. Door de ritten te verdelen over de tracés naar de Molenlaan en naar de Kleiweg ontstaan passende frequenties bij de te verwachten vervoervraag. ➢ tramlijn 8 in Rotterdam-west (Spangen) blijft behouden maar met een lagere frequentie, alsmede wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de bereikbaarheid middels het OV van de Nieuwe Binnenweg en op marktdagen van in Delfshaven alsnog te waarborgen.
Vervoersautoriteit – Toekomstvast Tramnet In het kader van de realisatie van het plan Toekomstvast Tramnet ook het doen van onderzoek naar het doortrekken van tramlijn 24 budgettair mogelijk te maken in de begroting 2024 van MRDH. Reactie algemeen bestuur Uw verzoek om te onderzoeken of tramlijn 24 kan worden doorgetrokken nemen we mee bij de verdere uitwerking van de strategische agenda. We zien in uw verzoek nu geen aanleiding om de begroting aan te passen. Economisch Vestigingsklimaat – Stimulering toekomstbestendige economie De gemeente Vlaardingen onderschrijft de gestelde doelen ten aanzien van het stimuleren van een toekomstbestendige economie en ziet voldoende perspectief in het voorgestelde ondersteuningsprogramma voor de doorontwikkeling van Vlaardingen Mbo-stad. Ook met de doelen en programma's voor het vernieuwen van werklocaties kunnen wij instemmen. De doelen en programma's sluiten goed aan bij onze prioriteiten en de regionale afstemming en ondersteuning van de MRDH is te waarderen. Wij kijken uit naar een verdere continuering van onze samenwerking. Reactie algemeen bestuur Goed om te horen dat u de doelen van de opdrachten Toekomstbestendige economie en Vernieuwen van Werklocaties onderschrijft. Ook wij kijken uit naar een verdere continuering van onze samenwerking.
Algemeen – Adviescommissies Tot slot vragen wij uw extra aandacht voor de rol en positie die adviescommissies kunnen vervullen en voor de wijze waarop gericht invulling wordt gegeven aan de, in de WGR-aanpassing in 2022, aangescherpte actieve informatieplicht. Wij bepleiten een spoedige vertaling van die transformatie, zodat in de volgende cyclus van zienswijzeformulering op de ontwerpbegroting 2025 al voortgang op dit gebied is geboekt. Reactie algemeen bestuur Pagina 27 van 35
Samenwerken maakt sterker en zeker in onze metropoolregio. Binnen de evaluatie heeft ook bestuurlijke samenwerking een plek. De adviescommissies worden ook hierin betrokken conform de geoptimaliseerde manier van werken binnen de adviescommissies. Daarnaast loopt op dit moment de wijzigingsprocedure van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH, dit naar aanleiding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke Regelingen. De MRDH kent al een verplichting tot actieve informatieplicht in haar GR. Deze is nu conform het wettelijk vereiste verder gespecifieerd met de wijze waarop de raden worden geïnformeerd. Ook is nu een aantal documenten waarop in ieder geval de actieve informatieplicht van toepassing is (volgens de bestaande werkwijze van de MRDH) expliciet benoemd en staan opgenomen in het concept van de wijziging Gemeenschappelijke Regeling. De wijziging van de GR ligt ter zienswijze bij de gemeenteraden van 11 september tot en met 13 november. Na de zienswijzeperiode dient de definitieve gewijzigde GR door alle 21 bestuursorganenen mee ingestemd te worden, waarna de aangepaste GR uiterlijk voor 1 juli 2024 in werking dient te treden. Voorne aan Zee Algemeen Geen zienswijze ingediend. Reactie algemeen bestuur Wassenaar Financiën – Instemmen met de inwonersbijdrage
Met uw brief van 20 april jl. nodigt uw bestuur ons uit om onze zienswijze naar voren te brengen op de ontwerpbegroting MRDH 2024. Hierbij ontvangt u onze reactie. Uit de door u voorgelegde ontwerpbegroting 2024 blijkt dat het indexcijfer voor de materiële kosten van 12,2% neerwaarts wordt bijgesteld naar 4,9%. Op basis van deze aangepaste indexeringsmethode stijgt de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat van € 2,82 voor de begroting 2023 met € 0,15 naar € 2,97 voor de begroting 2024. Voor de gemeente Wassenaar betekent dit een totaal bedrag van € 80.505. Na bijraming door de gemeente Wassenaar past de voorgestelde aanpassing binnen de gemeentelijke begroting. De gemeente Wassenaar kan dan ook instemmen met de bewonersbijdrage van € 2,97 per inwoner. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw instemmende reactie. De opgave van de MRDH De gemeente Wassenaar waardeert de wijze waarop het bestuur van de MRDH vanuit haar opgave invulling geeft. Zo heeft het bestuur van de MRDH tot doel om in de bereikbaarheid te investeren om de inwonersgroei in de regio te faciliteren, toekomstbestendige economie stimuleren, actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren, vernieuwen van werklocaties, versterken van regionale mobiliteitsnetwerk.
Verder zal de MRDH zich met prioriteit inzetten op een toekomstbestendig herstel van het openbaar vervoer ten gevolge van de Coronacrisis. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor de uitgesproken waardering en werken graag met u en de overige MRDH-gemeenten verder samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie van de regio. Het herstel van het openbaar vervoer is en blijft een prioriteit voor MRDH. Financiën – Overheadkosten en de Vennootschapsbelasting De gemeente Wassenaar vraagt uw bestuur om aandacht te besteden aan de volgende punten: Pagina 28 van 35
o 1. Overheadkosten In de kadernota op pagina 7 staat de verhouding (€ 2.470.100/ € 6.819.230) om de Apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat te duiden. Echter, op pagina 40 van de Ontwerpbegroting 2024 komt het bestuur van de MRDH met een andere verdeelsleutel namelijk: van de totale inwonerbijdrage van € 7.278.783, wordt € 1.571.851 ingezet voor overhead. Aangezien er van twee verschillende verdeelsleutels gebruik wordt gemaakt is het voor de gemeente Wassenaar lastig te doorgronden. Verder acht de gemeente Wassenaar het van belang om de overheadkosten zo laag mogelijk te houden zodat deze bedragen ten goede komen in de uitvoering van de uitvoerende kosten. o 2. Vennootschapsbelasting De Rijksbelastingdienst heeft de jaren 2018, 2019 en 2020 inmiddels conform de afgesproken bestendige gedragslijn afgehandeld. De hernieuwde aanslagen zijn inmiddels ontvangen. Dit betekent dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met een structurele afdracht van € 1,75 miljoen per jaar en dit bedrag dus beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in de regio. Er is geen inzicht gegeven wat er conform de afgesproken gedragslijn met de Rijksbelastingdienst is afgesproken. Wat hield deze bestendige gedragslijn concreet in voor de te betalen Vennootschapsbelasting over de jaren 2018 tot en met 2020? Wat is er precies vrijgevallen en wat is er gereserveerd?
Reactie algemeen bestuur 1. Overheadkosten Over de apparaatslasten is bij de start van de MRDH afgesproken dat van de toenmalige inwonerbijdrage voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat van € 2,45 maximaal 1 euro (prijspeil 2015) aan apparaatslasten mocht worden besteed. Dat is 41% van de totale inwonerbijdrage. De cijfers op pagina 7 van de kadernota waar u naar verwijst zijn opgenomen ter vergelijking om aan te geven waar de MRDH wat dat betreft staat op grond van peilmoment begroting 2023. Dat percentage betreft afgerond 36% en valt daarmee binnen de bestaande afspraken. De maximale 41% is op grond van de kadernota ook het kader voor de begroting 2024. U verwijst daarnaast naar pagina 40 van de ontwerpbegroting 2024. Hier wordt aangegeven hoeveel van de inwonerbijdrage wordt besteed aan overhead, dat is één van de onderdelen van de apparaatslasten. Op grond van wettelijke voorschriften dient de overhead apart van de programma’s te worden verantwoord. Daarom wordt een deel van de apparaatslasten verantwoord binnen het programma economisch vestigingsklimaat (directe personele kosten) en een deel binnen een apart overzicht voor de overhead (hoofdstuk 3.2). Het totaal hiervan staat opgenomen op pagina 59 van de begroting, binnen de paragraaf bedrijfsvoering.
Die totale apparaatslasten bedragen voor 2024 € 2,6 miljoen ten laste van de inwonerbijdrage economisch vestigingsklimaat. In de ontwerpbegroting 2024 bedragen de totale apparaatslasten (inclusief overhead) 36% van de inwonerbijdrage. In de definitieve begroting 2024 bedraagt dit percentage 37% vanwege de verwerking van de actuele cao. Dit valt nog ruim binnen de maximale 41%. 2. Vennootschapsbelasting Met de Belastingdienst is de afspraak gemaakt dat de MRDH een cost-plus methode mag toepassen voor de berekening van de heffing voor de vennootschapsbelasting. De treasury activiteit wordt uitgedrukt in geld en hier wordt de cost-plus van 5% op toegepast. Over dit bedrag betaalt de MRDH dan vennootschapsbelasting. Dit komt neer op maximaal € 1.000 per jaar. Er is geen sprake van vrijval. De eerdere betalingen van de (hogere) voorlopige aanslagen van de Belastingdienst zijn via de balans verwerkt, Pagina 29 van 35
zonder de begroting (exploitatie) te raken. De definitieve aanslagen (maximaal € 1.000 per jaar) worden vanaf 2022 als kosten geboekt. Vervoersautoriteit – Leefbaarheid en aantrekkelijkheid MRDH Voor de gemeente Wassenaar is het behoud van de leefbaarheid en open ruimte in de regio binnen de verstedelijkingsopgave essentieel zodat het voor een ieder in de regio prettig wonen, werken en recreëren blijft. De gemeente Wassenaar met haar groene karakter speelt daarbij in de regio een cruciale rol. Door behoud van het groen en de fysieke leefomgeving op een duurzame wijze in te richten, wordt de leefbaarheid en daarmee de aantrekkelijkheid van de regio gewaarborgd. Reactie algemeen bestuur In de Strategische Agenda 2023-2026 hebben we met elkaar uitgesproken dat we blauw en groengebieden in een aantal gemeenten, waaronder de gemeente Wassenaar, koesteren. De groenblauwe leefomgeving is erg belangrijk voor de kwaliteit van ons economisch vestigingsklimaat; onze natuur- en recreatiegebieden dragen bij aan een prettig vestigingsklimaat in deze drukke metropoolregio. De MRDH zet zich de aankomende vier jaar daarom nadrukkelijker in om de bereikbaarheid van en naar de natuur- en recreatiegebieden te verbeteren. Dit doen we door actieve en/of collectieve vormen van mobiliteit te stimuleren.
Daarbij werken we samen met de provincie Zuid-Holland en recreatieschappen die verantwoordelijk zijn voor investeringen in en het beheer van groenblauwe gebieden.
Westland Algemeen – Uitnodiging kenbaar maken zienswijze De gemeenteraad van Westland is per brief van 20 april 2023 uitgenodigd een zienswijze kenbaar te maken op de Ontwerpbegroting MRDH 2024. Hierbij doen wij u namens de gemeenteraad van Westland onze reactie toekomen. Allereerst veel dank voor het opstellen van de Ontwerpbegroting. Het is al met al een lijvig document waarvoor ongetwijfeld veel werk is verzet. Het stuk geeft de vele projecten goed weer en we zien de Westlandse projecten en aanvragen op de juiste manier terugkomen in de begroting. Vanuit de gemeente Westland hebben we een aantal aandachtspunten en vragen. Hieronder zetten wij die uiteen. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw reactie en zijn blij dat u zich herkent in de opgenomen projecten. Graag werken wij met u en de overige MRDHgemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie van de regio. Wij gaan hierna op uw aandachtspunten en vragen in. IPVa Het IPVa geeft gemeenten de mogelijkheid om een financiële bijdrage te vragen voor kleine projecten. In de basis zijn we tevreden dat deze mogelijkheid er is. Tegelijkertijd merken we dat de praktijk weerbarstig is. Door de strakke voorwaarden is het, zeker voor kleinere gemeenten, vaak niet mogelijk om aanspraak te maken op een subsidie.
Dit komt door de voorwaarde dat een project waarvoor een bijdrage is gevraagd, binnen één jaar moet zijn uitgevoerd. Ook voor een wat grotere gemeente als Westland, is dit niet eenvoudig door beperkte capaciteit naast al zoveel andere taken. Hierdoor komen minder projecten van de grond. We willen u nadrukkelijk vragen om de voorwaarden voor het aanvragen van een bijdrage van de IPVa te versoepelen, bijvoorbeeld door de uitvoeringstermijn te verruimen naar drie jaar. We horen graag uw reactie op dit punt. Pagina 30 van 35
Reactie algemeen bestuur De vraag betreft de voorwaarden vanuit de Subsidieverordening. Een van de voorwaarden is dat na het verlenen van een subsidie, de subsidieontvanger binnen 1 jaar moet starten met de realisatie. Er is geen einddatum voor wanneer het project opgeleverd moet zijn. Gemeenten geven bij de aanvraag zelf indicatief aan hoe lang een project duurt. IPVa In het verlengde hiervan zien we dat er daardoor elk jaar geld overblijft in het IPVa. Dit geld wordt echter niet meegenomen naar het volgende jaar, maar gebruikt om tegenvallers bij andere posten op te vangen. Geld dat bedoeld is voor kleinere projecten wordt daarmee uiteindelijk niet ingezet waarvoor het wel beoogd is en dat is jammer. We willen dat dit verandert en dat overgebleven middelen in het IPVa beschikbaar blijven voor het IPVa en meegenomen kunnen worden naar het volgende jaar. Reactie algemeen bestuur Sinds de oprichting van de MRDH is er nog geen overschrijding geweest van het subsidieplafond van het programma Kleine projecten, en is er ook geen aanleiding geweest om dat plafond te verhogen. Het doorschuiven van middelen naar het programma Kleine projecten is daarmee wat ons betreft niet de meest effectieve inzet van de beschikbare middelen.
Jaarlijks wordt in de decembervergadering van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit een overzicht gegeven van de onderschrijdingen en wordt een voorstel gedaan hoe middelen elders kunnen worden ingezet of terugvallen naar het fonds BDU. Economisch Vestigingsklimaat We zijn content met de aanpak om de samenwerking tussen mbo- en hbo-campussen en tussen campussen te stimuleren. We merken wel op dat de begeleidende tekst bij de verschillende projecten van Economisch Vestigingsklimaat bijzonder ingekaderd is en alleen ingaat op het project zelf. We missen daarin de verbinding met de grotere lijnen uit de Strategische Agenda. Hoe dragen de projecten bijvoorbeeld bij aan de toekomst van de glastuinbouw? Dat wordt nu niet duidelijk en de algemener geformuleerde doelstellingen uit de Strategische Agenda worden hierdoor niet concreet. We willen in het bijzonder de belangrijke positie van de glastuinbouw benadrukken. Deze sector is uitermate groot in de MRDH-regio en vervult een zwaarwegende rol in de economische kracht en werkgelegenheid van de regio. We zien graag dat in de begroting ruimte komt voor duiding hoe de middelen bijdragen aan gebieden met een belangrijk economisch belang, zoals het glastuinbouwcluster in Westland en Oostland, maar ook de Rotterdamse haven, BioScience en het securitycluster in Den Haag.
Reactie algemeen bestuur We zijn blij dat u zich kunt vinden in de aanpak tussen mbo- en hbo-campussen en tussen campussen te stimuleren. De doelen die in de Strategisch Agenda benoemd zijn voor de twee opdrachten van Economisch Vestigingsklimaat worden momenteel in uitvoeringsplannen nader uitgewerkt. De contouren van deze uitvoeringsplannen zijn in juli 2023 in de bestuurscommissie EV besproken. De uitvoeringsplannen zullen in de tweede helft van het jaar gereed zijn en bestuurlijk vastgesteld worden. Bij de uitwerking van de uitvoeringsplannen is ook aandacht voor activiteiten en projecten die bijdragen aan de toekomst van de glastuinbouwsector (Greenport West-Holland). De glastuinbouw (Greenport West-Holland) is benoemd als één van de belangrijke economische clusters van de regio. De financiële middelen van Economisch Vestigingsklimaat kunnen dan ook ingezet worden om activiteiten en projecten in dit cluster te financieren als deze bijdragen aan de benoemde doelen, voortbouwend op en in lijn met de bijdragen die de afgelopen jaren zijn gedaan. Pagina 31 van 35
Verbeteren bereikbaarheid van top-werklocaties Op het snijvlak van economisch vestigingsklimaat en bereikbaarheid hebben we een belangrijk punt dat we vanuit Westland aandragen. We willen dat er komend jaar stappen worden gemaakt naar een beter bereikbaar Westland, vooral gericht op het bereikbaarder maken van economische top-werklocaties voor talent uit de regio. In Westland horen we geregeld van onze (grote) bedrijven dat zij werknemers mislopen doordat een aantal plekken in onze gemeente bijzonder slecht te bereiken is met het OV. Het gaat dan om bedrijven met veel werknemers, die zich op een lastig te bereiken locatie bevinden. Een oplossing voor de korte termijn is het mogelijk maken van kleinschalig (maatwerk)vervoer naar grote bedrijven, waarbij met hen wordt samengewerkt. Het is voor hen een uitkomst als er kleinschalig vervoer is dat werknemers bij OV-knooppunten ophaalt en direct naar het bedrijf brengt. In Silicon Valley wordt dit veel gebruikt. Het worden in de volksmond ‘Google buses’ genoemd. Op onze navraag hebben Westlandse bedrijven al aangegeven hier grote meerwaarde in te zien. Door de schaal en complexiteit lukt het hen echter niet dit te laten slagen. We vragen u dit op te pakken, waarbij we denken aan een financiële bijdrage aan een pilot of project ter verbetering hiervan.
Reactie algemeen bestuur In de Strategische Agenda is het belang van de bereikbaarheid van economische toplocaties nogmaals onderkend. De MRDH kent daarnaast al een regeling rond maatwerkvervoer waarbij de MRDH met de gemeenten samenwerkt. We adviseren de gemeente om met de MRDH in overleg te gaan over de eventuele mogelijkheden van maatwerkvervoer om zo de bereikbaarheid van de genoemde locaties te verbeteren. De voorwaarden daarvan zijn beschreven in de Subsidieverordening onder paragraaf 3.2 Subsidies voor maatwerkvoorzieningen openbaar vervoer. Prijsstijgingen in relatie tot de uitvoering van infrastructurele projecten We zien dat de prijzen stijgen als gevolg van inflatie, stijging van de grondstofprijzen en krapte op de arbeidsmarkt. Dit is voor ons een belangrijk zorgpunt, waarvoor we geen aandacht zien in de begroting. Hoe gaat de MRDH om met deze prijsstijgingen? En wat betekent dit, bijvoorbeeld, voor infrastructurele projecten waarvan de bijdragen van de MRDH al zijn beschikt of binnenkort worden vastgesteld? Komen hierdoor projecten in de knel? Als blijkt dat door de prijsstijgingen verschillende projecten niet kunnen worden uitgevoerd, willen we dat dit evenredig over de MRDH-gemeenten wordt verdeeld. Reactie algemeen bestuur Wij hebben nog geen signalen ontvangen dat projecten niet kunnen worden uitgevoerd vanwege prijsstijgingen.
Subsidies worden verleend op basis van minimaal een definitief ontwerp. Daarmee wordt de periode tussen aanvraag van een subsidie en start van de werkzaamheden zo beperkt mogelijk gehouden en daarmee ook het risico op prijsstijgingen. Een subsidie wordt verleend met 10% onvoorzien en is gemaximeerd. Binnen de programma’s Kleine Projecten, OV versnellingsmaatregelen, MFR en R-net is er nog geen sprake van overschrijding van de beschikbare budgetten. Voor Kleine projecten geldt dat het budget jaarlijks tot aan het plafond kan worden benut. Financieel – Indexering BDU Verder willen we graag van u weten in hoeverre er rekening wordt gehouden met de mate van indexering van de Brede Doeluitkering gelden (BDU) door het Rijk.
Pagina 32 van 35
Reactie algemeen bestuur De BDU middelen worden in de MRDH begroting opgenomen op basis van het verwachte prijspeil van een jaar ervoor. In het begrotingsjaar zelf vindt bijstelling naar het werkelijke prijspeil plaats op basis van de beschikking van het Rijk die in het begrotingsjaar wordt ontvangen. Financiële situatie in het OV-landschap Tot slot geven we u mee dat wij met zorg de financiële situatie in het OV-landschap volgen. We gaan er vanuit dat de MRDH hier verstandig in handelt. Reactie algemeen bestuur De zorg wordt uiteraard herkend. MRDH voert met medeoverheden een actieve lobby voor structureel meer geld voor het voorzieningenniveau van het openbaar vervoer. De MRDH handelt hiernaar en legt vanuit dat oogpunt voorstellen neer ter besluitvorming in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit en/of het Algemeen Bestuur. Daarnaast informeren wij de Bestuurscommissie en de Adviescommissie over relevante ontwikkelingen. Alle vervoerders hebben te maken met hoge- en stijgende kosten en het effect van de coronacrisis. Daarom wordt met alle vervoerders gesproken over hoe we hier mee om moeten gaan. Alle vervoerders hebben inmiddels voorstellen gedaan om voor de kortere en langere termijn kwalitatief goed en kostenefficiënt openbaar vervoer te bieden. Dat is nodig want het OV heeft een sleutelrol bij tal van maatschappelijke opgaven.
Bij de uitwerking van de Strategische Agenda zullen we daarnaast een nieuwe integrale mobiliteitsvisie op gaan stellen om zo te werken naar robuust en toekomstvast OV voor onze regio. Tot slot Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende inzicht te hebben gegeven in onze visie op de Ontwerpbegroting MRDH 2024 en vertrouwen erop dat onze aangedragen punten worden opgepakt dan wel goed worden verwerkt in de definitieve versie van de begroting. Reactie algemeen bestuur Wij bedankten u nogmaals voor uw reactie. Wij verwijzen verder naar de beantwoording van uw zienswijze. Zoetermeer Algemeen Met uw brief van 20 april 2023 informeert u ons over de gelegenheid die u biedt om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting MRDH 2024 van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Met de nieuwe nog vast te stellen- strategische agenda worden 4 opgaven en zes daaruit volgende opdrachten centraal gesteld. Deze zijn met deze ontwerpbegroting financieel vertaald naar de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer, en het programma Economisch vestigingsklimaat. Hieronder schetsen wij per programma onze zienswijze.
Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw reactie en werken graag met u en de overige MRDH-gemeenten verder samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie van de regio. Dat doen we op basis van de nieuwe Strategische Agenda 20232026 die wij op 26 mei jl. hebben vastgesteld.. Hierna gaan we op uw specifieke zienswijzen in. Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Pagina 33 van 35
Met tevredenheid stellen we vast dat in de ontwerpbegroting rekening wordt gehouden met een aantal voorname vervoersopgaven waaronder de doorontwikkeling HOV Leiden- Zoetermeer en de doorontwikkeling HOV Zoetermeer-Rotterdam. Wel spreken we onze zorg uit over de houdbaarheid van goede regionale OV-bereikbaarheid in het licht van achterblijvende vervoerswaarde en financiële risico’s als gevolg van onder meer loonstijgingen en prijsstijgingen voor energie en materieel bij regionale vervoersbedrijven. Dit enerzijds ingegeven door het feit dat de MRDH als concessieverlener risicodragend is voor beheer en onderhoud van infrastructuur en railvoertuigen, maar anderzijds ook door de constatering dat de BDU-gelden onvoldoende meestijgen met de oplopende kosten. We verzoeken u hierover in gesprek te blijven met het Rijk om deze risico’s beheersbaar te houden. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur onderschrijft uw zienswijze. Langs de lijnen van de zes opdrachten uit de Strategische Agenda is een lobbyagenda opgesteld inclusief extra lobbyfocus voor de verhoging van de BDU-gelden. Met de komst van de vervroegde landelijke verkiezingen is ook extra lobbykracht bijgezet m.b.t. de BDU. Politieke partijen zijn nadrukkelijk gewezen op de belangen en het structureel verhogen van de BDU.
We hebben namelijk een robuust en duurzaam mobiliteitssysteem nodig om nieuwe woningen te ontsluiten, de klimaatdoelen te bereiken en een stap te zetten in brede welvaart. Demografische groei, toenemende kosten voor beheer en onderhoud en nieuwe opgaves om de inwonersgroei te kunnen faciliteren vragen het uiterste van onze vervoerregio. De lobbyboodschap is dan ook weer meer financiële slagkracht te krijgen om de noodzakelijke investeringen kunnen te doen in mobiliteit.
Programma infrastructuur verkeer en openbaar vervoer We constateren samen met u dat de meerjarige investeringsruimte ontoereikend blijkt voor de realisatie van de geambieerde plannen. De voorziene groei van de metropoolregio met circa 400.000 nieuwe inwoners in de komende jaren vormt een forse opgave op het gebied van duurzame verstedelijking. Uit de door u geschetste opgaven en opdrachten op het gebied van verkeer en openbaar vervoer wordt helder hoe mobiliteit is gepositioneerd als katalysator voor duurzame groei. Het parallel versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk en inzetten op een mobiliteitstransitie van auto naar actief en collectief vervoer onderkennen we als zowel noodzaak en doelstelling. De bovenstaande opgaven in relatie tot de ontoereikende investeringsruimte baart ons daarom zorgen. We zien het als een wezenlijke opdracht om als metropoolregio, samen met andere publieke partners waaronder de provincie Zuid-Holland en de VNG op te trekken richting het Rijk en de Europese Unie (CEF & EFRO) voor aanvullende dekking. Reactie algemeen bestuur Ook deze zienswijze onderschrijven wij. Voor onze lobby agenda voor verhoging van de BDU middelen verwijzen we naar onze vorige reactie. Verder onderschrijven wij de ambitie om met onze partners te kijken naar mogelijkheden van een financiële bijdrage voor onze projecten door het rijk en de Europese Unie.
Als het gaat om EU-subsidie, is de MRDH deelnemer van de werkgroep RAEF (Regionale afwegingskader Europese Fondsen). Doel van de werkgroep is om zoveel mogelijk middelen uit de EU begrotingsperiode te benutten. De provincie Zuid-Holland houdt mede hiervoor een call kalender bij, waarin wordt aangegeven voor welke Europese fondsen er wanneer een aanvraag kan worden gegaan. In de werkgroep worden de kansen uit de call kalender besproken. Binnen de MRDH is er ook een werkgroep van gemeenten over EU-subsidies. Hier worden ervaringen uitgewisseld en wordt de call kalender besproken. In de praktijk heeft dat nog niet tot gezamenlijke aanvragen geleid. Op deze wijze zetten we gezamenlijk in op het vinden van aanvullende dekking om de ambities uit de Strategische Agenda te verwenzelijken.
Pagina 34 van 35
Programma Economisch Vestigingsklimaat In navolging van het rekenkameronderzoek naar de effectiviteit en legitimiteit van de samenwerking in de Metropoolregio op het gebied van versterking van de regionale economie, onderschrijven we de aanbeveling van de rekenkamer om de uitvoerende functie te herzien. Conform uw bestuurlijke reactie op dit rapport wordt in navolging van de conclusies en aanbevelingen de bijdrageregeling EV dit jaar herzien. We verzoeken u om onze raad adequaat en tijdig te betrekken bij het vormgeven hiervan, te meer als dit consequenties heeft voor de nu voorliggende ontwerpbegroting. Reactie algemeen bestuur Vanuit Economisch Vestigingsklimaat worden de mogelijkheden om het financieel instrumentarium aan te passen onderzocht met als doel een instrumentarium dat doelmatiger bijdraagt aan de doelen van de Strategisch Agenda. Hiertoe heeft een interne analyse plaatsgevonden en vindt momenteel een externe analyse plaats onder gemeenten. Gemeente Zoetermeer wordt ook actief in dit traject betrokken. Op basis van de interne en externe analyse, en de aanbevelingen van het Rotterdamse Rekenkameronderzoek, worden in het najaar van 2023 uitgangspunten vastgesteld door de bestuurscommissie EV. Dit wordt vervolgens uitgewerkt tot een voorstel voor hervorming van het financieel instrumentarium.
Pagina 35 van 35
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Inhoudsopgave Inleiding5 Leeswijzer7 Hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw begroting MRDH
8
Hoofdstuk 2 Begrotingsprogramma’s
14
2.1 2.1.1 2.1.1.1 2.1.1.2 2.1.1.3 2.1.1.4 2.1.2
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem Wat gaat het kosten?
14 15 15 17 21 24 26
2.2 2.2.1 2.2.1.1 2.2.1.2 2.2.1.3 2.2.2
Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Wat gaat het kosten?
30 31 31 32 33 35
2.3 2.3.1 2.3.1.1 2.3.1.2 2.3.2
Programma Economisch Vestigingsklimaat Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Wat gaat het kosten?
37 37 37 39 41
2
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting 43 3.1 3.2 3.3
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
5.1 5.2 5.3
Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting
43 44 46
Hoofdstuk 4 Paragrafen
47
Financiering Verbonden partijen Weerstandsvermogen en risico’s Onderhoud kapitaalgoederen Bedrijfsvoering Subsidies
47 51 54 58 61 64
Hoofdstuk 5 Financiële begroting
66
Overzicht baten en lasten Overzicht incidentele baten en lasten Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
66 67 70
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2022-2027
75
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente
77
Hoofdstuk 8 Besluit
79
Bijlage 1
Indicatoren
81
Bijlage 2
Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU
82
Bijlage 3
Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2024
87
3
4
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Inleiding Het versterken van het economisch vestigingsklimaat en het verbeteren van de bereikbaarheid voor de mensen die hier wonen, werken en recreëren. Dat is waar de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor staat. De koers die hierbij wordt gekozen leggen 21 gemeenten vast in een Strategische Agenda. Voor de bestuursperiode 2023-2026 is dat de Strategische Agenda MRDH 2023-2026: Met elkaar, voor elkaar. De voorliggende begroting voor het jaar 2024 geeft op basis van deze Strategische Agenda op hoofdlijnen concreet aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit geeft, als bijlage bij de begroting, een overzicht van lopende infrastructurele projecten, verkenningen en planstudies.
Samenwerking in de metropoolregio 21 gemeenten samen vormen het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De Metropoolregio is georganiseerd als verlengd lokaal bestuur. In het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur hebben burgemeesters van de 21 gemeenten zitting. In de twee bestuurscommissies voor verkeer en vervoer en voor economisch vestigingsklimaat zijn de vakwethouders van de 21 gemeenten vertegenwoordigd. Tot slot zijn er twee adviescommissies voor verkeer en vervoer en voor economisch vestigingsklimaat en een rekeningcommissie. In deze commissies hebben raadsleden van de 21 gemeenten zitting; zij adviseren de bestuurders gevraagd en ongevraagd over toekomstig beleid en effecten van bestaand beleid. De samenwerking in de metropoolregio wordt ondersteund door een werkorganisatie die samen met ambtenaren van de 21 gemeenten aan de verwezenlijking van de resultaten uit de Strategische Agenda werkt. De 21 gemeenten zetten hun kennis en hun bestuurlijke kracht gezamenlijk in voor de metropoolregio. Daarbij wordt intensief samengewerkt met bedrijven, vervoerders en kennisinstellingen, omliggende regio’s als Drechtsteden en Holland-Rijnland en met de provincie Zuid-Holland, het Rijk en Europa.
De Economic Board Zuid-Holland (EBZ), waarin bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen samen optrekken en InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij, zijn hierin belangrijke partners.
Werkplan Op grond van de gemeenschappelijke regeling dient het algemeen bestuur jaarlijks een Werkplan vast te stellen op basis van de Strategische Agenda. Het algemeen bestuur heeft op 9 december 2015 besloten om het strategisch deel van het Werkplan met ingang van 2017 te koppelen aan de doorlooptijd van de Strategische Agenda van de MRDH en daarmee niet meer jaarlijks uit te brengen. De concrete activiteiten worden met ingang van 2017 jaarlijks geïntegreerd in de MRDH begroting. De voortgang van de activiteiten wordt via de jaarrekening en de bestuursrapportages gemeld. De begroting vervult zo ook de functie van Werkplan. De begroting geeft op hoofdlijnen zo concreet mogelijk aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost. Verdere uitwerking wordt geoperationaliseerd in programma’s en projecten die in de bestuurscommissies en adviescommissies aan de orde zijn/komen.
5
6
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Leeswijzer Conform de voorschriften in het Besluit begroting en verantwoording1 (BBV) bestaat de begroting uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting beslaat de hoofdstukken 2 tot en met 4, met hoofdstuk 1 als introductie van de integrale ambitie van de MRDH in relatie tot de Strategische Agenda en daaraan gekoppeld een overzicht van de integrale begroting. Hoofdstuk 5 bevat de verdere uitwerking van de financiële begroting en geeft een financiële samenvatting van de baten en lasten vanuit de programma’s, overhead en onvoorzien. Hoofdstuk 2 bevat als onderdeel van de beleidsbegroting (het programmaplan) de te realiseren programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In de programma’s wordt steeds antwoord gegeven op drie vragen: 1. Wat willen we bereiken?, 2. Wat gaan we daarvoor doen? en 3. Wat gaat het kosten?, waarbij we onderscheid maken tussen programmalasten en apparaatslasten. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de overige onderdelen van het programmaplan: het overzicht algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de kosten van overhead en de vennootschapsbelasting. Hoofdstuk 4 bevat het laatste onderdeel van de beleidsbegroting, de paragrafen.
Achtereenvolgens wordt ingegaan op financiering, verbonden partijen, weerstandsvermogen en risico’s, onderhoud kapitaalgoederen, bedrijfsvoering en subsidies. Hoofdstuk 5, de financiële begroting, bestaat uit drie onderwerpen: in (1) het overzicht van baten en lasten worden per programma en per taakveld de baten en lasten verantwoord. Op basis van (2) het overzicht incidentele baten en lasten kan worden beoordeeld of de begroting materieel in evenwicht is. In (3) de uiteenzetting van de financiële positie is de geprognosticeerde meerjaren balans opgenomen en wordt ingegaan op het EMU saldo. Hoofdstuk 6 bevat de staat van reserves en fondsen 2022-2027. Hoofdstuk 7 bevat een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente. In de bijlagen zijn achtereenvolgens de indicatoren, detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) opgenomen.
1 De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken opstellen. Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. Op basis van de wet geldt het BBV ook voor gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH.
7
Hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw begroting MRDH
Opdracht 1
opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Het aanpakken van de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het verhogen van de productiviteit en bedrijvigheid zorgt voor de groei van welvaart en welzijn. Door een groei van het aantal arbeidsplaatsen en deze arbeidsplaatsen in te vullen met geschikt personeel groeit de arbeidsparticipatie. De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de ambitie van extra groei van welvaart en welzijn.
Opdracht 6
Opdracht 5
Opdracht 4
Opdracht 3
opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De activiteiten om de toenemende verstedelijking te faciliteren leveren een bijdrage aan brede welvaart. Brede welvaart gaat niet alleen om de kansen voor onze huidige inwoners, maar ook om de kansen voor onze toekomstige inwoners. Door de groeiopgave zowel multimodaal als gebiedsgericht te benaderen, verbeteren we de kansen voor onze inwoners.
Opdracht 2
De Strategische Agenda 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Deze ambities vormen dan ook het kader van deze begroting en worden in samenhang met elkaar gepresenteerd. Versterking van de economie is alleen mogelijk als ook de bereikbaarheid verbetert en het verbeteren van de bereikbaarheid dient een maatschappelijk en economisch doel, namelijk het verbinden van wonen, werken en recreëren in het belang van de mensen die in de regio leven. De Strategische Agenda benoemt de volgende zes opdrachten:
opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Collectieve vormen van mobiliteit zorgen voor een prettige, duurzame leefomgeving waarin inwoners van de metropoolregio werk, opleidingen, voorzieningen en ook vrienden en familie makkelijk kunnen bereiken. Daarbij stimuleren we dat inwoners lopen, fietsen en gebruik maken van het OV zodat bestaande infrastructuur beter wordt benut en emissies worden verminderd. Dat leidt er ook toe dat in sommige gebieden de auto minder wordt gebruikt. opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Onze inspanningen voor een samenhangend ruimtelijk-economisch beleid zorgen voor een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat wat bijdraagt aan brede welvaart. De aandacht voor duurzame kantorenlocaties in multimodaal bereikbare gebieden draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving. Banen bevinden zich nabij huidige en toekomstige inwoners. Door daarnaast winkelgebieden te vitaliseren, door het blijven aanbieden van een divers winkelaanbod, blijven voorzieningen bereikbaar op korte afstand van woningen. opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Door de kwaliteit van het huidige netwerk op orde te houden en te verbeteren waar dat nodig is, kunnen meer inwoners op een eenvoudige, prettige manier werk, opleiding, sociale contacten en voorzieningen bereiken.
We dragen bij aan het veilig reizen en de gezondheid van onze inwoners. We verlichten de druk op het wegennet zodat er voldoende ruimte ontstaat om het autoverkeer te faciliteren daar waar alternatief vervoer geen oplossing biedt.
8
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem Ons OV-systeem moet in 2025 weer financieel gezond zijn. De prognoses van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in opdracht van het ministerie van I&W geven aan dat de verwachting is dat in de loop van 2024 de reizigersaantallen en inkomsten weer op het niveau van 2019 zitten.
Begrotingsprogramma’s
Opdracht 1
In de Strategische Agenda zijn voor deze zes opdrachten beoogde resultaten geformuleerd. In deze begroting zijn drie begrotingsprogramma’s opgenomen waarin de opdrachten en bijbehorende resultaten uit de Strategische Agenda zijn uitgewerkt door het beantwoorden van drie vragen: Wat willen we bereiken? (resultaten), Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en Wat mag dat kosten?. Dat zijn de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het programma Economisch Vestigingsklimaat. De eerste twee programma’s bevatten de wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer.
In onderstaand schema is opgenomen in welke begrotingsprogramma’s de opdrachten uit de Strategische Agenda worden uitgewerkt:
Opdrachten Strategische Agenda MRDH 2023-2026
Infrastructuur
Economisch
en openbaar
verkeer en
vestigingsklimaat
vervoer
openbaar vervoer
V
V
regio te faciliteren Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren
V V
V
Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties
Opdracht 3
Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de
Exploitatie verkeer
Opdracht 2
Programma’s MRDH begroting 2024
V V
Opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem
V
V
Exploitatie OV Ongeveer € 425 miljoen oftewel ongeveer 80% van deze rijksbijdrage wordt jaarlijks besteed aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit is inclusief de kosten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur.
9
Opdracht 6
Investeringen Voor investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer is jaarlijks ongeveer 20%, oftewel € 100 - € 125 miljoen beschikbaar. De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen. Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken en/of prioriteiten moeten stellen, terwijl we daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen
Opdracht 5
Verbeteren Bereikbaarheid De opgaven van de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer in hoofdstuk 2 worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Jaarlijks wordt ruim € 550 miljoen aan BDU-middelen ontvangen.
Opdracht 4
Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk
moeten zoeken. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Via subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten wordt de investeringsruimte beschikbaar gesteld. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden. Voor Kleine projecten (< € 10 miljoen subsidiabele kosten) wordt in 2024 net als eerdere jaren een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld. De concrete invulling van dit programma werken we in samenspraak met de gemeenten in het voorjaar van 2023 uit, gericht op vaststelling in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in december 2023. Naast projecten die al in de begroting zijn opgenomen, lopen er ook diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases: Preverkenning Geen opname MJB Verkenning Opname MJB Planstudie Opname MJB Uitwerking Opname Begroting Realisatie Opname Begroting
De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een pre-verkenning leidt nog niet tot opname in begroting of MJB. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van de projecten en programma’s uit het meerjarenbeeld. Rekeninghoudend met deze investeringsopgave en een gelijkblijvende structurele inzet voor de exploitatie van het openbaar vervoer, geeft het financiële meerjarenbeeld het volgende beeld van de stand van de nog beschikbare BDU-middelen per jaareinde:
10
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Miljoenen €
Saldo BDU tot en met 2042 1.600
1.100
600
100 0
Begroting Meerjarenbeeld incl. investeringsopgave 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042
-400
Het beeld laat zien dat er beperkte investeringsruimte is voor projecten die nu nog in de verkenningen planstudiefase zitten. Deze investeringsruimte is echter onvoldoende om alle ambities te kunnen realiseren. In het licht van de grote opgaven voor onze regio wordt actief gesproken met het Rijk over structurele verhoging van de BDU. Het meerjarenbeeld faciliteert als instrument het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn. Voorstellen die de begroting raken worden geagendeerd in het algemeen bestuur. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag hanteert het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan, onder de voorwaarde dat over een periode van vier jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De meerjarenbegroting van de BDU-middelen voldoet aan de wettelijke kaders, voor het begrotingsjaar 2024 en de daaropvolgende begrotingsjaren wordt geen tekort verwacht:
Miljoenen €
Saldo fonds BDU jaareinde 2022-2027 350 300 250 200 150 100 50 0
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Saldo BDU jaareinde
11
Vernieuwen economie De opgaven van het programma Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner. Deze inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. Voor het begrotingsjaar 2024 bedraagt de inwonerbijdrage € 2,97 per inwoner (Kadernota MRDH begroting 2024). Dit geld wordt primair besteed als bijdrage en cofinanciering aan gemeentelijke projecten. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat de bevoegdheid om (binnen de begroting) financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor projecten met regionale uitstraling die bijdragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Daarnaast wordt de regionale ambtelijke inzet hieruit bekostigd.
Overhead Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden binnen de programma’s de kosten van het directe personeel verantwoord. De overige apparaatslasten vallen onder de categorie ‘overhead’ en deze kosten worden apart, buiten de programma’s om, verantwoord. De verdeelsleutel van de stafmedewerkers, de centrale directiefunctie en de overige bedrijfsvoeringskosten bedraagt 20% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% BDU. De begroting 2024 kent een omvang (lasten) van € 616 miljoen. Ter vergelijking zijn actuele cijfers over 2022 (op basis van de jaarrekening 2022) en 2023 (bestaande uit de vastgestelde begroting 2023 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2023 ter besluitvorming zijn voorgelegd) opgenomen. Hierna volgt de totaalbegroting en de uitsplitsing over de programma’s.
12
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Programmabegroting 2024
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
504.539.625
512.483.855
476.868.746
474.421.321
474.439.778
478.751.600
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
55.756.063
156.354.286
126.044.616
153.026.876
175.890.443
152.788.672
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.015.763
6.605.043
5.717.110
5.677.110
5.677.110
5.677.110
Overhead
6.699.777
7.347.199
7.845.430
7.845.430
7.845.430
7.845.430
Lasten per programma
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
572.011.228
682.790.383
616.475.902
640.970.738
663.852.761
645.062.813
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
505.539.625
515.764.423
484.515.784
478.602.587
474.524.883
479.426.577
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
55.756.063
156.354.286
126.044.616
153.026.876
175.890.443
152.788.672
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.351.832
5.355.592
5.717.110
5.677.110
5.677.110
5.677.110
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
6.699.777
7.347.199
7.845.430
7.845.430
7.845.430
7.845.430
573.347.297
684.821.500
624.122.940
645.152.004
663.937.866
645.737.790
Saldo van baten en lasten
1.336.068
2.031.117
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Onttrekking aan reserves
118.750
1.249.451
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-1.000.000
-3.280.568
-7.647.038
-4.181.266
-85.105
-674.977
Resultaat
454.818
0
0
0
0
0
Totaal Baten per programma
Totaal
De fluctuaties in de meerjarenbegrotingen worden toegelicht in de genoemde programma’s.
13
Hoofdstuk 2 Begrotingsprogramma’s De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 worden uitgewerkt in begrotings programma’s. De MRDH-begroting bevat hiervoor drie programma’s. Dat zijn de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In deze programma’s wordt aan de hand van de zes opdrachten steeds antwoord gegeven op drie vragen: 1. Wat willen we bereiken? (resultaten), 2. Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en 3. Wat gaat het kosten? Binnen de MRDH-begroting is het verbeteren van de bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.2). Het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer betreft de uitvoering van wettelijke taken concessieverlening openbaar vervoer, beheer en onderhoud openbaar vervoer, infrastructuur en de planvormingsbevoegdheid in overeenstemming met de Planwet verkeer en vervoer. Dat laatste vraagt om de inzet van de MRDH voor algemene strategieen beleidsontwikkeling, autonetwerk, verkeersmanagement en ITS, fietsnetwerk, ketenmobiliteit, reisgedrag en logistiek, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid.
Vanuit het programma Exploitatie volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. In het programma Economisch Vestigingsklimaat (hoofdstuk 2.3) worden de opdrachten voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat uitgewerkt.
2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer De begroting voor het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het verbeteren van de bereikbaarheid. Het gaat voor dit programma om de volgende vier opdrachten:
opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem Bij iedere opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten geven antwoord op de vraag wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken.
14
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe)
Opdracht 5 Opdracht 6
15
Opdracht 4
Wat gaan we daarvoor doen in 2024? ● CID-Binckhorst: planuitwerking voor de tramverbinding tussen Den Haag, Rijswijk en Voorburg, met oog voor inpassing, verkeersveiligheid, exploitatie en doorstroming. ● Oeververbindingen regio Rotterdam: planuitwerking voor de nieuwe HOV-verbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein, een nieuwe oeververbinding en het treinstation Stadionpark. ● Algeracorridor: planuitwerking voor de maatregelen op de Algeracorridor en het onderzoek op verkenningenniveau naar een verbinding voor langzaam verkeer over de Hollandse IJssel en optimalisaties aan de bestaande fietsroute. ● Gebiedsuitwerking Voorne-Putten en Haven Rotterdam: Het (mede) uitvoeren van studies/uitwerking van het maatregelpakket Voorne-Putten. Daarnaast wordt samen met de andere partners een voortgangsmonitor uitgevoerd, waarin de uitvoering van de gemaakte afspraken met Rijk en regio (BO MIRT 2022) wordt gevolgd. ● Gebiedsuitwerking Westland: op basis van geactualiseerde ruimtelijke en economische uitgangspunten met de andere partners invulling geven aan de nadere uitwerking van mobiliteitsmaatregelen (HOV, weg, fiets) voor de (middel-)lange termijn.
Opdracht 3
Welke resultaten willen we bereiken? ● Planuitwerking met als resultaat een projectbeslissing voor de CID-Binckhorst en Oeververbindingen regio Rotterdam. ● Een betrouwbaar en robuust netwerk voor de bereikbaarheid van Westland, Voorne-Putten en Haven Rotterdam. ● Uitwerking van HOV Leiden-Zoetermeer en doorontwikkeling HOV Zoetermeer-Rotterdam en Westland. ● Verkenning met als resultaat een voorkeursbeslissing voor de verkenning viersporigheid LeidenDordrecht en Knooppunten. ● Samen met partners uitvoering geven aan het in 2023 herijkte programma MoVe.
Opdracht 2
In het programma MoVe werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken. We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de (middel)lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de regio te garanderen en dragen daar financieel aan bij.
Opdracht 1
2.1.1.1 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De metropoolregio groeit naar bijna drie miljoen inwoners in 2040. Die willen allemaal een baan en prettig van huis naar werk reizen of ergens recreëren. Daarom investeren de 21 samenwerkende gemeenten in de bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio op duurzame wijze te faciliteren. Het gaat daarbij om de bereikbaarheid van de nieuwe verstedelijkingslocaties, het verbinden van innovatieve kennis- en onderwijsknooppunten, de bereikbaarheid van werklocaties en het behouden van de leefbaarheid en open ruimte. Ook is het belangrijk dat de metropoolregio Rotterdam Den Haag bereikbaar blijft met de omliggende regio’s en gemeenten. We zetten in op een goede bereikbaarheid van, naar en door de metropoolregio. Dat doen we vooral door nu plannen te maken voor de investeringen in het mobiliteitssysteem op de (middel)lange termijn en te adviseren over de bereikbaarheid bij verstedelijkingsplannen.
Onderzoek doen naar doorontwikkeling HOV Zoetermeer-Rotterdam. ● Bijdragen aan de verkenning naar Bus Rapid Transit tussen Leiden en Zoetermeer. ● Leiden-Dordrecht en Knooppunten: bijdragen aan het uitvoeren van de verkenning viersporigheid Leiden-Dordrecht en Knooppunten. Uitwerking knooppunten is inclusief bestaande knopen Schiedam Centrum en Den Haag Laan van NOI en nieuwe stations Rijswijk buiten, Rotterdam Van Nellefabriek en Rotterdam Stadionpark. Uitwerking viersporigheid is inclusief aandacht voor inpassing. ●
Opdracht 3
Opdracht 2
Opdracht 1
Regionale fietsagenda (middel)lange termijn De regionale fietsagenda geeft aan wat er, op de (middel)lange termijn tot 2040, nodig is aan verbeteringen in het regionale fietsnetwerk. De focus ligt op de verbindingen en ontbrekende schakels in het regionale netwerk tussen steden en/of dorpen. De MRDH verleent subsidie aan wegbeheerders voor het verbeteren van regionale fietspaden en zet zich samen met de provincie Zuid-Holland in om aanvullende financiering van het Rijk aan te trekken voor deze opgave. De wegbeheerders voeren de verbeteringen van de fietspaden uit en zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud.
Welke resultaten willen we bereiken? ● Realiseren van 800 km verbeterd regionaal fietspad. ● Realiseren van 90.000 extra fietsparkeerplaatsen (bij OV-knooppunten). Wat gaan we daarvoor doen in 2024? ● Het vaststellen van de regionale fietsagenda en de daaruit voorvloeiende uitvoeringsagenda met bijbehorende financieringsstrategie. ● Het mogelijk maken van het uitbreiden van het regionale fietsnetwerk door overzicht en inzicht te verschaffen en advies te geven aan wegbeheerders. ● Lobby voor medefinanciering van het regionale fietsnetwerk vanuit het Rijk.
Opdracht 5
Het doel is om met actieve en collectieve vormen van mobiliteit de bereikbaarheid en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving van onze regio te versterken. Onderzoeken voor welke recreatie- en natuurgebieden de bereikbaarheid verbetering is gewenst. We delen de kennis met de wegbeheerders en benutten de kansen om multimodaal de bereikbaarheid naar deze gebieden te verbeteren. De gemeenten, provincie Zuid-Holland of waterschappen (als wegbeheerders) voeren de verbeteringen aan de infrastructuur uit.